Bijlage - Eindrapport Groene Hart Rekenkamer onderzoek Duurzaamheid Wveen - NvB - 12 mei definitief
Tekst van het document
Kansen voor Duurzaamheid in Waddinxveen
Onderzoek Groene Hart Rekenkamer Nota van bevindingen definitief
Colofon In opdracht van Groene Hart Rekenkamer T.a.v. secretariaat
info@groenehartrekenkamer.nl
Opgesteld door SME
Hak van Nispen, Senior adviseur beleid & proces Jolien Kamermans, Adviseur beleid & proces nispen@sme.nl, kamermans@sme.nl
030 635 89 00
foto: Agaath / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)
Utrecht, 12 mei 2020
Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Groene Hart Rekenkamer. Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van deze partijen.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
2
Inhoud 1.
Inleiding
4
2.
Conclusies
7
3.
Bevindingen deelvraag 1: kaders
12
3.1 Inhoudelijke vormgeving duurzaamheidskaders?
12
3.2 Procesmatige vormgeving duurzaamheidskaders (participatie)
13
3.3 Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen
16
Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke prestaties
19
4.1 Waar staat de gemeente?
19
4.2 Inhoudelijke uitdagingen
24
Bevindingen deelvraag 3: proces
26
5.1 Interne samenwerking
26
5.2 Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad
26
5.3 Externe samenwerking
27
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording
31
Bijlage 2. Landelijke en regionale kaders
34
Bijlage 3. Lokaal Duurzaamheidsbeleid
38
4.
5.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek Duurzaamheid is een actueel onderwerp dat sterk in beweging is. Aan gemeenten wordt onder andere in het Klimaatakkoord een regierol toebedeeld bij verduurzaming van de gebouwde omgeving. En op energiegebied worden gemeenten geacht een Transitievisie Warmte te maken en (in samenwerking
met andere gemeenten in de regio) een regionale energiestrategie (RES). In gesprekken tussen de Groene Hart Rekenkamer en de programmaraad kwam duurzaamheid als een interessant
onderzoeksonderwerp naar voren, net als het onderzoeksonderwerp ‘wonen’. Door middel van een focus op de ecologische effecten van duurzaamheid en de energietransitie wil de Groene Hart Rekenkamer deze onderwerpen in het onderzoek deels verknopen.
1.2 Doelstelling Doelstelling van dit onderzoek is inzicht te krijgen in op welke wijze het duurzaamheidsbeleid in de gemeente is vormgegeven en of de uitvoering effectief en efficiënt is. Daar wordt onder verstaan: o
de gemeenteraad inzicht bieden in waar de gemeente staat met betrekking tot de realisatie
van doelen en ambities,
o
de gemeenteraad inzicht bieden in de manier waarop de inzet van instrumenten bijdraagt aan
o
de gemeenteraad inzicht geven in hoe rollen nu ingevuld zijn en waar kansen voor verbetering
de realisatie van doelen en ambities,
en bijsturing richting de toekomst liggen.
1.3 Werkwijze Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda,
Waddinxveen en Zuidplas. Vooraf is een toetsingskader opgesteld, wat het beoordelingskader vormt
voor dit onderzoek. Eerst is er een bureaustudie gedaan om te bepalen waar de gemeente staat m.b.t. duurzaamheid en waar inhoudelijke uitdagingen liggen voor de komende periode. Door middel van interviews met medewerkers van de ambtelijke organisatie, college van B&W, gemeenteraad en
externe partijen is vervolgens een beeld verkregen van inhoudelijke prestaties en het gevolgde proces.
Tenslotte zijn de bevindingen geanalyseerd om te komen tot een conclusie. In Bijlage 1 is de onderzoeksverantwoording opgenomen.
1.4
Afbakening
Afbakening ecologische duurzaamheid Duurzaamheid is een begrip dat specificatie behoeft. In een duurzame samenleving zijn people, planet en profit met elkaar in balans. Vaak wordt duurzaamheid dan ook uitgesplitst in diverse thema’s
binnen elk van deze drie pijlers. In dit onderzoek is gekozen voor afbakening naar de pijler ‘planet’:
ecologische effecten. Dat betekent dat de pijlers ‘people’ en ‘profit’ buiten beschouwing blijven, wel
komen zij aan bod als dat relevant is bij de behandelde thema’s. De rekenkamer kiest voor verknoping van de onderwerpen ‘ecologische duurzaamheid’ en ‘wonen’.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
4
Het onderzoek richt zich daarom op duurzaamheidsambities en doelstellingen in de gebouwde omgeving, voor de volgende thema’s waar ook landelijk momenteel het zwaartepunt op ligt: o
Energietransitie: energiebesparing, opwekken van duurzame energie, aardgasvrij
o
Klimaatadaptatie: de inrichting van de (woon)omgeving zodat die bestand is tegen de gevolgen
o
Circulaire economie: duurzaam/circulair bouwen, afval, circulair inkopen
o
Biodiversiteit: natuur, bijen en andere bestuivers, duurzaam beheer (FSC, MSC)
o
van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, grote hoeveelheden water
Duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fietsbeleid, elektrisch rijden, deelmobiliteit
Gemeentelijke invloed Binnen deze thema’s richt het onderzoek zich op gebieden waarop de gemeente invloed kan
uitoefenen. Als er (landelijk) ambities zijn gesteld op vlakken waarop de gemeentelijke invloed beperkt is, is dat benoemd.
1.5 Onderzoeksvragen Hoofdvraag
De hoofdvraag is: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? De hoofdvraag is uitgesplitst in drie deelvragen: Deelvraag 1, kaders Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven 1.1
Welke landelijke en regionale kaders zijn er?
1.2
Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met
1.3
Draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen?
1.4 1.5
1.6
1.7
welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan hun doelstellingen?
Zijn de gekozen maatregelen realistisch en bieden zij voldoende perspectief om beoogde
doelstellingen te behalen?
Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid?
Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid?
Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen?
Deelvraag 2, inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? 2.1
2.2
Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde
(recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke doelstellingen zijn reeds behaald en welk effect is bereikt? Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
5
Deelvraag 3, proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? 3.1
3.2 3.3
Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van de beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)?
Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering
van de beleidsdoelstellingen?
Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de
samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper 3.4
3.5
3.6
die het goede voorbeeld geeft.
Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering?
Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen?
Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving?
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
6
2. Conclusies 2.1 Hoofdvraag Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? Conclusie Het duurzaamheidsbeleid van Waddinxveen (duurzaamheidsvisie 2015-2025) in participatie vormgeven met interne en externe stakeholders. Door de goede participatiecultuur zijn vele stakeholders blijvend betrokken en werkt het beleid door in andere beleidsvelden en de samenleving. De samenleving voelt zich geen eigenaar van de doelstellingen, voor hen blijft het het beleid van de gemeente. De doelen uit de duurzaamheidsvisie zijn voor energie en circulaire economie te ambitieus en dus niet haalbaar. De duurzaamheidsacties voor een periode van twee jaar geven invulling aan de richting. Het is niet duidelijk of dit effectief en efficiënt is, omdat het ontbreekt aan doelen. In landelijke indices scoort Waddinxveen op milieu en energie/ ecologisch kapitaal gemiddeld tot zeer slecht (in de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten 2018 staat Waddinxveen op plaats 350 van 380 gemeenten).
2.2 Deelvraag 1, kaders Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Conclusie Het duurzaamheidsbeleid 2015-2025 is leidend en geeft invulling aan landelijk en provinciaal beleid, Het beleid werkt door in andere beleidsvelden. Bij de ontwikkeling van de duurzaamheidsvisie zijn interne en externe stakeholders actief betrokken. Of stakeholders ook betrokken zijn bij de selectie van duurzaamheidsacties, is niet duidelijk geworden. De perceptie van betrokkenheid verschilt bij gemeente en externe stakeholders. • •
•
•
De duurzaamheidsvisie is een breed document dat richting geeft aan het lokaal beleid en invulling geeft aan het landelijk beleid volgens de inzichten van 2015. Met het inzicht dat de doelen voor onderdelen te ambitieus of niet haalbaar zijn is besloten om te werken met tweejaren plannen (duurzaamheidsacties) die jaarlijks worden aangepast. Interne en externe stakeholders zijn daarbij betrokken. Niet duidelijk is welke doelen met deze acties gerealiseerd worden. De doorwerking van de duurzaamheidsvisie voor bijvoorbeeld openbare ruimte, groen, riolering, eigen bedrijfsvoering is duidelijk aanwezig. Bij de actualisatie van beleid in die andere beleidsvelden wordt duurzaamheid meegenomen. De perceptie van stakeholders in welke mate zij betrokken zijn bij de beleidsontwikkeling verschilt. Dit geldt met name voor de externe stakeholders
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
7
Toelichting Brede duurzaamheidvisie 2015-2025 In de duurzaamheidsvisie en het uitvoeringsplan 2016-2019 zijn de thema’s ‘Duurzame leefomgeving’,
‘Verbetering energie- en CO2-prestatie’, ‘Naar een circulaire economie’ opgenomen. Deze thema’s hebben nu, 5 jaar later, ook landelijke prioriteit (Omgevingswet, Klimaatadaptatie, Regionale
energiestrategie, Transitievisie Warmte (aardgasvrij) en circulaire economie zijn inmiddels ook landelijk urgenter en concreter geworden). De doelen van de duurzaamheidsvisie waren toen en zijn ook nu
nog zeer ambitieus. Keuzes lijken gebaseerd te zijn op onvoldoende kennis van de mogelijkheden voor Waddinxveen. Als de doelen gerealiseerd worden dan wordt wel ruimschoots invulling gegeven aan het landelijk beleid zoals dat nu in 2020 geldt. Herziene vormgeving beleid Vanwege de hoge ambities, die niet haalbaar lijken voor met name energie en circulaire economie, is
ervoor gekozen om met tweejaarlijkse duurzaamheidsacties te werken. Dit geeft een handvat om wel concreet aan de slag te blijven richting de gestelde doelen. Onduidelijk is welke doelen met de
uitvoering van de maatregelen gerealiseerd worden. De 10 hoofdthema’s van de duurzaamheidsacties
zijn conform de duurzaamheidsvisie, voor de prioritering zijn ambtenaren de wijk ingegaan en hebben bedrijven hun reactie gegeven, zodat de acties aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van de samenleving.
Doorwerking in ander beleid De duurzaamheidsvisie werkt goed door in ander beleid voor openbare ruimte, groen, eigen bedrijfsvoering etc. ook voor recente ontwikkelingen rond de RES, Transitievisie Warmte,
Klimaatadaptie, riolering, Omgevingswet is dit het geval. Voor een groot deel zullen nieuwe
doelstellingen in dit beleid hun plek moeten vinden. De ambitieuze doelstellingen uit de visie zijn daarin richtinggevend.
Betrokkenheid stakeholders De raad was nauw betrokken bij de ontwikkeling van de duurzaamheidsvisie. Raadsleden hebben met bewoners en bedrijven gekeken welke initiatieven uit de maatschappij ontwikkeld konden worden. Ook toen al (2014) was er een cultuur van participatieve beleidsvorming, waarbij ook collega’s betrokken werden. Het groenstructuur en beleidsplan en het grondstoffenplan is uit 2016. De gemeente (raad, college en ambtenaren) zit voor duurzaamheid op één lijn.
2.3 Deelvraag 2, inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Conclusie De duurzaamheidsvisie 2015-2025 is leidend voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Duurzaamheidsacties voor steeds twee jaren geven invulling aan de doelen. De doelen zijn niet aangepast ook al is inmiddels duidelijk dat ze niet realiseerbaar zijn.. • •
De doelen voor energie en circulair voor 2025 zijn niet haalbaar Landelijke ontwikkelingen op grote transities (energie, klimaat, omgevingswet) halen lokaal beleid in
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
8
•
Het gaat nog niet overal goed (vervoer, energieopwekking, CO2 uitstoot woningen, mobiliteit, natuur en water).
Toelichting Doelen uit de duurzaamheidsvisie voor energie en circulair niet haalbaar In de duurzaamheidsvisie 2015-2025 staan de kaders. De doelstellingen ‘energieneutraal 2025’, ‘25%
duurzame energieopwekking in 2025’ en ‘grondstofcycli zijn in 2025 50% gesloten’, zijn niet haalbaar. Het landelijk beleid is erop gericht om in 2050 energieneutraal te zijn en om in 2030 50% minder gebruik te maken van primaire grondstoffen.
Door te werken met duurzaamheidsacties voor twee jaar op de 10 onderwerpen van de
duurzaamheidsvisie wordt wel in de richting van de doelen gewerkt, maar het is niet duidelijk welk
doel ermee nagestreefd wordt en in welke mate die doelstellingen gerealiseerd worden. Wel is het zo
dat de maatregelen bijdragen aan de doelen die in het gemeentelijk beleid gesteld zijn, ongeacht of ze te ambitieus zijn. De maatregelen dragen ook bij aan de realisatie van het landelijk beleid. Ontwikkelingen op grote transities halen beleid in De grote inhoudelijke transitie vinden momenteel plaats voor energie, klimaatadaptatie en de
omgevingsvisie. Voor energie wordt de regionale energiestrategie (RES) en de transitievisie warmte
opgesteld en daarmee wordt het energiebeleid verder geconcretiseerd. Via de RES doet de regio haar bod voor de landelijke opgave, dit beleid krijgt nu vorm. In de transitievisie wordt gewerkt aan
aardgasvrije wijken en de warmtevraag. Hierbij hoort ook de ruimtelijke inpassing die mede in de
omgevingsvisie zijn plek krijgt. Voor het Groene Hart geldt dat er restricties van de provincie zijn voor windmolens en zonneweides. Het gaat niet overal goed. Waddinxveen scoort niet op alles thema’s goed. Uit de landelijke indices (§5.1.1/5.1.2) blijkt dat
Waddinxveen in de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex op het onderdeel energie en milieu een 5,0
scoort (landelijk gemiddelde 5,1). In de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten neemt Waddinxveen plaats 350 van de 380 gemeenten in voor het domein ‘ecologisch kapitaal’. Waddinxveen scoort zeer slecht op: • • • • •
Vervoerswijze
Hernieuwbare energie
CO2-uitstoot van woningen Natuur
Water
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
9
2.4 Deelvraag 3, proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraden, de gemeentes en partijen in de samenleving? Conclusie De samenwerking met de samenleving is gestoeld op een gezonde participatiecultuur en partijen en gemeente werken daar samen aan. Maar stakeholders in de samenleving voelen zich nog onvoldoende eigenaar van de vraagstukken, doelen en oplossingen. Zij zien het vooral als beleid van de gemeente. • • •
Intern: de raad toont positieve interesse in duurzaamheid, maar heeft de neiging om op details en maatregelen te sturen in plaats van op de doelen. Intern ontbreekt het aan financiële ruimte voor duurzame keuzes boven reguliere keuzes Extern: participatie is wat ingezakt na 2016, maar er zijn voldoende initiatieven, organisaties, overlegvormen en raadplegingen waardoor de dialoog en samenwerking met de samenleving redelijk goed verloopt. In de transitietafel energie werken inwoners, bedrijven, woningbouwcorporaties, energiecoöperatie, netbeheerder etc samen.
Toelichting Raad is betrokken maar stuurt te veel op details De raad is nauw betrokken geweest bij de beleidsvorming in 2015 en is sindsdien betrokken gebleven. De interesse leidt er wel toe dat de raad de neiging heeft veel detailvragen te stellen hetgeen veel ambtelijke capaciteit kost. Er is ook een neiging om te sturen op maatregel/detailniveau wat soms
improductief is, zoals het weghalen van budget groen en weer budget toekennen voor een boom per inwoner, of weghalen budget bij de transitievisie warmte omdat de invulling nog niet duidelijk was, terwijl er juist meer budget nodig is, of het weghalen van budget voor de omgevingsdienst, de
bouwnormen voor Triangel. De raad signaleert zelf dat er nooit over de duurzaamheidsvisie gesproken wordt, alleen over de concrete maatregelen zoals afvalbrengstation of biomassacentrales. Niet alle raadsleden kennen de tweejaren-duurzaamheidsacties en rapportage daarover.
Het college heeft de doelen van de duurzaamheidsvisie overgenomen en er worden veel dingen
geprobeerd. Niet altijd lukt dit (al) of er ontstaan knelpunten (4e en 5e windmolen, warmterotonde;
warmtenet Rotterdam-Leiden; biomassacentrales). De raad stelt de vraag of Waddinxveen koploper zou moeten zijn of dat het beter is om eerst maar eens te kijken of iets wel werkt. Het ontbreekt aan budget voor duurzame keuzes In de andere beleidsvelden is er onvoldoende budget als een duurzame variant meer kost dan de
reguliere optie. Daarbij wordt vooral gekeken naar investeringskosten en niet naar de lange termijn
kosten van investering en beheer samen (life cycle kosten). Ambtenaren maken daarin al zelf keuzes
zoals tweedehands elektrische auto’s voor de gemeente of duurzaam onderhoud van sportvelden en scholen Voor de eigen bedrijfsvoering en aanbestedingen zou hierin een explicietere keuze gemaakt kunnen worden.
Participatiecultuur is goed, maar kan beter. De samenwerking met partijen als wijkplatforms, transitietafel energie, kerngroep Warmetransitievisie ondernemersplatform, duurzaamheidsplatform van ondernemers, WaddGroen etc. is goed, net als de deelname aan activiteiten zoals 4 duurzame dagen of informatiebijeenkomsten of meet&match. Ook
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
10
zijn er initiatieven vanuit de samenleving zoals energiecoöperatie Groen Waddinxveen, Fairtrade
werkgroep, verduurzaming voetbalclub Be Fair of eigen beheer openbaar groen. Initiatieven zonder ondersteuning (kennis, middelen, verbindingen maken) stranden vaak, zo merken maatschappelijke organisaties op.
Bij de geïnterviewde externe stakeholders heerst het beeld dat er in de periode 2013-2016 een grote
betrokkenheid was van de raad en dat de samenleving intensief werd betrokken bij het
duurzaamheidsbeleid. Uit veel initiatieven en overlegvormen blijkt dat er in Waddinxveen een gezonde participatiecultuur heerst die zich op de grens van een samenwerkende en een ondersteunde overheid bevindt (zie model §4.3 nota van bevindingen). Er zijn initiatieven uit de samenleving en er zijn initiatieven en activiteiten vanuit de gemeente.
Maar de participatie kan beter, de samenleving ziet het duurzaamheidsbeleid nog als iets van de
gemeente, waar de samenleving bij beleidsvorming of in de uitvoering bij activiteiten aan meewerkt. Nog beter zou het zijn als deze partijen zich mede eigenaar voelen van de vraagstukken en oplossingen op het gebied van duurzaamheid en zij hier aan werken vanuit eigen doelen.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
11
3. Bevindingen deelvraag 1: kaders 3.1 Inhoudelijke vormgeving duurzaamheidskaders? Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen willen de gemeenten invullingen geven aan hun doelstellingen? De landelijke en regionale kaders zijn beschreven in de bijlage 2. Het eigen, lokale
duurzaamheidsbeleid van een gemeente wijkt hier soms van af, bijvoorbeeld omdat het al een paar jaar geleden is opgesteld terwijl het landelijke beleid zich momenteel in hoog tempo ontwikkelt, of
omdat de landelijke doelen in een bepaalde gemeente nauwelijks haalbaar zijn binnen de beoogde termijn. De beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid zijn door het college van B & W vastgelegd. Onder andere in de duurzaamheidsvisie 2015-2025. De gemeenteraad heeft het
uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2019 vastgesteld. Het lokale duurzaamheidsbeleid van de gemeente Waddinxveen is beschreven in bijlage 3.
Hieronder is een overzicht gegeven van de landelijke en lokale doelstellingen en ambities en de maatregelen waarmee de gemeente deze doelen wil behalen. Landelijke doelen (stand van zaken februari 2020) Energietransitie o 2050: Energieneutraal en aardgasloos o 2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990 o 1,5% energiebesparing per jaar o 2020: 14 % hernieuwbare energie; 2023: 16% (provincie Zuid-Holland acht 9% reëel) Klimaatadaptatie o 2050: NL klimaatbestendig ingericht. o 2020: klimaatbestendig en waterrobuust handelen o 2019 stresstest, 2020 risicodialogen + uitvoerings- en investeringsagenda
Gemeentelijke doelen & beoogd effect o o o o
2025: CO2-neutraal 2025: 25% van de energie duurzaam opgewekt 2025: bestaande bouw 50% zuiniger dan in 2012 2025: nieuwbouw energieneutraal
N.B. Afspraken die via de regionale energiestrategie (RES) worden gemaakt, zijn binnenkort leidend. o
o
2025: leefomgeving is gezond en beïnvloedt het welbevinden van mensen positief klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte
Gemeentelijke maatregelen
o o o o o
o o o o o o
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
aardgasvrije bebouwde omgeving duurzame energieopwekking, biomassa CO2-neutrale bedrijfsvoering 2% besparing per jaar op energiegebruik gemeentelijk vastgoed energieneutraal in 2025
stresstest en risicodialoog zijn uitgevoerd riool afkoppelen waar en wanneer dit kan Hemelwater opvangen in waterpartijen, groene daken en/of waterpleinen Het ontharden van openbaar gebied Water wegleiden van huizen en winkels; Water vasthouden in de ondergrond;
12
Circulaire economie o 2050: NL volledig circulair o 2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen o 2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw*jr o 2023: zoveel mogelijk gescheiden en max. 30 kg restafval o maatschappelijk verantwoord inkopen Biodiversiteit o beschermen van bestaande natuur o natuur in de samenleving o koppeling met andere maatschappelijke opgaven Duurzame mobiliteit o 2030: voertuigen emissieloos (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer, inkoop) o 2020: gemeentelijk plaatsingsbeleid laadpalen
o
Het stimuleren van particulier groen.
2025: grondstofcycli voor 50% gesloten op een zo laag mogelijk schaalniveau 2020: 100 kg/inw*jr restafval 2020: 75% afvalscheiding / 2025 80% 2020: 85% recycling / 2025 90% 2020: 60% hergebruik / 2025 65%
o
duurzaam / maatschappelijk verantwoord inkopen, pilot circulair inkopen
o
behoud van bestaande natuur
o
zich houden aan wet- en regelgeving
o
2025: CO2-uitstoot 30% gedaald groene, leefbare en veilige regio’
o o
stimuleren van fiets en OV beleidsregels elektrische laadpalen
o o o o o
o
3.2 Procesmatige vormgeving duurzaamheidskaders (participatie) Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? Participatie bij opstellen beleid Op 14 november 2012 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen de werkgroep duurzaamheid opgericht met als opdracht het formuleren van concrete lokale duurzaamheidsinitiatieven. De
werkgroep heeft in 2013 drie bijeenkomsten georganiseerd voor belangstellende organisaties,
bedrijven, bewoners en raadsleden. Uit deze bijeenkomsten zijn werkgroepen gevormd, die uiteindelijk een viertal voorstellen hebben uitgewerkt. Deze voorstellen zijn aangeboden aan de raad in de vorm van een initiatiefvoorstel. In dit advies wordt aangegeven hoe deze voorstellen te behandelen. Het betreft: o
Waddinxveen Fair en Duurzaam
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
13
o
Afvalmanagement voor een duurzaam Waddinxveen
o
Wijkgericht energiebeleid Waddinxveen
o
Duurzaamheidscommunicatie
Ook het Repair Café is hieruit voortgekomen. Dit was ook de periode dat de duurzaamheidsvisie 2015-
2025 het licht zag. In 2016/2017 belegde de raad ook bijeenkomsten om te kijken wat de voortgang was. Er was een groep Waddinxveen Duurzaam (red: die heet nu WaddGroen) en de raad was
geïnteresseerd. De uitvoering is bij bewoners neergelegd. Er is een bedrag van € 20.000,- toegekend aan Fairtrade en Repair Café. Fairtrade krijgt nu nog subsidie. Voor andere initiatieven was
geenfacilitering en geld. Behalve FairTrade en WaddGroen is alles vervolgens gestrand: ‘zonder
ondersteuning en kennis strandt het. Als je wilt dat bewoners en bedrijven aan de slag gaan dan moet
je dat proces voeden en helpen en er beleid op ontwikkelen.’ (citaat uit gesprek met gemeenteraad). Er was geen medewerking van het toenmalig college met betrekking tot het raadsinitiatief.
Externe stakeholders geven aan ‘De laatste 2-3 jaar is de gemeente geslotener geworden.’ In 2016 heeft het bedrijfsleven de raad geholpen bij bewonerssessies. De duurzaamheidsvisie is ambtelijk opgesteld. Eind 2017/2018 zijn er bewonersavonden georganiseerd in het kader van de
energietransitie, waarbij bewoners zijn geïnformeerd wat zij kunnen doen. Op deze avonden merk je
niets van duurzaamheid of Fairtrade, aldus de inwoners en maatschappelijke organisaties die in het
onderzoek betrokken zijn. Ambtelijk is aangeven dat bij de duurzaamheidsacties men de wijken in is
gegaan en dat dit met het bedrijfsleven is afgestemd. In 2018-2019 zijn bijeenkomsten geweest over duurzame elektriciteitsopwek. In 2017/2018 zijn veel stakeholders geconsulteerd over het
uitvoeringsplan duurzaamheid 2018-2019 en ze zijn betrokken bij de prioritering binnen de
duurzaamheidsvisie. Voor de Transitievisie Warmte is een transitietafel ingericht en er worden diverse activiteiten, waaronder de Duurzaamheidsvierdaagse, georganiseerd. Het beeld ontstaat dat er
verschillende perspectieven zijn aangaande de betrokkenheid van de samenleving.
Het bedrijfsleven signaleert dat de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn lijkt te zijn geschreven
en vastgesteld zonder dat ambtenaren, college en raad wisten of dit doel wel haalbaar was (en is). De ambities lijken gebaseerd te zijn op verouderde kennis. Bedrijven verwachten dat de gemeente(n) regionale en landelijke kennis delen en op de hoogte zijn van actuele mogelijkheden.
Het bedrijfsleven in Waddinxveen is goed georganiseerd met het Ondernemers Platform Waddinxveen (OPW),, Duurzaamheids Platform Waddinxveen (DPW) en Duurzaamheidsplatform Midden-Holland. Zij
zijn gesprekspartner voor de gemeente en nemen initiatieven richting de bedrijven.
In de duurzaamheidsvisie 2015-2025, “Waddinxveen voor de mensen van nu en hierna”, staat: Maatschappelijke betrokkenheid Omdat een duurzame samenleving alleen kan bestaan als die is ingebed in de hele maatschappij, staat samenwerking met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en inwoners voorop. Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking met de diverse partijen. De gemeente roept de inwoners van Waddinxveen op om mee te helpen bij het waarmaken van de ambities. Zij moedigt initiatieven van inwoners en het bedrijfsleven aan. Verderop in de duurzaamheidsvisie staat dat deze tot stand is gekomen met de samenleving, o.a. na
twee bewonersavonden, ideeën van inwoners, gesprekken met duurzaamheidsplatform Waddinxveen
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
14
en professionele organisaties, andere bijeenkomsten en de uitkomsten van de raadswerkgroep duurzaamheid en stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland.
Ambtenaren geven aan dat zij voor prioritering van de doelen en maatregelen (voor 2018/2019 bij het opstellen van de duurzaamheidsvisie) de samenleving en wijken ingegaan zijn met bewonersavonden, hetgeen geleid heeft tot ‘een gezonde basis met draagvlak bij bewoners.’
Bij het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) zijn overheden en maatschappelijke partijen betrokken: partijen als gemeenten, provincie, waterschappen, energiecoöperaties, duurzaamheidsplatforms (zowel van bedrijven als van inwoners), woningcorporaties, onderwijsinstellingen, LTO,
milieufederatie, Stedin, Alliander. Zij zijn vertegenwoordigd in de stuurgroep (bestuurlijk niveau) en de werkgroepen (operationeel niveau) voor elk van de drie programmalijnen elektriciteit, warmte en communicatie/besluitvorming.
Onderzoekers constateren dat bewoners en bedrijven door de raad betrokken zijn voor initiatieven uit de samenleving. Ambtenaren hebben bij de ontwikkeling van de duurzaamheidsvisie wel de samen-
leving gehoord, maar bewoners en bedrijven hebben niet ervaren dat zij betrokken waren en zijn. De samenleving is betrokken om input te leveren voor beleid, zonder dat bij betrokkenen duidelijk was
dat dit gericht was op verdergaande samenwerking. Dit geldt ook voor de recente contacten voor de
duurzaamheidsacties 2018/2019 en de energietransitie. Ambtenaren geven aan dat er een cultuur van beleidsparticipatie is (locatie afvalstation, keuze welke bomen, wijkplatforms, bijeenkomsten etc). De
gemeente blijft met betrokken partijen in gesprek: ambtelijk is frequent overleg met de Fairtrade werkgroep en WADDgroen, er worden nu burgermetingen gedaan, er is voor de TVW een
transitietafel. Met DPW is een duurzame ondernemersprijs georganiseerd in 2018. Verwachtingen bij
bedrijven en maatschappelijke organisaties enerzijds en de gemeente anderzijds blijken van elkaar te verschillen.
Participatie beschreven voor de uitvoeringsfase De duurzaamheidsvisie geeft in de inleiding het belang van de maatschappelijke betrokkenheid aan. In
een apart hoofdstuk communicatie en educatie is aangegeven dat ‘kennis en bewustzijn bij inwoners met betrekking tot duurzaamheid in 2025 verbeterd moet zijn ten opzichte van 2015’. Onder meer door: o
o
o
o
de bewonersbetrokkenheid te monitoren;
goede voorbeelden te delen, waaronder die van de gemeente zelf
investeringen te doen in natuur-en milieueducatie jongereninitiatieven te stimuleren.
Als risico’s worden gesignaleerd (1) te weinig budget en capaciteit en (2) dat inspanningen van inwoners en ondernemers onvoldoende opleveren.
Bij het bedrijfsleven wordt duurzaam / maatschappelijk verantwoord ondernemen gestimuleerd en er is een revolverend fonds ingesteld (in 2016 en 2017 is jaarlijks €50.000 ingezet). (bron:
duurzaamheidsvisie 2015-2025). Op de gemeentewebsite is hier niets over te vinden. Het budget bij
de duurzaamheidsvisie was bij het opstellen €12.473/jaar plus een inzet van 900 uur/jaar.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
15
Onderzoekers signaleren dat in het beleid wel het belang van de inzet van de samenleving is
aangegeven: specifiek aandachtspunt voor 2018-2019 actiepunten was versterken samenwerking
Fairtrade en DPW. Er is echter onvoldoende is vastgelegd in de duurzaamheidsvisie om te komen tot het opbouwen van een samenwerkingsrelatie met een participatieve samenleving, die door de overheid ondersteund wordt (zie verder §4.3 rol van de gemeente). Interne integrale doorwerking De duurzaamheidsvisie is een veelomvattend beleidsdocument, dat intern in andere beleidsvelden doorwerkt. De inhoudelijke thema’s in de duurzaamheidsvisie zijn: o
duurzame leefomgeving (waaronder milieuthema’s water, bodem, lucht, geluid, fijnstof, externe
o
Verbetering energie en CO2-prestatie (waar onder mobiliteit, gebouwede omgeving en
o
veiligheid en de thema’s ruimtelijke ordening en groen en natuur)
energieopwekking en de gemeentelijke organisatie)
Naar een circulaire economie (waaronder circulaire economie en grondstoffen/afval)
De actualiteit rond het beleid van de energietransitie (RES en transitievisie warmte), klimaat en
omgevingsvisie zorgt voor doorwerking van deze thema’s naar andere beleidsvelden. Ambtelijk is er op gewezen dat de doelen van de duurzaamheidsvisie moeten landen in de omgevingsvisie.
3.3 Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen Toetsingscriterium Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? 1.4 Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? Gemeente Waddinxveen streeft ernaar om op termijn alle benodigde energie binnen de gemeente op hernieuwbare wijze op te wekken. De Duurzaamheidsvisie 2015-2025 ‘Waddinxveen voor de mensen van nu en hierna’ is de reisgids van de gemeente naar duurzaamheid voor de periode tot 2025. De stippen op de horizon die worden genoemd, zijn als volgt. •
Waddinxveen heeft in 2025 een leefomgeving die gezondheid en welbevinden van mensen positief beïnvloedt.
• •
Waddinxveen is in 2025 CO2-neutraal en wekt tenminste 25% van haar energie duurzaam op.
Grondstofcycli zijn in 2025 voor 50% gesloten op een zo laag mogelijk schaalniveau.
(Bron: voortgangsrapportage Enervisa 2017 Waddinxveen)
Omdat de doelen 2025 -o.a. voor energieneutraal 2025- onhaalbaar bleken is besloten om tweejarenplannen te maken.In de hieronder weergegeven kaart kunnen via de link
(http://www.bimaproductions.nl/klanten/gemeente_waddinxveen_v4/) interactief de acties bekeken
worden.
Deze duurzaamheidsacties geven haalbare maatregelen weer voor die periode, echter het doel van
2025 is wel blijven staan. Via beleid als de RES en Omgevingsvisie zal dit herzien worden. Hieronder de
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
16
figuur van de duurzaamheidsacties 2018-2019. Voor na 2019 is een dergelijk document ten tijde van het onderzoek 1 niet aangetroffen.
Per thema: o
Klimaatadaptatie: Het lokaal beleid zal nog verder invulling moeten geven aan het landelijk beleid uit de nationale Strategie Klimaatadaptatie. Beleidsmatig wordt voldaan aan stresstesten en risicodialogen. In het groenbeleid is aandacht voor bewonersparticipatie en
hittestress/droogte/waterberging. In het nieuwe groenbeleid na 2020 zal duurzaamheid en klimaat nog extra aandacht krijgen. o
Energie: De doelstelling van Waddinxveen is verdergaand dan de landelijke doelsteling. De
doelstelling om in het jaar 2025 CO2-neutraal te zijn en om 25% van de energie duurzaam op te
wekken is ambitieus. Met in 2017 7% minder energiegebruik en 1,7% duurzame opwekking wordt
dit doel niet behaald en levert Waddinxveen nog onvoldoende bijdrage aan de landelijke
doelstellingen. In het proces van de regionale energiestrategie (RES) en transitievisie warmte krijgt
dit nader vorm.
Circulaire economie: Met de doelstelling voor afval van 100 kg restafval per inwoner per jaar, 75% afvalscheiding, 80% recycling en 60% hergebruik is het beleid conform het landelijk beleid. Voor
2025 geldt als doelstelling dat deze percentages nog eens met 5% verbeterd zijn. De acties die zijn ingezet, zijn succesvol geweest: het percentage afvalscheiding is gestegen van 44% in 2015 naar 70% in 2018. De hoeveelheid restafval is in 2018 119 kg en de prognose is dat dit in 2019 een
Het nieuwe actieplan 2020-2021 is vastgesteld door het college in februari 2020 en ter kennisname aan de gemeenteraad verstrekt. Er komt een nieuwe interactieve kaart en een leesbare versie op de website.
1
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
17
vergelijkbare hoeveelheid is. Er is nog een stap te maken om het landelijk doel van 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025 te halen.
In de duurzaamheidsvisie is een van de drie ambities: “Grondstofcycli zijn in 2025 voor 50%
gesloten op een zo laag mogelijk schaalniveau.” Dit beleid is vooruitstrevender dan het landelijk
programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord dat in 2050 volledig circulair wil zijn en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen nastreeft. Vraag is of lokaal circulair haalbaar is in 2025.
o
Mobiliteit: Het beleid uit de duurzaamheidsvisie/ duurzaamheidsacties 2018-2019 en uit het
regionaal verkeer- en vervoerplan (RVVP) en een mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 geven
invulling aan het beleid voor duurzame mobiliteit. Daaronder vallen het stimuleren van elektrisch
vervoer, laadinfrastructuur, stimuleren van fietsgebruik en verduurzamen van mobiliteitsgedrag,
alsook de eigen gemeentelijke maatregelen: duurzame inkoop eigen wagenpark, duurzame inkoop doelgroepenvervoer en emissieloos vervoer in 2030.
o
Biodiversiteit: Landelijk zijn er diverse wetten en regels aangaande natuur (zie bijlage 2) en de
provincie is uitvoerende overheid voor het natuurbeleid. In het coalitieakkoord van de provincie
Zuid-Holland is onder andere opgenomen dat de provincie wil voldoen aan Natuurpact uit 2013, Kaderrichtlijn Water (KRW), realisatie Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het behouden en
beschermen de Natura2000-gebieden. Voor het Groene Hart geldt grote voorzichtigheid ten
aanzien van bebouwing, zonneweides en windmolens. Met de Groenalliantie wordt bijgedragen
aan de biodiversiteitsdoelen. De gemeente heeft haar eigen groenstructuur en groenbeleidsplan, dat is uitgewerkt in het uitvoeringsplan groen 2016-2020.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
18
4. Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke prestaties 4.1 Waar staat de gemeente? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welk resultaat is bereikt op elk thema?
Er is niet gerekend ‘van maatregel naar effect’, d.w.z. er is niet in detail nagegaan in hoeverre elke
voorgenomen maatregel daadwerkelijk is uitgevoerd en hoe deze heeft bijgedragen aan de eigen
doelstelling. Wel is op een hoger niveau gekeken naar de overall prestatie op elk thema. Zo wordt
duidelijk op welk(e) (sub)thema(’s) er voor de gemeente extra inspanningen wenselijk zijn om de eigen en/of landelijke doelen te behalen. Of de gemeente deze inspanningen ook daadwerkelijk kan leveren, is niet alleen afhankelijk van beschikbare capaciteit, budget en bestuurlijke focus, maar vaak ook van externe factoren, zoals beschikbare ruimte of beperkende regelgeving.
Om inzicht te krijgen in de overall prestatie van de gemeente is gebruik gemaakt van verschillende landelijke benchmarks 2: o
de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI)
o
de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten (Telos, versie 2018-de meest recente versie op
o
Afvalmonitor (ministerie van I&W), gegevens 2018
4.1.1
Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI) 2018
het moment van onderzoek)
Bij de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2019 (www.gdi.databank.nl) scoort Waddinxveen een 5,9. Het landelijk gemiddelde is 5,8. Hieronder zijn de printscreens van de website opgenomen. Op het
onderdeel milieu en energie scoort Waddinxveen 5,0, het landelijk gemiddelde is 5,1. Waddinxveen scoort zeer slecht op • • • • •
2
Vervoerswijze
(Score 3,7; NL 3,9)
Hernieuwbare energie
(Score 1,9, 3,7 kWh/jr*inw; NL 5,75 kWh/jr*inw)
Natuur
(Score 3,1, 1,5%; NL 12,5%)
CO2 woningen Water
(Score 3,8, 1,68 ton; NL 2,01 ton)
(Score 2,3; NL 3,4)
Daarnaast is de Klimaatmonitor beschikbaar, waarin op gedetailleerder niveau informatie beschikbaar
is. Dat detailniveau voert te ver voor dit onderzoek. Ook is Waarstaatjegemeente.nl beschikbaar. Hiervan is geen gebruik gemaakt omdat deze monitor grotendeels gebaseerd is op dezelfde informatie als de GDI.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
19
4.1.2
Nationale monitor duurzame gemeenten (rapport 2019)
TOTAALSCORE SCORE 48,0
RANK 287
ONTWIKKELING 8
SOCIAALCULTUREEL KAPITAAL SCORE RANK 50,4 239
ECOLOGISCH KAPITAAL SCORE 40,5
RANK 350
ECONOMISCH KAPITAAL SCORE RANK 53,0 54
De totaalscore is plaats 287 van 380 onderzochte gemeenten en de score op ecologisch kapitaal is plek 350 van de 380 onderzochte gemeenten.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
20
4.1.3
Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid
Klimaatadaptatie
Er zijn stresstesten en risicodialogen uitgevoerd. In het groenbeleid is aandacht voor
bewonersparticipatie en hittestress/droogte/waterberging. In het nieuwe beleid na 2020 zal duurzaamheid en klimaat daar nog extra aandacht krijgen. o
met de stresstesten en risicodialogen is/wordt voldaan aan landelijk beleid. De ODMH organiseert klimaatateliers. In dit onderzoek is niet met zekerheid vastgesteld of daarin en in ander beleid de uitkomsten van de stresstesten bekeken worden. Wel is bij het verbreed gemeentelijk
rioleringsplan (vGRP) al rekening gehouden met afkoppeling van regenwater en de opvang van
regenwater bij grote buien. In welke mate de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en het
groenbeleid adequaat is voor klimaatadaptatie, is niet duidelijk. Het lijkt er op dat Waddinxveen bij actualisatie van beleid rekening houdt met de nationale strategie klimaatadaptatie en de
uitkomsten van de stresstesten, maar dit is nog niet gebleken.
In de duurzaamheidsacties 2018/2019 zijn geen acties opgenomen voor beter bodemgebruik, de
provincie beschrijft dit voor het Groene Hart als een aandachtspunt. Een visie op grondgebruik is
in ontwikkeling en wordt t.z.t. verwerkt in de omgevingsvisie. Energie
Bron: voortgangsrapportage Enervisa 2017 Waddinxveen In Enervisa 2017 staat: “Om in 2025 klimaatneutraal te zijn is nog een CO2-reductie nodig van 327.900 ton per jaar. De afgelopen jaren neemt de CO2-uitstoot juist licht toe. De doelstelling om in 2025 25%
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
21
hernieuwbare energieopwekking te realiseren, wordt op dit moment ook nog niet gehaald. Er is tot nu toe een kleine stap gezet van 3,2% door voornamelijk windturbines te plaatsen.” Het totale energiegebruik (excl. Auto[snel]wegen) van Waddinxveen is gedaald van 3.534 TJ in 2011
naar 3.288 PJ in 2017, ofwel 7,0% daling. De doelstelling van 25% duurzame opwekking in 2025 wordt waarschijnlijk niet gehaald en het landelijk doel van 14% duurzame opwekking uit het SER
Energieakkoord in 2020 evenmin. De duurzame energieopwekking in Waddinxveen 1,7% en het landelijk bemiddelde is 5,8% (bron gemeentelijke DuurzaamheidsIndex).
Er wordt een transitievisie warmte ontwikkeld en regionaal wordt de Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld. In de RES wordt het bod van de regio neergelegd voor de duurzame energieopwekking
(landelijk is 35 TWh opwekking op land afgesproken voor alle RES-regio’s gezamenlijk)). Een onderdeel
van de RES is de Regionale Warmtestructuur, waar regionaal naar warmtebronnen wordt gekeken.
Eerst worden bij de RES de technische mogelijkheden in beeld gebracht. Het wordt een opgave voor vele stakeholders samen waaronder de netbeheerder, woningbouwcorporaties, woningeneigenaren, bedrijven etc.. Vervolgens is de vraag welke rollen de gemeente heeft bij de diverse projecten.
Bijzonder onderdeel bij (duurzame) energie vormen de biomassacentrales (BMC’s). Deze vorm van energieopwekking met groen restafval wordt als duurzame energieopwekking gezien.
Wetenschappelijk onderzoek en de publieke opinie hebben deze vorm van energieopwekking de
afgelopen jaren minder positief beoordeeld. Zie hiervoor ook de pagina op de gemeentewebsite 3, met achtergrondinformatie. De gemeente heeft de vergunningaanvragen goedgekeurd voor drie biomassacentrales. En er is een kleine BMC bij het zwembad.
Tegenstanders hebben bezwaar tegen de uitstoot van fijnstof en de uitstoot door het transport van
groen naar de BMC’s, dit naast het transport van het distributiecentrum op de Vredenburghlaan. De
drie locaties komen binnen een straal van 1 km. In september 2020 wordt het gerechtelijk beroep voor
de drie BMC’s gezamenlijk behandeld. Toen bleek dat het warmtenet Rotterdam-Leiden waarschijnlijk niet zou worden uitgevoerd, opteerden de BMC’s om hun warmte aan nieuwbouwwoningen te
leveren. De gemeente denkt na over beleid voor kleinere BMC’s. Bedrijven die straks aardgasloos zijn, moeten in hun proceswarmte kunnen blijven voorzien.
Waddinxveen is van de vier onderzochte gemeenten de eerste die naar buiten ging met het
aardgasvrij-thema (al in 2018), met de toon ‘wij weten het ook nog niet precies maar we willen in elk geval open communiceren’. Er is een pagina op de gemeentewebsite: https://www.waddinxveen.nl/aardgasloos-wonen
Team duurzaamheid en economie werken samen aan de verduurzaming van bedrijven. Ze richten zich op wettelijke taken, maar doen ook DPL-scans (=duurzaamheidsprofiel) voor twee bedrijventerreinen,
uitgevoerd door de ODMH. Op basis van de uitkomsten worden acties geformuleerd, samen met ondernemers en Duurzaamheids Platform Waddinxveen (DPW). Circulaire economie
De afvalscheiding in Waddinxveen is bij huishoudens 46% (bron gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2017; landelijk gemiddelde 55%) en 70% in 2018 (bron: cijfers gemeente). Het doel is 75%
afvalscheiding in 2020 en 100kg restafval per inwoner per jaar. De landelijke afvalmonitor geeft aan
3
https://www.waddinxveen.nl/biomassacentrales-waddinxveen
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
22
dat in 2017 dit 217 kg/inwoner/jaar was. Begin 2018 was de hoeveelheid restafval gedaald tot 122 kg/inwoner per jaar zo wordt in de duurzaamheidsacties 2018-2019 gemeld.
Het is niet bekend of de doelstelling gehaald wordt om 50% van de grondstofcycli te sluiten op een zo laag mogelijk schaalniveau. Er zijn diverse activiteiten gaande op dit vlak (zie 4.2). Ook is het manifest
MVI ondertekend en een bijbehorend actieplan opgesteld, waar circulaire economie/inkoop deel van uitmaakt.
Mobiliteit
Met het regionaal verkeer- en vervoerplan (RVVP) en mobiliteitsplan 2013-2020 wordt invulling
gegeven aan landelijk en provinciaal beleid. Het mobiliteitsplan wordt geactualiseerd in 2020, waarbij er meer aandacht komt voor duurzaamheid.
In de duurzaamheidsacties 2018-2019 is al aandacht voor oplaadpalen voor elektrische auto’s, vellig
fietsen, treinstation Triangel, mobiliteitsbeleid bedrijventerreinen, gemeentelijke voertuigen elektrisch en mogelijkheden OV/deelfietsen. De laadpalen voor auto en fiets voor het gemeentehuis zijn
onderdelen van de voorbeeldrol die de gemeente neemt. Bij onderhoud wordt gedaan wat mogelijk is
in onderhoud gebouwen, sportvelden, scholen. Voor elektrische wagens van de gemeente zijn tweedehands wagens aangeschaft zodat deze binnen budget gekocht konden worden.
Het mobiliteitsbeleid lijkt ten opzichte van andere onderwerpen wat ondergesneeuwd te zijn. De
discussie rond de BMC’s beïnvloedt ook het mobiliteitsbeleid. Er zijn rondwegen en de parallelweg A12
aangelegd, mede vanwege distributiecentrum en de BMC’s (aanvoer groenafval). De parallelwegenstructuur moeten het snelwegennet ontlasten. Een van de geïnterviewden noemt Waddinxveen een ‘zeer auto-vriendelijk dorp’ en ’het verkeer dramatisch rond de hefbrug’. De hefbrug en
toegangswegen zijn onderdeel van provinciaal beleid. Vrachtverkeer zou aan de westkant weggehaald
moeten worden door de oostkant beter bereikbaar te maken. Er zou aan de Westkant een rondweg moeten komen, zodat verkeer het dorp uitgaat. Schoolgaand fietsverkeer Reeuwijk-WaddinxveenBodegraven wordt niet als veilig ervaren. Zo geven geïnterviewden aan. Biodiversiteit
De gemeente geeft invulling aan haar deel van het biodiversiteitsbeleid van rijk en provincie. Dit
gebeurt met de groenstructuur en het groenbeleidsplan. Met de Groenalliantie Midden-Holland wordt bijgedragen aan de biodiversiteitsdoelen, vanuit een recreatief vertrekpunt. De 13 projecten als
compensatie van de bomenkap voor de A12 zijn in uitvoering. Het afwegingskader om
biodiversiteitswaarden af te zetten tegen waarden van bewoners en anderen is een goed middel. De wens bij inwoners is meer duidelijkheid aangaande bomenbeleid in relatie tot duurzaamheid:
mogen bomen gekapt worden voor een zonneweide of niet? Met de provincie wordt Berm komt tot bloei uitgevoerd, locaties zijn niet geborgd in beleid, samenleving vraagt daar wel om evenals bijv.
vlinderstruiken. Wens bij bewoners is om jaarlijks acties te houden die stimuleren dat bewoners zelf
acties uitvoeren (zoals regenton, of vlinderstruik of steen eruit/plant erin)
De gemeente heeft of neemt zelf een minder grote rol in de simulering van biodiversiteit. Dit is
neergelegd bij de Groenalliantie. 4 Budget voor meer groen in gemeente is opgeheven, maar de motie Groenalliantie is verlengd lokaal bestuur. Dus als Groenalliantie daar dingen in doet, betekent dat dat de facto de gemeente dat doet. 4
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
23
dat voor elk huis een boom wordt aangeplant is aangenomen, zo komt die via achterkant binnen (mits uitvoering haalbaar blijkt). ‘Voor biodiversiteit sturen we op kwaliteit en ‘niet op stengeltjes’, aldus de ambtenaren. In de duurzaamheidsacties 2018-2019 is aandacht besteed aan Operatie Steenbreek
(steen eruit, groen erin), deelname verkiezing groenste gemeente; fijnstofmeting; stimulering
groendaken. Boomfeestdag basisschoolleerlingen; aanplant nieuwe bomen en gewas, beheren openbaar groen bewoners, ontwikkelingen polder Bloemendaal, etc.
4.2 Inhoudelijke uitdagingen Toetsingscriterium 2.2
Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?
Energietransitie 1.
De grootste uitdaging ligt op dit moment bij de energietransitie. De ontwikkeling van de regionale
energiestrategie (RES), Transitievisie Warmte en komen tot een aanpak voor aardgasvrije wijken vormen de komende tijd voor alle gemeenten in het land een grote opgave. Naast beleid en doelen gaat het ook om het betrekken van de stakeholders als bedrijfsleven, organisaties,
woningbouwcorporaties, netbeheerders en bewoners. De technische, ruimtelijke en sociale
gevolgen en mogelijkheden worden momenteel voor de regio en voor elke gemeente in kaart
gebracht. Een grote uitdaging lijkt er te liggen bij voldoende netcapaciteit, waar de netbeheerder
niet ‘speculatief’ de capaciteit mag uitbreiden. Daarbij komen ook vraagstukken naar voren als
wel/geen warmtenet vanuit de haven van Rotterdam en wel of geen windmolens in het Groene Hart. Het is door ambtenaren als frustrerend ervaren dat budgetten bij de transitievisie warmte
(TVW) zijn verlaagd, terwijl er in de toekomst nog veel middelen nodig zijn voor het concretiseren en uitvoeren van de energietransitie. Dit kwam doordat de gemeente aan het bezuinigen was en
concrete besteding van het TVW-budget nog niet geheel duidelijk was. Klimaatadaptatie 2.
De komende tijd moet een uitvoeringsagenda worden opgesteld, waarmee een klimaatbestendige
inrichting bereikt wordt. Daarbij moet ook aandacht zijn voor de uitkomsten van de stresstesten en risicodialogen. Het Groene Hart is als een van de laagstgelegen punten van Nederland kwetsbaar.
Circulaire economie 3.
De hoeveelheid huishoudelijk restafval is al verkleind naar 122 kg/inwoner, het doel van 100kg in
2020 lijkt binnen bereik. Het doel voor 2025 van 30kg restafval/inwoner/jaar wordt een uitdaging. In de duurzaamheidsvisie zijn scherpe doelen gesteld van 75% afvalscheiding, 85% recycling en
4.
60% hergebruik.
50% hergebruik materialen. Hiertoe is de gemeente gestart met een grondstoffenanalyse
bedrijventerreinen, deelname betonconvenant, pilotprojecten duurzaam inkopen, workshop
circulair ondernemen. De doelstelling uit de duurzaamheidsvisie is ambitieus. De vraag is wat er mogelijk is op lokale schaal en welke rol je daarin als gemeente kan vervullen. Intensieve
samenwerking met bedrijfsleven (met name Ondernemers Platform Waddinxveen (OPW) en
Duurzaamheids Platform Waddinxveen (DPW), VVE Gouwepark, ondernemersvereniging /parkmanagement bedrijventerreinen en andere stakeholders (woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars) zijn daarin van belang.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
24
5.
Een gemeente kan een voorbeeldrol pakken als het gaat om duurzaamheid. Door echt werk te maken van circulair/maatschappelijk verantwoord inkopen (zoals de huidige deelname aan
Manifest MVI) en door de eigen gebouwen energieleverend /klimaatadaptief te maken, door
groen en inrichting te verduurzamen en het gebruik te verduurzamen ontstaat een interne cultuur binnen de gemeente die uitstraalt naar bewoners en bedrijven en die doorwerkt in al het andere beleid van de gemeente. Duurzame mobiliteit 6.
Op het gebied van mobiliteit ligt de uitdaging bij het actualiseren van het mobiliteitsplan 20132020. Er doen zich rond de parallelwegenstructuur, distributiecentrum, biomassacentrales en
hefbrug mobiliteitsknelpunten voor, die vragen om een rondweg aan de westkant, autoluw maken van het dorp en vellige fietsvoorzieningen voor scholieren. Deze mobiliteitsvraagstukken kunnen gecombineerd worden met duurzaamheid zoals elektrificatie van mobiliteit, laadinfrastructuur, stimuleren van fiets en OV en gemeentelijk wagenpark/mobiliteit. Biodiversiteit 7.
In de 13 projecten uit het Uitvoeringsplan Groen wordt aan biodiversiteit invulling gegeven.
Daarnaast wordt geleund op provinciaal beleid en de Groenalliantie Midden-Holland. De
gemeente kan zelf een pro-actiever beleid voeren om biodiversiteit te stimuleren. Het aandeel
natuur is met 1,5% erg laag. Overall 8.
De ruimtelijke inpassing van maatregelen gericht op (duurzame) energie in relatie tot een
toekomstbestendige gemeente met voldoende groen, bedrijvigheid, mobiliteit etc. vergt een goede afweging. De ontwikkeling van de omgevingsvisie en het daaruit voortvloeiende
omgevingsplan kan niet losgezien worden van het beleid ten aanzien van duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie. 9.
Participatie is van groot belang om de hele samenleving energieneutraal, klimaatbestendig en
circulair te krijgen. Waddinxveen heeft een al langer bestaande participatiecultuur van bewoners, bedrijven/ondernemersverenigingen en maatschappelijke organisaties. Dit neemt niet weg dat
verwachtingen/beelden soms verschillend zijn. Meer gezamenlijke doelen en samenwerking kan bijdragen aan realisatie van het beleid (zie ook model in §6.3).
10. Overall is de uitdaging om binnen het duurzaamheidsbeleid van gemeente en regio de
verbinding te maken tussen de onderdelen. Er spelen een aantal complexe opgaven tegelijkertijd: in 2050 moet Nederland energieneutraal (klimaatneutraal, CO2-neutraal), klimaatbestendig (water, hitte, droogte) en circulair (grondstoffen) zijn. De gemeente heeft er een rol in om te zorgen dat de ene ontwikkeling niet ten koste gaat van de andere en dat de ruimte weloverwogen wordt verdeeld.
11. Er is inzicht nodig in wat er nodig is om de doelen te behalen en of dit beschikbaar (te maken) is. Deze behoefte bestaat intern, zodat er meer grip ontstaat op de uitvoering en voortgang. Ook is
deze behoefte er bij inwoners en bedrijven, zij willen graag weten wat er van hen verwacht wordt en in welke mate en hoe de gemeente daarbij ondersteunt.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
25
5. Bevindingen deelvraag 3: proces In dit hoofdstuk is beschreven op welke manier intern en extern wordt samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities. Er is aangegeven welke rol de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving hebben.
5.1 Interne samenwerking Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Interne samenwerking gemeenteraad, college van B&W, ambtelijke organisatie De duurzaamheidsvisie werkt door in de andere beleidsvelden en de ambitieuze doelstellingen voor
energie en circulaire economie hebben bijvoorbeeld ook hun impact op de inzet van de gemeente bij de Regionale Energiestrategie (RES) en de omgevingsvisie. In het groenbeleid en afvalbeleid komt de ambitie uit de duurzaamheidsvisie terug.
College en raad staan achter de ambitie, zoals ook blijkt uit het coalitieprogramma 2018-2022, dat de
duurzaamheidsvisie als bestaand beleid overneemt. In het collegeprogramma is aangeven dat de gemeente onderzoek doet naar geschikte locaties voor duurzame energieopwekking en jaarlijks
prioriteiten van de duurzaamheidsvisie aangeeft voor de komende twee jaar.
De gemeenteraad heeft bij het opstellen van de duurzaamheidsvisie een initiërende rol vervuld met
bewonersinitiatieven. De raad is dit nauw blijven volgen. Gesignaleerd wordt dat de vragen vanuit de
raad de betrokken ambtenaren veel tijd kosten. Dat er budget bezuinigd is bij de transitievisie warmte
omdat de invulling nog niet concreet was, is als frustrerend ervaren, omdat de energietransitie juist
extra capaciteit en middelen vergt. Ook zijn er uren bij de Omgevingsdienst weggehaald, waardoor er minder slagen bij bedrijven gemaakt kunnen worden. De gevolgen van de stijgende kosten in het
sociaal domein lijken op die manier verkeerd door te werken in het domein duurzaamheid.
De beschikbare capaciteit is met 3,15 fte (incl. 0,61 extern) en binnenkort een seniormedewerker voor het verbinden van het duurzaamheidsprogramma met andere grote trajecten adequaat. Capaciteit is
adequaat voor de prioriteiten van steeds twee jaren, maar onvoldoende om de duurzaamheidsvisie uit te voeren. Tevens is hierbij geen rekening gehouden met de extra inzet die nodig is voor
energietransitie, aardgasvrije wijken, Omgevingswet en de communicatie/participatie die daarbij hoort. Daarnaast zijn er in de andere beleidsvelden collega’s ook actief bezig met duurzaamheid.
5.2 Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)? 3.2 Hoe en in hoeverre worden de gemeenteraden geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen?
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
26
In 2015 is de raad initiërend geweest en is met de duurzaamheidsvisie het kader gesteld. De raad is
wel steeds geïnformeerd en dit heeft geleid tot de conclusie dat de doelen voor met name energie (energieneutraal in 2025 en 25% duurzame energieopwekking in 2025) niet haalbaar zijn. De raad
heeft daarop niet aan het college gevraagd de doelen aan te passen. Met de tweejarenplannen wordt nu gewerkt aan haalbare doelen voor die twee jaar. (Hierin zijn grote veranderingen rond
energietransitie en omgevingswet nog niet meegenomen, dit is nog in ontwikkeling. Tweejarenplan 2020/2021 was ten tijden van het onderzoek nog niet vastgesteld).
Jaarlijks wordt de raad geïnformeerd over de voortgang en om het jaar worden de doelen voor de
volgende periode van twee jaar vastgesteld, binnen de prioritering die eerder heeft plaatsgevonden.
5.3 Externe samenwerking Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? In het collegeprogramma is aangegeven dat het college in 2018 een leidraad samenlevingsparticipatie opstelt en deze in 2019 vaststelt en dat een leidraad wijkgericht werken in 2019 wordt opgesteld en
vastgesteld.
De samenleving is op verschillende manieren betrokken. Dit was het geval bij aanvang in 2015 van de duurzaamheidsvisie voor bewonersinitiatieven (een initiatief van de raad met tegenwerking van het
college). Maar breder dan dat heerst er een participatiecultuur in Waddinxveen. Bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, sportverenigingen, onderwijs etc. zijn betrokken bij de beleids-
ontwikkelingen en realisatie. De gemeenten heeft regelmatig overleg met partijen in de samenleving zoals Ondernemersplatform, Duurzaamheidsplatform, WaddGroen, Onderwijs, Wijkplatforms etc.