Bijlage A. Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen def 250883
Tekst van het document
UITVOERINGSPROGRAMMA MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN DE FYSIEKE VOORZIENINGEN WAT, WAAR, WANNEER EN TEGEN WELKE KOSTEN 25-03-2025
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1
2
Aanpak ............................................................................................................................................. 4 1.1
Lokale behoefte toetsen ............................................................................................................. 4
1.2
Locatieonderzoek ....................................................................................................................... 6
1.3
Opstellen van een agenda ......................................................................................................... 7
Behoeftebepaling(en) ....................................................................................................................... 9 2.1
Onderwijs .................................................................................................................................... 9
2.2
Kinderopvang ........................................................................................................................... 10
2.3
Zorg .......................................................................................................................................... 11
2.4
Welzijn ...................................................................................................................................... 12
2.5
Buitensport ............................................................................................................................... 13
2.6
Binnensport .............................................................................................................................. 15
2.7
Kunst & Cultuur ........................................................................................................................ 17
3
Locatiestudie .................................................................................................................................. 20
4
Agenda ........................................................................................................................................... 22 4.1
Fysieke Maatregelen ................................................................................................................ 22
4.1.1
De Dreef ........................................................................................................................... 22
4.1.2
Sportpark De Sniep ......................................................................................................... 23
4.1.3
Sport(velden) in buitengebied .......................................................................................... 25
4.1.4
Schaatsbaan langs Zuiveringspad................................................................................... 26
4.1.5
Noordkade ....................................................................................................................... 26
4.1.6
Puttelaan .......................................................................................................................... 27
4.1.7
Alberdingk Thijmlaan / Gouwebos ................................................................................... 27
4.1.8
Vrijkomende locaties ........................................................................................................ 28
4.2
Niet fysieke maatregelen .......................................................................................................... 28
4.2.1
Wadwijzer + CJG ............................................................................................................. 28
4.2.2
Gezondheidscentra .......................................................................................................... 28
4.2.3
Binnensport ...................................................................................................................... 29
4.2.4
Overige maatregelen ....................................................................................................... 31
4.2.5
Energievoorziening maatschappelijke voorzieningen tijdens netcongestie .................... 32
4.3
Prioritering ................................................................................................................................ 33
Bijlagen .................................................................................................................................................. 36
2
Inleiding In 2015 woonden er iets meer dan 25.000 mensen in Waddinxveen. Nu 10 jaar later zijn dit er al 35.000 en op basis van het huidige woningbouwprogramma verwachten we dat er in de komende 10 jaar nog eens tegen de 10.000 inwoners bij komen. Dit laat zien dat we het in Waddinxveen belangrijk vinden om iedereen die dat wil in Waddinxveen passende woonruimte te bieden. Maar woningbouw staat niet op zichzelf. Bij woningbouw hoort een passend aanbod van maatschappelijke voorzieningen Bij aanvang van deze bestuursperiode is in het coalitieakkoord ‘Samen groeien aan de Gouwe’ opgenomen dat we willen ‘dat er weer een goede balans ontstaat tussen woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en andere zaken die het prettig wonen en leven maken’. Om prettig te wonen en leven zijn maatschappelijke voorzieningen onmisbaar. Ze zijn het cement in onze samenleving. Denk aan goede huisvesting en passende faciliteiten om verenigingsleven en sport een plek te geven. Terecht kunnen bij een huisarts en andere zorgverleners in de buurt. Een bruisend cultureel hart passend bij de omvang van een groeiend Waddinxveen. En een kwalitatief goed en divers onderwijsaanbod dat de groei aankan. Dit betekent dat er moet worden geïnvesteerd, hier waren we ons bij aanvang van de bestuursperiode al van bewust.
De contouren van de omvang werden duidelijk in de vastgestelde Visie maatschappelijke voorzieningen (maart 2024) en worden nu concreet in dit Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen. Een duidelijk beeld van wat, waar, wanneer en een inschatting van de kosten Een duidelijk lange termijnperspectief op de ruimte die we bieden aan de groei van maatschappelijke voorzieningen is essentieel om gedegen beleid te voeren. Het draagt bij aan grip op de gemeentelijke financiën, maar het geeft verenigingen en organisaties evenzo helderheid over investeringen die zij kunnen doen, het aantal mensen dat ze een plek kunnen bieden. Het is daarom belangrijk dat we vooruitkijken, investeringen plannen en het ook aangeven als we als gemeente niet de mogelijkheid zien bij te dragen aan faciliteiten om in de behoefte te voorzien. We beginnen niet vanaf ‘nul’ In de afgelopen jaren is er al een hoop werk verzet om het aanbod van maatschappelijke voorzieningen uit te breiden of in goede staat te krijgen. Een nieuw zwembad wordt voorbereid, de Gouwehal is recent opgeleverd, de nieuwbouw voor het Coenecoop College, aanleg van nieuwe kunstgrasvelden, verbouwing van de Tennishal, de bouw van multifunctionele accommodaties aan de Parklaan en bij Park Vredenburgh gaat binnen afzienbare tijd van start en er wordt door (lokale) partijen geïnvesteerd in kinderopvang en gezondheidscentra.
Met het uitvoeringsprogramma geven we verder richting aan de inhaalslag die wordt gemaakt. Het geeft houvast om integrale afwegingen te maken bij het plannen van nieuwe of vervangende maatschappelijke voorzieningen. Zo zorgen we ervoor dat er een goede balans ontstaat tussen wonen, maatschappelijke voorzieningen en andere faciliteiten die nodig zijn om prettig te kunnen wonen en leven in Waddinxveen.
3 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
1
Aanpak
De visie als opdracht om te komen tot een uitvoeringsprogramma In maart 2024 stelde de gemeenteraad de Visie maatschappelijke voorzieningen vast. Hierin is op hoofdlijnen bepaald welke rol we als gemeente aannemen wat betreft de verschillende clusters maatschappelijke voorzieningen. Ook kwam op basis van referentiegemeenten een beeld naar voren welke aanbod, in omvang, nodig is als we groeien naar 40.000 inwoners. Het vaststellen van de visie was ook direct het startschot om aan de slag te gaan met het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen (UVP MV). Een concrete agenda om de visie tot uiting te laten komen. Bij het vaststellen van de visie is een aantal moties en amendementen aangenomen die ook richting geven om te komen tot invulling van het uitvoeringsprogramma. Amendement 1: Er werd een actievere rol voor ons als gemeente vastgesteld wat betreft kinderopvang. Door het onderwerp kinderopvang te betrekken bij het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor scholen en in te zetten op het maximaal benutten van kansen voor het realiseren van integrale kindcentra (IKC). Amendement 3: Er werd vastgesteld dat we ons als gemeente actief inzetten om het aanbod van sportvoorzieningen in Waddinxveen te verbeteren. Zowel in het goed onderhouden als het richten op alle sporten die groeien en in prognoses tegen de grenzen van de capaciteit aanlopen.
Motie 1: Er werd bepaald dat de in de visie in kaart gebrachte capaciteiten binnen alle clusters tegen het licht moeten worden gehouden met inzichten van Waddinxveense experts en de raad te informeren over de uitkomsten (dat doen we in dit uitvoeringsprogramma). Daarnaast werd met deze motie bepaald dat in de planning in het uitvoeringsprogramma voorrang moet worden gegeven aan basis- en bewegingsonderwijs en daarbij direct aandacht te hebben voor kinderopvang en het faciliteren van binnensport. De drie stappen Om te komen tot een agenda voor het op niveau brengen van de maatschappelijke voorzieningen hebben we 3 stappen gezet: lokale behoefte toetsen, locatieonderzoek uitvoeren en het opstellen van een agenda.
1.1 Lokale behoefte toetsen In gesprek met lokale experts en aanvullende data De visie maatschappelijke voorzieningen geeft met het referentiekader een stevige basis om te bepalen wat een gemiddeld aanbod is qua maatschappelijk vastgoed. Hierbij geeft de visie uiteenlopende beleidsmatige uitgangspunten om aan te geven hoe we ons als gemeente verhouden tot de behoefte en welke rol we in dit kader oppakken. Maar om te komen tot een concrete agenda was een toets van het referentiekader op de Waddinxveense praktijk nodig. Er is daarom fors ingezet op gesprek met verenigingen en organisaties in het maatschappelijk veld en waar nodig is aanvullend data in kaart gebracht. 1. Er is individueel gesproken met alle sportverenigingen. Er heeft een vervolgbijeenkomst plaatsgevonden met de buitensportverenigingen en een bijeenkomst met de binnensportverenigingen. En er zijn vervolggesprekken gevoerd met de afzonderlijke verenigingen waar de bestaande capaciteit een knelpunt vormt of gaat vormen in de komende 10 jaar. Het Sportplatform heeft deelgenomen aan deze gesprekken vanuit een neutrale adviesrol.
4 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
2. Er is in kaart gebracht wat de ruimte-/veldbehoefte is per buitensport en vereniging, nu en rekening houdend met het huidige woningbouwprogramma. 3. Er is gesproken met een groot aantal lokale partijen in de culturele sector en er is meerdere keren gesproken met de partijen die zijn gehuisvest in Cultuurhuys De Kroon. 4. De leerlingprognoses die horen bij het nieuwe Integraal huisvestingsplan zijn de basis voor de behoefte aan onderwijsvesting en benodigde ruimte voor bewegingsonderwijs 5. Er is gesproken met een groot aantal welzijnsorganisaties. 6. Er is in een regulier overleg geregeld gesproken met Mediis en de huisartsencorporatie. En de ruimtebehoefte voor eerstelijnsgezondheidszorg is aangescherpt. Consistent beleid voor de middellange termijn Om duidelijkheid te bieden aan verenigingen en organisaties in het maatschappelijk domein is ervoor gekozen de scope van de visie uit te breiden. De periode tot aan 2030, waar de visie zich op richtte, bepaalt waar nu op korte termijn rekening mee moet worden gehouden. De doorlooptijd om voorzieningen te realiseren is immers al gauw vijf jaar. Een doorkijk tot aan 2035 zorgt ervoor dat kan worden geanticipeerd op wat er wel en niet wordt gefaciliteerd, zodat hier ook beleid op kan worden gevoerd door de maatschappelijke partijen.
Zo kunnen bijvoorbeeld sportverenigingen een ledenstop in bepaalde leeftijdscategorieën invoeren om te voorkomen dat er later een tekort ontstaat. Hetzelfde aantal kinderen heeft minder ruimte nodig dan hetzelfde aantal volwassenen omdat de wedstrijdvelden voor hen kleiner zijn. Wanneer uitbreiding van faciliteiten in het vooruitzicht wordt gesteld kan vooruitlopend daarop een ledenstop in de jongste leeftijdsgroepen worden voorkomen. Consistent beleid vanuit de gemeente voor de middellange termijn is in dit kader dan ook van wezenlijk belang. Het woningbouwprogramma als basis voor de bevolkingsprognose en de in kaart gebrachte behoefte Een beeld tot aan 2035 kan met enige zekerheid worden geschetst op basis van het woningbouwprogramma. De op dit moment bekende woningbouwplannen zijn hierin opgenomen en lopen door tot en met 2032. Daarna is er dus enkel sprake van een autonome groei in de bevolkingsprognose en is te zien dat de bevolkingsgroei na 2035 nagenoeg stabiliseert, zie figuur 1. Wanneer het Perspectief 2050 wordt vastgesteld kan er in een actualisatie van het uitvoeringsprogramma ook een lange-termijn-beeld worden geschetst.
Wijzigingen in het woningbouwprogramma hebben effect op het uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen Belangrijke kanttekening bij het lezen van dit uitvoeringsprogramma is dat de geschetste benodigde voorzieningen zijn gekoppeld aan het woningbouwprogramma. Wanneer aanvullend woningbouwplannen worden ontwikkeld moeten maatschappelijke voorzieningen hier onderdeel van uitmaken. Of er moet rekening mee worden gehouden dat de maatschappelijke functie op een andere locatie wordt uitgebreid om in de behoefte te voorzien. Tegelijkertijd, wanneer woningbouw wordt vertraagd als gevolg van voorziene of onvoorziene omstandigheden, dan is het belangrijk hierin mee te bewegen met de investeringen. Om deze reden actualiseren we het uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen iedere twee jaar. De visie wordt iedere vier jaar geactualiseerd, conform het besluit van de raad in maart 2024. We hanteren consequent dezelfde bevolkingsprognose zodat verwachte inkomsten en uitgaven op dezelfde uitgangspunten zijn gebaseerd De bevolkingsprognose gekoppeld aan het woningbouwprogramma laat zien dat Waddinxveen met de huidige woningbouwplannen groeit tot ca. 45.000 inwoners. Hier is de geschetste behoefte in dit uitvoeringsprogramma op afgestemd.
Dit geldt ook voor het nieuwe Integraal huisvestingsplan voor onderwijs, de op te stellen Kaderbrief 2026-2029 en in het Perspectief 2050 wordt hier op doorgebouwd.
5 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
Het is belangrijk dit uitgangspunt consequent door te voeren, zodat verwachte inkomsten en uitgaven op dezelfde getallen gestoeld zijn.
Figuur 1. Verwachte bevolkingsgroei op basis van het woningbouwprogramma 2024-2032
1.2 Locatieonderzoek Een integraal locatieonderzoek om zorgvuldige afwegingen te (kunnen) maken In lijn met de visie en de lokale toets is de behoefte gekoppeld aan voorkeurslocaties. Locaties waar de voorzieningen een plek kunnen krijgen. Dit is nodig om de visie om te zetten in concrete projecten en programmering voor gebiedsontwikkelingen. Door dit integraal te benaderen kan ook een brede afweging worden gemaakt waarin duidelijk wordt welke locatie voor welke voorziening (of andere functie) kan worden ingezet. De ruimte kan immers maar eenmaal worden uitgegeven. Door een Waddinxveen-brede benadering kunnen functies zo efficiënt als mogelijk worden geplaatst ten opzichte van andere functies en in combinatie met elkaar. Een trechter om te komen tot realistische voorkeurslocaties Het locatieonderzoek is getrapt opgebouwd, van breed naar smal om zo breed afgewogen tot voorkeurslocaties te komen. Allereerst is in kaart gebracht wat potentiële locaties zijn, hierbij is gekeken naar de lopende gebiedsontwikkelingen, locaties binnen de bebouwde kom (bebouwd en onbebouwd) en locaties buiten de bebouwde kom.
Verschillende afwegingen zijn meegenomen om tot voorkeurslocaties te komen: • Randvoorwaarden en uitgangspunten voor de betreffende voorzieningen • Verkeerskundige aspecten evenals parkeerbehoefte • Milieu, duurzaamheids- en groenfactoren • Kansen voor slimme combinaties & multigebruik • Stedenbouwkundige inpassing en massastudies • Financiële consequenties en eigendomssituaties • Afwegingen meegegeven door betreffende partijen Er moet overigens rekening mee worden gehouden dat bovenstaande factoren verkennend zijn uitgezocht met het oog op haalbaarheid. In een volgende fase, wanneer programmering voor locaties 6 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
leidt tot projecten, wordt inpassing verder onderzocht en worden consequenties verder in kaart gebracht. Het locatieonderzoek is uitgevoerd in samenhang met lopende projecten en gebiedsontwikkelingen Onderdeel van de locatiestudie was een wisselwerking met de lopende projecten (zoals De Sniep, De Dreef en Noordkade) en de effecten van mogelijke programmeringen op de projecten. Er is verkend wat de haalbaarheid is en of de voorzieningen inpasbaar zijn op de locaties, ofwel stedenbouwkundig, ofwel de effecten op de grondexploitatie.
1.3 Opstellen van een agenda Ruimtelijke programmering en maatregelen om het efficiënt gebruik van huisvesting/ accommodaties te stimuleren De visie heeft ten doel gesteld het maatschappelijk voorzieningenniveau in Waddinxveen op peil te brengen en te laten meegroeien met de woningbouw. De agenda die is opgenomen in dit uitvoeringsprogramma richt zich hierop, met name op basis van fysieke/ruimtelijke maatregelen, maar er zijn eveneens maatregelen opgenomen die zich richten op het stimuleren van efficiënt gebruik van voorzieningen en de bijbehorende strategie. Prioritering met het oog op de Kaderbrief 2026-2029 Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is een financiële raming voor de beoogde investeringen, kapitaallasten en doorrekening van de exploitatiekosten. In de Kaderbrief 2026-2029 (en Begroting 2026-2029) moet worden bepaald of het haalbaar is het uitvoeringsprogramma inclusief de bijbehorende planning over te nemen of dat de financiële ruimte in de gemeentelijke begroting leidt tot noodzakelijke keuzes. Om hierop te anticiperen is in het uitvoeringsprogramma een prioritering aangebracht, aanvullend op hetgeen reeds in de Visie maatschappelijke voorzieningen is vastgesteld.
7 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
8 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
2
Behoeftebepaling(en)
In dit hoofdstuk wordt de behoefte toegelicht, aanvullend op hetgeen waar al besluiten over genomen zijn. Per cluster wordt: • Onze rol als gemeente kort toegelicht; • De behoefte op basis van de Visie maatschappelijke voorzieningen getoetst op basis van aanvullende analyse en gesprekken met lokale stakeholders; • Toegelicht welke aandachtpunten of kanttekeningen er zijn voor de locatiestudie of de interpretatie van de behoefte. Hoe we met deze behoefte omgaan wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Agenda’.
2.1 Onderwijs Op basis van het IHP moet er in de komende 15 jaar huisvesting worden gerealiseerd voor 4 leerlijnen basisonderwijs en een uitbreiding voor het middelbaar onderwijs Het Integraal huisvestingsplan voor onderwijs (basis- en voortgezet onderwijs) (IHP) geldt als input voor het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen. Op basis van de leerlingprognoses is de behoefte in kaart gebracht. Als gemeente zijn we wettelijk verplicht om voldoende huisvesting te faciliteren en daarvoor de financiële middelen ter beschikking te stellen. Voor basisonderwijs doen we dit bij voorkeur, binnen de gedachte van integrale kindcentra (ikc), in doorlopende leerlijnen. Dat betekent dat een basisschool minimaal 8 groepen telt. De input voor het uitvoeringsprogramma is als volgt: a. Basisschool OBS De Gouwe, 1 leerlijn van 1458 m2 bvo + 600m2 buitenruimte, 0-5 jaar. b. Uitbreiding Coenecoop College, een uitbreiding van 4674 m2 bvo + 1287 m2 buitenruimte (buitenruimte geldt voor huidige huisvesting + de uitbreiding), 0-5 jaar. c. Nieuwbouw Noordkade, 3 leerlijnen van 1458 m2 bvo + 600 m2 buitenruimte per stuk, 2 leerlijnen binnen 5-10 jaar en 1 leerlijn binnen 10-15 jaar. d. De huisvesting voor basisschool de Gouwe en de uitbreiding van het Coenecoop College vraagt om tijdelijke huisvesting om de groei op korte termijn te kunnen opvangen.
In het IHP is ook uitbreiding van CBS TOV opgenomen. Vanwege de beperkte omvang wordt ervan uitgegaan dat dit op locatie of binnen de huisvesting voor een andere basisschool kan worden gerealiseerd. Dit is daarom niet meegenomen in de locatiestudie. Voor het vinden van locaties voor onderwijs moet rekening worden gehouden met de afstand tot lokalen bewegingsonderwijs en bij nieuwbouw moet worden ingezet op multigebruik Bij het zoeken van een locatie voor de vier genoemde voorzieningen moet met het volgende rekening worden gehouden: • De lokalen voor bewegingsonderwijs moeten, conform de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017, bij noodzakelijk gebruik van tenminste 20 klokuren binnen 1 kilometer hemelsbreed gelegen zijn. Bij minder klokuren wordt de maximale afstand tot lokalen bewegingsonderwijs ruimer. • Voor voortgezet onderwijs geldt een maximale afstand hemelsbreed van 3,5 km tot lokalen bewegingsonderwijs. • Vanuit de Visie maatschappelijke voorzieningen en het IHP zetten we in op multigebruik. Bij nieuwbouw van scholen moet er rekening mee worden gehouden dat sociaal-maatschappelijke partijen behoefte hebben aan decentrale huisvesting, bijvoorbeeld voor spreekuren in de wijk.
9 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
2.2 Kinderopvang Aanvullend op de in kaart gebrachte initiatieven is er nog behoefte aan 2 kinderopvanglocaties in de komende 10 jaar Het IHP en de onderliggende bevolkings- & leerlingprognoses gelden eveneens als input voor dit uitvoeringsprogramma op het gebied van kinderopvang. Hier ligt geen wettelijke verplichting onder voor ons als gemeente, maar in de Visie maatschappelijke voorzieningen is bepaald dat we de behoefte in het IHP in kaart brengen en actief bijdragen in het faciliteren van integrale kindcentra met doorlopende leerlijnen van 0 tot 12 jaar. Dit betekent niet dat we zelf investeren in huisvesting voor kinderopvang, maar er wel planologisch rekening mee houden bij de bouw van een school. De input voor het uitvoeringsprogramma is als volgt: a. 168 Kindplaatsen voor kinderopvang in de komende 10 jaar (de maximale variant in het IHP). Hierbij geldt dat er per kindplaats rekening moet worden gehouden met 3,5 m2 bvo aan binnenruimte en 3 m2 aan buitenruimte. Dit komt neer op een behoefte van 588 m2 bvo en 504 m2 buitenruimte. Uit de praktijk weten we dat dit neerkomt op de omvang van 2 kinderopvanglocaties. Naast kinderopvang zien we in de komende 10 jaar een groeiende behoefte aan buitenschoolse opvang. Het tekort op dit moment is wijkafhankelijk en met name aanwezig aan de westkant van het treinspoor. Er is hier niet zozeer sprake van een ruimtelijke opgave.
Buitenschoolse opvang kan veelal plaatsvinden op de scholen (buiten schooltijd) en is daarom niet meegenomen in de locatiestudie. Bij het realiseren van nieuwe onderwijshuisvesting of ikc’s onderzoeken we of er behoefte is aan kinderopvang omdat in de tussentijd mogelijk al capaciteit is toegevoegd door externe initiatiefnemers Bij het zoeken van een locatie voor 2 kinderopvanglocaties moet rekening worden gehouden met: • De ambitie om actief ikc’s te faciliteren. De twee kinderopvanglocaties worden daarom gekoppeld aan de locatie voor basisschool OBS De Gouwe en de 2 leerlijnen in relatie tot Noordkade binnen 5-10 jaar. • Het feit dat er marktpartijen zijn die zelf het initiatief kunnen nemen tot het realiseren van kinderopvang. Hier kunnen we als gemeente enkel planologisch op sturen. Er zijn op dit moment verschillende lopende initiatieven om kinderopvang te realiseren. Enkele zijn gekoppeld aan projecten waarin we zelf initiatiefnemer zijn, de sportzaal aan de Parklaan en de nieuwbouw CBS TOV in Park Vredenburgh. Deze zijn al meegenomen in de berekeningen in het IHP. Andere initiatieven zijn niet meegerekend. Hier hebben we een minder actieve rol. Met de lopende initiatieven wordt mogelijk dus al in de behoefte tot 45.000 inwoners voorzien.
Bij het realiseren van een basisschool wordt rekening gehouden met de optie tot koppeling met kinderopvang, maar zullen we in kaart brengen of er nog een behoefte ligt en zal moeten blijken of een kinderopvangorganisatie bereid is te investeren. • Het feit dat bij enkele scholen de ruimte voor kinderopvang drukt op de ruimte voor onderwijs. Bij een deel van deze ikc’s worden reeds gesprekken gevoerd om op locatie door de kinderopvangorganisatie te investeren in uitbreiding en als gemeente dit te faciliteren. Voor andere locaties geldt dat deze gesprekken worden opgestart (zie IHP, paragraaf 3.4.3 ‘Bouwsteen 3: Samenwerking & (I)KC-vorming’). De behoefte die hiermee samenhangt wordt in dit uitvoeringsprogramma verder buiten beschouwing gelaten.
10 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
2.3 Zorg Geen eenduidig beeld in de Visie maatschappelijke voorzieningen qua huisvestingsbehoefte vanuit de eerstelijnszorg Vanuit de Visie maatschappelijke voorzieningen is op basis van referentiegetallen het beeld geschetst dat er nauwelijks krapte is qua huisvesting voor eerstelijnsgezondheidsvoorzieningen. Tegelijkertijd is ook geconstateerd dat patiëntenstops van kracht zijn. Vanwege de patiëntenstops is bepaald dat we ons als gemeente meer dan wettelijk vereist inzetten om het aanbod op niveau te krijgen. Namelijk door een faciliterende rol op te pakken. Gesprekken met de lokale koepelorganisatie van huisartsen en Mediis hebben het beeld verscherpt Vanwege de rol als spil in het zorgsysteem en het bestaan van een lokale koepelorganisatie is in de afgelopen periode met name gesproken met de lokale huisartsencorporatie en Mediis (Mediis is vertegenwoordiger van de huisartsen in overleg met de verzekeraar, de gemeentes in Midden-Holland én in de samenwerking met andere zorgaanbieders in de regio) om een aangescherpt beeld te krijgen van het lokale vraagstuk. Uit deze gesprekken blijkt dat: • Er per 1 fte huisarts ca. 2100 inwoners terecht kunnen en één huisarts (een normpraktijk) een ruimtebehoefte heeft van ca. 175 m2 bvo. • Er qua huisartsen in Waddinxveen capaciteit is voor ca. 30.000 inwoners.
• Daarnaast krijgen we signalen dat ook bij andere zorgverleners onvoldoende capaciteit is. • Moderne huisvesting en mogelijkheden tot uitbreiding een aantrekkende werking hebben op huisartsen. • De betaalbaarheid van huisvesting voor zorgverleners staat onder druk. Dit onderdeel is van een landelijk probleem. • Een groot deel van de huisartsen in Waddinxveen een verhuiswens (binnen Waddinxveen) heeft om wisselende redenen. • De bestemming van de locaties is niet altijd maatschappelijk of gezondheidszorg, maar vaak breder waardoor het bijvoorbeeld is toegestaan dat het vastgoed wordt ingezet als woning of kantoorruimte. • Zorgverleners inzetten op gezondheidscentra en het combineren van diverse zorgvoorzieningen om samenwerking te bevorderen en de kosten voor huisvesting te beperken om zo de toegankelijkheid van zorg behouden en bewerkstelligen. In de komende 10 jaar is er behoefte aan 3 tot 4 extra gezondheidscentra Op basis van de aanvullende informatie in combinatie met wat we al weten uit de Visie maatschappelijke voorzieningen hebben we een inschatting gemaakt van de benodigde ruimte voor eerstelijnszorg.
We hebben de ruimtebehoefte voor huisartsen gecorrigeerd en gebruiken de referentiegetallen uit de visie, waarbij we rekenen vanaf een huidige capaciteit voor 32.000 inwoners (hieronder zit de aanname dat het tekort bij andere eerstelijns zorg vergelijkbaar is met die voor huisartsen) richting 45.000 inwoners. Bij deze inschatting is er nog geen rekening gehouden met lopende initiatieven voor het realiseren van gezondheidscentra. Op basis hiervan gaan we ervan uit dat er een behoefte is van: a. 3000 m2 bvo tot 4000 m2 bvo voor eerstelijnsgezondheidszorg; dit splitsen we in zorgcentra van ca. 1000 m2 bvo in de locatiestudie. In eerste instantie is er een inhaalslag te maken, daarna kan het aanbod gestaag meegroeien met de inwonersgroei Er moet in onze faciliterende rol rekening mee worden gehouden dat: • Er op dit moment een tekort bestaat en inwoners uitwijken naar voorzieningen in de regio. Dit betekent dat er eerst een inhaalslag moet worden gemaakt en dat het aanbod vervolgens gestaag kan meegroeien met het aantal inwoners. Hierbij moet er rekening mee worden
11 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
•
gehouden dat huisvesting een deel is van de opgave, maar er ook sprake is van een landelijk huisartsentekort. Spreiding van belang is om zo het zorgaanbod op fiets-/loopafstand te behouden in ‘de wijk’.
2.4 Welzijn Er is behoefte aan vindbare, betaalbare ruimtes voor dagbesteding; de beschikbaarheid van vrijwilligers staat onder druk Met welzijnsvoorzieningen wordt vooral gedoeld op organisaties die zich richten op dagbesteding voor kwetsbare groepen. In de Visie maatschappelijke voorzieningen blijkt uit het referentiekader dat er met de groei van Waddinxveen behoefte is aan meer ruimte voor welzijnsactiviteiten. Op dit vlak hebben we als gemeente een faciliterende rol. In het kader van het uitvoeringsprogramma zijn gesprekken gevoerd met een groot deel van de organisaties die actief zijn binnen Waddinxveen binnen het cluster welzijnsvoorzieningen. Hieruit blijkt dat vooral het vinden van betaalbare ruimtes voor de activiteiten een uitdaging is. Hierbij zoeken de organisaties veelal niet een eigen pand, ze organiseren activiteiten namelijk vaak incidenteel of op vaste dagdelen. Daarnaast zien we dat het aantal mensen dat vrijwilligerswerk wil doen onder druk staat. Dit tekort aan vrijwilligers beperkt zich overigens niet tot welzijnsorganisaties, maar keert terug in bijna alle clusters in het maatschappelijk domein. Op basis van de gesprekken concluderen we dat: a. De vindbaarheid van (bestaande) locaties voor verbetering vatbaar is. b. De betaalbaarheid van ruimtes onder druk staat. c. De beschikbaarheid van vrijwilligers onder druk staat.
Op basis van de Visie maatschappelijke voorzieningen is er nog behoefte aan een buurthuis/wijkcentrum Uit de visie weten we dat er in vergelijking met andere gemeenten nog behoefte is aan een extra buurthuis/wijkcentrum. Met het oog op spreiding ligt het voor de hand deze aan de noordkant van Waddinxveen te situeren en zo de fysieke en mentale drempel voor inwoners laag te houden om gebruik te maken van de faciliteit. Buurthuizen/wijkcentra zijn geschikt voor multigebruik en kunnen worden gecombineerd met andere functies als horeca bij een sporthal. Er is behoefte aan: d. Een wijkcentrum dat multifunctioneel kan worden ingezet. Er is behoefte aan huisvesting voor WadWijzer en het CJG in combinatie met werkplekken voor het Sociaal Team van de gemeente WadWijzer en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn op dit moment gevestigd aan de Kerkstraat en maken (tijdelijk) gebruik van ruimte in het oude schoolgebouw aan de Wingerd. Uit de Visie maatschappelijke voorzieningen en het referentiekader blijkt dat het passend zou zijn om Wadwijzer in combinatie met het CJG te huisvesten binnen 880m2 bvo bij 40.000 inwoners. Uit nader gesprek met WadWijzer en studie blijkt dat WadWijzer aan de Kerkstraat nu beschikt over ca. 350 m2 bvo en dat er naar schatting bij 45.000 inwoners behoefte is aan: e. ca. 700 m2 bvo, afgaande op de benodigde werkruimtes bij dit inwoneraantal.
Daarnaast is er een sterke behoefte/ambitie om WadWijzer en het Sociaal Team van de gemeente Waddinxveen gezamenlijk te huisvesten om de samenwerking te versterken. In de praktijk is er dagelijks contact tussen medewerkers van WadWijzer en het Sociaal Team, gezamenlijke huisvesting kan deze samenwerking verbeteren.
12 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
2.5 Buitensport Een historisch gegroeide rol als gemeente per sport Met het vaststellen van de Visie maatschappelijke voorzieningen is vastgesteld dat we ons als gemeente inzetten om het aanbod van sportvoorzieningen te verbeteren. Dit geldt voor alle sporten die tegen de grenzen van de capaciteit aanlopen, nu al of op basis van de prognoses. Hierbij valt op te merken dat de rol van de lokale overheid historisch gezien wisselt per sport. Bij de ene sport treden we enkel faciliterend op (bijv. tennis), bij andere sporten leggen we de sportvelden aan (bijv. voetbal, korfbal, hockey) en is de vereniging verantwoordelijk voor de verdere accommodatie. Vooralsnog wijken we hier niet van af. In het op te stellen accommodatiebeleid worden hier eventuele geactualiseerde uitganspunten over opgenomen. De Visie maatschappelijke voorzieningen laat zien dat er een aanzienlijke behoefte is aan sportvelden De visie laat een beeld zien dat er bijna 20.000 m2 aan aanvullende sportvelden nodig is om gelijke tred te houden met vergelijkbare gemeenten bij 40.000 inwoners. Om dit te duiden: een voetbalveld beslaat ca. 7.500 m2. In dit uitvoeringsprogramma gaan we uit van een groei tot bijna 45.000 inwoners op basis van het huidige woningbouwprogramma (zie 'Aanpak').
Aanvullende analyse om in beeld te krijgen wat de behoefte is per sport Om de benodigde sportvelden in beeld te krijgen per sport is een aanvullende analyse uitgevoerd door een extern bureau, zie bijlage 1. Deze analyse laat zien wat de huidige veldbehoefte is van de verschillende buitensportverenigingen uitgaande van hoe wedstrijden worden gepland. En wat de veldbehoefte is wanneer we deze naar rato laten meegroeien met de bevolkingsgroei. Kantekeningen bij deze aanvullende analyse Bij de in kaart gebrachte behoefte aan sportvelden zijn verschillende kanttekeningen te plaatsen, het betreft een basale prognose. De kanttekeningen zijn mede gebaseerd op de gesprekken die zijn gevoerd met de verschillende sportverenigingen. De kanttekeningen laten zien dat er een niet geduide bandbreedte is waarbij de behoefte in praktijk zowel hoger als lager kan uitvallen. Het is, zoals onder aanpak beschreven, van belang dat we als gemeente een perspectief bieden op de groei van de verschillende sportverenigingen, zodat hier door de verenigingen rekening mee kan worden gehouden. Behoefte verhogende kanttekeningen: • De jongste leeftijdsgroepen groeien in Waddinxveen in de komende jaren relatief sneller dan oudere leeftijdsgroepen.
Hierbij weten we dat jongere leden veelal een minder grote veldbehoefte hebben dan senioren, maar dat er binnen de groep jeugdigen een groter deel lid is van een vereniging dan bij oudere leeftijdsgroepen. • De participatiegraad wat betreft sporten in clubverband is in Waddinxveen over het algemeen gezien relatief laag. Behoefte verlagende kanttekeningen: • Uit verschillende onderzoeken blijkt dat sporten in clubverband relatief licht afneemt en informeel sporten (informeel of in zelfgeorganiseerde groepen) juist toeneemt. • De capaciteit van de sportvelden is in praktijk vaak iets hoger dan de bonden adviseren en hoe er in eerste instantie wedstrijden worden gepland. Verenigingen hebben vaak de mogelijkheid het gebruik van velden te optimaliseren. Overige kanttekeningen: • De participatiegraad per sport kan trendgevoelig zijn als gevolg van toenemende of afnemende populariteit. • Type woningen dat wordt gebouwd heeft invloed op de participatiegraad per sport. 13 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
a. Op dit moment is er behoefte aan 2 extra voetbalvelden, oplopend tot 5 binnen 10 jaar De analyse van de spelende teams (sommige leden spelen niet) bij de voetbalverenigingen laat ziet dat er op dit moment behoefte is aan 6,6 (dus 7) voetbalvelden bij C.V.V. Be Fair en 2,4 bij V.V. ASW. Be Fair beschikt over 5 voetbalvelden en ASW over 3. ASW hanteert in enkele leeftijdscategorieën een ledenstop om zo ook over voldoende capaciteit te beschikken wanneer de jongere leeftijdsgroepen ouder worden en een grotere veldbehoefte hebben. De participatiegraad wat betreft voetbal in Waddinxveen is relatief laag, een deel van de verklaring is dat er al een remmende werking uitgaat van de krapte op de accommodaties. b. Voor hockey is op dit moment voldoende capaciteit, maar binnen 5 tot 10 jaar is er behoefte aan een extra veld Doordat er zowel op zaterdag als zondag wedstrijden worden gespeeld zien we dat vooral de trainingscapaciteit te krap wordt op termijn en de huidige 2 velden onvoldoende zijn om in de behoefte te voorzien. De participatiegraad wat betreft hockey is relatief laag. De vereniging richt zich met name op de breedtesport. Hockeyers die op een hoger niveau willen spelen wijken in gevallen dan ook uit naar clubs in de regio. c.
Voor de korfbal is er op dit moment voldoende capaciteit, maar binnen 5 jaar is er behoefte aan een extra veld Met de 4 velden die deze zomer worden aangelegd voor korfbal is er op dit moment voldoende capaciteit om in de behoefte te voorzien. De multivelden die ook bij ASW worden aangelegd geven mogelijk nog ruimte om tijdelijk in aanvullende capaciteit te voorzien. De participatiegraad bij de korfbal is relatief hoog. Een deel van de verklaring kan zijn dat er vanuit de regio een aantrekkende werking is. d. Er is behoefte aan extra padelbanen vanwege de toenemende populariteit De analyse geeft een vertekend beeld als het gaat om tennis en padel. Deze verenigingen kennen een opleving als gevolg van de toenemende populariteit van padel. In de analyse is de ruimtebehoefte van tennis en padel gecombineerd, hieruit blijkt geen ruimtetekort. Op basis van gesprekken met de verenigingen zien we bij De Gouwe Smash en Tennisvereniging Be Fair dat er een stop is op padelspelende leden. Wat betreft tennis is er bij de 3 verenigingen in z’n totaliteit sprake van overcapaciteit, maar geluidsnormen bemoeilijken de aanleg van extra padelbanen. TV Waddinxveen kiest ervoor zich te richten op tennis en geen padel. We hebben geen zicht op de exacte behoefte aan padelbanen, de sterk ontwikkelende participatiegraad zorgt er ook voor dat er geen goede prognose kan worden gemaakt.
Van oudsher hebben we als gemeente met betrekking tot deze verenigingen een faciliterende rol, de verenigingen investeren zelf in de banen. Atleten wijken voor 400 meter banen uit naar de regio De atletiekvereniging in Waddinxveen beschikt over een 300 meter baan. In de regio beschikken andere verenigingen over een 400 meter baan. Behalve een kleine impuls op het sportpark is er geen sprake van een aanvullende behoefte met het oog op 45.000 inwoners. Een nieuwe accommodatie voor Scouting Sint Victor waar zij verder kunnen groeien Uit gesprekken met Scouting Sint Victor blijkt dat de vereniging al enkele jaren tegen de grenzen van de capaciteit aanloopt. Hierbij zijn de mogelijkheden op de huidige locatie beperkt. In lijn met de visie is het daarom passend om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor nieuwe huisvesting. Met betrekking tot de scouting hebben we als gemeente van oudsher een faciliterende rol. Tegelijkertijd heeft de gemeente recent actief bijgedragen aan een nieuwe accommodatie voor Scouting Klimopgroep. Er is dus behoefte aan: e. Een nieuw uitgebreid clubgebouw voor de scouting.
14 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
Er zijn voldoende jeu de boules banen Om de buitensport compleet te maken is er ook naar de Jeu de boules gekeken. De vereniging beschikt over voldoende capaciteit om de groei op te vangen. Informeel sporten is een steeds grotere factor om bewegen te faciliteren In de Visie maatschappelijke voorzieningen is opgenomen dat we als gemeente inzetten op het faciliteren van informeel sporten. Hiermee volgen we een landelijke ontwikkeling waarbij de behoefte van inwoners relatief meer komt te liggen bij “ongeorganiseerd” sporten. Hiermee kan een grote groep mensen worden bereikt en wordt de ambitie kracht bijgezet om inwoners te laten voldoen aan de beweegnorm. Ten opzichte van georganiseerd sporten kan het ook een kostenefficiënte manier zijn om inwoners tot bewegen te stimuleren. Er is behoefte aan een pumptrack en een urban sportpark Met betrekking tot informeel sporten zijn er al verschillende ideeën door inwoners onder de aandacht gebracht. Met deze initiatiefnemers hebben we ook gesproken in de afgelopen maanden. Het gaat dan om een pumptrack, een freerun parcours, calisthenics en mogelijkheden voor bootcamp. We onderscheiden de behoefte op basis van referentiegegevens in: f. Een pumptrack van ongeveer 2300 m2 g. Een urbansportspark van ongeveer 1000 m2 Het informeel sporten is ook onderdeel van het speelruimteplan dat wordt ontwikkeld.
Omdat de bovengenoemde onderdelen grote ruimtevragers zijn en ten opzichte van openbare speelplekken om relatief grote investeringen vragen, worden deze meegenomen in dit uitvoeringsprogramma en de bijbehorende locatiestudie.
2.6 Binnensport Combineren van accommodaties voor bewegingsonderwijs en binnensport Als gemeente zijn we wettelijk verplicht (Wet op het primair onderwijs, art. 126) bewegingsonderwijs te faciliteren door te investeren in accommodaties hiervoor, dit is ook vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017. Met de Visie maatschappelijke voorzieningen is ook bepaald dat we aanvullend op onze wettelijke verplichting voor bewegingsonderwijs het aanbod van sportzalen voor de binnensport verbeteren. In een motie (aangenomen bij vaststelling van de Visie maatschappelijke voorzieningen in maart 2024) is het college verzocht aandacht te hebben voor binnensport bij het realiseren van accommodaties voor bewegingsonderwijs. Oftewel ervoor te zorgen dat deze faciliteiten geschikt zijn voor multigebruik. Samen met onderwijshuisvesting staan deze faciliteiten conform de aangenomen motie bovenaan de prioriteitenlijst (zie onder ‘Aanpak’). Een prognose voor het benodigd aantal zaaldelen voor bewegingsonderwijs verdeeld in noord en zuid Op basis van de leerlingprognoses in het IHP is er een prognose gemaakt voor het benodigde aantal zaaldelen voor bewegingsonderwijs en het beschikbare aantal zaaldelen.
Er is hierbij een splitsing gemaakt tussen het aantal zaaldelen voor zuid en noord in verband met de locaties van de zaaldelen ten opzichte van de scholen. De Kerkweg geldt hierbij als grens tussen noord en zuid, de Theo Thijssenschool is meegenomen in het zuidelijk deel vanwege de ligging ten opzichte van de bestaande zaaldelen. De behoefte voor het voortgezet onderwijs is apart weergegeven in verband met de hogere maximale afstand tot de lokalen voor bewegingsonderwijs. De behoefte voor het voortgezet onderwijs is gerelateerd aan de beschikbaarheid in het zuidelijk deel.
15 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
Per zaaldeel kan er bewegingsonderwijs worden gegeven. Een sportzaal bestaat uit 2 zaaldelen, een sporthal uit 3 zaaldelen. De tabel laat het beeld zien tot en met 2036, daarna stabiliseert de behoefte op basis van het woningbouwprogramma. In de tabel is wat betreft de beschikbaarheid uitgegaan van de genomen besluiten over de zaaldelen. De Gouwehal is al opgeleverd, de sportzaal aan de Parklaan wordt in 2026 opgeleverd. Voor sporthal De Dreef en de 2 zaaldelen in het oOude Coenecoop College is budget opgenomen in de begroting om deze tot 2028 in stand te houden. De tijdelijke huisvesting in de Tennishal wordt in de komende 10 jaar afgeschreven. Tabel 1. Weergave prognose behoefte zaaldelen bewegingsonderwijs op basis van reeds vastgestelde besluiten 2026 (inc. Gouwehal en Parklaan)
2028 (ex. De Dreef en Oude CCC)
2030
Beschikbaar Behoefte Over/tekort Beschikbaar Behoefte Over/tekort Beschikbaar Behoefte Over/tekort VO PO Zuid PO Noord
14 2
Noordkade
4.5 3.8 2.1
5.7
10
-0.1
2
4.8
0.9
10
-0.1
2
4.3 2.1
5.1 4.6 2.5
0.5
0.6
0.8
2032
2034 (ex. Tennishal)
2036
0.3 -0.5
Beschikbaar Behoefte Over/tekort Beschikbaar Behoefte Over/tekort Beschikbaar Behoefte Over/tekort VO PO Zuid PO Noord Noordkade
10 2
5.7 4.6 2.9
-0.3
7
-0.9
2
1.2
5.9 4.6 3.1 1.3
-3.5
7
-1.1
2
6.1 4.5 3.2
-3.6 -1.2
1.4
Voor noord is er behoefte aan 4 zaaldelen voor bewegingsonderwijs binnen 5 tot 10 jaar, waarvan 3 binnen 5 jaar Uit de tabel kunnen we afleiden dat er in noord naast de bestaande sportzaal Groenswaard behoefte is aan, afgerond naar boven, één extra zaaldeel binnen 5 jaar (uitgaande van bouw op Noordkade) en een tweede extra binnen 10 jaar. Voor sportzaal Groenswaard (2 zaaldelen) is budget gereserveerd in de begroting om deze te renoveren. Uit een recente kostenraming blijkt dat het economisch voordeliger is nieuwbouw te plegen in plaats van sportzaal Groenswaard te renoveren. De behoefte voor noord komt daarmee uit op: a. 3 zaaldelen binnen 5 jaar; b. En 1 extra zaaldeel binnen 5 tot 10 jaar. Voor zuid is er behoefte aan 3 zaaldelen voor bewegingsonderwijs binnen 5 tot 10 jaar, wanneer de Tennishal komt te vervallen Voor zuid, inclusief lokalen bewegingsonderwijs voor het voortgezet onderwijs, kunnen we uit de prognose afleiden dat er behoefte is aan: c. 3 zaaldelen wanneer de Tennishal komt te vervallen (mits een klein deel van de behoefte in zuid naar noord wordt geschoven, zie volgende alinea). Uit de tabel valt af te leiden dat 3 zaaldelen voor zuid net aan te krap zijn om te kunnen voorzien in de behoefte. Dit kan worden opgevangen door bewegingsonderwijs vanuit de Theo Thijssenschool in het noorden onder te brengen, in plaats van in het zuiden.
Voorwaarde is dat een nieuw zaaldeel binnen 1 kilometer afstand wordt gerealiseerd. Dan marges zijn dan krap.
16 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
Wanneer zowel de Gouwehal als de sportzaal aan de Parklaan is opgeleverd kunnen, met het oog op de benodigde capaciteit voor bewegingsonderwijs, de zaaldelen in het oude Coenecoop College en de sporthal De Dreef op basis van de beschreven behoefte komen te vervallen. Voor het vinden van locaties voor zaaldelen moet rekening worden gehouden met de afstand tot onderwijshuisvesting In de locatiestudie moet rekening worden gehouden met het volgende (ook vermeld bij behoefte onderwijs): • De lokalen voor bewegingsonderwijs moeten, conform de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017, bij noodzakelijk gebruik van tenminste 20 klokuren door de school binnen 1 kilometer hemelsbreed gelegen zijn. Bij minder klokuren wordt de maximale afstand tot lokalen bewegingsonderwijs ruimer. • Voor voortgezet onderwijs geldt een maximale afstand hemelsbreed van 3,5 km tot lokalen bewegingsonderwijs. In de tabel is er op voorgesorteerd lokalen bewegingsonderwijs in de nabije omgeving te huisvesten, oftewel in het zuidelijk deel van Waddinxveen. Er is tijdelijk mogelijk 1 sporthal te weinig om de binnensport te faciliteren Sportzalen en -hallen worden niet enkel gebouwd voor bewegingsonderwijs, maar ook gebruikt voor binnensport. Door zaaldelen te clusteren en hallen te bouwen, bestaande uit 3 zaaldelen, zijn de zaaldelen ook geschikt voor hockey en korfbal.
Hier zetten we dan ook op in bij het bouwen van nieuwe zaaldelen. Uit de uitvragen, de gesprekken met de verenigingen en de door hen aangeleverde informatie blijkt dat er op dit moment in de piekmaanden krap aan voldoende capaciteit is voor de binnensport met 1 sporthal, maar dat er op korte termijn 2 sporthallen nodig zijn. Hierbij moet worden vermeld dat er voor de hockey in de piekmaanden in de winter ook nu al wordt uitgeweken naar hallen in de regio. Met oplevering van de Gouwehal zijn er op korte termijn voldoende hallen om de sporten die 3 zaaldelen nodig hebben te faciliteren in de wintermaanden. Maar De Dreef wordt tijdelijk in stand gehouden, op dit moment tot 2028. Wanneer De Dreef wordt gesloopt is er tot aan oplevering van een nieuwe hal te weinig in Waddinxveen om de sport lokaal een plek te geven op de zaterdag. Er is daarom behoefte aan: d. Een sporthal vanaf het moment dat De Dreef sluit tot aan oplevering van een nieuwe sporthal. Per zaaldeel 600 m2 bvo en bij een sporthal 600 m2 bvo voor kleedruimtes, horeca en een tribune Per zaaldeel hanteren we een ruimtebehoefte van 600 m2 bvo. Dit is ca. 10% meer dan vanuit de verordening is vereist voor bewegingsonderwijs. Door deze omvang te hanteren en 3 zaaldelen te clusteren in een hal is deze geschikt voor de lokale binnensport.
Daarmee is deze multifunctioneel inzetbaar conform de visie en de eerder genoemde aangenomen motie bij de Visie maatschappelijke voorzieningen. Aan elkaar gekoppelde zaaldelen kunnen ook kostenefficiënter worden gerealiseerd dan losstaande zaaldelen. Naast de zaaldelen zijn kleedruimtes vereist. Daarnaast is er behoefte aan horeca en een tribune in een sporthal om de binnensport te faciliteren. Voor de combinatie van kleedruimtes, horeca en een tribune hanteren we aanvullend op de zaaldelen 600 m2 bvo op basis van referentiegegevens.
2.7 Kunst & Cultuur Al 10 jaar een sociaal en cultureel hart in Waddinxveen November 2014 is het Cultuurhuys van start gegaan. De insteek was hier een bruisend cultureel hart van te maken. Een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, ontdekken en ontwikkelen. Deze plek zou wijk overstijgende activiteiten aanbieden op cultureel, maatschappelijk en educatief gebied. Nu ruim 10 jaar later heeft het Cultuurhuys een gewaardeerde plek in de Waddinxveense samenleving.
17 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
De stichting Cultuurhuys De Kroon heeft als doelstelling het beheren en exploiteren van een sociaal en cultureel centrum, waarin voor de bevolking van de gemeente Waddinxveen sociale en culturele activiteiten worden georganiseerd en faciliteren deze ontmoetingsplaats voor gebruikers, sociale en culturele organisaties, bezoekers, docenten en artiesten. Door de gemeente is een huurovereenkomst gesloten voor dit pand tot en met 2029. Daarnaast geldt dat in de achterliggende jaren gebleken is dat het Cultuurhuys minder kostendekkend is dan aanvankelijke gedacht. Wettelijke taken van de bibliotheek breiden uit Als gevolg van nieuwe wetgeving zijn we verplicht een volwaardige bibliotheekvoorziening te faciliteren. De bibliotheek heeft een aantal wettelijke vastgelegde kerntaken die zij moet uitvoeren. Bibliotheken ontwikkelden zich in de afgelopen jaren van fysiek uitlenen van boeken naar een maatschappelijke partner met verscheidene functies. Om deze functies ook in de toekomst te kunnen uitoefenen en de groei van Waddinxveen te kunnen faciliteren, is er ruimte nodig. Van belang is dat de bibliotheek op een centrale locatie aanwezig is voor inwoners en tegelijkertijd ook decentraal zichtbaar is, in lijn met de Visie maatschappelijke voorzieningen. Er is fysieke ruimte nodig voor de boekencollectie en de maatschappelijke taken.
Zoals Waddinxveen groeit, moet de bibliotheek groeien om dit te faciliteren. De ruimtebehoefte van de bibliotheek groeit naar schatting tot ongeveer 1100 m2 BVO binnen 5 tot 10 jaar In de visie is opgenomen dat er voor de bibliotheek bij 40.000 inwoners ca. 1500 m2 BVO extra nodig is, terwijl de huidige ruimte 350 m2 bvo is. Uit de gesprekken blijkt dat de bibliotheek op dit moment al meer ruimte gebruikt, maar dan multigebruik van andere locaties. De bibliotheek schat de ruimtebehoefte bij 45.000 inwoners in op ca. 1100 m2 bvo en daarnaast ca. 350 m2 multigebruik. Ondanks dat dit een forse stap is ten opzichte van de huidige ruimte waar de bibliotheek over beschikt zien we dit als een realistisch uitgangspunt. Hierbij verwachten we wel dat binnen de 1100 m2 bvo ook ruimtes bruikbaar zijn voor andere organisaties. We hanteren daarom de volgende behoefte voor de bibliotheek in dit uitvoeringsprogramma: a. 1100 m2 bvo voor de bibliotheek binnen 5 tot 10 jaar en daarnaast gebruik van ruimtes van andere voorzieningen centraal en decentraal in Waddinxveen. De ruimtebehoefte voor een theater bij 45.000 inwoners in Waddinxveen schatten we op 600 m2 BVO binnen 5 tot 10 jaar Naast de bibliotheek hebben we als gemeente geen wettelijke taak als het gaat om de culturele voorzieningen.
In de Visie maatschappelijke voorzieningen is bepaald dat we ons faciliterend opstellen en we wel onderzoeken wat aanvullend nodig is. In de visie is weergegeven dat het theater nu over 350 m2 beschikt en nog ca. 450 m2 zou moeten groeien op basis van vergelijking met andere gemeenten. Met de groei van Waddinxveen merken de organisaties in het Cultuurhuys dit ook met meer aanloop, snel uitverkochte voorstellingen en de druk op deze ruimte. Het theater wordt op dit moment bijna dagelijks gebruikt. Uit de gesprekken en nadere studie blijkt dat een uitbreiding van 72 naar 250 zitplaatsen passend is voor een gemeente van onze omvang, waarbij er een stadstheater te vinden is in Gouda. Tegelijkertijd realiseren we ons dat deze behoefte een inschatting is en een haalbaarheidsstudie nodig is om een betere inschatting te kunnen maken van wat kansrijk is en op welke manier. Voor nu gaan we uit van een behoefte aan een theater met 250 zitplaatsen, dit betekent: b. 600 m2 bvo voor een theater binnen 5 tot 10 jaar. De ruimtebehoefte voor beeldende kunst- en muzieklessen bij Stichting Vonk schatten we op 200 m2 bvo, mits er voor een aanzienlijk deel gebruik kan worden gemaakt van multigebruik Naast de bibliotheek en het theater is Stichting Vonk een van de grotere ruimtevragers in het cultuurhuis.
De stichting geeft aan dat er aanzienlijke mogelijkheden zijn voor multigebruik, in lijn met de Visie maatschappelijke voorzieningen. De visie schetst geen beeld voor de ruimtevraag met betrekking tot Stichting Vonk specifiek. Uitgaande van een groei richting 45.000 inwoners schat de stichting een ruimtebehoefte in van ca. 500 m2 bvo. De inschatting is dat bij een slimme combinatie met andere voorzieningen ca. 300 m2 bvo kan overlappen met een andere functie als het voortgezet onderwijs. 18 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
c.
De ruimtevraag voor specifiek de stichting schatten we op 200 m2 bvo binnen 5 tot 10 jaar.
19 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
3
Locatiestudie
Een locatiestudie om de behoefte te koppelen aan locaties Om te komen tot een concrete agenda waarin projecten zijn opgenomen om het voorzieningenniveau op niveau te brengen en houden is een locatiestudie uitgevoerd. Dit is ook onder ‘Aanpak’ toegelicht. In deze locatiestudie wordt de hiervoor beschreven behoefte gekoppeld aan locaties. De behoefte is gebaseerd op de beleidslijn en onze vastgestelde rol in de Visie maatschappelijke voorzieningen en de lokale toets. In bijlage 2 is een uitwerking van de uitkomsten van de locatiestudie opgenomen. De voorkeurslocaties voor de verschillende voorzieningen zijn weergegeven en voorzien van onderbouwing. Vanwege de leesbaarheid is ervoor gekozen om niet alle opties te benoemen. Door de voorkeurslocaties positief te onderbouwen en aandachtspunten weer te geven kan hieruit worden afgeleid waarom voor deze locaties is gekozen en niet voor andere. De uitkomsten van de locatiestudie zijn in dit document verwerkt in de agenda in het volgende hoofdstuk.
20 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
21 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
4
Agenda
4.1 Fysieke Maatregelen 4.1.1 De Dreef Op De Dreef wordt de uitbreiding van het Coenecoop College gehuisvest, een sporthal en een nieuw cultuurhuis in één multifunctionele accommodatie Voor de ontwikkeling van De Dreef is reeds een gebiedsvisie vastgesteld. Dit project is on hold gezet in afwachting van de uitkomsten van het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen. Deze locatie is namelijk één van de weinige locaties waar de gemeente grondeigenaar is en waar mogelijkheden liggen rond het centrum voor ontwikkeling. Voor verschillende functies is een centrale ligging van belang. Op basis het voorgaande in dit uitvoeringsprogramma en de bijbehorende locatiestudie wordt de volgende programmering met betrekking tot maatschappelijke voorzieningen meegenomen in het project: 1. Uitbreiding van het Coenecoopcollege á 4.700 m2 bvo plus een buitenruimte van 500 m2 2. Een sporthal, mede geschikt voor de binnensport á 2.400 m2 bvo 3. Een haalbaarheidsstudie voor uitbreiding en inpassing van het cultuurhuis á 1100 m2 bvo voor de bibliotheek, 600 m2 bvo voor het theater en 200 m2 bvo voor de muziek- en school voor beeldende kunst. Hierbij wordt uitgegaan van: a. Mogelijkheid tot aanvullend 300 m2 bvo multigebruik bij het Coenecoop College of decentraal voor de bibliotheek. b.
Mogelijkheid tot aanvullend 300 m2 bvo multigebruik bij het Coenecoop College of decentraal voor de muziek- en school voor beeldende kunst. c. Koppeling met uitbreiding van het Coenecoop College en een nieuwe sporthal in een multifunctionele accommodatie. Een multifunctionele accommodatie als kloppend hart van Waddinxveen We zetten in op een multifunctioneel gebouw waarin verschillende partijen/voorzieningen (Coenecoop, sporthal, theater, muziek- en school voor beeldende kunst, bibliotheek en wonen) gebruik kunnen maken van elkaars ruimtes en elkaar kunnen versterken. Twee voorbeelden van hoe dit vorm kan krijgen zijn De Koppeling in Zeist en De Buitenhof in Delft. Er wordt zo efficiënt gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte en middelen. Het cultuurhuis als bruisend hart kan zo verder groeien in haar functie, in lijn met de Visie maatschappelijke voorzieningen. Door koppeling met de sporthal ontstaat er ook mogelijkheid evenementen en grote bijeenkomsten in deze ruimte te organiseren, een aanwinst voor Waddinxveen en onderscheidend in de regio. Een voorbeeld hiervan is Maaspoort in Den Bosch waarbij er ook sprake is van multigebruik voor sport en evenementen. Dit voorbeeld heeft overigens een flink grotere schaal dan waar we het hier over hebben. Het is een kansrijke clustering van voorzieningen die voor alle partijen voordelen kan bieden.
We bouwen voor een periode van 40 jaar, dit is het moment om voorzieningen te realiseren voor de lange termijn en kansen hierin te benutten. Een haalbaarheidsstudie moet meer duidelijkheid geven over de invulling en de precieze omvang. Verwachte oplevering van de multifunctionele accommodatie tussen 2032 en 2034 Met het oog op de benodigde uitbreiding van het Coenecoop College en ontwikkeling van De Dreef heeft het de voorkeur de permanente huisvesting en dus de multifunctionele accommodatie zo snel als mogelijk te realiseren. Een dergelijke accommodatie is een complexe opgave. Op basis van een eerste inschatting verwachten we dat oplevering tussen medio 2032 en medio 2034 mogelijk is. Binnen het project moet deze planning nader worden onderzocht.
22 Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen
In de tussentijd wordt het Oude Coenecoop College ingezet als tijdelijke huisvesting voor de middelbare school en OBS De Gouwe. Hierover vindt separate besluitvorming plaats. Bij het opstarten van dit project is het essentieel dat van begin af aan goed wordt nagedacht over de samenwerking tussen de verschillende partijen. Op basis van referentieprojecten weten we dat meedenken vanuit de verschillende partijen van begin af aan cruciaal is om een goed functionerend multifunctionele accommodatie te realiseren. Op die manier kan het tot grote meerwaarde en efficiëntie leiden. Het continueren van de huur van het huidige cultuurhuis is financieel onaantrekkelijk Het huidige Cultuurhuys wordt gehuurd. Dit is financieel onaantrekkelijk. Als gemeente zelf investeren brengt forse financiële voordelen met zich mee. In een eerdere fase bij verlening van het huidige huurcontract heeft de eigenaar te kennen gegeven niet open te staan voor verkoop van het pand aan de gemeente. Aankoop van het huidige cultuurhuis voor huisvesting van de drie partijen voor de lange termijn brengt de beperking met zich mee dat de partijen niet kunnen groeien op locatie. Dit sluit niet aan op de Visie maatschappelijke voorzieningen en ook niet op de geconstateerde behoefte.