Bijlage 3. Nota beantwoording zienswijzen BP Theo Thijssenschool
Tekst van het document
Nu is gebleken dat er geen beschermde soorten zijn binnen het projectgebied, geldt dat er in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing en/of overige vervolgstappen benodigd
pag 25/28
zijn. Het aspect flora en fauna vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voorstel: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. U. Bestemming ‘Maatschappelijk’ Reclamant begrijpt niet wat onder de bestemming ‘Maatschappelijk’ valt, gelet op de bestemming ‘Maatschappelijk’ in het bestemmingsplan “Van station tot hefbrug” met de bijpassende bouw- en gebruiksmogelijkheden. Reactie gemeente: De bestemming ‘Maatschappelijk’ in het onderhavige bestemmingsplan houdt in dat het plangebied alleen gebruikt mag worden voor ‘maatschappelijke voorzieningen’, zijnde voorzieningen ten behoeve van basisonderwijs. Dat volgt uit artikel 4.1 van de regels van het bestemmingsplan in samenhang met artikel 1.23 van diezelfde regels. De gemeente denkt dat hiermee voldoende duidelijk is wat de bestemming ‘Maatschappelijk’ in het onderhavige bestemmingsplan inhoudt. Dat de bestemming ‘Maatschappelijk’ en ‘maatschappelijke voorzieningen’ in het bestemmingsplan “Van station tot hefbrug” anders worden omschreven, is juist. Er is namelijk geen standaardomschrijving of definitie van de bestemming ‘Maatschappelijk’ en ‘maatschappelijke voorzieningen’. Ditzelfde geldt voor de bouwmogelijkheden. De gemeenteraad heeft daar beleidsvrijheid is.
Wat dus onder de bestemming ‘Maatschappelijk’ en ‘maatschappelijke voorzieningen’ is toegestaan, volgt derhalve specifiek uit de op een locatie toepasselijke functie(s) met bijbehorende regels. Voorstel: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. V. Planregels Reclamant stelt dat de regels van het bestemmingsplan onduidelijk zijn, omdat in artikel 3.2.2, onder b, van de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat de bouwhoogte maximaal 8,1 meter bedraagt terwijl in de toelichting op het bestemmingsplan wordt vermeld dat een maximale bouwhoogte van 8,2 meter bij twee bouwlagen geldt. Ook stelt reclamant dat onvoldoende is toegelicht waarom het noodzakelijk is dat in de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat kan worden afgeweken van de bestemming en bouwhoogte tot 10 meter. Reclamant verwijst hiervoor naar artikel 7 van de regels van het bestemmingsplan en verzoekt de gemeente een vergelijking te maken met omringende bestemmingsplannen om te bezien of deze mate van afwijkingen aldaar ook zijn toegestaan. Voorts stelt reclamant dat artikel 9.1 van de regels van het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke onderbouwing, omdat daarmee een binnenplanse uitbreiding van 10% mogelijk is.
pag 26/28
Reactie gemeente: De maximale bouwhoogte die in artikel 3.2.2, onder b, van de regels van het bestemmingsplan wordt genoemd, te weten 8,1 meter, is onjuist. De maximale bouwhoogte van gebouwen is nu op de verbeelding afgebeeld. Als gevolg hiervan is artikel 3.2.2, onder b en c, van de regels van het bestemmingsplan geschrapt, aangepast en vernummerd tot artikel 4.2.2, onder b. In bestemmingsplannen zijn vaak algemene afwijkingsregels opgenomen die vergelijkbaar zijn met de algemene afwijkingsregels van onderhavig bestemmingsplan. Zo is artikel 7 van de regels van het bestemmingsplan vrijwel identiek aan artikel 26 van de regels van het bestemmingsplan “Van station tot hefbrug” en artikelen 33.1 en 33.3 van de regels van het bestemmingsplan “Bebouwde Kom 2015”. Ook onder die bestemmingsplannen is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 meter. Bovendien geldt dat zowel in het geval van artikel 7 (oud) als artikel 9.1 (oud) van de regels van het bestemmingsplan het bevoegd gezag zal moeten toetsen of het project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening voordat een vergunning wordt verleend. Daarmee wordt een goede ruimtelijke ordening gewaarborgd. Desalniettemin is artikel 7.1, onder e (oud), van de regels van het bestemmingsplan geschrapt.
Voorstel: De zienswijze leidt tot aanpassing van de verbeelding, artikel 3.2.2, onder b en c, en artikel 7.1 van de regels van het bestemmingsplan. W. Ontsluitingsweg Het bestemmingsplan kent een ontsluitingsweg tussen de panden aan de Oranjelaan 36 en 38, nota bene over gronden van reclamant, terwijl reclamant daarmee niet heeft ingestemd. Reclamant verzoekt de ontsluitingsweg uit het bestemmingsplan te verwijderen. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 2, onder I. Voorstel: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
pag 27/28
Overzicht van wijzigingen
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Verbeelding -
De verbeelding is aangepast, zodat de maximale bouwhoogte van gebouwen op de verbeelding wordt afgebeeld. Ook zijn aan de verbeelding de functieaanduiding ‘geluidscherm’ en bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – blinde gevel’ toegevoegd.
Regels -
Artikel 3.1, onder a (oud), is aangepast en vernummerd tot artikel 4.1, onder a. Artikel 3.2.2, onder b en c (oud), is geschrapt, aangepast en vernummerd tot artikel 4.2.2, onder b. Artikel 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm is nieuw toegevoegd. Artikel 3.3 Afwijken van de gebruiksregels (oud) is geschrapt. Artikel 4.2.2, onder c, is nieuw toegevoegd. Artikel 5.2.4 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm is nieuw toegevoegd. Artikel 7.1, onder e (oud), is geschrapt.
Toelichting -
Hoofstuk 3.2. Verkeer en parkeren is aangepast. Hoofdstuk 4.2 Provinciaal beleid is aangepast. Hoofdstukken 6.3 Bedrijven en milieuzonering en 6.6 Bodem zijn aangepast. Hoofdstuk 6.4 Lichthinder is nieuw toegevoegd. Bijlagen 1 en 2 zijn aangepast. Bijlagen 5 en 7 zijn nieuw toegevoegd.
pag 28/28
Ambtshalve wijzigingen Verbeelding -
De verbeelding is aangepast. De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn verkleind, evenals het bouwvlak daarop. Een deel van de voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden wordt bestemd als ‘Groen’ respectievelijk ‘Verkeer’. Verder zijn aan de verbeelding de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – schoolplein’ en de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – luchtbrug’ toegevoegd.
Regels -
Artikel 3 Groen is nieuw toegevoegd. Artikel 3 (oud) is aangepast en vernummerd tot artikel 4. Artikel 3.2.2, onder d (oud), is geschrapt. Artikel 3.2.3, onder a (oud), is geschrapt. Artikel 3.2.4 is aangepast en vernummerd tot artikel 4.2.4. Artikel 3.2.5 Voorwaardelijke verplichting groene erfafscheiding (oud) is geschrapt. Artikel 5 Verkeer is nieuw toegevoegd. Artikel 8.1, onder a (oud), is aangepast en vernummerd tot artikel 10.1, onder a. Artikelen 4 t/m 10 (oud) zijn vernummerd tot artikelen 6 t/m 12.
Toelichting -
Hoofstuk 3.1 Gewenste situatie is aangepast. Hoofstuk 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland is aangepast. Hoofdstukken 6.3 Bedrijven en milieuzonering en 6.6 Bodem zijn aangepast. Hoofdstuk 7.2 Toelichting op de bestemmingen is aangepast. Bijlage 9 is aangepast.