Bijlage 3. BRE-onderzoeksrapport Midden-Holland 54301
Tekst van het document
geldt minder voor bijvoorbeeld ruimtelijke vraagstukken). 17 18
We zien verschillende visiedocumenten waar deze visie wel (deels) beschreven staat. Bijvoorbeeld in De kracht van Midden-Holland: Regio van verbinding (2019) en in Midden-Holland: De regio midden in de Randstad (2021). Zie voor voorbeelden ook paragraaf 2.2.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
y
Beperkte uitvoeringskracht voor regionale opgaven.
Voorzichtigheid. De andere kant van de medaille van
De ontwikkeling van beleid, bijkomende besluitvorming,
‘stapsgewijze doorontwikkeling van samenwerking in de
de uitvoering en het evalueren en bijsturen hiervan vergen
regio’ is dat het voorzichtig verkennen van samenwerking
capaciteit en middelen. We zien dat er sprake is van
tot trage vooruitgang leidt. In de regio wordt sinds 2016
beperkte uitvoeringskracht in de gemeenten en beperkte
in de huidige vorm samengewerkt. Dit voorzichtige
bundeling van capaciteit, voor de regionale opgaven.
verkennen zit volgens sommigen ook in de regionale
Tegelijkertijd is de scope van de regionale samenwerking
bestuurscultuur. Grotere stappen vooruit vragen
vrij breed en wordt voor veel opgaven beleid afgestemd.
echter soms om bestuurlijk leiderschap door voor de
Dit zorgt ervoor dat er minder aandacht uitgaat naar
samenwerking te gaan staan en om het nemen van risico’s.
de uitvoering van dit beleid – evenals het evalueren en bijsturen hiervan. Zeker bij samenwerking bij niet-verplichte opgaven/thema’s kan dit het realiseren van publieke waarde in de weg staan. Hier ontstaat het risico van de ‘lege huls’: waarbij veel uitvoering van beleid op papier staat maar daar eigenlijk in de praktijk weinig van terecht komt.
Bodegraven
20
y
Reeuwijkse plassen
HOOFDSTUK 4
Uitzicht: handelings perspectief Dit hoofdstuk verwoordt, op basis van voorgaande bevindingen en analyses, onze aanbevelingen voor een verbeterde werking van de regio als geheel. In de volgende aanbevelingen gaan wij daarmee in op deelvragen 11, 12 en 13, die inspelen op de verbetermogelijkheden door en binnen het BRE en op het samenspel tussen het BRE, MRE en ERE. Hier wordt een handelingsperspectief voor met name het BRE gepresenteerd.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
We schetsen handelingsperspectief door beantwoording van de
Om effectief samen te werken met deze partijen is het
deelvragen 11, 12 en 13. Deze luiden als volgt:
schaalniveau van Midden-Holland soms de juiste om deze
y y y
Hoe kan het BRE beter bijdragen aan
samenwerking voor te organiseren. In andere gevallen
publieke waarde creatie?
kan vanuit Midden-Holland juist aansluiting bij andere
Hoe kan de samenwerking binnen
schaalniveaus voor het ERE en MRE georganiseerd worden.
het BRE worden verbeterd?
In Midden-Holland wordt dit onder meer vormgegeven in
Hoe kan de samenwerking tussen het
de triple helix-samenwerking die valt onder de bestuurlijke
bestuurlijk, maatschappelijk en economisch
tafel Economie, onderwijs en arbeidsmarkt (onder meer met
ecosysteem worden verbeterd?
de ondernemersverenigingen en onderwijsinstellingen).
Deze aanbevelingen zijn primair gericht aan het bestuurlijk
4. En aanvullend kan samenwerking op de schaal van
regionale ecosysteem maar raken ook het maatschappelijk en
Midden-Holland volgens gesprekspartners – en volgens
economisch ecosysteem.
ons – zorgen voor minder vrijblijvendheid op het gebied van de inzet van capaciteit voor het samen werken aan regionale opgaven. Dit kan zorgen voor
4.1 De waarde van regionale samenwerking in Midden-Holland
meer directe publieke waardecreatie in de regio. Er zijn dus diverse argumenten voor het bewerkstellingen
We zien in de analyse verschillende aanknopingspunten voor
van verdere regionale samenwerking in Midden-
regionale samenwerking op de schaal van Midden-Holland.
Holland. De intensiteit hiervan is vervolgens ook een
De volgende redenen hiervoor komen als hoofdpunten uit de
bestuurlijke en politieke afweging. In de beschrijving van
analyse naar boven en vormen daarmee de basis voor het vanaf
het handelingsperspectief (vanaf paragraaf 4.2) geven wij
paragraaf 4.2 beschreven handelingsperspectief.
op basis van onze analyse aanknopingspunten voor de doorontwikkeling van de samenwerking op de schaal van de
1. Steeds meer opgaven in Midden-Holland vragen om
regio Midden-Holland.
gemeentegrensoverstijgende (en integrale) strategische afstemming en lobby. Opgaven houden zich steeds minder aan gemeentegrenzen. Om op de lange termijn
4.2 Het hoe
publieke waarde te blijven creëren is het daarom nodig om voor opgaven op de schaal van Midden-Holland in breder
Er gaat al veel goed in de samenwerking op de schaal van
verband af te stemmen welke richting men samen opgaat.
Midden-Holland. Om de samenwerking te verbeteren zien wij
Dit is onder andere relevant doordat verschillende lokale,
de volgende aandachtspunten:
regionale en bovenregionale agenda’s op elkaar ingrijpen.
y
met het Verhaal van Midden-Holland.
Dit zien we bijvoorbeeld veel bij de opgaven aan de tafels Ruimte en Wonen, Verkeer en vervoer & Duurzaamheid.
Richten | Het richten van de samenwerking
y
Inrichten | Omgaan met het kantelpunt voor de inrichting van verdere samenwerking
2. Regelmatig is specialistische kennis en afstemming over de uitvoering op regionale schaal van
y
Verrichten | Overige aandachtspunten voor de Midden-Hollandse samenwerking
meerwaarde. Met het complexer worden van opgaven uitvoeringskracht soms te bundelen. In Midden-
Het richten van de samenwerking met het Verhaal van Midden-Holland
Holland gebeurt dit bijvoorbeeld rondom het sociaal
In Midden-Holland zijn al verschillende strategische agenda’s,
domein (op het gebied van inkoop in Netwerk Sociaal
lobbydocumenten en inhoudelijke beleidsagenda’s opgesteld.
domein Midden-Holland) en bij ruimtelijke opgaven.
Daarmee ligt er een stevige inhoudelijke basis voor de
helpt het gemeenten om specialistische kennis en
samenwerking. Om de samenwerking op de langere termijn 3. Voor beleidsterreinen met veel raakvlakken met
22
te richten (en een stip op de horizon te plaatsen), helpt het
het ERE en MRE is Midden-Holland soms de juiste
volgens ons om gezamenlijk een ‘gemeenschappelijk Verhaal
schaal. Grotere bedrijven en organisaties uit de regio
van Midden-Holland’ op te stellen. Dit verhaal zien wij als ‘de
werken vaak niet in één gemeente maar in een regio.
strategie achter de samenwerking’. Het is volgens ons belangrijk
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
om te beschrijven waarom de gemeenten samenwerken op de
y
De verhouding tot de anderen. Verder helpt het de
schaal van Midden-Holland en hoe de samenwerking zich tot
verhouding tot de anderen te expliciteren voor de interne
andere samenwerkingen verhoudt.
en externe betekenisgeving aan de regio. Daarbij gaat het zowel om de verhouding tot andere bestuurlijke partijen
Dit helpt om intern (bij het maken van keuzes over
of verbanden (provincie, AGW, MRDH, MRA, Holland-
samenwerking/projecten) en extern (bijvoorbeeld richting de
Rijnland, Hollands-Midden, et cetera) als om de rol van het
provincie en buurgemeenten) als regio één verhaal te hebben en
ERE, MRE en inwoners. Ook voor de provincie is het van
zich hier aan te houden. Dit verhaal kan de samenwerking meer
belang dat het helder is waar de regio samen in optrekt, en
borgen, ook op momenten waarop er mogelijk meer druk op de
waarin niet. De betrokkenheid van het ERE en MRE en van
samenwerking komt te staan, bijvoorbeeld door de vraagstukken
inwoners bij de regionale samenwerking, is nu nog beperkt.
over schaarste die op regio’s afkomen of wanneer er wisselingen
Volgens ons vraagt een (intensievere) samenwerking
zijn van bestuurders die bepalend zijn voor de samenwerking.
waarin strategisch wordt afgestemd over de (langetermijn) strategie in de regio om meer betrokkenheid van deze
Dit Verhaal is wat ons betreft geen nieuw uitvoerig agendapunt,
partijen (en een bewuste strategie op dit onderdeel).
opgesteld door een adviesbureau, maar juist een kort document waarin de kern van de samenwerking beschreven staat en is
y
Een verhaal ván de regio. Om er tot slot een
opgesteld door bestuurders en ambtenaren die deelnemen aan
verhaal van de regio van te maken, is het wat ons
de netwerksamenwerking.
betreft belangrijk om dit beknopte Verhaal regionaal
19
gedragen te maken, door input te verzamelen bij de Een Verhaal van Midden-Holland vraagt in ieder geval
raden en het eindresultaat aan hen voor te leggen.
aandacht voor de volgende onderdelen: y
Waarom werken wij samen en wat hebben we bereikt? Door ‘het waarom’ van de samenwerking te beschrijven en een aantal van de successen te delen (om te delen) wordt de kern van de samenwerking duidelijk(er) voor de deelnemers.
y
Inhoudelijke basis. De inhoud moet vervolgens leidend zijn voor de keuzes over opgaven die op de schaal van Midden-Holland worden opgepakt. De basis voor dit onderdeel staat vast; de beschreven ambities op het gebied van groei, bereikbaarheid en economische vitaliteit. Daarbij is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor de overeenkomsten (onder andere de cultuur) en onderlinge verschillen (zoals tussen stad en platteland en de relatief grote verschillen in politieke samenstelling in de gemeenten) in de regio. Op dit vlak is door de regio al veel werk verzet.20 Relevante onderwerpen zijn bijvoorbeeld mobiliteit, woningbouw en de samenwerking in het ruimtelijk domein. Hoewel de maatschappelijke urgentie op dit moment minder lijkt, vraagt het waarborgen van de brede welvaart in de regio doorlopend om actie op dit soort thema’s. Het is belangrijk om deze urgentie in dit Verhaal duidelijk te beschrijven.
19
20
23
Voor elke regio past hierbij een eigen vorm, naar gelang de context en behoefte. Ter inspiratie kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de opgestelde samenwerkingsagenda’s in andere regio’s, zoals die van ZuidLimburg (inclusief achterliggende actieplannen en eventueel de Novistartagenda) en de samenwerkingsagenda van Noordoost-Brabant. Met het opstellen van de samenwerkingsagenda en het ‘lobbydocument’ Midden-Holland: De regio midden in de Randstad (2021). Maar het kan ook zinvol zijn om bijvoorbeeld het eerdere visiedocument gericht op ‘de Nieuwe Regio’ en de destijds geformuleerde zeven kernwaarden er nog eens bij te pakken.
Wat staat hierover in andere rapporten vermeld? ROB: Droomland of Niemandsland (2021) De Raad voor het Openbaar Bestuur geeft in zijn rapport Droomland of Niemandsland (2021) als eerste advies het volgende mee: begin bij de inhoud. ‘Er is nood aan een integrale regionale agenda voor vraagstukken van klimaat en energie, wonen, infra en mobiliteit, zorg en onderwijs, economie, werk en inkomen, natuur en het gebruik van de schaarse ruimte. Alle reden om de inhoud centraal te stellen nu deze opgaven nauw met elkaar samenhangen. De regionale opgaven vragen daarom om een passende schaal waarop het bestuur is georganiseerd, zodanig dat het goed is toegerust om zijn taak adequaat te kunnen vervullen.’ Studiegroep Interbestuurlijke Financiële Verhoudingen (2020) De studiegroep Interbestuurlijke Financiële Verhoudingen kwam eind 2020 met oplossingsrichtingen om de gezamenlijke uitvoeringskracht van de overheid te versterken. De studiegroep pleit onder meer voor (1) meer opgavegericht samen te werken (in plaats van sectoraal), en (2) versterking van regie op maatschappelijke opgaven: ‘Door de veelheid aan partijen die is betrokken bij de aanpak van grote opgaven bestaat het risico dat zij langs elkaar heen gaan werken of keuzes maken die niet optellen tot het gewenste resultaat. Daarom is het versterken van regie belangrijk.
Samen werken aan gezamenlijke resultaten vraagt echter wel dat partijen bereid zijn om een deel van hun autonomie ten bate van het gezamenlijk doel of maatschappelijk belang in te leveren.’
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Omgaan met het kantelpunt voor de inrichting van verdere samenwerking
Daarvoor beschrijven we eerst een variant waarin de huidige
Er wordt nu circa zes jaar in een netwerkconstructie gewerkt en
de samenwerking naar een hoger plan wil trekken.
samenwerking wordt geoptimaliseerd en daarna een variant die
in deze periode zijn positieve resultaten behaald. Hierbij gaat het zoals beschreven vooral om indirecte publieke waarde (in
Variant 1. Het verder optimaliseren van
de vorm van beleidsplannen, strategieën, et cetera). Er wordt
de samenwerking in Midden-Holland
op regionale schaal beperkte directe publieke waarde gecreëerd.
Een eerste meer voorzichtige optie is om als regio binnen
Hierdoor is er het reële risico van ‘de lege huls’, waarbij de regio
de huidige structuur te experimenteren met meer
Midden-Holland op papier meer omvat dan in de praktijk en
uitvoeringscapaciteit en strategische lobbykracht voor
nog niet tot directe publieke waarde komt. Dit ondermijnt op
regionale opgaven. In dit geval bevelen we aan om te ‘oefenen’
termijn het draagvlak voor de samenwerking.
met uitvoeringscapaciteit binnen de netwerksamenwerking, door een aantal medewerkers van de verschillende
Volgens ons (en gesprekspartners) staat de regio nu op een
gemeenten hier (deels) voor vrij te maken en om dan
kantelpunt:
met een aantal concrete projecten aan de slag te gaan. De programmacoördinatoren zijn de aangewezen personen om
(1) Enerzijds is er duidelijk ruimte voor meer samenwerking.
hier gezamenlijk een aantal (drie tot vijf) projecten voor aan
Midden-Holland is de eerste jaren in de netwerksamenwerking
te dragen. Wij raden daarbij aan te kiezen voor een aantal
bezig geweest met het opstellen van plannen en het op orde
concrete projecten waar op korte termijn ook resultaten op
brengen van de regionale samenwerking. We zien dat dit
te boeken is én waarvoor een gemeenschappelijk belang geldt
inmiddels tot vertrouwen in de regio heeft geleid, en een
voor de gemeenten. Daarnaast is het volgens ons goed om ook
samenwerking waarvoor de randvoorwaarden op orde zijn.
meer strategische lobbykracht te organiseren, over de opgaven
Door meer in te zetten op coördinatie, de uitvoering van
heen. Dit vraagt om (aanvullende) capaciteit van een aantal
regionale plannen, het monitoren van uitkomsten en het
stevige strategische medewerkers, dat zich dan deels bezighoudt
bijsturen van deze richting is het volgens ons mogelijk om
met het verder optimaliseren van de huidige samenwerking
nu door te pakken en tot meer publieke waarderealisatie te
en zich deels inzet voor lobbyactiviteiten voor de opgaven van
komen. Daarmee wordt Midden-Holland minder een (zoals
de regio Midden-Hollands (en bijvoorbeeld onderzoekt wat de
door verschillende gesprekspartners getypeerde) ‘naar binnen
mogelijkheden zijn rondom externe financiering van projecten).
gekeerde regio’, en kan de blik meer naar buiten worden gericht.
Op deze manier wordt het fundament van de Midden-
Op basis van onze analyse bevelen wij aan om hierop in te
Hollandse samenwerking verstevigd.
21
zetten. Deze geïntensiveerde samenwerking kan vervolgens na één tot (2) Anderzijds kan er doorgegaan worden op dezelfde voet.
twee jaar geëvalueerd worden, waarna een definitief besluit
Dit vraagt volgens ons wel om het tegen het licht houden
genomen kan worden door de deelnemende gemeenten over even-
van de grote hoeveelheid aan regionale onderwerpen en
tuele structurele verdere versterking van de regionale capaciteit.
projecten (of om bewust de keuze voor minder directe publieke waardencreatie voor lief te nemen, maar dit dan ook op die
Variant 2. Het bundelen van dedicated
manier te communiceren). Naar onze mening is dit echter
medewerkers op de schaal van Midden-Holland
onvoldoende om op lange termijn als regio grote opgaven aan
Een tweede optie is om als regio binnen de GR Midden-Holland
te kunnen en de eigen belangen bovenregionaal voldoende te
gezamenlijk een aantal dedicated medewerkers in dienst te
kunnen behartigen.
nemen, met de opdracht om de regionale samenwerking over een tijdsperiode van circa drie tot vijf jaar verder te brengen.
Op basis van de inhoudelijke opgaven, georganiseerde
In dit geval wordt de regionale samenwerking voortgezet in de
randvoorwaarden, het draagvlak voor samenwerking (alle in de
vorm van een (klein) regiobureau. Daarbij wordt net als binnen
regio) is het volgens ons nú het moment om met aanvullende
variant 1 gefocust op ‘uitvoerders en strategen’. Het voordeel
capaciteit te streven naar meer samenwerking in de regio.
van deze variant is dat capaciteit voor regionale opgaven beter geborgd is. Hierbij kunnen per tafel een aantal projecten op de
21
24
Ten eerste is er volgens gesprekspartners breed sprake van onderling vertrouwen/ verbinding tussen bestuurders en ambtenaren, ten tweede is er sprake van ‘een gelijke gerichtheid’ in de regionale samenwerking en zien gemeenten het regionale belang vaak als het eigen belang, en ten derde zijn de voorbije jaren binnen de tafels diverse inhoudelijke doelen benoemd en strategieën opgesteld waarop de gemeenten stappen kunnen gaan zetten (de richting is bepaald).
schaal van de regio worden gekozen en uitgevoerd en voor deze selectie van projecten kunnen de huidige strategieën/plannen als basis dienen.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Voor dit kleine regiobureau zijn medewerkers met verschillende
resultaten kan laten zien.22 Op de kortere termijn is er budget
rollen/expertises nodig, aangezien projecten ook verschillende
benodigd om een aantal medewerkers (deels) vrij te maken voor
fasen doorlopen. Dit vraagt bijvoorbeeld om expertise
regionale projecten of om medewerkers aan te nemen.
op het gebied van (i) strategische coördinatie (c.q. de programmacoördinatoren), (ii) de uitvoering van concrete
Hiervoor kan bijvoorbeeld gekeken worden naar externe
projecten (c.q. machers/projectmanagers), en (iii) evaluatie
financiering voor een aantal specifieke projecten, zoals naar een
(c.q. onderzoekers). Deze medewerkers kunnen ‘over de tafels
Regiodeal-aanvraag. In Regio Deals werken regionale partijen
heen’ werken om integraliteit te waarborgen.
en het Rijk samen als partners om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers (met andere
Voor de huidige juridische vorm van samenwerken in Midden-
woorden, de brede welvaart) te vergroten.23 Het werken aan
Holland (openbaar lichaam) geldt dat men op eigen naam en
concrete projecten die de brede welvaart verbeteren, past goed
voor eigen rekening privaatrechtelijke rechtshandeling kan
binnen deze scope en daarbij helpt het dat de randvoorwaarden
verrichten, en daarmee dus ook personeel kan aannemen.
voor regionale samenwerking in de regio goed op orde zijn. Dit
Binnen het huidige juridische construct is het dus mogelijk om
moet verder verkend worden in afstemming met de provincie
beide varianten uit te voeren. Indien de GR Midden-Holland
Zuid-Holland.
een aantal dedicated medewerkers in dienst neemt, is het verstandig om hier aanvullende afspraken over te maken en deze vast te leggen.
Strategische samenwerking in Nederland
Het Verhaal van Midden-Holland kan bij beide varianten leiden
In Nederland wordt in tal van regio’s samengewerkt rond een strategische agenda. Voorbeelden daarvan zijn de Regio Zwolle, Metropoolregio Eindhoven, Metropoolregio Amsterdam, Rivierenland en de Achterhoek.
tot een (beknopte) uitvoeringsagenda waarin ook de benodigde capaciteit en middelen worden uitgewerkt. Het inrichten van verdere samenwerking vraagt om het bestuurlijk
Deze samenwerkingen hebben uiteenlopende juridische vormen. De juridische vorm is ook beperkt van belang, noch voor de resultaten, noch voor de legitimiteit. Wij zien in andere regio’s dat zo lang gemeenteraden, maatschappelijke partners en economische partners maar op een goede manier bij de samenwerking worden betrokken, de brede legitimiteit is geborgd.
uitdragen en financiële aandacht De samenwerking is de voorbije jaren organisch gegroeid tot en geconsolideerd in de huidige vorm. Wanneer deze samenwerking verder geïntensiveerd wordt, betekent dit dus dat er meer strategiebepaling en keuzes op regionaal niveau gemaakt worden. Dit vraagt volgens ons meer aandacht voor
Deze strategische samenwerkingen hebben vergelijkbare kenmerken: y Er is doorgaans sprake van een construct met een geleed bestuur (hoewel dit vaak niet zo wordt genoemd). y Er wordt gewerkt vanuit een inhoudelijke agenda. y Er is sprake van een verbinding met het maatschappelijk en economisch ecosysteem. y Eden (klein) regiobureau. y Er zijn hulpstructuren georganiseerd om de gemeenteraden bij de samenwerking te betrekken (van regioraden tot gezamenlijke agendacommissies, tot regiotours).
het meenemen van partners (maatschappelijke en economische partijen, maar ook bijvoorbeeld buurgemeenten) en de gemeenteraden (en inwoners). Hiervoor is het rondom de inrichting van de verdere samenwerking van belang om in dit proces de importantie en de bedoeling van de samenwerking van de regio Midden-Holland bestuurlijk uit te dragen richting al deze partijen. Hierbij helpt het volgens ons om meer dan nu te streven naar het uitdragen van de successen in de regio en daarbij de mooie voorbeelden te delen en te vieren. Dit vraagt om minder voorzichtigheid en om het meer ‘voor elkaar kiezen’ en om bestuurlijke moed. We zien op dit vlak ook al een positieve ontwikkeling hiertoe in de afgelopen jaren. Ten tweede vraagt de inrichting van verdere samenwerking ook om aandacht voor de borging van de financiering. Op de langere termijn is er behoefte aan een structurele financiering, die vanuit de deelnemende gemeenten opgebracht moet worden. Hierbij helpt het wanneer de samenwerking op basis van evaluaties en evidence based policy-making successen en 25
22 23
De financiering van de netwerksamenwerking gebeurt op dit moment via bijdragen van de deelnemende gemeenten en deze bijdrage varieert van € 60.000 tot € 130.000 per gemeente (2021). Het afwegingskader van een Regiodeal telt vier aspecten: opgave, aanpak, financiën en organisatie. De randvoorwaarden die in MiddenHolland staan bieden kansen voor een dergelijke aanvraag.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Overige aandachtspunten voor de samenwerking binnen de regio Midden-Holland
overkoepelende coördinatie en betrokkenheid van de
Voor de verdere uitvoering van de samenwerking binnen
lobbykracht van Midden-Holland en bij het organiseren van
de regio Midden-Holland zien we, ongeacht de gekozen
verbinding tussen de gemeenten, evenals dat dit continuïteit in
richting en inrichting, nog een aantal aandachtspunten
de samenwerking kan borgen. Maar dit is ook een kwetsbaar
dat de samenwerking kan versterken. Dit zijn de volgende
evenwicht, gezien het primaat voor politieke keuzes bij de
aandachtspunten:
raad ligt (en hoort te liggen), in samenwerking met colleges.
y y y
burgemeesters kan volgens ons helpen bij het vergroten van de
Het verder professionaliseren van de
Afhankelijk van de intensiteit van samenwerken zien wij
uitvoering van de samenwerking.
een (iets) grotere betrokkenheid van burgemeesters als
Het verbinden van de samenwerking met
wenselijk, met de focus op advisering met betrekking tot de
andere ecosystemen (ERE/MRE).
langetermijnstrategie in de regio.
Het borgen van de legitimiteit van de samenwerking in gemeenteraden.
Het verbinden van de samenwerking met andere ecosystemen (ERE/MRE)
Het verder professionaliseren van de
De hypothese van dit onderzoek is dat congruentie van en
uitvoering van de samenwerking
samenspel tussen het BRE, ERE en MRE leidt tot meer publieke
Op de schaal van Midden-Holland kan meer aandacht worden
waardecreatie. We zien in Midden-Holland dat het schaalniveau
besteed aan het in beeld brengen van resultaten, het evalueren
van het BRE in veel gevallen niet het meest logische
van activiteiten en het bijsturen van beleid. Dit alles begint met
schaalniveau is om met economische of maatschappelijke
het SMART-maken van doelstellingen, waardoor voortgang in
partijen op te schakelen. Wel wordt middels de bestuurlijke
beeld gebracht kan worden. In de eerdere evaluatie uit 2017
tafels (vooral bij de tafel Economie, onderwijs en arbeidsmarkt)
van de samenwerking binnen de regio Midden-Hollandse
in triple helix-verband aangesloten bij deze partijen wanneer
bleek dit beperkt te gebeuren, maar dit zien we ook nu nog
nodig. Dit gebeurt bijvoorbeeld rondom Campus Gouda.
weinig terugkomen in de regio (bijvoorbeeld in de strategische agenda, programmabegroting of bestudeerde beleidsplannen).
De constatering dat de regio op onderdelen niet congruent is,
Dit is deels verklaarbaar doordat uitvoering in de gemeenten
betekent ook dat het lastiger kan zijn om maatschappelijke en
plaatsvindt en ieder hier ook eigen doelen aan wil kunnen
economische partners te binden aan de samenwerking. Hierbij
hangen. Om het effect van de regionale samenwerking in
helpt het volgens ons om samenwerking dan niet overkoepelend
beeld te brengen, vinden wij het desondanks belangrijk om
maar juist rondom concrete projecten te organiseren. We zien
meer aandacht voor deze ‘achterkant’ van het beleidsproces
op basis van de analyse van de opgaven en naar aanleiding
te hebben. Enkel op die manier kunnen op termijn gerichtere
van de gesprekken geen noodzaak om binnen een andere of
uitspraken gedaan worden over de effectiviteit van de
overkoepelende structuur te streven naar het betrekken van het
samenwerking, kan samenwerking tijdig worden bijgestuurd en
ERE of MRE bij de regio.
wordt aan breder vertrouwen gewerkt. Verder blijkt dat er veel enthousiasme is vanuit partijen uit het Wanneer de regio in de toekomst kiest voor intensievere
ERE en MRE om vaker betrokken te worden bij strategische
samenwerking is het daarnaast relevant om opnieuw te
beleidsvorming. Volgens ons helpt het om bij intensivering van
kijken naar de governance-structuur die wordt aangehouden
de samenwerking op dit punt een analyse van de bestuurlijke
in de regio. Op dit moment wordt met name aan de tafels
tafels te maken, waarbij in kaart wordt gebracht bij welke
gecoördineerd, maar zien we dat de overkoepelende coördinatie
activiteiten of onderwerpen partijen uit het ERE en MRE van
over de tafels heen beperkt tot stand komt. Er is weliswaar
meerwaarde kunnen zijn. Ook in dat geval kan in een aantal
een DB en voorzittersoverleg met burgemeesters op het
concrete projecten geoefend worden met deze partijen om de
niveau van de GR, maar in dit gremium worden beperkt
meerwaarde van deze verbinding te onderzoeken. Bij de selectie
strategische lijnen voor de langere termijn uitgezet. Daarmee
van projecten helpt het om in te zetten op onderwerpen waar de
staan de burgemeesters ook op een zekere afstand, terwijl zij
regio goed in is. Dit gebeurt nu al op het thema bodemdaling en
wel (meestal) regionale samenwerking in hun portefeuille
de kracht van de mkb-sector. Wij zien aanvullend bijvoorbeeld
hebben. Wij zien dit in de huidige uitvoering niet als een
meerwaarde in het sociaal domein.
probleem, maar dit vraagt volgens ons bij een intensivering van de samenwerking wel om een nieuwe afweging. Meer 26
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Het is daarnaast belangrijk voor het BRE om sleutelfiguren uit
het regionale perspectief mee te nemen. In vergelijking met de
het ERE en MRE dichtbij te houden. Met name om met deze
overige BRE-regio’s zijn we zelfs van mening dat er in Midden-
partijen strategisch te kunnen schakelen over bovenregionale
Holland meer dan gemiddeld georganiseerd is op dit vlak. De
belangenbehartiging over en weer, bijvoorbeeld richting de
gemeenteraden van Midden-Holland kennen al een zekere
Economic Board Zuid-Holland. Wij achten het daarvoor
regionale organisatiegraad, met de regiogriffier en reguliere
verstandig om vanuit de netwerksamenwerking regelmatig af te
fysieke/digitale informatiebijeenkomsten. De samenwerking
stemmen met sleutelfiguren uit het ERE en MRE (oftewel, de
kan dan ook op relatief veel draagvlak rekenen, al wordt er wel
‘boundary spanners’).
meer resultaat verwacht.
Boundary spanners Boundary spanners zijn organisaties of individuen die actief werken op de grenzen van sectoren of, in dit geval, hun ecosysteem. Ze voeren activiteiten uit die beogen om die grenzen te doorbreken, bijvoorbeeld om netwerken aan te boren buiten hun eigen domein, om kennis te verwerven die binnen hun eigen domein of ecosysteem niet toegankelijk is of om te onderhandelen over steun of (financiële) investeringen.24 Het resultaat van die activiteiten kan zijn dat er een overkoepelend netwerk ontstaat waarin partijen uit het BRE, MRE en ERE elkaar treffen (bijvoorbeeld in triplehelix-verband), dat gemeenten investeren in de activiteiten van een bepaalde sector binnen het bedrijfsleven (of bijvoorbeeld in een Economic Board) of dat een groep van betrokken maatschappelijke organisaties, ondernemers en ambtelijke staf op projectbasis een gezamenlijk probleem oplost. In andere BRE-regio’s zagen we dat individuen of organisaties die als boundary spanner opereren soms ook de grenzen tussen schalen (lokaal-subregionaal-regionaal) overbrugden, en bijvoorbeeld netwerkactiviteiten hebben opgezet waardoor er verbinding ontstond tussen ERE en MRE in de verschillende subregio’s rondom een bepaald thema of een opgave. In Midden-Holland worden voornamelijk bestuurders die al lange tijd actief zijn in de regio genoemd als boundary spanners.
Gesprekspartners vinden het lastig om binnen het ERE of MRE boundary spanners aan te wijzen in de regio. Men noemt wel personen die op eigen terrein actief zijn in de regio, maar er worden nauwelijks namen genoemd die op verschillende thema’s overkoepelend actief zijn. Het is voor de ontwikkeling van het samenspel tussen het BRE, ERE en MRE belangrijk om deze personen te vinden en aangesloten te houden.
In het geval van intensivering van de samenwerking is het aan
Het borgen van de legitimiteit van de samenwerking in gemeenteraden Ten slotte moet de regionale samenwerking zijn meerwaarde aan gemeenteraden blijven waarmaken, en daarvoor doorlopend naar voldoende legitimiteit voor het eigen handelen streven. Wij zien binnen de Regio Midden-Holland geen specifieke uitdagingen op dit gebied. Voor raden ligt er een belangrijke rol om in de beleidsvorming en besluitvorming ook 24
27
Van Meerkerk en Edelenbosch. 2014. ‘The effects of Boundary Spanners on Trust and Performance of Urban Governance Networks. Findings from Survey Research on Urban Development Projects in the Netherlands’. Policy Sciences, 47(1), p. 3-24. Van Meerkerk en Edelenbosch. 2018. ‘Profiling Boundary Spanners.’ in: Boundary Spanners in Public Management and Governance. An Interdisciplinaire Assessment. Pp. 93-112. Cheltemham: Edward Elgar. Aangemerkt kan worden dat het handelen van boundary spanners vooral is onderzocht in publieke organisaties, niet in (regionale) samenwerkingsarrangementen.
te raden om de banden met de raden opnieuw aan te halen. Daarbij helpt het bijvoorbeeld om een kennismaakronde te organiseren waarbij projecten, die op regionale schaal opgepakt worden, gepresenteerd worden. Ook later in het proces moeten uitkomsten van evaluaties en successen gedeeld worden met de raden, om de volksvertegenwoordigers in de regio voldoende mee te nemen. Daarbij hebben de raden ook zelf een verantwoordelijkheid om de regio ruimte te geven om te groeien en te leren. Het volgende kader bevat meer voorbeelden uit andere Nederlandse regio’s om te investeren in de relatie met de raden. Investeren in democratische legitimiteit In het land zien we allerlei mogelijkheden om gemeenteraden intensiever te betrekken bij regionale samenwerking. Hierbij enkele suggesties: y Organiseer een regiotour door bestuurders en de directeur van een samenwerkingsverband y Organiseer werkbezoeken. Raadsleden worden uitgenodigd op bijvoorbeeld een locatie voor Beschermd Wonen. y Laat adoptiegriffiers per regeling bespreken hoe de informatiestroom naar de gemeenteraden dient te lopen. y Inzake de raadsvertegenwoordigers. Twee leden uit de raad houden intensief zicht op een specifiek samenwerkingsverband. Zo worden de lasten verdeeld. y Zorg voor goede informatievoorziening. Stuur geen pakken papier naar de gemeenteraad maar maak gebruik van goede informatieformats.
y Versterk de positie van de raden in regelingen. Bijvoorbeeld door hen de mogelijkheid te geven tot extra zienswijzen of als bestuur inhoudelijk op de zienswijzen te reageren. y Zorg voor verbinden van raden. Het versteviging van de positie van de raden vindt ook plaats door onderlinge uitwisseling mogelijk te maken. Dit kan ook van licht tot zwaar.
Zuidplas
HOOFDSTUK 5
Overzicht In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvragen 1 tot en met 7 van het onderzoek. We putten daarbij uit de onderliggende data (‘feiten’) zoals opgenomen in bijlage 1 en gespreksverslagen (‘beelden’). We volstaan in dit hoofdstuk met een bondige beantwoording van de deelvragen.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Feiten en beelden De deelvragen beantwoorden wij op basis van feiten en beelden. Onder feiten verstaan wij gebeurtenissen uit het verleden: het beleid en de stand van zaken daarvan, data uit objectieve bronnen en reeds vastgestelde documenten. Onder beelden verstaan wij de gedachten en meningen van onze interviewpartners. Met andere woorden: de beelden die er leven over het ecosysteem van Midden-Holland. In alle gevallen is sprake van een patroon en dus meer dan het beeld van een enkeling. Steeds geven we daarbij aan of het een beeld van alle respondenten betreft, of juist van een specifieke groep respondenten.
5.1 Deelvraag 1. Wat zijn specifieke kenmerken van de regio?
Gemeente
Aantal inwoners (01-2022)
Gouda
74.165
Krimpenerwaard
57.106
Zuidplas
45.835
Bodegraven-Reeuwijk
35.765
Waddinxveen
31.382
Totaal Figuur 8
244.253 Aantal inwoners
Demografie Bevolkingsontwikkeling y
Er wonen ruim 244.000 mensen in Midden-
Een BRE acteert binnen een bepaalde context: naar analogie
Holland. Gouda is de grootste gemeente, met
van de ecosysteem-metafoor, in de biotoop. Elke biotoop
ongeveer 30% van de inwoners van het BRE.
heeft bepaalde kenmerken die lastig te veranderen zijn. Deze hebben betrekking op de fysieke omgeving (hoe ziet het gebied
y
In prognoses is de verwachte bevolkingsgroei in
eruit), de demografie (hoeveel inwoners heeft een gebied en
Midden-Holland bovengemiddeld. Tussen 2020 en
wat zijn hun kenmerken) en identiteit van de regio. Bepaalde
2050 zal de bevolking met 18% groeien, ten opzichte
(combinaties) van gebiedskenmerken geven een BRE een meer
van 5% in Nederland gemiddeld. In Zuidplas zal
of minder gunstige uitgangspositie en zijn daarmee van invloed
de bevolkingsgroei het grootst zijn, met 33%.
op de publieke waardecreatie. De bevindingen zijn gebaseerd op open data (van het CBS), gesprekken en een vragenlijst onder
y
Deze groeiopgave zien we ook terug in de verwachte forse toename van het aantal huishoudens in de regio tot
volksvertegenwoordigers en inwoners.
2050 – van 40,7% tegenover 14,5% landelijk. We zien Hoofdpunten gebiedskenmerken (deelvraag 1)
hier grote verschillen binnen het BRE Midden-Holland.
y Demografie. Gouda is duidelijk de grootste gemeente. Verder is er een duidelijke groeiopgave voor de landelijk gelegen gemeenten, onder andere door verhuizingen vanuit Rotterdam hiernaartoe. y Geografie. Midden-Holland heeft een zeer gunstige ligging ten opzichte van grote steden mét natuur- en recreatiemogelijkheden. De regio bevindt zich vooral op klei- en veengrond die grotendeels wordt gebruikt voor landbouwdoeleinden (en waar sprake is van bodemdaling). y Wonen. De woningprijzen liggen in Midden-Holland rond het landelijk gemiddelde, wat maakt dat het goedkoper wonen is in de ‘voortuin van de Randstad’. De woningvoorraad is relatief beperkt maar stijgt op termijn. y Voorzieningen. Voorzieningen zijn in de regio relatief dichtbij, waarbij Gouda als stedelijk centrum in een landelijk gebied een centrumfunctie vervult.
Zuidplas (87,9%) en Waddinxveen (59,6%) zijn uitschieters naar boven, terwijl Bodegraven-Reeuwijk (12,7%) en de Krimpenerwaard (9,6%) uitschieters naar beneden zijn. Bevolkingssamenstelling y
Het BRE Midden-Holland laat een redelijk gemiddelde mate van vergroening zien. De groene druk25 is met 41% net iets hoger dan het landelijke gemiddelde (39%). De groene druk is het laagst in Gouda met 38,5% en het hoogst in Bodegraven-Reeuwijk met 43%. Prognoses laten zien dat deze groene druk in het BRE MiddenHolland eerst licht toeneemt en vervolgens weer iets afneemt. Het valt op dat Waddinxveen en Zuidplas in 2030 en 2040 een hogere groene druk dan gemiddeld laten zien, terwijl de groene druk in de Krimpenerwaard de grootste toename laat zien. In Bodegraven-Reeuwijk ligt de druk een stuk lager en laat de prognose ook weinig wijzigingen zien voor de komende decennia.
25
29
De verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
y
Wanneer we kijken naar de grijze druk26 in de regio,
Geografie
valt op dat Krimpenerwaard hier het hoogst op scoort (38%). Daarna volgt Bodegraven-Reeuwijk (36%), Waddinxveen (34%), Zuidplas (32,5%). In Gouda is de grijze druk met 32% de laagste van de regio. De prognose is dat de grijze druk in het BRE MiddenHolland toeneemt en daarna weer wat afneemt. De grijze druk is het hoogst in Bodegraven-Reeuwijk en de Krimpenerwaard. Daarna volgt Waddinxveen en Zuidplas. In Gouda blijft de grijze druk ongeveer gelijk. De grootste toename in grijze druk is in Zuidplas te zien. y
Het aandeel van de bevolking met een migratieachtergrond ligt in Midden-Holland met 17,2% ruim onder het landelijk gemiddelde (24,2%). Krimpenerwaard (11,4%) en Bodegraven-Reeuwijk (13,4%) kennen relatief gezien het minst aantal inwoners met een migratieachtergrond. Daarop volgen Zuidplas (17,3%) en Waddinxveen (17,5%). Gouda heeft het grootste aantal inwoners met een migratieachtergrond: met 26,3% is dat iets meer dan het landelijk gemiddelde.
y
Midden-Holland heeft een zeer gunstige ligging ten opzichte van grote steden mét natuur- en recreatiemogelijkheden. Zo
Verhuisbewegingen
ligt de regio in de Randstad, dichtbij Den Haag, Rotterdam
Inwoners van Midden-Holland verhuizen het meest binnen
en Utrecht. Tegelijkertijd wordt de regio omgeven door
hun eigen regio. Inwoners verhuizen vaak naar en uit Gouda,
natuur en ligt men in het Groene hart. De regio bevindt
bijvoorbeeld richting Waddinxveen, Bodegraven Reeuwijk en
zich vooral op klei- en veengrond. In het gebied is door
Krimpenerwaard. Verhuisbewegingen naar de regio toe vinden
de eeuwen heen een dikke natte veenlaag ontstaan.
met name plaats richting de Zuidplas. En vanuit de regio wordt
Hier was het lastig bouwen, maar goed landbouwen.
relatief vaak naar Rotterdam en Alphen aan den Rijn verhuisd.
Om die reden is er veel bedrijvigheid ontstaat in de landbouw en langer geleden voor de winning van turf. y
Landbouwgrond heeft dan ook een groot aandeel in het grondgebruik. 70% van het landoppervlakte wordt gebruikt voor agrarische doeleinden, waar dit gemiddeld in Nederland 54% is. Ook heeft het BRE Midden-Holland relatief veel binnenwater (12% t.o.v. 9% landelijk). De rechterflank van de regio bestaat uit het Reeuwijkse plassengebied.
y
Tegelijkertijd kent de regio ook kenmerken van verstedelijking. Het BRE Midden-Holland heeft met gemiddeld 1.447 adressen/km² een relatief hoge adressendichtheid ten opzichte van het landelijk gemiddelde (1.174 adressen/km²). De adressendichtheid is in Gouda het hoogste met 2.540 adressen/km². Hierna komen achtereenvolgens Waddinxveen (1.579), Zuidplas (1.191) en Bodegraven-Reeuwijk (1.142). De Krimpenerwaard heeft met 784 verreweg het laagste aantal adressen
26
30
De verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar.
per km². Krimpenerwaard is qua oppervlakte een stuk
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
groter dan de andere gemeenten in de regio en bevat
Voorzieningen
een groot aandeel agrarische gronden, hetgeen het lage
y
Gouda is in de regio het stedelijk centrum in een
aantal adressen verklaart. Het aandeel bos en open
landelijk gebied. De regio heeft gemiddeld een goede
natuurlijk terrein ligt in Midden-Holland gemiddeld
toegankelijkheid tot voorzieningen. Wel zijn er grote
dan weer lager (6% ten opzichte van 12% landelijk).
verschillen tussen gemeenten. Voor de meeste voorzieningen geldt dat deze voor inwoners van Gouda vergeleken met
Wonen y
In de regio, ook wel de voortuin van de Randstad
andere gemeenten in Midden-Holland relatief dichtbij zijn. y
De afstand tot een ziekenhuis is in het BRE Midden-
genoemd, zijn de woningprijzen ongeveer gemiddeld.
Holland kleiner (8 km) dan gemiddeld (10 km). In
De gemiddelde huizenprijs ligt in het BRE Midden-Holland
Gouda is de afstand 2,1 km. Hierbij speelt vanzelfsprekend
tot 2018 onder het landelijke gemiddelde, in de periode
mee dat het Groene Hart Ziekenhuis gevestigd is in
2018 tot 2021 kwam het er net boven. In Midden-
Gouda. Dit algemene ziekenhuis richt zich op inwoners
Holland is dit € 342.295,- en het landelijk gemiddelde
uit Midden-Holland. De afstand vanuit de andere
ligt op € 335.849,-. Hier zien we dat de ‘meest-stedelijke’
gemeenten varieert van 6,6 tot 11,2 km. De afstand tot
gemeenten (Gouda en Waddinxveen) gemiddeld lagere
een kinderdagverblijf is in het BRE Midden-Holland
huizenprijzen kennen dan de andere gemeenten.
gemiddeld (1 km). De afstand tot een basisschool is in Midden-Holland gemiddeld (3 km). Dit komt tevens
y
Verder valt op dat de gemiddelde woningvoorraad in
overeen met het landelijk gemiddelde. De afstand is
Midden-Holland lager ligt dan het landelijk gemiddelde
Gouda (1,1 km) en Waddinxveen (1,5 km) het kleinst. In
(18.032 ten opzichte van 22.230). Overigens zijn er
Bodegraven-Reeuwijk is de afstand naar een basisschool
wel grote verschillen tussen de gemeenten in Midden-
het grootst met 6,5 km. De afstand tot een grote
Holland. De woningvoorraad is het laagste in Waddinxveen
supermarkt is in het BRE Midden-Holland gemiddeld
(12.332), Bodegraven-Reeuwijk (14.499) en Zuidplas (18.031). De voorraad is het hoogst in Gouda (33.439)
vergeleken met het landelijke gemiddelde (1 km). y
De afstand tot een bioscoop is in het BRE Midden-
en de Krimpenerwaard (23.933). De regio kenmerkt
Holland (7 km) kleiner dan het landelijk gemiddelde
zich door een bovengemiddeld aandeel koopwoningen
(9 km). De verschillen zijn wel groot: Gouda 1,8 km,
(63% tegenover 57% landelijk). Het aandeel woningen
Bodegraven-Reeuwijk 3 km, Waddinxveen 6,5 km,
in eigendom van woningcorporaties is in de regio
Zuidplas 8,5 km en de Krimpenerwaard 10,3 km. De
lager dan het landelijk gemiddelde (26% tegenover
afstand tot de podiumkunsten is in Midden-Holland
29%). Dit is ook bij het aantal woningen in eigendom
(5 km) lager dan het landelijk gemiddelde van 7 km.
van overige verhuurders (9,5% tegenover 13%).
In Gouda (1,8 km), Bodegraven-Reeuwijk (3 km) en Waddinxveen (4,8 km) is deze afstand relatief
y
Ten slotte groeit het woningaanbod. De prognose voor
het kleinste. De afstand is relatief het grootste in
2050 laat daarnaast ook zien dat Midden-Holland naar
Zuidplas (6,6 km) en Krimpenerwaard (10,2 km).
verwachting een groei kent van 44% ten opzichte van
Verder valt op dat er relatief weinig onderwijsinstellingen in Midden-Holland gevestigd zijn. In totaal zijn er 3
100% voorspeld, gevolgd door Waddinxveen (61%).
mbo-scholen in Midden-Holland, waarvan er twee
De Krimpenerwaard (12%) en Bodegraven-Reeuwijk
in Gouda zijn en daar zit ook de enige hbo-instelling.
(13%) zijn uitschieters naar beneden. Deze prognoses
Er zijn geen universitaire instellingen in de regio.
betreffen niet alleen nieuwbouw, maar ook andere manieren om de woningvoorraad uit te breiden.
31
y
18% landelijk. Voor Zuidplas wordt zelfs een groei van
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
BOX 1. Vergelijking regiokenmerken Midden-Holland met Zuid-Holland Zuid, Noord-Holland Noord, Noordoost Brabant (en Groningen, Drenthe, Friesland) Demografie en geografie. Midden-Holland kent een relatief hoge adressendichtheid ten opzichte van andere casusregio’s. Alleen Zuid-Holland Zuid heeft een hogere dichtheid. Desondanks is MiddenHolland (241.000 inwoners) in inwoneraantallen kleiner dan andere casusregio’s. Noord-Holland Noord kent bijna 680.000 en is daarmee de grootste, gevolgd door Noordoost Brabant met ruim 660.000 inwoners, en Zuid-Holland Zuid heeft 463.000 inwoners. Ook de grijze druk is in Midden-Holland lager dan in Noord-Holland Noord, Friesland en Groningen. De groene druk is in alle casusregio’s ongeveer hetzelfde, maar in MiddenHolland, samen met Zuid-Holland Zuid, hoger. Wonen. Het aandeel koopwoningen in MiddenHolland is groter dan in alle casusregio’s. Het aandeel huurwoningen in het bezit van woningcorporaties is lager dan in Zuid-Holland Zuid. De gemiddelde huizenprijs van koopwoningen ligt hoger dan in Groningen en Zuid-Holland Zuid, en is ongeveer gelijk aan Noord-Holland Noord, Noordoost Brabant en Drenthe. Voorzieningen. De afstand tot voorzieningen als de supermarkt, basisschool en kinderdagverblijf zijn over het algemeen hetzelfde in de casusregio’s. De huisartsendichtheid ligt in Drenthe en Noordoost Brabant hoger dan in Midden-Holland.
5.2 Deelvraag 2. Hoe ziet het BRE eruit? Onder het BRE (Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem) verstaan wij het geheel aan gestructureerde interbestuurlijke samenwerking binnen een gebied. Landelijke samenwerkingsverbanden (zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en niet-regionale, thematische samenwerkingsverbanden (zoals de G40 of P10) vallen buiten de scope van het onderzoek. Hoofdpunten Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem (deelvraag 2) y Structuur van het BRE. Samenwerkingsverbanden in Midden-Holland kennen overwegend een klein aantal deelnemers in vergelijking met andere BRE’s. Er is een grote mate van congruentie in de regio én er is een groot aandeel samenwerkingsverbanden met gemeenten buiten de regio. y Kenmerken van het BRE. De samenwerking in MiddenHolland richt zich het vaakst op het ruimtelijk domein. Ruimtelijke ‘verdeelvraagstukken’ als de woonopgave en de aanpak van bodemdaling zien we duidelijk terugkomen. y Juridische vorm van samenwerking. In BRE MiddenHolland wordt relatief vaak gekozen voor (bestuurlijke) afstemming. Minder vaak wordt er gekozen voor samenwerking in een zelfstandige/private organisatie.
Structuur van het bestuurlijk regionaal ecosysteem Midden-Holland Samenwerkingsverbanden in het BRE Midden-Holland Vanuit de empirie beschouwen wij de schaal van MiddenHolland als één BRE. Dit is dan ook de geografische scope voor het onderzoek. Binnen deze scope hebben wij ook aandacht voor inter- en bovenregionale en de positie van provincie en hoogheemraadschappen/waterschappen. In de volgende tabellen geven we weer hoe er op de verschillende schaalniveaus bestuurlijk wordt samengewerkt en welke overheidsorganisaties in de regio Midden-Holland hieraan deelnemen. We schetsen in de tabel per schaalniveau de voornaamste samenwerkingsverbanden.
32
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Soort
BodegravenReeuwijk
Gouda
Krimpener waard
Waddinxveen
Zuid-plas
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
MiddenHolland
ZuidHolland
X
X
X
X
BOVEN- EN INTERREGIONAAL Integraal Vereniging Zuid-Hollandse gemeenten Afval Cyclus N.V. Belastingen Belasting samenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)
X
Cultuur, Onderwijs en Sport Streekarchief Midden-Holland Stichting Klasse
X X
X
X
X
X
X
Economie en arbeidsmarkt Stichting Greenport regio Boskoop
X
X
Stichting Greenport West Holland
X
X
Haags Economisch Interventie Team
X
X
X
X
X
Economische programmaraad Zuidvleugel
X
X
X
X
X
Bestuurlijk Overleg Economie Zuid-Holland Fysiek Domein Omgevingsdienst Hollands-Midden (ODMH)
X
Beter Bereikbaar Gouwe
X
Stuurgroep OV-concessie Zuid Holland Noord
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
Portefeuillehoudersoverleg Wonen en verstedelijking Stuurgroep TAG (treinconcessie Alphen aan de Rijn – Gouda)
X
X
Provinciaal Verkeer- en Vervoerberaad (PVVB) Landsdelige spoor- en OV-tafel Platform Slappe Bodem
X X
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Natuur en leefomgeving GR Groenalliantie Midden-Holland e.o. GR Grondbank RZG Zuidplas
X
X
X
X
Bestuursakkoord NOVI/NOVEX Groen Hart & Bestuurlijk platform GH
X
X
X
X
X
X
Bestuurlijke Tafel Vrijetijd, Water en Groen
X
X
X
X
X
Veenweiden Gouwe Wiericke
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Sociaal Domein GGD Hollands-Midden (RDOG) GR Promen Veiligheid Veiligheidsregio Hollands-Midden (VRHM)
X
X
X
X
X
RIEC Haaglanden/Hollands-Midden
X
X
X
X
X
Veiligheidshuis Hollands-Midden (locatie Gouda en Leiden)
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
MKB-deal Ondernemend Midden-Holland
X
X
X
X
X
Convenant detailhandelsbeleid Midden-Holland
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Water N.V. Waterbedrijf Oasen BRE Midden-Holland Integraal GR Midden-Holland Economie en arbeidsmarkt
Bedrijventerrein Gouwe Park (BRG)
X
Energie, energietransitie en duurzaamheid RES Midden-Holland
X
X
X
Fysieke Omgeving Bestuurlijke Adviesgroep A20
X
Natuur en leefomgeving Bestuurlijke commissie Bentwoud
Figuur 10
33
Samenwerkingsverbanden in Midden-Holland
X
X
X
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Beschrijving van samenwerkingsverbanden
op, of kiezen ze (ook) voor partners buiten de regio?
binnen BRE Midden-Holland
We hanteren als congruentiemaat het percentage van het totaal aantal samenwerkingsverbanden waaraan alleen gemeenten uit het BRE deelnemen. Hoe hoger dat percentage, hoe congruenter de samenwerking in het BRE. De congruentiescore van Midden-Holland is 22,9%. Dat betekent dat gemeenten in het BRE Midden-Holland er – van alle BRE-regio’s tot nu toe – er het minst voor lijken te kiezen om samen te werken met elkaar. Hoewel dit weinig lijkt in kwantiteit, zegt dit niets over de intensiteit van de samenwerkingsverbanden die er zijn in Midden-Holland. Ook worden samenwerkingsverbanden die in andere regio’s apart bestaan in Midden-Holland soms gebundeld onder één gemeenschappelijke regeling. Een voorbeeld is de GR Midden-Holland. Binnen dit samenwerkingsverband werken de gemeenten uit Midden-Holland samen op vele thema’s in verschillende bestuurlijke tafels.
Figuur 11
Samenwerkings-verbanden in Midden-Holland
0
20
40
60
80
Zuid-Limburg 79,6
y
Midden-Holland
Voor zover bij ons bekend zijn er in totaal 62 regionale
22,9 Flevoland
samenwerkingsverbanden waaraan gemeenten uit
57,8
Midden-Holland deelnemen. Van deze 62 regionale
Zuid-Holland Zuid
samenwerkingsverbanden nemer er aan 35 ten
Drenthe
minste twee gemeenten in Midden-Holland deel.
Friesland
Op de schaal van BRE Midden-Holland zijn er
Groningen
beduidend minder samenwerkingsverbanden dan op
Noord-Holland Noord
boven- en interregionale schaal. Hiernaast worden
Noordoost Brabant
samenwerkingsverbanden tussen de gemeenten in Midden-Hollandse gevisualiseerd. Een lijn tussen twee
Figuur 12
63 52 75 53 59 39
Congruentie in vergelijking met andere BRE’s
gemeenten betekent dat zij een samenwerkingsverband delen. Samenwerking met gemeenten buiten BRE Midden-
Samenwerking met de provincie Zuid-
Holland zijn niet meegenomen in op deze kaart.
Holland, Hoogheemraadschap van Rijnland en Schieland/Krimpenerwaard
y
Samenwerkingsverbanden waaraan gemeenten in
y
Aan 15 van de 62 samenwerkingsverbanden neemt
Midden-Holland deelnemen, kennen overwegend een
ook de provincie Zuid-Holland deel. Dat is bijna
klein aantal deelnemers in vergelijking met andere
een kwart van het totaal. Ter vergelijking: in Zuid-
BRE’s. Gemiddeld nemen 4,5 gemeenten deel aan een
Holland Zuid en Noordoost Brabant nam de provincie
samenwerkingsverband in Midden-Holland. Gouda en
aan minder samenwerkingsverbanden deel, en in
Waddinxveen delen de meeste samenwerkingsverbanden
Groningen en Drenthe aan (veel) meer (resp. 52,1% en
binnen het BRE Midden-Holland (31). Waddinxveen
50,5% van alle samenwerkingsverbanden). Voorbeelden
is ook de grootste samenwerkingspartner
van samenwerkingsverbanden waar de provincie aan
voor Bodegraven-Reeuwijk en Zuidplas.
deelneemt zijn het bestuursakkoord NOVI/NOVEX en de RES Midden-Holland, maar ook het Platform
y
Congruentie gaat over de mate waarin de gemeenten
Slappe Bodem en Stichting Greenport West-Holland.
binnen Midden-Holland vooral voor elkaar kiezen, of (ook) voor partners buiten de regio. Met andere woorden, zoeken de gemeenten in de regio elkaar steeds 34
y
Aan 7 van de 62 samenwerkingsverbanden (11,3% van het totaal) nemen één of meerdere waterschappen
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
deel. Het Hoogheemraadschap van Rijnland neemt deel aan
tafels is ingericht. In gesprekken komt naar voren dat
5 van de 7, Schieland/Krimpenerwaard aan 2 van de 7. Het
deze afstemming positief verloopt. De samenwerking
aandeel samenwerkingsverbanden waaraan een waterschap
met de waterschappen/hoogheemraadschappen in de
deelneemt is daarmee het laagst van alle BRE-regio’s.
regio is in de gesprekken niet aan de orde gekomen.
Voorbeelden van samenwerkingsverbanden waaraan een waterschap deelneemt zijn de Bestuurlijke Adviesgroep
Samenwerkingsverbanden met partijen buiten het
A20 en de samenwerking Veenweiden Gouwe-Wiericke.
BRE Midden-Holland – bovenregionale coalities Naast een intensieve samenwerking op de schaal van Midden-
y
Bestuurlijke gesprekspartners zijn in wisselende mate
Holland, kiezen de gemeenten in Midden-Holland er ook
positief over de strategische afstemming en bijkomend
vaak voor (in 76,1% van de gevallen) om samen te werken
onderling overleg met de provincie Zuid-Holland. De
met gemeenten buiten het BRE Midden-Holland. Van de
bestuurders zien veel meerwaarde in de samenwerking
vijf gemeenten deelt Bodegraven-Reeuwijk de meeste (17)
met de provincie, maar voelen zich ook niet altijd gezien.
samenwerkingsverbanden met Alphen. Tot nu toe zagen we de
Wanneer we inzoomen op de afstemming op beleidsniveau
hoogste congruentiescore in Friesland (75%) en de laagste in
valt op dat afstemming daarbij veelal via de bestuurlijke
Noordoost Brabant (39%).
Bovenregionaal bestuurlijk ecosysteem Algemeen Vereniging Zuid-Hollandse gemeenten Bedrijfsvoering en fiscaliteit Belasting samenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) Cyclus NV N.V. Waterbedrijf Oasen Economie Stichting Greenport regio Boskoop Stichting Greenport West-Holland Haags Economisch Interventie Team Economische programmaraad Zuidvleugel Bestuurlijk Overleg Economie Zuid-Holland Bereikbaarheid Nvt Natuur, energie en duurzaamheid GR Groenalliantie Midden-Holland e.o. GR Grondbank RZG Zuidplas Bestuursakkoord NOVI/NOVEX Groen Hart Platform Slappe Bodem Bestuurlijke Tafel Vrijetijd, Water en Groen Veenweiden Gouwe Wiericke Figuur 13
35
Bovenregionale samenwerkingsverbanden
Ruimte Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) Beter Bereikbaar Gouwe Stuurgroep OV-concessie Zuid-Holland Noord Portefeuilleoverleg Wonen en Verstedelijking Sociaal Domein GGD Hollands-Midden (RDOG) GR Promen Veiligheid Veiligheidsregio Hollands-Midden (VRHM) RIEC Haaglanden/Hollands-Midden Veiligheidshuis Hollands-Midden (locatie Gouda en Leiden) Cultuur, onderwijs en sport Streekarchief Midden-Holland Stichting Klasse
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
BOX 2. Vergelijking structuurkenmerken BRE met Groningen, Drenthe, Fryslân, Noordoost Brabant, Noord-Holland Noord en Zuid-Holland Zuid
Rol van de provincie in het BRE. Midden-Holland scoort ook relatief gemiddeld waar het gaat om betrokkenheid van de provincie in termen van het aantal samenwerkingsverbanden. De provincie is bij circa een kwart van de samenwerkingsverbanden betrokken.
Aantal samenwerkingspartners en verbanden. De regio Midden-Holland is met 5 gemeenten in aantal de
Rol van het waterschap in het BRE. Het waterschap of
kleinste BRE in het onderzoek. Daarnaast kent de regio
hoogheemraadschap participeert in Midden-Holland in
met 62 samenwerkingsverbanden ook het laagste aantal
(zeer) weinig samenwerkingsverbanden (in 4,3%). Enkel
samenwerkingsverbanden van de BRE-regio’s.
in Noord-Holland Noord (7,8%) is de participatie enigszins vergelijkbaar met die in Midden-Holland. In Groningen,
Aantal gemeenten in samenwerkingsverbanden.
Drenthe en Friesland neemt het waterschap aanzienlijk
Het gemiddeld aantal gemeenten waarmee in een
vaker deel aan samenwerkingsverbanden (22%-30%).
samenwerkingsverband wordt opgetrokken is met 4,5 gemeenten per samenwerkingsverband ook kleiner dan
Congruentie van het BRE. De territoriale congruentie
in eerdere BRE-onderzoeken. Hier speelt het relatief lage
van de samenwerking in het BRE Midden-Holland
aantal gemeenten in het BRE mogelijk een rol.
scoort laag, vergeleken met de andere casusregio’s (22,9% ten opzichte van een gemiddelde van ongeveer
Aantal samenwerkingsverbanden met partners buiten
60%). Dit zegt echter niets over de intensiteit van de
het BRE. Hoewel het aantal samenwerkingsverbanden
bestaande samenwerkingsverbanden of het bestaan van
met partners buiten het BRE relatief laag is in Midden-
samenwerkingsverbanden waarin verschillende thema’s
Holland, valt op dat dit qua aandeel van het totaal
worden gebundeld.
aantal samenwerkingsverbanden aan de hoge kant is, in vergelijking met de andere BRE-regio’s.
Element
MH
ZHZ
NHN
Friesland
NO Brabant
Drenthe
Groningen
Flevoland
ZuidLimburg
Aantal gemeenten
5
10
18
16
16
12
10
6
16
Aantal samenwerkingsverbanden
62
88
90
67
73
111
94
63
124
Aantal gemeenten dat deelneemt aan samenwerkingsverband
4,5
5,4
6,1
6,8
9,7
7,26
5,9
nb
6,2
Aantal samenwerkingsverbanden waaraan provincie deelneemt (percentage)
24,2%
18,2%
32,2%
29,8%
21,9%
50,5%
52,1%
44,4%
21%
Aantal samenwerkingsverbanden waaraan waterschap deelneemt (percentage)
4,3%
15,9%
7,8%
22,3%
12,3%
30,6%
29,8%
22,2%
4,8%
Territoriale congruentie (percentage)
22,9%
63%
59%
75%
39%
52%
53%
41%
79,6%
Minimum/ maximum aantal gedeelde samenwerkingsverbanden tussen twee gemeenten
21/31
8 / 17
5 / 22
13 / 25
4 / 20
24 / 33
11 / 19
20/29
26 / 54
Aantal samenwerkingsverbanden met partijen buiten het BRE
47 (76%)
34 (49%)
23 (26%)
17 (25%)
nb
46 (41%)
34 (36%)
37 (58,5%)
29
Figuur 18
36
Vergelijking structuurkenmerken BRE Midden-Holland met andere BRE-casusregio’s.
Het BRE Midden-Holland | Eindrapport
Juridische vormen en mate van verplichtheid
y
Netwerkconstructie28 (++) | Volgens de data geldt voor 25% van de samenwerkingsverbanden in Midden-
Juridische vormen van samenwerking
Holland dat dit een netwerksamenwerking betreft. Dit
100% 33%
80%
31%
38%
22%
40%
20%
25%
14%
11%
34%
22% 16%
24%
20%
32%
8%
8%
60%
27%
21%
30%
50%
36% 18%
0%
28%
30%
t id rd nd nd an zu la oo rla ab d ol N e r n H B ed la nd nst N ol la de H oo ol d id r id -H M rd oo Zu N oo N
24%
19%
2% 15%
15%
26% 19%
26%
23%
18%
32%
36%
20%
59%
46%
21%
percentage is relatief hoog ten opzichte van het landelijk
20%
gemiddelde. Alleen Fryslân scoorde hier hoger op. y
vaak dan landelijk gemiddeld wordt er in Midden-Holland gekozen voor (de oprichting van een) zelfstandige, private organisatie om de samenwerking in vorm te geven. In 8% van de gevallen wordt er samengewerkt in
n rg en he nd lâ la nt bu ys ng re vo ni Fr im e D o l L r F G id Zu
zelfstandige organisaties op basis van privaatrecht (bv’s/ nv’s). Alleen in Groningen zagen we een kleiner aandeel van dit type samenwerkingsverband. Voorbeelden van deze samenwerkingen zijn N.V. Waterbedrijf Oasen, Cyclus N.V.,
Zelfstandige organisatie WGR Zelfstandige organisatie privaat
Stichting Klasse (openbaar onderwijs), Stichting Greenport
Netwerkconstructie Afstemming
Figuur 14
Zelfstandige private organisatie29 (+++) | Minder
regio Boskoop en de Vereniging Zuid-Hollandse gemeenten.
Juridische vormen van samenwerking in Midden-Holland
y
Zelfstandige organisatie WGR (+++) | Tenslotte
De samenwerking kan op verschillende manieren georganiseerd
kiest Midden-Holland er ongeveer even vaak als landelijk
worden. Zo kan samenwerking relatief licht ingestoken worden,
gemiddeld voor om samenwerking in te richten als
in de vorm van bestuurlijke afstemming. Er kan ook meer
zelfstandige organisatie op basis van de WGR (31% in
geformaliseerd en geïnstitutionaliseerd samengewerkt worden,
Midden-Holland versus 33% in Nederland). Voorbeelden
bijvoorbeeld in een Zelfstandige organisatie WGR. Figuur 14 laat
van deze samenwerkingen zijn Gemeenschappelijke Regeling
zien in welke juridische vormen samenwerking in Midden-
Grondbank RZG Zuidplas, Belasting samenwerking
Holland georganiseerd is.
Gouwe-Rijnland (BSGR), Bedrijventerrein Gouwe Park (BRG), Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG
Wanneer we in de analyse de samenwerking van lichtere
Zuidplas en Streekarchief Midden-Holland (SAMH).
(afstemming/netwerkconstructie) naar zwaardere (zelfstandige organisatie privaat/zelfstandige organisatie WGR)
Domeinen
samenwerking kijken, valt het volgende op:
Wanneer we inzoomen op de domeinen waarin samengewerkt wordt, valt op dat de meeste samenwerkingsverbanden zich
y
Afstemming (+) | In Midden-Holland kiest men
richten op het beleidsdomein Ruimte. Dit domein beslaat onder
regelmatig voor samenwerking middels (bestuurlijke)
andere het fysiek domein, recreatie, mobiliteit en landbouw.
afstemming. Op dit onderdeel scoort het BRE relatief
Vaak gaat het hierbij om ruimte in relatie tot economie,
gemiddeld met de rest van Nederland (36% versus
energie, klimaat en duurzaamheid of water. We treffen in
34%) en met de andere BRE’s (36% versus 37%). Dit