CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Begroting BSGR 2027-2030

Besluitvormende raadsvergadering 17 juni 2026, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2027-2030 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)18.461 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Begroting 2027 - 2030

Begroting 2027-2030

2

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Opbouw meerjarenbegroting ................................................................................................................... 5 Indeling programmabegroting ............................................................................................................. 5 Beleidsbegroting ................................................................................................................................. 5 Programmaplan ....................................................................................................................................... 7 Ontwikkelingen .................................................................................................................................... 7 Dienstverlening naar inwoners en bedrijven ....................................................................................... 7 Ontwikkeling naar informele uitvoeringspraktijk .................................................................................. 8 Financieel beleid ...............................................................................................................................

11 Programma 1: Heffen ........................................................................................................................ 13 Programma 2: Informatie & Inning .................................................................................................... 15 Programma 3: Waarderen ................................................................................................................. 18 Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) ...................................................................... 20 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................ 22 Paragrafen ............................................................................................................................................. 23 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................................................... 23 Financiering & treasury ..................................................................................................................... 27 Verplichte kengetallen .......................................................................................................................

28 Paragraaf bedrijfsvoering .................................................................................................................. 29 Financiële begroting .............................................................................................................................. 30 Inleiding ............................................................................................................................................. 30 Overzicht Baten en lasten ................................................................................................................. 31 Geprognosticeerde Balans ................................................................................................................ 33 Meerjaren-investeringsplanning ........................................................................................................ 33 Overzicht reserves en voorzieningen ................................................................................................ 33 BTW Compensatie ............................................................................................................................ 34 Bijlage 1: Overzicht baten en lasten 2027 conform Iv3 matrix ..............................................................

35 Bijlage 2: Kerngegevens........................................................................................................................ 36 Bijlage 3: Deelnemersbijdragen 2027 - 2030 ........................................................................................ 37 Bijlage 4: Taakvelden 2027-2030 o.b.v. KPC 2025 .............................................................................. 38

Begroting 2027-2030

3

Inleiding Voor u ligt het voorstel voor de begroting 2027-2030 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Eerder is de Kaderbrief 2027 waarin de uitgangspunten voor de begroting 2027-2030 zijn weergegeven vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 12 maart 2026. De ontwerpbegroting wordt in april 2026 aan de gemeenteraden en de Verenigde Vergadering van onze deelnemers voorgelegd via een zienswijze procedure, zodat zij in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van BSGR. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bekijkt de BSGR of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de begroting 2027-2030 in september 2026 worden de afspraken, over wat de BSGR wil bereiken, welke diensten er worden geleverd en wat dit mag kosten, definitief gemaakt. De vastgestelde begroting en de zienswijzen worden ter kennisname van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gebracht. De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de op- en neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling (FKGR) namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld; het hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeenten Velsen en Wassenaar maken geen onderdeel uit van de gemeenten in de regio Hollands-Midden.

Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2027, voor wat betreft de begrotingsjaren 2027 tot en met 2030. De geadviseerde indexering van de deelnemersbijdrage 2027 ten opzichte van 2026 is een waardevaste indexering voor lonen en prijzen, waarbij de indexering voor 2027 gecorrigeerd is met ontwikkelingen in de jaren 2025 tot en met 2026, zoals is aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2025. Het stijgingspercentage is voor lonen 4,53% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,60%) en prijzen 2,6% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,40%). Dit komt neer op respectievelijk €489K en €124K (indexatiebedrag na aftrek incidentele kosten). Naast de vanaf 2026 geldende bezuinigingstaakstelling (ad € 100K ingaande 2027) voor de huisvesting zijn aan BSGR geen verdere taakstellingen opgelegd. Zoals in de Kaderbrief 2027 en in deze begroting beschreven zorgen Nationale en Europese wettelijke ontwikkelingen en aangescherpte richtlijnen ervoor dat er aanvullende maatregelen nodig zijn voor de BSGR om aan de verplichtingen te kunnen (blijven) voldoen. Deze ontwikkelingen beïnvloeden niet alleen de wijze waarop wij onze taken uitvoeren, maar brengen ook verplichtingen met zich mee die direct structureel doorwerken in de begroting.

Om hierop voorbereid te zijn heeft de BSGR een externe Kwartiermaker ingehuurd om vanaf medio 2025 deze ontwikkelingen in kaart te brengen en op basis van een nulmeting (IST-situatie) aan te geven welke stappen de BSGR moet gaan zetten om compliant te zijn aan deze wet- en regelgeving. Tussentijds heeft er een wisseling plaatsgevonden in de persoon van de Kwartiermaker. In een overleg in december 2025 heeft de nieuwe Kwartiermaker de bevindingen uit het door hem opgestelde rapport aan de leden van het algemeen bestuur nader toegelicht. Doordat de BSGR volgens de meest recente wetgeving als essentiële entiteit wordt beschouwd valt de BSGR onder het strengere toezicht van de NIS2-richtlijn. Dit betekent o.a. dat er proactief toezicht moet worden gehouden door toezichthouders, in plaats van alleen achteraf bij een incident. Door deze ontwikkelingen nauwgezet te volgen en te vertalen naar een financiële planning borgt de BSGR dat zij blijvend voldoet aan de geldende wetgeving en tegelijkertijd kan inspelen op toekomstige wijzigingen. In deze begroting zijn de financiële gevolgen die opgenomen zijn in het rapport van de Kwartiermaker integraal verwerkt. Daarnaast is het noodzakelijk om te investeren in een nieuwe waarderingsapplicatie om de kwaliteit, betrouwbaarheid en robuustheid van de WOZ-waarderingen te kunnen waarborgen.

Vervanging van het huidige WOZ-waarderingspakket is noodzakelijk om de wettelijke WOZ-taak rechtmatig, betrouwbaar en toekomstbestendig te kunnen blijven uitvoeren. Het bestaande systeem

Begroting 2027-2030

4

voldoet op korte termijn – op onderdelen op dit moment al - niet meer aan wet- en regelgeving en toezichtseisen; momenteel wordt dit door fix-scripts, workarounds en additionele tools ondervangen. De gevolgen van de aanbesteding ICT-infrastructuur in 2026-2027 en de effecten van de stijging van de posttarieven zijn bij het schrijven van deze begroting nog niet in te schatten. Voor het contract van drukwerk en verzending, waarbinnen de porti vallen, zal reeds in 2026 een nieuwe aanbesteding worden gestart. Voor 2027 en 2028 is voor beide jaren stapsgewijs een bedrag van €380K toegevoegd aan de begroting voor het programma Overhead om aan de nieuwe wettelijke digitale eisen te kunnen voldoen. De BSGR kan deze investeringen zeker voor het jaar 2027 dekken vanuit een structurele verlaging op andere posten, met name een structurele verlaging op proces-, gerechts- en griffiekosten als gevolg van minder NCNP-bureaus, alsmede een structurele verlaging op de huisvestingskosten. De BSGR houdt daarbij rekening met de conform de FKGR geadviseerde indexatiebedragen en de areaaluitbreiding.

De meerjarenbegroting bestaat uit het hoofdstuk opbouw meerjarenbegroting waarin de kaders van de begroting uiteen worden gezet, een hoofdstuk waarin het programmaplan nader wordt uitgewerkt met specificering naar de individuele programma’s, de paragrafen waarin een toelichting wordt gegeven op de aanwezige risico’s en bedrijfsvoeringelementen en afsluitend de financiële begroting naar economische kostencategorieën. In bijlage 3 wordt de deelnemersbijdrage 2027-2030 gepresenteerd.

Begroting 2027-2030

5

Opbouw meerjarenbegroting Indeling programmabegroting De programmabegroting bestaat uit verschillende onderdelen, die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) door het Rijk zijn vastgesteld. Het zijn de beleidsbegroting, met daarin het programmaplan, de paragrafen en de financiële begroting. De verschillende onderdelen worden hieronder beschreven. Beleidsbegroting 1. Programmaplan In de begroting zijn de werkzaamheden van de Belastingsamenwerking verdeeld over vier programma’s namelijk: programma 1 – Heffen programma 2 – Informatie & Inning programma 3 – Waarderen programma 4 – Bedrijfsvoering (voorheen Overhead) Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. x € 1.000

Bestaande programma-indeling met verantwoording overhead JaarPrimaire Gewijzigde Begroting Begroting Begroting Begroting rekening begroting begroting 2027 2028 2029 2030 2025 2026 april 2026 2.402 2.476 2.342 2.477 2.477 2.477 2.477 2.873 3.103 3.079 3.227 3.227 3.227 3.227 4.364 4.641 5.172 4.807 4.807 4.807 4.807 5.604 5.976 5.947 6.308 6.559 6.552 6.552 38 109 109 109 109 109 109 15.281 16.304 16.649 16.928 17.178 17.172 17.172

Lasten Programma Heffen Programma Informatie & Inning Programma Waarderen Programma Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Lasten Baten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Saldo mutaties reserves Resultaat na bestemming

-2.402 -2.873 -4.225 -5.538 -786 -15.823 -542

-2.476 -3.103 -4.641 -5.976 -109 -16.304 0

-2.342 -3.079 -4.972 -5.651 -223 -16.268 381

-2.477 -3.227 -4.807 -6.308 -109 -16.928 0

-2.477 -3.227 -4.807 -6.559 -109 -17.178 0

-2.477 -3.227 -4.807 -6.552 -109 -17.172 0

-2.477 -3.227 -4.807 -6.552 -109 -17.172 0

-576 576 -206 -206 -748

0 0 0 0 0

-496 496 -496 -496 -115

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

De indeling per programma is gelijk. In elk programma wordt antwoord gegeven op de ‘3W-vragen’: 1. Wat willen we bereiken aan maatschappelijke effecten? 2. Wat gaan we daarvoor doen? 3. Wat gaat dat kosten? Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, zullen de maatschappelijke effecten zich vooral vertalen in de te verwachten productie die voor de deelnemers gedraaid zal worden en de kwaliteit van die productie. Bij de ontwikkeling van besturingsinstrumentarium zijn de deelnemers betrokken. De sturingselementen zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.

Begroting 2027-2030

6

De kosten van een programma worden weergegeven door middel van een tabel, waarin een aantal wettelijk voorgeschreven elementen verwerkt zijn: a. per programma c.q. productgroep de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het geraamde resultaat voor bestemming; c. de mutaties in de reserves per programma (een + is een storting, een – is een onttrekking); d. het geraamde resultaat na bestemming volgend uit de onderdelen b. en c. De tabel is opgebouwd uit jaarschijven. Aanmerkelijke verschillen tussen de verschillende jaarschijven worden toegelicht. In de Regeling financieel beheer is opgenomen dat in de begroting een overzicht gegeven wordt van de producten, respectievelijk diensten en de daarmee samenhangende baten en lasten. Voor deze begroting wordt volstaan met de opmerking dat de programma-indeling overeenstemt met het productenoverzicht. Paragrafen In de paragrafen wordt aandacht besteed aan een aantal financiële en bedrijfsmatige onderwerpen die dwars door het beleid van de programma’s heen lopen. De onderwerpen – die het Rijk vanaf 2004 in de programmabegroting verplicht stelt en welke van toepassing zijn op de BSGR zijn: ➢ de bedrijfsvoering; ➢ het weerstandsvermogen (de mate waarin tegenvallers financieel kunnen worden opgevangen); ➢ financiering (lenen en uitzetten van geld). 2.

Financiële begroting In de financiële begroting wordt de financiële positie van de BSGR toegelicht en een meerjarig overzicht van inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) gegeven. Daarnaast bevat dit onderdeel de investeringsplanning en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Op basis van de te verwachte ontwikkelingen wordt er in april 2026 een begrotingswijziging over 2026 aangeboden. Bij de besluitvorming over de jaarrekening zal aan het bestuur worden voorgesteld om het restant van de bestemmingsreserve ‘proceskosten afhandeling WOZ-bezwaren 2024’ (€136K) met een aanvulling van €64K om te vormen tot een bestemmingsreserve ‘Kosten beroepszaak taxatieverslagen’ van €200K voor programma Waarderen. Deze bestemmingsreserve wordt gevormd als mogelijk benodigde dekking n.a.v. een lopende beroepszaak tegen de hoogte van de vergoeding van de taxatierapporten in de bezwaarfase. Daarnaast wordt voorgesteld om het restant van de bestemmingsreserve ‘Kwartiermaker’ (€234K) samen met een aanvulling ad €62K om te vormen tot een nieuwe bestemmingsreserve ‘Incidentele kosten n.a.v. rapport Kwartiermaker’ voor programma Overhead. Deze bestemmingsreserve wordt gevormd om incidentele kosten voortvloeiend uit het ‘rapport uitwerking informatie en privacy BSGR’ van de Kwartiermaker te dekken. De te maken kosten voor 2026 zijn u in een separate notitie nader toegelicht.

Tot slot wordt er voorgesteld om het restant van het resultaat (€622K) uit te keren aan de deelnemers. Dit bedrag zal echter hoger uitvallen, aangezien de algemene reserve het maximum van 5% van de in 2026 totaal initieel begrote lasten met €31K overschrijdt. Hiermee komt het totaal uit te keren aan de deelnemers op €653K, waarmee de initiële bezuinigingsopgave van 2026 incidenteel toch nog grotendeels wordt behaald.

Begroting 2027-2030

7

Programmaplan Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert. Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze certificering. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Dit is een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Om de kostprijzen van de producten van de BSGR inzichtelijk te maken is er een zuiver kostprijscalculatiemodel (KPC) ontwikkeld. Dit wordt o.a. gebruikt als grondslag voor de deelnemersbijdragen aan de BSGR. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft. Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken.

Personeel met kennis van lokale heffingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties zoals de BSGR onder druk zet. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen hebben in toenemende mate invloed op digitalisering van processen binnen de BSGR. De invoering van nieuwe wet- en regelgeving, waarmee de BSGR als belangrijke dienstverlener voor haar deelnemers wordt geconfronteerd zal op zeer korte termijn leiden tot een aanzienlijke toename van het kostenniveau, waardoor digitale weerbaarheid en een hoog niveau van informatieveiligheid en privacy fundamenteel gewaarborgd zijn. Samenwerking met andere belastingkantoren kan gelet op bovenstaande niet alleen kostenvoordelen bieden maar ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het structureel beheersbaar houden van de kosten van de interne (ICT) organisatie. Naar aanleiding van een marktverkenning, wat betreft mogelijke samenwerking, is er oriënterend gesproken met een andere organisatie. Naast samenwerking is uitbreiding van het deelnemersbestand een mogelijkheid om het huidige kostenniveau (grotendeels) te handhaven en een mogelijke sterke stijging van kosten op de langere termijn te dempen.

Voor de BSGR is een gecontroleerd en beheerst proces van toetreding belangrijk, waarbij nieuwe deelnemers ‘schoon door de poort’ toetreden. Ontwikkelingen Dienstverlening naar inwoners en bedrijven In 2019 heeft de BSGR met haar deelnemers een geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten (tekst vastgesteld door het dagelijks bestuur van de BSGR op 21 maart 2019). In de DVO zijn met de deelnemers afspraken gemaakt over de dienstverlening van de BSGR. Enerzijds naar de deelnemers zelf (wat mogen de deelnemers zelf van de BSGR verwachten) en anderzijds naar de inwoners en bedrijven van het verzorgingsgebied (wat mogen zij, op basis van afspraken tussen de deelnemer en de BSGR, verwachten). De BSGR wil in samenspraak met de deelnemers bezien in hoeverre de tekst van de DVO-aanpassing behoeft op basis van de vigerende wetgeving. Daarnaast wordt ook nog in andere regelingen, zoals het Besluit gegevensverstrekking, invulling gegeven aan de dienstverlening naar de deelnemers. De hierin vastgelegde gegevensleveringen zijn eerder gezamenlijk met de deelnemers besproken. In 2024 is besloten dit besluit om het jaar te evalueren. Dat wil zeggen dat er in de loop van 2026 opnieuw met de deelnemers zal worden bezien in hoeverre dit besluit aanpassing behoeft, daarbij rekening houdend met geldende wet- en regelgeving.

Begroting 2027-2030

8

Voor wat betreft de dienstverlening naar inwoners en bedrijven is deze in de DVO geconcretiseerd in afspraken over kwaliteitsaspecten. Hierover wordt twee keer per jaar aan de deelnemers gerapporteerd te weten in de 8-maandsrapportage en de jaarlijkse belastingrapportage. In de afgelopen jaren heeft de BSGR al op verschillende manieren de dienstverlening naar de inwoners en bedrijven verbeterd en/of uitgebreid op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en betalingsmogelijkheden. Daarnaast zal de BSGR, daar waar mogelijk binnen de wettelijke, technische en financiële kaders, blijven streven naar een verdere verbetering van haar service aan haar klanten. Alhoewel de BSGR continu zal blijven zoeken naar mogelijkheden om haar dienstverlening te verbeteren, wordt hierbij wel uitdrukkelijk de kanttekening geplaatst dat bij eventuele begrotingstekorten in de komende jaren het juist de dienstverlening zal zijn die ‘geraakt’ wordt. Dit wordt veroorzaakt doordat de BSGR voornamelijk wettelijke taken uitvoert waarop, gezien het al zeer lage kostenniveau van de BSGR en de steeds verder toenemende druk van strengere wettelijke eisen o.a. op het gebied van aanbesteding, archivering, ICT, privacy en verantwoording, niet verder kan worden bezuinigd. Ook de huidige zeer krappe arbeidsmarkt heeft gevolgen voor de dienstverlening, zelfs voor het op peil houden van het huidige niveau.

Ontwikkeling naar informele uitvoeringspraktijk De afgelopen jaren zijn, mede naar aanleiding van parlementaire onderzoeken en enquêtes, belangrijke veranderingen in gang gezet die van invloed zijn op het procedeergedrag van de overheid. Binnen gemeenten en uitvoeringsorganisaties worden steeds vaker initiatieven ontplooid voor een informele aanpak en meer burgergericht handelen. Daardoor worden procedures vermeden en geschillen informeel en vroegtijdig beslecht door persoonlijk contact, een meer burgergerichte werkhouding en ruimte voor maatwerk in het toepassen van wet- en regelgeving Deze ontwikkeling vraagt om een meer dienstbare houding om snel en eenvoudig oplossingen te vinden voor juridische geschillen. In het wetsvoorstel ‘Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb), zijn o.a. wetswijzigingen opgenomen om het persoonlijk contact te bevorderen. Burgers, bedrijven en de overheid zijn jaarlijks miljoenen in uren en euro’s kwijt aan bezwaar- en beroepsprocedures. De formele, juridische en hoofdzakelijk schriftelijke wijze waarop de overheid aanvraag-, zienswijze-, klacht-, bezwaar- en beroepsprocedures behandelt, sluit niet aan bij de behoefte van de burger en wordt al jaren zeer slecht gewaardeerd.

De formele behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures is door burgers als een van tien belangrijkste knelpunten in de dienstverlening van de overheid geselecteerd. De burger verwacht veelal persoonlijk contact, begrijpelijke communicatie en een correcte en vlotte behandeling van vragen en problemen. Dit vraagt om een andere manier van werken. Van formeeljuridisch, naar informeel en oplossingsgericht (binnen de kaders van wet- en regelgeving) van reactief naar pro-actief en van schriftelijk naar mondeling. Wat uiteraard wel schriftelijk bevestigd moet worden. De gevolgen hiervan voor de exploitatiebegroting zijn op dit moment niet te classificeren. In geval van een informele aanpak neemt een medewerker van de BSGR snel en persoonlijk (telefonisch) contact op met de betrokken burger(s) en bespreekt met hem wat de beste behandeling van zijn aanvraag, zienswijze, klacht of bezwaar is. De implementatie van deze werkwijze vraagt van de organisaties en betrokken medewerkers een aanzienlijke inspanning die de interne werkprocessen sterk beïnvloedt en de processen bezwaar en beroep raakt. Ontwikkeling Europese en nationale wet- en regelgeving De digitale transitie binnen de overheid is volop in ontwikkeling. Europese en nationale wet- en regelgeving zorgen voor aanzienlijke verplichtingen voor organisaties, zoals de BSGR.

Om hierop voorbereid te zijn heeft de BSGR een externe Kwartiermaker ingehuurd om vanaf medio 2025 deze ontwikkelingen in kaart te brengen en op basis van een nulmeting (IST-situatie) aan te geven welke stappen de BSGR moet gaan zetten om compliant te zijn aan deze wet- en regelgeving. In een overleg in december 2025 heeft de opvolger van de aanvankelijke kwartiermaker de bevindingen uit het door hem opgestelde rapport aan de leden van het algemeen bestuur nader toegelicht.

Begroting 2027-2030

9

In de algemene zin kan worden gesteld dat de BSGR in haar bedrijfs- en procesvoering voldoet aan de huidige verwachtingen. Echter op onverwachte ontwikkelingen kan door de beperkte capaciteit binnen de organisatie noodgedwongen slechts reactief en hoofdzakelijk op schadebeperking en minder op preventie gericht worden gereageerd. Ontwikkelingen; de wet- en regelgeving Voor de uitvoering van haar taakstelling beheert en verwerkt BSGR grote hoeveelheden gegevens. Deze gegevens zijn afkomstig van de deelnemers, inwoners en ondernemingen en uit landelijke registraties waarop BSGR is aangesloten. BSGR genereert ook zelf gegevens, zoals de waarde van onroerende zaken. De gegevens kunnen worden verdeeld in generieke gegevens, die uit open bronnen afkomstig zijn en/of waarop geen specifieke restricties v.w.b. gebruik rusten, en vertrouwelijke gegevens, waarvan persoonsgegevens een belangrijk deel uitmaken. Het beheer en de verwerking van data spelen een steeds belangrijkere rol. De BSGR beheert grote hoeveelheden (deels) vertrouwelijke gegevens en is daarmee onderworpen aan strenge Europese en nationale wet- en regelgeving op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Voor wat betreft persoonsgegevens is BSGR in de termen van de AVG een verwerkingsverantwoordelijke.

Dit betekent dat de BSGR moet kunnen verantwoorden met welk doel (persoons)gegevens worden verwerkt en hoe dat gebeurt. Het huidige beleid van BSGR met betrekking tot informatieveiligheid en privacy voldoet grotendeels aan de bestaande eisen, maar is onvoldoende voorbereid op de nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving en de toenemende digitalisering. De inwerkingtreding van de BIO2, Cyberbeveiligingswet (Cbw), AI Act en de Archiefwet 2025 vereist dat BSGR structureel moet kunnen aantonen dat haar informatiebeheer veilig en betrouwbaar is. Tevens moet de BSGR vanuit informatie-oogpunt voldoende weerbaar zijn om ook in crisisomstandigheden haar dienstverlening aan inwoners, ondernemingen en deelnemers te kunnen realiseren. Op grond van de Cbw is de BSGR zelfs een essentiële entiteit! Om adequaat te zijn voorbereid op de nieuwe ontwikkelingen en de wet- en regelgeving die daarbij van toepassing is, streeft BSGR naar versterking van haar kennis en capaciteit op het gebied van informatieveiligheid en privacy, datamanagement en archivering. Met het nemen van maatregelen gaat de BSGR niet alleen aan de nieuwe/veranderende wet- en regelgeving voldoen, maar ontwikkelt de organisatie zich ook naar een toekomstbestendige en digitaal weerbare publieke organisatie, die de dienstverlening betrouwbaar en transparant kan blijven uitvoeren.

In aansluiting op de huidige wet- en regelgeving wordt in de komende tijd een aantal bestaande wetten aangepast en worden nieuwe wetten en regels van kracht. Dit betreft de volgende wetten en regels: • In de AVG is het recht op dataportabiliteit toegevoegd. Dit houdt in dat mensen het recht hebben om de persoonsgegevens te ontvangen die organisaties van hen hebben. Zo kunnen zij hun gegevens bijvoorbeeld doorgeven aan een andere leverancier van een soortgelijke dienst. Ook kunnen zij aan organisaties vragen om hun gegevens rechtstreeks over te dragen aan een andere organisatie. • De Archiefwet van 20.. kent een aantal significante wijzigingen t.o.v. de oude Archiefwet uit 1995. De belangrijkste verschillen zijn, dat de overbrengingstermijn naar archiefdiensten wordt verkort van 20 jaar naar 10 jaar, waardoor informatie sneller openbaar wordt. Dat verplicht beheerders om strikte discipline aan te houden m.b.t. het documentenbeheer. Verder moeten informatiesystemen zó worden ingericht, dat van meet af aan documenten kunnen worden gelabeld voor latere archivering of vernietiging. Tevens worden gemeenten en gemeenschappelijke regelingen verplicht om een archivaris aan te stellen. De nieuwe wet treedt in werking op 1 januari 2027. Het Nationaal Archief heeft daarvoor een handreiking opgesteld.

• De Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Overheid (BIO2) vormt het nieuwe basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen de Nederlandse overheid, naast de AVG voor privacy. Vanaf 23 september 2025 is de BIO2 van kracht. Daarin is een groot aantal wijzigingen opgenomen in vergelijking met de BIO versie 1.04. Voor het rijk, provincies en waterschappen is de BIO2 verplichtend, voor gemeenten is hij richtinggevend. Gelet op het feit dat de BIO2 verplichtend is voor waterschappen, wordt ervan uitgegaan dat de BIO2 ook een verplichtend karakter heeft voor

Begroting 2027-2030

•

•

•

•

•

10

BSGR. Belangrijke wijzigingen zijn het invoeren van een risico gestuurde benadering, het loslaten van de indeling van data in 3 Basis Beveiligingsniveaus (BBN’s) en de verplichting tot het invoeren van een ISMS (Information Security Management System) conform ISO 27001. De nieuwe structuur van beheersmaatregelen is gebaseerd op de ISO 27002:2022 norm en de wettelijke verankering van BIO2 via de in het 2e kwartaal 2026 in werking tredende Cyberbeveiligingswet. De Cyberbeveiligingswet (Cbw): De belangrijkste punten uit deze wet zijn de zorgplicht (het treffen van passende beveiligingsmaatregelen), de meldplicht (het melden van significante incidenten binnen 24 uur) en de registratieplicht (het registreren van de organisatie bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)). In het kader van deze wet wordt BSGR aangemerkt als een essentiële entiteit (Nb. en is inmiddels ook als zodanig geregistreerd bij de NCSC), hetgeen inhoudt dat de organisatie onderworpen is aan proactief en strenger toezicht door autoriteiten vanwege de cruciale rol die het speelt in de samenleving. BSGR heeft een zorgplicht om cyberbeveiligingsrisico's te beheersen, incidenten te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. In de praktijk betekent dit dat BSGR zorg moet dragen voor proactief beheer van haar informatiesystemen en de door haar als verwerkingsverantwoordelijke verwerkte gegevens.

De Wet open overheid (Woo), waarin is vastgelegd welke informatie door een overheidsorganisatie verplicht of op verzoek openbaar moeten worden gemaakt en voor welke informatie ’huishoudingsplicht’ bestaat. Hieronder wordt verstaan dat een overheidsorganisatie zorgvuldig omgaat met de gegevens die aan haar zorg zijn toevertrouwd. Voor BSGR betekent dit dat de organisatie daarvoor beleid moet definiëren. De European Accessibility Act (EAA) reguleert de digitale toegankelijkheid voor producten en diensten binnen de EU. Deze wet stelt als eis, dat organisaties zoals BSGR met haar website en mobiele apps voldoen aan de eisen van WCAG 2.1. Deze nieuwe versie is uitgebreider dan de voorgaande versie 1.04. Ze bevat onder meer richtlijnen en controlepunten (o.a. voor mobiele apps en dynamische inhoud van websites) en dekt een breder scala aan beperkingen. De BSGR onderneemt stappen om met het ontwikkelen van een nieuwe website aan deze regelgeving te voldoen. De Data Governance Act (DGA). De DGA regelt de betrouwbaarheid, toegang en neutraliteit van data. Bijvoorbeeld bij het gebruiken van geanonimiseerde medische gegevens voor nieuw medicijnonderzoek. Ook regelt de DGA het delen van gegevens door bedrijven en consumenten via zogenaamde databemiddelingsdiensten (brokers). Deze diensten moeten zich voortaan registreren en mogen ontvangen gegevens niet voor andere doeleinden gebruiken.

Zo probeert de DGAgegevens te beschermen en tegelijkertijd een alternatief te bieden voor een beperkt aantal grotere bedrijven, die nu nog de datamarkt domineren. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van de wet. De AI Act is een regelgevend kader voor lidstaten van de Europese Unie (EU) om het vertrouwen in AI-systemen te vergroten en de bescherming van fundamentele rechten te waarborgen. De wet heeft betrekking op organisaties die AI-systemen gaan ontwikkelen, leveren en gebruiken, waaronder samenwerkingsverbanden als BSGR. De wet is op 24 juli 2024 door de EU gepubliceerd en wordt gefaseerd ingevoerd in de lidstaten. BSGR moet uiterlijk 2 augustus 2026 voldoen aan de bepalingen van de wet, wat inhoudt dat op die datum het beleid moet zijn gepubliceerd. De AI Act vereist transparante procedures rond het gebruik van AI en stelt strenge eisen aan risicobeperking. In principe moet BSGR voldoen aan een aantal verplichtingen, waaronder risicobeoordelingen, registratie, transparantie, menselijk toezicht en hoge kwaliteit van de data. Stappen die daarbij verplicht zijn op het moment dat de BSGR AI gaat gebruiken zijn: • Bewustwording en training: medewerkers, leidinggevenden en bestuur moeten de AI-act en het potentiële effect ervan op hun activiteiten begrijpen.

Dit kan inhouden dat er interne workshops en trainingen worden georganiseerd om kennis te vergroten. • Risicobeoordeling: wanneer BSGR overweegt om een AI-toepassing te gebruiken, dan moet deze worden beoordeeld op potentiële risico’s. Dit omvat een grondige analyse van de technische kenmerken van de toepassing en de situaties waarin deze zal worden gebruikt. • Actieplan: op basis van de risicobeoordeling moet BSGR een actieplan opstellen voor het beheren en mitigeren van de risico’s. Daarbij zijn garanties nodig voor menselijk toezicht op de AI-toepassing(en), duidelijke procedures voor het omgaan met eventuele problemen en een gedetailleerd plan voor het openbaar maken van relevante informatie over de gebruikte AItoepassing(en). • Kwaliteit van de data: de in de AI-toepassing(en) gebruikte data moeten van hoge kwaliteit zijn en voortdurend worden gecontroleerd. BSGR moet procedures ontwikkelen voor

Begroting 2027-2030

11

regelmatige databeoordeling en zorgen dat de data blijven voldoen aan de eisen van de AI-act. Juridisch en ethisch overleg: naast technisch operationele consequenties moet BSGR zich ook bewust zijn van de juridische en ethische implicaties van het gebruik van AI. Daarvoor is integratie van de eisen van de AI-toepassing in het overall beleid rond informatieveiligheid en privacy verplicht. • Continue monitoring en aanpassing: AI-toepassingen die in productie zijn genomen moeten regelmatig worden gecontroleerd en zo nodig aangepast, wanneer ze niet meer aan de eisen voldoen. Daarbij moet rekening worden gehouden met eventuele doorontwikkeling van de weten regelgeving en verplichte registratie in AI-register. • De Wet Modernisering elektronisch bestuurlijk Verkeer (Wmebv) verplicht BSGR om inwoners en ondernemingen een digitaal kanaal te bieden voor officiële communicatie, zoals aanvragen, beschikkingen en bezwaarschriften. De wet treedt grotendeels in werking op 1 januari 2026. Voor BSGR betekent dit dat alle formele producten en diensten digitaal beschikbaar moeten worden gesteld en de digitale kanalen daarvoor moeten worden benoemd. Deze kanalen moeten voldoen aan de toegankelijkheidseisen die de overheid stelt aan digitale informatieverstrekking en uitwisseling. Tevens moet een inwoner of ondernemer een ontvangstbevestiging krijgen op een ingestuurd bericht.

Dat geldt ook voor de notificatie via een ‘Berichtenbox’ of ‘MijnOverheid‘ inclusief einddatum van de termijn waarbinnen gereageerd moet worden. Wanneer digitaal berichtenverkeer onverhoopt niet lukt, dan heeft BSGR een inspanningsverplichting om op een andere manier contact op te nemen en de inwoner hierop wijzen. Dat geldt ook voor de berichtgeving over eventuele langere reactietijden in geval van een storing. De BSGR is hier actief mee bezig, echter is nog niet instaat om volledig aan deze wetgeving te voldoen. • Electronic Identification and Trust Service (eIDAS 2.0) betekent, dat BSGR verplicht is om buitenlandse EU-burgers en -bedrijven te laten inloggen met hun eigen nationale eID (vergelijkbaar met de Nederlandse DigiD). Dit betekent dat online diensten veilig en toegankelijk moeten worden gemaakt voor Europese gebruikers, waarbij zij met hun eigen nationale inlogmiddel toegang krijgen tot digitale loketten van BSGR. •

Belangrijke gevolgen voor bestuur en toezichthouder(s): • Bestuurlijke eindverantwoordelijkheid: Het bestuur is eindverantwoordelijk voor het implementeren van cyberbeveiligingsmaatregelen. Bestuurders en toezichthouders moeten beschikken over voldoende kennis van digitale (cyber)risico’s, privacyvraagstukken en de veranderende technologie-/bedrijfsomgeving; • Persoonlijke aansprakelijkheid: Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij bewuste nalatigheid, zoals het negeren van adviezen, het onvoldoende beschikbaar stellen van budget of het niet oplossen van bekende kwetsbaarheden; • Verplichte maatregelen: NIS2 vereist onder andere het goedkeuren en toezicht houden op cyberrisicobeleid en verplichte training voor zowel bestuurders als betrokken medewerkers; • Gevolgen: Toezichthouders kunnen boetes opleggen en zelfs ingrijpen in het bestuur (bv. schorsing); • Het bestuur moet zorgdragen dat BSGR beschikt over voldoende middelen om de taakstelling verantwoord en veilig te kunnen realiseren.

Financieel beleid De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de op- en neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling (FKGR) namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld; het hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeenten Velsen en Wassenaar maken geen onderdeel uit van de gemeenten in de regio Hollands-Midden. Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2027, voor wat betreft de begrotingsjaren 2027 tot en met 2030. De geadviseerde indexering van de deelnemersbijdrage 2027 ten opzichte van 2026 is een waardevaste indexering voor lonen en prijzen, waarbij de indexering voor 2027 gecorrigeerd is met ontwikkelingen in de jaren 2025 tot en met 2026, zoals is aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2025. Het stijgingspercentage is voor lonen 4,53% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,60%) en prijzen 2,6% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,40%). Dit komt neer op respectievelijk €489K en €124K (indexatiebedrag na aftrek incidentele kosten).

Begroting 2027-2030

12

Naast de vanaf 2026 geldende bezuinigingstaakstelling (ad €100K ingaande 2027) voor de huisvesting zijn aan BSGR geen verdere taakstellingen opgelegd. Voor 2027 en 2028 is voor beide jaren stapsgewijs een bedrag van €380K toegevoegd aan de begroting voor het programma Overhead om aan de nieuwe wettelijke digitale eisen te kunnen voldoen. De BSGR kan deze investeringen zeker voor het jaar 2027 dekken vanuit een structurele verlaging op andere posten, met name een structurele verlaging op proces-, gerechts- en griffiekosten als gevolg van minder NCNP-bureaus, alsmede een structurele verlaging op de huisvestingskosten. De BSGR houdt daarbij rekening met de door de FKGR geadviseerde indexatiebedragen en de hierna volgende areaaluitbreiding. Areaaluitbreiding In de begroting 2027-2030 is tevens voor de programma’s Heffen, Innen en Waarderen de areaaluitbreiding meegenomen, zoals vastgesteld in het AB van 12 maart 2026. Dit betreft een totale ophoging van de deelnemersbijdrage van €192K.

Hieronder zal per programma de (meerjaren)begroting nader worden toegelicht.

Begroting 2027-2030

13

Programma 1: Heffen Onderwerp Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2027 en opvolgende jaren o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht:

Wat gaan we doen? Ontwikkeling belastingheffing Binnen de BSGR is een trend zichtbaar dat deelnemers steeds meer kiezen voor een niet standaard wijze van heffing die inrichting- en uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt. Vaak gaat deze wijziging in de heffing ook gepaard met een afhankelijkheid van externen die gegevens moeten aanleveren. De afhankelijkheid van die gegevens en de uitval bij de verwerking ervan zorgt voor veel meer handmatig werk dan bij een standaardheffingsmethodiek. Hierdoor is uitbreiding van de personele formatie onontkoombaar. Daarnaast leidt dit tevens tot een toename van het aantal bezwaren. De BSGR is voornemens om de kosten van de bezwaarafhandeling via het kostprijscalculatiemodel afzonderlijk aan de betreffende deelnemer door te gaan belasten. Datalevering drinkwaterbedrijven De levering van verbruiksdata door drinkwaterbedrijven is van vitaal belang voor gemeenten en waterschappen om de belastingheffing correct te kunnen vaststellen en te innen. Drinkwaterbedrijven twijfelen of het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing en het Waterschapsbesluit nog een toereikende juridische grondslag bieden voor het delen van gegevens met gemeenten en waterschappen. Zij zijn bezorgd dat het delen van NAW-gegevens gevolgen kan hebben voor de privacy van hun klanten.

Eind 2025 zijn al enkele drinkwaterbedrijven gestopt met het leveren van NAW-gegevens en andere drinkwaterbedrijven overwegen om dit voorbeeld te volgen. Het stopzetten van de gegevenslevering kan grote gevolgen hebben. Waterschappen zijn mede afhankelijk van gegevens van drinkwaterbedrijven voor de belastingheffing en ook gemeenten die heffen op basis van waterverbruik ten behoeve van de rioolheffing kunnen hierdoor in de knel komen. Gezien bovenstaande ontwikkeling is het niet ondenkbaar dat gemeenten alternatieve grondslagen moeten gaan opnemen in hun verordening. Daarnaast is niet uit te sluiten dat dit een mogelijk ‘dominoeffect’ heeft op overige externe dataleveringen (o.a. ledigingen gedifferentieerde afvalstoffenheffing (diftar)). Overigens is onlangs door de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in een kort geding dat Cocensus had aangespannen tegen PWN. De voorzieningenrechter achtte spoedeisend belang aanwezig en heeft uitspraak gedaan in het voordeel van Cocensus. PWN moet de reguliere leveringen, inclusief de NAWgegevens, zo spoedig mogelijk hervatten op straffe van een dwangsom. Aansluitend daarop heeft ook de BSGR gevraagd aan PWN om de reguliere leveringen te hervatten. Het antwoord van PWN was dat de uitspraak alleen Cocensus betrof en dat alleen richting Cocensus zij de leveringen hervatten.

Om snel de gegevens te ontvangen zal ook de BSGR mogelijk een kort geding moeten starten al dan niet tezamen met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, die vooralsnog ook geen leveringen ontvangt. Daarnaast bestaat ook nog de kans dat PWN in hoger beroep gaat. Verruiming lokale belastingheffing en afschaffen hypotheekrenteaftrek De Tweede kamer heeft een amendement aangenomen dat artikel 221a toevoegt aan de Gemeentewet. Gemeenten mogen een leegstandsbelasting heffen op woningen die langer dan 12 maanden leegstaan,

Begroting 2027-2030

14

conform de Leegstandswet. Gemeenten kunnen zelf bepalen of zij een leegstand heffing invoeren en wanneer deze ingaat (mogelijk vanaf 2027). Ontwikkelingen op het gebied van de eventuele afschaffing van de hypotheekrenteaftrek op termijn kunnen mogelijk consequenties hebben voor de Onroerendzaakbelasting (mogelijk lagere WOZ-waarde => minder OZB-belastingopbrengst => tariefaanpassing) en het eigenwoningforfait.

Basisregistraties: een update Er zijn momenteel geen ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van basisregistraties. De enige basisregistratie waarvoor nog volop aan software wordt gewerkt is de LV WOZ. De tool om de belastingapplicatie in sync te houden met de landelijke voorziening ondergaat nog steeds zinvolle updates. De werking wordt gelukkig ook steeds beter, dit leidt tot ook steeds betere bestanden. Dit laat echter onverlet dat een forse verbouwing dan wel nieuwbouw van de LV-WOZ onvermijdelijk is. Deze verbouwing dan wel nieuwbouw zou al in 2028 operationeel moeten zijn en kan forse consequenties hebben, zowel qua processen als qua ICT en financiën. Beheer in de Cloud In steeds toenemende mate worden er door IT-bedrijven diensten aangeboden in de Cloud. Kostenbesparing en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud en de komende jaren zal landelijk gezien het aantal diensten en oplossingen dat in de Cloud draait, alleen maar verder toenemen. Ook onze softwareleverancier, Centric, gaat zijn software de komende jaren aanbieden vanuit de Cloud. Dat wil zeggen de software aanbieden middels een SaaS-oplossing (Software as a Service).

Alhoewel deze ontwikkelingen bij onze softwareleverancier forse vertraging hebben opgelopen, zal BSGR zodra zowel voor alle gemeentelijke – als waterschapsheffingen een SaaS versie beschikbaar komt hiertoe overgaan. De overgang naar SaaS heeft wel de nodige consequenties, zowel voor de variaties van de gehanteerde heffings-methodieken als op het personele vlak. De verwachting is dat: • Vanuit de Cloud een standaardpakket zal worden aangeboden. Standaardisatie van heffingstechnieken wordt de norm, waarbij voor eventueel maatwerk per organisatie afzonderlijk zal moeten worden afgerekend. • Onderhoud van de software een stuk eenvoudiger en overzichtelijker zal worden, aangezien er primair nog maar één systeem behoeft te worden onderhouden. • De inzet van applicatiebeheer mogelijk kan worden verminderd. Het overgrote deel van de werkzaamheden vindt dan immers plaats bij de leverancier. Voor belastingorganisaties en gemeenten en waterschappen die hun belastingtaak nog zelf uitvoeren zal er overigens geen ontkomen zijn aan de overstap naar de Cloud. De verwachting is dat op middellange termijn alle aanbieders van software voor lokale heffingen dit nog slechts zullen doen op basis van een SaaS. Indien men hier nog aan wil ontkomen is het enige alternatief het zelf bouwen van een applicatie.

Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2025 2.168 234 2.402 -2.402 -2.402 0 0 0 0 0

Primaire Gewijzigde begroting begroting april 2026 2026 2.270 2.086 206 256 2.476 2.342 -2.476 -2.476 0 0 0 0 0

-2.342 -2.342 0 0 0 0 0

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

2.203 274 2.477

2.203 274 2.477

2.203 274 2.477

2.203 274 2.477

-2.477 -2.477 0 0 0 0 0

-2.477 -2.477 0 0 0 0 0

-2.477 -2.477 0 0 0 0 0

-2.477 -2.477 0 0 0 0 0

De personeelslasten zijn voor 2027 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en de impact van areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten.

Begroting 2027-2030

15

Programma 2: Informatie & Inning Onderwerp Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. De aanmaningen kunnen uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Daarnaast bevat dit programma de klantencontacten in de vorm van correspondentie, algemene telefoonbeantwoording en balie- en receptiewerkzaamheden. Tenslotte omvat het programma de behandeling en afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake respectievelijk invorderingskosten en kwijtscheldingen. Wat gaan we doen? Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2027 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: 1. Kwijtschelding 3.0 Kwijtschelding 3.0 is de nieuwste versie van het systeem van het BIDN (Bureau Informatie Diensten Nederland) voorheen het Inlichtingenbureau. Samen met de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) heeft BIDN Kwijtschelding 3.0 ontwikkeld: een verbeterde en flexibelere manier om aanvragen en verlengingen van kwijtschelding eerlijk en efficiënt te beoordelen.

Kwijtschelding 3.0 biedt meer mogelijkheden en een bredere beoordeling. Zo kan er nu ook worden getoetst op bijvoorbeeld: • Inkomen uit ondernemerschap • Ontvangst van alimentatie • Hypotheekschulden bij woningbezit • Handelswaarde van voertuigen Wat betekent Kwijtschelding 3.0 op termijn? • Snellere en accuratere beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken • Betere gegevensuitwisseling tussen instanties • Efficiëntere procedures 2. Dwanginvordering/Herzien incasso stelsel De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit voor: • een stelsel dat rekening houdt met de betaalcapaciteit van inwoners en bestaanszekerheid • Voorkomen van schuldopbouw en onevenredige invorderingskosten • Integratie van invordering met schuldhulpverlening en vroeg signalering De VNG wil dat het huidige systeem van invordering en incasso rechtvaardiger en mensgerichter wordt. Dat betekent dat schulden en invorderingsactiviteiten zo worden ingericht dat inwoners niet onnodig onder het bestaansminimum komen en tijdig passende hulp krijgen, in plaats van alleen te worden bestraft. Dit vereist niet alleen verbeteringen in gemeentelijk beleid, maar ook samenwerking met het Rijk en andere publieke en private partijen. 3. Vroegsignalering Vroegsignalering is een wettelijke taak voor gemeenten sinds 1 januari 2021, op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).

Het doel is om inwoners met betalingsachterstanden tijdig te benaderen en hulp te bieden, voordat de problemen te groot worden. Hoewel gemeentelijke belastingen als een “vaste last” worden gezien, zijn ze geen onderdeel van het huidige wettelijke kader voor vroegsignalering. Er zijn echter experimenten, die verkennen of de gemeente zelf signalen kan oppikken uit het fiscale domein, om zo meer huishoudens te bereiken die risico lopen op schulden. 10 gemeenten hebben deelgenomen aan een experiment om te onderzoeken of gemeentebelastingen een effectieve indicator zijn bij vroegsignalering van schulden.

Begroting 2027-2030

16

De Pilot is lopend, en de uitkomsten worden nog geëvalueerd om te besluiten of deze vorm van signalering structureel wordt ingevoerd. 4. De Fiscale vereenvoudigingswet De wet die een aantal belastingwetten tegelijk moest vereenvoudigen is primair een rijksregeling en richt zich op het stroomlijnen van nationale fiscale en invorderingsregels. Sommige onderdelen kunnen later gevolgen hebben voor hoe lokale belastingen worden geïnd of bezwaren worden behandeld. De wijziging die per 1 januari 2027 meer rechtsbescherming geeft bij uitstel en kwijtschelding geldt eerst alleen voor rijksbelastingen. Voor lokale belastingen gaat de wijziging mogelijk later in. De exacte datum is nog niet bekend. Zodra dit wordt ingevoerd betekent dit voor de BSGR dat op iedere uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek formeel bezwaar, beroep en hoger beroep mogelijk is, wat nu nog niet het geval is. Dit zal forse consequenties hebben voor de benodigde personele capaciteit. Vooralsnog lijkt het erop dat dit niet eerder dan 2030 het geval zal zijn. Uniformiteit van beleid wordt steeds belangrijker. De BSGR moet beleid en criteria voor kwijtschelding consistent toepassen voor alle deelnemende gemeenten. Verschillen in lokale verordeningen of beleid, kunnen mogelijk juridische complicaties veroorzaken, omdat een rechtbank kan oordelen dat de toepassing ongelijk of onrechtmatig is.

Verschillen in het kwijtscheldingsbeleid tussen deelnemers onderling zouden daarmee mogelijk voor de BSGR tot complicaties kunnen leiden. Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald. Het leggen van beslag op roerende zaken zal verder gaan veranderen. Is het makkelijker geworden voor deurwaarders om ‘administratief’ beslag te leggen op een auto, door de opkomst van ‘private-lease’ wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij. De betalingsvordering (het leggen van derdenbeslag op een bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan als dit via een beveiligde emailomgeving wordt gedaan.

Na overleg tussen de VNG en de Unie enerzijds en de banken anderzijds over een uniform werkproces en de te gebruiken formulieren voor de betalingsvordering is met de banken afgesproken dat een aantal lokale belastingorganisaties vanaf 1 januari 2023 eerst bij wijze van pilot betalingsvorderingen zullen doen. Deze pilot heeft geleid tot positieve uitkomsten, waarna de betalingsvordering landelijk is uitgerold. Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet. Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Een andere laatste actie kan zijn, in het geval van eigendom, het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, dan wel de schuld wordt verrekend met de verkoopsom. Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 18 maanden weer schuldenvrij te laten zijn.

Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger. Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting. Samenvattend betekent dit voor de toekomst van invorderen een veel meer informatie gestuurde en digitale procesgang. Het administratieve werk is steeds meer aan het verdwijnen. De vrijkomende

Begroting 2027-2030

17

capaciteit wordt ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen. Deze vrijkomende capaciteit kan echter tekortschieten als wetswijzigingen zoals hierboven beschreven worden doorgevoerd. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Uitvoeringskosten KTA Totaal Baten Resultaat voor bestemming Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2025 1.884 962 28 2.873 -2.838 -35 -2.873 0 0 0 0 0

Primaire Gewijzigde begroting begroting april 2026 2026 2.057 2.033 996 1.016 49 30 3.103 3.079 -3.103 0 -3.103 0 0 0 0 0

-3.079 0 -3.079 0 0 0 0 0

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

2.144 1.052 31 3.227

2.144 1.052 31 3.227

2.144 1.052 31 3.227

2.144 1.052 31 3.227

-3.227 0 -3.227 0 0 0 0 0

-3.227 0 -3.227 0 0 0 0 0

-3.227 0 -3.227 0 0 0 0 0

-3.227 0 -3.227 0 0 0 0 0

De personeelslasten zijn voor 2027 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en de impact van areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten en automatiseringskosten. De uitkomst van de aanbesteding voor drukwerk en verzending in 2026 kan nog een financieel effect hebben op deze cijfers. Met name de kosten van porti zullen hier dan van invloed op zijn.

Begroting 2027-2030

18

Programma 3: Waarderen De Belastingsamenwerking voert voor haar deelnemers de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, met name de basisregistratie BAG bij de deelnemende gemeenten. De BSGR voert het WOZ-proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZals plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform wet- en regelgeving alsmede het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer.

Wat gaan we doen? Voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen en specifiek voor de BSGR bieden onder andere de lange-termijn-agenda van de Landelijk Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en het strategiedocument van de Waarderingskamer een handvat voor de thema's, ontwikkelingen en initiatieven welke de komende jaren binnen het belastingdomein te verwachten zijn. Specifiek voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) biedt het strategiedocument van de Waarderingskamer (2025-2030) en het jaarlijks geactualiseerde werkplan, inzicht in de belangrijkste onderwerpen binnen de ontwikkelingen op het gebied van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de verwachte invloed daarvan op de werkzaamheden binnen het WOZ-domein. Voor het maatschappelijk draagvlak en het vergroten van vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden is het van belang dat de WOZ-uitvoering, zowel op het vlak van gegevensbeheer als WOZ-taxaties, mee blijft ontwikkelen met maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Met het hoge digitaliseringstempo zal de komende periode steeds meer gestuurd worden op het standaardiseren van processen, aansluiting op open data en verminderen van complexiteit. Door gebruik te gaan maken van SAASoplossingen kunnen in de toekomst vernieuwingen eenvoudiger en sneller worden doorgevoerd tegen een lagere prijs-kwaliteitverhouding.

Tussen 2027 en 2030 zullen zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daarop te anticiperen en vooral medewerkers de mogelijkheid te bieden mee te ontwikkelen (‘boeien en binden’). Nieuw modern taxatieverslag voor woningen Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven; onze leverancier Centric heeft de afgelopen jaren (nog) geen wijzigingen of aanvullingen beschikbaar gesteld. De afgelopen jaren hebben de Waarderingskamer en de VNG gewerkt aan het moderniseren van het taxatieverslag voor woningen. Het doel van dit gemoderniseerde taxatieverslag is om de WOZ-waardebepaling begrijpelijker en overzichtelijker over te brengen aan de belastingplichtige. Daarnaast zou dit moderne taxatieverslag voor woningen ervoor moeten zorgen dat gemeenten en belastingsamenwerkingen voldoen aan het verstrekken van alle – op de zaak betrekking hebbende - stukken in of voorafgaande aan de bezwaarfase aan de belanghebbende conform arresten van de Hoge Raad op dit vlak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16873285/3