CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 Beleidsanalyse Groene Hart

Commissie Ruimte + Infrastructuur 4 oktober 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken11.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

| 23

•

Versterken van natuur en biodiversiteit, stikstofreductie, energietransitie, recreatie, landbouw, cultuurhistorie en landschap in het gebied door deze opgaven te combineren met de bodemdalingsaanpak.

Keuzes •

De uitstoot van broeikasgassen uit de Utrechtse veenbodems is in 2030 met 0,12 Mton CO2 equivalenten afgenomen.

•

De bodemdaling in het landelijk veenweidengebied is in 2030 met gemiddeld 50% geremd

•

Het watersysteem is gezond, robuust en klim aat adaptief.

•

De landbouw ontwikkelt zich naar een duurzame en vitale sector met een goed toekomstperspectief.

•

Werken

vanuit

een

gebiedsgerichte

aanpak

waarbij

samenwerking

met

agrarische

ondernemers, lokale landbouworganisaties en lokale natuurorganisat ies centraal staat. •

Daarbij inzetten op een integrale aanpak die alle Utrechtse veenweidegebieden omvat, waarbij bodem, water, landbouw en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

•

Helpen van de landbouw bij de noodzakelijke aanpassingen door middel van een goed flankerend beleid en een nieuwe provinciale subsidieverordening bodemdaling.

•

Onzekerheden accepteren bij de voortgang en daarom werken vanuit een adaptieve aanpak.

Woondeal regio Utrecht Publicatie: 25 juni 2019 Ambities •

Bestaande woningbouwplannen versnellen

•

De werking van de woningmarkt verbeteren

•

Groei faciliteren door het vinden van nieuwe locaties voor woningbouw

•

De vitaliteit in wijken verbeteren

Keuzes •

Prioriteit geven aan verstedelijking binnenstedelijk/ binnendorps, nabij mobiliteitsknooppunten;

•

Verstedelijking ook toestaan in het overige binnenstedelijk/binnendorpse gebieden;

•

Eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg zoveel mogelijk koppelen aan knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors;

•

Kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied en de kernen bieden om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk).

De onderstaande projecten hebben een gezamenlijke potentie van ca. 31.000 woningen, ca. 30% van de benodigde uitbreiding van de woningvoorraad tot 2040. Versnellingslocaties •

Beurskwartier

| 24

•

Merwedekanaalzone

•

Overig deel Leidsche Rijn

•

Kanaleneiland

•

Nieuwegein City

•

Rijnhuizen

•

Middelland

•

Stationsgebied

•

Snellerpoort

•

Molenzoom

•

Houten centrum

•

IJsselstein binnenstedelijk

•

Hoef en Haag

•

Broekgraaf

•

Van Dam terrein

•

Odijk West

•

Lopik Oost

•

Planetenbaan

•

Bisonspoort

Vitale wijken •

Utrecht Overvecht

•

Nieuwegein

Woondeal zuidelijke Randstad Publicatie: 23 juli 2020 Ambities •

Binnen én buiten de Verstedelijkingsalliantie sturen op de juiste kwalitatieve balansen, waaronder een betaalbaar woningbouwprogramma, en goede regionale samenwerking ondersteunen.

•

Een gezamenlijke (gebiedsgerichte) inzet op de benodigde kwaliteitsslag in de bestaande woningvoorraad

•

Ongewenste effecten van de gespannen woningmarkt tegengaan.

•

Zowel in de regio Rotterdam als in de regio Haaglanden wordt gestreefd naar een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad.

•

Borging van betaalbaar aanbod: duurzaam middenseg ment.

•

het doel is om lokaal vraag en aanbod in evenwicht te brengen binnen 10 jaar.

•

De groei van het aantal 70-plussers vraagt om toegankelijke wijken en voldoende passende woonvormen.

Keuzes

| 25

•

Voldoende plancapaciteit voor de bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040

•

De productie van ruim 100.000 woningen in de periode 2018 - 2025 waarvan:

-

bijna de helft in de gemeenten Den Haag en Rotterdam;

-

een aanzienlijk deel in het betaalbare segment.

•

Evenwichtige verdeling onder doelgroepen en bevorderin g van spreiding van betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens

•

Verstedelijking bestaand

in

stedelijk

de

zuidelijke

gebied

in

Randstad

nabijheid

vindt

van

met

voorrang

hoogwaardig

OV

plaats

binnen

(geconcentreerde

verstedelijkingsstrategie). •

Wijken

met

leefbaarheidsproblemen

komen

in

aanmerking

voor

een

integrale

aanpak van sociaal-fysieke wijkvernieuwing waarbij een verbinding wordt gelegd met de verduurzamingsopgave, de leefbaarheid en het woonklimaat voor de bewoners in de wijken. •

Flexwonen is geschikt voor doelgroepen wiens huisvestingsbehoefte in eerste instantie tijdelijk van aard is.

Verdichtingslocaties -

Leiden-Campus

-

Zoetermeer-Entreegebied

-

Den Haag-CID/Binckhorst

-

Den Haag-knoop Moerwijk

-

Rijswijk-Boogaard/Plaspoelpolder

-

Delft-Schieoevers – station campus

-

Schiedam – Schieveste/A20-zone

-

Rotterdam-M$H/Nieuw Mathenesse

-

Rotterdam- Binnenstad

-

Rotterdam-Willemsas

-

Rotterdam-Stadionpark

-

Dordrecht/Zwijndrecht-Spoorzone

Versnellingslocaties -

Leiden, Lammenschanspark

-

Zoetermeer, Binnenstad

-

Rijswijk, Rijswijk-Buiten

-

Capelle aan den IJssel, Nieuw Rivium

-

Barendrecht, Stationsgebied

-

Lansingerland, Wilderszijde

-

Valkenburg

Wijkvernieuwing -

Den Haag-Zuidwest

-

Rotterdam-Zuid

-

Schiedam

| 26

Bijlage 2. Factsheets onderzoeken Groene Hart Perspectief Groene Hart 2040 In opdracht van De Stuurgroep Nationaal Landschap Groene Hart Datum: 2 mei 2017 Onderliggende doelen •

Versterking van het landschap en de identiteit van het Groene Hart door de unieke landschappelijke waarden te beschermen en de biodiversiteit als batenbrenger te bevorderen.

•

Vertraging van de bodemdaling door het beperken van de gemiddelde bodemdaling tot 2040 in het veen(weide)gebied, het stimuleren van experimenten en maatregelen om de bodemdaling te beperken, en het opnemen van een langjarig beleid in het provinciale en gemeentelijke omgevingsbeleid.

•

Ruimte maken voor de energietransitie door substantieel ruimte te maken voor de eigen energieopgave (wind, zon, water, aardwarmte, biomassa) en het zorgvuldig positioneren en inpassen van energie-installaties.

•

Ontwikkeling en verduurzaming van het economisch profiel door de transitie naar een circulaire economie te versnellen, nieuwe verdienmodellen voor de landbouw te ontwikkelen, en de borging van ruimtelijke kwaliteit en openheid als leidend principe te hanteren.

•

Betere benutting van het mobiliteitssysteem door inzet op innovaties in verkeers - en vervoerstechnologie, optimalisatie van de wegenstructuur, verbetering van het openbaar vervoer, en stimulering van schoon vervoer.

•

Opoffering van openheid op een aantal plekken om ruimte te bieden aan onvermijdelijke ontwikkelingen

en

transities

op

het

gebied

van

energie,

bodemdaling,

en

landbouwrendabiliteit. •

Bescherming van unieke landschappelijke waarden door vastlegging in het gemeentel ijke en provinciale omgevingsbeleid en borging van de eigen identiteit en kwaliteit van deelgebieden.

•

Beperking

van

bodemdaling

door

aanleg

van

onderwaterdrains,

omschakeling

in

bedrijfsvoering, teelten en/of functies voor een aanzienlijk deel van de agrar ische sector, en het opnemen van een langjarig beleid in het provinciale en gemeentelijke omgevingsbeleid. •

Stimulering

van

kennisontwikkeling,

innovaties,

en

maatregelen

voor

meervoudig

ruimtegebruik, bouwen op water, ophogen met nieuwe technieken, en beperking van problemen met bodemdaling bij nieuwbouw en grootschalig onderhoud. •

Verbetering van mobiliteit door inzet op innovaties in verkeers - en vervoerstechnologie, optimalisatie van de wegenstructuur, verbetering van het openbaar vervo er, en stimulering van schoon vervoer.

Naar een strategische agenda voor het Groene Hart Opdrachtgever: netwerkorganisatie AGW Publicatie: november 2019, met een update van november 2020

| 27

Onderliggende doelen voor 2030 •

Het

creëren

van

een

toekomstbestendige

regio

met

innovatieve

woningbouw

in

bodemdalingsgebied. •

Het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige functiemenging van wonen en landschap : Het Groene Hart is toonaangevend voor innovatieve woningbouw in bodemdalingsgebied.

•

Het realiseren van een levendig Groene Hart voor jong en oud.

•

Het onderling afstemmen van het bedrijventerreinenareaal, waarbij uiteindelijk meer faciliteiten ondergronds worden gerealiseerd.

•

Het bevorderen van binnenstedelijk bouwen met een goede mix van vrije sector en sociale woningbouw.

•

Het ontwikkelen van toekomstbestendige landbouw.

•

Binnenstedelijk bouwen

•

De woningvoorraad aanpassen, waarbij gemeenten die al plannen hebben, benut kunnen worden om snelheid en massa te creëren.

•

Inspelen op vergrijzing en woningnood door woon-zorg concepten te ontwikkelen, waarbij goede coördinatie nodig is om een omvang aan experimenten te creëren .

•

Volgens AGW heeft het platteland een onderscheidende rol in het realiseren van de transitieopgave en is de landelijke regio. Dit gaat om veel meer dan alleen landbouw, maar ook om energie opwekken, zorg verlenen etc.

Regionale energiestrategieën - het advies Groene Hart Over de gewenste samenhang en ruimtelijke kwaliteit in de RES 1.0 Publicatie: 9 november 2020 Onderliggende doelen •

Het Groene Hart als geheel zien en tegelijk verscheidenheid respecteren.

•

De energieopgave in en om het Groene Hart verbinden met andere grote opgaven, zoals de woningbouwopgave, biodiversiteitsherstel, transitie van de landbouw en reductie van stikstofdepositie en bodemdaling.

•

Een goed georganiseerd energienetwerk helpt bij het sturen op ruimtelijke ontwikkeling.

•

Investeringen in het energienetwerk zijn gericht op de lange termijn, dus er is behoefte aan een balanceer-act tussen actie ondernemen en ver vooruit denken.

•

Een afdracht introduceren voor landschap, natuur, leefbaarheid en cultuurhistorie.

•

Wij voorzien dat windturbines steeds hoger worden, en als deze al een relatie aangaan tot structuren

in

het

landschap,

dan

alleen

met

de

allergrootste

structuren,

zoals

hoofdinfrastructuur.

Ontwerpend onderzoek Bodem, Water en Landgebruik, Groene Hart Publicatie: juni 2019 Onderliggende doelen

| 28

•

Vanuit de bodem en de functie van het gebied redeneren en vervolgens peil laten meebewegen.

•

Om aan de uiteindelijk ambities van het Parijs akkoord in 2050 te voldoen, zullen nog flinke maatregelen getroffen moeten worden om de CO2 uitstoot te verminderen.

•

Er moet voldoende water op het juiste moment, van de juiste kwaliteit op de juiste plek aanwezig zijn.

•

Het unieke historische karakter van het Groene Hart behouden.

•

Geen generieke aanpak, maar gebiedsgericht.

•

Aan de ‘knoppen’ waterbeheer en landgebruik draaien om bodemdaling tegen te gaan

•

Een peil van -20 centimeter aannemen als een optimaal waterpeil in relatie tot een maximale reductie van de CO2-equivalent.

•

In alle geschikte toekomstscenario’s voor het groene hart wordt de w atervraag hoger, daarom moet meer water -toevoer, -berging en -adaptatie gefaciliteerd worden.

-

Een permanente oostelijke watertoevoer te organiseren

-

Water bufferen op de overgangen, van hoog naar laag, vooral op de oeverwallen en in de veenbodem

-

Een lagere watervraag door adaptief peilbeheer en lokale buffering

•

In kleigebieden kiezen voor bedrijfsvormen die om kunnen gaan met incidentele droogte om zo water te besparen.

•

De aanwezige cultuurhistorische landschapselementen gebruiken en revitaliseren om wate r naar de juiste plek toe te transporteren en water op de juiste plek te bufferen.

-

Kades inzetten om water naar diepere delen van de polder te brengen

-

tiendwegen inzetten als lineaire structuren die water vasthouden voor seizoensberging

-

hoge boezems en zandwinplassen inzetten als seizoens- en piekberging

Ruimtelijk Economische Analyse van het Groene Hart en de Peel Publicatie: 2022 Belangrijkste bevindingen voor het Groene Hart 1. Ontwikkeling van groeibriljanten: De regio wil zich richten op het verder ont wikkelen van groeibriljanten in stedelijke sectoren zoals zakelijke diensten, creatieve industrie en ICT. Er is potentieel voor groei en innovatie in deze sectoren die zich verspreiden naar de Groene Hart gemeenten. 2. Behoud en ontwikkeling van belangrijke s ectoren: Hoewel HTSM, logistiek en agrofood niet direct als prioriteit door de regio zijn aangewezen, zijn het nog wel belangrijke werkgevers en de kurk op de regionale economische fles. Het is belangrijk om deze sectoren te behouden en te zorgen voor vernieuwing en opschaling. 3. Beleidsmatige focus op groeibriljanten in de dop: De regio heeft gekozen voor beleidsmatige focus op groeibriljanten in de dop, zoals circulaire economische activiteiten, woningbouw en

| 29

specifieke activiteiten gericht op waterbeheer en bodemdaling. Er moet worden nagedacht over gericht beleid op complexiteit en opschaling om deze sectoren te laten groeien. 4. Inbedding door gerelateerdheid: Kennis en uitwisseling van kennis zijn belangrijke dragers van de gerelateerdheid en leiden aantoonbaar tot meer groei in de regio. Het is aan te bevelen om onderwijs, kennisrelaties en samenwerking tussen bedrijven af te stemmen in de regio. 5. Onderzoek naar potentieel van groeibriljanten: Het is belangrijk om aanstormende en gevestigde groeibriljanten uit de levenscyclusanalyses te onderzoeken op hun potenties in complexiteitgehalte om zo de groei en concurrentiekracht te vergroten. 6. Samenwerking met buurregio's: Samenwerking met geagglomereerde buurregio's is belangrijk, en kan zich richten op kennisrelaties, complementaire bedrijvenontwikkeling en het ondernemende ecosysteem. Positieve regionale effecten in de groei overheersen, wat leidt tot een gunstige voedingsbodem voor ontwikkeling.

Groene Hart Biografie en zeven gouden regels In opdracht van het Bestuurlijk Platform Groene Hart. Publicatie: december 2021 Onderliggende doelen •

Veranderen vanuit de bestaande kwaliteit. Veranderen, maar toch jezelf blijven. Hierbij is het van belang om een langetermijnperspectief te hanteren waarin de bodem, het wate rsysteem, de natuurgebieden en de historische dimensie van het landschap centraal staan. Het is belangrijk om de landschappelijke eigenheid en diversiteit te waarborgen en fragmentatie van het landschap te voorkomen.

•

Om het landschap duurzaam te houden is het nodig om het als drager en verbinder van deze opgaven centraal te stellen en te werken aan een gezonde bodem, watersysteem en natuurgebieden.

•

Fragmentatie van het landschap voorkomen, om van het Groene Hart een samenhangend geheel te maken: het is van groot belang dat het Groene Hart niet uiteen valt in een aantal losse landschapsparken, omgeven door bebouwing en infrastructuurlinten. Verdichting tussen steden en dorpen en langs infrastructuur dient altijd tot de samenhang van het Groene Hart landschap in het geheel te verhouden.

•

De landschappelijke eigenheid en diversiteit behouden. Het Groene Hart bestaat uit een lappendeken van verschillende landschappen met verschillende kernkwaliteiten. De landschappelijke diversiteit van het Groene Hart dient vers terkt te worden en voorkomen moet worden dat huidige en toekomstige ontwikkelingen leiden tot een landschappelijke nivellering. De landschappelijke kenmerken en de uitgangspunten voor ontwikkeling zijn tot in detail uiteengezet in de verschillende omgevingsvisies en cultuurhistorische landschapskaders van de provincies en gemeentes.

•

De historische dimensie van het landschap koesteren, deze is namelijk bepalend voor het integrale beeld van Nederland: Het Groene Hart is een van de meest intacte historische cultuurlandschappen van Nederland. Het ontstaan en bewerken van dit landschap is een

| 30

doorgaand proces, en de historische gelaagdheid, het weefwerk van het water en de zeldzaamheid van de historische verkavelingen zijn van groot belang voor de beleving en herkenbaarheid van het Groene Hart. •

Plekken voor nieuw landschapsbeeld en hierbij ander opgaven integreren: Bij gebieden van hoge waarden is de ambitie vanuit cultuurhistorie groot om, waar dat kan, het karakteristieke landschapsbeeld te behouden en veranderingen in te vlechten in het waardevolle landschap.

•

De inwoners van het Groene Hart betrekken bij keuzes voor de lange termijn en waardeer hun gebiedskennis en ervaring.

•

Een sturend orgaan opzetten voor het gehele Groene Hart, waarbij de inhoudelijke ambiti e niet alleen vastgelegd moet worden, maar ook bewaakt moet worden, bijvoorbeeld met behulp van een Kwaliteitsteam.

Het Groene Hart: van pilots naar lessons learned Een inventarisatie van lopende en afgesloten pilots en beleidstrajecten in het Groene Hart met betrekking tot het bodem- en watersysteem. Publicatie: 6 april 2022. Ambitie •

Het creëren van een duurzamer toekomstperspectief voor de leefomgeving van het Groene Hart.

Geleerde lessen 1. Toetsen van impact: Methodieken (op basis van KPI’s) kunnen de tr ansitie stimuleren om boeren duurzamer te laten boeren. Er is versterking nodig op het stroomlijnen van de methodieken en de registratie en integratie van rentabiliteit- en duurzaamheidsaspecten. 2. Duurzaamheid: Verduurzaming staat in iedere methodiek centra al en wordt met indicatoren en streefwaarden gemonitord. De streefwaarden geven geen informatie over de directe impact van maatregelen op het bodem- en watersysteem. 3. Beloningssystemen: Beloningssystemen in hun huidige vorm kunnen niet voldoende compenseren voor de vereiste investeringen (arbeid en kosten) en grootschalige transitie in gang te zetten. 4. Prikkels: Het in gang zetten van transitie is niet enkel afhankelijk van financiële haalbaarheid of rentabiliteit. Een gebiedsproces kan bijdragen aan het integreren van niet financiële prikkels en helpt te zoeken naar motivatie voor verandering. 5. Rentabiliteit: Een duurzamere vorm van landbouw kan rendabel zijn. Rentabiliteit hangt af van bedrijfsspecifieke kenmerken. De transitie zal in de praktijk maatwerk vereisen. 6. Integraliteit: Het ontwikkelen van verdienmodellen voor een duurzaam bodem - en watersysteem vraagt een integrale kijk op (niet) financiële - en duurzaamheidsaspecten. De huidige methodieken zijn te veel ontwikkeld vanuit hokjes. 7.

Systeemvragen: De maatregel staat veelal centraal in plaats van het doel, waardoor er nauwelijks zicht is gekregen op systeemvragen. Aanbevelingen

| 31

•

Het Rijk is aan zet, en het gebied voert uit.

•

Maak een helder inzicht in huidige situatie, daarbij is het belangrijk de volgende punten vast te stellen:

Voor

alle partijen is

het belangrijk

om de volgende punten vast te

stellen: Welke doelen liggen nu vast voor het gebied? Welke overheid is voor welk doel verantwoordelijk? Wat wordt gestuurd door EU-, nationaal en regionaal beleid? Hoe wordt dit vertaald naar het gebied? Wat is de rol van NPLG? Wat is de tijdshorizon voor het behalen van deze doelen? •

De impact van het beleid en de huidige lange termijn visie moet doorgerekend worden.

•

Adaptief beleid opstellen, zodat binnen een onzekere toekomst tot nieuwe beleidsontwikkeling gekomen kan worden.

•

Een lijst opstellen met bewezen en geaccepteerde maatregelen, zodat de maatregelen inzichtelijk gemaakt worden.

•

Nog-niet bewezen maatregelen kunnen in de tijd worden aange past wanneer maatregelen anders uitpakken dan verwacht. Daarom is het goed onderzoek uit te voeren naar innovatieve en niet-bewezen maatregelen.

Advies Wim Kuijken over woningbouw, ruimte en natuur in de Gnephoekpolder Publicatie: 30 september 2022 In zijn rapport schetst Kuijken 4 scenario’s : •

1 scenario zonder (extra) woningbouw, maar met een opgave voor het landelijk gebied en ;

•

3 scenario’s met woningbouw in verschillende omvang, samen met natuur, water en bodem.

Keuzes •

Het meest realistische scenario bevat volgens Kuijken 5.500 woningen in de hoger gelegen delen van de Gnephoek met stevige bodemgesteldheid. Hij komt tot de conclusie dat met dit scenario een perspectief voor de ontwikkeling van de polder ontstaat waarin de bestaande natuurwaarden kunnen worden versterkt. Daarnaast kunnen dan de wateropgave en een duurzaam gebruik van de bodem worden opgepakt, waarbij tegelijkertijd wordt bijgedragen aan de woningbehoefte.

•

De gemeente Alphen moet dan afzien van het integrale (gedroomde) ‘Masterplan’ (8.0009.000 woningen) voor de drie polders en van de provincie wordt een beperkte en begrensde vrijstelling of aanpassing van het omgevingsbeleid in de toekomst gevraagd. Het Hoogheemraadschap kan de randvoorwaarden formuleren, wetend dat er op boezemnive au op kleigrond gebouwd wordt en de regio Holland -Rijnland kan gevraagd worden met deze ontwikkeling rekening houden in de te ontwikkelen omgevings - en verstedelijkingsvisie. Deze locatie wordt dan in de komende jaren opgenomen in het regionale woningbouwp rogramma vanaf 2030. Ook het rijk kan deze ontwikkeling actief stimuleren.

| 32

Planning Afgesproken is het voorkeursscenario nader uit te werken en te onderzoeken. Dit moet uitmonden in een Masterplan Gnephoek. Gezamenlijk wordt toegewerkt naar een besluit, waarover vóór de zomer van 2023 bestuurlijk wordt overlegd.

| 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13244315/1