Bijlage 3.1 Beleidsanalyse Groene Hart
Tekst van het document
Beleidsanalyse Groene Hart Een analyse van beleid en onderzoek dat betrekking heeft op het Groene Hart
Opdrachtgever:
Coördinatiebureau Groene Hart
Samenstellers:
Lysias Advies Janne Gerritsen Yoram Poot
Datum:
14 april 2023
Lysias Advies
T: 033 464 70 70
IBAN:
NL18 ABNA 0574 2170 53
Soesterweg 310d
E: info@lysiasadvies.nl
KvK:
30166304
3812 BH Amersfoort
www.lysiasadvies.nl
BTW:
NL809282471B01
Inhoud 1.
Inleiding
1
2.
Analyse beleid
2
2.1.
Beleid: totaalbeeld Groene Hart
2
2.2.
Thematische overeenkomsten in beleid
3
2.3
Waar schuurt het?
7
Bijlage 1. Factsheets beleidsstukken
11
Omgevingsvisie Noord-Holland
11
Bijbehorend onafhankelijk onderzoek PlanMER
11
Omgevingsvisie provincie Utrecht
12
Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland
14
Regio Utrecht - Integraal ruimtelijk perspectief 2021-2040
15
Regio U16 – RES 1.0
16
Agenda Metropoolregio Amsterdam 2020-2024
17
MRDH strategische Agenda 2023-2026
18
Regionaal Maatschappelijke Agenda Alblasserwaard- Vijfheerenlanden
19
Regionale Structuurvisie Holland Rijnland
20
Agenda Verstedelijking en Mobiliteit: Midden-Holland geeft ruimte
21
Regionale Veenweide Strategie 1.0 Zuid-Holland
22
Regionale Veenweide Strategie 1.0 Noord-Holland
22
Regionale Veenweide Strategie Utrecht
23
Woondeal regio Utrecht
24
Woondeal zuidelijke Randstad
25
Bijlage 2. Factsheets onderzoeken Groene Hart
27
Perspectief Groene Hart 2040
27
Naar een strategische agenda voor het Groene Hart
27
Regionale energiestrategieën - het advies Groene Hart
28
Ontwerpend onderzoek Bodem, Water en Landgebruik, Groene Hart
28
Ruimtelijk Economische Analyse van het Groene Hart en de Peel
29
Groene Hart Biografie en zeven gouden regels
30
Het Groene Hart: van pilots naar lessons learned
31
Advies Wim Kuijken over woningbouw, ruimte en natuur in de Gnephoekpolder
32
1. Inleiding Dit document bevat een analyse van de toekomst van het Groene Hart, waarbij gebruik wordt gemaakt van
beleidsdocumenten
en
onderzoeken
die
betrekking
hebben
op
het
gebied.
Deze
achtergrondinformatie is bijgevoegd in de vorm van factsheets. In de beleidsanalyse wordt eerst gezocht naar overeenstemming tussen de beleidsambities en oplossingsrichtingen, met als doel een beleidsmatig beeld te schetsen van het Groene Hart in 2050. Vervolgens wordt per uitgangspunt gekeken naar de overlappingen met betrekking tot specifieke uitgangspunten. Daarna worden de knelpunten tussen de geopperde ambities in kaart gebracht. 1. Analyse beleid 2. Factsheets regioplannen 3. Factsheets beleid Groene Hart 4. Factsheets onderzoeken Groene Hart
|1
2. Analyse beleid 2.1. Beleid: totaalbeeld Groene Hart In dit hoofdstuk wordt het totaalbeeld van de bestaande regionale beleidsstukken besproken voor het Groene Hart als geheel. Het toekomstbeeld van het beleid gaat ervan uit dat de overlappende geschetste plannen voor 2050 volledig voltooid zijn. De weergave van de situatie is positief gekleurd, net als de beleidsstukken. Uit het beleid moet volgen dat in 2050 het Groene Hart van Nederland een bloeiend gebied is waarin mens, natuur en economie harmonieus samenleven. De afgelopen decennia zijn grote stappen gezet om de openheid van het landschap te behouden en te versterken, en om het gebied te verduurzamen op alle fronten. Bodemdaling is gestopt en de bodem is gezond en hersteld. De landbouwsector is volledig verduurzaamd en draagt bij aan een leefbare toek omst, deels met open deuren voor meer toeristen aan kunnen genieten van de rust. Volgens de beleidsstukken is fragmentatie van het landschap voorkomen; het Groene Hart is een samenhangend geheel gebleven. Dit is gelukt door de verdichting tussen steden en dorpen en langs infrastructuur altijd in verhouding tot het al bestaande Groene Hart -landschap plaats te laten vinden. De landschappelijke eigenheid en diversiteit zijn behouden en versterkt .
Om die reden zouden nieuwe windturbines en zonnevelden gerealiseerd zijn op locaties waar ze het landschap niet te veel verstoren en waar geen negatieve effecten zijn op de natuur en het leefklimaat. Innovaties in de energiesector, zoals slimme netwerken en energieopslag, zijn in die ontwerpen meegenomen.
De energietransitie is
een succes
geworden, met een volledig duurzame
energievoorziening in 2050, waarbij energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare bronnen voorop staan. Daarnaast is het de bedoeling dat levendige stads-, dorps- en wijkcentra, met een bij de behoefte passend aanbod van winkels, groen en andere voorzieningen, voor een goede leefbaarheid in het gebied zorgen. Daarom is vooral binnenstedelijk gebouwd, met een goede mix van de vrije sector en sociale woningbouw om de woningnood het hoofd te bieden. Het gebied heeft volgens de ambities in 2050 een vrijetijdseconomie kunnen ontwikkelen waar nog meer inwoners, ondernemers en bezoekers van profiteren. Het richt zich ook op het verder ontwikkelen van groeibriljanten in stedelijke sectoren zoals ICT om zo de economische groei te stimuleren. Tegelijkertijd blijft het zich richten op het behouden en vernieuwen van belangrijke sectoren zoals HTSM, logistiek en agrofood om de regionale economie te versterken. Het Groene Hart is een voorbeeld geworden van hoe menselijke activiteiten en de natuur hand in hand kunnen gaan. Het is een gebied waarin bewoners en bezoekers kunnen genieten van de rust en de schoonheid van het landschap, en waarin ondernemers kunnen floreren in een duurzame economie.
|2
2.2. Thematische overeenkomsten in beleid In dit hoofdstuk worden verschillende uitgangspunten besproken waar de beleidsstukken en op één lijn liggen. Deze overeenkomsten worden per uitgangspunt uitgewerkt. 2.2.1 Cultuurhistorische waarden Het behoud van de cultuurhistorische dimensie van het landschap is van groot belang voor de beleving en de herkenbaarheid van het Groene Hart. Het weefwerk van het water en de zeldzaamheid van de historische verkavelingen zijn va n grote waarde, met in elk gebied specifieke karakteristieke kenmerken. Daarom moet voorkomen worden dat huidige en toekomstige ontwikkelingen leiden tot een landschappelijke nivellering. Om dit te bereiken, kunnen nieuwe projecten zoveel mogelijk ingevlochten
worden
in
het
bestaande
landschap.
Dit
kan
bijvoorbeeld
door
bestaande
cultuurhistorische landschapselementen te revitaliseren voor nieuwe functies. Zo kan bijvoorbeeld watertransport en -buffering plaatsvinden via bestaande kades, tiendwegen, hoge b oezems en zandwinplassen die water kunnen vasthouden voor seizoens - en piekberging. Deze projecten zijn voortgekomen uit de waterbergingsstrategieën. Een andere manier om de cultuurhistorische waarden van het Groene Hart te waarborgen is door het introduceren van een afdracht voor landschap, natuur, leefbaarheid en cultuurhistorie bij nieuwe projecten. Dit kan bijvoorbeeld door een bijdrage te vragen va n projectontwikkelaars of andere partijen die nieuwe ontwikkelingen willen realiseren in het gebied. De versterking van de cultuurhistorie van het Groene Hart kan niet los gezien worden van de versterking van andere opgaven in het gebied, zoals de verster king van de natuur en biodiversiteit, stikstofreductie, energietransitie, recreatie, landbouw en landschap. Door deze opgaven te combineren, kan er een integrale aanpak ontstaan die zowel de cultuurhistorische waarden als de andere opgaven versterkt. 2.2.2 Bodem en water De verbetering van het bodem- en watersysteem van het Groene Hart is essentieel voor de toekomst van het gebied.
Om het landschap duurzaam te houden, moet gewerkt worden aan een gezonde bodem, het beheersen van de waterkwaliteit en -kwantiteit, een adaptief watersysteem en het stoppen van bodemdaling – een veroorzaker van CO2-uitstoot en bodeminklinking. De vraag naar water zal in de toekomst toenemen in het Groene Hart. Om hierop voorbereid te zijn, is het nodig om meer inspanningen te leveren op het gebied van waterbeheer, waaronder het faciliteren van meer wateraanvoer en -opslag. Daarnaast moet meer water vastgehouden worden, vooral in buffers en in de veenbodem. Bovendien is het noodzakelijk om de watertoevoer te verhogen.
|3
Om het bodem- en watersysteem te verbeteren en robuust te houden, is het belangrijk aanpassingen te doen zowel met betrekking tot het grondwater, als het oppervlaktewater. Door zonering en verkaveling te combineren met de bovenstaande maatregelen, kan een hybride landschap worden gecreëerd dat optimaal aansluit bij de doelstellingen en de mogelijkheden van het gebied. Om de bodemdaling in veenweidegebieden te verminderen, wordt gewerkt aan het programma bodemdaling veenweiden. Het aanpassen van de bodemsamenstelling, het aa npassen van het graslandbeheer en het aanpassen van de veehouderij zijn maatregelen die kunnen bijdragen aan het tegengaan van bodemdaling. Daarbij kan gemiddeld een hoger peil worden aangenomen in relatie tot een maximale reductie van de CO2-uitstoot. Desalniettemin moet dit in samenhang met het specifieke gebied bekeken worden, omdat de keuze van het optimale waterpeil afhangt van het type veen en teelt. Een te hoog waterpeil kan weer leiden tot meer methaanuitstoot. Om de benodigde schaal en toepassing van de bovenstaande waterbouwstenen te bepalen, moet onderzocht worden waar en in welke kwantiteit de toegenomen watervraag zich manifesteert. Experimenten met nieuwe vormen van landgebruik zijn nodig om ambitieuzere alternatieven te vinden om de uitstoot van broeikasgassen die door ontwatering in het veen ontstaat te verminderen.
Daarbij wordt rekening gehouden met de lokale omstandigheden en behoeften van de bewoners en gebruikers van het gebied. Het betrekken van omwonenden bij de ontwikkeling van een r uimtelijk identiteits- en kwaliteitskader is hierbij een belangrijke stap. Zo kan gezamenlijk worden gewerkt aan een toekomstbestendige regio. 2.2.3 Landgebruik In het Groene Hart wordt gestreefd naar het beschermen en verbeteren van de biodiversiteit en een duurzame landbouwsector die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving. Er is spanning tussen agrarische functies, natuurbeheer en stedelijke recreatie in het gebied, waarbij ook ruimte geboden wordt aan welvaart en economische groei. Op sommige plekken zijn opofferingen van openheid nodig om ruimte te bieden aan onvermijdelijke ontwikkelingen en transities. Tegelijkertijd is het waardevol de kernkwaliteit van het open landschap te behouden en moeten er maatregelen genomen worden om planologische zekerheid te bi eden aan de grondgebonden landbouw. De landbouwsector wordt beschouwd als de drager van het open landschap, en kunnen het behoud van de landschappelijke kwaliteit van het Groene Hart faciliteren. Het bevorderen van een vitale en duurzame landbouwsector is essentieel voor een leefbare toekomst. De rentabiliteit hangt af van bedrijfsspecifieke kenmerken , daarom zal deze transitie maatwerk vereisen.
De provincies verschillen daarbij in hun aanpak, maar de rode draad in alle beleidsstukken is de focus op het halen van de doelstellingen zoals afgesproken in het klimaatakkoord. Om deze doelstellingen te behalen, moeten ingrijpender veranderingen worden doorgevoerd in de landbouw, en dus het watersysteem van het Groene Hart. Gebiedsprocessen kunnen gebruikt worde n
|4
om meekoppelkansen vanuit de stikstofopgave, biodiversiteitsopgave en de energietransitie te benutten. Om boeren te helpen bij de veranderingen, wordt ondersteunend beleid en subsidie beschikbaa r gesteld.
Ook
wordt
gestimuleerd
om
landbouwbedrijven
te
verduurzamen
door
nieuwe
verdienmodellen te ontwikkelen en over te stappen op een circulaire economie. Er worden verschillende maatregelen voorgesteld om de biodiversiteit te vergroten, zoals het beschermen en verbeteren van Natura 2000-gebieden en het uitfaseren van chemische bestrijdingsmiddelen.
Het
toepassen
van
waterinfiltratiesystemen
en
aanpassingen
in
het
graslandbeheer kunnen ook bijdragen aan de biodiversiteit . 2.2.4 Energie Er is een grote ambitie om de energietransitie te realiseren in het Groene Hart. B esparing en hernieuwbare bronnen hebben daarbij de voorkeur. Hierbij is het belangrijk rekening te houden met de ontwikkeling van andere grote opgaven, zoals de woningbouwopgave, biodiversiteitsh erstel en de transitie van de landbouw. Door samen te werken in de Regionale Energiestrategieën en te investeren in het energienetwerk op de lange termijn, kan een klimaatneutraal en duurzaam Groene Hart gecreëerd worden. Dit zal bijdragen aan een verbetering van de luchtkwaliteit en de gezondheid van de inwoners. De verschillende beleidsstukken benadrukken het belang van de energietransitie voor het Groene Hart en de rol die het daarbij kan pakken voor Nederland als geheel. Nieuwe energiebronnen moeten benut worden om economische kansen te creëren en schone energie te realiseren voor de maatschappij. Dit vereist ook investeringen in het energienetwerk op de lange termijn, waarbij er een balanceer-act nodig is tussen actie ondernemen en ver vooruit denken. Om dit daadwerkelijk te realiseren is het belangrijk om bij ontwikkelingen rond knooppunten rekening te houden met waardevolle landschappen. Er moeten concrete voorbeelden worden uitgewerkt en getest om de impact van verschillende stappen in de energietransitie te visualiseren.
Daarnaast moet op zijn minst afstemming komen tussen de zeven RES-regio's om een geheel te creëren voor het Groene Hart. Grotere opstellingen van windturbines zouden samen met zonnevelden kunnen leiden tot nieuwe landschapszones. 2.2.5 Economie Het Groene Hart staat bekend om zijn natuurlijke en agrarische kwaliteiten, maar dat niet alleen. De regio wordt gezien als een belangrijk economisch gebied waarin gestreefd wordt naar een duurzame economie. Er zijn verschillende doelstellingen geformuleerd om dit te optimaliseren, waaronder het bieden van ruimte voor lokale economieën om te groeien, het tot st and brengen van betere verbindingen tussen het onderwijs en het bedrijfsleven, en de ontwikkeling van de A12-corridor als een logistieke hub, met een focus op de voedingssector.
|5
Daarnaast is er een focus op de ontwikkeling van groeibriljanten in stedelijk e sectoren. Hierdoor kan de regio zich onderscheiden en nieuwe kansen benutten. Dit wordt ondersteund door het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen en het behoud en toekomstbestendig maken van werklocaties. Er zal meer gewerkt worden in gemengde stedelijke gebieden waar wonen, werken en voorzieningen bij elkaar komen. Met een focus
op
deze
doelen
en
op samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en
kennisinstellingen, heeft het Groene Hart de potentie om uit te groeien tot een belangrijke economische regio die tegelijkertijd de natuurlijke en agrarische kwaliteiten van het gebied behoudt. Een van de uitdagingen daarbij is het vinden van balans tussen de belangen en ambities van de agrarische economie en de vrijetijdseconomie, die vaak verschillende ruimtelijke e isen hebben. Een mogelijke oplossing is om de agrarische sector en de toeristische sector beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld door landbouwbedrijven te laten fungeren als recreatieve attracties en door duurzaam toerisme te stimuleren dat de natuurlijke en agrarische kwaliteiten van het gebied benadrukt. 2.2.6 Wonen Om de woningbouwopgave te realiseren wordt ingezet op duurzame oplossingen die rekening houden met de belangen van zowel de inwoners als het klimaat. Er wordt gestreefd naar een innovatieve woningen in het bodemdalingsgebied met huizen voor jong en oud. Een belangrijke strategie daarbij is het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige functiemenging van wonen en landschap. Ook wordt ingezet op binnenstedelijk bouwen met een goede mix van de vrije sector en sociale woningbouw. In de plannen wordt gestuurd op een betaalbaar woningbouwprogramma en goede regionale samenwerking. Daarbij is de inzet om tot een gezamenlijk gecoördineerde gebiedsgerichte aanpak te komen.
De focus ligt daarbij op een kwantiteitsslag, een kwaliteitsslag in de bestaande woningvoorraad, en het tegengaan van ongewenste effecten van de gespannen woningmarkt. Wijken met leefbaarheidsproblemen komen in aanmerking voor een integrale aanpak van sociaal fysieke wijkvernieuwing waarbij een verbinding wordt gelegd met de verduurzamingsopgave en de leefbaarheid voor de bewoners in de wijken. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen is het daarom van belang voldoende groen en voorzieningen in de buurt te realiseren. Er wordt ook gekeken naar de integratie van groene daken en gevels in de nieuwbouw om de leefbaarheid in stedelijke gebieden te verbeteren en de gezondheid van bewoners te bevorderen. Daarnaast wordt ingespeeld op vergrijzing en woningnood door woon -zorg concepten te ontwikkelen en flexwonen geschikt te maken voor doelgroepen wiens huisvestingsbehoefte in eerste instantie tijdelijk van aard is.
|6
2.2.7 Mobiliteit Een aandachtspunt is de mobiliteit in het Groene Hart, waarmee wonen, werken en voorzieningen beter bereikbaar kunnen worden met de fiets en het openbaar vervoer. Ook zal er een robuust regionaal OV-systeem ontstaan, wat kan leiden tot een vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen. Dit betekent dat meer ingezet wordt op duurzame mobiliteit, ook binnen het metropolitaan mobiliteitssysteem. Het onderling afstemmen van bedrijventerreinen en het ondergronds realiseren van faciliteiten helpt de mobiliteit te verbeteren. Dit komt doordat bedrijven bij elkaar worden geplaatst, waardoor werknemers makkelijker met de fie ts of het OV naar hun werk kunnen reizen. Door mobiliteitsfaciliteiten ondergronds te bouwen, blijft meer ruimte beschikbaar voor de bedrijven en hun werknemers. Dit vermindert het gebruik van auto's en tegelijkertijd wordt het verkeer gemoderniseerd. Dit kan leiden tot een vermindering van de impact van vervuilende mobiliteit op het milieu en de gezondheid van de inwoners van het Groene Hart. Daardoor ontstaat een betere balans tussen natuur en recreatie. De uitstoot kan verminderen wanneer inwoners meer geneigd zijn de fiets te pakken of te wandelen in plaats van de auto te nemen voor recreatieve activiteiten.
2.3 Waar schuurt het? In dit hoofdstuk wordt naar de conflicten gekeken tussen de beleidsambities en -keuzes van de verschillende plannen die van toepassing zijn op het Groene Hart. Eerst wordt gefocust op het algehele beeld en vervolgens naar de schuurpunten tussen bepaalde uitgangspunten. De ambitieuze doelstellingen voor het Groene H art vereisen dat snel veel werk verricht moet worden binnen de beperkte ruimte die beschikbaar is. De meeste beleidsstukken zijn nog niet erg concreet over het stappenplan om deze doelstellingen te bereiken. Dit geldt niet alleen voor het Groene Hart zelf, maar ook voor bredere regioplannen die betrekking hebben op (een deel van) het gebied. De uitvoeringsplannen missen In bijvoorbeeld de omgevingsvisies, woondeals, metropoolregioplannen en veenweidestrategieën worden wel doelstellingen en oplossingsrichtingen beschreven, maar nog geen stappenplan of aangewezen gebieden. Zo wordt in de omgevingsvisies voorgesteld de biodiversiteit te vergroten door natuurinclusieve ontwikkelingen, tegelijkertijd worden de vormen van biodiversiteit niet gespecificeerd en ook de plekken niet waar de vergroting daarvan behaald moet worden. Hetzelfde geldt voor de woondeals, waarin verschillende regio's versneld woningen moeten creëren om aan de woonvraag te voldoen en om doorstroming te bevorderen.
Er wordt bijvoorbeeld gestree fd naar het aanbieden van passende woonruimte voor specifieke doelgroepen zoals ouderen en starters. In de meeste gevallen is nog niet helder waar dit precies gaat gebeuren, terwijl de tijd begint te dringen.
|7
In de plannen voor de metropoolregio wordt ster k benadrukt dat hernieuwbare energie van groot belang is voor het creëren van klimaatneutrale regio's. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de Regionale Energiestrategie U16. Echter, in de plannen worden geen keuzes gemaakt op welke locaties deze hernieuwbare energiebronnen nodig zijn om het gestelde doel te bereiken. In plaats daarvan worden richtlijnen en scenario's gegeven, zoals langs provinciale wegen als mogelijke locatie, met de toevoeging dat hernieuwbare energiebronnen het open landschap niet mogen scha den. Niet alles kan overal Op dit moment lijken de verschillende plannen die betrekking hebben op het Groene Hart elkaar niet of nauwelijks tegen te spreken. Dit komt vooral doordat er nog weinig concrete uitwerkingen zijn gemaakt. In deze analyse van schurend beleid is het dus lastig aan te geven waar natuur - en energiedoelstellingen elkaar in de weg zitten, omdat locatiekeuzes op de mogelijk schurende plekken nog ontbreken. Echter, wanneer verder wordt gewerkt aan de uitwerkingen van de oplossingsrichting en, lijken de plannen elkaar in de toekomst in de weg te kunnen zitten . Dit komt omdat niet alle oplossingen altijd tegelijkertijd uitvoerbaar zijn en er dus keuzes gemaakt moeten worden.
In verschillende beleidsstukken, zoals de omgevingsvisie van Utrecht en de agenda's van de metropoolregio's Amsterdam en Rotterdam Den Haag, wordt het belang van het Groene Hart als groene buffer tussen steden erkend en ook gezien als een uitloopgebied voor bewoners in de steden. Hoewel extra recreatieve doeleinden worden genoemd, ontbreekt tot op heden een concrete invulling hiervan. Tegelijkertijd wordt gesteld dat het gebied ook kansen biedt voor de energietransitie en economische ontwikkeling en innovatie. Dit lijkt in strijd te zijn met elkaar, aangez ien economische activiteiten de groene kwaliteiten van het gebied kunnen aantasten. Om deze conflicterende ambities te verzoenen, is het nodig keuzes te maken en een geloofwaardige strategie te ontwikkelen die de ambities op verschillende gebieden met elka ar in lijn brengt. Realisatie in de praktijk Ook bij het inzoomen op één opgave ontstaan conflicterende situaties, zoals bij het aanpakken van de problematiek van bodemdaling en CO2-uitstoot in het veenweidegebied, waarbij tegelijkertijd de landbouwsector
in het gebied economisch levensvatbaar
gehouden dient te worden. De
veenweidestrategieën proberen hier deels een antwoord op te geven, maar slagen er nog niet in om de ambities op gebiedsniveau samen te brengen. De provincie Noord-Holland wil 50% minder bodemdaling en 50% minder CO2-uitstoot realiseren, maar een plan om concrete maatregelen uit te werken ontbreekt in de strategie. De oorzaak hiervoor lijkt deels te liggen in de nog te maken afspraken op bestuurlijk gebiedsniveau. In de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland wordt benadrukt dat grondgebonden landbouw de basis vormt van het open landschap en in vrijwel alle stukken wordt gesteld dat duurzame landbouw winstgevend kan zijn. Echter, de haalbaarheid hangt af van de specifieke kenmerken van he t boerenbedrijf. Dit betekent dat maatwerk nodig is om de overgang naar duurzame landbouw in de praktijk te realiseren.
|8
Het document 'Het Groene Hart: van pilots naar lessons learned' stelt dat methodieken gebaseerd op KPI's (kritieke prestatie-indicatoren) de transitie naar duurzamere landbouw kunnen bevorderen door de impact te meten. Er is behoefte aan meer afstemming en integratie van aspecten op het gebied van rentabiliteit en duurzaamheid om deze methoden te optimaliser en. Het is duidelijk dat meer ondersteuning nodig is om deze overgang naar duurzamere landbouw te faciliteren en ervoor te zorgen dat dit op een effectieve manier gebeurt, met toekomstperspectief voor de boer en de bodem . Focus van de verschillende niveaus In de context van diverse beleidsplannen op verschillende niveaus en met uiteenlopende doelen, is het onvermijdelijk dat soms conflicterende situaties ontstaan tussen overheden. Een treffend voorbeeld hiervan is de situatie in het Groene Hart, waar beleid sinitiatieven gericht zijn op het beperken van verstedelijking in open ruimtes en het revitaliseren van cultuurhistorische landschapselementen. Echter, woondeals worden tegelijkertijd gesloten om meer woningen te realiseren, inclusief in de open ruimtes va n het Groene Hart. Een concrete illustratie van deze tegenstrijdigheid is de kwestie rondom de Gnephoekpolder . De provincie betoogt dat de bodem ongeschikt is voor woningbouw en dat er een gebrek is aan mobiliteitshubs.
Na uitgebreid debat tussen verschillende overheden, presenteerde Wim Kuijken in september het advies 'Woningbouw, ruimte en natuur in de Gnephoek polder'. Dit advies schetste vier scenario's met een voorkeur voor het bouwen van 5.500 woningen op geschikte grond. Hoewel de minister dit advies heeft overgenomen, is de provincie kritisch en moet nog instemmen. De gemeente Alphen daarentegen reageert positief en zal een voorstel indienen om de ontwikkeling van woningbouw in de Gnephoekpolder te stimuleren. Andere gemeenten geven aan dat er in veel dorpen en steden al maximaal wordt gewerkt aan inbreiding, maar dat er grenzen zijn. Er moet ook ruimte blij ven voor groen, blauw en beweeg/ontmoetingsruimte. Lokaal is er vanuit d ie gemeenschappen een sterke behoefte aan een beperkte hoeveelheid extra woningen. Provincies hebben moeite om een balans te vinden met de voortdurende uitbreidingsbehoefte. Provincie Zuid-Holland pleit voor clustering van nieuwbouw op een beperkt aantal locaties om de ruimte in het Groene Hart te behouden. Daarnaast zijn er glastuinbouwgebieden, zoals in Harmelen en Mijdrecht, waar een groot deel van de ondernemers geen toekomst zien voor hun bedrijf vanwege onvoldoende verduurzamingsmogelijkheden. 1 Op andere locaties, zoals rond Schiphol, is veroudering van glastuinbouw een probleem.
In een deel van deze gebieden is woningbouw niet toegestaan volgens het huidige beleid, en voor ondernemers is het zelf verbeteren van de locatie een te grote kostenpost. Dit leidt mogelijk tot verloedering. 23 Tot op heden worden dergelijke problemen vaak opgelost door de ontwikkeling van bebouwing. Echter, in sommige gevallen, zoals in het gebied bij Harmelen, kan dit ongewenst zijn. Het weghalen van de bebouwing en het terugbrengen van
1
Harmelerwaard onderzoek van start (Provincie Utrecht, 2022) Analyse van de woningbouw rondom Schiphol door (Natuur en Milieufederatie Noord-Holland, 2021) 3 Ex antetoets Startnotitie Randstad 204 0 (PBL, 2008) 2
|9
‘blauw/groen’ is vaak niet betaalbaar, maar het zou op veel plaatsen een verbetering kunnen betekenen voor zowel het landschap als de leefbaarheid van het gebied. De bovengenoemde situaties illustreren hoe conflicten kunnen ontstaan wanneer specifieke gebieden worden aangewezen voor verschillende doeleinden. De verwachting is dat meer conflicten zullen opduiken met betrekking tot landbouw, natuur, e conomie en energieopwekking wanneer dergelijke gebieden worden aangewezen. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, is het van cruciaal belang dat overheden op verschillende niveaus meer op één lijn komen om uiteindelijk een duurzame en harmonieuze ontwikkeling van de regio te realiseren. Inhoudelijk ongemak Om aan te geven dat er in de toekomst mogelijk meer conflicten kunnen ontstaan tussen de verschillende beleidsniveaus, worden nog twee voorbeelden gegeven. Hoewel de beleidsstukken nog niet alle keuzes hebben gemaakt, zoals bijvoorbeeld het bepalen van een beoogd waterpeil of het aanwijzen van specifieke locaties waar meer water opgevangen zal worden, zijn er toch al enkele inhoudelijke tegenstrijdigheden te vinden in de richting waarin het beleid zich o ntwikkelt.
Het HAKLAM-principe, zoals aanbevolen in de Regionale Veenweide Strategie van Noord -Holland, ligt niet in lijn met de beleidsdoelen zoals vastgelegd in omgevingsvisies en metropoolregio agenda's, waarin het verminderen van bodeminklinking en CO2-uitstoot een grote rol krijgt. Het principe van Hoger peil Als het Kan, Lager Als het Moet lijkt niet dezelfde urgentie uit te stralen als deze beleidsdoelen. En vanuit het Perspectief Groene Hart 2040 wordt benadrukt om substantiële ruimte te bieden voor de energieopgave, inclusief wind-, zonne-, water-, aardwarmte- en biomassa-installaties en het positioneren daarvan. Het kan zelfs nodig zijn om open ruimte in het Groene Hart daarvoor op te offeren. De Regionale Structuurvisie Holland Rijnland lijkt echt er geen ruimte te bieden voor deze benadering.
| 10
Bijlage 1. Factsheets beleidsstukken Omgevingsvisie Noord-Holland Vastgesteld op 19 november 2018 Ambities •
Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland, met gebiedsgerichte aanpak voor bodemdaling in veenweidegebieden.
•
Toekomstbestendige landbouw: overgang naar adaptieve kringlooplandbouw met behoud en versterking van biodiversiteit en bodem- en waterkwaliteit.
•
Gezondheid en veiligheid: behouden en verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, voldoen aan wettelijke normen en streven naar KRW- en WHO-normen.
•
Biodiversiteit en natuur: vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland door natuurinclusieve ontwikkelingen.
•
Economische transitie: een duurzame economie met vernieuwende, circulaire en schone activiteiten die bijdragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving.
•
Wonen en werken: betere afstemming tussen vraag en aanbod van woon- en werklocaties in overeenstemming met kwalitatieve behoeftes en trends.
•
Mobiliteit: effectieve, veilige en efficiënte verplaatsing met aandacht voor klimaat, gezondheid, natuur en landschap.
•
Landschap: behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
•
Energietransitie: een klimaatneutraal Noord-Holland in 2050 gebaseerd op hernieuwbare energie.
•
Er zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving:
•
Dynamisch schiereiland: benutten van de unieke ligging van Noord-Holland te midden van water.
•
Metropool in ontwikkeling: beschrijving van de groei van de Metropoolregio Amsterdam tot één stad.
•
Sterke kernen, sterke regio's: ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio vitaal houden.
•
Nieuwe energie: benutten van economische kansen van de energietransitie.
•
Maak ruimte voor gezondheid: inrichting van de leefomgeving met aandacht voor gezondheid.
•
Er wordt gewerkt aan het programma bodemdaling veenweiden om de bodemdaling in veenweidegebieden te verminderen en herstellen, vooral in het metropolitaanse landschap en het Groene Hart. Provincie heeft hierbij een belangrijke regierol en wil maatwerk en een gebiedsgerichte aanpak toepassen.
•
De provincies Utrecht en Zuid-Holland hebben samen het Perspectief Groene Hart 2040 vastgesteld, waarmee ze zich committeren aan samenhangend beleid voor het Groene Hart.
Bijbehorend onafhankelijk onderzoek PlanMER Onafhankelijk onderzoek 4 bracht in opdracht van de provincie Noord-Holland in beeld welke kansen en risico’s de omgevingsvisie biedt voor de leefomgeving. Het in de omgevingsvisie opgenomen
4
https://www.tauw.nl/nieuws/planmer-helpt-omgevingsvisie-noord-holland-scherper-te-krijgen.html
| 11
beleid biedt volgens hen voor de meeste leefomgevingsthema´s kansen voor verbetering van kwaliteiten. Het is niet te verwachten dat deze verbeteringen groot genoeg zijn voor een substantiële verandering in kwaliteitsniveau van de leefomgeving. •
Breng groeimogelijkheden voor verdichting van hoogstedelijke gebieden in kaart en ontwikkel een strategie in samenwerking met verschillende partijen.
•
Koppel verdichting van wonen en werken aan klimaatadaptatie om negatieve effecten te voorkomen.
•
Ontwikkel een lange termijn waterbergingsstrategie voor veenweidegebieden en betrek de bevolking bij de ontwikkeling van een ruimtelijk identiteits - en kwaliteitskader voor deze gebieden.
•
Verken de mogelijkheden voor regionale CO2-compensatie en circulaire aanleg en beheer bij provinciale wegen.
•
Houd bij ontwikkelingen rond knooppunten rekening met waardevolle landschappen en bij locatiekeuze voor energieopwekking en -opslag met natuurwaarden.
•
Specificeer de vormen van biodiversiteit en plekken waar de vergroting daarvan behaald moet worden.
•
Zet in op een optimale mobiliteitsmix gebiedsgericht en betrek het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Hanteer Natura 2000-gebieden als uitgangspunt bij ontwikkelingen met gevolgen voor deze gebieden.
Omgevingsvisie provincie Utrecht Vastgesteld op 10 maart 2021 Ambities 2030 •
Streven naar voldoen aan de advieswaarden van de WHO voor luchtkwaliteit in de hele provincie en minimaliseren van gezondheidsrisico's als gevolg van geluidsbelasting.
•
Optimaliseren van recreatiezones en -terreinen en toegenomen vindbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van het vrijetijdsaanbod.
•
Ontwikkeling naar een duurzame vrijetijdseconomie waar inwoners, ondernemers en bezoekers van kunnen profiteren.
•
De recreatiezones en -terreinen voor bezoekers en inwoners optimaal benutten en daar waar mogelijk
uitbreiden.
De
vindbaarheid,
bereikbaarheid
en
toegankelijkheid
van
het
vrijetijdsaanbod is toegenomen. •
Levendige stads-, dorps- en wijkcentra, met een bij de behoefte passend aanbod van winkels en andere voorzieningen.
•
Bestaande en nieuwe monumenten het verhaal laten vertellen van het erfgoed om de recreatieve beleving van het landsc hap te bevorderen.
2040 •
Streven naar het niet verder toenemen van geluidhinder voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen.
| 12
•
Voldoende stiltegebieden.
•
Beperken van toename van risico's van opslag en transport van gevaarlijke stoffen en van straling door hoogspanningslijnen, evenals geur -, licht- en geluidhinder door industriële bedrijven.
•
Streven naar de toename van risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen en van straling door hoogspanningslijnen te beperken, evenals geur - en geluidhinder door industriële bedrijven en lichthinder.
•
Voldoende schoon drinkwater, ook wanneer zich een extreme groei van de watervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden.
•
Behoud en versterking kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereik.
•
Behoud van het goede economische vestigingsklimaat.
2050 •
Het (recreatie)groen is in gelijke tred ontwikkeld met de verstedelijkingsopgave.
•
Het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte.
•
De locaties voor wonen, werken en ontmoeten en de bereikbaarheid zijn in onderlinge samenhang, en in samenhang met de energie-, klimaat-, natuur- en recreatie- opgave afgestemd.
•
Bij nieuwe ontwikkelingen is voortgebouwd op de kernkwaliteiten van de karakteristieke landschappen.
Keuzes •
In 2027 voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW -doelen).
•
Het aantal rijksmonumenten in een slechte of matige staat van onderhoud is gehalveerd in 2030.
•
Het openbaar vervoer in de provincie is in 2030 zero-emissie en er is een impuls gegeven aan ander zero emissie vervoer.
•
Mix aan maatregelen voor het tegengaan van bodemdaling, in 2030 is die met 50% afgenomen in de veenweidegebieden.
•
Minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt in 2030 hernieuwbaa r opgewekt.
•
De uitzonderlijke universele waarde van UNESCO Werelderfgoed is in 2030 geborgd in alle gemeentelijke omgevingsplannen en heeft aantoonbaar bijgedragen aan de transitie van de leefomgeving.
•
Iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan bes chikken over passende woonruimte in 2040. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment.
•
De provincie Utrecht is uiterlijk in 2050 CO2-neutraal.
| 13
•
Duurzaam goederenvervoer langs corridors en via hubs. Dit be tekent beter benutten van de bestaande vaarwegen en een transitie naar duurzamer vervoer over land in 2050.
•
Robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit met hoge biodiversiteit ontwikkelen.
•
Transitie
stimuleren
naar
een
duurzame
landbouw
die
c irculair,
natuurinclusief,
klimaatneutraal en diervriendelijk is. •
Daken worden zoveel als mogelijk benut voor energieopwekking en/of klimaatadaptatie.
•
Alle belangrijke werklocaties, middelbare scholen en knooppunten zijn veilig, comfortabel en snel bereikbaar per fiets en de eerste zeven snelfietsroutes zijn gerealiseerd.
•
Benutten van duurzame energiebronnen zorgt voor schonere lucht en aandacht voor mogelijke effecten op geluidhinder en veiligheidsrisico's.
Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland Datum: 2 februari 2022 (herziening) Ambities •
Samen werken: Investeren in het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur en de democratie, en streeft ernaar dat het vertrouwen van inwoners in het openbaar bestuur groeit of op zijn minst gelijk blijft.
•
Bereikbaarheid: inzetten op lopen, fietsen, openbaar vervoer en auto om verschillende mogelijkheden voor de reiziger te bieden. Technologische ontwikkelingen bieden kansen en er wordt gestreefd naar verlaging van de CO2-, stikstof- en fijnstofuitstoot.
•
Schone energie voor iedereen: bijdragen aan de nationale doelen uit het Klimaatakkoord en wil een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen.
•
Concurreren: de meest innovatieve regio van Nederland zijn, met kruisbestuiving tussen de verschillende sectoren en streeft naar passend werk voor iedereen.
•
Versterken van de natuur: inwoners moeten kunnen wonen, werken en recreëren in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving met hoogwaardig groen, erfgoed en water. Er wordt gestreefd naar het behoud en herstel van de biodiversiteit en een transitie naar een natuurinclusieve samenleving én landbouw.
•
Sterke steden en dorpen: een vitale creëren door naast woningen bouwen, de stad en het land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties.
•
Gezond en veilig: een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving, werkt sam en aan regionale adaptatiestrategieën en het nationale Deltaprogramma. Ook wordt er ingezet op het stimuleren van sporten en bewegen door de aanleg van recreatienetwerken en groen en water. De provincie ziet toe op de veiligheid en milieukwaliteit van bedr ijven en wil dat bedrijven hun innovatiekracht inzetten voor de gezondheid en veiligheid van de inwoners.
Keuzes •
Toekomstbestendige en emissievrije internationale goederencorridors.
| 14
•
Overgaan naar Zero Emissie personen- en goederenvervoer over weg en water, en op mobiliteitsgedrag dat bijdraagt aan CO2-reductie.
•
Ruimte bieden aan windenergie, om te voldoen aan de nationale doelstellingen van 6000 MW windenergie, waarvan 735,5 in Zuid-Holland.
•
Zuid-Holland streeft naar een CO2-reductie van 85-95% in 2050. Besparing en hernieuwbare bronnen hebben de voorkeur.
•
Nieuwbouw (woningen én overige gebouwen) hoort energieneutraal of energie leverend te worden uitgevoerd.
•
Een bovenregionale warmte-infrastructuur realiseren, als essentieel onderdeel van een goed functionerende warmtemarkt waarin de vraag naar warmte kan worden vervuld door een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening.
•
De laatste 3.300 ha NNN van het totaal van 45.000 ha NNN in Zuid -Holland realiseren.
•
Het realiseren van een ambitieuze daling van de stikstofdepositie tot een niveau waarbij de instandhoudingsdoelen in onze Natura 2000-gebieden gehaald kunnen worden. De daling van de depositie wordt deels gerealiseerd vanuit andere beleidsdoelen, zoals bodemdaling, transitie van de landbouw (kringlooplandbouw) en energietransitie.
•
De biodiversiteit in stand houden, herstellen en uitbreiden, en hiervoor verschillende maatregelen inzetten, zoals het beschermen en verbeteren van Natura 2000 -gebieden en het uitfaseren van chemische bestrijdings middelen.
•
Ook wil de provincie de landbouwsector en het voedselsysteem verduurzamen en in 2030 een hoog-innovatieve en circulaire agrarische sector hebben, met aandacht voor kringlooplandbouw, biodiversiteit, water, landschap en een lokaal voedselsysteem.
•
Intensieve veehouderij is niet toegestaan en voor glastuinbouw, boom - en sierteelt en bollenteelt worden speciale gebieden aangewezen.
•
De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater verbeteren en beschermen, in overeenstemming met Europese richtlijnen.
•
De provincie zet in op een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig zijn om de leefbaarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en versterken, ook in tijden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hitte.
•
Bronmaatregelen worden genomen om geureffecten te beperken en de provincie past het geurhinderbeleid toe bij vergunningverlening en handhaving.
•
De kwaliteit van het bodem-grondwatersysteem wordt beschermd en beheerd in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond.
•
Samen met andere partijen wil de provincie een klimaatbestendige en waterrobuuste provincie inrichten in 2050 om schade en overlast te beperken.
Regio Utrecht - Integraal ruimtelijk perspectief 2021-2040 Publicatie: juni 2021 Ambities •
Een gezonde en duurzame leefomgeving waarin gezondheid en leefbaarheid centraal staan.
| 15
•
Nabijheid en goede bereikbaarheid van dorpen en steden in de regio, vooral op duurzame wijze.
•
Een groene omgeving die uitdaagt om gezond te leven en die verbonden is met grote en kleinere landschappen.
•
Ruimte voor economie, met voldoende werklocaties en werkgelegenheid voor iedereen, transitie naar een circulaire economie.
•
Mogelijk maken van de energietransitie door duurzame opwekkin g van energie.
Keuzes •
Intensiever gebruik maken van OV-knooppunten voor wonen en werken in stedelijke, gemixte milieus.
•
Voldoende ruimte bieden voor water en vinden van een nieuwe balans tussen natuur en recreatie.
•
Voor 2040 zijn circa 125.000 extra woningen nodig, vooral voor doorstroming en kleinere huishoudens, in stedelijke milieus.
•
Werken in gemengde stedelijke gebieden, waarbij de kwaliteit van de omgeving steeds belangrijker wordt.
•
Behoud en versterking van het economische regioprofiel, met voldoend e werkgelegenheid voor iedereen.
•
Samenwerken in de Regionale Energiestrategie (RES U16) om de energietransitie mogelijk te maken.
•
Meer dan 4.000 hectare aan extra natuur- en recreatiegebied aanleggen en 400 kilometer groen-blauwe verbindingen.
•
Circa 80.000 nieuwe arbeidsplaatsen zijn nodig tot 2040, 60 ha regionale bedrijventerreinen.
•
In 2030 willen ze 1,8 TWh duurzame energie opwekken.
Regio U16 – RES 1.0 Er zijn veel varianten in beeld gebracht voor de uitvoering, maar er is nog niet gekozen. Onderstaand e keuzes zijn wel gemaakt. Keuzes •
49% CO2-reductie bereiken voor 2030, 95% in 2050.
•
Behalen van landelijke klimaatdoelen van twee klimaattafels: elektriciteit en gebouwde omgeving: 35 TWh elektriciteit op land met zonne- en windenergie in 2030.
•
Zonne en windenergie op dak voor de ambitie van 1,8 TWh, met de volgende invulling:
•
Hoeveelheden duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige dakprojecten is 0,3 -0,5 TWh.
•
Windturbines en zonnevelden op land leveren 1,64 TWh. Dit staat voor 26 turbines en 800 hectare zonneveld.
•
Kansen vooral langs snelwegen, spoorwegen en Amsterdam -Rijnkanaal
•
In de provincie moet afgesproken zijn hoe bovengemeentelijke warmtebronnen ontwikke ld worden.
| 16
Agenda Metropoolregio Amsterdam 2020-2024; Amstelland-Meerlanden (Diemerscheg) en Amsterdam Publicatie agenda: februari 2020 Ambities •
Een veerkrachtige, inclusieve en schone economie.
•
Bouwen voor de aanwezige woningbehoefte en tegelijk de leefkwaliteit versterken
•
Vaart maken met het metropolitaans mobiliteitssysteem
Keuzes •
De biodiversiteit, landschappelijke waarden en recreatiemogelijkheden behouden en versterken.
•
Een overzichtelijke en slagvaardige governance van het landschap.
•
Gezamenlijke normen of minimale eisen stellen bij nieuwbouw en gebiedsontwikkeling op het gebied van circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie om te zorgen voor een gelijk speelveld voor marktpartijen.
•
Voldoende woningbouwproductie in de Metropoolregio Amsterdam en de afzonderlijke deelregio’s (totaal 15.000 woningen per jaar tot 2025) en voldoende plancapaciteit voor de lange termijn.
•
Woningaanbod
dat
zo
veel
mogelijk
aansluit
op
de
woningbehoefte
(prijs/type
woning/woonmilieu) met een woningmarkt die ook toegankelijk is voor mensen met een laag of middeninkomen. •
Tegengaan
uitsortering
op
de
woningmarkt,
een
goede
mix
van
mensen
(en
woningmarktsegmenten) over de regio •
Het realiseren van een robuuste structuur van diverse landschapen met een hoge landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit, veel mogelijkheden voor recreatie
•
Bodemdaling wordt grotendeels tegengegaan.
•
Verduurzaming
van
de
gebouwde
omgeving:
klimaatneutrale
en
klimaatbestendige
nieuwbouw en gebiedsontwikkeling. •
Spreiding van toerisme over de regio
•
In lijn met de afspraken van het Klimaatakkoord werk maken van het Regionaal programma duurzame mobiliteit.
•
Verbeteren van de bereikbaarheid van banen, onderwijs en voorzieningen voor inwoners van de MRA
•
Groei van het aandeel van duurzame vormen van mobiliteit (openbaar vervoer en fiets) Verminderde uitstoot CO2, stikstof en fijnstof door voertuigen.
Amstelland-Meerlanden (Diemerscheg): De deelregio Amstelland-Meerlanden neemt een stevige positie in binnen de MRA. De mainports Schiphol en Greenport Aalsmeer zijn belangrijke motoren van onze nationale economie; bronnen van werkgelegenheid en brandpunten van inte rnationaal transport. Zakelijke dienstverlening en een vitaal MKB complementeren deze kracht. Goed opgeleide inwoners en een hoog aandeel internationale kenniswerkers zijn de menselijke motoren van
| 17
Amstelland-Meerlanden. Ruimtelijk biedt Amstelland-Meerlanden diverse hoog gewaardeerde woonmilieus. Van stedelijke appartementen tot historische kernen en landelijk wonen, aangevuld met hoogwaardige culturele voorzieningen, detailhandel en liggend in een rijk geschakeerd landschap. Van buitenplaatsen langs de Amstel, recreatie bij de Westeinderplassen, Ouderkerkerplas, Diemerscheg en Amsterdamse Bos, natuurschoon in de Ronde Hoep, de weidsheid van de Bovenkerkerpolder tot nieuwe landschappen als Park 21. Amsterdam: Karakteristiek Amsterdam groeide in de zeventiende eeuw uit tot centrum van internationale handel, waar dagelijks grote stromen mensen, goederen, informatie en geld samenkomen.
De
geschiedenis,
cultuur
en
welvaart
maken
dat
Amsterdam
een
grote
aantrekkingskracht heeft, in binnen en buitenland. De openheid en aantrekkingskracht maken Amsterdam tot een centrum van kennis, onderzoek en innovatie. De universiteiten, scholen, kennisintensieve bedrijven en Amsterdamse ambiance trekken jongeren die het menselijke kapitaal vormen voor de groeiende kenniseconomie. Het zit diep in de Amsterdamse ziel te waken voor te grote verschillen tussen arm en rijk.
MRDH strategische Agenda 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar Concept De 21 samenwerkende gemeenten leggen de focus op vier regionale opgaven. De vier opgaven zijn: groei van de van de regio, vernieuwen van de (economie) van de regio, kwaliteit van de regio en herstel van de regio ( van openbaar vervoer na corona). Ambities •
Toekomstbestendige economie stimuleren
•
Actieve collectieve vormen van mobiliteit stimuleren
•
Vernieuwen van werklocaties
•
Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk
•
Herstellen van het OV-systeem
•
De toeristische en recreatieve waarden worden versterkt
Keuzes •
De sectoren IT, energie, techniek, zorg en High Tech Systems Materials krijgen meer aandacht, net zoals het haven-industrieel complex en de Greenport en het daarvoor noodzakelijke mbo- en hbo-onderwijs en LLO/skills onderwijs.
•
Naast arbeid zijn productiviteit en nieuwe bedrijvigheid bepalende factoren voor economische groei. Hiervoor is innovatie nodig. De MRDH focust hierbij op startups, scale -ups en het mkb.
•
Actieve en/of collectieve vormen van mobiliteit krijgen voorrang waarbij we dat vanuit regionaal perspectief uitwerken. Ten aanzien van de voetganger dragen ze bij aan het verbeteren van looproutes van en naar OV-knooppunten.
•
Minimaal 250 emissievrije bussen laten instromen.
| 18
•
MRDH wil inzetten op het optimaal en beter benutten van de beschikbare ruimte voor werken, groenblauwe recreatie en wonen.
•
Hoger percentage kantoren met minimaal energielabel C
•
Circa 100 km fietspad op het regionaal basisnetwerk fiets is verbeterd in 2026 (incl. verkeersveilige inrichting).
•
In 2026 is 71% van het regionale basisnetwerk fiets breed genoeg conform de verkeersveilige inrichting.
•
In 2026 is de gemiddelde snelheid op 70% van de regionale tram - en buslijnen toegenomen met minimaal 2 km/u op de regionale tram,- en buslijnen ten opzichte van 2022.
•
In 2026 is de doorstroming en betrouwbaarheid van minimaal 90% van het regionaal autonetwerk minimaal voldoende.
•
Vanaf 2025 verwacht MRDH weer voldoende reizigers (teruggekeerde en nieuwe) te hebben om het OV-systeem verder te ontwikkelen en te groeien wat nodig is met de komst v an 400.000 extra inwoners in Zuid-Holland.
Regionaal Maatschappelijke Agenda Alblasserwaard- Vijfheerenlanden Februari 2018 De Regionaal Maatschappelijke Agenda Alblasserwaard-Vijfheerenlanden heeft als doel om de regio op sociaal, economisch en ruimtelijk gebied te ontwikkelen en te verbeteren. Ambities •
Landschapsontwikkeling: De regio wil ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij de kernkwaliteiten behouden blijven. Er zal extra aandacht worden besteed aan het vergroten van de biodiversiteit en het meer zichtbaar maken van de cultuurhistorie van het gebied.
•
Een aantrekkelijk en onderscheidend aanbod van woningen voor zowel nieuwe als huidige inwoners. De woningen worden duurzamer gemaakt en er zal worden gezorgd dat mensen met een (zorg)behoefte zo lang mogelijk in de wijken en kernen kunnen blijven wonen.
•
Verkeer: De regio streeft ernaar om nul verkeersslachtoffers te hebben.
•
Stedelijke kernen: De stedelijke kernen in de regio kunnen samen een goede centrumfunctie voor het omliggende platteland kunnen vervullen.
•
Agrarische economie: Er wordt gestreefd naar een balans tussen de belangen en ambities op terreinen van kwaliteit en toegevoegde waarde van het landelijk gebied, duurzame kringloop, efficiënte benutting van de beschikbare grondstoffen en het dierenwelzijn.
•
Maritieme maakindustrie: Het is belangrijk dat er voldoende en relevante opleidingsmogelijkheden zijn voor MBO en MBO+. Daarmee kunnen jongeren gebonden worden aan de bedrijven in de regio (bijvoorbeeld in de maritieme sector en de maakindustrie).
•
Vrijetijdseconomie: Het gebied toeristisch/recreatief (en economisch) verder ontsluiten. Er zal aandacht worden gegeven aan het “DNA” van het gebied, namelijk het verbinden van (bestaande en mogelijk nieuwe) kwaliteiten en iconen. Dit zal worden bereikt door het versterken van de bekendheid, bereikbaarheid en benutting van het gebied.
| 19
Regionale Structuurvisie Holland Rijnland Publicatie: 2020 Ambities •
Prettig woon- en leefklimaat met voldoende, herkenbare, uiteenlopende en goed bereikbare woon-, werk- en recreatiemogelijkheden.
•
Onderscheidt zich in de Randstad en draagt bij aan de internationale positionering van de Randstad met toegevoegde waarde op het gebied van landschap, woonmilieus en economie.
•
Groei door slim, intensief, meervoudig en duurzaam gebruik van de ruimte. Beter e benutting van bestaande locaties heeft prioriteit.
Keuzes •
Evenwichtige ontwikkeling van wonen, werken, recreatie en infrastructuur
•
Behoedzame en duurzame ontwikkeling met behoud en versterking van landschap, natuur, water en cultuurhistorie
•
Concentratie en differentiatie voor verstedelijking en verbetering van de bereikbaarheid
•
Profilering als hoogwaardige economische regio met focus op Bio Science, Space Science, Greenports en recreatie/toerisme
Specifiek over het Groene Hart Door de status van het Groene Hart als Nationaal Landschap schenkt het Rijk veel aandacht aan deze streek en zet extra financiële middelen in om de kernkwaliteiten van het gebied te behouden en te versterken. Ambitie Het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke k waliteiten van het Groene Hart en het daarmee nationaal en internationaal op de kaart zetten. Voor een leefbare toekomst is het van belang een transitie in gang zetten van de veenweidegebieden, met daarbij een nieuwe toekomst voor de droogmakerijen. Keuzes •
Kernkwaliteiten behouden en versterken en hierop nieuwe ontwikkelingen afstemmen. Grondgebonden landbouw is de drager van het open landschap.
•
Planologische zekerheid bieden aan de grondgebonden landbouw, die de drager is van het open landschap.
•
Mogelijkheden bieden voor herstructurering, schaalvergroting en/of verbreding van grondgebonden agrarische bedrijven, waarbij de openheid en het karakter van het Groene Hart gewaarborgd blijven.
•
Ontwikkelen kwalitatief aantrekkelijk en samenhangend buiteng ebied als leefomgeving, met een betere inrichting van de overgangszone tussen dorp en buitengebied.
| 20
•
Ontwikkelen van recreatieve voorzieningen en verbindingen in samenhang met de agrarische en natuurfunctie.
•
Behouden en versterken van een duurzame ecologisc he en waterstructuur.
•
Waterberging daar waar nodig in de polder van de gemeente Nieuwkoop.
•
Het landelijk gebied bereikbaar maken via langza me verkeersroutes en openbaar vervoer. De Grote Polder blijft open.
•
Investeren in de ecologische verbindingszones bin nen het gebied Duin, Horst en Weide.
•
Realisatie van de recreatieve verbindingen vanuit de stad naar en binnen de gebieden Duin, Horst en Weide en Leidse Omme landen.
•
Kleinschalige toevoeging van woningbouw.
•
Concentratie van woningbouw in Braassemerland door transformatie van (een deel van het) glas naar woningen.
Agenda Verstedelijking en Mobiliteit: Midden-Holland geeft ruimte Publicatie: mei 2020 Ambitie •
Evenwichtige groei met een focus op de beste locaties in de regio, het creëren van diverse leefomgevingen en het bijdragen
aan de huisvestingsbehoeften van
de zuidelijke
Randstadregio. •
Een netwerkregio die verbindingen en mobiliteit binnen en buiten de regio versterkt, met een focus op het bouwen van een stedelijke agglomeratie rond Gouda.
•
Verbeterde verbindingen met aangrenzende regio's door de ontwikkeling van infrastructuur voor spoor, bus en fietsen.
•
Een sterkere economie bereikt door drie specifieke doelstellingen: het bieden van ruimte voor lokale economieën om te groeien, het tot stand brengen van betere verbindingen tussen onderwijs en bedrijfsleven, en de ontwikkeling van de A12 -corridor als een logistieke hub met een focus op de voedingssector.
•
Innovatief gebruik van land en landschap om de uitdaging van bodemdaling, klimaatadaptatie, waterbeheer, energietransitie en voedselproductie aan te pakken, met een focus op het verbeteren van de landschapskwaliteit en het uitbreiden van recreatieve routes terwijl duurzame energieproductie mogelijk wordt gemaakt.
•
Groei in krachtige lokale gemeenschappen is gericht op het bouwen aan vitale gemeenschappen in dorpen en deze goed aan te sluiten op het stedelijk netwerk van de regio. Dit moet de dorpen geschikt maken voor de eigen inwoners (jong en oud) èn de woningdruk vanuit de Randstad opvangen, met behoud van de sterke lokale gemeenschappen.
Keuzes •
Realiseren van een gemengd (hoog)stedelijk gebied in Gouda.
•
Groene suburbane woonlandschappen rond lokale knopen.
•
Slim ontvlechten van verkeersstromen bovenregionale werkgebieden.
•
Lokale schuif- en groeiruimte voor bedrijven creëren.
| 21
•
Verouderde bedrijventerreinen kunnen worden gebruikt voor woningbouw en er wordt gestreefd naar groeimogelijkheden voor bedrijven en schuifruimte in ruimtelijke plannen.
Regionale Veenweide Strategie 1.0 Zuid-Holland Publicatie: 15 juni 2021 Ambitie De veenweidestrategie is een aanpak voor de lange termijn richting 2030 en 2050. De strategische inzet richt zich op het terugdringen van broeikasgasemissies, conform algemene totaal ambitie van Klimaatakkoord, met 49% in 2030 en van 75-100% in 2050. Keuzes •
Het toepassen van een waterinfiltratiesysteem zonder druksysteem (OWD) of met druksysteem (DD), het verhogen van het slootpeil of het toepassen van greppel infiltratie. Elke methode heeft zijn eigen voor- en nadelen en het is daarom belangrijk om goed te kijken welke methode het beste past bij de specifieke situatie en doelstellingen van de gebieden.
•
Het aanpassen van de bodemsamenstelling. Dit kan bijvoorbeeld door klei toe te voegen aan veen of door systematisch op te hogen. Hiermee kan de bodem beter bestand worden tegen bodemdaling en kunnen ook andere voordelen behaald worden, zoals het creëren van betere omstandigheden voor bepaalde gewassen.
•
Het aanpassen van het graslandbeheer, bijvoorbeeld door te kiezen voor kruidenr ijk grasland of door een weidevogelpakket toe te passen dat gericht is op plas -dras of hoogwater. Dit kan bijdragen aan een betere biodiversiteit en het behoud van weidevogels.
•
Het aanpassen van de veehouderij, bijvoorbeeld door te kiezen voor kleinere en lichtere koeien, permanent op stal of een lagere veedichtheid. Dit kan bijdragen aan het verminderen van de ammoniakuitstoot en daarmee aan een betere luchtkwaliteit en verminderde stikstofdepositie.
•
Het veranderen van de functie van het gebied, bijvoorbee ld door het te ontwikkelen tot moerasnatuur, voor waterberging of bos, of door het te gebruiken voor drijvende zonnepanelen of woningen. Hierbij is het belangrijk om te kijken naar de mogelijkheden en beperkingen van het gebied en de verschillende effecten die deze keuzes kunnen hebben op het milieu en de omgeving.
•
Er kan gekozen worden voor zonering en verkaveling, waarbij verschillende maatregelen gecombineerd worden tot een hybride landschap dat optimaal aansluit bij de doelstellingen en mogelijkheden van het gebied.
Regionale Veenweide Strategie 1.0 Noord-Holland Publicatie: 17 mei 2022 Ambities •
Het realiseren van het klimaatdoel en het remmen van de bodemdaling tot 2030.
| 22
•
Het stoppen van bodemdaling en het herstellen ervan na 2030.
•
Het behalen van een duurzaam toekomstperspectief/handelingsperspectief voor de landbouw en met name melkveehouderijen én het behalen van de afgesproken klimaatdoelen.
•
Het leveren van maatwerk voor bodem, water, landbouw en natuur door samen te werken met agrariërs, bewoners, maatschappelijke partijen, natuurorganisaties en overheden in de gebieden.
•
Het realiseren van meer ruimte voor weidevogels en versterking van de biodiversiteit.
•
Het streven naar een realistisch en haalbaar doel, met respect voor de eigendom men van eigenaren/gebruikers en aandacht voor wat het vraagt van de bewoners.
Keuzes •
Ophoging van de grondwaterstand is momenteel de meest effectieve maatregel om CO2 uitstoot te beperken. Er zijn verschillende methoden om dit te bereiken, waaronder waterinfiltratiesystemen en greppelinfiltratie. Uit onderzoek blijkt dat een grondwaterstand van 20 cm beneden maaiveld tot 30 cm beneden maaiveld het beste peil is voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Een te hoge waterstand kan echter leide n tot problemen zoals eutrofiëring. Het ophogen van het slootpeil in combinatie met het ophogen van het grondwaterpeil leidt tot de meeste winst in termen van CO2 -reductie.
•
Agrariërs passen actieve en passieve waterinfiltratietechnieken toe of testen ander e methoden uit die reductie van de CO2- emissie tot gevolg hebben. Verhogen van de grondwaterstand is altijd no regret (mits niet hoger dan 20 cm onder maaiveld), maar mogelijk zijn later meer maatregelen nodig. In het peilbeheer wordt het HAKLAM principe toegepast. HAKLAM staat voor Hoger peil Als het Kan, Lager Als het Moet.
•
Het gebruik van klei in veen is een veelbelovende techniek, maar nog in een experimenteel stadium. Door klei te vermengen met water en dit uit te rijden over de veengronden, hechten de kleideeltjes zich aan de veendeeltjes, waardoor er minder veenoxidatie en dus minder CO2-uitstoot plaatsvindt. Deze techniek is afhankelijk van het type klei en veen en lijkt in het laboratorium CO2-emissiereducties te kunnen bereiken van 10 tot 50%. va n deze techniek is dat grote aanpassingen aan het watersysteem niet nodig zijn.
•
Er wordt nog onderzocht in hoeverre de provinciale landbouwgronden binnen het veenweidegebied vernat kunnen worden. Wanneer deze gronden dan verkocht gaan worden, zal een verplichting tot het blijvend nat houden van deze percelen worden opgenomen.
Regionale Veenweide Strategie Utrecht Publicatie: 14 december 2021 Ambities •
Verminderen van bodemdaling in het Utrechtse veenweidegebied om klimaatadaptatie te bevorderen en de schadelijke effecten van bodemdaling op de omgeving te beperken