CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Wijzigingenoverzicht maart 2025

Besluitvormende raadsvergadering 21 mei 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Aanpassing verordening sociaal domein Samenredzaam gemeente Waddinxveen12.945 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wijzigingenoverzicht verordening sociaal domein versie 2025 Inleiding In 2018 is er voor het eerst een integrale verordening opgesteld, de Verordening sociaal domein Waddinxveen 2018. Met de Verordening sociaal domein Waddinxveen 2024 is een update gemaakt op de huidige versie uit 2023. Hierdoor sluit de verordening nu nog beter aan bij de huidige manier van werken binnen het sociaal domein. De verordening is lezersgericht geschreven. Dit betekent dat de tekst niet langer is onderverdeeld per wet, maar is ingedeeld op basis van hulpvraag. Dit document helpt medewerkers om samen met de inwoner te zoeken naar een passende oplossing als het gaat om hulpvragen op het gebied van Wmo-hulp, werk, inkomen, schulden, participatie, leerlingenvervoer en jeugdhulp.

Wijzigingen 2025 Er zijn een aantal actualisaties op basis van veranderingen in wet- en regelgeving en jurisprudentie doorgevoerd. Daarnaast is het onderdeel leerlingenvervoer herzien en zijn er een aantal uitgangspunten toegevoegd uit de nieuw vastgestelde visie sociaal domein.

Algemeen Op advies van de PAR en het college is een samenvatting toegevoegd aan het begin van de verordening op B1 niveau. Het woord ‘kernwaarden’ is vervangen door het woord ‘uitgangspunten’. Een kernwaarde is een fundamenteel principe of overtuiging die de essentie van een organisatie, gemeenschap of individu definieert. Het zijn de diepgewortelde overtuigingen en normen die bepalen hoe een entiteit zich gedraagt, beslissingen neemt en haar doelen nastreeft. Het woord ‘uitgangspunten’ past beter bij de opsommingen.

Hoofdstuk 1 Inleiding verordening sociaal domein In hoofdstuk 1 zijn de uitgangspunten van de nieuwe visie sociaal domein verwerkt.

Hoofdstuk 2 De hulpvraag In hoofdstuk 2 is het artikel over de procedure van het gesprek uitgebreid en aangepast aan internationale regelgeving inzake de rechten van het kind.

Hoofstuk 3 Werk en participatie 3.6 Tegenprestatie De artikelen bij het onderdeel tegenprestatie zijn uitgebreid zodat duidelijker is wanneer en onder welke voorwaarden een tegenprestatie verricht kan worden. Daarbij is opgenomen dat vrijwilligerswerk en mantelzorg ook als tegenprestatie wordt gezien. 3.7 Meedoen in de samenleving Een aantal artikelen is aangepast op taalgebruik en zijn duidelijker omschreven.

Hoofstuk 4 Gezond en veilig opgroeien Een aantal artikelen is aangepast op taalgebruik en zijn duidelijker omschreven.

Hoofdstuk 5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving Een aantal artikelen is aangepast op taalgebruik en zijn duidelijker omschreven. 5.3 Mantelzorg(waardering) In de huidige verordening wordt gesteld dat alleen mantelzorgers zelf een aanvraag kunnen indienen voor de mantelzorgwaardering. In de nieuwe verordening wordt de mogelijkheid verruimd zodat ook andere organisaties en personen een mantelzorger kunnen aanmelden voor de mantelzorgwaardering

Hoofdstuk 6 Vervoer onderdeel leerlingenvervoer          

De Verwijzingen naar levensovertuiging en onderwijskundige behoefte hebben we weggehaald. Dit is te vaag. In plaats daarvan verwijzen we specifiek naar godsdienstige behoefte. Leerlingen kunnen tijdelijk uitgesloten worden van het vervoer indien er sprake is van wangedrag. Logischerwijs is dit een laatste redmiddel. Er is geen eigen bijdrage voor ouders van kinderen in het Speciaal (basis) onderwijs. Dit mag wettelijk niet. Onduidelijkheid over de opstapplaatsen verholpen. We wijzen altijd opstapplaatsen toe. Er zijn geen uitzonderingen tenzij de hardheidsclaususle wordt toegepast. Hetzelfde geldt voor solovervoer. Opstapplaatsen mogen maximaal 30 minuten van de woning zijn verwijderd (overgenomen uit de VNG modelverordening). Overigens is daar nergens in Waddinxveen sprake van. Het Stageadres moet binnen het contractgebied van de vervoerder liggen. Weggehaald dat we elektrische fietsen vergoeden. Dit is niet voorgekomen. Mocht er ooit een aanvraag komen dan beoordelen we dat per casus. Kilometervergoeding is voor zowel de heen-als terugreis. Beslistermijn voor de gemeente is opgenomen.

Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden Eén artikel bij het minimabeleid is uitgebreid om e.e.a. te verduidelijken.

Hoofdstuk 8 De vorm van hulp Een aantal artikelen is aangepast n.a.v. recente uitspraken van de rechter en ervaringen uit de praktijk.

Wijzigingenoverzicht per artikel Huidige verordening Hoofdstuk 1 1.

Inleiding verordening sociaal domein       

Verordening Sociaal Domein 2024 Hoofdstuk 1 1. Inleiding verordening sociaal domein    

Werken en participeren Uitkeringen Schuldhulpverlening Gezond en veilig opgroeien Vervoer naar school Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inburgeren

   

Werken en participeren Uitkeringen Schuldhulpverlening Gezond en veilig opgroeien Vervoer naar school Wonen in een veilige en gezonde omgeving Kwaliteit van leven en (mentale) gezondheid Inburgeren

Toelichting In de opsomming van onderwerpen wordt een belangrijk onderwerp gemist. Mantelzorg en Wet verplichte GGZ vallen hier bijvoorbeeld onder.

1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat:  mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan;

1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat:  mensen actief en zelfstandig mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan;

In de Jeugdwet wordt gesproken over gezond en veilig opgroeien, groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren.

1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten.

1.2 Regels De regels in deze verordening zijn zo veel mogelijk geschreven vanuit het oogpunt van de inwoner.

Het woord ‘uitgangspunten’ wordt op een andere plek in de tekst gebruikt.

1.3. Kernwaarden

1.3. Uitgangspunten

1.3 De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden:

1.3 Uitgangspunten

Een kernwaarde is een fundamenteel principe of overtuiging die de essentie van een organisatie, gemeenschap of individu definieert. Het zijn de diepgewortelde overtuigingen en normen die bepalen hoe een entiteit zich gedraagt, beslissingen neemt en haar doelen nastreeft. Term Uitgangspunten past beter bij de opvolgende opsomming. Nieuwe uitgangspunten/ kernwaarden zoals opgenomen in de visie sociaal domein.

1. 1. De hulpvraag van de inwoner staat centraal. 2. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te bereiken.

2. 3.

Eigen leven, eigen verantwoordelijkheid, Jeugdigen groeien gezond en veilig op. Ouders zijn primair verantwoordelijk en zullen

3. De gemeente stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun problemen, en helpt waar dat nodig is, zodat de problemen van inwoners ook voor langere periode kunnen worden opgelost. 4. De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar en zet zich ervoor in om te voorkomen dat problemen van inwoners hen boven het hoofd groeien.

4.

5.

6.

7. 8.

zelf (ook) aanpassingen moeten doen. We gaan uit van wat iemand kan in plaats van wat iemand niet kan. De hulpvraag en de eigen woon- en leefomgeving staat centraal. Deze hulp duurt niet langer dan noodzakelijk en is gericht op zelfredzaamheid en versterken van de eigen kracht. Vrij toegankelijke hulp gaat vóór hulp op maat Voorop staat het leren omgaan met de situatie, niet het recht op zorg.

….. In dat geval zoekt de gemeente samenwerking met het meldpunt zorg en overlast.

….. In dit geval zoekt de gemeente samenwerking met de GGD of Veilig Thuis.

Huidige verordening Hoofdstuk 2

Verordening Sociaal Domein 2024 Hoofdstuk 2 2) de Hulpvraag  De inwoner is zelf verantwoordelijk; de gemeente kan samen met de inwoner zoeken naar een duurzame oplossing van de problemen als dat nodig is. 2.1.1. Indienen hulpvraag 1. Inwoners die hulp nodig hebben kunnen zich melden bij het preventieteam (Wadwijzer). Het preventieteam meldt inwoners zo nodig aan bij het Sociaal Team van de gemeente. Inwoners die al hulp krijgen van de gemeente, kunnen direct een digitale melding doen bij het Sociaal Team. De inwoner kan een melding schriftelijk, telefonisch of digitaal doen. Het is ook mogelijk dat iemand anders een melding namens de inwoner doet. De gemeente maakt onder andere via de website bekend hoe en wanneer inwoners zich kunnen melden bij het preventieteam en Sociaal Team.

2) De hulpvraag  De inwoner is zelf verantwoordelijk; de gemeente kan samen met de inwoner zoeken naar een langdurige opossing van de problemen als dat nodig is.

2.1.1. Indienen hulpvraag Het preventieteam wijst inwoners zo nodig door naar het Sociaal Team van de gemeente.

Het is breder dan meldpunt zorg en overlast, want de Wet verplichte GGZ kan hier ook van belang zijn. Zowel meldpunt zorg en overlast als WVGGZ vallen onder GGD. Toelichting Langdurig doet vermoeden dat het probleem op enig moment terugkeert. Duurzaam is passender term. Oplossing zat typfout in.

Doorverwijzen doet vermoeden dat inwoners opnieuw moet aanmelden, Dat is niet het geval; de aanmelding wordt voor hen doorgezet.

2.1.2. Procedure De gemeente bevestigt de melding of aanvraag binnen vijf dagen per brief aan de inwoner 2.2.1. Procedure gesprek 1. Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, het effect dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie.

2.1.2 Procedure De gemeente bevestigt de melding of aanvraag binnen vijf werkdagen per brief aan de inwoner 2.2.1. Procedure gesprek 1. Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de persoonlijke situatie en de hulpvraag van de inwoner, en van het resultaat dat de inwoner wil bereiken met de inzet van hulp of ondersteuning. 2.Tijdens het gesprek komen alle leefgebieden aan bod. In gesprek met volwassenen wordt hierbij gebruik gemaakt van de ZelfredaamheidsMatrix (ZRM). Voor jeugdigen wordt gebruik gemaakt van de Gezamenlijke Inschatting Zorgbehoefte (GIZ).

Op advies van Van Montfoort gewijzigd.

Zin loopt beter.

Aanvulling

3.In geval na telefonisch of schriftelijk contact de medewerker samen met de inwoner inschat dat een gesprek niet nodig is, kan daar vanaf worden gezien.

4. Als de inwoner dat wil, kan er

2.

De medewerker kan afzien van een gesprek als een gesprek niet nodig is en de inwoners daarmee instemt.

3.. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (een familielid, mantel- zorger, deskundige of cliëntondersteuner) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn. In het geval van een jeugdige kan het gesprek ook gevoerd worden met alleen ouders of de wettelijke vertegenwoordiger.

iemand vanuit zijn eigen netwerk (familielid, mantelzorg, deskundige of cliëntondersteuner) aanwezig zijn bij het gesprek. In het geval van een jeugdige wordt, afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige en in overleg met de ouders of wettelijk vertegenwoordigers, bekeken of de jeugdige wel of niet bij het gesprek aanwezig is. Kinderen van alle leeftijden worden actief uitgenodigd om hun mening te geven. Kinderen van 12 jaar en ouder hebben het recht hun standpunt kenbaar te maken met betrekking tot

Er heeft altijd al een vorm van contact plaatsgevonden voordat dit besluit wordt genomen.

Het gaat over de start van het gesprek dus een inwoner kan op dat moment niet nog iemand vragen om bij het gesprek aanwezig te zij. Hij/ zij heeft al wel of niet iemand bij zich. Geen wenselijk uitgangspunt om zónder de jongere in gesprek te gaan. Op grond van artikel 12 van het Internationaal Verdrag van de

jeugdhulpaanvragen en worden in alle gevallen gehoord, tenzij er zwaarwegende inhoudelijke argumenten zijn om hiervan af te wijken. De inbreng van kinderen wordt serieus meegewogen in de besluitvorming.

5. Voor huisbezoeken in het kader van de Participatiewet is een huisbezoekenprotocol opgesteld. Hierin zijn alle regels opgeschreven voor het afleggen van een huisbezoek.

2.2.2. Ondersteuningsplan 1. 4. Als de inwoner vervolgens hulp-op-maat van de gemeente wil ontvangen, kan hij dit aangeven op het ondertekende ondersteuningsplan. Het aanvraagformulier dat via de website is ingevuld en toegestuurd geldt ook als een aanvraag. 2.3.1. Aanvraag 1. Na de melding en het onderzoek van de gemeente, kan de inwoner een aanvraag indienen ter ondertekening van het ondersteuningsplan. Het doel van de aanvraag is om te bepalen of de gemeente hulp verleent en welke vorm die hulp dan heeft.

Rechten van het Kind (IVRK) moet een jeugdige de mogelijkheid hebben om zijn of haar mening te geven. Dit wordt het recht op participatie genoemd. Het is één van de vier grondbeginselen van het Kinderrechtenverdrag. Maar in het verdrag is daar geen leeftijd aan gekoppeld. Binnen het Nederlands recht is in verschillende rechtsgebieden wel een uitgangspunt neergelegd, en dat is de leeftijd van 12 jaar. Op advies van de PAR is lid 4 aangevuld 5. Lid 5 is toegevoegd op advies van de PAR

Onlogische plaats voor deze tekst. Onder 2.1.1. Staat al voldoende genoemd via welke wegen een melding danwel aanvraag gedaan kan worden.

2.3.1. Aanvraag 1 Met ondertekening van het ondersteuningsplan wordt direct een aanvraag ingediend. Dit geldt niet voor de Jeugdwet en de Participatiewet. (Zie artikel 2.1.1 lid 2) De beoordeling van de aanvraag heeft als doel te bepalen of de

Tekst was onjuist. Deze is aangepast.

gemeente hulp verleent en welke vorm die hulp dan heeft. 2.3.2. Aanvraag voor hulp-op-maat

2.3.2. Aanvraag voor hulp-opmaat

3. De hulp-op-maat is niet duurder en duurt niet langer dan nodig is. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die nodig is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen.

3.

De hulp-op-maat duurt zo kort als kan en zo lang als nodig. De gemeente kiest daarbij voor de goedkoopste passende voorziening die nodig is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen.

4.

De gemeente kan financiering van hulp-opmaat weigeren als een inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor de hulpvraag is veroorzaakt, en hij deze hulpvraag had kunnen voorzien. De gemeente kan financiering van hulp-op-maat ook weigeren, als een inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven.

4. De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als een inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor de hulpvraag is veroorzaakt, en hij deze hulpvraag had kunnen voorzien. De gemeente kan hulp-op-maat ook weigeren, als een inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven.

2.3.3. Advisering

2.3.3. Advisering

1. De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat een wel deskundige een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag.

1. De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat iemand die de benodigde deskundigheid wel in huis heeft, een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag.

2.3.4. Beoordelen aanvraag

2.3.4. Beoordelen aanvraag

Zin roept nu de vraag op: duurder dan wat? En kan positiever richting inwoner geformuleerd worden.

Financiering van is letterlijker waar het om gaat, wij bieden de hulp-op-maat tenslotte niet zelf.

. Een wel deskundige is geen goed Nederlands.

2. Om te bepalen of de gemeente hulp verleent, volgt de gemeente in principe de volgende stappen:

2.Om te bepalen of de gemeente hulp toekent, volgt de gemeente (...)

Toekennen, omdat wij niet zelf te hulp verlenen, maar (evt samen met de inwoner) een organisatie zoeken die dit kan doen.

Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen er precies zijn.

Stap 2: De gemeente inventariseert eventuele problemen en beperkingen.

Stap 5: De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

Stap 5: De gemeente bepaalt welke maatwerkvoorziening nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

De gemeente stelt zelf geen beperkingen en stoornissen vast, dit kan alleen een gecertificeerde professional. Verwijzing tbv diagnostisch onderzoek kan uiteindelijke hulp betreffen en is niet persé onderdeel van het onderzoek. Stap 5: wijzigen naar maatwerkvoorziening zoals specfiek genoemd in 5 stappen van CRvB (op advies van Van Montfoort)

2.4.1 Inhoud besluit 5. De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten.

2.4.1 Inhoud besluit 5. De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook over een (verplichte) eigen bijdrage in de kosten. 7.

8.

2.5.1. Jeugdhulp via arts e.a. 1. De gemeente zorgt ervoor dat de jeugdige jeugdhulp krijgt, als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering de jongere doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder.

Een besluit wordt genomen voor een periode die past bij de hulpvraag. De gemeente informeert de inwoner in het besluit dat de inwoner, indien mogelijk, verplicht is zelf tussentijdse veranderingen in de gezondheidssituatie of veranderingen in de omgeving tijdig door te geven aan de gemeente.

3.5.7 Jobcoaching

2.5.1. Jeugdhulp via arts e.a. 1. De gemeente zorgt ervoor dat de jeugdige jeugdhulp krijgt, als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling, jeugdreclassering of rechterlijke macht de jongere doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder. Een school mag doorverwijzen als er sprake is van ernstige dyslexie. Verordening sociaal domein 2024 Hoofstuk 3 3.5.7 Jobcoaching

Lid 2. Jobcoaching wordt halfjaarlijks toegekend met een maximum van 2 jaar.

Lid 2 Een Jobcoach kan maximaal twee jaar worden ingezet. Als het nodig is kan deze

Huidige verordening Hoofdstuk 3

Term (verplichte) eigen bijdrage is breed gedragen en vermoedelijk bij inwoners bekend.

Lid 7 en 8 zijn toegevoegd naar aanleiding van motie ‘beschikkingen afgeven voor een passende periode’. Van PCW, PvdA/GL en WEWA d.d. 14 februari 2024.

Met toevoeging rechterlijke macht en benoeming van dyslexie is opsomming van doorwijzers compleet.

Toelichting

Dit is geharmoniseerd met de arbeidsmarktregio. Alle regiogemeenten hanteren hierin hetzelfde beleid. Dit maakt

Lid 4: De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van het de tarieven en begeleidingsregimes zoals het UWV deze hanteert.

periode met een jaar worden verlengd. Lid 4: De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van het de tarieven en begeleidingsregimes zoals het UWV deze hanteert. Deze tarieven gelden als maximum.

het overzichtelijk voor werkgevers en geeft minder administratieve last.

3.6.2

3.6.2

Inhoud van de tegenprestatie De werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden opgedragen: a. zijn geen werkzaamheden die als betaald werk worden gedaan binnen de organisatie waarvoor de inwoner de tegenprestatie uitvoert; b. leiden niet tot verdringing op de arbeidsmarkt c. zijn niet bedoeld als reintegratie instrument d. zijn activiteiten die het algemeen belang dienen Artikel 3.6.3 Het opdragen van een tegenprestatie Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; b. er wordt rekening gehouden met de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende. c. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen.

Artikel is aangevuld met een aantal omschrijvingen waaraan een tegenprestatie moet voldoen.

3.6.4

Duur en omvang tegenprestatie De tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden per jaar en is maximaal 10 uur per week.

3.6.3 wordt in de nieuwe verordening 3.6.4

3.6.5 Geen tegenprestatie opleggen De gemeente legt geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de

De titel van het artikel is gewijzigd.

Inhoud van de tegenprestatie De werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden opgedragen: a. passen bij de persoonlijke ontwikkeling van de inwoner; b. zijn geen werkzaamheden die als betaald werk worden gedaan binnen de organisatie waarvoor de inwoner de tegenprestatie uitvoert; c. zijn activiteiten die het algemeen belang dienen.

3.6.3

Duur en omvang tegenprestatie De tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden per jaar en is maximaal 10 uur per week.

3.6.4

Duur en omvang tegenprestatie De tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden per jaar en is maximaal 10 uur per week.

3.6.4 Voorwaarden tegenprestatie De gemeente legt geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie of als de inwoner vrijwilligerswerk doet. Mantelzorg en

Nieuw artikel waarin wordt omschreven dat er met de persoonlijke omstandigheden van de inwoner rekening moet worden gehouden.

Er is een zin toegevoegd waarin expliciet wordt benoemd dat mantelzorg en vrijwilligers werk

vrijwilligerswerk worden gezien als een vorm van tegenprestatie.

tegenprestatie of als de inwoner vrijwilligerswerk doet. Mantelzorg en vrijwilligerswerk worden gezien als een vorm van tegenprestatie.

3.7. Meedoen in de samenleving

3.7. Meedoen in de samenleving

Inwoners die vanwege een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners. Zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval de volgende vormen van hulp geven: 3.7.2. Verplaatsen in en om het huis Lid 2: De gemeente geeft inwoners als dat nodig is daarnaast een bijdrage in de kosten voor:

Inwoners die vanwege een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 voldoen. Zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval de volgende vormen van hulp geven: 3.7.2. Verplaatsen in en om het huis Lid 2: Wanneer er geen voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn, kan de gemeente bijdragen in de kosten voor:

als een vorm van tegenprestatie kunnen worden gezien.

Klopt niet. Er zijn uitzonderingen mogelijk waarbij hulp kortdurend kan worden ingezet, denk aan lichamelijke belemmeringen na een operatie waarbij Hbh kortdurend kan worden ingezet.

Duidelijker dan ‘als dat nodig is’.

b. het gebruik van een auto; in geval van aanpassing van de auto voor werk of opleiding kan dit worden aangevraagd bij het UWV.

Is vollediger nu en doet inwoners mogelijk eerst bij het UWV aankloppen.

Toelichting

4.2. Individuele voorzieningen (Hulp op maat)

Verordening sociaal domein 2024 Hoofstuk 4 4.2. Individuele voorzieningen (Hulp op maat)

d. Dagbehandeling

Individuele en dagbehandeling

4.3. Overgang van 18- naar 18+ 1. De gemeente is er verantwoordelijk voor dat jeugdigen uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente of zorgaanbieder voor een plan zorgt voor de jeugdige op alle belangrijke leefgebieden.

Logeeropvang 4.3. Overgang van 18- naar 18+ 1. In geval de hulpvraag van een jongere in de jeugdhulp na 18 jaar blijft bestaan, is de zorgaanbieder, in samenwerking met de jongere, verantwoordelijk voor een Toekomstplan.

b. het gebruik van een auto;

Huidige verordening hoofdstuk 4

Vollediger; inclusief twee voorbeelden waar veel vraag naar is.

Wanneer het verlengde jeugdhulp betreft is de zorgaanbieder in eerste instantie verantwoordelijk. Genoemd plan betreft een Toekomstplan; eenduidige term ook gebruikt in communicatie met de zorgaanbieders.

3. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan verlengd worden tot en met maximaal het 23e levensjaar. De jeugdhulp moet gestart zijn voor het 18e levensjaar. Huidige verordening Hoofstuk 5 5.2.1 Geschikte Woning 3. Als de kosten van de woonvoorzieningen gelijk zijn aan of hoger zijn dan de verhuiskostenvergoeding, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning. De inwoner kan dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht.

3.Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan verlengd worden tot en met maximaal het 23e levensjaar. De jeugdhulp moet gestart zijn voor het 18e levensjaar en maximaal 6 maanden na afronding na het 18e levensjaar opnieuw starten. Verordening sociaal domein 2024 Hoofdstuk 5 5.2.1 Geschikte woning 3. Als de kosten van de woonvoorzieningen gelijk zijn aan of hoger zijn dan de verhuiskostenvergoeding, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning. 4.Een verhuiskostenvergoeding kan worden afgegeven in acute situaties, waarbij de inwoner onvoorzien en plots moet verhuizen. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht.

4.e.Het gaat om voorzieningen die reeds afgeschreven zijn en nog niet vervangen zijn.

Komt te vervallen

5.2.2 Een schone en leefbare woning Lid 4:

5.2.2 Een schone en leefbare woning Lid 4:

De normen zoals deze zijn beschreven in de handreiking indicatiestelling hulp bij het huishouden van KPMG zijn het uitgangspunt voor de bepaling van de aard en de frequentie van de te verrichten taken en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.

Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, wordt gebruik gemaakt van het HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 in de meest recente versie en met de laatste aanvullingen (laatste 2022).

5.2.5. Beschut Wonen 1. Beschut wonen is bedoeld voor bewoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en

5.2.5. Beschut Wonen 1. Beschut wonen is bedoeld voor bewoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verblijfszorg

Aanvulling nodig

In de eerste versie was niet duidelijk wanneer aanspraak gemaakt kan worden op de verhuiskostenvergoeding. ‘kan een geldbedrag krijgen’ is onduidelijk.

Toevoegen en nummering aangepast

4e is in contradictie met punt 5a: Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven;

Lid 4 is aangepast naar omdat er gebruik wordt gemaakt van een nieuw normenkader.

Duidelijker dat het ook voor inwoners is die instromen, bijvoorbeeld vanuit huis bij ouders.

verblijfszorg jeugdzorg én om instroom te voorkomen.

jeugdzorg én om instroom op deze specialistische plekken te voorkomen.

5.3.2 Mantelzorgwaardering De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking die wonen in de gemeente Waddinxveen. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers te onderstrepen.

5.3.2 Mantelzorgwaardering De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een gezondheidsbeperking die wonen in de gemeente Waddinxveen. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers te onderstrepen.

5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering 1. Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door degene die mantelzorg verleent. Om in aanmerking te komen voor een mantelzorgwaardering moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering 1. Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door degene die mantelzorg verleent, degene die mantelzorg ontvangt of door een naaste. Om in aanmerking te komen voor een mantelzorgwaardering moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

a)

b)

de mantelzorger zorgt in ieder geval voor een periode van 3 maanden en voor tenminste gemiddeld 8 uur per week onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, kind of vriend(in); de persoon die zorg krijgt is een inwoner van de gemeente Waddinxveen.

a)

b)

2. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd voor 1 november.

Oude verordening Hoofstuk 6 2023

Ter verduidelijking wordt de term beperking in de huidige tekst vervangen door de term gezondheidsbeperking. Daarnaast worden de mogelijkheden voor het aanvragen van de mantelzorgwaardering verruimd ten opzichte van de huidige tekst. Met deze wijziging hoeft de aanvraag voor de waardering niet uitsluitend door de mantelzorger zelf gedaan worden, maar mag dat ook de ontvanger van mantelzorg of een naaste zijn.

de mantelzorger zorgt in ieder geval voor een periode van 3 maanden en voor tenminste gemiddeld 8 uur per week onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, kind of vriend(in); de persoon die zorg krijgt is een inwoner van de gemeente Waddinxveen.

2. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd voor 1 november. 3. De mantelzorgwaardering heeft betrekking op de periode vanaf 1 november van het voorgaande jaar tot en met 31 oktober van het lopende kalenderjaar. Nieuwe verordening Hoofdstuk 6 2024

Toelichting

Ieder kind heeft recht op onderwijs dat past bij zijn of haar talenten en mogelijkheden en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school te groot voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan mogelijk een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school.

Kernwaarden: Kinderen hebben recht op onderwijs dat bij hun talenten en mogelijkheden past.

Iedere leerling heeft recht op onderwijs dat past bij zijn of haar mogelijkheden en dat aansluit bij de godsdienst of levensbeschouwing van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school te groot voor de leerling, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. Uitgangspunten:

Kinderen moeten veilig kunnen reizen naar de school die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders.

Uitgangspunt van deze regeling en volgorde van beoordeling is een vergoeding op basis van fiets, Openbaar vervoer (eventueel met begeleiding) of eigen vervoer. Aangepast vervoer wordt alleen toegekend als er geen andere mogelijkheden zijn.

Ouders zijn verantwoordelijk dat hun kind naar school gaat, de gemeente ondersteunt.

Leerlingen hebben recht op onderwijs dat bij hun mogelijkheden past.

De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.

Leerlingen moeten veilig kunnen reizen naar de school die aansluit bij de godsdienst of levensbeschouwing van de ouders/verzorgers.

Levensovertuiging is overbodig, reeds gedekt met de term godsdienst.

Toegevoegd dat de gemeente een volgorde van beoordelen hanteert: kinderen die kunnen fietsen gaan met de fiets, als ouders ze met de auto kunnen brengen gaan zij met de auto en anders met het Openbaar Vervoer. Als bovenstaande geen optie is, kan aangepast vervoer worden toegekend. Idem bovenstaande. Kinderen vervangen door leerlingen (zo consequent mogelijk door het hele document).

Ouders zijn verantwoordelijk dat hun kind naar school gaat, de gemeente ondersteunt.

6.1 Algemene bepalingen 1. De gemeente ondersteunt ouders als dat nodig is bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp is erop gericht dat kinderen naar de school kunnen gaan die past bij hun talenten en mogelijkheden, en die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders.

De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. 6.1 Algemene bepalingen 1. De gemeente ondersteunt ouders als dat nodig is bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp is erop gericht dat leerlingen naar de school kunnen gaan die past bij hun mogelijkheden, en die aansluit bij de godsdienst of levensbeschouwing van de ouders.

2.

2.

1.Idem bovenstaande

6.1.2. Deels wordt voor een deel. Simpeler taalgebruik.

Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of een vervoersvoorziening voor het kind nodig is. Een bepaalde mate van eigen inzet mag van ouders verwacht worden. De gemeente verwacht dat ouders bij de aanvraag tot een vervoersvoorziening aangeven op welke wijze zij zelf (deels) invulling geven aan de van hun verwachte eigen inzet, dan wel motiveren waarom zij zelf geen eigen inzet kunnen leveren bij het organiseren van het vervoer van hun kind.

3. Ouders krijgen hulp bij het vervoer van hun kind als voldaan is aan de voorwaarden van dit hoofdstuk. Deze hulp heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een bijdrage in de reiskosten of om aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente, zoals een taxibusje. Ouders van kinderen in het (bijzonder) basisonderwijs betalen mogelijk een deel van de kosten zelf. Dat is de eigen bijdrage.

4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders.

5. Indien er sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige

Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat hun kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of een vervoersvoorziening voor de leerling noodzakelijk is. Een grote mate van eigen inzet mag van ouders verwacht worden. De gemeente verwacht dat ouders bij de aanvraag tot een vervoersvoorziening aangeven op welke wijze zij zelf (voor een deel) invulling geven aan de van hun verwachte eigen inzet, dan wel motiveren waarom zij zelf geen eigen inzet kunnen leveren bij het organiseren van het vervoer van hun kind. Het hebben van werk of meerdere schoolgaande kinderen ziet de gemeente niet als een belemmering.

Toegevoegd dat werk of meerdere schoolgaande kinderen op zichzelf geen reden is voor leerlingenvervoer.

3.Toegevoegd: eigen bijdrage is inkomensafhankelijk.

3. Ouders krijgen hulp bij het vervoer van hun kind als voldaan is aan de voorwaarden van dit hoofdstuk. Deze hulp heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een bijdrage in de reiskosten of het OV. De gemeente regelt aangepast vervoer als fiets, eigen vervoer of OV tot ernstige benadeling van het gezin leidt. Ouders van leerlingen in het (bijzonder) basisonderwijs betalen mogelijk een deel van de kosten zelf. Dat is de eigen bijdrage. Deze hangt af van de hoogte van het inkomen.

4. Een ouder is verantwoordelijk voor het gedrag van de leerling. Dit geldt ook voor het gedrag op school of tijdens de reis naar school. 5. Als de leerling of diens ouders een gevaar vormen voor zichtzelf of anderen tijdens de reis dan kan de gemeente besluiten om de leerling tijdelijk niet te vervoeren. De

6.2.4. Simpeler taalgebruik.

5. Expliciet toegevoegd dat een leerling als uiterste maatregel (tijdelijk) van het vervoer kan worden uitgesloten, indien de veiligheid van andere kinderen in het geding komt. Toegevoegd dat kinderen ook vervoerbaar moeten zijn voor het toekennen van aangepast vervoer.

situatie, kan het besluit als bedoeld in dit hoofdstuk worden herzien. 6. Als het kind meerderjarig is geworden, wordt een vervoersvoorziening aan het kind verstrekt en niet langer aan de ouders. Dat kan alleen als het kind dan zelf aan de voorwaarden voldoet.

7. De gemeente kan ten behoeve van de uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels stellen.

gemeente houdt zich het recht voor om kinderen die niet vervoerbaar zijn geen aangepast vervoer toe te kennen.

6. Herschreven met het oog op simpeler taalgebruik.

6. Als een handelingsbekwame leerling 18 jaar wordt zal het zelf verantwoordelijk zijn voor het aanvragen van het vervoer en het gedrag tijdens de reis. Voor leerlingen boven de 18 jaar gelden dezelfde regels als leerlingen onder de 18 jaar. 7. Overbodig hier, is een apart artikel achter in het hoofdstuk.

6.2 Onderzoek

6.2 Onderzoek

1. De gemeente onderzoekt of ouders hulp nodig hebben bij het vervoer van hun kind naar school. Als er hulp nodig is gaat de gemeente na welke hulp er nodig is. De gemeente onderzoekt dan hoe het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route is. Daarnaast onderzoekt de gemeente of er begeleiding nodig is bij het reizen.

1. De gemeente onderzoekt of ouder(s) hulp nodig bij het vervoer van de leerling naar school. Als dat het geval is dan wordt ook door de gemeente onderzocht of de leerling met de fiets, eigen vervoer of OV kan reizen. Als dit niet kan wordt er gekeken of begeleiding of vervoer via een busje noodzakelijk is. Tot slot beoordeeld de gemeente welke route naar school de kortste is.

2. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB of 9292ov. De gemeente berekent wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind.

2. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner. De gemeente berekent wat de afstand van de woning van de leerling is tot de dichtstbijzijnde school die bij het de leerling past.

2. Opstapplaats weggehaald. We rekenen altijd vanaf de woning. ANWB en 9292OV weggehaald. Dit wordt in beleidsregels opgenomen.

3. De gemeente kan ouders vragen om een Toelatingsverklaring (TLV) te laten zien. De gemeente vraagt altijd om een TLV indien gebruik wordt gemaakt van kilometervergoeding of OV.

3. Weggehaald dat we ondersteuning plan betrekken in onderzoek. Dit doen we in de praktijk niet. We kijken alleen of een kind zelfstandig naar school kan of niet. En naar de afstand naar de school. Vervangen door een artikel dat de gemeente een TLV kan opvragen indien gebruik gemaakt wordt van een km vergoeding.

3. De gemeente betrekt bij het onderzoek het ondersteuningsplan voor het kind. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met de gemeente.

1.Het woord veilig weggehaald. Kinderen worden nooit langs een onveilige route gestuurd. Toegevoegd

4. Gaat het kind naar de basisschool, dan onderzoekt de gemeente ook hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is nodig om te bepalen of de ouders een eigen bijdrage moeten betalen.

4. Gaat de leerling naar de basisschool, dan betalen ouders een eigen bijdrage. Deze is afhankelijk van het inkomen van de ouders. Ouders van kinderen op het Speciaal Onderwijs (SO) en Speciaal Basisonderwijs (SBO) betalen geen eigen bijdrage. Pleegouders betalen geen eigen bijdrage.

5. Burgemeester en wethouders wijzen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aan van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan voor leerlingen van het Speciaal Onderwijs.

5. Als besloten wordt dat een leerling met een busje naar school gebracht moet worden zal er een opstapplaats aangewezen worden van waaruit de leerling en uit het busje kan stappen. De opstapplaats bevindt zich op redelijke loopafstand (maximaal 2 km). De ouders moeten er zelf voor zorgen dat de leerling op tijd op de opstapplaats is. Een opstapplaats wordt niet toegewezen indien dit tot ernstige benadeling van het gezin leidt.

6. Burgemeester en wethouders kunnen opstapplaatsen aanwijzen in zoverre dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van het uitvoeren van het aangepast vervoer (AV).

6. Burgemeester en wethouders kunnen nieuwe opstapplaatsen aanwijzen in zoverre dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van het aangepast vervoer (AV).

7. Aangepast vervoer vindt plaats tussen de opstapplaats van de leerling (of woning) en de school die de leerling bezoekt. De gemeente kan toestemming geven voor het vervoer van en naar maximaal één ander (opvang)adres dan de opstapplaats (of

7. Aangepast vervoer vindt plaats tussen de opstapplaats van de leerling en de school die de leerling bezoekt. De gemeente kan toestemming geven voor het vervoer van en naar maximaal één ander (opvang)adres dan de

4. Toevoeging: ouders speciaal onderwijs en pleegouders betalen geen eigen bijdrage.

5. Tegenstrijdigheid verwijderd. Wij wijzen geen aangepast vervoer toe aan kinderen die niet naar het SO gaan. Maximale loopafstand toegevoegd.

6. Toevoeging: nieuwe. Opstapplaatsen bestaan al. Maar indien nodig worden nieuwe toegevoegd.

7.Toegevoegd dat de KDV/BSO zich binnen een straal van 6 km van de school of gemeentegrens moet bevinden. Punt twee weggehaald. Ouders/verzorgers kunnen hun kind ook bij de opstapplaats ophalen.

woning). De volgende voorwaarden moeten dan gelden:  Het opvangadres ligt binnen de gemeentegrens van Waddinxveen of bevindt zich binnen een straal van 6 km van school; en  Het opvangadres is het woonadres van één van de ouders/verzorgers; of Het opvangadres is een KDV/BSO.

opstapplaats. De volgende voorwaarden moeten dan gelden:

6.3 Wijzigingen

6.3 Wijzigingen

1. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan de gemeente.

1.De ouders of de meerderjarige leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, zo snel als mogelijk schriftelijk mede te delen aan de gemeente via het volledig ingevulde wijzigingsformulier of per mail onder vermelding van de datum waarop de wijziging ingaat.

2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop. De gemeente kan dan een nieuwe beoordeling tot noodzaak van een vervoersvoorziening doen.

2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, kan het recht daarop vervallen. De gemeente kan dan opnieuw beoordelen of de voorziening noodzakelijk is.

Het opvangadres ligt binnen de gemeentegrens van Waddinxveen; en Het opvangadres is een kinderdagverblijf of /een buitenschoolse opvang binnen een straal van 6 km van school of de gemeentegrens

6.4 Voorwaarden

6.4 Voorwaarden

1. De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind:

1. De gemeente verstrekt aan ouders alleen een vervoersvoorziening, als:

minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud is als het om dove of slechthorende kinderen gaat die speciaal onderwijs volgen

2. Aanspraak vervalt niet per definitie. Er is alleen sprake van een herbeoordeling. Aanspraak vervangen door recht op. Tekst vereenvoudigd.

3. komt te vervallen. Is al opgenomen in lid 1.

3. Alle wijzigingen moeten worden doorgegeven via het wijzigingsformulier op het portaal van Wadwijzer.

a)

1.Toegevoegd dat een wijziging via het wijzigingsformulier kan worden medegedeeld.

a)

De leerling minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud is als het om dove of slechthorende kinderen gaat die

6.4.lid 1: weggehaald het kind en vervangen door de leerling.

6.4. lid 1 onder c: verwijzing naar de definitie van onderwijs zoals bedoeld in deze verordening.

b) c)

d)

in de gemeente Waddinxveen woont; naar de basisschool gaat, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs volgt; Indien een leerling vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig of begeleid met het openbaar vervoer of met de fiets kan reizen, kan de gemeente aangepast vervoer toekennen.

2. Indien een leerling vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig of begeleid met het openbaar vervoer of met de fiets kan reizen, kan de gemeente aangepast vervoer toekennen.

3. De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening als het kind: minimaal vier jaar oud is; naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind meer dan 6 kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt;

b)

c)

speciaal onderwijs volgen, en De leerling in de gemeente Waddinxveen woont; en De leerling naar speciaal basis onderwijs of speciaal voortgezet onderwijs gaat zoals omschreven in artikel 6.1 en de dichtbij zijnde school voor de leerling meer dan 6 kilometer van de woning van het kind afligt.

2. Als een leerling vanwege een structurele handicap niet zelfstandig of begeleid met het openbaar vervoer of met de fiets kan reizen, kan de gemeente aangepast vervoer toekennen. 3. Als de ouders vanwege een specifieke godsdienstige of levensbeschouwelijke behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a) aan de gemeente door de ouders is aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige behoefte van de leerling; en b) aan de gemeente is door de ouders aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is

6.4 lid 2Indien vervangen door als. Simpeler taalgebruik.

6.4 lid 3 uit de oude verordening is samengevoegd met 6.4.lid 1 uit de nieuwe verordening. Toegevoegd: godsdienstige behoefte.

6.4.3 uit de oude verordening is samengevoegd met 6.4.1 uit de nieuwe verordening. Toegevoegd: godsdienstige behoefte. 6.4 lid 3 onder c is verwijderd. Dit mogen wij als gemeente niet vragen

4. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige/levensbeschouwelijk e behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

4. Ter uitvoering van artikel 6.4. lid 3 kan de gemeente Een onafhankelijk (dat wil zeggen niet aan school verbonden of huisarts) deskundige om advies vragen om de situatie van de leerling te beoordelen. De ouders en de leerling verlenen medewerking aan het onderzoek van de deskundige.

6.4.4 is nieuw. De gemeente heeft bij het beoordelen van wat een passende (niet zijnde een SO/SBO) onderwijssoort namelijk niet altijd de vereiste expertise zelf in huis.

aan de gemeente door de ouders is aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige behoefte van de leerling; aan de gemeente is door de ouders aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en ouders dienen hun argumentatie schriftelijk bij de gemeente in te dienen.

5. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening hebben.

5. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening hebben. Pleegouders zijn vrijgesteld van het begeleiden van hun pleegkinderen.

Toegevoegd dat pleegouders niet geacht worden hun kinderen te begeleiden. Pleegouders vormen een aparte categorie.

6.4.1 Afwijzingsgronden 1. Een vervoersvoorziening wordt niet toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen.

6.4.1 in de oude verordening wordt 6.4.2 in de nieuwe verordening. 6.4.1 is een nieuw artikel dat voorkomt uit de VNGmodelverordening. Dit artikel

2. Een vervoersvoorziening wordt niet toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij:

verduidelijkt op basis waarvan een aanvraag kan worden afgewezen.

a. er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs en de leerling door een handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra; of b. de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of c. de leerling bezoekt een internationale schakelklas (ISK).

6.4.1 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer

6.4.2 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer

1. De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor:

1. De gemeente kan indien nodig een vervoersregeling toekennen voor het weekeinde en de vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. De artikelen 6.2 en 6.4 zijn hier ook van toepassing.

het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie; het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. 2.

2. De gemeente kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor

6.4.2. Lid 1: Met inachtneming van artikel 6.2 en artikel 6.4 toegevoegd ter verduidelijk van de voorwaarden waaronder vakantievervoer wordt toegekend. Verder is de tekst van de VNG-modelverordening overgenomen. Tekst vereenvoudigd.

De regels uit dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 2, onderdeel a.

het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties. 3. De gemeente kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, als de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt . 6.4.3 Stage en tijdelijk verblijf buiten de gemeente

6.4.2 Stage en tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. De gemeente kan het stagecontract opvragen. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; de stage vindt plaats op één stageadres; en

1. Voor leerlingen met een vervoersvoorziening, die vanuit hun opleiding stage moeten lopen, moet een aparte aanvraag voor leerling vervoer ingediend worden. De gemeente kan het stagecontract opvragen.

2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt alleen toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; en de stage vindt plaats op één stageadres; en

6.4.3 lid 1 Afzonderlijk vervangen door aparte. Aanspraak vervangen door recht op. Herschreven met het oog op simpeler taalgebruik.

6.4.3 lid 2: Slechts vervangen door alleen. Het stageadres is gelegen binnen het met de vervoerder afgesproken contractgebied vervangt de eerdere tekst. Het stage kunnen lopen binnen het hele vervoersgebied (en niet alleen dichtbij zijnde) vergroot de stagemogelijkheden voor deze kinderen. Om die reden is ook 6.4.2 lid 3 uit de verordening weggehaald.

het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen 6 km van de woning of de school.

het stageadres is gelegen binnen het met de vervoerder afgesproken vervoersgebied.

3. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.

3. De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; in de periode, vooraf het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.

4. De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 5. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de

4. De eerder toegekende vervoersvoorziening wordt opgeschort voor de tijd dat de leerling buiten de gemeente verblijft. Deze gaat weer in bij terugkeer, tenzij er wijzigingen zijn in de omstandigheden van de leerling, waardoor de voorziening niet langer rechtmatig is, of omdat het besluit is verlopen.

6.4.3 lid 3 uit de oude verordening weggehaald.

6.4.2 lid 4 in de oude verordening wordt 6.4.3 lid 3 in de nieuwe. Mits vervangen door als. Voorafgaand vervangen door vooraf.

gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

6.5 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 6.5 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 1. De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen, kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV).

2. Ouders kunnen gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar ouders kunnen er in dat geval ook voor kiezen om het kind zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de (speciaal) basisonderwijs, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf. Dit is de eigen bijdrage.

3. Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van die reistijd. OV naar school ontbreekt en het kind kan naar oordeel van de gemeente niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij naar oordeel van de gemeente niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding).

1. De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de voor de gemeente goedkoopste manier van reizen. Als de leerling (onder begeleiding) naar school kan fietsen, kunnen de ouders een kilometervergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan de leerling niet zelfstandig fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV) voor maximaal een lopend schooljaar.

2. Ouders kunnen ervoor kiezen om de leerling zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de (speciaal) basisonderwijs, dan betalen de ouders de reiskosten soms voor een deel zelf. Dit is de eigen bijdrage.

3. Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: De leerling met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% of minder van die reistijd. Openbaar vervoer naar school ontbreekt en de leerling naar oordeel van de gemeente niet met de fiets naar school kan (ook niet met begeleiding). De leerling heeft langdurige beperkingen waardoor deze naar oordeel van de gemeente niet met het OV kan reizen (ook niet

6.4.2 lid 5 in de oude verordening wordt 6.4.3 lid 4 in de nieuwe. Tekstueel vereenvoudigd.

6.5. lid 1Toegevoegd: fietsen onder begeleiding. Voor deze doelgroep is zelfstandig fietsen vaak niet realistisch.

6.5 lid 2: Eerste zin was overbodig. Geschrapt.

6.5 lid 3: Toegevoegd dat aangepast ver vervoer niet gecombineerd wordt met andere vormen van vervoer. Bij het toekennen van een vervoersvoorziening wordt altijd één soort voorziening toegekend.

met begeleiding). Aangepast vervoer wordt niet toegekend in combinatie met een fiets/OV of eigen voervoer.

4. Aangepast vervoer is groepsvervoer. Bij uitzondering is klein vervoer mogelijk voor kinderen die overgevoelig zijn voor prikkels.

5. De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB of 9292ov.

6. Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de ouders in rekening. 7. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een door de gemeente vast te stellen kilometervergoeding voor dat vervoermiddel.

4. Aangepast vervoer is groepsvervoer. Bij uitzondering is klein vervoer mogelijk voor leerlingen die overgevoelig zijn voor prikkels. Een onafhankelijk medisch onderzoek kan onderdeel uitmaken van het onderzoek of klein vervoer nodig is.

5. De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste route op basis van de actuele routeplanner. 6. Als de ouders recht hebben op andere vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft.

6.5 lid 4: Toegevoegd: Solovervoer indicaties worden niet afgegeven + Een onafhankelijk medisch onderzoek kan hier onderdeel uitmaken van het onderzoek naar de noodzaak van klein vervoer. We willen een zo betrouwbaar mogelijk oordeel, dus in sommige casussen kan het wenselijk zijn om een onafhankelijk arts naar de situatie te laten kijken.

6.5 lid 5: Toegevoegd: gemeente maakt gebruik van een route- of reisplanner bij het toekennen voor een vergoeding voor vervoer met auto en OV

6.5.6. Weggehaald: bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de ouders in rekening. Dit wordt namelijk elders al genoemd. Gedeeltelijk vervangen door een deel.

7. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een door de gemeente vast te stellen kilometervergoeding voor dat vervoermiddel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15400190/4