Bijlage 2 Transitievisie Warmte Waddinxveen
Tekst van het document
Laatste ontwikkelingen bovenregionale warmte-infrastructuur Waddinxveen Integraal Ontwerp en Warmterotonde In de provincie Zuid-Holland wordt door Gasunie, op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, gewerkt aan een totaalplan voor een warmtenetwerk. Er wordt een ‘Grand Design’ ontwikkeld met een integraal ontwerp voor het totale gewenste warmtetransport in Zuid-Holland. Zowel de gebouwde omgeving als de glastuinbouwsector zouden daarop moeten worden aangesloten. Daarbij wordt gekeken naar het gebruik van restwarmte uit de industrie en de inzet van aardwarmte als alternatief voor fossiele energie. Een onderdeel van het Integraal Ontwerp is WarmtelinQ, een warmteleiding tussen Rotterdam en Den Haag. WarmtelinQ is een ondergrondse hoofdtransportleiding voor warm water. De restwarmte uit de Rotterdamse haven kan worden gebruikt om woningen en bedrijven in Zuid-Holland te verwarmen. De volledige leiding loopt straks van de Rotterdamse haven naar het bestaande warmtenet in Den Haag, met onderweg bij Delft een aftakking naar de kassen in het Westland. De hele leiding bestaat uit drie tracédelen: Vlaardingen-Den Haag (Leiding door het Midden); Delft-Westland; Vlaardingen-Vondelingenplaat (Rotterdamse Haven). Het tracé Vlaardingen-Den Haag is het verst gevorderd. Onderweg worden er op verschillende plekken zogenoemde T-stukken aangebracht in de leiding.
Dat zijn punten waar in de toekomst lokale warmtedistributienetten op kunnen worden aangesloten. Zo kan er een steeds groter netwerk van leidingen ontstaan. Samen worden die de ‘Warmtetransportsysteem Zuid-Holland’ genoemd. De Warmte Samenwerking Oostland is in gesprek met Gasunie en de Provincie ZuidHolland om een aansluiting van het Oostland gebied verder te verkennen. Partijen kijken gezamenlijk of en hoe stapsgewijs toe te werken is naar meer zekerheden over de afname van warmte in lokale distributienetten en in samenhang met de ontwikkeling van WarmtelinQ. Hiervoor is maar een beperkte tijd beschikbaar, omdat de ontwikkeling van WarmtelinQ doorgaat. RoCa en B3-hoekleiding De RoCa-centrale, een centrale van Uniper in Rotterdam met een mix van warmtebronnen zoals gas (warmtekrachtcentrale), afvalverwerkingsinstallatie, biomassa en een piekgasketel, levert warmte aan een warmtenet. De RoCa-centrale wordt in Rotterdam en Capelle aan den IJssel ingezet voor een deel van de warmtevoorziening. De RoCa-centrale levert ook warmte aan afnemers in de B3-hoek (Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs en Bleiswijk). Er is een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om de Zuidplaspolder aan te sluiten op de B3-hoekleiding.
Het onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau Sweco in een gezamenlijke opdracht van Uniper, AgroEnergy, Eneco, Warmtecoöperatie Zuidplaspolder en de provincie Zuid-Holland. De verkenning liet zien dat door verlenging van de hoofdleiding het technisch mogelijk is om een aansluiting te realiseren. In de verkenning is zowel gekeken naar de warmtebehoefte van de glastuinbouw als die van de gebouwde omgeving in de Zuidplaspolder. De resultaten van de verkenning zijn ingebracht in de Warmte Samenwerking Oostland. Op dit moment wordt door de gemeente Waddinxveen, de gemeente Zuidplas en de warmtecoöperatie Zuidplaspolder een plan van aanpak geschreven om een businesscase op te laten stellen voor het doortrekken van het B3hoeknet naar de Zuidplaspolder om zo warmte voor de glastuinbouwsector en (delen van) de gebouwde omgeving via de RoCacentrale te krijgen.
38 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
4.5 Matchen warmtevraag aan warmtebronnen In tabel 4.6 is de mogelijke opbrengst van de collectieve warmtebronnen weergegeven. Het gaat hier dus om warmtebronnen die ingezet kunnen worden om een groter gebied met meerdere woningen of bedrijven te voorzien van warmte. Daarnaast zijn er ook individuele warmtebronnen waarvan de potentie niet meegenomen is in tabel 4.6. De hogere temperaturen zijn beperkt beschikbaar en kunnen dus ook het best worden ingezet waar een hogere temperatuur het meest nodig is. Lage temperaturen zijn meer beschikbaar en zijn geschikt voor goed geïsoleerde woningen en bedrijfsgebouwen. Lage temperaturen kunnen wel worden opgewaardeerd tot midden of hoge temperaturen, bijvoorbeeld met collectieve warmtepompen. Beschikbaarheid van warmtebronnen op lange termijn Een duurzame inzet van warmtebronnen betekent dat warmtebronnen voor lange, zo niet onbeperkte, tijd beschikbaar zijn. Aquathermie uit de Gouwe is bijvoorbeeld voor onbepaalde tijd beschikbaar. Voor ondiepe geothermie geldt dat de bodem wel uitgeput kan raken: door de productie van aardwarmte koelt de ondergrond lokaal op lange termijn (30 – 40 jaar) af rondom de injectieput28. Het is afhankelijk van de locatie hoe snel de afkoeling en het herstel van de temperatuur plaatsvindt. Lokaal onderzoek moet hier meer inzicht in geven.
Voor restwarmtebronnen zoals restwarmte uit de RWZI, het glastuinbouwgebied of de Rotterdamse haven geldt dat de beschikbaarheid afhangt van de toekomstige bedrijfsvoering. De zekerheid en de continuïteit van de warmtelevering zijn belangrijke uitgangspunten in de warmtetransitie. In de haalbaarheidsfase onderzoekt de gemeente in welke mate de potenties van de bronnen realistisch zijn en hoe lang die kunnen worden ingezet. Het kan zich voordoen dat een lokale of regionale bron de komende 30 jaar beschikbaar is en later moet worden vervangen door een andere bron. Later in het ontwikkelproces, wordt de warmte exploitant verplicht om de zekerheid van de warmtelevering te garanderen. Overzicht warmtebronnen Waddinxveen Collectieve warmtebronnen
Potentie [TJ/jaar]
Temperatuurniveau (graden Celsius)
Aardwarmte/Geothermie
215
Lage temperatuur (< 55)
Aquathermie (inclusief oppervlaktewatergemaal)
882
Lage temperatuur (< 55)
Riothermie
106
Lage temperatuur (< 55)
Restwarmte glastuinbouwgebied
39
Lage temperatuur (< 55)
Warmte door koeling
77
Lage temperatuur (< 55)
Totaal bronnen lage temperatuur
1.319
Lage temperatuur (< 55)
Zonnewarmte
10 per hectare
Midden/hoge temperatuur (> 55)
Bovenregionale warmte-infrastructuur
onzeker29
Hoge temperatuur (> 70)
Totale warmtevraag gemeente (2050)
1.750
Waaronder warmtevraag woningen 411 (2050) Tabel 4.6 Overzicht warmtebronnen Waddinxveen (biomassa en biogas zijn niet meegeteld).
28
Bron: ECW Factsheet Geothermie. In de notitie ‘Voorkeurstracé koppeling warmtenet B3H-hub-ZPP’ wordt een uitgegaan van een toekomstige warmtevraag van 62 MW (voor het Zuidplaspolder gebied). Uitgaand van een warmtevraag van 5 kW per woning zou dat voldoende zijn voor 12.500 woningequivalenten). Bron: Sweco. 29
39 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Inzet waterstof, groen gas en biomassa Over de inzet van waterstof en groen gas is veel te doen. Het lijken eenvoudige oplossingen, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de leidingen nodig zijn. Helaas zijn er nadelen en beperkingen aan het gebruik (opwekking of gebruik) ervan. Productie Er is veel elektriciteit nodig om waterstof te produceren. Deze elektriciteit wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas gemaakt. Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. Ook groen gas en biomassa zijn niet ruim aanwezig. Andere toepassingen Waterstof, groen gas en biomassa zijn geschikt om hoge temperaturen te leveren. Het is dan ook het meest logisch om ze in te zetten waar ook echt een hoge temperatuur nodig is. Voor verschillende sectoren is dit heel belangrijk, bijvoorbeeld proceswarmte voor de industrie en het verduurzamen van de luchtvaart. Ook kan waterstof een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer hier meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Woningen liggen minder voor de hand om met zulke schaarse hoge temperatuurwarmte te verwarmen, omdat dit ook op andere manieren kan. Ontwikkeling We houden de ontwikkelingen rondom de beschikbaarheid van waterstof voor de gebouwde omgeving in de gaten.
Het is mogelijk dat hier op lange termijn (in elk geval na 2030) meer mogelijkheden voor zijn.
Bron: De waterstofladder van Natuur & Milieu.
40 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
5 Kansrijke warmtevoorziening in 2050 In dit hoofdstuk komt alle eerdere informatie samen. De warmtevraag wordt verbonden aan de beschikbare warmtebronnen en de warmtevraag. Kortom: welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek in Waddinxveen? Dit hoofdstuk geeft een visie op de warmtevoorziening in 2050, een totaalbeeld van de gemeente. Dit beeld ligt nog niet vast, maar geeft de zekerheid dat de keuze voor de startbuurt past binnen het totaalbeeld voor Waddinxveen. Zeldzame warmtebronnen moeten daar worden ingezet, waar ze het hardste nodig zijn. De komende jaren werken we verschillende scenario’s voor de startbuurt uit en vergelijken we die met elkaar. Het totaalbeeld vernieuwen we (net als de TVW) elke 5 jaar. Zo leren we van onze ervaringen. Op die manier worden nieuwe inzichten verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van het onderzoek naar aardwarmte of de ontwikkelingen rondom waterstof.
5.1 Kansrijke warmtevoorziening Individuele oplossingen Als woningen redelijk geïsoleerd zijn of kunnen worden (de groene en oranje gebieden in figuur 4.6), zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn een mogelijkheid, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor meerdere woningen. Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid (waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan) is de keuze voor individuele oplossingen logisch.
Kansrijk voor warmtenet In deze gebieden is een warmtenet een kansrijke optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Er is bijvoorbeeld een hoge warmtevraagdichtheid (figuur 4.7) en er is een warmtebron in de buurt. In Waddinxveen is een belangrijk deel van het dorp kansrijk voor de inzet van een warmtenet. De keuze voor een warmtenet in een buurt betekent niet dat alle woningen daar verplicht op aan moeten sluiten.
Individueel of met warmtenet In deze gebieden is het nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. In deze gebieden moeten we meer detailonderzoek doen naar de besparingsmogelijkheden en isolatiekosten, de beschikbaarheid van warmtebronnen in de buurt én de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen.
Individueel of groen gas In een aantal buurten staan veel oude woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben. Dat maakt de toepassing van warmtepompen lastig, voor vrijstaande woningen is dit kostbaar. Aan de andere kant is de energierekening nu vaak hoog, zodat maatregelen zich ook terugverdienen. In deze buurten doen we verder onderzoek. We bekijken of vergaande isolatie of de toepassing van groen gas (waterstof of biogas) kansrijk is.
Groen gas of warmtenet In Waddinxveen is er één specifieke buurt, namelijk Bomenwijk, waar zowel groen gas als een warmtenet een kansrijke oplossing is.
41 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 5.1 Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050). In het figuur zijn ook de locatie gebonden warmtebronnen weergegeven. Naast deze warmtebronnen kunnen zonthermie, WKO en groen gas oplossingen op verschillende plekken worden geïntroduceerd.
42 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Overzicht kansrijke oplossingsrichting voor bestaande woningen Oplossingsrichting warmtevoorziening
Aantal woningequivalenten
Warmtevraag woningen 2050 (TJ)
Warmtenet
4.494
121
Individuele oplossingen
4.035
109
Warmtenet of Individuele oplossingen
2.955
80
Warmtenet of Groen gas
446
12
Groen gas of Individuele oplossingen
781
21
Totaal
12.711
343
Tabel 5.1 Overzicht kansrijke oplossingsrichting Waddinxveen voor de bestaande woningen. Bedrijven en kantoren in gemengde buurten Bedrijven en kantoren die gevestigd zijn in buurten met een combinatie van woningen, winkels en kantoren, krijgen dezelfde oplossing als de rest van de buurt. Als we de aardgasleidingen namelijk verwijderen, heeft dat gevolgen voor alle gebouwen in die buurt. Warmtevoorziening van de bedrijventerreinen In de industriële sector gebruikt men niet alleen aardgas om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd heeft niet elk gebouw verwarming nodig. Zo vragen opslagloodsen meestal minder warmte. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin de specifieke behoeften van het bedrijf worden onderzocht. Er is een aantal belangrijke overwegingen: Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen. Bijvoorbeeld bij grotere bedrijfsgebouwen met een hoge warmtevraag. Dat warmtenet kan worden doorgetrokken naar omliggende woningen.
Andersom kan een warmtenet vanuit een woonbuurt worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein; Een andere optie is om voor ieder bedrijf een individuele of kleine collectieve warmtevoorziening te kiezen, die het best past bij de eigenschappen van het bedrijfsgebouw, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie; Op terreinniveau kan eventueel warmte en koude worden uitgewisseld. Warmtevoorziening van de kantoorgebieden Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan je per gebouw, of voor een cluster gebouwen aanleggen. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de koude- en warmtebronnen, om interferentie te voorkomen.
43 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
5.2 Gebiedsanalyse van de woonbuurten De geanalyseerde gebieden zijn samenhangende woonbuurten ingedeeld in ‘warmteclusters’ met dezelfde kernmerken (typologie, warmteprofiel en warmtevoorzieningen). Gebiedsanalyse woonbuurten Gebied
Groenswaard 3, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt
Oranjewijk Noord en Oranjewijk Zuid
Typische woningtypologie30
Oplossingsrichting De hoogbouw maakt grote delen van deze buurten kansrijk voor een collectieve oplossing. Warmtebronnen die dichtbij zijn: ondiepe geothermie, restwarmte uit de waterzuiveringsinstallatie (RWZI) en grootschalige zonthermie. De businesscase en capaciteit van deze bronnen moeten we verder onderzoeken. Uit een eerste verkenning blijkt dat ongeveer 3.000 woningen kansrijk zijn voor een warmtenet in Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt31. Dit is in verhouding een dichtbebouwd gebied met in verhouding oude gebouwen (jaren ‘50 – ‘60). Dit gebied is voor een deel kansrijk voor een warmtenet (als uitbreiding van een eventuele warmtenet in Peter Zuidlaan en Horstenbuurt en Vondelwijk) en voor een deel geschikt voor individuele oplossingen. De Gouwe (aquathermie) is een kansrijke en toereikende warmtebron in dit gebied. Welke warmteoplossing dan ook, hier is een grote isolatieopgave aan de orde. Deze buurten zijn deels kansrijk voor een warmtenet (rijtjeswoningen gebouwd rond 1970), indien meegenomen in een warmtenet samen met Groenswaard 3 en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt.
Groenswaard 1 en 2
Aan de westelijke rand en in het noordelijk deel van Groenswaard, waar er een lagere warmtevraagdichtheid is en oudere gebouwen liggen, denken we aan individuele oplossingen of groen gas.
30
De gebruikte afbeeldingen in de ‘gebiedsanalyse van de woonbuurten’ zijn zelf gemaakte foto’s van de WarmteTransitieMakers. Deze zijn aangevuld met beelden van Google Street View (voor het Centrum, Bomenwijk en de bedrijventerreinen). 31 De volledige verkenningsstudie is op te vragen via duurzaamheid@waddinxveen.nl.
44 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Gebiedsanalyse woonbuurten Het centrum van Waddinxveen bestaat uit een combinatie van oude en nieuwe gebouwen. De oplossingsrichting is daarom nog onzeker. Centrum29
Een groot deel is geschikt voor groen gas. All-electric is een betere oplossing voor pas gebouwde gebouwen. De oplossing is voor een deel afhankelijk van de toekomstige ontwikkelingen in omliggende buurten.
Oostpolderwijk, Gouwe Plein, Coenecoop 3
Bomenwijk29
In Oostpolderwijk is de meest voor de hand liggende warmtebron De Gouwe (in het oosten). De opbrengst van deze bron is theoretisch voldoende om via een warmtenet alle buurten te voorzien van warmte. Qua schaal en dichtheid is deze buurt geschikt voor aquathermie. Door gebruik van een WKO-oplossing kan ook de warmte uit de airconditioning in het naastliggende winkelcentrum, het schoolcomplex (in ontwikkeling) en het bedrijventerrein worden ingezet. Als we gebruik willen maken van aquathermie zijn er twee technische oplossingen: Een lage temperatuur warmtenet (de oudere gebouwen van de buurt moeten dan goed na worden geïsoleerd); Een zeer lage temperatuur warmtenet aangevuld met individuele warmtepompen. De Bomenwijk is in verhouding dichtbebouwd gebied waar vooral oudere woningen staan. Er is in de buurt een aantal oude gebouwen (jaren ‘40) die in verhouding moeilijk te isoleren zijn naar midden temperatuur niveau. Daarom kijken we of groen gas hier een goede oplossing is. Een warmtenet kan ook een oplossing zijn, als uitbreiding van een net in een Groenswaard en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt.
45 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Gebiedsanalyse woonbuurten
Zuidplas
Park Triangel
Het grootste gedeelte van Zuidplas 80 en Zuidplas 90 is geschikt voor een individuele oplossing met warmtepompen. Het kostenverschil met een warmtenet optie is echter laag32. De ontwikkelingen rondom bovenregionale warmtebronnen zoals de RoCa-leiding of het WTS Z-H kunnen een warmtenet oplossing voor deze buurt financieel aantrekkelijk maken. In Park Triangel zijn de meest recente woningen al aardgasvrij gebouwd. Maar een duurzaam warmte alternatief voor de overige gebouwen, (al geschikt of makkelijk geschikt te maken voor lage temperatuur oplossingen) blijft nodig. Organisatorisch en financieel gezien heeft een individuele- of klein collectieve oplossing de voorkeur.
In de Zeeheldenbuurt staan veel oude woningen, die moeilijk(er) te isoleren zijn en met een lage warmtevraagdichtheid.
Zeeheldenbuurt
Als groen gas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving in Waddinxveen zouden deze woningen hiervoor zeer geschikt zijn.
Het buitengebied van Waddinxveen bestaat uit relatief afgelegen gebouwen van allerlei leeftijden. Buitengebied (West, Oost, Zuid, ’t Weegje)
32
Dit gebied zal vooral individuele oplossingen gebruiken als duurzaam alternatief voor aardgas. Bij voorkeur elektrische oplossingen, of individuele houtkachels in uitzonderlijke gevallen.
De volledige verkenningsstudie is op te vragen via duurzaamheid@waddinxveen.nl.
46 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
5.3 Gebiedsanalyse van de bedrijventerreinen Gebiedsanalyse van de bedrijventerreinen Gebied
Oplossingsrichting
Bebouwing
De warmtevraag van de gemeente Waddinxveen komt voor het grootste deel van de glastuinbouw en van de nog te bouwen kassen in Glasparel+. De glastuinbouw heeft hoge temperatuur oplossingen nodig, die niet aanwezig zijn in Waddinxveen. Het Integraal Warmtetransportsysteem van de provincie Zuid-Holland, de RoCa-leiding of waterstof geven op termijn mogelijke alternatieven voor de glastuinbouw.
Glasparel+29
Het bedrijventerrein Distripark Doelwijk lijkt geschikt te zijn voor individuele oplossing of een warmte-koude uitwisseling door een hoge koudevraag in de grote distributiecentra van dit gebied. De koppeling met een bovenregionale warmtebron is ook een optie.
Distripark Doelwijk29
Zonnewarmte (op dak of op veld) is ook een mogelijke warmtebron. Het relatief recent gebouwde kantoorgebied binnen Coenecoop III kan samen met de buurt Oostpolderwijk werken aan een collectieve oplossing (warmte en koude distributiesysteem). Mercuriusweg Noord & Coenecoop III29
Of bedrijventerrein Mercuriusweg Noord mee kan worden genomen is nog de vraag. Aangezien de nabijheid met Coenecoop en Oostpolderwijk is dit zeker een goede optie.
47 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Gebiedsanalyse van de bedrijventerreinen
Noordkade29
Dit bedrijventerrein ondergaat een transformatie op middellange termijn, waardoor de toekomstige warmtevraag en dus de toekomstige oplossingsrichting niet te voorspellen is.
Overige terreinen: Mercuriusweg; Zuid; Coenecoop I en II; Langs de A12.
Voor de overige bedrijventerreinen in Waddinxveen is een individuele oplossing de standaard. Langs de A12 kan je denken aan zonthermie (veldopstelling) of bij de bedrijven op de daken in combinatie met WKOoplossingen.
5.4 Vergelijking met andere analyses Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de warmtetransitie is het zoeken naar betaalbare plannen en dus de optie met de laagste nationale kosten en laagste kosten voor de eigenarenbewoners. In de Leidraad Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wordt de oplossing berekend met de laagste “nationale kosten”: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt 33. In bijlage G is een vergelijking gemaakt tussen de ‘Visie Warmtevoorziening’ (zoals weergeven in deze TVW), de Startanalyse aardgasvrije buurten van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Openingsbod van Stedin en de warmte-analyse van CE Delft. De belangrijkste inzichten uit de vergelijking: Voor veel buurten in Waddinxveen (met de huidige beschikbare informatie) komt (nog) geen duidelijke voorkeur voor individuele of collectieve systemen naar voren; De beschikbaarheid van warmtebronnen speelt een belangrijke rol voor de toekomstige warmtevoorziening en daarmee ook de ontwikkelingen in het realiseren van warmtebronnen zowel binnen de gemeente als in de regio; De nuances binnen CBS-buurten zijn belangrijk om de toekomstige warmtevoorziening in Waddinxveen op een zinvolle manier te kunnen schetsen.
Er is ook een aparte verkenningsstudie gedaan voor twee buurten: Groenswaard, Vondelwijk, Peter Zuidlaan en Horstenbuurt en Zuidplas. In deze verkenningsstudie zijn naast de totale nationale kosten ook de kosten voor eigenaren en inwoners berekend34.
33
Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. 34 De volledige verkenningsstudie is op te vragen via: duurzaamheid@waddinxveen.nl.
48 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
6 Wanneer worden de buurten aardgasvrij? In dit hoofdstuk beschrijven we in welke buurten we op korte termijn starten met het maken van buurtuitvoeringsplannen (BUP). Ook geven we een indicatie van de buurten die pas later, op middellange of lange termijn, aan de beurt zijn. Zo kunnen inwoners, bedrijven, gebouweigenaren en de netbeheerder in de verschillende buurten hun investeringen afstemmen op het tijdspad. De planning in dit hoofdstuk is een algemene planning. Hiermee blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, ontwikkelingen, inwonersinitiatieven of initiatieven van bedrijven.
6.1 Keuzeproces De fasering en de keuze van de startbuurt is het resultaat van een proces met veel aandacht (figuur 6.1). De eerste stap is een multicriteria-analyse (bijlage H). Deze analyse bestaat uit alle relevante selectiecriteria om in een buurt aan de slag te gaan. Zowel de keuze voor de criteria als de uitkomsten van de analyse zijn met de betrokken partijen besproken (hoofdstuk 3). De geanalyseerde gebieden uit de multicriteria-analyse zijn buurten verdeeld in ‘warmteclusters’ met dezelfde kernmerken (typologie, warmteprofiel en warmtevoorzieningen).
Figuur 6.1 De keuze voor een startbuurt begint bij het bepalen van kansrijke buurten en loopt door met een aanvullende analyse in de twee verkenningsbuurten. Op basis van de multicriteria-analyse, de gesprekken met de stakeholders van de Transitietafel, de uitkomst(en) van de vragenlijst voor alle Waddinxveners en de gesprekken met de wijkregisseurs en inwoners is ervoor gekozen om een verdiepingsslag te maken voor Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt én Zuidplas ’80. Deze twee gebieden hebben namelijk de meeste koppelkansen en/of natuurlijke momenten. De verdiepingsslag bestaat uit drie delen: Een verkenningsstudie. De doorberekening van de kosten en CO2-besparing van verschillende technische alternatieven35;
35
De volledige verkenningsstudie is op te vragen via duurzaamheid@waddinxveen.nl.
49 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Een uitgebreid participatieproces. Er zijn twee buurtdiscussietafels met sleutelfiguren en een buurtbrede informatieavond georganiseerd; Een nauwkeurigere analyse van de natuurlijke momenten (ontwikkeling rond warmtebronnen, renovatieplannen van de woningcorporatie, werkzaamheden openbare ruimte, etc.).
Op basis van deze aanvullende informatie is Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt als startbuurt naar voren gekomen. Waarom we voor deze buurt kiezen, staat verder uitgelegd in paragraaf 6.3.
6.2 Fasering Naast de keuze voor een startbuurt, waar we op korte termijn starten, is ook een fasering voor de hele gemeente uitgewerkt (figuur 6.2). In paragraaf 6.3 tot en met 6.6 staat een specifieke uitleg over de fasering van verschillende buurten in Waddinxveen. De fasering in de bedrijventerreinen is apart uitgelegd in paragraaf 6.7.
Figuur 6.2 Fasering voor het aardgasvrij maken van de buurten in Waddinxveen.
50 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Korte termijn (2022-2035) Voor deze buurten lijkt het mogelijk om op korte termijn de overstap naar aardgasvrij te maken. In de startbuurt starten we in de komende twee jaar met het opstellen van het eerste buurtuitvoeringsplan (paragraaf 6.3).
Natuurlijk tempo (2022-2050) Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. Er is sprake van een gemeentebrede aanpak (hoofdstuk 7). In principe gaat in deze buurten niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw individueel op een logisch moment de overstap maken (paragraaf 6.4).
Middellange termijn (2025-2040) In deze buurten bestaan kansen of ontwikkelingen voor de middellange termijn, waar de gemeente op tijd op wil inspelen. Het kan bijvoorbeeld gaan om onderhoud aan aardgasleidingen, renovaties door de woningbouwcorporatie (Woonpartners Midden-Holland), andere buurtontwikkelingen of kansen voor de aanleg van een warmtenet. De uitvoeringsperiode voor deze buurten stemmen we af op deze kansen en ontwikkelingen (paragraaf 6.5).
Lange termijn (2035-2050) Deze buurten zijn lastiger om aardgasvrij te maken op de korte termijn. Dit kan het geval zijn wanneer er (zeer) veel oude gebouwen in deze buurten staan. In deze buurten sorteren we in de komende jaren wel voor op een aardgasvrije warmtevoorziening (paragraaf 6.6).
Middellange termijn of natuurlijk tempo In de gearceerde gebieden hangt het tempo samen met de kans om aan te sluiten op een warmtenet. Als een collectieve oplossing (warmtenet) de meest aantrekkelijke oplossing blijkt, dan gaan de buurten op middellange termijn van het aardgas af. Als de gebouwen in deze buurten individuele oplossingen krijgen, houden we een natuurlijk tempo aan.
Flexibel omgaan met fasering Deze fasering is gemaakt met de huidige kennis. We willen flexibel omgaan met deze fasering door op nieuwe koppelkansen in te spelen, of door nieuwe natuurlijke momenten te verzilveren. Daarom zijn ook de tijdspanne van de verschillende termijnen breed gekozen: 15 jaar. De verwachting is dat het hele traject voor elke buurt minimaal 10 jaar duurt (waaronder 2 jaar onderzoek en participatieproces en 8 jaar uitvoering), en minimaal 13 jaar voor de startbuurt. In de startbuurt beginnen we met verdere discussies en haalbaarheidsstudies in 2022. Een duidelijk voorbeeld van een mogelijke toekomstige ontwikkeling is het bovenregionale warmtetransportsysteem: als de prijs, leveringszekerheid en duurzaamheid goed zijn, kan dat invloed hebben op de planning van de kansrijke buurten voor een warmtenet in Waddinxveen.
51 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
6.3
Buurten op korte termijn (2022 – 2035)
Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt (verder afgekort GVPH) en Zuidplas 80 zijn aangewezen als korte termijn buurten. Er is verder gekozen om in GVPH als eerste te starten (de startbuurt). Het bedrijventerrein Distripark Doelwijk en het glastuinbouwgebied zijn ook op korte termijn aangewezen (paragraaf 6.7). Voor deze buurten wordt gestart met het opstellen van een buurtuitvoeringsplan: hierin staat onder andere beschreven welke warmtevoorzieningen het beste bij dit buurtcluster passen. Daarnaast worden de haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse oplossingen meer in detail doorgerekend. 6.3.1 Verkenningsstudies GVPH en Zuidplas 80 We hebben voor de twee verkenningsbuurten een eerste inschatting van de kosten 36 en de CO2-besparing voor verschillende technische configuraties gemaakt. We hebben als gemeente deze extra stap gezet om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijkheden. In het kort worden individuele oplossingen (lucht-water warmtepomp) vergeleken met warmtenet oplossing (aangesloten op verschillende warmtebronnen). De belangrijkste conclusies zijn hier gepresenteerd. DISCLAIMER Deze analyse is geen haalbaarheidsstudie, maar een scenario dat richting geeft aan de geschikte aardgasvrije oplossing. Voor een groot aantal factoren zijn in de analyse algemene kengetallen gehanteerd.
Het resultaat hiervan heeft een onzekerheidsmarge van +/- 40% op de berekende kosten. Deze studie is dus niet bedoeld om een precies kostenplaatje te geven, maar om een oplossingsrichting te schetsen. In figuur 6.3 is het studiegebied voor GVPH uitgelicht. Dit gebied komt niet precies overeen met de CBS-buurtindeling. Maar vormt een logisch warmtecluster met ongeveer dezelfde bouwtypologie en warmtevraagdichtheid.
Figuur 6.3 Buurt GVPH - Afbakening verkenningsstudie37.
36
De verkenningsstudie berekent voor verschillende technische scenario’s (warmtenet in het hele gebied, individuele oplossingen in het hele gebied en intermediaire configuraties) de gemiddelde jaarlijkse kosten voor de eigenaren en inwoners over de 30 komende jaren. Het wordt hier als Total Cost of Ownership (TCO) uitgedrukt. De volgende kosten zijn meegenomen: Infrastructuur (warmtenet en verzwaring elektranet); warmtebronnen; bouwkundige kosten (o.a. isolatiekosten); installatiekosten; onderhoudskosten; energierekening; subsidies. 37 De afbakening wijkt af van de uitnodigingen voor de informatieavond voor de verkenningsbuurten in januari 2021. De afwijking komt voort uit de aanvullende technische analyse en het nauwkeurig afbakenen van een logisch gebied voor een warmtealternatief.
52 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
De verkenningsstudie levert de volgende conclusies op: Een warmtenet in de hele buurt is de goedkoopste oplossing (voor gebouweigenaren, inwoners en rekening houdend met de totale nationale kosten); De lokale warmtebronnen (RWZI en de Gouwe) en de bovenregionale warmtebronnen (RoCa-leiding en WTS Z-H) zijn vooral interessant om verder te onderzoeken; Een all-electric oplossing is het meest duurzaam (90% CO2-besparing ten opzichte van 70% voor een warmtenet38); Het kostenverschil tussen de goedkoopste collectieve oplossing en de individuele lucht-water warmtepomp oplossing is relatief laag (minder dan 100 euro per jaar). Dat betekent dat beide opties openblijven en dat de haalbaarheidsstudie voor deze buurt en andere overwegingen de doorslag gaan geven voor de definitieve oplossing. In figuur 6.4 is het studiegebied voor Zuidplas 80 uitgelicht. Dit gebied komt niet precies overeen met de CBS-buurtindeling. Maar vormt een logisch warmtecluster met ongeveer dezelfde bouwtypologie en warmtevraagdichtheid.
Figuur 6.4 Buurt Zuidplas – Afbakening verkenningsstudie39. De verkenningsstudie levert de volgende conclusies op: Een all-electric individuele oplossing met een warmtepomp is de goedkoopste oplossing voor Zuidplas 80 en Zuidplas 90; Een all-electric oplossing is het meest duurzaam (90% CO2-besparing ten opzichte van 70% voor een warmtenet); Het kostenverschil tussen de goedkoopste collectieve oplossing en de individuele lucht-water warmtepomp oplossing is relatief laag (minder dan 100 euro per jaar). Dat betekent dat beide opties openblijven en dat de haalbaarheidsstudie voor deze buurt en andere overwegingen de doorslag gaan geven voor de definitieve oplossing. 6.3.2 Waarom in GVPH starten? In deze buurt is een aantal koppelkansen: Door de hoge warmtevraagdichtheid en de verschillende alternatieve warmtebronnen is een warmtenet een logische optie om in dit gebied tempo te maken en betaalbaarheid te waarborgen; Bijna alle gebouwen in dit warmtecluster zijn in dezelfde periode gebouwd en vragen daarom een vergelijkbare aanpak voor een nieuwe warmtevoorziening;
38
Dit alleen bij voldoende groene elektriciteit (op basis van doel van het nationale klimaatakkoord: 70% elektra op een duurzame manier opgewekt in 2030). 39 De afbakening wijkt af van de uitnodigingen voor de informatieavond voor de verkenningsbuurten in januari 2021. De afwijking komt voort uit de aanvullende technische analyse en het nauwkeurig afbakenen van een logisch gebied voor een warmtealternatief.
53 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
In het warmtecluster is veel hoogbouw en bezit van Woonpartners Midden-Holland (waaronder ‘De Wingerd’: het grootste woningcomplex van Waddinxveen); De woningcorporatie (Woonpartners Midden-Holland) heeft een aantal renovatieprojecten in dit warmtecluster gepland tot en met 2030. Dit sluit goed aan op de planning om deze buurt op korte termijn te laten overstappen; In GVPH lijkt een warmtenet een logische oplossing te zijn. Daarnaast maakt de gemeente hier kans om op korte termijn aan te sluiten aan bovenregionale warmtebronnen.
Daarnaast is de keuze gemaakt om eerst in GVPH te starten en daarna in Zuidplas 80. Er is namelijk door de gemeente Waddinxveen laatst nog geïnvesteerd in de openbare ruimte in Zuidplas 80. De afgelopen 5 jaar is de bestrating in de hele buurt vervangen. Vanuit het oogpunt van kapitaalvernietiging is het daarom beter om hier niet als eerste op uitvoering over te gaan. De start van de haalbaarheidsstudie en het opstellen van het buurtuitvoeringsplan voor Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt staat in 2022 gepland. 6.3.3 Waarom Zuidplas 80 op korte termijn? De volgende redenen maakt Zuidplas 80 geschikt om op korte termijn aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken de buurt: Er is een goede sociale verbinding en er is meer draagvlak voor een aardgasvrij Waddinxveen dan gemiddeld in de gemeente40; Er zijn verschillende warmteoplossingen aanwezig, namelijk individuele (of klein collectieve) warmtepompen, een oppervlaktewatergemaal, zonthermie, ondiepe geothermie, restwarmte van de kassen en op bovenregionaal niveau de RoCa-leiding en het WTS Zuid-Holland; Naast Zuidplas 80 ligt Sportpark De Sniep. Het zwembad heeft een grote warmtevraag en is daarom interessant om mee te nemen bij de afweging voor collectieve warmtevoorzieningen. Daarnaast wordt er een visie over het zwembad na 2030 opgesteld.
De vraag moet beantwoord worden of er een nieuw zwembad moet komen. Verder moet er over 10 jaar een nieuwe brandweerkazerne komen; Naast het zwembad zit momenteel een nieuwe hybride sporthal in de ontwerpfase. Er wordt onderzocht of het bestaande gebouw van VV ASW (voetbalvereniging) aardgasvrij gemaakt kan worden. Daarnaast is er de komende jaren een aantal natuurlijke momenten in de buurt: De uitbreiding van het aangrenzende glastuinbouwgebied, wat kansen biedt voor een slimme koppeling; De aanleg van Randweg Waddinxveen ten zuidwesten van de buurt opent de mogelijkheid voor zonthermie op grond; Nieuwbouwprojecten in de directe omgeving die de komende acht jaar gepland staan.
6.4
Buurten met natuurlijk tempo (2022-2050)
In een deel van de buurten van Waddinxveen zijn individuele oplossingen het meest kansrijk. Voor sommige wordt uitgegaan van een natuurlijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment (bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing). Inwoners, ondernemers en lokale partijen krijgen hiervoor de tijd, de einddatum voor het aardgas staat in deze buurten op 2050. Deze buurten zijn: Het buitengebied van Waddinxveen (West 1, West 2, Oost, ’t Weegje); Zuidplas 90; Delen van Zuidplas 80 en Groenswaard 3; Bedrijventerrein Milieupark A12 Noord (nog te ontwikkelen); Bedrijventerreinen Coenecoop I en II; Zuid.
40
Uit de vragenlijst voor alle Waddinxveners blijkt dat 39% van de inwoners van Zuidplas/Park Triangel dit belangrijk vindt en 38% is het daarmee niet eens – dit is relatief gezien de meest positieve houding in Waddinxveen.
54 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
6.4.1 Wat betekent dit? Hier liggen individuele oplossingen het meest voor de hand. Gebouweigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een hybride warmtepomp te installeren. Bij individuele oplossingen gaan niet alle inwoners op hetzelfde moment van het aardgas af. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt voor de verdeling van investeringen verdeeld over meerdere jaren. Voor afgelegen en moeilijk te isoleren gebouwen is een efficiënte pelletkachel een mogelijkheid. Hout branden heeft niet de voorkeur van de gemeente vanwege de luchtkwaliteit. Enkele pelletkachels in de buitengebieden is echter geen probleem, zolang dit alternatief niet de overhand neemt. 6.4.2 Waarom deze buurten met een natuurlijk tempo? Voor sommige buurten met individuele oplossingen kan voor een buurtaanpak worden gekozen: door een veel voorkomende bouwtypologie, een bedrijventerrein met een sterke specialisatie (zoals een glastuinbouwgebied), een nieuw natuurlijk moment of een sterke collectieve organisatie. In de buurten met een natuurlijk tempo heeft een gefaseerde buurtaanpak weinig toegevoegde waarde ten opzichte van een gemeentebrede aanpak.
6.5
Buurten op middellange termijn (2025-2040)
In deze buurten doen zich over enkele jaren koppelkansen en ontwikkelingen voor. Daarom is de verwachting dat er op de middellange termijn tempo kan worden gemaakt in deze buurten, door aan te sluiten op deze kansen. De buurten voor de middellange termijn zijn: Het cluster van buurten Oostpolderwijk, GouwePlein (Centrum), Coenecoop III en Mercurius weg; Park Triangel; Oranjewijk (Noord en Zuid). 6.5.1 Wat betekent dit? Vanaf 2025 maken we voor elke buurt een buurtuitvoeringsplan. We starten niet tegelijkertijd met alle buurten op middellang termijn. De komende jaren informeren wij inwoners over wat zij nu alvast kunnen doen om hun woning te verduurzamen, vooruitlopend op de overstap naar aardgasvrij (handelingsperspectief in bijlage I). 6.5.2 Waarom Park Triangel op middellange termijn? Park Triangel is een recent gebouwde buurt, waarvan een deel nog in ontwikkeling is. Een groot deel hiervan is (nog) aangesloten op het aardgasnet. Alleen de meest recent gebouwde gebouwen (vergunning verleend vanaf juli 2018) en de woningen die nog gebouwd moeten worden, zijn al aardgasvrij. Voor de woningen die voor 2018 gebouwd zijn (of de vergunning verleend), moet een plan komen. De woningen zijn in principe al geschikt voor een lage temperatuur warmteoplossing en kunnen hierdoor technisch gezien de overstap maken.
De eerste Cv-ketels die hier geplaatst zijn, zullen tussen 2025 en 2030 zijn afgeschreven. Dat is een goed en natuurlijk moment om over te stappen naar een aardgasvrije installatie, bijvoorbeeld een individuele warmtepomp. 6.5.3 Waarom Oostpolderwijk op middellange termijn? Oostpolderwijk is, tijdens het maken van de TVW, aangemerkt als kansrijke buurt. Deze buurt ligt naast de rivier de Gouwe, een kansrijke lokale warmtebron voor Waddinxveen. De provincie Zuid-Holland werkt aan de oeververvanging van de Gouwe. De nieuwe oevers (aan de westkant in Waddinxveen, Alphen aan den Rijn en Boskoop) zijn voorzien van een innovatieve oplossing om energie voor warmtepompen op te wekken. Oostpolderwijk is gevestigd naast het nieuwe winkelcentrum GouwePlein, het Coenecoop college (in ontwikkeling) en de bedrijventerreinen Coenecoop III en Mercuriusweg. De koppeling tussen het woongebied, kantoren, scholen, winkelcentrum en bedrijfsgebouwen is misschien kansrijk voor de aanleg van een warmte-koude-distributiesysteem, aangesloten op de Gouwe. Er zijn twee voordelen om aan de slag te gaan in deze buurt:
55 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Een natuurlijk moment voor investering in de woningen (jaren ‘80) in de komende 10 jaar; Een natuurlijk moment om eventuele werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte.
Om de volgende reden is er gekozen om hier niet op korte termijn te starten: Er zijn meer koppelkansen of natuurlijke momenten geïdentificeerd in de twee korte termijn buurten: GVPH en Zuidplas 80; In Oostpolderwijk lijkt het minste draagvlak te zijn voor de warmtetransitie (op basis van de vragenlijst voor alle Waddinxveners). Ook de sociale verbinding lijkt lager in vergelijking met bijvoorbeeld Zuidplas 80; De warmteoplossing lijkt complexer te zijn dan in bijvoorbeeld GVPH (verschillende typologie en bouwjaar, koppeling bedrijven – woningen). Opgedane ervaringen met een warmtenet en eventueel de Gouwe als warmtebron uit de startbuurt kunnen nuttig zijn om op middellange termijn toe te passen in deze buurt. 6.5.4 Waarom Oranjewijk op middellange termijn? De buurten Oranjewijk (Noord en Zuid) staan op de middellange termijn gepland. Oranjewijk is een oudere buurt, waardoor de isolatieopgave meer ingrijpend is. We denken dat de aanpak meer tijd gaat kosten dan voor de recentere gebouwen. Daarnaast is er in Oranjewijk in verhouding een hoge bebouwingsdichtheid. Dit maakt het kansrijk om hier een warmtenet te realiseren. De vraag is waar een warmtenet precies een goede optie is en of een uitbreiding vanuit het aangrenzende buurtcluster GVPH te realiseren valt.
In welke mate deze buurten op elkaar kunnen aansluiten in de aanpak en de warmtevoorziening moet blijken uit de haalbaarheidsstudie.
6.6
Buurten op lange termijn (2035-2050)
De buurten op de lange termijn zijn: De westelijke delen van Groenswaard 1 en 2; Bomenwijk; Het noordelijke deel van Centrum; Noordkade; De Zeeheldenbuurt. 6.6.1 Wat betekent dit? In deze buurten ligt een moeilijkere of meer onzekere opgave te wachten. Technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten kunnen we beter afwachten. Pas dan besluiten we welke warmtevoorziening het beste in deze buurten past. Tot die tijd is het belangrijk dat we de gebouwen zo goed mogelijk voorbereiden op aardgasvrij. Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze buurten verder weg, voor de lastig te isoleren gebouwen moeten alle verbouwingsmomenten worden aangegrepen. Een hybride warmtepomp kan een goede (tijdelijke) oplossing bieden voor de woningen in deze buurten. 6.6.2 Waarom deze buurten? Voor deze buurten geldt dat er in verhouding veel oude gebouwen staan en/of veel verschillende soorten woningen en utiliteit. Beide factoren maken het kiezen van een geschikte duurzame warmtevoorziening op korte of middellange termijn lastig. In de westelijke delen van Groenswaard 1 en Groenswaard 2 staan in verhouding veel oude woningen, waarvan veel vrijstaande of twee-onder-een-kap woningen. Door de lage bebouwingsdichtheid in deze gebieden is er een duidelijk verschil met de delen van deze buurten die wel als startbuurt zijn aangewezen.
In het aaneengesloten gebied, gevormd door de Bomenwijk, het Centrum, het zuidelijke deel van Noordkade en de Zeeheldenbuurt, staan ook veel oude gebouwen. Bovendien is er een verscheidenheid aan gebouwen met een utiliteitsfunctie. Dit maakt eenzelfde aanpak in dit gebied lastig. Tot slot verwachten we dat hier nog hogere temperaturen nodig zijn, waar in de huidige markt tot op heden minder efficiënte mogelijkheden voor zijn.
56 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Op lange termijn kan groen gas (biogas of eventueel waterstof) als vervanger van aardgas een oplossing bieden voor deze buurten. Door in deze buurten nog te wachten met de overstap naar een duurzaam alternatief voor aardgas is er ruimte om te leren van gemeentelijke ervaringen en landelijke innovaties. Pas als daar meer duidelijkheid over is, starten we met een verkenning voor deze buurten.
6.7
Bedrijventerreinen
Verspreid over de gemeente ligt een aantal bedrijventerreinen. Hiervoor starten we aparte trajecten. Bedrijven, winkels, kantoren en maatschappelijke vastgoed die verspreid over woonbuurten gevestigd zijn gaan mee in de transitie met de buurt waarin ze liggen. 6.7.1 Glastuinbouw- en bedrijventerrein waaronder Glasparel+ (korte termijn) Het glastuinbouwgebied heeft een midden/hoge temperatuur verwarming nodig. En heeft een zeer hoge energievraag voor verwarmen en verlichten. Door de uitbreiding van het glastuinbouwgebied, namelijk ‘Glasparel+’, neemt de warmtebehoefte de komende jaren verder toe41. Het terrein heeft een groot vermogen voor zelforganisatie door collectieve samenwerkingsverbanden, zoals Warmte Samenwerking Oostland (WSO) en Warmtecoöperatie Zuidplas. Daarnaast zit bij de ondernemers in de glastuinbouwsector veel kennis op het gebied van energie, warmte en CO2. Er zijn verschillende mogelijkheden voor de verduurzaming van de warmtevraag in het glastuinbouwgebied: Er komt in 2025 een verzwaring van het elektranet door de inrichting van een nieuw hoogspanningsstation op de grens tussen de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas.
Dat biedt kans voor extra elektrificatie op korte termijn; We verwachten dat de komende jaren meer duidelijkheid komt over de mogelijkheden en de voorwaarden voor de aansluiting op het Warmtetransportsysteem van de provincie Zuid-Holland en de RoCa-leiding; Waterstof kan eventueel op termijn een interessante mogelijkheid zijn voor grote warmtegebruikers (hoge temperatuur niveau) uit de industrie of de landbouwsector (pas na 2030). Het glastuinbouwgebied is nu al heel actief op regionaal niveau om zich aan te sluiten op bovenregionale warmtebronnen/infrastructuren. Door de hoge energie-/warmtevraag van dit cluster is dit een hele interessante afnemer voor de businesscase van deze complexe trajecten. De gemeente Waddinxveen wil gebruik maken van dit voordeel om grote verduurzamingsstappen op korte termijn te maken (voor 2030) en koppelkansen te bieden aan de omliggende woonbuurten (zie onderstaand kader). De gemeente heeft hierin vooral een faciliterende rol. De gemeente is betrokken bij de WSO. Het gaat om een samenwerkingsverband tussen vijf gemeenten (Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Zuidplas, Zoetermeer en Waddinxveen) en de glastuinbouwsector (Glastuinbouw Nederland) om een (boven)regionale warmtevoorziening te ontwikkelen, mogelijk als onderdeel van het Integraal Ontwerp Warmtetransport Systeem van de provincie Zuid-Holland.
41
De warmtebehoefte van het hele glastuinbouwgebied wordt geschat op 1.000 TJ in 2025.
57 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Kansen voor bovenregionale oplossingen op korte termijn De gemeente Waddinxveen bereidt deze mogelijkheid voor door nauw samen te werken met Gasunie en de Warmte Samenwerking Oostland (WSO) in het kader van de uitbreiding van de RoCa-leiding en het integraal ontwerp van het Warmtetransportsysteem Zuid-Holland. Mocht deze optie haalbaar en wenselijk zijn tegen 2025 dan kan dat impact hebben op de fasering. Een brede uitrol van het warmtenet zou dan een logischere werkwijze zijn. De buurten GVPH, Zuidplas 80, Oranjewijk, Bomenwijk en Oostpolderwijk zouden samen met het kasgebied en de Distripark Doelwijk tegelijkertijd kunnen overstappen naar dit warmtetransportsysteem rondom 2030. 6.7.2 Distripark Doelwijk (korte termijn) In Distripark Doelwijk zitten vooral grote bedrijven, die gespecialiseerd en/of gericht zijn op logistiek. Dit soort bedrijven hebben vaak een grote koudevraag. Op het bedrijventerrein zitten bijvoorbeeld bedrijven, zoals Nedcargo, Lidl, Doeleman en PostNL. Het park is goed georganiseerd met actieve ondernemers, een energiecommissie en de openbare ruimte is in eigen beheer. De bedrijven zijn al bezig met energieprojecten en een energieonderzoek om de energievoorziening te verduurzamen. Een subsidie daarvoor is aangevraagd bij de provincie Zuid-Holland. Verder is het park bezig met het op grote schaal aanleggen van zonnepanelen op daken.
De gemeente zal samen met Ondernemers Platform Waddinxveen (OPW) en Duurzaamheidsplatform Waddinxveen (DPW) het energieonderzoek van de bedrijfsvereniging van Distripark Doelwijk volgen. De specifieke sector en de goede lokale organisatie op dit terrein, wekt de verwachting dat concrete stappen op korte termijn mogelijk zijn. De eventuele uitbreiding van het warmtenettracé van de RoCa-leiding naar de Zuidplaspolder is ook een mogelijke warmteoptie richting 2025 – 2030. De gemeente wil naast een startbuurt op korte termijn aan de slag met het aardgasvrij maken van dit bedrijventerrein en wil actieve ondernemers verder begeleiden. 6.7.3 Coenecoop III en Mercuriusweg (middellange termijn) Deze bedrijventerreinen liggen naast het Coenecoop College (in ontwikkeling), het gebied Oostpolderwijk en het GouwePlein waar een lage temperatuur warmtenet aangevuld met WKO een mogelijk alternatief is. De verschillende patronen van warmte- en koudeverbruik vullen elkaar goed aan. Hierdoor is een gezamenlijk systeem interessant. Het is dus interessant om dit gebied in zijn geheel te bestuderen in een haalbaarheidsstudie. Coenecoop III is interessant, omdat er in verhouding veel kantoren staan. Dit maakt een gezamenlijke aanpak makkelijker. 6.7.4 Noordkade (lange termijn) De Noordkade gaat veranderen in de toekomst. Het is de bedoeling om van dit bedrijventerrein een woon- werkgebied te maken.
Hierdoor zijn de toekomstige warmtevraag en oplossingsrichting nog onzeker. Bij een ontwikkeling van dit gebied wordt een groot deel van dit gebied hoe dan ook aardgasvrij vanwege de verplichting hiervan bij nieuwbouw. Een gezamenlijke aanpak samen met Oranjewijk vanuit een integrale gebiedsvisie lijkt een goede mogelijkheid voor de middellange termijn. De uitbreiding van een potentieel warmtenet in Vondelwijk dat aansluit op de nabije warmtebron van de Gouwe is daarvoor een kansrijke mogelijkheid in een later stadium.
58 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
6.8
Inschatting van het tempo
Figuur 6.5 geeft een algemene inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas afgaat. Onderstaande planning42 gebruiken we als referentie om de voortgang (exclusief utiliteitsgebouwen) in de komende decennia in de gaten te houden. Door in de komende jaren het aantal woningen dat van het aardgas af is, af te zetten in de tijd, wordt duidelijk of Waddinxveen op schema ligt en aardgasvrij in 2050 haalbaar is. Deze planning is geen blauwdruk, maar een prognose gemaakt op basis van de kennis en de analyse die in deze TVW staan. Dit is indicatief en kan op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen worden aangepast. Het tempo wordt elke 5 jaar bijgewerkt, in de volgende versie van de TVW.
Figuur 6.5 Tempo van de transitie. Inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas gaat in de gemeente Waddinxveen. En het percentage aardgasgebruik ten opzichte van 2020 dat dan overblijft. Het percentage in de balken onderaan geeft aan welk deel van de woningen in Waddinxveen in deze categorie valt.
In de gefaseerde buurten gaan de woningen in 15 jaar geleidelijk van het gas af. De eerste 5 jaar behoren tot een voorbereidingsfase waarin amper tot geen woningen van het gas afgaan. In de volgende 10 jaar volgt de uitvoeringsfase waar de buurt stapsgewijs wordt aardgasvrij (ready) gemaakt; In de buurten met een natuurlijk tempo, is uitgegaan van een rustig tempo tussen 20222030 die geleidelijk wordt versneld tot en met 2050; Deze grafiek focust zich op de CO2 uitstoot een aardgasconsumptie van de woningen. De warmtevraag en het tempo voor het bedrijfsleven zijn moeilijker in te schatten.
In Waddinxveen is gekozen om de eerste jaren in een zorgvuldig tempo aan de slag gaan (hoofdstuk 3). Dat is ook de wens van de inwoners en de ondernemers zoals staat in de uitkomsten van de vragenlijst voor alle Waddinxveners (9% geeft aan voorop te willen lopen). Zo hebben we voordeel van de ervaringen in andere gemeenten in Nederland. Daarbij is het belangrijk de tijd te nemen, zodat we de plannen met inwoners en de ondernemers in de startbuurt goed afstemmen. Hoewel het tempo de eerste jaren laag ligt, is het wel belangrijk om nu al de aardgasvrije alternatieven te bekijken. Dan is uiterlijk in 2035 de eerste aardgasvrije buurt een feit. Volgens het nationale Klimaatakkoord streeft de gemeente Waddinxveen naar 19% van de woningen te hebben verduurzaamd in 2030. Die komen voor het grootste deel uit de buurten GVPH en Zuidplas 80.
42
Hierbij is (als eerste indicatie) het aantal woningen steeds gelijkmatig verdeeld over het tijdvak.
59 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Er wordt versneld in 2030, nadat eerst praktische ervaring uit de eerste uitvoeringsfases is opgedaan. Op die manier wordt voorkomen dat alles in de laatste 10 jaar nog moet gebeuren. Tussen 2030 en 2035 zitten tegelijk de buurten op korte termijn en de buurten op middellange termijn in de uitvoeringsfase. Er is wel ruimte voor innovatie in het transitiepad: 50% van de opgave is na 2035 gepland.
60 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
7 Uitvoeringsstrategie en vervolgstappen De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. In dit hoofdstuk staat de algemene uitvoeringsstrategie uitgelegd.
7.1
Een integrale aanpak: ‘Energieke buurten’
De uitvoering van de TVW pakken we zo integraal mogelijk aan. De warmtetransitie en het aardgasvrij maken staan niet centraal in de uitvoering. We doen dit samen met andere Waddinxveense onderwerpen, zoals: economie, klimaatadaptatie, circulaire economie, sociale opgaven en openbare ruimte. Gemeente Waddinxveen gebruikt daarvoor het idee ‘Energieke buurten’. ‘Energieke buurten’ geeft ruimte om de energietransitie integraal, inclusief en lerend uit te voeren. Zo wordt op meerdere vlakken waarde gecreëerd. De buurt maakt samen het verhaal en bepaalt wat ‘energiek’ is. Dit samen denken en samen doen wil de gemeente graag. We doen dit door initiatieven van inwoners te stimuleren en we pakken de kans om samen te leren43. Daarnaast liggen ook praktische voordelen in een deze aanpak: afstemming met het beheer van de buitenruimte zorgt er bijvoorbeeld voor dat we de kosten goed verdelen. Voor elk besluit en proces gaan we uit van de algemene uitgangspunten en het afwegingskader warmteopties (hoofdstuk 3).
Ook gebruikt de gemeente de volgende uitgangspunten voor de uitvoering: De gedetailleerde uitvoeringsplannen maken we pas in de buurtuitvoeringsplannen en we stemmen ze op tijd en precies af met inwoners en betrokkenen; Inwoners uit elke buurt krijgen uiterlijk 8 jaar44 van tevoren te weten op welk moment de aardgasaansluiting wordt afgekoppeld; De handelingsperspectieven en de begeleiding zijn specifiek voor elke doelgroep: VvE’s, bedrijven, eigenaar-bewoners, sociale huurders, huurders in de vrije sector; We moeten stapsgewijs investeren (in gebouwen en in infrastructuur) om kapitaalvernietiging te voorkomen en natuurlijke investeringsmomenten te benutten. De uitvoeringsstrategie bestaat uit verschillende stappen. Dit staat in figuur 7.1. De ‘energieke buurten’ aanpak in GVPH Er zijn verschillende kansen en aandachtspunten in GVPH gezien tijdens het proces van het opstellen van de TVW, namelijk: Vlakbij het wooncomplex de Wingerd ervaren inwoners afvalproblemen; Er liggen kansen om de sociale verbinding tussen de verschillende buurtdelen te versterken.
Bijvoorbeeld bij de rijtjeswoningen in Groenswaard, de sociale huurwoningen in het noorden of de VvE’s in Peter Zuidlaan en de Horstenbuurt; Huurders van oude woningen met slechte isolatie en of tochtige woningen krijgen een prettiger woonklimaat na de overstap naar duurzame warmte; Inwoners van GVPH hechten veel waarde aan het groen in hun omgeving. Juist een integrale aanpak van de buitenruimte zorgt voor nog meer vergroening; De huurprijs is een punt van zorgen die vaak is genoemd. Woonlastenneutraliteit moeten we houden voor de huurders.
43
Zie: de Leidraad Samenlevingsparticipatie van de gemeente Waddinxveen. Dit indicatieve termijn komt uit het Klimaatakkoord. Uiterlijk in 2022 wordt bepaald of 8 jaar inderdaad de beste termijn is. 44
61 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 7.1 Inhoud en structuur van de uitvoeringstrategie. Elk onderdeel wordt in Tabel 7.1 toegelicht. Inhoud uitvoeringsstrategie Programmaonderdeel
Toelichting
1. Gemeentebrede aanpak
De gemeente helpt inwoners en ondernemers die hun gebouw willen verduurzamen met een handelingsperspectief. Zo treffen we alvast de voorbereidingen voor een aardgasvrije warmtevoorziening (paragraaf 7.2). In elke buurt met een gefaseerde aanpak wordt in samenwerking met inwoners en lokale partijen een buurtuitvoeringsplan opgesteld (paragraaf 7.3). In de komende jaren stellen we uitvoeringsplannen op voor de bedrijventerreinen; De gemeente zet nu al zelf stappen om haar eigen gebouwen te verduurzamen (paragraaf 7.4). Op lokaal niveau doen we verder onderzoek naar de potentie en de technische haalbaarheid van de omgevingsbronnen; In de regio en de provincie Zuid-Holland lopen verschillende trajecten die invloed hebben op de korte termijn plannen van Waddinxveen (paragraaf 7.5). Op verschillende manieren houden we bedrijven, inwoners en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrije gemeente (paragraaf 7.6). Elke partij heeft een bepaalde rol in de warmtetransitie. Daarnaast moeten we de vorderingen in de gaten houden en de visie elke 5 jaar vernieuwen (paragraaf 7.7).
2. Gefaseerde aanpak per buurt 3. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed
4. Regie op collectieve bronnen
5. Communicatie en participatie
6. Governance
Tabel 7.1 Inhoud uitvoeringsstrategie.
62 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
7.2
Gemeentebrede aanpak
De gemeente helpt inwoners en ondernemers die hun woning of gebouw willen verduurzamen met een duidelijk handelingsperspectief. Ook als een buurt pas later van het aardgas afgaat, kunnen inwoners en ondernemers al stappen zetten om energie te besparen en de woning/gebouw voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. 7.2.1 Gemeentebrede programma’s Voor sommige buurten stellen we een buurtuitvoeringsplan op, voor sommige niet. Voor alle buurten in Waddinxveen maken we gemeentebrede programma’s om aan de slag te gaan, op natuurlijke momenten: Programma om isolatiemaatregelen aan te moedigen op natuurlijke momenten (zoals bij verhuizen en verbouwingen); Informatie voor inwoners van woningen uit de jaren ‘50 – ‘60 – ‘70, VvE’s en rijtjeshuizen; Het mogelijk maken van inwonersgroepen die concreet aan de slag willen. Bijvoorbeeld collectieve inkoop of ontwikkeling van kleinere collectieve oplossingen. 7.2.2 Handelingsperspectief voor gebouweigenaren Afhankelijk van de fasering en de verwachte warmteoplossing geeft de gemeente een handelingsperspectief per buurt. We helpen hiermee gebouweigenaren om slimme beslissingen op korte termijn te nemen. Het handelingsperspectief vernieuwen we elke 5 jaar45. In de buurtuitvoeringsplannen vertalen we het handelingsperspectief naar duidelijke maatregelen die passen bij de verschillende type woningen.
Voorbeeld: handelingsperspectief voor GVPH: Voor het grootste deel van GVPH geldt om op natuurlijke momenten te isoleren naar minimaal energielabel C/D (schilniveau46). De gebouweigenaren die liever voor een individuele oplossing kiezen, kunnen op natuurlijke momenten isoleren naar energielabel A/B (schilniveau34). Mocht de Cv-ketel moeten worden vervangen voor 2023, zonder dat het gebouw al van een aardgasvrije oplossing kan worden voorzien, kan eventueel een HR Cv-ketel of een hybride warmtepomp worden aangeschaft. Na 2023 is de aanbeveling om voor een leasecontract of huurcontract te kiezen, zodat op korte termijn kan worden opgezegd zonder kapitaalvernietiging.