CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

Besluitvormende raadsvergadering 12 oktober 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Omgevingsvisie Waddinxveen 205020.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 37 Winterdijkje, 18 mei 2020

69 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

70 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

• 5.6.2

Gebiedskoers/ kansen Klimaatadaptatie en biodiversiteit; Behoud en herstel natuur en landschap; Onderzoeken oplossing verkeersdrukte op de Brugweg en het sluipverkeer in Reeuwijk-Dorp en omgeving; • Wateren zijn particulier beheer (recreatiemogelijkheden); • De polder als stedelijk uitloopgebied meer recreatieve betekenis geven; • Goede weidevogelstand en waardevolle flora in stand houden; • Waterberging; • Reserve zoekgebied windmolens langs A12; • Nieuwe bomen aanplanten (noordzijde polder); • Uitbreiding wandel en fietspaden; • Integrale aanpak bodemdaling; • Kans: Duurzame/ natuur inclusieve / kringlooplandbouw (zoals een Herenboerderij) in combinatie met recreatie als oplossing voor bodemdaling; • Sanering van verspreid gelegen kassen en sierteelt buiten de daartoe aangewezen sierteeltgebieden; • Duurzaam beheer water en bodem; verbeteren waterkwaliteit en – afvoer door bijvoorbeeld een collectieve aanpak van het achterstallig baggerwerk. Met vrijgekomen bagger kunnen percelen worden opgehoogd om eventuele wateroverlast te verminderen; • Gemeentelijke wegen en fietspaden beheren op beheerniveau B.

De overige openbare ruimte op beheerniveau C (dat wil zeggen een laag niveau vanwege het vaak meer extensieve karakter in het buitengebied); • Beheren van cultureel, historisch waardevol veenweidelandschap; • Grondwater actief te beheren om verdere veenafbraak en daardoor uitstoot van broeikasgassen en bodemdaling te minimaliseren;

Pilot om de processen van veenafbraak en het beperken daarvan gedurende 5 jaar te volgen en te begrijpen.

• • •

Figuur 38 Afwegingskader met de belangrijkste ambities in het Veenweidegebied

71 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

5.7 Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en ’t Weegje (buitengebied) 5.7.1 Huidig karakter Deze drie groene gebieden van Waddinxveen bevinden zich niet allemaal bij elkaar in de buurt, maar delen wel de hoofdfuncties recreatie en natuur. Het Bentwoud bevat interessante cultuurhistorie, met restanten van de tankgracht van de tweede wereldoorlog. Het Gouwebos is extra aantrekkelijk voor kinderen, dankzij het Smulbos en door de twee natuurspeeltuinen die aanwezig zijn. 't Weegje is een half-besloten en waterrijk gebied met hoge ecologische waarden en horecagelegenheid het Praathuis bij de ingang. Gouwebos en ‘t Weegje worden beheerd door Groenalliantie en is ook in eigendom van Groenalliantie. Het Bentwoud is in eigendom van de Provincie Zuid-Holland. Staatsbosbeheer heeft het gebied in beheer.

Figuur 39 ’t Weegje

72 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

73 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

5.7.2

Gebiedskoers/ kansen Klimaatadaptatie; Natuurontwikkeling (verdere ontwikkeling bos in Bentwoud); Ecologische verbindingen naar gebieden in aangrenzende gemeenten; • Groen verbinden met woonwijken; • Meer ruimte bieden aan Natuur- en Milieueducatie (NME); • Uitbreiden en kwaliteitsverhoging recreatieve infrastructuur (paden, informatievoorziening, bankjes, etc.); • Gemeentelijke wegen en fietspaden beheren op beheerniveau B. De overige openbare ruimte op beheerniveau C (dat wil zeggen een laag niveau vanwege het vaak meer extensieve karakter in het buitengebied). • Aanleg nieuwe Goudse Westergouwe; • Vergroten van de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde waar nodig en effectief; • Herontwikkeling van het entreegebied van t Weegje (verbeteren centrale toegang; landschappelijke inrichting parkeerterrein en omgeving Praathuis en het realiseren van een speelvoorziening nabij het Praathuis); • Het verbeteren van enkele routes (kanoroute en wandelroute Wilhelminakades); • Herinrichting spoorzone (verbinding tussen ’t Weegje en de Oostpolder); • Vernieuwing informatievoorzieningen; • Realisatie doorfietsroute tussen Alphen aan den Rijn en Gouwe (langs het spoor/ Wilgenlaantje). • • •

Figuur 40 Afwegingskader met de belangrijkste ambities in de recreatiegebieden

74 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

75 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

6. Uitvoeringsparagraaf: werken met de omgevingsvisie 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken uit te voeren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere initiatiefnemers, beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. We beschrijven hier verder de diverse (kern)instrumenten die we aanvullend op de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.

6.2 Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is zoals gezegd ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk in hoofdlijnen zien hoe we in Waddinxveen initiatieven kunnen ondersteunen en er tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. De sturingsstijl van de gemeente bestaat uit de rol van de overheid (reguleren, samenwerken of ondersteunen) plus de mix van instrumenten die we kiezen. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, hoort te staan in de omgevingsvisie. Dit noemen we ook wel sturingsfilosofie.

Het gaat niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook de rolneming van de raad ten opzichte van het college. Het is denkbaar overwegend een bepaalde sturingsstijl aan te nemen, maar te allen tijde moet het hele palet aan stijlen gebruikt kunnen worden. Waddinxveen kijkt per vraagstuk wat de meest passende houding is.

6.3 De omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten 6.3.1 Instrumentenmix Met de komst van de Omgevingswet verandert de manier waarop we als gemeente omgaan met onze leefomgeving. Enerzijds is dit omdat de wet ons nieuwe instrumenten biedt die we kunnen inzetten. Anderzijds omdat we de komende tijd aan de slag moeten om alle ontwikkelingen die op ons afkomen en ambities die we hebben goed te stroomlijnen en uit te voeren. In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende instrumenten van de Omgevingswet inzetten in Waddinxveen.

6.3.2 Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. Dat betekent dat de omgevingsvisie een ‘dynamisch’ document is dat we in samenhang met de andere instrumenten en samen met betrokken blijven aanscherpen. De Omgevingswet bevat verschillende instrumenten, elk met hun eigen toepassing.

76 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

1. 2. 3. 4.

De omgevingsvisie De programma’s Het omgevingsplan De omgevingsvergunning 5. Het projectbesluit.

bindend. De gemeente hoeft niet al bij inwerkingtreding van de Omgevingswet te beschikken over een actueel omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Vooralsnog is 2029 het moment dat een gemeente volledig moet voldoen aan de wet. Tijdens die periode vormen de huidige bestemmingsplannen, andere ruimtelijke besluiten en een aantal verordeningen van rechtswege het omgevingsplan. De regels vanuit het Rijk krijgen hier ook tijdelijk een plek in, de zogenaamde ‘bruidsschat’. De omgevingsvisie biedt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Toch kan het omgevingsplan aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij de actualisering op onderdelen aan te passen, bijvoorbeeld omdat een ambitie voor de korte termijn te hoog blijkt te zijn en niet in regels te vatten is of andersom omdat de visie scherpere keuzes moet maken om regels te kunnen stellen.

Figuur 41 Grote en kleine beleidscyclus, bron: KuiperCompagnons

6.3.3 Doorwerking in het omgevingsplan Een belangrijke bepaling in de Omgevingswet is dat een gemeente één gebiedsdekkend omgevingsplan heeft. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor het hele gemeentelijk grondgebied. Het plan vervangt straks alle bestemmingsplannen en een groot deel van de verordeningen. Het omgevingsplan wordt, net als de omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad. Het omgevingsplan is voor iedereen

Wij kiezen ervoor om het omgevingsplan in stappen op te bouwen richting 2029. Dat doen we in een eerste omgevingsplan dat we ‘omgevingsplan 1.0’ noemen. Op basis van de ervaring uit het omgevingsplan 1.0 werken we toe naar een gemeentedekkend plan. In het omgevingsplan werken we onze ambities concreet uit in regels die bindend zijn voor iedereen. Hierbij kan gedacht worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bijvoorbeeld regels over bepaalde activiteiten. Ook wordt in het omgevingsplan vastgelegd voor welke activiteiten in de toekomst een vergunning moet worden aangevraagd. 6.3.4 Doorwerking in programma’s Gemeenten kunnen strategisch beleid uit de omgevingsvisie verder uitwerken of operationaliseren via programma’s. Binnen de Omgevingswet zijn er vier verschillende soorten programma’s, elk met eigen kenmerken. Het gaat hier om het vrijwillige programma, dat dient voor de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit soort programma’s kunnen gebiedsgericht en thematisch ingezet worden en gericht zijn op verschillende schaalniveaus. Hierin kunnen daadwerkelijke projecten worden opgenomen en kan worden aangegeven hoe bepaald gedrag kan worden gestimuleerd door subsidies 77

Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

en educatie (soms in aanvulling op en soms in plaats van verboden in regels). In tegenstelling tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan is het programma een bevoegdheid van het college, wat overigens niet betekent dat de gemeenteraad nooit betrokken wordt. Het programma is, net zoals de omgevingsvisie, zelfbindend voor het gemeentebestuur maar niet voor andere partijen en inwoners. Het programma geluid is het enige verplichte programma voor een aantal gemeenten (artikel 3.6. van de Omgevingswet). Waddinxveen behoort tot die gemeenten. Daarnaast wordt in navolging op de uitvoeringsparagraaf onderzocht of de gemeente nog andere programma’s gaat opstellen. Om te voorkomen dat er een oerwoud aan nieuw los beleid ontstaat, zijn we echter voorzichtig met het maken van programma’s. We willen op termijn zoveel mogelijk sectoraal beleid opnemen in de omgevingsvisie, zodat er uiteindelijk één omgevingsvisie, één omgevingsplan en een beperkt aantal programma’s resteert. Het is goed om zo vroeg mogelijk te bedenken welke programma’s logisch zijn. Bijvoorbeeld programma’s passend bij drie pijlers of deelgebieden in de omgevingsvisie. Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen.

Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet worden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect dat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.

6.4 Toezicht en handhaving De Omgevingswet is gebaseerd op vertrouwen. Niettemin is handhaving een onderdeel van het werken in de beleidscyclus, omdat illegale activiteiten moeten worden aangepakt. De omgevingsvisie is echter alleen bindend voor het bestuur. In het omgevingsplan zijn de regels opgenomen die wel bindend zijn voor burgers. Die regels bieden de basis voor handhaving als dat nodig is. Het is op visieniveau wel goed om na te denken over de gevolgen van de sturingsfilosofie (paragraaf 1.2.) en de inrichting van het omgevingsplan die daaruit volgt. Dit heeft namelijk gevolgen voor de inzet op handhaving. Zo betekent het werken met voorwaardelijke verplichtingen (het mag mits aan een aantal voorwaarden voldaan is), dat handhaving naar een later moment in het traject verschuift.

6.5 Lokale en regionale samenwerking Ontwikkelingen in Waddinxveen staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Per opgave/ thema bekijken we met welke partner(s) we het gaan oppakken.

6.6 Uitvoering De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten.

78 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

6.7 Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal 6.7.1 Kostenverhaal en verevening De gemeente Waddinxveen heeft in de omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven een groot deel hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. Daarnaast kunnen vrijwillige bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden afgesproken in een anterieure overeenkomst of (posterieur) via een fonds. In grote lijnen wordt deze systematiek voortgezet onder de Omgevingswet, maar er zijn ook wijzigingen. Wetgeving rondom kostenverhaal en verevening staat in de Aanvullingswet grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: 

Regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): o bij integrale ontwikkeling o bij organische ontwikkeling  Kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): o bij integrale ontwikkeling o bij organische ontwikkeling Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat-als publiekrechtelijk toegepast kan worden.

Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit de ontwerp-AMvB ‘Financiële bijdragen’ (8 januari 2021). De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is dus nog niet definitief. De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang van de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een programma. Bij de volgende categorieën kunnen financiële bijdragen worden gevraagd: a. wijziging inrichting landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden; b. aanleg of wijziging van Natura 2000-gebieden of gebieden die zijn aangewezen in een omgevingsplan met onder meer maatregelen ter vermindering van stikstofdepositie; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers-en vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur; e.

compensatieregeling bouw sociale huur-en koopwoningen indien in een ontwikkellocatie onvoldoende van deze woningen worden gerealiseerd; f. stedelijke herstructurering ter verbetering van woon-en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen met maatregelen in de fysieke leefomgeving. De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is nog niet definitief. De categorieën en voorwaarden kunnen dus nog 79

Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

aangepast worden. Daarom zullen we het beleid over de financiële bijdragen bij de eerstvolgende actualisatie van de omgevingsvisie nader uitwerken.

6.7.2 Voorkeursrecht Door voorkeursrecht te vestigen kunnen bestuursorganen in een vroeg stadium van planvorming voorkomen dat open beleidsontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat marktpartijen al in die fase grondposities innemen die de aanpak van maatschappelijke opgaven belemmeren. De omgevingsvisie, maar ook het omgevingsplan of een programma, kan dienen als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Voor de grondslagen is gekozen voor deze drie, omdat dit de kerninstrumenten zijn die het dichtst blijven bij de huidige beleidsdocumenten en normstellende documenten uit de Wet ruimtelijke ordening die de grondslagen vormen voor vestiging van een voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten. Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht. Als het voorkeursrecht (nog) niet in een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan staat en het bestuursorgaan stelt vóór afloop van de geldingsduur een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast, voorkomt dat het verval van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie jaar na het ingaan ervan. Met andere woorden, de gemeente kan op basis van een omgevingsvisie voorkeursrecht vestigen of vooruitlopend daarop (met een voorkeursrechtbeschikking).

In het laatstgenoemde geval moet de gemeente binnen drie jaar een omgevingsvisie vaststellen om het te bestendigen. De vraag of het zinvol is gebruik te maken van de vestiging van voorkeursrecht, hangt onder meer van de volgende zaken af: 

Is de grond niet al in eigendom van speculanten en/of ontwikkelaars?

 

Wil de gemeente een grondpositie (is actieve grondpolitiek mogelijk) of is het ook acceptabel als een andere eigenaar ontwikkelt? Is realisatie van woningbouw binnen afzienbare tijd het geval? Het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien draagt de gemeente anders lang de rentelasten.

6.7.3 Nadeelcompensatie De basis voor nadeelcompensatie wordt gevonden in het omgevingsplan. Wel kunnen ontwikkelingen voorzienbaar worden gemaakt in de omgevingsvisie. De wijze van vergoeding van planschade wordt onder de Omgevingswet omgezet in een systeem voor nadeelcompensatie. Hiervoor zullen we in Waddinxveen in het kader van de implementatie van de Omgevingswet een voorstel uitwerken op basis van de VNG Modelverordening nadeelcompensatie.

6.8 Monitoring, aanvulling en herziening 6.8.1 Levend document Wij beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Ook willen we daar waar gewenst een gebiedsvisie maken zodat deze vervolgens kan landen in de omgevingsvisie. Het afwegingskader wordt naar verwachting een belangrijk element bij de monitoring en evaluatie. Het gebruik maken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Een milieueffectrapportage (m.e.r.), bij de 2.0-versie van de omgevingsvisie, kan hier een bijdrage aan leveren. We zijn voornemens op de omgevingsvisie jaarlijks te controleren op uitvoerbaarheid en nieuwe ontwikkelingen en vierjaarlijks op lange termijnperspectieven. 80

Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

6.8.2 Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze omgevingsvisie 1.0 zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er op termijn geen andere thematische visies als losstaand beleid worden gemaakt. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continue aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaan we wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Maar dat wordt uiteindelijk niet opgenomen in losstaande beleidsstukken. De strategische uitspraken van zo een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en eventuele juridische consequenties in het omgevingsplan. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitvoering, een specifieke gebiedsuitwerking of aan ‘zachte’ maatregelen zoals het opzetten van subsidietrajecten en samenwerkingsverbanden. In deze 1.0 versie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In 2021 en 2022 worden verschillende thematische visies uitgewerkt en vastgesteld door de gemeenteraad.

We hebben er bewust voor gekozen om die trajecten in samenspraak met de omgevingsvisie op te stellen en de processen niet te vertragen door ze allemaal in een keer samen te voegen. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van strategisch ruimtelijk beleid. Door dan ook een MER uit te voeren én hieraan een periodiek monitoring programma te koppelen) kan gemeten worden of de doelstellingen van de visie behaald worden

      

Openbare ruimte, actualisatie visie beheer openbare ruimte en integraal beheerplan, aanpassing LIOR (leidraad inrichting openbare ruimte), speelruimteplan en uitvoeringsplan spelen Bodem, actualiseren nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten, bodemdaling en funderingsproblematiek. Overzicht ondergronds ruimtebeslag. Duurzaamheid, actualisatie duurzaamheidsvisie, Gebiedspaspoorten Klimaatadaptatie en Biodiversiteit, Uitvoeringsagenda Koersdocument Duurzaam Waddinxveen en Circulair Waddinxveen Transitievisie Warmte, actualisatie, opstellen buurtuitvoeringsplannen, uitvoeringsplannen bedrijventerreinen, Warmtesamenwerking Oostland, Verlenging B3 Hoekleiding Mobiliteit, mobiliteitsvisie en actualiseren parkeerbeleid Grondbeleid, actualiseren nota grondbeleid en nota kostenverhaal Erfgoed: opstellen kerkenvisie Handboek gebiedsontwikkeling nieuwbouw en maatschappelijk vastgoed Biodiversiteit: Ontwikkelen beleid (op basis van en in samenhang met provinciaal beleid) m.b.t. invasieve uitheemse soorten en Icoonsoorten Duurzaamheidskompas als afwegingsinstrument bij college en raadsbesluiten. Opstellen gebiedsvisie(s).

De volgende thema’s werken we de komende periode verder uit in verschillende trajecten:  Wonen, in 2022 actualisatie van de Woonvisie Waddinxveen 20182022  Water en groen, actualisatie waterplan, groenbeleid en uitvoeringsplan groen 81 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

Colofon Deze omgevingsvisie is opgesteld door Gemeente Waddinxveen en KuiperCompagnons September 2022 82 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11864860/1