CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2(2). BP De Rank toelichting en regels 21-06-2022

Commissie Ruimte + Infrastructuur 14 september 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan De Rank, Esdoornlaan 26, Waddinxveen23.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de Omgevingsvisie is veel ruimtelijk waterbeleid geïntegreerd. De visie omvat onder andere het wettelijk verplichte regionale waterplan als genoemd in artikel 4.4 van de Waterwet. Voor de provincie zijn naast de Waterwet (Omgevingswet in 2021) en de Drinkwaterwet ook andere kaders en plannen bepalend en richtinggevend voor het beleid ten aanzien van de drinkwatervoorziening. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. In dit Plan staat uitgebreid beschreven hoe de provincie, samen met waterschappen en andere partners, een duurzame en klimaatbestendige delta zal realiseren en behouden, waar het veilig en aangenaam wonen, werken

Toelichting

31

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

en recreëren is. In het Provinciaal Waterplan zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid-Holland. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: 1. Waarborgen waterveiligheid 2. Zorgen voor mooi en schoon water 3. Ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening 4. Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema's én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit leidt tot een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuid-Hollandse Delta, het Groene Hart en de Zuidvleugel van de Randstad. 5.2.3 Gemeente Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in het Waterplan Boskoop en Waddinxveen (februari 2010). Dit Waterplan is een gezamenlijk plan van de gemeenten Waddinxveen en Boskoop, het hoogheemraadschap van Rijnland en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Deze partijen hebben het Waterplan opgesteld om knelpunten in het watersysteem aan te pakken en kansen op verbeteringen te benutten. Een opgave voor het Waterplan is te voorzien in de lokale implementatie van het nieuwe waterbeleid (Kaderrichtlijn Water, Nationaal Bestuursakkoord Water).

Ook willen de gemeenten en de hoogheemraadschappen met het Waterplan zorgen voor een optimale, gezamenlijke aanpak van de wateropgaven. De verwachting is dat hierdoor kostenefficiënter kan worden gewerkt. Het waterplan focust op de maatregelen in het bebouwde gebied. Het waterplan heeft tot doel een integrale visie op te stellen over alle aspecten van het water (met uitzondering van drinkwater en zwembaden) en het implementeren van duurzaam waterbeleid in het bebouwd gebied van beide gemeenten. Het waterplan resulteert uiteindelijk in een maatregelenpakket om te komen tot: een veilig en robuust watersysteem; het voorkomen van wateroverlast en watertekort; een goede waterkwaliteit en een ecologisch gezond watersysteem; het benutten van mogelijkheden voor beleving en recreatie; het optimaliseren van beheer en onderhoud; het optimaliseren van communicatie binnen en tussen partijen.

5.3

Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken. Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen.

Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen. De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan: het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe; de waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen; het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen

32

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd; het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert. In zijn algemeenheid geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur, tenzij voor de activiteit algemene regels van toepassing zijn. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Toetsingscriteria Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² 2. Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m² en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak 3.

Grote plannen: Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak Beleid peilverlaging Het algemene beleid van het Hoogheemraadschap is dat in de hele Zuidplaspolder geen peilverlaging meer wordt toegestaan. Daarbij wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk peil om de kwel terug te dringen en de bodemstabiliteit te bevorderen. Voor het toekomstig watersysteem streeft het hoogheemraadschap twee belangrijke doelen na: peilgebieden samen te voegen: de veerkracht van het watersysteem vergroten en het laten ontstaan van betere ecologische uitwisselingsmogelijkheden in de polder. een andere vorm van peilbeheer: vervangen huidige stelsel van zomer- en winterpeilen in de gehele Zuidplaspolder door een meer natuurlijke vrije fluctuatie van het peil binnen een bepaalde bandbreedte. In het deelgebied Noord ligt een aantal kleinere peilgebieden met eenzelfde peilregime, die voor een groot deel in gebruik zijn als glastuinbouwgebied. De infrastructuur in dit gebied maakt het zonder meer samenvoegen van deze peilgebieden tot een kostbare aangelegenheid. Het Hoogheemraadschap zal peilgebieden daarom alleen samenvoegen wanneer zich kansen voordoen om dit met beperkte kosten te kunnen uitvoeren. Voor het deelgebied Noord stelt het Hoogheemraadschap een hoogste (bandbreedte)peil voor van NAP – 6,90 m, wat gelijk is aan het huidige zomerpeil.

Om het waterbergend vermogen van het watersysteem op peil te houden is de eis gesteld dat bij nieuwe ontwikkelingen minimaal 5% van het gebied voor waterberging geschikt wordt gemaakt.

5.4

Waterhuishouding

Beschrijving watersysteem De Bomenwijk maakt waterstaatkundig onderdeel uit van de Zuidplaspolder. Het deel van de Zuidplaspolder waarin Waddinxveen ligt, watert in zuidoostelijke richting af en wordt bemalen door gemaal “De Zuidplas”, welke het water op de Ringvaart uitslaat. Ten behoeve van de wateraanvoer liggen er sloten met een waterpeil van NAP -6,10. In de Bomenwijk komt bijna geen oppervlaktewater voor. Er spelen overigens geen grote knelpunten binnen de wijken gelegen in de Zuidplaspolder. De wateropgave binnen de bestaande wijken is inzichtelijk gemaakt in het Waterplan (februari 2010), dat gezamenlijk met de (voormalige) gemeente Boskoop is opgesteld. Veiligheid en waterkeringen Op de Legger waterkeringen ligt de noordelijk gelegen Jan Dorrekenskade-West in de kernzone van de waterkering. Het plangebied zelf ligt hierbuiten. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewater Op de Legger oppervlaktewatersystemen liggen er in het plangebied geen watergangen. alleen ten noorden van de Jan Dorrekenskade-West ligt overig oppervlaktewater (figuur 9). Binnen de beschermingszone van 2 meter wordt niet gebouwd. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.

Toelichting

33

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Figuur 9: Uitsnede Legger oppervlaktewatersystemen. Waterkwantiteit Tot 2007 was het gebied bebouwd met een school, schoolplein en verharding. Na sloop van bebouwing en verharding is het plangebied ingericht als grasland. Soms worden hier schapen gehouden om het gras kort te houden. Als richtlijn houdt het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voor het berekenen van watercompensatie de feitelijke situatie aan van de afgelopen vijf jaar. Dit betekent het volgende. Het plangebied is 7.125 m² groot. In de nieuwe situatie wordt 1.067 m² groen aangelegd, zodat het verhard oppervlak met (7.125 - 1.067 =) 6.058 m² toeneemt. Watercompensatie ter plaatse is niet mogelijk. Na overleg met het hoogheemraadschap kan watercompensatie worden gerealiseerd in het peilvak GPG-837 of lager gelegen peilvak GPG-834. In beide gevallen geldt een compensatie-eis van 6%. Voor alternatieve vormen van waterberging geldt dat deze op openbaar terrein worden aangelegd. Dit kan zijn een waterplein, een wadi, waterpasserende verharding met waterberging in het cunet of bergingskratten onder de weg. Er wordt gekozen voor het graven van waterberging in het lager gelegen pelvak GPG-834 (aan de G. van Dort Kroonweg, gedeelte van perceel C4777 (oostzijde), waar initiatiefnemer gronden in eigendom heeft), aangezien alternatieve vormen van waterberging niet haalbaar zijn.

Dit betekent dat (6.058 * 6% =) 364 m² vervangende waterberging moet worden gegraven.

34

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Watersysteemkwaliteit en ecologie Voor de nieuwe bebouwing zal gebruik worden gemaakt van niet-uitloogbare bouwmaterialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Indien desondanks gebruik wordt gemaakt van uitloogbare materialen, dienen deze te worden voorzien van een coating om uitloging tegen te gaan. Afvalwaterketen en riolering Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Het hemelwater van de nieuwe bebouwing zal in de bodem worden geïnfiltreerd. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap. 5.4.1 Wateradvies De Watertoets is via www.dewatertoets.nl op 21 juli 2020 (dossiercode 20200721-40-23878) uitgevoerd. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er een waterstaatkundig belang is. In verband hiermede is het ontwerpbestemmingsplan om advies voorgelegd aan het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap heeft medegedeeld dat watercompensatie nodig is.

Watercompensatie kan na overleg met het hoogheemraadschap worden gerealiseerd in het peilvak GPG-837 of lager gelegen peilvak GPG-834. In beide gevallen geldt een compensatie-eis van 6%. Het graven van watercompensatie wordt geborgd in artikel 5.4.3 Voorwaardelijke verplichting watercompensatie van de regels van het bestemmingsplan. 5.4.2 Conclusie Vanuit waterhuishoudkundig oogpunt zijn er geen bezwaren wanneer voldoende watercompensatie wordt gerealiseerd. Dit wordt geborgd in artikel 5.4.3 van de regels. Met inachtneming hiervan zijn er geen bezwaren tegen dit bestemmingsplan.

Toelichting

35

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

36

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Hoofdstuk 6

Milieu en omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

6.1

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 6.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject), maar de omvang onder de drempelwaarde van 2.000 woningen ligt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van de toelichting van dit bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994.

In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Plan/besluit Dit bestemmingsplan voorziet in het oprichten van maximaal 62 woningen. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. Kenmerken van het project Sprake is van een geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen cumulatie is met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van nabijgelegen milieubelastende activiteiten (in paragraaf 6.1.2 wordt hierop nader ingegaan). Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij de voorgestelde planontwikkeling. Plaats van het project Het plangebied is weliswaar van archeologisch belang, maar deze waarden worden niet geschaad. Dit aspect is beschreven in paragraaf 6.2.

De woningen liggen buiten de invloedssfeer van verderop gelegen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, 'Broekvelden - Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 6,5 km ten oosten van het plangebied. Het Natura2000 gebied 'Nieuwkoopse Plassen en de Haeck' ligt op een afstand van circa 9,5 kilometer. De nieuwe woningen liggen niet binnen de invloedssfeer van deze Natura 2000-gebieden voor wat betreft stikstofdepositie. Dit onderdeel is beschreven in paragraaf 6.3.1. Kenmerken van het potentiële effect Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. De complexiteit is gering gelet

Toelichting

37

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

op de omvang van het plangebied. Conclusie Op basis van bovenstaande korte toelichting in relatie tot vormvrije M.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat de beoogde planontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg zal hebben. Met m.e.r.-beoordellingsbesluit is opgenomen in Bijlage 2. 6.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 6.1 vermeld. Tabel 6.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied grenst aan een wijkontsluitingsweg met zuidelijk hiervan een kerk en een kantoor/fysiopraktijk. In het plangebied zelf wordt alleen wonen mogelijk gemaakt. Het plangebied kan worden beschouwd als rustig woongebied. Uit inventarisatie is gebleken dat er aan de Ieplaan 35 een kantoor en fysiopraktijk zijn gevestigd op een afstand van 12 m. Deze functies vallen onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 m in gemengd gebied. Iets verderop staat een kerk aan de Esdoornlaan 2 op minimaal 38 m afstand. Een kerk valt onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 m, zodat er geen beperkingen zijn.

Ten noorden van het plangebied (aan de overzijde van een watergang) ligt een gemeentelijke begraafplaats (op 18 m afstand) en enkele particuliere volkstuinen (15 m afstand). Deze activiteiten vallen onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 m. Bovendien staan er al woningen op kortere afstand van voornoemde functies die maatgevend zijn in de bestaande situatie. Resumerend worden nabijgelegen milieubelastende activiteiten niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Andersom geredeneerd is voor de bewoners van de 62 woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Uit de inventarisatie is gebleken dat er geen relevante milieubelastende activiteiten in de nabijheid van het plangebied zijn gevestigd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde activiteiten binnen het plangebied milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zullen opleveren. De woningen hebben een goed woon- en leefklimaat. Vanuit milieuzonering bestaan er geen bezwaren tegen dit

38

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

bestemmingsplan. 6.1.3

Geluid

6.1.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. Onderzoek/ beoordeling De relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn de Chopinlaan, Esdoornlaan, Dreef en Kerkweg-West (ten oosten van de rotonde). Op deze wegen is de maximum snelheid 50 km/h. De wegen zijn binnenstedelijk en hebben een zonebreedte van 200 meter. De overige wegen binnen een zone van 200 meter zijn zogenaamde 30 km/uur gebieden. In deze situatie is sprake van bestaande wegen en nieuwe woningen. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen bedraagt (inclusief aftrek) 48 (dB) Lden met een maximale ontheffingswaarde van 63 (dB) Lden.

Indien de berekende belasting de genoemde waarde overschrijdt, dient in eerste instantie onderzocht te worden of maatregelen mogelijk zijn die de geluidsbelasting verlagen tot de voorkeursgrenswaarde of minder. In verband met het vorenstaande is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door S&W Consultancy BV te Vlissingen (rapport van 18 juni 2020, projectnr. 2200756, Bijlage 3). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat ten gevolge van wegverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarde van 48 (dB) Lden voor de woningen ten gevolge van de Esdoornlaan wordt overschreden. De maximale waarde bedraagt 59 dB na 5 dB aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder. Er wordt wel voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB voor wegverkeerslawaai. Er dient een verzoek om hogere waarde te worden ingediend. Deze procedure zal gelijktijdig worden gestart met de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. In het kader van het Bouwbesluit zal nog onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidwering van de gevels van de woningen. Bij dit onderzoek wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidsbelasting van alle wegen zonder aftrek op grond van artikel 110 Wet geluidhinder. Dit rapport zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Bij realisatie van de bouwplannen wordt hiermee rekening gehouden.

Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel wegverkeerslawaai, bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, nadat een procedure hogere grenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai is doorlopen.

Toelichting

39

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

6.1.3.2 Spoorweglawaai Wettelijk kader Op 1 juli 2012 zijn de “spelregels” voor hoofdspoorwegen gewijzigd. Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Onderzoek/ beoordeling De planontwikkeling ligt buiten de onderzoekszone van 300 meter van de spoorlijn Gouda - Alphen aan den Rijn - Woerden (trajectnummer: 521). Er kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel spoorweglawaai, bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling. 6.1.3.3 Industrielawaai Wettelijk kader Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform artikel 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (artikel 40 Wgh).

Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Bedrijven(terreinen) kunnen beperkingen opleggen aan nieuwe gevoelige functies, waaronder wonen, in verband met een geluidzone. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie hiervoor paragraaf 6.1.2). In de nabijheid van het plangebied liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen. Dit betekent dat er vanuit industrielawaai geen beperkingen zijn. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel industrielawaai, bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling.

40

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

6.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. De Omgevingsdienst Midden-Holland heeft in oktober 2013 het lokaal beleid voor het uitvoeren van bodemonderzoeken in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geactualiseerd. Het nieuwe beleid is vastgelegd in de Nota 'Bodemkwaliteit bij bouwen' van oktober 2013. De beleidsregels hebben burgemeester en wethouders van Waddinxveen op 4 maart 2014 vastgesteld. De bodemkwaliteitskaart heeft de gemeenteraad op 14 december 2011 vastgesteld. Op de bodemkwaliteitskaart is het plangebied als 'functie Wonen' aangeduid. Onderzoek/ beoordeling In verband met de voorgenomen planontwikkeling is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd door Lankelma Geotechniek Zuid B.V.

te Oirschot (rapport van 6 augustus 2021, rapportnr. 2101890, Bijlage 4). Uit de resultaten hiervan kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 2,5 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de bodemlaag van 0,9 . 1,5 m-mv wordt een veenlaag aangetroffen en in de bodemlaag van 1,5 - 2,5 m-mv wordt een kleilaag aangetroffen. In de uitkomende grond zijn met name in de bovengrond lokaal bijmengingen (baksteen, asfalt en puin) gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond (verkennend onderzoek) In het grondmonster B15-1 (0,0 - 0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met kwik, lood en zink en een sterk verhoogd gehalte met PAK aangetoond. Het gehalte PAK overschrijdt de interventiewaarde. In het grondmonster B15-2 (0,5 - 1,0 m-mv) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden.

In het grondmengmonster MM5 (ondergrond) is analytisch PAK aangetoond in een gehalte groter dan ½ (S+I). Het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde, doch overschrijdt de interventiewaarde niet. Bij uitsplitsing van het grondmengmonster MM5 zijn in de boringen B101-2 (0,5 - 1,0 m-mv) en B102-2 (0,5 - 0,7 m-mv) slechts licht verhoogde gehalten met PAK aangetoond. In de grondmengmonsters MM1, MM2, MM4 (bovengrond) en MM3 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Grond (aanvullend onderzoek) Om de sterke verontreiniging met PAK ter plaatse van boring B15 verder in te kaderen zijn aanvullende boringen geplaatst. In de boringen B207-1 en B209-1 (0,0 - 0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met PAK aangetoond. In boring B210-1 (0,0 - 0,5 m-mv) is analytisch een sterk verhoogd gehalte met PAK aangetoond. In boring B210a-3 (0,5 - 1,0 m-mv) en B212-1 (0,0 0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met PAK aangetoond. De verontreiniging met PAK is zowel in horizontale als verticale richting in voldoende mate in gekaderd. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geschat op 40 m² met een diepte van 50 cm. De totale omvang van de verontreiniging wordt geschat op 20 m³.

In het kader van de Wet bodembescherming is geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De PAK verontreiniging ter plaatse van boring B15 en B210 is in horizontale richting ingekaderd met boringen B207, B208, B209, B211, B212 en B310. Asbest In de grondmengmonsters MM01, MM02 en MVM03 zijn geen verhoogde asbestgehalten aangetoond. Grondwater

Toelichting

41

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch licht verhoogde concentraties met barium en zink aangetoond. Toetsing hypothese De hypothese 'heterogeen diffuus verdacht' kan op basis van de resultaten worden aanvaard. Resumé en aanbeveling Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn mogelijk aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt mogelijk belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen nieuwbouw op deze locatie. Conclusie Op basis van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit in voldoende mate bepaald. Sanering dient plaats te vinden aan de hand van een door bevoegd gezag Wet bodembescherming goedgekeurd saneringsplan of zogenaamde BUS-Melding. Na afronding van de sanering zijn er geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. Als er een goedgekeurd saneringsplan is of als is ingestemd met de BUS-melding kan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden afgegeven. Met inachtneming hiervan is het aspect bodem in het kader van het bestemmingsplan voldoende onderzocht.

Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het grondstromenbeleid Midden-Holland. 6.1.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Vanaf 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 van kracht. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Tabel 6.2: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit stof jaargemiddelde uurgemiddelde NO2 40 µg/m3 200 µg/m3

PM2,5 PM10

25 µg/m3 40 µg/m3

n.v.t. n.v.t.

24-uursgemiddelde Opmerkingen n.v.t. Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden n.v.t. n.v.t. 3 50 µg/m 24-uursgemiddelde mag 35x per jaar worden overschreden

Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien: a. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt en b. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft en c. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht; (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 µg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld.)

42

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

d. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten (projecten In Betekenende Mate of IBM-projecten) tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen. Het Besluit NIBM heeft een aantal NIBM-grenzen vastgesteld, waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden. Onder andere voor woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Onderzoek/ beoordeling In verband met deze planontwikkeling is de NSL monitoringstool, die behoort bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, geraadpleegd voor 2018 en de prognosejaren 2020 en 2030 in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie langs de Esdoornlaan/Chopinlaan. Met de NIBM-tool op de site van Infomil is nagegaan wat de berekende maximale bijdrage aan luchtemissies van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling is. Hierbij is ervan uitgegaan dat de ontwikkeling maximaal 400 extra auto's per dag aantrekt (mvt/weekdagetmaal), waarvan 3% vrachtwagens (tabel 6.3). Tabel 6.3: Berekening maximale bijdrage luchtemissies van verkeersgeneratie.

Uit deze tabel blijkt dat de concentratie NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie op de rekenpunten onder de grenswaarden blijven. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. In de huidige situatie voldoet de luchtkwaliteit op de meest kritische locatie in het plangebied aan de luchtkwaliteit-grenswaarden. Volgens de prognoses wordt de luchtkwaliteit in de komende jaren door het schoner worden van het verkeer steeds beter. De vaststelling van dit bestemmingsplan stuit niet op bezwaren voor wat betreft luchtkwaliteit. Uit figuur 10 blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide ten hoogste 20,8 µg/m³ bedraagt. De jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) bedraagt ten hoogste 18,4 µg/m³. De concentraties liggen daarmee onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m³. Voor PM2,5 geldt dat de hoogste concentratie 10,9 µg/m³ bedraagt en ligt daarmee onder de wettelijke waarde van 25 µg/m³.

Toelichting

43

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Figuur 10: Rekenresultaten NSL-monitoringstool 2020.

De totale concentraties, inclusief deze plantontwikkeling, bedragen: NO2: 20,8 + 0,29 = 21,1 µg/m³. PM10: 18,4 + 0,06 = 18,5 µg/m³. Hierbij wordt ook nog voldaan aan de wettelijke grenswaarden. Tevens zullen de concentraties in de komende jaren verder afnemen. Ook als wordt voldaan aan de normen kan luchtkwaliteit significante effecten hebben op de gezondheid. In deze situatie ligt de concentratie PM10 nog onder de WHO advies waarden (20 µg/m³). Conclusie De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. In de omgeving van het plangebied worden grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet overschreden. De realisatie van het plan wordt conform Titel 5.2 van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen) toelaatbaar geacht. 6.1.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen.

Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

44

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Beleidsnota Externe Veiligheid gemeente Waddinxveen De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de Beleidsnota Externe Veiligheid vastgesteld. In de beleidsnota zijn de volgende veiligheidsambities geformuleerd: woongebieden worden zo veilig mogelijk ingericht; de vestiging van nieuwe risicobedrijven in woongebieden is niet toegestaan; binnen het 100% letaliteitsgebied van risicobronnen zijn nieuwe bestemmingen voor verminderd zelfredzame personen niet toegestaan; de vestiging van nieuwe risicobedrijven op bedrijventerrein Coenecoop is uitsluitend toegestaan onder strikte voorwaarden; de vestiging van nieuwe risicobedrijven is toegestaan op Distripark Doelwijk en op het nog te ontwikkelen bedrijventerrein A12 Noord; nieuwe woon- en verblijfsgebouwen worden standaard uitgevoerd met afschakelbare ventilatie. Voor de uitvoering van deze ambities zijn planologische kaders opgenomen, waaraan bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan worden getoetst.

Om de uitvoering te borgen wordt deze beleidsnota externe veiligheid gekoppeld aan de nieuwe Structuurvisie Waddinxveen 2030 en wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan rekening gehouden met de geformuleerde ambities. Onderzoek/ beoordeling Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Op 1 april 2015 is het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden. Met de invoering van het Basisnet beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Transport over water Er ligt in de omgeving van het plangebied geen hoofdvaarweg, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Transport over spoor De spoorlijn Alphen aan den Rijn – Gouda ligt op een afstand van meer dan 300 meter van het plangebied (te weten 350 m). Over deze lijn vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Er is geen beperking voor het plangebied.

Wegtransport Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen rijksweg of provinciale weg met een route gevaarlijke stoffen. Evenmin is transport van gevaarlijke stoffen over de Esdoornlaan toegestaan, zodat deze planontwikkeling geen belemmering vormt. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in het Besluit. Er ligt ten oosten van het plangebied langs de spoorlijn een aardgasleiding W-517-01 van de Gasunie met een diameter van 12 inch een druk van 40 bar. Het invloedsgebied ligt op 140 meter van deze leiding. De afstand tussen het plangebied en de leiding is circa 320 m, zodat er geen belemmeringen zijn. Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat het GR hier geen belemmering vormt.

Toelichting

45

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Risicokaart De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Risicokaart (figuur 11) zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd, zodat er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling.

Figuur 11: Uitsnede Risicokaart (plangebied zwart omlijnd). Niet gesprongen explosieven Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de gebruikte Conventionele Explosieven (CE) uit WOll tijd niet functioneerde en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2012 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van NGE voor het grondgebied van de gemeente Waddinxveen. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE. Verder onderzoek naar NGE is niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van NGE, kan niet met zekerheid worden gesteld dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied.

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), Besluit externe veiligheid Buisleidingen (BEVB) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

46

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

6.2

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader Rijk en provincie In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in thans de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland provincie Zuid-Holland (CHS) is het gebied niet specifiek aangeduid.

Er is onderscheid gemaakt in drie kleuren categorieën (drie tinten bruin). De toekenning van een (zeer) grote, redelijke of lage kans op sporen (kleuren donker-, middel- en lichtbruin) heeft betrekking op de relatieve dichtheid van archeologische vondsten die in een bepaald gebied verwacht wordt. De witte gebieden hebben een lage trefkans. De CHS geeft grofschalig weer wat de 'archeologische trefkans/ verwachting' is. Op basis van de gehanteerde/ gebruikte gegevens ligt het plangebied nabij geulafzettingen/ stroomgordels met een bewoningsperiode vanaf de Bronstijd of IJzertijd of Romeinse tijd en plaatselijk vanaf het Neolithicum. Het plangebied zelf heeft geen kans op archeologische sporen (zie figuur 12).

Figuur 12: Gecombineerde Waardenkaart CHS provincie Zuid-Holland. Archeologiebeleid gemeente Waddinxveen (2012) De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 14 november 2012 de 'Nota archeologiebeleid gemeente

Toelichting

47

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Waddinxveen' vastgesteld. Op de waarden- en verwachtingenkaart is voor het plangebied af te lezen waar welke verwachtingswaarden voorkomen. Deze beleidskaart is aan veranderingen onderhevig: door voortschrijdend inzicht en nieuwe onderzoeken kunnen nu betere keuzes gemaakt worden. In verband hiermee is in het document 'Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente van Waddinxveen' van 11 januari 2018 de archeologische beleidskaart aangepast. Deze dient als aanvulling op de toelichting van het gemeentelijke archeologiebeleid uit 2012. De vastgestelde Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen uit 2012 blijft ongewijzigd. Op de geactualiseerde archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge verwachtingswaarde. De verwachtingswaarden zijn voorzien van een beleidsadvies. De juridische doorvertaling van het geactualiseerde archeologiebeleid heeft de gemeenteraad vastgesteld in het op 19 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij geplande bodemverstoringen met oppervlakten, gelijk aan of groter dan 50 m² en bodemingrepen dieper dan 0,3 m –MV. Zie hiervoor de uitsnede van de beleidskaart (figuur 13).

Figuur 13: Uitsnede archeologische beleidskaart.

48

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

6.2.1 Onderzoek archeologie In de oude kern van Waddinxveen worden nog archeologische resten verwacht die teruggaan tot het ontstaan van Waddinxveen in de Middeleeuwen. Eventueel aanwezige resten kunnen al vlak onder het maaiveld voorkomen. Het oorspronkelijke veenlandschap rondom Waddinxveen bestond uit een dik pakket hoogveen en dit pakket is voor een groot deel afgegraven voor de winning van turf. Turf van hoogveen is een uitstekende brandstof en het afgraven heeft geleid tot het ontstaan van grote plassen. Met het afgraven is ook een deel van het middeleeuwse landschap verdwenen, inclusief de sporen van middeleeuwse bewoning die boven op het veenpakket hebben gelegen. Locaties die dus binnen Waddinxveen nog niet zijn afgegraven, hebben een hoge verwachting op het voorkomen van sporen uit de Middeleeuwen. Locaties die wel zijn afgegraven, bevatten geen resten meer uit de Middeleeuwen. Wel kunnen resten van historische bewoning voorkomen van na de inpoldering. Om de archeologische verwachting van het plangebied te toetsen, is het dus van belang om te weten of het in een voormalige polder ligt (afgegraven veen) of niet. Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) geeft snel inzicht: het plangebied ligt circa 3 m lager ten opzichte van de oude dorpskern van Waddinxveen (zie figuur 14).

Figuur 14: Uitsnede AHN: zwart kader: globale ligging plangebied. Hoe roder het gebied, hoe hoger het ligt. Hoe blauwer het gebied, hoe lager. Gedetailleerde historische kaarten maken duidelijk dat het plangebied in 1767 nog grotendeels uit water bestond. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische bebouwing.

Toelichting

49

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Uitsnede historische kaart 1767: rode cirkel: globale ligging plangebied. Uitsneden van de kadastrale kaarten 1811-1832 geven meer inzicht. Het plangebied maakt eerst nog deel uit van de Zuidplas en na inpoldering, rond 1839, betreft het gedeeltelijk een kade en een akkerperceel.

Uitsnede kadastrale minuut voor de inpoldering: blauw kader is het plangebied.

50

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Uitsnede kadastrale minuut na de inpoldering (circa 1839): blauw kader is het plangebied. Opeenvolgende topografische kaarten geven aan dat het plangebied pas in 1961 bebouwd wordt met een school. Deze school is in 2007 gesloopt.

Het plangebied (blauw kader) rond 1900 (links) en rond 1960 (rechts) (Topotijdreis).

Luchtfoto (Geoweb ODMH) links: het schoolgebouw rond 2006, rechts: de school is in 2007 gesloopt. De hoge archeologische verwachting, zoals deze voor de oude dorpskern geldt, kan niet worden waar gemaakt. Het oude middeleeuwse landschap is vergraven als gevolg van de turfwinning. Hierdoor kan de hoge verwachting op sporen uit de Middeleeuwen, naar laag bijgesteld worden. Ook is de kans laag op de aanwezigheid van resten van historische bebouwing. Het plangebied was tot 1961 onbebouwd, waarna er een omvangrijk schoolgebouw werd gerealiseerd. De bouw en de sloop ervan zal tot een aanzienlijke bodemverstoring hebben geleid. Bodem

Toelichting

51

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

In 2005 is een groot deel van het plangebied milieukundig onderzocht (Wiertsema & Partners, VN37502, 2005). Ter hoogte van het schoolgebouw is de bodem plaatselijk tot 2 m onder het maaiveld geheel verstoord (dik pakket opgehoogd zand). In het noordwestelijke deel, toen gebruikt als parkeerplaats, bestond de bodem uit een dun pakket opgebrachte grond (50 cm) op een (dun) pakket veen. Uit de hoogtemetingen (AHN) is op te maken dat het plangebied plaatselijk wel (grofweg) 3 m lager licht ten opzichte van de oude dorpskern van Waddinxveen. Op basis van het hoogteverschil kunnen we niet exact aangeven hoeveel veen er afgegraven is, omdat ook in de dorpskern plaatselijk klink kan hebben opgetreden. Maar op basis van een dergelijk hoogteverschil is het wel zeer aannemelijk dat ter hoogte van het plangebied (en omgeving) het middeleeuwse landschap geheel weggegraven is. Gespecificeerde verwachting De hoge verwachting volgens (de onderbouwing van) het bestemmingsplan kan op basis van de afgravingen, historische kaarten en de bouw (en sloop) van een grote school naar laag bijgesteld worden. Conclusie Op basis van een lage verwachting is geen archeologisch onderzoek nodig. Advies Gelet op het vorenstaande adviseert de Omgevingsdienst Midden-Holland voor de voorgenomen ontwikkelingen geen archeologisch onderzoek verplicht te stellen.

De dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' kan vervallen. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen vrijgegeven gebieden toch nog archeologische resten voorkomen. Mocht blijken dat bij uitvoer van graafwerkzaamheden toch archeologische resten aanwezig zijn, dan dient dit te worden gemeld bij de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Waddinxveen conform paragraaf 5.4, artikel 5.10 van de Erfgoedwet. De gemeente Waddinxveen zal in dat geval beslissen over hoe om te gaan met de archeologische resten. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling. 6.2.2 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staat geen bebouwing. Evenmin worden cultuurhistorische waarden in en rondom het gebied aangetast.

Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

52

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

6.3

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het gebied Broekvelden/ Vettenbroek, bestaande uit plassen en graslandpolders, is aangewezen als Speciale BeschermingsZone (SBZ) in het kader van Wnb.

Dit aangewezen Natura 2000-gebied ligt op circa 6,5 kilometer ten oosten van het plangebied. Het Natura2000-gebied De Wilck ligt circa 9,6 km noordwestelijk van het plangebied. Sprake is van een ontwikkeling naar woningen op een perceel dat nu braak ligt. Deze Natura2000-gebieden worden niet beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht. Ten westen van het plangebied ligt de ecologische verbindingszone tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard op circa 800 m. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur. Verder liggen er in de directe omgeving van het plangebied geen bestaande en nieuwe natuur van Natuurnetwerk Nederland van de provincie Zuid-Holland (figuur 15).

Figuur 15: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met een rode stip aangeduid).

Toelichting

53

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

6.3.1 Stikstofdepositie Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. De Natura2000-gebieden 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' en 'De Wilck' liggen op respectievelijk circa 6,5 kilometer en 9,4 km van het plangebied. Deze gebieden zijn niet stikstofgevoelig, met dien verstande dat de Polder Stein mogelijk binnenkort wel aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Het Natura2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck bevindt zich op 9,5 km afstand. Dit Natura2000-gebied is stikstofgevoelig. In onderhavige situatie is er sprake van het oprichten van 62 woningen. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen echter niet op voorhand uit te sluiten. In verband hiermede zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat voor de aanlegfase en gebruiksfase de stikstofdepositie per saldo niet toeneemt. Hierbij is ook de Polder Stein is beschouwd, In de toelichting op effecten van de stikstofdepositie wordt dit aangetoond (rapport van Versluis Advies te Meerkerk d.d. 23 juli 2021, Bijlage 5). Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 6.3.2 Flora- en faunatoets Bij nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna.

In verband hiermede heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het onderhavige plangebied (rapport van juli 2020, rapportnummer 20A063, Bijlage 6). Op basis van inventarisatie, literatuuronderzoek en verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden vastgesteld (overgenomen uit rapport). Natuurgebieden H.3 Natura2000 Habitattypen

Soorten NNN-gebieden Omgevingsvisie/beleid Soortgroep Algemeen

Vogels

Vissen

54

Gevolgen Natura2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck heeft habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Voor de nieuwe ontwikkeling is getoetst of er sprake is van stikstofdepositie op het natuurgebied (zie hiervoor paragraaf 6.3.1). Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Meerkikker, Egel, Hermelijn, Bunzing, Dwergmuis, Huisspitsmuis, Rosse woelmuis, Veldmuis en Wezel geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming )Wnb) door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wnb wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied.

Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee

Toelichting

bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen

Amfibieën

Reptielen Zoogdieren Vleermuizen Overige soorten

Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee Nee Nee

Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat eenieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Geadviseerd wordt om voor de nieuwbouw binnen het plangebied gebruik te maken van natuur-inclusief bouwen. In de nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen door het inbouwen van nestkasten en vleermuiskasten. Conclusie Vanuit gebiedsbescherming en soortenbescherming besaan er geen belemmeringen voor deze planontwikkeling. Bij uitwerking van de bouwplannen zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781494/1