Bijlage 2(2). BP De Rank toelichting en regels 21-06-2022
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPesdoornlaan26-0401
'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen VASTGESTELD
21 juni 2022
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Legenda Vastgoedontwikkeling V.O.F. Rivierdijk 636 3371 EE Hardinxveld-Giessendam
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 29 juli 2020 6 augustus 2021 14 december 2021 21 juni 2022
VERSIE 1e versie 1e versie 2e versie 1e versie
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
4
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11 11
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
13 13 15
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie
19 19 21 24 25 29
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding
31 31 31 32 33
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
37 37 47 53 55
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
57 57 57 57 60
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
61 61
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Zienswijzen
63 63 63
Regels
65
Toelichting
5
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
66 66 70
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen Leiding - Hoogspanning
71 71 72 73 75
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
77 77 78 79 80 81
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
82 82 83
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Bezonningsstudie
Bijlage 2
m.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 3
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 5
Notitie effecten stikstofdepositie
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
Bijlage 7
Nota van beantwoording zienswijzen
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de hoek van de Esdoornlaan en Ieplaan was vanaf de eerste helft van de vorige eeuw de Protestants Christelijke huishoudschool gevestigd. In 1988 is deze school in eigendom verkregen door de Stichting Vakopleiding Schilders- en Stukadoorsbedrijf (SVS). Deze stichting is later opgegaan in Savantis. In 2005 is besloten om de onderwijsactiviteiten te verplaatsen, waardoor de locatie is vrijgekomen voor herontwikkeling. In 2010 zijn er plannen ontwikkeld om het plangebied te transformeren naar woningbouw. Deze planontwikkeling heeft evenwel geen doorgang gevonden. Initiatiefnemer heeft thans een nieuw woningbouwplan uitgewerkt. Vanuit stedenbouwkundige overwegingen is deze herontwikkeling passend, omdat het gebied in het binnenstedelijk gebied ligt nabij een halte van het HOV-netwerk tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. De ontwikkeling voorziet 62 woningen, bestaande uit 10 dijkwoningen, 33 appartementen, 7 stadswoningen en 12 starterswoningen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren waaraan veel behoefte is. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op de hoek van de Esdoornlaan en Ieplaan in de Bomenwijk. In noordelijke richting wordt het plangebied begrensd door een dijklichaam (Jan Dorrekenskade-West) en de oude gemeentelijke begraafplaats. In westelijke richting bevinden zich rijenwoningen tot de Dorpstraat. In zuidelijke richting wordt het gebied begrensd door een kleinschalig kantoorgebouw aan de Ieplaan 35, waar ook een fysiotherapiepraktijk is gevestigd. Hierachter staat kerk De Hoeksteen. Aan de overzijde van de Esdoornlaan ligt de Bomenwijk met noordelijk hiervan de Petteplas. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving weergegeven.
Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (zwart gestippeld omlijnd).
Toelichting
7
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Bebouwde Kom 2015"
Raadsbesluit 16 december 2015
Uitspraak ABRvS 19 oktober 2016
Na bestuurlijke lus opnieuw vastgesteld op 1 februari 2017 "Parapluplan Archeologie en Parkeren" 19 september 2018 Het plangebied is in het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' bestemd voor 'Maatschappelijk' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' (figuur 2). Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke doeleinden. Een vervolgfunctie naar Wonen is in strijd met het bestemmingsplan. In het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' heeft het plangebied eveneens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' gekregen.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' (plangebied zwart gestippeld omlijnd).
8
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe situatie. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
10
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Historie
De naam Waddinxveen is mogelijk afgeleid van een persoonsnaam; een andere verklaring is een aanduiding voor water, afgeleid van wadde. De oudste vermelding van de naam Waddinxveen dateert uit 1233 en beschrijft de omvang van een gebied dat ter ontginning wordt uitgegeven, langs de Gouwe, ongeveer vanaf de Dorrekade tot de Nesse. Dit is de kern van het latere ambacht Zuid-Waddinxveen. Elf jaar later wordt iets ten noorden hiervan het gebied Poeliën (of Peuliën) ter ontginning beschikbaar gesteld, als apart rechtsgebied: de kern van het latere ambacht Noord-Waddinxveen. In de 13e eeuw ontstaan nog vier andere ambachten op het grondgebied van de huidige gemeente Waddinxveen: Groensvoorde, het gerecht van Zevenhuizen, het Hubertsgerecht en Snijdelwijk. In de 14e eeuw blijkt de kerkelijke parochie Waddinxveen alle zes ambachten te omvatten; de stichting van de eerste kerk zal rond 1400 hebben plaatsgevonden, aan de zuidzijde van de Kerkweg. Later is "het gerecht van Zevenhuizen" tot het ambacht Bloemendaal gaan behoren, zodat dat dorp zich voor een klein gedeelte aan de westzijde van de Gouwe uitstrekte. Juist op dat gebied werd de kerk uitgebreid, die voortaan als parochiekerk van Waddinxveen en Bloemendaal werd aangeduid.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied grenst aan de Bomenwijk met voornamelijk eengezinswoningen met twee bouwlagen en een langskap. De wijk bestaat voor een groot deel uit naoorlogse woningen van woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland. Ten noorden hiervan ligt de Petteplas, welke in de 19e eeuw is ontstaan na ontvening waardoor de Kleine Putte ontstond, waarvan nu nog de Petteplas resteert. De aan het plangebied liggende Esdoornlaan is een doorgaande wijkontsluitingsweg als onderdeel van de ringstructuur naar noord en zuid. De weg ligt op een oplopend talud van de hoek met Ieplaan tot de Jan Dorrekenskade-West van circa 2,5 meter. Ten noorden van de Jan Dorrekenskade-West ligt een brede watergang met aansluitend de oude gemeentelijke begraafplaats van Waddinxveen. Richting de Dorpstraat staan dijkwoningen die tegen het dijktalud zijn gebouwd. Het parkeren vindt plaats in de voortuin op een aangevuld dijktalud. In westelijke richting is een kantoor en fysiopraktijk aan de Ieplaan 35 gevestigd met aansluitend hierop de Hoeksteen, een kerkgebouw van de Hervormde Gemeente Waddinxveen. Kantoor Ieplaan 35.
Woningen in Bomenwijk.
Watergang langs fietspad en dijkwoningen Jan Dorrekenskade-West.
Petteplas met Petteflats.
Begraafplaats.
Planspecifiek Het plangebied, groot circa 7.060 m², ligt al vele jaren braak, nadat het schoolgebouw in 2007 is gesloopt. Het gebied wordt omgeven door de Jan Dorrekenskade-West, Esdoornlaan en Ieplaan. De Jan
Toelichting
11
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Dorrekenskade-West kan worden gekarakteriseerd als landelijk met water en groen. Het gebied is ter plaatse alleen ontsloten voor fietsers en voetgangers. Verderop liggen dijkhuizen in één laag met een langskap. Plangebied vanaf Ieplaan.
Plangebied vanaf wandelpad bij Petteplas.
Plangebied vanaf Esdoornlaan.
Plangebied vanaf Ieplaan richting Bomenwijk.
12
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Het plan 'De Rank' is het ontwerp van 62 duurzame woningen op een voormalig schoolterrein in het binnenstedelijk gebied te Waddinxveen. Het ontwerp omvat 29 grondgebonden woningen en een woongebouw met 33 appartementen rondom een groen binnenterrein. De grondgebonden woningen zijn er in drie typen: starterswoningen, dijkwoningen en stadswoningen voor grote gezinnen. In het appartementengebouw zijn levensloopbestendige woningen opgenomen. Er ontstaat een gedifferentieerd woningaanbod, waardoor het plan 'De Rank' een bijdrage kan leveren aan het tekort van dit woningsegment. Ruimtelijk Het terrein wordt door drie wegen omsloten: de Esdoornlaan, Jan Dorrekenskade-West en de Ieplaan. De stadswoningen en het appartementengebouw zijn als een aaneengesloten massa ontworpen langs de wijkontsluitingsweg, zodat een fraaie woonwand ontstaat langs de Esdoornlaan. De Jan Dorrekenskade-West vormt een dijk waar geen gemotoriseerd verkeer kan/mag komen. Het ligt voor de hand dit dijklichaam te gebruiken voor de dijkwoningen. De Ieplaan ontsluit het terrein en is een rustige straat. Met het volume van de starterswoningen wordt in schaal en positionering verbinding gezocht met de bestaande bebouwing langs de Ieplaan. De opening tussen de starterswoningen en de stadswoningen geven toegang tot het binnenterrein.
Door de woningen te situeren aan de grenzen van het terrein kan er een open en rustig binnenterrein ontstaan. Niet alleen parkeerplaatsen (op open bestrating) en bergingen maar ook gemeenschappelijke kruidentuinen en speeltoestellen krijgen een plek op dit terrein. In figuur 3 is een situatietekening opgenomen. Een artist impression van de nieuwbouw is weergegeven in figuur 4.
Figuur 3: Situatietekening waarin het plan is ingepast.
Toelichting
13
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Figuur 4: Artist Impression nieuwbouw. 3.1.1 Woningbouwprogramma Het woonprogramma behelst de bouw van 62 woningen in de koopsector voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. De verdeling van het woonprogramma (prijspeil juni 2020) luidt als volgt: 10 dijkwoningen in de dure sector tussen € 430.000 en € 475.000 33 levensloopbestendige appartementen in de middeldure en dure sector, waarvan a. 14 appartementen tot € 325.000,b. 17 appartementen tot € 375.000,c. 2 appartementen vanaf € 375.000,7 stadswoningen in de dure sector tussen € 405.000 en € 430.000. 12 starterswoningen in de goedkope koopsector vanaf circa € 170.000 tot € 225.000 (prijspeil juni 2020). Het woningbouwprogramma is weergegeven in figuur 5.
Figuur 5: Programma met 62 woningen.
14
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
3.1.2 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december) zijn steeds 4 tijdstippen gekozen: 09:00 uur, 13:00 uur en 17:00 uur. Uit de vergelijking blijkt dat alleen in december en maart in de ochtenduren de schaduwen reiken tot aan enkele woningen aan de Ieplaan en Jan Dorrekenskade-West die grenzen aan het plangebied. De woningen aan de Esdoornlaan staan op zeker 35 meter van de nieuw te bouwen woningen. Alleen in de winter met een laagstaande zon zou ook hier minder zonlicht binnen komen. In de praktijk zal het effect van de bomen langs de Esdoornlaan op de beschaduwing groter kunnen zijn. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 1.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de centrumring West-Zuid van Waddinxveen. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer vindt plaats vanaf een nieuwe uitrit op de Ieplaan. De maximum snelheid van de wijkontsluitingswegen Esdoornlaan en Chopinlaan is 50 km/uur. De overige straten zijn ingericht als 30 km/uur gebieden. De toename aan verkeersbewegingen zal geen consequenties hebben voor de verkeersgeneratie van de Ieplaan en aangrenzende wegen, omdat deze wegen voldoende capaciteit hebben. Het plangebied is ook goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Zo zijn er haltes bij de rotonde Chopinlaan/ Esdoornlaan (halte Kerkweg-West) op circa 150 m met rechtstreekse busverbindingen naar Gouda, Leiden, Rotterdam Nesselande en Zoetermeer. Het HOV-net tussen Gouda en Alphen aan den Rijn bevindt zich op 400 m loopafstand. Esdoornlaan (links plangebied).
Ieplaan.
Jan Dorrekenskade-West.
Kerkweg-West richting station.
Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De
Toelichting
15
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het paraplubestemmingsplan voor parkeren en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 381, 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'centrum', 'schil centrum', 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied', waarin per locatie de bandbreedte wordt bepaald. Parkeren wordt in eerste instantie op de planlocatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1: Parkeerkencijfers woningen CROW-publicatie 381. Categorie rest bebouwde kom matig stedelijk (gemiddeld) koop, etage, goedkoop 1,6 koop, etage, midden 1,8 koop, tussen/hoek 1,9
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning
Met de 12 starterswoningen worden voor een specifieke doelgroep betaalbare en duurzame woningen gerealiseerd in de vorm van zogenaamde Startblock woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. Voor deze doelgroep is een meer realistische parkeernorm aangehouden, omdat jongeren steeds minder een auto hebben dan wel een auto delen. Voor deze woningen is daarom een parkeernorm van 1,2 per woning aangehouden, waarbij aansluiting is gezocht bij de minimum parkeernorm voor de categorie koop, etage, goedkoop. Op basis van deze uitgangspunten ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2). Tabel 3.2: Parkeerbalans nieuwe situatie. Functies Typologie (CROW) Appartementen koop, etage, midden Dijkwoningen koop, tussen/hoek Stadswoningen koop, tussen/hoek Starterswoningen Startblock woningen, koop, goedkoop Totaal
Parkeernorm 1,8 1.9 1,9 1,2
Aantal 33 10 7 12
Totaal 59,4 19,0 13,3 14,4
62
106,1 pp
Op basis van het vorenstaande is de parkeerbehoefte voor het woningbouwprogramma vastgesteld op afgerond 106 parkeerplaatsen. Dit aantal moet met drie worden verhoogd, omdat drie parkeerplaatsen vervallen als gevolg van aanleg van een inrit vanaf de Ieplaan. De totale parkeerbehoefte is daarom 109 parkeerplaatsen. Binnen het plan is ruimte gevonden voor 111 parkeerplaatsen, zodat het plan kan voorzien in de parkeerbehoefte. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 11.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
16
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Figuur 6: Parkeersituatie met 111 parkeerplaatsen in plangebied.
Toelichting
17
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
18
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Dit plan voorziet in de
Toelichting
19
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
herontwikkeling van vrijgekomen locatie, waar vooheen een school stond, naar een woningbouwlocatie in bestaand stedelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte.
Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.1. De invulling van het plangebied met 62 woningen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Waddinxveen. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
20
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 15 maart 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd.
Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.1.
Toelichting
21
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (figuur 7). Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De planontwikkeling is hiermee in overeenstemming. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.
Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex. Op de Laag van cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied niet specifiek aangeduid. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen (figuur 7). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap.
Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.
Figuur 7: Links: uitsnede kaart Kwaliteitskaart: 'Laag van de stedelijke occupatie'. Rechts uitsnede kaart 59 van Omgevingsvisie. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid.
22
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van 62 woningen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied nabij een HOV-net ligt. De richtpunten zijn niet in het geding. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Op 15 maart 2022 is de geconsolideerde versie in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 62 woningen mogelijk in het bestaand stedelijk gebied, zoals dat hiervoor is omschreven in de begripsbepaling voor bestaand stads- en dorpsgebied. Voldaan wordt aan de Ladder zoals beschreven in paragraaf 4.1.3. De ontwikkeling sluit aan bij de omliggende (woon)bebouwing. Dit plan is opgenomen in het woningbouwprogramma voor de Regio Midden-Holland en hiermee passend gebleken binnen de Regionale Agenda Wonen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben het programma voor onder andere deze locatie aanvaard. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'.
Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp.
Toelichting
23
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat in de omgeving. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Conclusie Het plangebied ligt binnen de BSD. Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland. De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie paragraaf 4.3.1). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de
24
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De nieuwbouw van 62 woningen in de goedkope, middendure en dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Waddinxveen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Het project is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen en dat hierover in voldoende mate door de regio afstemming heeft plaats gehad. Met deze instemming is de regionale afstemming afgerond.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de structuurvisie Waddinxveen 2030 "Positief en realistisch naar 2030" vastgesteld. De structuurvisie van 2006 is herzien, omdat in de periode tot 2006 en nu veel is veranderd. De huidige economische situatie en bijgestelde groeiprognoses hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het beleid dat gericht is op de woningmarkt. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Het karakter van de structuurvisie is positief en realistisch. Concreet betekent dit dat de ambities haalbaar en uitvoerbaar zijn, maar dat de visie ook uitdaagt en perspectief biedt. De nieuwe structuurvisie moet zowel de gemeente als burgers, bedrijven en andere betrokken partijen inspireren om actief mee te werken en te bouwen aan de toekomst van Waddinxveen. Wonen en voorzieningen De gemeente wil bouwen voor de lokale en regionale behoefte op het gebied van wonen. Hierover zijn in het verleden afspraken gemaakt met de regio en de gemeente wil deze afspraken zoveel mogelijk nakomen. Tegelijkertijd is de marktsituatie veranderd en zijn de prognoses over de ontwikkeling van de bevolking en huishoudens in Waddinxveen ten opzichte van 2006 neerwaarts bijgesteld. Een bijstelling van het programma uit de structuurvisie 2006 is daarom noodzakelijk.
De prognoses geven aan dat de behoefte aan extra woningen in 2030 circa 2.000 bedraagt (op basis van autonome groei en gezinsverdunning). Waddinxveen wil in deze behoefte voorzien en daarnaast bouwen voor de regionale groei en gaat daarom uit van een programma van circa 4.250 woningen tot 2030. Dit betekent dat gemiddeld ruim 200 woningen per jaar worden gerealiseerd. De gemeentelijke ambities uit de structuurvisie zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda met concrete projecten. De uitvoeringsagenda vormt deze periode enerzijds een belangrijk sturingskader voor de projecten die de gemeente zelf actief wil oppakken en anderzijds een toetsingskader voor projecten en initiatieven van private partijen die een faciliterende rol van vragen van de gemeente. Van belang is dat zowel de structuurvisie als de uitvoeringsstrategie een momentopname zijn van ambities en concrete projecten op de korte én lange termijn. Bij invulling van het woningbouwprogramma wordt ingezet op ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt. Voor de gemeente betekent dit concreet dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de toekomstige woon-, leef- en werkkwaliteit van Waddinxveen. Een goede balans tussen inbreiding en uitbreiding is hierbij van groot belang. Op de integrale kaart van de Structuurvisie is het plangebied aangeduid als 'Wonen bestaand' (figuur 8).
In de geactualiseerde Structuurvisie en de Uitvoeringsagenda is het plangebied als lopend facilitair project genoemd onder de noemer 'Hof van Pette' voor de periode 2015-2020. Een vervolgfunctie van
Toelichting
25
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Maatschappelijk naar Wonen wordt passend geacht, temeer daar de locatie nabij openbaar vervoerhaltes is gelegen. Conclusie De planontwikkeling voor het oprichten van 62 woningen is in overeenstemming met de structuurvisie en uitvoeringsagenda. De locatie is opgenomen in de Uitvoeringsagenda als lopend facilitair project onder de noemer 'Hof van Pette' voor de periode 2015-2020. Deze planontwikkeling levert een bijdrage aan de gewenste gedifferentieerde woonmilieus.
Figuur 8: Integrale kaart Structuurvisie. 4.4.2 Woonvisie en woningbouwprogrammering De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 13 december 2017 de Woonvisie 2018-2022 vastgesteld. De woonvisie bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers. De hoofddoelstelling is dat iedereen die dat wil op een prettige en geschikte manier in Waddinxveen moet kunnen wonen. De pijlers geven hier invulling aan. De eerste pijler is beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze pijler gaat over passende huisvesting voor diverse doelgroepen. De tweede pijler gaat over wonen, zorg en welzijn. Een belangrijk thema is duurzaamheid, daarom gaat de derde pijler over dit thema. De vierde pijler gaat over leefbaarheid. Het gaat hier zowel over de woningen zelf als over de woonomgeving. Naast de pijlers wordt er in de woonvisie ingegaan op het gewenste woningbouwprogramma voor Waddinxveen en de manier waarop de gemeente met 'partners in wonen' samenwerkt. De actiepunten uit de woonvisie zijn op een rij gezet en een bijlage bij de Woonvisie. Wonen is een eerste levensbehoefte. De woningmarkt is complex. De gemeente heeft daarom een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze woonvisie geeft de ambities en doelstellingen voor wonen voor de periode van 2018 tot en met 2022.
De woonvisie gaat in op de huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen, zodat iedereen die dat wil prettig kan wonen in Waddinxveen. De woonvisie is een kompas en toetssteen voor de gemeente bij de ontwikkeling van Waddinxveen, zowel voor nieuwbouw als voor de aanpassingen in de bestaande voorraad. De vorige woonvisie is in 2012 vastgesteld. Toen was er een economische crisis. Intussen is de economie weer aangetrokken. Dat heeft ook invloed op de woningmarkt. Er is daarom
26
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
behoefte aan een geactualiseerde visie. Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen. Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving. Voor sommige doelgroepen zijn onvoldoende woningen beschikbaar. Om deze doelgroepen te kunnen bedienen, zal de woningvoorraad aangepast moeten worden. Hierbij gaat het zowel om aanpassingen in de bestaande voorraad als om de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuw. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholen staat hierbij voorop. Pijler 3: Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw.
Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Pijler 4 Leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is. Woningbouwprogramma Om aan de vraag te voldoen is het van belang inzicht te hebben in het gewenste programma voor Waddinxveen voor de komende jaren. Er is veel vraag naar woningen in de grote steden, maar ook in de gebieden langs de A12, waaronder Waddinxveen. Waddinxveen heeft ruimte om woningbouwplannen te realiseren. Naast de uitbreidingslocaties Park Triangel en ’t Suyt zet de gemeente in op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie van vastgoed. Een belangrijk (transformatie)gebied voor de komende jaren is het gebied van Station tot Hefbrug. In dit gebied worden onder andere voormalige detailhandel en bedrijfsbestemmingen getransformeerd naar een gebied voor wonen en zorg gerelateerde voorzieningen.
Deze locatie ligt binnen de invloedssfeer van station Waddinxveen. Op basis van de Woningbouwraming en de Bevolkingsprognose van de Provincie Zuid-Holland zou er in Waddinxveen ruimte zijn tussen 1622 en 2195 woningen in de periode van 2015 tot en met 2029 voor de eigen behoefte. Park Triangel heeft haar eigen vraag. Voor Park Triangel hanteert de gemeente als uitgangspunt dat 40% van Park Triangel gebouwd wordt voor de lokale en regionale behoefte en 60% voor de bovenregionale behoefte. Deze bovenregionale behoefte komt voornamelijk voort uit de verhuisrelatie die Waddinxveen heeft met Rotterdam en Den Haag. In deze steden is een tekort aan met name grondgebonden woningen. Park Triangel vangt een deel van dit tekort op. Om te voldoen aan de vraag naar meer luxe woonmilieus, wordt als onderdeel van het woningbouwprogramma ook ingezet op duurdere koopwoningen. Toetsing planinitiatief Deze woningbouwontwikkeling levert een bijdrage aan het voorzien in de behoefte aan voldoende woningen in de goedkope, middeldure en dure koopsector voor starters, doorstromers en senioren. De stedelijke voorzieningen en het openbaar vervoer zijn dichtbij. Duurzaamheid wordt beschreven in 4.4.4. Conclusie Het woningbouwprogramma van 62 woningen is in overeenstemming met de uitgangspunten in de Woonvisie.
Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de ambitie om duurzame woningen te realiseren.
Toelichting
27
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
4.4.3 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan acht beleidskaders om de ambities te realiseren. Zowel de beleidskaders als de maatregelen om de knelpunten te reduceren hebben als doel om de mobiliteitsambities te realiseren. De beleidskaders worden gebruikt in het integrale afwegingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Conclusie De 62 woningen worden via een nieuwe uitrit ontsloten op de Ieplaan richting de Esdoornlaan.
Het centrum en rijkswegennet is goed bereikbaar. Deze ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van het Mobiliteitsplan. 4.4.4 Duurzaamheid De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 de Woonvisie vastgesteld. Het doel van deze Woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven. Pijler 3 heeft betrekking op duurzaamheid. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. In de duurzaamheidsvisie is een tweetal ambities op het gebied van duurzaamheid en wonen opgenomen. Het gaat om het stimuleren van duurzame nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Specifiek De woningen krijgen geen aardgasaansluiting.
Voorts worden er zoveel mogelijk zonnecollectoren op de daken geplaatst. Bovendien wordt beoogd een aantal duurzame maatregelen op te nemen om het milieu te ontlasten, zoals beperking van watergebruik en toepassing van circulair materiaalgebruik. Waterberging vindt plaats door middel van regentonnen. Hierover worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt. Waar mogelijk wordt sedum dakbedekking aangebracht en eventueel ondergrondse kratten op eigen terrein. Ook is er aandacht voor de gezondheid door onder andere geluidwering, luchtkwaliteit en thermisch comfort. Conclusie De woningen worden BenG gebouwd. Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.
28
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
4.5
Conclusie
Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid. Het betreft immers een locatie binnen het stedelijke gebied. Dit sluit aan bij bundeling van verstedelijking. Er is geen strijdigheid met de rijksbelangen. Deze planontwikkeling is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, omdat het plangebied binnen de BSD ligt en regionale afstemming heeft plaatsgevonden over het woningbouwprogramma. Mitsdien is het bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale belangen. De planontwikkeling op onderhavige locatie past voorts binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.
Toelichting
29
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
30
Toelichting
bestemmingsplan 'De Rank', Esdoornlaan 26, Waddinxveen
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
5.2
Beleidskader rijk, provincie en gemeente
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. 5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken.
In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Provincie Op provinciaal niveau heeft de provincie Zuid-Holland het beleid vertaald in het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Dit plan bepaalt het waterbeleid. Het gaat om waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en een robuust en veerkrachtig watersysteem.