Bijlage 1 Regionale woonzorgvisie Midden-Holland 285020
Tekst van het document
Maatwerkoplossingen bij onaanvaardbaar woongedrag Voor mensen die gebaat zijn bij een rustige basis zetten we in op het inrichten van ‘skaeve huse’, ofwel ‘maatwerkwoningen’. Dit zijn eenvoudige en goedkope wooneenheden in een prikkelarme omgeving op afstand van de bestaande woonwijken.
Van curatief naar preventief werken: voorkomen is beter dan genezen Ambulante begeleiding alleen is niet altijd voldoende om mensen met een psychische kwetsbaarheid mee te laten doen in de samenleving. We vinden het belangrijk meer aandacht te geven aan preventie. Dit doen we om het welbevinden van onze inwoners te versterken en zorgvragen zoveel mogelijk tegen te gaan. We investeren daarom in de positieve gezondheid (zie kader in paragraaf 4.3). Hierbij gaat het dus niet alleen om lichamelijke gezondheid, maar ook om dagelijks functioneren, participatie en mentale gezondheid. We zetten daarom in op het stimuleren van ontmoeting en beweging voor jong en oud. Zo is voor iedereen leven in een vertrouwde omgeving mogelijk. Een laagdrempelig netwerk van steunpunten in samenwerking met ervaringsdeskundigen kan bijdragen aan ondersteuning in de woon- en leefomgeving op persoonlijk niveau. Neem als voorbeeld het IZA initiatief ‘Laagdrempelige steunpunten als springplank naar meer Volwaardig Burgerschap’ (2024). Op deze manier zetten we in op
inclusieve, welkome en vitale wijken met voldoende ondersteuning, ruimte voor diversiteit en (algemene) voorzieningen die passen bij de verschillende behoeftes van verschillende inwoners.
Goede sociale basis belangrijk voor zelfredzaamheid De focus ligt op het versterken van participatie en zelfregie van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Een sterke sociale basis stimuleert ontmoeting, helpt eenzaamheid te voorkomen en bevordert zelfredzaamheid. Het zorgt ervoor dat problemen zoveel mogelijk voorkomen en/of eerder gesignaleerd worden. Zo’n basis is nodig om te voorkomen dat inwoners in complexe (zorg)trajecten terecht komen. Het samenbrengen van formele en informele zorg is belangrijk voor een sterke sociale basis.
33
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
5.4 Hoe kunnen we dit bereiken? Doel
Voorstel voor acties
In een inclusieve samenleving is plek voor iedereen
13 We voeren bestaande regionale afspraken over uitstroom uit. Daarnaast coördineren en monitoren we de in- en uitstroom beter. Dit doen we door: •
Met onze woon- en zorgpartners in individuele trajecten te bekijken hoe mensen die in de maatschappelijke opvang terecht komen zo snel kunnen doorstromen.
•
Het opstellen van een regionale urgentieverklaring. Hiermee versnellen we de uitstroom uit de vrouwenopvang.
•
Te werken met een regionale uitstroomtafel voor beschermd wonen. Een belangrijk onderdeel: bij cliënten een reëel beeld creëren over de mogelijkheden na uitstroom en deze opnemen in het begeleidingsplan.
Van beschermd wonen naar beschermd thuis
14 We maken met onze woonpartners afspraken over kamergewijze verhuur aan jongeren en mensen met een psychische kwetsbaarheid. We hebben daarbij nadrukkelijk aandacht voor behorende randvoorwaarden, zoals toewijzing en ambulante begeleiding.
Voldoende betaalbare en passende woningen
15 We zorgen ervoor dat alle gemeentelijke woningbouwprogramma’s voor minimaal 30% uit sociale huur bestaan. 16 We werken aan de uitbreiding van ‘Wonen Eerst’. We hebben daarbij aandacht voor een meer gevarieerd aanbod en hoe deze past bij de huishoudens. 17 We brengen de beter benutten-potentie in de bestaande voorraad in beeld. We onderzoeken waar we via het vullen van leegstand, transformaties en splitsingen meer kleine en betaalbare woningen kunnen realiseren. We houden daarbij rekening met de nabijheid van (zorg)voorzieningen. 18 We onderzoeken waar wet- en regelgeving (in het woon- én zorgdomein) uitstroom uit zorgvoorzieningen belemmert en pakken dit aan.
Aanpak dakloosheid regio Midden-Holland: Wonen Eerst
19 We zetten de pilot ‘Wonen Eerst’ om in regulier beleid. De aanpak wordt daarbij verbreed met alle in de regio actieve woningcorporaties. Dit doen we door: •
met woningcorporaties afspraken te maken over de vorm en financiering van de begeleiding na twee jaar (als het zorgdakcontract omklapt naar een huurcontract voor onbepaalde tijd);
•
het verhogen van het aantal contingenten van 68 naar 78 en hierover maken we afspraken met de woningcorporaties. We werken nader uit met welke doelgroep we ‘Wonen Eerst’ uitbreiden en maken afspraken over het aandeel woningen dat we via directe bemiddeling aan deze doelgroep toewijzen;
•
wanneer gemeenten het lokale contingent op basis van de verdeelsleutel Wonen Eerst niet halen, maken we ter compensatie op andere terreinen vervangende afspraken.
34
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
Goede ambulante ondersteuning in de thuissituatie
20 Om voldoende ambulante zorg te (blijven) bieden, stimuleren we zorgaanbieders om innovatie en kosteneffectieve oplossingen te ontwikkelen. Denk aan digitale begeleiding of groepsgerichte ondersteuning.
Maatwerkoplossingen bij onaanvaardbaar woongedrag
21 We werken samen met onze woon- en zorgpartners aan voldoende maatwerkoplossingen. We hebben daarbij aandacht voor de grondprijs en staan open voor nieuwe, creatieve vormen van woningbouw.
Van curatief naar preventief werken: voorkomen is beter dan genezen
22 We zetten een regionaal (kennis)netwerk wonen en zorg op. Binnen dit netwerk werken we niet alleen samen met onze woon- en zorgpartners, maar ook met huisartsen, scholen, wijkteams en andere lokale partijen. Dit alles om hulpvragen vroegtijdig te signaleren. We benutten hiervoor bestaande meldpunten zoals ‘zorg en overlast’ optimaal. 23 We benutten de potentie die het wetsvoorstel ‘gegevensverwerking en -deling door woningcorporaties’ biedt. Woningcorporaties mogen, om het welzijn van bewoners en de leefbaarheid in de wijk te vergroten, gegevens over hun huurders delen met zorgverleners. 24 We maken met onze woon- en zorgpartners afspraken over ‘low profile’ begeleiding na afronding van een traject om een vinger aan de pols te houden. 25 We ondersteunen initiatieven zoals kamertraining- centra (hier leren mensen zelfstandig wonen en dit voorkomt dat mensen afglijden naar opvang en zorg) en herstelhuizen (hier kunnen mensen met een psychische kwetsbaarheid gedurende twee weken op adem komen).
Goede sociale basis belangrijk voor zelfredzaamheid
26 We stimuleren sociale netwerken. Dit doen we door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en buurtprojecten die informele zorg en ondersteuning bieden te stimuleren.
35
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
6. Mensen met een verstandelijke beperking
36
37
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
Onder de zorgdoelgroep verstandelijke beperking vallen mensen die extra ondersteuning nodig hebben in het dagelijks leven door beperkingen in cognitieve en adaptieve vaardigheden. Dit zijn mensen met een (blijvende) achterstand in de ontwikkeling die zich verstandelijk en aanvullend lichamelijk kan uiten. Kenmerkend zijn een lager IQ en moeite met conceptuele, sociale en praktische vaardigheden als rekenen, lezen, sociale interactie en zelfzorg. Verstandelijke beperkingen variëren van licht tot zeer ernstig en kunnen verschillende oorzaken hebben. Een verstandelijke beperking kan vanaf de geboorte aanwezig zijn (doordat deze genetisch is), maar ook later in het leven ontstaan (door bijvoorbeeld niet aangeboren hersenletsel).
6.1 Wat zien we? Mensen met een verstandelijke beperking hebben een diverse zorg- en ondersteuningsvraag De zorg- en ondersteuningsvraag van mensen met een verstandelijke beperking is persoonsgebonden. Zo kan de een 24 uur per dag zorg in nabijheid nodig hebben en de ander alleen een middag dagbesteding per week. Aantal inwoners met een verstandelijke beperking neemt richting 2040 toe In 2024 wonen er in Midden-Holland circa 1.645 mensen bij wie een verstandelijke beperking de zwaarste grondslag is voor hun Wlz-indicatie. Richting 2040 verwachten we dat het aantal inwoners met deze zwaarste grondslag toeneemt als gevolg van bevolkingsgroei. We gaan uit van een groei van zo’n 450 mensen (+27%). De woonopgave vanuit de doelgroep verstandelijke beperkten landt vanuit de Wlz vooral op intramuraal (beschermd) of begeleid wonen. Tegelijkertijd wordt de zorg steeds meer extramuraal georganiseerd, zoals ook bij ouderen en mensen met een psychische kwetsbaarheid het geval is. Sinds 2013 bedroeg de afname van het aantal mensen in een instelling bij de zorg voor verstandelijk gehandicapten 9% (bron: Questan, 2022 ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’).
Figuur 9: Wlz-cliënten met verstandelijke handicap als dominante grondslag
Verstandelijke handicap
2024
2031
2024-2031
Aantal
Aantal
Ontw.
1.645
1.890
+245
% 15%
2041 Aantal 2.095
2024-2041 Ontw. +450
% +27%
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages
Bestaande woonzorglocaties nog niet altijd levensloopbestendig De bestaande woonzorglocaties in Midden-Holland voor mensen met een verstandelijke beperking zijn sterk gericht op relatief jonge en mobiele bewoners (bron: Questan, 2022 ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’). Demografische ontwikkelingen tonen dat vergrijzing ook in deze doelgroep optreedt. Momenteel worden minder mobiele mensen met een verstandelijke beperking nog opgevangen in instellingen.
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
6.2 Wat horen we? Wat horen we? De vergrijzing onder de doelgroep verstandelijk beperkten vraagt om aanpassingen binnen het bestaande aanbod dat vooral gericht is op relatief jonge (mobiele) bewoners. Het bestaande vastgoed moet aansluiten bij de verwachte ouder wordende doelgroep met mobiliteitsbeperkingen. Hiervoor schat men vooral vervanging van bestaande locaties in. Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking gaat verder dan alleen een passende woonplek. Het gaat erom dat ze middenin de samenleving staan en mee kunnen doen. Ruimte om jezelf te zijn, anderen te ontmoeten en het hebben en houden van een baan hoort hierbij. Momenteel heeft ongeveer de helft van de mensen met een arbeidsbeperking nog geen werk. 9
6.3 Wat willen we bereiken? Iedereen doet mee in de samenleving We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving, ook mensen met een verstandelijke handicap. Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking gaat verder dan alleen een passende woonplek. Ruimte om jezelf te zijn, anderen te ontmoeten en het hebben en houden van een baan hoort hier ook bij. Het hebben en houden van een baan helpt mensen namelijk om middenin de samenleving te (blijven) staan. Meer woonzorgplekken realiseren om voorbereid te zijn op de verwachte toename Zelfstandig wonen voor mensen met een verstandelijke beperking vergt de vaardigheden om dagelijkse activiteiten (grotendeels) zelfstandig uit te voeren. Denk hierbij aan persoonlijke verzorging, het doen van boodschappen, schoonmaken en koken. Eventueel is ambulante begeleiding (op afroep) nodig. Deze woningen kunnen gespikkeld in de wijk of in een geclusterde woonvorm gebouwd worden. We zetten voor deze woningen in op locaties nabij voorzieningenclusters en ontmoetingsruimtes (het liefst binnen een straal van vijfhonderd meter). Dit zorgt ervoor dat iedereen, ongeacht diens ondersteuningsvraag, comfortabel en zo lang mogelijk zelfstandig kan wonen. Afhankelijk van de zorgvraag kunnen meer prikkelarme omgevingen ook passend zijn, bijvoorbeeld voor mensen met bijkomende gedrags- of psychische problemen.
Bestaande en nieuwe woonzorglocaties voorbereiden op de toekomst Bestaande woonzorglocaties zijn nog niet altijd levensloopbestendig. De woonvoorkeuren en eisen van de verouderende groep verstandelijk beperkten vraagt om aanpassing of vervanging van bestaande gebouwen. Denk hierbij aan een verbeterde interne en externe toegankelijkheid van gebouwen, waaronder de aanwezigheid van (trap)liften bij meerdere verdiepingen. Ook kan goede verlichting, kameralarmering bij valsituaties en beugels aan de muren in badkamers en toiletten helpen.
9
In de UWV Monitor Arbeidsbeperking 2023 meet het UWV de arbeidsparticipatie van arbeidsbeperkten. Doelgroepen die hierin worden onderscheiden zijn mensen die zorg of ondersteuning ontvangen vanuit de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), Wet Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA), Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en Participatiewet.
38
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
6.4 Hoe kunnen we dit bereiken? Doel
Voorstel voor acties
Iedereen doet mee in de samenleving
27 We starten een regionale campagne onder werkgevers om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. We maken hierbij gebruik van de mogelijkheden die het wetsvoorstel Breed Offensief biedt. Zie ook hier.
Meer woonzorgplekken realiseren om voorbereid te zijn op de verwachte toename
28 We stimuleren woningcorporaties en woonzorgpartijen geclusterde woonvormen en nieuwe intramurale instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking te ontwikkelen. Dit binnen een straal van vijfhonderd meter rondom voorzieningenclusters en gemeenschapsruimtes.
Bestaande en nieuwe woonzorglocaties voorbereiden op de toekomst
29 We gaan met onze woningcorporaties en zorgpartijen in gesprek over het toekomstbestendig maken van het zorgvastgoed. We koppelen de herstructureringsvraagstukken aan prestatieafspraken en stimuleren gebouweigenaren ook breder te kijken naar koppelkansen, zoals verduurzaming. 30 Bij nieuwbouw stimuleren we vooraf toegankelijkheid, levensloopbestendigheid en duurzaamheid. Hiervoor stellen we regionaal richtlijnen op die we als gemeenten op lokaal niveau stimuleren bij gebouweigenaren, zoals woningcorporaties en zorgorganisaties.
39
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
7. Richtingen en adviezen voor vervolg
40
41
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
In dit hoofdstuk worden de richtingen voor vervolg geschetst. Het biedt adviezen van Stec Groep voor invulling van het regionale uitvoeringsprogramma die in een later stadium volgt.
7.1 Advies 1: Stel een regionaal afsprakenkader op als uitwerking van de regionale woonzorgvisie De voorstellen voor acties uit hoofdstukken 4, 5 en 6 geven richting aan concrete uitvoering. Breng met het regionale afsprakenkader prioriteit aan in de uitvoering van deze acties. De regionale opgave is te groot en te veelomvattend om in één keer in zijn geheel aan te pakken. • Met dit traject is de regionale en lokale opgave voor wonen en zorg in beeld gebracht voor ouderen en aandachtsgroepen. Daarnaast is gezamenlijk een visie op drie doelgroepen (ouderen (65+), mensen met een psychische kwetsbaarheid en mensen met een verstandelijke beperking) geformuleerd. • De regionale woonzorgvisie vormt daarmee het gezamenlijk kader en het regionale uitgangspunt voor de opgaven en de definities. • Belangrijk is dat alle regiogemeenten zich aan de regionale en lokale opgave uit het onderzoeksrapport en de definities uit het definitiekader committeren. Borg dit in een regionaal afsprakenkader. • Het afsprakenkader dient een breed afsprakenkader te zijn dat zich richt op bindende afspraken voor de regiogemeenten en (eventueel) de samenwerkingspartners. Het moet zich richten op gerichte uitvoering en samenwerking. Denk hiervoor bijvoorbeeld aan afspraken over financiering of de prioritering van het verdeelvraagstuk.
• Maak afspraken over de woonzorgopgave op regionaal én lokaal niveau, met woningcorporaties en zorgpartijen (prestatieafspraken). • Leg in het regionaal afsprakenkader vast op welk niveau u uitvoering geeft aan de opgave. Zo is de opgave voor ouderen (65+) voornamelijk een lokale opgave (verpleegzorgplekken uitgezonderd). Spreek daarom regionaal af dat elke gemeente bij de nieuwbouwopgave en het toevoegen van woningen in de bestaande bouw expliciet ruimte biedt voor het toevoegen van reguliere nultredenwoningen, geclusterde nultredenwoningen en verpleegzorgplekken voor ouderen. • Maak op gemeenteniveau een afwegingskader voor woningbouwinitiatieven. Geef daarbij prioritering aan projecten waarin factoren als ontmoeting, mix van doelgroepen, innovatie, mogelijkheid tot hybride zorg en nabijheid tot voorzieningen centraal staan. • Specifieke woonzorgopgaven hebben een meer regionaal karakter. Zie ook onderstaande tabel. Maak over de hiervoor benodigde voorzieningen in de regio afspraken over de eerlijke en passende verdeling (zie 7.3 over de fair share).
Tabel 3: Welke opgave waar oppakken Doelgroep
Toelichting
Waar oppakken
Ouderen (65+)
Primair een lokale opgave (verpleegzorgplekken uitgezonderd). Er zijn synergievoordelen te behalen met afstemming en samenwerking in de regio.
Lokaal en regionaal
Heeft vaker een regionaal component. Regionale afstemming is noodzakelijk, onder meer vanuit fair share op woondealniveau.
Regionaal
Uitstroom aandachtsgroepen met een zorgvraag
(provinciaal denkbaar)
42
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
Uitstroom aandachtsgroepen zonder zorgvraag
Vaker regionaal (en soms provinciaal) geclusterd op enkele locaties. Fair share afspraken op regionaal niveau zijn nodig.
Regionaal
Statushouders en Oekraïense vluchtelingen
Onderdeel van een landelijke opgave waarbinnen gestuurd wordt met lokale taakstellingen.
Lokaal en regionaal
Arbeidsmigranten
Vormen veelal een regionale (en soms provinciale) opgave. Het gaat vaak om specifieke vormen van huisvesting.
Regionaal
(provinciaal denkbaar)
(provinciaal denkbaar)
Bron: Stec Groep (2024)
Aandachtspunt: niet alles kan overal •
• •
• •
De zorgvraag neemt toe onder druk van de vergrijzing. Ondanks dat we het zo lang mogelijk ‘thuis’ wonen graag faciliteren, beseffen we ons ook dat dit niet altijd mogelijk is. Zo is dit afhankelijk van de woning, woonomgeving en de zorgbehoefte en zal dat per persoon en per locatie sterk verschillen. Tegelijkertijd worden de grenzen van wat de zorg aankan steeds duidelijker zichtbaar en speelt de vraag of de benodigde zorg nog wel geleverd kan worden. Om ook in de toekomst zorg geleverd te krijgen en mensen zo lang en zo goed mogelijk ‘thuis’ te kunnen laten wonen, moeten keuzes worden gemaakt. Denk daarbij aan het aanwijzen van bepaalde kernen en verzorgingsgebieden (in kernen met meer voorzieningen) waarbinnen het ook met een complexere zorgvraag mogelijk is om zelfstandig, al dan niet geclusterd, te wonen. Voor lichte zorg en ondersteuning kan worden ingezet op clustering op lokaal niveau voor jong en oud. Daarbij is het behouden van het sociale netwerk van belang. Voor specialistische zorg moet op regionaal niveau geclusterd worden. Dit is noodzakelijk vanwege de complexiteit van de geleverde zorg, maar ook de financiële haalbaarheid.
7.2 Advies 2: Ga regionaal verder met visie op overige aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten •
• • •
In het onderzoeksrapport is de opgave voor alle doelgroepen in beeld gebracht. De overige doelgroepen zijn tijdens het gezamenlijke visietraject zijdelings aan bod gekomen. Dit vraagt een verdere uitwerking (visie) op regionaal (en lokaal) niveau. Daarbij is geconstateerd dat arbeidsmigranten een belangrijke groep zijn, waarvoor een regionale visie gewenst is. Belangrijk is daarbij de samenhang tussen de verschillende aandachtsgroepen. Denk daarbij aan de toenemende instroom van arbeidsmigranten in de maatschappelijke opvang (MO). Een gezamenlijke regionale visie op alle aandachtsgroepen conform de Wvrv is noodzakelijk om te komen tot regionale afspraken die in het kader van deze wet moeten worden gemaakt. Zie ook het punt hierna.
7.3 Advies 3: Werk toe naar een eerlijke regionale verdeling (fair share) •
Fair share gaat om solidariteit en met elkaar de verantwoordelijk nemen voor alle aandachtsgroepen. Van gemeenten wordt verwacht dat zij hun eerlijke aandeel nemen in de
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
•
•
•
•
•
huisvestingopgave van eigen kwetsbare inwoners en mensen met een specifieke woonvraag. In dat kader worden regionaal afspraken gemaakt over de ‘fair share’. De regionale fair share afspraken richten zich op een eerlijke regionale verdeling van het aanbod en daarmee de verdeling van de regionale opgave. Voor de fair share afspraak geldt: kijk er integraal naar en kijk dan wat het meest logisch is. Er zijn gemeenten die veel voorzieningen hebben en die daardoor nu al (bovengemiddeld) veel doen, vooral voor specifieke zorg. Vooral in de voormalige centrumgemeente zijn bovengemiddeld veel voorzieningen. Daarnaast zijn er gemeenten die een minder groot deel van de opgave opvangen. Fair share afspraken zijn complex. Belangrijk voor het vervolg om te komen tot regionale afspraken over de fair share is hoe bijvoorbeeld omgegaan wordt met bestaande structuren. Zie ook onderstaande kader over de aandachtspunten. Onderdeel van de fair share afspraak kan zijn dat er regionale uitruil plaatsvindt. Zo kan het zijn dat op basis van de bestaande voorzieningen regionaal afgesproken wordt dat de ene gemeente wat meer doet voor een specifieke groep en een andere gemeente juist een ander deel van de regionale opgave op zich neemt. Kijk dus bij het maken van regionale afspraken ook vooral naar de kansen die er zijn.
Op basis van de regionaal gevoerde gesprekken blijkt dat er kansen liggen om de uitstroom uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang op te vangen conform de afspraak: instroom = uitstroom. Dit betekent dat gemeenten inwoners die uit die gemeente komen bij uitstroom (uit een andere gemeente) ook weer opvangen. Borg de afspraken in een regionale huisvestingsverordening en voer deze ook lokaal door.
Aandachtspunten mogelijke richting voor fair share In het bestuurlijk overleg van 12 december 2024 is gesproken over een mogelijk verdeling van de fair share. Daarbij zijn enkele aandachtspunten genoemd voor het komen tot regionale fair share afspraken: 1. Het is belangrijk om te kijken naar de draagkracht van de wijk. Door goede ondersteuning van een wijk kan de draagkracht worden vergroot. Het huidige aanbod is nu sterk bepalend voor hoe de regionale opgave verdeeld kan worden. Daarbij zijn de verschillende voorzieningen niet evenredig verdeeld over de regio. 2. Voor complexere zorg is een evenredige regionale verdeling lastiger te realiseren dan voor lichtere zorg. Aandachtsgroepen verdelen op basis van gemeentelijke inwonersaantallen is dus te kort door de bocht. 3. Bij nieuwe initiatieven kan op regionaal niveau bekeken worden welke gemeenten al voorzieningen hebben en welke nog niet. Op basis van onder andere de gemeentelijke opgave, maar ook de uitwisseling met andere zorgopgaven, kan dan bekeken worden binnen welke gemeente het initiatief het meest passend is om te komen tot een eerlijke verdeling. 4. In nieuwe en bestaande initiatieven kan gezocht worden naar een andere mix van doelgroepen zodat er op lokaal niveau een bredere groep bediend kan worden. Echter kan ook niet alles overal. 5. Financiering vormt een complexiteit.
Voormalige centrumgemeenten huisvesten nog steeds relatief meer zorgdoelgroepen, maar krijgen hier niet meer geld voor dan andere gemeenten. Die complexiteit heeft invloed op de keuzes. Hierover moeten (nieuwe en) eerlijke afspraken over gemaakt worden.
43
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
7.4 Advies 4: Versterk het netwerk en geef regionale regie en samenwerking een vervolg •
• •
•
•
•
•
•
Regionale samenwerking draagt bij aan het invullen van de regionale opgave en kan daarnaast bijdragen aan innovatie, het uitwisselen van kennis en elkaar inspireren en vasthouden. Door samen op te trekken kan de samenwerking benut worden om te leren, inspireren en te stimuleren. Benut daarom het momentum voor verdere regionale samenwerking nu gesprekken gevoerd zijn en de opgave voor iedereen inzichtelijk is gemaakt. Zorg voor afstemming tussen alle woonzorgpartners. Alles hangt samen maar weinig werkt als vanzelfsprekendheid samen. Er is daarom behoefte aan en noodzaak voor afstemming tussen alle woonzorgpartners. Dit vraagt om integraal samenwerken. Probeer partners op regionaal niveau bij elkaar te houden en benut de energie die er nu in zit voor verdere samenwerking. Dit door bijvoorbeeld twee keer per jaar regionaal (zowel ambtelijk als bestuurlijk) bij te praten. Betrek waar mogelijk ook de provincie. De provincie heeft tot op heden niet actief deelgenomen aan het woonzorgvisietraject. De provincie kan een belangrijke rol spelen als coördinator, regisseur en stimulator. Zij heeft deze rollen ook vanuit de Wvrv. Denk aan het maken van regionale afspraken en het toezien op de uitvoering hiervan, maar ook door gemeenten te stimuleren en knelpunten op te lossen. Focus op regionale regie en ondersteuning, met uitvoering op lokaal niveau.
Daarbij is het denkbaar dat u op regionaal niveau een opdracht uitzet voor een vastgoed- of wijkenscan waarin u de verbinding tussen het sociale en fysieke domein legt. Dit helpt voor snelheid in afspraken met als doel om tot uitvoering op lokaal niveau te komen. Zorg - waar dat kan - dat de financiering van de stelselwetten aansluit bij de regionale opgaven en afspraken. Borg en veranker de regionale afspraken bijvoorbeeld in de regionale inkoopkaders en de doorontwikkeling van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Stel een regionale huisvestingsverordening op voor eenheid in definities en afwegingen. Bij inwerkingtreding van de Wvrv is een urgentieregeling verplicht. Door gezamenlijk een huisvestingsverordening uit te werken, wordt een regionale basis gelegd voor lokale vaststelling. Laat daarbij ruimte voor maatwerk op lokaal niveau.
7.5 Advies 5: Borg op lokaal niveau inbedding en uitvoering •
•
• •
•
Het Volkshuisvestingsprogramma en daarbinnen de gemeentelijke visie op wonen en zorg vormt de basis voor lokale afspraken tussen gemeenten, corporaties, huurdersorganisaties en zorginstellingen op het gebied van wonen, leefbaarheid, welzijn en zorg. Belangrijk is om een verbinding te maken tussen het Wmo-beleidsplan en volkshuisvestingsprogramma. Gemeenten moeten in hun Wmo-beleidsplan aandacht besteden aan de vraag naar zorg, jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning die hoort bij de woonopgave voor aandachtsgroepen. Belangrijk is deze ook lokaal in te bedden. Door de opgave en definities op lokaal niveau te verwerken in het volkshuisvestingsprogramma. Maak op basis van de regionale woonzorgvisies en afspraken (en lokale uitwerkingen) prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties. Nodig zorgpartijen hier ook voor uit, deze ruimte biedt de Wvrv en het is vanuit de inhoud ook volstrekt logisch om te doen. Leg in de lokale prestatieafspraken vast hoe de nieuwbouw- en bestaande voorraad beter benut kan worden voor de huisvesting van senioren (en aandachtsgroepen).
44
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
7.6 Advies 6: Monitor de afspraken en zorgbehoefte op regionaal niveau •
• •
•
Nu de opgave in beeld is, is het van belang om op regionaal niveau eenduidig en op basis van het definitiekader het overzicht te houden op de ontwikkeling van de opgave, maar ook hierover vervolgens met elkaar het (kwantitatieve én kwalitatieve) gesprek over te voeren. Monitor daarom op regionaal niveau welke woonzorgproducten iedere gemeente ontwikkelt en of gezamenlijk de vraag voldoende wordt beantwoord. Maak hierbij gebruik van het bestaande monitoringssysteem van de provincie en scherp deze samen aan waar nodig. Het monitoren op regionaal niveau stelt u in staat om op regionaal niveau en lokaal niveau te bespreken of (bij)sturing noodzakelijk is. Daarnaast biedt regionale monitoring en samenwerking kans om een regionaal loket/aanmeldpunt voor initiatiefnemers op te zetten en dit regionaal te coördineren. Zo kunnen op regionaal niveau initiatieven verbonden worden aan locaties. Houd daarbij als regio de regie en vraag de regiogemeenten periodiek (bijvoorbeeld twee keer per jaar tijdens de provinciale woningbouwprogrammacyclus) om input te leveren ten behoeve van de monitoring. Denk daarbij aan de voortgang van de realisatie van ouderenhuisvesting of de planlijst wonen. De gezamenlijk afgestemde regionale opgave is hierbij het uitgangspunt.
45
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
8. Bijlage A
46
47
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
8.1 Tabel A1: Rijksprogramma’s en nationale zorgakkoorden Rijksprogramma’s
Nationale zorgakkoorden
Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening (VRO)
Volksgezondheid, Welzijn & sport (VWS)
Wonen en zorg voor ouderen
Een thuis voor iedereen
Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)
Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijn (TAZ)
Nationaal Plan Dakloosheid
(2022)
(2022)
(2022)
(2022)
(2022)
(2022)
(2023)
• 290.000 woningen geschikt voor ouderen bouwen tot 2030
• Voldoende betaalbare woningen
• Transformatie ouderenzorg
• Transitie naar passende en arbeidsbesparende zorg
• Dakloosheid te allen tijde voorkomen
• Toegankelijk kwalitatief en goed betaalbaar
• Preventie, gezondheid en sociale basis
• Samen met de patiënt
• Weerbare gezonde mensen
• Informeren, ontzorgen en doorstroming bevorderen • Leefomgeving geschikt om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen
• Aandachtsgroepen • Evenredige verdeling over gemeenten
• Passend bij behoefte en betaalbaar • ‘Zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan’
• Arbeidsmarkt in zorg en welzijn toekomstbestendiger maken • Innovatieve werkvormen & behouden medewerkers. Leren en ontwikkelen
• Wonen eerst: afbouw maatschappelijk e opvang en eerst stabiele huisvesting • Vergroten van woningvoorraad voor (dreigend) dakloze mensen
Bron: Verschillende Rijksprogramma’s en zorgakkoorden. Samenvatting: Stec Groep
Integraal Zorg Akkoord (IZA)
• Nadruk op (positieve) gezondheid
Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)
• Sterke sociale basis • Positieve gezondheid voor een gezonde leefomgeving
Regionale woonzorgvisie Midden-Holland
Colofon Datum: 12 maart 2025 Projectnummer: 24.155 Opdrachtgever: Regio Midden-Holland Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Arlinde Dul, Luuk Lentferink en Maartje Lucassen Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
48