CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Regionale woonzorgvisie Midden-Holland 285020

Besluitvormende raadsvergadering 24 september 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken13.250 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland Samen inzicht, samen (bij)sturen en samen sterk! 12 maart 2025

2

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Waarom een regionale woonzorgvisie Positionering regionale woonzorgvisie Gemeenschappelijk regionaal kader als basis Doelen regionale woonzorgvisie Reikwijdte regionale woonzorgvisie Leeswijzer

5 7 7 8 8 9

Proces regionale woonzorgvisie

10

2.1 2.2 2.3 2.4

11 11 11 14

Woonzorgopgave in één oogopslag

15

3.1 3.2

16

3.3

4.

5.

6.

7.

Gezamenlijke startnotitie bouwsteen voor woonzorgvisie Woonzorgvisie opgesteld op basis van uitgebreid proces Input partners belangrijk voor uitvoerbare woonzorgvisie Vervolg regionale woonzorgvisie: hoe nu verder?

Zorgvraag neemt toe en moet steeds vaker thuis landen Woonopgave voor ouderen absoluut de grootste opgave: 10.875 geschikte woningen nodig Woonzorgopgave voor andere doelgroepen is even belangrijk

16 17

Ouderen

18

4.1 4.2 4.3 4.4

19 22 23 26

Wat zien we? Wat horen we? Wat willen we bereiken? Hoe kunnen we dit bereiken?

Mensen met een psychische kwetsbaarheid

28

5.1 5.2 5.3 5.4

29 31 31 34

Wat zien we? Wat horen we? Wat willen we bereiken? Hoe kunnen we dit bereiken?

Mensen met een verstandelijke beperking

36

6.1 6.2 6.3 6.4

37 38 38 39

Wat zien we? Wat horen we? Wat willen we bereiken? Hoe kunnen we dit bereiken?

Richtingen en adviezen voor vervolg 7.1 7.2 7.3

Advies 1: Stel een regionaal afsprakenkader op als uitwerking van de regionale woonzorgvisie Advies 2: Ga regionaal verder met visie op overige aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten Advies 3: Werk toe naar een eerlijke regionale verdeling (fair share)

40 41 42 42

3

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

7.4 7.5 7.6

8.

Advies 4: Versterk het netwerk en geef regionale regie en samenwerking een vervolg Advies 5: Borg op lokaal niveau inbedding en uitvoering Advies 6: Monitor de afspraken en zorgbehoefte op regionaal niveau

44 44 45

Bijlage A

46

8.1

47

Tabel A1: Rijksprogramma’s en nationale zorgakkoorden

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

1. Inleiding

4

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

1.1 Waarom een regionale woonzorgvisie De toekomstige woon-, zorg- en welzijnsopgaven zijn fors in Midden-Holland Er is sprake van dubbele vergrijzing. Het aantal (oudere) ouderen met een (toekomstige) zorgvraag neemt snel toe. Tegelijkertijd groeit ook het aantal andere kwetsbare inwoners. De vraag naar passende woonruimtes, eventueel met zorg- en welzijnsdiensten, neemt verder toe. Dit omdat het Rijk inzet op ’Langer Thuis’ en het doel dat er in 2030 niemand meer dakloos is. Tegelijkertijd is er sprake van krapte op de woningmarkt en tekorten in de zorgsector. Fysieke en sociale aspecten zijn in deze complexe situatie daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarmee zijn de opgaven op het gebied van wonen, zorg en welzijn nu al zichtbaar en nemen deze de aankomende jaren alleen maar verder toe, vooral als we onszelf hier onvoldoende op voorbereiden.

Rijksprogramma’s gericht op wonen, zorg en welzijn Om met bovenstaande opgaven om te gaan zijn verschillende Rijksprogramma’s en nationale zorgakkoorden gesloten rondom wonen, zorg en welzijn. In het programma ’Wonen en zorg voor ouderen’ is bijvoorbeeld vastgelegd dat er tot en met 2030 290.000 extra woningen voor ouderen moeten komen, waarvan 170.000 nultredenwoningen, 80.000 geclusterde nultredenwoningen en 40.000 verpleegzorgplekken. Ook wordt in dit programma nadrukkelijk de link gelegd met de leefomgeving. Deze moet ook geschikt zijn om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is daarnaast vastgelegd dat er voldoende betaalbare woningen moeten komen voor aandachtsgroepen 1. Dit zijn kwetsbare inwoners die moeilijk een passende woning kunnen vinden. Een evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen over gemeenten met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding is daarbij belangrijk.

Regionaal samenwerken is nodig om opgaven aan te kunnen pakken Op dit moment is het ontwikkelen van beleid op het gebied van wonen, zorg en welzijn grotendeels een lokale verantwoordelijkheid. De afgelopen jaren is echter gebleken dat de optelsom van lokale woon- en woonzorgvisies geen oplossing biedt voor de huisvestingsvraagstukken van kwetsbare inwoners. De woon- en zorgvraagstukken gaan over gemeentegrenzen heen en daarmee de mogelijkheden van gemeenten te boven. Om adequaat om te gaan met deze vraagstukken is regionale samenwerking nodig. Regionale samenwerking op het gebied van wonen, zorg en welzijn kan bijdragen aan: 1

In het voorstel van de Wet versterking regie volkshuisvesting vallen onder aandachtsgroepen: mantelzorgverleners en -ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische aandoening, uitstromers uit intramurale zorginstellingen (maatschappelijke opvang, opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring/ «vrouwenopvang», opvang van slachtoffers van mensenhandel, beschermd wonen, instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, instellingen voor jeugdhulp), woningzoekenden na (jeugd)detentie, (dreigend) dakloze mensen, stoppende sekswerkers, statushouders, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners.

5

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

1 een goede verdeling van woonzorgaanbod voor inwoners. Uitbreiding van een woonzorgproduct in de ene gemeente, heeft gevolgen voor de capaciteit in andere gemeenten. Tegelijkertijd heeft dit ook gevolgen voor de gemeente zelf (denk aan een groter beroep op de Wmo); 2 het realiseren van specialistisch aanbod. Niet al het woonzorgaanbod kan in iedere gemeente worden aangeboden. Regionale afstemming over waar dit aanbod gerealiseerd moet worden is noodzakelijk; 3 elkaars ervaringen en kansen benutten. Zo’n 90% van de woningvoorraad staat er al. Onderling zijn er echter verschillen in de samenstelling. Zo staan er in Gouda veel meer appartementen dan in de andere regiogemeenten. Zij hebben juist meer grondgebonden woningen. Voor bestaande en nieuwe ontwikkelingen is toewerken naar levensloopbestendige woningen nodig. Hierdoor kan de oplossingsrichting tussen gemeenten verschillen. Ook kan bestaand aanbod in de ene gemeente bijvoorbeeld ingezet worden voor de opgave uit de andere gemeente (uitruil). Ervaringen en kansen kunnen over en weer worden benut voor opgaven in de bestaande bouw en nieuwbouw; 4 aansluiting op het werkgebied van partners. Veel woon- en zorgpartners hebben een groter werkgebied dan één gemeente. Zorg vloeit namelijk over de gemeentegrenzen heen.

Regionaal samenwerken is dus gewenst om de (beperkte) middelen zo goed mogelijk in te zetten en efficiëntie te realiseren. Dit geldt ook voor gemeenten onderling; 5 innovatie en kennisdeling. Door regionaal samen te werken kan elkaars kennis beter benut worden. Denk bijvoorbeeld aan kennis over effectieve en efficiënte clustering en innovatie van woonzorgaanbod; 6 een toename van fysieke ruimte voor bouwen. Regionaal samenwerken helpt bij het gezamenlijke gesprek met de provincie. Via deze weg kan worden gepleit voor extra fysieke ruimte en locaties of subsidiëring en ondersteuning.

Wet versterking regie volkshuisvesting Gemeenten hebben sinds de decentralisatie van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet in 2015 een wettelijke zorgtaak. Daarnaast werkt het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) op dit moment aan de Wet versterking regie volkshuisvesting (hierna: Wvrv). Met deze wet wil het Rijk meer regie pakken op de volkshuisvesting. Dit wordt bereikt door overheden meer grip te geven op hoeveel, waar en voor wie gebouwd wordt. Belangrijke thema’s uit het wetsvoorstel zijn: snelheid, betaalbaarheid en evenwichtigheid. Om hier meer grip op te krijgen moeten gemeenten, na inwerkingtreding van de Wvrv, beschikken over: • een volkshuisvestingsprogramma met koppeling met Wmo-beleidsplan; • een urgentieregeling (als onderdeel van regionaal afgestemde huisvestingsverordening); • lokale prestatieafspraken (verplicht afspraken maken met woningcorporaties en het uitnodigen van belangrijke zorgaanbieders) 2; • regionale woonzorgvisies als onderdeel van gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma.

2

Het gaat hier nadrukkelijk om het uitnodigen van zorgaanbieders. Er geldt op dit moment (nog) geen wettelijke verplichting om te komen tot de lokale prestatieafspraken in samenwerking met zorgaanbieders.

6

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

1.2 Positionering regionale woonzorgvisie Regionale woonzorgvisie dient als ‘kop op’ lokaal woon- en zorgbeleid De regionale woonzorgvisie is geen vervanging van lokaal beleid. Het is juist onderdeel van lokaal beleid en dient als ‘kop op’ het lokale volkshuisvestingsprogramma. 3 Uitgangspunten uit de regionale woonzorgvisie worden lokaal verankerd in het volkshuisvestingsprogramma, met vrijheid voor lokale invulling door bijvoorbeeld zelf locaties te verbinden en te komen tot concrete uitwerkingen. Dit biedt de flexibiliteit om de regionale woonzorgvisie zo uit te werken dat deze past bij de lokale context en rekening houdt met de behoeften en kenmerken van elke gemeente.

Een regionale visie met regiogemeenten als trekker In deze regionale woonzorgvisie wordt regelmatig gerefereerd naar ‘we’. Hiermee worden de vijf gemeenten uit de regio Midden-Holland bedoeld: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. De regionale woonzorgvisie is namelijk opgesteld in opdracht van de wethouders wonen en sociaal domein van deze vijf gemeenten. Goed te noemen is dat de input voor de woonzorgvisie breder is opgehaald, onder andere bij verschillende woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties. Lees hierover meer in hoofdstuk 2, waar het werkproces verder wordt toegelicht. Het advies in hoofdstuk 7 is een advies van Stec Groep aan de regio Midden-Holland

1.3 Gemeenschappelijk regionaal kader als basis Gemeenschappelijkheid over cijfers en definities belangrijke voorwaarde voor samenwerking Om te komen tot succesvolle regionale samenwerking is het hebben van een gemeenschappelijk kader over cijfers en definities op het gebied van wonen en zorg een belangrijke randvoorwaarde. Dit kader geeft input voor de benodigde woningen (kwantitatief en kwalitatief) en voor afspraken tussen samenwerkingspartners. Aanvullend op deze regionale woonzorgvisie zijn daarom twee separate bijlagen opgesteld: 1 Een onderzoeksrapport 2 Een definitiekader In het onderzoeksrapport is een gezamenlijke regionale vraag- en aanbodanalyse uitgewerkt. De cijfers uit het onderzoeksrapport zijn in meerdere sessies met woon- en zorgpartners in de regio afgestemd. Deze cijfers zijn daarom leidend voor de opgaven in de regionale woonzorgvisie. In het definitiekader zijn de definities van alle aandachts- en urgentiegroepen uiteengezet. Ook zijn verschillende woonvormen gedefinieerd. Denk aan: reguliere nultredenwoningen, geclusterde nultredenwoningen en verpleegzorgplekken. Deze definities worden vanaf nu door alle gemeenten toegepast.

3

Bestaande lokale woonvisie en woonzorgvisie van gemeenten gaan hier later integraal op in.

7

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Figuur 1: Positionering regionale woonzorgvisie

Bron: Stec Groep, 2024

1.4 Doelen regionale woonzorgvisie Samen inzicht creëren, samen (bij)sturen en samen sterk staan De regionale woonzorgvisie heeft drie doelen: (1) samen inzicht creëren, (2) samen (bij)sturen en (3) samen sterk staan. Door te werken met gemeenschappelijke en regionale informatie, cijfers en definities ontstaat inzicht. Op basis hiervan kan het vervolggesprek gevoerd worden over de verdeling en afstemming van de regionale woonzorgbehoefte. Door ook op regionaal niveau het overzicht te houden kunnen gemeenten samen bespreken of (bij)sturing noodzakelijk is. Deze visie vormt daarnaast de basis voor strategische afspraken tussen gemeenten en hun belangrijkste uitvoerende partners, zoals zorgpartijen en woningcorporaties. Ook biedt het een stevige onderlegger voor de afstemming en samenwerking met de provincie Zuid-Holland. Kortom: de woonzorgvisie helpt de regio Midden-Holland om samen sterk te staan.

1.5 Reikwijdte regionale woonzorgvisie Visie richt op ouderen en mensen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking In de startnotitie van de regionale woonzorgvisie (december 2023) is vastgelegd dat de regionale woonzorgvisie zich alleen richt op aandachtsgroepen met een zorgvraag. Dit betekent: doelgroepen die naast een woning ook zorg en/of begeleiding nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. Het uitgangspunt bij de begrenzing van de zorgdoelgroepen uit de regionale woonzorgvisie is de urgentie die blijkt uit het ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’-onderzoek uit oktober 2022 en de inkoopkaders Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en de Wet langdurige zorg. De regionale woonzorgvisie gaat daarom over: • ouderen (65+); • mensen met een psychische kwetsbaarheid; • mensen met een verstandelijke beperking.

8

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Gemeenten moeten huisvesting aandachtsgroepen opnemen in volkshuisvestingsprogramma Gemeenten moet in hun lokale volkshuisvestingsprogramma aandacht besteden aan de huisvesting en (waar relevant) de zorg en ondersteuningsbehoefte van deze en andere aandachtsgroepen (zie ook het kader in paragraaf 1.1). Niet alle aandachtsgroepen hebben echter per definitie een zorgvraag. Denk bijvoorbeeld aan studenten, woonwagenbewoners en arbeidsmigrantanten. Deze doelgroepen zijn daarom geen onderdeel van de regionale woonzorgvisie. Wel is, vooruitlopend op de gemeentelijke opgave voor alle aandachtsgroepen, in het separate onderzoeksrapport de regionale omvang en de huisvestingsvraag van alle aandachtsgroepen in beeld gebracht.

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de urgentie van de regionale woonzorgvisie geduid. Ook is in dit hoofdstuk de positionering en reikwijdte van de visie uiteengezet. In hoofdstuk 2 wordt het doorlopen proces beschreven. Er wordt daarbij niet alleen ingegaan op het proces van het schrijven van de regionale woonzorgvisie zelf, maar ook op het proces dat daaraan voorafgaand heeft plaatsgevonden en het proces dat na de visie nog volgt om tot concrete afspraken en uitvoering te komen. In de drie hoofdstukken daarna is de regionale visie op de drie zorgdoelgroepen van deze visie uitgewerkt. Dit is telkens aan de hand van de vragen ‘wat zien we?’, ‘wat horen we?’, ‘wat willen we bereiken?’ en ‘hoe gaan we dat doen?’ gedaan. In hoofdstuk 4 leest u over de doelgroep ouderen, in hoofdstuk 5 over mensen met een psychische kwetsbaarheid en in hoofdstuk 6 over mensen met een verstandelijke beperking. In hoofdstuk 7 geven we richting mee voor het vervolg en de uitvoering van de regionale woonzorgvisie.

9

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

2. Proces regionale woonzorgvisie

10

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

2.1 Gezamenlijke startnotitie bouwsteen voor woonzorgvisie Gezamenlijk opgestelde startnotitie vormt basis voor inhoud en proces regionale woonzorgvisie Voorafgaand aan het opstellen van deze regionale woonzorgvisie, is een startnotitie opgesteld. In de startnotitie zijn de inhoudelijke bouwstenen voor de regionale woonzorgvisie neergezet. Daarbij is ook benoemd dat de regionale woonzorgvisie niet alleen een rapport moet zijn, maar ook het resultaat van een samenwerkingsproces. Gemeenten kunnen de opgaven op het gebied van wonen en zorg immers alleen samen met hun partners oppakken. Met deze woonzorgvisie die voor u ligt, zijn de gemeenten in Midden-Holland erin geslaagd om de werelden van wonen, welzijn en zorg bij elkaar te brengen.

2.2 Woonzorgvisie opgesteld op basis van uitgebreid proces Woon- en zorgpartners goed betrokken om tot gedragen regionale woonzorgvisie te komen Om tot een gedragen regionale woonzorgvisie te komen zijn in de periode juli 2024 tot en met maart 2025 verschillende processtappen gezet. Hierbij zijn ook alle partners (woningcorporaties, zorgpartijen en het zorgkantoor) nadrukkelijk betrokken, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau (zie figuur 2). De processtappen waren ondersteunend aan en liepen parallel met (een deel van) de onderzoekstappen die nodig waren voor het opstellen van deze regionale woonzorgvisie.

Figuur 2: Doorlopen proces regionale woonzorgvisie

Bron: Stec Groep, 2024

2.3 Input partners belangrijk voor uitvoerbare woonzorgvisie Ambitie is mooi, maar alleen als deze realistisch is De regionale woonzorgvisie moet leiden tot uitvoerbare regionale afspraken. Om hiertoe te komen is het essentieel om de lokale context en lokale (on)mogelijkheden mee te nemen in de visie. Denk bijvoorbeeld aan de minimale omvang van een zorgcomplex waar complexe zorg wordt verleend. Deze en andere input is opgehaald tijdens de hierboven beschreven processtappen. Hieronder lichten we een aantal belangrijke processtappen kort toe.

11

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Ambtelijke starbijeenkomst met regionale woon- en zorgpartners Op 2 september 2024 was er een brede ambtelijke startbijeenkomst met de betrokken regionale woon- en zorgpartners. Het doel van deze bijeenkomst was om betrokkenheid te creëren bij alle partijen en om overeenstemming te bereiken over de cijfers die gebruikt zijn in de in de regionale woonzorgvisie. Tijdens deze bijeenkomst zijn door Stec Groep en het Zorgkantoor (VGZ) conceptcijfers gepresenteerd over de woon- en zorgvraag van de drie zorgdoelgroepen uit deze visie.

Gemaakte afspraken regionale startbijeenkomst •

•

In de regionale woonzorgvisie wordt uitgegaan van de meest actuele cijfers. Dit betekent dat de cijfers uit het onderzoeksrapport van Stec Groep leidend zijn. Het Zorgkantoor (VGZ) duidt de cijfers over Wlz-indicaties. Niet alle indicaties worden namelijk verzilverd. In het definitiekader wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de definities van het Rijk. Dit maakt monitoring makkelijker.

De Breeje Hendrick, Lekkerkerk Duidingssessies met regionale woon- en zorgpartners Op 14 en 15 oktober 2024 zijn drie duidingssessies georganiseerd; een over beschermd, beschut en begeleid wonen, een over ouderen en een over de maatschappelijke opvang. Voor deze sessies zijn steeds relevante woon- en zorgpartners uitgenodigd. Tijdens de sessies heeft Stec Groep een presentatie gegeven over de cijfermatige opgave voor de doelgroep. Het doel van de sessie was vervolgens om deze opgave nader te duiden: ‘voor wie is wat (waar) nodig?’. De input van de woon- en zorgpartners is verwerkt in de regionale woonzorgvisie.

12

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Belangrijkste input uit de duidingssessies Beschermd, beschut en begeleid wonen Het aantal beschikbare plekken voor nieuwe instroom in beschermd wonen neemt ieder jaar verder af. Dit komt doordat een deel van de Wmo-indicaties wordt omgezet naar Wlz-indicaties, maar inwoners blijven wonen. Daarnaast loopt de verblijfstijd op doordat het lastig is om uit te stromen. Sociale huurwoningen (tot de hoge aftoppingsgrens) zijn namelijk schaars en moeten over veel verschillende (zorg)doelgroepen verdeeld worden. Samen leidt dit tot oplopende wachttijden voor (Wmo-gefinancierde) beschermd wonenplekken. Vanwege zorgverzwaringen zijn er daarnaast steeds meer mensen met gedragsproblemen. Hierdoor neemt de behoefte aan prikkelarme woonoplossingen toe. Tegelijkertijd moet de zorg ook aansluiten bij deze levering van complexere zorg in de thuissituatie. Dit wringt in de praktijk nogal eens met de beschikbaarheid van zorgpersoneel.

Ouderen Om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen, is een aantal dingen belangrijk: bouwen in de buurt (voor doorstroming en zorgverlening vanuit netwerk), sociaal netwerk, nabijheid van voorzieningen, ontmoeten (niet alleen in complexen, maar ook buiten en mét de buurt), een toegankelijke en dementievriendelijke buurt (omwonenden weten wie dementie heeft, wat het betekent en hoe hier goed mee om te gaan) en openbare ruimte, domotica en afspraken over zorgverlening tussen zorgpartijen. Maatschappelijke opvang Er vindt steeds meer instroom in de maatschappelijk opvang plaats van mensen van buiten de regio Midden-Holland. In een groot aantal gevallen gaat het om dakloze arbeidsmigranten. Doordat zij vaak niet ingeschreven staan, hebben zij geen recht op een woning en belanden zij op straat. Uitstroom uit de maatschappelijke opvang kan verschillende vormen aannemen: opvangbeëindiging, doorstroom naar beschermd wonen en uitstroom naar zelfstandig wonen met of zonder begeleiding. Voor de uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang is dus een breed palet aan woonvormen nodig. Wanneer het gaat om uitstroom naar een zelfstandige woning, verschilt de uitstroombehoefte vanuit de maatschappelijke opvang weinig van die vanuit beschermd wonen.

Beide doelgroepen hebben behoefte aan een betaalbare zelfstandige sociale huurwoning (tot de hoge aftoppingsgrens) met ambulante begeleiding.

Bestuurlijke overleggen met wethouders en bestuurders woon- en zorgpartners Tijdens het opstellen van de regionale woonzorgvisie hebben drie bestuurlijke overleggen plaatsgevonden. Op 25 oktober 2024 zijn de wethouders wonen en sociaal domein van de vijf regiogemeenten bijgepraat over de opbrengsten tot dat moment. Ook hebben de bestuurders aan de hand van stellingen richting meegegeven aan de inhoud van de regionale woonzorgvisie. Op 12 december 2024 heeft een gecombineerd overleg plaatsgevonden met alle wethouders en de bestuurders van de belangrijkste woon- en zorgpartijen in Midden-Holland. In dit gezamenlijke overleg zijn de bestuurders met elkaar het gesprek aangegaan over de geschetste opgaven en oplossingsrichtingen. Het doel: komen tot een gedragen en uitvoerbare regionale woonzorgvisie. Op 6 maart 2025 heeft het laatste bestuurlijke overleg plaatsgevonden, met alle wethouders wonen en sociaal domein van de vijf gemeenten. De wethouders hebben aangegeven blij te zijn met de regionale woonzorgvisie zoals deze voor u ligt. Wel is het zaak om nu snel over te gaan tot de uitvoering van de visie. In het bestuurlijk overleg van 6 maart is daarom nadrukkelijk gesproken over het vervolgtraject en hoe de regionale woonzorgvisie in te bedden en te borgen in het woonzorgbeleid van de vijf gemeenten.

13

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

2.4 Vervolg regionale woonzorgvisie: hoe nu verder? Woonzorgvisie zet koers uit voor uitvoerbare regionale afspraken: lokale borging en uitvoering Voor u ligt de regionale woonzorgvisie van Midden-Holland. Na aanvaarding van deze visie willen de regiogemeenten in 2025 aan de slag met de concrete uitvoering van de visie. Dit visiedocument moet namelijk leiden tot uitvoerbare regionale afspraken. Het maken van deze afspraken zelf is geen onderdeel van de visie. We vinden het daarbij belangrijk dat in ieder geval de provincie, de regionale woningcorporaties en zorg- en welzijnsaanbieders, het zorgkantoor (VGZ) en de regionale werkorganisatie (GR JW) betrokken worden bij het maken van deze uitvoeringsafspraken. De afspraken die gemaakt worden moeten vervolgens door de lokale colleges worden bekrachtigd. Niet alleen omdat de regio Midden-Holland geen formele bestuurslaag is, maar ook omdat het belangrijk is dat de afspraken lokaal worden geborgd. Daar vindt de uitvoering van de regionale woonzorgvisie immers plaats.

14

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

3. Woonzorgopgave in één oogopslag

15

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

3.1 Zorgvraag neemt toe en moet steeds vaker thuis landen Toekomstige vraag naar zorg, welzijn en begeleiding groeit in Midden-Holland In onderstaand figuur staat de totale toekomstige vraag naar zorg, welzijn en begeleiding in Midden-Holland. De toekomstige vraag is ingedeeld op basis van vier stelselwetten: • Zorgverzekeringswet (Zvw); • Wet langdurige zorg (Wlz); • Wet maatschappelijke opvang (Wmo); • Jeugdwet. De vraag is verder uitgesplitst naar zorgdoelgroepen in hoofdstukken 5, 6 en 7. In het separate onderzoeksrapport vindt u verder een uitgebreide toelichting op deze wetten. Ook vindt u in dat rapport de toekomstige vraag naar zorg, welzijn en begeleiding per gemeente.

Figuur 3: Toekomstige vraag naar zorg, welzijn en begeleiding in Midden-Holland

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021 en 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen

3.2 Woonopgave voor ouderen absoluut de grootste opgave: 10.875 geschikte woningen nodig Dubbele vergrijzing belangrijkste oorzaak voor toenemende zorgvraag De groeiende behoefte aan zorg, welzijn en begeleiding wordt voornamelijk verklaard door de dubbele vergrijzing; de groep ouderen wordt de komende jaren niet alleen groter, maar ook ouder. Daarbij komt dat zij langer zelfstandig moeten thuis blijven wonen. We verwachten daarom dat het aantal huishoudens dat gebruik maakt van wijkverpleging in de periode 2024 tot en met 2040 zal groeien met 43% (+3.450). Bijna 90% van deze groei komt terecht bij huishoudens die ouder zijn dan 75 jaar. Ook binnen de Wlz zien we een vergelijkbare trend. Van de personen die in 2024 gebruik maken van Wlz-zorg zijn er 1.485 ouder dan 85 jaar (30%). Tot en met 2040 groeit het Wlz-zorggebruik van deze leeftijdsgroep het sterkst. In totaal is sprake van een toename van 2.720 personen (+107%). Deze groeipercentages zien we ook terug bij het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de Wmo. In de periode 2024 tot en met 2040 groeit dit aantal met zo’n 3.820. Het aantal 75-plussers dat gebruik maakt van een (of meerdere) Wmo-voorzieningen groeit daarbij met 46%. Het aantal 85-plussers dat Wmo-voorzieningen gebruikt verdubbelt richting 2040 (van 2.165 naar 4.335).

Door deze relatief grote opgave voor ouderen beginnen we onze visie in hoofdstuk 4 met deze doelgroep.

16

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

3.3 Woonzorgopgave voor andere doelgroepen is even belangrijk Naast ouderen zijn jeugdigen en (jong)volwassenen met een woonzorgvraag even belangrijk. Ook voor deze doelgroepen ligt er een opgave. Zo stijgt de vraag naar jeugdhulp in de periode 2024 tot en met 2040 met 70 jeugdigen die jeugdhulp met verblijf nodig hebben en 720 jeugdigen zonder verblijf (zie ook figuur 3 en het onderzoeksrapport). Voor (jong)volwassenen vertaalt de toenemende extramurale woonzorgvraag vooral in geclusterde nultredenwoningen met ondersteuning dichtbij of betaalbare sociale huurwoningen onder de hoge aftoppingsgrens. Vooral in de vraag naar betaalbare sociale huurwoningen treden spanningen op in onze regio. Er is namelijk een structureel tekort aan woningen in het betaalbare segment. Vooral sociale huurwoningen onder de hoge aftoppingsgrens worden beperkt aangeboden. Concurrentie ontstaat bijvoorbeeld wanneer de afgesproken taakstelling bij woningcorporaties volledig ingewilligd is of de doelgroepen met een zorgvraag en/of lagere sociaaleconomische status geen urgentiestatus hebben. Ook kan er soms een vervangings- of transformatieopgave liggen. Deze spanningen zijn niet alleen kenmerkend voor de regio Midden-Holland, deze zijn landelijk zichtbaar. Wel zijn er lokale verdiepingen.

De opgave en onze visie hierop voor mensen met een psychische kwetsbaarheid leest u in hoofdstuk 5, voor mensen met een verstandelijke beperking in hoofdstuk 6 en in hoofdstuk 7 staat een aanzet voor verdieping voor andere aandachtsgroepen.

17

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

4. Ouderen

18

19

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Onder de doelgroep ouderen worden personen en huishoudens van 65 jaar of ouder verstaan.

4.1 Wat zien we? Forse groei van 65-plussers zorgt voor vergrijzing De aankomende jaren groeit de regio Midden-Holland nog stevig tot 2041 komen er circa 19.830 huishoudens bij. Het gaat hier vooral om meer huishoudens van 65 jaar en ouder. In iedere gemeente speelt dit. De gemeenten Gouda (+44%), Waddinxveen (+43%) en Zuidplas (+43%) vergrijzen het meest. Hier groeit het aantal 65-plussers relatief harder dan gemiddeld in de regio Midden-Holland (+40%). De gemeenten Bodegraven-Reeuwijk en Krimpenerwaard vergrijzen relatief gezien minder hard dan het regionale gemiddelde, met respectievelijk +37% en +31%. Een uitgebreide toelichting hierop is (per gemeente) te lezen in het separate onderzoeksrapport.

Tabel 1: Huishoudensontwikkeling per leeftijdsklasse in Midden-Holland, 2024-2041 2024

2031

Aantal

Aantal

Tot 35 jaar

18.325

18.760

35 tot 55 jaar

36.105

55 tot 65 jaar

Leeftijd

2024-2031 Ontw.

2041

2024-2041

%

Aantal

Ontw.

%

+435

+2%

18.580

+255

+1%

38.860

+2.755

+8%

44.300

+8.195

+23%

20.500

19.785

-715

-3%

18.500

-2.000

-10%

65 tot 75 jaar

17.030

19.570

+2.540

+15%

19.735

+2.705

+16%

75 tot 85 jaar

12.600

15.535

+2.935

+23%

18.560

+5.960

+47%

85 jaar +

4.125

5.190

+1.065

+26%

8.840

+4.715

+114%

Totaal

108.685

117.700

+9.015

+8%

128.515

+19.830

+18%

Bron: Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)

Prognoses geven richting, maar zijn geen blauwdruk Aangezien prognoses op de lange termijn omgeven zijn met een grote mate van onzekerheid, richten we ons in dit onderzoek op de perioden tot en met 2030 en tot en met 2040. Verdere doorkijk brengt meer onzekerheid met zich mee. Ook voor de doorkijk tot 2030 en 2040 geldt dat prognoses richting geven, maar geen blauwdruk zijn. Regelmatige monitoring is daarom nodig.

Verschuiving binnen doelgroep ouderen zichtbaar: vooral groei huishoudens ouder dan 75 jaar Binnen de doelgroep ouderen treden verschuivingen op. Er is sprake van dubbele vergrijzing; er zijn in 2040 naar verwachting niet alleen meer huishoudens ouder dan 65 jaar, maar ook binnen deze doelgroep worden huishoudens ouder. Zo blijft het aantal huishoudens tussen de 65 en 75 jaar redelijk stabiel, terwijl een sterke stijging wordt verwacht van het aantal huishoudens ouder dan 75 jaar.

20

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Figuur 4: Ontwikkeling particuliere 65-plus huishoudens, 2015-2041 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041

0

65 tot 75 jaar

75 tot 85 jaar

85 jaar en ouder

Bron: Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)

Zorgvraag neemt toe en moet vaker thuis geleverd worden In 2024 maakt ongeveer 30% van alle 65+ huishoudens in Midden-Holland gebruik van zorg via de Zvw, Wlz of Wmo. In absolute aantallen gaat het om 10.400 huishoudens. Richting 2040 stijgt dit aantal naar 17.500 huishoudens (35% van alle 65+ huishoudens). Het aantal mensen dat gebruik maakt van de zorg is afhankelijk van (rijks)beleid, bijvoorbeeld in definiëring van de doelgroep. Omdat het doel van het Rijksprogramma Wonen, Ondersteuning en Zorg Ouderen ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’ is, zullen ouderen met een lichte en matige zorgvraag vaker thuis (moeten) blijven wonen. Thuis is niet altijd in de eigen woning. Voor een deel van deze huishoudens betekent dit ook dat een verhuizing naar een meer passende woning en woonomgeving noodzakelijk is. Denk aan een reguliere of geclusterde nultredenwoning in de buurt van voorzieningen. Door de stop op de uitbreiding van het huidige aantal intramurale verpleeghuisplaatsen zal ook complexere Wlz-zorg steeds vaker in geclusterde en zorggeschikte woningen geleverd moeten worden (hierna: verpleegzorgplekken).

Groei van aantal 65-plussers zorgt voor opgave in ouderenhuisvesting: 10.875 woningen nodig De groei van het aantal 65-plussers in de regio valt samen met de daaraan gekoppelde woonzorgopgave. In figuur 5 is de totale regionale opgave voor ouderenhuisvesting weergegeven. Deze opgave gaat over de periode 2024-2041. Er is onderscheid gemaakt naar reguliere nultredenwoningen, geclusterde nultredenwoningen en verpleegzorgplekken. In de regio is de bruto opgave voor 65-plussers in totaal 10.875 woningen. Deze opgave landt hoofdzakelijk in het betaalbare segment (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). Hierbinnen is behoefte aan: • 6.085 reguliere nultredenwoningen. Dit zijn reguliere huur- en koopwoningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn zonder trap te lopen. Dit houdt in dat je de woning kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat de keuken, badkamer, het toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). 4

4

Niet al deze woningen hoeven nieuw gebouwd te worden. 28% van de woningvoorraad van Midden-Holland kan, tegen een overzienbare investering, geschikt gemaakt worden voor mensen met een mobiliteitsbeperking.

21

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

•

•

3.845 geclusterde nultredenwoningen. Dit zijn reguliere nultredenwoningen die zijn ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, hiermee wordt eenzaamheid tegengegaan. Denk bijvoorbeeld aan hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats. Bij geclusterde woonvormen moet (inpandig) een ontmoetingsruimte aanwezig zijn. 945 verpleegzorgplekken. Dit zijn reguliere, geclusterde en zorggeschikte huur- en koopwoningen. Deze woningen zijn geschikt voor het leveren van complexe Wlz-zorg thuis en worden voorzien in of nabij verpleeghuizen. Het is daarvoor van belang dat de toegang tot deze woningen rolstoel- of rollatorgeschikt is, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. 5

Figuur 5: Woonzorgopgave in de regio Midden-Holland, 2024-2041 170 Opgave - Regulier nultreden

3.070

950

880

1.015

415 Opgave - Geclusterd

2.450

360

520 95

Opgave - Verpleegzorgplek

945 0

Sociale huur

Middenhuur

1.000 Dure huur

2.000

3.000

4.000

Betaalbare koop (tot € 390.000)

5.000

6.000

Dure koop (vanaf € 390.000)

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)

Meer plannen voor ouderenhuisvesting nodig om opgave in te kunnen vullen Voor de regio is het inlopen van de opgave voor ouderenhuisvesting hard nodig voor alle drie de woningtypen. Er is onvoldoende planaanbod om in deze drie categorieën te voorzien tot en met 2040 6. Vooral de geclusterde woningen (nultreden en verpleegzorg) blijven achter bij de vraag.

Figuur 6: Confrontatieopgave 2024-2041 met plannen, regio Midden-Holland Opgave - regulier nultreden

6.085

Planaanbod nultreden

3.655

Opgave - geclusterd

3.845

Planaanbod geclusterd

460

Opgave - verpleegzorg Planaanbod verpleegzorg

945 405 0

Opgave

2.000

4.000

6.000

Planaanbod

Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland

5 6

7.000

In het separate definitiekader worden de definities van deze woonvormen verder toegelicht.

In deze confrontatie zijn voor de gemeente Krimpenerwaard alleen de 3 goedgekeurde ontwikkellocaties Stolwijds, Haastrecht-Zuid en Polderland meegenomen. Om in de opgave voor (ouderen)huisvesting te voldoen is en blijft de gemeente Krimpenerwaard in gesprek, onder andere met de provincie, over andere nieuwe ontwikkellocaties, ook aan de randen van de kernen.

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

4.2 Wat horen we? De bouw van voldoende geschikte woningen en (geclusterde) woonvormen vraagt om meer samenwerking tussen provincie, gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties en andere betrokken partijen. Voor het realiseren van de verpleegzorgplekken geldt daarnaast dat het scheiden van wonen en zorg (‘herstellen doe je thuis’) een extra complicerende factor kan zijn.

Wethouders hebben behoefte aan strategische kennisuitwisseling met elkaar, maar ook met collega-bestuurders van woon- en zorgpartners. Ambtelijk is er behoefte aan regionale kennisuitwisseling over elkaars goede aanpakken. Dit dient ter inspiratie voor de eigen lokale aanpak; voor nieuwbouw alsook realisatie binnen de bestaande voorraad. Er bestaat behoefte om innovatie regionaal aan te jagen. Dit in het kader van ‘delen = vermenigvuldigen’. Door regionaal samen te werken kan elkaars kennis beter benut worden. Thuistechnologie of innovatieve woonvormen die zelfhulp en onderlinge hulp bevorderen zijn bijvoorbeeld interessante thema’s. Gezien de grote opgave is er behoefte aan regionale monitoring. De regionale planmonitor is er al in samenspraak met de provincie. Zo wordt het volgende vraagstuk inzichtelijk: welke woonzorgproducten ontwikkelt iedere gemeente, en wordt hiermee de gezamenlijke regionale vraag voldoende beantwoord? Deze regionale monitoring aanhouden is nodig voor het verzilveren van de opgave. Let wel op! De monitor is een momentopname. Houd dus ook altijd rekening met lopende ontwikkelingen die nog niet in de monitor zijn opgenomen.

Rijnleven, Bodegraven

22

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Er is niet één type oudere: verschillende woonvormen nodig om in behoefte te kunnen voorzien In de duidingssessie over ouderen is uitgebreid stilgestaan bij de eisen waaraan nieuwe ouderenhuisvesting moet voldoen. Direct werd opgemerkt dat er niet één type oudere bestaat. Ouderen zijn verschillend en hebben allemaal hun eigen wensen en eisen. Er zijn dus ook verschillende woningtypen en -vormen nodig om in de behoefte te kunnen voorzien. Ondanks dat zijn er, vanuit haalbaarheid en betaalbaarheid bezien, een aantal aspecten waarmee rekening kan worden gehouden.

Tabel 2: Woningbouwopgave ouderen nader geduid Toelichting Het grootste deel van de opgave kan worden ingevuld met de toevoeging van levensloopbestendige en (reguliere en geclusterde) nultredenwoningen. Levensloopbestendige woningen zijn zo ontworpen dat deze geschikt zijn om bepaalde voorzieningen aan te brengen die in een latere levensfase gebruikt kunnen worden. Denk hierbij aan een inloopdouche, bredere deuren, verlaagde drempels of een traplift. Een levensloopbestendige woning kan dus ook een eengezinswoning zijn met een traplift. Nultredenwoningen zijn zowel intern als extern toegankelijk. Dit betekent dat je deze woningen vanuit buiten (extern) kunt bereiken zonder trap te lopen. Ook binnen (intern) zijn de keuken, badkamer, toilet en slaapkamer zonder trappen te bereiken. Nultredenwoningen zijn goed toegankelijk voor mensen met een rollator. Het is niet nodig dat alle nieuwe woningen rolstoelgeschikt zijn. Slechts een beperkt deel van de ouderen heeft namelijk uiteindelijk een rolstoel nodig. Voor een groot deel van de ouderen is een driekamerappartement van 65 m² in de sociale huur een passend woonproduct. Ook zien woon- en zorgpartners kansen voor meer middenhuur voor ouderen. Voor een geclusterd complex met (ook) verpleegzorgplekken is 30 woningen het minimale uitgangspunt. Dit in verband met het realiseren van een lift en het efficiënt kunnen leveren van zorg.

De voorkeur gaat daarbij uit naar gemengde complexen met bewoners met en zonder indicatie. Binnen dit complex wordt doorstromen makkelijker. Bovendien zorgt de combinatie van oudere en jongere bewoners in één complex voor het realiseren van ontmoetingen en het tegengaan van eenzaamheid onder bewoners. Het bouwen voor ouderen moet zoveel mogelijk in de buurt gebeuren. Dit draagt het meest bij aan doorstroming en de wens van ouderen om in de eigen buurt oud te worden. Daarnaast moet ook de buurt betrokken worden bij het complex. Denk daarbij aan het organiseren van buurtactiviteiten in het complex. De meest geschikte locaties hiervoor zijn gelegen op relatief korte loopafstand van dagelijkse voorzieningen. Daarvoor moet ook de openbare ruimte aangepast en ingericht zijn: deze moet uitnodigen voor ontmoetingen (bijv. door plaatsing van bankjes) en toegankelijk en dementievriendelijk zijn.

4.3 Wat willen we bereiken? Voldoende passende woningen voor ouderen realiseren door nieuwbouw én beter benutten We willen dat alle (toekomstige) ouderen in Midden-Holland in een passende woning kunnen wonen. Dit bevordert langer zelfstandig wonen. Om dit mogelijk te maken zijn er op lokaal schaalniveau (buurt, wijk, dorp) voldoende reguliere en geclusterde nultredenwoningen nodig. Daarnaast is het zaak dat deze woningen beschikbaar worden voor de doelgroep. We zetten

23

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

daarom in op het toevoegen van 9.930 nultredenwoningen, waarvan 3.845 geclusterd. 7 Niet al deze woningen hoeven overigens nieuw gebouwd te worden. Door het beter benutten van de bestaande woningvoorraad liggen er ook kansen in het beter benutten van buurten, bijvoorbeeld door woningsplitsen, optoppen of transformatie.

Transities in de zorg omarmen als nieuwe norm Door vergrijzing, toenemende zorgvragen en het tekort aan zorgpersoneel moet zorgverlening efficiënter. Als regiogemeenten zetten we ons daarom samen met onze partners binnen wonen, zorg en welzijn en onze inwoners in op het scheiden van wonen en zorg (‘herstellen doe je thuis’). Hierdoor kunnen zorgbudgetten gerichter en meer op maat ingezet worden. Langer zelfstandig thuis wonen is echter alleen mogelijk in een combinatie van (1) compacte specialistische zorg aan huis door professionals en (2) informele zorg door familie, kennissen en buren en 3) digitalisering en automatisering naast (of in plaats van) fysieke zorg. Met domotica zoals valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers kan zorg op de juiste plek en tijdsonafhankelijk worden geleverd. Hiermee wordt de zorg efficiënter en alleen fysiek ingezet als dit echt nodig is. Daarnaast groeit de regie en zelfredzaamheid van onze inwoners.

Inzetten op optimale doorstroming Het bevorderen van doorstroming is een essentieel aspect in het woonzorgbeleid van MiddenHolland. Meer passende woningen voor ouderen zorgt er namelijk niet alleen voor dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen; het zorgt ook voor een goed functionerende woningmarkt. Het toevoegen van nultredenwoningen kan eerder in de keten tot wel vijf verhuisbewegingen opleveren. We zetten daarom maximaal in op het realiseren van voldoende woningaanbod voor ouderen. We houden daarbij nadrukkelijk rekening met lokale verschillen in woonvoorkeuren. Ouderen met lage en middeninkomens hebben bijvoorbeeld vaker een voorkeur voor geclusterd wonen. Ouderen met een hoog inkomen blijven juist liever ‘op zichzelf’ wonen. Ook tussen gemeenten bestaan verschillen. In Bodegraven-Reeuwijk hebben ouderen voorkeur voor een 'eigen plek met privacy en rust'. In Gouda en Waddinxveen is men meer op gemeenschappelijkheid gericht (bron: Questan, 2022 ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’).

Voldoende verpleegzorgplekken en tussenvormen creëren De stap van zelfstandig wonen naar het verpleeghuis is groot. Door de stop op intramurale verpleeghuisplekken zetten we vol in op de bouw van 945 verpleegzorgplekken. Dit zijn geclusterde zorggeschikte woningen die geschikt zijn om complexere Wlz-zorg thuis te leveren. Daarnaast zetten we in op woontussenvormen (geclusterde nultredenwoningen) die zijn ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Denk aan Knarrenhofjes,

7

Hiermee richten we ons niet alleen op ouderen. Nultredenwoningen zijn multi-inzetbaar voor diverse doelgroepen, zoals bijvoorbeeld ook mensen met een verstandelijke beperking.

24

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

25

woonvormen als Het Ouden Huis in Bodegraven en andere onconventionele woonvormen waarbij meerdere generaties met elkaar samenwonen. Bij de realisatie van ouderenhuisvesting houden we rekening met clustering. Daarbij geldt: hoe lichter de zorg- en ondersteuningsvraag, hoe meer verspreid en lokaal de woningen gerealiseerd worden. Dit zodat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving en in hun eigen sociale netwerk kunnen blijven wonen. Naarmate de zorgvraag complexer en specialistischer wordt, zetten we in op clustering. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor verpleegzorgplekken. Hierbij is clustering ook noodzakelijk voor het creëren van uitvoerbare zorg en haalbare businesscases.

Figuur 7: Schaalniveau waarop woningtypen gerealiseerd worden

Bron: Stec Groep, 2024

Positieve gezondheid vormt de basis Positieve gezondheid biedt een bredere kijk op gezondheid. Ruimte voor de persoon en omgeving is belangrijk. Met zes dimensies kunnen mensen met deze methodiek reflecteren op hun eigen gezondheid. Vertaald naar de fysieke leefomgeving, waar gezondheid, kwaliteit van leven, eigen regie en betrokkenheid van inwoners letterlijk vorm krijgen, betekent dit het volgende: • Lichaamsfuncties: zorg en ondersteuning nabij, voldoende beweging en toegang tot gezond voedsel. • Mentaal welbevinden: herkenbare omgeving, voldoende groen en natuur. • Zingeving: ruimte voor rust en herstel, het hebben van een eigen cultuur en identiteit. • Kwaliteit van leven: veilige en gezonde omgeving. • Meedoen: activiteiten in de buurt, gebouw en omgeving die inzet op ontmoeten en samenwerken. • Dagelijks functioneren: toegankelijkheid en bereikbaarheid, nabijheid voorzieningen, toegang tot informatie.

Zorgzame buurten organiseren Om langer zelfstandig thuis te kunnen wonen is meer nodig dan alleen passend woningaanbod. Goede zorg en welzijn is net zo belangrijk. We zetten daarom in op zorgzame buurten. In deze buurten wonen en leven inwoners samen. Dit betekent dat buren elkaar kennen en helpen en ondersteunen. Hiermee ontstaat een lokaal netwerk gericht op preventie en zorgverlening. De mogelijkheid om elkaar (binnen én buiten) te ontmoeten speelt hierbij een cruciale rol. We zetten ontmoetingsruimten van geclusterde woonvormen daarom breed in. Buurtbewoners zijn hier ook

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

welkom en kunnen meedoen met de activiteiten die hier plaatsvinden. Op deze manier leren meer mensen elkaar kennen en ontstaat sociale interactie. Hierdoor wordt eenzaamheid verminderd en ontstaat informele zorg: buurtbewoners (jong én oud) helpen anderen die (meer) zorg nodig hebben met kleine dingen en minder specialistische zorgtaken. Bij woningbouwlocaties in een straal van vijfhonderd meter rondom voorzieningenclusters en gemeenschapsruimtes zetten we primair in op ouderenhuisvesting. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat zorg en ondersteuning gemakkelijk toegankelijk zijn voor ouderen en andere zorgbehoevenden. Dit zorgt ervoor dat iedereen, ongeacht diens ondersteuningsvraag, comfortabel en zo lang mogelijk zelfstandig kan wonen. Toegankelijke en dementievriendelijke inrichting We hebben speciale aandacht voor het creëren van toegankelijke en dementievriendelijke buurten en openbare ruimtes. In een toegankelijke buurt kunnen mensen zich zelfstandig, comfortabel en veilig bewegen. Er zijn bijvoorbeeld geen drempels, de voetpaden zijn breed genoeg voor een rollator of rolstoel, er zijn voldoende rustpunten en er wordt gebruik gemaakt van duidelijke bewegwijzering en herkenbare objecten die de navigatie vergemakkelijken. Maar ook: omwonenden weten wie dementie heeft, wat het betekent en hoe hier goed mee om te gaan.

4.4 Hoe kunnen we dit bereiken? Doel

Voorstel voor acties

Voldoende passend woningaanbod voor ouderen

3 We stimuleren dat ouderen die in hun huidige woning willen blijven wonen dat kunnen doen. We bieden op gemeenteniveau de ‘verzilverlening’ aan om woningen geschikt te maken. Deze regelingen wordt verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). 4 We brengen samen de meest geschikte locaties voor geclusterde woonvormen voor ouderen en andere zorgbehoevenden in beeld. We kijken daarbij naar locaties in de kernen, maar ook naar uitbreidingslocaties en mogelijkheden binnen de bestaande voorraad. Op deze locaties moeten (in eerste instantie) woningen voor deze doelgroep gerealiseerd worden. We houden daarbij rekening met de aanwezigheid van bestaande (zorg)voorzieningen en het draagvlak en de draagkracht van de buurt en wijk. 5 We delen regionaal lokale ervaringen met programma’s van eisen (PvE) voor geclusterde woonvormen voor ouderen en verpleegzorgplekken. Denk aan gestelde eisen over locatiekwaliteiten, het woningontwerp, voorzieningen, zorgfaciliteiten en duurzaamheid. Het doel is van en met elkaar leren.

Efficiëntere zorgverlening

6 We faciliteren op regionaal niveau het gesprek tussen alle in Midden-Holland actieve zorgpartijen. Dit zodat zij afspraken

26

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

kunnen maken over de verdeling van de zorg die zij leveren aan (onder andere) ouderen. De verdeling van zorgtaken kan ruimtelijk, maar ook in tijd plaatsvinden. 7 Vanuit onderwijs stimuleren we het opleiden van voldoende zorgpersoneel (o.a. social work). Optimale doorstroming

8 We zetten een regionale informatiecampagne op om huishoudens vroegtijdig bewust te maken van het feit dat ouder worden gepaard kan gaan met een aanpassing van de woning en/of woonomgeving. De informatiecampagne richt zich op het tijdig (zelf) geschikt maken van bestaande woningen, maar ook op de mogelijkheden om te verhuizen en de praktische zaken die daarbij komen kijken. 9 We geven ouderen voorrang op een sociale huurwoning als zij een eengezinswoning in Midden-Holland achterlaten. Een voorbeeld hiervan is de ‘Van-Groot-Naar-Beter’- regeling. Ook geven we hen voorrang op passende woningen in de eigen buurt. Hiermee creëren we doorstroming en benutten we de bestaande voorraad zo optimaal mogelijk.

Voldoende verpleegzorgplekken en tussenvormen

10 We zetten actief in op het realiseren van uiteenlopende gemengde en geclusterde woonzorgvormen. We hanteren daarbij de flexibele vastgoedbenadering. We realiseren zoveel mogelijk woon(zorg)concepten die flexibel en aanpasbaar zijn. Zo zijn de woningen ook voor andere (zorgen niet-zorg)doelgroepen op de woningmarkt interessant. Hiermee verkleinen we risico’s en vergroten we de toekomstbestendigheid van onze woningvoorraad.

Zorgzame buurten

11 We drukken onze inwoners op het hart dat omkijken naar elkaar harder nodig is dan ooit tevoren in onze individualiserende samenleving. Het bestrijden van eenzaamheid en het tijdig in contact brengen van ouderen met een huisarts of wijkverpleger helpt hierbij. Ook welzijnsorganisaties zijn hierbij een belangrijke partner. Zo informeren we bewoners bijvoorbeeld over concepten als ‘Maatje’ van het Oranjefonds.

Toegankelijke en dementievriendelijke inrichting

12 We nemen de opgave voor wonen en zorg integraal mee in de leefomgeving. We laten de infrastructuur en inrichting van de openbare ruimte rondom woningen aansluiten bij een toenemende zorgvraag. Concreet betekent dit: een toegankelijke omgeving met minder drempels, voldoende ruimte voor ontmoeting en dementievriendelijke routes.

27

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

5. Mensen met een psychische kwetsbaarheid

28

29

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Onder de zorgdoelgroep psychische kwetsbaarheid vallen mensen die extra ondersteuning nodig hebben in het dagelijkse leven. De reden hiervoor is dat zij een aandoening hebben die hun denken, emoties of gedrag beïnvloedt. Denk aan een angststoornis, een depressieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis. Niet iedereen met een psychische aandoening heeft automatisch een psychische kwetsbaarheid. De mate waarin een aandoening beperkend is, hangt af van de ernst van de symptomen, de omgeving en de persoonlijke veerkracht. Specifiek bij een psychische kwetsbaarheid gaat het vaak om een chronische impact en niet om een tijdelijke reactie op bijvoorbeeld stress of verdriet.

5.1 Wat zien we? Aantal inwoners met een psychische kwetsbaarheid blijft richting 2040 redelijk stabiel In de regio Midden-Holland is de geestelijke gezondheidszorg sterk extramuraal georganiseerd. Er zijn geen intramurale plekken waar complexe zorgvraag geleverd kan worden (bron: Questan, 2022 ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’). In 2024 wonen er in Midden-Holland wel 205 mensen bij wie de psychische kwetsbaarheid de zwaarste grondslag is voor hun Wlz-indicatie. Richting 2040 neemt het aantal inwoners met deze grondslag iets toe met zo’n tien cliënten (+5%).

Figuur 8: Wlz-cliënten met psychiatrische kwetsbaarheid als dominante grondslag

Psychiatrisch

2024

2031

2024-2031

Aantal

Aantal

Ontw.

205

210

+5

2041

%

Aantal 2%

215

2024-2041 Ontw. +10

% +5%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Wachttijd beschermd wonen verdubbeld door gebrek aan uitstroommogelijkheden Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen in Midden-Holland onder andere in beschermende en beschutte woonvormen. In 2023 beschikte de regio Midden-Holland over 104 plekken voor beschermd wonen en 49 plekken voor beschut wonen. Er is daarbij veel krapte. In één jaar tijd is de wachttijd voor deze plekken met 50% gestegen (van 215 dagen in 2022 naar 315 dagen in 2023). Dit komt niet doordat het aantal mensen dat behoefte heeft aan een beschermende of beschutte woonvorm fors is toegenomen, maar doordat de uitstroom stokt. Mensen die klaar zijn om uit te stromen naar een zelfstandige woning (eventueel met begeleiding) kunnen dat niet, omdat er onvoldoende betaalbare sociale huurwoningen (tot de hoge aftoppingsgrens) zijn. Eind 2024 stonden er 22 mensen op de wachtlijst om via de regeling Huisvesting Bijzondere Doelgroepen (HBD) uit te stromen. Deze stokkende uitstroom zorgt voor hoge kosten in het sociaal domein. Zorgplekken bezet houden voor mensen die deze niet nodig hebben is duur. Neveneffect is dat de zorgvraag voor mensen die niet geholpen worden door wachtlijsten alleen maar complexer (en duurder) wordt.

Zorglevering onder druk door lange wachttijden De lange wachttijden zetten de levering van goede en passende zorg onder druk. In veel gevallen is er sneller actie nodig om erger te voorkomen. Ook de woonomgeving van mensen met geestelijke gezondheidsproblemen kan hier last van hebben. Voorkomen is beter dan genezen.

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Gemiddelde verblijfsduur in maatschappelijke opvang gestegen naar dertien maanden Een deel van de mensen met psychische kwetsbaarheden maakt gebruik van maatschappelijk opvang. De groep die gebruik maakt van de maatschappelijke opvang is echter groter. Maatschappelijke opvang vanuit de Wmo bestaat uit onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, bijvoorbeeld door veiligheidsrisico’s als gevolg van huiselijk geweld of het niet in staat zijn om op eigen kracht te leven in de samenleving. De gemiddelde verblijfsduur van mensen in de crisisopvang is in Midden-Holland ruim 5 maanden. Op de herstart is dit 11 maanden en in de gezinsopvang iets meer dan een jaar (bron: Leger des Heils, 2023). Dit komt onder andere omdat mensen niet kunnen doorstromen naar een betaalbare en passende woning, zoals een zelfstandige woning met eventueel ambulante zorg of een beschermende woonvorm. Hierdoor blijven mensen ongewenst langer in de opvang of zoeken ze uitwegen naar verlaten kantoorpanden, leegstaande flatgebouwen, kraakpanden, schuurtjes en campings of vakantieparken. Lichamelijk en psychische kwetsbaarheden worden hierdoor vaak alleen maar groter. Dit bemoeilijkt het herstel.

In je kracht op je eigen plek Het hebben van een eigen woonplek om jezelf te zijn of je terug te trekken is ontzettend belangrijk; het is een eerste levensbehoefte en daarmee een mensenrecht. Met een eigen woning tel je mee en doe je mee. Een eigen woonplek draagt bij aan acceptatie, participatie en zelfvertrouwen. Ook geeft een woning rust, waardoor mensen weer toekomen aan het invullen van hun leven (herstel), in plaats van strijdend de dag doorkomen (overleven) (bron: Leger des Heils, 2023).

Leger des heils

30

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

5.2 Wat horen we? De zorgvraag van mensen met een psychische kwetsbaarheid verandert en wordt zwaarder, zo geven zorgpartijen aan. Dit komt onder andere door de oplopende wachtlijsten en het verouderingsproces bij mensen die geestelijke gezondheidszorg ontvangen. De zorgvraag vanuit de ouder wordende doelgroep heeft hierdoor vaker een gekoppeld gedragscomponent. Ook somatische ondersteuningsvragen spelen meer en meer een rol. Het gebrek aan betaalbare sociale huurwoningen is een belangrijke reden voor de stokkende uitstroom. Tegelijkertijd wordt de doorstroming bemoeilijkt als cliënten na de verhuizing moeten inleveren op de woonruimte. Het liefst wil men hier niet op achteruit gaan. De woonzorgopgave is groot. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen wonen en sociaal domein, samen met hun ketenpartners. Deze partijen moeten veel meer samenwerken en optrekken bij het bedenken en ontwikkelen van nieuwe woonvormen en ingewikkelde vraagstukken samenbrengen. Op dit moment zijn er in de regio twee verschillende woonruimte- verdeelsystemen.

5.3 Wat willen we bereiken? In een inclusieve samenleving is plek voor iedereen Het hebben van een eigen woonplek kan participatie in de samenleving bevorderen. Vooral als mensen de behoefte voelen om zich zelfstandig (al dan niet met ondersteuning) te richten op het eigen herstel. Het zorgt er ook voor dat mensen meer onderdeel zijn van de samenleving dan wanneer zij als groep apart wonen. Onderdeel van de samenleving zijn (in plaats van vooral cliënt zijn) betekent ook aangesproken worden op wat goed gaat om het herstel te bevorderen. Onze focus ligt daarom op het integreren van mensen met een psychische kwetsbaarheid in reguliere woonomgevingen binnen onze lokale gemeenschap waar dat kan. Met deze verschuiving zetten we in op een inclusievere samenleving waarbij mensen met een psychische kwetsbaarheid volwaardig deelnemen aan het dagelijkse leven in hun eigen buurt of wijk.

Van beschermd wonen naar beschermd thuis Een deel van de mensen die nu in een beschermende woonvorm woont, zou met passende ondersteuning ook in een eigen woning kunnen wonen. Voor deze groep organiseren we daarom kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen. Kortom: van beschermd wonen naar beschermd thuis. Door deze verschuiving ontstaat een differentiatie in de zorg- en woningbehoefte. Denk aan kamers met begeleiding voor jongeren en specialistisch aanbod aan huis voor doelgroepen met meervoudige problematiek. Bekend is dat het grootste deel van de doelgroep in beschermd wonen 27 jaar of jonger is. Verdere verkenning naar de woonwensen van deze doelgroep is nodig voor passende (innovatieve) woonvormen.

31

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Voldoende betaalbare en passende woningen We zetten in op het toevoegen van voldoende kleine en betaalbare woningen. Een groot deel van de mensen die uitstroomt uit de maatschappelijke opvang of een beschermende woonvorm is namelijk alleenstaand en/of heeft een laag inkomen. Het is daarom belangrijk dat we voldoende kleine en betaalbare woningen toevoegen, op de juiste plek en met de gewenste kwaliteiten. Specifiek voor jongeren zetten we daarnaast in op gemengde woonvormen, intergenerationeel wonen en hospitaverhuur. Omdat we weten dat de realisatie van kleine en betaalbare woonvormen in nieuwbouw lastig is en bovendien traag verloopt, zetten we in op het beter benutten van de bestaande voorraad. We zien kansen voor het beter benutten van woningen die leegstaan 8, het transformeren van leegstand vastgoed en het splitsen van bestaande woningen.

Aanpak dakloosheid regio Midden-Holland: Wonen Eerst In 2022 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid gelanceerd. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen. Het doel: dakloosheid in 2030 beëindigen. De regio Midden-Holland was in 2021 al gestart met een experiment ‘Wonen Eerst’ voor een beperkte doelgroep (waarbij het reguliere traject naar een stabiele en duurzame woonplek tot drie keer toe mislukt is). Inmiddels is deze pilot geëvalueerd met positief resultaat. Werken vanuit respect en vertrouwen werpt dus duidelijk zijn vruchten af. We zetten het experiment ‘Wonen Eerst’ daarom voort als regulier beleid. Daarnaast gaan we onderzoeken hoe we Wonen Eerst in kunnen gaan zetten voor een veel bredere doelgroep dan die van het experiment. Zo geven we concreet invulling aan het Nationaal Actieplan Dakloosheid.

Legers des Heils 8

In Midden-Holland stond in 2024 ongeveer 3,5% van de woningvoorraad leeg. In heel Nederland was dit in 2024 ongeveer 4,5% (CBS, 2025).

32

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Goede ambulante ondersteuning in de thuissituatie Om de verschuiving van opvang naar wonen en van beschermd wonen naar beschermd thuis te kunnen maken moet er voldoende ambulante zorg beschikbaar zijn. We zetten daarom in op genoeg aanbod aan ambulante begeleiding voor kwetsbare mensen die dat nodig hebben, zoals mensen met psychische kwetsbaarheid die zijn uitgestroomd. Ook om te voorkomen dat zij (opnieuw) instromen in een instelling. Afhankelijk van de specifieke zorg- of ondersteuningsvraag wordt bepaald of ambulante zorg nodig is. Naast het vervullen van de zorg- of ondersteuningsrol, is het in de begeleiding van belang om aandacht te hebben voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15927852/1