CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rapport Samenwerken en investeren in Waddinxveen - Bouwplan OPW en OFW 2.0

Besluitvormende raadsvergadering 25 januari 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Doorontwikkeling Ondernemersplatform en Ondernemersfonds15.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daar is een afzonderlijke werkorganisatie voor op gezet. Westerveld is een samengestelde gemeente, met vier klassiek-Drentse dorpen. Bij de komst van het fonds is besloten die dorpenstructuur te doorbreken. 80% van het fonds wordt besteed via een gemeentebrede tafel, waar iedereen plannen kan neerleggen (de laatste 20% gaat als handgeld naar kleine initiatieven in de kernen, met een extra ‘funding’ voor de nog kleinere buitendorpen). Dat stelt hoge eisen aan het luisterend vermogen en aan de gunfactor, maar het gaat goed. In Westerveld is een zeer dynamische praktijk ontstaan, met een enorme diversiteit aan projecten en aan menselijke betrokkenheid. Een recent voorbeeld is een online platform voor 400 ondernemers, ‘een gezamenlijke plek, een gouden gids met een marktplaatsfunctie, lokale ticketverkoop en een ‘social deal’, een soort cadeaubon. De eerste digitale winkelstraat. Westerveld adviseert nieuwe fondsen om vooral te beginnen met een zo groot mogelijk gemeentebreed aandeel. Meppel werkt met de trekkingsgerechtigden industrieterreinen, koopcentra, dorpen, agrarisch, zorg en onderwijs en besteedt 10% gemeentebreed. Het fondsbestuur streeft naar een gezamenlijkheid voor dit stuk. Dat is lastig: er is geen fondsmanager en alle plannen moeten met vrijwilligers worden uitgewerkt. En de gebieden zijn gewend aan hun autonomie.

Achteraf had Meppel veel eerder en veel ruimer met ‘gemeentebreed’ willen beginnen. En Meppel heeft als vroege starter ook te maken met een vrij klein fonds (op basis van 35 euro per ton woz-waarde). Leeuwarden werkt vanaf het begin (2008) met 15% van de begroting voor gemeentebreed. Ingediende projecten worden beoordeeld door een raad van advies met een stem per trekkingsgebied. De raad van advies avonden zijn goed bezocht, verschaffen een gevoel van meebeslissen en bieden de gelegenheid om ontwikkelingen te bespreken. Leeuwarden werkt aan een opwaardering en herstructurering van ‘gemeentebreed’, aan de hand van vijf inhoudelijke pijlers: economie, cultuur, leefbaarheid, toerisme en talentontwikkeling. Helmond heeft geen rubriek ‘gemeentebreed’ maar kent slechts drie trekkingsgerechtigden die zeer pragmatisch naar ‘gemeentebreed’ kijken en het in de praktijk snel eens zijn. Heerlen heeft zeven trekkingsgerechtigden, waarvan vijf geografisch. De zesde is een gezamenlijk recht van alle industrieterreinen, de zevende is een ambassadeursberaad van de 25 grootste ozb-betalers: het ziekenhuis, de belastingdienst, de gemeente, de hogeschool, een zorginstelling, ABP, DSM en anderen.

De analyse was dat Heerlen weliswaar gebiedsgebonden problemen kende, maar ook als stad in z’n geheel aan de bak moest: studenten en andere jongeren werven, de gevolgen van de vergrijzing opvangen, nieuw ondernemerschap uitlokken. De bestuursvoorzitters van de grote bedrijven zijn door het fonds uitgedaagd om na te denken over activiteiten voor de hele gemeente. Twee projecten die momenteel lopen zijn een volledig 24

digitale zorgopleiding en citybranding. Het bestuur van het fonds initieert en faciliteert, onder meer met een ontbijtoverleg. Het budget bedraagt ruim 200.000. Heerlen werkt met professionele capaciteit: drie zzp-ers en drie gebiedsmanagers. Groot voorbeeld voor Heeren is de manier waarop Leeuwarden met 1 miljoen euro uit het ondernemersfonds uiteindelijk 24 miljoen heeft losgemaakt voor het jaar dat die stad culturele hoofdstad van Europa was. Die status heeft in Leeuwarden voor een ‘boost’ gezorgd in het aantrekken van jongeren en studenten, nieuw ondernemerschap en nieuwe samenwerking. Heerlen is blij om direct vanaf de start al te hebben ingezet op gemeentebreed en er al flink reuring mee te hebben bereikt. Hardinxveld-Giessendam is als fonds net begonnen (op basis van 75 euro per ton woz-waarde) en werkt met 100% gemeentebrede besluitvorming. Het fonds is daar tot stand gekomen in het kielzog van een gezamenlijk opgestelde economische visie. Daarin bleken alle partijen – inclusief landbouw en ‘not for profit’- zich te kunnen vinden in de noodzaak om het leefklimaat te versterken teneinde jonge mensen te binden en de veiligheid te vergroten. De gemeentebrede aanpak is sterk het gevolg van de solidariteitsgedachte: we zitten in dezelfde boot. Terschelling besluit eveneens 100% gemeentebreed.

Het fonds staat daar zelfs in dienst van een enkel doel, namelijk het scheppen van een ‘leading practice’ in internetmarketing. Alle eieren in één mand.

Deze groslijst van praktijkvoorbeelden maakt enkele dingen duidelijk: •

•

•

Gemeentebreed maakt bijna overal veel energie en dynamiek los, leidt tot nieuwe contacten en verlegt de ambities. Maar het gaat niet vanzelf. Er moet aan gesjord worden en dat vergt ook professionele capaciteit. Er zijn heel veel verschillende manieren waarop je het kunt organiseren. Er is altijd spanning tussen breed draagvlak en gezamenlijkheid aan de ene kant en snelheid en innovatie aan de andere kant. Gemeentebreed vergt een goede lokale gunfactor, anders wordt het moeizaam. Je kunt beter vroeg en ruimschoots beginnen dan later en klein.

En een opletpunt van een andere orde: het woord ‘fonds’ mobiliseert doorgaans ambitieuze blikken. Er zijn altijd culturele of sportieve organisaties of creatieve ondernemingen op zoek naar geld en het simpele woord ‘fonds’ trekt al belangstelling. Met de trekkingsrechtensystematiek kan snel en goed duidelijk worden gemaakt dat het hier niet om een fonds ten algemene nutte gaat, maar om een financiële positie ten dienste van georganiseerde ondernemers. Als een non-profit instelling iets wil, moeten ze maar met een gebiedsvereniging gaan praten. Een gemeentebreed aandeel kan dat mechaniek – ‘er is een onbelegd budget!’- weer wakker roepen. Dat mechaniek moet goed in de hand gehouden worden. Aan de ene kant is het zo dat goede plannen pas ontworpen worden als er een financieringsmogelijkheid is. Het bestaan van een gemeentebreed budget kan tot excellente projecten leiden en een acquisiteur met een briljant plan, mag zich melden. Aan de andere kant is het geen ‘algemeen fonds’. Het moet steeds blijven gaan om het mobiliseren en ondersteunen van de ambities van ondernemers

25

4

Contouren OPW en OFW 2.0

4.1

Ambities en opgave

We hebben het in het eerste hoofdstuk al geconcludeerd. Gezien de doorgaande groei van Waddinxveen en de complexiteit van de opgave is een doorontwikkeling van zowel het OPW als het OFW aan de orde. En de resultaten uit de gespreksronde wijzen erop dat het ambitieniveau in Waddinxveen hoog is. Er is behoefte aan professionele capaciteit, meer gebiedsoverstijgende samenwerking, een stevige belangenbehartigingsfunctie en meer financiële armslag. Het gaat om een tweeledige ontwikkelopgave. Ten eerste zal het OPW moeten professionaliseren om tegemoet te komen aan de hoge verwachtingen. Er is financiële ruimte nodig om een professionele belangenbehartiger annex innovatiemanager aan te stellen. Een persoon – of een netwerk van parttime krachten – die een start maakt met de omvangrijke ondernemersagenda, het netwerk organiseert en de samenwerking met gemeente en andere stakeholders zoekt. Deze ‘OPW-manager’ heeft daarbij de beschikking nodig over enig handgeld om de regie te voeren over de agenda. Denk aan budget voor onderzoek, cofinanciering, netwerkevents, et cetera. De opgave is daarbij om de logistieke terreinen nadrukkelijker in de nieuwe organisatie in te bedden. Dat kan in de bestuurssamenstelling tot uitdrukking worden gebracht. En daarnaast door accenten te leggen in de inhoudelijke opgave (bv. meer aandacht voor mobiliteit en duurzaamheid op de terreinen).

Dan de opgave voor het OFW. Waddinxveen heeft al een aantal jaren een ondernemersfonds. Maar het fonds is te klein en zit teveel aan de gemeente vast om de rol te spelen in de lokale economie die fondsen doorgaans spelen. Een reconstructie van het fonds is nodig om ondernemers in staat te stellen een eigen investeringsagenda uit te voeren. Het gaat daarbij om investeringen in ‘reguliere’ activiteiten als beveiliging, parkmanagement en promotie. Er komt bij dat ondernemers voor nieuwe en nog niet goed te definiëren opgaven komen te staan: duurzaamheid en energietransitie, bodemdaling, infrastructuur, citymarketing, de omgevingswet. Uit een uitgebreide interviewronde is een hoog ambitieniveau zichtbaar geworden. Maar er is meer geld en meer organiserend vermogen nodig.

4.2

Fondsomvang

In ondernemend Waddinxveen is het collectief, private investeringsgeld in ten minste drie geldstromen uit te splitsen: • • •

in het huidige OFW gaat 100.000 per jaar om waarvan de helft nog eens afkomstig van een tijdelijke, gemeentelijke subsidie het OPW heeft een begroting van circa 60.000 per jaar, bekostigd met ledenbijdragen een aantal terreinverenigingen heeft nog eigen middelen verwerkt in eigendomsconstructies voor beheer en onderhoud van het terrein

Als we de derde geldstroom buiten beschouwing laten – dat is een zaak van de terreinvereniging – komen we op een huidig budget van 160.000 per jaar. Dat is te beperkt in het licht van de ambities. 26

Die ambities zijn – om het figuurlijk te zeggen – van Hardinxveldse proporties en wijzen op een fonds op basis van 70 of 75 euro per ton woz-waarde. Het fonds is ook erg klein in het licht van de ‘buurfondsen’ Gouda en Bodegraven-Reeuwijk. Het enthousiasme voor een verhoging van de bijdrage via de ozb is op dit moment echter beperkt, met name op de logistieke terreinen. In de volgende matrix vertalen we de opgehaalde ambities in Waddinxveen naar de benodigde financiële opbrengst. We beginnen met een maximale variant, met de aantekening dat we hier al naar beneden toerekenen (en daarmee ver weg blijven van de ‘Hardinxveldse’ 75 euro). Al rekenend komen we op een fonds met een omvang van circa € 350.000. Met een vastgoedwaarde van 780 miljoen woz-waarde zou dat een investering vergen van € 45 per 100.000 woz-waarde, te verdelen over gebruiker en eigenaar volgens de reguliere gemeentelijke verdeelsleutel (45 om 55 procent). Investering Professionele capaciteit (OPW)

Gebiedsoverstijgende budgetten (OPW)

Trekkingsgerechtigden en organisatiekosten OFW Totale fondsomvang

Beschrijving OPW-manager die zich richt op belangenbehartiging, netwerkorganisatie en aanjagen en verder brengen van gemeentebrede plannen. Daarbij ook secretariaat. Netwerk / kennisdeling Mobiliteitsmanagement Duurzaamheid Arbeidsmarkt / stages Dorps- en regiomarketing Regio-initiatieven Behoud huidige omvang (incl. non-profit aandeel, incl. organisatiekosten OFW)

Begroting € 100.000

€ 150.000

€ 100.000 ~ € 350.000

Die 45 euro is bezien vanuit de ambities wenselijk maar is in de Waddinxveense context nu niet haalbaar. Er is steun voor een start met 30 euro per ton woz-waarde, zie de steunbrieven in de bijlage van dit bouwplan. We hebben al eerder opgemerkt dat het een kwestie kan zijn van ‘eerst zien dan geloven’. Linksom of rechtsom is het een signaal waar de stuurgroep niet aan voorbij kan of wil gaan. De aanbeveling is daarom om per 1 januari 2023 met 30 euro te starten, met de intentie om daar na twee jaar ervaring – in het najaar van 2025 andermaal het gesprek over te voeren. Dan kan bezien worden of zich een pakket ambities en plannen aftekent dat een grotere voeding van het fonds rechtvaardigt. Daar zou een besluit aan gekoppeld kunnen worden om de gemeente te verzoeken met een groeimodel te werken, bijvoorbeeld naar 45 euro en nog weer later naar 60 euro. We geven in onderstaande matrix weer hoe die 30 euro zich vertaalt in de begroting van het fonds. De keuze is om de verlaagde opbrengsten ten koste te laten gaan van de gebiedsoverstijgende budgetten van het OPW. Gezien de grote opgave op dit vlak is de keuze van de stuurgroep om het thema ‘duurzaamheid’ te prioriteren, tenminste 50% van de gebiedsoverstijgende budgetten wordt hiervoor in reservering genomen. Investering Professionele capaciteit (OPW)

Beschrijving Begroting OPW-manager die zich richt op € 90.000 belangenbehartiging, netwerkorganisatie en aanjagen en verder brengen van gemeentebrede plannen. Daarbij ook secretariaat. 27

Gebiedsoverstijgende budgetten (OPW)

Trekkingsgerechtigden + organisatiekosten OFW Totale fondsomvang

Netwerk / kennisdeling Mobiliteitsmanagement Duurzaamheid Regio-initiatieven Arbeidsmarkt / stages Dorps- en regiomarketing Behoud huidige omvang (incl. non-profit aandeel en incl. organisatiekosten OFW)

€ 40.000 waarvan tenminste 50% gereserveerd voor thema duurzaamheid

€ 100.000 ~ € 230.000

Met dit voorstel maakt Waddinxveen een bescheiden sprong, van een collectief budget van 160.000 naar 230.000. Ten opzichte van de oude situatie zijn er wel de nodige bonussen: •

Het vervlechten van de OPW structuur met het fonds maakt het geheel minder kwetsbaar, er is structureel investeringsgeld beschikbaar voor de gemeentebrede inzet van het OPW. De stijging van 70.000 wordt bovendien geheel aangewend voor de professionalisering van die inzet

•

Het wordt een volledig privaat gefinancierd fonds. Weliswaar is de financiële prikkel van de gemeente zeer welkom geweest, en goed aangewend. Maar het feit dat de ondernemers vanaf 2023 volledig zelfvoorzienend zijn is veel waard. Het onderstreept het onafhankelijke karakter van het fonds ten opzichte van de gemeente. De ondernemers bekostigen het fonds en kunnen geheel zelf bepalen wat de gewenste bestedingen zijn en hoe de governance eruit komt te zien

•

De hechtere samenwerking tussen OPW en ondernemersfonds zorgt er ook voor dat de ‘grootzakelijke’ bedrijven rond de A12 een nadrukkelijkere stem krijgen in ondernemend Waddinxveen. In de huidige structuur is de participatie van de logistieke terreinen in het OPW nog beperkt. Zij leggen zich vooral toe op de aanwending van het eigen gebiedsbudget binnen het fonds. Met het verleggen van de financiële stroom van het OPW komt de participatie van de A12 bedrijven veel meer in beeld. Het meer investeren in het OPW zorgt voor meer eigenaarschap. En heel praktisch: er is een kostenvoordeel te halen als het OFW en OPW hun administratieve zaken gaan delen (secretariaat, jaarrekening, accountant).

•

Het beschikbaar komen van meer gemeentebreed budget maakt de weg vrij om vormen van cofinanciering op gang te krijgen. In andere fondsen wordt wel gesproken van ‘met geld, geld maken’. In de financieringssystematiek van de overheid werkt het vaak zo dat er eerst privaat geld op tafel moet komen voordat een project van start gaat. De overheden (gemeente, provincie) belonen die prikkel veelal met een veelvoud aan publiek budget. En wanneer het vliegwiel echt begint te draaien komen daar ook weer andere investeerders op af (vastgoed, grote bedrijven, Europese fondsen, het Rijk). Die figuur leidt ertoe dat in de praktijk de fondsen investeringsmiddelen weten los te weken die een veelvoud zijn van de eigenlijke fondsomvang. Met de dynamiek van de ‘regio-agenda’ in het achterhoofd zijn er ook voldoende kansen in Waddinxveen om die multiplier aan de gang te krijgen.

Tot slot nog een kleine nuancering bij het vervallen van de gemeentelijke cofinanciering van het fonds. Weliswaar verdwijnt de jaarlijkse € 50.000,- als publieke incentive, maar de gemeente heeft daarnaast een private gedaante. Als eigenaar van zakelijk vastgoed betaalt het zelf ook ozb. Om 28

hoeveel het in Waddinxveen gaat, is niet duidelijk, maar landelijk varieert het gemeentelijk aandeel in de totale woz- waarde van 3 tot 8%. De ozb-betaling door de gemeente is een kwestie van vestzak-broek. De ozb-uitgaven komen immers ook weer als inkomsten op de begroting te staan. De komst van het fonds brengt een kleine verandering. Een deel van de ozb-uitgaven zouden dan naar het fonds toevloeien. De gemeente zou eenzijdig kunnen besluiten om de ozb over het eigen vastgoed af te trekken van het subsidiebedrag voor het ondernemersfonds Waddinxveen. De gemeente zou dan als enige ‘freerider’ in Waddinxveen overblijven. De vraag is of dat wenselijk is. Vóór het gewoon meedoen van de gemeente pleiten twee omstandigheden: •

De gemeente heeft ook als privaatrechtelijke partij gewoon belang bij een goed verzorgdeomgeving en bij gezamenlijke acties, zoals veiligheid, leegstandsbestrijding en campagnes voor technisch personeel. Als de gemeente niet zou meedoen, zouden er daadwerkelijk ’freeriding’ situaties ontstaan: gemeentelijk vastgoed dat profiteert van voorzieningen waarze niet aan meebetaalt. Er zijn gemeenten die niet meedoen waar dit euvel ook erkend wordt. De manager of bedrijfsleider van het gemeentelijk vastgoed participeert dan in een ondernemersvereniging en maakt vrijwillig een flink contributiebedrag over. Dat werkt, maar het is wel houtje-touwtje, terwijl je met het fonds streeft naar eenvoud en gelijkheid

•

Meedoen heeft een symbolische waarde: de gemeente spreekt vertrouwen uit in het initiatief en geeft een voorbeeld aan andere grotere vastgoedpartijen.

Tegen het gewoon meedoen pleit een heel ander argument: •

Het fonds is ‘voor en door ondernemers’. De gemeente kan als Sliedrechts ondernemer meepraten over de bestedingen, maar de verleiding is heel groot dat de gemeente ook als publiekrechtelijke partij gaat meepraten. Als de gemeenteraad een werkplan van het fonds wil bespreken en daar iets van wil vinden, kun je dat niet goed tegenhouden.

De gemeente doet in het huidige OFW ‘gewoon’ mee met haar zakelijk vastgoed. En in de praktijk werkt dat goed, er is geen enkele sprake van rolverwarring en geenszins bestaat het idee dat er politiek wordt gestuurd op de uitgaven van het fonds. Het verzoek van de stuurgroep is dan ook om deze situatie te continueren in het OFW 2.0. Hoewel de incentive van 50.000 vervalt wordt hiermee alsnog onderstreept dat de gemeente achter dit initiatief staat en solidair is met het lokale bedrijfsleven.

4.3

Governance (overkoepelend)

We hebben al geconcludeerd dat er geen landelijke blauwdruk is waar Waddinxveen in moet passen. Er is een grote mate van organisatievrijheid en mogelijkheid om aan te sluiten bij lokale behoeften.

29

Wel kunnen we een aantal leereffecten afleiden uit de landelijke praktijk. We vertalen deze in onderstaande matrix naar de Waddinxveense context. Leereffecten landelijke praktijk Scheiding van bankiersfunctie en inhoud

Democratische besluitvorming (‘wie betaalt, bepaalt’)

Conclusie voor Waddinxveen OFW is de financiële contractpartner met de gemeente, is verantwoordelijk voor budgetbeheer, toetst uitgaven van het fonds op rechtmatigheid, draagt verantwoording af. OPW en de trekkingsgerechtigden besluiten over de inhoudelijke bestedingen Het OPW stelt haar lidmaatschap open voor iedere ondernemer met zakelijk vastgoed in Waddinxveen. Het contributietarief kan naar beneden worden bijgesteld. Eventueel kan nagedacht worden over een A- en B-lidmaatschap, met extra voordelen voor de A-leden. De voorkeur gaat nu echter uit naar een 0-tarief voor alle bedrijven met vastgoed in Waddinxveen. Van ondernemers zonder vastgoed (zzp’ers, bedrijven gevestigd op Gouwe Park in Zuidplas) kan een vrijwillige bijdrage worden vastgesteld. De bekende (huidige) tarieven van het OPW kunnen daarvoor worden aangehouden. Eventuele aanpassingen hierin na 2023 zijn voor het toekomstig OPW bestuur.

Transparante besluitvorming

De trekkingsrechten in het fonds worden beheerd door gebiedsdan wel sectorale verenigingen / commissies. De ondernemers kunnen zich voor plannen melden bij de vereniging die in hun deelgebied actief is. Het OPW draagt periodiek verantwoording af aan haar leden. Niet eenmaal per jaar in de algemene ledenvergadering, maar ook door tussentijds iedereen op de hoogte te houden van de vorderingen (nieuwsbrieven, bijeenkomsten, gesprekken, etc.). Het OFW toetst de uitgaven van het OPW op rechtmatigheid in verband met haar verantwoording naar de gemeente. Een inhoudelijke toets is niet noodzakelijk, dit vindt plaats binnen het OPW zelf.

Gemeentebreed investeren brengt dynamiek maar vergt de nodige capaciteit en bereidheid tot samenwerking

De trekkingsgerechtigde partijen moeten zichtbaar zijn zodat iedere ondernemer in het deelgebied zich hier kan melden. Er wordt melding gemaakt van bijeenkomsten waar ondernemers zich kunnen melden en kunnen mee beslissen over de bestedingen. Het nieuwe OPW bestuur zal in de eerste jaren de ruimte moeten krijgen om zichzelf te bewijzen. Niet alles zal direct kunnen worden opgepakt – gezien de discussie over het tarief – en het bestuur dient de vrijheid te krijgen om prioriteiten te stellen en zelf accenten te leggen. In de nieuwe organisatie zal het gemeentebrede belang de boventoon moeten voeren. De specifieke gebieds- en 30

Maak het niet te complex

Bouw een (praktische) vorm van toezicht in op het fonds

sectorbelangen kunnen in gesprek zeker aan de orde komen maar enige gunfactor is noodzakelijk. De huidige werkstructuur tussen het OPW en het OFW is zo gek nog niet, bestaat pas sinds 2016 en dient hooguit wat extra energie aan te boren die in Waddinxveen op meerdere plaatsen aanwezig is Het fondsbestuur legt formeel verantwoording af aan de gemeente middels een jaarverslag met een door account afgegeven samenstellingsverklaring. Het is daarnaast gebruikelijk dat ook vanuit private zijde enige vorm van toezicht geregeld is. In fondsen met veel trekkingsrechten gebeurt dat met het instellen van een adviesraad waarin alle gebieden en sectoren zijn vertegenwoordigd. In Waddinxveen zou dat een beetje dubbelop zijn, en de organisatie topzwaar maken. De gebieden en sectoren worden immers al vertegenwoordigd binnen het OPW. Het voorstel is om de private controle via het OPW te laten lopen. De beide besturen (OPW en OFW) organiseren een jaarlijks trefmoment waarin de status quo wordt geëvalueerd. De non-profit sectoren (sport, onderwijs) worden daar inhoudelijk in meegenomen. Het OPW bestuur koppelt de resultaten ervan terug aan haar leden, eventueel met een toelichting ter plekke van het OFW bestuur.

Dat leidt tot de volgende verdeling van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden. OFW • Financieel beheer en eerste aanspreekpunt voor trekkingsgerechtigden • Contact met gemeente (verantwoording) • Toezicht op transparante en democratische besluitvorming • Stimuleren samenwerking tussen trekkingsgerechtigden

OPW • Investeren in gemeentebrede agenda (zie h.2) • Belangenbehartiging- en netwerkfunctie lokaal en regionaal • Signaleren, ophalen ambities, kennisontwikkeling • Aansturen OPWmanager

Trekkingsgerechtigden • Gebieds- en sector gebonden plannen realiseren • Stimuleren ‘bottom-up’ ideeënvorming • Organiseren democratische en transparante besluitvorming

In aanvulling op voorgaande schema nog het volgende. Formeel is het fonds een gesubsidieerde instelling. In de praktijk is het een vorm van ‘ondernemerszelfbestuur’. Het eerste betekent dat de gemeente voorwaarden aan het fonds moet stellen. Het gaat om twee soorten voorwaarden: •

‘Accountability’. Het fonds werkt met publiek geld en moet tijdig rekening en verantwoording indienen bij de gemeente. Het moet ook transparant zijn en goed duidelijk 31

•

kunnen maken wat er met de gelden gebeurt. Dat is overigens ook een eis die de ondernemers zelf stellen: zij blijken doorgaans kritische en zuinige gebruikers van het fonds te zijn. Inhoudelijke eisen. Er moet een publiek doel gediend zijn met de subsidieverlening. In de praktijk kan dat strikt op een hoofdlijn: de opdracht vastleggen dat de subsidie bestemd is voor economische stimulering, is al voldoende.

Het tweede – dat ‘ondernemerszelfbestuur’ – betekent dat de gemeente op afstand blijft bij de discussie over de bestedingen. In de regel worden in een convenant tussen fonds en gemeente twee uitgangspunten vastgelegd: • •

Het uitgangspunt van non-interventie. De gemeente zegt toe zich niet te bemoeien met discussies en besluitvorming over de besteding. Het uitgangspunt van non-substitutie. De gemeente zegt ook toe eigen uitgaven niet af te wentelen op het fonds.

Het fondsbestuur voert het algehele financieel beheer over de totale fondsomvang. Het in een centrale kas houden bevordert de transparantie. Er komt een enkele jaarrekening en verantwoording voor alle bestedingen. Die bestedingen zijn voor iedereen inzichtelijk. Dat zet aan tot samenwerking en onderlinge communicatie, terwijl elke partij toch zijn eigen financiële positie houdt. Het fonds verzorgt het financieel beheer, de gebruikers kunnen zich concentreren op de inhoudelijke bestedingen. En aangezien ondernemersfondsen btwplichtig zijn verklaard kan de btw op door het fonds betaalde facturen worden teruggevraagd. Op elke regel zijn weer uitzonderingen mogelijk. Wanneer een vereniging toch contant geld op de eigen rekening wil hebben – bijvoorbeeld omdat het om een grote en ervaren vereniging gaat die zelf btw-plichtig is – zijn ook daar afspraken over te maken. Het OPW komt, als het daar voor kiest, voor zo’n regeling in aanmerking. Evenals enkele grotere terreinverenigingen (Doelwijk, VBA12, Coenecoop). Maar ook dan zal het bestuur van het fonds blijven streven naar een tijdige, deugdelijke en gezamenlijke rekening en verantwoording naar de gemeente. Ook al betalen de ondernemers zelf hun fonds, ze krijgen er van de gemeente wel de gelegenheid voor: die verschaft hen zeggenschap over een deel van de belastingcapaciteit. Daar moet zorgvuldig mee worden omgegaan.

Voor de ‘kleinere trekkingsgerechtigden’ gaat het in de praktijk zo werken: 1. Het fonds deelt de partijen met trekkingsrecht mee hoeveel trekkingsrecht zij hebben in het aanstaande kalenderjaar en hoeveel zij eventueel nog over hebben van vorige jaren. 2. Het bestuur van het fonds bekijkt of er voldoende trekkingsrecht is en of het bestedingsvoorstel ‘rechtmatig’ is, in de zin dat het afkomstig is van een voldoende democratisch gelegitimeerde vertegenwoordiging. Na de tweede of derde aanvraag wordt deze toetsing een routine. 3. Het bestuur van het fonds toetst de voorstellen niet inhoudelijk, maar heeft wel het recht om vragen te stellen (bijvoorbeeld wanneer aangevraagde activiteiten uit verschillende gebieden elkaar in de weg kunnen zitten, of juist elkaar kunnen versterken door samen te gaan).

32

4. Na instemming van het bestuur, wordt de activiteit uitgevoerd. De rekening wordt op naam van het Ondernemersfonds gesteld en aan het fonds gestuurd. Het fonds betaalt de rekening, vraagt de btw in de vooraftrek weer terug en brengt het factuurbedrag in mindering op het trekkingsrecht. Overigens kan iedere vereniging sparen in het fonds, ongeacht of het trekkingsrecht direct wordt overgemaakt of via bovenstaande constructie door het fonds wordt beheerd. Het is wel zaak het sparen inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld met behulp van reserveringen, opdat duidelijk is dat het geld niet ‘opgepot’ wordt zonder helder bestedingsdoel.

4.4

Governance: bestuur OPW

De professionalisering van het OPW willen we flankeren met een stabiele governance. In de openbare bijeenkomst (zie inleiding) is de volgende opzet gedeeld van het algemene bestuur van het OPW.

Het is een overzichtelijke plaat opgebouwd vanuit een zekere nuchtere logica. Tegelijkertijd zitten er een aantal betekenisvolle keuzes achter, te weten. •

•

Het onderscheid dagelijks bestuur en algemeen bestuur verdwijnt. In de praktijk vervult het dagelijkse bestuur nu ‘om niet’ veel taken die de ‘OPW s’ elders in het land door een functionaris laten uitvoeren. Met de toevoeging van het bedrijfsbureau wordt dat ook de praktijk in Waddinxveen. Het algemene bestuur kan zich toeleggen op echt ‘besturen’ in plaats van deels de uitvoeringstaken op zich te moeten nemen. Er is geen formele verantwoordingslijn tussen de gebieden/sectoren (trekkingsrechten) en het OPW. Dat is in zekere zin ook logisch aangezien het OPW over een eigen democratische

33

legitimiteit beschikt als ledenorganisatie. Het OPW draagt verantwoording af aan haar eigen leden. Daar hoort wel twee boodschappen bij:

•

o

Het OPW gaat zich openstellen voor iedere ondernemer met zakelijk vastgoed in Waddinxveen. Aangezien ieder van hen via de ozb naar rato meebetaalt aan het fonds, en daarmee de OPW-activiteiten, is het billijk dat zij zich kosteloos (dan wel tegen een zeer gereduceerd tarief) kunnen aanmelden om mee te praten over de bestedingen.

o

Het OPW dient een jaarplan in bij het fonds met een begroting op hoofdlijnen, en aan het einde van het jaar wordt er verantwoording aan het fonds afgedragen over de gerealiseerde bestedingen opdat het fonds die kan meenemen in haar jaarverslag richting de gemeente

De zeven bestuursleden van het OPW (oneven omwille van het voorkomen van een patstelling) dienen in zekere mate een afspiegeling te zijn van ondernemend Waddinxveen. De nieuwe bestuursleden dienen personen te zijn die wortels hebben in de genoemde facetten van de economie. Tegelijkertijd moeten zij niet perse gekoppeld worden aan één van de bestaande gebieds- of sectorverenigingen. Daarmee houdt het nieuwe OPW het midden tussen een volledig onafhankelijk bestuur en een getrapt geformeerd bestuur (met een vertegenwoordiger per vereniging). Het bestuur is vooral een ‘marktplein’ waar wel rekening wordt gehouden met de diversiteit aan belangen, zonder dat het een star en bureaucratisch orgaan wordt waarin de last van ruggenspraak regeert.

In de geschetste governance ontbreekt nog de relatie met het Duurzaamheidsplatform. In hoofdstuk 1 hebben we geschetst dat het DPW twee wensen heeft ten aanzien van het nieuwe OPW/OFW: 1. Enige private investeringsmiddelen, onder meer om publieke cofinanciering op gang te krijgen bijvoorbeeld bij het servicepunt energietransitie 2. Kunnen spreken namens het Waddinxveense bedrijfsleven (in plaats van slechts namens de 23 leden) Aan beide wensen kan binnen de voorgestelde structuur tegemoet worden gekomen. Zoals hiervoor geschetst kan – mede gezien de grote opgave – een jaarlijks budget van € 20.000 worden aangewend voor duurzaamheidsprojecten. Dit is een richtbedrag voor 2023, in de daaropvolgende jaren kan dat op initiatief van het OPW naar boven worden bijgesteld (of naar beneden al ligt dit minder voor de hand). Het beheer van het budget ligt bij het OPW, maar het idee is dat het DPW de inhoudelijke voorstellen doet voor de bestedingen vanuit dit budget. Het bestuur van OPW geeft – al dan niet met tussenkomst van de leden – een fiat op dit voorstel waarna het DPW de uitvoering ter hand kan nemen. Er kan gewerkt worden met een jaarplan met verantwoording achteraf om geschuif met bonnen en facturen te voorkomen. Naast het dechargé over de duurzaamheidspot is het zaak om het DPW ook inhoudelijk te verknopen met het OPW bestuur.

De aanbeveling is om dit niet via een bestuurspositie te doen, onder meer omdat dit de vraag uitlokt of ook niet andere thema’s op deze wijze verankerd moeten worden in het bestuur (mobiliteit, arbeidsmarkt). Het idee is dat een vertegenwoordiger van het DPW als adviseur aanschuift bij de bestuursvergadering (net zoals de OPW-manager dat doet). Op deze wijze kan het DPW de relevante ontwikkelingen en beleidsstukken die vragen om OPW-input 34

voorleggen aan het bestuur. En gesterkt door het OPW bestuur kan dat signaal met kracht worden teruggelegd bij de gemeente, de regio of andere stakeholders. 4.5

Governance: trekkingsgerechtigden OFW

Het voorstel om een substantieel van het nieuwe fonds aan te wenden voor gemeentebrede belangen kan op veel positieve respons rekenen. De gebieden en sectoren hechten echter ook aan het behoud van een eigen investeringsbudget. We geven in onderstaande tabel de trekkingsrechten in 2022 weer afgerond op hele euro’s. Het gaat om netto te besteden bedragen na aftrek van de organisatiekosten van het OFW (ener laatste rij). Distripark Doelwijk Coenecoop VBA12 VGO (Noord-Zuid, terreinen aan de Gouwe) Agrarische objecten Detailhandel Horeca Onderwijs Sport Nuts en ongebouwd Overige Organisatiekosten OFW Totaal

€ 24.313 € 15.630 € 14.798 € 12.835 € 2.974 € 7.267 € 779 € 3.812 € 1.613 € 704 € 7.919 € 7.359 € 100.000

De drie grote bedrijventerreinen (Doelwijk, VBA12, Coenecoop) hebben aangegeven goed uit de voeten te kunnen met het huidige budget, met eventuele meeropbrengst door stijgende vastgoedwaardes. De Vereniging Gouwe Ondernemers (VGO) die actief is op de terreinen langs de Gouwe zoekt op termijn meer organisatiekracht en overweegt zich aan te sluiten bij Coenecoop met medeneming van het budget. Voor de overige trekkingsrechten is de boodschap gemengder. We maken uit de reacties op dat het fonds wordt gezien als een goed middel om collectief plannen te maken, maar dat de omvang van de budgetten wel erg beperkt is. De energie die het kost om iets op poten te zetten staat niet goed in verhouding tot de te realiseren meerwaarde. Er zijn in theorie drie manieren om dat laatste te ondervangen: 1. verhoging van het fondsbudget 2. opschalen en samenvoegen van de trekkingsrechten 3. gebruik OPW-manager capaciteit door de trekkingsgerechtigden De eerste optie is een no-go voor de drie grote bedrijventerreinen en valt af. De oplossing wordt door de huidige ambassadeurs gezocht worden in een slimme combinatie van optie 2 en 3. Iets meer in detail. Het samenvoegen van trekkingsrechten is een bij andere fondsen beproefde manier om meer dynamiek te krijgen in het fonds. De vrees vooraf is vaak dat hiermee de boel verwaterd.

Het bijeen brengen van bedrijven (en non-profit instellingen) met heel diverse belangen zou tot te weinig ‘to the point’ bestedingen leiden. De praktijk wijst uit dat het anders gaat. De diversiteit aan belangen lokt creatieve en innovatie ideeën uit. Een voorbeeld uit het Helmondse 35

fonds waar non-profit en ‘wijkeconomie’ in één trekkingsrecht zijn samengevoegd is de realisatie van een boodschappenservice voor bewoners van diverse verzorgingshuizen, met een groot en divers aanbod aan producten van lokale winkeliers. Een ander voorbeeld komt uit Westerveld waar ondernemers een digitaal platform hebben ontwikkeld waarbij ieder bedrijf zich kan aansluiten. Daaraan zijn verschillende activiteiten gekoppeld waaronder masterclasses digitalisering die gevolgd worden door een grote variëteit aan bedrijven. Gezien de beperkte omvang van de ‘niet-bedrijventerrein’ trekkingsrechten wordt ervoor gekozen om er één groot dorpsbudget van te maken: Wadd Bruist (een knipoog naar het succesvolle culinaire festival Wadd Lekker). Dit dorpsbudget wordt geen dubbeling met het OPW-aandeel in het fonds. Het gaat hier nadrukkelijk om een budget dat aangewend kan worden voor ‘kleinschalige activiteiten’. De term kleinschalig is hier bedoeld in de goede zin des woords: praktisch, sfeervolle activiteiten, gericht op samenwerking, ook toegankelijk voor ondernemers met een in tijd, omvang en locatie beperkte activiteit. Denk aan de organisatie van een kleine braderie in één van de winkelgebieden, met verkoop van lokale geproduceerde landbouwproducten. Of een mooi sportevent voor kinderen in samenwerking met het lokale mkb.

Maar ook een goed dorpsevent waar zowel retail als non-profit op kan aansluiten. Voor de wijze van organisatie is het model dat het fonds in Hardinxveld-Giessendam erop nahoudt instructief. Daar is een ‘werkgroep ondernemersfonds’ actief, een informele club mensen die plannen en bestedingen verzamelt en verder uitwerkt, het economische debat met elkaar voert en kennis met elkaar uitwisselt. Bij het fonds ingekomen aanvragen die geen betrekking hebben op de bedrijventerreinen worden doorgezet naar deze werkgroep. Daarnaast kunnen zij ook zelf initiatieven indienen bij het fonds. De werkgroep bestaat uit een brede groep deelnemers afkomstig van de diverse geledingen. Denk aan: een persoon per (wijk)winkelcentrum, horeca, sportverenigingen, cultuur, onderwijs en agrariërs. De werkgroep heeft een ‘vrije agenda’. Dat wil zeggen dat het niet enkel een club hoeft te zijn voor planbeoordeling en -voorbereiding. Er kunnen ook topics worden geagendeerd zonder een afgerond voorstel of financieringsvraag. De werkgroep kan ook algemene ‘kennisbijeenkomsten’ organiseren met participatie van partijen buiten het fonds. De huidige ambassadeurs van de trekkingsrechten detailhandel, horeca, onderwijs, sport en agrarisch zijn overeengekomen om op een gelijkende wijze het dorpsbudget Wadd bruist aan te sturen. Daarbij is het volgende afgesproken: •

•

•

Wadd Bruist is de naam van de nieuwe werkgroep bestaande uit de vijf huidige ambassadeurs. Zij zullen zich beijveren om aansprekende en zinvolle activiteiten/projecten te organiseren. In de planvorming en communicatie zullen zij veel mogelijk ondernemers / hun achterban hierin betrekken. De werkgroep laat zich bijstaan door de aan te stellen OPW-manager. Deze professionalisering is noodzakelijk om van Wadd Bruist een succes te maken. Er zal met het OPW overlegd worden over de gewenste inzet en eventuele financiële compensatie daarvan vanuit het budget van Wadd Bruist. Overigens heeft deze werkwijze ook een voordeel voor het OPW: het is een laagdrempelige manier om signalen en behoeften uit de verschillende Waddinxveense werkgebieden op te pikken. Wadd Bruist krijgt een mooi startkapitaal mee van circa € 75.000,- , zijnde de huidige reserveringen van de genoemde trekkingsrechten plus overige (niet-bestemde) middelen uit het fonds. Er zijn een aantal (kleine) goedgekeurde maar nog niet betaalde projecten vanuit de huidige trekkingsrechten die nog van dit budget afgaan.

36

•

Binnen Wadd Bruist zal de reservering + inleg van ieder trekkingsrecht ten minste de eerste twee jaar inzichtelijk blijven om de verhoudingen recht te doen. De verwachting – en hoop – is dat dit na deze periode niet meer nodig zal zijn.

Tot slot nog een opmerking over de bedrijventerreinen. Hoewel de budgetten er hoger zijn kan in de toekomst opschaling ook aan de orde komen. De praktijk uit andere fondsen leert dat hier veel voordeel uit te halen is. De intensiviteit van die samenwerking kan worden aangepast naar gelang de voorkeur van de terreinen. We geven twee voorbeelden. •

In Utrecht hebben alle bedrijventerreinen de beveiliging in een gezamenlijk raamcontract uitbesteed aan één private partij (na het doorlopen van een aanbestedingstraject). Door het bundelen van de marktvraag weten de terreinen grote inkoopvoordelen te realiseren voor alle bedrijven, en kan daarbij een betere kwaliteit worden gerealiseerd. Het pakket bestaat zowel uit camerabeveiliging (met uitlezen van de camera’s), contact met de politie meldkamer (ook hier enkel mogelijk door het schaalvoordeel) als gereduceerde tarieven voor individuele alarmopvolging per bedrijf.

•

In Helmond hebben de terreinen besloten om het trekkingsrecht te bundelen. Ieder jaar wordt keurig bijgehouden wat de inleg is in het fonds per terrein, en ieder terrein heeft een stem in de aansturende koepelvereniging. De koepelvereniging zelf gunt zich vervolgens veel ruimte om zo effectief mogelijk om te gaan met het budget. Dat kan betekenen dat het ene terrein in jaar x een extra toelage krijgt bijvoorbeeld om een grote herstructurering mogelijk te maken met cofinanciering van de gemeente. Om in het volgende jaar weer meer aandacht te besteden aan terrein y die bijzondere duurzaamheidsambities heeft. Alle terreinen kunnen overigens standaard rekenen op een basispakket aan voorzieningen (beveiliging, parkmanagement, bewegwijzering) met flinke inkoopvoordelen zoals in het Utrechtse voorbeeld.

37

Bijlage

Reacties op conceptplan OPW en OFW 2.0

Op de volgende pagina’s volgen de ingekomen reacties van vier grote stakeholders in het fonds/OPW: VBA12, Gouweplein, Doelwijk en Coenecoop. De gestelde voorwaarden en uitgangspunten zijn gebruikt als belangrijke input voor dit bouwplan.

38

39

40

Ondernemersplatform Waddinxveen Ondernemersfonds Waddinxveen Kwartiermakers Blaauwberg Waddinxveen, 16 juni 2022 Beste Jan, beste Etienne, beste Bernard, Het bestuur van de VBD is voorstander van een goede overkoepelende belangenbehartiger voor het gehele Waddinxveense bedrijfsleven. Het plan van een OPW 2.0 met bijbehorende financiering middels OFW 2.0 is voor ons een werkbare invulling hiervan. Wel vragen wij rekening te houden met onderstaande punten en voorwaarden vanuit de VBD: 1. Het huidige budget van trekkingsgebied VBD is tot op heden voldoende gebleken om alle VBD- activiteiten te bekostigen. Een verdere verhoging van de trekkingsgelden is wat ons betreft nu niet wenselijk. 2. Een OZB-opslag van €30 per € 100.000 WOZ-waarde moet volgens de laatste berekeningen voldoende zijn om op het huidige niveau trekkingsgelden te genereren en is derhalve ook het maximum tarief dat voor ons en onze leden acceptabel is. 3. Tijdelijkheid van de nieuwe regeling van maximaal 3-5 jaar moet schriftelijk worden vastgelegd. Daarna dient een evaluatie, keuzemoment en herijking van het tarief te volgen. 4. De verdere professionalisering van OPW is noodzakelijk met een bredere focus dan alleen gemeente Waddinxveen. Met name ook regionale en provinciale belangenbehartiging.

Ook is een sterkere samenwerking met gemeente Zuidplas vereist in verband met de ontwikkelingen aanpalend aan Distripark Doelwijk. Het aanstellen van een professional die zich structureel gaat bezighouden met belangenbehartiging en lobbywerkzaamheden bij de gemeentes, provincie en de regio is voor ons een voorwaarde. 5. Gezien het grote aandeel van de ‘logistieke’ bedrijvenparken Doelwijk en LogistiekPark A12 in de uiteindelijke bijdrage in het OFW, dient een vergelijkbaar deel van de beschikbare capaciteit van de bovengenoemde professional ten dienste te staan van de belangen van deze logistieke hotspots. Dit dient in de structuur van OPW 2.0 geborgd te worden. 6. Alle OZB-betalende bedrijven moeten kosteloos lid (kunnen) worden van het OPW 2.0, maar dit kan geen verplichting zijn. 7. De overheadkosten van OPW en OFW dienen zo laag mogelijk gehouden te worden, zodat er maximaal bijgedragen kan worden aan trekkingsrechten en gebiedsoverstijgende activiteiten. Daar waar mogelijk dienen taken van OPW en OFW gebundeld te worden en dient minimale dubbeling plaats te vinden van structuren. 8. De overheadkosten van OFW zouden structureel omlaag kunnen als de trekkingsgelden jaarlijks in één keer volledig worden uitbetaald aan de trekkingsgebieden, zonder dat aan allerlei complicerende voorwaarden moet worden voldaan. Het is immers geld van de ondernemers en niet van het OFW.

Op deze wijze kunnen trekkingsgelden ook niet ‘verjaren’ en wordt geborgd dat het trekkingsgeld beschikbaar is om direct de bijbehorende rekening te betalen (geen voorfinanciering nodig). 9. Governance OPW – Het voorstel dat de trekkingsgebieden die financieel het meeste inbrengen de meerderheid gaan vertegenwoordigen in het bestuur is een absolute vereiste. In het bestuur en/of de stemrechtstructuur dient een aanzienlijk grotere rol voor de ‘logistieke’ bedrijven te worden gewaarborgd. Ook als zij in meerderheid geen (vrijwillig) lid worden van OPW. Dit om hun aanzienlijke financiële bijdrage via het OFW te matchen met zeggenschap in het OPW. 10. Governance OFW – Hoe gaat dat georganiseerd worden en wie houdt toezicht op de fondsbestuurders? Is dat het OPW? Wat gebeurt er met de zogenaamde ambassadeurs? Wij verzoeken jullie vriendelijk doch dringend de bovenstaande voorwaarden en opmerkingen op te nemen in de resultaten van deze consultatie en rekening te houden met de wensen van de VBD, aangezien de toekomstige gelden van het Ondernemersfonds voor een substantieel deel door de vastgoedeigenaren en -gebruikers van Distripark Doelwijk gegenereerd zullen worden. Met vriendelijke groet, namens het bestuur Pieter van Leeuwen - Voorzitter VBD Jan van den Berg – Penningmeester VBD

41

Vereniging Bedrijventerrein Coenecoop Secretariaat Kastanjelaan 55 2743 BX WADDINXVEEN Email: secretaris@coenecoop.info Website: www.coenecoop.info

Waddinxveen, 7 juni 2022 Beste Jan, Naar aanleiding van ons telefoongesprek enkele weken geleden sturen wij hierbij onze reactie op de inmiddels uitvoerig besproken OPW/OFW 2.0 plannen. Tevens stuurde jij, op donderdag 12 mei jl., mij een email met daarin de door mij gevraagde opzet/berekening m.b.t. onze rechten en grootte van het percentage tot het trekkingsgebied “Coenecoop” t.o.v. het totaal trekkingsgebied binnen de Gemeente. Vooropgesteld is het bestuur van de VBC voor de OPW/OFW 2.0 plannen. Het bestuur is voor een goed (financieel) functionerend OPW/OFW. Ook vinden wij een professionalisering van het OPW/OFW 2.0 een vooruitgang. Wel maken wij de volgende kanttekeningen:

-

-

Aanvang van een OZB opslag van € 30,- per € 100.000,- WOZ waarde is aannemelijk bij aanvang en is daarbij voor de VBC ook voor de eerste periode een maximum; Na drie tot vijf jaar een gedegen evaluatie moet plaatsvinden of de ingestoken gelden toereikend zijn (of een overschot kennen); Alle OZB betalende bedrijven moeten meedoen en zijn daarbij automatisch “lid” van OPW/OFW 2.0. Men betaald dan geen enkele losse bijdrage aan OPW / VBW / DPW; Jaarlijkse “directe” uitbetaling aan de trekkingsgebieden om het bedrag “vrij” ter besteding in te kunnen vullen; De VBC voor (door de OPW aangeleverde berekening) ca. 19% trekkingsrecht heeft op het totaal; Duidelijkheid (vooraf) in de Governance van het OPW (wie controleert wie?); Welk bedrag wordt er berekend aan de ZZP-ers (welke zonder OZB geen WOZ opslag kennen)? Wij stellen voor om de categorie ZZP voor minimaal een vast bedrag van €150,per jaar verplicht mee te laten betalen aan het OPW/OFW 2.0; Duidelijkheid (vooraf) over de aansturing, controle van en rol van de Professional die door het OPW wordt ingehuurd.

Wij danken jullie voor het meenemen van onze punten. Met vriendelijke groet, Rob Appel Voorzitter VBC

42

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12224238/1