CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rapport Samenwerken en investeren in Waddinxveen - Bouwplan OPW en OFW 2.0

Besluitvormende raadsvergadering 25 januari 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Doorontwikkeling Ondernemersplatform en Ondernemersfonds15.901 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SAMENWERKEN EN INVESTEREN IN WADDINXVEEN Bouwplan voor een OPW en OFW 2.0

14 september 2022

Voorwoord

De besturen van het OPW en het Ondernemersfonds (OFW) hebben de ambitie om zich te professionaliseren. Er wordt wel gesproken over de doorontwikkeling naar een OPW en OFW 2.0. De noodzaak om het organiserend vermogen van ondernemers te versterken is ook vastgelegd in het Economisch Koersdocument 2021-2026. En in het bijbehorende uitvoeringsprogramma dat in februari 2022 is vastgesteld is de doorontwikkeling van OPW en OFW een belangrijk actiepunt. Uit de beide ondernemersbesturen heeft zich een stuurgroep gevormd die dit proces ter hand neemt. De stuurgroep laat zich bijstaan door twee kwartiermakers van bureau Blaauwberg.

In deze notitie dragen we de bouwstenen aan voor een OPW en OFW 2.0. De ruggengraat voor dit bouwplan vormt de uitgebreide gespreksronde die Blaauwberg in het eerste half jaar van 2022 heeft gevoerd. De kwartiermakers hebben circa 30 ondernemers individueel gesproken. Het OPW heeft twee bijeenkomsten belegd voor haar eigen leden. Het OFW heeft twee werksessies georganiseerd voor alle bij het fonds betrokken ambassadeurs. Er zijn verenigingen die op eigen initiatief de kwartiermakers hebben uitgenodigd voor een toelichting en gesprek. En er is een openbare, in de lokale media aangekondigde, bijeenkomst gehouden waar ook niet-georganiseerden nadrukkelijk voor zijn uitgenodigd. Het doel van de gesprekken was om zoveel mogelijk ‘inhoud’, ideeën en ambities op te halen. Daarnaast heeft de stuurgroep haar voordeel gedaan met de praktijkervaringen van elders. In het bijzonder kijken we naar de ervaringen in plekken met een ondernemersfonds. In de bijlage van deze notitie treft u brieven aan van de verenigingen die hun steun uitspreken voor dit initiatief. Bij deze verenigingen zijn zowel OPW-leden als niet-leden aangesloten. De in de brieven genoemde randvoorwaarden zijn verwerkt in dit bouwplan. We danken de betreffende verenigingen voor hun steun en het kritische meedenken.

Een belangrijk onderdeel van het bouwplan is de continuering en verruiming van het OFW. Met een groter ondernemersfonds kunnen de ambities uit dit bouwplan worden verwezenlijkt. De steun van de gemeenteraad is daarvoor noodzakelijk. De stuurgroep biedt met vertrouwen dit bouwplan aan, aan de gemeenteraad van Waddinxveen.

De vraag aan de raad is om het OFW te continueren, en daarbij ten minste de volgende voorwaarden in acht te nemen: •

Het OFW wordt een volledig privaat gefinancierd fonds, bekostigd via een meeropbrengst van de ozb voor niet-woningen van € 30 per 100.000 woz-waarde (te verdelen over eigenaar en gebruiker naar de reguliere gemeentelijke verdeelsleutel). Het OFW 2.0 krijgt daarmee een geschatte omvang van € 230.000,-. Een detail: de publieke incentive van € 50.000 komt te vervallen, maar de gemeente participeert via haar eigen vastgoed ook in het fonds. Het verzoek is om deze participatie te continueren zoals nader uiteengezet op pagina’s 28 en 29 van dit bouwplan.

2

•

Het OFW blijft de status houden van een fonds vóór en dóór ondernemers. De regie over de wijze van organisatie en de aard van de bestedingen ligt volledig bij de in het fonds betrokken ondernemersorganisaties. Het fonds draagt ieder jaar keurig verantwoording af middels een jaarverslag en samenstellende accountantsverklaring, zoals we dat al gewend zijn.

•

Het verzoek is om het OFW een looptijd mee te geven van 5 jaar. Een periode van vijf jaar biedt het fonds en de daarbij aangesloten partijen de ruimte om langjarige investeringen te doen. OPW en OFW zullen na twee jaar de balans opmaken of het gekozen investeringsbedrag toereikend is, of dat een verhoging van het fondsbudget aan de orde is. Indien dat laatste aan de orde is zal er een onderbouwd verzoek aan de gemeente worden gericht om dat mogelijk te maken. Het fonds zal verder in de loop van 2027 het initiatief nemen voor een evaluatie en de resultaten daarvan tijdig aanleveren bij de raad. We nodigen de gemeente uit om desgewenst zelf vragen aan te leveren voor deze evaluatie.

De stuurgroep OPW en OFW 2.0, Jan Roggeveen Bernard Oosterom Henk de Bas Otto Kempkes Egbert Jan Blonk Thon Bostelaar Jac Bost

OPW Ondernemersfonds OPW OPW Ondernemersfonds OPW OPW en Duurzaamheidsplatform

Ondersteuners Etienne Lieben Rob Manders Aart van Bochove

Blaauwberg (kwartiermaker) Blaauwberg (kwartiermaker en penvoerder) Blaauwberg (mede-penvoerder)

3

Inhoud

Infographic – samenvatting van bouwplan OPW en OFW 2.0 1

Opgave en ambitie 1.1 Aanleiding 1.2 OPW 1.0 1.3 OFW 1.0 1.4 Inzet

2

Resultaten gespreksronde 2.1 Gebieds- en sectorgewijs 2.2 Gemeentebrede bevindingen

3

Ervaringen uit de ‘landelijke praktijk’ 3.1 Landelijke benchmark 3.2 Fondsomvang 3.3 Governance 3.4 Gemeentebreed

4

Contouren OPW en OFW 2.0 4.1 Ambities en opgave 4.2 Fondsomvang 4.3 Governance (overkoepelend) 4.4 Governance: bestuur OPW 4.5 Governance: trekkingsgerechtigden OFW

Bijlage

Reacties op concept bouwplan van VBA 12, VBD Doelwijk, VB Coenecoop, OV Gouweplein en VGO.

4

INFOGRAPHIC – BOUWPLAN VOOR EEN OPW EN OFW 2.0 De actuele situatie (OPW en OFW 1.0) •

Platform met stevige lokale roots, diverse activiteiten, gedragen door betrokken ondernemers

•

Grenzen van vrijwillige inzet in zicht door groei Waddinxveen, regio-ontwikkelingen en veelheid en complexiteit van ondernemers- belangen.

•

Gemeentebreed fonds onder regie van ondernemers, met ankerpunten in gebieden en sectoren

•

Het fonds is klein, de tijdelijke gemeentelijke subsidie (50% van het fonds) komt te vervallen, en binnen het fonds is geen plek voor gebiedsoverstijgende belangen

Aanleidingen om te professionaliseren

Groei aantal bedrijven

Complexe opgaven

Noodzaak van samenwerking

Regionale belangen

Beperkte financiën

Bovenal geldt dat de grenzen van vrijwilligheid in zicht komen. Het OPW kan bij het uitblijven van een professionaliseringsslag niet langer de kwaliteit van de belangenbehartiging en andere zaken garanderen. De inzet 1. Professionalisering van OPW, slimme inzet van professionele capaciteit om effectiever te opereren op lokaal en regionaal niveau 2. Meer financiële armslag, een groter ondernemersfonds met ruimte voor gebieds- en sectoroverstijgende plannen 3. Openstelling van OPW voor alle ondernemers in Waddinxveen, iedere ondernemer met zakelijk vastgoed kan kosteloos lid worden, financiële inleg via OFW verzekerd 4. Nauwere samenwerking tussen OPW en OFW, behoud van sterke componenten

5

Ambities in Waddinxveen De kwartiermakers van Blaauwberg hebben vele ondernemers in Waddinxveen gesproken en hen bevraagd op hun ambities. Daar is een lange lijst aan ideeën, opgaven en wensen uit voort gekomen. Een selectie van de genoemde ambities. • • • •

Meer en kwalitatief betere events in het dorp ‘Schoon, heel en veilig’ aanpak op terreinen intensiveren Infra knelpunten rondom diverse terreinen aanpakken ‘Krankzinnige’ ideeën pot genereren voor meer dynamiek in het fonds

•

Grote behoefte aan vorm van professionele belangenbehartiging Verduurzaming en energietransitie als grote collectieve opgave Meer effort om jong talent aan Waddinxveen te binden (stagestructuur, contact met onderwijs, inbreng praktijkcases) Netwerkvorming, kennismaken met (nieuwe) bedrijvigheid in Waddinxveen Kennisdeling City- en regiomarketing, binden en boeien van bewoners, bezoekers en bedrijven Ov-bereikbaarheid en verblijfsklimaat terreinen hebben een impuls nodig

Gebieden / sectoren

• • • Gemeentebreed

• • •

Ervaringen uit de landelijke praktijk In het land ruim veertig plekken met een gemeentebreed fonds. Ieder fonds is toegesneden op lokale ambities. En vaak is er een wisselwerking met het ‘daar actieve OPW’. Inspirerend voorbeelden voor Waddinxveen zijn o.a.: • • • • •

Westerveld (Dr.): ambitieus fonds, 80% gemeentebreed onder regie koepelvereniging Gouda: gebruik fonds voor inzet programmamanager, trekker van privaat-publieke investeringen Hardinxveld-Giessendam: recent gestart, 100% gemeentebreed, collectief ‘dorpsbudget’ Helmond: drie grote collectieven (centrum, bedrijventerreinen, wijkwinkelcentra + nonprofit) Heerlen: slimme inzet professionele capaciteit, fonds snel uit de startblokken, grote dynamiek

6

• • • Algemene leereffecten

• • •

Splitsing van bankiersfunctie (fonds) en inhoud / besluitvorming over bestedingen (verenigingen) Gebruik van zo min mogelijk regels in het fonds lokt optimale dynamiek en creativiteit uit Van ‘gemeentebreed’ gaat veel wervingskracht uit, mits er sprake is van stevig ankerpunt zoals een vereniging Investeren in professionele capaciteit loont, in kwaliteit van plannen maar ook in werven van cofinanciering Fondsomvang dient te passen bij ambities, laag starten en langzaam opbouwen van het bedrag kan ook Leg de afspraken een aantal jaar vast (3-5 jaar) om daarna te evalueren Contouren OPW en OFW 2.0

• • •

Ambities en opgaven

•

• • • Fondsomvang

• • • •

Governance OPW

•

Hoog ambitieniveau, veel vraag naar Waddinxveen-brede investeringen via OPW, stevige werkagenda Vraag naar verruiming private investeringen via fonds Noodzaak voor inzet professionele capaciteit in OPW. Grote behoefte aan stevige belangenbehartiging, zowel lokaal als in de regio Verdere werkagenda af te leiden uit resultaten gespreksronde, prioritair zijn duurzaamheid, mobiliteit en netwerk + kennisdeling Ambities zouden fondsomvang van ca. € 350.000 rechtvaardigen, ofwel bijdrage van € 45 per 100.ooo wozwaarde (waarvan 45% gebruiker, 55% eigenaar) Maar wens vanuit grote terreinen is om de investering te beperken tot 30 euro per ton, ofwel € 230.000 totaal Besluit om gehoor te geven aan die wens: dus € 30 per 100.000 (waarvan 45% gebruiker, 55% eigenaar) Betekent bescheiden schaalsprong van 70.000 ten opzichte van huidige situatie OPW haalt financiële voeding uit fonds, ruim 50% van totale fondsomvang, iedereen met vastgoed draagt bij via het fonds, contributie wordt naar 0 teruggebracht Ondernemers zonder vastgoed in Waddinxveen dragen bij via bekende (huidige) contributietarieven, eventuele aanpassingen hierin zijn voor toekomstig bestuur OPW OPW investeert in professional, naar voorbeeld Gouda, die zich bezighoudt met belangenbehartiging en aanjagen gemeentebrede investeringen Jaarplan of hoofdlijnen vooraf, overdracht totale budget, verantwoording achteraf (mee te nemen in

fonds) 7

• •

• • • •

• OFW governance

• • •

Algemeen bestuur van zeven: 2 groot-zakelijk, 2 mkb, 1 retail/horeca, 1 agrarisch, 1 zzp (naar rato inleg in fonds) Duurzaamheidsplatform krijgt ‘opdracht’ mee van OPW om uitvoering te geven aan energietransitie projecten en verduurzamingprogramma. Behoud van omvang trekkingsrechten met lokale aansturing. Indeling in trekkingsrechten heeft wel aandacht nodig, nu erg versnipperd met kleine budgetten Indeling van terreinen intact houden – wel stimuleren tot meer samenwerken. Kleinere trekkingsrechten worden samengevoegd tot een dynamisch dorpsbudget: ‘Wadd Bruist’. Gezamenlijk te beheren door ambassadeurs detailhandel, horeca, agrarisch, onderwijs, sport. Efficiënte administratie, grote trekkingsrechten (en OPW) kunnen aanspraak maken op bevoorschotting vooraf, wel op basis van jaarplan en verantwoording achteraf Inzet OPW-manager mogelijk om dynamiek in trekkingsgebieden te krijgen Beperken overheadkosten door secretariaatsdeling met OPW Periodiek gesprek tussen besturen OPW en OFW dient als toezicht en controle Steun

Stuurgroep van OPW en OFW bestuurders heeft veel steun ontvangen voor dit bouwplan. Ook in gesprekken en bij bijeenkomsten veel bijval ontvangen voor ambitie om te professionaliseren en fonds te verruimen. Als bijlage zijn reacties opgenomen van de grootste partijen in het fonds/OPW. De gestelde voorwaarden zijn in bouwplan verwerkt.

8

Opgave en ambitie 1.1

Aanleiding

Binnen beide organisaties is de reden van deze doorontwikkeling al een aantal keer aan de orde geweest. We volstaan op deze plek met een kort overzicht. In willekeurige volgorde noteren we een aantal aanleidingen. ●

De bedrijvigheid in Waddinxveen groeit als kool. Rondom de A12 heeft zich in de afgelopen een groot, nieuw cluster aan bedrijven gevormd. Het Gouweplein heeft zich ontpopt tot een winkelcentrum met regionale aantrekkingskracht. En ook op andere plekken in het dorp duikt nieuw ondernemerschap op, waaronder ook steeds meer zzp’ers. Deze nieuwe bedrijvigheid moet een duidelijkere plek krijgen in de Waddinxveense ondernemersorganisatie

●

De opgaven waar ondernemers zich voor zien gesteld zijn steeds complexer van aard en vergen meer samenwerking. Verduurzaming, de energietransitie, de aanpak van personeelstekorten, het organiseren van stageplekken, (fysieke) ruimte voor bedrijvigheid, meer contacten met het onderwijs, multimodale bereikbaarheid, ‘last mile’ oplossingen voor de grote terreinen, het verblijfsklimaat van de directe omgeving, circulaire goederenstromen organiseren, lokale koopstromen binden en nog veel meer. Het goed oppakken van alleen al een aantal thema’s vereist meer professionaliteit

●

Het is steeds meer nodig om goed samen te werken met andere partners: de gemeente, onderwijsinstellingen, regionale partners. Dat vergt meer capaciteit dan nu kan worden opgebracht met vrijwillige inzet. Bovendien wordt steeds vaker gevraagd om bijzondere kennis en expertise om goed weerwerk te bieden tegen de lokale overheid

●

Het wordt steeds belangrijker om ook goed samen te werken in de regio. Binnen de regio Midden-Holland werken ondernemers, overheid en onderwijsinstellingen samen aan een gemeenschappelijke economische agenda. Aan die agenda zijn investeringen gekoppeld die het ondernemersklimaat in de gehele regio moeten versterken. Het is zaak om het belang van de Waddinxveense ondernemers aan die tafel in te brengen, en zo mogelijk projecten en investeringsgeld naar Waddinxveen toe te halen

●

De huidige financiële structuren bieden onvoldoende speelruimte om in nieuwe vragen te voorzien. Het OPW maakt zich sterk voor alle bedrijven in Waddinxveen maar is afhankelijk van vrijwillige bijdragen. Het OFW voorziet gebieden en sectoren van enige financiële armslag. Maar het fonds is beperkt van omvang (€ 100.000) en wordt voor 50% gefinancierd door de gemeente. Deze gemeentelijke bonus vervalt vanaf 2023. Het fonds stijgt bovendien niet mee met de waardevermeerdering van het zakelijk vastgoed. De komst van alle nieuwe bedrijvigheid aan de A12 heeft niet geleid tot een groter fonds. Sterker nog: een aantal andere gebieden en sectoren hebben investeringsgeld moeten inleveren door de groei van het zakelijk vastgoed elders

●

Er zijn veel dubbelingen tussen OPW en het ondernemersfonds. Het bestuurlijk talent in Waddinxveen is – zoals op zoveel plekken – schaars. Veel ondernemers zetten zich voor 9

zowel het OPW als het fonds in. Op zich hoeft dat niet zo’n probleem te zijn. Maar het langs elkaar lopen van gespreksstructuren kan leiden tot miscommunicatie of wrijving. De wens is om de samenwerking tussen OPW en het fonds te versterken en onnodige dubbelingen te voorkomen

1.2

●

Het uit het OPW voortgekomen Duurzaamheidsplatform (DPW) ziet veel werk liggen maar kampt met dezelfde problemen (onderfinanciering, grenzen aan vrijwillige inzet). De stuurgroep heeft de ambitie om ook het DPW stevig te verankeren in de nieuwe Waddinxveense werkstructuren

●

In de systematiek van het fonds is een centrale rol weggelegd voor de ambassadeurs. Zij zijn het knooppunt tussen ondernemers en het fonds. Die persoonsgebonden aanpak werkt in sommige gevallen goed maar het maakt het systeem ook afhankelijk. Er wordt gezocht naar nieuwe manieren om de participatie van ondernemers in het fonds te verbreden.

OPW 1.0

De ondernemers in Waddinxveen werken al tientallen jaren met elkaar samen. Het OPW heeft als vereniging dan een lange staat van dienst. Weliswaar is het platform officieel pas in 2016 gestart, maar haar rechtsvoorgangers bestaan al veel langer: het Industrieel Contact Waddinxveen (1966) en de Ondernemers Vereniging Waddinxveen (1918). Binnen het OPW zijn nog steeds veel aspecten terug te vinden van een klassieke ondernemersvereniging: democratische besluitvorming, netwerkfunctie, participatie van leden in commissies. Maar er gebeurt veel meer. Het huidige OPW kadert haar activiteiten en verantwoordelijkheden in binnen drie pijlers. We vatten ze samen in onderstaand schema en voorzien ze van een korte reflectie.

Netwerken

OPW 1.0

Reflectie in kader van OPW 2.0

De netwerkfunctie is altijd een belangrijke spil geweest in het OPW. Om als ondernemers gezamenlijk op te kunnen trekken moet je elkaar kennen.

Het bieden van netwerk events is een vaste waarde in het georganiseerde bedrijfsleven. Op sommige plekken wordt dit overgelaten aan de ‘businessclubs’. In Waddinxveen is er één businessclub maar die is nadrukkelijk verbonden aan de lokale voetbalclub. Daarmee is er blijvend ruimte om de netwerkfunctie op enige wijze te continueren.

Het OPW versterkt het onderlinge contact tussen ondernemers door middel van bedrijfsbezoeken. Ondernemers leren vaak het meest van elkaar. De pluriformiteit van het OPW ledenbestand staat toe dat ondernemers ook over de grenzen van de eigen branche en sector inspiratie kunnen opdoen.

Belangenbehartiging

Het OPW geldt als de voornaamste vertegenwoordiger van het bedrijfsleven in Waddinxveen. Het OPW wordt door de gemeente actief betrokken bij de beleidsvorming (o.a. economisch

10

Met daarbij de aantekening dat het OPW meer moet doen dan alleen ‘netwerk’ bieden. De algemeen gehoorde wens is dat OPW meer moet zijn dan een club van ‘feesten en partijen’. (zie verderop de resultaten van de gespreksronde) Het bestuur is maar beperkt toegerust om deze taak uit te voeren. Er is veel toewijding, ervaring en lokale kennis aanwezig. En met gerichte acties is veel bereikt. Om alle ballen in de lucht te houden laat het bestuur zich

koersdocument, detailhandelsvisie). Waar de belangen van ondernemers schuren met gemeentelijk optreden laat het OPW ook van zich horen. Op regioniveau is het OPW één van de partners in het ‘triple helix’ overleg. De daar ontwikkelde agenda brengt veel investeringen en dynamiek met zich mee. Het OPW legt er de link tussen regiobelangen en de ambities van het Waddinxveense bedrijfsleven.

Kennisdeling

Er worden kennissessies en –programma’s belegd op voor ondernemers relevante thema’s. Een thema waar de afgelopen periode veel inzet op is gepleegd is ‘duurzaamheid’. Dat is belegd in het Duurzaamheidsplatform (DPW), als commissie voortgekomen uit het OPW en nu een zelfstandige stichting. De interactie met het OPW is nog steeds groot. Het DPW heeft een zetel in het Algemeen Bestuur van OPW.

versterken met commissies, gevuld met OPW-leden. Maar de grenzen van vrijwillige inzet komen in zicht. Het schakelen tussen lokale en regionale belangen vergt veel capaciteit. Alleen al het reageren op gemeentelijk en regionaal beleid kost veel energie. Dat beperkt de mogelijkheden om een eigen agenda te voeren. Er wordt met belangstelling gekeken naar de Goudse buren, waar geïnvesteerd is in een programmamanager die het bestuur bijstaat. Dit heeft een flinke impuls gegeven aan de slagkracht van de Goudse ondernemers. Het DPW is een mooi initiatief maar mist – naar eigen zeggen – slagkracht en financiële armslag. Een stevige verankering van DPW in OPW 2.0 is gewenst gezien het belang van de energietransitie, circulariteit en andere duurzaamheidsinitiatieven. Inclusief de daarbij behorende financiële middelen. Kennisdeling is een breed begrip, en er kan heel veel worden opgepakt. Het OPW heeft (impliciet of expliciet) gekozen voor een geconcentreerde inzet op één thema: duurzaamheid. Dat thema is op zich al zo breed dat er hele agenda’s en programma’s op te bouwen zijn. Maar toch, het gaat binnen het OPW veel minder over bijvoorbeeld stages, arbeidsmarkt, digitalisering, mobiliteit, de omgevingswet of wat ook maar meer. Voor die keuze valt veel goeds te zeggen. Met geconcentreerde inzet kan je meer bereiken.

Maar voor de reikwijdte van het OPW en het lerend vermogen van ondernemers kan het de moeite waard zijn meer thema’s beet te pakken. Al is het maar met een oriënterende kennisbijeenkomst.

De organisatie van het OPW ziet er vervolgens als volgt uit. ●

Er is een dagelijks bestuur bestaande uit drie onafhankelijke, maar betrokken Waddinxveense ondernemers. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het algehele reilen en zeilen van het OPW. Gevoed door het algemeen bestuur en de leden bepalen zij de activiteiten en koers van het OPW. Zij treden ook op als de voornaamste woordvoerders naar buiten. Het bestuur wordt bijgestaan door een uitvoerend secretariaat, deze zorgt ook voor de communicatie-uitingen

11

●

Er is een algemeen bestuur waarin de voorzitters van de verschillende commissies zitting hebben. Gezamenlijk met het dagelijks bestuur vormen zij formeel het uitvoerend bestuur van het platform. Het algemeen bestuur staat periodiek in contact met het dagelijks bestuur. Het kan daarbij zelf ambities en inhoudelijke accenten inbrengen ten behoeve van het OPW

●

Het OPW telt op dit moment acht commissies. Deze commissies functioneren als ‘vertegenwoordiger’ van diverse bloedgroepen binnen het OPW en/of ontwikkelen zelf plannen en activiteiten die binnen OPW plaatsvinden Het gaat om de volgende commissies: o B2B: vertegenwoordiger van alle bedrijventerreinen, gezamenlijk overleg over collectieve thema’s als infrastructuur/ontsluiting, beveiliging, onderhoud, parkeren. o B2C: vertegenwoordiger van de retail (winkels/horeca/consumentdienstverlening), overlegpartner voor detailhandelsbeleid en samen met activiteitencommissie de organisator van diverse consumentenacties o Agrarisch: relatieve nieuwkomer want van oudsher voornamelijk georganiseerd binnen LTO verband o Verkeer & Vervoer: richt zich op specifiek op bereikbaarheid en parkeren voor de bedrijventerreinen en de winkelcentra. Staat periodiek in contact met gemeente en regio om belangen van ondernemers te articuleren o Economie, Onderwijs & Werkgelegenheid: belangenbehartiging op gebied van ondernemersdienstverlening vanuit gemeente. Tevens bouwend aan relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven, en participatie van inwoners Waddinxveen in het lokale bedrijfsleven o Duurzaamheid & Innovatie: belegd in het eerder genoemde Duurzaamheidsplatform.

o Activiteiten: organiseert en coördineert evenementen en bijeenkomsten OPW (bedrijfsbezoeken, sinterklaasintocht, kennisbijeenkomsten, etc.) o ZZP: platform van zzp’ers binnen het OPW, vertaalt drieslag OPW (netwerk, kennisdeling, belangenbehartiging) naar specifieke behoeftes en ambities zzp’ers

●

De algemene ledenvergadering. Formeel het hoogste orgaan binnen het OPW, controleert het bestuur. De alv heeft een belangrijke formele status maar wordt ook gebruikt als inhoudelijk trefmoment.

Voor een vereniging met circa 300 leden heeft het OPW veel commissies en bestuursleden. Dat kan gezien worden als een antwoord op de toenemende pluriformiteit van het bedrijfsleven. Het is een ‘catch all’ benadering: alle type ondernemers in Waddinxveen zijn vertegenwoordigd binnen het OPW. Voor de herkenning en het eigenaarschap onder de leden is dat goed (‘het OPW werkt ook voor mij’). Maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. Kan je rekenen op genoeg actieve bestuursleden? Zijn er opvolgers als een positie vacant raakt? En hoe organiseer je de vertegenwoordigende rol van bestuursleden? Krijgen zij mandaat om namens hun ‘bloedgroep’ te spreken of is een vorm van ruggenspraak nodig? Overigens kan je stellen dat die vertegenwoordigende rol al geborgd is het binnen het reguliere verenigingsrecht. Het OPW is een democratische vereniging waar de leden altijd het laatste woord hebben.

12

Duurzaamheidsplatform (DPW) Binnen het OPW neemt het Duurzaamheidsplatform een bijzondere positie in. Het DPW is een verzelfstandige afdeling van het OPW. Het platform telt 23 eigen leden. Maar in de praktijk is er een directe lijn tussen het OPW met al haar leden, en de duurzaamheidsambities van het DPW. Het DPW is gestart als een informatie- en kennisplatform voor de bedrijven. Recent is de stap gezet naar de belangenbehartiging. Zo heeft het DPW inhoudelijke bijdragen geleverd aan het economisch koersdocument en de lokale duurzaamheidsagenda. En op regionaal niveau wordt samengewerkt met platforms in Gouda en Bodegraven-Reeuwijk. De drie platforms zitten aan tafel bij de Regionale Energie Strategie (RES). Recent is in de regio Midden-Holland een servicepunt energietransitie gestart. De stichting SEBMH moet de ondernemers gaan helpen bij het opwekken van duurzame energie. Zo zouden er energiecoöperaties moeten komen (onder regie van de ondernemers) om de nu nog lege dakoppervlaktes vol te leggen met zonnepanelen. Het servicepunt wordt nu volledig bekostigd met publieke bijdragen maar er kan pas echt een start worden gemaakt als er privaat ook investeringsgeld op tafel komt. De vraag hangt boven de markt waar die bedrijvenbijdrage vandaan moet komen. Naast deze financiële vraag is het voor het DPW van belang om namens het gehele Waddinxveense bedrijfsleven te kunnen praten.

Een stevige verankering in het de nieuwe OPW structuur is daarbij gewenst.

1.3

OFW 1.0

Het ondernemersfonds heeft hetzelfde startjaar als het OPW: 2016. Het OFW staat niet op zichzelf. Er zijn in het land bijna vijftig gemeentebrede fondsen actief. De komst van een fonds geldt als een beproefde methode om een impuls te geven aan het lokale investeringsklimaat. Ook in Waddinxveen zijn er positieve ervaringen opgedaan met het fonds. Er zijn betekenisvolle bestedingen gedaan vanuit het fonds. En via trekkingsrechten zijn overal in het dorp partijen in positie gebracht met een eigen budget. Maar er zijn signalen dat ook het fonds toe is aan een doorontwikkeling. ●

Het OFW is een klein fonds met een jaarlijks private inbreng van € 50.000. De gemeente heeft dat jaarbedrag tijdelijk opgeplust met nog eens € 50.000 ter stimulering. Per 1 januari 2023 vervalt die gemeentelijke bonus. Binnen het fonds bestaat de overtuiging dat een verruiming van het private investeringsdeel noodzakelijk is om als fonds een geloofwaardige doorstart te maken. Het heeft geen zin om met slechts een rompfonds door te gaan

●

Voor een klein fonds heeft het OFW ook nog eens veel trekkingsgerechtigden. De budgetten zijn als gevolg daarvan beperkt. In het geval van ‘kleintjes’ zo beperkt dat het nauwelijks de moeite waard is om je ervoor in te spannen. Dat kan tot de paradoxale situatie leiden dat er geld overblijft in het fonds 13

●

De verhouding tussen de logistieke parken en de rest van het fonds begint uit het lood te slaan. In 2020 brachten de percelen Distripark en VBA12 gezamenlijk 40% van het private fondsdeel op. En door de toename van het bedrijvenareaal rondom de A12 neemt dat percentage snel toe. Voor de andere trekkingsgerechtigden begint dit problematische vormen aan te nemen. Omdat het private fondsdeel gemaximeerd is op € 50.000 en hun percentuele inleg daalt, neemt ook hun absolute investeringsbedrag jaar op jaar af

●

Het redeneren in gebieden en sectoren zit sterk verankerd in het fonds. Voor gebieds- en sectoroverstijgende investeringen is vrijwel geen plek. En dat terwijl steeds meer belangen van ondernemers niet meer zijn vast te pinnen op één enkel gebied.

Binnen het OFW wordt met belangstelling gekeken naar fondsen elders in het land. In de vorm lijkt het wel op die andere fondsen: ‘voor en door ondernemers’, trekkingsrechten, bestedingsvrijheid. Maar Waddinxveen is met afstand het kleinste fonds. In de landelijke praktijk geldt een bedrag van 50 tot 70 euro per 100.000 woz-waarde als een gangbaar starttarief. En er zijn nog ambitieuzere fondsen die kiezen voor een bedrag tot 80 euro per ton woz-waarde: Wijk bij Duurstede, Hardinxveld-Giessendam, Enkhuizen en Terschelling. Met alleen al een tarief van € 50 per ton wozwaarde zou Waddinxveen uitkomen op een fonds van bijna 350.000. Een opbrengst die hele andere ambities oproept dan het huidige OFW. En er is nog een reden voor Waddinxveen om goed om zich heen te kijken. Steeds meer fondsen gaan over tot het instellen van een gebiedsoverstijgend budget. Vaak met de reden om de belangenbehartiging van het bedrijfsleven te versterken. Maar ook om meer dynamiek los te krijgen op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit, arbeidsmarkt, kennisdeling en andere ‘minder omgevingsgebonden’ zaken. De hoogte van de gebiedsoverstijgende budgetten varieert van 1525% in een aantal langer bestaande fondsen (Leiden, Delft, Leeuwarden), tot 80 of zelfs 100% in een aantal nieuwere fondsen (Westerveld, Terschelling, Hardinxveld-Giessendam).

1.4

Inzet

Aan de hand van de vorige paragrafen is de inzet voor ondernemend Waddinxveen wel bepaald. We vatten heel kort samen. 1. Professionalisering van het OPW, slimme inzet van professionele capaciteit om effectiever te opereren op lokaal en regionaal niveau 2. Meer financiële armslag, een groter ondernemersfonds met meer ruimte voor gebied overstijgende plannen 3. Nauwere samenwerking tussen het OPW en het OFW 4. Behoud van de sterke componenten van zowel OPW (netwerk, lokale kennis, betrokkenheid, ‘er op af mentaliteit’) als het OFW (voor en door ondernemers, vrije bestedingsruimte, ‘lean and mean’ organisatie) De vier punten hangen natuurlijk nauw met elkaar samen, dat zal ook in de uitwerking aan het slot van deze notitie duidelijk worden.

14

2

Resultaten gespreksronde

Om een goed beeld te krijgen van de ambities die leven in ondernemend Waddinxveen is een uitgebreide gespreksronde gehouden. In overleg met de stuurgroep is een selectie gemaakt van respondenten, waarbij rekening is gehouden met het volgende: ● ● ●

Voldoende vertegenwoordiging vanuit de huidige OPW-leden De pluriformiteit van het Waddinxveense bedrijfsleven (verschillende sectoren, groot en klein) Ook vertegenwoordiging van ondernemers die nu (nog) niet aangesloten zijn bij het OPW

Om het beeld compleet te maken – en op verzoek – hebben de kwartiermakers twee bijeenkomsten van de OFW ambassadeurs bijgewoond. En op verzoek zijn de concept plannen toegelegd voor verschillende ledenvergaderingen in de gebieden. De reacties naar aanleiding van die vergaderingen zijn toegevoegd in de bijlage. We geven eerst enkele gebieds- en sectorgewijze bevindingen weer, daarna enkele gemeentebrede opbrengsten.

2.1

Gebieds- en sectorgewijs •

De winkeliers en de horeca in het centrum stellen vast dat evenementen in het verleden te weinig opvolging hebben gekregen. Organisatiegraad en omvang van het budget schieten nog te kort, het huidige trekkingsrecht is minimaal. Iemand die initiatief neemt, moet ook als uitvoerder en probleemoplosser aan de bak. De volle terrassen in Alphen a/d Rijn wekken de jaloezie op. Er is laaghangend fruit. De avondvierdaagse en de kindermarkt op het Burgermeester Warnaarplantsoen zouden verbreed kunnen worden. In het werkgebied vestigen zich bij voortduring nieuwe inwoners en nieuwe bedrijven, maar er is nog geen organisatie voor verbinding en kennismaking. De nieuwe inwoners komen niet meer in de Dorpstraat. Uitzondering op het gebrek aan slagkracht is het Gouweplein. De winkeliers dragen via de huurcontracten automatisch bij aan collectieve voorzieningen zoals onderhoud van de parkeergarage en een stevig marketing budget.

•

De industrie op de Noord-Zuid-as ervaart het gebied als uitgestrekt en weinig samenhangend. De Vereniging Gouwe Ondernemers (VGO) kan dat nog onvoldoende verhelpen. De VGO heeft met trekkingsrecht voor een aantal AED’s gezorgd, maar vindt dat zelf een te beperkt resultaat. Er zijn duidelijke behoeftes, zoals het kleinschalig aanpakken van camerabewaking en het parkeerbeleid. Ook is er een provinciale groensubsidie aangevraagd voor het opknappen van de Mercuriusweg. Zeggenschap en actief medeontwerp in nieuwe woonplannen is ook aan de orde. Het gebied gaat een grote transitie tegemoet met veel bedrijven die vertrekken, de vraag is of er plek blijft voor (andersoortige) bedrijvigheid. De bottle-neck is geld

•

Coenecoop is verenigd, men neemt de verantwoording op het terrein en er is iemand die ondernemers aanspreekt op gedrag. De problematiek van de verbindingswegen en het onderhoud van de sloten speelt hier, maar de verduurzaming staat bovenaan. Daarbij gaat het om de energievoorziening waarbij gekeken wordt naar samenwerking met Gouwepark. 15

Het tekort aan personeel begint ook hier te spelen. Er zitten op dit terrein meerdere actieve jongere ondernemers die graag aan deze zaken willen trekken, Liefst binnen de eigen vereniging, maar ook gemeentebreed. •

Doelwijk heeft ook een eigen vereniging. Aan de orde zijn wegonderhoud, de entree van het terrein, de bewegwijzering, onderzoek naar openbaar vervoer en energie. Vanuit de A12corridor spelen ook thema’s als infra knelpunten, personeelstekort, scholing en waterstof. Er wordt gezamenlijke lobbykracht bepleit voor het contact met de Omgevingsdienst MiddenHolland en de gemeente (vanwege wegen en riolering). De afspraken over onderhoud en beheer van het terrein lopen stroef door een ingewikkelde publiek-private eigendomspositie. Er is behoefte aan een stevigere vorm van belangenbehartiging met een nadrukkelijkere inbreng van de belangen van Doelwijk in OPW verband

•

VBA12 is de koepelvereniging voor drie relatief nieuwe bedrijventerreinen: LogistiekPark A12, BusinesPark Vredenburgh en Aan de Bredeweg. De werkagenda past bij de groeisituatie: fietspaden, de beveiliging, verwelkoming van nieuwe bedrijven, de lokale wegen en het openbaar vervoer. De vereniging is voorstander van gemeentebreed oppakken van lobbywerk en professionalisering van het ondernemersplatform. De cultuur van VBA12 wordt mede bepaald door een paar familiebedrijven, met een sterke lokale binding: koop je diesel lokaal, haal de broodjes in het dorp en zorg voor een plek waar je personeel een mooi ommetje kan maken

•

De agrarische sector praat over een automatenrouten, meer contacten met de scholen, het opnieuw activeren van Kom In De Kas en andere initiatieven. Elders in het land leven in de landbouw vaak reserves bij de vorming van een fonds en bij samenwerking met de nietagrarische economie, maar dat is in Waddinxveen niet het geval. Het plan is om via LTO nog meer ideeën te gaan ophalen en daarna tot keuzes te komen. Er wordt gepleit voor een ‘krankzinnige’ ideeënpot, waarmee ‘krankzinnige’ ideeën’ kunnen worden opgepakt

•

De sector sport heeft een door de gemeente gesubsidieerd Sportcafé waar elk kwartaal omstreeks de helft van de sportverenigingen bij aanwezig is. Daar wordt gesproken over sportpromotie, scheidsrechters cursussen, open dagen, samenwerking met Ipse de Bruggen in de schoonmaak en ander zaken. De gemeente is trekker van het sportcafé

•

De inzet van het OPW om de zzp-ers een plek te geven is door de corona nog niet van de grond gekomen. Zzp’ers noemen kennisuitwisseling en elkaar leren kennen als behoeftes

•

De scholen hebben al verbindingen met het bedrijfsleven en zouden meer willen investeren in het opzetten van een lokale stagestructuur.

•

In gesprek met de wijkagent zijn verschillende ideeën naar boven gekomen die kunnen bijdragen aan een verbetering van het ondernemersklimaat. Denk aan het centraal aanmelden van camera’s op eigen terrein voor meer preventie en later uitlezen van beelden. Maar ook het melden van een verhuizing van een ondernemer zodat de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden.

16

2.2

Gemeentebrede bevindingen

De respons op vragen over gemeentebede bundeling is veelzijdig: ●

Vrijwel alle respondenten zien voordelen in een sterke organisatie van het bedrijvencollectief. Zij zijn het ermee eens dat er op dit vlak iets moet gebeuren in Waddinxveen. Met het OPW en het OFW zijn de ‘basics’ er wel om dit mogelijk te maken, maar tot nu toe komt dat niet altijd goed uit de verf. Het fonds is te beperkt in haar mogelijkheden. En niet iedereen heeft goed zicht op wat er binnen het OPW gebeurt

●

Een meerderheid van de respondenten is aanspreekbaar op verruiming van de private investeringsruimte. De noodzaak om te professionaliseren wordt begrepen, evenals de conclusie dat dit financiële consequenties heeft. Het investeringsbedrag moet wel goed te beargumenteren zijn vanuit Waddinxveense noodzaak en ambities. Dat is niet een kwestie van begroten tot achter de komma, maar ook zeker niet het uitschrijven van een blanco cheque. Vanuit de logistieke terreinen is een duidelijk oproep gekomen om de investering beperkt te houden. Een bedrag van € 50 per 100.000 woz-waarde wordt als te fors ervaren, er circuleren gedachtes om het te beperken tot € 35 of € 30 per 100.000 woz-waarde. Twee respondenten geven aan in het geheel geen voorstander te zijn van een verplichte bijdrage

●

De grootste urgentie gaat uit naar een vorm van professionele belangenbehartiging. De druk op de ruimte is groot door de snelle groei van Waddinxveen. Er is stevig weerwerk vanuit ondernemershoek nodig ruimte voor bedrijvigheid in Waddinxveen te behouden en uit te breiden. De ov-bereikbaarheid van de terreinen (zeker rondom de A12) is zeer matig en moet meer voor het voetlicht worden gebracht. Het verblijfsklimaat op de terreinen verdient ook een impuls: meer groen, ruimte voor daghoreca, sport en andere functies. En de huisvesting van arbeidsmigranten is een punt van orde aan het worden, alleen al bezien vanuit de huidige krappe arbeidsmarkt is het zaak geworden dit goed te regelen

●

Het thema duurzaamheid is in veel gesprekken aan de orde gekomen. Voor vrijwel iedere ondernemer is het onlosmakelijk onderdeel geworden van de bedrijfsvoering. Maar het is niet alleen een kwestie van per bedrijf acties uitvoeren. Er is veel belangstelling om op een aantal onderdelen de krachten te bundelen. Bijvoorbeeld door gezamenlijk te investeren in het opwekken van duurzame energie, inclusief opslag en transport naar energievragers bij overtollige productie (van de terreinen naar de wijken). Maar ook het uitwisselen van goederenstromen in het kader van circulaire economie, of het investeren in groen en waterberging in de bedrijfsomgeving. Daarvoor is een vorm van organisatie en collectieve investering noodzakelijk. De oproep van velen is dan ook om op het vlak van duurzaamheid niet te blijven steken in kennisdeling. Er is een onontgonnen speelveld met veel kansen om gezamenlijk de hand aan de ploeg te slaan

●

Het tekort aan gekwalificeerd personeel is ‘on top of mind’ bij vele respondenten. Deels is het aan de bedrijven zelf om daar invulling aan te geven maar ook hier kan collectieve actie soelaas bieden. Er ligt een opgave om meer (jong), gekwalificeerd talent aan Waddinxveen te binden. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het talent het schaarse goed. En vele jonge dorpelingen verlaten Waddinxveen om elders te studeren of te werken. Om een braindrain te voorkomen zal het bedrijfsleven zich moeten inspannen om het talent blijvend aan Waddinxveen te binden. Dat vergt een transparantere stagestructuur, betere relaties met het onderwijs, interessante praktijkcases inbrengen waar jonge mensen zich in kunnen 17

vastbijten, en op termijn mogelijk zelfs het ‘poolen’ van personeel om mensen voor ondernemend Waddinxveen te behouden en piekbelasting gezamenlijk te kunnen opvangen ●

Hoewel Waddinxveen zowel qua inwoners als qua bedrijvigheid enorm is gegroeid, is de verwelkoming van de bedrijven achtergebleven. De grotere familiebedrijven, erkennen het belang van ‘erbij horen’ en hebben deze verwelkoming gemist. Weet hebben van wat de buren zoal doen, is van belang voor het gevoel van saamhorigheid. Op dit vlak horen we ook opmerkingen vanuit het bedrijfsleven richting de nieuwe inwoners die dagelijks terugrijden naar de werkomgeving vanwaar zij oorspronkelijk vandaan kwamen. Weet hebben van wat er lokaal speelt, kan ook een positieve uitwerking hebben op de arbeidsmark. Netwerkvorming en de wens om elkaar beter te leren kennen spelen daarmee voor heel Waddinxveen

●

Kennisdeling is een variant op netwerkvorming. Elders in het land blijken ‘kennis & kunde’ bijeenkomsten een goede manier om nieuwe groepen te bereiken. Dat kan gaan over energie en transitiesubsidies, internet, marketing of wat ook

●

City- en regiomarketing komen in Waddinxveen – net als elders in het land – langzaam op de agenda van ondernemerscollectieven. ‘Marketing’ is wat anders dan promotie of bezoekers trekken. Marketing is het vormen van een ‘narratief’ over Waddinxveen: een verhaal voor de lange termijn waar bewoners en bedrijven zich op laten aanspreken. Wat voor bedrijven willen we aantrekken? Hoe blijven we aantrekkelijk voor jongeren? Hoe houden we voorzieningen vast? Hoe outilleren we ons voor samenwerking met overheden? Hoe rusten we toe ons voor uitdagingen als bodemdaling en energietransitie? Hoe zorgen we voor zichtbaarheid tussen het geweld van de grote steden? In de meerderheid van de gemeenten van Nederland is wel een vorm van city- of dorpsmarketing. Vaak is dat een gemeentegeleide exercitie, maar dat maakt die marketing ook kwetsbaar: gemeenten veranderen om de paar jaar van mening terwijl effectieve markering een lange termijn visie vergt. Die is bij georganiseerde ondernemers in beter handen

●

De kwartiermakers hebben het zelf aan den lijve ondervonden. Afspraken bij de bedrijven in Waddinxveen bleek met het openbaar vervoer ondoenlijk. Het dichtstbijzijnde station met OV-fietsen blijkt Gouda, waarna een onaantrekkelijke fietstocht eventuele bezoekers naar de bedrijventerreinen voert. Het hebben van drie stations in Waddinxveen is een groot goed, maar zonder adequate verbinding met de bedrijven is het nog steeds onvoldoende. Een betere ov-ontsluiting is zowel belangrijk voor huidig personeel en klanten als voor toekomstige bezoekers van de terreinen. En het kan een flinke bijdrage leveren aan de verduurzaming van de mobiliteitsstromen van en naar de terreinen. In het bijzonder is het nodig om niet-autobezitters goed te kunnen verwelkomen, denk alleen al aan de vele stagiaires die nu zijn aangewezen op een beperkt aantal alternatieven. Mede in het licht van het groeiende tekort aan personeel is dit geen onbelangrijk detail. Aanhaken bij de vervoersregio, maar ook eigen initiatieven, zoals pendelbusjes, zouden tot een beter ondernemersklimaat kunnen leiden.

In de onderstaande matrix geven we in iets meer detail een indruk van de inhoudelijke opbrengst van de gespreksronde. We beperken ons tot de onderwerpen en korte statements die ons zijn meegegeven, zonder deze te voorzien van commentaar. Een korte blik op dit overzicht laat al zien 18

dat er genoeg ambities leven in Waddinxveen. Veel van de gesprekspartners geven wel aan dat het nu lastig is om ze goed op te pakken. Er is, kortom, genoeg werk aan de winkel. Gebiedsoverstijgend Verwelkoming nieuwe bedrijven ‘Oorlogskas’ voor belangenbehartiging Versterken stagestructuur Stadspromotie Dorpsbindende activiteiten (Koningsdag, Avondvierdaagse, Sinterklaas) Evenementenkalender Aandacht voor lokale familiebedrijf in PR Aandacht voor lokale logistieke bedrijven (=80% van cluster) Bedrijfsbezoeken Invloed op nieuwe woonplannen Deelfietsen / OV-fietsen Promotie van bedrijven aan nieuwe bewoners (werk in je eigen gemeente) KVO (certificaten verlopen) Kennissessies: AVG, online marketing, data security, duurzaamheid Bedrijfshuisvesting zzp’ers Circulaire goederenstromen/grondstoffenbank Gastvrijheid voor gasten bedrijven organiseren Netwerkevents, fietstocht

Bedrijventerreinen Bereikbaarheid (OV!) Meer functies en reuring (horeca, sportschool) Beveiliging Energie: opwekken, opslag en infra. Gebruik restwarmte Parkeerbeleid Routing vrachtwagens Onderhoud Groenplan / meer groen Schoon, heel, veilig Fietsveiligheid Bewegwijzering

Retail ‘Koop lokaal’ acties Aandacht voor kleine winkelcentra Aansprekende evenementen Bonnen- en kortingsacties

Agrarisch / buitengebied Van boer naar consument acties Publieksactiviteiten (kom in de kas) PR Schoolbezoeken Huisvesting arbeidsmigranten Technisch personeel Aandacht voor gebied oostelijk van de Gouwe Cross-overs met recreatie (wandelpaden) Niet meer ruimte voor ruimte woningen Upgrade gebied rondom de brug

Korte reflectie op gewenste verhouding gemeentebreed en trekkingsrechten. ‘Geluiden’ vanuit de diverse gebieden (bedrijventerreinen, winkelcentra, non-profit, agrarisch). Waddinxveen staat al met al voor een bijzondere vraag. Aan de ene kant is er een brede waaier aan ambities, plannen en probleemsignaleringen, aan de andere kant is er scepsis over de mogelijkheid om daar met een groter ondernemersfonds ook het investeringsbudget voor te scheppen.

19

3

Ervaringen uit de landelijke praktijk

Het Ondernemersfonds Waddinxveen is toe aan een doorontwikkeling. Daarbij kan gebruik worden gemaakt va de ervaringen elders in het land, uit de omstreeks 50 fondsen die er inmiddels zijn. In dit hoofdstuk dragen we daar materiaal voor aan.

3.1

Landelijke benchmark

Een centrale regel in een ondernemersfonds op ozb-basis is dat er zo min mogelijk regels zijn. de inzet is te om te komen tot een flexibel inzetbare investeringspositie, die goed meebeweegt met ambities en problemen van de ondernemers. We zetten in onderstaande matrix de kenmerken op een rijtje.

Feit of omstandigheid

Waardering en commentaar

Hoofdkarakteristiek: gemeente breed fonds op basis van verhoogde opbrengst van de ozb voor niet-woningen; opbrengst geheel ter beschikking van ondernemersfonds, zonder inhoudelijke bemoeienis van de gemeente; ondernemers maken zelf indeling in gebieden of sectoren die een hun eigen inleg via een ‘trekkingsrecht’ terug krijgen

Aandachtspunt is dat trekkingsrechtgebieden klein genoeg moeten zijn voor optimale herkenbaarheid, maar groot genoeg om een veer weg te kunnen blazen. De keuze verschilt per stad. De grote stad Groningen heeft slechts vijf gebieden. Maar in die gebieden zijn grote verenigingen actief, die weer eigen indelingen hebben. Utrecht – ook een grote stad - heeft 70 gebieden

Totstandkoming: een ‘herenakkoord’ tussen de initiatiefnemers en de gemeenteraad volstaat. Er zijn geen peilingen nodig. Doorslaggevend is of de gemeenteraad het vertrouwen heeft dat het initiatief goed doordacht is en een succes kan worden

Doorgaans toetsen de initiatiefnemers vroeg in het proces of de gemeenteraad bereid is in te stemmen met een fonds, wanneer er een goed onderbouwd voorstel komt. Voor een gemeenteraad die hecht aan een stemming of peiling onder alle ondernemers, ligt een gemeentebreed fonds niet voor de hand. In een compact gebied is nog een stemming te organiseren en een meerderheid te verkrijgen (zoals bij de BIZ), maar gemeentebreed is dat niet te doen. Er zijn overal wel gebieden met een meerderheid aan freeriders

Wettelijke basis: de gemeentewet regelt enerzijds de ozbheffing en anderzijds de relatie van de gemeente met gesubsidieerde instellingen. Er zijn geen bijzondere bepalingen van toepassing

Er zijn bijna 50 gemeentebrede fondsen

Positie ‘not for profit’: de ‘not for profit’ (onderwijs, cultuur, sport, zorg) betaalt gewoon mee

Met name bij zorg, onderwijs en cultuur is meebetalen meestal geen probleem: dat zijn instellingen die zich al als onderneming zien en veel belangen en visies met commerciële ondernemingen delen. Bij vrijwilligersorganisaties in de sport kan zich weerstand voor doen

Draagvlakeisen: een getalsmatig draagvlak speelt bij het tot stand komen van een gemeentebreed draagvlak geen rol. Het gaat om een groep initiatiefnemers die het vertrouwen heeft van de gemeente en een voorstel kan maken – gesteund door een onderzoek – waarin een kwalitatief goed plan wordt gemaakt, inclusief aantonen van nut en noodzaak. Daar hoort ook inzicht bij in de steun voor en de kritiek op het fonds. Doorslaggevend is de eigen politieke afweging in de raad

In de praktijk zijn er voor de start van een fonds drie dingen nodig: een groep kundige ondernemers die initiatief nemen, een gemeenteraad die verantwoordelijkheid wil nemen en een goed plan. In het ‘herenakkoord’ wordt vastgelegd dat er een evaluatie komt. Criterium bij de evaluatie is of het fonds na drie of vier jaar breed geaccepteerd wordt en rust gebracht heeft

20

Bestedingen: de ondernemers zijn geheel vrij in het kiezen van bestedingen. Doorgaans wordt in en convenant vastgelegd dat de gemeente niet zal proberen om gemeentelijke taken op het fonds af te schuiven

In een convenant wordt ‘non-interventie’ vastgelegd: de gemeente zal zich niet met de besluitvorming over besteding bemoeien. En ook ‘non-substitutie’: de gemeente zal geen eigen taken proberen op het fonds af te schuiven. Filosofie is dat met deze vrijheid de verantwoordelijkheid van ondernemers optimaal wordt gemobiliseerd

Bezwaargevoeligheid: er is geen juridische grondslag voor bezwaren, er lopen geen procedures. Bezwaargevoelig is alleen het besluit over de taxatiewaarde van het onroerend goed, niet de ozb-tarifering Kosten: er zijn geen inningskosten. De opbrengst van het hogere ozb-tarief komt geheel ten goede aan de voeding van het fonds De hele categorie niet-woningen doet mee, ook scholen, sport, cultuur, kantoren, ook de eigenaren

Dat iedereen meedoet is een nadeel – geen gebiedsspecificatie mogelijk – en ook een voordeel: het is in een klap voor de hele gemeente geregeld en alle partijen zitten in dezelfde boot. De gemeente is gehouden aan belastinggelijkheid en kan niemand uitzonderen

In de 50 reeds bestaande fondsen is de afspraak dat de gemeente zich niet bemoeit met de bestedingen. Op langere termijn blijken ondernemersfondsen het meest te appelleren op de ondernemers wanneer zij helemaal vrij zijn om zelf te bepalen wat zij financieren vanuit het fonds. de afspraak is verder dat de gemeente niet zal proberen om eigen uitgaven op het fonds af te wentelen. Deze afspraken worden in een convenant vastgelegd

De bonus van een fonds voor een gemeente is niet dat er een potje met geld ontstaat. De bonus is dat het bedrijfsleven zich als volwaardig partner kan ontplooien en goede planen kan maken. In de praktijk betekent een fonds dat de gemeentelijke uitgaven voor economie flink omhoog gaan, als cofinanciering van ondernemersambities

De extra last voor individuele ondernemers is bij een gemeentebreed fonds lager dan bij een reclamebelasting of BIZ, omdat er veel meer meebetalende partijen zijn Een fonds moet de tijd krijgen om zijn meerwaarde te bewijzen. Wat meespeelt is dat het fonds langjarige verplichtingen moet kunnen aangaan om grotere investeringen zoals bv. camerabewaking over meerdere jaren kan spreiden.

3.2

In de praktijk krijgen net startende fondsen een looptijd mee van 3 tot 5 jaar. Hierna volgt een evaluatie met de beoordeling of het fonds als een vaste waarde voor de lokale infrastructuur kan worden beschouwd.

Fondsomvang

Waddinxveen heeft al een ondernemersfonds, maar door de zeer beperkte voeding staat het qua investeringsvermogen ver af van andere fondsen. De voeding van een ondernemersfonds (via een meeropbrengst van de ozb voor niet-woningen) is een balans tussen twee zaken: de draagbaarheid van de extra last voor de ondernemers aan de ene kant en de investeringsambities aan de andere kant. Beiden zijn natuurlijk subjectief. De vroeg gestarte fondsen zijn over het algemeen krap in hun jas gaan zitten. Hun voeding varieerde van 30 tot 45 euro per ton woz-waarde. De formule van een fonds ‘voor en door ondernemers’ moest nog worden getest. De latere starters zitten daar minder mee: de formule heeft zich wel bewezen. Het gaat op de meeste plekken al een aantal jaren niet meer om het instrument van een fonds als zodanig, maar vooral om een lokaal passende inrichting en werkagenda. Voorbeeld van een late starter is Nunspeet. De ondernemers in Nunspeet hebben nog geen 21

werkagenda, maar kampen al jaren met de situatie dat goede plannen vastlopen op een gebrek aan geld en organisatievermogen. Waardoor er op den duur ook geen plannen meer worden gemaakt: het heeft toch geen zin. Zij opteren thans voor een fonds op basis van 50 euro per ton woz-waarde. Hardinxveld-Giessendam had al veel ervaring met parkmanagement en collectieve beveiliging. Het wilde die activiteiten uitbouwen, met name in de richting van ‘city quality’. Het is een sterk door de maritieme sector gedragen dorp aan de Merwede, dat hard moet werken om technisch personeel aan zich te binden. De analyse is dat er dringend meer kwaliteit nodig is in het verblijfsklimaat. De beide ambities gezamenlijk leidden tot een keuze voor een voeding van 75 euro per ton woz-waarde. De buurgemeente Sliedrecht heeft nog weinig collectiviteit maar heeft een flinke urgentie aan Hardinxveld ontleend. Er wordt geopteerd voor 75 euro. De hoogte van het bedrag speelt amper een rol in de discussie. En nog weer een andere gemeente in Zuid-Holland heeft al ervaring met een reclamebelasting, wil een ambitieuze doorontwikkeling en opteert nu voor een fonds op basis van 95 euro. Tegenover deze ambitieuze inzet staan ook meer bescheiden voorbeelden. Alblasserdam zette een aantal jaren geleden in op 30 euro, in de verwachting dat het alleen om parkmanagement zou gaan.

Binnen korte tijd liep het fonds tegen z’n grenzen aan. De meerderheid van de fondsen is met 50 tot 60 euro gestart. Die bedragen lopen langzaam op, door automatische indexatie (met de gemeentelijke ozb-opbrengst mee). De boodschap is: denk goed na over je ambitieniveau. In Waddinxveen lijkt de ambitie een behoorlijke voeding te rechtvaardigen. Maar de bereidheid van ‘stakeholders’ om de financiële consequentie te trekken, is beperkt. Wellicht is het een kwestie van ‘eerst zien dan geloven’. Een oplossing zou zijn om te beginnen met een fonds van 30 euro en dat in drie jaar te laten doorgroeien naar 50 euro. Zo’n oplossing combineert financiële bescheidenheid met het perspectief om te kunnen investeren, wanneer er goede plannen zijn.

3.3

Governance

Gebruikelijk in de ‘governance’ van een fonds is de splitsing tussen een stichtingsbestuur dat tekent voor de ‘accountability’ en verenigingen of ondernemersnetwerken waar de feitelijke bestedingsbeslissingen genomen worden. De gedachte van deze splitsing is dat het fonds een inhoudelijke neutrale waarborg is voor de lange termijn – een bankier – terwijl de hitte van politiek en inhoudelijk debat bij de verenigingen ligt. Vrijwel elk fonds heeft de rechtsvorm van een stichting (er is één fonds – Laren – met de rechtsvorm van een coöperatieve vereniging). Het stichtingsbestuur heeft vaak een samenstelling van het type accountant – notaris – bovenmeester, met de kanttekening dat het wel om ondernemersgezinde notarissen gaat en geen regelmanagers. Het bestuur is convenantpartner voor de gemeente, zorgt voor een tijdige en afdoende rekening en verantwoording, draagt de eindverantwoordelijkheid voor het functioneren en houdt toezicht. Maar de rol van het bestuur alleen als een formaliteit voorstellen, is ook weer niet volledig. Het bestuur kan met elke trekkingsgerechtigde in gesprek, kan signaleren en evalueren en kan innovatie aanjagen. Het maken van de plannen wordt overgelaten aan partijen met trekkingsrecht: gebiedsverenigingen of andere allianties van ondernemers. Voor die verenigingen gelden wel enkele vereisten.

Ze moeten bekend zij bij het bestuur van het fonds, moeten democratisch georganiseerd zijn, moeten transparant zijn over hun bestedingen. Het lidmaatschap moet open staan voor alle ozb-betalers in hun werkgebied. Of ze daarnaast nog anderen als lid toelaten – bijvoorbeeld zzp’ers die geen ozb 22

betalen – is aan henzelf. De partijen met trekkingsrecht krijgen tijdig te horen wat de omvang is van hun recht. Zij kunnen voor dat bedrag plannen maken en de rekening – na goedkeuring door het stichtingsbestuur – naar het fonds sturen. Het fonds betaalt de rekening van verrichte activiteiten en vordert de btw terug (een ‘ruling’ van het Ministerie van Financiën heeft de fondsen btw-plichtig verklaard). Deze rolverdeling komt heel veel voor, maar is geen voorschrift. Er zijn ook situaties waarin te weinig duidelijke ondernemerscollectieven voor handen zijn. Dat was enkele jaren geleden in bijvoorbeeld Enkhuizen het geval. Daar is vervolgens een zeer actief en ondernemend bestuur zelf in het vacuüm gestapt. Het heeft veel dynamiek op gang gebracht, maar Enkhuizen ziet wel het moment naderen dat er een bescheidener rol voor het stichtingsbestuur aan komt, wanneer er weer voldoende verenigingen en allianties operationeel zijn. De taakverdeling wordt iets gecompliceerder naarmate ‘gemeentebreed’ meer in beeld komt. Want ook ‘gemeentebreed’ moet nog steeds ‘voor en door ondernemers’ zijn. Er zijn voorbeelden dat het stichtingsbestuur ‘stadsbreed’ aanstuurt na het horen van de verenigingen, het zou ook met een ‘braintrust’ kunnen van innovatieve en deskundige ondernemers. In Waddinxveen is er in de gedaante van het OPW al een Waddinxveenbrede vereniging.

Die moet zeker een rol spelen. Gebruikelijk in veel fondsen is verder dat er een adviesraad is, bijvoorbeeld bestaande uit vertegenwoordigers van de verenigingen, desgewenst aangevuld met onafhankelijke deskundigen. Het kan ook een ‘lichte’ raad van toezicht zijn. Deze raden hebben een informatierecht, maar geen bevoegdheden. Idee is dat het stichtingsbestuur weliswaar eindverantwoordelijk is, maar dat in een democratie iedereen tegen iets of iemand moet aanpraten, ook eindverantwoordelijken. Bestuursleden van een fonds verrichten hun werkzaamheden doorgaans om niet. Zij kunnen zich wel professioneel laten ondersteunen, in zowel het kasbeheer als in het contact met en aanjagen van de verenigingen. Bij het betalen van rekeningen is vrij algemeen het ‘vier ogen principe’ leidend. Een fonds is een middel, geen doel op zich. Daarom laten fondsen zich om de zoveel jaar evalueren, zodat inzicht in het eigen functioneren ontstaat.

3.4

Gemeentebreed

In het vorige hoofdstuk hebben we al een groot aantal in Waddinxveen levende ambities geïnventariseerd, zowel gebiedsgericht als gemeentebreed. Hieronder treft u een reeks landelijke voorbeelden aan van ‘gemeentebreed’. Groningen was een vroege starter. ‘Gemeentebreed’ is niet vastgelegd, maar er gebeurt veel. Er zijn maar zes gebieden met trekkingsrecht en de voorzitters daarvan komen periodiek bij elkaar. Gemeentebrede initiatieven worden meegenomen naar de eigen trekkingsgerechtigde. Dat kost tijd. Een gemeentebrede pot zou dat vergemakkelijken. Er wordt nagedacht over een afzonderlijke positie van 25%. Een actuele besteding is Eurosonic Noorderslag festival. Gouda runt 'Gouda 750' en enkele andere evenementen als gemeentebrede projecten. Alle sectoren zijn in het bestuur van het fonds vertegenwoordigd (Gouda Onderneemt en Vereniging Bedrijventerreinen Gouda, centrumgebied, zorg, onderwijs en retail. Enkhuizen kent twee gemeentebrede ‘percelen’: cultureel-maatschappelijk (15% van het fonds) en gemeente breed (nog eens 15%). Een grote besteding is een stichting voor marketing in een PPS-constructie. De cofinanciering uit het fonds is prettig, omdat er nu niet alleen politiek gestuurd wordt, maar ook ondernemers worden gehoord. Verder maakt ‘gemeentebreed’ veel plannen van zzp-ers voor Enkhuizen los. En een gemeentebreed ‘ondernemers café’ maakt 23

contacten tussen de gebiedsverenigingen gemakkelijk. In de Enkhuizer ervaring leidt ‘gemeentebreed’ tot vergrote zichtbaarheid van de inspanning van ondernemers voor het vestigingsklimaat. Daar gaat veel wervingskracht van uit. Zwijndrecht besteedt ongeveer 10% gemeentebreed. Dat geld gaat vooral naar citymarketing en wordt aangestuurd door een Zwijndrechtbrede ondernemersvereniging. Het loopt nog niet storm met ideeën. Mogelijk speelt mee dat Zwijndrecht – een middelgroot fonds – het zonder professionele ondersteuning in de vorm van een fondsmanager stelt. Er is wel behoefte aan meer verbindingen tussen gebieden en sectoren, maar de uitwerking is afhankelijk van de vrije tijd van bestuursleden van de verenigingen. Ook het bereiken van interessante individuele bedrijven schiet er nog bij in. Delft heeft 10 trekkingsgerechtigden. Sinds december 2016 is er de Stichting 015 Gemeentebreed voor gebiedsoverstijgende projecten die effect hebben voor de hele stad. Het gemeentebrede aandeel is gegroeid van 5% naar 20%. Besluiten worden doorgans genomen door de voorzitters van de gebieden. Met name de coronapandemie heeft de behoefte aan snelle besluitvorming over urgente projecten aangejaagd. Den Helder heeft enkele jaren geleden de fondsomvang verdubbeld (van 300.000 naar 600.000), met als specifiek doel het mogelijk maken van citymarketing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12224238/1