CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 definitieve eindrapportage Waddinxveen

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Visie toekomst Gouwebad voor periode na 203012.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eindrapportage

Toekomst Gouwebad de Sniep Gemeente Waddinxveen

7 oktober 2021

Inhoudsopgave 1.

Onderzoeksopdracht

1

1.1

Aanleiding en opdracht

1

1.2

Aanpak

1

1.3

Onderbouwing

1

2.

Analyse huidige situatie

2

2.1

Aanbod

2

2.2

Concurrentie

2

2.3

Bezoek, animocijfers, bezetting en roosteranalyse

3

2.4

Gesprekken

6

2.5

Vragenlijst

6

2.6

Conclusies

7

3.

Richting de toekomst

8

3.1

Trends en ontwikkelingen

8

3.2

Toekomstige zwembehoefte

9

3.3

Gemeentelijk beleid

10

3.4

Gesprekken en vragenlijst

10

3.5

Uit te werken toekomstscenario’s

11

4.

Nieuwbouwscenario’s

13

4.1

Ruimtestaat en stichtingskostenraming

13

4.2

Bezoekraming

14

4.3

Exploitatieraming

14

4.4

Ruimtelijke inpassing

16

5.

Scenario 4: geen zwembad na 2030

17

5.1

Mogelijke alternatieven

17

5.2

Overstappers en uitvallers

17

5.3

Consequenties sluiting

18

6.

Afweging

20

7.

Conclusies, aanbevelingen en vervolgstappen

21

7.1

Conclusies

21

7.2

Aanbevelingen

21

7.3

Vervolgstappen

21

Bijlage 1 Overzicht zwembaden omgeving

i

Bijlage 2 Ligging zwembaden omgeving

ii

Bijlage 3 Stichtingskostenramingen

i

Bijlage 4 Exploitatieramingen

ii

1.

Onderzoeksopdracht

1.1

Aanleiding en opdracht

De gemeente Waddinxveen beschikt onder andere over een zwembad met overdekte en onoverdekte faciliteiten: Gouwebad de Sniep. De gemeente is eigenaar en exploitant van de accommodatie. Het zwembad ligt sinds 1969 op sportpark De Sniep en beschikt sinds 1973 over een overdekt gedeelte. Na ingrijpende verbouwingen/renovaties in 1990 en 2011 is de accommodatie in 2018 klimaatneutraal gemaakt. In 2030 is het bad afgeschreven. Ook krijgt het dan te maken met hoge onderhoudskosten en investeringen. Vandaar dat in het collegeprogramma is opgenomen, dat er een visie op de toekomst van het zwembad na 2030 wordt ontwikkeld. De gemeente heeft behoefte aan een onderzoek, waarin op basis van een analyse en consultatie van belanghebbenden enkele toekomstscenario’s worden uitgewerkt. Hierbij gaat het om verschillende opties/configuraties voor een nieuw zwembad, maar ook om de vraag wat de gevolgen zijn als er na 2030 geen zwembad meer is. Met het oog op de ‘leeftijd’ van het huidige bad hoeft er geen renovatiescenario te worden uitgewerkt. Het betreft een onderzoek op hoofdlijnen. Op basis daarvan moet de gemeente in staat worden gesteld om een richtinggevend besluit te nemen over de toekomst van een zwemvoorziening in Waddinxveen. Daarna kan desgewenst een gedetailleerde businesscase worden opgesteld, maar dat valt buiten het bestek van dit onderzoek.

Aspecten als de definitieve locatie, plangrenzen en schetsontwerpen zijn nu dus nog niet aan de orde. Er dient wel in algemene zin te worden nagegaan, of een nieuw zwembad qua ruimtebeslag op het huidige sportpark past.

1.2

Aanpak

Gedurende het onderzoek is met verschillende belanghebbenden gesproken, namelijk Zwem- en Poloclub De Gouwe, de Waddinxveense Reddingsbrigade en het Platform Sport, Spel & Bewegen Waddinxveen. Met hen is onder meer ingegaan op de huidige activiteiten, de huidige en verwachte toekomstige ledenontwikkeling van de verenigingen, eventuele knelpunten in het gebruik, de verwachte toekomstige zwembehoefte, de noodzakelijke en/of wenselijke faciliteiten in een eventueel nieuw zwembad en de consequenties van het eventueel verdwijnen van een zwemvoorziening in Waddinxveen. De behoeften van de individuele zwembadbezoekers en de inwoners zijn op verschillende manieren in het onderzoek meegenomen. Allereerst hebben de diverse gesprekken hier een beeld van gegeven en vormen de beschikbare bezoekcijfers een goede indicatie van de huidige behoefte. Daarnaast heeft Moventem een onderzoek uitgevoerd, waarbij aan de inwoners van Waddinxveen en omgeving een vragenlijst is voorgelegd. Deze vragenlijst is ruim 1.900 keer volledig ingevuld, waarvan circa 87% door inwoners van Waddinxveen.

De vragen gingen onder andere over het huidige gebruik van het zwembad, eventuele knelpunten daarin, de waardering voor het zwembad, de gewenste faciliteiten in een eventueel nieuw zwembad, het gebruik van zwembaden buiten Waddinxveen en de gevolgen van het eventueel verdwijnen van een zwemvoorziening in Waddinxveen. Tot slot zijn meerdere bezoeken aan Gouwebad de Sniep gebracht. Daarbij is een indruk van het voorzieningenaanbod verkregen en is tevens met verschillende medewerkers van het zwembad gesproken. In die gesprekken is onder andere ingegaan op het huidige aanbod, de bezoekontwikkeling, de concurrentie, de exploitatie, eventuele knelpunten op het gebied van bijvoorbeeld de zwemwatercapaciteit en de aanwezige faciliteiten, de behoeften van de individuele bezoekers en van de drie ‘zorg gerelateerde’ huurders, alsmede de gevolgen van het eventueel verdwijnen van een zwemvoorziening in Waddinxveen.

1.3

Onderbouwing

Bij het analyseren en beoordelen van de huidige situatie, het opstellen van prognoses voor de zwembehoefte en het uitwerken van de verschillende scenario’s maakt Synarchis gebruik van haar kennis en jarenlange ervaring op het gebied van de exploitatie, instandhouding, renovatie en nieuwbouw van zwembaden. Ook beschikt het bureau over een uitgebreide database met actuele cijfers van een groot aantal zwembaden, op basis waarvan de voor het zwembad in de gemeente Waddinxveen passende benchmarkcijfers kunnen worden gedestilleerd. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van het door Synarchis speciaal voor zwembaden ontwikkelde kostencalculatiemodel, waarvan de uitgangspunten voortdurend aan de hand van actuele markt- en prijsontwikkelingen worden getoetst en waar nodig aangepast. 1

2.

Analyse huidige situatie

2.1

Aanbod

2.1.1

Voorzieningenaanbod

Het zwembad biedt de volgende voorzieningen: een wedstrijdbad van 25 x 15 meter (zes banen) met een tribune, een gedeeltelijk beweegbare bodem, een diepte van maximaal 2,50 meter en een watertemperatuur van 28 tot 32 graden; een recreatiebad van circa 250 m² met bruisbulten, een borrelbank, een watergordijn, een stroomversnelling, een spuitelement, een diepte van 0,00 tot 1,20 meter en een watertemperatuur van 30 tot 32 graden; een glijbaan met een separaat opvangbad van circa 15 m² met een diepte van 1,10 meter en een temperatuur van 30 tot 32 graden; een kleuterbad van circa 9 m², met een diepte van 0,20 meter en een watertemperatuur van 30 tot 32 graden; een whirlpool met een watertemperatuur van 36 graden; stoomcabines; een solarium; een uitzwembad van circa 60 m² met een diepte van 0,90 tot 1,20 meter en een watertemperatuur van 29 graden als het buitengedeelte gesloten is en van minstens 22 graden als het buitengedeelte geopend is; een buitenbad van circa 230 m² met een diepte van 0,00 tot 0,90 meter en een watertemperatuur van minstens 22 graden;1 een ligweide; een horecavoorziening (verpacht); een verenigingsruimte.

2.1.2

Activiteitenaanbod

In het zwembad vinden de volgende vaste activiteiten plaats: recreatief zwemmen: banen zwemmen, banen zwemmen 18+, vrij zwemmen en ouder-/kindzwemmen; doelgroepactiviteiten: aquapower, aquarobica, aquajoggen, aqua-insanity, fifty fit, baby-/peuter-/kleuterzwemmen, zwangerschapszwemmen en trimzwemmen; les zwemmen: ABC-zwemmen, privéles, zwemles voor volwassenen. Daarnaast wordt het bad wekelijks door de volgende externe partijen gebruikt: Z&PC De Gouwe (zwemsport, waterpolo en recreatief zwemmen); Waddinxveense Reddingsbrigade (diverse soorten zwemmend redden, gehandicaptenzwemmen, seniorenzwemmen en wedstrijdzwemmen); Praktijk Joosten (fysiotherapeut); Ipse de Bruggen (zorginstelling); Basalt Revalidatie (zorginstelling, voorheen: Sophia).

2.2

Concurrentie

Bijlage 1 bevat een overzicht van de zwembaden in de gemeente Waddinxveen en in de omgeving. De ligging van die zwembaden is in bijlage 2 weergegeven.2 Het gaat om de baden die vanaf Gouwebad de Sniep binnen 20 minuten en/of 20 kilometer met de auto kunnen worden bereikt. Uit onderzoek van Synarchis blijkt namelijk, dat het overgrote deel van de zwembadbezoekers niet langer of verder wil reizen om bij het zwembad te komen. Een enkeling is daar wel toe bereid, maar dat geldt vooral voor zwembaden met een specifiek recreatief voorzieningenaanbod en voor zwembaden met specifieke voorzieningen voor verenigingsactiviteiten. De resultaten van het onderzoek van Moventem bevestigen dit alles.

1 2

Het water wordt tot en met 22 graden verwarmd, maar kan door de warmte van de zon uiteraard een hogere temperatuur bereiken. Zwembaden die niet toegankelijk zijn voor inwoners van de gemeente Waddinxveen zijn buiten beschouwing gelaten. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om baden in hotels of op vakantieparken, die alleen voor bezoekers van die voorzieningen toegankelijk zijn en ook niet door een zwemschool worden gebruikt.

2

Binnen de gemeente Waddinxveen is Gouwebad de Sniep het enige zwembad. Het dichtstbijzijnde zwembad is het Groenhovenbad in Gouda. Het overdekte gedeelte van dit bad is minder op recreatie en meer op sport gericht dan in Gouwebad de Sniep, maar het onoverdekte recreatieve gedeelte van het Groenhovenbad is juist groter. Voor het Polderbad in Nieuwerkerk aan den IJssel geldt hetzelfde. Verder zijn er in de omgeving verschillende binnenbaden aanwezig, die veelal een wat kleinschaliger karakter hebben dan het bad in Waddinxveen. Opvallend genoeg zijn er slechts twee zwembaden, die ook over een overdekt recreatiebad beschikken: Zevenkampse Ring in Rotterdam en De Hoorn in Alphen aan den Rijn. Naast de combibaden in Gouda, Nieuwerkerk aan den IJssel, Alphen aan den Rijn en Bodegraven (De Kuil), die elk een ruimer onoverdekt zwemaanbod hebben dan Gouwebad de Sniep, zijn er diverse openluchtzwembaden in de omgeving aanwezig. De dichtstbij gelegen baden zijn De Hazelaar in Hazerswoude-Dorp, De Fuut in Reeuwijk en De Baan in Gouderak. Deze buitenbaden beschikken over een ruimer onoverdekt aanbod dan Gouwebad de Sniep. Behalve de openluchtzwembaden zijn er in de omgeving diverse zwemplassen aanwezig, zoals Het Weegje in Gouda, de Reeuwijkse Plassen in Reeuwijk/Gouda, de Zevenhuizerplas in Rotterdam en de Zegerplas in Alphen aan den Rijn.

Deze zwemfaciliteiten zijn niet in de bijlage opgenomen, omdat het daarbij niet om openluchtzwembaden gaat. In tegenstelling tot in openluchtzwembaden wordt in recreatieplassen niet banen gezwommen, is er geen toezicht en wordt het zwemwater meestal niet geconditioneerd. Wel vormen ze gedeeltelijk een alternatief voor het vrij zwemmen, maar de praktijk laat vaak zien dat beide soorten zwemvoorzieningen een ‘eigen’ gebruikersgroep kennen. Op basis van het voorgaande luidt de conclusie, dat het primaire verzorgingsgebied3 van Gouwebad de Sniep bestaat uit de gemeente Waddinxveen, Boskoop en enkele kleinere omliggende dorpen (samen circa 50.000 inwoners in 2021). Voor hen is Gouwebad de Sniep het dichtstbijzijnde overdekte zwembad. De zwembadmanager en de resultaten van het onderzoek van Moventem bevestigen, dat het overgrote deel van het bezoek in dit gebied woonachtig is. Daarnaast laat het onderzoek van Moventem zien, dat ongeveer de helft van de respondenten die in Waddinxveen wonen wel eens een zwembad buiten de gemeente bezoekt. Daarbij gaat het vooral om De Hoorn, het Groenhovenbad, De Kuil en enkele openluchtzwembaden in de omgeving. Zij gaan daar vooral heen voor vrij zwemmen en/of banen zwemmen en in alle gevallen vormen de aanwezige bassins c.q. het voorzieningenaanbod de belangrijkste reden voor het bezoek.

Gezien de specifieke voorzieningen van elk van die baden is dat niet verwonderlijk. Overigens bezoeken verreweg de meeste respondenten deze baden minder dan eens per maand.

2.3

Bezoek, animocijfers, bezetting en roosteranalyse

2.3.1

Bezoekontwikkeling

De volgende tabel toont het aantal bezoeken in de afgelopen jaren. Daarbij is het jaar 2020 buiten beschouwing gelaten, omdat dit in verband met de maatregelen met betrekking tot Covid-19 geen representatief jaar is. In de tabel valt op dat het bezoek van recreatief zwemmen aanzienlijk varieert. Dat heeft vooral te maken met het feit, dat het bezoek aan het buitenbad in sterke mate weersafhankelijk is. Ook is het zwembad in de zomer van 2018 gedurende vier weken volledig gesloten en vier weken gedeeltelijk (wedstrijdbad) gesloten geweest. Dat heeft een negatief effect op het bezoek van recreatief zwemmen. Daarnaast lijkt het erop dat de categorisering van de bezoeken in 2019 deels anders was dan in de jaren ervoor. Dat zou ook de sterke afname van het bezoek van doelgroepen in dat jaar kunnen verklaren. Voor de scenario’s is dit overigens niet van belang.

bezoeken recreatief zwemmen doelgroepen les zwemmen verenigingen/verhuur totaal

2017 88.713 12.881 24.710 46.921 173.225

2018 74.868 14.270 26.406 46.871 162.415

2019 100.355 9.708 24.239 45.385 179.687

tabel 2.1: bezoekcijfers Gouwebad de Sniep4 3

Hiermee wordt niet gedoeld op elke kern waar minstens één van de bezoekers van het zwembad woonachtig is, maar op het gebied waaruit het overgrote deel van het bezoek afkomstig is. 4 Het bezoek van Praktijk Joosten, Ipse de Bruggen en Basalt Revalidatie wordt bij het recreatief zwemmen geregistreerd.

3

2.3.2

Animocijfers

Het animocijfer geeft weer hoe vaak een inwoner van het verzorgingsgebied gemiddeld jaarlijks het zwembad bezoekt. Het laat daarmee zien, in hoeverre het zwembad in staat is om het potentiële bezoek in daadwerkelijk bezoek om te zetten. In paragraaf 2.2 is op de concurrentie en de omvang van het verzorgingsgebied ingegaan. Op basis daarvan zijn in de volgende tabel de animocijfers van Gouwebad de Sniep weergegeven en met de benchmarkcijfers voor dit soort zwembaden vergeleken. Daaruit blijkt dat het totale animocijfer binnen de ‘range’ van de benchmarkcijfers valt en daarmee in orde is. Het zwembad vervult derhalve een duidelijke functie voor de inwoners van het verzorgingsgebied en er is dus bestaansrecht voor een zwemvoorziening in Waddinxveen. Wat opvalt is dat de animocijfers van doelgroepen en les zwemmen aan de lage kant zijn, terwijl het bezoek van verenigingen/verhuur juist wat hoger is dan het benchmarkcijfer.

animocijfers recreatief zwemmen doelgroepen les zwemmen verenigingen/verhuur totaal

2017 1,91 0,28 0,53 1,01 3,72

2018 1,57 0,30 0,56 0,99 3,41

2019 benchmark 2,08 1,8 - 2,3 0,20 0,3 - 0,5 0,50 0,5 - 0,7 0,94 0,6 - 0,8 3,72 3,2 - 4,3

tabel 2.2: animocijfers Gouwebad de Sniep

2.3.3

Bezetting

Het gemiddelde aantal bezoeken per vierkante meter zwemwateroppervlak per jaar geeft aan hoe goed een zwembad wordt bezet. Daarmee vormt het een belangrijke indicator van de verhouding tussen vraag en aanbod. Voor overdekte zwembaden is het benchmarkcijfer voor een voldoende verhouding tussen bezoek en zwemwater een bezetting van 200 à 225 bezoeken per vierkante meter zwemwater. Wanneer het bezoek volledig aan het overdekte zwemgedeelte wordt toegerekend, leidt dat tot een bezetting die duidelijk boven het benchmarkcijfer ligt, zo laat de volgende tabel zien:

bezetting bezoeken zwemwater (in m²) bezoek/m² zwemwater

2017 173.225 625 277

2018 162.415 625 260

2019 benchmark 179.687 625 287 200 - 225

tabel 2.3: bezetting Gouwebad de Sniep5

Dat zou betekenen dat sprake is van een goede bezetting van het overdekte deel van het zwembad. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met het feit, dat een gedeelte van het bezoek van recreatief zwemmen aan het buitenbad moet worden toegerekend. In de bezoekregistratie wordt geen onderscheid gemaakt tussen recreatief zwemmen in het binnenbad en in het buitenbad. Dat is praktisch gezien ook vrijwel onmogelijk, want bezoekers kunnen met een kaartje zowel binnen als buiten zwemmen. Op basis van de ervaringen in den lande met combibaden, de beschikbare informatie, de omvang van het buitenbad en de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd, lijkt het erop dat er maximaal 15.000 bezoeken per jaar aan het buitenbad kunnen worden toegerekend. Ook dan is de bezetting van het binnenbad prima in orde, zo blijkt uit de volgende tabel.6

bezetting bezoeken zwemwater (in m²) bezoek/m² zwemwater

2017 158.225 625 253

2018 147.415 625 236

2019 benchmark 164.687 625 263 200 - 225

tabel 2.4: bezetting Gouwebad de Sniep exclusief bezoek buitenbad

5

In deze berekening wordt het zwemwater van peuterbaden, whirlpools en dergelijke buiten beschouwing gelaten, omdat het daarbij om ondiep water gaat. Wanneer dit water wel in de berekeningen worden meegenomen, heeft dat een onevenredig grote invloed op het gemiddelde. Uiteraard is het benchmarkcijfer ook op deze wijze berekend. 6 Zelfs als het aantal aan het buitenbad toe te rekenen bezoeken nog wat hoger zou zijn, verandert dat niets aan deze conclusie. Het binnenbad dient namelijk minstens 125.000 bezoeken te hebben om nog van een voldoende bezetting (200 bezoeken per vierkanter meter) te kunnen spreken. Dat aantal wordt alleen niet gehaald, indien minstens 50% van het bezoek van recreatief zwemmen aan het buitenbad wordt toegerekend. Dat is volstrekt onrealistisch.

4

In tegenstelling tot bij binnenbaden bestaat er bij buitenbaden niet zo’n sterk verband tussen het aantal bezoeken en het zwemwateraanbod. Dat heeft vooral met de weersafhankelijkheid van het bezoek aan buitenbaden te maken. Los van het feit dat voor Gouwebad de Sniep het buitenbadbezoek niet precies kan worden bepaald, kan derhalve geen oordeel over de buitenbadbezetting worden gegeven. Overigens moet worden opgemerkt dat het niet realistisch is om te verwachten, dat Gouwebad de Sniep een totaal animocijfer van 4,3 (de ‘bovenkant’ van de benchmark) kan realiseren. Dat zou namelijk betekenen dat het bad in totaal meer dan 200.000 bezoeken per jaar heeft. Ook als circa 15.000 bezoeken aan het buitenbad worden toegerekend, leidt dat tot een bezetting van het binnenbad van circa 300 bezoeken per vierkante meter. Dat is niet realistisch en past waarschijnlijk niet in het zwembad.

2.3.4

Roosteranalyse

Het feit dat de bezetting van het overdekte zwemgedeelte prima in orde is, betekent niet per definitie dat er geen ruimte is om extra bezoek te ontvangen, maar wel dat het beschikbare zwemwater goed wordt gebruikt. De bezetting geeft echter alleen een beeld van de verhouding tussen het totale bezoek en het totale zwemwater. Niet elk bassin is echter voor elke activiteit geschikt en niet elke activiteit kan op elk moment plaatsvinden. Zo is een recreatiebad niet geschikt voor wedstrijdzwemmen en heeft het weinig nut om onder schooltijd activiteiten voor kinderen aan te bieden. Het is daarom van belang om bij het bepalen van mogelijke knelpunten in de verhouding tussen vraag en aanbod ook aandacht te besteden aan de verschillende bassins, de diverse activiteiten en de momenten in de week waarop die activiteiten kunnen plaatsvinden. Uit de volgende tabel blijkt dat er binnen de bestaande activiteitenuren weinig ruimte is voor extra bezoek. Het gemiddelde aantal bezoeken per uur past bij de benchmarkcijfers voor de verschillende activiteiten, met uitzondering van dat van de doelgroepactiviteiten. Dat betekent dat er op sommige huidige uren bij die activiteiten ruimte is voor extra bezoek. Daarentegen is het gemiddelde aantal bezoeken per uur van verenigingen/verhuur en (in 2019) van recreatief zwemmen aan de hoge kant.

Daarbij moet worden opgemerkt, dat het bezoek van verenigingen in zwembaden uiteraard niet exact wordt geteld, aangezien zij niet per bezoeker maar per uur betalen. Het betreft derhalve een raming, die altijd iets van de werkelijkheid kan afwijken. Ten aanzien van het les zwemmen is het benchmarkcijfer gebaseerd op het aantal lesgroepen dat wekelijks actief is. Die lesgroepen zijn goed ‘gevuld’, zo blijkt uit de tabel. Een zwemles duurt 45 minuten en meestal wordt aan twee groepen gelijktijdig les gegeven. In het wedstrijdbad is overigens ruimte voor meer lesgroepen, maar keuzes daarover hangen ook samen met onder andere de personele inzet.

bezoek per uur recreatief zwemmen doelgroepen les zwemmen verenigingen/verhuur

2018 bezoek bezoek/uur 74.868 27 14.270 15 26.406 27 46.871 41

2019 benchmark bezoek bezoek/uur 100.355 36 30 9.708 10 20 24.239 25 27 45.385 39 35

tabel 2.5: gemiddeld aantal bezoeken per uur Gouwebad de Sniep

Daarnaast kan worden bezien in hoeverre het rooster ruimte biedt om extra activiteiten aan te bieden. Uit het reguliere weekrooster blijkt dat die mogelijkheden in het wedstrijdbad voornamelijk op de minder courante c.q. populaire momenten aanwezig zijn. Op de doordeweekse namiddagen en avonden wordt het bad namelijk vrijwel continu gebruikt voor met name les zwemmen en verhuur aan verenigingen en in mindere mate voor doelgroepactiviteiten en banen zwemmen. Dit is het beeld in veel wedstrijdbaden: in de namiddagen zijn er zwemlessen en in de avonduren willen verenigingen het bad huren, terwijl dat ook de momenten zijn waarop de zwembadexploitant normaalgesproken banen zwemmen en doelgroepactiviteiten wil aanbieden. Daarentegen wordt het wedstrijdbad op werkdagen vooral ’s ochtends en aan het begin van de middag op sommige momenten niet gebruikt. Dat betekent dat er capaciteit is om op die tijden extra uren banen zwemmen en/of doelgroepactiviteiten aan te bieden. Dat is echter alleen zinvol, als daar op die momenten extra behoefte aan bestaat. Bovendien wordt op alle werkdagen in de ochtenduren al banen zwemmen en doelgroepactiviteiten in het wedstrijdbad aangeboden.

5

Het rooster van het recreatiebad is minder gevuld dan dat van het wedstrijdbad. Het wordt vooral gebruikt voor vrij zwemmen, doelgroepactiviteiten en sommige zwemlessen. Gezien de karakteristieken van het bad is dat ook logisch. Het feit dat het bad – ook op sommige avonden – niet of minder goed wordt gebruikt, betekent overigens niet dat een uitbreiding van de activiteitenuren ook meteen tot meer bezoek leidt. Daar moet immers behoefte aan bestaan. Mocht dat in de toekomst het geval zijn, dan kan het aantal uren worden uitgebreid van de activiteiten die in dit bad kunnen plaatsvinden.

2.4

Gesprekken

Zoals in paragraaf 1.2 is aangegeven, is gedurende het onderzoek met enkele medewerkers van het zwembad en diverse belanghebbenden gesproken. Dat heeft tot een verdieping van de analyse van de huidige situatie geleid. Allereerst herkennen alle partijen de analyse, dat het zwembad een prima bezetting heeft en er nog slechts beperkte ruimte voor extra bezoek c.q. gebruik bestaat. Dat geldt zeker op de meest gewilde uren: de namiddagen en de avonden. Volgens de betrokkenen komt dit onder meer doordat de meeste activiteiten in het wedstrijdbad moeten plaatsvinden. Het recreatiebad is immers slechts voor een deel van de activiteiten geschikt. Dat leidt er onder andere toe, dat de verenigingen weinig tot geen mogelijkheden hebben om extra uren in het wedstrijdbad af te nemen c.q. extra activiteiten aan te bieden. Ook het zwembad zelf heeft, vooral op de drukste uren, nauwelijks mogelijkheden om extra activiteiten in het wedstrijdbad aan te bieden. Ten tweede zorgt het feit dat de meeste activiteiten in het wedstrijdbad (moeten) plaatsvinden voor knelpunten ten aanzien van de watertemperatuur. Het zwembad moet op dit punt namelijk compromissen sluiten. Voor verenigingsactiviteiten is immers een lagere temperatuur nodig dan voor activiteiten voor bijvoorbeeld senioren.

Daarom past het zwembad de temperatuur zo veel mogelijk aan, maar opwarmen en afkoelen van water kost tijd (en extra energie). Dat heeft onder andere als gevolg dat het water tijdens verenigingsuren vaak warmer is dan wenselijk. Voor wedstrijden wordt daarom soms naar andere baden in de omgeving uitgeweken. De verenigingen noemen nog enkele andere knelpunten, zoals de in hun ogen te beperkte omvang van de verenigingsruimte, de bergruimte en de tribune bij het wedstrijdbad. Ten derde is door meerdere gesprekspartners op de suboptimale logistieke indeling van het zwembad gewezen. Daarbij gaat het vooral om de ‘looproutes’ voor de bezoekers, zoals het feit dat de tribune bij het wedstrijdbad alleen via de kleedkamers toegankelijk is en de verschillende bezoekersstromen lastig kunnen worden gescheiden. Tot slot heeft het huidige buitenbad volgens diverse betrokkenen een te kleine omvang en een te geringe diepte. Ook wordt het slechts gedurende enkele weken per jaar intensief gebruikt. Daardoor is de meerwaarde van het buitenbad in de huidige situatie volgens hen beperkt.

2.5

Vragenlijst

Naast de opmerkingen die in paragraaf 2.2 over de resultaten van het onderzoek van Moventem zijn gemaakt, zijn er enkele andere uitkomsten over de huidige situatie van belang. Allereerst is het overgrote deel van de respondenten (heel) tevreden met het zwembad (83%). Datzelfde geldt voor de bereikbaarheid (97%), de fysieke toegankelijkheid (87%), de watertemperatuur (75%) en de hygiëne (73%). Daarentegen is een minderheid van de respondenten (heel) tevreden over de prijs (42%) en de horeca (46%). Daarbij moet wel worden vermeld, dat een aanzienlijk deel van de respondenten neutraal over deze aspecten oordeelt, dan wel geen mening heeft. Ten tweede vormt de bereikbaarheid/reisafstand van het zwembad voor maar liefst 95% van de respondenten een voordeel ten opzichte van de andere zwembaden in de omgeving. Ook de aanwezige bassins zijn voor een flink deel van de respondenten (40%) een reden om voor het zwembad in Waddinxveen te kiezen. Daarbij gaat het vermoedelijk vooral om het recreatieve gedeelte. Ten derde ervaart 86% van de respondenten geen knelpunten bij het gebruik van het zwembad.

De knelpunten die de overige 14% noemt, hebben vooral betrekking op de zwemwatercapaciteit (zowel binnen als buiten), de capaciteit van de overige faciliteiten (zoals de tribune en de kleedkamers), de openingstijden, de watertemperatuur (te hoog, dan wel te laag), de logistieke indeling van het zwembad, de lengte van de wachtlijst van de zwemlessen en de hygiëne.

6

Ten vierde bestaan er verschillen in de frequentie waarmee bezoekers naar het zwembad gaan. Daar waar 58% van de bezoekers van het vrij zwemmen het bad minder dan drie keer per maand bezoekt, is dat bij de verenigingszwemmers slechts 22%. Met het oog op het karakter van deze activiteiten is dat ook logisch, maar er bestaat dus een verschil tussen het aantal individuele bezoekers en het aantal bezoeken van een bepaalde activiteit. Tenslotte geeft 9% van de respondenten aan het zwembad niet te bezoeken. Uiteraard is het percentage inwoners van Waddinxveen dat het bad nooit bezoekt veel groter, maar het geeft aan dat een deel van de inwoners naar een ander bad gaat, of helemaal niet in zwembaden komt. In paragraaf 3.4 wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek van Moventem, die voor de toekomstscenario’s van belang zijn.

2.6

Conclusies

De analyse leidt tot de volgende conclusies over de huidige situatie: het primaire verzorgingsgebied van het zwembad bestaat uit de gemeente Waddinxveen, Boskoop en enkele kleinere omliggende dorpen (samen circa 50.000 inwoners in 2021); het totale animocijfer is prima in orde ten opzichte van vergelijkbare zwembaden; de bezetting van het binnenbad ligt boven het benchmarkgemiddelde; binnen de bestaande activiteitenuren is beperkt ruimte voor extra bezoek, vooral bij les zwemmen en doelgroepactiviteiten; uitbreiding van activiteitenuren is weliswaar mogelijk, maar vooral op de minder courante c.q. populaire momenten; door de huidige configuratie moeten er in het wedstrijdbad compromissen worden gesloten met betrekking tot de watertemperatuur, hetgeen voor diverse gebruikersgroepen tot een suboptimale situatie leidt; de logistieke indeling van het zwembad is suboptimaal; met het oog op het vermoedelijke gebruik en de geringe omvang en diepte van het buitenbad, lijkt de meerwaarde van dat bad op dit moment beperkt te zijn. Meer in het algemeen luidt de conclusie op basis van dit hoofdstuk, dat het zwembad een duidelijke functie voor de inwoners van het verzorgingsgebied vervult en er daarmee bestaansrecht is voor een zwemvoorziening in Waddinxveen.

7

3.

Richting de toekomst

De in dit onderzoek uit te werken scenario’s hebben betrekking op de situatie na 2030. Dat betekent dat niet met een analyse van de huidige situatie kan worden volstaan, maar dat ook naar de veranderingen in de periode tot dat moment en daarna moet worden gekeken. Dat gebeurt in dit hoofdstuk.

3.1

Trends en ontwikkelingen

3.1.1

Demografische ontwikkeling

Het aantal inwoners van de gemeente Waddinxveen is vanaf het jaar 2000 in eerste instantie gedaald en (onder invloed van de woningbouw aan met name de zuidzijde van de gemeente) in de afgelopen jaren weer flink gestegen, zo blijkt uit de volgende tabel. Ten opzichte van 2000 is echter vooral sprake van een toename van het aantal senioren. Het aantal inwoners tot 20 jaar was in 2021 zelfs iets lager dan in 2000 en bij de groep van 20 tot 65 jaar is de toename beperkt geweest.

jaar totaal 0 tot 20 jaar 20 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

2000 26.644 7.262 16.321 3.061

2005 26.217 7.003 15.695 3.519

2010 25.400 6.378 14.985 4.037

2015 25.657 6.030 14.762 4.865

2020 29.291 6.972 16.571 5.748

2021 30.479 7.251 17.338 5.890

tabel 3.1: demografische ontwikkeling gemeente Waddinxveen 2000 – 2021 (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek)

De volgende tabel laat zien, dat het aantal inwoners van Waddinxveen volgens de demografische prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijft groeien. Daarbij moet worden opgemerkt, dat de prognose wat ‘achterloopt’ op de werkelijkheid. In de afgelopen jaren is Waddinxveen de afgelopen twee jaar namelijk iets sneller gegroeid dan waarvan in de prognose is uitgegaan. Tevens is niet met zekerheid te bepalen, in welke mate de groei van de gemeente zich zal voordoen. Dat geldt zeker voor de lange termijn. De Primos-prognose van ABF Research gaat bijvoorbeeld uit van circa 44.000 inwoners in 2050. Om die reden dienen de cijfers in de tabel niet als absolute waarheid te worden gehanteerd. Dat geldt overigens ook voor de Primos-prognose. Het gaat vooral om de trend, die laat zien dat van een toename van het aantal inwoners in alle leeftijdsgroepen wordt uitgegaan. Voor de uitwerking van de scenario’s hebben deze verschillen weinig gevolgen, te meer daar de beide prognoses niet als absolute waarheid worden opgevat en het verzorgingsgebied van het zwembad niet alleen uit Waddinxveen bestaat. Met ontwikkelingen in naburige gemeenten is, voor zover relevant, ook rekening gehouden.

jaar totaal 0 tot 20 jaar 20 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

2021 30,5 7,3 17,3 5,9

2025 30,6 6,8 17,0 6,8

2030 31,7 7,1 17,1 7,6

2035 32,5 7,2 17,0 8,3

2040 33,0 7,3 17,0 8,7

2045 33,4 7,3 17,4 8,8

2050 33,7 7,2 17,6 9,0

tabel 3.2: demografische prognose gemeente Waddinxveen 2021 – 2050 (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, cijfers in duizendtallen)

3.1.2

Zwembadtrends

Er zijn verschillende landelijke trends op het gebied van zwembaden en zwemactiviteiten, die invloed op de toekomstige zwembehoefte kunnen hebben: de aandacht voor gezond leven en bewegen blijft toenemen. Dat betekent een positieve stimulans voor sportbeoefening in het algemeen. Vooral 55-plussers blijken aanzienlijk vaker deel te nemen aan sportieve activiteiten dan in het verleden. Gezien de verwachte demografische ontwikkeling in de gemeente Waddinxveen biedt dit kansen voor het zwembad; individualisering, diversiteit en nieuwe vormen van communicatie zorgen ervoor dat maatschappelijke verbanden losser worden. Dat betekent dat sportactiviteiten steeds meer ongeorganiseerd in plaats van in verenigingsverband plaatsvinden. Het aantal leden van alle sportbonden samen is in de afgelopen jaren (zonder Covid-19) licht dalend geweest. Daar staat tegenover dat de totale sportdeelname al enige tijd vrij stabiel is. Dat betekent dat het aandeel van de ongeorganiseerde sport toeneemt. Als sportaccommodaties hierop weten in te spelen, biedt dat een kans voor ze. Een activiteit als banen zwemmen is een voorbeeld van zwemmen in ongeorganiseerd verband; 8

tegelijkertijd is er naast de individualisering en soortgelijke ontwikkelingen nog steeds ook behoefte aan ontmoeting en sociale verbondenheid. Zwembaden spelen hier soms op in door een plek te zijn waar men niet alleen kan sporten, maar ook ontmoeten. Dat is in Waddinxveen ook het geval; in het verleden heeft menig gemeente fors in recreatieve overdekte zwembaden geïnvesteerd. Ook in Waddinxveen heeft het zwembad een recreatiebad. Sinds de eeuwwisseling heeft echter landelijk een verschuiving van recreatief zwemmen naar begeleide activiteiten plaatsgevonden. Dat geldt zowel voor het bezoek aan zwembaden, als voor het karakter van nieuwgebouwde baden. Hierbij hebben demografische ontwikkelingen, gewenning aan recreatieve zwemvoorzieningen en uitbreiding van andersoortige recreatieve voorzieningen een rol gespeeld. In de afgelopen jaren is deze trend in Waddinxveen overigens niet zichtbaar geweest; landelijk is een afname van het bezoek aan buitenbaden zichtbaar. Dit heeft veelal dezelfde soort oorzaken als de zojuist vermelde verschuiving van overdekt recreatief zwemmen naar begeleide activiteiten; aquasporten, seniorenactiviteiten en therapeutische doelgroepactiviteiten zijn in de afgelopen jaren populair geweest en zullen dat in de komende jaren ook blijven.

Kritische succesfactoren voor een aantrekkelijk aanbod zijn in algemene zin: een hoge kwaliteit van de instructeurs, een goede hygiëne en dat er aandacht is voor de sportieve èn de sociale functie; les zwemmen blijft een kerntaak van zwembaden, maar ook hieraan stellen bezoekers steeds hogere eisen. Dat betreft vooral de kwaliteit van de instructeurs, de communicatie en de lengte van de wachtlijsten; de ledenontwikkeling van individuele verenigingen in de zwembaden varieert sterk. In Waddinxveen hebben zowel de Waddinxveense Reddingsbrigade, als Z&PC De Gouwe een vrij stabiel ledenaantal. Voor de toekomst verwachten zij minimaal een stabilisatie, maar onder invloed van de woningbouw veeleer een toename van het aantal leden en daarmee van het benodigde aantal uren; in het afgelopen decennium is het schoolzwemmen in veel gemeenten beperkt of afgeschaft. Naast gemeentelijke bezuinigingen speelden de reistijd en vervoerskosten daarbij vaak een rol. In Waddinxveen is geen sprake van schoolzwemmen.

3.1.3

Concurrentie

In de komende jaren verandert het ‘zwembadlandschap’ in de omgeving van Waddinxveen. Naar verwachting wordt in 2023 in Zoetermeer een nieuw zwembad in gebruik genomen, dat het bestaande zwembad De Driesprong zal vervangen. Het nieuwe zwembad wordt in de buurt van Het Keerpunt – waarvan de toekomst als zwembad overigens onzeker is – gebouwd en zal bestaan uit: een 25-meter wedstrijdbad met acht banen en een tribune; een doelgroepenbad; een recreatiebad met speelvoorzieningen en een glijbaan; een peuter- en kinderbad met speelvoorzieningen; een onoverdekte waterspeelplaats met speelelementen; een ligweide en buitenterras. Ten opzichte van het huidige voorzieningenaanbod van De Driesprong (zie bijlage 1) betekent dit een flinke uitbreiding, zowel qua capaciteit als qua functies. Met het oog op het verzorgingsgebied en voorzieningenaanbod van Gouwebad de Sniep is de invloed van deze wijzigingen op de concurrentiepositie van het zwembad in Waddinxveen naar verwachting beperkt. Voor zover bekend zijn er verder geen concrete plannen voor sluiting en/of nieuwbouw van zwemvoorzieningen in de omgeving.

3.2

Toekomstige zwembehoefte

De verschillende in paragraaf 3.1 vermelde trends en ontwikkelingen hebben tezamen een positieve invloed op de behoefte aan alle zwemactiviteiten. Dit komt vooral door de verwachte groei van het aantal inwoners van de gemeente Waddinxveen. Op basis daarvan en aan de hand van de analyse van de huidige situatie in hoofdstuk 2 en de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd, is de toekomstige zwembehoefte – uitgedrukt in bezoeken per jaar – geraamd en in de volgende tabel weergegeven. Daaruit blijkt dat er ook in de toekomst bestaansrecht is voor een zwemvoorziening in Waddinxveen. Overigens betreft dit de behoefte vanaf enkele jaren na de ingebruikname van een eventueel nieuw bad in 2031.

9

toekomstige zwembehoefte recreatief zwemmen - overdekt - onoverdekt doelgroepen les zwemmen verenigingen/verhuur totaal

bezoek 90.000 25.000 21.000 29.000 53.000 218.000

tabel 3.3: raming toekomstige zwembehoefte

3.3

Gemeentelijk beleid

Om te komen tot een aantal logische toekomstscenario’s is het van belang om een aantal beleidsuitgangspunten te benoemen, dat relevant is voor de keuzes die ten aanzien van het zwemvoorzieningenaanbod worden gemaakt. Ten eerste blijkt uit onder andere de nota ‘Vitaal sportbeleid Waddinxveen’ en het ‘Sportakkoord Waddinxveen’, dat sport door de gemeente niet alleen wordt beschouwd als doel, maar ook als middel om andere doelen te bereiken. Daarbij gaat het onder meer om doelen op het gebied van fysieke en mentale gezondheid, maatschappelijke participatie, sociale cohesie, (zwem)veiligheid en het verenigingsleven. Daarnaast richt de gemeente zich qua voorzieningenaanbod niet op de topsport maar op de breedtesport. Dat betekent dus bijvoorbeeld dat er een wedstrijdbad van olympische afmetingen niet tot de ambitie behoort. In de directe omgeving zijn verschillende zwemvoorzieningen aanwezig, vooral het Groenhovenbad en Aquarijn, die wel meer op topsport zijn gericht. Een ander aspect is dat het sportvoorzieningenaanbod in de ogen van de gemeente minder aanbodgericht en meer op de werkelijke vraag moet zijn gebaseerd. Dat betekent uitdrukkelijk niet dat alle wensen moeten worden gehonoreerd, maar dat er een goede verhouding is tussen de vraag naar en het aanbod van het zwemwater.

Een zwembad dat qua hoeveelheid zwemwater (veel) te groot of te klein is voor het werkelijke bezoek past daar niet bij.

3.4

Gesprekken en vragenlijst

Naast de toekomstige zwembehoefte en het gemeentelijk beleid kunnen de gesprekken en de resultaten van het onderzoek van Moventem input vormen voor de uit te werken toekomstscenario’s. De twee verenigingen hebben aangegeven, dat zij in elk geval een wedstrijdbad met een lengte van 25 meter en zes banen nodig hebben, dat bovendien over een (gedeeltelijk) beweegbare bodem beschikt en een diepte van minstens 2,00 meter. Ook hechten ze sterk aan een verenigingsruimte, een passende watertemperatuur en voldoende capaciteit van de bijbehorende faciliteiten (zoals de bergruimte, de tribune en de horeca). In de andere gesprekken werd het belang van een wedstrijdbad van 25 meter met zes banen en een (gedeeltelijke) beweegbare bodem ook benadrukt. Dat geldt ook voor het belang van een doelgroepen-/instructiebad met een (volledig) beweegbare bodem. Een dergelijk bad kan een deel van de huidige activiteiten van het wedstrijdbad ‘overnemen’, zorgt voor extra capaciteit voor met name de doelgroepactiviteiten, het les zwemmen, de verenigingen en de drie huidige ‘zorg gerelateerde’ huurders (Praktijk Joosten, Ipse de Bruggen en Basalt Revalidatie) en maakt het mogelijk om in het wedstrijdbad een relatief lage watertemperatuur en in het doelgroepen-/instructiebad een wat hogere temperatuur te hanteren.

Over het belang van een recreatiebad en met name een buitenbad wordt door de gesprekspartners verschillend gedacht. Uit de resultaten van het onderzoek van Moventem blijkt, dat de respondenten in het nieuwe zwembad vooral graag een recreatiebad (55%), een wedstrijdbad van 25 of 50 meter (53%) en een buitenbad met speel-/ligweide (52%) willen terugzien. Daarna volgt een glijbaan (23%), die vooral door respondenten tot 20 jaar vaak wordt genoemd (64%). Die laatste leeftijdscategorie hecht ook meer waarde aan een stroomversnelling/wildwaterbaan (42%) dan aan een buitenbad met speel-/ligweide (36%) of recreatiebad (39%). Aan de overige mogelijke voorzieningen wordt duidelijk minder prioriteit gegeven. Daarbij wordt wel opgemerkt, dat de respondenten van 30 tot 40 jaar vaker dan de overige respondenten voor een spraypark/waterspeeltuin kiezen (29% om 13%).

10

Uit te werken toekomstscenario’s

3.5

Op basis van de raming van de toekomstige zwembehoefte (zie paragraaf 3.2) en uitgaande van circa 225 bezoeken per vierkante meter zwemwater is voor het overdekte bezoek circa 860 m² zwemwater nodig. Daarbij gaat het om zwemwater in bassins met een verschillende lengte, breedte, diepte, watertemperatuur en functie. Een hierbij passend aanbod bestaat uit een wedstrijdbad van 25 x 15,40 meter (zes banen) met een gedeeltelijk beweegbare bodem, een doelgroepen-/instructiebad van 20 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem en een recreatiebad van circa 250 m². Ter aanvulling hierop kunnen verschillende faciliteiten worden toegevoegd, zoals een peuterbad van 25 m² (voor de allerkleinsten), een glijbaan (bij het recreatiebad), een whirlpool (vooral voor wat oudere bezoekers interessant), een tribune bij het wedstrijdbad, een horecavoorziening en een verenigingsruimte. Voor de invulling van het totale onoverdekte recreatieve bezoek is een verwarmd buitenbad met ondiep, middeldiep en diep zwemwater van in totaal circa 500 m² passend. Dat kan worden ingevuld door middel van een combinatie van een diep wedstrijdbad van 25 x 10 meter (vier banen) met een middeldiep recreatiebad van circa 150 m² met een glijbaan, plus een spraypark van circa 100 m². Hierbij hoort ook een ligweide.

Op deze wijze worden de in paragraaf 3.4 vermelde wensen grotendeels ingewilligd.7 Een gemeente is echter niet ‘verplicht’ om de totale zwembehoefte te accommoderen en op deze wijze in te vullen. Zij kan daarin keuzes maken, al dan niet onder invloed van de financiële mogelijkheden. Sommige gemeenten vinden dat zij geen rol hebben bij het realiseren van expliciet recreatieve zwembaden. Zij stellen zich op het standpunt dat een substantieel deel van het recreatief zwemmen (in de vorm van banen zwemmen) sowieso niet in een recreatiebad plaatsvindt. Dat geldt wel voor het recreatief zwemmen in de vorm van vrij zwemmen, maar ook dat kan desgewenst in een wedstrijdbad en doelgroepen-/instructiebad plaatsvinden, zij het dat er dan wel minder specifieke recreatieve voorzieningen zijn. Daarnaast is door een aantal partijen waarmee gedurende dit onderzoek is gesproken aangegeven, dat het belang van een wedstrijdbad en een doelgroepen-/instructiebad groter is dan het belang van een overdekt recreatiebad en een buitenbad. Tevens ligt in de doelstelling van het gemeentelijk beleid van Waddinxveen meer nadruk op zwemactiviteiten waarvoor geen recreatiebad of buitenbad nodig is. Het niet opnemen van specifieke recreatieve voorzieningen heeft uiteraard consequenties voor het bezoek van een nieuw zwembad.

Op basis van het voorgaande kan een aantal scenario’s worden benoemd, waarin verschillende keuzes worden gemaakt wat betreft de nadruk die op de verschillende zwemactiviteiten en de bijbehorende voorzieningen wordt gelegd. Deze scenario’s worden in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 nader uitgewerkt.

3.5.1

Scenario 1

In dit scenario kunnen alle soorten zwemactiviteiten worden aangeboden. Er is echter geen sprake van een overdekt recreatiebad. Ook is er geen buitenbad, maar wel een spraypark. Dit is een steeds vaker voorkomende, kleinschalige recreatieve buitenvoorziening, die vooral op de jongste bezoekers is gericht en ook op minder zonnige dagen een zekere aantrekkingskracht heeft. Dat is een verschil met een buitenbad. De configuratie is in dit scenario als volgt: een wedstrijdbad van 25 x 15,40 meter (zes banen) met een gedeeltelijk beweegbare bodem en een maximale diepte van 2,50 meter; een doelgroepen-/instructiebad van 20 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem en een diepte van 0,00 tot 2,00 meter; aanvullende overdekte faciliteiten: een peuterbad van 25 m² met een diepte van 0,20 meter; een glijbaan; een whirlpool; een tribune bij het wedstrijdbad; een horecavoorziening; een verenigingsruimte; buiten: een spraypark van circa 100 m². 7

De stroomversnelling/wildwaterbaan is in de scenario’s niet expliciet benoemd. Indien echter voor scenario 2 of scenario 3 wordt gekozen, kan dit in de uitwerking daarvan onderdeel zijn van het overdekte recreatiebad.

11

3.5.2

Scenario 2

In dit scenario wordt scenario 1 aangevuld met een overdekt recreatiebad. Hiermee wordt het volledige potentiële overdekte recreatieve bezoek een plek geboden. De configuratie is in dit scenario als volgt: een wedstrijdbad van 25 x 15,40 meter (zes banen) met een gedeeltelijk beweegbare bodem en een maximale diepte van 2,50 meter; een doelgroepen-/instructiebad van 20 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem en een diepte van 0,00 tot 2,00 meter; een recreatiebad van 250 m²; aanvullende overdekte faciliteiten: een peuterbad van 25 m² met een diepte van 0,20 meter; een glijbaan; een whirlpool; een tribune bij het wedstrijdbad; een horecavoorziening; een verenigingsruimte; buiten: een spraypark van circa 100 m².

3.5.3

Scenario 3

In dit scenario wordt scenario 2 aangevuld met een volwaardig buitenbad met een glijbaan en een ligweide. De configuratie is in dit scenario als volgt: een wedstrijdbad van 25 x 15,40 meter (zes banen) met een gedeeltelijk beweegbare bodem en een maximale diepte van 2,50 meter; een doelgroepen-/instructiebad van 20 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem en een diepte van 0,00 tot 2,00 meter; een recreatiebad van 250 m²; aanvullende overdekte faciliteiten: een peuterbad van 25 m² met een diepte van 0,20 meter; een glijbaan; een whirlpool; een tribune bij het wedstrijdbad; een horecavoorziening; een verenigingsruimte; buiten: een gecombineerd wedstrijd- en recreatiebad, bestaande uit: een diep gedeelte van 25 x 10 meter (vier banen) met een maximale diepte van 2,50 meter; een middendiep gedeelte van 150 m²; een spraypark van circa 100 m²; een glijbaan; een ligweide.

3.5.4

Scenario 4

In dit scenario wordt het huidige zwembad in 2030 gesloten en wordt er geen nieuw zwembad gebouwd.

12

4.

Nieuwbouwscenario’s

4.1

Ruimtestaat en stichtingskostenraming

Op basis van de beschrijving van de drie nieuwbouwscenario’s in paragraaf 3.5 is per scenario een ruimtestaat opgesteld. Een samenvatting daarvan is in de volgende tabel weergegeven: ruimtestaat entreegebied bassins binnenbad kleedruimten personeelsruimten horeca en verenigingsruimte overige ruimten totaal netto vloeroppervlak totaal bruto vloeroppervlak spraypark oppervlak buitenbassins totaal oppervlak

scenario 1 128 1.561 255 138 340 646 3.068 3.743 100 0 3.843

scenario 2 128 2.106 386 138 340 693 3.791 4.625 100 0 4.725

scenario 3 128 2.106 443 138 340 897 4.052 4.943 100 400 5.443

tabel 4.1: ruimtestaten scenario’s

Aan de hand van de ruimtestaten is voor elk scenario een stichtingskostenraming opgesteld (zie de volgende tabel voor een samenvatting en bijlage 3 voor een specificatie).

stichtingskostenraming kosten gemeente kosten D&B aannemer onvoorzien totaal

scenario 1 1.091.000 15.070.000 808.000 16.969.000

scenario 2 1.290.000 17.796.000 954.000 20.040.000

scenario 3 1.505.000 20.880.000 1.119.000 23.504.000

tabel 4.2: stichtingskostenramingen scenario’s

Voor de stichtingskostenraming gelden de volgende uitgangspunten: alle bedragen zijn exclusief btw en prijspeil 2021; kwaliteitsniveau: basis; architectuurniveau: basis; duurzaamheidsniveau: plus (gasloos/all-electric en BENG8); kapitaalrente: 1,5%; bouwkostenstijging per jaar: 3,0%; prijsinvloed als gevolg van marktwerking: 2,0%; onvoorziene kosten: 5,0%; totale bouwtijd project: 48 maanden in scenario 1, 52 maanden in scenario 2, 56 maanden in scenario 3 (voorbereiding, aanbesteding, ontwerp en bouwtijd); contractvorm is UAV-GC, waarbij het ontwerp (inclusief alle adviseurs daartoe) bij de uitvoerende partij ligt (Design and Build); de raming is exclusief: eventuele kosten voor parkeervoorzieningen; grondkosten, zoals de kosten voor eventuele verwerving van de grond, notariskosten, grondonderzoekskosten en kosten voor het bouwrijp maken van de locatie; sloopkosten van het bestaande zwembad; specifieke locatie gebonden kosten, zoals eventuele kosten ten gevolge van planschade, bodemverontreiniging, archeologie, infrastructurele ontsluitingen van het buitenterrein, het omleggen kabels en leidingen, compensatie van de bebouwing door uitbreiding van water (ten gevolge van de watertoets) en de aanwezigheid van explosieven. 8

BENG: Bijna Energie Neutraal Gebouw.

13

4.2

Bezoekraming

In paragraaf 3.2 is de toekomstige zwembehoefte geraamd. Dat betekent echter niet dat in elk scenario op dat aantal bezoeken mag worden gerekend. In scenario 1 is immers geen overdekt recreatiebad opgenomen en bestaat het buitengedeelte alleen uit een spraypark. Dat laatste geldt ook voor scenario 2. Dit betekent dat het aantal bezoeken van het recreatief zwemmen in elk van de scenario’s verschilt. Op basis van de analyses in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd en de resultaten van het onderzoek van Moventem is het aantal bezoeken per jaar geraamd (zie de volgende tabel). Het bezoek van doelgroepen, les zwemmen en verenigingen/verhuur is in alle scenario’s gelijk. Dat hangt immers niet samen met de aanwezigheid van een overdekt recreatiebad of een buitenbad. Dit is wel het geval bij het recreatief zwemmen. Het overdekte recreatieve bezoek is in scenario 1 duidelijk lager dan in de andere scenario’s, omdat er door het ontbreken van een recreatiebad minder bezoek van vrij zwemmen zal zijn. (Voor de andere vorm van recreatief zwemmen – het banen zwemmen – maakt het geen verschil.) Daarnaast zorgt de aanwezigheid van een spraypark voor enig onoverdekt recreatief bezoek, maar niet zo veel als wanneer er een volwaardig buitenbad wordt gebouwd (scenario 3).

bezoekraming recreatief zwemmen - overdekt - onoverdekt doelgroepen les zwemmen verenigingen/verhuur totaal

scenario 1

scenario 2

scenario 3

55.000 5.000 21.000 29.000 53.000 163.000

90.000 5.000 21.000 29.000 53.000 198.000

90.000 25.000 21.000 29.000 53.000 218.000

tabel 4.3: bezoekraming scenario’s

4.3

Exploitatieraming

Voor elk scenario is een exploitatieraming opgesteld (zie de volgende tabel voor een samenvatting en bijlage 4 voor een specificatie).

exploitatieraming totaal baten totaal lasten exploitatieresultaat groot onderhoud exploitatieresultaat incl. groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten compensatie SPUK Sport exploitatieresultaat totaal incl. SPUK Sport

scenario 1 921.700 1.174.200 -252.500 220.100 -472.600 960.000 -1.432.600 -271.200 -1.161.400

scenario 2 1.155.500 1.473.600 -318.100 259.500 -577.600 1.137.300 -1.714.900 -329.300 -1.385.600

scenario 3 1.262.500 1.636.900 -374.400 295.600 -670.000 1.328.900 -1.998.900 -380.000 -1.618.900

tabel 4.4: exploitatieraming scenario’s

Voor de exploitatieraming gelden de volgende uitgangspunten. Algemeen De bedragen zijn prijspeil 2021; de gemeentelijke organisatie blijft de exploitant van het zwembad. Om die reden is sprake van een btw-onbelaste exploitatie. De btw-regelgeving is sinds 1 januari 2019 gewijzigd. Tot dat moment was op sportactiviteiten het btw-regime ‘geven van gelegenheid tot sportbeoefening’ van toepassing en konden exploitanten de btw in aftrek brengen c.q. verrekenen. Dat leverde een financieel voordeel op, doordat de btw over de baten (9%) lager was dan over de lasten (21%). Door de uitbreiding van de btw-vrijstelling (het zogeheten Sportbesluit) is dat niet meer het geval, behalve voor exploitanten met een winstoogmerk.

14

Baten Het bezoek is conform de raming in paragraaf 4.2; de gemiddelde omzet per bezoek is mede op de huidige tarieven van Gouwebad de Sniep gebaseerd. Daarbij is rekening gehouden met de verschillen wat betreft het voorzieningenaanbod in de verschillende scenario’s. In scenario 1 is van een lagere gemiddelde omzet per recreatieve bezoeker en een lagere gemiddelde horecaomzet per bezoeker uitgegaan, omdat het recreatieve bezoek in dat scenario voor een relatief kleiner deel uit bezoek van het vrij zwemmen en voor een relatief groter deel uit bezoek van het banen zwemmen bestaat; de horecaomzet is op een gemiddelde omzet per bezoek gehanteerd, zoals die in soortgelijke zwembaden wordt gerealiseerd. Of de horeca van een nieuw zwembad door de exploitant van het zwembad (de gemeente) of door een externe partij moet worden geëxploiteerd, is een discussie die losstaat van het onderwerp van dit onderzoek. Hier is aangenomen dat de gemeente ook de horeca exploiteert, maar dat betekent niet dat er geen andere keuze kan worden gemaakt. Lasten De personele inzet is gebaseerd op een efficiënte openstelling, gedeeltelijke sleutelverhuur, een gecombineerde inzet in de horeca en de receptie, eigen inzet voor schoonmaak en exploitatie van de horeca door de exploitant van het zwembad.

In scenario 1 leidt dit vergeleken met de huidige situatie waarschijnlijk tot een beperkt (circa 1,5 fte) personeelsoverschot. Hiervoor zijn geen extra kosten opgenomen, omdat het mogelijk moet zijn om in de periode tot en met 2030 dit overschot op een andere wijze te minimaliseren; de gemiddelde personeelskosten per fte zijn op de huidige situatie gebaseerd, waarin de gemeente als exploitant van het zwembad optreedt en de medewerkers onder de ambtelijke cao vallen;9 de energielasten zijn gebaseerd op het in paragraaf 4.1 vermelde uitgangspunt ten aanzien van duurzaamheid. Daarnaast is aangenomen dat het buitenbad, net als in de huidige situatie, wordt verwarmd; de kosten van dagelijks onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; de verdere lasten zijn op benchmarkcijfers van soortgelijke, nieuwe zwembaden gebaseerd. Eigenaarslasten De kosten van groot onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; de kapitaallasten zijn op het gemeentelijke afschrijvingsbeleid gehanteerd, namelijk: er is sprake van lineaire afschrijving. Om die reden zijn de gemiddelde jaarlasten weergeven.

Bij lineaire afschrijving nemen de jaarlasten immers elk jaar af, waardoor de kosten in het eerste jaar geen goed beeld geven van de lasten gedurende de volledige afschrijvingstermijn; de rente is 1,5%; de investeringen met betrekking tot installaties en inventaris worden over 15 jaar afgeschreven, terwijl voor de bouwkundige investeringen een afschrijvingstermijn van 40 jaar geldt.10 Compensatie SPUK Sport Vanwege het eerder in deze paragraaf vermelde financiële nadeel ten gevolge van de gewijzigde btw-regelgeving zijn twee compensatieregelingen in het leven geroepen, namelijk een specifieke uitkering voor gemeenten (SPUK Sport) en een subsidieregeling voor verenigingen en stichtingen (BOSA). Met de gemeente als exploitant van het zwembad kan zij gebruikmaken van de SPUK Sport. Die uitkering houdt in dat 17,5% van de kosten met betrekking tot exploitatie, onderhoud en investeringen wordt gecompenseerd, uiteraard voor zover er op die kosten btw drukt. Hierbij moet worden vermeld, dat de regeling een plafond heeft. Bij overschrijding daarvan krijgen gemeenten naar rato een lagere uitkering. Ook dient de uitkering jaarlijks opnieuw te worden aangevraagd en loopt de regeling momenteel tot en met 2023. Over de voortzetting ervan na die periode is nog geen definitief besluit genomen.

Wel is duidelijk dat de betreffende middelen op een nader te bepalen manier bij gemeenten terecht zullen komen. Vandaar dat in de exploitatieraming is aangenomen, dat de gemeente linksom of rechtsom 17,5% van de betreffende kosten ‘terugkrijgt’.

Ten opzichte van de cao’s die veelal door private zwembadexploitanten worden gehanteerd, sluit de ambtelijke cao minder goed aan op de specifieke kenmerken van het werken in een zwembad, zoals het feit dat daar ook vaak ’s avonds en in het weekend personele inzet nodig is. De ambtelijke cao is daardoor duurder dan bijvoorbeeld de cao Zwembaden. 10 Overigens gaat een flink deel van de installaties langer dan 15 jaar mee. 9

15

4.4

Ruimtelijke inpassing

Een locatieonderzoek voor een eventueel nieuw zwembad valt buiten van dit onderzoek. Dat geldt ook voor een studie van de mogelijkheden op het huidige sportpark De Sniep. Wel is nagegaan hoeveel ruimte er in de drie scenario’s voor de realisatie van het nieuwe bad nodig is en of daarvoor op De Sniep voldoende plek zou zijn. De volgende tabel laat per scenario zien hoeveel vierkante meter er in elk scenario nodig is. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: bebouwd vloeroppervlak: dit is niet gelijk aan het totaal bruto vloeroppervlak in tabel 4.1, omdat een deel van de ruimten op de eerste verdieping wordt gesitueerd; onbebouwd verhard: dit betreft de verharde ruimte rond de accommodatie, bijvoorbeeld bij de entree en om het bad heen; onbebouwd onverhard: dit betreft de buitenruimte, waaronder de voorzieningen in de buitenlucht, de looproute daarheen en (in scenario 3) de ligweide.

footprint - bebouwd vloeroppervlak - onbebouwd verhard - onbebouwd onverhard - totaal

scenario 1 3.023 200 756 3.979

scenario 2 3.888 200 972 5.060

scenario 3 4.122 200 5.330 9.652

tabel 4.5: footprint scenario’s11

Uit een eerste inventarisatie blijkt dat er op het sportpark in totaal circa 5.700 m² beschikbaar is, die op de een of andere wijze kan worden ingevuld. Als de locatie van de tennishal beschikbaar zou komen, komt hier nog circa 2.800 m² bij. Het gaat echter om verschillende stukken grond, die niet aaneengesloten liggen. Dit betekent dat scenario 3 niet op het sportpark kan worden gerealiseerd, zonder dat dit ten koste gaat van andere functies op het sportpark. Scenario’s 1 en 2 kunnen beter worden ingepast. Het is echter niet uitgesloten, dat bij deze scenario’s op het sportpark met functies moet worden geschoven om een nieuw zwembad in te kunnen passen. Hierbij is aangenomen en wordt geadviseerd, dat een nieuw zwembad niet op exact de huidige locatie wordt gebouwd. Dat betekent namelijk dat het bestaande zwembad eerst moet worden gesloopt en niet geopend blijft tot dat het nieuwe bad gereed is. Dit is zeer ongewenst, omdat de bezoekers dan enkele jaren niet over een zwembad kunnen beschikken.

11

De cijfers zijn exclusief de benodigde ruimte voor parkeervoorzieningen. Er is immers een parkeerterrein aanwezig. Of daar ook gebruik van kan worden gemaakt, is volledig afhankelijk van de wijze waarop het sportpark wordt ingedeeld en waar het nieuwe zwembad wordt gerealiseerd. Vandaar dat daar binnen dit onderzoek geen uitspraak over kan worden gedaan.

16

5.

Scenario 4: geen zwembad na 2030

Indien het huidige zwembad in 2030 wordt gesloten en er geen nieuw bad wordt gebouwd, moeten de bezoekers op zoek naar een alternatief. Het is de vraag of die alternatieven over voldoende capaciteit beschikken om de totale toekomstige zwembehoefte te kunnen accommoderen. Ook wanneer dat het geval is, betekent dit niet dat alle zwemmers ook bereid en/of in staat zijn om de overstap naar de alternatieven te maken. Hierop wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan.

5.1

Mogelijke alternatieven

In paragraaf 2.2 zijn de zwemvoorzieningen in de omgeving van Waddinxveen in kaart gebracht. Daaruit bleek dat er vanaf Gouwebad de Sniep binnen 20 autominuten en/of autokilometers verschillende zwembaden met overdekt zwemwater kunnen worden bereikt. Het Groenhovenbad in Gouda is voor alle activiteiten met uitzondering van het vrij zwemmen het dichtstbijzijnde alternatief. Voor specifiek recreatief overdekt zwemwater kunnen zwemmers in Zevenkampse Ring (Rotterdam) en De Hoorn (Alphen aan den Rijn) terecht. Wat betreft het buitenbad zijn er vele alternatieven beschikbaar, waarvan het Groenhovenbad, het Polderbad (Nieuwerkerk aan den IJssel), De Hazelaar (Hazerswoude-Dorp) en De Fuut (Reeuwijk) de snelst bereikbare baden zijn. Het feit dat er diverse alternatieven zijn, betekent niet dat zij per definitie voldoende capaciteit ‘over hebben’ om het toekomstige bezoek van Gouwebad de Sniep onderdak te kunnen bieden. Wat betreft het onoverdekte zwemmen moet dat geen probleem zijn, want er zijn meer dan voldoende baden in de omgeving aanwezig. Ook is uit eerdere onderzoeken van Synarchis en andere partijen bekend, dat minstens een deel van die baden nog over voldoende capaciteit beschikt. Bij het overdekte zwemmen is het beeld gedeeltelijk anders: recreatief zwemmen: gezamenlijk bieden de zwembaden in de omgeving voldoende capaciteit om de behoefte op te vangen.

Dat geldt zowel voor het banen zwemmen als voor het vrij zwemmen. Daarbij moet wel worden vermeld, dat het vrij zwemmen dan niet altijd in een specifiek recreatiebad kan plaatsvinden. Alleen Zevenkampse Ring en De Hoorn beschikken daar immers over. In die zin kan voor deze activiteit van een kwalitatief capaciteitsknelpunt(je) worden gesproken; doelgroepactiviteiten: gezamenlijk bieden de zwembaden in de omgeving voldoende capaciteit om de behoefte op te vangen; les zwemmen: gezamenlijk bieden de zwembaden in de omgeving voldoende capaciteit om de behoefte op te vangen. Dit betekent niet dat iedereen meteen kan beginnen, maar wel dat dit binnen afzienbare tijd mogelijk is; verenigingen/verhuur: hierbij doet zich het grootste capaciteitsprobleem voor. De activiteiten van Z&PC De Gouwe en de Waddinxveense Reddingsbrigade vinden logischerwijs grotendeels op de doordeweekse avonden plaats en dat is ook in veel andere zwembaden de drukste periode van de dag. In de meeste andere zwembaden zijn ook verenigingen actief, die op die momenten zwemwater huren. Dit betekent niet dat de verenigingen helemaal nergens terechtkunnen, maar wel dat het overgrote deel van hun uren niet elders kan worden geplaatst. Dit geldt niet voor de drie huidige zorg gerelateerde huurders van Gouwebad de Sniep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801822/2