Bijlage 1 Businesspark Vredenburgh fase 2_vastgesteld_1_Toelichting
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPbpvbf2-0401
Businesspark Vredenburgh fase 2
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM
VERSIE
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
4
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Projectgebied 1.3 Leeswijzer
7 7 7 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Nieuwe situatie
11 11 15
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
19 19 25 28 31
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Geluidhinder 4.2 Luchtkwaliteit 4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.4 Externe veiligheid 4.5 Ecologie en stikstof 4.6 Bodem 4.7 Archeologie 4.8 Water 4.9 M.e.r.-beoordeling
35 35 36 38 39 41 45 46 46 47
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Plansystematiek 5.2 Opbouw regels 5.3 Toelichting bij de regels 5.4 Handhaafbaarheid
49 49 49 51 51
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53 53
Toelichting
5
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
6
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In de gemeente Waddinxveen is de vraag naar bedrijfskavels in de afgelopen jaren flink aangetrokken. Op diverse bedrijventerreinen heeft zich de afgelopen jaren uitgifte van hectaren bedrijventerrein voorgedaan. Mede daardoor is nog maar een beperkt aantal hectare voor nieuwvestiging en/of uitbreiding beschikbaar. Daarnaast wordt er door verschillende initiatiefnemers gewerkt aan de herontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein Noordkade. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dienen bedrijfsverplaatsingen van diverse bedrijven uit dit gebied plaats te vinden. Momenteel zijn er echter geen verplaatsingsmogelijkheden voor de zittende bedrijven. Binnen de gemeente zijn alle bestaande terreinen gevuld en ook in de regio is bijna geen grond meer beschikbaar. Onderdeel van de ontwikkeling Glasparel+ is een kavel van circa 29 ha welke bestemd is voor glastuinbouw (kavel G2). Dit perceel ligt direct ten westen van Businesspark Vredenburgh. Ondanks een zeer voorspoedige ontwikkeling en uitgifte van het project Glasparel+ is het nog niet gelukt een glastuinbouwbedrijf te vinden dat zich wil vestigen op deze locatie. Daarnaast geeft de initiatiefnemer aan dat het voor glastuinbouwbedrijven lastig is om geld van de bank te krijgen zonder duurzame energie. Het verkrijgen van duurzame energie is voor deze locatie voorlopig onzeker.
Desondanks is van de oorspronkelijk ambitie om 90 ha glastuinbouw binnen Glasparel+ te ontwikkelingen circa 60 ha ingevuld. Wayland Developments - de initiatiefnemer van voorliggend plan - is voornemens om een perceel van circa 29 hectare (bruto) aansluitend aan het bestaande Businesspark Vredenburgh - om te zetten naar bedrijventerrein. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Glasparel +' staat de ontwikkeling van het beoogde bedrijventerrein niet toe, gezien de gronden in dit bestemmingsplan bestemd zijn voor agrarische doeleinden (glastuinbouw). De initiatiefnemer wil de ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk maken door middel van een herziening van het juridisch-planologisch kader. In voorliggend bestemmingsplan wordt de nieuwe bestemming voor de gronden binnen het plangebied wettelijk geregeld, waarmee de beoogde ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Projectgebied
De ontwikkeling van Businesspark Vredenburg fase 2 is geprojecteerd aan de westzijde van de gemeente Waddinxveen. Specifieker aangeduid wordt het gebied aan de noordwestzijde begrensd door de glastuinbouwbedrijven gevestigd op de Abraham Kroesweg en de Zesde Tochtweg. De zuidwestzijde van het gebied wordt begrensd door de waterloop de 'Vijfde tocht'. De zuidoostelijke grens van het gebied grenst aan de Piet Stuurmanweg. De noordoostgrens van het gebied grenst aan de bedrijfsbebouwing aan de Vredenburghlaan. Op de onderstaande luchtfoto is de globale ligging van het besluitgebied in zijn directe omgeving te zien. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de planverbeelding.
Toelichting
7
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Figuur 1.1: Ligging plangebied Bestemmingsplan Glasparel+ Het plangebied is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan 'Glasparel+', vastgesteld op 17 juli 2014. Binnen dit bestemmingsplan geld voor de projectlocatie de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Ter plaatse van het gehele plangebied is een bouwvlak opgenomen. Langs de Piet Stuurmanweg is tevens de 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn- 1' opgenomen. De beoogde ontwikkeling van bedrijventerrein Businesspark Vredenburgh fase 2 past niet binnen de gebruiks- en bouwregels van het vigerende bestemmingsplan. Om deze redenen is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan maakt het mogelijk om de gewenste planontwikkeling te realiseren en geeft de nieuwe kaders aan het plangebied.
Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding 'Bestemmingsplan Glasparel+' (plangebied rood omkaderd)
8
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Beeldkwaliteitsplan Voor het 'Bestemmingsplan Glasparel+' zijn meerdere beeldkwaliteitsplannen opgesteld: gericht op doelgroep en gebruik is gezocht naar een eenduidige en eenvoudige set regels die de beeldkwaliteit optimaal kunnen borgen. In totaal zijn er vier beeldkwaliteitsplannen: Beeldkwaliteitsplan Glasparel, voor het deel glastuinbouw; Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein, voor LogistiekPark A12 en Achter de Plasweg; Beeldkwaliteitsplan Businesspark Vredenburgh, voor de agribusiness; Beeldkwaliteitsplan Woningbouw, voor de gebieden Wonen aan de Plasweg en aan de Bredeweg. De beeldkwaliteitsplannen zijn zodanig ingedeeld, dat er een beperkte algemene set beeldkwaliteitsregels bestaan voor de verschillende deelgebieden en eventuele aanvullende, specifieke regels voor zones die een bepaalde kwaliteit vereisen. Voor onderhavig bestemmingsplan is er een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan is nader uiteengezet in paragraaf 3.4.2.
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Toelichting
9
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
10
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en bestaande situatie De Zuidplaspolder, waarin het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gelegen, is één van de vele droogmakerijen die Nederland rijk is. Ze is gelegen in de provincie Zuid-Holland, tussen Zevenhuizen, Moerkapelle, Waddinxveen, Gouda, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel. De polder is ontstaan als gevolg van ontvening, waardoor er in het begin van de 19e eeuw een groot meer heeft gelegen. Dit meer heette de 'Zuidplas', waaraan de huidige polder haar naam heeft ontleend. Aan het begin van de 19e eeuw is begonnen met de planvorming en ontpoldering van het gebied om de veiligheid van de omliggende gebieden te waarborgen, maar ook om landbouwgrond te winnen. De inrichting van de Zuidplaspolder is een spiegel van de geschiedenis van dit deel van laag Nederland. Na de drooglegging is de structuur van rechte wegen en tochten in één keer aangelegd, waarbij blokken ontstonden van ongeveer 800 bij 800 meter. De lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht vormde de basis voor dit zogenaamde grid. Het resultaat was een waterrijke (ca. 10%), rechthoekig verkavelde polder met lange, smalle kavels. Het grid heeft de polder een helder en leesbaar landschap gegeven, dat 150 jaar later nog steeds goed zichtbaar is.
Van oudsher vond in het noordelijk deel (waarbinnen het plangebied ligt) akkerbouw plaats en in het nattere zuidoostelijke deel melkveehouderij. In de eerste helft van de vorige eeuw zijn drie spoorlijnen en twee rijkswegen (A12 en A20) over het grid heen gelegd, deze liggen ten zuiden van het plangebied. Intensivering in de landbouw heeft er in de loop der tijd toe geleid dat in het noordwestelijke deel veel percelen zijn vergroot door het dempen van sloten en dat akkerbouw daar gedeeltelijk is verdrongen door (glas)tuinbouw. De ringvaart vormt een schakel in tijd en ruimte tussen het oude land en het nieuwe drooggelegde land. De ringvaart omsluit aan drie zijden de Zuidplaspolder. Langs de vaart staan symbolen van zowel de strijd tegen het water (molens, gemalen, sluizen) als het gebruik van het land (bruggen, pakhuizen). De ringvaart verbindt bovendien de verschillende dorpen met elkaar.
Toelichting
11
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
2.1.2 Landschap en functionele analyse De Zuidplaspolder is een bedacht en gemaatvoerd landschap. De basisstructuur van het cultuurlandschap is een landschap van linten en tochten, opgebouwd uit een basisraster van 800 x 800 meter; een landschap van groene en blauwe lijnen. Tussen de linten en tochten ligt het grootschalige polderlandschap. Dit landschap is op haar beurt weer onderverdeeld in kleinere eenheden, gebaseerd op een fijner raster. De landschappelijke identiteit rondom het plangebied wordt zodoende bepaald door polderlinten en tochten. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan wordt aan de zuidwestzijde begrensd door één van deze tochten, namelijk de Vijfde Tocht. De Vijfde Tocht is te typeren als één van de ruimtelijke ruggengraten van het gebied. Wonen aan de Plasweg Langs de ten zuiden van het plangebied gelegen Plasweg, welke fungeert als een ontsluitingsweg, wordt gewoond en gewerkt. Kenmerkend voor dit lint is de (veelal) grote kavelstructuur. Op deze kavels bevindt zich een combinatie van woningen en schuren op het achtererf. Het lint wordt steeds dichter richting de bebouwde omgevings van Waddinxveen. De wegen met beplantingsstructuur vormen duidelijk leesbare 'lijnen in het landschap'; de kenmerkende grootschalige blokstructuur die ook op de kaart goed leesbaar is.
Middels het vigerende bestemmingsplan 'Glasparel+' is tussen het plangebied en de Plasweg nieuwe woonbebouwing mogelijk gemaakt. De nieuw te bouwen woningen hebben het mogelijk gemaakt om de Plasweg als een dubbel woonlint te gebruiken. Dit betekent dat zowel aan de oostelijke als aan de westelijke zijde het oude lint geflankeerd is met woonkavels. Om de identiteit van de Plasweg te waarborgen zijn de woningen zo veel mogelijk ontsloten via de achterkant van de kavel (via onder andere de Cornelis Broerweg). Expositielandschap De grootschalige productielandschappen ter plaatse van het glastuinbouwgebied en het logistieke cluster wordt middels een zogenaamd 'expositielandschap' van het woonlandschap langs de Plasweg gescheiden. Dit oude cultuurhistorische lint wordt de overgangszone waarin zowel de ruimtelijke als de milieutechnische contrasten samengebracht worden. Om deze overgang meer te laten zijn dan een 'hinderafstand' of een beplantingsscherm, wordt de ruimte ontworpen als een nieuwe landschappelijke grootheid; het expositielandschap. Een nieuw grootschalig landschap dat 'weerstand' kan bieden ten opzichte van de grootschalige productielandschappen van glastuinbouw en bedrijventerrein. Dit landschap absorbeert het kleinschalige woningbouwprogramma.
Hier tonen zich de verschillende programma's van de Glasparel+ en worden de nieuwe kwaliteiten van de woongebieden, de glastuinbouw, de agribusiness en van het logistieke bedrijventerrein geëxposeerd.
12
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Figuur 2.1 Zicht vanaf de Piet Stuurmanweg op de nieuwe woningen langs de Plasweg met in de voorgrond het zogenaamde 'expositielandschap' Businesspark Vredenburgh Direct ten noordoosten van het plangebied ligt Businesspark Vredenburgh fase 1. Door de aanleg van de Bentwoudlaan - Vredenburghlaan is deze locatie aangewezen voor de ontwikkeling van agribusiness (t/m milieucategorie 3.2). De agribusiness-gebouwen samen vormen een nieuwe voorkant van het ontwikkelingsgebied, een nieuwe entree. De locatie ontwikkelt zich als een zichtlocatie langs deze nieuwe hoofdweg rond Waddinxveen. Tegelijkertijd is het gebied een verbindingszone tussen de bestaande bebouwing van Waddinxveen, de Plasweg en de Zesde Tochtweg en verbindt het de Vredenburghzone en de recreatieve zone aan de westkant van Waddinxveen. De gebouwen aan de zuidkant van de Bentwoudlaan - Vredenburghlaan worden ontsloten aan de zuidzijde, via de nieuw aangelegde Piet Stuurmanweg. Om recht te doen aan de ruimtelijke inpassing ten opzichte van de bestaande omgeving is het gebied onderverdeeld in een aantal zones. Direct aansluitend aan het glastuinbouwgebied -en dus aan het plangebied van onderhavig bestemmingsplan- wordt de grootschalige agribusiness ingepast. Dit zijn grootschalige gebouwen, waarbij er een intensieve bevoorrading moet kunnen plaatsvinden.
Deze gebouwen hebben een representatieve zijde aan de kant van de nieuwe ontsluitingsweg en aan de minder representatieve zijde sluiten ze aan op de interne ontsluitingsweg van het glastuinbouwgebied 'de Glasparel'. Grenzend aan de zuidzijde van de Bentwoudlaan - Vredenburghlaan is er ruimte voor representatieve bebouwing met een grotere schaal en tevens een grotere parkeerdruk.
Toelichting
13
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Figuur 2.2 Zicht vanuit het plangebied op de 'achterzijde' van Businesspark Vredenburgh fase 1 De Glasparel Het gebied tussen de kassen aan de Abraham Kroesweg en de (nieuwe) bebouwing langs de Plasweg, is sinds de vaststelling van het 'Bestemmingsplan Glasparel+' ten zuidwesten van de Vijfde Tocht deels ingevuld met glastuinbouw. Het plangebied waar onderhavig bestemmingsplan betrekking op heeft is nog onbebouwd. Ondanks een zeer voorspoedige ontwikkeling en uitgifte van het project Glasparel+ is het om diverse redenen nog niet gelukt een glastuinbouwbedrijf te vinden dat zich wil vestigen op deze locatie. Omdat er geen glastuinbouw is gerealiseerd in de afgelopen jaren ligt het terrein daarom nog steeds braak. Ook in de toekomst wordt er geen nieuwe glastuinbouw op deze locatie verwacht.
Figuur 2.3 Zicht op het plangebied vanuit noordelijke richting met links de achterzijde van Businesspark Vredenburgh fase 1, in het midden zicht op het woonlint langs de Plasweg en rechts zicht op de gerealiseerde glastuinbouw tuin zuidwesten van de Vijfde Tocht
14
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
2.2
Nieuwe situatie
Om in te spelen op de ruimtevraag van de (mogelijke) herontwikkeling van de bedrijven aan de Noordkade en de krapte op de markt voor bedrijfskavels in de regio in algemene zin, is Wayland Developments voornemens ter plaatse van het beschreven plangebied Businesspark Vredenburgh fase 2 te ontwikkelen. Het gaat om een plangebied van circa 29 hectare bruto. Hiervan zal circa 26 hectare (netto oppervlak) bedrijfsgrond in de toekomst uitgeefbaar zijn. De locatie moet ruimte bieden aan kleine tot middelgrote lokale/regionale bedrijvigheid met een maximale kavelomvang van circa 3 hectare. Het verkavelingsplan (zie figuur 2.4) laat een indicatieve verkaveling zien met een grote differentiatie aan kavelmaten. Bij de uitgifte zal zoveel mogelijk worden ingespeeld op de behoeften uit de markt op dat moment met een maximale kavelgrootte van 3 ha. Het plangebied is door de landschappelijke structuren naar verwachting goed verkavelbaar. Er is een hoog percentage uitgeefbare grond te realiseren en relatief grote rechthoekige kavels zijn mogelijk. Op het terrein geldt een maximale bouwhoogte van 12 meter en voor bedrijfsgebouwen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 een minimale bouwhoogte van 6 meter. Deze minimale bouwhoogte is opgenomen om te waarborgen dat de grond efficiënt wordt benut.
Het plangebied ligt direct ten zuidwesten van het bestaande bedrijventerrein 'Businesspark Vredenburgh'. Het plangebied zal dan ook aansluiten op het bestaande bedrijventerrein en hier een logische afronding van vormen. Businesspark Vredenburgh fase 2 zal ontsloten worden via de N457. Via deze weg is de A12 binnen circa 5 minuten bereikbaar.
Figuur 2.4 Indicatief verkavelingsplan Businesspark Vredenburg fase 2
Toelichting
15
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
2.2.1 Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is opgenomen in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2012 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 317). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 10.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 2.1. Functies
Norm buitengebied, matig stedelijk 1,05 pp per 100 m²
Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebouw 1,95 pp per 100 m² Bedrijf arbeidsintensief/ 2,35 pp per 100 m² bezoekersextensief Kantoor (zonder baliefunctie) 2,55 pp per 100 m² Tabel 2.1 Parkeernormen gemeente Waddinxveen
Aandeel bezoekers 5% 5% 5%
Voor het gehele Businesspark Vredenburgh fase 2 geldt dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. 2.2.2 Verkeer Door middel van een mobiliteitstoets is door Goudappel onderzocht wat de gevolgen zijn van de ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 op het omliggende wegennet en wat voor voorzieningen aanwezig moeten zijn op het bedrijventerrein. Deze mobiliteitstoets is opgenomen in bijlage 3 van voorliggend bestemmingsplan. Onderstaand wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies van deze toets. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige adviesrapport, zoals opgenomen in de bijlagen. Naast de beoogde komst van het bedrijventerrein is in de omgeving nog een ander relevant bouwplan in voorbereiding. De provincie Zuid-Holland is voornemens om de N207 door te trekken tot aan de Vredenburghlaan. Dit project heet de N207-Zuid en de weg moet een randweg vormen van Waddinxveen tussen de A12 en Boskoop. Omdat er nog geen definitief besluit genomen is en de weg van invloed zal zijn op de toekomstige verkeersstromen, is in deze studie steeds een vergelijking gemaakt in scenario's met en zonder N207-Zuid. Daarmee wordt het zuivere planeffect van businesspark Vredenburgh fase 2 inzichtelijk gemaakt.
Als gevolg van de ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 te Waddinxveen neemt de verkeersgeneratie toe met circa 5.300 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal.Tabel 2.2 toont een overzicht van de verkeersgeneratie (afgerond op honderdtallen).
Functie Omvang Kencijfer personenautobewegingen 25,35 ha 170 vrachtautobewegingen 25,35 ha 40 totaal Tabel 2.2 Resultaat verkeersgeneratie toekomstige situatie
Werkdag 4.310 1.014 5.300
Omrekening werkdag naar weekdag
16
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Voor onderzoeken naar onder andere luchtkwaliteit en stikstof wordt gerekend met de verkeersstromen van een weekdag. Dat is een gemiddelde dag van maandag tot zondag, terwijl verkeersonderzoeken uitgaan van een werkdag (een gemiddelde dag van maandag tot vrijdag). De verkeersstromen liggen op werkdagen doorgaans hoger dan op weekdagen, omdat het verkeersbeeld in het weekend over het algemeen rustiger is. Met behulp van het verkeersmodel is de berekende verkeersgeneratie van een werkdag omgerekend naar een weekdag om als input te dienen voor andere onderzoeken. Daarbij zijn de volgende omrekenfactoren gehanteerd: personenauto's: 0,89 vrachtauto's: 0,8. Dit komt neer op 3877 lichte verkeersbewegingen, 463 middelzware verkeersbewegingen en 307 zware verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Ontsluiting De beoogde ontsluiting van businesspark Vredenburgh verloopt via de Piet Stuurmanweg. Ter hoogte van de inrit naar het terrein van TFC Holland komt een ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer. Voor personenauto's wordt het mogelijk om vanuit beide zijden van de Piet Stuurmanweg het bedrijventerrein te bereiken. Voor vrachtverkeer zijn de gemeente Waddinxveen en Wayland Developments voornemens om een vrachtverbod in te stellen op het westelijke deel van de Piet Stuurmanweg. Daardoor wordt al het vrachtverkeer van en naar het bedrijventerrein via de Vredenburghlaan geleid.
Hierdoor wordt het westelijke deel van de Piet Stuurmanweg beschermd tegen (doorgaand) vrachtverkeer. Het ontsluitingsprincipe is in figuur 2.5 schematisch weergegeven. Hiervoor dient de gemeente Waddinxveen een verkeersbesluit te nemen op basis van de Wegenverkeerswet. Dit is tevens opgenomen in de planregels bij onderhavig bestemmingsplan.
Figuur 2.5 vrachtverbod
Toelichting
17
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Verkeersstromen Om de verdeling van de verkeersgeneratie over het netwerk te bepalen is gebruik gemaakt van het Regionale Verkeersmodel Midden Holland 4.1 (RVMH 4.1). Voor de prognose gaan we uit van het planjaar 2040H (hoog scenario) als basis. Dit model is door de betrokken gemeenten (waaronder Waddinxveen) vastgesteld en biedt daarom een goede juridische basis om het onderzoek mee uit te voeren. Er is begonnen met het opstellen van de varianten die relevant zijn voor de effecten van deze studie. Daarbij zijn vijf varianten opgesteld: basisjaar 2021 (huidige situatie) referentiesituatie 2040 zonder businesspark Vredenburgh fase 2 met N207-Zuid plansituatie 2040 met businesspark Vredenburgh fase 2 met N207-Zuid referentiesituatie 2040 zonder businesspark Vredenburgh fase 2 zonder N207-Zuid plansituatie 2040 met businesspark Vredenburgh fase 2 zonder N207-Zuid Wanneer de verkeersgeneratie wordt opgeteld bij de verkeersstromen uit de referentiesituatie nemen de verkeersstromen in de omgeving verder toe. Op de omliggende kruispunten ontstaan net als in de referentiesituatie meerdere knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling. De knelpunten worden nauwelijks veroorzaakt door de komst van businesspark Vredenburgh fase 2.
Wanneer de plannen voor de N207-Zuid niet worden meegenomen blijven de verliestijden, cyclustijden en wachtrijlengtes op de kruispunten in het algemeen acceptabel. Ook dan is de impact van businesspark Vredenburgh fase 2 op de verkeersafwikkeling relatief gering. Op basis van het verkeersonderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan: Het is aan te bevelen om het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg te herinrichten tot een voorrangskruispunt zodat de voorrangssituatie daarmee duidelijker wordt. Dit draagt positief bij aan de verkeersveiligheid. Idealiter wordt dezelfde vormgeving langs de hele Bredeweg toegepast zodat de voorrangssituatie op alle kruispunten hetzelfde is. Ook is het aan te bevelen om de impact van de N207-Zuid op sluipverkeer rondom de Piet Stuurmanweg nader te onderzoeken. Mogelijk kunnen maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er sluipverkeer door het gebied tussen de N207-Zuid en de Bredeweg rijdt. Fietsverkeer Bij de nadere uitwerking van de terreininrichting van het businesspark wordt ook aandacht besteed aan verkeersveiligheid, met in het bijzonder de relatie tussen gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer. Een verkeersveilige routering van/naar en op het bedrijventerrein is namelijk van belang om werknemers te stimuleren om met de fiets naar het werk te gaan.
Aan de hand van de meest recente CROW-uitgaven wordt bij de nadere uitwerking bepaald welke weginrichting benodigd is om een verkeersveilige situatie voor alle verkeersdeelnemers te waarborgen.
18
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Op bestuurlijk niveau zijn beleidsuitspraken geformuleerd welke onder meer betrekking hebben op het plangebied. Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van de voor het bestemmingsplan van belang zijnde nota's en studies. Het milieubeleid, dat is vastgelegd in diverse wetten en waarvoor specifiek onderzoek is uitgevoerd, is opgenomen in hoofdstuk 4.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;Het gebruik van de gronden ten behoeve van 'Bedrijventerrein - 1 is slechts toegestaan 1. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 2. afwentelen wordt voorkomen. Doorwerking plangebied Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro.
Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.
Toelichting
19
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Doorwerking plangebied Zoals reeds in paragraaf 3.1.1 is geconcludeerd treft onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen.
20
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toelichting
21
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Met onderhavig planvoornemen wordt de ontwikkeling van een bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Hiermee is onderhavig plan een nieuwe stedelijk ontwikkeling. Door Stec groep is de hiervoor benodigde ladderonderbouwing opgesteld. Hieronder zullen de belangrijkste bevindingen worden weergegeven. De volledige ladderonderbouwing is opgenomen in de bijlagen. Ruimtelijk verzorgingsgebied De marktregio - of ruimtelijk verzorgingsgebied - van Businesspark Vredenburgh fase 2 (BPVB fase 2) is afhankelijk van de beoogde doelgroep en maximale kavelomvang op het terrein.
Met de huidige maximale kavelomvang van 3 hectare op het gehele terrein, is het in principe geschikt voor de vestiging van lokale tot bovenlokale bedrijvigheid. Grootschalige bedrijvigheid is vooralsnog uitgesloten. Geconcludeerd wordt op basis van verhuisgegevens van Vastgoeddata dat de bedrijfsruimtemarkt binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied voornamelijk een lokale markt is. Circa 60% van de bedrijven verhuist binnen de gemeente Waddinxveen zelf. Van de bedrijven die verhuizen van- en naar de gemeente Waddinxveen, is te zien dat dit overwegend van- en naar de buurgemeenten Gouda en Zuidplas betreft. De Businesspark Vredenburgh fase 2 wordt in zijn geheel ontwikkeld voor kleinschalige tot middelgrote bedrijvigheid met een maximale kavelomvang van 3 hectare. Middelgrote bedrijven maken regelmatiger hun locatiekeuze op een hoger schaalniveau en zijn minder afhankelijk van lokale locatiefactoren. Echter: deze locatiekeuze vindt vaak wel op een meer lokaal schaalniveau plaats in relatie tot de grootschalige (logistieke) bedrijvigheid in de gemeente (zoals Lidl, NedCargo of Greenyard).
Op basis van de analyse van Vastgoeddata (lokaal karakter van de bedrijfsruimtemarkt in de gemeente Waddinxveen), de gemiddelde verhuisafstand van bedrijven op basis van het CBS in de regio (circa 7 kilometer) en de maximale kavelomvang van 3 hectare op Businesspark Vredenburgh fase 2 wordt een reikwijdte van de ontwikkeling van circa 10 kilometer gehanteerd. Hierbinnen vallen - naast de gemeente Waddinxveen ook buurgemeenten Gouda en Zuidplas. Ruimtevraag binnen marktregio In de provinciale behoefteraming wordt de uitbreidingsvraag geraamd in twee perioden: voor de periode tot en met 2030, en een doorkijk naar 2040. De bandbreedte van de uitbreidingsvraag in Midden-Holland in de periode 2021 tot en met 2030 is 43 tot 86 hectare bedrijventerrein. Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 4,3 tot 8,6 hectare in de periode 2021 tot en met 2030. In de periode 2031 tot en met 2040 is er een uitbreidingsvraag van circa 3 tot 56 hectare in Midden-Holland. De uitbreidingsvraag in deze periode ligt op een lager niveau vanwege een afvlakkende werkgelegenheidsontwikkeling (negatief in WLO (Welvaart- en Leefomgevingscenario’s van het Centraal Planbureau) laag scenario) en naar verwachting minder harde stijging van de terreinquotiënt.
22
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Tijdsperiode WLO Laag 2021 tot en met 2030 43 2031 tot en met 2040 3 2021 tot en met 2040 46 Tabel 3.1 uitbreidingsvraag in Midden-Holland in netto hectare
WLO Hoog 86 56 141
Op basis van bovenstaande tabel 3.1 komt de gehele regio Midden-Holland tot een totale uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen in de periode 2022 t/m 2031 van circa 39 tot 83 hectare.Dit is gebaseerd op de volgende jaarlijkse uitbreidingsvraag voor de verschillende periodes: Periode 2022 t/m 2030: circa 4,3 tot 8,6 hectare per jaar (dus in totaal (4,3x 9 jaar=) 38,7 ha tot (8,6x 9 jaar=) 77,4 ha) Periode 2031 t/m 2040 circa 0,3 tot 5,6 hectare per jaar (dus in totaal (0,3x 1 jaar=) 0,3 ha tot (5,6x 1 jaar=) 5,6 ha) Vertaling regionale ruimtevraag naar marktregio Businesspark Vredenburgh fase 2 : circa 25 tot 55 hectare De verwachte ruimtevraag van circa 39 tot 83 hectare in de periode 2022 t/m 2031 beslaat de gehele regio Midden-Holland. Om deze ruimtevraag te kristalliseren tot de marktregio van Businesspark Vredenburgh fase 2 (de gemeenten Waddinxveen, Gouda en Zuidplas) wordt de uitbreidingsvraag indicatief verdeeld naar de individuele gemeenten op basis van een verdeelsleutel. Daarvoor worden drie indicatoren gebruikt: het aandeel in de recente uitgifte van bedrijventerreinen, de totale netto uitgegeven voorraad en het aandeel in werkgelegenheid op bedrijventerreinen. 1. Aandeel uitgifte bedrijventerreinen: In de periode 2011-2020 is er in de regio Midden-Holland circa 120 hectare nieuw bedrijventerrein uitgegeven.
Hiervan werd circa 75 hectare uitgegeven in de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda (bron: IBIS, 2022). Hiermee is het aandeel van de marktregio binnen de regio Midden-Holland op basis van recente uitgifte circa 62,5%. 2. Aandeel voorraad bedrijventerreinen: De totale (netto uitgegeven) bedrijventerreinenvoorraad in de regio Midden-Holland is circa 735 hectare. Hiervan ligt circa 470 hectare in de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda (bron: IBIS, 2022). Hiermee is het aandeel van de marktregio binnen de regio Midden-Holland op basis van de totale bedrijventerreinenvoorraad circa 65%. 3. Aandeel werkgelegenheid op bedrijventerreinen: In totaal werken er in de regio Midden-Holland circa 39.000 personen op een bedrijventerreinen (bron: provincie Zuid-Holland, 2021). Binnen de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda werken circa 25.100 personen op een bedrijventerrein. Hiermee is het aandeel van de marktregio binnen de regio Midden-Holland op basis van de werkgelegenheid circa 65%. Op basis van bovenstaande parameters wordt het aandeel geschat van de afgebakende marktregio van Businesspark Vredenburgh fase 2 binnen de regionale bedrijventerreinenprognose op circa 65%.
Uitgaande van een verwachte ruimtevraag van 39 tot 83 hectare de gehele regio Midden-Holland, betekent dit een verwachte ruimtevraag in de marktregio voor Businesspark Vredenburgh fase 2 van circa 25 tot 55 hectare in de periode 2022-2031. Aanbod binnen marktregio Binnen de marktregio van Businesspark Vredenburgh fase 2 (de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda) zijn er verschillende zachte plannen voor bedrijventerreinontwikkeling. In lijn met de motivering van de Ladder voor de duurzame verstedelijking hoeven alleen harde plannen (met een onherroepelijk vastgesteld bestemmingsplan) worden meegewogen in het beschikbare aanbod. In het ruimtelijk verzorgingsgebied (marktregio) worden er circa 50 bedrijfspanden aangeboden die qua bruto vloeroppervlak overeenkomen met de beoogde kavels op Businesspark Vredenburgh fase 2 (bron: Funda in Business en lokale bedrijfsmakelaars, peildatum februari 2022). Hieronder vallen voornamelijk meerdere kleinschalige units (100 tot 200 m²) in bedrijfsverzamelgebouwen. Ook wordt een drietal grotere logistieke panden (circa 20.000 m² BVO) aangeboden. Enkele van de aangeboden relevante
Toelichting
23
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
panden zijn nog onder constructie: mogelijk zijn deze reeds verhuurd voor ze daadwerkelijk 'op de markt komen'. Het totale bedrijfsaanbod binnen de marktregio bedraagt circa 130.000 m². Op basis van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) wordt geconcludeerd dat de totale voorraad bedrijfspanden op bedrijventerreinen binnen de marktregio circa 4.100.000 m² bedraagt. Hiermee komt het leegstandspercentage uit op circa 3%. Geschat wordt dat de ruimtevraag naar bedrijfsruimte slechts beperkt kan worden opgevangen in de bestaande voorraad. Het totale aanbod van bedrijfspanden op bedrijventerreinen in de marktregio (de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda) bedraagt ongeveer 3% van de totale voorraad. De totale leegstand in de relevante marktregio is dus relatief laag en onder frictieniveau. Een frictieleegstand van circa 5% betekent een gezonde leegstand: bedrijven met een acute ruimtevraag of bedrijven die een ander pand zoeken, hebben bij frictieleegstand enige schuifruimte. De beoogde ontwikkeling die circa 26 hectare (netto) nieuw bedrijventerrein - met kavels van maximaal 3 hectare - mogelijk maakt, zal naar verwachting dan ook niet leiden tot onacceptabele leegstand in bestaand bedrijfsvastgoed. Sterker: de leegstand in de marktregio bevindt zich (ver) onder frictie, dus enige extra leegstand kan zelfs wenselijk zijn.
Ter indicatie: om het 'gezonde' frictieniveau van 5% te bereiken, kan er in het verzorgingsgebied nog circa 70.000 m² bedrijfsvastgoed worden toegevoegd. Daarnaast zal een deel van het bedrijventerrein Noordkade worden verplaatst. Dit betekent deels vervanging in plaats van toegevoegde m2, wat het aantal toegevoegde m2 beperkt. Uit de Ladder onderbouwing wordt het volgende geconcludeerd: Binnen de marktregio (het ruimtelijk verzorgingsgebied bestaande uit de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda) is een totale ruimtevraag van circa 10 tot 25 hectare aan kleine tot middelgrote bedrijfskavels (tot 3 hectare) in de periode tot en met 2031. Als gevolg van concrete transformatieplannen rondom het Lombokterrein (Gouda) wordt gerekend met een additionele 1,1 hectare ruimtevraag binnen de marktregio van Businesspark Vredenburgh fase 2. De totale ruimtevraag binnen de marktregio (uitbreidingsvraag + vervangingsvraag) bedraagt hiermee circa 11,1 tot 26,1 hectare tot en met 2031. Hierbij is de verwachting - in lijn met constatering vanuit de provinciale behoefteraming - dat het hoge scenario (26,1 hectare ruimtevraag in dit geval) het meest realistische toekomstbeeld is. Het relevante planaanbod in de marktregio bedraagt circa 0,9 hectare.
Op basis van de vraag-aanbod confrontatie lijkt er een tekort aan kleine tot middelgrote bedrijfskavels (tot 3 hectare) binnen de marktregio van circa 10,2 tot 25,2 hectare te zijn voor de komende 10 jaar. Vraag en aanbod zijn niet in evenwicht. Om in de ruimtevraag van bedrijven te kunnen voorzien is de ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 - met circa 26 hectare netto uitgeefbare grond bestemd voor kleine tot middelgrote bedrijfskavels (tot 3 hectare) - aangetoond. In de vraag-aanbod confrontatie is de transformatie van bedrijventerrein Noordkade te Waddinxveen (in de provinciale behoefteraming is hiervoor een vervangingsvraag van 8,4 hectare opgenomen) niet meegenomen. Hoewel al geruime tijd plannen voor transformatie van het terrein zijn, is de gemeente voornemens de transformatie organisch te laten verlopen: er wordt niet actief ingezet op de aankoop van gronden of het verplaatsen van de ondernemers, dit moet voornamelijk vanuit eigen initiatief gebeuren. De gemeente heeft echter het initiatief genomen om het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan voor de Noordkade te laten maken. Dit als voorbereiding voor de bestemmingsplanwijziging van de Noordkade. Daarnaast zijn er 14 ha van Wayland aangekocht met als doel de ondernemers van de Noordkade te kunnen verplaatsen.
De gemeente voert daarmee deels actief grondbeleid met als doel de ontwikkeling van de Noordkade te versnellen.
24
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Het is voorstelbaar dat concrete plannen voor transformatie de komende periode concreter worden. Indien een harde vervangingsvraag kan worden aangetoond, is het aannemelijk om deze vraag mee te rekenen als relevante ruimtevraag vanuit reguliere bedrijvigheid en daarmee te laten meewegen in de vraag-aanbodconfrontatie binnen de Ladderonderbouwing. Op 12 oktober 2022 is bovendien ter plaatse van de Noordkade een voorbereidingsbesluit vastgesteld, waarmee de gemeente de weg is ingeslagen om het bedrijventerrein aan de Noordkade te (laten) ontwikkelen in een woongebied van ca. 1.400 woningen. De gemeente Waddinxveen zal bovendieen 10 hectare van het bedrijventerrein kopen (en nog optioneel 4 hectare extra) om de verplaatsers van de Noordkade te kunnen faciliteren. Dit is onderdeel van de anterieure overeekomst die gesloten wordt tussen initiatiefnemer en gemeente. Daarnaast wordt opgemerkt dat het ontbreken van geschikte schuifruimte binnen de marktregio van Noordkade een reden kan zijn waarom het terrein tot op heden niet is getransformeerd: binnen de regio is er voor de aanwezige bedrijven geen ruimte om naartoe te verplaatsen. Ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 kan als vliegwiel dienen om de transformatie van Noordkade te versnellen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2.
Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid sluiten we aan op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder 'omgevingskwaliteit' verstaan we het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Vanuit ons bestaande beleid gaat het hier om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).
Toelichting
25
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (zie paragraaf 3.2.2). De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Doorwerking plangebied Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in een droogmakerij. De provincie ambieert de volgende zaken voor dit landschapstype: De droogmakerij blijft als landschappelijke eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen en het hoogteverschil tussen de droogmakerij en het omliggende land. Behoud van dijken en kaden als herkenbare begrenzing van de droogmakerijen. Een uitwerking van de opbouw van de droogmakerij, met rechtlijnige structuren en de tochten is de basis voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De druk vanuit de stad en de landbouw is goed te zien aan de vele recente ontwikkelingen in het landschap rondom de planontwikkeling. De oorspronkelijke opzet van de polders is alleen nog te herkennen aan de verkaveling en de hoger gelegen dijken aan de randen.
De openheid van het landschap is verminderd door stedelijke uitbreidingen, kassencomplexen en de bedrijvigheid rondom voornamelijk de A12. Aan de zuid- en oostkant van de Zuidplaspolder ligt veel infrastructuur: snelwegen, provinciale wegen en spoorlijnen versnipperen het landschap. De vele infradijken in het gebied doorsnijden het landschap en vormen een fysieke en ruimtelijke barrière. De heldere opbouw van het droogmakerijenlandschap is enigszins vertroebeld: de grote open ruimtes in de polders zijn verdeeld. Bij de ontwikkeling van het beoogde bedrijventerrein 'Businesspark Vredenburgh fase 2' zal echter rekening gehouden worden met het onderliggende landschap, door het verkavelingspatroon en de bestaande tochten die kenmerkend zijn voor een droogmakerij intact te houden. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Naast de omgevingsvisie heeft de provincie de omgevingsverordening geconsolideerd vastgesteld op 1 augustus 2020. In de verordening staan de algemeen verbindende regels waaraan een gemeentelijk bestemmingsplan of besluit moet voldoen.
Zoals opgenomen in hoodstuk 10.2 'Overgangsrecht' van de toelichting van de Zuid Hollandse Omgevingsverordening, geldt voor lopende procedures dat deze kunnen worden afgerond onder het oude recht, volgens de spelregels van de Wabo totdat deze besluiten onherroepeljk zijn. Derhalve is het bestemmingsplan getoetst aan de instructieregels zoals vigerend ten tijden van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. Doorwerking plangebied De verordening bevat enkele regels die relevant zijn voor dit bestemmingsplan. Hieronder worden deze regels opgesomd en wordt de ontwikkeling aan deze regels getoetst. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 past binnen de randvoorwaarden die in de verordening ruimte worden gesteld. Bepaling
26
Toetsing
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Art. 6.10 - Stedelijke ontwikkelingen De ontwikkeling voldoet aan de eisen van de Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voldoen ladder. Zie voor de beschrijving paragraaf 3.1.3 aan de eisen die de ladder stelt. De locatie waarop voorliggend bestemmingsplan Indien in de behoefte aan de stedelijke betrekking op heeft is niet opgenomen op kaart ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en 19 in bijlage II en is ook niet opgenomen in dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover bijlage X van de Provinciale verordening. Om daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig zeker te stellen dat de ontwikkeling in lijn is met is, wordt gebruik gemaakt van grote het provinciale beleid heeft de gemeente buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats Waddinxveen op dit punt een zienswijze geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 ingediend op de provinciale verordening. Het plan in bijlage II en wordt rekening gehouden met de zal pas ter vaststelling aan de gemeenteraad voor deze locaties opgenomen gegevens en worden aangeboden zodra het plan in criteria in bijlage X. overeenstemming is met het provinciale beleid. Art. 6.9 lid 1b - Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 3.2.1 is de landschappelijke Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen inpassing van het gebied beschreven.
Drager aan de voorwaarden die gelden voor inpassen, voor Businesspark Vredenburgh fase 2 vormen aanpassen of transformeren. de nog intacte dragers van de droogmakerij. Bij het ontwerpen van de bebouwing op het terrein Er is sprake van een aanpassing als de dient deze zoveel mogelijk in de omgeving te ruimtelijke ontwikkeling past binnen de worden ingepast, waarbij elementen worden bestaande gebiedsidentiteit, geen wijzigingen op aangebracht die zorgen voor een versterking van structuurniveau voorziet, past bij de aard en het landschap en de ruimtelijke kwaliteit. schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Art. 6.9 lid 2 - Beschermingscategorieën Er is op het plangebied geen aanvullende Wanneer er een beschermingscategorie geldt, beschermingscategorie van toepassing. gelden aanvullende voorwaarden.
Toelichting
27
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Art. 6.15 lid 2 Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.
Het bestemmingsplan maakt reguliere logistieke bedrijvigheid mogelijk binnen de begrenzing van het 'glastuinbouwbedrijvengebied'. Dit is in principe strijdig met deze bepaling uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Zuid-Holland. Echter is voor de Glasparel een specifieke uitzonderingsregeling (art. 6.15 lid 5) opgenomen. Hier zijn ook bedrijven en andere functies toelaatbaar die niet behoren tot de keten glastuinbouw, mits sprake is van efficiënt en meervoudig grondgebruik van bedrijven en glas door een combinatie of stapeling van functies. Dit past in de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de gebiedsontwikkeling Zuidplas. Daarbij kan gedacht worden aan de stapeling van glas op bedrijven, maar onder andere ook aan koude-warmte systemen en gietwaterberging onder de kas, al dan niet gecombineerd met het bergen van overtollig water (als noodvoorziening). Hierbij dient de hoofdplanstructuur van de polder versterkt te worden door bijvoorbeeld nieuwe woningbouw in de linten. In het plan van Businesspark Vredenburgh fase 2 zal dit op dezelfde manier als in Glasparel+ worden aangepakt, door middel van het gietwatersysteem. Hierbij wordt het dakwater van de bedrijven opgevangen en getransporteerd naar een gietwatersloot van waaruit het water wordt geïnfiltreerd in de ondergrond voor gebruik in de glastuinbouw.
Hiermee wordt de beschikbare ruimte dubbel gebruikt. De specifieke uitwerking van dit watersysteem is opgenomen in een separate bijlage bij onderhavige bestemmingsplantoelichting. Het plan is daarmee in lijn met de provinciale verordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Regio Boskoop De gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Rijnwoude en Boskoop hebben gezamenlijk de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Regio Boskoop opgesteld. Door de structuurvisie beschikken de gemeentes over een richtinggevend toetsingskader voor de ontwikkeling van het sierteeltgebied. De structuurvisie is een antwoord op de bestaande ruimtelijke knelpunten en wensen in deze regio. In de structuurvisie wordt gekozen voor versterking van de Greenport regio Boskoop. Die keuze en de daaruit voortvloeiende ruimtelijke en infrastructurele consequenties zijn neergelegd in een samenhangend toekomstbeeld. De invloed van de structuurvisie reikt verder dan de boomsierteelt sector. De keuze voor versterking van de Greenport regio Boskoop en de daaraan verbonden gevolgen hebben namelijk niet alleen effect op de boomsierteelt, maar verbeteren ook de leefbaarheid in het gebied. Een betere infrastructuur, bijvoorbeeld, versterkt niet alleen de economische ontwikkeling van de boomsierteelt, maar heeft ook positieve gevolgen voor het leefklimaat in onze dorpen. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in het structuurvisiegebied en is aangeduid als glastuinbouwgebied Zuidplaspolder.
28
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
3.3.2 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.
Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Doorwerking plangebied De plankaart (figuur 3.1) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'.
Het plangebied Glasparel+ is aangeduid als 'nieuw glastuinbouwbedrijvenlandschap'. Voor de Zuidplas is meervoudig grondgebruik voor bedrijven en glas door combinatie en/of stapeling van functies in het zogenaamde glastuinbouwbedrijfslandschappen het uitgangspunt. Het glastuinbouw-bedrijfslandschap dient als koepel voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden of een koppeling van beide. Glastuinbouw is op bedrijventerreinen toegestaan mits er sprake is van meervoudig grondgebruik en dit geldt omgekeerd ook voor het toestaan van bedrijvigheid in glastuinbouwgebieden. Glastuinbouw wordt hier dan gestapeld met activiteiten die zich normaal op bedrijfsterreinen vestigen (zoals transport en distributie).
Toelichting
29
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Figuur 3.1 Uitsnede Ruimtelijk beeld 2030 uit ISP (met rood is het plangebied aangegeven) De functiewijziging van een agrarisch (glastuinbouw) naar een bedrijventerrein is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.
30
Toelichting
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad heeft op 12 oktober 2022 de omgevingsvisie Waddinxveen vastgesteld. Het ontwerp van de omgevingsvisie is vanaf 7 april 2022 ter inzage gelegd. In de omgevingsvisie wordt - samen met inwoners, partners en ondernemers - de koers uitgezet voor de toekomst, gericht op de fysieke leefomgeving. De bestaande kwaliteiten vormen daarbij het vertrekpunt. Deze visie moet helder aangeven waar we als gemeente naartoe willen. De omgevingsvisie is daarbij de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. Doorwerking plangebied In de omgevingsvisie wordt concreet ingegaan op de glastuinbouw in de gemeente Waddinxveen. Het glastuinbouw gebied in Waddinxveen bestaat uit de Bredeweg (inclusief Glasparel) en de Van Dort Kroonweg. Glasparel+ is in ontwikkeling. Het plangebied wordt in de omgevingsvisie dan ook aangeduid als 'bedrijventerrein en glastuingebied' met de specifieke aanduiding 'glastuinbouw gebied in aanleg'. Het deelgebied Bredeweg bestaat uit relatief nieuw glas met middelgrote tot grote bedrijven en relatief veel bloementeelt. Ook de verkaveling is redelijk tot goed. In de Glasparel is nog zo'n 65 hectare beschikbaar voor glastuinbouwontwikkeling (bestemd maar nog niet gerealiseerd glas).
In de omgevingsvisie wordt genoemd dat een deel daarvan in beeld is als alternatieve locatie voor te verplaatsen bedrijven vanuit de Noordkade (vanwege de transformatie naar woon-werkgebied). Dit heeft betrekking op de ontwikkeling die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt.
Figuur 3.2 Uitsnede kaart omgevingsvisie, globale projectlocatie rood omkaderd De ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 maakt het mogelijk bedrijven vanuit de Noordkade een alternatieve locatie te bieden. Hiermee wordt aangesloten op de trend zoals beschreven in de omgevingsvisie.
Toelichting
31
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
3.4.2 Welstandsnota 2015 Waddinxveen Bij het welstandsbeleid wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsregimes. Hoeveel regimes gewenst zijn, kan zowel bestuurlijk als inhoudelijk worden beargumenteerd. In de gemeente Waddinxveen worden een welstandsvrij, regulier en bijzonder welstandsregime onderscheiden. Daarbij wordt als volgt getoetst: welstandsvrij regime: er wordt niet getoetst aan redelijke eisen van welstand; regulier welstandsregime: het gebouw wordt niet alleen in haar omgeving maar ook als zelfstandig object getoetst, de architectonische benadering; bijzonder welstandsregime: het gebouw wordt niet alleen als zelfstandig object maar ook in zijn details getoetst, de esthetische benadering. daarnaast is sprake van een specifiek welstandsregime. In dit gebied is een beeldkwaliteitsplan danwel beeldregie van toepassing. Het verschil tussen de welstandsregimes is dus niet een kwestie van streng, strenger, strengst maar van een beoordeling op maximaal drie schaalniveaus: omgeving, gebouw en detail. Afhankelijk van de situatie wordt een welstandsregime gekozen dat overeenstemt met de aanwezige kwaliteiten. Op de kaart behorende bij de welstandnota is aangegeven welk gebied onder welk regime valt.
Doorwerking plangebied Voor het 'Bestemmingsplan Glasparel+' zijn meerdere beeldkwaliteitsplannen opgesteld: gericht op doelgroep en gebruik is gezocht naar een eenduidige en eenvoudige set regels die de beeldkwaliteit optimaal kunnen borgen. In totaal zijn er vier beeldkwaliteitsplannen: Beeldkwaliteitsplan Glasparel, voor het deel glastuinbouw; Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein, voor LogistiekPark A12 en Achter de Plasweg; Beeldkwaliteitsplan Businesspark Vredenburgh, voor de agribusiness; Beeldkwaliteitsplan Woningbouw, voor de gebieden Wonen aan de Plasweg en Aan de Bredeweg. De beeldkwaliteitsplannen zijn zodanig ingedeeld, dat er een beperkte algemene set beeldkwaliteitsregels bestaan voor de verschillende deelgebieden en eventuele aanvullende, specifieke regels voor zones die een bepaalde kwaliteit vereisen. Voor onderhavig bestemmingsplan is er een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit houdt in dat dit beeldkwaliteitsplan geldt en een aanvulling vormt op de welstandsnota. In het beeldkwaliteitsplan staat benoemd aan welke beeldkwaliteitseisen een nieuwe ontwikkeling ter plaatse moet voldoen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal door het Q-team getoetst worden aan deze specifieke beeldkwaliteitseisen ter plaatse.