Bijlage 1. BP Theo Thijssenschool
Tekst van het document
bestemmingsplan
Theo Thijssenschool Waddinxveen
DATUM IMRO IDN
13-05-2025 NL.IMRO.0627.TheoThijssenschool-0401
PROJECT PROJECTLEIDER
Uitbreiding Theo Thijssenschool ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Waddinxveen 20220386
AUTEUR STATUS
ing. T. Hartemink ter vaststelling
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
7
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
8
1.4
De bij het plan behorende stukken
10
1.5
Leeswijzer
11
Huidige situatie
12
2.1
Omgeving
12
2.2
Ontsluiting
13
Hoofdstuk 3
Het plan
14
3.1
Gewenste situatie
14
3.2
Verkeer en parkeren
18
3.3
Laddertoets
25
Hoofdstuk 4
Beleidskader
28
4.1
Rijksbeleid
28
4.2
Provinciaal beleid
29
4.3
Regionale beleid
33
4.4
Gemeentelijk beleid
34
Hoofdstuk 5
Water
38
5.1
Inleiding
38
5.2
Beleidskader rijk, provincie en gemeente
38
5.3
Beleid hoogheemraadschap van Rijnland
40
5.4
Waterhuishouding
41
Omgevingsaspecten
43
6.1
Geluid
43
6.2
Luchtkwaliteit
45
6.3
Bedrijven en milieuzonering
48
6.4
Lichthinder
50
6.5
Externe veiligheid
51
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 6
3/524
6.6
Bodem
55
6.7
Archeologie
57
6.8
Ecologie
58
6.9
Conventionele explosieven
60
6.10
Milieueffectrapportage
62
Hoofdstuk 7
Juridische regeling
64
7.1
Algemeen
64
7.2
Toelichting op de bestemmingen
64
Uitvoerbaarheid
66
8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
66
8.2
Economische uitvoerbaarheid
66
Hoofdstuk 8
Bijlagen bij toelichting
69
Bijlage 1
Parkeerdrukonderzoek omgeving Kerkweg-Oost
71
Bijlage 2
Notitie parkeerbehoefte
157
Bijlage 3
Watertoets
171
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
177
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
215
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
303
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
357
Bijlage 8
Memo stikstofdepositie
435
Bijlage 9
AERIUS-berekening gebruiksfase
443
Bijlage 10
AERIUS-berekening aanlegfase
453
Bijlage 11
Ecologische quickscan
463
Bijlage 12
Ecologisch onderzoek gierzwaluw, huismus en vleermuizen
485
Bijlage 13
Nota zienswijzen
499
Regels Hoofdstuk 1
4/524
501 Inleidende regels
502
Artikel 1
Begrippen
502
Artikel 2
Wijze van meten
506
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
508
Artikel 3
Groen
508
Artikel 4
Maatschappelijk
509
Artikel 5
Verkeer
510
Algemene regels
512
Artikel 6
Anti-dubbeltelbepaling
512
Artikel 7
Algemene bouwregels
513
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
514
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
515
Artikel 10
Overige regels
516
Overgangs- en slotregels
517
Artikel 11
Overgangsrecht
517
Artikel 12
Slotregel
518
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Bijlagen bij regels Bijlage 1
5/524
521 Toetsing parkeerbehoefte basisschool
523
Toelichting
6/524
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Achter de Theo Thijssenschool in het centrum van Waddinxveen ligt een (voormalig) bedrijfsterrein. Vanwege het groeiende aantal leerlingen van de Theo Thijssenschool is het gewenst om dit terrein te gebruiken als uitbreidingslocatie voor de school. Ter plaatste zouden maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal kunnen worden gevestigd. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In de voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Overgangsrecht Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (Ow) en de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) in werking getreden. Uit artikel 4.4 onder a IOw volgt dat als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een ambtshalve te nemen besluit een ontwerp ter inzage is gelegd van een besluit op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en waartegen beroep openstaat, het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. Het ontwerpbestemmingsplan is op 18 december 2023 ter inzage gelegd.
Dat betekent dat het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd wat met zich meebrengt dat deze bestemmingsplanprocedure volgens het oude recht, te weten de Wet ruimtelijke ordening, wordt doorlopen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen achter de Theo Thijssenschool aan de Kerkweg-Oost, nabij de Hefbrug Waddinxveen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving.
7/524
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Waddinxveen en ten opzichte van de directe omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Het plangebied ligt binnen de bestemmingsplannen "Van station tot hefbrug" (30 januari 2013 vastgesteld), het "Parapluplan Archeologie en Parkeren" (19 september 2018 vastgesteld, het "Parapluplan biomassa-installaties" (14 oktober 2020 vastgesteld) en het "Parapluplan Wonen" (16 oktober 2024 vastgesteld). Al deze bestemmingsplannen maken sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januar 2024 deel uit van (het tijdelijke deel van) het Omgevingsplan Waddinxveen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het vigerende bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug' opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het plangebied indicatief weergegeven.
8/524
Afbeelding 1.2 Uitsnede huidige bestemming "Van station tot hefbrug" met daarop in het rood het plangebied weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op basis van het geldende bestemmingsplan "Van station tot hefbrug" is het plangebied bestemd voor 'Bedrijf', 'Maatschappelijk' en 'Gemengd'. Daarnaast is de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' uit het geldende paraplubestemmingsplan “Parapluplan Archeologie en Parkeren” van toepassing. Bestemming 'Bedrijf' De binnen het plangebied voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten met een milieucategorie 1 en 2. Tevens geldt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerkingsbedrijf' waarbinnen een metaalbewerkingsbedrijf is toegestaan. Ter plaatse van het bouwvlak is een hoofdgebouw met een goothoogte van 3 m en een bouwhoogte van 6 m toegestaan. Bestemming 'Maatschappelijk' De binnen het plangebied voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, waaronder bijvoorbeeld een (basis)school. Er geldt geen bouwvlak met bijbehorende bouwmogelijkheden op de gronden die binnen het plangebied zijn aangewezen als 'Maatschappelijk'. Bestemming 'Gemengd' De binnen het plangebied voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren, (maatschappelijke) dienstverlening en wonen op de verdieping.
Op de gronden die binnen het plangebied zijn aangewezen met de bestemming 'Gemengd' gelden tevens de aanduiding 'detailhandel'. Hierbinnen is op de begane grond detailhandel toegestaan. Dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2'
9/524
De gronden met de dubbelbestemming zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Bij bouwwerken groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld dient een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. Omgevingsvergunning Oranjelaan 36c Binnen het plangebied ligt een besluitvlak van een verleende omgevingsvergunning. Met deze omgevingsvergunning, Oranjelaan 36c, zijn vier garageboxen mogelijk gemaakt.
Afbeelding 1.3 Besluitvlak omgevingsvergunning Oranjelaan 36c
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan 'Theo Thijssenschool' met identificatienummer NL.IMRO.0627.TheoThijssenschool-0401 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels. De verbeelding en de planregels, inclusief bijlagen bij de regels, vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting, inclusief bijlagen bij de toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
10/524
1.5
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan is na dit hoofdstuk als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied. Daarbij wordt ingegaan op de ruimtelijke en de functionele aspecten. Hoofdstuk 3 beschrijft de voorgenomen ontwikkeling en de uitgangspunten daarvan. De onderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ook in dit hoofdstuk opgenomen (paragraaf 3.3). Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid. Eventueel sectoraal beleid komt binnen de overige beleidskaders aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op het aspect water waarbij stil gestaan wordt bij het beleid maar ook de waterhuishouding in het voorliggend plan. Hoofdstuk 6 behandelt de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 7 is vervolgens de planbeschrijving van dit bestemmingsplan opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op het juridisch systeem, de consequenties van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 en Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het bestemmingsplan en wordt nader ingegaan op de bestemmingen. Tenslotte in hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan, waarin onder andere uitleg wordt gegeven over de te volgen planologische procedure en op de financiële haalbaarheid.
11/524
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Omgeving
Het plangebied ligt achter de Kerkweg-Oost in het centrum van Waddinxveen. De (bedrijfs)bebouwing wordt hier gesloopt en vervolgens bouwrijp gemaakt voor de schooluitbreiding. De noordkant van het plangebied grenst aan een aantal woningen en tuinen. De oostkant grenst aan zorgwoningen. De zuidkant van het plangebied ligt tegen de bestaande Theo Thijssenschool en Hotel de Unie, waar op het moment van schrijven Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen. Aan de westkant bevinden zich garageboxen met daarachter de Oranjelaan. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn luchtfoto's van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto van het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
12/524
Afbeelding 2.2 Luchtfoto plangebied vanuit het westen, met rood omkaderd indicatief het plangebied weergegeven (bron: Cyclomedia)
2.2
Ontsluiting
Het plangebied wordt voor zowel voetgangers, fietsers als gemotoriseerd verkeer naar het westen via het recht van overpad richting de Oranjelaan ontsloten. De Oranjelaan loopt richting het noorden en zuiden. Direct naar het zuiden sluit de Oranjelaan aan op de Kerkweg-Oost. Aan deze weg is de ingang van de bestaande bebouwing van de Theo Thijssenschool gelegen. In paragraaf 3.2.2 wordt nader op de toekomstige ontsluiting van het plangebied ingegaan.
13/524
Hoofdstuk 3 3.1
Het plan
Gewenste situatie
Programma Het voornemen is in het plangebied een uitbreiding van de naastgelegen Theo Thijssenschool te realiseren. Met deze uitbreidingslocatie worden er maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal en één speelzaal, mogelijk gemaakt. Volgens de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017 heeft elke leerling een ruimtebehoefte van 5,03 m². De bruto vloeroppervlakte van de uitbreiding bedraagt daarom circa 503 m². Hierbinnen is ruimte voor 4 lokalen met bijbehorende voorzieningen, waaronder in dit geval ook een speelzaal. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan dat er maximaal 25 leerlingen in een lokaal zitten. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde van 23 leerlingen (gemiddelden.nl). Ontwerp Voor de beoogde uitbreiding is één ontwerpvariant gekozen, die in de vervolgfase van de ontwikkeling nader wordt uitgewerkt. De randvoorwaarden van de ontwerpvariant zijn vastgelegd in dit bestemmingsplan. In de onderstaande afbeelding is als impressie een situatietekening van de uitbreiding van de school weergegeven.
14/524
Afbeelding 3.1 Situatietekening impressie uitbreiding Theo Thijssenschool Onderstaand worden de ontwerpkeuzes voor de uitbreiding in hoofdlijnen weergegeven. De nadere uitwerking hiervan is opgenomen in de regeling van dit bestemmingsplan, bestaande uit de verbeelding en de regels. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 7. Beeldtaal Qua beeldtaal is er gekozen voor een stijl die overeenkomst met die van de uitbreiding aan de achterzijde van de bestaande school uit 2018. Hoofdvolume De uitbreiding bestaat uit ee losstaand gebouw dat achter de bestaande school is geplaatst. De hoofdmassa van het gebouw is georiënteerd richting het bestaande hoofdgebouw van de school. Het gebouw bestaat hier uit maximaal twee bouwlagen met een maximum bouwhoogte van 8,2 meter. Achter de hoofdmassa ligt een lager bouwdeel, dat bestaat uit maximaal één bouwlaag met een maximum bouwhoogte van 4,1 meter. Hiermee wordt de privacy van omwonenden beschermd. Schoolplein Binnen het plangebied, naast het te realiseren hoofdvolume, wordt een schoolplein ten behoeve van de school
15/524
mogelijk gemaakt. Groenvoorziening Tussen de uitbreiding van de school en de achterliggende percelen wordt een groene zone ingericht. De groene zone dient als groenvoorziening voor de school, draagt bij aan klimaatadaptatie binnen het plangebied en vormt een buffer tussen de achterliggende percelen. Geluidscherm Om geluidsoverdracht van spelende kinderen op de schoolpleinen bij de school te beperken wordt een geluidscherm gerealiseerd. De ligging van het geluidscherm is in het rood aangegeven in afbeelding 3.1. De realisatie van het geluidscherm is vastgelegd in de regeling van dit plan. Om een beeld te geven van een eventuele uitwerking zijn in onderstaande afbeeldingen enkele impressies van de uitbreiding weergegeven.
Afbeelding 3.2 Vogelvlucht impressie vanaf zuiden
16/524
Afbeelding 3.3 Vogelvlucht impressie vanaf westen
Afbeelding 3.4 Vogelvlucht impressie vanaf noorden
17/524
Afbeelding 3.4 Vogelvlucht impressie vanaf oosten
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid en dat de eventuele parkeertoename niet leidt tot parkeerproblemen. 3.2.2 Ligging plangebied Gemotoriseerd verkeer In de omgeving van het plangebied liggen de Oranjelaan, de Kerkweg-Oost en de Henegouwerweg (N207). De Oranjelaan is gecategoriseerd als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Kerkweg-Oost is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/uur. De Henegouwerweg (N207) is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 50 km/uur. Fietsverkeer en voetgangers Het plangebied is voor fietsers en voetgangers richting het westen ontsloten via het recht van overpad richting de Oranjelaan. Richting het oosten is het plangebied ontsloten richting het Nessepad. Richting het zuiden kan via het bestaande schoolplein van de Theo Thijssenschool de Kerkweg-Oost worden bereikt.
Op de erftoegangswegen rondom het plangebied deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer en zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig, hetgeen gebruikelijk is voor erftoegangswegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Langs de Kerkweg-Oost en de Henegouwerweg (N207) liggen fietsvoorzieningen, zoals fietspaden en fietssuggestiestroken, waardoor het fietsverkeer op deze weg een duidelijke plek binnen het wegprofiel heeft,
18/524
zoals vanuit verkeersveiligheid op 50 km/uur-wegen gewenst is. Langs de wegen rondom het plangebied zijn voetpaden aanwezig. Op de Kerkweg-Oost, ter hoogte van het buurpand van de bestaande Theo Thijssenschool, ligt een verhoogd zebrapad waar voetgangs en fietsers uit de westelijke en zuidelijke richting kunnen oversteken. De ontsluiting van het plangebied voor langzaam verkeer kan als voldoende verkeersveilig worden beoordeeld. Openbaar vervoer Op circa 600 meter loopafstand van het plangebied ligt Station Waddinxveen. Vanaf het station vertrekken meerdere bussen naar onder andere Gouda en Boskoop. Daarnaast halteert ieder kwartier ook de sprinter naar Gouda en Alphen a/d Rijn. De ontsluiting van het plangebied per openbaar vervoer kan daarmee als voldoende worden beoordeeld. 3.2.3 Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte van de uitbreiding is tweeledig. Er is namelijk een parkeerbehoefte die veroorzaakt wordt door het halen en brengen van de kinderen en een parkeerbehoefte die veroorzaakt wordt door het personeel. Hierna wordt op beide aspecten ingegaan. Parkeerbehoefte De berekening van de parkeerbehoefte is uitgevoerd middels het door de gemeente Waddinxveen aangeleverde document: "Toetsing parkeerbehoefte basisschool" (zie bijlage 1 bij de regels). Dit document is gebaseerd op het CROW-rekenprogramma 'Parkeren en verkeer".
Voor de berekening is uitgegaan van het gemiddelde percentage uit het CROW-rekenprogramma 'Parkeren en verkeer' voor leerlingen die met de auto gebracht worden, omdat Waddinxveen een sterk stedelijk gebied is en het merendeel van de leerlingen uit de gemeente Waddinxveen komen. Er is gerekend met een aantal van 100 leerlingen verdeeld over 4 lokalen. Dit betekend gemiddeld 25 leerlingen per lokaal. Dit aantal is hoger dan het landelijk gemiddelde van 23 (gemiddelden.nl), waarmee de berekende parkeerbehoefte als worst-case kan worden gezien en daarmee van een onderschatting geen sprake is. Overige uitgangspunten die voor de berekening zijn aangehouden zijn: Uitbreiding met 4 lokalen. Een gelijkwaardige verdeling van het aantal klassen tussen onderbouw en bovenbouw. Dit betekent: 37,5% van de leerlingen zit in groep 1-3, en 62,5% van de leerlingen in groep 4-8. Conform het gemeentelijke parkeerbeleid wordt voor het personeel een parkeernorm van 0,75 parkeerplaats per lokaal gehanteerd, op basis van het gemiddelde kencijfer uit CROW-publicatie 744. Op basis van deze gegevens is de toekomstige parkeerbehoefte voor het halen en brengen berekend op 11,1 parkeerplaatsen. Groep 1-3: 37,5*0,16865 = 6,32 Groep 4-8: 62,5*0,053125 = 3,32 Op basis van deze uitgangspunten kan de theoretische parkeervraag als gevolg van de uitbreiding worden
19/524
berekend. Leerlingen groep 1-3: 37,5*0,16865 = 6,324375 Leerlingen groep 4-8: 62,5*0,053125 = 3,3203125 Personeel: 4*0,75 = 3,0 Totaal: = 12,6446875 (= 12,7 parkeerplaats) De totale theoretische parkeervraag als gevolg van de uitbreiding van de Theo Thijssenschool is 12,7 parkeerplaats. Parkeeroplossing Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is achtereenvolgens een parkeerdrukmeting (juni 2024) en een parkeeronderzoek uitgevoerd binnen 100m en 200m loopafstand. Doel van dat onderzoek was om te bepalen of er in de omgeving restcapaciteit beschikbaar is om de parkeerbehoefte van het plan in op te vangen. In de onderzoeken is rekening gehouden met de vastgestelde ontwikkelingen in de omgeving, zijnde: Beukenhof: realisatie van 25 woningen en commerciële ruimte. Verwijderen van 17 openbare parkeerplaatsen en realisatie 26 openbare parkeerplaatsen; Juliana van Stolberglaan: realisatie van 17 woningen met eigen parkeergelegenheid. Realisatie 7 openbare parkeerplaatsen; Kerkweg-Oost 155-157: realisatie van 27 zorgwoningen met 8 eigen parkeerplaatsen en 10 openbare parkeerplaatsen; Oranjelaan 3: realisatie van zorgcentrum met o.a. apotheek en kinderopvang. 1 openbare parkeerplaats wordt verwijderd, maar daar komt ook weer 1 openbare parkeerplaatsen voor in de plaats; Raadhuisplein: realisatie van 37 huurappartementen.
Verwijderen van 9 openbare parkeerplaatsen en realisatie van 62 openbare parkeerplaatsen; Theo Thijssenschool: realisatie 1 lokaal voor groep 1-2 (reeds gerealiseerd); Zuidkade 10: realisatie van 6 appartementen. De effecten van deze ontwikkelingen op het parkeeraanbod en parkeerdruk in de omliggende openbare ruimte zijn meegenomen in de conclusies van de parkeeronderzoeken. In de huidige situatie gebruiken ouders/verzorgers het parkeerterrein naast het gemeentehuis voor het halen en brengen van leerlingen. Dit parkeerterrein ligt op 150-200 meter van de school. Uit de praktijk blijkt dus dat de loopafstand van 200 meter door ouders als acceptabel wordt ervaren. Daarom wordt een loopafstand van 200 meter ook toegepast voor het halen en brengen van leerlingen die les krijgen in de uitbreiding van de school. Binnen 200 meter loopafstand is er een restcapaciteit van 31,5 parkeerplaats beschikbaar voordat sprake is van een bezettingsgraad van 90%. Na toevoeging van de benodigde parkeerplaatsen voor de beoogde ontwikkeling is er sprake van een restcapaciteit van (31,5 - 12,7 =) 18,8 parkeerplaatsen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er wordt voldaan aan de parkeerbehoefte voor de schooluitbreiding. De volledige parkeeronderzoeken zijn te vinden in bijlage 1 en 2 van de toelichting.
20/524
3.2.4 Verkeersgeneratie Hierna wordt nader ingegaan op de verkeersgeneratie van het beoogde plan. Daarbij wordt in eerste instantie gekeken naar de verkeersgeneratie van de bestaande situatie en vervolgens naar de verkeersgeneratie de beoogde ontwikkeling. Bestaande situatie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie in de bestaande situatie is aansluiting gezocht bij de kencijfers van het CROW (publicatie 744). Daarbij zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: Stedelijkheidsgraad: "sterk stedelijk" (bron: CBS); ligging planlocatie: "schil centrum"; Bandbreedte kencijfers: op basis de beoogde ontwikkeling is gekozen om op het midden van de bandbreedte te gaan zitten. In de bestaande situatie is sprake van een werkplaats voor metaalbewerking. Deze heeft een oppervlakte van circa 250 m2. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt aansluiting gezocht bij de functie "bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief". Het kencijfer hiervoor is 7,9 mvt/etmaal per 100 m2. De verkeersgeneratie van de bestaande situatie komt daarmee op 20 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Conform CROW 744, geldt een omrekenfactor van 1,33 voor werkfuncties om deze verkeersgeneratie om te rekenen naar een gemiddelde werkdag. Tabel 3.1 Berekening verkeersgeneratie bestaande situatie Functie Oppervlakte in Functie CROW m2 bvo 381 Werkplaats metaal
Totaal
250 m2
Kengetal
Verkeersgeneratie
7,9 per 100 m2
weekdag 19,8
werkdag 26,3
20
26
bedrijfsintensief/ bezoekersextensi bvo ef
Toekomstige situatie De planontwikkeling omvat de uitbreiding van de Theo Thijssenschool van maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal en één speelzaal. De verkeersgeneratie van een schoollocatie is onder te verdelen in het verkeer voor het halen en brengen en de verkeersgeneratie van het personeel. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van een basisschool zijn vanuit het CROW geen kencijfers beschikbaar. Voorheen werd dit berekend met behulp van de 'Rekentool Verkeersgeneratie & Parkeren' van het CROW, maar deze tool is niet meer beschikbaar. De verkeersgeneratie ten behoeve van het halen en brengen van de kinderen is in plaats daarvan bepaald aan de hand van de uitgangspunten zoals voorgeschreven in de "Toetsing parkeerbehoefte basisschool" (zie bijlage 1 bij de regels), welke een uitwerking is van de genoemde rekentool van het CROW. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte voor het halen en brengen hanteert de gemeente de volgende
21/524
formule: "aantal leerlingen x % leerlingen met auto x parkeerduur x kinderen in auto =" Door in de bovenstaande formule de parkeerduur te verwijderen kan het aantal voertuigen op etmaalbasis worden berekend. Verder zijn voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de basisschool de volgende uitgangspunten gehanteerd: de ontwikkeling voorziet in 4 leslokalen; voor leraren wordt uitgegaan van een parkeerbehoefte van 0,75 per lokaal; 75% van de personeelsleden komt met de auto; elk lokaal heeft gemiddeld 25 kinderen. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde van 23 (bron: www.gemiddelden.nl); 37,5% van de leerlingen zit in groep 1-3, 62,5% van de leerlingen in groep 4-8; Voor groep 1-3 geldt dat circa 45% van het aantal kinderen wordt met de auto gebracht en gehaald. voor groep 4-8 wordt uitgegaan van 25% De Theo Thijssenschool werkt met een continurooster. De leerlingen worden 's ochtends gebracht en 's middags gehaald (per motorvoertuig vier ritten per dag). Voor het aantal kinderen per auto wordt een reductiefactor van 0,75 toegepast voor de onderbouw en 0,85 voor de bovenbouw; Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is in tabel 3.2 de verkeersgeneratie voor het halen en brengen van de leerlingen berekend.
Tabel 3.2 Berekening verkeersgeneratie halen en brengen Groep 1-3 Aantal leerlingen 37,5 leerlingen Aantal leerlingen met de auto 16,9 leerlingen Aantal auto's leerlingen 12,7 auto's Verkeersgeneratie halen en 50,8 mvt/etmaal brengen
Groep 4-8 62,5 leerlingen 15,6 leerlingen 13,3 auto's 53,2 mvt/etmaal
In totaal zorgt het halen en brengen van de leerlingen voor een verkeersgeneratie van (50,8 + 53,2 =) 104 mvt/etmaal. De verkeersgeneratie van de personeelsleden is berekend op een parkeerbehoefte van 3 voertuigen per dag (0,75 * 4 lokalen), met 2 voertuigbewegingen per voertuig in verband met aankomst en vertrek. In totaal komt de verkeersgeneratie voor het personeel uit op 2 * 3 = 6 mvt/etmaal. Tabel 3.3 Verkeersgeneratie totaal (halen en brengen + personeel) Verkeersgeneratie (werkdag) Ouders 104 Personeel 6 Totaal 110
22/524
Tabel 3.4 Toename verkeersgeneratie Functie Aantal
Kengetal
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)
Huidige situatie Werkplaats metaal 250 m2 7,9 per 100 m2 bvo 20 26 Toekomstige situatie Basisschool 100 leerlingen 79* 110 Toename 59 84 *Uitgaande van een omrekeningsfactor van 1,4 van gemiddelde werkdag (ma t/m vrij) naar gemiddelde weekdag (ma t/m zo) voor scholen. De toename van de verkeersgeneratie na planontwikkeling kan worden bepaald door de verkeersgeneratie van de bestaande te slopen bebouwing in mindering te brengen op de verkeersgeneratie van de toekomstige ontwikkeling. Per saldo leidt dit tot een toename van de verkeersgeneratie van 84 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag en 59 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. 3.2.5 Verkeerstoedeling Doordat de ouders en het personeel op verschillende locaties parkeren, dient het gegenereerde verkeer te worden verdeeld over de beschikbare parkeergelegenheid in het omliggende gebied. Op basis van de beschikbare restcapaciteit in het omliggende openbare gebied gedurende het maatgevende moment ( zie bijlage 1 en 2) is de verdeling van het verkeer bepaald: 70% parkeert rondom het Raadhuisplein; 20% parkeert op de Souburghlaan, tussen de Oranjelaan en de Juliana van Stolberglaan; 10% parkeert op de Kerkweg-Oost, tussen de Oranjelaan en de Juliana van Stolberglaan. Op basis van de bovenstaande verdeling is met behulp van de navigatietool van Google Maps een inschatting gemaakt van de toedeling van het verkeer vanaf het plangebied.
(zie onderstaande afbeelding).
23/524
Afbeelding 3.5 Verkeerstoedeling plangebied 3.2.6 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Op werkdagen is het over het algemeen het drukst op de weg. Daarnaast genereert de beoogde ontwikkeling (school) dan ook al het verkeer. Bij de beoordeling is dan ook naar de werkdag gekeken. In de autonome situatie zonder toevoeging van het plan ligt de verkeersintensiteit op de Kerkweg-Oost tussen de Hefbrug en de Juliana van Stolberglaan tussen de 11.000 en 13.000 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag in 2030 (bron: CIMLK). Met een omrekenfactor van 1,09 (bron: onderzoek Rho Adviseurs) is de werkdagintensiteit bepaald op circa 12.000 á 14.000 mvt/etmaal in 2030. In deze autonome verkeersintensiteit zijn toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving meegenomen. De vergunde ruimtelijke ontwikkelingen die in paragraaf 3.2.3 worden genoemd zijn hier ook in opgenomen. De ontwikkeling voorziet in een beperkte toename van het verkeer op de Kerkweg-Oost met 34 mvt/etmaal op het drukste deel. Omdat in de autonome situatie in 2030 de verkeersintensiteit op een gemiddelde werkdag op 14.000 mvt/etmaal ligt en de toename beperkt is, zal deze toename niet of nauwelijks merkbaar zijn op de Kerkweg Oost. Daar komt bij dat de maximale capaciteit van de Kerkweg-Oost (een gebiedsontsluitingsweg type II) ligt op 15.000 mvt/etmaal.
Gesteld kan worden dat de toevoeging van het plan niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid zal leiden. Voor de overige wegen (Kanaalstraat, Stationsstraat, Oranjelaan en Juliana van Stolberglaan) geldt eveneens dat de verkeerstoename van het plan dermate beperkt is dat deze niet of nauwelijks merkbaar is en de
24/524
verkeerveiligheid en verkeersdoorstroming niet als gevolg van de ontwikkeling in gevaar komen. 3.2.7 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren staan de planontwikkeling niet in de weg.
3.3
Laddertoets
Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument met het doel efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. Voor stedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Het voornemen bestaat uit de ontwikkeling van maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal en één speelzaal, met een bruto vloeroppervlakte van circa 503 m2. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De huidige planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug' geldend.
Binnen de huidige bestemmingen 'Bedrijf' en 'Gemengd' is geen basisonderwijs mogelijk. Er is sprake van een toevoeging van meer dan 500 m² bvo aan basisonderwijs. De ontwikkeling kan dus aangemerkt worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De beantwoording van de vraag of een projectgebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Gelet op de ligging van het plangebied binnen het bebouwd gebied van Waddinxveen kan geconcludeerd worden dat de locatie in het 'bestaand stedelijk gebied' ligt. Een nadere motivatie van de locatiekeuze is niet nodig. Beschrijving behoefte
25/524
Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor onderwijs is dat de gemeente Waddinxveen binnen de regio Midden-Holland. Leerlingprognose basisonderwijs 2022-2024 Op het moment van schrijven heeft de Theo Thijssenschool reeds een ruimtetekort van 3 lokalen. Op basis van de Leerlingenprognose basisonderwijs 2022-2024 van de gemeente Waddinxveen (juni 2022) wordt verwacht dat het leerlingaantal de komende jaren blijft groeien. In de prognose groeit het aantal leerlingen van 251 (2021) naar 347 (2035). Historische leerlingenaantallen en leerlingenprognoses DUO De leerlingprognose zoals genoemd in de Leerlingenprognose basisonderwijs 2022-2024 van de gemeente Waddinxveen is inmiddels achterhaald. Op basis van het overzicht 'Historische leerlingenaantallen po per schoolvestiging' (d.d. 30 december 2024), dat gepubliceerd is door het DUO, blijkt namelijk dat de Theo Thijssenschool: op 1 oktober 2022 329 leerlingen had; op 1 oktober 2023 331 leerlingen had; en op 1 oktober 2024 359 leerlingen had.
Bovendien blijkt uit het overzicht 'Leerlingen bo en sbo - leerlingenprognoses 2019-2043', dat ook gepubliceerd is door het DUO, dat de Theo Thijssenschool in 2035 naar verwachting al 477 en in 2043 zelfs 587 leerlingen heeft. Woningbehoefte De behoefte aan leslokalen hangt samen met de woningbehoefte in Waddinxveen. Een toename in het aantal woningen zorgt voor een toename in de behoefte aan voorzieningen, waaronder onderwijs. Op basis van de provinciale woningbehoefteraming WBR 2019 blijkt dat er in de regio Midden-Holland in de periode 2020 - 2030 circa 12.700 woningen nodig zijn, waarvan 3.260 in de gemeente Waddinxveen. Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de regio behoefte is aan 14.500 woningen. De nieuwe raming komt hoger uit dan die uit 2019, wat betekent dat er in de gemeente Waddinxveen ook meer woningen nodig zijn. Bovendien is een deel van de behoefte nog niet toegedeeld aan regio's, waardoor de opgave nog hoger kan uitvallen. Waddinxveen wil in de behoefte voorzien en daarnaast bouwen voor de regionale groei en gaat daarom uit van een programma van circa 4.250 woningen tot 2030. Dit betekent dat gemiddeld ruim 200 woningen per jaar worden gerealiseerd. Deze grote woningbouwopgave zorgt voor een forse toename in de behoefte naar (basis)onderwijs.
Conclusie Er is in Waddinxveen een grote behoefte aan huisvesting van leerlingen in het basisonderwijs. De ontwikkeling van maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal en één speelzaal geeft deels invulling aan deze behoefte. De ontwikkeling voldoet hiermee aan de ladder van duurzame verstedelijking.
26/524
27/524
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Hierbij is Nederland opgedeeld in verschillende gebieden. Het plangebied is gelegen in het landsdeel Zuidwest (Zuid-Holland en Zeeland). Dit bestaat uit de hoogdynamische Zuidvleugel en een laagdynamische Groene Hart en Zuidwestelijke Delta. Het landsdeel wordt gekarakteriseerd door een internationaal transportknooppunt, met goederenstromen vanuit de havens en industrieclusters van Rotterdam en de North Sea Port en producten vanuit de land- en tuinbouw die de hele wereld over gaan. Karakteristieke landschappen van internationaal belang zoals de Zuidwestelijke Delta en het Groene Hart. Waterrijke landschappen waar productie voor de wereldmarkt, hoge natuurlijke en recreatieve waarden en cultuurhistorische iconen samengaan. Een hoogdynamische stedelijk gebied in de Zuidvleugel die zich ontwikkelt rond de kennisas en anderzijds een geheel eigen hoogwaardige vorm van stedelijkheid in de Delta.
De grensoverschrijdende samenhang met Vlaanderen is van groot belang. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande
28/524
samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Toetsing Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt zoals opgenomen in de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Bij de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking dient voor een stedelijke ontwikkeling de behoefte te worden beschreven. Voor locaties buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte wordt voorzien. In paragraaf 3.3 is de verantwoording aan de Ladder duurzame verstedelijking opgenomen.
In deze toelichting van dit bestemmingsplan wordt verder gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Met de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Zuid-Holland staat voor de opgave om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren en om de woningvoorraad te verduurzamen. Opgaven die in Zuid-Holland om ingrijpende keuzes vragen. Daarvoor zijn sturende ruimtelijke concepten nodig. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. De metropolitane ontwikkeling moet op die manier vorm krijgen. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het economisch potentieel kan beter benut worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropolitaan gebied. Het leefen vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Opgaven omgevingskwaliteit Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen werkt de provincie vanuit de zes vernieuwingsambities
29/524
en vanuit opgaven in het gebied. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werken we vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die we van provinciaal belang achten. Onderstaande beleidskeuzes zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied.
De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Risico's van Klimaatverandering De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving. In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de provincie ernaar streeft om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen betrokken partijen de uitkomsten uit de klimaatstresstesten expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze en inrichting van het gebied. Dit geldt voor alle risico's die gepaard gaan met klimaatverandering (in ieder geval wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, en droogte). Deze risico's hebben naast lokale ook regionale aspecten.
Toetsing aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal en één speelzaal, in bestaand bebouwd gebied in de kern van Waddinxveen. Onderwijs wordt niet specifiek genoemd in de omgevingsvisie. Het plan voorziet in de herontwikkeling van dit bestaand bebouwd gebied. De genoemde beleidskeuzes zijn vertaald in regels in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hieraan wordt in onderstaande paragraaf getoetst. 4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening De hierboven beschreven provinciale omgevingsvisie Zuid-Holland, is vertaald in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende artikelen relevant:
30/524
Artikel 7.41b (risico’s van klimaatverandering) 1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. 2. Voor zover risico’s aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s. Toetsing Het plangebied bevindt zich in een binnenstedelijk en grotendeels versteend gebied. Dergelijke locaties hebben een vergroot risico op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van hitte en wateroverlast door overvloedige neerslag. Om deze risico's in het plangebied in de toekomstige situatie zo veel mogelijk te voorkomen en beperken is in dit bestemmingsplan voor een deel van het plangebied de bestemming 'Groen' opgenomen. Deze bestemming dient in hoofdzaak voor de realisatie van groenvoorzieningen in het plangebied. Met de toename van het oppervlak aan groenvoorzieningen ten opzichte van de huidige situatie worden de risico's voor wateroverlast door overvloedige neerslag en hitte beperkt.
Groenvoorzieningen zorgen namelijk voor een groter verkoelend effect dan verhard oppervlak en hebben tevens een grotere infiltratiecapaciteit van regenwater dan verhard oppervlak. Een natuurlijke infiltratie van regenwater in de bodem levert tevens, op kleine schaal, een positieve bijdrage ter beperking van risico's vanwege droogte. Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Artikel 7.43a Borgen ruimtelijke kwaliteit 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Niet relevant voor deze ontwikkeling. 3. Niet relevant voor deze ontwikkeling. Artikel 7.43c Randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling 1.
Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.
31/524
Toetsing Met het planvoornemen worden een bestaande basisschool uitgebreid met maximaal vier lokalen met een maximum van 25 leerlingen per lokaal en één speelzaal ter plaatse van een bedrijfslocatie in het centrum van Waddinxveen. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied. De ruimtelijke kwaliteit blijft per saldo ten minste gelijk. In dit geval is er sprake van inpassen. Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt, houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde regionale afgestemde behoefte aan deze ontwikkeling. De regionaal afgestemde behoefte kan blijken uit een geheel of gedeeltelijke instemming met regionale bestuurlijke afspraken door gedeputeerde staten of uit een door gedeputeerde staten openbaar gemaakt document. Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2.
Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Toetsing In het voorliggend geval wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Hiervoor is in paragraaf 3.3 een ladderonderbouwing opgenomen waarin de behoefte is beschreven. Artikel 7.45c Bereikbaarheid 1. Een omgevingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Op het aspect verkeer en vervoer wordt in paragraaf 3.2 ingegaan. Hierin wordt geconcludeerd dat dit aspect voldoende is geborgd in de beoogde ontwikkeling. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op de bereikbaarheid van omliggende functies. Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Toetsing In de regeling van dit bestemmingsplan is de bestemming 'Groen' opgenomen. Deze bestemming dient in hoofdzaak voor de realisatie van groenvoorzieningen. Met de realisatie van deze bestemming zijn de
32/524
mogelijkheden voor het bevorderen van biologische diversiteit bij dit plan betrokken. Een nadere uitwerking hiervan kan in de verdere uitwerkingsfase van het plan plaatsvinden.
4.3
Regionale beleid
4.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (Partiële Herziening 2020) De Greenport regio Boskoop heeft een echte centrumpositie in Nederland. Om die positie te kunnen vasthouden en uitbouwen, is met overtuiging gekozen voor ontwikkeling van de Greenport regio Boskoop. Om gestalte hieraan te geven is in opdracht van de toenmalige gemeente Boskoop, mede namens de gemeenten Reeuwijk, Rijnwoude en Waddinxveen, in 2011 de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (hierna: ISV) opgeleverd. De ambitie die in deze Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (ISV) is verwoord, ligt in het ontwikkelen van een sterke, duurzame en beleefbare Greenport in een leefbare omgeving. Een sterke Greenport wordt bereikt door de centrumfunctie te versterken, de eigen identiteit te versterken en door een betrouwbare bereikbaarheid te waarborgen. Kernbegrippen zijn compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. De duurzame Greenport ontstaat allereerst door efficiënt ruimtegebruik, bundelen, concentreren en herstructureren. Ook moet de wateropgave structureel geregeld worden, met duurzaam waterbeheer en voldoende zoet watervoorziening. De beleefbare Greenport richt zich op het verkrijgen van meer uitstraling. Een Greenport die aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers van het Groene Hart.
Op die manier vormt de Greenport een schakel tussen de stedelijke gebieden en het open veenweidegebied. Het gaat ook om een Greenport die herkenbaar is als economisch centrum van de boomsierteelt, zichtbaar vanaf de hoofdinfrastructuur De leefbaarheid van de omgeving wordt vergroot door verkeersoverlast te voorkomen, mede dankzij de voorgenomen infrastructurele verbeteringen. Ook de woonfunctie kan versterkt worden met de ontwikkeling van de Greenport.
33/524
Afbeelding 4.1 Uitsnede Visie kaart Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop Partiële herziening 2020 Toetsing aan de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de onderwijsvoorziening nabij het centrum van Waddinxveen versterkt. De ontwikkeling draagt bij aan een sterke greenport door de locatie te herontwikkelen naar een uitbreiding van een school waardoor een bedrijfsterrein een nieuwe invulling krijgt. Hiermee wordt het voorzieningenniveau in de omgeving versterkt. Gelet hierop wordt dan ook gesteld dat het project aansluit op de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. De omgevingsvisie is de opvolger van de Structuurvisie Waddinxveen 2030. Met de omgevingsvisie wordt vooruitgelopen op de toekomstige Omgevingswet. Onder deze wet wordt de omgevingsvisie een (verplicht) gemeentelijk instrument. In de omgevingsvisie wordt de koers uitgezet voor de toekomst, gericht op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is daarbij de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven.
34/524
De gemeente wil voorzien in een gevarieerd woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De woningvoorraad heeft dan ook een evenwichtige verdeling van sociale huur, middenhuur en koopwoningen die op de lokale en regionale vraag worden afgestemd. De gemeente streeft zoveel mogelijk naar versterking van ov-knooppunten, bijvoorbeeld met nieuwe of vernieuwde woningbouwlocaties in de nabijheid van ov-haltes. Op de integrale kaart van de omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als 'woonkern'; verder is het een rookvrij gebied, aangezien er scholen in de omgeving staan.
Afbeelding 4.2 Integrale kaart Omgevingsvisie (bron: gemeente Waddinxveen) Toetsing aan de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. De beoogde ontwikkeling op deze locatie is goed inpasbaar. De ontwikkeling sluit namelijk functioneel aan bij de bestaande Theo Thijssenschool. Vanwege de aanwezigheid van de bestaande school is de omgeving al ingesteld op een dergelijke functie. Tevens levert de ontwikkeling een positieve bijdrage aan het voorzieningenniveau. Gelet daarop is de voorliggende ontwikkeling dan ook passend binnen de omgevingsvisie. 4.4.2 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden.
Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”.
35/524
Toetsing aan het Mobiliteitsplan Deze ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van het Mobiliteitsplan. De ontwikkeling sluit aan bij de bestaande structuur rondom de Theo Thijssenschool. 4.4.3 Parkeerbeleid De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot dan toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 317, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2012). Het parkeerbeleid en de genoemde CROW-publicatie zijn inmiddels verouders. Daarom is aan de hand van de nieuwste versie van het CROW en de parkeersituatie van de bestaande school de ontwikkeling beoordeeld. Aan de hand daarvan worden betreffende locaties hierop ingedeeld. Toetsing aan het Parkeerbeleid Parkeren dient in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie te worden opgelost.
Hiervan kan worden afgeweken als parkeren op eigen terrein niet mogelijk is en als blijkt dat in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. Dat is bij deze ontwikkeling het geval. In paragraaf 3.2 vindt de nadere toetsing plaats aan het parkeerbeleid. 4.4.4 Koers naar Duurzaam Waddinxveen Deze ‘Koers naar Duurzaam Waddinxveen’ is gebaseerd op de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 (12 oktober 2022 vastgesteld). De thema’s in de omgevingsvisie gaan over de vier veranderingen van deze duurzaamheidskoers. Deze duurzaamheidskoers is daarom ook te beschouwen als een nadere uitwerking van de omgevingsvisie. De duurzaamheidskoers brengt omgevingsvisie, het beleid op het gebied van sociaal domein en diverse plannen en projecten op het gebied van duurzaamheid bij elkaar. Een kompas voor de toekomst identificeert 4 transities In de eerste plaats biedt het koersdocument een duurzaamheidskompas voor de toekomst. Met behulp van het kompas maakt de gemeente een korte analyse van de huidige situatie. Er worden vier noodzakelijke veranderingen (transities) inzichtelijk gemaakt. Dit zijn de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit. Dit zijn ook de wettelijk en (inter)nationale bepaalde doelen.
Een missie op de toekomst: circulair en groen Waddinxveen met schone energie De gemeente Waddinxveen wordt uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie waarbij de gemeente gelijktijdig blijft doorwerken aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 is de gemeente op de helft van deze opgave en transitie.
36/524
Koersdocument beschrijft de puzzel Het koersdocument beschrijft wat gedaan moet worden. Bijvoorbeeld: 2000 woningen aardgasvrij in 2030 omdat dat bijdraagt aan de CO2-reductie doelstellingen van de energietransitie. Het koersdocument draagt geen ‘voorgeschreven’ inhoudelijke oplossingen aan. Hoe de CO2 terug (gaan) brengen, wordt (nader) uitgewerkt in onderliggende analyses zoals de Transitievisie Warmte (TVW) en de Regionale Energiestrategie. Koersdocument nodigt iedereen uit om bij te dragen Het koersdocument biedt de puzzelstukjes die ingevuld moeten worden door iedereen in de samenleving. Bij de te behalen resultaten geeft de gemeente aan welke bijdrage gemeente Waddinxveen zelf gaat leveren en wat de gemeente daarin nog te doen heeft. Participatie voor dit koersdocument steunt op eerdere participatie trajecten Dit koersdocument is mede gebaseerd op de omgevingsvisie (vastgesteld in 2022), de transitievisie warmte (vastgesteld in 2021), de regionale energiestrategie (vastgesteld in 2021) en de klimaatstress test en risico dialoog (uitgevoerd in 2019). In deze projecten heeft een uitgebreid participatie traject plaatsgevonden. De participatie voor dit koersdocument maakt hier gebruik van.
Ook is specifieke input van een aantal maatschappelijke partners meegenomen, zoals vertegenwoordigers van het Duurzaamheidsplatform Waddinxveen van en voor ondernemers (DPW), Woonpartners Midden-Holland, WaddGroen, de energie coöperatie Waddinxveen en de Fairtrade werkgroep Waddinxveen. Toetsing aan de Koers naar Duurzaam Waddinxveen De voorliggende ontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling. Het gebouw wordt gasloos gerealiseerd en zal daarmee een bijdrage leveren aan de energieopgave. Gelet op het vorenstaande wordt met het voorliggend plan een bijdrage geleverd aan de Koers naar Duurzaam Waddinxveen.
37/524
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
5.2
Beleidskader rijk, provincie en gemeente