Bijlage 1: 2e Burap 2024 tbv Raad
Tekst van het document
Stijging kosten jeugdwetvervoer Dotatie verlofsparen
-180 -112
Langer gebruik gebouw voormalig Coenecoop College
-110
-110
Vaststelling subsidies 2023 Meerwerk accountantscontrole Meer reisdocumenten/rijbewijzen aangevraagd
106 -70 88
-70
-70
-70
-70
Dubbele raming zwerfafval
52
54
54
54
54
-141 2.436
-23 -469
-23 -371
-23 -572
-23 -665
Overige mutaties <50k TOTAAL Bedragen x € 1.000
In de tabel hieronder ziet u de bijstelling van de begrotingscijfers 2024 – 2028 per programma. 2024
Juiste zorg voor iedereen Ruimte voor iedereen Groeiende gemeente Aantrekkelijke gemeente Slagvaardige gemeente Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Totaal
2025
2026
2027
Lasten en toevoeging reserve
Baten en onttrekking reserve
Saldo
-1.332
517
-815
-628
-1.350
1.666
-1.069
597
-225
-115
-8.830
9.001
171
-31
-26
558
-206
352
45
45
-59
148
88
-
-
1.125
918
2.043
370
1.075
-6.873
9.309
2.436
-469
-371
2028
1.446 15 15
-1.526 -15 -12 45
45 859 -572
842 -665
Bedragen x € 1.000
35 2e Burap 2024
Overzicht mutaties in reserves De volgende tabellen tonen de mutaties in reserves die met deze Burap worden voorgesteld. Het totaal van de (wijzigingen aan de) onttrekkingen aan de reserves bedraagt in deze Burap voor 2024 € -747.000 negatief (lagere onttrekking aan de reserve, negatief voor de exploitatie), € 1.087.000 positief voor 2025, € 38.000 positief voor 2026, € 63.000 positief voor 2027 en € 38.000 positief voor 2028. Het totaal van wijziging in toevoegingen aan de reserves bedraagt in 2024 € 2.477.000 negatief. Er wordt extra toegevoegd aan de reserves, dit is een nadeel voor de exploitatie. De wijzigingen worden toegelicht in de programma’s.
Onttrekkingen aan reserves (+ = voordeel op de exploitatie) Naam wijziging Reserve 2024 2025 2026 2027 2028 Algemene bedrijfsreserve Bijstelling MPG 150 algemene dienst Bijstelling MPG Bovenwijkse voorzieningen 2 Herberekening kapitaallasten Algemene bedrijfsreserve -473 2024 algemene dienst Herberekening kapitaallasten Afschrijvingsreserve -281 2024 Maatschappelijke voorzieningen Herberekening kapitaallasten Afschrijvingsreserve -187 2024 Onderwijsvoorzieningen Herberekening kapitaallasten Afschrijvingsreserve -5 2024 Voorzieningen openbare ruimte Regionale Opvang vluchtelingen en andere 15 38 38 38 38 samenwerkingsovereenkomst ISK doelgroepen Egalisatiereserve Inhuur afdeling Ruimte 32 bouwvergunningen Budgetoverhevelingen Budgetoverhevelingen 1049 25 Totaal -747 1087 38 63 38 Bedragen x € 1.000
Toevoegingen aan de reserves (+ = voordeel op de exploitatie) Naam wijziging Reserve Algemene bedrijfsreserve Bijstelling MPG grondbedrijfsfuncties Bijstelling MPG/Nota Bovenwijkse voorzieningen kostenverhaal Herberekening Afschrijvingsreserve kapitaallasten 2024 Onderwijsvoorzieningen Budgetoverhevelingen Budgetoverhevelingen Totaal
2024 2025 2026 2027 2028 -1.501 -376 473 -1.074 -2.477
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
36 2e Burap 2024
Specificatie toevoegingen reserve budgetoverhevelingen Programma Progr.1
Mutatie Ontwikkelen woonzorgvisie Alleenverdienersproblematiek Subtotaal programma 1
Bedrag 20.000 32.000 52.000
Progr.2
Uitvoeringsplan maatschappelijke voorzieningen Subtotaal programma 2
117.500 117.500
Progr.3
Regionale visie vertalen naar lokaal beleid Uitvoering geven aan nieuwe Wet versterking regie op volkshuisvesting Duurzame vervoerswijze Lokale visie bedrijventerreinen Invulling hotel De Unie Kerkenvisie Duurzaamheid Duurzaamheid Subtotaal programma 3
25.000 50.000 25.000 50.000 50.000 25.000 349.050 75.000 649.050
Progr.4
Visie natuur-/recreatiegebieden Visie duurzame leefomgeving Project behoud identiteit Plasweg Omgevingsprogramma parkeren Subtotaal programma 4
130.000 40.000 10.000 50.000 230.000
Progr.6
Duurzaamheid Subtotaal programma 6
25.500 25.500
TOTAAL Reserve budgetoverhevelingen
1.074.050
37 2e Burap 2024
Bijlage 1 – Septembercirculaire 2024 Gemeentefonds 1. Inleiding De Miljoenennota 2025 van het Rijk is op 17 september 2024 bekend gemaakt. Deze nota kijkt vooruit naar de Rijksbegroting voor de komende jaren. Dit heeft ook gevolgen voor de uitkeringen uit het Gemeentefonds aan gemeenten. De Septembercirculaire 2024, die ook op 17 september 2024 is gepubliceerd, informeert gemeenten over deze gevolgen.
Financieel effect septembercirculaire 2024: Bedragen x € 1.000
Beginstand septembercirculaire 2024
2024
2025
2026
2027
2028
63.602
65.406
61.883
62.118
62.268
460
460
460
460 930 63.658
Reservering BTW-compensatiefonds Mutaties septembercirculaire 2024
1.260
702
1.324
1.024
Eindstand septembercirculaire 2024
64.862
66.568
63.667
63.602
Het nettoverschil tussen deze septembercirculaire 2024 en de voorgaande circulaire (meicirculaire 2024) is als volgt: (ten opzichte van basisjaar 2024; - = budgettair nadeel) Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Bruto verschil septembercirculaire 2024
1.260
702
1.324
1.024
930
-264
-181
-96
-18
-32
-159
-876
-861
-938
1.228
279
267
67
-26
Reservering accres (volume en LPO) Mutatie lastenkant begroting Netto verschil septembercirculaire 2024
38 2e Burap 2024
2. Gevolgen circulaire voor 2e Burap 2024 en Programmabegroting 2025-2028 De Septembercirculaire 2024 heeft voordelige structurele gevolgen voor de 2e Burap 2024 en de Programmabegroting 2025 – 2028. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: - Voor de jaren 2025 tot en met 2028 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld. - Het nominale deel is ter compensatie van loon- en prijsstijging en voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. - In de septembercirculaire 2024 is een voorschot voor het jaar 2024 voor de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds uitgekeerd. - De aanvullende mutaties in de uitkeringsfactor van het Gemeentefonds; - Het grotere aandeel van onze gemeente in het Gemeentefonds, doordat we een groei-gemeente zijn. Tabel 1 Gevolgen septembercirculaire 2024 Verschil septembercirculaire 2024 - meicirculaire 2024
2024
2025
2026
2027
2028
1 Meicirculaire 2024 2 Reservering BTW-compensatiefonds 3 Septembercirculaire 2024 4 Verschil septembercirculaire '24 - meicirculaire '24
63.602
65.406 460 66.568 702
61.883 460 63.667 1.324
62.118 460 63.602 1.024
62.268 460 63.658 930
-24 288
-86 267
-166 262
-242 260
-39 536 9
-10 -10 313 12
-10 5 240 6
-10 -5 57 6
-9 5 -124 6
-20
-26
-44 705 85
-45 715 167
32 712 247
25 32
31
26
15
12
100 28
100 29
29
29
702
1.324
1.024
930
-31
-636 -85 -26
-650 -167 -15
-650 -247 -12
-100 -28
-100 -29
-29
-29
-32
-159
-876
-861
-938
1.260 -32
702 -264 -159
1.324 -181 -876
1.024 -96 -861
930 -18 -938
1.228
279
267
67
-26
Het verschil is als volgt opgebouwd: 5 Volumeaccres historisch Bbp 6 LPO accres prijs Bbp 7 Voorschot ruimte onder plafond BCF 2024 8 Indexatie DU Jeugd: overheveling naar regionaal programma 9 Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor (o.a. afronding) 10 Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen 11 Overige mutaties Taak mutaties > € 25.000 12 Digitaal Stelsel Omgevingswet 13 Besparingsverlies Jeugd 14 Indexatie Wmo demografie Decentralisatie/Integratieuitk eringen (DU/IU) > € 25.000 15 Wet betaalbare huur (DU) 16 Alleenverdienersproblematiek (DU) 17 Openbare bibliotheken (DU) 18 Participatie (IU) A Totaal verschil (= onderdelen 5 t/m 18) Mutaties lasten 13a Besparingsverlies Jeugd 14a Indexatie Wmo demografie 15a Wet betaalbare huur (DU) 16a Alleenverdienersproblematiek (DU) 17a Openbare bibliotheken (DU) 18a Participatie (IU) C Totaal mutaties lasten Effect algemene middelen en begrotingsaldo A Totaal verschil (= onderdelen 5 t/m 18) B Reservering accres (volume en LPO) (= onderdelen 5 en 6) C Totaal mutaties lasten D Reeds opgenomen in de begroting 2025-2028 Totaal effect algemene middelen en begrotingsaldo
64.862 1.260
715
1.260
-32
Bedragen x € 1.000
39 2e Burap 2024
(1) Meicirculaire 2024 Dit is de uitkering uit het gemeentefonds na doorrekening van de meicirculaire 2024. De toelichting hiervan staat in het raadsmemo van 2 juli 2024 (kenmerk 158122). (2) BTW-compensatiefonds Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2023 van € 573 miljoen is in de programmabegroting 2025-2028 een structureel bedrag opgenomen van € 460.000 per jaar. (3) Septembercirculaire 2024 Dit is het saldo van het gemeentefonds na doorrekening van de septembercirculaire 2024. (4) Verschil septembercirculaire 2024 en meicirculaire 2024 Dit betreft het verschil tussen de septembercirculaire 2024 en de meicirculaire 2024. Een positief bedrag betekent een hogere uitkering, een negatief bedrag een lagere uitkering. Het verschil heeft meerdere oorzaken. Dit wordt op hoofdlijnen toegelicht onder nummer 5 tot en met 19. (5) Volumeaccres historisch Bbp In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV25). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volume naar beneden bijgesteld. (6) LPO accres prijs Bbp In de septembercirculaire 2024 is de raming voor de prijs bbp voor 2025 omhoog bijgesteld.
(7) Voorschot ruimte onder BCF-plafond 2024 Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2024 € 447 miljoen. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een incidenteel voordeel van € 715.000 in 2024. (9) Hoeveelheidsverschillen en mutaties WOZ Door de continue ontwikkeling van (landelijke en eigen) aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden, enz. vinden er bij iedere circulaire aanpassingen plaats. Bij de berekening van de septembercirculaire is rekening gehouden met de op dit moment bekende areaalgegevens. Dit is inclusief onze verwachting van het aantal woningen en inwoners per 1 januari 2025 waarmee in de Kaderbrief 2025-2028 al rekening is gehouden. (10) Overige mutaties Dit is het subtotaal van algemene mutaties in de algemene uitkering. Daarnaast zijn ook taakmutaties onder de € 25.000 en mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen onder de € 25.000 opgenomen. Taakmutaties Taakmutaties zijn middelen die het Rijk via de algemene uitkering beschikbaar stelt voor bepaalde doelen. Deze mutaties kunnen gevolgen hebben voor de lasten en/of baten in de begroting. In deze circulaire zijn ook weer enkele taakmutaties opgenomen.
De taakmutaties groter dan € 25.000 worden hieronder nader toegelicht. (12) Digitaal Stelsel Omgevingswet Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd naar € 31,4 miljoen vanaf 2024. Het nog over te hevelen 40 2e Burap 2024
bedrag voor 2024 bedraagt € 10,6 miljoen, aangezien reeds € 20,9 miljoen naar de begroting van BZK is overgeheveld. (13) Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. In de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van € 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van € 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De gemeente heeft in de begroting voor Jeugdzorg rekening gehouden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Dit wordt voor de jaren 2026 en verder nu teruggedraaid. Onder 13a is rekening gehouden met het terugdraaien van de lagere raming aan de lastenkant. Regel 13 en 13a dienen in samenhang te worden bekeken. (14) Indexatie Wmo demografie Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten voor de wettelijke zorgtaken Wmo.
De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm is in de septembercirculaire 2024 vanaf 2026 een jaarlijks bedrag € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029 opgenomen. Voor Waddinxveen gaat het in 2026 om een bedrag van € 85.000, voor 2027 € 167.000 en voor 2028 € 247.000. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 14 en 14a dienen in samenhang te worden bekeken. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Mutaties in decentralisatie- en integratie-uitkeringen groter dan € 25.000 worden hieronder nader toegelicht. (15) Wet betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS), maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector en de informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel.
De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van ongeveer € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van ongeveer € 6,5 miljoen per jaar. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZwaarde). Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. Deze incidentele middelen worden eveneens verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde). Voorgesteld wordt vooralsnog vanaf het jaar 2025 rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 15 en 15a dienen in samenhang te worden bekeken.
41 2e Burap 2024
(16) Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt een bedrag van € 22,6 miljoen uitgekeerd. De hoogte van het budget per gemeente is mede gebaseerd op informatie van de Belastingdienst over (1) de voorlopige aantallen huishoudens waar de alleenverdienersproblematiek speelt, en (2) de gemiddelde hoogte van de misgelopen toeslagen. De budgetten worden zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2025 en de meicirculaire 2026. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 16 en 16a dienen in samenhang te worden bekeken. (17) Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek.
Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 17 en 17a dienen in samenhang te worden bekeken. (18) Participatie (IU) Gemeenten worden vanaf 2025 gecompenseerd voor de afschaffing van het Lageinkomensvoordeel (LIV). Het gaat om het LIV dat de gemeente of haar sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt voor werknemers met een interne plaatsing op basis van de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) of in nieuw beschut werk op basis van de Participatiewet. Compensatie vindt plaats via de gebruikelijke financieringsstromen voor de Sociale werkvoorziening (SW) en voor Beschut werk via de Integratie-uitkering Participatie. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant.
Regel 18 en 18a dienen in samenhang te worden bekeken.
3. Aandachtspunten (B) Reservering accres Belangrijk is dat het accres een algemene indexatie betreft die bestaat uit een prijsdeel en een volumedeel. In het volumedeel van de bbp zit ook de stijging van de lonen door volumegroei van de economie. In het prijsdeel zit het deel van de loonontwikkeling voortkomend uit prijsstijgingen. Het prijsdeel van de bbp-systematiek is daarin dus niet een-op-een vergelijkbaar met de Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) zoals die ook wordt gebruikt bij de LPO-indexatie van de Rijksbegroting. Het accres is beleids- en bestedingsvrij. De wijze waarop (het volume- en prijsdeel) wordt ingezet is aan de gemeente. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant ter grootte van de bedragen genoemd onder regels 5 en 6. Correctie accres als gevolg van de revisie CBS Bij de Miljoenennota 2025 zijn voor het eerst de accressen van het Gemeente- en Provinciefonds geactualiseerd op basis van de nieuwe bbp-systematiek. Het uitgangspunt van deze bbp-systematiek is dat het Gemeente- en Provinciefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands
42 2e Burap 2024
product volgen. Deze ontwikkeling is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Bij Miljoenennota 2025 zijn de ramingen (2025 en verder) voor bbp-volume en bbp-prijs aangepast op basis van de macro-economische cijfers van het CPB (MEV 2025). Afgelopen zomer heeft het CBS een revisie van het bbp gepubliceerd. Doordat het volumedeel van het accres wordt gebaseerd op t-9 t/m t-2 had ook de bbp-volume index voor de periode 2015 tot en met 2023 aangepast moeten worden. Het volledig doorvoeren van de CBS-revisie leidt tot een hogere bbp-index voor 2025-2029 dan in de Miljoenennota 2025 geraamd. De index voor het volumedeel wordt door de herziening ongeveer 0,1% hoger voor 2025-2029. Dit heeft gevolgen voor het gereserveerde accres van het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW compensatiefonds (BCF). De nieuwe accresreeks wordt ook opgenomen in de decembercirculaire en boekhoudkundig door het Rijk verwerkt bij Voorjaarsnota 2025 inclusief de dan laatst geldende macro-economische raming van het CPB (CEP 2025).
43 2e Burap 2024