Begroting GA 2022 na DB versie 6-4-2021
Tekst van het document
Programmabegroting 2022 | Inhoudsopgave
Programmabegroting 2022 Groenalliantie Midden-Holland en omstreken
28 juni 2021
1
Programmabegroting 2022 | Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1. BESTUURLIJKE SAMENVATTING
3
3. PROGRAMMAPLAN
9
3.1 PROGRAMMA 1: BEHEER, ONDERHOUD EN EXPLOITATIE GEBIEDEN
9
3.2 PROGRAMMA 2: ONTWIKKELING
15
3.3 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
18
3.4 OVERZICHT OVERHEADKOSTEN
21
4. PARAGRAFEN
24
4.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
24
4.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
27
4.3 FINANCIERING
29
4.4 GRONDBELEID
31
4.5 BEDRIJFSVOERING
33
5 FINANCIËLE BEGROTING
34
6 BIJLAGE
43
2
Programmabegroting 2022
1. Bestuurlijke samenvatting In deze bestuurlijke samenvatting zijn voor het begrotingsjaar 2022 de speerpunten per programma benoemd. Deze punten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3: Programmaplan en hoofdstuk 4: Paragrafen. In hoofdstuk 3 is ook beschreven wat onder de reguliere werkzaamheden valt. Bestuurlijke opgaven 2022 e.v. Het bestuur van de Groenalliantie heeft haar hoofdopgaven voor 2022 e.v. als volgt geformuleerd.
Uitvoeren Kerntaken
De zorg voor beheer, (gebieds-)ontwikkeling, handhaving en communicatie Het primaire belang van de Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap conform de doelstelling in de Gemeenschappelijke regeling. De uitvoeringstaken van de Groenalliantie worden tussen 2019 en 2026 uitgevoerd door samenwerkingspartner Staatsbosbeheer. Dit maakt onderdeel uit van de op 12 december 2018 afgesloten samenwerkingsovereenkomst. Uitvoeren projecten Kwaliteitsimpuls Alle uitvoeringsprojecten hebben drie fasen doorlopen: planvorming, aanbesteding en uitvoering. De projecten waarvan de planvorming en aanbesteding succesvol is doorlopen (in 2019 en 2020), zijn in 2020 uitgevoerd. In 2021 wordt het programma Kwaliteitsimpuls afgebouwd. De vernieuwingen in alle beheergebieden worden in die periode dan ook daadwerkelijk in beheer genomen.
Duidelijke Planvorming en Kaderstelling
Aan de slag met nieuwe ambities op het gebied van investeringen en maatschappelijke opgaven De Groenalliantie wil ook in de periode 2022 blijven investeren in nieuwe projecten die recreatieve meerwaarde bieden. Dit gebeurt binnen de kaders van het Ontwikkelplan (2021), voorzien van de bijbehorende (dynamische) investeringsagenda. Naast gebiedsgerichte investeringen wil de Groenalliantie ook positief bijdragen aan maatschappelijke opgaven als bewegen, gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en de energietransitie. De opgaven zoals benoemd in het Ontwikkelplan worden opgepakt en samen met gebiedspartners en maatschappelijke partijen uitgewerkt.
Samenwerken en coalities Deelname aan diverse vormen van netwerksamenwerking op het niveau van het Groene Hart Groenalliantie wil ook in de komende tijd in de regio Midden Holland graag het effect van haar eigen handelen vergroten door de samenwerking te zoeken met andere gebiedspartijen en terreinbeheerders aan “de Landschapstafel”, afhankelijk van hoe dit zich in relatie tot de provincie Zuid-Holland ontwikkelt. In aanvulling op de eigen gebiedsgerichte investeringen kan het hierbij bijvoorbeeld gaan om een gepaste bijdrage van Groenalliantie aan investeringen van derden in (recreatieve) verbindingen en transferia in en tussen de beheergebieden en hun omgeving.
3
Programmabegroting 2022
Uitwerken en vormgeven van de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer In de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer staat de afspraak, dat met Staatsbosbeheer in de periode tot 2026 wordt ingezet op de op- en uitbouw van een duurzame samenwerking teneinde elkaars doelstellingen nog verder te versterken. Hierbij hebben Partijen onder meer het oog op een optimale verdeling van natuur en recreatie, een onderlinge goede verbinding van netwerken en een optimale en efficiënte benutting van middelen en capaciteit. Dit is vooral interessant bij aangrenzende eigendommen en bij combinaties van taken. Het Ontwikkel- en Beheerplan, momenteel in voorbereiding, is hiervoor het plankader.
Gebiedsadviescommissies Het Dagelijks Bestuur zal ook in 2022 haar voorgenomen plannen en investeringen voor advies voorleggen aan de gebiedsadviescommissies Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen e.o. Deze advisering wordt betrokken bij de besluitvorming in het Algemeen Bestuur. Adviezen van de commissies moeten passen binnen de doelstelling van de Groenalliantie en haalbaar en betaalbaar zijn. Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden Gebiedsbeheer Het product Gebiedsbeheer is gericht op het doen onderhouden van de natuur- en recreatiegebieden en de daarbij behorende beheertaken. Dit product wordt in 2022 onder verantwoordelijkheid van Staatsbosbeheer uitgevoerd. De voor 2022 geprognosticeerde uitgaven voor groot onderhoud zijn in de begroting vermeld (zie programma 3.1). De fysieke maatregelen die voortvloeien uit de investeringen in het kader van het programma Kwaliteitsimpuls Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen e.o. worden waar mogelijk gecombineerd met de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden. In 2021 de essentaksterfte in de Reeuwijkse Hout aangepakt en dan is de grootschalige aanpak van Essentaksterfte gereed. Tot en met 2022 dient nog wel opnieuw aangeplant te worden. Grondpositie en exploitatie Dit product is gericht op actief beheer van de grondpositie en exploitaties.
Er wordt constructief meegedacht met (uitbreidings-)wensen van gevestigde of nieuwe partijen, die zo nodig in een (aanvullende) overeenkomst worden vastgelegd. Op toevoeging van andere, nieuwe, commerciële functies wordt niet actief ingezet. Zie verder paragraaf 3.1. Toezicht en Handhaving Basisuitgangspunten voor de inzet van Toezicht & Handhaving (“T&H”): - de veiligheid van de gebruikers van de gebieden zo goed mogelijk waarborgen; - de eigendommen van het schap heel houden. De primaire inzet van T&H richt zich bij overtredingen op handhaving in de gebieden. Zie voor aandachtspunten per werkgebied paragraaf 3.1. Activiteiten waar een vergunning, ontheffing of toestemming voor is verleend worden gecontroleerd op naleving van de voorwaarden. Een goede wisselwerking met de boswachters beheer, ecologie en publiek is bij handhaving van groot belang. Een voordeel van de samenwerking met Staatsbosbeheer is, dat deze functies sedert 2017 in één team zijn ondergebracht. Uitvoering vindt plaats aan de hand van het
4
Programmabegroting 2022
Handhavingsplan Staatsbosbeheer – Zuid-Holland. Hierin zijn prioriteiten vastgesteld voor de gebieden van de Groenalliantie. Communicatie Het bestuur wordt gefaciliteerd in het vertalen van haar ambities aan het publiek en het op een positieve wijze beïnvloeden van de publieke opinie. Daarnaast wordt ingezet op de promotie van de recreatiegebieden, de bestaande routenetwerken en andere voorzieningen van de Groenalliantie in en om de recreatiegebieden, zodat de bekendheid wordt vergroot, de ontwikkelingen van de kwaliteitsimpuls bekend zijn en het bezoek aan de gebieden wordt gestimuleerd. Hiervoor zullen digitale communicatiemiddelen worden gebruikt, naast bijvoorbeeld advertenties in recreatieve bladen. Centraal hierin staat de boswachter publiek als gezicht van het gebied en aanspreekpunt voor vragen van omwonenden, recreanten, ondernemers, andere gebiedspartijen en media. Daarnaast worden indien relevant ook de communicatiekanalen van Staatsbosbeheer benut, zoals het boswachtersblog. Er zal in de communicatie in 2022 worden inzet op gebiedseigen thema’s, bijvoorbeeld met excursies of informatieavonden. Doel hiervan is om de gebruiker en omwonenden bewust te maken van hetgeen er in de (vernieuwde) gebieden te beleven en te zien is. Tevens is dit een goede manier om de bezoekers het gevoerde beheer te laten zien en dit uit te kunnen leggen.
Gestreefd wordt naar een zo hoog mogelijke mate van zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en herkenbaarheid. De boswachter publiek is hét gezicht naar buiten toe. Ontwikkeling Groenalliantie wil haar gebieden duurzaam beheren en ontwikkelen. Het Ontwikkelplan (2021) geeft de richting en kaders aan voor het strategisch en tactisch handelen van het bestuur ten aanzien van investeringen, meerjarig beheer, omgang met maatschappelijke vraagstukken en samenwerking met andere partijen (waaronder de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer). Het Ontwikkelplan is voorzien van een bijbehorende (dynamische) investeringsagenda. In hoofdstuk 3.2 “Ontwikkeling” wordt dit nader toegelicht. Financiële samenvatting De totale begroting 2022 sluit op nul. De begroting is geïndexeerd voor 1,1% op materiaal en 1,4% op personeel (dienstverlening SBB) volgens “De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor begrotingen 2022”. Het effect van de indexering op de deelnemersbijdrage is € 20.800 op het totaal van de deelnemersbijdragen. De deelnemersbijdragen zijn ten opzichte van 2021 met 15,94 % gestegen en bedragen in totaal € 1.654.700 zoals weergegeven in hoofdstuk 3.3 Algemene Dekkingsmiddelen.
De stijging komt voort uit de indexatie op de deelnemersbijdragen, evenals de afspraken met de provincie (de uittreedovereenkomst), waardoor Groenalliantie rekening houdt met een 10% verlaging van de hoogte van de provinciale bijdrage. Het verschil tussen de huidige bijdrage en de verwachtte verlaging vanaf 2022 wordt met name gecompenseerd door een hogere deelnemersbijdrage in het deelgebied KW, zoals bestuurlijk afgesproken in 2019. Dit leidt tot meer evenwicht tussen de werkgebieden KW en RP. De deelnemersbijdrage is vanaf de begroting 2022 € 7,34 per inwoner (inclusief indexering en afgesproken herijking TBM).
5
Programmabegroting 2022
Ook het meerjarig perspectief is sluitend, waarbij jaarlijks structureel € 173.000 aan de vervangingsinvesteringsreserve is toegevoegd. De financiële continuïteit voor de exploitatie is tot en met 2025 100% doordat de hogere deelnemersbijdragen de lagere bijdrage van de provincie Zuid Holland heeft gedicht. De periode na 2025 vraagt om meer keuzes en maatregelen, deze zijn nu niet verwerkt in de begroting 2026. Vermogenspositie De geprognotiseerde eindstand van de algemene reserve ultimo 2022 bedraagt € 2 miljoen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de meerjarenraming en de vermogenspositie.
6
Programmabegroting 2022
2. Uitgangspunten Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wetsaanpassing heeft onder meer gevolgen voor de indieningstermijn van de programmabegroting. De ontwerp-programmabegroting moet op 15 april voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar naar de deelnemers en de provincie Zuid-Holland gestuurd worden. . De Producten en Diensten Catalogus (PDC) van Staatsbosbeheer wordt in 2021 gekoppeld aan de actuele prijzen. Deze PDC biedt handvatten waarmee het recreatieschap en Staatsbosbeheer de samenwerking verder kunnen vormgeven en versterken. In 2021 zullen het recreatieschap en Staatsbosbeheer op basis van deze PDC product- en prijsafspraken maken. De eventuele effecten hiervan worden in een 1e begrotingswijziging 2022 n.a.v. de PDC in beeld gebracht en door middel van een begrotingswijziging voorgelegd in het najaar van 2021. Het uitgangspunt voor de programmabegroting 2022 is het bestaande en aanvaarde beleid, zoals vastgelegd in de programmabegroting 2021, de najaarsrapportage 2020, de concept jaarrekening 2020, kredietmutaties en de besluiten van het Algemeen Bestuur tot 1 maart 2021. De opbrengsten uit huren, pachten, e.d. worden conform de actuele contracten bijgesteld. Ook worden eventuele nieuwe (externe) ontwikkelingen (bij bestaand beleid) meegenomen.
De begroting Onderhoudskosten wordt gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan TBM. In 2019 heeft een herijking van de planningen voor Regulier en Groot Onderhoud en de vervangingsinvesteringen plaatsgevonden, de effecten uit deze herijking zijn in de begroting 2021 verwerkt. In de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer is afgesproken, dat er meer toegesneden prijsafspraken over de dienstverlening worden gemaakt. Tot die tijd wordt gewerkt met de prijssystematiek uit 2017 en 2018. De nieuwe prijsafspraken worden bij de najaarsrapportage in de begroting verwerkt (herijking van formatie en middelen in de begroting). De begroting is geïndexeerd voor 1,1% op materiaal en 1,4% op personeel (dienstverlening SBB) volgens “De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor begrotingen 2022”. Deze indexering is toegepast op alle lasten, met uitzondering van belastingen, verzekeringen, rentelasten en afschrijvingen. Op basis van het voorzichtigheidsbeginsel, is de indexering niet toegepast op de baten. Voor de meerjarenraming 2023 tot en met 2026 is geen indexering toegepast. De deelnemersbijdragen zijn opnieuw berekend. Hierbij is rekening gehouden met de indexatie, herijking TBM en een maximum van € 7,34 per inwoner.
In de voorliggende begroting 2022 is de dienstverlening van Staatsbosbeheer opgenomen overeenkomstig de dienstverleningsbedragen uit de begroting 2021 rekening houdend met de verhoging met de index van 1,4%. Doorgevoerde compartimentering in de investeringsreserve Groenalliantie en in de reserve vervangingsinvesteringen komt bij de vaststelling van de begroting 2022 te vervallen. Dit zal
7
Programmabegroting 2022
nader worden uitgewerkt in de Najaarsrapportage 2022, aangezien de standen van de reserves nog veranderen. De begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026 moeten, conform de uitgangspunten in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Als dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. De nadere uitwerking is opgenomen in de financiële begroting (zie hoofdstuk 5). De begroting 2022 bevat conform voorschriften in het BBV een meerjarenraming. Zie hoofdstuk 5 financiële begroting.
8
Programmabegroting 2022
3. Programmaplan Het programmaplan is vanaf 2020 opgebouwd uit de volgende onderdelen: - Programma 1 Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden - Programma 2 Ontwikkeling - Algemene dekkingsmiddelen - Overzicht overhead In dit hoofdstuk wordt per programma een toelichting gegeven op de ambities, de voorgestelde aanpak om deze ambities te realiseren en wat de kosten hiervoor zijn.
3.1
Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden
Ambitie: Wat willen we bereiken? De natuur- en recreatiegebieden vallend binnen de gemeenschappelijke regeling worden onderhouden conform het principe ‘schoon, heel en veilig’ voor een optimaal gebruik door de bezoekers. Onder het beheer van de gebieden vallen tevens diverse exploitaties, die bijdragen aan de recreatieve kwaliteit. De netto-opbrengsten in de gebieden zijn optimaal. Aanpak: Wat gaan we daarvoor doen? Het beheer, onderhoud en de exploitatie van de gebieden wordt gerealiseerd door middel van de volgende producten: 1. Gebiedsbeheer 2. Economisch beheer 3. Regelgeving & handhaving 4. Communicatie Ad.1 Gebiedsbeheer Het product Gebiedsbeheer betreft het onderhouden van de natuur- en recreatiegebieden en de daarbij behorende beheertaken. De basis voor de reguliere onderhoudswerkzaamheden is beschreven in het terreinbeheermodel (TBM). Dit model is opgebouwd uit doeltypen met specifieke recreatieve doelen en maatregelen gerelateerd aan marktconforme normprijzen per doeltype. Continue evaluatie van de onderhoudswerkzaamheden draagt bij aan het voortdurend actualiseren van het terreinbeheermodel en het beheersbaar houden van zowel de te treffen onderhoudsmaatregelen als de kosten. Ten behoeve van de werkzaamheden voor het Groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een jaarlijks geactualiseerde meerjarenonderhoudsprognose.
Hiermee worden voorzieningen getroffen voor toekomstig Groot onderhoud. Met behulp van het uitvoeren van diverse inspecties, wordt de staat van het beoogde Groot onderhoud getoetst. De bevindingen uit deze voortdurende evaluatie worden verwerkt alvorens de werkzaamheden worden uitgevoerd. Het product gebiedsbeheer bestaat verder uit: inventariseren en selecteren van partijen die in staat zijn om (een deel van het) natuur-en recreatieschap te onderhouden; maken van afspraken met partijen. 9
Programmabegroting 2022
De jaardotatie aan de voorziening groot onderhoud als onderdeel van het budget gebiedsbeheer bedraagt € 862.700. Voor 2022 zijn voor Groot onderhoud voor € 578.041 aan uitgaven geprognotiseerd, uitgesplitst naar categorie onderhoud. Verwezen wordt naar paragraaf 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen. Bij de uitvoering van onderhouds- en beheerswerkzaamheden vindt waar nuttig afstemming plaats met het externe netwerk van bezoekers, exploitanten en medebeheerders zoals gemeenten of waterschappen. Naast het reguliere onderhoud (o.a. maaien, snoeien, reinigen) en het jaarlijks terugkerende groot onderhoud (o.a. baggeren, bos en beplanting, herstel van wegen en paden) zijn in 2022 ook specifieke groot onderhoud maatregelen voorzien. Deze maatregelen worden definitief bekend na de toetsing van de meerjarenplanning aan de uitgevoerde inspecties. De fysieke maatregelen die voortvloeien uit de Kwaliteitsimpuls worden waar mogelijk gecombineerd met de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden. De aanwezigheid van invasieve plaagsoorten (zoals bereklauw, Japanse duizendknoop, springbalsemien) wordt jaarlijks gemonitord. Het voorkomen van verdere uitbreiding (en waar nodig terugdringing) staat daarbij centraal. Zie onderstaand tabel voor de geplande werkzaamheden groot onderhoud in 2022. In 2022 zijn de volgende werkzaamheden gepland (excl. p)
10
Programmabegroting 2022
Ad.2 Economisch beheer De taken die binnen economisch beheer worden uitgevoerd zijn: - Beheer grondpositie - Beheer exploitaties Beheer grondposities (eigendom) Het beheer van grondposities betreft het actief beheer van de grondpositie (gronden en opstallen binnen het werkingsgebied) zodanig dat dit bijdraagt aan de lange termijn strategie van de Groenalliantie. Het resultaat hiervan is dat voldaan wordt aan de rechten en plichten die het bezit van grond met zich meebrengt. Hieronder valt ook het afstoten van posities die geen recreatief belang dienen, evenals het verwerven van gronden die van belang kunnen zijn voor toekomstige ontwikkelingen van de Groenalliantie. Er worden geen grote mutaties in de grondpositie verwacht. Beheer exploitaties Het beheer van exploitaties is tweeledig: 1. Het heeft betrekking op het constructief meedenken met verzoeken en (uitbreidings)wensen van gevestigde ondernemers ten aanzien van het gebruik van schapsgronden en – opstallen. In beginsel wordt hier medewerking aan verleend middels het aangaan van overeenkomsten, waarin zo nodig privaatrechtelijke afspraken worden vastgelegd. Uiteraard mits deze overeen komen met de huidige ambities van het natuuren recreatieschap en passen binnen de kaders van de schapsdoelstelling. 2.
Het heeft betrekking op het actief administratief, financieel, juridisch en relationeel beheren van bestaande overeenkomsten. Hiermee wordt onder andere een stabiele geldstroom nagestreefd, waarbij tenminste het huidige niveau wordt gehandhaafd. Ad.3 Regelgeving & handhaving Regelgeving & handhaving bestaat uit de volgende onderdelen: - Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen - Toezicht en handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen De natuur- en recreatiegebieden kunnen gebruikt worden voor het recreëren door individuen en door groepen. Voor beide vormen van gebruik geldt dat niet alles altijd mag en kan. Wanneer een gebruiker of organisatie een bepaalde activiteit wil uitvoeren binnen het werkgebied van de Groenalliantie, vraagt hij hiervoor een vergunning, ontheffing of toestemming aan. Dit komt voort uit het oogpunt van de doelstellingen van de gemeenschappelijke regeling en de openbare orde en veiligheid. Toestemmingen worden vanuit de eigenstandige privaatrechtelijke bevoegdheid van de Groenalliantie zelf gegeven. Toezicht en handhaving Toezicht en Handhaving (T&H) bestaat uit de onderdelen gastheerschap, daadwerkelijke handhaving en de regierol bij samenwerking. De invulling van de drie onderdelen leidt tot een compleet palet van activiteiten op de doelstelling ‘schoon, heel en veilig’ in een gebied.
Dit palet wordt ingevuld op basis van de aard en het gebruik van het gebied. Door de samenwerking met de handhavers van Staatsbosbeheer wordt de effectiviteit en efficiëntie van de handhaving verhoogd. 11
Programmabegroting 2022
Basisuitgangspunten voor de inzet van T&H: - de veiligheid van de gebruikers van de gebieden zo goed mogelijk waarborgen; - de eigendommen van het schap heel houden. De primaire inzet van T&H richt zich op handhaving in de gebieden. Voor de beheergebieden van de Groenalliantie wordt gewerkt aan een verordening gericht op de regulering van het hondenbezoek in de gebieden van de Groenalliantie. Deze gerichte Verordening kan juridische uniformiteit bieden voor het te voeren hondenbeleid in alle gebieden van de GA ongeacht in welke gemeente de verschillende gebieden gelegen zijn. Ad.4 Communicatie Het bestuur wordt ondersteund in de positionering van de gebieden van Groenalliantie MiddenHolland en het vertalen van de eigen ambities naar het publiek en de stakeholders. De bekendheid en het gebruik van de recreatiegebieden en de diverse bestaande routenetwerken (knooppuntensystemen) wordt vergroot door het effectief en efficiënt benutten van de beschikbare on- en offline communicatiekanalen. De communicatie wordt zoveel mogelijk afgestemd op de bewoners en recreanten, waarbij wordt samengewerkt met ondernemers en gebiedspartijen. Een combinatie van communicatie in het gebied zelf met persoonlijke communicatie in de vorm van excursies, gesprekken en inloopbijeenkomsten krijgt waardering van de verschillende doelgroepen.
Bij de inzet van communicatiemiddelen wordt – met behoud van de eigen identiteit van Groenalliantie Midden-Holland – waar mogelijk en nuttig meegelift met de organisatie van Staatsbosbeheer. Groenalliantie heeft een eigen website waarbij nieuwsberichten en nieuwe ontwikkelingen worden gedeeld.
12
Programmabegroting 2022
Financiën: Wat gaat het kosten? Programma 1. Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden Lasten Gebiedsbeheer Economisch beheer Regelgeving & handhaving Communicatie Totaal lasten Baten Gebiedsbeheer Economisch beheer Regelgeving & handhaving Communicatie Totaal baten Saldo gewone bedrijfsvoering Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten Totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Resultaat
Rekening 2020
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
2.300.751 110.039 154.000 75.420 2.640.210
2.466.100 112.300 172.500 146.600 2.897.500
2.561.800 112.500 174.900 148.500 2.997.700
31.093 761.350
792.443
13.100 445.300 458.400
22.800 459.900 482.700
1.847.767-
2.439.100-
2.515.000-
2.930 2.930-
-
-
1.850.697-
2.439.100-
2.515.000-
2.930 2.930
-
65.500 65.500
1.847.767-
2.439.100-
2.449.500-
Toelichting Gebiedsbeheer: De lasten voor 2022 gebiedsbeheer van € 2,6 miljoen bestaan voor € 0,6 miljoen uit dienstverlening Staatsbosbeheer, € 0,9 miljoen uit regulier onderhoud, de jaarlijkse dotatie aan de voorziening Groot Onderhoud van € 0,9 miljoen, afschrijvingslasten van € 129.000 en overig lasten van € 3.100. Zie voor de dotatie aan de voorziening Groot Onderhoud ook de verdere toelichting op de voorziening Groot Onderhoud bij paragraaf 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen. Toelichting Economisch beheer: De baten economisch beheer bedragen € 459.900, dit zijn begrote baten huren/pachten. Toelichting Regelgeving & handhaving: De lasten voor 2022 Regelgeving & handhaving van € 174.900 bestaan voornamelijk uit dienstverlening Staatsbosbeheer. Toelichting Communicatie: De lasten voor 2022 communicatie van € 148.500 bestaan voor € 105.400 uit dienstverlening Staatsbosbeheer. 13
Programmabegroting 2022
Kredieten Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 zijn er nog geen kredieten bekend voor programma 1 welke betrekking hebben op 2022.
14
Programmabegroting 2022
3.2
Programma 2: Ontwikkeling
Ambitie: Wat willen we bereiken? Het bestuur wordt geadviseerd over de implementatie van mogelijke nieuwe ontwikkelingen die passen binnen de doelstelling van de gemeenschappelijke regeling en die een recreatieve meerwaarde opleveren en/of de natuurwaarde versterken. Aanpak: Wat gaan we daarvoor doen? Het bestuur wordt geadviseerd over in te nemen standpunten ten aanzien van initiatieven die de doelstelling van de Groenalliantie raken. Zo wordt inspraak geleverd op ’ruimtelijke plannen’ en initiatieven van derden. Hiervoor worden de volgende producten geleverd: • •
Planvorming & gebiedsontwikkeling Marketing & productontwikkeling
Planvorming & gebiedsontwikkeling Groenalliantie wil haar gebieden duurzaam beheren en ontwikkelen. Het Ontwikkelplan (2021) geeft de richting en kaders aan voor het strategisch en tactisch handelen van het bestuur ten aanzien van investeringen, meerjarig beheer, omgang met maatschappelijke vraagstukken en samenwerking met andere partijen (waaronder de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer). Het Ontwikkelplan is voorzien van een bijbehorende (dynamische) investeringsagenda. Organiseren De Groenalliantie heeft de organisatiekracht om zowel op strategisch als op operationeel niveau samenwerkingen en allianties aan te gaan. Op strategisch-tactisch niveau wordt afgestemd met c.q. deelgenomen aan overlegtafels op gebiedsniveau. De inzet is gericht om op regionale schaal tot duidelijke en afgestemde afspraken te komen over de inhoud en (co-) financiering van ambities en wensen (afronding en vervolg Recreatieprogramma Groene Hart). Op operationeel niveau wordt op basis van projecten samenwerking gezocht met gebruikers, gebruikersgroepen, exploitanten, ondernemers en andere terreinbeheerders. Hieruit voortkomende investeringsvoorstellen worden door het Dagelijks Bestuur voor advies voorgelegd aan de gebiedsadviescommissies Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen e.o.
De uitkomsten van overleg, advies en samenwerking op zowel strategisch-tactisch als operationeel niveau vormen mede de input voor het aanvullen, bijstellen en oppakken van de eigen investeringsagenda van de Groenalliantie. Investeren Voor het uitvoeren of doen uitvoeren van de visie zoals vastgelegd in het Ontwikkelplan is een meerjaren investeringsagenda opgesteld. De agenda bevat een overzicht van gebiedsgerichte investeringen gericht op vernieuwing en toevoeging van (recreatieve) voorzieningen onder meer gericht op bewegen, spelen en horeca en verhoging van de natuurwaarden. Aanvullend bevat de agenda ook niet-fysieke investeringen gericht op onder meer het verhogen van de bekendheid van de gebieden, versterken van het gastheerschap in de gebieden, meer duurzame inrichting en het optimaliseren financiële baten. 15
Programmabegroting 2022
Ook de samenwerking met Staatsbosbeheer kan tot nieuwe gezamenlijke investeringen leiden (afspraak in de Samenwerkingsovereenkomst 2018). Voorwaarde voor het doen van investeringen is dat het beheer (door Groenalliantie, Staatsbosbeheer of door een derde) vooraf is geborgd. Uitvoeren Alle gebiedsprojecten doorlopen drie fasen: planvorming, aanbesteding en uitvoering. Ten tijde van het opstellen van de begroting zijn er geen gebiedsprojecten bekend die betrekking hebben op 2022. In alle beheergebieden van Groenalliantie wordt door middel van beheermaatregelen in de komende jaren invulling gegeven aan de verbetering van bosstructuren voortkomend uit de omvormingsopgave essentaksterfte en het programma kwaliteitsimpuls. De ruimte binnen de beheerbegroting wordt hiervoor ingezet. Economische ontwikkelingen Op moment van schrijven is niet bekend of uit het programma Kwaliteitsimpuls, ontwikkelingsvisies of de nota verdienopgaven economisch gerelateerde werkzaamheden volgen. Mogelijk benodigde kredieten hiertoe worden binnen deze programma’s opgenomen. Marketing & productontwikkeling De marketing richt zich op de regionale positionering en profilering van de natuur- en recreatiegebieden alsmede op de bekendheid van de diverse routestructuren, zoals het fietsknooppuntensysteem en het vaarroutenetwerk.
De recreatieve wensen van toeristen, recreanten en bewoners worden als uitgangspunt genomen bij de ontwikkeling, positionering en profilering van de gebieden.
16
Programmabegroting 2022
Financiën: Wat gaat het kosten? Rekening 2020
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
Lasten Planvorming & gebiedsontwikkeling Marketing & productontwikkeling Totaal lasten
198.900 15.800 214.700
212.800 212.800
215.800 215.800
Baten Planvorming & gebiedsontwikkeling Marketing & productontwikkeling Totaal baten
-
-
-
Saldo gewone bedrijfsvoering
214.700-
212.800-
215.800-
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
25.223 104.472 79.249
-
-
Totaal saldo van baten en lasten
135.451-
212.800-
215.800-
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
477.958 255.709 222.249-
-
-
Resultaat
357.700-
212.800-
215.800-
Programma 2. Ontwikkeling
Toelichting: De lasten op planvorming en gebiedsontwikkeling betreffen de dienstverleningslasten SBB voor een bedrag van € 215.800. Kredieten Sinds 2018 zijn de verslaggevingsvoorschriften voor gemeenten en provincies voor Gemeenschappelijke Regelingen gewijzigd. Eén van de wijzigingen is dat investeringen met maatschappelijk nut vanaf 2018 geactiveerd dienen te worden. In de krediettabel is aangegeven welke kredieten binnen de programma’s (exploitatie) verantwoord worden en welke volgens het BBV worden geactiveerd (activeren). Op de geactiveerde kredieten (projecten) wordt vervolgens jaarlijks afgeschreven. De afschrijvingslasten worden wel binnen de programma’s (exploitatie) verantwoord. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 zijn er nog geen kredieten bekend voor programma 1 welke betrekking hebben op 2022. In 2022 zijn deels afschrijvingslasten begroot omdat afschrijving start in het jaar nadat het krediet/project volledig is afgerond. Op het moment van het opstellen van de begroting 2022 is het nog niet duidelijk welke kredieten/projecten in 2021 gereed komen. Deze mutaties worden verwerkt in de eerste begrotingswijziging 2022.
17
Programmabegroting 2022
3.3
Algemene dekkingsmiddelen Rekening 2020
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
1.387 1.387
1.100 50.600 51.700
1.100 33.085 34.185
Baten Subsidiebijdrage Provincie Zuid-Holland Deelnemersbijdrage Totaal baten
1.869.274 1.407.500 3.276.774
1.869.300 1.427.200 3.296.500
1.644.685 1.654.700 3.299.385
Saldo gewone bedrijfsvoering
3.275.387
3.244.800
3.265.200
-
-
-
Totaal saldo van baten en lasten
3.275.387
3.244.800
3.265.200
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
2.222.631 1.717.693 504.938-
173.000 173.000-
173.000 173.000-
Resultaat
2.770.449
3.071.800
3.092.200
Algemene Dekkingsmiddelen Lasten Algemene dekkingsmiddelen Onvoorziene lasten Totaal lasten
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
Toelichting: Met ingang van 2018 is de provincie Zuid-Holland geen deelnemer meer in het schap, de bijdrage van de provincie is apart inzichtelijk gemaakt. De hoogte van de subsidiebijdrage van de provincie is tot en met 2021 100% en vanaf 2022 tot en met 2025 90% van de in 2017 beschikbaar gestelde subsidiebijdrage. Conform de uittreedovereenkomst heeft de provincie haar bijdrage in 2019 ten opzichte van 2018 verhoogd en deze toegepaste verhoging gereserveerd voor de jaren 2020 en 2021. De verlaging van de subsidiebijdrage van de provincie in 100% naar 90%, wordt opgevangen door de verhoging van de deelnemerslasten. De toevoeging aan de reserve betreft de toevoeging aan de vervangingsinvesteringsreserves. Voor de lange termijn is dit budget benodigd om bruggen en steigers te vervangen.
18
Programmabegroting 2022
Deelnemersbijdragen Verdeling deelnemersbijdrage KW Gemeente Krimpen a/d IJssel Gemeente Krimpenerwaard TOTAAL Verdeling deelnemersbijdrage RP
Gemeente Gouda Gemeente Bodegraven/Reeuwijk Gemeente Waddinxveen
TOTAAL
Aandeel in nadelig exploitatiesaldo 216.200 415.300
Inwoneraantallen per 1-1-2021 34% 29.443 66% 56.559
Percentage
631.500 Aandeel in nadelig exploitatiesaldo
Percentage
Inwoneraantallen per 1-1-2021
541.500 259.100 222.600
53% 25% 22%
73.754 35.288 30.320
1.023.200
Toelichting op de deelnemersbijdrage: In 2018 is de provincie Zuid-Holland uitgetreden. De provincie heeft in het collegeprogramma opgenomen dat zij op strategisch niveau invulling wil geven aan het recreatiebeheer en niet meer direct betrokken wil blijven bij het operationele beheer van de gebieden. Om die reden is de provincie per 1 januari 2018 uit de gemeenschappelijke regeling getreden. Vanaf die datum geeft de provincie Zuid-Holland overeenkomstig de voorwaarden in de uittreedovereenkomst een andere invulling aan de medefinanciering van het beheer, te weten door het op aanvraag toekennen van een jaarlijkse subsidie in een nieuw meerjarig financieringsmodel tot en met 2025. Voor de periode 2018 – 2021 is de provinciale subsidie van een gelijkblijvend volume ten opzichte van de begroting 2017 (geen indexatie). Conform de uittreedovereenkomst heeft de provincie haar bijdrage in 2019 ten opzichte van 2018 verhoogd en deze verhoging gereserveerd voor de jaren 2020 en 2021. Voor 2022 tot en met 2025 is de verlaging doorgevoerd naar 90% van de in 2017 beschikbaar gestelde subsidiebijdrage. Aangezien er nog geen duidelijkheid is omtrent de provinciale bijdrage na 2025, is de begroting 2026 hierop nog niet aangepast.
Tijdens de werkconferentie op 18 februari 2019 hebben de leden van het Dagelijks en Algemeen Bestuur gesproken over het al dan niet handhaven van de in 2014/2015 aangebrachte compartimenten in de begroting van Groenalliantie. Geconstateerd is dat zich sedert de oprichting van de Groenalliantie ingrijpende veranderingen hebben voorgedaan en positieve ervaringen met elkaar zijn opgedaan. Ingrijpend is zoals hierboven beschreven de uittreding van de provincie, positief is dat door de samenvoeging van de twee recreatieschappen er een efficiency en professionaliseringsslag is gemaakt, mede door samenwerking met Staatsbosbeheer. Voorbeelden zijn: verbeterd beheer, betere ontwikkelplannen en bijvoorbeeld meer expertise opdoen voor het verkrijgen van subsidies. Alles afwegende acht het bestuur het voor de bestuurlijke en financiële toekomstbestendigheid van Groenalliantie belangrijk dat de vijf deelnemende gemeenten onder gelijke voorwaarden participeren in en profiteren van de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling. Daarom is met ingang van het begrotingsjaar 2022 - bij gelijkblijvende omstandigheden en ongewijzigd beleid – besloten over te gaan tot een uniformering van de berekening van de deelnemersbijdragen per werkgebied, waarbij het bepaalde in artikel 33, lid 2 ad a van de 19
Programmabegroting 2022
gemeenschappelijke regeling voor het werkgebied Reeuwijkse Plassen e.o. ook gaat gelden voor het werkgebied Krimpenerwaard. Dit betekent een verdeling van het negatief exploitatiesaldo op basis van het inwoneraantal per gemeente, hetgeen voor alle deelnemers neerkomt op een deelnemersbijdrage van € 7,34 per inwoner (dit is inclusief jaarlijkse indexatie en herijking TBM). De gemeenschappelijke regeling wordt hierop in 2021 ook aangepast. Met ingang van het begrotingsjaar 2022 is besloten om de compartimentering op te heffen van de reserve vervangingsinvesteringen en de investeringsreserve. Dit is bij de reserves verwerkt met de inzichten van de jaarrekening 2020.
20
Programmabegroting 2022
3.4
Overzicht Overheadkosten
Ambitie: Wat willen we bereiken? Kwalitatief hoogwaardige bestuurlijke en juridische advisering aan het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur, over ten minste de volgende aandachtsgebieden: - lopende zaken, beleid, ontwikkelingen en toekomst van het schap - nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving die van invloed zijn op het schap Daarbij wordt rekening gehouden met wat er speelt op de betreffende beleidsvelden en met het netwerk binnen en buiten het schap. Dit netwerk bestaat uit schapsdeelnemers, ambtelijk apparaat, natuur- en milieuorganisaties en stakeholders in het schapsgebied. Tevens het voorbereiden van bestuursvergaderingen inclusief een verslaglegging van bestuursvergaderingen, bestuurlijk en ambtelijk omgevingsmanagement en het zorgdragen voor het uitvoeren van de knel- en actiepunten. Aanpak: Wat gaan we daarvoor doen? De ondersteuning van het Dagelijks en het Algemeen Bestuur vindt plaats door het leveren van de volgende producten: 1. Bestuursproducten 2. Juridische ondersteuning en advisering 3.
Financiën Ad.1 Bestuursproducten De bestuursproducten omvatten: Het voorbereiden en plannen van bestuursvergaderingen; Het verslagleggen van bestuursvergaderingen en het (laten) uitvoeren wat afgesproken is; Het signaleren van knelpunten in de uitvoering en het aandragen van oplossingen; De bestuurssecretaris is adviseur van en aanspreekpunt voor schapsdeelnemers, ambtelijk apparaat en stakeholders voor alle zaken/ projecten die in schapsverband spelen inclusief de risico’s; Het vertegenwoordigen van de schapsbesturen in ambtelijke en bestuurlijke netwerken en gremia van de deelnemers; Het opstellen en uitvoeren van additionele opdrachten en beleidsadviezen waarmee het bestuur in staat wordt gesteld om richting en middelen vast te stellen; Het faciliteren en ondersteunen van de gebiedsadviescommissies: vergaderingen plannen en voorbereiden, verslaglegging van vergaderingen en het (laten) uitvoeren van actiepunten. Ad.2 Juridische ondersteuning en advisering Dit product heeft betrekking op de (algemene) juridische advisering op het gebied van publiek- en privaatrecht en het implementeren, toepassen en evalueren van wet- en regelgeving relevant voor de gemeenschappelijke regeling (Wet gemeenschappelijke regelingen en Algemene wet bestuursrecht).
Ook het toetsen van bestuursvoorstellen op juridische gevolgen en het behandelen van bezwaar- en beroepzaken en zaken op grond van de Wob (Wet openbaarheid van bestuur) en Wet Bibob (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), behoren tot de juridische ondersteuning en advisering. 21
Programmabegroting 2022
Ad.3 Financiën In het kader van de financiële ondersteuning worden de volgende activiteiten uitgevoerd: - verzorgen van de financiële administratie van de gemeenschappelijke regeling: tijdige en systematische vastlegging van baten, lasten en in- en uitgaande geldstromen; - incasseren van gelden als gevolg van verkoop, heffing en/of in privaatrechtelijke overeenkomsten overeengekomen vergoedingen; - toetsen van bestuursvoorstellen op incidentele en/of structurele financiële consequenties; - het voeren van periodieke budgetgesprekken met budgethouders en projectleiders; - opstellen van de planning & control producten, zoals begroting, najaarsrapportage en jaarstukken; - begeleiden van de werkzaamheden van de accountant (interim controle, subsidiecontroles, jaarrekeningcontrole).
22
Programmabegroting 2022
Financiën: Wat gaat het kosten? Rekening 2020
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
Lasten Bestuursproducten Juridische ondersteuning en advisering Financiën Totaal lasten
255.927 9.300 120.508 385.735
287.900 10.200 121.800 419.900
291.800 10.500 124.600 426.900
Baten Bestuursproducten Juridische ondersteuning en advisering Financiën Totaal baten
-
-
-
Saldo gewone bedrijfsvoering
385.735-
419.900-
426.900-
Kredieten Lasten kredieten Baten kredieten (bijdragen derden) Saldo kredieten
68.365 68.365-
9.500 9.500-
-
Totaal saldo van baten en lasten
454.100-
429.400-
426.900-
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
75.000 143.365 68.365
9.500 9.500
-
Resultaat
385.735-
419.900-
426.900-
Overhead
Kredieten Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 zijn er nog geen kredieten bekend voor programma 1 welke betrekking hebben op 2022.
23
Programmabegroting 2022
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het schap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid verandert/ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen A > 2,0 B 1,4 < x < 2,0 C 1,0 < x < 1,4 D 0,8 < x < 1,0 E 0,6 < x < 0,8 F < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
* De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico
20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
Risicoanalyse Risico’s
Aard van het risico
Financiële omvang risico
Kans van optreden* H/M/L
Impact (uitgaande van vier jaar)
1.
Eindafrekening verstrekte subsidies
Bij de eindafrekening van een project worden door subsidiegever niet alle gemaakte kosten vergoed.
PM
L
PM
2.
Invoering Verhoging incidentele en vennootschapsbelasti structurele lasten. ng voor overheidsondernemin Invoering VPB heffing gen (VPB)per 1 januari 2016 Meerjarige dekking Financiering exploitatie begroting na tekort door uittreding uittreding provincie provincie Zuid-Holland Zuid-Holland vanaf 2026; aanname is 25% of meer.
PM
L
PM
€ 456.857
H
PM
PM
M
PM
3.
4.
economisch grondzaken
Incidenteel & structureel
24
Programmabegroting 2022
Zoals hiervoor aangegeven wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. De geprognotiseerde stand van de Algemene Reserve per eind 2022 bedraagt ca. € 2 mln. De gekwantificeerde risico’s zijn niet te kwantificeren, maar zijn lager dan € 2 mln. Daarmee is de ratio van het Weerstandsvermogen uitstekend te noemen. Hieronder zijn de risico’s nader toegelicht. Risico1: Subsidietoekenningen en –afrekeningen De Groenalliantie heeft enkele projecten lopen die deels gefinancierd worden door subsidiebijdragen. Subsidieverstrekkers letten bij de aanvraag, voortgangsrapportages en bij de definitieve afwikkeling scherp op de motivatie en inhoudelijke toelichtingen en onderbouwingen. Door onvoorziene omstandigheden kan het voorkomen dat het niet mogelijk is om binnen het gestelde budget te blijven of dat er niet subsidiabele kosten gemaakt moeten worden om het project toch uit te kunnen voeren. Het verkrijgen van subsidies en het naleven van subsidievoorwaarden (inhoudelijk, financieel en naleving van termijnen) geeft een risico. De omvang van de uitvoeringsplannen van de kwaliteitsimpuls wordt deels bepaald door de toekenning van subsidies. Het subsidierisico wordt ingeschat met kans van optreden Laag.
Risico 2: Invoering Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheidsondernemingen Per 1 januari 2016 is de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen van kracht geworden. Hiermee zijn onder andere ook de gemeenschappelijke regelingen (Recreatieschappen) Vpb-plichtig voor zover een onderneming wordt gedreven. Hiertoe zijn “ondernemingstoetsen per cluster” aangemaakt voor de afzonderlijke Recreatieschappen waarmee geprobeerd wordt om aan te tonen dat er geen sprake is van een onderneming in fiscale zin. In de Groenalliantie trad een extra risico op voor deze heffing omdat over de jaren 2017, 2018 en 2019 sprake is/was van een aanzienlijke jaarlijkse jaarwinst vóór resultaatbestemming in de exploitatie/jaarrekening van Groenalliantie. Vanuit afdeling Financiën van Staatsbosbeheer is dat risico onderkent en is er in samenwerking met de fiscalist actief afstemming gezocht is met de Belastingdienst en een beroep gedaan op de zogenaamde zgn. “samenwerkingsverbandvrijstelling”. Eind november 2020 heeft de Belastingdienst hier per brief een beslissing in genomen, dit heeft geresulteerd in een positieve uitkomst: er is terecht door Staatsbosbeheer een beroep gedaan op de “samenwerkingsverband-vrijstelling” en aangifte VPB kan achterwege blijven. Dit betekent dat het risico op VPB heffing, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, als nihil wordt beschouwd.
Risico 3: Meerjarige financiering na uittreding provincie Zuid-Holland Tot 2026 zijn er voor de dekking van de exploitatie van Groenalliantie geen financiële zorgen te verwachten. De financiële continuïteit voor de exploitatie is t/m 2021 voor 100% en daarna t/m 2025 voor 90% geborgd. Vanaf 2022 dient het bestuur van Groenalliantie rekening te houden met 10% kostenbesparing op de exploitatie. De omvang van de verhoging van de deelnemersbijdrage in 2022 vangt het begrotingstekort op dat met ingang van 2022 ontstaat, omdat ingevolge de Uittreedovereenkomst met de provincie de begrotingssubsidie in dat jaar structureel met 10% daalt (van 57 % naar 47%). Aan de hand van een monitoring en evaluatie van de beschikbare middelen wordt door de provincie in 2021 bepaald waarvoor en onder welke voorwaarden het flexibele deel van het budget per 2022 beschikbaar wordt gesteld. De eerste ambtelijke contacten 25
Programmabegroting 2022
zijn inmiddels gelegd. Dit wordt schapsbreed opgepakt. De periode na 2025 vraagt naar verwachting om meer keuzes en maatregelen. Het risico is vooralsnog hoog ingeschat en de aanname is dat er vanaf 2026 tenminste 25% minder structureel wordt ontvangen. Risico 4: Economische grondzaken Een algemeen risico van het zijn van grondeigenaar is bodemverontreiniging. Er kunnen milieuverontreinigingen aanwezig zijn die momenteel niet bij de Groenalliantie bekend zijn en waarvan de veroorzaker na ontdekking niet kan worden aangesproken. In een aantal gevallen kan het schap echter wel verantwoordelijk gehouden worden voor de kosten van sanering. De kosten hiervoor zullen pas bekend worden wanneer een dergelijke milieuverontreiniging wordt aangetroffen. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen komen voor bestaande gebieden, zal nagegaan moeten worden of er vervuiling is. Indien er sprake is van vervuiling zal eerst een saneringsplan moeten worden opgesteld. Op gronden die in erfpacht met accessoir opstalrecht zijn uitgegeven is het de erfpachter toegestaan een opstal te vestigen op de in de erfpacht opgenomen percelen. Meerdere contracten bevatten een clausule die bepaalt dat bij beëindiging van het erfpacht- opstalakte door het recreatieschap, het recreatieschap verplicht kan worden de opstal tegen de dan geldende waarde over te nemen van de erfpachter.
Dat betekent dat het recreatieschap in de toekomst mogelijk verplicht zou kunnen worden om bij het opzeggen van de erfpachtakte de opstallen over te nemen. De hieruit voortvloeiende liquiditeitsbehoefte kan vooruitziend niet op redelijke wijze bepaald worden. Kengetallen Voor het verhogen van de transparantie en om makkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie en de baten en de lasten worden met ingang van de begroting 2017 een aantal voorgeschreven kengetallen opgenomen. De kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte
Rekening 2020 -201% n.b. 71% 12%
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
-138% n.b. 73% n.t.b.
-151% n.b. 71% n.t.b.
-153% n.b. 72% n.t.b.
-160% n.b. 72% n.t.b.
-154% n.b. 76% n.t.b.
De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
26
Programmabegroting 2022
4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande uitgaven voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande uitgaven van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de Voorziening verantwoord. Jaarlijks worden de geplande uitgaven, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. Onderstaande tabel (incl.
P) geeft het verwachte verloop weer van de voorziening Groot onderhoud voor de komende jaren. STAND VOORZIENING Stand voorziening 1 januari Dotatie
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
3.034.622
2.874.770
1.754.913
2.039.573
1.868.371
1.916.735
1.460.244
1.705.973
841.500
853.300
862.700
862.700
862.700
862.700
862.700
862.700
Onttrekking
1.001.352
1.973.157
578.041
1.033.902
814.337
1.319.191
616.971
941.692
Stand voorziening 31 decem ber
2.874.770
1.754.913
2.039.573
1.868.371
1.916.735
1.460.244
1.705.973
1.626.981
Nb: De onttrekking 2020 is inclusief de vanuit 2019 doorgeschoven GO werken, de onttrekking 2021 is inclusief de vanuit 2020 doorgeschoven GO werken. Het meerjarenonderhoudsplan is gerelateerd aan het Terrein Beheer Model en de daarin opgenomen doeltypes. Sommige doeltypes kennen fluctuaties in de uitgaven en vragen een planning met een meerjarenperspectief. Deze doeltypes zijn ondergebracht in specifieke categorieën, zoals baggeren of asfalt. In onderstaand staafdiagram zijn de geplande uitgaven (alleen de materiële lasten) op de verschillende categorieën weergegeven.
27
Programmabegroting 2022
De meerjarenplanning Groot Onderhoud laat voor de komende jaren (2022-2027) enkele grote pieken zien in de geplande uitgaven. Dit inzicht in de werkvoorraad stelt de organisatie in staat ruim op tijd op de benodigde capaciteit te sturen. Daarnaast zijn grote delen van dit werk uitbesteed aan derden en wordt goed gekeken of werkzaamheden kunnen worden gebundeld. Deze maatregelen minimaliseren de kans op capaciteitsproblemen. In 2022 zijn de volgende werkzaamheden gepland (excl. p) Categorie TBM-overig Bos Solitairen en knotbomen Duikers Niet normatieve assets (lampjes) Asfalt Bagger Elementenverharding Gras Halfverharding Harde oevers Steenbestorting Zwemwater Gebouwen Bruggen Vlonders en steigers Totaal geplande uitgaven GO excl P Totaal geplande uitgaven GO incl P
2022 44.083 91.178 38.104 24.221 45.455 52.323 22.985 3.777 116.265 35.414 473.804
28
Programmabegroting 2022
4.3 Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden / schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Er wordt voldaan aan de kasgeldlimiet, aangezien de verwachting is dat er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. De renterisiconorm is voor de Groenalliantie niet van toepassing, aangezien er geen sprake is van opgenomen geldleningen, ook voor de komende 4 jaren zijn geen geldleningen verwacht. Schatkistbankieren Het schatkistbankieren is gebaseerd op het principe van zero-balancing.
Zero-balancing betekent het dagelijks overboeken van het saldo boven een vastgesteld drempelbedrag van minimaal € 250.000 en maximaal € 2,5 miljoen op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist dan wel het aanvullen van een bankrekening ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. Dagelijks worden de rekeningen automatisch afgeroomd tot een bedrag van € 50.000 naar de rekening courant die het schap heeft bij ’s Rijks schatkist, zodat aan de vereisten wordt voldaan. EMU saldo De berekening van het EMU-saldo is op transactiebasis. Dit betekent dat de daadwerkelijke betaling van belang is. De berekeningswijze is vergelijkbaar met het kasstelsel, dat voor het Rijk van toepassing is. De decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen, voeren echter een administratie uit op basis van het baten-lastenstelsel. Dit stelsel is voor de decentrale overheden verplicht op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Het EMUsaldo wordt berekend door, afhankelijk van de kasmutatie, bij het exploitatiesaldo enkele posten op te tellen of af te trekken.
29
Programmabegroting 2022
Berekening EMU-saldo (X 1.000) Om sch r ijv in g T el l in g
Begr ot in g 2022
Begr ot i n g 2023
Begr ot in g 2024
Begr ot in g 2025
1 08
1 08
1 08
1 08
Ex ploit a t iesa ldo v óór t oev oeg in g a a n c.q. on t t r ek kin g u it r eser v es A fsch r ijv in g en t lv de ex ploit a t ie
+/+ +/+
129
1 29
1 29
1 29
Br u t o dot a t ies a a n de post v oor zien in g en t en la st e v a n de ex ploit a t ie
+/+
27 8
-1 8 0
42
-4 6 4
In v est er in g en in (im )m a t er iële v a st e a ct iv a die op de ba la n s w or den g ea ct iv eer d Ba t en u it bijdr a g en v a n a n der e ov er h eden , de Eu r opese Un ie en ov er ig en , die n iet op de ex ploit a t ie zijn v er a n t w oor d en n iet a l in m in der in g zijn g ebr a ch t op in v est er in g en in (im )m a t er iële v a st e a ct iv a A a n koop v a n g r on d en u it g a v en a a n bou w -, w oon r ijp m a k en La st en op ba la n spost V oor zien in g en v oor zov er deze t r a n sa ct ies m et der den bet r effen V er w a ch t e boek w in st bij v er k oop effect en en v er w a ch t e boek w in st bij v er k oop (im )m a t er iële v a st e a ct iv a A a n deel in EMU-sa l do
-/-
0
0
0
0
+/+
0
0
0
0
-/-
0
0
0
0
-/-
0
0
0
0
-/-
0
0
0
0
515
57
279
-228
30
Programmabegroting 2022
4.4
Grondbeleid
Algemeen Het dagelijks bestuur van Groenalliantie Midden-Holland e.o. heeft begin 2016 de nota grondbeleid vastgesteld. Binnen dit grondbeleid staan enkele uitgangspunten centraal.
Grond is een middel en geen doel. Voorop staat dat grond en vastgoed middelen zijn om schapsdoelen te bereiken; grondbeleid beantwoordt niet de vraag welke beleidsdoelen bereikt dienen te worden. Die vraag wordt beantwoord in bijvoorbeeld schapsvisies, gebiedsplannen en specifieke projecten. Grondbeleid faciliteert, is op uitvoering gericht en geeft handvatten voor het realiseren van doelstellingen op het vlak van natuur en (openlucht)recreatie, binnen de kaders van de gemeenschappelijke regeling.
Bij en met de inzet van grond en vastgoed wordt financiële optimalisatie (van zowel kosten als opbrengsten) nagestreefd. Hiermee wordt bijgedragen aan het resultaat van de schapsbegroting.
Bij en met de inzet van grond en vastgoed wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht. Samenwerking en verbinding met andere publieke en private actoren biedt verbeterde kansen om de ambities voor natuur en recreatie te realiseren. Daarbij is het schap zich steeds bewust van haar rol ten opzichte van andere partijen (waaronder gemeenten, ook gelet op hun planologisch primaat). Het schap handelt in beginsel alleen binnen de begrenzing van taken en doelstellingen zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling.
Hoewel het schap zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen - actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie. Het schap werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden tussen enerzijds grond en vastgoed en anderzijds maatschappelijke of commerciële (verdien)modellen van derden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen.
Het schap zet in op risicomanagement dat past bij het specifieke risicoprofiel. Daarbij geldt dat het schap in beginsel niet risicodragend deelneemt in gebieds- en vastgoed)ontwikkelingen en niet zelf grond-of opstalexploitaties voert.
Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform.
Voor het te voeren grondprijsbeleid zijn kaders vastgelegd in de periodiek vast te stellen Grondprijsbrief. De methodiek die de Nota benoemt voor het grondprijsbeleid wordt in de Grondprijsbrief uitgewerkt door het benoemen van grondwaarden, vergoedingspercentages, vaste vergoedingen of richtprijzen. Op dit moment wordt de Grondprijsbrief 2018 gehanteerd, die is gebaseerd op een marktbeeld van eind 2017. In 2021 wordt de grondprijsbrief door een onafhankelijke taxateur herzien (conform AB besluit van 16 december 2019).
31
Programmabegroting 2022
Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting. Schapsspecifiek In het programmaplan van de begroting wordt ingegaan op de specifieke grond- en vastgoedontwikkelingen en de daarbij geldende financiële prognoses, kansen en risico’s. Daarnaar wordt verwezen.
32
Programmabegroting 2022
4.5
Bedrijfsvoering
In januari 2018 is door het Algemeen Bestuur een principebesluit genomen om de samenwerking met Staatsbosbeer te continueren. In december 2018 is de nieuwe samenwerkingsovereenkomst GA – SBB voor 2019 – 2025 vastgesteld en ondertekend. Tot aan het moment van nieuwe prijsafspraken in het kader van de herijking van de begroting is de prijsstelling van de dienstverlening gebaseerd op de systematiek uit 2017/2018.
Productomschrijving
Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden
Gebiedsbeheer Economisch beheer Regelgeving & handhaving Communicatie Planvorming & gebiedsontwikkeling Bestuursproducten Juridische ondersteuning & advisering Financiën
628.700 25.100 174.700 105.400
Subtotaal
933.900
Dienstverlening in uitgaven voorziening Groot Onderhoud
104.200
Totaal
Ontwikkeling
Algemene dekkingsmiddelen
Overhead
262.000 9.600 103.200
628.700 25.100 174.700 105.400 215.800 262.000 9.600 103.200
374.800
1.524.500
215.800
215.800
-
Totaal
104.200 1.628.700
33
Programmabegroting 2022
5 Financiële begroting Rekening 2020
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022