CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2023-2026 na AB

Besluitvormende raadsvergadering 1 juni 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland23.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op korte(re) termijn is de doelstelling het bereiken van doelmatigere WOZ uitvoering en toepassing van een meer verfijnde, op de WOZ-gegevens aansluitende, gebruikstypering in de BAG zodat op een breder vlak sprake zou kunnen worden van ‘gezamenlijk gegevensbeheer’.

Rijksprogramma Regie op Gegevens (RoG) Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening en handelt in opdracht van de ministeries van BZK en EZK. De impact op belastingorganisaties is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement (PDM) wordt ingevoerd, zal dit van invloed worden op onze dienstverlening. Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een

Begroting 2023-2026

21

meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Specifiek voor het WOZ-domein kan gedacht worden aan het permanent ‘openzetten’ van objectgegevens. Door de vele lopende ontwikkelingen, de toegenomen werkdruk door, met name (NCNP)bezwaren en de uitdagende arbeidsmarkt zal deze ontwikkeling waarschijnlijk op korte(re) termijn slechts beperkt tot uitvoering kunnen worden gebracht; controle en analyse door de medewerkers (ook in verband met synchroon houden van koppelingen tussen basisregistraties) blijft immers noodzakelijk. Bovenstaande ontwikkelingen geven aan dat deze werkzaamheden op de afdeling WOZ aan veranderingen onderhevig blijven. Steeds meer specifieke en diepgaande kennis en inzicht in het stelsel van basisregistraties (‘ketendenken’), technisch en ruimtelijk inzicht alsmede het kunnen maken van onderbouwde analyses zullen richtinggevend zijn in de doorontwikkeling van de medewerkers objecten WOZ.

Ontwikkelingen op het gebied van waarderen:  De ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen De traditionele taxatiemodellen, veelal gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, die op dit moment gebruikt worden zullen tussen 2021 en 2025 in hoog tempo aan veranderingen onderhevig blijven. Voor ons huidige taxatiemodel, met name op het gebied van de woningen, zal innovatie en aanvullende ontwikkeling richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) wenselijk zijn. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data. Dit maakt dat er voor de taxateurs, met name voor de Specialist Taxaties, steeds meer nadruk komt te liggen op hoogwaardige analyse-skills en inrichten, verfijnen alsmede kalibreren van moderne modellen. De ontwikkelingen en mogelijkheden zullen in de komende jaren nauwlettend gevolgd worden; in 2022 zal onderzocht worden of de strategische ontwikkeling van het Waarderingspakket van Centric in de nabije toekomst gaat voldoen aan de noodzakelijke ontwikkelingen. Het uiteindelijke doel blijft, binnen de context van de geldende eisen voor de uitvoering van de WOZ-werkzaamheden, dat de aansluiting op marktwaarde zo maximaal/optimaal mogelijk is.

Aan de hand van (internationale) standaarden wordt de kwaliteit van de taxatiemodellen door de Waarderingskamer bewaakt. Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook veel aandacht voor transparantie en uitlegbaarheid moeten zijn/blijven. 

Taxatieverslagen nieuwe stijl en Verantwoordingsdocumenten Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om WOZ-waarden te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar weinig in ontwikkeling geweest. Als gevolg van uitspraken van de Hoge Raad betreffende ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ heeft de Waarderingskamer samen met gemeenten en samenwerkingsverbanden gewerkt aan een vernieuwd taxatieverslag waarmee vanaf 2022 bij een aantal gemeenten ‘gepilot’ zal worden. Deze moderne versie van het taxatieverslag zou, meer beeldend en met meer kwantitatieve informatie, inzicht moeten geven in de wijze waarop en de uitgangspunten waaronder de taxatie tot stand is gekomen. Tevens is er samen met de Waarderingskamer, de VNG, de LVLB en WOZ-dienstverleners gewerkt aan een (jaarlijks) verantwoordingsdocument waarin de inrichting van het WOZ-proces, de vakbekwaamheidseisen van de taxateurs, de gebruikte gegevens en de overige factoren waarmee de taxatiewaarde bepaald wordt, worden beschreven. Deze zullen de komende jaren moeten worden opgesteld en geactualiseerd. Een combinatie van deze twee documenten zou een (juridische maar ook begrijpelijke en transparante) onderbouwing van de WOZ-waarde moeten gaan vormen.

De openbaarheid van WOZ-waarden van niet-woningen De politiek weegt vooralsnog af of het wenselijk is om deze waarden openbaar te maken. Enerzijds zou het kunnen leiden tot verbetering van de kwaliteit van gegevens en daarmee van

Begroting 2023-2026

22

de vastgestelde WOZ-waarde, anderzijds blijven tegenhangers wijzen op de concurrentiegevoeligheid van de informatie. De exacte impact voor de toekomst hangt af van de evaluatie van het WOZ-waardeloket (2023) voor woningen en de wijze waarop de waarden van niet-woningen openbaar zouden moeten worden.

Ontwikkelingen op het gebied van bezwaar en beroep:  Onderzoek bezwaren in relatie tot toegekende kostenvergoeding NCNP-bureaus Gemeenten hebben jaarlijks, in toenemende mate, hoge kosten aan No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus die namens woningeigenaren bezwaar maken tegen de WOZ-waarde en daarbij aanspraak (kunnen) maken op een vergoeding van proceskosten in verband met de gevoerde bezwaar- en beroepsprocedures. In opdracht van de Minister voor Rechtsbescherming is een onderzoeksopdracht gegeven aan het WODC welk rapport in februari 2021 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Conclusies uit dit onderzoek waren dat de regelgeving rondom de WOZwaardering de slagingskans van bezwaren en beroepen groot maakt en dat er sprake is van een verdienmodel (edoch zonder bewijs van misstanden in de werkwijze van NCNP-bureaus). Aangezien niet op alle onderzoeksvragen een eenduidig antwoord werd gegeven, heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een vervolgopdracht gegeven om te achterhalen of het huidige systeem van proceskostenvergoedingen bedrijven prikkelt om zoveel mogelijk bezwaren in te dienen.

Het rapport is in november 2021 opgeleverd en trekt als belangrijkste conclusie dat, als gevolg van de enorme vlucht van automatiseringsmogelijkheden (en daarbij standaardteksten), de forfaitaire vergoedingen en de vergoedingenstructuur niet meer aan lijken te sluiten bij de uitgangspunten voor de vergoeding zoals deze in het Besluit proceskosten Bestuursrecht (Bbp) uit 1995 is vastgelegd. Daarnaast concludeert zij dat de huidige vergoedingenstructuur een bedrijfsmodel in de hand lijkt te werken waarbij de hoeveelheid in te dienen bezwaren zwaarder weegt dan de kwaliteit van de ingediende bezwaren en waarbij (zeer) beperkte inspanning veelal leidt tot forse kostenvergoedingen. Een (te) groot aantal bezwaren heeft additioneel voor de uitvoeringsorganisaties als gevolg dat dit procesonderdeel een (te) groot beslag legt op de beschikbare tijd, er op deze wijze minder tijd ‘overblijft’ voor andere procesonderdelen en op den duur het risico van een negatieve spiraal ontstaat. De politieke keuzes die op basis van bovengenoemde uitkomsten worden gemaakt, zullen een prominente factor zijn in de toekomstige kostenontwikkeling voor de uitvoering van het WOZ-proces. De uitgebrachte aanbevelingen vanuit het eerder genoemde rapport ‘Naar nieuwe vormen van Decentraal Bestuur’, waaraan o.a. het ministerie van BZK en vertegenwoordigers van o.a.

de VNG en de Unie van Waterschappen hebben meegewerkt, richten zich op een breed onderzoek mede in relatie tot een algemene herordening van de financiële verhoudingen. De uitkomsten van dit mogelijke onderzoek zullen richtinggevend zijn voor toekomstige ontwikkelingen in het WOZ-domein. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten

Jaarrekening Begroting 2022 2021

Primitief

Begroting 2022 na wijziging maart 2022

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

3.341 1.127 545

3.341 1.127 545

3.341 1.127 545

3.341 1.127 545

-

-

-

-

Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Project resterende opschoningsact. Leiderdorp Project resterende opschoningsact. Velsen Overgang waarderen op inhoud naar GO Overgang waarderen op inhoud naar GO Velsen

3.145 1.021 474 196 11 225 57

3.137 890 455

-

3.137 1.025 531 51 40

Totaal Lasten

5.129

4.482

4.785

5.013

5.013

5.013

5.013

Bijdragen deelnemers

4.904-

4.482-

4.744-

5.013-

5.013-

5.013-

5.013-

Totaal Baten

4.904-

4.482-

4.744-

5.013-

5.013-

5.013-

5.013-

Resultaat voor bestemming

225

-

40

-

-

-

-

Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves

225-

-

40-

-

-

-

-

0

-

0-

-

-

-

-

Baten

Resultaat na bestemming

-

Begroting 2023-2026

23

De laatste jaren is door de voortdurende toename van bezwaren NCNP sprake van een stijging in personeelslasten en proceskostenvergoedingen. Voor de komende jaren gaan we uit van een slechts beperkte stijging van bezwaren door onder andere NCNP bureaus ten opzichte van 2021. Mocht dit onverhoopt anders zijn dan zullen de beschikbare middelen voor programma Waarderen en mogelijk ook voor de BSGR als geheel ontoereikend zijn. Dit punt is tevens meegenomen in de risicoparagraaf. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen.

Begroting 2023-2026

24

Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur en beleid (waaronder communicatie) en de P&O werkzaamheden. Ook vallen de loonkosten van de afdelingshoofden onder dit programma. Wat gaan we doen? De komende jaren blijven in het teken staan van het onderzoeken van mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de BSGR. Primair wordt hierbij gekeken naar gemeenten binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ook het onderzoeken van mogelijkheden voor een verdergaande samenwerking met andere belastingsamenwerkingen kan een optie zijn. Zowel de coronapandemie als het private arbeidsrecht, waarbij overname of samengaan wordt gezien als een overgang van onderneming, kan hierbij een complicerende factor zijn. Ten behoeve van uitbreiding wordt gebruik gemaakt van het kostprijscalculatiemodel waarbij middels activity based costing alle werkzaamheden en activiteiten gedifferentieerd worden toebedeeld aan primaire producten.

Daarnaast kan het kostprijscalculatiemodel worden gebruikt om de interne prijzen per product te challengen en te benchmarken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de prijs van een WOZ-object) en wordt het kostprijscalculatiemodel tevens gebruikt om de deelnemersbijdrage van de huidige deelnemers te bepalen. Het behouden van een ISAE-verklaring zal een nadrukkelijk Unique Selling Point zijn in de uitbreidingsstrategie. Immers, de BSGR is ook nu nog steeds de eerste en enige belastingorganisatie die al negen jaar dit internationaal erkende kwaliteitspredicaat in haar bezit heeft. Ook over 2021 is wederom een ISAE type II verklaring verkregen. Voor wat betreft de interne organisatieontwikkeling, de ontwikkelingen op personeelsgebied, financiën, automatisering en privacy wordt gemakshalve verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering, zie pagina 35 en verder. Wat gaat het kosten? x € 1.000

Jaarrekening

Lasten

2021

Personeelslasten

Begroting 2022 Primitief

Begroting 2022 na wijziging maart 2022

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

Automatisering Huisvesting Overige goederen en diensten

1.086 137 614 770 258

1.186 249 609 803 346

1.131 249 629 766 281

1.172 249 645 595 288

1.172 249 645 595 288

1.172 249 645 595 288

1.172 249 645 595 288

Totaal Lasten

2.865

3.193

3.055

2.949

2.949

2.949

2.949

Bijdragen

2.865-

3.193-

3.055-

2.949-

2.949-

2.949-

2.949-

Totaal Baten

2.865-

3.193-

3.055-

2.949-

2.949-

2.949-

2.949-

-

-

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves

-

-

-

-

-

-

-

Resultaat na bestemming

-

-

-

-

-

-

-

Kapitaallasten (incl. eventuele vervangingsinvesteringen)

Baten

Resultaat voor bestemming

De personeelslasten blijven de komende jaren op een redelijk gelijkblijvend niveau. Datzelfde geldt voor overige goederen en diensten. Voor kapitaallasten en automatisering wordt een voorbehoud gemaakt in verband met de uitkomst van een Europese aanbesteding voor wat betreft de hosting en ICT infrastructuur (inclusief kantoorautomatisering) in 2022. Voor wat betreft de automatiseringskosten speelt tevens dat deze mogelijk zullen gaan oplopen uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen. De huisvestingslasten dalen fors in verband met een nieuw huurcontract per 1 november 2022 met aanzienlijk gunstiger voorwaarden.

Begroting 2023-2026

25

Algemene dekkingsmiddelen Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) in artikel 8 ook voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Daarnaast komen de financieringslasten en –baten in dit programma tot uitdrukking, alsmede de bestemmingsreserve flankerend beleid. Flankerend beleid Uit het oogpunt van de privacy worden de kosten inzake het flankerend beleid verantwoord binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen. Ook de onttrekking uit de bestemmingsreserve wordt in dit programma verantwoord. Het bestuur heeft op 27 september 2018 besloten dat deze bestemmingsreserve tot en met 2022 in stand wordt gehouden. Vanaf 2023 vervalt daarmee deze reserve. Het bedrag onvoorzien Het bedrag onvoorzien moet volgens het BBV expliciet vermeld worden. De keus wordt gelaten om dit bedrag per programma of voor de begroting in zijn geheel te ramen. Om praktische redenen hanteert de BSGR de laatst genoemde mogelijkheid. De aanwending van het bedrag onvoorzien is alleen onder voorwaarden toelaatbaar; inzet vindt plaats voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn en waarvoor in de begroting geen raming is opgenomen.

Indien een dergelijke uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkelingen in de volgende begroting verwerkt. Verwerking van een onvoorziene post leidt tot een begrotingswijziging welke aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd. Het bedrag onvoorzien is vastgesteld op € 109K voor de periode 2023-2026. Wat gaat het kosten? x € 1.000

Jaarrekening

Lasten

2021

Begroting 2022 Primitief

Begroting 2022 na wijziging maart 2022

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

Onvoorzien Flankerend beleid

0 36

109 185

81 200

109 -

109 -

109 -

109 -

Totaal Lasten

36

294

281

109

109

109

109

Bijdragen deelnemers Overige opbrengsten

4229-

109-

81-

109-

109-

109-

109-

Totaal Baten

431-

109-

81-

109-

109-

109-

109-

Resultaat voor bestemming

395-

185

200

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Baten

Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves

36-

185-

200-

-

Resultaat na bestemming

431-

-

-

-

Begroting 2023-2026

26

Binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn er in de jaren 2023-2026 de volgende incidentele baten en lasten.

Programma

Incidentele baten en lasten x € 1.000

Algemene Dekkingsmiddelen Onvoorzien Totaal Lasten Baten

Gerealiseerde resultaat

Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Dotaties Onttrekkingen bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

109

Door de provincie is in een notitie inzake incidentele baten en lasten aangegeven dat post onvoorzien hiervan deel uitmaakt. In voorgaande begrotingen was hiermee nog geen rekening gehouden.

Begroting 2023-2026

27

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. Een stille reserve is bij de BSGR niet aanwezig. Wel beschikt de BSGR over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt jaarlijks € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.

Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende:    

De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen zijn ingericht, alsmede IT aspecten en het opstellen van de belastingrapportage en privacy. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.

Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven bij de belastingrapportage, wordt het raamwerk indien nodig jaarlijks bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage. Bij het opstellen van de begroting 2023-2026 worden de volgende risico’s onderkend, inclusief kwantificering:

Begroting 2023-2026

Risico's

28 Getroffen maatregelen

Kwantificering

Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd.

Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen. Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal tot kostenstijging en vermindering van de beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit.

Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden ontstaan in de gegevensverwerking en de belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn.

Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve uitwerking hebben op de reputatie en goede naam.

De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.

Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt.

gemitigeerd

Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden.

gemitigeerd

De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan.

vrijwel nihil

De afspraken met de deelnemers zijn vastgelegd in de aangepaste gemitigeerd dienstverleningsovereenkomst, waarin tevens verwezen wordt naar het besluit van het AB d.d. 27 maart 2014 inzake uittreding. Inmiddels heeft het algemeen bestuur - vooruitlopend op de voorgenomen wijziging van de Wet gemeenschappeljke regelingen- op 25 juni 2020 ingestemd met een geactualiseerde tekst aangaande een uittredingsbepaling. In het kader van deze aanpassing van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen vindt in mei 2022 nog een extra overleg met het Algemeen Bestuur hierover plaats.

De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe dienen de website en management informatie.

gemitigeerd

Begroting 2023-2026

Risico's (vervolg) Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat.

Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling

Vervanging belastingapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd.

ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.

29 Getroffen maatregelen

Kwantificering

Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zij niet zonder meer met derden mogen delen. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MT-vergaderingen). Daarnaast wordt jaarlijks, door medewerkers die zich bezighouden met het onderwerp Privacy en Informatiebeveiliging, een update gegeven van de stand van zaken. Afgelopen jaar is als gevolg van de Coronapandemie deze voorlichting verstrekt via intranet, direct aan de medewerkers gerichte mailberichten en in praktijk is de alertheid van medewerkers op phishingmail en voicephishing getest.

De BSGR stuurt sterk op de kosten.

gemitigeerd

Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 € 1.500K in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande jaarlijks voor de koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, deelnemers voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn er in de afgelopen jaren geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is. Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in € 1.200K de eenmalige licentiekosten.

Omdat er nog geen sprake is van een concrete casus kan in de kwantificering uitlsuitend uitgegaan worden van een schatting. De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.

p.m.

De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.

Begroting 2023-2026

Risico's (vervolg) Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer

NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.

30 Getroffen maatregelen

Kwantificering

In de huidige begrotingsmethodiek zijn areaal-ontwikkelingen t/m 2019 in de Gemitigeerd deelnemerbijdrage verdisconteerd. Insteek is eenmaal per drie jaar een update qua areaalontwikkelingen door te rekenen en de kosten hiervan in de begroting mee te nemen. De ultieme wettelijke beperking voor ongewenste effecten NCNP-bureaus € 800K per 2023 laat nog op zich wachten.Weliswaar is de uitkomst van het door de minister bij blijvende van Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken stijging. en de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegde onderzoek naar ongewenste effecten van NCNP-bureaus bekend maar heeft niet geleid tot restrictief beleid. De besluitvorming over het aanvullende door de VNG geinitieerde onderzoek is nog onduidelijk. De BSGR sec kan op deze ontwikkeling weinig invloed uittoefenen. UItgaande van een gelijke stijging bezwaren in 2022 en 2023 zoals in 2021 betekent dit een kostenpost van € 600K extra in 2023.

Risico's

risicobedrag

jaar

Niet voldoen aan wet- en regelgeving Vervanging belastingapplicatie Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk NCNP bezwaren

p.m.

2023 e.v.

0,1 p.m.

2024 2023 e.v.

0,50 € 600.000 0,75 p.m.

2023 800.000 2022 en 2023

0,75 p.m. 0,75 € 600.000

Berekend risico af: Algemene Reserve* tot max. 5% Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.

€ p.m.

p.m. €

1.200.000

kans

gewogen

€ 1.200.000 € 695.000 €

505.000

* Op basis van een toevoeging van € 215K vanuit het rekeningresultaat 2021

Begroting 2023-2026

31

Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 10 februari 2022. In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico, valutarisico en debiteurenrisico worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk. Jaarlijks wordt, aan de hand van de ontwikkelingen op de financiële markten, de hoogte van de rekenrente bepaald. Momenteel is dat 0% De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom zijn binnen de BSGR strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier (ING).

De BSGR heeft bij s’ Rijks schatkist eveneens twee rekeningcourantverhoudingen, één voor de belastinggelden en één voor de eigen bedrijfsvoering. Om de liquiditeitspositie ten behoeve van de bedrijfsvoering te bewaken wordt er gewerkt met een liquiditeitsprognose en –planning en een strikt debiteurenbeheer. Kasgeldlimiet en renterisico De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van de omvang van de begroting, met een minimum van € 300K. De begrotingsomvang van de BSGR is in het jaar 2023 ongeveer € 14,2 miljoen (exclusief reservemutaties), de bijbehorende kasgeldlimiet is € 1.161K. Dit betekent dat tot een bedrag van € 1.161K aan kortlopende geldleningen mag worden afgesloten. Daarboven moet worden overgegaan op langlopende geldleningen. De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden.

De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Dreigen de verplichte aflossingen en renteherzieningen boven de renterisiconorm uit te komen, dan zullen nieuwe langlopende schulden slechts met langere looptijden (met de daarbij behorende lagere aflossingsverplichtingen) uitkomst moeten bieden. Voor de BSGR bedraagt de renterisiconorm € 2,83 mln. In de periode 2023-2026 zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van kortlopende of langlopende financieringen. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren dient de BSGR een rekening-courant bij s’ Rijks schatkist aan te houden waar overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden. De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met s’ Rijks schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze bij s’ Rijks schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 2,0% van de totaaltelling van de verlies en winstrekening met een minimum van € 1 miljoen. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q.

aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht.

Begroting 2023-2026

32

x € 1.000 Drempelbedrag

Drempelbedrag

2023

2024

2025

2026

Gemiddeld verwacht

1.000 0

1.000 0

1.000 0

1.000 0

Verschil

1.000

1.000

1.000

1.000

EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis. Conform het BBV (artikel 71) dient in de programmabegroting een berekening opgenomen te worden van het aandeel van de decentrale overheidsinstelling in het EMU-saldo. EU-lidstaten mogen als gevolg van de Europese regelgeving een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Van dit maximale tekort is er sinds 2016 geen uitsplitsing meer tussen decentrale overheden en het Rijk. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting 2022 gewijzigd

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten

377137

240 249

0 249

0 249

0 249

0 249

82-

593-

125-

125-

125-

125-

Saldo

-322

-104

124

124

124

124

Het Exploitatiesaldo voor bestemming reserves is het uitgangspunt voor de berekening van het EMUsaldo. Dit saldo is terug te vinden in het Overzicht van baten en lasten (zie pagina 43).

Begroting 2023-2026

33

Verplichte kengetallen Conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: De kengetallen zijn grotendeels gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. De geprognosticeerde balans is opgenomen op pagina 47 van deze begroting. Naarmate de geprognosticeerde balansgegevens verder in de toekomst zijn gelegen, worden deze minder betrouwbaar. Kengetallen Netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

Realisatie 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 -7,1% -0,4% -1,1% -1,9% -2,6% -3,4% -7,1% 16,2% 2,7% N.v.t.

-0,4% 10,8% -1,7% N.v.t.

-1,1% 11,0% 0,0% N.v.t.

-1,9% 11,2% 0,0% N.v.t.

-2,6% 11,3% 0,0% N.v.t.

-3,4% 11,5% 0,0% N.v.t.

Bovenstaande kengetallen maken het inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Indien de netto schuldquote negatief is betekent dit dat het eigen vermogen hoger is dan de boekwaarde van de investeringen. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Omdat de algemene reserve van BSGR gelimiteerd is tussen 3% en 5% van de begrote lasten, is deze ratio bij BSGR relatief laag. Omdat de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling (GR) ‘borg’ staan en BSGR een sluitende begroting heeft, is deze ratio acceptabel.

Bij de structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten(waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie is het belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Vanaf 2023 is de exploitatieruimte nihil.

Begroting 2023-2026

34

Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende jaren derhalve de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR voorziet specifiek de volgende drie ontwikkelingen: - Ontwikkelingen in de basisadministraties - De intrede van Artificial Intelligence - Het beheren van software applicaties in de cloud. Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. Intrede Artificial Intelligence Artificial Intelligence (A.I.) gaat de komende jaren steeds vaker zijn intrede doen op het werkterrein van de BSGR. Niet alleen zal A.I. het werk van de huidige taxateur gaan raken, ook binnen Informatie en Inning zal A.I. waarschijnlijk een belangrijke rol gaan spelen. Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data.

Uiteraard zal de BSGR dit doen binnen de richtlijnen van vigerende weten regelgeving zoals de AVG. Ook zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen. Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt voornamelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatiseringsfuncties waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Standaard beheertaken zoals het opstarten van "jobs" zullen zoveel mogelijk binnen de lijnafdelingen worden ondergebracht. De BSGR heeft al enige tijd de wens om met de vakbonden in gesprek te gaan over de totstandkoming van een meer eigentijds Sociaal Statuut. Het huidige Sociaal Statuut is in 2013 vastgesteld en sinds die tijd niet meer geactualiseerd. Gelet op de landelijke weerstand bij de bonden tegen modernisering van bestaande Sociaal Statuten en mede ingegeven door de krapte op te arbeidsmarkt is besloten hier voorlopig van af te zien.

Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt. De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. Door de huidige beperkingen van met name de basisregistraties heeft dit nog niet geleid tot forse efficiencyslagen. Dat in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt in met name het woz-domein leidt tot een verhoging van de werkdruk aangezien de benodigde functieformatie niet volledig ingevuld kan worden. Personeelsontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen van de BSGR. Met behulp van een personeelsplanning kan de BSGR de meest optimale inzet nu en in de toekomst creëren; wat zijn gewenste kwaliteiten en wat moet er gebeuren om die kwaliteiten beschikbaar te hebben. Met behulp van dit instrument kunnen tijdig maatregelen worden genomen om ongewenste uitstroom te voorkomen en doorstroom te bevorderen om werknemers met specifieke kenmerken te behouden

Begroting 2023-2026

35

voor de organisatie. Ook kan gericht gewerkt worden aan scholing. Het gaat daarbij met name om de benodigde kwaliteiten (capaciteiten en competenties) van de medewerkers. Tegelijkertijd past strategische personeelsplanning in het streven van de BSGR om medewerkers te blijven ontwikkelen en te motiveren (‘binden en boeien’) zodanig dat de organisatiedoelen en –ambities kunnen worden waargemaakt. Het huidige strategische personeelsplan loopt tot en met 2022. In verband met mogelijke ontwikkelingen in het belastingdomein zoals de invoering van een ingezetenenheffing waarin de OZB zou moeten opgaan, is de behoefte aan personeelsplanning voor de komende jaren sterk. Nog dit jaar moet hiernaar landelijk onderzoek worden gedaan. Zodra de contouren hiervan duidelijk zijn, naar verwachting najaar 2022, zal een personeelsplan 2023-2026 worden opgesteld. Voor de komende jaren zal in ieder geval worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien Arbeidsvoorwaarden Sinds 1 januari 2020 valt de BSGR onder de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (CAO SGO). Deze cao is identiek aan de CAO Gemeenten.

De nieuwe CAO SGO heeft net als de CAO Gemeenten een looptijd van 1 januari 2021 tot 1 januari 2023. Naast een cao verhoging van 3,9 % gedurende de looptijd van de cao zijn er daarnaast afspraken gemaakt over de toekenning per 1 januari 2022 van een thuiswerkvergoeding van €2,- netto per thuiswerkdag en over de harmonisatie van het bovenwettelijk verlof. Per 1 januari 2023 hebben medewerkers naar rato van de arbeidsduur recht op 43,2 uur bovenwettelijk verlof op jaarbasis. Voor medewerkers < 60 jaar die nu aanspraak hebben op meer dan 43,2 uur bovenwettelijke verlofuren geldt dat deze bovenwettelijke uren de komende jaren geleidelijk worden afgebouwd naar het maximum toegestane niveau. Voor medewerkers van 60 jaar en ouder geldt (voor zo ver van toepassing) dat zij hun bovenwettelijke verlofuren boven de 43,2 uur behouden. In het kader van duurzame inzetbaarheid hebben de cao-partijen besloten per 1 januari 2022 de mogelijkheid tot verlofsparen in te voeren. Bovenwettelijk verlof komt niet meer na 5 jaar te vervallen als medewerkers dit verlof inzetten om bijvoorbeeld eerder te stoppen met werken of om een sabbatical in te lassen. De medewerker mag niet meer dan 3600 uur aan bovenwettelijk verloftegoed sparen. De komende jaren zullen de cao onderhandelingen in het teken staan van de krapte op de arbeidsmarkt.

De loonontwikkeling zal de komende jaren gericht zijn op het zijn, maar vooral ook blijven van een aantrekkelijke werkgever voor met name jonge medewerkers. Als gemeenten en samenwerkende gemeentelijke organisaties hun huidige positie als aantrekkelijke werkgever verliezen wordt het mede door de vergijzing extra lastig om jong en goed gekwalificeerd personeel binnen te halen en te houden. Investeren in vitaliteitsbeleid zodat oudere medewerkers in de toekomst inzetbaar blijven en gezond de eindstreep halen is daarnaast van groot belang en zal ongetwijfeld de komende jaren één van de belangrijkste onderwerpen aan de cao-tafel zijn waarover afspraken gemaakt gaan worden. Bij de invoering van de WNRA is destijds gekozen voor een technische conversie. Dat wil zeggen dat bepalingen één op één inhoudelijk uit de CAR-UWO overgenomen zijn in de CAO SGO. De inzet van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties zal er de komende jaren op gericht zijn om met name de cao aanspraken met betrekking tot de bovenwettelijke sociale zekerheidsuitkeringen (zoals de na-wettelijke uitkering) af te bouwen zodat deze meer in de pas gaan lopen met het bedrijfsleven. Daarbij is tevens de achterliggende gedachte dat het belangrijker is om te voorkomen dat medewerkers werkloos worden dan dat de inkomensachteruitgang bij werkloosheid wordt afgedekt.

Ontwikkelingen automatisering Samen met een aantal andere belastingkantoren die allemaal gemeenten en tenminste 1 waterschap als deelnemer hebben, wordt in een directeurenoverleg gesproken over de aan te houden koers als het gaat om ICT ontwikkelingen. Hierbij worden ze geadviseerd door de leden van het kernteam. Dit zijn vanuit deze belastingkantoren medewerkers die of verantwoordelijk zijn voor de ICT en/of beleid dan wel afdelingshoofd zijn.

Begroting 2023-2026

36

Door het kernteam wordt ook de ontwikkelagenda van Centric en Bakerware (onze portal leverancier en inmiddels ook onderdeel van Centric) besproken met de betrokken partijen. Hierdoor is een ICT samenwerking ontstaan tussen de genoemde kantoren aan de ene kant en de softwareontwikkelaar aan de andere kant. Deze samenwerking leidt ertoe dat krachten gebundeld worden en kosten gedeeld. Meer specifiek hebben daarnaast de belastingkantoren SVHW, RBG en BSGR aangegeven meer met elkaar te willen gaan samenwerken op ICT gebied. Van elkaars kennis en kunde kan dan breder worden gebruik gemaakt. De kostendeling is van belang gezien de hogere perceptiekosten die het gevolg zijn van de door het Rijk in het leven geroepen en door te ontwikkelen basisregistraties. Deze landelijke basisregistraties leiden tot aanzienlijke prijskaartjes. Niet alleen voor belastingkantoren, maar ook voor belastingafdelingen van waterschappen en gemeenten. De verwachting is dat de vanuit het Rijk geïnitieerde kosten alleen nog maar zullen stijgen. Het beperkt aantal organisaties dat pakketten levert voor integrale belastingheffing en -inning wordt daarmee vanuit het Rijk geconfronteerd met zowel omvangrijke softwarewijzigingen als de daarbij behorende zeer hoge kosten.

Twee belangrijke ontwikkelingen staan hierin centraal: De doorontwikkeling van een aantal basisregistraties naar een samenhangende objectenregistratie en ”common ground”. Duidelijk is dat hiervoor forse inspanningen en ICT investeringen benodigd zijn. Daarnaast vragen WOZ-taxaties om steeds slimmere technieken. Door de inzet van enerzijds kunstmatige intelligentie in taxatiemodellen en anderzijds meer locatiegegevens uit Geo-registraties en GIS-analyses zullen de voor WOZ taxaties gebruikte modellen steeds betere taxaties leveren. Het huidige waarderingspakket van de BSGR biedt deze technieken nog onvoldoende. In 2022 zal onderzocht worden of de strategische ontwikkeling van het huidige waarderingspakket in de nabije toekomst gaat voldoen aan de noodzakelijke ontwikkelingen. Forse investeringen nopen softwareleveranciers tevens tot cloud oplossingen. Langzaam maar zeker wordt door onze softwareleverancier gewerkt aan het ombouwen van haar applicaties om het beheer van deze applicaties in de Cloud aan te kunnen bieden. Insteek is dat de belastingapplicaties in 2023 als SaaS oplossing via de Cloud worden aangeboden. Het grote voordeel hiervan voor de softwareleverancier is dat er voor wat betreft het beheer geen werkzaamheden meer op locatie verricht hoeven te worden. De impact zal groot zijn.

Niet meer naar honderden locaties reizen, niet evenzoveel verschillende instellingen tegenkomen en evenzoveel verschillende processen inregelen. Er zal een nog nauwere samenwerking moeten worden gezocht tussen belastingkantoren onderling om ervoor te zorgen dat we onze processen op elkaar afstemmen en meesturend zijn in de ontwikkeling van deze standaardsoftware. Insteek daarbij is dat door belastingkantoren ontwikkelde scripting zoveel als mogelijk in de standaardsoftware wordt ingebouwd. De verwachting is wel dat in de toekomst minder maatwerk geleverd zal worden door softwareleveranciers dan nu het geval is. Dit zal uiteraard ook consequenties hebben voor de deelnemers. In voorkomende gevallen kan er gebruik worden gemaakt van maatwerk API’s. De kosten die dit met zich meebrengt zullen dan worden doorbelast aan de opdrachtgever. Een alternatief voor deze SaaS ontwikkeling is er echter niet aangezien het zelf ontwikkelen van een belastingapplicatie een zeer kostbare en daarmee onbegaanbare weg is. Privacywetgeving Sinds 25 mei 2018 wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Nederland gehandhaafd. Dat wil zeggen dat de toezichthouder in deze, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), actief controleert in hoeverre er wordt voldaan aan het in de AVG en overige van toepassing zijnde wetgeving gestelde.

Alhoewel in eerdere wetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990) al strenge eisen werden gesteld aan de wijze waarop er met gegevens in het kader van de belastingheffing en –invordering werd omgegaan,

Begroting 2023-2026

37

heeft de invoering van de AVG de bewustwording rondom privacy en informatiebeveiliging nog aanzienlijk aangescherpt. Momenteel is het, in 2019 door de AP gepubliceerde document Focus AP 2020-2023 ‘Dataprotectie in een digitale samenleving’ nog van toepassing en zijn de daarin neergelegde doelstellingen van de AP tot en met 2023 nog ongewijzigd. De AP geeft op basis van een drietal gesignaleerde ontwikkelingen:  Doorgroei van de datasamenleving  Toename van digitaal onrecht  Toename van privacybewustzijn een tweetal gebieden- die de BSGR kunnen raken- waarop de AP zich tot en met 2023 zal gaan focussen, te weten:  

Digitale overheid Artificiële intelligentie (AI) & algoritmes

Digitale overheid Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen. Vanuit Rijksniveau is hierop ingezet o.a. door de aanstaande invoering van de Wet Digitale Overheid (Wdo). De Wdo is een zogeheten kaderwet; de wet regelt algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures, maar geen gedetailleerde regels. In de Wdo wordt geregeld dat publieke dienstverleners verplicht zijn om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot online diensten waarbij de overheid deze betrouwbaarheidsniveaus nodig vindt. De uitwerking van de Wdo als kaderwet vindt plaats in de lagere regelgeving, zoals in algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Daarmee is er meer flexibiliteit om innovatie, verdere keuzes en nieuwe voorzieningen en functionaliteiten in regelgeving te verwerken. De Wdo maakt het mogelijk om straks, via publieke én private inlogmiddelen, digitaal zaken te doen met bijvoorbeeld gemeenten en zorginstanties.

Daarbij worden dan alleen die middelen toegelaten die door de overheid op veiligheid en betrouwbaarheid zijn gecontroleerd. Beoogd wordt om aan burgers elektronische identificatiemiddelen (eID) te verstrekken met een hogere mate van betrouwbaarheid dan het huidige DigiD. Dit gaat gevolgen hebben voor de wijze waarop de BSGR toegang moet verlenen tot de gegevens in MijnBSGR. Door wijzigingen in het wetsvoorstel naar aanleiding van vragen vanuit de Eerste Kamer is de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding van de wet 1 juli 2022. De daadwerkelijke datum van de inwerkingtreding van de Wdo is afhankelijk van het moment waarop de Tweede Kamer het gewijzigde wetsvoorstel bespreekt. De gebieden waarop de AP in deze extra de aandacht zal vestigen zijn voor zover voor de BSGR van belang:  databeveiliging en  samenwerkingsverbanden/ongeoorloofd delen. Ad1. De AP verwacht van overheidsorganisaties dat zij structureel en op toereikende wijze investeren in hun informatiebeveiliging. De komende jaren wil de AP overheidsorganisaties controleren op hun beveiligingsniveau en hen stimuleren om werk te maken van een sterke IT- en datahuishouding. Dit heeft als consequentie dat de kosten rondom automatisering de komende jaren verder zullen gaan toenemen.

Het is dan ook noodzakelijk om in samenspraak met meerdere afnemers van dezelfde software te bezien in hoeverre audits bij software leveranciers gezamenlijk kunnen worden opgepakt. Ad 2. Steeds vaker worden bestanden gedeeld en gekoppeld. De overheid doet dit bijvoorbeeld om de publieke dienstverlening te verbeteren, bijvoorbeeld zodat problematische schulden eerder kunnen worden gesignaleerd. Hoewel de intenties vaak goed zijn, kan het delen en koppelen van bestanden een schending zijn van het wettelijke beginsel van doelbinding. Tenzij dit in wet- of regelgeving duidelijk en nauwkeurig is vastgelegd mogen gegevens niet voor een ander doel worden gebruikt dan het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. De AP verwacht van overheidsorganisaties terughoudendheid met het delen van bestanden. Het is aan overheidsbestuurders en aan de wetgever om een goede afweging te maken over het nut en de

Begroting 2023-2026

38

noodzaak van het gebruik van data en nieuwe verwerkingen. De AP spreekt bestuurders hierop aan! Schending van het beginsel van doelbinding pakt de AP zo nodig aan. De Informatiebeveiligingdienst (IBD) adviseert gemeenten om in dat verband goede afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden waarbij zij zijn aangesloten. De BSGR heeft zowel in de met de deelnemers afgesloten DVO als in het door het dagelijks bestuur vastgestelde Besluit gegevensverstrekking (17 oktober 2019) neergelegd welke gegevens zij deelt met andere partijen. Ten aanzien van het Besluit gegevensverstrekking is in 2021 aan de deelnemers verzocht om aan te geven in hoeverre zij behoefte hadden aan een aanpassing in de voornoemde regeling, daartoe bestond toen geen aanleiding. Deze exercitie zal periodiek herhaald gaan worden om daar waar juridisch mogelijk bij de verstrekking van gegevens aan de deelnemers zoveel mogelijk aan te kunnen sluiten bij de gegevensbehoefte van de deelnemers. Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmes Steeds meer bedrijven en organisaties maken gebruik van algoritmes en AI. Dit biedt voordelen en leidt tot nieuwe nuttige toepassingen. Maar de inzet van AI en algoritmes kent ook risico´s en schaduw kanten.

De AP is verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens, en daarmee ook op de toepassing van AI en algoritmes waarbij persoonsgegevens worden gebruikt. Een aantal organisaties heeft inmiddels de eerste stappen gezet op de inzet van AI bij belastingheffing, met name bij de waardering in het kader van de uitvoering van de Wet Woz. Alhoewel deze vorm van gebruik van AI object-gerelateerd is, is het niet denkbeeldig dat AI op termijn ook op andere vlakken ingezet kan worden. Opgemerkt wordt dat op dit vlak vanuit Europa steeds strikter wordt toegezien. In april 2021 heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel gedaan voor een nieuwe verordening voor AI (de Verordening tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie), omdat de EC vindt dat de huidige Europese regelgeving de (toekomstige) risico’s van AI onvoldoende adresseren. Deze verordening heeft een op risico gebaseerde aanpak; dus hoe meer risico de technologie met zich meebrengt, hoe strikter de regels die daarvoor gelden. De tekst van deze Verordening ligt momenteel ter verdere behandeling in de Eerste Kamer (laatste behandeling 15 februari 2022). Voor wat betreft toename van privacybewustzijn zal hier intern blijvend aandacht voor moeten worden gevraagd.

Medewerkers zullen zich continu bewust moeten blijven van het feit dat zij in hun dagelijkse werkzaamheden omgaan met persoons- c.q. bedrijfsgevoelige gegevens die niet voor een ieder ter inzage zijn en waarmee aldus prudent moet worden omgegaan. In de praktijk zal dan ook met enige regelmaat de alertheid van medewerkers op phishing, zowel voice phishing als phishingmails, worden getest. Verder is besluitvorming aangaande de ePrivacy-verordening nog steeds niet afgerond. Het voorstel voor de ePrivacy-verordening is het sluitstuk van de inspanningen van de EC om het kader voor gegevensbescherming in Europa te voltooien. De verordening bevat regels om de privacy bij online communicatie beter te waarborgen. Het uitgangspunt daarbij is dat de inhoud van deze berichten alleen toegankelijk is voor de partijen die direct bij de communicatie betrokken zijn (beveiligd mailen!). Het is nog niet zeker wanneer het Commissievoorstel voor de ePrivacy-verordening wordt aangenomen, omdat de lidstaten nog onderhandelen over een aantal artikelen. Er wordt nog vanuit gegaan dat er in de loop van 2022 een definitieve wettekst zal worden gepresenteerd. De verwachting is dan dat de ePrivacy Verordening vóór 2024 van kracht wordt.

De BSGR maakt inmiddels gebruik van een beveiligd mailprogramma, FileCap, waarmee met derden – waarbij gebruik wordt gemaakt van twee-factor authentificatie- op beveiligde wijze vanuit de BSGR gegevens uitgewisseld kunnen worden. Voor de uitwisseling van dossiers met de rechtbank wordt gebruik gemaakt van een ander beveiligd mailprogramma, te weten Zivver. De BSGR gaat bezien in hoeverre de in het verleden met leveranciers afgesloten verwerkersovereenkomsten moeten en kunnen worden geactualiseerd. De BSGR heeft eerder aangegeven dat zij als standaard voor de af te sluiten verwerkersovereenkomsten het model van de VNG/IBD hanteert (versie 2.41 van december 2021 is de meest recente versie). In juni 2021 publiceerde de EC zelf een standaard tekst van een verwerkersovereenkomst. In de komende periode zal duidelijk moeten worden hoe hiermee om dient te worden gegaan en hoe deze tekst zich verhoudt tot de tekst die de VNG/IBD hanteert. Archivering De BSGR voert haar werkzaamheden vanaf 2011 uit. In de afgelopen jaren was de focus veelal gericht op het zoveel mogelijk verzamelen en bewaren van gegevens.

Begroting 2023-2026

39

Voor archivering van documenten bestaat afzonderlijke regelgeving, onder andere de Archiefwet. Naast deze van toepassing zijnde regelgeving speelt ook de AVG bij archivering een belangrijke rol. Op basis van de AVG dient er te worden gestreefd naar dataminimalisatie. Dat wil zeggen dat een organisatie niet meer gegevens mag verzamelen dan strikt noodzakelijk voor het door haar beoogde doel. Dit, in combinatie met het recht op vergetelheid (uit de AVG), verhoogt de druk op het verder en tijdig ‘opruimen’ van gearchiveerde documenten, die gebonden zijn aan een maximale bewaartermijn. Inmiddels hebben er in de afgelopen jaren –in en na overleg met de gemeentearchivaris van Leidenperiodiek opschoningsacties in de fysiek gearchiveerde documenten plaatsgevonden. Ook in de digitale omgeving zijn de nodige documenten/gegevens verwijderd, waarbij in 2021 ook de nodige oude – voldane- vorderingen zijn opgeschoond. Dit wordt een jaarlijkse exercitie. De BSGR heeft intern voor zichzelf vastgelegd dat niet alle inkomende documenten behoeven te worden gearchiveerd, omdat deze niet altijd benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee kan onnodige opslag van documenten al aan de voorkant worden voorkomen. Met name daar waar het de registratie van persoonsgegevens betreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11392290/1