Beantwoording technische vragen RES 1.0.docx
Tekst van het document
Postadres: RES Midden-Holland Postbus 305 2800 AH Gouda Nadere informatie: rosalie.bedijn@bmc.nl
Aan de gemeenteraden in de regio Midden-Holland in afschrift aan Provinciale Staten Zuid Holland en de algemeen besturen van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Rijnland en De Stichtse Rijnlanden Gouda, 30 april 2021 Onderwerp: beantwoording technische vragen RES 1.0 Geachte raden, Op 16 april 2021 is de RES 1.0 Midden-Holland openbaar gemaakt. Naar aanleiding daarvan heeft u ruim 100 technische vragen ingediend. Vanuit Bodegraven-Reeuwijk zijn geen vragen binnengekomen. Hieronder vindt u de beantwoording van deze technische vragen. 1 Gouda VVD Waarom is in de RES 1.0 de besparingsopgave (pagina 40) niet gekwantificeerd? Energiebesparing en het stimuleren ervan vergt minder regionale afstemming dan bijvoorbeeld ruimtelijke inpassing van wind- of zonprojecten en is bovenal maatwerk voor individuele doelgroepen. Om die reden wordt in de RES de nadruk gelegd op het inzetten van lokale maatregelen door de afzonderlijke gemeenten. Alle gemeenten zullen op basis van de RES 1.0 elk hun eigen besparingsopgave kwantificeren. Wel zal regionaal de voortgang worden gemonitord. 2 Gouda VVD Vanuit het Rijk zou geld beschikbaar zijn gesteld, echter is het nog niet duidelijk of het nieuwe kabinet ook geld beschikbaar stelt na het vaststellen van de RES.
In hoeverre is de regio en het Nationaal Programma RES betrokken bij dit besluit, met andere woorden zijn zij al bezig met een lobby richting het Rijk? Zowel via hun provincies als via NPRES (waarin de koepels van VNG, IPO en UvW met Rijk samen optrekken) zijn de RES-regio's indirect betrokken bij besluitvorming hierover. De regio Midden-Holland heeft onlangs een brief hierover aan het demissionair kabinet mede ondersteund en gepleit voor overbrugging en spoedige besluitvorming over nieuwe middelen ten behoeve van continuering van het RES-proces.
1
3 Gouda VVD In tabel 2.1 is berekend hoeveel elke gemeente zou moeten opwekken. Waarom is deze berekening gemaakt als het al duidelijk is dat niet elke gemeente die doelen kan halen? Wat is dan het nut van deze berekening? Deze zuiver rekenkundige verdeling op basis van elektriciteitsgebruik was al opgenomen in de concept-RES en is naar aanleiding van terugkerende vragen van volksvertegenwoordigers wederom in de RES 1.0 opgenomen. De RES wordt steeds vanuit regionale samenwerking benaderd mede omdat genoemde verdeling voorbij gaat aan de verschillen in (on)mogelijkheden voor opwek in de praktijk en in de regio als geheel. Elektriciteitsgebruik kan wel als richtsnoer dienen voor een redelijke en eerlijke verdeling over de regio Midden-Holland. 4 Gouda VVD In tabel 2.2 staat de optie energieparken, in hoeverre is het realistisch dat wij in onze RES regio een energiepark krijgen? Zijn er al plekken waar dit mogelijk zal zijn? Energiepark is bedoeld als metafoor en titel van een testbeeld. Het gaat om een landschappelijke en gebiedsgerichte invulling van de energieopgave waarbij slim wordt omgegaan met meervoudig ruimtegebruik zodat de energieopgave gecombineerd wordt met natuur, recreatie en innovatieve agrarische functies en oplossingen voor andere regionale/opgaven zoals bodemdaling en transitie van de landbouw.
Binnen deze ontwikkelingen kan ook ruimte zijn voor de productie van elektriciteit met zonnepanelen. In het testbeeld ontstaan zo kleinschalige ‘energieparken’ met lagere dichtheden. Zie nadere uitleg en duiding van zoekgebieden van dit testbeeld in bijlage 4, pagina 119 en 120 van de RES. Dit testbeeld is -net zoals de ander drie testbeelden- aan de inwoners, maatschappelijke partners en volksvertegenwoordigers voorgelegd. 5 Gouda VVD Kunt u deze zin op pagina 16 beter uitleggen? “Echter, voor de optelsom van alle knelpunten kan de haalbaarheid (alles vóór 2030), maakbaarheid (arbeid) en betaalbaarheid (€) een issue worden”? Doordat de opwek van elektriciteit door zonnepanelen het overgrote deel van de opgave invult, en beperkt gezocht wordt naar een combinatie met wind, vraagt dit veel aanpassingen en verzwaringen van het net. Het is de vraag of dit te realiseren is omdat er grotere investeringen nodig zijn (minder betaalbaar), dit veel personele capaciteit vergt (maakbaarheid) en veel programmering, proceduretijd en planning in de tijd van veel arbeids- en kapitaalintensieve werkzaamheden verspreid over de regio vergt. Deze uitdagingen worden nog groter wanneer andere RES regio's een soortgelijk beroep doen op de netbeheerders. 6 Gouda VVD In tabel 2.3 staat: “Hoe groter het aandeel wind in de RES 1.0, des de haalbaarder en betaalbaarder deze zal zijn”.
Is het prijsverschil tussen de verschillende varianten bekend? Bijvoorbeeld het verschil tussen 100% zon en 50/50 zon/wind. Nee, het prijsverschil tussen deze varianten is niet bekend. In de kwantitatieve netimpact-analyse die uitgevoerd wordt na de RES 1.0 zal duidelijk worden wat het huidige voorstel zal kosten. Echter
2
is het een feit dat de kosten voor de netinfrastructuur voor wind lager zijn dan voor zonnevelden. Dit heeft te maken met onder andere de zwaarte van de netcapaciteit en de afstand van de bekabeling tot transformatorstations. 7 Gouda VVD Op pagina 20 gaat het over zon op geluidsschermen, aandachtspunt is dat onderzoek en participatie nodig is om locaties te kunnen opnemen in het omgevingsbeleid. Lopen deze onderzoeken al of komt dat pas aan de orde bij de realisatie van deze geluidsschermen? Voor zon op geluidsschermen zijn we afhankelijk van onder andere de medewerking van Rijkswaterstaat en Prorail. Over deze samenwerking lopen reeds gesprekken. De regio kan en zal na vaststelling van de RES de A12, A20 en N11 opgeven voor het OER programma (Opwek Energie Rijksgronden) van het Rijk. Na aanmelding zullen de mogelijkheden samen met BZK, EZK en I&W RWS verder worden onderzocht. Waar nieuwe geluidsschermen geplaatst of trajectaanpassingen uitgevoerd gaan worden zal in dit kader ook worden nagegaan of dit gecombineerd kan worden met de energieopgave van de RES. 8 Gouda VVD Op pagina 21 gaat het over zon en kleine windturbines bij boerenerven. In de RES is de opwek van duurzame energie door particulieren opgenomen aan de voorkant en verrekend in het aantal TWh dat we moeten opwekken.
Waarom is ervoor gekozen om de boerenerven op te nemen als mogelijkheid om de doelen te halen en niet net als de particulieren opwek opgenomen aan de voorkant? Voor veel inwoners is dit moeilijk uit te leggen, de eerste vraag die je vaak krijgt gaat over zonnepanelen op de daken van huizen. In feite tellen dus zonnepanelen op de daken van huizen mee aan de voorkant en zonnepanelen op boerderijen aan de achterkant. Zon op daken bij inwoners vervullen veelal (een deel van) de eigen energiebehoefte. Hiermee is een regionale aanpak minder urgent. Bij het doel van de RES, 35 TWh in 2030, is rekening gehouden met een autonome groei van zon op particuliere daken. Grootschaliger projecten met meer (dak of grond) oppervlak vragen vaak om meer participatie, hebben meer impact op het landschap en daar spelen meer belangen. Om deze redenen is landelijk voor gekozen om in de RES kleine projecten, minder dan 15 kW niet mee te laten tellen voor de RES. Alleen als de projecten op boerenerven groter zijn dan 15 kW worden ze wel meegeteld in de RES. Deze keuze heeft dus met groot vs. kleinschaligheid te maken. 9 Gouda VVD Waarom is hiervoor gekozen? En wordt er in de communicatie dit voldoende uitgelegd? Vervolgvraag heeft betrekking op vraag 8.
Op verschillende manieren en door verschillende partijen waaronder de (lokale) overheden blijven inwoners gestimuleerd worden om ook op kleine, particuliere schaal energiemaatregelen te treffen zowel qua besparing, opwek (met zonnepanelen op eigen dak) als warmtetransitie. Dat sommige onderdelen qua opbrengst niet worden meegerekend in de RES zou daarvoor geen ontmoedigende prikkel moeten of hoeven zijn.
3
10 Gouda VVD Op pagina 22 gaat het over wind langs de infrastructuur en wordt uitgelegd dat er op dit moment onvoldoende politiek draagvlak is voor grootschalige windprojecten. Maar ook in de samenleving is er weinig animo voor wind. In eerste instantie wordt er gestart met zonne-energie. Echter in meerdere bijeenkomsten werd ons uitgelegd dat we de doelen met alleen zon niet gaan halen, en dus dat wind dus ook nodig is. De windturbines langs de infrastructuur worden nu ‘rode reserve-zoekgebieden’ genoemd. Voor de keuzes voor wind- en zonprojecten in de regio is een afwegingskader gehanteerd en is zowel gekeken naar: a. ruimtelijke inpassing; b. maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak; c. netimpact en d. opbrengst. Geconstateerd is dat er onvoldoende draagvlak is voor grootschalige windprojecten in de regio Midden-Holland. Dit betekent dat er dientengevolge meer zoekgebieden en ruimte voor zon-projecten nodig zijn om de ambitie van de regio te behalen. Er is niet gezegd of bedoeld te zeggen dat de regionale ambitie zonder wind niet haalbaar is: wel dat voor de impact op het elektriciteitsnet een minder eenzijdige inzet op zon gunstiger is. 11 Gouda VVD In hoeverre is het reëel dat we de doelen gaan halen zonder gebruik te maken van windturbines? Zowel in de opwek als in de kosten en de druk op het netwerk. Zie ook vraag 10.
De kwantitatieve opgave qua opwek kan volledig met zon gerealiseerd worden. Dit vergt echter wel meer ruimte en stelt de regio en de netbeheerder voor grote uitdagingen, als het gaat om met capaciteit en investeringen die nodig zijn om het elektriciteitsnet hier op aan te passen. De ‘rode’ zoekgebieden voor wind worden in RES 1.0. aangemerkt als reserve-zoekgebieden: de overheden gaan hier in de huidige bestuursperiode niet actief mee aan de slag, tenzij het bod met opwek middels zon in de andere zoekgebieden niet haalbaar is. Ook wanneer in de reserve zoekgebieden voor wind tussentijds wel lokale initiatieven ontstaan waarvoor draagvlak is in de samenleving en bij de betrokken besturen, dan kan ook eerder wind gerealiseerd worden in deze gebieden. 12 Gouda VVD Wordt het ‘tijdspad en een systematiek’ gedeeld met de Raden? Ja. Het tijdpad en de systematiek (voor monitoring van de voortgang van de haalbaarheid en realisatie van zonprojecten in de regio, red.) om te bepalen of het bod met opwek middels zon in de andere zoekgebieden wordt gehaald, wordt na vaststelling van de RES 1.0 opgesteld. Het is logisch om deze monitoring (en eventuele bijsturing) te koppelen aan de tweejaarlijkse herijking van de RES. In juli 2023 zal elke regio dit voor het het eerst weer doen met een RES 2.0.
13 Gouda VVD Worden er stappen genomen om wind wel aantrekkelijk te maken in de samenleving en de betrokken besturen? Nee: in de RES is aangegeven dat in ieder geval de overheden hier in de huidige bestuursperiode niet actief mee aan de slag gaan. Er zal hier vanuit de overheden geen actieve voorlichting of stimulering op plaatsvinden. Wanneer in de reserve zoekgebieden voor wind tussentijds wel lokale initiatieven ontstaan waarvoor draagvlak is in de samenleving en bij de betrokken besturen, dan kan
4
ook eerder wind gerealiseerd worden in deze gebieden. Daarbij komt dat de RES is geen statisch instrument is en dat communicatie en participatie een onmisbaar onderdeel zal blijven van het RES proces. Dus in de opmaat naar de RES 2.0 zullen er weer bijeenkomsten en gesprekken gevoerd worden met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuurders. Als blijkt uit die gesprekken dat er wel ruimte en draagvlak ontstaat voor wind in de regio Midden-Holland kan dit meegenomen worden in de herijking richting de RES 2.0. 14 Gouda VVD In paragraaf 2.4.3 staat dat de netbeheerders onvoldoende tijd hebben gehad om een kwantitatieve impactanalyse uit te voeren. Waarom is deze analyse niet klaar? En wat heeft dit voor gevolgen voor de besluitvorming, hoe moeten wij als raadsleden besluiten over de RES 1.0 zonder deze analyse? Wat zijn de gevolgen als er uit de analyse volgt dat de plannen niet haalbaar zijn? De invulling van de opgave zoals deze nu voorligt in de RES 1.0 was niet tijdig en in definitieve vorm beschikbaar om een kwantitatieve netimpact-analyse daarop te doen. Indien blijkt dat de plannen niet haalbaar zijn (zie ook vraag 12 en 13), zal de uitvoering van de RES 1.0 en met name de voorbereiding van het herijken van de RES 1.0 naar een RES 2.0 hierop in moeten spelen.
Het gevolg zal zijn dat er gestart kan worden met een deel van de uitvoering van de RES 1.0, en dat een deel aangepast moet worden in de RES 2.0. Ook de RES 2.0 zal aan inwoners en volksvertegenwoordigers voorgelegd worden. De kwantitatieve impactanalyse zal na vaststelling van de RES 1.0 worden uitgevoerd. Welke conclusies uit die analyse volgen is nu nog niet helder. 15 Gouda VVD In paragraaf 2.4.3 staat ook dat ‘concrete gegevens van ruimtelijke duiding van een aantal deelgebieden en het daarbinnen op te stellen vermogen’ nog ontbreken. Waarom ontbreken deze gegevens? In hoeverre is mogelijk om een besluit te nemen zonder deze gegevens? Sommige zoekgebieden zijn al specifieker afgebakend en onderzocht en daardoor is beter te bepalen hoeveel zonnepanelen hier in potentie geplaatst kunnen worden en dus wat het op te stellen vermogen is. Voor andere zoekgebieden geldt dat deze nog relatief ruim gedefinieerd zijn en dat nader onderzoek qua ruimtelijke inpasbaarheid, omgevingsbeleid, netimpact en maatschappelijk draagvlak nodig is. De potentie van deze zoekgebieden (zie p. 21) is “nog nader te bepalen”. Na de vaststelling van de RES 1.0 worden de mogelijkheden voor deze gebieden verder onderzocht. 16 Gouda VVD Door het ontbreken van de analyse en bepaalde gegevens moet de verhouding tussen zon en wind verder worden uitgewerkt.
Deze verdeling is van groot belang, zowel in de kosten, ruimtebeslag en het draagvlak. Wanneer zijn deze gegevens en analyse bekend? En in hoeverre is het dan mogelijk om te sturen op deze conclusies als de RES 1.0 al is vastgelegd? Of moet er dan twee jaar gewacht worden op de RES 2.0? De RES 1.0 is een strategische verkenning. Uit deze verkenning is gekomen dat wind in de regio Midden-Holland alleen past in reserve-zoekgebieden. Er is onvoldoende bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak om wind op te nemen in de RES 1.0. Er is dus geen sprake van een
5
analyse om de verhouding tussen zon en wind duidelijk te maken. De netimpact-analyse wordt na vaststelling van de RES 1.0 uitgevoerd mede op basis van de nadere uitwerking van de zoekgebieden (zie vraag 15). Conclusies van de netimpact-analyse zullen worden gedeeld wanneer deze beschikbaar zijn en zullen worden meegenomen in het vervolgproces naar de RES 2.0. 17 Gouda PvdA In de RES 1.0 wordt zonne-energie als belangrijkste bron genoemd. Wind energie wordt slechts als reserve vermeld. Echter de zon schijnt lang niet altijd b.v. gedurende de nacht. Lopen wij dan bij voorbaat niet het risico op een tekort aan de te behalen energienorm zeker gezien het feit dat de behoefte aan elektriciteit de komende jaren eerder zal toenemen dan afnemen. Nederland heeft een goed elektriciteitsnet en is aangesloten op een europees elektriciteitsnetwerk. Dit zorgt voor een stabiele levering van elektriciteit. Om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benut en, is een 50 -50 verhouding tussen zon/wind in opgesteld vermogen ideaal vanuit het oogpunt van het elektriciteitsnet. Wanneer een groot deel van de elektriciteit door zonnepanelen geleverd wordt zijn grotere investeringen en aanpassingen in het net en in opslag nodig. 18 Gouda VVD Door Covid-19 zijn de plannen voor de communicatie en participatie zeer belemmerd.
In hoeverre is het communicatie- en participatieplan aangepast aan de lockdown? Covid-19 heeft inderdaad een grote invloed gehad op de participatie. Het in oktober 2020 met de raden gedeelde communicatie- en participatieplan zette (uit voorzorg) al in op volledige digitale vormen. Alle kansentafels en contactmomenten zijn digitaal geworden. Eerdere plannen voor een RES-tentoonstelling, welke in elke gemeente te zien zou zijn, en straatgesprekken hebben helaas geen doorgang kunnen vinden. 19 Gouda VVD In hoeverre is er halverwege het participatietraject geëvalueerd? Met andere woorden is er gekeken of de strategie moest worden aangepast als er een lage opkomst was bij een bepaalde bijeenkomst? Er is geëvalueerd na de eerste enquêtes en de kansentafels. Aan de hand van deze evaluatie is de communicatie opgeschaald en is er bijvoorbeeld een extra Webinar georganiseerd. Hiervoor is gekozen omdat er nog veel specifieke vragen waren van inwoners en een Webinar voor sommigen een toegankelijker middel was dan een kansentafel. Ook zijn er in de eerste enquête vragen gesteld over op welke wijze inwoners graag mee wilden denken. Een enquête bleek de voorkeur te hebben. Daarom is deze lijn doorgezet.
20 Gouda VVD Is er duidelijk hoeveel procent van de inwoners nu niet bereikt zijn? Bijvoorbeeld de groep ouderen die niet of niet goed online actief zijn? Nee, dit hebben wij helaas niet inzichtelijk. Wel hebben we inzichtelijk hoe de verdeling van de leeftijdsgroepen was onder de deelnemers van de enquêtes. Deze cijfers vindt u op pagina 53 van de RES 1.0. Het communicatie- en participatieplan heeft steeds ingezet op kwalitatieve toetsing van
6
bouwstenen en testbeelden en op het inwinnen van maatschappelijk advies. Vooraf is in het plan geen eis of doel gesteld aan minimaal bereik (per doelgroep). Richting de RES 2.0 zal ingezet worden op het bereiken maar meer doelgroepen en mensen ook door bredere toegankelijkheid voor inwoners die bijvoorbeeld niet digitaal vaardig, een audio of visuele beperking hebben of anderstalig zijn. 21 Gouda VVD Wordt er een nieuwe communicatie- en participatiestrategie opgesteld? Ja, voor het proces naar de RES 2.0 wordt er een nieuw communicatie- en participatieplan opgesteld. 22 Gouda VVD Wanneer wordt er gestart met een bredere communicatiecampagne? En hebben wij als Raad ook invloed in het bepalen van de lange termijn communicatiestrategie? Er wordt op 1 mei een landelijke communicatiecampagne gestart waar wij als regio ook op zullen aanhaken. Er zal een nieuw communicatie- en participatieplan voor het proces naar de RES 2.0 worden opgesteld waarin communicatie, bewustwording en voorlichting een belangrijke rol speelt. Dit plan zal weer met de raden gedeeld worden wanneer deze beschikbaar is. 23 Gouda PvdA In de RES 1.0 wordt aangegeven dat er leerpunten uit het proces zijn op het gebied van communicatie en participatie. Welke punten zijn dit? De leerpunten staan beschreven in paragraaf 5.7 “Uitvoering communicatie en participatie” vanaf pagina 45.
24 Gouda PvdA In de RES 1.0 staat dat men via de RES 2.0 meer verschillende doelgroepen wil benaderen. Welke zijn dat? Naast het feit dat we in het algemeen steeds meer inwoners in Midden-Holland willen bereiken met informatie over de RES zijn er een aantal doelgroepen waar we specifiek actie op willen ondernemen. Zo willen we onder andere meer jongeren tot 35 jaar betrekken. Hiervoor zijn we ook de samenwerking aangegaan met Jong RES. Daarnaast is het ook belangrijk om aandacht te besteden aan inwoners die een andere taal spreken of minder digitaal vaardig zijn. Door de recente landelijke campagne van NP RES / Rijksoverheid zal er ook een bredere doelgroep worden aangesproken. Ook is vanwege de inzet op zon op grote daken de doelgroepen van ondernemers belangrijk. Samen met de duurzaamheidsplatforms en energiecooperaties uit de regio wordt deze doelgroep gerichter benaderd. De ervaring leert dat naarmate zoekgebieden concreter worden het bereik en de betrokkenheid bij energieprojecten zal toenemen.
7
25 Gouda PvdA Zonne-energie in de Oostpolder. Hoever is men met deze plannen. Hoe groot moet de opbrengst van het zonneveld worden en voor wie is het bedoeld. Hoeveel vierkante meter heb je daarvoor nodig en zijn er alternatieven zoal b.v. kleinere windmolens? Een deel van Oostpolder in Gouda is aangemerkt als een zoekgebied. Er ligt nog geen concreet plan voor de opwek van zonne-energie. Er lijken in dit gebied kansen te liggen, deze moeten nader worden onderzocht. De mogelijke opbrengst en het aantal daarvoor benodigd vierkante meter moet daarmee nog worden bepaald. Van kleine windmolens is in de RES 1.0 afgesproken dat deze vooralsnog alleen een optie zijn bij boerenerven. 26 Gouda CDA Gemeenten zijn zelf aan zet voor isolatie-opgave, daarvoor wordt geen regionale aanpak gerealiseerd. Wat zou een regionale isolatie-aanpak opleveren aan besparing opleveren tov de opwekkingsroute? Energiebesparing en het stimuleren ervan is maatwerk voor individuele doelgroepen. Om die reden wordt de nadruk gelegd op het inzetten van lokale maatregelen door de afzonderlijke gemeenten. Ingeschat is dat een regionale aanpak hier weinig aan toevoegt. 27 Gouda CDA De energie-opwekpotentie in eigen regio voor energie en warmte is te klein. Import is dus nodig.
Hoe wordt daarbij gerekend op meekoppeling aan het warmtenet Zuid-Holland als kosteneffectieve maatregel? Idem import van H2 of Groengas in bestaande gasnetwerk? De verdeling van de warmte maakt onderdeel uit van een provinciale onderzoek naar een Integraal Ontwerp voor een Warmte Transport Systeem. Uit dit onderzoek zal moeten blijken of import van warmte een kosteneffectieve maatregel is. Import van H2 of groen gas is nu nog niet aan de orde. Zoals beschreven in het hoofdstuk innovatie volgt Midden Holland de ontwikkelingen op dit vlak. 28 Gouda VVD Op sommige onderwerpen zal de regio bewust geen onderzoek verrichten. Wordt deze beslissing wel geëvalueerd, met andere woorden kan het mogelijk zijn dat uitgesloten technieken in de toekomst wel worden onderzocht? Zoals in het hoofdstuk innovatie staat omschreven wordt de innovatieagenda iedere twee jaar herzien, zoals dat ook voor de gehele RES geldt. Dan kan - bij nieuwe ontwikkelingen of inzichten een dergelijke afspraak dus worden herzien. 29 Gouda VVD Op pagina 37 staat: “Om de RES tot uitvoering te kunnen brengen is het van belang dat de belemmeringen zoveel mogelijk weggenomen moeten worden en aanpassingen van bestaand of ontwikkeling van nieuw beleid moet mogelijkheden scheppen.” Kunt u deze zin uitleggen? Wat wordt bedoeld met belemmeringen? Deze zin betreft met name het omgevingsbeleid.
De provinciale omgevingsvisie staat bijvoorbeeld windmolens in het Groene Hart niet toe. Ook aangewezen zoekgebieden voor zon op land zijn nog
8
niet opgenomen in provinciaal (en vaak ook lokaal) omgevingsbeleid. Dit betekent dat het beleid nu nog een belemmering is voor de uitvoering. 30 Gouda VVD Wat zijn de gevolgen voor de RES als er vanuit het Rijk geen bijdrage komt? Zijn de gemeenten dan gedwongen om zelf de RES volledig te bekostigen wat kan leiden tot grote tekorten in de gemeentelijke begroting? Als het Rijk geen bijdrage levert in de proces- en onderzoekskosten die nodig zijn voor de uitvoering van de RES 1.0 en de vervolgstappen naar de RES 2.0, dan zal dat consequenties hebben. Ten eerste zal de programmaorganisatie flink worden afgeslankt. Daarnaast zullen scherpe keuzes gemaakt moeten worden welke onderdelen uit de RES 1.0 opgepakt worden en welke middelen en capaciteit door de betrokken partijen daarvoor zelf kan worden ingezet. Zonder rijksbijdrage is het aan de gemeenten, de provincie en de waterschappen om te bepalen hoe er gezamenlijk invulling gegeven wordt aan de uitvoering van de RES 1.0. 31 Gouda PvdA In de RES 1.0 is geen aandacht voor de zgn. energie armoede terwijl er gehamerd wordt op 50% lokaal eigendom . Hoe valt dit te rijmen? Energiearmoede en 50% lokaal eigendom gaan over verschillende dingen.
Energiearmoede gaat over inwoners die hun energierekening niet meer kunnen betalen door stijgende gasprijzen en tegelijk niet in hun woning kunnen investeren om te verduurzamen en zo de vraag naar gas omlaag te brengen. Dit is een vraag die in de Transitievisies Warmte worden geadresseerd (en niet in de RES). 50% lokaal eigendom gaat over inwoners die investeren in zon- en/of windprojecten zodat ze meeprofiteren van de opbrengsten van deze projecten. In de RES wordt aangegeven dat gemeenten hiervoor een beleidskader opstellen. 32 Gouda CDA Op welke manier wordt omgegaan met omgevingsvergunningen die impact kunnen hebben op de voorzieningen die worden getroffen in het kader van de RES? Wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met bouwhoogte in verband met naburige zonnepanelen? Of dakkapellen of bomen? Wordt bijvoorbeeld gekeken naar compenserende voorzieningen, of zijn hier landelijk al voorbeelden van en op welke manier wordt dit geregeld? De regelgeving wat betreft omgevingsvergunningverlening en de wettelijke toetsingsgronden is vrij strikt. Indien niet wordt voldaan aan (één onderdeel) van de regelgeving, zal de vergunning, als het bijv. niet voldoet aan de welstandseis, moeten worden geweigerd. Extra beleidsafwegingen zijn wettelijk niet toegestaan en een gemeente kan in dit opzicht geen beleidsregels opstellen.
Het is dus niet mogelijk een regel toe te voegen dat een dakkapel/opbouw geen schaduw op zonnepanelen mag veroorzaken.
9
33 Gouda VVD Heeft besparing ook invloed op de streefwaarde, met andere woorden hoeven we door besparing ook minder op te wekken? Het regionaal bod is vastgesteld naar rato van de huidige regionale energiebehoefte ten behoeve van elektriciteit en (te elektrificeren) mobiliteit ten opzichte van de landelijke energiebehoefte. Door extra inzet op besparing kan, voor de periode na 2030, de nieuwe ambitie wellicht lager uitvallen/ naar beneden bijgesteld worden. 34 Gouda D66 Geldt de uiterste datum van 1/1/2025 voor het indienen van projecten op het gebied van zon- en wind ook voor projecten met betrekking tot de energieinfra die benodigd is voor de RES? De datum van 1 januari 2025 is gericht op de vergunningen voor projecten van opwek (i.v.m. de SDE subsidie die in 2025 stopt). Het is nog niet zeker of deze datum ook voor de netinfravergunningen gaat gelden. 35 Gouda D66 Wat gebeurt er procesmatig en inhoudelijk precies als 1 of meer gemeenten niet instemmen met de RES 1.0? Wanneer een of meer gemeenten (of provincie of waterschap) niet instemmen met de RES 1.0 zal de RES 1.0 ingediend worden bij het NP RES met een oplegger waarin aangegeven wordt dat dit een regionale energiestrategie is zonder unanieme steun van de betrokken gemeenten (resp. overheden).
Met de betreffende gemeente zal het bestuurlijke gesprek worden gevoerd over of en hoe de rol en positie in het regionale vervolgproces wordt ingevuld. 36 Krimpenerwaard SGP Wordt de overtollig opgewekte energie opgeslagen? Opslag maakt geen (verplicht) deel uit van de RES, maar is wel degelijk van groot belang en om die reden ook onderdeel van de innovatie agenda (zie pagina 35). Opslag van energie behoort niet tot de wettelijke taken van de netbeheerder. Of energie wordt opgeslagen hangt daarom af van de mate waarin (markt)partijen investeren in opslagmogelijkheden. Op zonnige dagen met weinig vraag zullen er overschotten ontstaan. Als er in de toekomst onvoldoende opslagmogelijkheden komen, of de vraag onvoldoende toeneemt wanneer er veel aanbod van elektriciteit is (bijvoorbeeld auto's laden wanneer de zon schijnt) zullen zonneparken afgeschakeld moeten worden om overbelasting van het netwerk te voorkomen. 37 Krimpenerwaard SGP Zijn we voldoende voorbereid op periodes met bewolking en geen/weinig zon? De leveringszekerheid in Nederland wordt gegarandeerd door een diversiteit aan energieopwekkers De regio hoeft niet zelfstandig in haar energievraag te voorzien en maakt ook in de toekomst gebruik van bronnen uit andere regio's, bijvoorbeeld wind op zee dat via het landelijke hoofdspanningnetwerk richting de regio wordt getransporteerd.
Om de netimpact te beperken is het wel van belang om te streven naar een systeembalans. Aangezien de regio met name inzet op zon-pv, is het van belang ook te kijken naar mogelijkheden voor flexibilisering van de vraag of het
10
inzetten van opslag. Een andere mogelijkheid is om meer wind aan het bod toe te voegen om de verhouding zon/wind (en daarmee het energiesysteem) beter in balans te brengen. 38 Krimpenerwaard SGP Levert het gepresenteerde beeld ook voldoende energie in wintertijd? Zie het antwoord op vraag 37. 39 Krimpenerwaard SGP Vanwaar wordt de energie geleverd bij een evt. tekort? De omliggende regio's schakelen immers ook over op zon en wind. De leveringszekerheid in Nederland wordt gegarandeerd door een diversiteit aan energieopwekkers. Doelstelling in het klimaatakkoord is om in 2030 70% van alle elektriciteit met hernieuwbare bronnen op te wekken. 40 Krimpenerwaard SGP Hoe stabiel is de energievoorziening in gepresenteerd beeld? Zie 39. De leveringszekerheid in Nederland wordt gegarandeerd door een diversiteit aan energieopwekkers en is in handen van de landelijke en regionale netbeheerders. 41 Krimpenerwaard SGP Wat zijn de financiële gevolgen per huishouden bij het gepresenteerde beeld? In de RES 1.0 is een indicatie afgegeven voor de stijging van de transportkosten. Het verschil van tussen de ondergrens en bovengrens van de benodigde investeringen van de netbeheerder zorgen voor een stijging tussen 2 en 20 euro per huishouden per jaar. Zie p.16/17.
42 Krimpenerwaard SGP Kunnen we piekvragen van elektriciteit opvangen met het gepresenteerde voorstel? Elektrificatie van mobiliteit, warmtevoorziening, industrie en landbouw kunnen leiden tot piekvragen. Het is voor netbeheerder van belang om inzicht te krijgen in de voorziene ontwikkelingen in deze sectoren in de regio. De netimpact systematiek voorziet ook in het aanleveren van gegevens voor deze sectoren. De netbeheerders stimuleren het aanleveren van gegeven voor deze sectoren door de regio. Hiermee ontstaat een integraal beeld. In de huidige RES1.0 is alleen informatie aangeleverd over opwek. Voor de andere sectoren is gebruik gemaakt van de back-up gegevens vanuit NP RES om het integrale beeld te creëren. 43 Krimpenerwaard PvdA Hoe gaat energiearmoede beperkt worden. Zie vraag 31 van Gouda PVDA over energiearmoede en lokaal eigendom: Energiearmoede gaat over inwoners die hun energierekening niet meer kunnen betalen door stijgende gasprijzen en tegelijk niet in hun woning kunnen investeren om te verduurzamen en zo de vraag naar gas omlaag te brengen. Dit is een vraag die in de Transitievisies Warmte wordt geadresseerd.
11
44 Krimpenerwaard PvdA Op welke termijn zouden netwerkbeheerders de impactanalyse van dit voorstel wel gemaakt kunnen hebben. Op pag. 18 is te lezen dat dit nu nog niet is gedaan. Er zijn vier scenario's doorgerekend op verzoek van de regio. Het voorgestelde scenario is een samenstelling van deze vier scenario's en is niet doorgerekend. De hoogte van de benodigde investeringen zal naar verwachting binnen de bandbreedte van de overige scenario's liggen. Een termijn voor de uitvoering van de netimpactanalyse is niet specifiek af te geven omdat dit mede afhankelijk zal zijn van nader onderzoeken van de zoekgebieden Zie ook vraag 16.. 45 Krimpenerwaard VVD Hoever is Stedin met het geschikt maken van het netwerk (infrastructuur)? Ligt dat op schema? Stedin investeert continu in het onderhouden en uitbreiden van haar netten. Op dit moment gebeurt dit op basis van klantaanvragen en scenario-studies. De investeringen voor de komende jaren zijn te vinden in het investeringsplan 2020-2022 op de website van Stedin (https://www.stedin.net/-/media/project/online/files/jaarverslagen-en-publicaties/investeringsplan2020-2022.pdf ). De investeringen voor de benodigde uitbreidingen van de RES 1.0 zijn hierin nog niet volledig opgenomen. In de netimpact analyse staat aangegeven welke investeringen zijn opgenomen in het investeringsplan.
Om de overige investeringen mee te nemen in de investeringsplannen dient de RES 1.0 eerst te worden vastgesteld en verankert in het omgevingsbeleid. De handreiking van RES naar realisatie beschrijft hoe netbeheerders de RES meenemen in de investeringsplannen. (https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Handreiking_RES_naar_realisatie_190.pdf ) 46 Krimpenerwaard VVD Op pagina 16 staat een paragraaf over betaalbaarheid. We lezen daar dat inwoners de investeringen t.b.v. energietransitie betalen. Hoe zit het met ondernemers, boeren en andere organisaties en bedrijven? Wat betalen zij? Is het niet beter de doelgroep te laten betalen voor de toepasbaarheid van infrastructuur van het netwerk? De opwekking van duurzame elektriciteit is een maatschappelijke opgave die uitstijgt boven de individuele verantwoordelijkheid van bepaalde doelgroepen. De kosten van de investeringen in de infrastructuur worden door iedereen naar rato gedragen. De energierekening bestaat uit Leveringskosten, Netbeheerkosten en Belastingen en Overheidsheffingen. Bedrijven dragen ook bij aan deze kosten. Het uitgangspunt is dat de gebruiker betaalt. 47 Krimpenerwaard CDA Welke investering in het elektriciteitsnetwerk is er nodig om de maximale opbrengst van zon op staldaken mogelijk te maken? In agrarische gebieden is het elektriciteitsnetwerk doorgaans te ‘dun’ om de daken vol te leggen met zonnepanelen.
Veel agrariërs zijn bereid het dak vol te leggen met zonnepanelen. Helaas is de business case (inclusief SDE+ subsidie) in vrijwel alle gevallen onrendabel vanwege de hoge investering per aansluiting als gevolg van het noodzakelijk worden van een middenspanningsruimte en / of verzwaren van de huisaansluiting op het net omdat het onvoldoende capaciteit heeft. Daarom wordt er in al die gevallen voor gekozen om het dak gedeeltelijk vol te leggen zodat niet
12
meer wordt opgewekt dan voor eigen gebruik noodzakelijk is. Met andere woorden, er wordt gekozen voor de salderingsregeling. Als er opgewekt wordt naar eigen gebruik hoeft er geen kostbare netverzwaring plaats te vinden. 48 Krimpenerwaard CDA Wanneer zou dit gerealiseerd kunnen zijn? De netbeheerders volgen de ontwikkelingen van zon-pv en breiden hun netwerk uit om deze ontwikkeling te faciliteren. Het is nu niet te zeggen wanneer de investeringen gereed zijn. 49 Krimpenerwaard SGP Waarom besluitvorming voordat er duidelijkheid komt vanuit het nieuwe kabinet op gebied van financiën? Besluitvorming is nodig om het regionaal proces in gang te zetten en te houden. Er moet - los van de beschikbare middelen - stappen gezet worden in het concretiseren van de opgave en de verkenning van de mogelijkheden voor de energietransitie. De strategische verkenning van de RES 1.0 staat daarom los van de duidelijkheid vanuit het kabinet en kan juist gezien worden als een aansporing om gelden beschikbaar te stellen voor het vervolg. 50 Krimpenerwaard SGP Is er voldoende organisatie kracht voor de participatie richting RES 2.0? De gemeentesecretarissen zijn op dit moment met elkaar in gesprek om voldoende organisatiekracht voor het vervolg te organiseren. Daarbij is geconstateerd dat voor de uitwerking en vervolgstappen eerder meer dan minder inzet nodig zal zijn.
Er zal deze zomer een nieuw programmaplan en een nieuw communicatie- en participatieplan worden opgesteld. Er zijn nu geen signalen dat er zich een probleem voor gaan doen op weg naar de RES 2.0. 51 Krimpenerwaard SGP Hoe 'vast' staat het gepresenteerde beeld nu? Kunnen raden nog besluiten een totaal andere invulling te geven aan de energieopwek? De RES 1.0 is het voorstel vanuit de regio wat ter vaststelling aan alle raden (en staten en AB’s van de waterschappen) wordt voorgelegd. Het is aan de bevoegdheid van de raden om daar een keuze in te maken. Raden kunnen afwijkend besluiten en wijzigingsvoorstellen (amendementen) en moties aannemen. Echter aan de totstandkoming van de RES ligt een concept-RES en een uitgebreid participatie- en communicatietraject en een uitgebreide studie naar wat ruimtelijk, praktisch en technisch wel en niet mogelijk is, ten grondslag. Het is niet aannemelijk dat "terug naar de tekentafel" een heel ander beeld voor deze regio op gaat leveren. 52 Krimpenerwaard PK Doorrekenen scenario’s met 28% rendements zonnepanelen in 2025 stijgend naar 32% in 2035. I.v.m. multilaags panelen en vervanging alle huidige panelen nu circa 17% gemiddeld naar 32% in 2035. In de RES 1.0 is het uitgangspunt gebruik te maken van bestaande technieken. Door de RES elke twee jaar te herijken is er ruimte om nieuwe ontwikkelingen mee te nemen, zoals het efficiënter
13
worden van zonnepanelen. Context hierbij is wel dat de RES 1.0 zich richt op 2030 en het einddoel is de CO2-uitstoot naar bijna nul terug te dringen in 2050. Efficiëntere zonnepanelen betekenen daarom niet automatisch dat er minder oppervlakte/zonnepanelen nodig is dan nu is aangegeven in de RES 1.0 om het einddoel te behalen. 53 Krimpenerwaard SGP Hoe voorkomen we dat de industrie (andere Energie tafel) of andere grote ondernemingen ongewenst percelen binnen de regio gebruikt voor energieopwekking? Kunnen we dat voorkomen? Het plaatsen van zonnepanelen op land past niet in de huidige bestemmingsplannen en vaak ook niet binnen provinciaal beleid. Afhankelijk van de vaststelling van de RES 1.0 zal er daarna worden gewerkt aan omgevingsbeleid met bepalingen voor zonnevelden op land, waarbij lokaal eigendom een belangrijke rol in zal spelen. De raden zijn zelf kaderstellend voor dit omgevingsbeleid. Er zullen dus niet zomaar panelen geplaatst worden door de industrie. Dit zal altijd in afstemming met gemeente en provincie plaatsvinden. 54 Krimpenerwaard PK Onderzoeken of het mogelijk is om in een zustergemeente in bijv. SPANJE zonnepanelen te plaatsen en wat de comparatieve voordelen hiervan zijn. Let op....meer opbrengst is ook minder panelen nodig die over 15 jaar weer ontmanteld gaan worden. De energietransitie komt o.a.
voort uit het Verdrag van Parijs waarmee internationaal afspraken zijn gemaakt over het klimaat en verduurzaming. Iedere lidstaat in Europa heeft zijn eigen doelstellingen v.w.b. extra hernieuwbare opwek op eigen grondgebied en ook zijn eigen comparatieve voordelen qua zon (kracht en uren), wind of bijvoorbeeld waterkracht. Om aan onze nationale doelstelling te voldoen moeten we ook in Nederland extra opwekcapaciteit bijplaatsen. In de RES gaat het om opwek op land middels wind en zon ten behoeve van de gebouwde omgeving. 55 Krimpenerwaard PK Onderzoeken of het mogelijk is of wij als gemeente / regio offshore windmolens mogen "financieren" en wat daar de comparatieve voordelen en nadelen van zijn. In het Klimaatakkoord is een doelstelling opgenomen voor hernieuwbare elektriciteit van 84 TWh. Die valt uiteen in 49 TWh wind op zee en tenminste 35 TWh hernieuwbaar op land. Het merendeel van de groene elektriciteit in 2030 komt dus van windmolens op zee. Maar vanwege de beperkte ecologische ruimte op de Noordzee is ook extra duurzame energieopwekking op land nodig. Het RES-bod van de regio Midden-Holland draagt bij aan de 35 TWh op land. 56 Krimpenerwaard SGP Al in voortraject van concept RES werd uitdrukkelijk gesteld dat communicatie en bewustwording tekort schoot, toen werd verwezen naar het proces richting RES 1.0, nu weer naar proces richting RES 2.0.
Draagvlak en acceptatie schieten nog steeds tekort. Op basis van welke signalen denkt de stuurgroep dat dit in de nabije toekomst verandert? Na de vaststelling van de concept-RES is een plan van aanpak voor zowel communicatie, voorlichting als participatie opgesteld en ter consultatie ook met de volksvertegenwoordigingen
14
gedeeld. Dit plan van aanpak met o.a. lokale kansentafels, drie enquêtes, een regionaal webinar en twee regionale bijeenkomsten voor volksvertegenwoordigers is vanwege COVID helaas volledig digitaal uitgevoerd moeten worden. In hoofdstuk 2 van de RES wordt hierover verantwoording afgelegd en in 5.7 worden leerervaringen beschreven. Naarmate de zoekgebieden in de RES vertaald gaan worden naar concrete zoeklocaties voor energieprojecten wordt de RES minder abstract en komt deze dichterbij en zullen volgende, verdiepende lokale participatieronden nodig zijn, ook voor inpassing in omgevingsbeleid. Naar verwachting zal de regionale energietransitie daarmee ook meer gaan leven bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke partijen in Midden-Holland en wordt de basis voor zowel proces- als projectparticipatie stap voor stap specifieker en de communicatie daarover gerichter en het bereik groter. 57 Krimpenerwaard PvdA “De leerpunten van afgelopen periode vormen daarmee de basis voor een aantal wensen voor de communicatie en participatie richting de RES 2.0. (blz 8)” Welke leerpunten ziet de Stuurgroep? Zie ook het antwoord op vraag 23 van Gouda PVDA over leerpunten.
In hoofdstuk 5, paragrafen 5.7.1 t/m 5.7.5 zijn de leerpunten voor het vervolgtraject naar RES 2.0 op het gebied van communicatie en voorlichting, bewustwording, tijdpad, bereik, kaders voor participatie, inzet van aanvullende communicatiemiddelen en -kanalen en de verdeling tussen regionaal - lokaal uiteengezet. 58 Krimpenerwaard PvdA “Voor de RES 2.0 wil de regio de verschillende groepen uit de samenleving betrokken houden, maar daarnaast ook meer verschillende doelgroepen aanspreken en betrekken. (blz 8)” Welke doelgroepen bedoeld de Stuurgroep hier? Zie hiervoor het antwoord op vraag 24 over doelgroepen. 59 Krimpenerwaard PvdA Waarom heeft de Stuurgroep zo snel besloten om vrijwel volledig op zon in te zetten. Dit terwijl uitvoerders herhaaldelijk hebben aangegeven dat dit niet alleen duurder maar ook minder uitvoerbaar is binnen het nu beschikbare tijdsbestek. (voor 2030). Aan dit besluit ligt een volgtijdelijk en intensief proces van ruim zes maanden ten grondslag. Voor het identificeren van concrete zoekgebieden in de regio voor het tijdvak tot 2030, is een centraal afwegingskader met vier criteria gehanteerd: ruimtegebruik, systeem efficiëntie, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak en opbrengst.
Op basis van de maatschappelijke toetsing en politieke consultatie van de ruimtelijke analyse, de bouwstenen en de testbeelden en de hierop uitgevoerde impactanalyse (2.3), is door de regionale stuurgroep RES Midden-Holland o.a. geconstateerd dat inwoners, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers in de regio liever opwek van elektriciteit met zon dan met wind gerealiseerd zien en dat momenteel het regionaal en provinciaal politiek draagvlak voor opwek van elektriciteit middels grote windturbines in Midden-Holland zeer beperkt is. Door de netbeheerder wordt in 2.4.3 en 5.1.5 van de RES de impact van deze keuzes qua haalbaarheid, maakbaarheid en betaalbaarheid voor het elektriciteitsnet geduid.
15
60 Krimpenerwaard VVD Hoe is de afstemming met de andere RES-regio’s om ons heen (onze directe buurgemeenten)? Zowel ambtelijk als bestuurlijk is -samen met de provincie- periodiek overleg geweest tussen de zeven RES-regio's van Zuid-Holland. Ook is er bilateraal contact geweest met de buurregio's om eventuele grensconflicten te signaleren. In dat kader heeft ook afstemming plaatsgevonden met de regio U16. Op de schaal van het Groene Hart is door BZK, de drie provincies en de RES-regio's gekeken naar de ruimtelijke aspecten van de energietransitie in dit gebied, hetgeen o.a. heeft geleid tot het advies van de drie provinciale adviseurs ruimtelijke kwaliteit (PARK). 61 Krimpenerwaard SGP Op basis van welke argumenten is de stuurgroep gekomen tot de invulling van de Krimpenerwaard, welke afwijkt van een door de raad ingenomen standpunt, namelijk geen zonnevelden in agrarisch gebied? De RES is een regionaal samenwerkingsproces waarin op regionaal niveau afwegingen worden gemaakt. Voor het voorstel voor zoekgebieden voor opwek van hernieuwbare energie in Midden-Holland is een afwegingsproces doorlopen. Daarbij is een aantal zoekgebieden voor zonnevelden in agrarisch gebied geïdentificeerd zowel in Bodegraven-Reeuwijk als in Krimpenerwaard.
In Krimpenerwaard gaat het zonnepanelen en kleine windmolens op boerenerven in twee gebieden aan de westzijde, aan de rand van het Groene Hart en dichtbij onderstations. Deze gebieden moeten nader worden onderzocht. Zie verder ook het antwoord op vraag 59. 62 Krimpenerwaard SGP Kan gepresenteerd beeld wel voor 2030 gerealiseerd worden? Zie hiervoor het antwoord bij vraag 11. 63 Krimpenerwaard SGP Waarom worden windmolens bij boerenerven gelimiteerd op vermogen i.p.v bijv. tiphoogte? Het genoemde vermogen van 15 kWp voor kleine windturbines is de huidige beschikbare model van een windturbine van 15 meter hoog. In de praktijk wordt in beleid voor windmolens bij boerenerven gelimiteerd op hoogte, dat is vanwege de landschappelijke inpassing en ruimtelijke impact. In de uitwerking van de RES naar beleid zal dan ook naar de ruimtelijke inpassing/tiphoogte gekeken. Bij windmolens is de hoogte het meest bepalend voor het op te wekken vermogen. Hoe hoger de molen, hoe groter de wieken, hoe meer windvang wind en dus meer vermogen. Mogelijk innovatie van deze kleine windturbines zal meegenomen worden in het beleid.
64 Krimpenerwaard SGP Hoe groot is de opwek van elektriciteit voor de gemeente Krimpenerwaard in dit voorstel? Naast het feit dat de RES nadrukkelijk een gezamenlijke regionale opgave is en er aan de voorkant geen taakstelling per gemeente is bepaald, is - omdat een aantal zoekgebieden en het daar op te stellen vermogen nog nader moet worden onderzocht en bepaald - zo’n verdeling per gemeente op basis van de RES op dit moment ook niet te geven.
16
65 Krimpenerwaard PvdA Het potentiële zonneveld nabij Krimpen aan de Lek bevindt zich tevens in weidevogelgebied. Kan dit en is dit wenselijk gezien reeds bestaande natuuropgaven in de Krimpenerwaard. Het zoekgebied voor ‘zon op agrarisch land’ bij Krimpen a/d Lek is op de kaart van de RES 1.0 ruim gedimensioneerd. De exacte locatie van het zonneveld moet nog worden bepaald, de omvang ervan is overigens beperkt tot enkele hectaren. Het beoogde zonneveld hoeft niet dus te overlappen met het weidevogelgebied. Ook als dat wel het geval is, is de aanleg van een zonneveld mogelijk mits er voldoende compensatie plaatsvindt van het oppervlakteverlies. Bij het bepalen van de exacte locatie van het zonneveld zal rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden. Indien nodig zal het oppervlakteverlies worden gecompenseerd voorafgaand aan het besluit over de locatie van het zonneveld. 66 Krimpenerwaard PvdA Is op basis van het nu liggend voorstel, waarbij primair lijkt te wordt ingestoken op de opwek van zonne-energie, de plankaart van zoekgebieden zoals verbeeld in figuur 2.3 op pag. 18 concreter in te vullen zodat duidelijk wordt wat de impact van dit voorstel op m.n. het buitengebied wordt. Nee, nog niet. De zoekgebieden moeten o.a hierop nader worden onderzocht. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 15.
67 Krimpenerwaard PvdA Waarom is er bij dit onderzoek niet gekeken naar de inzet van kleinere turbines. Deze zullen dan wel een kleinere opbrengst hebben maar vermoedelijk nog altijd een hoger rendement kennen dan inzet van zonnevelden. Daarnaast zijn ze visueel minder storend aanwezig in het landschap. Over het algemeen wordt de impact van windmolens op het open landschap in de regio als groter ervaren dan de impact van zonnevelden. Zoekgebieden voor kleine windmolens op boerenerven, waaronder in Krimpenerwaard, zijn wel onderdeel van de RES 1.0. Inpassing moet dan wel zorgvuldig plaatsvinden vanwege de impact op het landschap, ligging bij weidevogelgebied en netimpact. 68 Krimpenerwaard VVD Wat is de stand van zaken van de doorlopende monitoring van de mogelijke rol en opschaalbaarheid van de andere dan de bewezen technieken voor de opwek en opslag van elektriciteit? Andere kansrijke technieken voor opwekking van duurzame elektriciteit (o.a. biogas) en opslag van elektriciteit zijn onderdeel van de innovatieagenda in de RES 1.0. Bij de uitwerking van de RES 2.0 wordt bekeken of deze technieken op korte termijn kunnen worden ingezet.
17
69 Krimpenerwaard SGP Welk percentage van het totale aantal inwoners van de regio heeft actief deelgenomen aan een enquête of kansentafel? Het percentage van inwoners dat actief heeft deelgenomen is iets minder dan 1%. Inzichtelijk is hoe de verdeling van de leeftijdsgroepen was onder de deelnemers van de enquêtes. Deze cijfers vindt u op pagina 53 van de RES 1.0. Het communicatie- en participatieplan heeft steeds ingezet op kwalitatieve toetsing van waarden, lokaties en testbeelden en op het inwinnen van maatschappelijk advies. Vooraf is in het plan geen eis of doel gesteld aan minimaal bereik (per doelgroep). Zie verder ook het antwoord op vraag 20, 70, 72, 103 en 104. 70 Krimpenerwaard SGP Is de deelname aan enquêtes en bijeenkomsten niet zodanig klein dat hier geen conclusies aan verbonden kunnen worden? Het communicatie- en participatieplan, dat vooraf is gedeeld met de raden, heeft steeds ingezet op kwalitatieve toetsing van waarden, lokaties en testbeelden en op het inwinnen van maatschappelijk advies. Vooraf is in het plan geen eis of doel gesteld aan minimaal bereik (per doelgroep). Verhoudingsgewijs was de deelname inderdaad niet groot genoeg om te kunnen spreken van een representatieve groep. Wel hebben we inhoudelijke en verdiepende antwoorden gekregen tijdens de enquêtes en kansentafels die goede inzichten hebben verschaft.
Deze antwoorden zijn daarom wel meegenomen in de verschillende testbeelden en in de afwegingen die door de bestuurders zijn gemaakt. 71 Krimpenerwaard SGP Waaruit bestaan de leerpunten op het gebied van participatie deelname? Zie hiervoor het antwoord op vraag 23 en 57. Het is belangrijk dat we via verschillende kanalen en middelen verschillende doelgroepen aanspreken. Ook is er meer tijd en een uitgebreide communicatiecampagne nodig om meer inwoners en ondernemers te bereiken. Voor meer uitgebreide informatie over de leerpunten verwijzen wij naar paragraaf 5.7: Uitvoering communicatie en participatie op pagina 45 van de RES 1.0. 72 Krimpenerwaard VVD Wat is er nu precies gedaan op het gebied van participatie en communicatie? Met een inwoneraantal van circa 241.104 zijn de genoemde aantallen van respectievelijk 1304 deelnemers aan 1e enquête, 1204 deelnemers aan 2e enquête, 1463 deelnemers aan 3e enquête, circa 250 inwoners en maatschappelijke partijen aan zes kansentafels en 200 aanmeldingen voor de nieuwsbrief geven de cijfers ons niet het gevoel van een representatieve groep. Na de vaststelling van de concept-RES is een plan van aanpak voor zowel communicatie, voorlichting als participatie opgesteld en ter consultatie ook met de volksvertegenwoordigingen gedeeld. Hierop zijn door raden enkele suggesties welke in het proces zijn meegenomen.
De uitvoering van het plan en de genomen stappen en gebruikte communicatiemiddelen zijn beschreven in het hoofdstuk Participatie van de RES 1.0. Vooraf is in het plan geen eis of doel
18
gesteld aan minimaal bereik (per doelgroep). Het klopt dat de opkomst te laag is geweest om te spreken van een representatieve groep. Deels is de lage opkomst te wijten aan Covid-19 en het feit dat de RES op dit moment voor inwoners nog redelijk abstract is. Richting de RES 2.0 zal er veel aandacht, tijd en geld besteed moeten worden aan communicatie en participatie. Ook zal het RES proces vanaf mei 2021 ondersteund worden door een landelijke communicatiecampagne. 73 Krimpenerwaard VVD Bij welk % mogen we spreken van een representatieve groep? En kun je aan de hoogte van de opkomst van de participatie (wel) conclusies verbinden? Wij lazen in het Vereniging Huis magazine van april 2021 dat slechts 25% van de leden bekend is met de RES en dat slechts 3% inspraak had. Wat is het percentage inwoners dat in onze gemeente en in de regio Midden Holland bekend is met de RES? Het is in de regio Midden-Holland niet onderzocht hoeveel % van de inwoners op dit moment bekend is met de RES. Zie ook antwoorden op de vragen 20, 70, 72, 103 en 104. 74 Krimpenerwaard SGP Is er al lokaal beleid in voorbereiding zoals kaders zon, vaststelling zoekgebieden, participatietrajecten rond zon of inpassingsvoorwaarden rond zon? Ja er is (omgevings)beleid in voorbereiding voor inpassing van zonprojecten alsmede voor lokaal eigendom van duurzaam opgewekte elektriciteit.
75 Krimpenerwaard VVD Wat is de stand van zaken van het Regionaal Energie Fonds? Is het fonds al opgericht? Zo ja, waarom weten we dat niet? Zo nee, waarom is het fonds nog niet opgericht? In Krimpenerwaard wordt er gewerkt aan een duurzaamheidslening, deze is nagenoeg gereed voor bestuurlijke besluitvorming. Landelijk bestaat deze duurzaamheidslening al. De oprichting van Regionaal Energie Fonds is nog niet concreet onderzocht. Er is - ook in de participatie - voor de RES 1.0 bestuurlijk bovenal prioriteit gegeven aan het identificeren zoekgebieden voor opwek van duurzame elektriciteit. In het hoofdstuk Realisatie is in 5.1 de financiering van zowel het RES-proces als van energieprojecten wel geagendeerd. 76 Krimpenerwaard VVD Staat de motie met betrekking tot kernenergie al ergens op een politieke agenda vermeld? Zo, ja staat het dan hoger op deze agenda? Zo niet, wat is dan de actuele stand van zaken op het onderwerp ‘Hogere urgentie voor onderzoek? De motie m.b.t. kernenergie is verwerkt in de innovatieagenda van de RES 1.0. in het participatieproces is kernenergie door enkele deelnemers ter sprake gebracht maar is geen breed draagvlak voor kernenergie in Midden-Holland gebleken. De discussie over kernenergie is bovenal een nationale aangelegenheid welke niet voor 2030, het tijdvak waar deze RES zich op richt, tot nieuwe realisatie zal komen.
19
77 Krimpenerwaard CDA Wat is de potentiële opbrengst van zon op staldak? Hiervoor zal een gericht onderzoek gedaan moeten worden om een beeld te krijgen van het totale dakoppervlakte van de stallen én de draagkracht van die daken - zodat installaties technisch realiseerbaar zijn. Dit onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. 78 Krimpenerwaard PK Welke extra maatregelen er mogelijk zijn om de huizen/bedrijfsgebouwen in 2035 75% minder energie te laten gebruiken. (Dus excl. et opwekken, dus in hoofdzaak isoleren en warmtepompen) Kunnen we meer doen? Een reductie van de warmtevraag met 75% vereist een zeer ambitieus isolatieprogramma waarbij de bestaande woningen en utiliteitsgebouwen worden geïsoleerd tot energielabel A++ of hoger. De besparingsopgave is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en maakt onderdeel uit van de Transitie Visie Warmte. Een reductie van 75% van het elektriciteitsgebruik is zonder precedent. 79 Krimpenerwaard PK Hetzelfde geldt voor minder energie gebruik transport. 60% minder in 2035. Wat extra nodig? "Een reductie van het energieverbruik voor mobiliteit is te bewerkstelligen door volledige elektrificatie van de mobiliteitsvraag, gecombineerd met een 0-groei van het transport. Bij vervoer op basis van verbrandingsmotoren gaat ca. 80% van de energie 'verloren' in de vorm van warmte. Bij elektrische motoren is dit verlies slechts 20%.
De verduurzaming van transport is op dit moment geen onderdeel van de RES. Wel wordt er in een ander verband gewerkt aan een regionaal mobiliteitsprogramma. 80 Krimpenerwaard PK Meer dan 80% hergebruik van industriële restwarmte...in 2035...wat is hiervoor nodig. Hiervoor moet (meer dan) 80% van de restwarmte afgevangen worden en zal een transportleiding en distributienet moeten worden aangelegd voor de inzet van deze warmte. 81 Krimpenerwaard PK Bijna direct stoppen van biomassaverbranding....wat levert dat aan CO2 winst per jaar op? Nu...dus niet de theoretische 30 a 50 jarige herplant...ratio... In de regio Midden-Holland wordt jaarlijks circa 300 TJ aan hernieuwbare warmte gebruikt (CBS, obv modelmatige allocatie) voor warmte en elektriciteit en via biomassaketels bij bedrijven, particuliere houtstook. Wanneer deze biomassa uit de energiemix zou worden vervangen door energie zonder CO₂-uitstoot, zou dit de jaarlijkse CO₂-uitstoot verminderen met 31 kiloton. 82 Krimpenerwaard PvdA Waarom wordt kernenergie 16x genoemd terwijl het geen onderdeel is van RES 1.0? De mogelijkheid van toekomstige inzet van kernenergie is bij de behandeling van de concept-RES vanuit verschillende hoeken aan de orde gekomen. Er is toegezegd de ontwikkelingen nauwlettend te volgen en daarover te rapporteren. Zie ook 76.
20
83 Waddinxveen PCW Kansen voor innovatie. In hoofdstuk 4 worden kansen voor innovatie beschreven. Deze zijn vrijblijvend beschreven (‘enkele kansen die voor Midden Holland gesignaleerd zijn’. A. Is er nagedacht over concretisering en over focuspunten specifiek voor de regio? B. Gezien de inzet op vooral ‘zon’ en de kans dat voor verwarming er gebruik gemaakt zal gaan worden van collectieve of individuele warmtepompen, is inzet op opslag, vraagsturing en netbalancering van belang voor de regio. Hoe kijkt de projectgroep er tegenaan om hier een focuspunt van te maken? C. Is er ook nagedacht over innovatieve zonnepanelen waarbij ook warmte opgewekt wordt? De innovatieagenda voor Midden-Holland zal verder worden uitgewerkt en vormgegeven in de fase na de RES 1.0, zoals beschreven in paragraaf 5.6. Alle beschreven kansen in het hoofdstuk zijn focuspunten, hierin is nog geen prioriteiring of volgordelijkeheid gemaakt. De innovatieagenda is een 'levend' agenda en wordt bij nieuwe ontwikkelingen bijgewerkt, zoals beschreven staat in paragraaf 4.3. Op dit moment staan zonnepanelen die warmte opwekken niet in de innovatieagenda, maar wanneer deze interessant blijken kunnen deze opgenomen gaan worden. 84 Waddinxveen PCW Betaalbaarheid (2.3.3, pag 7). Er wordt een bandbreedte van 85-164 miljoen aangegeven mbt benodigde investeringen aan het netwerk. A.
Wat zijn de verwachtingen voor de kosten van het voorgestelde scenario? B. Hoe is de omslag berekend naar kosten per aansluiting? Is de omslag berekend over het aantal aansluitingen in onze regio? Hoeveel zijn dit er? C. Zijn ook eventuele extra kosten voor onderhoud en beheer in de netimpact meegenomen? Zo nee, hoeveel extra kosten zijn er gemoeid met onderhoud en beheer bij het gekozen scenario? De kwantitatieve netimpactanalyse van het voorgestelde scenario wordt uitgevoerd na vaststelling van de RES 1.0. Hierbij zullen bovenstaande vragen worden meegenomen. De resultaten hiervan zullen dus later bekend worden. Het berekenen van de kosten per aansluiting is complex, hiervoor gebruiken de netbeheerders een model. In paragraaf 2.3.3. is het bedrag genoemd wanneer de kosten evenredig worden verdeeld over alle aansluitingen van het beheergebied van de netbeheerders (2 euro) en wanneer dit uitsluitend aan de afnemers in Midden-Holland wordt toegerekend ( 20 euro). De kosten zijn gebaseerd op standaard kengetallen van benodigde investeringen in elektriciteits- en gasnetten met een inschatting van vermeden kosten bij een betere planning/andere oplossingen, zoals vermeld in bijlage 5 en het basisdocument energie-infrastructuur Netbeheer Nederland. (https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Basisdocument_over_energie-infrastructuur_14 3.pdf).
21
85 Waddinxveen PCW Systeem-efficiëntie. In paragraaf 2.4.3 wordt aangegeven dat nog nader onderzoek gedaan moet worden naar de netimpact. Nadruk hierbij ligt op de verhouding zon-wind. A. Klopt het dat eenzijdige inzet op zon ‘slecht’ is voor het netwerk en daarmee de extra kosten voor netaanpassingen nog hoger zullen uitvallen? B. Is het mogelijk dat er bij inzet op met name zon zoals nu voorgesteld, er grote overschotten zullen ontstaan op het elektriciteitsnet? Wat wordt er gedaan met deze overschotten? Is het mogelijk dat de eigenaren van de zonnepanelen dan geen vergoeding krijgen voor de opgewekte stroom? Zoals aangegeven in de netimpact analyse maakt wind efficiënter gebruik van de netcapaciteit (het waait vaker dan de zon schijnt). Door volledig in te zetten op zon zijn de kosten voor netuitbreidingen hoger dan als gekozen wordt voor een evenwichtige mix van zon en wind. Op zonnige dagen met weinig vraag zullen er overschotten ontstaan. Als er in de toekomst onvoldoende opslagmogelijkheden komen zullen zonneparken afgeschakeld moeten worden om overbelasting van het netwerk te voorkomen. 86 Waddinxveen PCW Haalbaar en betaalbaar. In paragraaf 5.1.4 wordt aangegeven dat gezamenlijk onderzocht zal moeten worden hoe de investeringen in de RES-projecten mogelijk gemaakt kunnen worden. A. Is er al nagedacht over concrete ideeën hiervoor? B.