Beantwoording technische vragen Overig gezamenlijke commissie M + F en R + I 2 juli 2025
Tekst van het document
De markt voor grootschalige nieuwvestiging is veranderd door gestegen energieprijzen en de noodzaak tot verduurzaming. Gebieden zonder duurzaam warmtenetwerk – zoals deze locatie – zijn daardoor aanzienlijk minder aantrekkelijk dan bestaande glastuinbouwclusters met geothermie of biomassa. Deze koers is onderbouwd met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en afgestemd met de provincie Zuid-Holland, die onder die voorwaarden instemde met de planontwikkeling. Ook het collegebesluit van 28 november 2023, waarin het ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld, verwijst expliciet naar deze economische afwegingen en de instemming van de provincie. De bestemmingswijziging is het resultaat van een zorgvuldig beleidsproces waarin ruimtelijke, economische en regionale belangen zijn gewogen. 12. De ecologische onderzoeken zijn zorgvuldig uitgevoerd conform de geldende richtlijnen en hebben geleid tot een onherroepelijke ontheffing. Deze ontheffing is afgegeven door het bevoegd gezag en bevestigt dat de onderzoeken op juiste wijze en binnen de vereiste perioden zijn uitgevoerd. Bezwaren hiertegen zijn beoordeeld en verworpen. Indien het onderzoek niet correct was verlopen, zou de ontheffing niet zijn verleend. De eerste scan op natuurwaarden binnen
het plangebied, de ‘quickscan flora en fauna’ kan het gehele jaar door worden uitgevoerd. Hieruit kwam enkel de noodzaak tot een nader onderzoek naar de rugstreeppad. Het hierop volgende onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad heeft tussen half april t/m september plaatsgevonden. Dit valt binnen de actieve periode van deze soort, zowel volgens het soorteninventarisatieprotocol van het NGB als het Kennisdocument Rugstreeppad. Met de onderzoeksresultaten is tevens een vergunning voor een flora- en fauna activiteit verkregen, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag het onderzoek tevens als representatief beoordeeld. Met betrekking tot broedvogels is een passage opgenomen dat het plangebied buiten het broedseizoen (globaal maart tot half augustus) bouwrijp moet worden gemaakt of dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats moet vinden. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht omtrent broedvogels. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. PvdA GL
1. Aangezien u veel waar hecht aan regionale samenwerking, zeker ook als het gaat om bedrijfsterreinen is onze vraag of u in de regio heeft nagevraagd of er mogelijkheden op bedrijfsterreinen in de regio zijn voor bedrijven die van de Noordkade moeten vertrekken? Uiteraard zal daar ook met de betrokken bedrijven over gesproken moeten worden. 2. Met de ontwikkelaar zijn afspraken gemaakt en deze zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Kunt u de raad de overeenkomst voor de commissievergadering toesturen? U stelt: Als er na een vastgestelde periode nog delen van de 10 + 4 hectare niet zijn overgenomen door grondeigenaren aan de Noordkade vervalt hiervoor de aankoop en blijft de ontwikkelaar eigenaar. 3. Wat is de vastgestelde periode? 4. Waarom stelt u geen exploitatieplan vast? Zienswijze: Hoewel Glastuinbouw Nederland de gemeente Waddinxveen als een belangrijke partner ziet en ze in diverse gremia (zowel ambtelijk als bestuurlijk) overleg voert en samenwerkt, is ze op geen enkel moment benaderd om over het nu voorliggende plan van gedachten te wisselen. 5. Waarom heeft u geen contact opgenomen met Glastuinbouw Nederland?
1. Er is onderzocht of de ontwikkeling noodzakelijk is, of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, en of sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Uit het onderzoek, opgenomen in bijlage 2 bij het bestemmingsplan, blijkt dat de ontwikkeling voorziet in een concrete ruimtevraag, zorgvuldig is afgestemd op regionaal beleid en dat alternatieve locaties zijn beoordeeld. Omdat aan de vereisten van de Ladder is voldaan, is nadere motivering van alternatieve locaties niet nodig. 2. Een anterieure overeenkomst is nadat dit door B&W is ondertekend opvraagbaar. Deze wordt dan geanonimiseerd bij de B&W stukken gevoegd zodat de overeenkomst gedeeld kan worden met de raad wanneer men er naar vraagt 3. 6 jaar na onherroepelijk bestemmingsplan. 4. Er is geen exploitatieplan vastgesteld, omdat met de anterieure overeenkomst de kostenverhaalverplichting anderszins is verzekerd (artikel 13.6 Omgevingswet). 5. Het plangebied is gedurende circa tien jaar (2012–2022) actief aangeboden via gespecialiseerde glastuinbouwmakelaars. In die periode meldden zich slechts twee serieuze gegadigden, van wie er één zijn positie weer doorverkocht om elders op een bestaande locatie te herontwikkelen. Daarmee is slechts één nieuw glastuinbouwbedrijf
daadwerkelijk gerealiseerd. Deze beperkte interesse weerspiegelt bredere trends in de sector. De markt voor grootschalige nieuwvestiging is veranderd door gestegen energieprijzen en de noodzaak tot verduurzaming. Gebieden zonder duurzaam warmtenetwerk – zoals deze locatie – zijn daardoor aanzienlijk minder aantrekkelijk dan bestaande glastuinbouwclusters met geothermie of biomassa. Deze koers is onderbouwd met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en afgestemd met de provincie Zuid-Holland, die onder die voorwaarden instemde met de planontwikkeling. Ook het collegebesluit van 28 november 2023, waarin het ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld, verwijst expliciet naar deze economische afwegingen en de instemming van de provincie. De bestemmingswijziging is het resultaat van een zorgvuldig beleidsproces waarin ruimtelijke, economische en regionale belangen zijn gewogen. 6: Hoe verhoudt zich dit plan waar juist afstand wordt genomen van glastuinbouw met de door u gesloten Samenwerkingsovereenkomst met andere gemeenten en glastuinbouw voor een warmtenet voor glastuinbouw en woningen in deze regio?
6. De ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 doet geen afbreuk aan de regionale warmtenetdoelstellingen. De warmtevraag vanuit het bedrijventerrein is relatief beperkt, mede omdat het grotendeels gaat om de verplaatsing van bestaande bedrijven binnen de gemeente. Het regionale warmtenet blijft primair gericht op het omvangrijke glastuinbouwcluster van enkele honderden hectare. De economische haalbaarheid van het warmtenet is daardoor niet afhankelijk van deze locatie of de bestemming van deze 30 hectare.
7. Kunt u een volledig overzicht geven van de participatie van omwonenden bij dit project? Kunt u de raad de verslagen van de gesprekken met de bewoners overleggen voor de commissievergadering?
7. Het ontwerpbestemmingsplan is door het college vastgesteld op 28 november 2023. Dit was nog voor de in werking treding van de omgevingswet (1/1/2024). Participatie was (en is) geen wettelijke verplichting. De omgevingswet bevat immers ook geen participatieplicht, maar verlangt wel een zorgvuldige en evenwichtige afweging van alle betrokken belangen bij het wijzigen van een omgevingsplan. Ondanks het ontbreken van een wettelijke verplichting hebben na de voornoemde vaststelling van het plan door het college nog diverse overlegmomenten plaatsgevonden met geïnteresseerde bewoners. Daarbij zijn in wisselende samenstelling de gemeente, initiatiefnemer en adviseurs betrokken geweest. Deze bewoners hebben in de gesprekken hun wensen en zorgen kenbaar gemaakt met betrekking tot de inrichting van het park (buiten het bestemmingsplan), de beeldkwaliteit, verkeersintensiteit en geluidsoverlast. De gemeente en initiatiefnemer hebben zich in deze overleggen coöperatief opgesteld. Op meerdere punten is een tegemoetkoming gedaan aan de wensen van genoemde bewoners. Daaronder vallen:
a. wijzigingen aan het park tussen het bedrijventerrein en de woningen (verhoging, vergroening, verplaatsing van onderdelen); b. het instellen van het vrachtverbod bij de Piet Stuurmanweg; c. het vergroenen van de gevels (zie beeldkwaliteitsplan). 8. Welke financiële risico’s zijn er aan dit plan verbonden, zowel als het doorgaat en als het niet doorgaat?
9. Het vrachtverkeerverbod kan een goede maatregel zijn, maar handhaving is altijd een probleem. Welke maatregelen gaat u nemen om te handhaven nu en in de toekomst? 10. De provincie hecht aan voldoende beschikbaarheid van grond van glastuinbouw. Heeft u met de provincie overlegd over de bestemmingsverandering? 11. Wat vindt u van de werkwijze van de projectontwikkelaar Wayland bij de verkoop van woningen in het betrokken gebied? Begrijpt u dat bewoners zich misleid voelen? 12. Welke maatregelen worden er genomen om ervoor te zorgen dat de omwonenden, als het plan gerealiseerd wordt, zo min mogelijk hinder gaan ondervinden van het nabijgelegen industrieterrein? Wat zijn de voorschriften voor het tegengaan van lawaai, lichthinder en lichtvervuiling, etc.?
8. De risico’s zijn voor de gemeente beperkt. Deze zijn vooraf beoordeeld en in de anterieure overeenkomst zijn meerdere waarborgen opgenomen die deze risico’s voor de gemeente beheersbaar maken. Indien het plan niet doorgaat zijn de gevolgen voor het project Noordkade het grootste risico. 9. Handhaving gebeurt zoals elders in de gemeente, in beginsel repressief. Mogelijke aanvullende maatregelen zoals ANPR-camera’s of fysieke inrichtingselementen zijn bespreekbaar, maar nog niet toegezegd. 10. De provincie is in het kader van artikel 3.1.1 Bro (nu Omgevingswet) geïnformeerd. De provincie heeft geen zienswijze ingediend, wat duidt op instemming met de planologische wijziging. 11. Eventuele civielrechtelijke kwesties over communicatie rond aankoop van vastgoed liggen buiten deze procedure. 12. Zie antwoord op vraag 7 hierboven.
Agendapunt 7: Vaststelling Bestemmingsplan uitbreiding Theo Thijssenschool
Partij: PvdA GL
Vraag (kort en bondig)
Antwoord
1. Er zou eerst sprake zijn van 8 lokalen, nu staan er 4 gepland. Wat is hier de rede voor? 2. Gaat de Theo Thijssen zich de komende jaren redden met 4 extra lokalen zodat zij geen gebruik meer hoeven te maken van de Kerkstraat. 3. Hoeveel vertraging loop de verbouwing op?
WeWa
1. Wordt er voorafgaand aan het extra aanvragen voor budget voor realisatie eerst een navraag voor kosten gedaan of worden eerst de kwaliteitseisen bepaald? 2. Er is altijd gesproken over 8 extra lokalen, het worden er uiteindelijk 4. Hoe groot is de kans dat er straks toch weer te weinig lokalen zijn.
1. De Raad heeft in 2022 besloten tot een uitbreiding van 4 lokalen. Gezien de leerlingenprognoses werd in het ontwerpbestemmingsplan rekening gehouden met een uitbreiding van 4 lokalen met de mogelijkheid om nog eens 4 lokalen extra te bouwen indien dat nodig bleek. Bij nadere omgevingsonderzoeken voor de vaststelling van het bestemmingsplan is gebleken dat een dergelijk grote uitbreiding van 8 lokalen niet past bij de omgeving. Daarom zijn de uitbreidingsmogelijkheden in het aangepaste bestemmingsplan teruggebracht naar maximaal 4 lokalen met bijbehorende voorzieningen, waaronder een speelzaal. 2. Nee. Uit de prognose van 2020 bleek dat de Theo Thijssen recht had op een uitbreiding van 4 lokalen (vastgesteld door de Raad in 2022). De laatste prognose uit 2024 laat echter zien dat de Theo Thijssenschool harder groeit dan verwacht. Ook met de geplande uitbreiding van 4 lokalen heeft de Theo Thijssenschool een capaciteitsvraagstuk. Voor de lange termijn zal dit overtal aan leerlingen op de Theo Thijssenschool op andere scholen moeten worden opgelost. 3. In de midterm review 2022-2026 is reeds vertraging gecommuniceerd, waarbij de verwachting is uitgesproken dat de uitbreinding, wanneer alles meezit, in 2026-2027 klaar kan zijn. Na vaststelling van het bestemmingsplan is het aan de bouwheer (Stichting Klasse) om een vervolgplanning op te stellen.
Wanneer er geen beroep wordt ingediend is het de verwachting dat in 2026 een vergunning kan worden afgegeven. Daarna is het aan Stichting Klasse hoe snel zij een aannemer kunnen contracteren om de uitbreiding te realiseren. 1. Deze twee zaken kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Bij de navraag van de kosten wordt ook naar de kwaliteitseisen gekeken. De bouwheer (Stichting Klasse) gaat, na vaststelling van het bestemmingsplan, starten met de ontwerpfase. Hierin wordt het proces gevolgd vanaf een Programma van Eisen naar een Definitief Ontwerp (DO). In dit proces worden de kwaliteitseisen afgewogen tegen de realisatiekosten. De gemeente controleert of deze kwaliteitseisen overeenkomen met de vastgestelde kaders en budgettair verantwoord zijn.
3. Waar is het gevraagde aanvullend budget bedrag op gebaseerd?
OR Sattaur
1. Is 140.000 euro voldoende? Hoe is vastgesteld dat dit bedrag voldoende is en in de toekomst niet meer nodig is.
2. Heeft u eerder budget vrijgemaakt voor uitbreiding? 3. P. 5 Raadsvoorstel “Naast het budget voor de voorbereidende werkzaamheden is er in 2022 budget beschikbaar gesteld voor de realisatie van het gebouw. Als gevolg van een stijging in de bouwkosten zal het gebouw meer kosten dan in 2022 is begroot. Daarom zal er te zijner tijd extra budget aangevraagd
2. Uit de prognose van 2020 bleek dat de Theo Thijssenschool recht had op een uitbreiding van 4 lokalen. Daarom heeft de Raad in 2022 besloten tot een uitbreiding van 4 lokalen. De laatste prognose uit 2024 laat echter zien dat de Theo Thijssenschool harder groeit dan verwacht. Ook met de geplande uitbreiding van 4 lokalen heeft de Theo Thijssenschool een capaciteitsvraagstuk. Met het ontwerpbestemmingsplan is gekeken of het mogelijk is om na de uitbreiding met 4 lokalen nog eens een extra uitbreiding van 4 lokalen mogelijk te maken. Bij nadere omgevingsonderzoeken voor de vaststelling van het bestemmingsplan is gebleken dat een dergelijk grote uitbreiding niet mogelijk is. Daarom zal de Theo Thijssenschool op de hoofdvestiging niet voldoende ruimte hebben voor alle te verwachten leerlingen. Voor de lange termijn zal dit overtal aan leerlingen op de Theo Thijssenschool op andere scholen moeten worden opgelost. Dit wordt tevens zo beschreven in het Integraal Huisvestingsplan (IHP). In het IHP wordt besproken hoe we als gemeente om willen gaan met de onderwijshuisvesting inclusief het capaciteitsvraagstuk. Belangrijk is dat de gemeente bij dit vraagstuk integraal en in samenhang naar álle scholen kijkt en een oplossing biedt, waarmee wordt voldaan aan de zorgplicht. 3.
Dit aanvullend budget is nodig om de reeds gemaakte kosten voor het bestemmingsplan te dekken en de voorbereidende werkzaamheden te voltooien. Bijgevoegd vindt u een tabel met een uitsplitsing van deze kosten. 1. De voorbereidingskosten, zijn de kosten waarvan nu zeker is dat ze zijn gemaakt plus de nog te verwachten kosten op basis van risicoinschattingen. Het valt niet uit te sluiten dat er in de toekomst meer budget nodig is om de voorbereidingen af te ronden. Dit is onder andere afhankelijk van mogelijke juridische procedures en de uitkomst van het bodemonderzoek. Daarnaast zal er, zoals in het raadsvoorstel ook benoemd, in de toekomst nog aanvullend budget nodig zijn voor de realisatie van het gebouw. Het beschikbaar gestelde budget uit 2022, voor de realisatie van het gebouw, dekt de huidige bouwkosten niet meer. 2. Ja. Nadat de initiële budgetten in 2022 zijn toegekend is er eenmaal eerder aanvullende budget aangevraagd. In Tweede Bestuursrapportage 2024 is aanvullend budget van €12.000 vrijgemaakt. 3 / 4. Wanneer dit aanvullende budget voor de realisatie aangevraagd zal worden is nog niet bekend, omdat er nog niet bekend is wanneer de uiteindelijke bouw zal starten.
worden voor de realisatie van het gebouw.” 4. Wanneer is te zijner tijd? 5. Per wanneer begint de bouw en zal de bouw gerealiseerd zijn?
6. U heeft in februari 2022 besloten om budget vrij te maken. Het is inmiddels al juni 2025. Wat zijn de redenen dat niet na maximaal een jaar is overgegaan op de bouw?
7. Hoezo past de bouw van 4 lokalen extra niet? Dit is afhankelijk van de wijze waarop dit ingedeeld zal worden en de wensen die er zijn.
5. Het is nog niet bekend wanneer de uiteindelijke bouw zal starten. De bouwheer (Stichting Klasse) dient, in gezamenlijkheid met de gemeente, een planning op te stellen. Zie ook de beantwoording van vraag 3 PvdA GL 6. Voordat er gebouwd mag worden moeten de benodigde planologische procedures doorlopen worden. Het voorbereiden en doorlopen van planologische procedures kost tijd. In de periode 20222024 is het ontwerpbestemmingsplan voorbereid en in december 2024 ter inzage gelegd. Er zijn zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan, welke beantwoord en waar nodig verwerkt zijn in het plan. Dit heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Voordat er gebouwd mag worden moet het bestemmingsplan onherroepelijk vastgesteld zijn en moeten de benodigde vergunningen afgegeven worden 7. De uitbreidingsmogelijkheden van de school zijn afhankelijk van een grote hoeveelheid aan factoren, waaronder omgevingswaarden (punten waaraan voldaan moet worden om een goed woon- leefklimaat te bergen voor zowel de omwonenden als de school). Hoewel het mogelijk is om een deel van de Omgevingswaarden positief te beïnvloeden door de indeling van de school aan te passen zijn de mogelijkheden beperkt. Dit heeft met een aantal zaken te maken, waaronder: • •
8. In het bestemmingsplan is berekend wat de woonbehoefte zal zijn. Wat is de bijbehorende onderwijsbehoefte? Hoeveel klaslokalen zijn hiervoor nodig?
De parkeer- en verkeerssituatie in het gebied De beperkte ruimte op het perceel en de beperkte afstand tot naastgelegen percelen
Deze punten hebben voornamelijk te maken met de privacy van en hinder tot de omwonenden. Ook met een aanpassing van de indeling kunnen er niet meer dan 4 klaslokalen gemaakt worden zonder dat het woon-leefklimaat op een dusdanige manier verslechtert dat er niet voldaan kan worden aan de minimale omgevingswaarden. 8. Binnen de Verordening wordt er gewerkt met vierkante meters en geen lokalen. De leerlingenprognose 2024-2044, gebruikt in het IHP, stelt dat de Theo Thijssenschool een behoefte heeft van ongeveer 2400 m2. Dat staat gelijk aan ongeveer 430 leerlingen.
PCW
Er wordt, boven op de reeds eerder verstrekte € 180.000 en € 12.000 een extra budget van € 140.000 gevraagd ter dekking van de voorbereidingskosten. Kunt u een globale opstelling van de kosten geven, van de reeds bestede kosten en de nog te besteden kosten?
Een opsomming van de reeds gemaakte kosten in 2025 en de nog te verwachten voorbereidingskosten is te zien in de bijgevoegde tabel. Daarnaast worden er, zoals in het raadsvoorstel vermeld, kosten gemaakt voor de sloop van de bestaande opstallen op het terrein. Deze kosten van circa € 75.000 worden gedekt uit het budget voor de bouwkosten. De reeds bestede kosten in de jaren vóór 2025 zijn allen gemaakt ten behoeve van het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure. Hieronder vallen ook de benodigde (omgeving)onderzoeken en juridisch advies.
D66
1. Waarom voorziet dit plan in 4 lokalen terwijl er eigenlijk 6 nodig zijn en in de toekomst wellicht nog meer?
1. In het ontwerpbestemmingsplan werd rekening gehouden met een uitbreiding van 4 lokalen met de mogelijkheid om nog eens 4 lokalen extra te bouwen. Bij nadere omgevingsonderzoeken voor de vaststelling van het bestemmingsplan is gebleken dat een uitbreiding van 4 lokalen het maximale is. Bij het toevoegen van meer lokalen kan niet langer voldaan worden aan alle omgevingswaarden (punten waaraan voldaan moet worden om een goed woon- leefklimaat te bergen voor zowel de omwonenden als de school). Daarom zijn de uitbreidingsmogelijkheden in het aangepaste bestemmingsplan teruggebracht naar maximaal 4 lokalen met bijbehorende voorzieningen, waaronder een speelzaal. 2. De laatste prognose uit 2024 laat zien dat de Theo Thijssenschool harder groeit dan verwacht. Ook met de geplande uitbreiding van 4 lokalen heeft de Theo Thijssenschool een capaciteitsvraagstuk en is er op de hoofdvestiging geen plaats voor alle leerlingen. Samen met Stichting Klasse worden de opties en oplossingen besproken. Uitgangspunt is dat er voldoende vierkante meters ter beschikking zijn in lijn met de Verordening. Voor de lange termijn zal dit overtal aan leerlingen op de Theo Thijssenschool op andere scholen moeten worden opgelost. 1. Ja, met de geplande uitbreiding van 4 klaslokalen is de maximale oppervlakte van de school bereikt.
Gelet op de omgeving is dit de maximale uitbreiding die mogelijk is om te voldoen aan de omgevingswaarden (punten waaraan voldaan moet worden om een goed woon- leefklimaat te bergen voor zowel de omwonenden als de school). 2. Uit onderzoek blijkt dat de er sporen van bodemverontreiniging zijn. Daarom is er een reëel risico dat er maatregelen nodig zijn wanneer er op de locatie gebouw wordt. Dit risico valt niet nader in te schatten Aanvullend onderzoek moet uitwijzen wat de mate van bodemverontreiniging is en wat de kosten voor eventuele sanering zijn. Eventuele saneringskosten kunnen niet worden verhaald op de vorige
2. Is het bij afronding van dit plan niet meer nodig om kinderen op de Kerkstraat onder te brengen?
VVD
Passim: 1. Is de conclusie terecht, dat met de uitbreiding met vier klaslokalen tevens de maximale grootte van de school hiermee vastgesteld? Blz. 4: 2. Hoe hoog is het risico op noodzakelijke bodemsanering? Welke afspraken zijn hierover gemaakt met de vorige eigenaar? Hoe realistisch is het nu gereserveerde bedrag voor (mogelijke) bodemsanering.
eigenaar. Met de vorige eigenaar zijn afspraken gemaakt over de oplevering van de locatie. Tussen het moment van aankoop en oplevering is er geen toename van verontreiniging geconstateerd. Daarmee heeft de eigenaar voldaan aan de afspraken.
CDA
Bestemmingsplan paragraaf 4.4.2. Hier wordt verwezen naar het Mobiliteitsplan 2013-2020. In februari 2025 werd de Actualisatie 1.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 geamendeerd en vastgesteld. Waarom wordt daar niet naar verwezen?
De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 is geen vervanger van het Mobiliteitsplan 2013-2020. Daarom was het Mobiliteitsplan 2013-2020, op het moment van agendering van het bestemmingsplan Theo Thijssenschool, nog steeds het beleid waaraan getoetst wordt.
Agendapunt 8: Aanvraag voorbereidingskrediet project opvanglocatie vluchtelingen en flexwoningen
Partij: PCW
Vraag (kort en bondig)
Antwoord
Pag. 3 Dekking kosten voorbereiding project flexwoningen: Waarom is het voorstel om deze kosten te dekken uit de bestemmingsreserve betaalbare woningen en niet uit de bestemmingsreserve opvang vluchtelingen en andere doelgroepen? Deze is juist voor dit doel ingesteld.
De flexwoningen zijn bestemd voor inwoners die met spoed een woning nodig hebben (spoedzoekers/statushouders met een verblijfsvergunning) en zijn niet bestemd voor vluchtelingen, zonder verblijfsvergunning, die hun asielprocedure nog moeten doorlopen. De flexwoningen zijn sociale huurwoningen. De woningen komen in eigendom van de gemeente en hebben een levensduur van minimaal 25 jaar. Dit betekent dat de woningen na afloop van de voorlopige vergunning aan de IJsermanweg elders in de gemeente geplaatst kunnen worden en dus voor langere tijd (minimaal 25 jaar) als sociale huurwoningen kunnen worden ingezet. Daarmee is voldaan aan een belangrijk aantal kaders voor de reserve betaalbare woningen.
WeWa
Wanneer kunnen wij het definitieve bestemmingsplan verwachten?
Er wordt voor zowel het AZC als de flexwoningen een BOPA procedure doorlopen (voor de tijdelijke bestemming). Wij verwachten dat deze procedure eind 2025 gestart kan worden. Voordat we de aanvraag kunnen starten dient de uitkomst van het ecologisch onderzoek afgewacht te worden en moet eerst ook een ontheffing bij de Provincie Zuid-Holland worden aangevraagd voor het AZC en de flexwoningen.
OR Sattaur
1. Het Rijk zou de kosten dragen voor de opvanglocatie. Wat is de reden dat wij hier zelf budget beschikbaar dienen te stellen?
1. Het voorbereidingskrediet voor de opvanglocatie is een voorfinanciering van de kosten die later via de verhuur van de locatie
2. Tot wanneer worden de Oekraïense vluchtelingen opgevangen? Welke afspraken zijn hierover gemaakt?
aan het COA worden terugverdiend. De ambtelijke kosten zullen via artikel 8 van het Faciliteitenbesluit bij het COA/Rijk worden verhaald. 2. Dit project opvang asielzoekers valt niet onder de EU regeling Tijdelijke bescherming voor vluchtelingen uit Oekraïne.
VVD
PvdA GL
1. Eerder is gesproken over afspraken met het COA over het door hen plaatsen van flexwoningen deels voor statushouders en deels voor spoedzoekers. De notitie suggereert dat kosten volledig ten laste komen van de gemeente. Kan aangegeven worden welk deel van deze ontwikkeling het COA bekostigt en welk deel wij zelf moeten bekostigen? 1. Om principiële redenen zijn door de raad het AZC en de flexwoningen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Is het dan niet logisch om de kosten van beide projecten ten laste te brengen van de (ruime) reserve vluchtelingen? Overigens is het toch ook in strijd met de voorwaarden van het Fonds betaalbare Woningen?
Het voorbereidingskrediet voor de opvanglocatie is een voorfinanciering van de kosten die later via de verhuur van de locatie aan het COA worden terugverdiend. De ambtelijke kosten zullen via artikel 8 van het Faciliteitenbesluit bij het COA/Rijk worden verhaald. De flexwoningen zijn bestemd voor inwoners die met spoed een woning nodig hebben (spoedzoekers/statushouders met een verblijfsvergunning) en zijn niet bestemd voor vluchtelingen, zonder verblijfsvergunning, die hun asielprocedure nog moeten doorlopen. De flexwoningen zijn sociale huurwoningen. De woningen komen in eigendom van de gemeente en hebben een levensduur van minimaal 25 jaar. Dit betekent dat de woningen na afloop van de voorlopige vergunning aan de IJsermanweg elders in de gemeente geplaatst kunnen worden en dus voor langere tijd (minimaal 25 jaar) als sociale huurwoningen kunnen worden ingezet. Daarmee is voldaan aan een belangrijk aantal kaders voor de reserve betaalbare woningen.
CDA
Blz 2 1. 2.3 Het COA huurt een deel van de grond en de exploitant van de flexwoningen huurt een deel. Daarnaast is een deel verpacht. Vraag: blijft er vrije grond in eigendom van de gemeente die niet is verpacht of verhuurd? Wordt het volledig perceel rendabel gemaakt? Wie wordt de exploitant van de flexwoningen? Waarom wordt de business case later aangeboden, waardoor er (als deze wordt afgewezen) geld voor voorbereiding is verspild?
-
Het perceel wordt 5 jaar volledig geëxploiteerd (startend vanaf de inhuizing van de eerste bewoner van de opvanglocatie). Voor de gebiedsexploitatie verwijzen wij naar het raadsvoorstel dat gepland is voor september. Op verzoek van het Presidium is deze datum verschoven.
2.3 2. Hoe komt het dat op dit moment nog niet duidelijk is of de ambtelijke kosten terugbetaald worden aan de gemeente?
-
De ambtelijke kosten voor de opvanglocatie (niet zijnde de ambtelijke kosten voor de flexwoningen) kunnen in principe worden verhaald via artikel 8 (hardheidsclausule) van het Faciliteitenbesluit. Deze claim wordt door de gemeente ingediend bij het COA die dit bij de betrokken ministeries indient (afhankelijk van het soort kosten dat geclaimd wordt). Het ministerie beoordeelt de claim en bepaalt in welke mate deze wordt toegekend.
Blz 3 3. Gebruik reserve betaalbaar wonen. Er is geen business case. De reserve was bedoeld om betaalbaar wonen mogelijk te maken en daarbij vooral sociale en middenhuur. Kunt u duidelijk aan de hand van de afspraken rond de reserve betaalbaar wonen uiteenzetten waarom het college van mening is dat deze reserve hiervoor kan worden aangewend?
-
De flexwoningen zijn bestemd voor inwoners die met spoed een woning nodig hebben (spoedzoekers/statushouders met een verblijfsvergunning) en zijn niet bestemd voor vluchtelingen, zonder verblijfsvergunning, die hun asielprocedure nog moeten doorlopen. De flexwoningen zijn sociale huurwoningen. De woningen komen in eigendom van de gemeente en hebben een levensduur van minimaal 25 jaar. Dit betekent dat de woningen na afloop van de voorlopige vergunning aan de IJsermanweg elders in de gemeente geplaatst kunnen worden en dus voor langere tijd (minimaal 25 jaar) als sociale huurwoningen kunnen worden ingezet. Daarmee is voldaan aan een belangrijk aantal kaders voor de reserve betaalbare woningen.