CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Overig gezamenlijke commissie M + F en R + I 2 juli 2025

Commissie Maatschappij + Financiën 2 juli 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen Jaarrekening 2024 - 1e Burap 2025 - Kaderbrief 2026-2029 + Overig13.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Format Technische vragen gezamenlijke commissie M + F en R + I (openbaar) gemeente Waddinxveen - 2 juli 2025 Agendapunten: Agendapunt 4: Lijst Ingekomen Stukken Partij: PvdA GL

Vraag (kort en bondig)

Antwoord

4.2 Uitvoeringsprogramma woonzorgvisie U stelt op blz.4: Daarnaast is minimaal 12% een middeldure huurwoning en minimaal 20% een koopwoning tot € 355.000 euro. Binnen de categorie betaalbare koop, streeft de gemeente naar een aandeel van ongeveer 10% van de toe te voegen woningen die financieel bereikbaar zijn voor starters. 1. Kunt u uitleggen wat u bedoelt? Gaat het om 2% (10% van 20%) van de koopwoningen? 2. Kan de raad de veerkrachtkaarten krijgen? 3. Wanneer ontvangt de raad het voorstel voor een vereveningsfonds? 4. Regelmatig verwijst u naar het VHP, maar dat is toch geen reden om nu niet al met de beleidsvoorbereiding bezig te zijn? Zo is de huisvesting voor arbeidsmigranten al zeker 4 jaar een onderwerp waar door de raad aandacht voor wordt gevraagd, maar wordt nu weer uitgesteld tot 2026.

4.2 Uitvoeringsprogramma woonzorgvisie

4.3. Brief WKK Waarom is het bestuur van de WKK niet meegenomen in het proces? Wat is er bekend over de 'gevonden' kunstwerken van gips in relatie tot het buitenplaatsen? 1. Waarom is het bestuur van de WKK niet meegenomen in het proces? 2. Wat is er bekend over de 'gevonden' kunstwerken van gips in relatie tot het buitenplaatsen? 3.Is er vooraf contact geweest met de deelnemers van de wedstrijd? 4. Wat zullen de te verwachte kosten zijn als de kunstwerpen herplaatst worden? 5. Wat vindt u van het argument van de WKK dat deze beelden (uit de gemeentewerf) totaal ongeschikt zijn om, gezien het materiaal (gips), langdurig in een buitenruimte te gebruiken? 6. Kunt u aangeven welke procedure juridisch juist is en gevolgd moet worden, wanneer het college niet van plan is een raadsbesluit uit te voeren?

4.3 Brief WKK

1.10% betreft woningen tot € 25.000. en 10% betreft woningen tussen € 250.000 en €355.000, dus totaal 20% betaalbare koop. 2.Dat moeten we navragen bij Woonpartners. 3.We verwachten vaststelling in het college na de zomer. Agendering is afhankelijk van de ruimte op de raadsagenda. 4.Dat klopt, en we zijn ook bezig met de beleidsvoorbereiding om tot een VHP te komen.

4.3.1. Tijdens de raad van 11 december heeft de raad de vraag gesteld of het kunstwerk De Vleugels Uitgeslagen verplaatst kon worden. Daarop heeft Wethouder Vleij aangegeven te gaan onderzoeken of er kunstwerken verplaatst kunnen worden. Er is bewust breder gekeken dan De Vleugels Uitgeslagen om een gemiste kans te voorkomen. Er zijn meermaals overleggen geweest tussen de gemeente en de WKK. 4.3.2. De beelden zijn gemaakt voor een beeldententoonstelling in het Burgemeester Warnaarplantsoen. De beelden zijn gemaakt om buiten geplaatst te worden. De buitendienst heeft naar de beelden gekeken en aangegeven dat de beelden geschikt zijn om geplaatst te worden. 4.3.3. Wanneer met vooraf, voor het ontvangen van de brief van de WKK bedoeld wordt. Ja, de deelnemers van de prijsvraag zijn op de

hoogte gebracht van de gevonden beelden en dat er wordt bekeken hoe hier mee om te gaan 4.3.4. Op dit moment zijn we nog bezig met het onderzoek waarin de totale kosten inzichtelijk worden gemaakt. 4.3.5. Wij hebben het advies gehad dat met passend onderhoud de beelden geschikt zijn om in een buitenruimte te plaatsen. 4.3.6. De raad heeft het college gevraagd naar mogelijkheden voor het verplaatsen van kunstwerken, hiervoor is een onderzoek gestart. Dat is op dit moment nog bezig. Als dit leidt tot andere inzichten dan in het raadsvoorstel is benoemd, dan wordt hier middels een collegevoorstel uitvoering aan gegeven. 4.4. Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving 1. Heeft Waddinxveen al een hitteplan? Zo neen, waarom niet? blz. 57: U stelt: Bij de aanleg van nieuwe opweklocaties zoals zonnevelden en windturbines wordt de situatie van de lokale flora en fauna bij voorkeur verbeterd. Een ontwerp bevat zoveel mogelijk specifieke elementen die aantonen dat de meest optimale situatie voor planten en dieren wordt gerealiseerd. 2. Kunt u concreet aangeven met maatregelen hoe bij zonnevelden en windturbines de situatie van dieren bij voorkeur kan worden verbeterd? 3. Waarom wordt zitgelegenheid waar mogelijk gekoppeld aan andere functies zoals spelen, natuur en afvalinzameling? Wat bedoelt u met spelen? Alleen rustig kunnen zitten op een bank is toch voldoende? 4.

Waarom wordt bij bestaand beleid niet de door de raad aangenomen motie 11 Groen binnen de bebouwde kom genoemd (november 2022) met als dictum: - Verzoekt het college in het tweede kwartaal van 2023 een ‘urgentieplan groen binnen de bebouwde kom’ aan de raad voor te leggen, waarin aangegeven wordt hoe het particulier groen en het openbaar groen binnen deze raadsperiode fors kunnen worden uitgebreid? (blz. 175) U stelt: Nieuwe gebouwen worden zoveel mogelijk ontworpen met nestruimte voor vleermuis, huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Daarna stelt u: Natuurinclusief bouwen is vereist voor nieuwbouw en grote verbouwingen.

4.4. Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving 1. Nee. In 2019 is een risicodialoog gevoerd naar aanleiding van de eerste klimaatstresstest. Daaruit is toen niet naar voren gekomen dat een hitteplan noodzakelijk was. In 2026 wordt opnieuw een risicodialoog gevoerd aan de hand van de actuele klimaatstresstest. Als hieruit komt dat een hitteplan nodig is dan zal dit worden opgesteld. 2. Een voorbeeld is een weiland dat in de huidige situatie zwaar wordt bemest. Dit is schadelijk voor de natuur. Als in de nieuwe situatie een ecologisch beheerde bloemen/ akkerweide ontstaat met natuurvriendelijke oevers in combinatie met energieopwekking dan kan dit een verbetering zijn voor planten en dieren. 3. Hier wordt bedoeld dat er gekeken wordt naar wat er nog meer nodig is voor een optimale natuurbeleving voor de recreant. Een afvalbak (afvalinzameling) voorkomt afval en een boom (natuur) biedt schaduw. Om ervoor te zorgen dat gezinnen gebruik maken van een picknickplaats kan het een idee zijn om ook iets te plaatsen zodat kinderen zich even kunnen vermaken zoals een schommel. Dit moet wel passend zijn in de natuur. 4. In de motie wordt gevraagd om een plan om het groen uit te breiden in de periode 2022-2025. Het Omgevingsprogramma gaat over ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst. Daarom is de motie niet benoemd.

De motie is beantwoord in een raadsbrief en een memo die zijn aangeboden aan de raad voor behandeling in september.

5. Wat is het nu: ‘zoveel mogelijk of ‘vereist’? 6. Wanneer verwacht u met een omgevingsplan te komen omdat dan pas duidelijk wordt welke onderdelen van het programma tot concreet beleid gaan leiden?

D66

Ingekomen Stukken - 4.4. Adviesrapport ecologische verbindingszones 1. In het rapport staat op p. 34 bij de aanbevelingen: "De huidige adviezen zijn met name gebaseerd op een bureaustudie, waardoor het advies niet in de praktijk is getoetst. Een gerichte inspectie van de specifieke locaties waar de EVZ’s worden ingericht is daarom aan te raden om te beoordelen of en hoe de voorgestelde maatregelen uitvoerbaar zijn en aansluiten bij de ecologische behoeften van de doelsoorten." -> Is het college nog van plan om het vervolgonderzoek dat wordt geadviseerd, uit te voeren? 2. In het Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving is gebruik gemaakt van de aanbevelingen uit het rapport. Dit gaat nog omgezet worden in een Omgevingsplan. Wanneer wordt dit Plan verwacht? 3. In het Omgevingsprogramma wordt door middel van vier soorten impressiebeelden geschetst hoe de verschillende ecologische verbindingszones eruit gaan zien. In 3 van de vier gevallen is er samenwerking nodig met een andere partij om dit te realiseren en in 2 van de gevallen zelfs omdat de gemeente geen eigenaar is maar ProRail of Stichting Weids Bloemendaal. Gaat het college die samenwerking aan? En ziet het college ook het risico dat zij niet willen meewerken?

5. Voor externe ontwikkelingen geldt in principe ”zoveel mogelijk”. “Vereist” is van toepassing op gemeentelijke panden en voor buitenplanse ontwikkelingen (bopa) waarbij de gemeente een keuze heeft om medewerking te verlenen of niet. De tabel onder deze tekst (er wordt toegewerkt naar 100% natuur inclusief) gaat over gemeentelijk vastgoed. Dit had iets beter toegelicht kunnen worden in de tekst en zal bij een actualisatie worden meegenomen. 6. Het Omgevingsprogramma is beleid dat is vastgesteld door het college. Het is dus nu al duidelijk wat het beleid concreet is. Het is de planning om in 2026 de principes uit het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving die zich daarvoor lenen om te zetten naar regels voor het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Ingekomen Stukken - 4.4. Adviesrapport ecologische verbindingszones 1. Ja, op het moment dat een concrete ontwikkeling plaatsvindt wordt vervolgonderzoek uitgevoerd. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan bij de verdere ontwikkeling van de Vredenburghzone. 2. Het is de planning om in 2026 de principes uit het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving die zich daarvoor lenen om te zetten naar regels voor het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. 3. Met Stichting Weids Bloemendaal is al een goede samenwerking.

Stichting Weids Bloemendaal is als stakeholder betrokken bij het opstellen van het Omgevingsprogramma. De principes die betrekking hebben op Polder Bloemendaal zijn gedeelde principes waaraan Weids Bloemendaal wil meewerken. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma is ook gesproken met Prorail. Zij willen graag samenwerken met de gemeente maar hebben ook aangegeven dat er beperkt budget/ capaciteit is bij Prorail voor natuurontwikkeling. Daarin zit een risico. Financiële middelen voor natuurontwikkeling zullen dus van subsidies e.d. moeten komen.

CDA

PCW

4.1 a 1. In de motie voor een Waddinxveens entree is aandacht gevraagd voor een entree ten zuiden of ten zuidoosten van het Bentwoud. In de beantwoording door de wethouder wordt alleen ingegaan op de entrees ten oosten van het Bentwoud en niet aan de zuidkant. Waarom niet?Is er met de gemeente Zuidplas overleg geweest voor een kleine entree aan de Zuidkant? Bijv. aan het eind van Middelweg in Moerkapelle? De entree 122 A zal door de provincie voorzien worden van duidelijke bebording. Wordt er dan ook een veilige oversteek voor voetgangers gerealiseerd? 4.1 b punt 4 2. Wat is er nieuw aan de vierde entree via het nieuwe fietspad op de Kleikade? Nu is het Bentwoud via de Onderweg en het ‘s Gravenwildertpad toch ook per fiets bereikbaar? 4.3 3. N.a.v. brief WKK: 11 dec 2024 besluitvormende raad de toezegging: Het college zegt toe dat bij de evaluatie van de Cultuurnota en in ieder geval bij de nieuwe Cultuurnota - of aanpassing daarvan -, de Kunstwerken in de openbare ruimte mee te nemen, inclusief het onderhoud. Wat is de stand van zaken t.a.v. evaluatie onderhoud kunstwerken in de openbare ruimte? 4.2 Uitvoeringsprogramma woonzorgvisie 1. Vanaf hoeveel woningen is het een verplichting om volgens de aantallen vanuit de woonzorgvisie te bouwen? 2.

Wat leggen we vast qua goedkope woningen, als er een bouwproject wordt aangevraagd wat onder dit aantal valt en men niet volgens woonzorgvisie kunt bouwen? 3. Wat is de status van huidig vereveningsfonds? 4. We onderzoeken of we de middenhuurverordening gaan uitbreiden naar een bredere doelgroepenverordening. Zou senioren een doelgroep zijn, waar behoefte aan is binnen Waddinxveen? 5.Hoeveel senioren heeft Waddinxveen? Wat is de eis voor Waddinxveen qua woningen voor de doelgroep senioren? En hebben wij voldoende woningen voor deze doelgroep die aan deze eisen voldoen? 6. Er wordt in 2025 gestart met het realiseren van een VHP. Krijgen wij als raad het VHP toegestuurd ter bespreking? 7. De Regionale woonzorgvisie wordt op 6 maart 2025 aangeboden in het Bestuurlijk overleg Ruimte en Wonen enSociaal domein. En zal daarna gedeeld worden met de gemeenteraad. In 2025 wordt verder uitvoering

4.1 a 1.Er is een opsomming gemaakt van de entrees aan de Waddinxveense kant van het Bentwoud en met name waar er mogelijkheden zijn voor auto parkeren en fiets parkeren aan de randen van het Bentwoud. Via de Middelweg en het Bentwoudpad in Moerkapelle is het mogelijk om het Bentwoud te bereiken met de fiets en te voet. Er is geen overleg met Zuidplas geweest over een andere entree. Wat betreft een veilige oversteek bij entree 122A: dit bespreken we met de provincie. 2.De entree is niet nieuw, het Bentwoud is inderdaad bereikbaar met de fiets via de Onderweg en het Schravenwildertpad Wat wel nieuw is, is dat er een apart fietspad komt en een fietsparkeerplek waar het Schravenwildertpad het Bentwoud binnenkomt. 3.De evaluatie staat gepland voor het laatste kwartaal van 2025.

4.2 Uitvoeringsprogramma woonzorgvisie 1.Dat hebben we niet in de woonzorgvisie vastgelegd. Dat nemen we op in het vereveningsfonds. 2.Zie antwoord vraag 1. 3.We verwachten vaststelling in het college na de zomer. Agendering in de raad is afhankelijk van de ruimte op de raadsagenda 4.Dat is inderdaad een van de punten die we in dat onderzoek meenemen. 5.Aantal inwoners per leeftijdscategorie is opgenomen in het dashboard wonen. In de huisvestingsverordening zijn leeftijdsgrenzen opgenomen voor woningcategorieën. Uitgangspunt bij nieuwbouw is levensloopgeschikt. Wij hebben niet de informatie hoeveel woningen daadwerkelijk voldoen.

gegeven aan het opstellen van een regionaal afsprakenkader en uitvoeringsagenda. 8.Wat is de status van de regionale woonzorgvisie en wanneer kunnen wij deze verwachten ter bespreking binnen de raad?

6.Het VHP is een omgevingsprogramma in de zin van de omgevingswet. Normaal is dat een collegebevoegdheid. Specifiek voor het VHP geldt dat de wet versterking volkshuisvesting hier een raadsbevoegdheid van heeft gemaakt 7.Geen vraag, vraag staat onder 8. 8.We verwachten dat deze nog voor de zomer naar de raden ter informatie kan worden toegestuurd.

4.1 b Entree Bentwoud: 1. Op het Lindelaantje kan men parkeren en daarvandaan richting Bentwoud wandelen. De wethouder gaat in gesprek met de provincie, Gemeente Alphen a/d Rijn om de mogelijkheden te bespreken om veilig over te steken van het Lindelaantje via de Noordeinde bij nummer 122A het Bentwoud in te wandelen. Welke mogelijkheden ziet de wethouder zelf om hiertoe te passen om te Verduidelijken dat men deze route moet volgen om in het Bentwoud te komen en bij nummer 122A veilig over te steken en binnen welke termijn?

4.1 b Entree Bentwoud: Dit is al een bekende route die ook op wandelroutenetwerken staat aangegeven. We gaan met de provincie bespreken hoe we deze oversteek veiliger kunnen maken. Als de oversteek en de route veiliger gemaakt kunnen worden, dan gaan we in overleg met de Groenalliantie op de parkeerplaats aan het Lindenlaantje een informatiebord neerzetten met daarop de route naar het Bentwoud. Omdat we afhankelijk zijn van de provincie kunnen we hier geen termijn aan koppelen.

Agendapunt 6: Vaststellen Bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2 Partij:

Vraag (kort en bondig)

WeWa

1. Inzake bijlage 1 Regels, Hoofdstuk 4, Pagina 11, Artikel 11: Kunt u punt 1a duidelijker specifieker zijn voor wat betreft het overgangsrecht.

Antwoord 1. Artikel 11.1a regelt de bescherming van bestaande bouwwerken. Een bouwwerk dat al bestaat, in aanbouw is, of waarvoor al een bouwvergunning is verleend vóór de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan, mag blijven

2. Bijlage 1, Toelichting, H1, pagina 7: Wat voor activiteiten zijn er door de initiatiefnemer ondernomen om te kijken of er een glastuinbouwbedrijf zich hier wil vestigen? In hoeverre is de veronderstelde afwezigheid van behoefte aan glastuinbouwgrond onderbouwd, gezien recente signalen van uitbreidingsplannen in de regio?

2.

3. Is er gekeken of een andere locatie is in Waddinxveen (eventueel gedeeltelijk) geschikt is om te ontwikkelen als Businesspark / Bedrijventerrein waar bedrijven van de Noordkade en straks Noordstaring zich zouden kunnen vestigen? 4. Hoeveel procent van de bedrijven van de Noordkade gaan gebruik maken van de nu te ontwikkelen locatie?

3.

5. Wat is het verschil tussen een Businesspark en een Bedrijventerrein.

5.

4.

staan, ook als het niet past in het nieuwe plan. Dit is een algemene juridische bepaling, gebruikelijk om op te nemen in een bestemmingsplan, maar dit is op onderhavig project nu niet van toepassing omdat er op dit moment geen gebouw staat noch in aanbouw is. Het plangebied is gedurende circa tien jaar (2012–2022) actief aangeboden via gespecialiseerde glastuinbouwmakelaars. In die periode meldden zich slechts twee serieuze gegadigden, van wie er één zijn positie weer doorverkocht om elders op een bestaande locatie te herontwikkelen. Daarmee is slechts één nieuw glastuinbouwbedrijf daadwerkelijk gerealiseerd. Deze beperkte interesse weerspiegelt bredere trends in de sector. De markt voor grootschalige nieuwvestiging is veranderd door gestegen energieprijzen en de noodzaak tot verduurzaming. Gebieden zonder duurzaam warmtenetwerk – zoals deze locatie – zijn daardoor aanzienlijk minder aantrekkelijk dan bestaande glastuinbouwclusters met geothermie of biomassa. Deze koers is onderbouwd met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en afgestemd met de provincie Zuid-Holland, die onder die voorwaarden instemde met de planontwikkeling. Ook het collegebesluit van 28 november 2023, waarin het ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld, verwijst expliciet naar deze economische afwegingen en de instemming van de provincie.

De bestemmingswijziging is het resultaat van een zorgvuldig beleidsproces waarin ruimtelijke, economische en regionale belangen zijn gewogen. De locaties die geschikt zijn voor een bedrijventerrein zijn beperkt. Een locatie met voldoende grootte om de bedrijven van de Noordkade te plaatsen en met planologische geschiktheid is er behalve BPV fase 2 niet. Dat is nu nog niet exact te zeggen. Andere vervangende bedrijfslocaties zijn moeilijk te vinden. De gemeente houdt er rekening mee dat 14 ha. (van de huidige 20 ha. op Noordkade) naar BPV fase 2 overgaat. Een Businesspark is doorgaans een specifiek type bedrijventerrein met een hoogwaardige ruimtelijke uitstraling en een beperking tot lagere milieucategorieën. Alle Businessparks zijn bedrijventerreinen, maar niet elk bedrijventerrein is een Businesspark. De term ‘Businesspark’ heeft in dit geval geen juridische status binnen de planologische regelgeving; het betreft enkel een benaming zonder formele werking in het

6. Binnen welke milieu categorieën mogen bedrijven hier vestigen? 7. Kunt u inzichtelijk maken op basis van welke criteria en afwegingen is besloten dat een volledige MER voor Businesspark Vredenburgh fase 2 niet noodzakelijk is.

8. Bijlage 1, Regels, H2, paragraaf 3.2.2, lid c: Op basis van welke uitgangspunten of overwegingen is de maximale bouwhoogte van 12 meter voor Businesspark Vredenburgh fase II vastgesteld, en hoe is daarbij rekening gehouden met de nabijheid van bestaande woonbebouwing (omgeving Plasweg?

bestemmingsplan. 6. De voor bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.2. 7. Voor Businesspark Vredenburgh fase 2 is een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Deze beoordeling is opgenomen in Bijlage 15 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De conclusie van deze beoordeling is dat er geen verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport (MER) bestaat, omdat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu. De belangrijkste overwegingen zijn: a. Het plan valt qua omvang onder de drempelwaarden van categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. (ontwikkeling van bedrijventerreinen ≥ 75 ha); b. Er is beoordeeld op de criteria uit bijlage III van de Europese SMB-richtlijn, zoals de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële milieueffecten; c. De milieueffecten zijn reeds voldoende onderzocht via separate onderzoeken naar verkeer, geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie; d. Er is geen sprake van een kwetsbaar gebied of bijzondere risico’s die aanleiding geven tot een MERplicht. 8. De maximale bouwhoogte van 12 meter is gebaseerd op de bestaande bouwmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan met de bestemming Bedrijven – Businesspark Vredenburgh en Agrarisch – Glastuinbouw.

In dat plan gold eveneens een maximale bouwhoogte van 12 meter. Er is in het nieuwe bestemmingsplan dan ook géén verhoging van de bouwhoogte opgenomen, buiten de opgenomen zone van max 4m, zie regels 3.3.1. Dit kan alleen onder voorwaarden en moet door B&W worden besloten. Bij de planvorming is nadrukkelijk rekening gehouden met de nabijheid van de woonbebouwing aan de Plasweg en de Piet Stuurmanweg. Door onder meer vergroening, beeldkwaliteitseisen en situering van functies is beoogd de ruimtelijke impact te beperken, zónder de bestaande bouwhoogte te overschrijden. Daarbij is de wettelijke afstand van 100m van bouwvlak tot bouwvlak aangehouden.

9. Wordt er voorrang gegeven aan ondernemers van de Noordkade om zich hier te vestigen i.p.v. bedrijven van buiten Waddinxveen?

9.In het plan Businesspark Vredenburgh II is nu rekening gehouden met de verplaatsing van 14ha aan bedrijven vanaf de Noordkade. Voor het resterende deel van 11ha geldt geen specifieke voorrang voor bedrijven uit de gemeente

10. Hoeveel participatiemomenten hebben er plaatsgevonden in de planvorming voor Businesspark Vredeburgh fase !!, wie zijn daarbij betrokken, en op welke wijze is de inbreng van bewoners van de omliggende woongebieden meegenomen in het ontwerpplan

10.Het ontwerpbestemmingsplan is door het college vastgesteld op 28 november 2023. Dit was nog voor de in werking treding van de omgevingswet (1/1/2024). Participatie was (en is) geen wettelijke verplichting. De omgevingswet bevat immers ook geen participatieplicht, maar verlangt wel een zorgvuldige en evenwichtige afweging van alle betrokken belangen bij het wijzigen van een omgevingsplan. Ondanks het ontbreken van een wettelijke verplichting hebben na de voornoemde vaststelling van het plan door het college nog diverse overlegmomenten plaatsgevonden met geïnteresseerde bewoners. Daarbij zijn in wisselende samenstelling de gemeente, initiatiefnemer en adviseurs betrokken geweest. Deze bewoners hebben in de gesprekken hun wensen en zorgen kenbaar gemaakt met betrekking tot de inrichting van het park (buiten het bestemmingsplan), de beeldkwaliteit, verkeersintensiteit en geluidsoverlast. De gemeente en initiatiefnemer hebben zich in deze overleggen coöperatief opgesteld. Op meerdere punten is een tegemoetkoming gedaan aan de wensen van genoemde bewoners. Daaronder vallen: a. wijzigingen aan het park tussen het bedrijventerrein en de woningen (verhoging, vergroening, verplaatsing van onderdelen); b. het instellen van het vrachtverbod bij/op de Piet Stuurmanweg richting de Bredeweg; c. het vergroenen van de gevels (zie beeldkwaliteitsplan).

11. Waarom zijn de WOO-verzoeken van belanghebbenden niet tijdig afgehandeld vóór de terinzagelegging van het ontwerpplan?

11. Het Woo-verzoek is op 19 december 2023 ingediend. Het ontwerp bestemmingsplan is op 28 november 2023 door het college goedgekeurd en 7 december 2023 ter inzage gelegd. Verder betreft een WOO-verzoek een afzonderlijke procedure over openbaarheid van overheidsinformatie en staat los van de procedure voor de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan. Er bestaat geen juridische koppeling tussen het moment van afhandeling van zo’n verzoek en de start van een bestemmingsplanprocedure. De behandeling van een WOO-verzoek vraagt in de praktijk vaak aanzienlijke tijd, bijvoorbeeld vanwege juridische toetsing, anonimisatie of weging van uitzonderingsgronden en het verzoek voor zienswijzen bij

derde partijen die betrokken zijn bij het betreffende project. Daardoor is afhandeling voorafgaand aan de terinzagelegging niet altijd haalbaar, al worden verzoeken wel binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. 12. Is er een risicoanalyse uitgevoerd van de scenario’s waarin projectpartner Wayland niet (tijdig) aan zijn verplichtingen voldoet?

12.In de anterieure overeenkomst met Wayland zijn hierover de gebruikelijke afspraken gemaakt.

13. Op welke wijze wordt gedurende de bouw- en gebruiksfase toezicht gehouden op naleving van het vrachtverkeerverbod?

13.Toezicht op naleving van het vrachtverkeerverbod wordt op dezelfde wijze gehouden als op andere locaties binnen de gemeente: op basis van reguliere handhaving door gemeentelijke toezichthouders, meldingen van overtredingen en risico gestuurd toezicht waar nodig.

14. Waarom is geen luchtkwaliteitsmeting verricht aan de zijde van de bestaande woonwijk en is niet getoetst aan WHO-richtlijnen uit 2021?

14.De luchtkwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd volgens de Nederlandse wetgeving. Daarbij is getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer; de WHO-richtlijnen uit 2021 zijn geen juridisch toetsingskader in Nederland. Volgens het onderzoek worden de wettelijke normen niet overschreden en vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling. Er is gebruikgemaakt van gangbare verspreidingsmodellen en representatieve toetspunten, ook nabij gevoelige functies. Specifieke metingen bij de bestaande woonwijk zijn niet vereist, zolang het model voldoende onderbouwing biedt. De berekende waarden blijven ruim onder de geldende grenswaarden.

15. Welke juridisch bindende waarborgen zijn opgenomen ter beperking van visuele hinder en lichtvervuiling vanuit het bedrijventerrein?

15.Ten aanzien van lichtvervuiling geldt dat dit aspect nader wordt getoetst nadat er een concreet ontwerp opgesteld is, in het kader van de omgevingsvergunning. De te gebruiken belichting op het bedrijventerrein zullen in aard vergelijkbaar zijn met overige verlichting in de openbare ruimte. In de planregels (artikel 3.2.3) is opgenomen dat de bouwhoogte voor lichtmasten maximaal 9 meter is. Dit is vergelijkbaar met de hoogte van lantaarnpalen langs gebiedsontsluitende wegen en lager dan de maximale bouwhoogte voor gebouwen. Bebouwing zal niet worden belicht er zullen geen grootschalige schijnwerpers worden toegepast die tot overlast kunnen leiden. Het bij het bestemmingsplan behorende beeldkwaliteitsplan stelt eisen aan architectuur, materiaalgebruik en inrichting van de openbare ruimte. Dit plan is via het bestemmingsplan als toetsingskader verplicht gesteld bij de vergunningverlening. Hierdoor kunnen visuele kwaliteit en inpassing worden geborgd. In de toelichting en bijlagen wordt verwezen naar maatregelen voor landschappelijke inpassing, waaronder

groenzones en beplanting aan de randen van het terrein om visuele hinder vanuit omliggende gebieden te beperken.

OR Sattaur

16. Waarom zijn ecologische onderzoeken uitgevoerd buiten het actieve seizoen van beschermde diersoorten, zoals de rugstreeppad en broedvogels?

16. De ecologische onderzoeken zijn zorgvuldig uitgevoerd conform de geldende richtlijnen en hebben geleid tot een onherroepelijke ontheffing. Deze ontheffing is afgegeven door het bevoegd gezag en bevestigt dat de onderzoeken op juiste wijze en binnen de vereiste perioden zijn uitgevoerd. Bezwaren hiertegen zijn beoordeeld en verworpen. Indien het onderzoek niet correct was verlopen, zou de ontheffing niet zijn verleend. De eerste scan op natuurwaarden binnen het plangebied, de ‘quickscan flora en fauna’ kan het gehele jaar door worden uitgevoerd. Hieruit kwam enkel de noodzaak tot een nader onderzoek naar de rugstreeppad. Het hierop volgende onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad heeft tussen half april t/m september plaatsgevonden. Dit valt binnen de actieve periode van deze soort, zowel volgens het soorteninventarisatieprotocol van het NGB als het Kennisdocument Rugstreeppad. Met de onderzoeksresultaten is tevens een vergunning voor een flora- en fauna activiteit verkregen, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag het onderzoek tevens als representatief beoordeeld. Met betrekking tot broedvogels is een passage opgenomen dat het plangebied buiten het broedseizoen (globaal maart tot half augustus) bouwrijp moet worden gemaakt of dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats moet vinden.

Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht omtrent broedvogels. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

1. Op welke wijze is participatie mogelijk gemaakt buiten de wettelijk verplichte zienswijzetermijn?

1. Het ontwerpbestemmingsplan is door het college vastgesteld op 28 november 2023. Dit was nog voor de in werking treding van de omgevingswet (1/1/2024). Participatie was (en is) geen wettelijke verplichting. De omgevingswet bevat immers ook geen participatieplicht, maar verlangt wel een zorgvuldige en evenwichtige afweging van alle betrokken belangen bij het wijzigen van een omgevingsplan. Ondanks het ontbreken van een wettelijke

2. Kunnen wij de gespreksverslagen van overlegmomenten met bewoners ontvangen?

3. Van inwoners hoor ik geluiden dat er WOO-verzoeken van belanghebbenden niet tijdig zijn afgehandeld voor de terinzagelegging van het ontwerpplan. Is dit waar? Als het antwoord ja is, wat is de reden dat dit niet tijdig is afgehandeld?

verplichting hebben na de voornoemde vaststelling van het plan door het college nog diverse overlegmomenten plaatsgevonden met geïnteresseerde bewoners. Daarbij zijn in wisselende samenstelling de gemeente, initiatiefnemer en adviseurs betrokken geweest. Deze bewoners hebben in de gesprekken hun wensen en zorgen kenbaar gemaakt met betrekking tot de inrichting van het park (buiten het bestemmingsplan), de beeldkwaliteit, verkeersintensiteit en geluidsoverlast. De gemeente en initiatiefnemer hebben zich in deze overleggen coöperatief opgesteld. Op meerdere punten is een tegemoetkoming gedaan aan de wensen van genoemde bewoners. Daaronder vallen: a. wijzigingen aan het park tussen het bedrijventerrein en de woningen (verhoging, vergroening, verplaatsing van onderdelen); b. het instellen van het vrachtverbod bij de Piet Stuurmanweg; c. het vergroenen van de gevels (zie beeldkwaliteitsplan). 2. De gespreksverslagen van overlegmomenten met bewoners maken geen formeel onderdeel uit van het bestemmingsplandossier zoals dat ter inzage is gelegd. Deze verslagen zijn bedoeld als interne procesdocumentatie ter ondersteuning van de ambtelijke voorbereiding en afstemming en zijn niet opgesteld met het oog op openbare verstrekking.

Mocht u specifieke vragen hebben over dit proces of de wijze waarop belangen zijn betrokken, dan lichten wij dat uiteraard graag toe op basis van de beschikbare stukken binnen de planprocedure. 3.Het Woo-verzoek is op 19 december 2023 ingediend. Het ontwerp bestemmingsplan is op 28 november 2023 door het college goedgekeurd en 7 december 2023 ter inzage gelegd. Verder betreft een WOO-verzoek een afzonderlijke procedure over openbaarheid van overheidsinformatie en staat los van de procedure voor de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan. Er bestaat geen juridische koppeling tussen het moment van afhandeling van zo’n verzoek en de start van een bestemmingsplanprocedure. De behandeling van een WOO-verzoek vraagt in de praktijk vaak aanzienlijke tijd, bijvoorbeeld vanwege juridische toetsing, anonimisatie of weging van uitzonderingsgronden. Daardoor is afhandeling voorafgaand aan de terinzagelegging niet altijd haalbaar, al worden verzoeken wel binnen de wettelijke termijnen afgehandeld.

4. Voldoet de gevolgde participatievorm aan de vereisten uit artikel 16.55 van de Omgevingswet betreffende een evenwichtige belangenafweging?

4.Het ontwerpbestemmingsplan is door het college vastgesteld op 28 november 2023. Dit was nog voor de in werking treding van de omgevingswet (1/1/2024). Participatie was (en is) geen wettelijke verplichting. Derhalve is de vraag wettelijke gezien niet relevant. De omgevingswet bevat overigens ook geen participatieplicht, maar verlangt wel een zorgvuldige en evenwichtige afweging van alle betrokken belangen bij het wijzigen van een omgevingsplan.

5. Waarom is de anterieure overeenkomst met Wayland niet ter inzage gelegd aan de gemeenteraad, ondanks haar bepalende rol voor de planexploitatie? 6. Hoe beoordeelt het college de financiële risico’s van het plan, gezien de tekorten in de meerjarenbegroting? 7. Is er een risicoanalyse uitgevoerd van de scenario’s waarin het voor de projectpartner niet mogelijk is om (tijdig) aan de verplichtingen te voldoen? 8. Op welke wijze wordt gedurende de bouw- en gebruiksfase toezicht gehouden op naleving van het vrachtverkeerverbod?

5. Het college was bevoegd om de overeenkomst te sluiten.

9. U geeft aan dat er geen belangstelling is voor glastuinbouw. Echter zijn in de regio andere geluiden. In hoeverre is de veronderstelde afwezigheid van behoefte aan glastuinbouwgrond onderbouwd, gezien recente signalen van uitbreidingsplannen in de regio?

10. Hoe is Wayland geselecteerd als projectpartner? Inwoners geven aan dat er mogelijk sprake zou kunnen zijn van misleidende

6.De risico’s zijn voor de gemeente beperkt. Deze zijn vooraf beoordeeld en in de anterieure overeenkomst zijn meerdere waarborgen opgenomen die deze risico’s voor de gemeente beheersbaar maken. 7.Zie antwoord vorige vraag. 8. Toezicht op naleving van het vrachtverkeerverbod wordt op dezelfde wijze gehouden als op andere locaties binnen de gemeente: op basis van reguliere handhaving door gemeentelijke toezichthouders, meldingen van overtredingen en risico gestuurd toezicht waar nodig. 9.Het plangebied is gedurende circa tien jaar (2012–2022) actief aangeboden via gespecialiseerde glastuinbouwmakelaars. In die periode meldden zich slechts twee serieuze gegadigden, van wie er één zijn positie weer doorverkocht om elders op een bestaande locatie te herontwikkelen. Daarmee is slechts één nieuw glastuinbouwbedrijf daadwerkelijk gerealiseerd. Deze beperkte interesse weerspiegelt bredere trends in de sector. De markt voor grootschalige nieuwvestiging is veranderd door gestegen energieprijzen en de noodzaak tot verduurzaming. Gebieden zonder duurzaam warmtenetwerk – zoals deze locatie – zijn daardoor aanzienlijk minder aantrekkelijk dan bestaande glastuinbouwclusters met geothermie of biomassa. Deze koers is onderbouwd met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en afgestemd met de provincie Zuid-Holland, die onder die voorwaarden instemde met de planontwikkeling.

Ook het collegebesluit van 28 november 2023, waarin het ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld, verwijst expliciet naar deze economische afwegingen en de instemming van de provincie. De bestemmingswijziging is het resultaat van een zorgvuldig beleidsproces waarin ruimtelijke, economische en regionale belangen zijn gewogen. 10.Initiatiefnemer is geen geselecteerde projectpartner door de

verkooppraktijken. Heeft u dit getoetst?

11. Is er een luchtkwaliteitsmeting verricht aan de zijde van de bestaande woonwijk? Zijn deze getoetst aan de WHO-richtlijnen?

12. Welke juridisch bindende waarborgen zijn opgenomen ter beperking van visuele hinder en lichtvervuiling vanuit het bedrijventerrein?

gemeente, maar grondeigenaar van het betreffende perceel. De ontwikkeling vindt plaats voor eigen rekening en risico van Initiatiefnemer. De gemeente stelt het juridisch-planologisch kader vast via het bestemmingsplan, maar is dus geen partij in een aanbestedingsof selectieprocedure. De beoordeling van gewekte verwachtingen bij vastgoedtransacties valt onder het privaatrecht en maakt geen deel uit van de planologische besluitvorming. De gemeente stelt uitsluitend een juridisch-planologisch kader vast dat voldoet aan wet- en regelgeving. Eventuele civielrechtelijke kwesties over communicatie rond aankoop van vastgoed liggen buiten deze procedure. De signalen die hierover zijn geuit, worden voorts door gemeente en initiatiefnemer niet herkend en geven binnen deze ruimtelijke context geen aanleiding tot nader onderzoek. 11. De luchtkwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd volgens de Nederlandse wetgeving. Daarbij is getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer; de WHO-richtlijnen uit 2021 zijn geen juridisch toetsingskader in Nederland. Volgens het onderzoek worden de wettelijke normen niet overschreden en vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling. Er is gebruikgemaakt van gangbare verspreidingsmodellen en representatieve toetspunten, ook nabij gevoelige functies.

Specifieke metingen bij de bestaande woonwijk zijn niet vereist, zolang het model voldoende onderbouwing biedt. De berekende waarden blijven ruim onder de geldende grenswaarden. 12. De planregels bevatten gedetailleerde bepalingen over maximale bouwhoogten, goothoogten en afstanden tot perceelsgrenzen. Deze zijn bedoeld om de visuele impact van gebouwen op de omgeving te beperken, vooral richting omliggende woonwijken en het landschap. Ten aanzien van lichtvervuiling geldt dat dit aspect nader wordt getoetst nadat er een concreet ontwerp opgesteld is, in het kader van de omgevingsvergunning. De te gebruiken belichting op het bedrijventerrein zullen in aard vergelijkbaar zijn met overige verlichting in de openbare ruimte. In de planregels (artikel 3.2.3) is opgenomen dat de bouwhoogte voor lichtmasten maximaal 9 meter is. Dit is vergelijkbaar met de hoogte van lantaarnpalen langs gebiedsontsluitende wegen en lager dan de maximale bouwhoogte voor gebouwen. Bebouwing zal niet worden belicht er zullen geen grootschalige schijnwerpers worden toegepast die tot overlast kunnen leiden. Het bij het bestemmingsplan behorende beeldkwaliteitsplan stelt eisen aan architectuur, materiaalgebruik en inrichting van de openbare ruimte. Dit plan is via het bestemmingsplan als toetsingskader verplicht gesteld bij de vergunningverlening.

Hierdoor kunnen visuele kwaliteit en inpassing worden geborgd. In de toelichting

13. Waarom zijn ecologische onderzoeken uitgevoerd buiten het actieve seizoen van beschermde diersoorten?

14. Kan het college uitsluiten dat historische glastuinbouwactiviteiten hebben geleid tot bodemverontreiniging op relevante diepte?

en bijlagen wordt verwezen naar maatregelen voor landschappelijke inpassing, waaronder groenzones en beplanting aan de randen van het terrein om visuele hinder vanuit omliggende gebieden te beperken. 13. De ecologische onderzoeken zijn zorgvuldig uitgevoerd conform de geldende richtlijnen en hebben geleid tot een onherroepelijke ontheffing. Deze ontheffing is afgegeven door het bevoegd gezag en bevestigt dat de onderzoeken op juiste wijze en binnen de vereiste perioden zijn uitgevoerd. Bezwaren hiertegen zijn beoordeeld en verworpen. Indien het onderzoek niet correct was verlopen, zou de ontheffing niet zijn verleend. De eerste scan op natuurwaarden binnen het plangebied, de ‘quickscan flora en fauna’ kan het gehele jaar door worden uitgevoerd. Hieruit kwam enkel de noodzaak tot een nader onderzoek naar de rugstreeppad. Het hierop volgende onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad heeft tussen half april t/m september plaatsgevonden. Dit valt binnen de actieve periode van deze soort, zowel volgens het soorteninventarisatieprotocol van het NGB als het Kennisdocument Rugstreeppad. Met de onderzoeksresultaten is tevens een vergunning voor een flora- en fauna activiteit verkregen, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag het onderzoek tevens als representatief beoordeeld.

Met betrekking tot broedvogels is een passage opgenomen dat het plangebied buiten het broedseizoen (globaal maart tot half augustus) bouwrijp moet worden gemaakt of dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats moet vinden. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht omtrent broedvogels. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. 14.Op de betreffende locatie hebben geen glastuinbouwactiviteiten plaatsgevonden.

D66

1. 2.

3. 4.

Op welke wijze wordt gedurende de bouw- en gebruiksfase toezicht gehouden op naleving van het vrachtverkeerverbod? In hoeverre wordt er bij het uitvoeren van het plan rekening gehouden met de luchtkwaliteit voor de aangrenzende woonwijk? Worden er metingen uitgevoerd om dit te monitoren? In hoeverre wordt er bij het uitvoeren van het plan rekening gehouden met de lichtvervuiling in het gebied? Waarom zijn ecologische onderzoeken uitgevoerd buiten het actieve seizoen van beschermde soorten, zoals rugstreeppad en broedvogels?

1. Toezicht op naleving van het vrachtverkeerverbod wordt op dezelfde wijze gehouden als op andere locaties binnen de gemeente: op basis van reguliere handhaving door gemeentelijke toezichthouders, meldingen van overtredingen en risico gestuurd toezicht waar nodig. 2. De luchtkwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd volgens de Nederlandse wetgeving. Daarbij is getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer; de WHO-richtlijnen uit 2021 zijn geen juridisch toetsingskader in Nederland. Volgens het onderzoek worden de wettelijke normen niet overschreden en vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling. Er is gebruikgemaakt van gangbare verspreidingsmodellen en representatieve toetspunten, ook nabij gevoelige functies. Specifieke metingen bij de bestaande woonwijk zijn niet vereist, zolang het model voldoende onderbouwing biedt. De berekende waarden blijven ruim onder de geldende grenswaarden. 3. Ten aanzien van lichtvervuiling geldt dat dit aspect nader wordt getoetst nadat er een concreet ontwerp opgesteld is, in het kader van de omgevingsvergunning. De te gebruiken belichting op het bedrijventerrein zullen in aard vergelijkbaar zijn met overige verlichting in de openbare ruimte. In de planregels (artikel 3.2.3) is opgenomen dat de bouwhoogte voor lichtmasten maximaal 9 meter is.

Dit is vergelijkbaar met de hoogte van lantaarnpalen langs gebiedsontsluitende wegen en lager dan de maximale bouwhoogte voor gebouwen. Bebouwing zal niet worden belicht er zullen geen grootschalige schijnwerpers worden toegepast die tot overlast kunnen leiden. Daarnaast is in het beeldkwaliteitsplan aandacht besteed aan gevelgroen, situering en landschappelijke inpassing. 4. De ecologische onderzoeken zijn zorgvuldig uitgevoerd conform de geldende richtlijnen en hebben geleid tot een onherroepelijke ontheffing. Deze ontheffing is afgegeven door het bevoegd gezag en bevestigt dat de onderzoeken op juiste wijze en binnen de vereiste perioden zijn uitgevoerd. Bezwaren hiertegen zijn beoordeeld en verworpen. Indien het onderzoek niet correct was verlopen, zou de ontheffing niet zijn verleend. De eerste scan op natuurwaarden binnen het plangebied, de ‘quickscan flora en fauna’ kan het gehele jaar door worden uitgevoerd. Hieruit kwam enkel de noodzaak tot een nader onderzoek naar de rugstreeppad. Het hierop volgende onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad heeft tussen half april t/m

5. 6.

7. 8. 9.

Is er een risicoanalyse uitgevoerd van de scenario’s waarin projectpartner Wayland niet (tijdig) aan zijn verplichtingen voldoet? In het raadsvoorstel staat op pagina 4 “Gelet op het aantal indieners is de kans aannemelijk dat er beroep wordt aangetekend tegen dit bestemmingsplan. Wanneer dit scenario zich voordoet betekent dit dat de Raad van State een uitspraak moet doen en er tot die tijd geen bedrijfsverplaatsingen vanuit de Noordkade gefaciliteerd kunnen worden.” Is er in het plan voor de Noordkade rekening gehouden met deze genoemde vertraging? In hoeverre kan het huidige plan nog last krijgen van de beperkingen door de stikstofuitstoot die er zijn? Wanneer wordt er een beslissing genomen of de 4ha grond extra wordt opgenomen? En wie beslist daarover? Is dit perceel actief aangeboden als glastuinbouwgebied?

september plaatsgevonden. Dit valt binnen de actieve periode van deze soort, zowel volgens het soorteninventarisatieprotocol van het NGB als het Kennisdocument Rugstreeppad. Met de onderzoeksresultaten is tevens een vergunning voor een flora- en fauna activiteit verkregen, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag het onderzoek tevens als representatief beoordeeld. Met betrekking tot broedvogels is een passage opgenomen dat het plangebied buiten het broedseizoen (globaal maart tot half augustus) bouwrijp moet worden gemaakt of dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats moet vinden. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht omtrent broedvogels. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. 5. Risico’s zijn vooraf beoordeeld en in de anterieure overeenkomst zijn meerdere waarborgen opgenomen die deze risico’s voor de gemeente beheersbaar maken. 6. De constatering is juist, een beroep tegen het bestemmingsplan voor Businesspark Vredenburgh fase 2 kan leiden tot vertraging. Het college is zich hiervan bewust. In de actuele planning voor de ontwikkeling van de Noordkade is nu rekening gehouden met een mogelijke procedure bij de Raad van State. 7.

Uit de Passende Beoordeling (bijlage 11) blijkt dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden verwaarloosbaar is. Hiermee is juridisch onderbouwd dat er geen belemmeringen gelden vanuit de stikstofregels 8. Hierover zijn in de koopovereenkomst afspraken gemaakt. De vraag naar de aanvullende 4 ha. wordt bepaald door de bestaande eigenaren binnen Noordkade. De gemeente besluit of de aanvullende 4 ha. daadwerkelijk worden afgenomen. 9. Het plangebied is gedurende circa tien jaar (2012–2022) actief aangeboden via gespecialiseerde glastuinbouwmakelaars. In die periode meldden zich slechts twee serieuze gegadigden, van wie er één zijn positie weer doorverkocht om elders op een bestaande locatie te herontwikkelen. Daarmee is slechts één nieuw glastuinbouwbedrijf daadwerkelijk gerealiseerd. Deze beperkte interesse weerspiegelt bredere trends in de sector. De markt voor grootschalige nieuwvestiging is veranderd door gestegen energieprijzen en de noodzaak tot verduurzaming. Gebieden zonder duurzaam warmtenetwerk – zoals deze locatie

– zijn daardoor aanzienlijk minder aantrekkelijk dan bestaande glastuinbouwclusters met geothermie of biomassa. Deze koers is onderbouwd met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en afgestemd met de provincie Zuid-Holland, die onder die voorwaarden instemde met de planontwikkeling. Ook het collegebesluit van 28 november 2023, waarin het ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld, verwijst expliciet naar deze economische afwegingen en de instemming van de provincie. De bestemmingswijziging is het resultaat van een zorgvuldig beleidsproces waarin ruimtelijke, economische en regionale belangen zijn gewogen.

PCW

1. Zijn er alternatieve locaties bekeken om de bedrijven van de Noordkade naar toe te verplaatsen? Zo ja, waarom zijn deze locaties niet doorgegaan? 2. Is het mogelijk om een deel van dit terrein toch ook voor glastuinbouw te bestemmen? 3.Komt er ook bebording op het bedrijventerrein voor de rijroute naar de snelwegen? 4.Wordt de huidige bocht op de Piet Stuurmanweg (bij TFC) verbreed zodat verkeer elkaar (makkelijker) kan passeren?

1. De locaties die geschikt zijn voor een bedrijventerrein zijn beperkt. Een locatie met voldoende grootte om de bedrijven van de Noordkade te plaatsen en met planologische geschiktheid is er behalve BPV fase 2 niet. Er is gezocht naar glastuinbouwbedrijven die zich willen vestigen. Deze zijn niet gevonden. 2. De huidige planologische keuze is expliciet gericht op een bedrijventerreinfunctie. 3. Jazeker. Verkeersmaatregelen zoals bebording maken deel uit van de uitvoeringsfase. 4. De bocht ligt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan en maakt daarmee geen onderdeel uit van de juridisch-planologische regeling. Op basis van de huidige

5.De geluidswal wordt verhoogd bij de ontsluiting. Hoe hoog gaat het daar straks worden? 6.De bebouwing zal verder van de woningen zijn dan de huidige kassen en TFC. Hoeveel meter verder dan de kassen en TFC komt de bebouwing? 7.Hoe hoog zijn de iepen, die langs de weg komen, bij aanplant? 8.Hoe worden de bewoners en de bedrijfseigenaren in de naaste omgeving in de volgende stappen van het traject meegenomen? 9.In hoeverre is de overige grond (buiten de bedrijven van de Noordkade) te labelen voor Waddinxveense ondernemers? 10.De waarde van de grond neemt toe door de wijziging van glastuinbouw naar industrie. Op welke wijze wordt de gemeente hiervoor gecompenseerd door de projectontwikkelaar? 11.Kan het vrachtwagenverbod ook al eerder worden ingevoerd, zodat huidige chauffeurs al kunnen wennen?

CDA

Maximaal 4 meter overschrijding van de bouwhoogte zijn daar voorbeelden van in de al gerealiseerde bedrijven in de glasparel+?

VVD

1. Welke participatie-activiteiten hebben plaatsgevonden buiten de wettelijk verplichte tervisielegging/zienswijze-procedure? Kunt u de activiteit per datum aangeven? Kunt u aangeven welke opmerkingen uit deze participatie wel en niet in de plannen zijn verwerkt?

verkeerskundige onderzoeken bestaat er op dit moment geen aanleiding om de bocht aan te passen. 5. Ter plaatse van de ontsluiting wordt de wal verhoogd tot 6 meter. 6. De bebouwing komt ca.10 meter verder van de Piet Stuurmanweg te liggen dan de kassen en TFC en komt daarmee (in die richting) verder van de woningen te liggen. 7. Daar is door de gemeente nog geen concreet besluit in genomen. Vanuit techniek en beheer is het gebruikelijk bomen aan te planten met een stamomvang van 15 tot 20cm. Die zijn bij aanplant 5 tot 7 m hoog. Grotere plantmaten zijn mogelijk, maar vragen na aanplant de eerste jaren veel aandacht om ze goed aan te laten slaan. 8. Toekomstige communicatie en afstemming verlopen via omgevingsmanagement in de uitvoeringsfase. Dit zal waarschijnlijk door middel van nieuwsbrieven en publicaties op de gemeentelijke website zijn. 9. In het plan Businesspark Vredenburgh II is nu rekening gehouden met de verplaatsing van 14ha aan bedrijven vanaf de Noordkade. Voor het resterende deel van 11ha geldt geen specifieke voorrang voor bedrijven uit de gemeente Waddinxveen, daar het plan een regionale functie vervult. 10. Via een anterieure overeenkomst zijn financiële afspraken gemaakt over planschade, bovenwijkse voorzieningen en exploitatiebijdragen. 11. Op dit moment is daar geen noodzaak toe.

De maatregel is gekoppeld aan de inwerkingtreding van het nieuwe gebruik van het bedrijventerrein. Een eerdere invoering valt buiten de scope van het bestemmingsplan en vereist een afzonderlijke afweging op basis van verkeerskundige en bestuurlijke gronden. 1. LogistiekPark A12, dat onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsgebied, biedt daarvan een concreet voorbeeld. Bij de ontwikkeling van het distributiecentrum van Lidl is gebruikgemaakt van deze regeling: een deel van het dak (de nok) overschrijdt de reguliere maximale bouwhoogte en valt daarmee onder de toegestane extra 4 meter voor ondergeschikte bouwdelen, zoals bedoeld in artikel 3.2.2, sub d van het bestemmingsplan. 1. Het ontwerpbestemmingsplan is door het college vastgesteld op 28 november 2023. Dit was nog voor de in werking treding van de omgevingswet (1/1/2024). Participatie was (en is) geen wettelijke verplichting. De omgevingswet bevat immers ook geen participatieplicht, maar verlangt wel een zorgvuldige en evenwichtige

2. Kennelijk heeft de gemeente van dezelfde projectontwikkelaar onderhoudsverplichtingen en de realisatie van het park van de Warande overgenomen. Heeft de gemeente de kosten daarvoor op zich genomen? Is in de anterieure overeenkomst voor dit Vredenburghzone fase 2 geborgd, dat de projectontwikkelaar dergelijke werkzaamheden wel uitvoert? Waar is de anterieure overeenkomst ter inzage van de raadsleden?

3. In het verkeersonderzoek staat dat er maatregelen komen zodat vrachtverkeer niet via de Bredeweg aanrijdt maar via de Vredenburghlaan. Toch lijkt het volgens het verkeersonderzoek nodig om de kruising Vredenburghlaan-Piet Stuurmanweg aan te passen. Waarom is dat als u afdwingt dat het (vracht)verkeer via de Vredenburghlaan rijdt? Het verkeersonderzoek geeft aan, dat de aanleg van N207-Zuid sluipverkeer kan aantrekken op de Piet Stuurmanweg. Hoe gaat u dit voorkomen?

4. Vanaf wanneer geldt het verbod voor vrachtverkeer op de Piet Stuurmanweg? Dit zal geregeld moeten worden met een verkeersbesluit. En wanneer kan dit op zijn vroegst genomen zijn? Is dit verbod al van kracht tijdens de bouwperiode?

afweging van alle betrokken belangen bij het wijzigen van een omgevingsplan. Ondanks het ontbreken van een wettelijke verplichting hebben na de voornoemde vaststelling van het plan door het college nog diverse overlegmomenten plaatsgevonden met geïnteresseerde bewoners. Daarbij zijn in wisselende samenstelling de gemeente, initiatiefnemer en adviseurs betrokken geweest. Deze bewoners hebben in de gesprekken hun wensen en zorgen kenbaar gemaakt met betrekking tot de inrichting van het park (buiten het bestemmingsplan), de beeldkwaliteit, verkeersintensiteit en geluidsoverlast. De gemeente en initiatiefnemer hebben zich in deze overleggen coöperatief opgesteld. Op meerdere punten is een tegemoetkoming gedaan aan de wensen van genoemde bewoners. Daaronder vallen: a. wijzigingen aan het park tussen het bedrijventerrein en de woningen (verhoging, vergroening, verplaatsing van onderdelen); b. het instellen van het vrachtverbod bij de Piet Stuurmanweg; c. het vergroenen van de gevels (zie beeldkwaliteitsplan). 2. Het park waar in de vraag op wordt gedoeld, valt – behoudens een groenstrook en het naastgelegen fietspad – buiten de contouren van onderhavig bestemmingsplan. Ook ligt het park buiten de eigendomsgrenzen van het perceel waarop dit plan ziet.

Er is daarom geen sprake van een contractuele relatie of overnameverplichting vanuit deze projectontwikkelaar ten aanzien van het betreffende park. Een anterieure overeenkomst is nadat dit door B&W is ondertekend opvraagbaar. Deze wordt dan geanonimiseerd bij de B&W stukken gevoegd zodat de overeenkomst gedeeld kan worden met de raad wanneer men er naar vraagt. 3. De maatregelen waar u naar verwijst gelden alleen voor het vrachtverkeer. De vraag lijkt juist mogelijk te verwijzen naar de aansluiting Bredeweg–Piet Stuurmanweg, waar volgens het verkeersonderzoek een toename van verkeersintensiteit (personenvervoer) wordt verwacht in doorgaande richting. Deze toename wordt deels veroorzaakt door zowel bestemmingsverkeer als sluipverkeer, mede als gevolg van de aanleg van de N207-Zuid. Maatregelen op de Piet Stuurmanweg alleen zijn niet voldoende om dit verkeer te weren. 4. Het verbod moet uiterlijk vóór het in gebruik nemen (niet bij start bouw) van de nieuwe bestemming of functie (concreet: vóór ingebruikname van het eerste bedrijfspand) juridisch en feitelijk in werking zijn (d.w.z.: het verkeersbesluit is genomen en het bord staat er).

5. Het verkeersonderzoek geeft aan als optie, dat er naast een verbod fysieke maatregelen kunnen komen zoals asverspringingen om vrachtverkeer op de Piet Stuurmanweg te weren. Kunt u toezeggen dat deze er komen? En evenzo dat er ANPR-camera’s worden geplaatst?

6. In de vorige raadsvergadering vernamen we dat Houtex geen toestemming kreeg van de provincie om op hun aangekochte grond bedrijfsgebouwen te ontwikkelen. Is de provincie wel akkoord met ontwikkeling van de Vredenburgh-zone 2e fase? In welk besluit of brief is die toestemming verleend en kunt u een afschrift daarvan aan ons toezenden?

7. Hoe hoog is het naastgelegen pand van TFC? Het plan heeft op de hoekpunten verhoogde bebouwingsaccenten. Geldt de 12 meter hoogte in het bestemmingsplan ook voor dit accent? Gelden de regels met 12 meter hoogte ook voor de aangeven zones A en C? 8. Omwonenden hebben nu geluidslast van de installaties van het TFCgebouw? Zijn er eisen gesteld aan geluid voor dit plan? Hoe is in de regels geregeld, dat er s ’nachts geen overlast komt door verlichte gevelreclames of nachtelijke verlichting?

9. Is geregeld, dat er alleen worden geladen en gelost tijdens werktijden en dat vrachtwagens s’ avonds en s’ nachts elders wachten/verblijven?

5. Op dit moment kan nog geen keuze worden gemaakt voor de inzet van deze aanvullende middelen. Wel geldt dat – indien blijkt dat naleving van het verbod in de praktijk onvoldoende is – aanvullende maatregelen serieus worden overwogen. Er is dus sprake van een stapsgewijze aanpak: eerst wordt het verbod vastgesteld, daarna wordt de effectiviteit gevolgd, en indien nodig worden aanvullende fysieke of digitale handhavingsmaatregelen (zoals ANPR) getroffen. 6. De ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh fase 2 is planologisch mogelijk gemaakt via het ontwerpbestemmingsplan, dat is opgesteld in overeenstemming met het vigerende provinciale beleid. Tijdens de ontwerpplanfase is de provincie Zuid-Holland als overlegpartner betrokken conform artikel 3.1.1 van het (toen geldende) Besluit ruimtelijke ordening. De provincie heeft toen geen zienswijze ingediend. Daarmee is de ontwikkeling geaccepteerd binnen het provinciale ruimtelijk kader. Voor een bestemmingsplan is geen afzonderlijke toestemming van de provincie vereist in de vorm van een besluit of brief. De formele route voor provinciale inbreng ligt in het indienen van een zienswijze. Nu dat niet is gebeurd, wordt dit beschouwd als impliciete instemming. 7. De maximale bouwhoogte is 12 meter.

8. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke geluidsgrenswaarden zoals vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarmee is geborgd dat de geluidsproductie van bedrijven op het terrein, inclusief installaties, binnen de toelaatbare normen blijft voor omliggende woningen en gevoelige functies. Voor verlichting en gevelreclame zijn in de planregels aanvullende waarborgen opgenomen. Artikel 6.4.2 onder a van de Regels bepaalt dat lichtbronnen geen hinderlijke uitstraling mogen hebben richting de omgeving. Dit betreft zowel gevelverlichting als terreinverlichting. Indien dit in de praktijk toch tot overlast leidt, kan hierop handhavend worden opgetreden. 9. In het bestemmingsplan is geen expliciete regeling opgenomen die het laden en lossen tot werktijden beperkt of het verblijf van vrachtwagens in de avond en nacht verbiedt. Dergelijke bepalingen vallen doorgaans niet onder het juridisch-planologisch kader van een bestemmingsplan, maar worden geregeld via andere instrumenten, zoals milieuregels (bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit of de Omgevingsvergunning milieu), gebruiksvoorschriften of privaatrechtelijke

10. Kennelijk hebben belanghebbenden WOO-verzoeken ingediend aangezien zij zich niet goed geïnformeerd voelden. Zijn de termijnen van die WOO-verzoeken goed gevolgd? Zijn deze gevraagde onderwerpen in het participatietraject aan de orde geweest en met welke uitkomsten?

11. Kennelijk is er geen belangstelling vanuit de glastuinbouw voor deze locatie. Uit de zienswijzen blijkt dat Glastuinbouw Nederland daarover een andere mening heeft. Kunt u aangeven hoe dit nu is vastgesteld? Heeft u documentatie, waarmee de raad onomstotelijk kan vaststellen, die er inderdaad geen belangstelling is vastgesteld? Kunnen wij die ontvangen?

12. Op welk moment in het jaar zijn de ecologische onderzoeken plaatsgevonden? Is dit de juiste periode volgens de ecologische richtlijnen gezien ecologische representativiteit?

afspraken op kavelniveau. 10. Het Woo-verzoek is op 19 december 2023 ingediend. Het ontwerp bestemmingsplan is op 28 november 2023 door het college goedgekeurd en 7 december 2023 ter inzage gelegd. Verder betreft een WOO-verzoek een afzonderlijke procedure over openbaarheid van overheidsinformatie en staat los van de procedure voor de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan. Er bestaat geen juridische koppeling tussen het moment van afhandeling van zo’n verzoek en de start van een bestemmingsplanprocedure. De behandeling van een WOO-verzoek vraagt in de praktijk vaak aanzienlijke tijd, bijvoorbeeld vanwege juridische toetsing, anonimisatie of weging van uitzonderingsgronden en het verzoek voor zienswijzen bij derde partijen die betrokken zijn bij het betreffende project. Daardoor is afhandeling voorafgaand aan de terinzagelegging niet altijd haalbaar, al worden verzoeken wel binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. 11. Het plangebied is gedurende circa tien jaar (2012–2022) actief aangeboden via gespecialiseerde glastuinbouwmakelaars. In die periode meldden zich slechts twee serieuze gegadigden, van wie er één zijn positie weer doorverkocht om elders op een bestaande locatie te herontwikkelen. Daarmee is slechts één nieuw glastuinbouwbedrijf daadwerkelijk gerealiseerd. Deze beperkte interesse weerspiegelt bredere trends in de sector.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15745728/1