CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

b. bijlagen concept BOPA

Besluitvormende raadsvergadering 16 oktober 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: BOPA Park Vredenburgh Triangel23.263 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

FIGUUR 3 MIGRATIESALDO GEMEENTE WADDINXVEEN, 2000-2014

350 300 250 200 150 100 50 0 -50 -100

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014

Bron: CBS Statline, 2017

•

Binnen de groep 65+’ers bestaat er vanaf 2011 tot 2014 een negatief migratiesaldo (Figuur 4). Er vertrekken dus meer 65+’ers uit Waddinxveen dan dat er terugkomen. Dat het migratiesaldo vanaf 2013 weer is gaan aantrekken, lijkt vooral te worden veroorzaakt door de komst van jongeren en jongvolwassenen (tot 40 jaar). Een belangrijke doelgroep voor Park Triangel.

•

FIGUUR 4 MIGRATIESALDO WADDINXVEEN PER LEEFTIJDSKLASSE, 2011-2014

20 15 10 5 0 2011

2012

2013

2014

-5 -10 -15 0 tot 20 Bron: CBS Statline, 2017

20 tot 40

40 tot 65

65+

18

•

WONINGVRAAG

In de komende tien jaar vergrijst de bevolking van Waddinxveen. Het aandeel 65+’ers neemt met 4 procentpunt toe. Het aandeel jongeren (tot 20 en het aandeel 20 tot 65 jarigen nemen licht af.

FIGUUR 5 ONTWIKKELING VAN LEEFTIJDSGROEPEN IN GEMEENTE WADDINXVEEN, 2017-2027

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2017

2021 0 tot 20 jaar

20 tot 65 jaar

2027 65 jaar of ouder

Bron: CBS Statline, 2017

•

• •

Het gemiddelde besteedbare inkomen per huishouden in de gemeente Waddinxveen ligt met €39.100 per jaar aanzienlijk hoger dan het Nederlands gemiddelde (€36.200 per jaar). Het gaat hier om het gemiddelde inkomen per huishouden exclusief studenten. Ook in de rest van de woningmarktregio ligt het gemiddelde inkomen erg hoog. Binnen de woningmarktregio hebben Krimpenerwaard, Zuidplas en Bodegraven-Reeuwijk een hoger gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden per jaar dan Waddinxveen (Figuur 6).

In Euro's x 1.000

FIGUUR 6 GEMIDDELD BESTEEDBAAR INKOMEN PER HUISHOUDEN EXCLUSIEF STUDENTEN, 2014

50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Bron: CBS Statline, 2017

WONINGVRAAG

19

5.3 GEWENSTE WONINGTYPEN De gewenste woningtypen zijn voor de woningmarktregio in beeld gebracht met het meest recente landelijke woonwensenonderzoek (Ministerie van BZK, 2015). Aangezien men in het bestemmingplan een zekere mate van flexibiliteit wil behouden, is het exacte programma nog niet bepaald. Wel is bekend dat minimaal 20% van de woningen in de sociale sector gerealiseerd zullen worden. Omdat het programma nog niet bekend is, is de vraag naar alle woningtypen in de analyse meegenomen (Tabel 6). Als aparte categorie is daarnaast de sociale huur meegenomen. De woningvraag in de woningmarktregio is gebaseerd op de totale huishoudensgroei van 11.800. TABEL 6 VRAAG NAAR WONINGTYPEN EN -SEGMENTEN IN DE WONINGMARKTREGIO IN DE PERIODE 2017-2027

VOORKEUR AANDEEL

OMVANG VRAAG

Grondgebonden (koop of huur)

51%

6.020

Appartementen (koop of huur)

49%

5.780

Totaal

100%

11.800

Sociale huurwoningen

40%

4.195

Bron: WoON2015; Primos prognose 2016, bewerking Bureau Stedelijke Planning

20

WONINGAANBOD

6 WONINGAANBOD

In dit hoofdstuk is de aanbodzijde van de woningmarktregio in beeld gebracht: de bestaande woningvoorraad, het huidige aanbod en het toekomstig aanbod (de plancapaciteit).

6.1 BESTAANDE WONINGVOORRAAD De gemeente Waddinxveen had in 2015 een totale woningvoorraad van 10.784. • De helft van de totale voorraad bestaat uit grondgebonden koopwoningen (Figuur 7). Hiermee ligt dit percentage 3% hoger dan het landelijk gemiddelde. • Daarnaast kent Waddinxveen, in vergelijking met het landelijk gemiddelde, relatief weinig meergezinswoningen in de particuliere huur. FIGUUR 7 BESTAANDE WONINGVOORRAAD IN WADDINXVEEN EN NEDERLAND NAAR TYPE EN SEGMENT, 2015

Bron: Syswov, 2017

• • • •

Het grootste deel van de woningvoorraad van Waddinxveen is gebouwd tussen 1945 en 1985 (Figuur 8). Het percentage vooroorlogse woningen ligt in Waddinxveen met 7% aanzienlijk lager dan het landelijke percentage van 19%. In de periode tussen 2005 en 2012 is er in Waddinxveen relatief weinig nieuwbouw gepleegd. Vanaf 2012 is de productie omhoog gegaan, daarvoor is er relatief weinig gebouwd (2012: 119 woning, 2013: 166 woningen, 2014: 240 woningen, 2015: 227 woningen). Het totale aandeel van Park Triangel in deze cijfers bedraagt 131.

WONINGAANBOD

21

FIGUUR 8 BESTAANDE WONINGVOORRAAD VAN WADDINXVEEN EN NEDERLAND NAAR BOUWJAAR

Vanaf 2015 2005 tot 2015 1985 tot 2005 1945 tot 1985 1905 tot 1945 1850 tot 1905 1000 tot 1850 0%

10%

20% Nederland

30%

40%

50%

60%

Waddinxveen

Bron: CBS Statline, 2017

6.2 ONTWIKKELING VAN DE WONINGMARKT In de NVM-regio Gouda, waar Waddinxveen deel van uit maakt, zijn afgelopen jaar 35% meer woningen verkocht dan vorig jaar. Het aantal te koop staande woningen is in de regio met bijna 21% afgenomen, daarnaast zijn de transactieprijzen met 7% gestegen en is de gemiddelde verkooptijd in de regio momenteel 121 dagen (NVM, 2016). Deze NVM-regio bestaat uit de volgende gemeenten: Gouda, Waddinxveen, Bodegraven Reeuwijk, de voormalige gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle (nu deel van de gemeente Zuidplas en Krimpenerwaard (minus de voormalige gemeente Nederlek). Het aantrekken van de woningmarkt blijkt uit cijfers van huizenzoeker ook voor de gemeente Waddinxveen te gelden. • Uit Figuur 9 blijkt dat de gemiddelde vraagprijs in Waddinxveen sinds 2013 gestaag zijn gestegen. Ten opzichte van een jaar geleden is de gemiddelde vraagprijs in Waddinxveen met 9,3% toegenomen. • Door een stijgende vraag is het totale aanbod aan koopwoningen sinds eind 2012 dalend, en ligt momenteel weer op het niveau van begin 2009 (Figuur 10). De markt dreigt dus ‘droog te koken’ door gebrek aan nieuw aanbod. FIGUUR 9 GEMIDDELDE VRAAGPRIJZEN IN WADDINXVEEN, 2013-2017

325.000 300.000 275.000 250.000 225.000 200.000 2013

2014

2015

Waddinxveen Bron: Huizenzoeker, 2017

2016

22

WONINGAANBOD

FIGUUR 10 AANBOD VAN KOOPWONINGEN IN WADDINXVEEN, 2009-2017

350 300 250 200 150 100 2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Bron: Huizenzoeker, 2017

6.3 HUIDIG AANBOD In totaal staan er momenteel 248 koopwoningen te koop in Waddinxveen. • 61 woningen binnen het huidige aanbod maken deel uit van nieuwbouwontwikkelingen. • Ruim 20% van het huidige aanbod bestaat uit appartementen. • De meeste grondgebonden koopwoningen worden aangeboden in de prijssegmenten tot €300.000 (Figuur 11). • De meerderheid van de appartementen hebben een vraagprijs tot €200.000. FIGUUR 11 HUIDIG AANBOD PER VRAAGPRIJSKLASSE

> €800.000 €700.000 - €800.000 €600.000 - €700.000 €500.000 - €600.000 €400.000 - €500.000 €300.000 - €400.000 €200.000 - €300.000 €100.000 - €200.000 < €100.000 0

10

20

Grondgebonden

30

40

50

60

70

80

Appartementen

Bron: Funda 2017, bewerking Bureau Stedelijke Planning

De gemiddelde prijs per m² in de gemeente Waddinxveen ligt iets hoger dan het Nederlands gemiddelde. Deze bedraagt in Waddinxveen €2.377 tegenover €2.279 in Nederland als geheel. • Woningen met een totaal woonoppervlak tussen 200 en 230 m² hebben de hoogste prijs per vierkante meter. De goedkoopste oppervlaktecategorie is 80 tot 110 m² (Figuur 12).

WONINGAANBOD

23

FIGUUR 12 PRIJS PER VIERKANTE METER PER OPPERVLAKTECATEGORIE

3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 < 80m²

80-110m²

110-140m² 140-170m² 170-200m² 200-230m²

> 230m²

Bron: Funda 2017, bewerking Bureau Stedelijke Planning

•

In de woningmarktregio worden momenteel slechts 37 sociale huurwoningen aangeboden. Hiervan zijn er slechts 4 gelegen in de gemeente Waddinxveen2.

6.4 TOEKOMSTIG AANBOD In de totale woningmarktregio bestaat er een hard planaanbod van 10.890 woningen om tegemoet te komen aan de verwachte huishoudensgroei (Tabel 7). De harde plancapaciteit is gebaseerd op een inventarisatie van de gemeenten in de woningmarktregio en op de Regionale Projectenlijst regio Midden-Holland. De geplande sloop van woningen is hier van afgetrokken. TABEL 7 HARDE PLANCAPACITEIT IN DE WONINGMARKTREGIO, 2017-2027

TOTALE HARDE PLANCAPACITEIT 2017-2027 Waddinxveen3

315

Alphen aan den Rijn

2.410

Bodegraven-Reeuwijk

870

Gouda Krimpenerwaard

3.420 895

Zuidplas

2.980

Woningmarktregio

10.890

Bron: Regionale Projecten Lijst Regio Midden Holland, 2016; Planmonitor Wonen 2017

•

Naast harde plannen, bestaan er ook zachte plannen in de woningmarktregio. Of en wanneer deze plannen ontwikkeld worden is onzeker.

2 Woningnet regio Midden Nederland, 2017; WonenCentraal, 2017 3 Exclusief de ontwikkeling Park Triangel

24

•

WONINGAANBOD

Daarom is alleen de harde plancapaciteit in de behoefteraming meegerekend. Woningen opgenomen in vastgestelde (ontwerp)bestemmingsplannen vormen deze harde plancapaciteit. Verdere analyses en berekeningen in deze onderbouwing richten zich dus op de harde plancapaciteit in Waddinxveen en de rest van de woningmarktregio.

WONINGTYPEN EN -SEGMENTEN •

Op basis van de bekende verhoudingen binnen de harde plancapaciteit en de bestaande voorraad is het aantal woningen naar woningtypen en segmenten in beeld gebracht (Tabel 8).

TABEL 8 HARDE PLANCAPACITEIT IN DE WONINGMARKTREGIO NAAR WONINGTYPEN EN –SEGMENTEN

HARDE PLANCAPACITEIT IN WONINGMARKTREGIO 2017-2027 Grondgebonden (koop of huur)

6.640

Appartement (koop of huur)

4.250

Totale harde plancapaciteit woningmarktregio

10.890

Sociale huur

2.710

Bron: Syswov, 2017; Planmonitor Wonen 2017; Gemeente Gouda, 2017; bewerking Bureau Stedelijke Planning

Enkele projecten binnen de harde plancapaciteit binnen de woningmarktregio zijn: • Westergouwe, Gouda: In Westergouwe, ten zuidwesten van de stad Gouda, wordt op basis van de huidige plannen in de periode 2016-2019 de eerste fase van circa 500 woningen ontwikkeld. Het accent ligt daarbij op goedkope koopwoningen en huurwoningen4. FIGUUR 13 LOCATIE WESTERGOUWE

Bron: Westergouwe, 2017

•

Alblas, Waddinxveen: Deze nieuwbouwwijk voorziet in totaal in 175 woningen waarvan het grootste deel al gerealiseerd en bewoond is. Het aanbod van Alblas bestaat uit terraswoningen, twee-onder-eenkapwoningen, herenhuizen eengezinswoningen en appartementen.

4 Gemeente Gouda, 2016

WONINGAANBOD

FIGUUR 14 ARTIST IMPRESSION ALBLAS, WADDINXVEEN

Bron: Wonen aan de Gouwe, 2017

25

26

ACTUELE REGIONALE WONINGBEHOEFTE (TREDE 1)

7 ACTUELE REGIONALE WONINGBEHOEFTE (TREDE 1)

Dit hoofdstuk gaat het over het woningprogramma in Park Triangel en de actuele regionale woningbehoefte. In 7.1 staat de kwantitatieve woningbehoefte centraal. De kwantitatieve behoefte komt in 7.2 aan bod. In paragraaf 7.3 staan we stil bij Trede 2 en 3 van de Ladder. We sluiten af met de conclusies in paragraaf 7.4.

7.1 KWANTITATIEVE WONINGBEHOEFTE Op basis van de plancapaciteit en de verwachte huishoudensgroei is de regionale behoefte aan woningen berekend (Tabel 9). In de woningmarktregio bestaat een actuele regionale behoefte van in totaal 910 woningen. TABEL 9 ACTUELE REGIONALE KWANTITATIEVE WONINGBEHOEFTE IN DE WONINGMARKTREGIO, 2017-2027

HUISHOUDENS-

HARDE PLAN-

KWANTITATIEVE

GROEI 2017 – 2027

CAPACITEIT 2017–2027

BEHOEFTE

Woningmarktregio

11.800

10.890

+910

Bron: Bureau Stedelijke Planning, 2017

7.2 KWALITATIEVE WONINGBEHOEFTE Op basis van de uitkomsten van het woonwensenonderzoek is de kwalitatieve woningbehoefte naar de geplande woningen in Park Triangel berekend. Omdat het programma nog niet bekend is, is gekeken naar zowel grondgebonden woningen als appartementen (Tabel 10). De kolom behoefte is ontleend aan tabel 6 en de kolom harde plancapaciteit aan tabel 8 De laatste kolom ‘kwalitatieve behoefte’ is de behoefte minus de harde plancapaciteit.

ACTUELE REGIONALE WONINGBEHOEFTE (TREDE 1)

27

TABEL 10 KWALITITATIEVE WONINGBEHOEFTE IN DE WONINGMARKTREGIO

VRAAG

HARDE PLANCAPACITEIT IN KWALITATIEVE DE WONINGMARKTREGIO

BEHOEFTE

2017-2027 Grondgebonden

6.020

6.640

-620

5.780

4.250

+1.530

Totaal

11.800

10.890

+910

Sociale huurwoningen

4.195

2.710

+1.485

woningen (koop of huur) Appartementen (koop of huur)

Bron: Bureau Stedelijke Planning, 2017

• •

•

•

Voor appartementen en sociale huurwoningen bestaat een flinke kwalitatieve behoefte in de woningmarktregio Het voorziene aandeel sociale huurwoningen van minimaal 20% past ruimschoots binnen de kwalitatieve behoefte aan 1.485 sociale huurwoningen in de regio. Deze behoefte biedt voor de Park Triangel veel mogelijkheden voor het flexibel invullen van het programma, passend bij de marktomstandigheden van dat moment Door het grote woningtekort dat dreigt in delen van Zuid-Holland (onder meer vanuit de gemeente), is er mogelijk extra toestroom naar Park Triangel te verwachten van buiten de woningmarktregio. Op deze bovenregionale vraag wordt hierna verder ingegaan.

7.3 BOVENREGIONALE VRAAG VANUIT DE ZUIDVLEUGEL Uit de Laddertoets in paragrafen 7.1 blijkt dat er in de regio zelf onvoldoende kwantitatieve ruimte is om alle 2.450 resterende woningen die gepland zijn in Park Triangel te onderbouwen. Voor specifiek grondgebonden woningen blijkt er zelfs sprake een klein tekort. Tegenover deze relatief geringe ruimte in Waddinxveen en de regio, staat echter een zeer groot tekort aan plancapaciteit in de zuidvleugel. Park Triangel is in het verleden daarom ook door de provincie Zuid-Holland aangewezen om de sterke groei in de zuidvleugel op te vangen. Omdat vooral Rotterdam en Den Haag een sterke verhuisrelatie hebben met de gemeenten in de woningmarktregio, richt de analyse van de bovenregionale vraag zich op deze steden5. • Rotterdam kent een sterke huishoudensgroei: tot 2027 groeit dit aantal met 21.830 (Primos, 2016).

5 Tussen 2011 en 2014 vestigden zich gemiddeld circa 1.340 personen per jaar zich vanuit Rotterdam en Den Haag in

de gemeenten uit de woningmarktregio, gezien het tekort aan plancapaciteit zal dit aantal vermoedelijk verder stijgen

28

•

•

•

•

ACTUELE REGIONALE WONINGBEHOEFTE (TREDE 1)

Hiertegenover staat slechts een zeer geringe harde plancapaciteit van 16.000 woningen (Woonvisie Rotterdam, 2016). Dit resulteert in een extra behoefte van 5.830 woningen (Tabel 11). Den Haag kent met 23.200 een nog sterkere verwachte huishoudensgroei. De harde plancapaciteit is in deze gemeente nog minder: 7.600 (Agenda Ruimte voor de Stad, Den Haag 2016). Het tekort in Den Haag komt hiermee uit op 15.600. Van de huishoudens in deze twee gemeenten wenst 31,3% een grondgebonden woning. De rest (68,7%) prefereert een appartement (WoON2015). Al met resulteert het grote tekort in de nabijgelegen steden Rotterdam en Den Haag in een extra behoefte aan 24.430 woningen, waarvan 6.710 grondgebonden woningen en 14.720 appartementen.

TABEL 11 BOVENREGIONALE VRAAG VANUIT ROTTERDAM EN DEN HAAG

EXTRA BEHOEFTE Rotterdam

+5.830

Den Haag

+15.600

Totale extra behoefte

+21.430

Waarvan grondgebonden

+6.710

woningen (koop of huur) Waarvan appartementen (koop

+14.720

of huur) Bron: Bureau Stedelijke Planning, 2017

GROOT TEKORT IN ZUIDVLEUGEL GEEFT RUIMTE AAN TRIANGEL

Al met al resulteert het grote tekort in Rotterdam en Den Haag in een totale kwantitatieve behoefte van 22.340 woningen tot 2027 in de woningmarktregio (Tabel 12). Wat betreft grondgebonden woningen is er een kwalitatieve behoefte aan 6.090 woningen, voor appartementen is deze behoefte 16.250. Conclusie is dat de woningen in Park Triangel ruimschoots binnen de behoefte passen en zowel in de vorm van appartementen als in de vorm van grondgebonden woningen kunnen worden gerealiseerd.

ACTUELE REGIONALE WONINGBEHOEFTE (TREDE 1)

29

TABEL 12 TOTALE KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE BEHOEFTE

BEHOEFTE VANUIT

EXTRA BEHOEFTE

WONINGMARKTREGIO VANUIT

TOTALE BEHOEFTE

ROTTERDAM EN DEN HAAG Grondgebonden

-620

+6.710

+6.090

+1.530

+14.720

+16.250

+910

+21.430

+22.340

woningen (koop of huur) Appartementen (koop of huur) Kwantitatieve behoefte

7.4 TREDE 2 EN 3 VAN DE LADDER Trede 2 staat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt omschreven:

“indien sprake is van een actuele regionale behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan dient beschreven te worden in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien in bestaand stedelijk gebied door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins.” Tevens geeft het Bro in artikel 1.1.1, lid 1 de volgende definitie van bestaand stedelijk gebied: “stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van

wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” De locatie heeft op dit moment een planologisch-juridische woonbestemming. Hiermee geldt de locatie als bestaand stedelijk gebied en is volgens het Rijk alleen Trede 1 van de Ladder noodzakelijk. De provincie Zuid-Holland hanteert een iets afwijkende definitie van bestaand stedelijk gebied: “het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met

inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur” (Visie Ruimte en Mobiliteit, p. 26, 2014). Omdat het terrein van de locatie Park Triangel bouwrijp is, geldt de locatie ook volgens de provinciale definitie als bestaand stedelijk gebied.

30

ACTUELE REGIONALE WONINGBEHOEFTE (TREDE 1)

Doordat zowel Rijk als provincie de locatie als bestaand stedelijk gebied beschouwen, is alleen een onderbouwing van Trede 1 noodzakelijk voor park Triangel.

7.5 CONCLUSIES •

• • •

Binnen de regio bestaat een kwalitatieve behoefte aan 2.710 sociale huurwoningen. De 20% sociale huur die in Park Triangel is voorzien past hier ruimschoots binnen. Door het grote tekort aan plancapaciteit in de zuidvleugel, is er tevens een grote behoefte aan grondgebonden woningen en appartementen. Rekening houdend met de bovenregionale vraag, is er een kwantitatieve behoefte aan 22.340 woningen. Tevens is er een kwalitatieve behoefte aan 6.090 grondgebonden woningen en 16.250 appartementen.

Voor de geplande woningontwikkeling op de locatie Park Triangel is op basis van de vereisten van Trede 1 van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking voldoende actuele regionale behoefte gevonden. Zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

31

8 QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

In deze Ladder-quickscan worden de mogelijkheden voor bedrijventerreinen6, kantoren en kleinschalige functies beknopt geanalyseerd.

8.1 BEDRIJVENTERREINEN AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED •

•

De handleiding voor de Ladder Duurzame Verstedelijking beveelt aan om bij voorkeur een COROP-gebied te hanteren voor het bepalen van de regionale behoefte. Voor het voorliggende onderzoek is daarom als primair onderzoeksgebied het COROP-gebied Oost-Zuid-Holland aangemerkt. Dit gebied bestaat naast Waddinxveen uit Alphen aan den Rijn, BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard en Nieuwkoop. Tot het secundair onderzoeksgebied behoren de COROP-gebieden Agglomeratie Leiden en Bollenstreek en Groot-Rijnmond. Met deze regio’s vinden de meeste bedrijfsverplaatsingen vanuit en naar Oost-Zuid-Holland plaats (PBL, 2006). Er blijkt hier met name sprake van een vestigingsoverschot naar Oost-Zuid-Holland, waardoor de vraag naar bedrijventerreinen hier toeneemt.

FIGUUR 15 PRIMAIR (ROOD) EN SECUNDAIR (BLAUW) ONDERZOEKSGEBIED VOOR BEDRIJVENTERREINEN

Bron: Bureau Stedelijke Planning

6 Dit betreft de sectoren: C Industrie, F bouw, G45 Autohandel, G46 Groothandel, H49 Goederenvervoer, H52 Opslag,

J58 Uitgeverijen,N77 Verhuur en Lease roerende goederen en S95 Reparatie

32

QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

KWANTITATIEVE BEHOEFTE •

•

Op basis van de methoden van Bureau Stedelijke Planning is in de regio Oost-Zuid-Holland tot 2026 een totale vraag naar bedrijventerreinen van circa 110 hectare berekend. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkeling van werkgelegenheid, migratie van en naar het secundaire onderzoeksgebied, transformatie van bedrijventerreinen en de historische uitgifte. De totale harde plancapaciteit van bedrijventerreinen in Oost-Zuid-Holland bedraagt circa 97 hectare netto direct en niet-direct uitgeefbaar bedrijventerrein (exclusief Park Triangel).

Concluderend betekent dit dat in Oost-Zuid-Holland in de periode 2016-2026 sprake is van een marktruimte van circa 13 hectare aan bedrijventerreinen. TABEL 13 BEHOEFTE AAN BEDRIJVENTERREINEN IN OOST-ZUID-HOLLAND (2006-2016)

2016-2026 Vraag

110 ha

Planvoorraad (excl. Park Triangel)

97 ha

Behoefte

13 ha

Bron: Bureau Stedelijke Planning, 2015

Dit betekent dat er in Oost-Zuid-Holland sprake is van een actuele behoefte aan bedrijventerreinen. De ontwikkeling van een bedrijvenpark in Park Triangel van circa 4 hectare past ruim binnen dit tekort.

8.2 KANTOREN De behoefte naar kantoren is in beeld gebracht aan de hand van de Kantorenstrategie Midden-Holland die is opgesteld in 2016. Hierin hebben de gemeenten, waaronder Waddinxveen, afspraken gemaakt over de ontwikkeling van kantoren. De provincie Zuid-Holland heeft de regionale kantorenvisie aanvaard. AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

Waddinxveen behoort samen met de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas tot de regio Midden-Holland. Binnen deze regio is een gezamenlijke kantorenstrategie opgesteld waarin de behoefte aan kantoren voor de komende periode is geraamd. Daarom is voor de quickscan kantoren regio Midden-Holland als onderzoeksgebied aangehouden.

QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

33

KANTORENSTRATEGIE MIDDEN-HOLLAND

In deze kantorenstrategie wordt waarde gehecht aan het duurzaam omgaan met ruimte bestemd voor kantoorruimte. Er is in de afgelopen periode een relatief groot overaanbod aan kantoorruimte in de regio Midden-Holland gebleken. Daarom hecht de regio in deze strategie waarde aan de kwalitatieve match tussen kantoorlocaties en vraag. Belangrijke uitgangspunten zijn: • Kansrijke locaties bieden een mix aan verschillende functies. • Er bestaat momenteel een tekort aan ruimte voor kleine en lokale kantoorgebruikers en woon-werkeenheden. • Grootschalige uitbreiding (groter dan 1.000 m² bvo) worden enkel toegestaan op kantoorconcentratiegebieden. Voor de Park Triangel zijn procesafspraken gemaakt om de plancapaciteit voor kantoren terug te brengen naar 20.000 m2. De ontwikkeling van kantoren in Park Triangel biedt daarnaast een locatie met een mix aan functies en ruimte voor lokale kantoorgebruikers. Hiermee is de ontwikkeling van kantoren in Park Triangel regionaal afgestemd en sluit het aan op het regionale beleid. KWANTITATIEVE BEHOEFTE •

• • •

•

In de kantorenstrategie Midden-Holland is voor de periode 2013-2030 een vraag geraamd naar kantoren van 51.000 m2. Hiervan is 25.000 m2 voorzien in de periode 2013-2020 en 26.000 m2 in de periode 2021-2030, oftewel jaarlijks ca. 3.500 en 2.890 m2 in deze periodes. Gemiddeld is dit jaarlijks ca. 3.200 m2. Dit betekent dat voor de periode 2016-2026 de vraag circa 32.300 m2 bedraagt. Volgens de kantorenstrategie Midden-Holland is in de regio een totale harde plancapaciteit aan kantoren van circa 66.000 m2. Circa 24.500 m2 hiervan is reeds ontwikkeld, namelijk het Huis van de Stad op het Burgemeester Jamesplein 1 en Technolution op de Burg. Jamessingel 1 in Gouda. Deze ontwikkelingen zijn opgeleverd in respectievelijk 2012 en 2013. Dit metrage is van de totale harde planvoorraad afgetrokken. Daarnaast is 20.000 m2 die voor Park Triangel binnen de planvoorraad gereserveerd was, ook van de totale planvoorraad afgetrokken. Hiermee bedraagt de plancapaciteit exclusief Park Triangel circa 21.500 m2.

TABEL 14 BEHOEFTE AAN KANTOORLOCATIES REGIO MIDDEN-HOLLAND, 2016-2026

2016-2026 Vraag

32.300 m²

Planvoorraad (excl. Park Triangel)

21.500 m²

Behoefte

10.800 m²

Bron: Kantoren strategie Midden-Holland, 2015

34

•

•

QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

Op basis van een confrontatie van de vraag en het aanbod blijkt een behoefte aan 10.800 m2 kantoren in de regio Midden-Holland voor de periode 2016-2026. Park Triangel sluit goed aan op de vestigingscriteria van kantoorhoudende bedrijven aangezien het gebied goed bereikbaar is met de auto en door de ligging nabij een station ook met het ov.

Concluderend betekent dit dat in Midden-Holland sprake is van een actuele behoefte aan kantoorlocaties van circa 10.800 m2. De ontwikkeling van 1 ha aan kantoren in Park Triangel past binnen deze behoefte. Bovendien sluit dit metrage optimaal aan op gemaakte afspraken binnen de regio.

8.3 OVERIGE KLEINSCHALIGE FUNCTIES Het huidige bestemmingsplan biedt binnen het woongebied ruimte aan 30.000 m² vloeroppervlak aan maatschappelijke voorzieningen, en in het bedrijvengebied maximaal 5.000 m² voor maatschappelijke voorzieningen. Op basis van de geplande woningopgave in Park Triangel worden er, uitgaande van een gemiddelde huishoudensgrootte van 2,4 personen 7, 5.520 tot 7.440 extra inwoners in Waddinxveen verwacht. Een dergelijke groei van het aantal inwoners leidt tot additionele vraag naar verschillende maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Sectoren waarin extra vraag kan worden verwacht naar aanleiding van de huishoudensgroei, zijn zorg (huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen en verloskundigen), maatschappelijke voorzieningen (jongerencentra, kinderopvang, maatschappelijk werkers en (buiten)sportvoorzieningen) en daarnaast een beperkte vraag naar winkels voor dagelijkse goederen en horecagelegenheden 8. Een supermarkt is niet in het plan voorzien en vanwege de nabijheid van winkelcentrum Gouweplein lijkt hier tevens geen behoefte aan te zijn.

7 CBS Statline, 2017 8 Stipo

QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST

•

Woningvoorraad Alle gerealiseerde woningen.

•

Huidig aanbod Woningen in de woningvoorraad die te koop of te huur staan.

•

Toekomstig aanbod / plancapaciteit Alle woningen die in de onderzoeksperiode gerealiseerd worden in het onderzoeksgebied. Deze zijn verdeeld in harde plannen die juridischplanologisch zijn vastgelegd in minimaal een vastgesteld ontwerpbestemmingsplan, en zachte plannen in de ideefase tot en met een voorontwerpbestemmingsplan.

•

Woningbehoefte / marktruimte De uitbreidingsruimte in de markt voor nieuwe woningen. De marktruimte betreft de vraag minus de plancapaciteit en leegstaande woningen. Een positief cijfer betekent dat er een vraag is naar additionele woningen; een negatief cijfer impliceert overaanbod. De kwantitatieve marktruimte betreft het totaal aantal woningen en de kwalitatieve marktruimte de kenmerken van de woningen zoals: type en segment

•

Onderzoeksgebied Afbakening van het gebied waarbinnen de regionale behoefte is vastgesteld. In het primaire onderzoeksgebied is het belangrijkste deel van de vraag gesitueerd. De gemeenten met een sterke verhuisrelatie met het primaire gebied vormen het secundair onderzoeksgebied. Tezamen is dit een weerspiegeling van de regionale woningmarkt. Met de regionale woningmarkt wordt in dit onderzoek de combinatie van het primaire en secundaire onderzoeksgebied bedoeld.

35

36

QUICKSCAN LADDER GEMENGDE VOORZIENINGEN

BIJLAGE 2 LITERATUURLIJST

•

CBS 2017, “Statline.nl”.

•

Funda, 2016

•

Gemeente Den Haag, 2016, Agenda Ruimte voor de Stad

•

Gemeente Rotterdam, 2016, Woonvisie.

•

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) 2015, “WoonOnderzoekNederland”.

•

Provincie Zuid-Holland, 2014, Visie Ruimte en Mobiliteit.

•

Provincie Zuid-Holland, 2016, Programma Ruimte.

•

Provincie Zuid-Holland, 2014, Verordening Ruimte.

•

Regio Midden-Holland, 2015, Kantorenstrategie.

•

Regio Midden-Holland, 2016, Regionale Projectenlijst.

•

Rijksoverheid 2017a, Primos.datawonen.nl.

•

Rijksoverheid 2017b, Syswov.datawonen.nl.

•

Rijksoverheid 2017c, Planmonitor Wonen.

GEMEENTE WADDINXVEEN

PARK VREDENBURGH I3 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI

23 SEPTEMBER 2024

WSP NEDERLAND B.V. GAETANO MARTINOLAAN 50 6229 GS MAASTRICHT +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl

PROJECTNUMMER SLM027463 DOCUMENTNUMMER SLM027463-RAP-001, versie 1

COLOFON RAPPORTHISTORIE 1.0

23 september 2024

Initiële versie

CONTACTGEGEVENS Ann-Sofie Corthouts +31 6 23 16 45 79 annsofie.corthouts@wsp.com

AUTORISATIE PROJECTNUMMER DOCUMENTNUMMER

VERSIE

STATUS

SLM027463

1

Concept

SLM027463-RAP-001

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Ann-Sofie Corthouts

Adviseur

23 september 2024

GEVERIFIEERD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Nathalie Geebelen

Senior adviseur

23 september 2024

GOEDGEKEURD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Ann-Sofie Corthouts

Adviseur

23 september 2024

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

PARAAF

PARAAF

PARAAF

WSP 24 juli 2024 pagina 2/17

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

4

2

WETTELIJK KADER

5

2.1

Algemeen

5

2.2

Voorliggende situatie

5

2.3

Gemeentelijk geluidbeleid

6

3

UITGANGSPUNTEN

7

3.1

Gegevens wegverkeerslawaai

7

3.2

Rekenmethode

7

3.3

Akoestisch overdrachtsmodel

8

4

TOETS BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING

9

4.1

Rekenresultaten

9

4.2

Beoordeling

11

4.3

Gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid

11

4.4

Maatregelenonderzoek

11

4.5

Overzicht geluidbelastingen hoger dan de standaardwaarde

13

4.6

Toets aan gemeentelijk geluidbeleid

16

5

CONCLUSIE

17

OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1

— Wettelijk kader Bijlage 2

— Invoergegevens akoestisch overdrachtsmodel Bijlage 3

— Grafische weergave akoestisch overdrachtsmodel Bijlage 4

— Gedetailleerde berekenings-resultaten Bijlage 5 — Berekenings-resultaten gezamenlijk / gecumuleerd geluid

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 3/17

1

INLEIDING

Binnen het deelgebied Park Vredenburgh (I3) van het Park Triangel in Waddinxveen is de realisatie van maximaal 177 nieuwe woningen voorzien. Daarnaast is voorzien in een aantal maatschappelijke voorzieningen zoals een school, een huisarts-gezondheidscentrum en een kinderdagverblijf. Voor de school en de bijbehorende maatschappelijke voorzieningen wordt een aanvraag om een Omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (verder ‘BOPA’) ingediend. Voor de bouw van de woningen wordt gewerkt met een wijziging van het Omgevingsplan. Voorliggend akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is bruikbaar voor beide procedures. Diverse bronnen van wegverkeerslawaai, o.a. de Beijerincklaan, de Vredenburglaan, de Tweede Bloksweg, de Zuidelijke Rondweg en de A12, zijn relevant voor deze locatie. Bij het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw dient het bevoegd gezag de geluidbelasting te beoordelen waarbij de instructieregels uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) worden toegepast. Deze instructieregels bevatten o.a. standaard- en grenswaarden. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen, maar ook voor deze beoordeling geeft het Bkl instructieregels. Doel van voorliggend onderzoek is om de geluidbelastingen van de relevante wegen te bepalen en te toetsen of aan de instructieregels uit het Bkl kan worden voldaan.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 4/17

2 WETTELIJK KADER 2.1

ALGEMEEN

Een toelichting op het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder: Bkl) in het algemeen en bij het realiseren van geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden in het bijzonder is opgenomen in bijlage 1.

2.2 VOORLIGGENDE SITUATIE GELUIDAANDACHTSGEBIEDEN Conform het Geluidregister in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) is het Park Vredenburgh gelegen binnen het aandachtsgebied van de Rijksweg A12. De geluidaandachtsgebieden van provinciale wegen en gemeentewegen zijn op dit moment nog niet formeel vastgesteld in de CVGG. Daarom worden in de nabijheid van deze locatie alle provinciale wegen en gemeentewegen beschouwd met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal op een afstand van 250 m rondom het deelgebied. In voorliggende situatie zijn op basis van bovenstaande criteria de volgende wegen relevant: - A12; - Beijerincklaan; - Vredenburglaan; - Tweede Bloksweg; - Zuidelijke Rondweg - Polderlaan; - Sterrenlaan. GRENSWAARDEN In voorliggende situatie betreffen het nieuwe geluidgevoelige gebouwen nabij provinciale wegen, rijkswegen en gemeentelijke wegen. In onderstaande tabel 2-1 is een overzicht opgenomen van de standaard- en grenswaarden conform Bkl in voorliggende situatie. Tabel 2-1 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw GELUIDBRONSOORT

STANDAARDWAARDE

GRENSWAARDE

PROVINCIALE WEGEN RIJKSWEGEN

50 Lden

60 Lden

GEMEENTEWEGEN

53 Lden

70 Lden

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 5/17

2.3 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID In de Beleidsregel Hogere waarden, 2018 van de regio Midden-Holland, d.d. oktober 2018 zijn voorwaarden opgenomen ten behoeve van de behandeling van een aanvraag hogere grenswaarden Wet geluidhinder. De gemeenten hebben dit beleid voor de Omgevingswet opnieuw vastgesteld. In een afzonderlijke memo ‘Werkwijze Beleidsregel 2018 in relatie tot Omgevingswet’, kenmerk D-2024-00046378, d.d. 23 mei 2024, is omschreven hoe wordt omgegaan met de normen uit de Omgevingswet i.r.t. het vastgestelde beleid. Onderstaand zijn de voor dit plan relevante voorwaarden opgenomen. Bij de beoordeling van het geluid als gevolg van wegverkeer wordt eerst getoetst of het geluid meer dan 55 danwel 58 dB (standaardwaarde + 5 dB) bedraagt als gevolg van respectievelijk provinciale wegen en rijkswegen en gemeentewegen. Als het geluid hoger is dan de hierboven genoemde waarden dan moet: - de woning (of een ander geluidsgevoelig gebouw) worden gerealiseerd met een geluidsluwe gevel; en - ten minste één buitenruimte moet aan een geluidsluwe gevel liggen. Het toepassen van een geluidsluwe gevel en buitenruimte wordt als volgt ingevuld: - een grondgebonden woning hoeft alleen een geluidsluwe gevel te hebben op de verdieping waar de buitenruimte aan grenst.

Als een tuin op de begane grond geluidsluw ligt hoeft de geluidsbelasting op de verdieping niet aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In een gebouw met meerdere niet grondgebonden woningen (bijvoorbeeld een appartementencomplex) moet iedere woning een geluidsluwe gevel hebben; - de geluidsluwe buitenruimte moet aan een geluidsluwe gevel liggen. Als uitgangspunt voor de geluidsbelasting in de gehele geluidsluwe buitenruimte wordt de geluidsbelasting op de geluidsluwe gevel gebruikt; - als het redelijkerwijs niet mogelijk is om een geluidsluwe gevel te creëren, dan geldt de scheidingswand tussen een (deels) afsluitbare buitenruimte en een verblijfsruimte als geluidsluwe gevel. De geluidsbelasting op deze scheidingswand moet dan wel voldoen aan de standaardwaarde; - het realiseren van een buitenruimte is vanuit dit beleid geen verplichting. Dit ontslaat een initiatiefnemer niet van de plicht om een geluidsluwe gevel te realiseren. Om te bepalen of de geluidsbelasting zo laag is dat er sprake is van een geluidsluwe gevel/buitenruimte geldt de volgende rekenwijze: Een woning of ander geluidsgevoelig gebouw kan door meerdere geluidbronsoorten belast worden (bijvoorbeeld provinciale wegen en rijkswegen en gemeentewegen). Er is dan sprake van een geluidsluwe gevel of buitenruimte als de gecumuleerde geluidsbelasting niet boven de standaardwaarde van deze geluidbronsoort ligt.

Een overschrijding van de grenswaarde kan niet worden toegelaten. Om op deze locaties toch te kunnen bouwen kan gebruik worden gemaakt van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Bij toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen geldt de volgende voorwaarde: - een geluidsgevoelig gebouw heeft hoogstens één gevel met een geluidsbelasting boven de grenswaarde.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 6/17

3 UITGANGSPUNTEN 3.1

GEGEVENS WEGVERKEERSLAWAAI

Voor de Rijksweg A12 zijn de wegverkeersgegevens gedownload uit het geluidregister (CVGG) op 26 augustus 2024 en ingevoerd in het model met behulp van de importfunctie van Geomilieu. Voor de provinciale wegen en de gemeentewegen is door de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) een uitsnede van de Regionale Verkeers- en milieumodel Midden-Holland (RVMH versie 4.1) aangeleverd. Het betreffen gegevens voor het jaar 2035. Door de ODMH is aangegeven dat er in het verkeersmodel reeds rekening is gehouden met de verkeersaantrekkende werking van het Park Triangel. De gehanteerde verkeersgegevens en etmaalintensiteiten voor het rekenjaar 2035 zijn samengevat in onderstaande tabel 3-1. Tabel 3-1 Overzicht verkeersgegevens GELUIDBRONSOORT

WEG

INTENSITEIT 2035 [MVT/ETMAAL]

SNELHEID [KM/UUR]

WEGDEKTYPE

RIJKSWEGEN

A12

7.852-95.600

50-115

Referentiewegdek 1-laags ZOAB

PROVINCIALE WEGEN

GEMEENTEWEGEN

Beijerincklaan

9.360

50-80

Referentiewegdek

Vredenburglaan

7.465-11.421

50-80

Referentiewegdek

Tweede Bloksweg

2.775-2.785

60

Referentiewegdek

Beijerincklaan

10.144-15.492

50

Referentiewegdek

Tweede Bloksweg

2.775

30-60

Referentiewegdek

Zuidelijke Rondweg

2.069-3.346

50

Referentiewegdek

Polderlaan

1.158-1.565

30

Elementenverharding in keperverband

Sterrenlaan

1.281-2.629

30

Elementenverharding in keperverband

3.2 REKENMETHODE Aangezien het wegverkeerslawaai betreft, zijn de berekeningen van de geluidbelastingen L den op de gevels van geluidgevoelige gebouwen uitgevoerd conform de rekenmethode uit bijlage IVe van de Omgevingsregeling.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 7/17

3.3 AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL De berekeningen van het wegverkeerslawaai zijn uitgevoerd met behulp van het computerprogramma Geomilieu v2023.3 van DGMR. De datasets voor de bodemgebieden, gebouwen en hoogtelijnen zijn afkomstig uit het 3D omgevingsmodel voor Geluid (te raadplegen via https://3dgeluid.kadaster.nl/3d-geluid/). In het rekenmodel is uitgegaan van de volgende rekenparameters: • Zichthoek: 2 graden; • Maximale reflectieafstand: 1 meter; • Meteorologische correctie: standaard; • Luchtdemping: standaard. De geluidbelasting is berekend ter plaatse van de gevels van de toekomstige woningen, leslokalen en geluidgevoelige ruimten van het kinderdagverblijf op 2/3 hoogte van de bouwlagen. De invoergegevens van het akoestisch overdrachtsmodel zijn opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 wordt het akoestisch overdrachtsmodel grafisch weergegeven.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 8/17

4 TOETS BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING 4.1

REKENRESULTATEN

In de figuren 4-1, 4-2 en 4-3 worden de hoogst berekende geluidbelastingen als gevolg van de rijksweg, provinciale wegen en gemeentewegen grafisch weergegeven. De gedetailleerde berekeningsresultaten in alle rekenpunten zijn opgenomen in bijlage 4.

Figuur 4-1 Geluid als gevolg van rijksweg A12

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 9/17

Figuur 4-2 Geluid als gevolg van provinciale wegen

Figuur 4-3 Geluid als gevolg van gemeentewegen

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 10/17

4.2 BEOORDELING Uit de figuren 4-1 en 4-2 blijkt dat het geluid als gevolg van de rijkswegen en de provinciale wegen ten hoogste 55 dB respectievelijk 54 dB bedraagt. Dit geluid is hoger dan de standaardwaarde van 50 dB, maar de grenswaarde van 60 dB wordt niet overschreden. Het geluid als gevolg van de gemeentewegen bedraagt ten hoogste 57 dB bedraagt. Dit geluid is hoger dan de standaardwaarde van 53 dB, maar de grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden. Indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat maatregelen om de geluidbelasting als gevolg van deze wegen verder te reduceren financieel niet doelmatig zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard, dan mag de gemeente, mits gemotiveerd, een hogere geluidbelasting toestaan in de BOPA en de wijziging van het Omgevingsplan.

4.3 GECUMULEERD GELUID EN GEZAMENLIJK GELUID In voorliggende situatie is enkel sprake van wegverkeerslawaai, waardoor het gecumuleerd geluid gelijk is aan het gezamenlijk geluid (aangezien de hinderlijkheid van het soort geluid, nl. rijkswegen, provinciale wegen dan wel gemeentewegen, gelijk is). Uit de berekeningen blijkt dat het gecumuleerd / gezamenlijk geluid varieert tussen 40 en 58 dB, waarmee de situatie te kwalificeren is als zeer goed tot matig. De gedetailleerde berekeningsresultaten van alle rekenpunten zijn opgenomen in bijlage 5.

4.4 MAATREGELENONDERZOEK Bij een overschrijding van de standaardwaarde is onderzoek noodzakelijk naar: - geluidbeperkende maatregelen die noodzakelijk zijn om de geluidbelasting terug te brengen tot de standaardwaarde; - indien deze geluidbeperkende maatregelen niet financieel doelmatig zijn, moet beoordeeld worden welke maatregelen wel doelmatig zijn om de geluidbelasting zo ver mogelijk te reduceren. Bij het treffen van geluidbeperkende maatregelen moet een onderscheid worden gemaakt tussen: - maatregelen aan de bron; - maatregelen in de overdracht; - maatregelen aan de ontvangen. MAATREGELEN AAN DE BRON Maatregelen aan de bron zijn maatregelen die betrekking hebben op de uitvoering van de weg (wegdektype en toegelaten snelheid) of het verkeer (intensiteiten en samenstelling). Op basis van de functie van de wegen is het niet te verwachten dat op korte termijn wijzigingen mogelijk zijn met betrekking tot de snelheden, verkeersintensiteit of verkeerssamenstelling.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 11/17

Geluidreducerend asfalt is technisch gezien niet toepasbaar ter hoogte van o.a. kruisingen en rotondes. Gezien de ligging van het plangebied, wordt het toepassen van geluidreducerend asfalt ter plaatse van de Beijerincklaan en de Tweede Bloksweg daarom bij voorbaat als niet doelmatig beschouwd. Bij het toepassen van: - SMA NL 05 (hetgeen wel toepasbaar is op rotondes) ter plaatse van de Beijerincklaan en de Tweede Bloksweg (gemeentewegen), en; - Geluidreducerende asfalt (dunne deklagen B) ter plaatse van de Zuidelijke Rondweg (gemeenteweg) en de Vredenburglaan (provinciale weg); kan een geluidreductie van circa 2-3 dB bereikt worden. De geluidreductie is daarmee te beperkt om in het hele plangebied aan de standaardwaarde te kunnen voldoen en wordt daarom niet als doelmatig beschouwd. Ter plaatse van de rijksweg A12 is reeds een geluidreducerende wegdek (ZOAB) toegepast. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat maatregelen aan de bron stuiten op bezwaren van verkeerskundige of technische aard of als onvoldoende doelmatig kunnen worden beoordeeld. MAATREGELEN IN DE OVERDRACHT Een afscherming langs de Beijerincklaan en de Zuidelijke Rondweg kan – gezien de nabijheid van de rotonde en diverse kruisingen – tot verkeersonveilige situaties leiden.

Tevens zal een geluidsscherm langs de Beijerincklaan niet doelmatig zijn aangezien het scherm onderbroken moet worden ter plaatse van in- en uitritten van de percelen aan de Tweede Bloksweg. Voor een doelmatige afscherming aan de zuidwestzijde van het plan (afscherming aan de zijde van de rijkswegen en provinciale wegen) zal een aanzienlijke lengte alsook hoogte noodzakelijk zijn. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat overdrachtsmaatregelen stuiten op bezwaren van verkeerskundige of landschappelijke aard. MAATREGELEN BIJ DE ONTVANGER Maatregelen bij de ontvanger bestaan o.a. uit het treffen van maatregelen aan de gevel van de nieuwe geluidgevoelige verblijfsruimten. Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dient de karakteristieke geluidwering van de gevels ten minste 20 dB te bedragen (art. 4.102 Bbl). In geval van een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde dient de karakteristieke geluidwering minimaal gelijk te zijn aan het verschil tussen het in de BOPA / Omgevingsplan bepaalde gezamenlijke geluid en 33 dB (art. 4.103 Bbl). Uitgaande van het gezamenlijke geluid van ten hoogste 58 dB, zal dit dus resulteren in een karakteristieke gevelgeluidwering GA,k van 20 tot 25 dB, hetgeen eenvoudig realiseerbaar is uitgaande van standaard materiaalkeuzes.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 12/17

4.5 OVERZICHT GELUIDBELASTINGEN HOGER DAN DE STANDAARDWAARDE Aangezien geconcludeerd is dat bron-, overdrachts- en ontvangermaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn om de geluidbelasting als gevolg van rijkswegen, provinciale wegen en gemeentewegen te reduceren tot onder de standaardwaarde, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van technische, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of landschappelijke aard (zie paragraaf 4.4), is onderstaand nader onderbouwd waarom het bevoegd gezag meer geluid kan toestaan dan de standaardwaarde. In onderstaande tabellen 4-1, 4-2 en 4-3 is een overzicht opgenomen van de woningen / maatschappelijke voorzieningen die een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde ondervinden als gevolg van respectievelijk de rijkswegen, provinciale wegen en gemeentewegen. In de figuren 4-2, 4-3 en 4- is dit grafisch weergegeven. Tabel 4-1 Overzicht geluidbelastingen hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de rijksweg A12 AANTAL WONINGEN/ MAATSCH. VOORZIENINGEN

TOETSPUNTEN

18 GRONDGEBONDEN WONINGEN 05c, 06c, 24b, 25c, 28b, 30c, 31b, 33b, 34b, 35b, 14 APPARTEMENTEN

GELUID [DB]

51

36b, 38c, 40b, 41b, 42b, 44c, 47b, 48b A02b (2e verd), A04a (1e-2e verd) , A05a (1e-2e verd), A06a (BG-2e verd), A07a (BG-2e verd), A08e (BG), A09a (BG), A10a (BG)

10 GRONDGEBONDEN WONINGEN 04c, 07c, 08c, 22c, 23b, 26c, 27b, 37c, 49b, 50b 52 e e e e e 5 APPARTEMENTEN A08e (1 -2 verd), A09a (1 verd), A10a (1 -2 verd) 12 LESLOKALEN L01a (BG-1e verd), L02a (BG-1e verd), L03a (1e

2 GROEPEN KDV

verd), L04a (1e verd), L05a (1e verd), L11a (BG-1e verd), L12a (1e verd), L13a (1e verd), L14a (1e verd) K01a, K02a

6 GRONDGEBONDEN WONINGEN 1 APPARTEMENT 4 LESLOKALEN

03c, 56b, 57b, 58b, 59b, 60c A09a (2e verd) L09b (BG-1e verd), L10a (BG-1e verd)

53

16 GRONDGEBONDEN WONINGEN

01c, 02c, 13c, 14b, 15b, 16b, 17b, 18b, 19b, 20b, 21c, 51c, 52b, 53b, 54b, 55b

54

4 LESLOKALEN

L06b (1e verd), L07a (1e verd), L08a (1e verd), L15b 55 (1e verd) K03b, K04a

2 GROEPEN KDV

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 13/17

Figuur 4-4 Grafische weergave geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de rijksweg A12 Tabel 4-2 Overzicht geluidbelastingen hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de provinciale wegen AANTAL WONINGEN/ MAATSCH. VOORZIENINGEN

TOETSPUNTEN

GELUID [DB]

9 GRONDGEBONDEN WONINGEN 9 LESLOKALEN

51

2 GROEPEN KDV

02c, 52b, 53b, 54b, 55b, 57b, 58b, 59b, 60c L10a (BG-1e verd), L11a (BG-1e verd), L12a (1e verd), L13a (1e verd), L15a (1e verd) K01a, K02a

4 LESLOKALEN 2 GROEPEN KDV

L07a (1e verd), L08a (1e verd), L15b (1e verd) K03b, K04a

52

10 GRONDGEBONDEN WONINGEN 13c, 14b, 15b, 16b, 17b, 18b, 19b, 20b, 21c, 51b 1 GRONDGEBONDEN WONING

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

01b

53 54

WSP 24 juli 2024 pagina 14/17

Figuur 4-5 Grafische weergave geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de provinciale wegen Tabel 4-3 Overzicht geluidbelastingen hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de gemeentewegen AANTAL WONINGEN/ MAATSCH. VOORZIENINGEN

TOETSPUNTEN

GELUID [DB]

2 GRONDGEBONDEN WONINGEN 5 APPARTEMENTEN

42a, 43a A01a (1e-2e verd), A02a (1e-2e verd), A03a (BG)

54

4 GRONDGEBONDEN WONINGEN 2 APPARTEMENTEN

38a, 39a, 40a, 41a A03a (1e-2e verd)

55

9 GRONDGEBONDEN WONINGEN

01a, 02a, 03a, 04a, 05a, 06a, 07a, 08a, 10a

56

3 GRONDGEBONDEN WONINGEN

09a, 11a, 12a

57

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 15/17

Figuur 4-6 Grafische weergave geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de gemeentewegen

4.6 TOETS AAN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID Op basis van de Beleidsregel Hogere waarden 2018 van de regio Midden-Holland dienen woningen waar het geluid meer dan 55 dB als gevolg van provinciale wegen of rijkswegen, danwel 58 dB als gevolg van gemeentewegen bedraagt, te voldoen aan aanvullende voorwaarden. Uit de resultaten in paragraaf 4.1 blijkt dat het geluid bovenstaande waarden niet overschrijdt, waarmee een toets aan de aanvullende voorwaarden niet noodzakelijk is.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 16/17

5 CONCLUSIE Binnen het deelgebied Park Vredenburgh (I3) van het Park Traingel in Waddinxveen is de realisatie van maximaal 177 nieuwe woningen voorzien. Daarnaast is voorzien in een aantal maatschappelijke voorzieningen zoals een school, een huisarts- gezondheidscentrum en een kinderdagverblijf. Voor de school en de bijbehorende maatschappelijke voorzieningen wordt een aanvraag om een Omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) ingediend. Voor de bouw van de woningen wordt gewerkt met een wijziging van het Omgevingsplan. In het kader van beide procedures is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Diverse bronnen van wegverkeerslawaai, o.a de Beijerincklaan, de Vredenburglaan, de Tweede Bloksweg, de Zuidelijke Rondweg en de A12, zijn relevant voor deze locatie. Doel van voorliggend onderzoek is om de geluidbelasting van de relevante wegen te bepalen en te toetsen of aan de instructieregels uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) kan worden voldaan. Geconcludeerd is dat het geluid als gevolg van de rijksweg A12 en de relevante provinciale wegen ten hoogste 55 dB respectievelijk 54 dB bedraagt. Het geluid als gevolg van de relevante gemeentewegen bedraagt ten hoogste 57 dB. Al deze geluidbelastingen zijn hoger dan de standaardwaarde, waarbij echter de grenswaarde niet wordt overschreden.

Geconcludeerd is ook dat zowel bron- als overdrachtsmaatregelen in de voorliggende situatie stuiten op bezwaren van technische, vervoerskundige of landschappelijke aard of als onvoldoende doelmatig kunnen worden beoordeeld. Ontvangermaatregelen worden in ieder geval getroffen op basis van de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op basis van de instructieregels uit het Bkl in combinatie met de nieuw vastgestelde Beleidsregels van de regio Midden Hollans is tenslotte geconcludeerd dat het aanvaardbaar is om voor enkele woningen/geluidgevoelige functies meer geluid toe te staan dan de standaardwaarde.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 17/17

OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1

— Wettelijk kader Bijlage 2

— Invoergegevens akoestisch overdrachtsmodel Bijlage 3

— Grafische weergave akoestisch overdrachtsmodel Bijlage 4

— Gedetailleerde berekenings-resultaten Bijlage 5

— Berekenings-resultaten gezamenlijk / gecumuleerd geluid

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 1/1

BIJLAGE

1

WETTELIJK KADER

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 1/4

WETTELIJK KADER ALGEMEEN Het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder: Bkl) beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In dit besluit zijn onder meer de normen voor geluid als gevolg van weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai vastgelegd. Bij omgevingsplannen/ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de in het Bkl opgenomen grenswaarden en bepalingen. In het Bkl gelden standaardwaarden en grenswaarden voor de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige gebouwen GELUIDGEVOELIGE GEBOUWEN Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan inclusief woonschip of woonwagen; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Onder een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning mag worden gebouwd. GELUIDBELASTING De geluidbelasting wordt berekend in de Europese dosismaat L den (dag-avond-nachtgeluidsbelastingsindicator) en Lnight (nacht-geluidsbelastingsindicator) in dB.

De dagperiode is gelegen tussen 07.00 uur en 19.00 uur, de avondperiode bestaat uit de periode gelegen tussen 19.00 uur en 23.00 uur en de nachtperiode is gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Het Lden houdt rekening met een straffactor voor de avond- en nachtperiode omdat het geluid in de avonden nachtperiode als hinderlijker wordt ervaren dan overdag. De bepaling van het L den verloopt volgens het gestelde in bijlage I, onder 1, bij de richtlijn omgevingslawaai. De berekende geluidbelasting wordt gepresenteerd als een afgeronde waarde waarbij geldt dat een berekende waarde die eindigt op 0,50 wordt afgerond naar de meest nabij gelegen even waarde. Een berekende geluidbelasting van 48,50 dB wordt dus afgerond gepresenteerd als 48 dB. GELUIDAANDACHSTGEBIED Een geluidaandachtsgebied is een gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in L den. STANDAARDWAARDE EN GRENSWAARDE Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. In onderstaande tabel zijn de standaardwaarden en grenswaarden per geluidbronsoort opgenomen.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 2/4

GELUIDBRONSOORT

STANDAARDWAARDE

GRENSWAARDE

PROVINCIALE WEGEN RIJKSWEGEN

50 Lden

60 Lden

GEMEENTEWEGEN WATERSCHAPSWEGEN

53 Lden

70 Lden

LOKALE SPOORWEGEN HOOFDSPOORWEGEN

55 Lden

65 Lden

INDUSTRIETERREINEN

50 Lden 40 Lnight

55 Lden 45 Lnight

Bij overschrijding van de standaardwaarde maar niet van de grenswaarde vindt een bestuurlijke afweging plaats. Wanneer ook de grenswaarde wordt overschreden, kan bevoegd gezag een overschrijding onder voorwaarden toelaten: - vervangende nieuwbouw, onder de volgende voorwaarden: o het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde neemt niet wezenlijk toe; o het geluid ligt niet meer dan 5 dB boven de grenswaarde. - functiewijziging, onder de volgende voorwaarde: o het geluid ligt niet meer dan 5 dB boven de grenswaarde. - zeehavengebonden activiteiten, onder de volgende voorwaarden: o het geluid wordt in belangrijke mate bepaald door die zeehavengebonden activiteiten; o het geluid ligt niet meer dan 5 dB boven de grenswaarde. - niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, onder de volgende voorwaarden: o de gevel bestaat uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan een gemeenschappelijke doorgang; o bouwkundige maatregelen leiden er toe dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenst aan een verblijfsgebied, niet hoger is dan de grenswaarde; o de gevel waarvoor bouwkundige maatregelen zijn getroffen, worden als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen vastgelegd in het omgevingsplan.

Het toelaten van een overschrijding van de standaardwaarde dan wel grenswaarde vindt echter slechts toepassing indien geluidbeperkende maatregelen financieel niet doelmatig zijn, dan wel overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Daarnaast dient het bevoegd gezag steeds rekening te houden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel (=gevel die t.o.v. andere gevels van het geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid). GECUMULEERD GELUID EN GEZAMENLIJK GELUID Art. 5.78ac en art. 5.78ad Bkl schrijven voor dat bij het toestaan van een overschrijding van de standaardwaarde, danwel grenswaarde, de aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld dient te worden, respectievelijk het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald dient te worden en in het omgevingsplan vastgelegd dient te worden.

Gecumuleerd geluid Het gecumuleerd geluid houdt rekening met verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluid. De wijze waarop het gecumuleerd geluid dient te worden bepaald is opgenomen in artikel 3.25 Omgevingsregeling.

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 3/4

Gezamenlijk geluid Het gezamenlijk geluid op de gevel betreft de geluidbelasting van verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid wordt daarbij ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid. De wijze waarop het gezamenlijk geluid dient te worden bepaald is opgenomen in artikel 3.26 Omgevingsregeling. Het bevoegd gezag legt de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel vast in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het gezamenlijk geluid op de gevel is noodzakelijk om de benodigde geluidwering van die gevel te bepalen (art. 4.103 Bbl).

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 4/4

BIJLAGE

2

INVOERGEGEVENS AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL

027463 – Park Vredenburgh I3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SLM027463-RAP-001, Versie 1

WSP 24 juli 2024 pagina 1/1

Park Vredenburgh Invoergegevens Model: Groep:

wegverkeerslawaai definitief Park Vredenburgh - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer

Naam 01a 01b 01c 02a 02b

Omschr. toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

Maaiveld -6,02 -6,18 -6,13 -5,82 -5,96

Hdef. Namespace LokaalID Versie Hoogte A Hoogte B Hoogte C Hoogte D Hoogte E Hoogte F Gevel Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja

02c 03a 03b 03c 04a

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-6,00 -5,49 -5,69 -5,61 -4,69

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

2,00 2,00 2,00 2,00 2,00

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

8,00 8,00 8,00 8,00 8,00

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

04b 04c 05a 05b 05c

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-4,71 -5,49 -5,71 -5,58 -5,32

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

2,00 2,00 2,00 2,00 2,00

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

8,00 8,00 8,00 8,00 8,00

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

06a 06b 06c 07a 07b

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-5,40 -5,32 -5,33 -5,00 -4,95

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

2,00 2,00 2,00 2,00 2,00

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

8,00 8,00 8,00 8,00 8,00

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

07c 08a 08b 08c

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-5,08 -5,09 -4,98 -5,05

Relatief Relatief Relatief Relatief

2,00 2,00 2,00 2,00

5,00 5,00 5,00 5,00

8,00 8,00 8,00 8,00

-----

-----

-----

Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: WSP Nederland B.V.

24-9-2024 11:56:13

Park Vredenburgh Invoergegevens Model: Groep:

wegverkeerslawaai definitief Park Vredenburgh - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer

Naam 09a 09b 09c 10a 10b

Omschr. toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

Maaiveld -5,66 -5,41 -5,41 -5,36 -5,36

Hdef. Namespace LokaalID Versie Hoogte A Hoogte B Hoogte C Hoogte D Hoogte E Hoogte F Gevel Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja Relatief 2,00 5,00 8,00 ---Ja

10c 11a 11b 11c 12a

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-5,45 -5,25 -5,31 -5,18 -5,19

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

2,00 2,00 2,00 2,00 2,00

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

8,00 8,00 8,00 8,00 8,00

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

12b 12c 13a 13b 13c

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-5,27 -5,15 -5,91 -5,82 -6,05

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

2,00 2,00 2,00 2,00 2,00

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

8,00 8,00 8,00 8,00 8,00

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

14a 14b 15a 15b 16a

toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning toetspunt woning

-5,91 -6,02 -6,49 -6,27 -5,90

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14612418/5