CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Bijlage participatieproces

Besluitvormende raadsvergadering 11 oktober 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Raadsbesluit regionaal inkoopkader Jeugdhulp en Wmo17.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het hoofddoel dient te zijn, het leveren van de juiste zorg aan de juiste persoon. Dit is volgens GL de beste manier om de zorg betaalbaar te houden, omdat problemen zo beter worden opgelost. Dit in tegenstelling tot het sturen op kosten.

1

Het consultatiedocument is een regionaal document en gelijktijdig door de colleges in de regio aan de raden aangeboden. De volgende gemeenten vallen onder de regio: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.

Daarbij wordt de wens uitgesproken om terughoudend te zijn met een budgetplafond, omdat dit volgens GL een averechts effect heeft op de wachtlijsten. ChristenUnie Volgens de ChristenUnie (CU) leidt de term ‘goed genoeg’ tot verwarring. De wens van de CU is om de term te vervangen door ‘doen wat nodig/ noodzakelijk is’. PvdA De PvdA wenst dat er afspraken gemaakt worden over winstmaximalisatie. Het blijkt uit landelijke onderzoeken dat kleine aanbieders veel winst maken. Dit zijn met name aanbieders die lichte vormen van hulp aanbieden. De PvdA vindt dat samenwerkingsverbanden tussen kleine aanbieders gestimuleerd moeten worden. Gouda Positief Gouda Positief (GoPo) vindt het van belang dat bij contracteren van aanbieders wordt geborgd, dat deze aanbieders meer eenduidige managementinformatie beschikbaar stellen, met een waarborg voor uniformiteit en vergelijkbaarheid. Zodat de contractafspraken tussentijds kunnen worden bewaakt. VVD De VVD wenst meer aandacht voor de cliënten in het gehele inkooptraject. De VVD vindt het belangrijk, dat goed wordt geluisterd naar signalen vanuit de adviesraden. Bij de regionale inkoop dient goed op de wachtlijsten te worden gelet. De VVD wenst dat dit vanuit de gemeente Gouda wordt benadrukt binnen de regio. De VVD vindt het van belang dat bij gezamenlijke inkoop, ook gezamenlijk wordt gestuurd op de overheadkosten.

CDA Het CDA staat voor inclusie. Wenst daarbij zorg die voor iedereen toegankelijk is. Preventie, waarbij de raden tussentijds op de hoogte worden gesteld en er de mogelijkheid is tot evalueren. Daarbij uit voorzorg de zorgaanbieders goed selecteren bij de start, indien nodig met de IBOB. Tot slot spreekt het CDA na een zorgvuldige selectie proces vertrouwen uit in de professionals. SGP De SGP wenst dat er per segment wordt gekeken naar het soort aanbieders. Benadrukt daarbij het belang van identiteitsgebonden zorg. PvdD De PvdD vindt dat het consultatiedocument meer op hoofdlijnen dient te worden opgesteld. Daarnaast pleit de PvdD voor minder bureaucratie. Leefbaar Gouda Leefbaar Gouda (LG) pleit voor het beëindigen van jeugdzorgtrajecten als het doel behaald is. LG vindt het van belang dat niet zonder instemming van de cliënt nieuwe doelen worden gesteld. Dit wenst LG te realiseren door het instellen van een kwaliteitsregister om bovenstaande onder controle te krijgen.

pagina 2

Adviesraad Sociaal Domein Zuidplas Kratonlaan 49 2761 SJ Zevenhuizen secretaris@adviesraadsociaaldomeinzuidplas.nl

www.adviesraadsociaaldomeinzuidplas.nl Datum:

22-12-2022

Onderwerp: Consultatiedocument Strategische kaders inkoop Jeugd en WMO.

Geacht College,

Inleiding Bij brief dd. 8 november 2022 heeft uw college de adviesraad om advies gevraagd voor het opstellen van de kaders voor de inkoop van jeugd en WMO 2025. Daarvoor is een Consultatiedocument opgesteld dat als bijlage bij de brief is meegezonden. Zoals in het bestuurlijk overleg d.d. 24 november al door de adviesraad is aangegeven, zullen wij op uw verzoek tot het geven van een advies op dit moment niet ingaan. Zoals u zelf al in uw verzoek aan geeft is het voorliggende Consultatiedocument te beschouwen als een stap op weg naar een standpuntbepaling. De adviesraad volstaat dan ook thans met deze notitie. Zodra u tot een standpuntbepaling bent gekomen, verwacht de adviesraad een verzoek tot advisering en zullen wij tot een advies komen. Zowel in het werkveld van de jeugdhulpverlening als dat van de WMO zijn in de komende periode ingrijpende beslissingen c.q. wijzigingen in wet- en regelgeving voorzien. De gevolgen daarvan zijn op dit moment voor het Consultatiedocument en werkveld nog niet te overzien. Ook dat heeft bij de adviesraad meegewogen bij het opstellen van het achterliggend document. Deze notitie bestaat uit 2 delen: allereerst een algemene beschouwing met vervolgens een tekstuele opmerkingen.

Algemene beschouwingen Hierbij volgen wij grotendeels de samenvatting uit het Consultatiedocument: Beschikbaarheid: Er blijkt bij de bewoners van Zuidplas (maar niet alleen bij hen) een groeiende wens naar maatwerk in de zorg. Deze wens gekoppeld aan een tekort aan middelen en menskracht vraagt om een afbakening van het maatwerk in de zorg ten opzichte de vrij toegankelijke zorg. Meer uitgeven aan het één lijkt te betekenen dat er op een ander terrein moet worden bezuinigd. Gebrek aan voldoende alternatieven ligt op de loer. Als ook de vrees dat een categorie inwoners tussen wal en schip gaan vallen (geen toegang tot voorzieningen maar onvoldoende beschikbaarheid van

1

algemene voorzieningen of onvoldoende middelen daartoe). Het lijkt er daarbij op dat het beschikbare budget in grote mate de inkoop gaan bepalen. Kwaliteit: Behoud van kwaliteit doe je vooral door op voorhand bewezen kwaliteit in te kopen. Dit regel je bij het opstellen van het programma van eisen. Kwaliteit vraagt ook een goede prijs. Een minder presterende aanbieder zal bij hoge inkoopeisen geen kans hebben om een contract te krijgen. Daarmee leg je direct ook een goede basis voor het contractmanagement. Ook de mate waarin een zorgaanbieder getuigt van een grote mate van innovatie en/of een integraal aanbod, kan onderdeel zijn van de inkoopstrategie. Uitgangspunten gebaseerd op wat? Het inkoopbeleid wordt voor een deel gebaseerd op het gegeven/de verwachting dat in het verleden de geboden professionele jeugdhulp niet nodig was of zou zijn geweest. Om de effecten van het inkoopbeleid voor de burgers goed in te kunnen schatten is onderbouwing nodig. Ervaringen uit het verleden kunnen daarbij dienstig zijn. De adviesraad stelt dan ook voor in het Consultatiedocument een voorbeelden op te nemen waarbij duidelijk wordt in welke situaties mensen in hun situatie het zelf hadden kunnen oplossen en hoe hulp in het eigen netwerk kan worden gevonden.

Kunnen er in de tekstvoorbeelden van situaties waarbij het adagium “goed genoeg” van toepassing was maar waar er niet naar is gehandeld? Zelfredzaamheid Er wordt uitgegaan van zelfredzaamheid van de burger en zijn/haar netwerk. Hoe reëel is dat? De praktijk van alle dag leert dat velen (in toenemende mate) niet in staat zijn op een verantwoorde wijze tot zelfredzaamheid kunnen komen. De problematiek rond de gevolgen van armoede neemt toe. Jongeren ervaren in toenemende mate problemen rond stress, het aantal jongeren met zeer ernstige problemen groeit nog steeds. Het aantal hulp vragende ouderen neemt toe door de langere levensverwachting; de mantelverzorgers vergrijzen mee. Lokale toegang versus effectieve hulp- en ondersteuning Het maakt het voor iedereen een stuk makkelijker en overzichtelijker als er uniformering komt in de toegang en uitvoering door gemeenten. In het document wordt herhaaldelijk opgemerkt dat het niet de bedoeling is dat de gemeente onderling op elkaar afstemmen. Het is en blijft dus zo dat bij gelijke (regionale) inkoop en gelijke omstandigheden een inwoner in de ene gemeente andere hulp krijgt dan in een buurgemeente. Segmenten Dit biedt inderdaad de mogelijkheid te kunnen differentiëren in je wijze van inkoop/bekostiging. Wel moet er aandacht zijn voor verkokering van de zorg waarbij samenwerking niet vanzelfsprekend is.

Uitgangspunten De genoemde uitgangspunten zijn vrij algemeen en er is inhoudelijk weinig op aan te merken. Wel komt iedere keer naar voren dat de focus toch vooral op de meest kwetsbare inwoners moet liggen met een tijdige afschaling. “Goed is genoeg” is daarvan de vertaling. Het is de vraag hoe dit uitganspunt zich zal gaan vertalen met mensen die niet zonder reden met een zorgvraag zitten. Partnerschap

2

Partnerschap met een leverancier is een nobel streven en zal meestal wel lukken als de aanbieder goed presteert, goed contractmanagement betekent ook hard op kunnen treden (ook als dat ten koste gaat van de goede verstandhouding). Ook hier moet de cliënt centraal staan. Belang van cliënten bij overgang naar nieuwe partijen Overgang van cliënten van niet (meer) gecontracteerde aanbieders naar wel gecontracteerde aanbieders. De praktijk leert dat het niet eenvoudig zal worden om de huidige aanbieders in een vorm van onderaanneming het werk voort te laten zetten. Die ruimte moet al binnen de aanbestedingsdocumenten geboden worden. Bij het overnemen van cliënten door nieuwe contractpartijen is het denkbaar dat de cliënt aangeeft niets te voelen voor die nieuwe organisatie. Hoe borg je dan de keuzevrijheid? Contractmanagement Het zou goed zijn om aan de zorgaanbieders te vragen hoe zij dat contractmanagement ervaren. Een soort clientervaringsonderzoek dus (cliënt is dan zorgaanbieder)! Ook zou een kosten/baten analyse o.i. op de plaats zijn. Levert contractmanagement nu werkelijk wat op en zo ja wat? Wat gaat er mis als je het niet doet of veel minder? Wij pleitten voor een goede en duidelijke taakstelling voor het contractmanagement.

Als het gaat om kwaliteitscontrole is de vraag: wat doet Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en wat moet het contractmanagement daaraan toevoegen, van belang. Opmerkingen/vragen per bladzijde blz. 3 Moet het inkoopbeleid ook niet gericht zijn op het terugdringen van de wachtlijsten. blz. 3. Wordt dit de facto niet een urgentielijst, waarbij mensen met een lichte zorgvraag permanent mensen boven zich zien verschijnen. Blz. 3 Punt 4 is verwarrend: kwaliteit is onafhankelijk van instroom doorstroom en uitstroom. blz. 4 Wat zijn de normen op basis waarvan men relatief tevreden is. En wat betekent ”relatief” in deze? blz. 6 Hoe wordt voorgesorteerd op komende landelijke ontwikkelingen. blz. 11 Het blijkt keer op keer dat zelfredzaamheid hoog staat genoteerd, maar dat de praktijk toch weerbarstiger is. Hoe gaat de gemeente deze spagaat aanpakken? blz.12 Uitgangspunt is logisch, maar wat voor degenen die niet in de categorie “het meest nodig” vallen. Nog langere wachtlijsten? Zijn er alternatieven? blz. 12 30 tot 35 % van de verwijzingen in de jeugdzorg gaat via toegang. Zijn er mogelijkheden tot meer sturing via de huisartsen? blz. 14 Het monitoren van doelen en resultaten is van essentieel belang. Daarom moet deze representatief zijn.

Dus een client tevredenheidsonderzoek moet niet alleen mensen betreffen die zich spontaan melden maar juist ook die niet reageren Hier vallen ook laaggeletterden en anderstaligen onder. blz. 16 5e bullit. Wat wordt bedoeld met de aard van het contractmanagement en is dit reëel?

3

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Krimpenerwaard T.a.v. mw. T. Kouwenberg info@krimpenerwaard.nl

Datum:

21 december 2022

Onderwerp:

Advies m.b.t. ‘Consultatiedocument Strategische Kaders Inkoop 2025 Jeugd en Wmo Midden Holland‘

Geacht College, Naar aanleiding van het verzoek op 9 november jl. per brief aan de Adviesraad Sociaal Domein om advies uit te brengen t.a.v. het ‘Consultatiedocument Strategische Kaders Inkoop 2025 Jeugd en Wmo Midden Holland‘ stuur ik u hierbij de reactie van de Adviesraad. Op 15 november heeft een online bijeenkomst plaatsgevonden voor de Adviesraden van de vijf gemeenten in Midden-Holland waarbij het proces voor de komende twee jaar en de hoofdlijnen van het Consultatiedocument zijn toegelicht. Tijdens deze bijeenkomst is ook de participatie van de Adviesraden tijdens de verschillende fasen van het ontwikkel- en besluitvormingstraject aan de orde geweest. De formele adviesvraag vindt nu helemaal aan de voorkant van het traject plaats namelijk bij de voorbereiding van de kaderstelling. De aanwezigen vanuit de Adviesraden hebben hier kanttekeningen bij geplaatst en naar aanleiding daarvan heeft overleg plaatsgevonden tussen de betrokken wethouders in Midden-Holland. In afwachting van een reactie hebben wij in onderstaand advies een voorstel opgenomen voor verdere betrokkenheid van de Adviesraad Sociaal Domein bij het proces de komende twee jaar.

De wijze waarop de inkoop vanaf 2025 gestalte krijgt, raakt immers twee van de drie domeinen van de Adviesraad Sociaal Domein en heeft rechtstreeks impact op de inwoners van de Krimpenerwaard die gebruik maken van de geleverde zorg en ondersteuning. De Adviesraad ziet het als zijn opdracht op constructieve wijze hierover te blijven meedenken en adviseren. Algemene reactie op het Consultatiedocument Graag beginnen wij met een algemene reactie. Het doel klinkt simpel: zorg en ondersteuning inkopen van voldoende kwantiteit en kwaliteit, voor inwoners die daar rechtmatig aanspraak op maken, tegen aanvaardbare kosten en zonder al te veel administratieve lasten voor zorgaanbieders. Maar dit roept meteen vragen en dilemma’s op: wie bepaalt wat kwaliteit is, wanneer is bijvoorbeeld ‘goed goed genoeg’, wat is daarbij de eigen professionele verantwoordelijkheid van de aanbieders? En kunnen/mogen gebruikers daar zelf ook iets over zeggen? Hoeveel verstand hebben inkopers en contractmanagers van kwaliteit? Op grond waarvan beoordelen zij de rechtmatigheid van wat wordt geleverd? Hoeveel tijd zijn zorgaanbieders kwijt aan registreren en verantwoording afleggen als

1

antwoord op de behoefte aan control vanuit de gemeente, tijd die ten koste gaat van tijd voor hun cliënten? Het Consultatiedocument gaat wat de Adviesraad betreft slechts beperkt in op deze vragen en dilemma’s. Het bevat per hoofdstuk een veelheid aan uitgangspunten waarmee men het nauwelijks oneens zal of kan zijn. Tussen de uitgangspunten onderling wordt geen afweging gemaakt, terwijl daar de crux zit: de onderlinge prioritering en de uitwerking in de vervolgfasen van het proces zullen namelijk duidelijk maken wat precies de effecten zijn. Dat maakt dit Consultatiedocument in de ogen van de Adviesraad nogal ‘hoog over’. Niettemin geven we hieronder een aantal adviezen en aandachtspunten met, waar mogelijk, een verwijzing naar de tekst in het Consultatiedocument. 1. Behoud het goede en voer gericht verbeteringen door (p.4-5 Consultatiedocument) Blijkens de drie verkenningen naar de ervaringen met Jeugd en Wmo in de afgelopen jaren zijn “gemeenten, aanbieders, cliënten en samenwerkingspartners relatief tevreden”, is “de relatie tussen zorgaanbieders en gemeenten overwegend goed” en zijn “administratielasten relatief laag”. Verder draagt integrale inkoop Jeugd en Wmo bij aan een “soepele(re) overgang tussen Jeugdwet en Wmo” en “lijkt ook ambulantisering (…) positieve effecten” te hebben (p.4-5). De Adviesraad is uiteraard voorstander om dat wat goed gaat, te behouden.

Tegelijkertijd valt op dat in het overzicht van wat goed gaat, betrekkelijk weinig staat over de inhoudelijke kwaliteit van zorg en ondersteuning. Wel wordt vastgesteld dat hierop meer gestuurd moet gaan worden. “Contractmanagers sturen aan de hand van contractafspraken op kwaliteit, effectiviteit en veiligheid bij zorgaanbieders” staat op pagina 5. De vraag is hoe geëquipeerd contractmanagers hiervoor zijn en op basis van welke informatie die sturing kan plaatsvinden. Rol van cliënten en onafhankelijke cliëntondersteuners Het advies is om a) meer dan tot nu toe gebruik te gaan maken van informatie van cliënten zelf tijdens en na afloop van zorg- en ondersteuningstrajecten via bijvoorbeeld peilingen en evaluatiegesprekken en b) de onafhankelijke cliëntondersteuners (OCO) hierin een rol te geven. Zij zijn degenen die knelpunten signaleren voor zowel de zorg als het beleid, de versnippering, wetgeving en bureaucratie. Ze kunnen dan ook de cliënten goed bevragen hoe een traject is verlopen, of goed, goed genoeg is, of er op de juiste tijd is afgerond en hoe de samenwerking is verlopen. De onafhankelijke cliëntondersteuner zal dan wel nadrukkelijker dan tot nu toe onder de aandacht moeten worden gebracht bij cliënten, verwijzers, aanbieders en medewerkers van de gemeente.

2. Terugbrengen van het aantal aanbieders (p.5) Onder de kop Uitdagingen voor de komende jaren (p.5) wordt voorgesteld om het aantal aanbieders van 230 (!) te gaan terugbrengen ten behoeve van de “overzichtelijkheid van het zorglandschap en de aard van de sturing van het contractmanagement”. Beschikbaarheid bij toenemende personeelstekorten De Adviesraad onderschrijft de beperking van het aantal aanbieders, maar ziet wel het risico dat met minder aanbieders ook het totale beschikbare volume afneemt. Extra verontrustend in dit verband zijn de toenemende personeelstekorten, of zoals op p.16 wordt gesteld: “De verwachting is dat de personeelstekorten in de zorg uiteindelijk het probleem van de

2

betaalbaarheid zullen inhalen.” Het advies van de Adviesraad is om bij de selectie van aanbieders in ieder geval voldoende gerenommeerde en betrouwbare aanbieders te (blijven) contracteren die een aantoonbaar goed personeelsbeleid hebben en die, indien nodig, in staat zijn om op te schalen. Het terugbrengen van het aantal aanbieders kan effect hebben op de keuzevrijheid van cliënten en op de continuïteit van zorg en ondersteuning. Beschikbaarheid en bereikbaarheid van gespecialiseerde zorg De Adviesraad benadrukt het belang van beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en adviseert om bij de selectie van aanbieders niet alleen te kijken naar het aantal cliënten dat van een bepaalde aanbieder gebruik maakt. Het risico bestaat dan namelijk dat (zeer) gespecialiseerde zorg niet langer gecontracteerd wordt, uit de regio verdwijnt en letterlijk onbereikbaar wordt voor cliënten. Zorgcontinuïteit Mocht een cliënt van aanbieder moeten wisselen, dan is het advies om maatregelen te (laten) treffen voor overbruggingszorg, dit om de zorgcontinuïteit te waarborgen.

3. Visie op het op het ondersteuningsaanbod vanuit de Jeugdwet en Wmo (p.10-14) In het Consultatiedocument (p.10 en verder) wordt zwaar ingezet op een stevige sociale basis, een begrip waar op zichzelf niemand tegen zal zijn maar dat ook nog behoorlijk vaag is. “Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijks leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid”, zo wordt gesteld. Blijkens onderzoek heeft de vage definitie van ‘sociale basis’ als risico dat a) onduidelijk is ‘van wie het is’ c.q. wie verantwoordelijk is, b) lastig te bewijzen valt wat het oplevert en c) initiatieven om de sociale basis te versterken, kwetsbaar zijn voor bezuinigingen als gevolg van a) en b) 1. Sociale basis In de ogen van de Adviesraad bestaat de sociale basis uit wat bewoners met en voor elkaar doen in hun persoonlijke omgeving en de georganiseerde voorzieningen die dat mogelijk (helpen) maken. Het gaat op de eerste plaats om (ogenschijnlijk) eenvoudige zaken als elkaar kunnen ontmoeten, buiten spelen, ouders en jongerenwerkers op straat, ‘thee drinken’ waarbij ook professionals kunnen aansluiten die zaken die mis dreigen te gaan, kunnen signaleren (denk bv. aan het maken van contact met hangjeugd die kwetsbaar is voor drugs en criminaliteit).

Daarnaast gaat het om elkaar ontmoeten in georganiseerd verband zoals binnen verenigingen en clubs. En als derde schil eromheen gaat het om vrij toegankelijke voorzieningen variërend van eerstelijnsvoorzieningen, Stichting Welzijn tot een steunpunt voor vrijwilligers en mantelzorgers, et cetera2. De inzet van de gemeente bij elk van de drie schillen is cruciaal. Dat begint bij het (helpen) creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken in elke kern, het activeren en ondersteunen van burger-, wijk- en 1

Onderzoek Leren sturen en verantwoorden in de sociale basis (Andrew Britt et al, Verwey-Jonker Instituut, 2022)

2 Deze drie schillen zijn ontleend aan het onderzoek Leren sturen en verantwoorden in de sociale basis van het Verwey-

Jonker Instituut, gepresenteerd op 12 december tijdens de Inspiratiesessie 'Versterken sociale basis' door co-auteur Andrew Britt.

3

buurtinitiatieven, het faciliteren van het verenigingsleven tot voortzetting van initiatieven zoals de Wijk-Ggd-er en het uitdagen van instituties (de derde schil) om meer ‘de boer op te gaan’ naar inwoners toe. Blijkens de tekst wordt erg veel verwacht van het versterken van de sociale basis: ze vergroot de zelfredzaamheid van burgers, werkt preventief en signaleert vroegtijdig problemen, voorkomt het gebruik van maatwerkvoorzieningen en biedt mogelijkheden voor “het afschalen van hulp en het borgen van wat tijdens het hulptraject is geleerd”. De volgende aandachtspunten en adviezen geeft de Adviesraad mee. Zelfredzaamheid In de ogen van de Adviesraad wordt zelfredzaamheid vaak overschat. In de praktijk blijkt het vaak niet mee te vallen om bij mensen die sociaal niet vaardig zijn, een goede sociale basis te leggen. Sommige mensen vinden geen aansluiting, simpelweg omdat ze de sociale vaardigheden missen. Dat is ook moeilijk op te lossen met cursussen e.d. omdat er inzicht mist en niet iedereen leerbaar is. Conclusie en advies: blijf uitdrukkelijk oog houden voor de meest kwetsbare burgers die met alle bovengenoemde initiatieven niet worden bereikt. Maatwerk en ‘afschalen van hulp’ De Adviesraad plaatst kanttekeningen bij de uitspraak “Stevige sociale basis voorkomt gebruik van maatwerk”. Hier lijkt het erop dat maatwerk alleen bij complexe problematiek mag worden ingezet.

Uiteraard verdient het inzetten van lichtere vormen van zorg de voorkeur op het moment dat er geschikte alternatieven zijn in de vorm van vrij toegankelijke voorzieningen. Echter, er zijn ook situaties waarin maatwerkvoorzieningen betrekking hebben op eenvoudige problematiek met als duidelijk doel: preventie van escalatie. De Adviesraad adviseert om deze nuancering aan te brengen in de inkoopkaders. Preventie en het vaststellen van effecten De Adviesraad vraagt aandacht voor de wijze waarop doelen voor preventie worden vastgesteld en vervolgens voortgang en uitkomsten worden gemonitord en gemeten. Immers bij preventie geldt doorgaans: wat je voorkomt, zie je niet en niet-gebruik laat zich lastig meten. Het advies is om met aanbieders vooraf duidelijke inspanningsverplichtingen af te spreken en bij het monitoren van effecten naast kwantitatieve meetmethoden ook gebruik te maken van kwalitatieve onderzoeksmethoden waarbij inwoners worden betrokken en bevraagd op hun ervaringen. Het Consultatiedocument benadrukt sterk het belang van de lokale toegang: “De lokale toegang speelt een cruciale rol in het vormgeven van eerder genoemde uitgangspunten. Zo wordt van hen verwacht uitvoering te geven aan begrippen als normaliseren, positieve gezondheid, maar ook afbakenen van het wettelijk kader. Concreet vertaald gaat dit ook om het teleurstellen van inwoners” (p.13).

Lokale toegang – professionaliteit aan de voordeur De Adviesraad heeft in eerdere adviezen meermalen aandacht gevraagd voor het grote belang van deskundigheid bij de ‘voordeur’ bij de gemeente zelf en bij voorzieningen, zodat de juiste hulp zo snel mogelijk op de juiste plaats komt. In die zin onderschrijft de Adviesraad van

4

harte de oproep van staatsecretaris Van Ooijen aan gemeenten om de deskundigheid in de toegang te versterken, zodat er stevige lokale teams ontstaan “met goed opgeleide professionals, met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te leren en reflecteren” (zie p.13). De Adviesraad adviseert om deze eisen m.b.t. de lokale toegang als niet vrijblijvend op te nemen in de kadernota. Teleurstellen van inwoners Op de Adviesraad komt deze uitspraak wat bevreemdend over. Uiteraard kunnen gemeente en aanbieders niet alle problemen van inwoners oplossen en is het zaak om verwachtingen daarover goed te ‘managen’. Echter, de uitdaging is om dat altijd in goede samenspraak te doen met inwoners die een beroep doen op hulp, en samen te kijken naar wat wel en wat niet mogelijk is. Hierin ligt dus een professionele uitdaging voor medewerkers bij de lokale toegang en bij aanbieders.

4. Segmenten (p.19-22) De ervaringen in de afgelopen jaren hebben geleerd dat de diversiteit van producten en diensten binnen het sociaal domein heel groot is en daarmee onoverzichtelijk en moeilijk beheersbaar. Vandaar dat nu wordt gekozen om producten met gelijksoortige doelen te clusteren in segmenten. “Bij de indeling in segmenten zijn jeugd en Wmo samengevoegd waar dat mogelijk is. Dit werken met segmenten maakt het mogelijk om doelen en uitgangspunten scherper te formuleren, maar ook om de inkoopsegmenten aan te laten sluiten op de specifieke wensen vanuit een segment.” (p. 19) De Adviesraad constateert dat de segmenten in de opsomming elkaar niet uitsluiten. Zo kan segment 1 ‘Hoog specialistisch/weinig voorkomende zorg’ betrekking hebben op de segmenten 4 ‘Behandeling’ en 5 ‘Begeleiding’. Dit geldt ook voor segment 2 ‘Crisis’. Met andere woorden: enkele segmenten gaan over de aard van de problematiek, terwijl de overige gaan over het soort interventie. Advies is om de indeling in segmenten opnieuw tegen het licht te houden om tot een logische en praktisch bruikbare indeling te komen.

5. Visie op inkoop (p.23-25) Ter aanvulling op de tekst in het Consultatiedocument is vanuit de gemeente Krimpenerwaard3 het verloop van het inkoopproces als volgt geschetst: via het inkoopkader wordt besloten wat de inkoop behelst. Daarna worden de inkoopdocumenten opgesteld op basis waarvan aanbieders hun biedingen kunnen doen. Als regio wordt dan besloten welke biedingen worden geaccepteerd. Dat aanbod komt vervolgens in een figuurlijke ‘inkoopkast’ met daarin al het beschikbare aanbod voor de inwoners van de regio. De consulenten kennen dat aanbod en zetten dit in voor de inwoners die ondersteuning nodig hebben. De afdeling Regionale Dienstverlening Sociaal Domein (RDS) onderhoudt via contractmanagers de relaties met de aanbieders en stuurt bij daar waar nodig.

3

Informatie verstrekt door Tirza Kouwenberg, beleidsmedewerker Team Advies Sociaal Domein n.a.v. vragen van de Adviesraad Sociaal Domein d.d. 7 december 2022 5

Contractmanagers – beoordeling van kwaliteit en rechtmatigheid “Contractmanagers sturen aan de hand van contractafspraken op kwaliteit, effectiviteit en veiligheid bij zorgaanbieders” staat op pagina 5. Bij de uitgangspunten op p.23 komt dit terug waarbij nadrukkelijk wordt aangegeven dat sprake moet zijn van “zakelijk partnerschap; stevig op de inhoud, zacht op de relatie“. De Adviesraad constateert dat de verwachtingen ten aanzien van de contractmanagers zeer hoog zijn en vraagt zich af of – zelfs nu het aantal aanbieders zal worden gereduceerd – deze kunnen worden waargemaakt. Met name het kunnen beoordelen van de inhoudelijke kwaliteit vereist grote deskundigheid van de contractmanagers. Hetzelfde geldt voor de rechtmatigheid: krijgen cliënten wel de zorg en ondersteuning die in de overeenkomst staat, hoe gaan aanbieders om met de verhouding cliëntgebonden tijd versus niet-cliëntgebonden tijd, kunnen contractmanagers inschatten of trajecten op tijd worden afgerond? Eerder in dit advies pleitte de Adviesraad daarom al voor het betrekken van zowel cliënten als Onafhankelijke Cliëntondersteuners. Verder adviseert de Adviesraad om contractmanagers aan te trekken met ervaring in het veld van Jeugd en Wmo en structureel te investeren in hun kennisniveau.

Zakelijk partnerschap en administratieve lasten De Adviesraad onderschrijft het belang van het onderhouden van “open relaties met korte lijnen“ met aanbieders (p.23) evenals het uitgangspunt van “vermijden van onnodige administratieve lasten” (p.25). Bij de uitwerking van de inkoopkaders wordt het een uitdaging om een goede balans te vinden tussen de verplichting tot registratie en verantwoording enerzijds versus het verlies aan cliëntgebonden tijd anderzijds bij aanbieders. Aanbieders in de velden Jeugd en Wmo klaagden de afgelopen jaren dat zodra zij verschillende gemeenten als opdrachtgever hebben, de variatie van regelingen groot is en dat dit buitensporig veel tijd kost. De Adviesraad adviseert om de variatie van regelingen waaraan aanbieders moeten voldoen, zoveel mogelijk te beperken en daartoe ook af te stemmen met de regelingen die gemeenten buiten Midden-Holland aan aanbieders opleggen. Benoemen en monitoren van doelen en resultaten De nieuwe inkoopkaders en de inkoopdocumenten die op basis daarvan worden opgesteld, beogen op een effectievere en efficiëntere manier passende zorg en ondersteuning vanuit Jeugd en Wmo in te kopen. De Adviesraad adviseert om in een volgende fase concreter de doelen en de te behalen resultaten te benoemen, alsmede de wijze waarop gemonitord gaat worden in hoeverre de doelen worden behaald.

6. Participatietraject In de inleiding van dit advies is reeds benoemd dat de Adviesraden van Midden-Holland vraagtekens zetten bij de wijze en mate van participatie van de raden tijdens de verschillende fasen van het ontwikkel- en besluitvormingstraject. Het lijkt erop dat slechts aan de voorkant van het traject namelijk bij de voorbereiding van de kaderstelling een formele adviesvraag uitgaat aan de Adviesraden.

6

De Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente Krimpenerwaard heeft het volgende dringende advies: betrek de Adviesraad ook in de volgende fasen van dit proces om tot goede inkoop Jeugd en Wmo te komen. Dan namelijk krijgen de uitgangspunten - het ‘wat’ concretere vertaling in het ‘hoe’ en juist dan wordt zichtbaar wat het inkoopkader gaat betekenen voor de inwoners. Een belangrijk tweede argument hiervoor is dat diverse landelijke ontwikkelingen die nu nog onzeker zijn – de Hervormingsagenda Jeugdwet en aanpassingen in de Wmo – impact gaan hebben op de inkoop en dus ook op de inwoners die zijn aangewezen op deze voorzieningen. Bij voorkeur krijgt de betrokkenheid van de Adviesraad te zijner tijd gestalte via een of meer formele adviesaanvra(a)g(en). Tot slot enkele tekstuele opmerkingen: • In het document wordt afwisselend gesproken over ´hulp en ondersteuning´ en ´zorg en ondersteuning´. Gelet op het brede palet van diensten dat onder de Jeugdwet en Wmo valt, variërend van licht tot heel zwaar, geven wij de voorkeur aan de termen ´zorg en ondersteuning’. • Zoals eerder aangegeven is de tekst in het algemeen nogal ´hoog over´. Vaker voorbeelden geven bij de inhoudelijke uitgangspunten kan dit voor een deel ondervangen.

• De term ‘kwalitatief’ wordt in dit document multi-interpretabel gebruikt: de ene keer ‘kwalitatief’ tegenover ‘kwantitatief’ en een andere keer als een aanduiding van de kwaliteit van het zorgaanbod (er staat dan ‘een kwalitatief aanbod’, er zou moeten staan ‘een kwalitatief goed aanbod’). • Een tip is om vakjargon en Engelse termen waar mogelijk te vermijden dan wel toe te lichten bv. ‘open house contract’ en ‘matched care’.

Mocht het bovenstaande om een mondelinge toelichting vragen dan is de Adviesraad graag bereid met u hierover van gedachten te wisselen en met u in gesprek te gaan. Contact met de adviesraad verloopt via ambtelijk secretaris Annelies Scheepens (adviesraadsociaaldomein@krimpenerwaard.nl).

Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard,

Lucie Boonekamp Voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard 06 - 21557359

7

27 December 2022 Geachte College van B&W en gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk, Hieronder treft u het door de Gemeente gevraagd advies op het Consultatiedocument Strategische kaders Inkoop 2025, Jeugd & WMO Regio Midden-Holland d.d. 03-11-22. U vroeg de Adviesraad Sociaal Domein: ‘Wat vindt u van het consultatiedocument en welke boodschap geeft u mee voor de verdere uitwerking?’. In de korte periode die ons beschikbaar stond heeft de Adviesraad een korte rondvraag gehouden onder een aantal individuele zorggebruikers in de Gemeente. Mede omdat hun ervaringen het Consultatiedocument overstegen beperken wij ons in dit advies dan ook niet tot dit document, maar lopen al vast vooruit op het nog op te stellen Inkoopplan. Dit advies is besproken en vastgesteld in onze ASD-vergadering van 19 december, en voorbereid door een werkgroep. Wij vertrouwen er op dat ons advies wordt meegenomen bij uw bespreking van en de besluitvorming over de strategische kaders voor de Inkoop 2025, en betrokken worden bij de volgende fasen in dit proces. Met vriendelijke groet, namens de ASD, Marlou Min, voorzitter ASD Bodegraven-Reeuwijk

Pagina 1 van 5

Algemeen Het doel klinkt eenvoudig: zorg en ondersteuning inkopen van voldoende kwantiteit en kwaliteit, voor inwoners die daar aanspraak op maken, tegen aanvaardbare kosten en zonder al te veel administratieve lasten voor zorgaanbieders. Maar dit roept meteen vragen en dilemma’s op: wie bepaalt wat kwaliteit is, wanneer is bijvoorbeeld ‘goed, goed genoeg’, wat is daarbij de eigen professionele verantwoordelijkheid van de aanbieders? En kunnen gebruikers daar zelf ook iets over zeggen? Op grond waarvan beoordelen inkopers en contractmanagers de kwaliteit en de rechtmatigheid van wat wordt geleverd? Hoeveel tijd zijn zorgaanbieders kwijt aan registreren en verantwoording afleggen? Het Consultatiedocument gaat wat de Adviesraad betreft slechts beperkt in op deze vragen en dilemma’s. Het bevat per hoofdstuk een veelheid aan uitgangspunten waarmee men het nauwelijks oneens zal of kan zijn. Tussen de uitgangspunten onderling wordt geen afweging gemaakt, terwijl daar de crux zit: de onderlinge prioritering en de uitwerking in de vervolgfasen van het proces zullen namelijk duidelijk maken wat precies de effecten zijn. Dat maakt dit Consultatiedocument in de ogen van de Adviesraad nogal ‘hoog over’. Niettemin geven we hieronder een aantal adviezen en aandachtspunten met, waar mogelijk, een verwijzing naar de tekst in het Consultatiedocument.

1.Behoud het goede en voer gericht verbeteringen door (p.4-5, Consultatiedocument) Uit de drie verkenningen naar de ervaringen met Jeugdzorg en Wmo in de afgelopen jaren zijn “gemeenten, aanbieders, cliënten en samenwerkingspartners relatief tevreden”, is “de relatie tussen zorgaanbieders en gemeenten overwegend goed” en zijn “administratielasten relatief laag”. De Adviesraad is uiteraard voorstander om dat wat goed gaat, te behouden. Tegelijkertijd valt op dat in het overzicht van wat goed gaat, betrekkelijk weinig staat over de inhoudelijke kwaliteit van zorg en ondersteuning. Wel wordt vastgesteld dat hierop meer gestuurd moet gaan worden. “Contractmanagers sturen aan de hand van contractafspraken op kwaliteit, effectiviteit en veiligheid bij zorgaanbieders” staat op pagina 5. De vraag is hoe geëquipeerd contractmanagers hiervoor zijn en op basis van welke informatie die sturing kan plaatsvinden. Maak meer dan tot nu toe gebruik van informatie van cliënten zelf die tijdens en na afloop van zorg- en ondersteuningstrajecten via bijvoorbeeld peilingen en evaluatiegesprekken wordt opgehaald en geef onafhankelijke cliëntondersteuners (OCO) en zorgaanbieders hierin een rol. Breng de onafhankelijke cliëntondersteuner nadrukkelijker dan tot nu toe onder de aandacht bij cliënten, verwijzers, aanbieders en medewerkers van de gemeente.

Uit onze korte rondvraag onder zorggebruikers in de Gemeente blijkt dat het zorgaanbod bij de gebruikers niet altijd bekend is. Draag zorg voor een duidelijke weergave van het zorgaanbod voor de inwoners van de gemeente, in de vorm van zorgmakelaar en/of een heldere Sociale routekaart, waarin zorgvragers wegwijs worden gemaakt in het zorglandschap. Tip: benoem in de documentatie van de gemeente bijv. de nationalehulpgids.nl

Pagina 2 van 5

Verder blijkt uit deze rondvraag dat niet altijd duidelijk is of een aanvraag van een zorgvoorziening ontvangen en (bij welke instantie) in behandeling genomen is. Er is bij zorgvragers behoefte aan monitoring van de status en tussentijdse evaluatie, van de aanvraag van een zorgvoorziening. Stuur zorgvragers die een aanvraag van een zorgvoorziening doen, een bevestiging van ontvangst en informeer de aanvrager over de status van de aanvraag en een tussentijdse evaluatie van het aanvraagproces. Een cliëntgeoriënteerde benadering, met daarbij een empathische bejegening van de door de cliënten bij de 1e contactambtenaar aangedragen problematiek, wordt door de cliënten als voorwaarde gezien, om tot een goede oplossing te komen. Train de 1e contactambtenaren in een voldoende cliëntgeoriënteerde en empathische bejegening, waarbij met de cliënt meegedacht wordt, ook indien de problematiek niet direct op te lossen is. Maak procedure afspraken met zorgaanbieder over het ontwikkelen van parameters en het monitoren van dienstverlening, zodat wachtlijsten voorkomen worden. 2. Terugbrengen van het aantal aanbieders (p.5) Onder de kop Uitdagingen voor de komende jaren (p.5) wordt voorgesteld om het aantal aanbieders van 230 (!) te gaan terugbrengen ten behoeve van de “overzichtelijkheid van het zorglandschap en de aard van de sturing van het contractmanagement”.

Contracteer bij de selectie van aanbieders in ieder geval voldoende gerenommeerde en betrouwbare aanbieders die een aantoonbaar goed personeelsbeleid hebben en die, indien nodig, in staat zijn om op te schalen. Daag hierbij de aanbieder uit innovatieve en duurzame concepten te bedenken die uitnodigen tot “Social Return On Investment” oplossingen, die tegelijkertijd een oplossing bieden voor de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg (bijv. door statushouders te introduceren in zorgbanen). Het terugbrengen van het aantal aanbieders kan effect hebben op de keuzevrijheid van cliënten en op de continuïteit van zorg en ondersteuning. Het risico bestaat dan namelijk dat (zeer) gespecialiseerde zorg niet langer gecontracteerd wordt, uit de regio verdwijnt en letterlijk onbereikbaar wordt voor cliënten. Kijk bij de selectie van aanbieders niet alleen naar het aantal cliënten dat van een bepaalde aanbieder gebruik maakt. 3. Visie op het op het ondersteuningsaanbod vanuit de Jeugdwet en Wmo (p.10-14) In het Consultatiedocument (p.10 en verder) wordt zwaar ingezet op een stevige sociale basis om gebruik van maatwerkvoorzieningen te voorkomen, een begrip waar op zichzelf niemand tegen zal zijn, maar dat ook nog behoorlijk vaag is.

Het gaat op de eerste plaats om (ogenschijnlijk) eenvoudige zaken als elkaar kunnen ontmoeten, buiten spelen, ouders en jongerenwerkers op straat, ‘thee drinken’ waarbij ook professionals kunnen aansluiten die zaken die mis dreigen te gaan, kunnen signaleren (denk bv. aan het maken van contact met hangjeugd die kwetsbaar is voor drugs en criminaliteit). Pagina 3 van 5

Daarnaast gaat het om elkaar ontmoeten in georganiseerd verband zoals binnen verenigingen en clubs. En als derde schil eromheen gaat het om vrij toegankelijke voorzieningen variërend van eerstelijnsvoorzieningen, Stichting Welzijn tot een steunpunt voor vrijwilligers en mantelzorgers, etc. De inzet van de gemeente bij elk van de drie schillen is cruciaal. Het Consultatiedocument benadrukt sterk het belang van de lokale toegang: “De lokale toegang speelt een cruciale rol in het vormgeven van eerder genoemde uitgangspunten. Zo wordt van hen verwacht uitvoering te geven aan begrippen als normaliseren, positieve gezondheid, maar ook afbakenen van het wettelijk kader. Aandacht wordt gevraagd voor het grote belang van deskundigheid bij de ‘voordeur’ bij de gemeente zelf en bij voorzieningen, zodat de juiste hulp zo snel mogelijk op de juiste plaats komt. Creëer stevige lokale teams “met goed opgeleide professionals, met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te leren en reflecteren”. Neem de aan de lokale toegang gerelateerde eisen op als verplichte eisen in de kadernota. In de ogen van de Adviesraad wordt zelfredzaamheid vaak overschat. In de praktijk blijkt het vaak niet mee te vallen om bij mensen die sociaal niet vaardig zijn, een goede sociale basis te leggen. Sommige mensen vinden geen aansluiting, simpelweg omdat ze de sociale vaardigheden missen.

Dat is ook moeilijk op te lossen met cursussen e.d. omdat er inzicht mist en niet iedereen in alle facetten leerbaar is. Juist kwetsbare mensen verdienen een goede toeleiding naar de ingekochte zorg. (Helpen) Creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken in elke kern, het activeren en ondersteunen van burger-, wijk- en buurtinitiatieven het faciliteren van het verenigingsleven tot voortzetting van initiatieven zoals de Wijk-Ggd-er en het uitdagen van instituties (de derde schil) om meer ‘de boer op te gaan’ naar inwoners toe. Zorgvragers beschouwen de continuïteit in de beschikbaarheid van hulpmiddelen van groot belang. Indien een hulpmiddel voor onderhoud of reparatie opgehaald wordt, dient op verzoek een vervangend hulpmiddel beschikbaar gesteld te worden. Stel op verzoek vervangende hulpmiddelen beschikbaar, indien het hulpmiddel ivm onderhoud of reparatie opgehaald wordt. Cliënten zijn gebaat bij een passende oplossing van hun hulpvraag. Nu constateren we geregeld dat de geboden oplossing te ruimhartig is, onvoldoende aansluit bij de hulpvraag of volledig ontbreekt. Bied een passende oplossing bij de hulpvraag van de cliënt. Monitor na verstrekking van een hulpmiddel in welke mate het hulpmiddel aansluit bij de (initiële) behoefte en of de behoefte wellicht is gewijzigd.

Voor het contracteren van dit zorgaanbod, adviseert de Adviesraad, de Gemeente tijdens de inkoopprocedure de aanbieder uit te dagen een innovatief en duurzaam concept te bedenken, waarbij de aanbieder de door- en uitstroom tijdig laat plaatsvinden. Dit om zo, het onnodig gebruik van de open-einde regeling te ontmoedigen.

Pagina 4 van 5

Daag de aanbieder uit innovatieve en duurzame concepten te bedenken, waarbij door- en uitstroom tijdig plaatsvindt. Verder adviseert de Adviesraad, procedureafspraken rondom ontwikkelen parameters en monitoring met de aanbieder te maken, die de continuïteit van het zorgaanbod waarborgen en die wachtlijsten voorkomen. Maak procedure afspraken met de aanbieder over het ontwikkelen van parameters en het monitoren van dienstverlening, zodat wachtlijsten voorkomen worden. 4. Visie op inkoop (p. 23 t/m p. 25) De beoordeling van kwaliteit en rechtmatigheid “Contractmanagers sturen aan de hand van contractafspraken op kwaliteit, effectiviteit en veiligheid bij zorgaanbieders” staat op pagina 5. Bij de uitgangspunten op p.23 komt dit terug waarbij nadrukkelijk wordt aangegeven dat sprake moet zijn van “zakelijk partnerschap; stevig op de inhoud, zacht op de relatie“. Trek contractmanagers aan met ervaring in het veld van Jeugdzorg en Wmo en investeer structureel in hun kennisniveau. Benoemen en monitoren van doelen en resultaten. De nieuwe inkoopkaders en de inkoopdocumenten die op basis daarvan worden opgesteld, beogen op een effectievere en efficiëntere manier passende zorg en ondersteuning vanuit Jeugdzorg en Wmo in te kopen.

Benoem in een volgende fase concreter de doelen en de te behalen resultaten, alsmede de wijze waarop gemonitord gaat worden in hoeverre de doelen worden behaald. Vanuit het Integraal Zorgakkoord wordt aangestuurd op bezuinigingen in de Jeugdzorg. Hierbij zou de bestaande levering van basisjeugdzorg opnieuw kritisch beschouwd kunnen worden. Is de huidige governance nog passend bij de taakstelling behorend bij de basisjeugdzorg? Onderzoek alternatieve besturingsmodellen waarop betaalbare basisjeugdzorg ingericht kan worden, waarbij de balans wordt gezocht tussen zelfredzaamheid en passende ondersteuning, zonder dat hier kwalitatieve concessies moeten worden gedaan. Dit naar voorbeeld van Gemeentelijke regio Kaag en Braassem, waarin de aanbieders tegen een taakstellend budget en binnen een speciaal hiervoor opgerichte Stichting, de Basisjeugdzorg faciliteren. Met het onderbrengen van de Basisjeugdzorg in een Stichting met een taakstellend budget, wordt de samenwerking tussen de aanbieders in de Stichting maximaal gefaciliteerd. 5. Participatie adviesraad in het vervolgtraject De Adviesraden van Midden-Holland zetten vraagtekens bij de wijze en mate van participatie van de raden tijdens de verschillende fasen van het ontwikkel- en besluitvormingstraject.

Het lijkt erop dat slechts aan de voorkant van het traject namelijk bij de voorbereiding van de kaderstelling een formele adviesvraag uitgaat aan de Adviesraden. Betrek de Adviesraad ook in de volgende fasen van dit proces om tot goede inkoop Jeugd en Wmo te komen. Pagina 5 van 5

Aan:

Gemeente Gouda Wethouder mw. A. van Popering-Kalkman

Gouda, 16 december 2022 Geachte mevrouw van Popering,

Per brief van 8 november 2022 heeft het College van B&W aan de Goudse Adviesraad Sociaal Domein (GASD) advies gevraagd over de uitgangspunten van de op te stellen Nota Inkoop Jeugd en WMO. Zoals met uw ambtenaren is besproken, menen wij bij nader inzien dat een advies in deze fase van het totstandkomingsproces van de Nota Inkoop minder passend is. De uitgangspunten zijn heel abstract geformuleerd en er is nauwelijks iets tegenin te brengen, hooguit iets om aan te vullen. Daarom geven wij er de voorkeur aan om te adviseren over de volgende fase van de Nota, namelijk het Kaderdocument. Dat is een beleidsdocument dat ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd en het is geëigender dat de GASD daarover adviseert. Uiteraard zijn wij graag bereid u hierbij onze kanttekeningen bij de uitgangspunten te doen toekomen. 1- De GASD kan de in de Nota vermelde uitgangspunten geheel delen. 2- De hulpvragende burger als startpunt nemen en vervolgens kijken hoe de regels toegepast kunnen worden om de noden van de burger te lenigen, vindt de GASD de juiste volgorde. 3- Uit de periodiek gehouden cliënttevredenheidsonderzoeken blijkt elke keer weer dat een substantieel deel van de cliënten zich onvoldoende of niet geholpen voelt.

Komt dat wellicht doordat de geboden ondersteuning niet de juiste en/of van onvoldoende kwaliteit is? Een nader onderzoek hiernaar zou gevolgen kunnen hebben voor de inkoop. 4- Voorkomen moet worden dat de maatwerkvoorzieningen vooral ingezet worden voor de lichtere vormen van zorg, terwijl de inwoners die de hulp het hardst nodig

hebben in de knel komen, aldus de Nota. De GASD onderstreept dit en verwacht dat ook de inkoopafspraken daarop afgestemd worden. Wij geven de gemeente in dit verband graag mee dat het in Gouda heel uitgebreide informele zorgnetwerk – en in het bijzonder de mantelzorgers – vaak heel goed weten wat de cliënt nodig heeft. Zij kunnen met die kennis behulpzaam zijn bij het maken van moeilijke keuzes bij schaarse beschikbaarheid. Kan dit aan de te contracteren zorgpartners worden meegegeven/opgelegd? 5- De inbreng van ervaringsdeskundigheid wordt een enkele keer genoemd. Kan die inzet eerder en vaker plaatsvinden? Juist de combinatie van beroepsprofessionaliteit en ervaringsdeskundigheid is heel compleet en krachtig. 6- De GASD heeft vraagtekens bij de bewaking van de kwaliteit van de zorg. Terecht wordt benadrukt dat kwaliteit (en beschikbaarheid) op nummer 1 staat maar de vraag is of dat voldoende bewaakt kan worden door middel van contractmanagement. Want toezicht en handhaving staan nog in de kinderschoenen. 7- Voor wat betreft de kwaliteit van de zorg wordt de lat hoog gelegd. De GASD is benieuwd naar het realiteitsgehalte hiervan en wacht af wat we daarover in de Kaderdocument zullen aantreffen. Wij stellen uw reactie op de bovengenoemde punten op prijs.

En graag zien wij begin 2023 het Kaderdocument tegemoet.

Met een vriendelijke groet,

Ton de Korte voorzitter Goudse Adviesraad Sociaal Domein

Advies 36: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 Betreft: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 Datum: 28-12-2021

1 Procedure Het college van Burgemeester en wethouders heeft de PAR om advies gevraagd over een consultatiedocument inkoop, jeugd en Wmo 2025. Dit document is een eerste stap op weg naar inkoopcontracten die op 1 januari 2025 in moeten gaan. In deze reactie geeft de PAR haar visie op het consultatiedocument. De PAR heeft meegedaan met de informatiebijeenkomst op 15 november, heeft ambtelijke achtergrondinformatie gekregen en heeft de behandeling van dit document in de gemeenteraad van Waddinxveen gevolgd. Daarbij is ook kennisgenomen van de inbreng van de Adviesraden van de gemeenten Zuidplas en Krimpenerwaard. Voor de PAR is de hele gang van zaken afwijkend van wat in de verordening is aangegeven. Raadsbehandeling van dit stuk heeft plaats gevonden zonder inbreng van de PAR en de reactie van het college op het advies. Voor een consultatieronde is dat geen enkel bezwaar. Er zijn volgens planning bijeenkomsten van aanbieders en maatschappelijke partners georganiseerd, tevens bestaat er de mogelijkheid tot internetconsultatie. Dit biedt een schat aan informatie voor besluitvorming. •

Advies 1. Wij adviseren alle reacties te bundelen en in een participatiedocument aan alle geraadpleegde organisaties beschikbaar te stellen.

2 Het kaderdocument Het document is van een hoog abstractieniveau, doelstellingen worden soms heel algemeen geformuleerd, er zijn weinig concrete maatregelen benoemd om de doelstellingen te bereiken. In het verzoek aan de PAR voor advies wordt gesteld “De lokale toegang blijft behouden, maar we zorgen voor een betere aansluiting tussen de werkwijze van de lokale toegang en de regionaal ingekochte producten”. Hoe dit zijn beslag krijgt komt nog niet naar voren uit het kaderdocument. Het is van groot belang een participatietraject te verbinden aan enerzijds de uitwerking van de strategische kaders voor de lokale toegang en anderzijds aan de uitwerking van de strategische kaders voor de regionale afspraken met de zorgaanbieders. Voor het eerste deel gelden de participatie regels van Waddinxveen en voor het tweede deel wellicht minder intensief als rond het consultatiedocument, waar wel ieder de gelegenheid geven wordt te reageren op de uitwerking. •

Advies 2. Bouw in de procedure een nieuw participatietraject in. Leg het kaderdocument opnieuw voor advies voor aan de adviesraden.

3 Lokaal versus regionaal De decentralisatie van 2015 had onder meer tot doel hulpverlening dichter bij de burger te brengen. Het rijk hevelde vele zaken op het sociaal domein over naar gemeenten. Oogmerk was dat de hulpverlening dan beter zou kunnen worden georganiseerd. Het rijk voerde budgetkortingen uit vanuit de veronderstelling dat het dan allemaal goedkoper kan. De begroting van de gemeenten groeiden fors. Zo ook in Waddinxveen. Daar waar nodig werd vanuit de begroting extra geld beschikbaar gesteld. De uitvoering werd in alle gemeenten anders. Zo ook in Midden-Holland. Iedere gemeente doet het weer een beetje anders. Voor een goed begrip is inzicht in de lokale verschillen wenselijk. PAR Waddinxveen

Pagina 1 van 3

28-12-2022

Advies 36: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 •

Advies 3. Breng in beeld waar de verschillen tussen gemeenten zitten in de uitvoering. Dat maakt duidelijk welke specifieke eisen er zijn aan het inkoopproces en aan de levering van diensten.

De strategische kaders geven een beschrijving op hoofdlijnen van enerzijds het gewenste gedrag van de actoren en anderzijds de interactie tussen deze actoren zoals afgebeeld in de volgende figuur 1.

Burgersamenleving

Strategische kaders inkoop 2025

Gemeente als toegangspoort maatwerkvoorziening

Leverancier producten en diensten

Figuur 1: De actoren in de samenleving en de reikwijdte van de strategische kaders inkoop

De strategische kaders inkoop 2025 vormen een geheel, dat wil zeggen het succes van de resultaten van de inkoop zeker vanaf 2025 worden bepaald door de implementatie van de strategische kaders die betrekking hebben op de toegang. Dit leidt tot het volgende advies: •

Advies 4. Maak duidelijk wat het betekent voor het succes van de inkoopproces als de strategische kaders met betrekking tot de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet (de lokale toegang) verschillend worden uitgewerkt of niet volledig worden geïmplementeerd. Met andere woorden wat betekent het dat “De lokale toegang blijft behouden, maar we zorgen voor een betere aansluiting tussen de werkwijze van de lokale toegang en de regionaal ingekochte producten”.

4 Beleid van de gemeente Waddinxveen Als het gaat om de uitvoering van de jeugdwet en de Wmo vormen de volgende documenten de basis voor het beleid: • • • •

Het beleidskader sociaal domein 2019 – 2023: Waddinxveen samenredzaam. Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen 2020 Nadere regels Wmo en Jeugd Waddinxveen 2020. Samen scherp aan de wind: Een helder perspectief op regionale samenwerking jeugd en Wmo in Midden-Holland 2021 – 2024.

Met de vaststelling door de gemeenteraad van Waddinxveen van “De strategische kaders inkoop 2025” komt er nog een document bij dat rechtstreeks invloed heeft op vigerende beleid en met name de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet in Waddinxveen. De PAR Waddinxveen

Pagina 2 van 3

28-12-2022

Advies 36: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 uitgangspunten in beleid en de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet in Waddinxveen lijken hiermee bepaald te worden vanuit de regionale samenwerking. Gezien het voorgaande leidt dit tot de volgende adviezen: •

Advies 5a. Maak duidelijk of het vaststellen van de strategische kaders uit het consultatiedocument ook gelden als de strategische kaders voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet in Waddinxveen.

•

Advies 5b. Maak duidelijk welke betekenis de inhoud van de strategische kaders hebben voor het beleid en de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet in Waddinxveen. Maak duidelijk welke invulling Waddinxveen geeft of gaat geven aan onder andere de strategische kaders “goed, is goed genoeg”, stevige sociale en pedagogische basis, de uitgangspunten van de positieve gezondheid, het versterken van het gewone leven (normaliseren), de sociale cohesie in de wijk en de goede triage aan de voorkant, waarbij het uitgangspunt ‘matched care’ is.

•

Advies 5c. Maak duidelijk of het vaststellen van de strategisch kaders leidt tot een revisie van het vigerende beleid zoals verwoord in het Beleidskader sociaal domein. Dit geldt eveneens Lokaal gezondheidsbeleid 2020 - 2023 Waddinxveen gelet op het feit dat de strategische kaders ook betrekking hebben op de invulling van de positieve gezondheid.

5 Inkoopplan Nadat de strategische kaders inkoop 2025 zijn vastgesteld door de raden van de betrokken de betroken gemeentes wordt het inkoopplan uitgewerkt. Dit omvat in elk geval het verder uitwerken van de segmenten gespecificeerd in hoofdstuk 5 en de visie op inkoop beschreven in hoofdstuk 6. De uitwerking van de uitgangspunten bij elk van de segmenten zijn behoorlijk globaal en getuigen van een hoog ambitie niveau. Dit geldt ook voor de uitgangspunten van toepassing voor het inkoopplan. Dit maakt dat een echt oordeel over de uitwerking van de segmenten en het inkoopplan niet mogelijk is. Een duidelijk verhaal de betekenis van het inkoopplan voor de inwoners zou de basis moeten zijn om een advies te kunnen geven over het plan. Dit leidt tot het volgende advies: •

Advies 6a. Betrek de adviesraden op enigerlei wijze bij de uitwerking van het inkoopplan. Dit kan op velerlei manieren en hoeft het proces van het tot stand brengen van het inkoopplan niet te vertragen.

•

Advies 6b. Maak, gelet op het voorgaande advies, afspraken met de adviesraden over de wijze waarop hun inbreng een plek kan krijgen in het uitwerken van het inkoopplan.

6 Tot Slot Vanzelfsprekend zijn wij als Participatie Adviesraad graag bereid met u in gesprek te gaan om dit advies nader toe te lichten. Hoogachtend, Aad van Holsteijn, Voorzitter PAR www.par-waddinxveen.nl PAR Waddinxveen

Pagina 3 van 3

28-12-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12867628/2