CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Bijlage participatieproces

Besluitvormende raadsvergadering 11 oktober 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Raadsbesluit regionaal inkoopkader Jeugdhulp en Wmo17.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Strategische kaders Jeugd & Wmo Midden-Holland 2025

maart 2023

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

Inhoudsopgave 1

Participatieproces.....................................................................................................................3

2

Samenvatting opbrengst participatieproces..........................................................................4

3

Opgehaalde reacties.................................................................................................................6

3.1 3.2 3.3 3.4

Bijeenkomst zorgaanbieders en maatschappelijke partners ..............................................6 Enquête zorgaanbieders..........................................................................................................8 Internetconsultatie inwoners Midden-Holland.......................................................................9 Verkenning lokale toegangen in relatie tot inkoop..............................................................10

4

Bebundelde reacties...............................................................................................................12

2

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

1.

Participatieproces

Inleiding Het consultatiedocument is in het najaar van 2022 ter consultatie voorgelegd aan verschillende interne en externe participatiegroepen om de strategische kaders van de inkoop 2025 aan te scherpen en meer richting te geven. De inhoudelijke bijdragen van de verschillende partijen zijn verderop in deze bijlage toegevoegd (3.1 t/m 3.XX). Hieronder een schets van het participatieproces. In hoofdstuk 2 een samenvatting met de hoofdlijnen uit de reacties en de wijze waarop daarmee omgegaan is in het kaderdocument. a. Gemeenteraden van de vijf gemeenten De gemeenteraden hebben in 2022 ter voorbereiding op de inkoop diverse regionale radenbijeenkomsten bijgewoond. De eerste sessie in mei was vooral informatief van aard en had tot doel om meer uitleg te geven over diensten die de regio regionaal inkoopt, hoe een inkoopproces eruitziet, welke keuzes hierin te maken zijn en hoe de ervaringen zijn met de huidige inkoop van zorg op het gebied van jeugd en Wmo. In juni is gesproken over de kaderstelling voor de inkoop. De sessie gaf tevens ruimte voor het beantwoorden van vragen naar aanleiding van de in juni toegezonden rapportages aan de gemeenteraden.

Deze rapportages betroffen 1) een marktverkenning door bureau EHdK, 2) een evaluatie door bureau Radar bij cliëntvertegenwoordigers, zorgaanbieders en samenwerkingspartners ten aanzien van de huidige inkoop en 3) een regioverkenning. Op 1 december heeft een derde regionale radenbijeenkomst plaatsgevonden (fysiek). Deze bijeenkomst stond in het teken van het opgestelde consultatiedocument met de beoogde kaders voor de inkoop jeugd en Wmo 2025. Op basis daarvan hebben de gemeenteraden gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aandachtspunten mee te geven aan de colleges. Voor de meegegeven aandachtspunten zie hoofdstuk 4. b. Adviesraden sociaal domein van de vijf gemeenten Als onderdeel van het participatietraject is er formeel advies aangevraagd bij de adviesraden Sociaal Domein van de vijf gemeenten in Midden-Holland op het consultatiedocument. Om de adviesraden ter voorbereiding op hun advies een toelichting te geven op de inhoud van het document, is er een digitale regionale bijeenkomst georganiseerd op 15 november 2022. Voor de ontvangen reacties zie hoofdstuk 4. c. Bijeenkomst met zorgaanbieders en maatschappelijke partners Op 22 november 2022 heeft een startbijeenkomst ‘Inkoop 2025’ plaatsgevonden met zorgaanbieders en maatschappelijke partners.

Voor deze fysieke bijeenkomst zijn zorgaanbieders, maatschappelijke partners en collega’s vanuit de lokale teams werkzaam in regio Midden-Holland uitgenodigd. Tijdens de bijeenkomst is een toelichting gegeven op de inhoud van het consultatiedocument, waarbij het consultatiedocument voorafgaand aan de bijeenkomst ter inzage openbaar is gesteld op de website van het NSDMH. Anderzijds is er ruimte geweest om het gesprek rond actuele thema’s met elkaar te voeren en hierin aandachtspunten mee te geven. De belangstelling voor deze bijeenkomst was groot, waarbij ruim 120 zorgaanbieders en maatschappelijke partners deze dag hebben bezocht. Voor de resultaten zie 3.1. d. Enquête onder zorgaanbieders Parallel aan de startbijeenkomst stond een online enquête uit, waar zorgaanbieders aanvullend input konden meegeven. Dit gaf de afwezige organisaties de mogelijkheid om hun reactie op het consultatiedocument en hun antwoorden op de belangrijkste vraagstukken bij de thema’s uit het consultatiedocument mee te geven. Ook de aanwezigen tijdens de startbijeenkomst hebben hierdoor de gelegenheid gekregen om naderhand hun input mee te geven. 39 aanbieders hebben hiervan gebruikgemaakt. Voor de resultaten zie 3.2. e.

Internetconsultatie onder inwoners Inwoners van de vijf gemeenten in Midden-Holland hebben in december 2022 de mogelijkheid gekregen om input te leveren op het ‘Consultatiedocument Strategische kaders inkoop 2025’. Op de websites van de gemeenten is het consultatiedocument geplaatst met een (link naar het) reactieformulier. Vanuit twee gemeenten (gemeente Gouda en gemeente Waddinxveen) zijn reacties van inwoners ontvangen. Het gaat in totaal om een beperkt aantal inwoners (39). Voor de resultaten zie 3.3. f. Verkenning lokale toegangen in relatie tot inkoop De toegang is een lokale verantwoordelijkheid. Vanuit diverse partijen zijn signalen gekomen dat dit in relatie tot de inkoop op dit moment tot knelpunten leidt. Om hier meer zicht op te krijgen is een verkenning uitgevoerd naar 3

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

waar de verschillen in de lokale toegangen zitten en de knelpunten zitten in relatie tot de inkoop 2025. Hiervoor is in alle vijf de gemeenten een breed gesprek georganiseerd met medewerkers die betrokken zijn bij de toegang in betreffende gemeente en is deskresearch gedaan. Hierbij is niet gekeken naar de organisatie van de lokale toegang. Daarnaast is beschermd wonen buiten de scope van deze verkenning gehouden, aangezien de toegang hiervoor centraal bij de centrumgemeente (Gouda) ligt. Voor de resultaten zie 3.4.

2. Samenvatting opbrengst participatieproces Uit de vele reacties van diverse organisaties, partijen en inwoners, blijkt een grote betrokkenheid bij de (inrichting van de) zorg en ondersteuning aan inwoners van de regio Midden-Holland. Dit ziet het college als een groot goed. Iedereen is immers van belang en vervult een belangrijke schakel in de keten binnen het sociaal domein. Het college is dan ook blij met de vele waardevolle opmerkingen, aandachtspunten en adviezen en heeft gepoogd deze zo goed mogelijk te verwerken. Inhoudelijk blijkt er breed draagvlak te bestaan voor de kaders en uitgangspunten. Het wordt hierbij soms wel als ‘hoog over’ of als ‘open deuren’ ervaren. Ook kwam naar voren dat sommige elementen meer uitleg vragen (wat wordt bedoeld). In de reacties komen een aantal thema’s vaker voor:

1.

Toegang

Rondom de lokale toegang zijn er uiteenlopende reacties ontvangen. De adviesraden zetten in op versterking van de lokale toegang, door verplichte eisen in de kadernota op te nemen dan wel om over te gaan tot uniformering van de toegang. Vanuit de gemeenteraden is vooral naar voren gekomen dat een uniforme toegang niet als nodig en wenselijk wordt gezien. Er is behoefte aan meer toelichting en onderbouwing voor de ervaren knelpunten in de toegang. Onder zorgaanbieders bestaat de wens om zoveel mogelijk eenduidig te werken, dit werkt efficiënt waardoor de tijd ook zoveel mogelijk besteed kan worden aan het verlenen van zorg. Ook onder de lokale toegangen zelf bestaat de wens om op onderdelen meer af te stemmen om bijvoorbeeld minder in discussie te raken met aanbieders. Verwerking in concept kaderdocument De organisatie van de lokale toegang blijft de verantwoordelijkheid van iedere gemeente afzonderlijk. De huidige inrichting van de toegang biedt mogelijkheden voor bijvoorbeeld lokale integrale samenwerking als ook aansluiting op lokale algemene voorzieningen. In het kaderdocument zetten we wel meer in op samenhang tussen de diverse inkoopinstrumenten (bekostigingsmodel, contractvorm, leveranciersmanagement en de toegang).

De lokale toegang is dan ook een onmisbare schakel in de inkoop en het verbeteren van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de hulp en ondersteuning (bijvoorbeeld het verwijzen naar een best passende aanbieder, zonder wachtlijsten). Hierbij horen stevige lokale teams. Dit heeft geleid tot een nadere uitwerking van triage en regie door de toegang. Bij triage gaat het om een goede verkenning van de hulpvraag, waarbij waar nodig verbindingen worden gelegd met andere aandachtsgebieden. Ook vindt hierbij de afweging plaats rondom algemeen vrij toegankelijk (lokaal) aanbod dan wel de toegang tot het regionaal ingekochte zorgaanbod. Ook vanuit de input van de zorgaanbieders wordt het belang hiervan onderschreven. Bij regie gaat het om het zorgen voor monitoring op de ingezette hulp en afspraken, sluit de hulp goed aan op de behoefte van de inwoner, verloopt deze efficiënt, kan er worden afgesloten?

2.

Keuzevrijheid

Rondom keuzevrijheid zijn er meerdere reacties ontvangen. Vanuit inwonerperspectief komt naar voren dat men een keuze en verbinding tussen hulpverlener en cliënt van belang vindt. Het aantal reacties op de internetconsultatie was beperkt, maar laten twee richtingen zien: enerzijds 3 tot 5 aanbieders om uit te kiezen is voldoende is en anderzijds dat men graag zo breed mogelijk wil kunnen kiezen. Er zijn door advies- en gemeenteraden zorgen geuit over zorgcontinuïteit bij de overgang naar een nieuwe inkoop, bij het fors beperken van het aantal aanbieders. Ook wordt de oproep gedaan oog te houden voor kleine zorgaanbieders, zorgaanbieders met een specialisme dan wel specifiek identiteitsgebonden zorgaanbod. Verwerking in concept kaderdocument Het doel, gerelateerd aan keuzevrijheid, is om te komen tot een overzichtelijk zorglandschap, zodat vanuit contractmanagement efficiënt gestuurd kan worden (zowel op kwaliteit als bijvoorbeeld financiën) en tussen 4

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

aanbieders meer samenwerking gerealiseerd kan worden. Dit draagt bij aan effectieve en goede zorg aan de inwoner. Per segment zal gekeken worden naar een kwalitatief passend aanbod van zorg, waarin de mogelijkheid tot keuzes voldoende is geborgd. Bij dit passende aanbod horen ook specialistische zorgaanbieders dan wel aanbieders met specifieke identiteitsgebonden zorg. De zorgen over zorgcontinuïteit worden meegenomen naar de latere inkoopfase, bij de verdere uitwerking in het inkoopplan. In de segmenten waar nu veel aanbieders zijn kiezen we voor een kwaliteitsgerichte benadering die tot een reductie van aanbieders zal leiden.

3.

Afschalen van zorg

Uit de reacties bleek dat de term ‘Goed genoeg’ tot verwarring leidde. Er was behoefte aan voorbeelden en nadere uitwerking. Ook kwam naar voren dat er zorgen bestaan over het tussen wal en schip raken van inwoners. Door inwoners wordt aangegeven dat de stem van de cliënt, samen met diens netwerk, zorgaanbieder en verwijzer, van belang is bij het bepalen wanneer zorg ‘goed genoeg’ is en er sprake is van voldoende herstel. Zorgaanbieders willen bij dit thema graag samen optrekken met verwijzers, cliënt en systeem van cliënt, zodat er ruimte kan worden gegeven aan normaliseren en de verwachtingen goed op elkaar zijn afgestemd. Tot slot vragen aanbieders bij dit thema aandacht voor verschillen tussen doelgroepen. Verwerking in concept kaderdocument Op dit thema is een aanscherping in de tekst aangebracht. Het gaat om doen wat noodzakelijk is en stoppen zodra dat kan. Het heeft met name betrekking op het afsluiten van trajecten. Hiermee is de zorg dat cliënten tussen wal en schip vallen niet aan de orde. De term ‘goed genoeg’ wordt niet meer gebruikt. Daarnaast zijn in de tekst nuanceringen aangebracht, zoals dat dit niet aan de orde is als het om veiligheid van inwoners gaat.

4.

Samenwerken met cliënt en het (informele) netwerk

Uit diverse reacties is de wens naar voren gekomen om in het concept kaderdocument de inzet van het brede netwerk om de cliënt heen, een bredere buitenste schil naast cliënt en diens netwerk, naar voren te laten komen. Als buitenste schil, om cliënt en netwerk van cliënt heen, worden meermaals bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen en onafhankelijk cliëntondersteuners benoemd. Verwerking in concept kaderdocument In het kaderdocument is de samenwerking met diverse partijen, waaronder ook het netwerk van inwoner, onafhankelijke cliëntondersteuners, ervaringsdeskundigen en andere professionals, nader uitgewerkt.

5. a.

b. c. d.

e. f. g. h.

Naast bovengenoemde thema’s zijn de volgende punten meermaals benoemd:

Zorg voor een duidelijk overzicht van het zorgaanbod (zowel algemene voorzieningen, als ingekocht hulpaanbod), kenbaarheid van organisaties (en elkaars expertise) en lokale teams; Dit wordt meegenomen in het inkoopplan. Het belang van innovatie. In het kaderdocument is dit opgenomen en zal verder uitgewerkt worden in de segmenten in de volgende fase van het inkoopproces. Zorg voor kwaliteitscriteria, maak heldere (contract)afspraken en zorg vervolgens voor (continue) monitoring en sturing. In het kaderdocument zijn outcome-criteria toegevoegd om te sturen op kwaliteit van de geleverde zorg. Verdere uitwerking vindt plaats in het vervolgtraject. Zorgen om wachtlijsten en belang van monitoring. Het monitoren en waar nodig bijsturen op wachtlijsten is opgenomen in het kaderdocument. Hiernaast zijn per segment KPI’s toegevoegd, die waar relevant, ook aandacht hebben voor wachtlijsten. Van zorgaanbieders wordt transparantie gevraagd rondom het . aanleveren van data op dit gebied. Segmentering mag niet ten koste gaan van samenwerking tussen partijen binnen verschillende segmenten. In de verdere uitwerking van de segmenten (inkoopplan) zal hier expliciet aandacht voor zijn, dit is ook opgenomen in het kaderdocument. De wens vanuit de zorgaanbieders en adviesraden is om tijdig betrokken te worden bij het inkoopproces.

Voor de volgende fase van de inkoop wordt gekeken naar een juiste en tijdige betrokkenheid van partijen. Vanuit de gemeenteraden is de wens om het werken met (financieel) integere aanbieders en voorkomen winstmaximalisatie expliciet op te nemen in het kaderdocument. Dit is opgenomen. De behoefte aan leernetwerken en faciliteren van samenwerking tussen partijen. In feite staat dit los van de inkoop, in het vervolg van het inkooptraject is aandacht voor deze behoefte, waar dit wel raakt aan de inkoop.

Het gegeven advies en de input beperkt zich niet tot de hierboven beschreven thema’s en punten, ook op diverse andere onderwerpen is er advies en input meegegeven, welke betrokken is bij het opstellen van het kaderdocument 5

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

of meegenomen wordt in het vervolgproces. Op de reacties van de gemeenteraden en adviesraden volgt een separate puntsgewijze reactie.

3.

Opgehaalde reacties

3.1

Bijeenkomst zorgaanbieders en maatschappelijke partners

Thema “Goed genoeg”

Visie: “Hulp en ondersteuning is in de kern gericht op het duurzaam om kunnen gaan met de situatie.” Uitgangspunt: “De hulp en ondersteuning wordt tijdig afgerond, vanuit het idee: ‘Goed Genoeg’.” Tijdens de zes sessies met de zorgaanbieders en maatschappelijke partners is er doorgevraagd op dit thema door twee vraagstukken centraal te stellen. Onderstaand wordt de essentie uit de beantwoording op deze twee vraagstukken samengevat. Hoe zet je “goed genoeg” in gang? 1. Duidelijke, realistische en gedragen doelstellingen 2. Invulling van de term “goed genoeg” bij alle partijen helder en gedragen (duidelijke afbakening tussen ... ‘zorg nodig hebben’ en ‘kunnen omgaan met problematiek’). 3. Wanneer de cliënt kennis heeft van een overzicht en zijn/haar opties binnen het informele zorgnetwerk .. (creëer een stevige opvangnet wanneer de zorg beëindigd wordt) 4. Borg het verwachtingsmanagement door bij aanvang van het traject (intake/triage) het bovengenoemde al uit te voeren 5. Systeemgerichte zorgverlening 6. Om “goed genoeg” preventief toe te passen bij jeugdigen zijn er twee doelgroepen die hierbij van groot belang zijn: ouders en school 7. Bij jeugdigen is het van belang om niet alleen te beoordelen wanneer zorg “goed genoeg” is, maar ook . wanneer het veilig genoeg is Welke risico’s heeft “goed genoeg”? 1. Het voorkomen van “draaideurcliënten”.

Terugvallen in de zorg en hierdoor hoppen tussen zorgaanbieders. 2. De mogelijkheid moet blijven bestaan om de inwoner persoonlijk maatwerk te kunnen bieden.

Thema effectiviteit en doelmatigheid

Binnen dit thema is het gesprek gevoerd over enerzijds doelmatigheid met als uitgangspunt de mogelijkheid van het behalen van resultaten met een beperkt mogelijke inzet. Anderzijds is gesproken over de effectiviteit van de ingezette zorg, met als uitgangspunt het bieden van hulp die werkt. Hierbij stonden twee vraagstukken centraal, namelijk “Wat zien we jullie doen of juist niet?” en “Wat zie je bij de inwoner?”. Wat zien we jullie doen of juist niet? 1. De doelstelling moet realistisch zijn en gedragen worden door de gemeente, zorgaanbieder en de inwoner zelf. 2. Goede triage is nodig, zowel binnen de toegang als bij de zorgaanbieder of verwijzer. 3. Betere aansluiting van het voorliggend veld op de zorgpartners. 4. Een overzichtelijk en afgestemde sociale kaart binnen de regio helpt normaliseren, afschalen en goede en tijdige uitstroom. 5. Meer verbinding zoeken tussen aanbieders en vrijwilligersorganisaties om de toenemende vraag op te .. vangen. 6. Verbinding zoeken met elkaar en met name op het gebied van leren en delen van kennis en collectief naar grotere vraagstukken kunnen kijken. Wat zie je bij de inwoner? 1. Centraal stellen van de eigen kracht van de inwoner. 2. De gedachtegang van de betrokken partijen binnen de zorgverlening moet omgebogen worden van 6

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

3.

aandacht besteden aan de beperking naar aandacht leggen op de kwaliteiten van de inwoner Ouders betrekken bij de zorgverlening en handvatten bieden voor de zorg/ondersteuning maakt het mogelijk om de ouders in eigen kracht te zetten wanneer de jeugdige lichte problematiek heeft en je de . zorg zou kunnen afschalen.

Thema doelgroep

Tijdens de sessies rond het thema doelgroep is er aan de hand van stellingen input opgehaald met betrekking tot het uitgangspunt “Hulp en ondersteuning voor diegene die dit het meest nodig hebben”. 1. Als mensen (te) lang op een wachtlijst staan komt dat omdat de juiste zorg niet is ingekocht: ruim 90% . oneens. Juiste zorg, maar onjuiste volume. Knelpunt in de doorstroom. Capaciteitsprobleem bij zowel de gemeente (juiste indicatie) als bij de zorgaanbieder (zorg kunnen verlenen). 2. We hebben voldoende kennis van deze doelgroep om de juiste keuzes te maken m.b.t. triageren/ prioriteren: gelijke verdeling. Meer afstemming en een goede overdracht tussen de gemeente en de zorgaanbieder. 3. De huidige samenwerking in de regio faciliteert de inzet van passende (kwalitatieve en effectieve) zorg bij complexe hulpvragen: ruim 90% van de oneens. Zorg is dat de beweging naar het segmenteren de zorgdiensten juist nog meer uit elkaar haalt en de verbinding van partijen binnen verschillende segmenten vermoeilijkt. 4. Voor de doelgroep “meest nodig” is het van belang om goed te investeren in de match tussen de hulpverlener en cliënt: volledig eens. Juiste match wordt beschouwd als belangrijkste factor voor een effectieve zorgverlening en goede randvoorwaarden hierin opstellen van groot belang. 5.

Om passende zorg te regelen voor deze complexe doelgroep is het van belang dat er eerst een goede diagnose wordt gesteld: ruim 70% oneens. Een diagnose is van vele factoren afhankelijk en kan pas tijdens de behandeling vastgesteld worden, denk aan onderliggende problematiek. Een duidelijk hulpvraag wordt daarentegen wel voor aanvang van het traject opgesteld. 6. Mijn organisatie is in staat om voor deze cliënten effectieve overbruggingszorg te realiseren als er wachtlijsten zijn: 30% eens. Overbruggingszorg is geen passende zorg voor de wachtende cliënt, waardoor je geen effectiviteit kan behalen maar wel stabiliteit in de hulpvraag.

Thema innovatie en krapte op de arbeidsmarkt

Tijdens de sessies rond dit thema stonden de volgende vragen/stellingen centraal: • Wat is nodig om vorm te geven aan de kaders van de inkoop 2025 in Midden-Holland, gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt? • ‘Innovatie is dé oplossing voor de krapte op de arbeidsmarkt’ versus ‘Door de krapte op de arbeidsmarkt is er geen ruimte voor innovatie’. De zorgaanbieder: 1. Heeft in de huidige ontwikkelingen een belangrijke taak in het binden en boeien van personeel. 2. De krapte op de arbeidsmarkt speelt voornamelijk bij de zwaardere zorgsectoren speelt, denk aan de crisisdienst. De gemeente: 1. Er moet ruimte (flexibiliteit) worden gecreëerd binnen de contracten en inkoopvoorwaarden, zodat innovatie door de zorgaanbieder mogelijk gemaakt kan worden. Samenwerking: 1. Door samenwerking en het faciliteren van netwerken sta je als zorgaanbieder niet alleen voor bepaalde . vraagstukken en uitdagingen en leer je vanuit ervaringen en niet vanuit de maker. 2. De gemeente zou hier een belangrijke rol in kunnen spelen en de inkoop wordt gezien als een goed moment om een prikkel in te zetten zodat aanbieders een actieve rol nemen hierin. 3. De segmentering niet te laten leiden tot belemmering om domein overstijgende jeugdhulp te kunnen bieden. Segmentering kan ook risicovol zijn voor integrale vraagstukken en de samenwerking hierin.

Thema normaliseren

In het kader van normaliseren en de samenwerking hierin zijn er twee stelling voorgesteld en is hier het gesprek over gevoerd; 7

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

• •

Voor een goede samenwerking is een overzichtelijk zorglandschap nodig waar partijen elkaar kennen. Van zorgaanbieders mag verwacht worden dat zij de lokale sociale kaart kennen en fysiek bereikbaar zijn in de gemeente waar zij hulp en ondersteuning bieden.

Ruim 85% is het eens met de eerste stelling. En een kleine 25% is het eens met de tweede stelling. Tijdens de gesprekken is een aantal conclusies en aandachtspunten benoemd: 1. De vindbaarheid van de sociale kaart wordt als belangrijk gezien, waarbij vanuit het perspectief van de . inwoner de vindbaarheid opgesteld moet worden. 2. Er zal moeten worden ingezet op netwerkverantwoordelijkheid. 3. Er valt nog winst te behalen in de verbinding met de toegang/sociaal team en het onderwijs. 4. Elkaar opzoeken en samenwerken is erg lastig, aangezien we met vijf verschillende sociale teams te maken hebben en elk voorliggend veld is anders. 5. Voornamelijk voor de kleine zorgaanbieders zou het helpen om zo nodig te kunnen sparren met het sociaal team bij complexe vraagstukken.

Conclusies 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

De visie en uitgangspunten moeten regionaal gedragen worden door alle partijen om deze daadwerkelijk te kunnen uitvoeren door de toegang. De triage en de noodzaak om met een integrale gezinsblik de triage uit te voeren wordt een (nog) belangrijke stap in het proces om tot een goede uitvoering van normaliseren en tijdige afronding van zorg en ondersteuning te komen. Segmenteren mag geen belemmering zijn voor het collectief oppakken van segment overstijgende vraagstukken en samenwerking van partijen. Hier zijn zorgen over. Voor het normaliseren en tijdige afronding door de gemeente en de zorgaanbieder is overzicht en kennis van de voorliggende voorzieningen van belang en de kenbaarheid ervan bij de betrokken partijen (inwoner, vijf gemeenten, zorgaanbieders en maatschappelijke partners. Binnen de jeugdhulp zijn twee doelgroepen cruciaal om bij het gehele traject (beter) te betrekken en de . visie te dragen, namelijk de ouders en het onderwijs. Biedt ze handvatten om bij afschaling en afronding duurzaam herstel te kunnen realiseren. Voor meer verbinding en samenwerking tussen de partijen is overzichtelijkheid in het zorglandschap en van de sociale teams van belang. Daarnaast wordt van de regio gemeenten verwacht dat ze meer initiatief nemen in de verbinding en samenwerking hiervan.

Vanuit de zorgaanbieders wordt voornamelijk verwacht dat de gemeente ruimte in de contractvoorwaarden creëert om als zorgaanbieder te kunnen innoveren. Ook de verantwoordelijkheid van het faciliteren van leernetwerken ligt volgens de zorgaanbieders bij de regio gemeenten.

3.2 Enquête zorgaanbieders Vraag 1: Samenwerken in het kader van normaliseren en duurzaam borgen van dat wat ‘geleerd’ is Volgens de respondenten zijn een aantal zaken nodig om beter samen te werken met andere partners. Het gaat hier voornamelijk om het kennen van elkaar, het aanbod (zowel van andere zorgaanbieders als het voorliggend veld) en vervolgens het delen van kennis en expertise met elkaar. Hierbij zijn duidelijke regie (wie doet wat?) en een gemeenschappelijke visie en eenduidige afspraken, van belang. Respondenten zien een rol voor de regio om samenwerking en kennismaking te bevorderen via bijeenkomsten, alsmede om expliciet financiering te geven aan deze samenwerking en kennisdeling. Tot slot wordt ontschotting tussen financieringsstromen benoemd. Vraag 2: Hulp en ondersteuning (Jeugdwet en Wmo) voor diegene die dit het meest nodig hebben Dit wordt als een belangrijk uitgangspunt ervaren door respondenten. Er wordt aangegeven dat hierbij vertrouwen vanuit de gemeenten en aanbieders in elkaars expertise, belangrijk is. Hiernaast is een goede triage aan de voorkant nodig (waarbij onder meer gekeken wordt naar het voorliggend en preventieve aanbod), waarbij vervolgens juiste beschikkingen volgen en snel de juiste zorg beschikbaar moet zijn. Het gaat hier om matched care in plaats van stepped care.

Tot slot is hierbij flexibiliteit noodzakelijk om gerichte hulp in te kunnen zetten. Vraag 3: Hulp wordt doelmatig ingezet en leidt tot stabilisatie van de situatie of duurzaam herstel Volgens de respondenten is het volgende nodig om hier beter uitvoering aan te kunnen geven: Meer mogelijkheden van het flexibel inzetten van de zorg en ondersteuning (maatwerk) (51,2%) 8

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

-

Ruimte voor innovatie (nieuwe werkwijze) (29,3 %) Betere regie op de voortgang (24,4 %) Inzetten van formeel/informeel netwerk voor het borgen van wat geleerd is (24,4%)

Vraag 4: De hulp wordt tijdig afgerond vanuit het idee: ‘Goed genoeg’ De respondenten kunnen zich in dit uitgangspunt vinden. Hierbij zijn een aantal zaken van belang. Allereerst is het niet bij elke doelgroep mogelijk dan wel wenselijk om tijdig zorg af te ronden (verschil tussen jeugd en ouderen en bijv. forensische doelgroep). Om hier uitvoering aan te kunnen geven is het verder van belang om aan de voorkant, zowel met cliënt, verwijzer als aanbieder, het gesprek te voeren over verwachtingen, wat ‘goed genoeg’ inhoudt en om hierbij concrete, duidelijke en haalbare doelen te stellen. Deze worden gemonitord en gevolgd via onder meer evaluaties. De inzet van het netwerk en systeem van de cliënt is bij dit uitgangspunt zeer belangrijk. Tot slot wordt het belang van nazorg (bij zowel organisatie als preventieve veld en eigen netwerk) en waakvlamfuncties of terugvalmogelijkheid benadrukt. Dit vraagt flexibiliteit om te kunnen op- en afschalen in zorgbehoefte. Vraag 5: Is er nog iets dat u ten aanzien van het consultatiedocument Inkoop 2025 Midden-Holland wilt meegeven? Dit betroffen diverse zaken.

Het gaat onder andere om tips om informatie op te halen bij andere regio’s, oproep om oog te blijven houden voor kleine zorgaanbieders, het verzoek om tijdig zorgaanbieders te betrekken bij de inkoop, te zorgen voor een gevarieerd zorgaanbod en gezamenlijk te werken als zorgaanbieders en gemeenten samen aan de uitdagingen in het sociaal domein.

3.3 Internetconsultatie inwoners Midden-Holland Algemeen: Een aantal inwoners gaf aan dat het consultatiedocument lastig toegankelijk was; ingewikkeld en teveel ambtelijke taal. Inhoudelijk: De inhoudelijke reacties zijn in onderstaande thema’s geclusterd. Per thema worden de belangrijkste aandachtspunten benoemd. -

-

-

-

Hulp en ondersteuning, ‘Goed genoeg’ – wanneer is er sprake van voldoende herstel, zodat hulp kan worden afgesloten? Uit de reacties kwam naar voren dat het ‘goed genoeg’ is wanneer cliënt, eventuele systeem (familie) en behandelaar tevreden zijn en er wordt voldaan aan de behoefte en vraag van de cliënt. De inwoner kan . weer zo veel mogelijk zelfstandig zijn leven leiden. Het is hierbij van belang dat de hulp wordt afgestemd op de cliënt en dat er maatwerk wordt geleverd. Doelgroep – welke inwoners hebben de hulp het meeste nodig? Uit de reacties blijkt dat het naar de mening van inwoners gaat om een brede groep. Allereerst gaat het . om alle inwoners die om wat voor reden dan ook, hulpbehoevend zijn en voor wie het niet lukt om hun .. eigen leven vorm te geven. Specifiek worden jongeren en ouderen benoemd, mensen met een (meervoudige) problematiek en beperking, en mensen die beperkte financiële middelen hebben en in armoede leven. Kwaliteit van het hulp – en ondersteuningsaanbod – wat vindt de inwoner belangrijk bij de keuze . voor een organisatie? Inwoners vinden het bij een organisatie van belang dat deze klantgericht is: duidelijke, open, persoonlijk en snelle communicatie en goede bereikbaarheid.

Hiernaast dient de organisatie betrouwbaar te zijn en bij de beantwoording van de hulpvraag gericht te zijn op de behoefte, wensen en oplossingen van cliënt bij het te behandelen probleem (passend zijn). Tot slot vindt men snelle beschikbare hulp belangrijk die van goede kwaliteit is en waar men als organisatie ervaring mee heeft. Van dekkend naar passend hulpaanbod: Keuzevrijheid Uit de reacties komt naar voren dat de meeste respondenten een keuze bij een hulpverlener van belang vinden. De reacties laten duidelijk twee trends zien. Aan de ene kant wordt overwegend en meermaals aangegeven dat 3 tot 5 aanbieders om uit te kiezen, voldoende is. Anderzijds zijn er meerdere reacties waarbij het aantal zorgaanbieders niet in aantallen wordt beperkt tot 5, maar waar wordt aangegeven dat men graag zo breed mogelijk wil kunnen kiezen. Hierbij is het voornamelijk van belang dat de aanbieder kan bieden wat in dat specifieke geval nodig is en dat er een klik is.

9

Bijlage Participatieproces Inkoop 2025

3.4 Verkenning lokale toegangen in relatie tot inkoop

10

11

Gebundelde reacties gemeenteraadsleden en adviesraden: 1. Gezamenlijke fracties PvdA en Groenlinks uit de 5 gemeenteraden Midden-Holland (p. 2 – 5) 2. Motie ‘keuzevrijheid’ gemeenteraad Waddinxveen (p. 6) 3. Motie ‘alternatieve inkoop gesloten jeugdzorg’ gemeenteraad Waddinxveen (p. 7) 4. Motie ‘Verandering in beleidsvisie zorg’ gemeenteraad Waddinxveen (p. 8) 5. Motie ‘lokale zorg en samenhang in regio’ gemeenteraad Waddinxveen (p. 9) 6. Reactie commissie samenleving Bodegraven-Reeuwijk (p. 10 – 12) 7. Reactie fracties gemeenteraad Zuidplas (p. 13 – 14) 8. Zienswijze commissie samenleving gemeente Krimpenerwaard (p. 15 – 18) 9. Zienswijze commissie samenleving gemeente Gouda (p. 19 – 20) 10. Reactie adviesraad Zuidplas (p. 21 – 23) 11. Advies adviesraad Krimpenerwaard (p. 24 – 30) 12. Advies adviesraad Bodegraven-Reeuwijk (p. 31 – 35) 13. Reactie Goudse adviesraad sociaal domein (p. 36 – 37) 14. Advies Participatie adviesraad Waddinxveen (p. 38 – 40)

Colleges van B&W van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Zuidplas en Waddinxveen, t.a.v. de wethouders Sociaal Domein/Jeugd/WMO BOSD, t.a.v. voorzitter D. de Haas

Krimpen aan de Lek, 29 december 2022

Geacht college, Afgelopen 1 december vond een regionale radenbijeenkomst plaats inzake het Sociaal Domein. Tijdens deze bijeenkomst werd door de aanwezige raads-, commissie- en collegeleden uit de vijf gemeenten van Midden-Holland uitvoerig gesproken over het Consultatiedocument inkoop Jeugd en WMO 2025. Afgesproken is dat wensen en bedenkingen aangeleverd kunnen worden tot uiterlijk 31 december 2022. De PvdA en GroenLinks fracties uit de vijf gemeenteraden van Midden-Holland bieden u daarom in deze gezamenlijke reactie een aantal punten ter nadere overweging aan.

1. Regioperspectief: complementair Het consultatiedocument lijkt op twee gedachten te hinken, te weten het bieden van een visie op jeugdhulp en WMO, zoals vooral in de inleiding en in hoofdstuk 3 wordt beschreven en aan de andere kant het bieden van handvatten voor de ‘ínkoop’ van diensten om mensen te helpen, zorg te bieden of te ondersteunen. De visie is beschreven in het stuk Scherper aan de wind. Daarom hadden we liever gezien dat dit stuk was geschreven vanuit de opgave voor de regio om het inkoopproces zo goed mogelijk vorm te geven gegeven het beleid van de vijf gemeenten. Dat betekent wat ons betreft dat het gaat om het selecteren van de beste aanbieders en het monitoren/meten of ze de beste zorg leveren, aansluitend op de behoefte aan zorg/hulp/ondersteuning in elke gemeente. We beseffen dat wanneer elke gemeente op een eigen manier omgaat met de hulpvraag van een inwoner, bijvoorbeeld door te na te gaan in hoeverre de hulpvraag lokaal kan worden beantwoord, dit kan leiden tot verschillen in de aard van de hulpvraag die aan ‘regionale’ aanbieders wordt gesteld. Dit vinden wij echter geen argument om de ‘toegang’ te uniformeren. Het stelt wel eisen aan de regio om diensten op een voldoende gedifferentieerd niveau in te kopen. Doordat toch al wordt voorgesteld om diensten te segmenteren, moet dat mogelijk zijn.

Van aanbieders mag worden verwacht dat zij hiermee kunnen omgaan. In het stuk zien we voorts op verschillende punten een verschuiving van het hoofddoel om de inwoner goede zorg te bieden naar allerlei ‘bureaucratische’ doelen, zoals het uniformeren van de ‘toegang’, het creëren van een overzichtelijk zorglandschap en het verkorten van zorgtrajecten (‘goed is goed genoeg’) zonder dat duidelijk wordt wat dit bijdraagt aan het hoofddoel. Overigens vinden wij het niet een taak van de regio om te bepalen wanneer voldoende hulp of zorg is geboden.

2. Inkoop: kwaliteit centraal In hoofdstuk 4 gaat het over de vraag hoe de inkoop gaat worden vormgegeven en welke uitgangspunten gelden, te weten: 1. 2. 3. 4.

Kwaliteit bieden Zorg beschikbaar en toegankelijk houden Passende zorg bieden Zorg betaalbaar houden

Op elk van deze punten gaan we kort in.

Kwaliteit bieden Bij kwaliteit bieden gaat het om het selecteren en behouden van goede aanbieders. Wat de selectie betreft zijn wij het eens met het hanteren van criteria zoals het werken volgens professionele standaarden, zoals de richtlijnen jeugdhulp van het NJI. Wat ons betreft mag de nadruk ook komen te liggen op dit criterium. Aanbieders die niet werken volgens dit soort evidence-based richtlijnen kunnen dan worden geweerd. Daarnaast blijven natuurlijk de eisen ten aanzien van organisatie en financieel beheer van belang. Financiële integriteit moet onderdeel uitmaken van het inkoopkader, zodat zorgaanbieders geen exorbitant hoge winsten kunnen maken. Uiteindelijk is de kwaliteit van de geboden diensten van doorslaggevend belang. Om te weten of onze inwoners kwalitatief de goede ondersteuning en hulp ontvangen, is het cruciaal dat de kwaliteit wordt gemeten. We beseffen dat dit niet altijd even gemakkelijk is. Soms kan een inwoner bijvoorbeeld tevreden zijn met de geboden hulp, maar zou een andere vorm van hulp beter zijn geweest. Met andere woorden: tevredenheidsonderzoek is nuttig, maar volstaat niet. Goede vastlegging over het te bereiken doel van de hulp gepaard aan metingen of het doel is gehaald, is nodig. Dat betekent overigens niet dat een heel ingewikkeld systeem van indicatoren moet worden opgetuigd. Houd het zo simpel mogelijk.

Het meten of het doel is behaald, is ook van belang om te kunnen beslissen over voortzetting of beëindiging van hulp. Van aanbieders die geen goede kwaliteit leveren, blijkend uit tevredenheidsonderzoek en resultaatmetingen, zou het contract moeten worden beëindigd. Een aspect dat bij het bereiken van het doel in een aantal gevallen een rol speelt, is dat de aanbieder het probleem niet alleen kan oplossen, maar dat samenwerking met anderen nodig is. Dit aspect moet uitdrukkelijk worden meegenomen in een kwaliteitssysteem. Een inwoner heeft recht op hulp en niet op hulp die beperkt wordt door wat de toevallige aanbieder kan bieden.

Zorg beschikbaar en toegankelijk houden én passende zorg bieden De regio heeft een wezenlijke taak als het gaat om het beschikbaar en toegankelijk houden van zorg/hulp/ondersteuning. Er moet voor alle vormen van benodigde hulp voldoende capaciteit worden ‘ingekocht’. Een Open-House-constructie is dan ideaal: alle aanbieders die aan de selectiecriteria voldoen, mogen hulp aanbieden aan onze inwoners en onze inwoners hebben meestal keus uit meer aanbieders. Dat kan prettig zijn in verband met reisafstanden, wachtlijsten of vanwege een andere reden. Daarom is het beperken van het aantal aanbieders anders dan op basis van de hierboven genoemde selectiecriteria geen goed idee. Dat een ‘overvloed aan aanbieders’ verhindert dat inwoners passende zorg krijgen, lijkt

een drogreden. Dit is alleen het geval als verwijzers (vooral het lokale team en de huisartsen) inwoners met een hulpvraag verwijzen naar een slechte aanbieder. Goede selectie vooraf gecombineerd met goede kwaliteitsmetingen moet dit onmogelijk maken. Wij zijn er van overtuigd dat het toepassen van de bovengenoemde criteria (evidence-based werken, een robuuste organisatie en deugdelijk financieel beheer) het aantal aanbieders overzichtelijk houdt.

Zorg betaalbaar houden Het leveren van kwaliteit is vaak de beste manier om de zorg betaalbaar te houden, omdat problemen beter worden opgelost. Als het gaat om hulp en zorg, is het sturen op kosten vaak eerder kostenverhogend dan kostenbeperkend. Dit komt omdat de ambtenaren die op kosten willen sturen, niet de middelen hebben om dat te doen. Het is immers – gelukkig – de professional die samen met de hulpvragende inwoner bepaalt of het doel is behaald. De zogeheten budgetplafonds lijken handig om te sturen op kosten, maar zijn dat niet, zeker niet als het aantal zorgaanbieders ook nog eens wordt beperkt en de capaciteit aan hulpverleners schaars is. AEF heeft in het rapport “Stelsel in groei” het volgende over budgetplafonds gezegd: “Uit het onderzoek bleek dat het budgetplafond in de praktijk niet tot besparingen leidt. Dit komt met name omdat het bereiken van het budgetplafond vooral leidt tot het verhogen van het budget of het onderbrengen van jeugdigen bij andere aanbieders en niet tot andere afwegingen van professionals over bijvoorbeeld uitstroom.” Er is wel een situatie denkbaar waar een budgetplafond wèl zin heeft, namelijk als je weet dat een bepaalde aanbieder onder de maat presteert, maar niet zodanig slecht dat je die aanbieder kunt uitsluiten.

In zo’n geval kun je een volumebeperking afspreken, zodat je inwoners die hulp nodig hebben, naar een betere aanbieder kunt laten gaan. Ook hier is een voorwaarde dat de kwaliteit van de verschillende aanbieders bekend is, opdat de beste aanbieders de meeste cliënten krijgen.

3. Besluitvorming Het consultatiedocument roept de vraag op wie precies waarvoor verantwoordelijk is. Dat geldt ook voor de besluitvorming over het document. Het lijkt ons een goed idee om, bijvoorbeeld in een tabel, aan te geven wie op welke momenten aan zet is: het regiobestuur, de wethouder of de raad. Onderdeel daarvan is de vraag hoe omgegaan wordt met aangenomen moties. Betekent een afwijkend geluid van één raad bijvoorbeeld dat de motie niet wordt uitgevoerd? Voorts is het wenselijk om aan te geven hoe en hoe frequent de raden informatie kunnen verwachten over de voortgang en resultaten van het contractmanagement.

4. Tot slot De gedachte achter de decentralisatie van 2015, namelijk het zo laagdrempelig en lokaal mogelijk bieden van hulp/zorg aan inwoners die dat nodig hebben volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur, steunen wij nog steeds. Helaas blijkt het niet altijd even gemakkelijk te zijn om dit ideaalbeeld te realiseren. In de praktijk zijn gemeenten niet goed in

staat geweest om onnodige overhead te vermijden, om te zorgen dat lokale hulp- en zorgverleners in staat zijn om naar goede aanbieders te verwijzen, om te vermijden dat zorgaanbieders te maken krijgen met onnodige administratieve lasten en om te vermijden dat handige 'zorgaanbieders' de zorg vooral als melkkoe zien. De marktwerking, die vooral bedoeld was om inwoners te kunnen laten kiezen uit de beste zorgaanbieders, heeft niet geleid tot de gewenste empowerment van degenen die zorg nodig hebben, maar eerder tot fragmentering van het aanbod. Segmentering van het aanbod, het bieden van meer inzicht in wat elke aanbieder te bieden heeft en het betalen voor het gewenste resultaat in plaats voor uren hulp/zorg (uurtje-factuurtje) kunnen hierin verbetering brengen. Als dit niet lukt, zullen we een alternatief voor het huidige model van concurrentie tussen aanbieders moeten zoeken.

OPEN HOUSE: De regio sluit een overeenkomst af met alle partijen die voldoen aan de voorwaarden van de regio en die de hulp willen leveren tegen het tarief dat de regio heeft vastgesteld. De regio maakt de opdracht voor de uitvoering van jeugdhulp openbaar en aanbieders kunnen daar op inschrijven. Essentieel is dat burgers zelf hun aanbieder kiezen. De regio heeft zo met verschillende aanbieders een overeenkomst, maar er is pas sprake van levering wanneer een burger zich bij een aanbieder meldt. De regio kan dus een overeenkomst hebben waarbij het nooit komt tot levering. De regio hoeft bij deze vorm niet aan te besteden.

Wij kijken uit naar de afronding van het document dat begin volgend jaar ter besluitvorming wordt voorgelegd en de wijze waarop alle commentaren worden verwerkt. Wij wensen u veel succes en wijsheid in uw afwegingen.

Met vriendelijke groet,

De PvdA en GroenLinks fracties uit de vijf gemeenteraden van Midden-Holland,

Reinoud Doeschot, GroenLinks Bodegraven-Reeuwijk Monique Jonker, PvdA Bodegraven-Reeuwijk Tim Geluk, GroenLinks Gouda Ahmed El Haddaoui, PvdA Gouda Sandro Kovačić, PvdA-GroenLinks Krimpenerwaard Jacques Bovens, PvdA-GroenLinks Zuidplas Martin Kraaijestein, PvdA-GroenLinks Waddinxveen

Het consultatiedocument is besproken in de vergadering van de commissie Samenleving van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op 14 december 2022. Hieronder volgt de gezamenlijke reactie op drie hoofdpunten, te weten het regioperspectief, kwaliteit als voornaamste criterium en de betrokkenheid van de Raden. ---------------------------------1. Regioperspectief: complementair Het consultatiedocument lijkt op twee gedachten te hinken, te weten het bieden van een visie op jeugdhulp en WMO, zoals vooral in de inleiding en in hoofdstuk 3 wordt beschreven en aan de andere kant het bieden van handvatten voor de ‘ínkoop’ van diensten om mensen te helpen, zorg te bieden of te ondersteunen. Wij hadden liever gezien dat het stuk was geschreven vanuit de opgave voor de regio om het inkoopproces zo goed mogelijk vorm te geven gegeven het beleid van de vijf gemeenten. Dat betekent wat ons betreft dat het gaat om het selecteren van de beste aanbieders en het monitoren/meten of ze de beste zorg leveren, aansluitend op de behoefte aan zorg/hulp/ondersteuning in elke gemeente. We beseffen dat wanneer elke gemeente op een eigen manier omgaat met de hulpvraag van een inwoner, bijvoorbeeld door te na te gaan in hoeverre de hulpvraag lokaal kan worden beantwoord, dit kan leiden tot verschillen in de aard van de hulpvraag die aan ‘regionale’ aanbieders wordt gesteld.

Dit vinden wij echter geen argument om de ‘toegang’ te uniformeren. Het stelt wel eisen aan de regio om diensten op een voldoende gedifferentieerd niveau in te kopen. Doordat toch al wordt voorgesteld om diensten te segmenteren, moet dat mogelijk zijn. Van aanbieders mag worden verwacht dat zij hiermee kunnen omgaan. In het stuk zien we voorts op verschillende punten een verschuiving van het hoofddoel om de inwoner de goede zorg te bieden naar allerlei ‘bureaucratische’ doelen, zoals het uniformeren van de ‘toegang’, het creëren van een overzichtelijk zorglandschap en het verkorten van zorgtrajecten (‘goed is goed genoeg’) zonder dat duidelijk wordt wat dit bijdraagt aan het hoofddoel.

2. Inkoop: kwaliteit centraal In hoofdstuk 4 gaat het over de vraag hoe de inkoop gaat worden vormgegeven en welke uitgangspunten gelden, te weten: ● ● ● ●

Kwaliteit bieden Zorg beschikbaar en toegankelijk houden Passende zorg bieden Zorg betaalbaar houden

Op deze punten gaan we kort in.

Kwaliteit bieden Bij kwaliteit bieden gaat het om het selecteren en behouden van goede aanbieders. Wat de selectie betreft zijn wij het eens met het hanteren van criteria zoals het werken volgens professionele standaarden, zoals de richtlijnen jeugdhulp van het NJI. Wat ons betreft mag de nadruk ook komen te liggen op dit selectiecriterium. Aanbieders die niet werken volgens dit soort evidence based richtlijnen kunnen dan worden geweerd. Uiteindelijk is de kwaliteit van de geboden diensten van doorslaggevend belang. Om te weten of onze inwoners kwalitatief de goede ondersteuning en hulp ontvangen, is het cruciaal dat de kwaliteit wordt gemeten. We beseffen dat dit niet altijd even gemakkelijk is. Soms kan een inwoner bijvoorbeeld tevreden zijn met de geboden hulp, maar zou een andere vorm van hulp beter zijn geweest. Met andere woorden: tevredenheidsonderzoek is nuttig, maar volstaat niet. Goede vastlegging over het te bereiken doel van de hulp gepaard aan metingen of het doel is gehaald, is nodig. Dat betekent overigens niet dat een heel ingewikkeld systeem van indicatoren moet worden opgetuigd. Houd het zo simpel mogelijk. Van aanbieders die geen goede kwaliteit leveren, blijkend uit tevredenheidsonderzoek en resultaatmetingen, zou het contract moeten worden beëindigd.

Een aspect dat bij het bereiken van het doel in een aantal gevallen een rol speelt, is dat de aanbieder het probleem niet alleen kan oplossen, maar dat samenwerking met anderen nodig is. Dit aspect moet uitdrukkelijk worden meegenomen in een kwaliteitssysteem. Een inwoner heeft recht op hulp en niet op hulp die beperkt wordt door wat de toevallige aanbieder kan bieden. Zorg beschikbaar en toegankelijk houden en passende zorg bieden De regio heeft een wezenlijke taak als het gaat om het beschikbaar en toegankelijk houden van zorg/hulp/ondersteuning. Er moet voor alle vormen van benodigde hulp voldoende capaciteit worden ‘ingekocht’. Een Open-House-constructie is dan ideaal: alle aanbieders die aan de selectiecriteria voldoen, mogen hulp aanbieden aan onze inwoners en onze inwoners hebben meestal keus uit meer aanbieders. Dat kan prettig zijn in verband met reisafstanden, wachtlijsten of vanwege een andere reden. Daarom is het beperken van het aantal aanbieders anders dan op basis van de hierboven genoemde selectiecriteria geen goed idee. Dat een ‘overvloed aan aanbieders’ verhindert dat inwoners passende zorg krijgen, lijkt een drogreden. Dit is alleen het geval als verwijzers (vooral het lokale team en de huisartsen) inwoners met een hulpvraag verwijzen naar een slechte aanbieder. Goede selectie vooraf gecombineerd met goede kwaliteitsmetingen moet dit onmogelijk maken.

Zorg betaalbaar houden Het leveren van kwaliteit is vaak de beste manier om de zorg betaalbaar te houden, omdat problemen beter worden opgelost. Als het gaat om hulp en zorg, is het sturen op kosten vaak eerder kostenverhogend dan kostenbeperkend. Dit komt omdat de ambtenaren die op kosten willen sturen, niet de middelen hebben om dat te doen. Het is immers - gelukkig - de professional die samen met de hulpvragende inwoner bepaalt of het doel is behaald. De zogeheten budgetplafonds lijken handig om te sturen op kosten, maar zijn dat niet, zeker niet als het aantal zorgaanbieders ook nog eens wordt beperkt en de capaciteit aan hulpverleners schaars is. AEF heeft in het rapport “Stelsel in groei” het volgende over budgetplafonds gezegd: “Uit het onderzoek bleek dat het budgetplafond in de praktijk niet tot

besparingen leidt. Dit komt met name omdat het bereiken van het budgetplafond vooral leidt tot het verhogen van het budget of het onderbrengen van jeugdigen bij andere aanbieders en niet tot andere afwegingen van professionals over bijvoorbeeld uitstroom.” Er is overigens wel een situatie denkbaar waar een budgetplafond wèl zin heeft, namelijk als je weet dat een bepaalde aanbieder onder de maat presteert, maar niet zodanig slecht dat je die aanbieder kunt uitsluiten. In zo’n geval kun je een volumebeperking afspreken, zodat je inwoners die hulp nodig hebben, naar een betere aanbieder kunt laten gaan. Ook hier is een voorwaarde dat de kwaliteit van de verschillende aanbieders bekend is, opdat de beste aanbieders de meeste cliënten krijgen.

OPEN HOUSE: De regio sluit een overeenkomst af met alle partijen die voldoen aan de voorwaarden van de regio en die de hulp willen leveren tegen het tarief dat de regio heeft vastgesteld. De regio maakt de opdracht voor de uitvoering van jeugdhulp openbaar en aanbieders kunnen daar op inschrijven. Essentieel is dat burgers zelf hun aanbieder kiezen. De regio heeft zo met verschillende aanbieders een overeenkomst, maar er is pas sprake van levering wanneer een burger zich bij een aanbieder meldt. De regio kan dus een overeenkomst hebben waarbij het nooit komt tot levering. De regio hoeft bij deze vorm niet aan te besteden.

3. Betrokkenheid raden

Het consultatiedocument roept de vraag op wie precies waarvoor verantwoordelijk is. Dat geldt ook voor de besluitvorming over het document. Het lijkt ons een goed idee om, bijvoorbeeld in een tabel, aan te geven wie op welke momenten aan zet is: het regiobestuur, de wethouder of de raad. Onderdeel daarvan is de vraag hoe omgegaan wordt met aangenomen moties. Betekent een afwijkend geluid van één raad bijvoorbeeld dat de motie niet wordt uitgevoerd? Voorts is het wenselijk om aan te geven hoe en hoe frequent de raden informatie kunnen verwachten over de voortgang en resultaten van het contractmanagement.

Reactie consultatiedocument Strategische kaders inkoop 2025 23-12-2022 Namens nagenoeg alle fracties van de gemeenteraad van Zuidplas geven wij graag de volgende aandachtspunten mee, geformuleerd langs de hoofdlijnen van het document. 1. Visie op hulp en ondersteuning (3.2 p11): vanuit oogpunt zelfredzaamheid en zelf regie en het idee van positieve gezondheid wordt het uitgangspunt ‘goed is goed genoeg’ voorgesteld, waarbij onduidelijk is wat dat dan is, wie dat bepaalt, en op basis waarvan. Wij stellen voor om ‘doen wat nodig is’ als uitgangspunt te nemen. Dit doet meer recht aan het verschil in behoefte aan ondersteuning van inwoners (wat ook te maken kan hebben met aanwezige beschermende factoren zoals veerkracht) en dit vraagt verantwoordelijkheid van zowel inwoners als aanbieders. 2. Visie op de uitvoeringspraktijk van de lokale toegang (3.4 p12): er wordt hier gesproken over harmonisatie van de toegang. Wat ons betreft maken we alleen heldere afspraken over welke producten, waarvoor, wanneer en door wie (lokaal of regionaal) ‘geleverd’ worden. Wij willen wegblijven van verdergaande regionale harmonisatie van de toegang. Laat het principe van lokale toegang overeind. 3. Inhoudelijke uitgangspunten voor de inkoop (4 p.14): Wij willen benadrukken dat het leidende principe bij de inkoop moet zijn het leveren van effectieve zorg, dus zorg waar de inwoner beter van wordt.

Dit kan ook gaan om de inzet van ervaringsdeskundigheid. 4. Visie op inkoop (6.1 p22): uitgangspunt is partnerschap, samen leren, sturen op maatschappelijke resultaten (p14) en tegelijk wordt er gesproken over zakelijk afrekenen en in gesprek bij problemen/uitschieters. Wij willen afrekenen met de afrekencultuur en zien graag een nadere uitwerking van de visie op sturing en monitoring. Waarbij uitgewerkt wordt hoe partnerschap en lerend vermogen op basis van monitoring datagericht op het vergroten van maatschappelijke impact samen voorop staan. En dus niet waarbij er op basis van diezelfde data ‘zakelijk’ afgerekend wordt. Alleen zo, met die inhoudelijke kennis, kan er ook grip op de kosten ontstaan en ontstaat er ruimte voor innovatie. Verder wensen we afspraken over winstmaximalisatie. 5. Participatietraject (7.2, p26): de voorgestelde participatie van cliënten en/of ervaringsdeskundigen is correct, maar we vragen ons af of hiermee de juiste ervaringskennis boven komt om goed beleid te maken. Bijvoorbeeld: is er genoeg inwonerperspectief op de overgang Jeugdwet naar de WMO, hoe wordt daar gezorgd voor samenhang en voor continuïteit voor cliënten in de hulpverlening? We zien de urgentie van participatie niet terug.

Gezien de complexiteit van de maatschappij op zich, problemen die mensen ervaren en stelsels, toenemende angst of wantrouwen van mensen richting de overheid en de wetenschap dat de weg naar hulp en ondersteuning voor groepen mensen niet te vinden is, zouden wij willen voorstellen hier met een innovatieve manier van participatie te komen. We willen er daarnaast graag bij aangeven dat onze lokale partners, bijvoorbeeld de adviesraad, later in het traject ook nog moeten kunnen reageren op de kaders en plannen die aan de raden worden voorgelegd. 6. Overall zouden we nog wel een inhoudelijke prognose verwachten. Hoe gaat het met de inwoners, de jeugd in onze regio, welke trends zien we hierin, maar ook in jeugdhulp - en WMO gebruik. Welke groepen blijven stelselmatig buiten beeld, of zien we pas laat. En dus wat kunnen we verwachten qua jeugdhulp en WMO, cq wat is de verwachte zorgvraag? (Het prognosemodel Den Haag WMO is slechts een indicatie, gebaseerd op trends in WMO gebruik, de te ontwikkelen regiobeelden ikv IZA zijn hier wellicht ook helpend)

Tot slot enkele algemene uitgangspunten naast bovengenoemde: minimale (alleen nodige) bureaucratie, minimale administratieve lasten, integraliteit van hulp, jeugdhulpbudget besteden aan jeugdhulp en niet aan aanverwante zaken zoals examentraining. Namens de fracties van, ChristenUnie/SGP, PvdA/GroenLinks, VVD, Nieuw Elan Zuidplas, CDA, Groep Pouwels en SP van de gemeenteraad Zuidplas.

gemeente

£& Krimpenerwaard nn,

College van B&W gemeente Krimpenerwaard ta.v. wethouder H.C. Bultman cc. BOSD, t.a.v. voorzitter D. de Haas

Lekkerkerk, 13 december 2022

Geacht college,

Afgelopen 1 december vond een regionale radenbijeenkomst plaats met het als thema Inkoop Sociaal Domein Jeugd/WMO. In aanwezigheid van ongeveer 45 raads- en commissieleden uit de 5 gemeenten van de regio Midden-Holland werd met de Collegeleden sociaal domein van de respectievelijke gemeenten gesproken over het Consultatiedocument Inkoop sociaal domein. Punten ter overweging In het kader van de consultatie leverden zij na afloop nog een groot aantal informatieve en technische

vragen aan met het verzoek deze te beantwoorden. Daarnaast heeft in de gemeente Krimpenerwaard een aantal raads- en commissieleden zich gebogen over de vraag of zij als individuele fracties of als

raad - in aanvulling daarop een zienswijze zouden willen indienen. Daarvoor heeft u tot 31 december de tijd geboden. De volgendefracties namen deel aan dit overleg: Leefbaar Krimpenerwaard, VGBK, VVD, CDA, CU, PvdA-Groen Links, D66.

Deze fracties bieden u in deze brief een aantal punten ter nadere overweging aan. Wij claimen niet de

wijsheid in pacht te hebben, maar gaan ervan uit dat u bij de voorbereiding van het document dat

begin volgend jaar ter besluitvorming wordt voorgelegd ook daaraan aandacht besteed wordt en onze punten worden meegewogen.

Kaderstellend en op hoofdlijnen

De door u gepresenteerde visie, die wij beschouwen als richtinggevend voor de keuzes die u maakt in het inkoopbeleid, bevat vier hoofdlijnen: -_ Stevige sociale en pedagogische basis

-

Positieve gezondheid

-__

Alleen wie het echt nodig hebben

-

Van dekkende naar passende hulp

Versterken lokale toegang. Deze hoofdlijnen liggen wat u betreft ten grondslag aan de volgende uitgangspunten voor inkoop: -_ Doelmatigheid: stabilisatie ipv herstel Toegankelijke hulp (tijdig en passend) -_ Financieel beheersbaar Onze focusligt op die hoofdlijnen — wij nemen onze kaderstellende rol serieus. In de uitvoering verwachten wij onze controlerende taken te kunnen uitvoeren met een goede monitoring en worden bij de inrichting daarvan tzt graag betrokken. Grip

De door u gepresenteerde visie is gebouwd op meer of minder onderbouwde aannames en

veronderstellingen. Ons is (nog) niet duidelijk of de voorgestelde kaders en hoofdlijnen en daaruit

voortvloeiende inkoop-combinatie ook gaatleiden tot meer grip op de toedeling van zorg en grip op de

zorgkosten. Watzijn de concrete taakstellingen die u hanteert en hoe wordttijdig bijgestuurd?

Goed is goed genoeg

Uit het document en tijdens de regionale avond bleek nog veel onduidelijk rond het uitgangspunt *

goed is goed genoeg’.

Het is overduidelijk dat we op zoek moeten naar een nieuwe robuustheid teneinde zorgkosten en te

dure uitvoering terug te dringen. Dat vraagt heroverweging van de huidige situatie. Tegelijk vragen we ons af of de toegang tot hulp niet te moeilijk gaat worden? Vallen door het voorkomen van instroom en tegelijk het sturen op uitstroom niet veel mensen buiten de boot voor wie goed niet goed genoeg is? Bijsturen van de jeugdhulp gaat niet makkelijk zijn.

Hoe gaan we ervoor zorgen dat het bevorderen van zelfredzaamheid niet leidt tot medicalisering? Hoe gaat doorbroken worden dat we blijven hangen in symptoombestrijding? Zijn de huidige zorgverleners professioneel genoeg om te kunnen beoordelen wanneer goed inderdaad genoeg is? Preventie Om te voorkomen dat mensen een beroep op zorg gaan doen moet geïnvesteerd worden in preventie. U spreekt over het creëren van een stevige sociale en pedagogische basis. Daarnaast wordt

gesproken van het actief beroep doen op het eigen netwerk van de hulpvrager.

Vraag is of, en in hoeverre, er nog sprake van is van veerkracht in de eigen netwerk(en) nu het beroep

daarop steeds groter geworden is in onze maatschappij? Het ontbreken van veerkracht en rek blijkt bijvoorbeeld uit een toename van eenzaamheid, toename van het aantal alleenstaanden. Met een hogere arbeidsparticipatie is er ook simpel geen tijd voor extra zorg thuis. Welke taak ziet u voorhet onderwijs? En is het reëel de school te belasten met extra taken? Professionalisering van de uitvoering

U veronderstelt dat professionalisering van de uitvoering gediend is met ‘opschonen’ van het aantal zorgaanbieders. Wij zijn (nog) niet overtuigd van uw argumentatie.

Belangrijker dan het aantal aanbieders is wat ons betreft de aard van het aantal aanbieders. Wij

vernemen graag aan welke kwaliteitscriteria zij volgens u moeten voldoen? En voegen graag een criterium toe: excessieve winsten en topsalarissen zijn onwenselijk. Wat wordt gedaan om (te) grote

winsten bij zorgaanbieders te voorkomen? Zijn er signalen van misstanden in de zorg in onze regio en hoe wordt eventuele zorgfraude voorkomen? Wat zijn uw criteria bij selectie? En welke indicatoren voor kwaliteit worden gehanteerd (keurmerk voor zorg?)? En hoe gaan prestatie-afspraken gemaakt en gehandhaafd worden? De organisatiebelangen in de jeugdhulp zijn groot. De mogelijkheden om verbeteringen af te dwingen zijn beperkt. Wij zijn ons bewust van de beperkte mogelijkheden die gemeenten hebben om verbeteringen af te dwingen — slim sturen vraagt stuurmanskunst.

Wij wensen u wijsheid en succes bij de afronding van dit document en verwerking van alle

commentaren. Bij de regionale afstemming over het besluitvormingsdocument ontmoeten wij elkaar ongetwijfeld weer. |

Vriendelijke groet, Fractievoorzitters, Y. van Dortmont, Gemeente Belang Krimpenerwaard

Krimpene paard

J. Verburg, SGP

ï

\

M.L. PO CDA

OO 7

\

S. Kovadié,

\

dA-GroenLinks

Zienswijze van Commissie Samenleving aan

College van B&W

onderwerp

Zienswijze op consultatiedocument Strategische kaders inkoop 2025

van datum

Commissie Samenleving 30 december 2022

Zienswijze Naar aanleiding van het aanbieden van het consultatiedocument Strategische kaders inkoop 20251, door het college aan de raad, op 08 november 2022. Is op verzoek van meerdere fracties (D66, LG, PvdD en GV) en het college, het document geagendeerd in de commissie Samenleving op 14 december 2022. Het doel van deze agendering is, het informeren van de commissie over het document en het ophalen van wensen & bedenkingen. Om zo gezamenlijk te komen tot een zienswijze. Deze zienswijze vervolgens aan te bieden aan het college van B&W, specifiek aan wethouder van Popering-Kalkman, om in te brengen in het regionaal overleg m.b.t. de inkoop Jeugd en WMO. Onderstaande wensen & bedenkingen zijn door een meerderheid van de commissie aangenomen. De wensen & bedenkingen zijn genoteerd per wens of bedenking en per fractie, maar ondervinden allen steun vanuit de commissie. D66 D66 vindt het realiseren van een bestuurbaar zorglandschap van belang. Er dient daarom helder te worden gemaakt wat de regio aankan. D66 vindt het van belang dat wordt gestuurd op kwaliteit. Door te doen wat werkt en niet te doen wat niet werkt. D66 wenst dat er wordt voorzien in een manier van bijsturen. Gezien er langdurige contracten (7 jaar) worden aangegaan, met de zorgaanbieders. GroenLinks GroenLinks (GL) vindt een nadere invulling op het leveren van kwaliteit van belang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12867628/2