CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2 Bijlage 2 Regionale Realisatieagenda Wonen Midden Holland

Besluitvormende raadsvergadering 22 februari 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken11.801 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De regio constateert een kritische succesfactor voor hoogwaardig OV (bij voorkeur een of meerdere stations) én uitstekende fietspaden (zoveel mogelijk vrij liggend en kruisingsvrij) om een zo groot mogelijke ‘modal shift’ voor het regionaal verkeer te bereiken. De regio constateert ook dat de uitvoering van het “nationaal toekomstbeeld fiets” urgent is. Een goed OV- en fietsnetwerk voor de ontsluiting van woongebieden is een belangrijke randvoorwaarde.

Oplossingsrichtingen: •

•

Oplossingsrichtingen voor het OV-netwerk zijn: Extra station(s) op de lijn Gouda-Rotterdam of Gouda-Den Haag i.c.m. overig OV voor de ontsluiting van Westergouwe in Gouda, het Vijfde Dorp in Zuidplas en Triangel in Waddinxveen. HOV naar metrostation Nesselande en station Nieuwerkerk aan den IJssel Hogere frequenties van treinen Het verbeteren en opwaarderen van busverbindingen De aanleg van extra busbanen Het inzetten op doelgroepenvervoer Oplossingsrichtingen voor het verbeteren van de auto-infrastructuur zijn: Het realiseren van de Bodegraven Boog Het vervolmaken van de parallelstructuur langs de A12 Aanpassen van de kruispunten op de provinciale weg nabij woningbouwlocatie Westergouwe

19

• • •

Het fietsnetwerk in Midden-Holland behoeft uitbreiding, onder andere door de aanleg van doorfietsroutes en uitrol van het nationaal toekomstbeeld fiets. Waar mogelijk inzetten op lagere parkeernomen voor sociale huur verhelpt een knelpunt voor corporaties rond het realiseren van sociale huurwoningen. Slimme mobiliteitsoplossingen, zoals de inzet van deelauto’s zijn nodig om het autobezit en gebruik te reduceren.

Procedures – en onzekerheid over regelgeving • • • • •

Gemeenten en corporaties geven aan de invoering van de omgevingswet te zien als een potentieel vertragende factor. Het doorvoeren van een stelselwijziging staat op gespannen voet met het realiseren van de woningbouwdoelstellingen. De regio constateert onzekerheid over de invoering van de omgevingswet en dat dit zorgt voor onduidelijkheden bij onderhandelingen met marktpartijen. Procedures voor woningbouw zijn complex en werken in bepaalde gevallen vertragend voor de realisatie van woningen. De inzet van capaciteit voor andere vergunningen dan nieuwbouw is concurrerend. De regio signaleert een concreet knelpunt is de procedure rond fauna bij renovaties. Er is een relatie met de ‘succesfactor menskracht en stijgende kosten’. Personeelstekorten zijn een knelpunt voor de afhandeling van procedures, zoals bestemmingsplanwijzigingen en vergunningverlening.

Oplossingsrichtingen: • •

Er is behoefte aan het verkorten, vereenvoudigen en versnellen van procedures. Specifiek voor conceptueel/fabrieksmatig bouwen kunnen corporaties ondersteunen bij het opstellen van procedures en afspraken. Een oplossingsrichting voor de knelpunten van procedures rond fauna meer te kijken naar het wijkniveau (met proactief ontwikkelde habitats) dan op projectniveau.

Stikstof •

•

De impact van het stikstofdossier op het realiseren van de woningbouwdoelstellingen is onzeker, maar in potentie groot. Midden-Holland kent een aantal nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie die gepaard gaat met de realisatie van woningbouw heeft mogelijk effect op de realisatie van woningbouw in onder andere Gouda-Oost en Bodegraven-Reeuwijk. De regio ervaart dat het uitvoeren van stikstofberekeningen kostenverhogend werkt en in potentie vertragend is voor woningbouw.

Overige kritische succesfactoren •

•

•

De regio ervaart dat de kritische succesfactor ‘aansluiten op nutsvoorzieningen’ momenteel nog geen groot knelpunt vormt in de regio Midden-Holland. Wel is de verwachting dat de aansluiting op nutsvoorzieningen op middellange termijn een groter knelpunt gaat vormen, door de overstap van fossiel naar elektrisch. De hogere kosten van energieneutraal bouwen zijn een risico voor de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van woningbouwprojecten. De kritische succesfactor ‘complete steden en dorpen’ vormt geen groot knelpunt in de realisatie van de woningbouwdoelstellingen, maar er dient wel aandacht voor te zijn. Zo komt de balans tussen woon- en werkfuncties onder druk te staan, evenals de vitaliteit van enkele dorpskernen in de regio. In de Krimpenerwaard is bijvoorbeeld een tekort aan ruimte voor een duurzame ontwikkeling van lokale bedrijven. De regio ervaart dat de kritische succesfactor ‘geluid’ binnen Midden-Holland aan de orde is, maar een kleinere rol speelt dan in andere Zuid-Hollandse regio’s. In algemene zin werken geluidsmaatregelen wel kostenverhogend. De kosten voor deze maatregelen dienen goed te worden verhaald op alle partijen in het project. De regio constateert dat dit in de praktijk niet altijd het geval is. Ook kan regelgeving rond geluid leiden tot een potentieel verlies aan bouwlocaties.

Uitdagingen vanwege geluid zijn in Midden-Holland aan de orde voor Gouda Spoorzone (treinverkeer),Bodegraven-Reeuwijk (vliegverkeer Schiphol) en Waddinxveen, Gouda en Zuidplas (vliegverkeer Rotterdam The Hague Airport)

20

Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen. Door MinVRO wordt ingezet op ondersteuning van de regio via onder meer: -

-

-

Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken (denk aan WBI, VHF, regeling huisvesting aandachtsgroepen, expertteams). Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen, bijvoorbeeld via het Expertteam woningbouw of één van de taksforces. Ook wordt met de flexpoolregeling een bijdrage geleverd aan extra capaciteit voor provincies en gemeenten. Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereidRijk en regio blijven in contact als de middelen (geld of instrumentarium) onvoldoende blijken te zijn.

21

Handtekeningen

22

Bijlage 1. Aanvullende nog uit te werken onderwerpen De minister voor VRO wil met partijen aanvullende afspraken maken over de volgende onderwerpen: • • • • • • • •

Woon-zorgvisie; Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken; Herstructurering; Vakantieparken; Duurzaam en toekomstbestendig bouwen; Ruimtelijke ordeningsaspecten; Flexibele woningen; Transformeren van vastgoed.

Vanaf 2023 wordt bezien op welke onderwerpen aanvullende afspraken gemaakt moeten en kunnen worden. Hier onder is per onderwerp aangegeven waar de afspraken over kunnen gaan in de vorm van aandachtspunten en voorbeelden van afspraken. Op deze manier kan in 2023 de wenselijkheid van afspraken op deze onderwerpen verder verkend worden. Het zijn dus nadrukkelijk nog geen afspraken waar partijen mee akkoord gaan bij de ondertekening van deze regionale realisatieagenda Woon-zorgvisie • De samenwerkende gemeenten in regio Midden-Holland willen in 2023 een regionale woon-zorgvisie opstellen, die aansluit bij de regionale woningbouwprogrammering en het streven van 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad vanaf 2025. Deze woonzorgvisie is in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ Hiervoor heeft de regio al een analyse gemaakt van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen en aandachtgroepen (volgens definitie van het Rijk behoren tot de aandachtgroepen: sociaal/medisch urgenten, uitstromers uit zorginstellingen, statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, woonwagenbewoners en studenten) in de eigen gemeente (hoeveel mensen, welke aandachtgroepen, wat is de woonbehoefte en wat is de eventueel langdurige ondersteuningsbehoefte). Op regionaal niveau vindt de afstemming over de woonopgave plaats.

De woon-zorgvisie van de regio vormt een invulling van de regionale afspraken over de verdeling van woningen, mensen uit diverse aandachtgroepen en middelen. De huisvesting van studenten wordt, in lijn met het actieplan studentenhuisvesting, ook meegenomen in de woon-zorgvisies. •

Voor goede huisvesting van arbeidsmigranten houden gemeenten rekening met de voorwaarden die in de omgevingsverordening van de provincie hierover zijn opgenomen (o.a. welke locaties, voldoen aan kwaliteitsnormen). Zie onderstaand voor een verdere uitwerking. De provincie vervult een coördinerende rol en levert inhoudelijke sturing en regie in het afstemmingsproces van de regionale woonzorgvisie en ziet erop toe dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de afspraken gemaakt in deze regionale realisatieagenda.

•

Voor de analyse die gemeenten van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van de aandachtsgroepen moeten maken is het noodzakelijk dat er eenduidige definities en goede meerjarenramingen zijn van de verschillende aandachtsgroepen. BZK zorgt in 2023 voor een ondersteuningsstructuur voor gemeenten om de woonzorgvisies op te stellen en voor eenduidige landelijke definities en een uniforme landelijke manier van meerjarenramingen voor de verschillende aandachtsgroepen.

•

De provincie heeft een subsidieregeling voor 2023 opengesteld waar gemeenten financiële ondersteuning kunnen aanvragen voor het opstellen van een regionale woonzorgvisie.

•

De gemeenten binnen het regionaal verband huisvesten de daar werkzame arbeidsmigranten op basis van behoefte. In 2023 verkennen BZK, provincie en gemeenten welke mogelijkheden er zijn om te komen tot kwalitatief goed aantallenonderzoek en eventueel welke verdeelsleutel over gemeenten daarbij past en hoe de governance eruit ziet. BZK zorgt voor eenduidige landelijke definities en een uniforme landelijke manier van meerjarenramingen voor arbeidsmigranten. Zolang er nog geen uniform

23

behoeftenonderzoek is vastgesteld, verrichten de gemeenten in regionaal verband zelf deugdelijk onderzoek naar de aantallen werkzame en woonachtige arbeidsmigranten in de regio en komt zelf tot een verdeling op basis van aantallen werkzame arbeidsmigranten over gemeenten. Indien nodig of gewenst zal ook bovenregionaal hierover worden afgestemd. Bij nieuwe bedrijvigheid of uitbreiding van bestaande bedrijvigheid in de gemeente, brengt de gemeente met het bedrijfsleven, de extra huisvestingsbehoefte voor de toekomstige werknemers in beeld en geeft aan op welke wijze hierin wordt voorzien. Dit is ook opgenomen in de herziening van het provinciaal omgevingsbeleid, module Ruimte en Wonen (inwerkingtreding per 1 december 2022). Waar nodig, en op verzoek van in de regio gelegen gemeenten, wordt dit regionaal afgestemd. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten wordt rekening gehouden met ten minste de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van het register van de Stichting Normering Flexwonen of een eventuele opvolger daarvan en zijn er gescheiden contracten voor wonen en werken. De huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten wordt vastgelegd in de (regionale) woonzorgvisie. •

Vanuit de lokale en regionale woonzorgvisie kunnen aanvullende afspraken nodig zijn voor de huisvesting van aandachtsgroepen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de regionale woonzorgvisies kunnen leiden tot het actualiseren van deze regionale realisatieagenda.

Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken • Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 250.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen11 en 80.000 geclusterde woonvormen12 die ook geschikt zijn voor ouderen. Volgens cijfers van BZK bedraagt het regionale aandeel in deze opgave 2.500 nultredenwoningen en 1.400 geclusterde woonvormen. •

De provincie spant zich in dat gemeenten in 2023 in de Planregistratie Wonen het aandeel nultredenwoningen en geclusterde woonvormen binnen een plan kunnen registreren, zodat in beeld is wat in de huidige plannen al is opgenomen. In de integrale woonzorgvisies die in 2023 worden opgesteld, maken gemeenten eventueel aanvullende afspraken over dit type ouderenwoningen.

•

Van de woningen die geschikt zijn voor ouderen is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Dit aantal is onderdeel van de landelijke 900.000 te bouwen woningen. Volgens (Fortuna)cijfers van BZK bedraagt het regionale aandeel in deze nationale opgave 620 verpleegzorgplekken.

Midden-Holland

•

Verpleegzorgplekken

Geclusterd wonen

Nultreden

Totaal

620

1.400

2.500

4.520

Bij het opstellen van de lokale en regionale woonzorgvisies besteden gemeenten expliciet aandacht aan de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan de inrichting van de leefomgeving (o.a. voorzieningen, inrichting buitenruimte). Afstemming met het Zorgkantoor en de zorgaanbieders is daarbij gewenst.

11

Nultredenwoningen zijn waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen/appartementen in de buurt van voorzieningen. 12 Geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetingsruimtes, zijn onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), serviceflats en seniorenflats. Geclusterde woonvormen voorzien niet alleen in prettige huisvesting, maar verminderen ook eenzaamheid doordat ze het aangaan van sociale contacten vergemakkelijken. Woningen in geclusterde woonvormen zijn nultredenwoningen en bij voorkeur rollatortoe- en doorgankelijk.

24

•

Vanuit de lokale en regionale woonzorgvisie kunnen aanvullende afspraken nodig zijn voor de huisvesting van ouderen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de regionale woonzorgvisies kunnen leiden tot het actualiseren van deze regionale realisatieagenda.

Herstructurering • In het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Binnen de regio Midden-Holland worden waar van toepassing afspraken gemaakt over herstructurering. •

De partijen in de regionale realisatieagenda spannen zich in om deze opgave beter in beeld te brengen, en minimaal eens per jaar te bespreken aan de Bestuurlijke Tafel Wonen

•

De partijen in de regionale realisatieagenda spannen zich in om deze opgave gezamenlijk op te pakken en waar mogelijke gebruik te maken van de ondersteuningsmiddelen van het rijk, zoals het Volkshuisvestingsfonds.

Vakantieparken • In Nederland bevinden zich bijna 4000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. Een groot aantal van deze parken vervult een belangrijke recreatieve en economische rol in onze gemeenten. Voor een deel van deze parken geldt echter dat zij deze rol minder of niet meer kunnen vervullen. In die gevallen kan er gedacht worden aan een nieuw toekomstscenario voor het park, wat deze scenario’s zijn is afhankelijk van veel factoren, zoals ruimtelijke ordening, veiligheid en lokale economie. Eén van de toekomstscenario’s die in deze tijden van het woningtekort extra aandacht krijgt, is het transformeren van vakantieparken naar wonen. Het beleid van de provincie Zuid-Holland op het gebied van recreatie- en vakantieparken is recent geactualiseerd en geeft hier kaders voor. Duurzame en toekomstbestendige bouw Elke gemeente heeft ambities met betrekking tot duurzaamheid. Hieronder staan suggesties aangegeven voor afspraken over toekomstbestendig bouwen. •

Het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen vraagt – versterkt door de beperkte capaciteit in de bouwsector en de stikstofproblematiek – om vormen van innovatie, standaardisatie en industrialisatie zodat de gewenste bouwproductie slimmer kan worden gerealiseerd. Daarbij is aandacht voor zowel duurzaamheidsprestaties in gebruik (energie) als duurzaamheidsprestaties in de realisatie (milieu-impact & stikstof) en het verlagen van de milieu-impact van groot belang.

•

De partijen spannen zich in om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Deze verschuiving leidt onder meer tot een kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie.

•

Woningbouw met een lage milieu-impact (uitgedrukt in de Milieuprestatie Gebouwen, MPG) is technisch mogelijk. Betrokken partijen zetten binnen aanbestedingen in op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een MPG van 0,5, vooruitlopend op de voorgenomen aanscherping van nationale wetgeving. Woningcorporaties nemen dit mee in opdrachtverlening; gemeenten nemen dit mee bij eventuele grondverkoop.

•

Toepassing van biobased materialen levert een grote bijdrage aan het verbeteren van de milieuprestatie en slaat bovendien CO2 op. Deze toepassing wordt actief gestimuleerd in nieuw te realiseren projecten, waarbij partijen zich inspannen om het gebruik van hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen naar 25% in 2025 en 50% in 2030.

25

•

We hanteren Het Nieuwe Normaal13 als eenduidige taal voor circulair bouwen, en vragen bij al onze projecten naar de circulaire prestaties op basis van het HNN-raamwerk. Daarmee dragen we – in lijn met Toekomstbestendig bouwen – bij aan de nationale transitie naar een circulaire bouweconomie.

•

Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden we aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften.

•

Woningen die nu gebouwd worden moeten ook in het toekomstige klimaat veilig, aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Partijen in deze regionale realisatieagenda spannen zich dan ook in om klimaatadaptief en natuurinclusief te (ver)bouwen en in te richten. Ze passen hiertoe - vooruitlopend op mogelijke wettelijke borging - de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ toe. Deze is begin 2023 gereed.

•

Voor een aantal locaties per provincie financiert het rijk projectevaluaties op basis van Het Nieuwe Normaal (in totaal max. 400 evaluaties verspreid over het land). Voor uitvoering van een evaluatie dient het project zich minimaal in definitieve ontwerpfase te bevinden en de realisatie voor 1 januari 2025 hebben plaatsgevonden. Een evaluatie geeft inzicht in de prestaties van het project op de thema’s van Het Nieuwe Normaal en de lessen uit alle evaluaties worden landelijk gedeeld.

Ruimtelijke ordeningsaspecten • Het realiseren van de in deze regionale realisatieagenda opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur en energie. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke indeling de komende maanden opgepakt. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in oktober tussen rijk en provincie, en regionaal uitgewerkt en bestuurlijke afgesproken in deze regionale realisatieagenda, zijn hiervoor uitgangspunt. •

Partijen in deze realisatieagenda spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verdere richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.

Flexibele en tijdelijke woningen • Flexibele of tijdelijke woningen kunnen snel worden gerealiseerd en ook worden geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen. Daarmee helpt de realisatie van dit type woningen om aanvullend aan de realisatie en instandhouding van permanente sociale en betaalbare woningen de acute woningnood onder spoedzoekers te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. In Midden-Holland hebben de corporaties afgesproken dat zij een flexibele schil van 1.500 flexwoningen willen realiseren en permanent in stand willen houden. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De huisvestingsbehoefte voor de verschillende groepen spoedzoekers en de slaagkansen in de bestaande voorraad verschillen tussen regio’s en tussen gemeenten binnen de regio. Dit geldt met name voor de spoedzoekersgroepen (internationale) studenten en arbeidsmigranten. Om deze reden wordt er vooralsnog geen tabel opgesteld per regio van jaarlijkse streefcijfers op basis van inwonertal voor het aantal te bouwen flexwoningen. •

13

De regio's dragen naar vermogen en behoefte bij in het streven van het rijk om 15.000 flexwoningen per jaar te realiseren. De bouw van flexwoningen is een onderdeel van woonbeleid en er worden in toenemende mate afspraken over gemaakt in omgevingsbeleid, prestatieafspraken en woningbouwprogrammering. Voorafgaand aan de opstelling van lokale woonzorgvisies wordt de regionale en lokale behoefte voor huisvesting van de onderscheiden groepen spoedzoekers vastgesteld aan de hand van uniforme landelijk geldende definities. Individuele gemeenten bepalen vervolgens uiterlijk

Voorziet nu in een aantal criteria die gezamenlijk de circulariteit van een bouwwerk kwantificeren.

26

voor 1 januari 2024 in samenspraak met de lokaal werkzame woningcorporaties welk deel van de onderscheiden groepen spoedzoekers in de jaren tot en met 2030 in reguliere woningen en welk deel in flexwoningen gehuisvest wordt. Tevens wordt ten behoeve van de lokale woonzorgvisie bepaald wat de inzet wordt ten aanzien van het aantal jaarlijks te realiseren flexwoningen in de individuele gemeente en de regio. •

Flexwoningen kunnen boven op de gemaximeerde woningproductie van 130% van de woningbehoefte worden gerealiseerd en elke gerealiseerde flexwoning telt in kwantitatieve en kwalitatieve zin mee in de realisatieafspraken rondom betaalbare woningbouw zoals die zijn gemaakt in deze regionale realisatieagenda. Gemeenten registreren flexwoningen in de planregistratie wonen.

•

Op 6 december 2022 heeft de minister voor VRO de Tweede Kamer geïnformeerd dat er met Aedes en VNG overeenstemming is bereikt over de contouren van een herplaatsingsgarantie voor het realiseren van flexwoningen. Deze garantieregeling behelst een systeem met kwaliteitsvoorschriften, het delen locaties voor herplaatsen van flexwoningen, en mocht herplaatsing uiteindelijk niet mogelijk zijn een financiële compensatie om de investeringen te dekken. Daarbij moet eerst worden verkend of de woning herplaatst kan worden in de regio. Wanneer dat niet mogelijk is, en het ook niet in een andere regio of in de provincie kan, zorgt het rijk voor een marktmeester die landelijk de locaties, wensen van gemeenten en beschikbare flexwoningen bij elkaar brengt.

•

Partijen komen overeen in gesprek te gaan over het participeren in de verdere uitwerking van het systeem van herplaatsgarantie voor te realiseren flexwoningen en deze in principe bij toekomstige ontwikkelingen van verplaatsbare flexwoningen toe te passen.

Transformeren van vastgoed • Met het transformeren van vastgoed worden extra woningen gecreëerd. Daarnaast kan het bijdragen aan de vitaliteit van steden, dorpen en gebieden. De regio draagt naar vermogen bij in het streven van het rijk om 15.000 woningen door middel van transformaties per jaar te realiseren. Daarnaast stelt het Rijk leegstaand rijksvastgoed beschikbaar. Transformatiekansen ontstaan wanneer vastgoed dat geen woonfunctie heeft vrijkomt en kan worden omgezet naar een woon- of verblijfsfunctie. Of panden leegkomen en of transformatie mogelijk is, hangt sterk af van marktontwikkelingen en lokale omstandigheden. Om die redenen maken we geen kwantitatieve afspraken met de regio en wordt er geen tabel opgesteld per regio van jaarlijkse streefcijfers op basis van inwonertal voor het aantal transformaties per jaar.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12403101/2