CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bestemmingsplan Wilhelminakade 83, toelichting en regels

Commissie Ruimte + Infrastructuur 24 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminakade 8329.919 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NL.IMRO.0627.BPwilhelminakade83-0401

Wilhelminakade 83, Waddinxveen VASTGESTELD

19 april 2023

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Boonstoppel Onroerend Goed B.V. Postbus 419 2740 AK Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 5 oktober 2021 5 september 2022 18 oktober 2022 19 april 2023

VERSIE 2e versie 3e versie 2e versie 1e versie

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

9 9 9 10 11

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

13 13

Hoofdstuk3

15

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Planbeschrijving

Ontwikkelingen Stedenbouwkundig plan Nieuwe situatie Beeldkwaliteitsplan Verkeer en parkeren

15 15 16 18 18

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

21 21 23 29 30

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding

37 37 37 38 39

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

43 43 56 60 64

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

65 65 65 65 67

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

69 69

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie

71 71 71

Toelichting

5

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

9.3

Zienswijzen

Regels

71

73

Hoofdstuk1

Inleidende regels

74

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

74 78

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Wonen

79 79 80 81 82

Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

85 85 86 87 88 89

Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

90 90 91

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 3

M.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 4

Akoestischonderzoek wegverkeer- en spoorweglawaai

Bijlage 5

Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder

Bijlage 6

Actualiserend bodemonderzoek

Bijlage 7

Aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 8

Bureauonderzoek archeologie

Bijlage 9

Notitie stikstofberekeningen

Bijlage 10

Ecologisch onderzoek

Bijlage 11

Aanvullend ecologisch onderzoek vleermuizen

Bijlage 12

Vragen en antwoorden informatiebijeenkomst 7 juni 2022

Bijlage 13

Nota van beantwoording zienswijzen

Bijlage regels Bijlage 1

6

Landschappelijk inrichtingsplan

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Inhoudsopgave

7

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

8

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Boonstoppel Onroerend Goed B.V. is eigenaar van de voormalige verffabriek Boonstoppel aan de Wilhelminakade 83 in Waddinxveen. Het bedrijfsperceel wordt al meerdere jaren niet meer gebruikt, waardoor het fabrieksterrein in een vervallen staat verkeert. Een herontwikkeling naar bedrijfsdoeleinden wordt niet voorgestaan in een overgangsgebied met woningen aan de Wilhelminakade/Broekhuizen en het verderop gelegen recreatiegebied 't Weegje. Ook de bereikbaarheid met (zwaar) vrachtverkeer over de Wilhelminakade is niet optimaal. In verband hiermede is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd om de voormalige verffabriek van Boonstoppel te transformeren naar woondoeleinden. Er zijn vier varianten uitgewerkt. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een stedenbouwkundig plan waarvoor gemeenschappelijk draagvlak is, omdat deze variant zich het beste verhoudt tot de principe uitspraak van het college om zo weinig mogelijk woningen te realiseren. In deze variant wordt het kantoor 'teruggebouwd' in een eigentijds appartementengebouw met twaalf tot maximaal zestien wooneenheden in drie bouwlagen en negen kavels voor vrijstaande woningen op het bedrijfsperceel, groot 1,86 ha. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouw planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Wilhelminakade 83. In noordelijke richting ligt een dijklichaam met hierachter de Gouwe. In noordwestelijke richting ligt Broekhuizen, een woonenclave met vrijstaande woningen. Ten zuiden hiervan, westelijk van het plangebied, ligt recreatiegebied 't Weegje. In zuidelijke richting is grasland aanwezig met verderop een onlangs gesloopte (voormalige) boerderij van een veehouderijbedrijf. Dit is nabij de provinciale strafhaven waar ook enkele woningen staan en woonboten liggen. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.

Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (rood omlijnd).

Toelichting

9

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Bebouwde Kom 2015"

Raadsbesluit 16 december 2015

Uitspraak ABRvS 19 oktober 2016

Na bestuurlijke lus opnieuw vastgesteld op 1 februari 2017 "Parapluplan Archeologie en Parkeren" 19 september 2018 n.v.t. De gronden zijn in het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' bestemd voor 'Bedrijf' (figuur 2). Binnen het bouwvlak zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.1 met een maximum bebouwingspercentage van 75%. De maximum goot- en bouwhoogte is 8 m. Voorts heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Deze dubbelbestemming is ook opgenomen in het Parapluplan Archeologie en Parkeren.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Bebouwde Kom 2015 (plangebied rood gestippeld omlijnd aangeduid).

10

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

11

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

12

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

De voormalige verffabriek Boonstoppel ligt op een beschutte plek in de hoek van de Wilhelminakade en de Gouwe. Het ligt daarbij ook aan de rand van het recreatiegebied 't Weegje, een restant van de vervening en een woonenclave in Broekhuizen. Ten zuiden van het kavel ligt grasland met de strafhaven, waar ook enkele woonboten zijn aangemeerd. Verderop ligt de Oostpolder van Schieland. In oostelijke richting ligt een dijklichaam met hierachter de Gouwe. Aan de overzijde ligt het bedrijventerrein Goudse Poort. Het gebied laat zich kenmerken door een kleinschalig landschap met smalle wegen en groen karakter. Het gebied wordt veel gebruikt door recreatief fietsverkeer. Wegen zijn voor gemotoriseerd verkeer doodlopend, maar voor fietsers loopt de route door via de Stoofkade richting Gouda. Verder is het ook een typisch dorpsrandgebied dat in de luwte ligt. Dijklichaam langs plangebied. 't Weegje. Woonboten naast strafhaven.

Woningen aan Wilhelminakade.

Woningen aan Broekhuizen.

De Coenecoopbrug.

Planspecifiek (van verleden tot heden) De verffabriek Boonstoppel heeft zich gedurende 85 jaar doorontwikkeld. Hier worden de belangrijkste ontwikkelingen op het kavel gedurende deze periode beschreven en welke gebouwen waardevol zijn om eventueel (deels) te kunnen behouden bij een toekomstige ontwikkeling van het gebied. 1915: In 1915 wordt de verffabriek verplaatst van elders in Waddinxveen naar de huidige locatie. 1924: Een stookgebouw met schoorsteen wordt opgetrokken langs de Wilhelminakade. Deze is in de loop der tijd gesloopt. 1947: De eerste grote uitbreiding van de fabriek doet zich voor. 1957: Een loods met dubbel betonnen boogdak wordt gebouwd op het terrein. Dit gedeelte van de fabriek wordt door de erfgoedcommissie aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. 1958-1964: Het kantoorgebouw wordt uitgebreid en gemoderniseerd. Dit gebouw beschouwt de Erfgoedcommissie ook als cultuurhistorisch waardevol. Ook wordt in circa 1964 het oude stookgebouw aan de dijk vervangen door een nieuw stookgebouw. 1964-1998: De fabriek wordt meerdere keren uitgebreid, vooral door het bouwen van meerdere distributieloodsen. 2020: In de periode tot nu is het terrein in verval geraakt en door de opgeschoten beplanting deels onttrokken van het zicht vanuit de omgeving. In figuur 3 is de uitbreiding van 1915 tot 1998 gevisualiseerd. De opstallen staan er momenteel verwaarloosd bij.

Het gehele kavel is in een armoedige staat.

Toelichting

13

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Figuur 3: Overzicht Boonstoppellocatie vanaf 1915 tot 1998. Bestaand kantoor vanaf Gouwe.

Bebouwing vanaf 't Weegje.

Achterzijde bedrijfsbebouwing.

Bedrijfsbebouwing vanaf Wilhelminakade.

14

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Ontwikkelingen

In het verleden zijn de mogelijkheden al onderzocht om het bedrijfsperceel aan de Wilhelminakade 83 te transformeren naar woondoeleinden. In 2019 heeft het college een positieve grondhouding aangenomen om de transformatieopgave uit te werken. Dit heeft geresulteerd in een stedenbouwkundig plan met een appartementengebouw (met twaalf tot maximaal zestien wooneenheden) en negen kavels voor vrijstaande woningen. De ontsluiting kan plaatsvinden vanaf de huidige inrit. Met het transformeren van het bedrijfsperceel naar wonen wordt het tevens mogelijk om de zwaar verontreinigde bodem te saneren.

3.2

Stedenbouwkundig plan

In het stedenbouwkundig plan is gekozen voor een ingetogen, zorgvuldige invulling van de bestaande locatie. Deze invulling voegt zich naadloos in het landschap en sluit aan op de cultuurhistorische waarde van de locatie. Het plan kent twee plandelen. Het eerste plandeel sluit aan op het bestaande ensemble van gebouwen en neemt een gedeelte van een bestaande hal op in het nieuwe ensemble. Dit plandeel vormt het gezicht naar de Wilhelminakade en de Gouwe. Het tweede plandeel vormt de overgang naar het polderlandschap. De herstelde verkaveling vormt hier het uitgangspunt. Een lange lijn van een polderweggetje met een sloot verbindt de locatie met het aanpalende landschap. Langs deze lijn zijn woningen gepositioneerd. Appartementengebouw Het plan krijgt één centrale entree op dezelfde locatie als nu. Dat maakt het mogelijk om het huidige groene karakter te behouden. Bij binnenkomst treft men als eerste de configuratie van het huidige kantoorgebouw aan. Het eerste gebouw is een verbeelding van het huidige kantoorgebouw. Het wordt een appartementengebouw met een sterke geleding om het zorgvuldig in te passen op de locatie. Aan dit gebouw wordt een bestaande hal met een gebogen betonnen dak gekoppeld. Dit bestaande gebouw is een markant element in het plan en zal een centrale functie krijgen. In deze hal parkeren de bewoners en bezoekers van het appartementengebouw.

De overige ruimte wordt benut voor een royale fietsenstalling die gemeenschappelijk gebruikt kan worden. Vrijstaande woningen Het tweede plandeel kent een ander karakter. Hier domineert het landschap meer. De centrale as is een smal polderweggetje dat de negen vrijstaande woningen, die in de polder staan, ontsluit. Brede grasbermen, een sloot en een ontspannen plaatsing van bomen begeleiden deze as. De woningen voegen zich op een natuurlijke manier in het landschap. Hier wordt op het eigen erf geparkeerd. Bij elke woning zal een boom worden geplant. Landschap en natuur Met het plan wordt een natuurlijk karakter nagestreefd. Stap één is behoud van bestaande waardevolle bomen. Deze staan vooral aan de dijk van de Gouwe (buiten het plangebied) en langs de Wilhelminakade. Door deze laatste deels te behouden ontstaat er rondom het appartementengebouw een meer besloten karakter. Dit sluit goed aan op het bestaande beeld. Verder laat het plan meer de openheid van de polder tot uiting komen door extra water toe te voegen langs de Wilhelminakade. Stap twee is dat er zoveel mogelijk inheems materiaal wordt gebruikt, dus alleen beplanting van nature op deze grondslag en die in dit gebied thuishoort. Ook wordt gewerkt met stijlmiddelen, landschapselementen die thuishoren in dit landschap.

Zo wordt ingezet op robuuste watergangen met natuurvriendelijke oevers, "spontaan" gegroeide bomen en boomgroepen en lange lijnen. Circulariteit Het fabrieksterrein is in een vervallen staat, maar er zijn nog voldoende waardevolle materialen aanwezig die hergebruikt kunnen worden. Zo wordt onderzocht om de aanwezige stelconplaten te hergebruiken als verharding, vooral bij de entree en rond het appartementengebouw. Ook wordt onderzocht of een deel van de bestaande hal met boogdak hergebruikt kan worden als parkeerruimte. Hierdoor blijft het industriële karakter van de plek beter behouden en kan er droog en uit het zicht geparkeerd worden. Water

Toelichting

15

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Water is een drager van het plan. Door herstel van de oude watergang midden door het gebied komen logische lijnen van de polder weer tot hun recht in het gebied. Rondom het totale plot is een watergang aanwezig. Deze verbreedt op sommige plaatsen om meer water te kunnen maken en ruimte te bieden voor natuurontwikkeling in combinatie met natuurvriendelijke oevers. Het hele plangebied krijgt natuurvriendelijke oevers. De huidige situatie kent een sterke verstening van het terrein. Met dit plan wordt een fors deel van het terrein ontsteend. Dat gekoppeld aan een vergroting van het wateroppervlak, maakt dat een klimaatvriendelijk plan wordt gerealiseerd dat meehelpt aan een robuuster watersysteem in deze polder. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen in Bijlage 1. In figuur 4 is de verkavelingstekening van het stedenbouwkundig plan weergegeven.

Figuur 4: Stedenbouwkundig plan.

3.3

Nieuwe situatie

Op basis van het stedenbouwkundig wordt een plan uitgewerkt voor een appartementengebouw en negen woonkavels. De opzet wordt hieronder toegelicht. Appartementengebouw Het appartementengebouw is, samen met de bestaande hal, één ensemble dat ook fysiek aan elkaar gekoppeld is. Met een corridor is het mogelijk om vanuit de bestaande hal naar de appartementen in het appartementengebouw te lopen. Het appartementengebouw wordt 3 lagen hoog met zijn gezicht naar de Wilhelminakade en verbeeldt zo het bestaande kantoorgebouw naast de bestaande te handhaven loods met gebogen daken. Om ook op de begane grond zicht te hebben op de Gouwe wordt het gebouw maximaal 1 m opgetild. In totaal kunnen 12 tot maximaal 16 appartementen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 11 m. In de loods wordt voorzien in autoparkeren voor de bewoners en een fietsenstalling. Een impressie van het appartementengebouw is opgenomen in figuur 5a; een vogelvluchtfoto in figuur 5b. Met inachtneming van de hiervoor genoemde uitgangspunten zal een bouwplan worden uitgewerkt voor een appartementengebouw in drie bouwlagen (met 12 tot maximaal 16 appartementen) waarbij de

16

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

cultuurhistorisch waardevolle loods met dubbel betonnen boogdak wordt behouden voor stalling van auto's en fietsen.

Figuur 5a: Impressie appartementengebouw (indicatief).

Figuur 5b: Vogelvluchtfoto appartementengebouw (indicatief). Negen woonkavels De vrijstaande woningen krijgen een uitstraling die past bij het gebied. Dit wordt gedaan door landelijke architectuur met kappen en niet te grote goothoogtes (één laag met kap) toe te passen. De goothoogte is maximaal 4,5 m met een nokhoogte van maximaal 9 m. Ook de ontspannen ordening, geen vaste rooilijnen en draaiende kaprichtingen, geeft het een landelijke uitstraling. Vanaf de voorzijde van de perceelgrenzen wordt een bebouwingsvrije strook van minimaal 5 m in acht te genomen. Dit voorterrein dient te worden ingericht als tuin. De materialisatie van de woningen voegt zich ook naar het landschap, met natuurlijke materialen zoals hout en riet, zoals nader uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan.

Toelichting

17

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

3.3.1 Woningbouwprogramma Het woonprogramma behelst de bouw van 12 tot maximaal 16 appartementen en 9 woonkavels voor vrijstaande woningen in de koopsector voor de doelgroepen doorstromers en senioren. De verdeling van het woonprogramma (prijspeil januari 2021) luidt als volgt: 9 woonkavels in de dure sector; 12 tot maximaal 16 levensloopbestendige appartementen in de dure sector. In paragraaf 4.4.2 wordt onderbouwd dat het woningbouwprogramma aansluit op de Woonvisie.

3.4

Beeldkwaliteitsplan

De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan 'Beeldkwaliteitsplan Boonstoppellocatie', opgesteld door BoschSlabbers te Rotterdam van oktober 2022. In Bijlage 2 van de toelichting is het beeldkwaliteitsplan opgenomen. De volgende landschappelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten hebben bij het opstellen en uitwerken van het beeldkwaliteitsplan centraal gestaan: aansluiten op de gebiedseigen structuren en de kwaliteiten van de locatie; realisatie van een heldere groen- en waterstructuur (robuust raamwerk). Het beeldkwaliteitsplan dient als toetsingskader voor de bouwplannen van de negen woonkavels en het appartementengebouw. Het stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan worden separaat als addendum op de welstandsnota van de gemeente Waddinxveen vastgesteld door de gemeenteraad.

3.5

Verkeer en parkeren

3.5.1 Verkeer Het plangebied ligt aan de Wilhelminakade, een erftoegangsweg naar ondermeer de woningen aan Broekhuizen en het zuidelijk gelegen 't Weegje. In zuidelijke richting loopt de weg dood voor gemotoriseerd verkeer. Voor langzaam verkeer gaat deze recreatieve verbindingsroute onder de spoorlijnen over in de Stoofkade richting Gouda. In noordelijke richting is via de Kouwehoek de N454 bereikbaar naar het centrum van Waddinxveen en Gouda. Vanaf de rotonde is het rijkswegennet (A12 en A20) goed bereikbaar. In het plangebied wordt een weg aangelegd om het appartementengebouw en de negen woonkavels te ontsluiten met twee aantakkingen op de Wilhelminakade. De noordelijke ontsluiting wordt haaks aangesloten op de Wilhelminakade (ten zuiden van het perceel Wilhelminakade 82). Voorbij het appartementengebouw komt een tweede uitrit op de Wilhelminakade. Verkeersgeneratie In de bestaande planologische situatie zijn bedrijven tot en met milieucategorieën 3.1 toegestaan. Het bebouwd oppervlak is 5.710 m², waarvan 260 m² kantoor in twee bouwlagen. Op basis van de CROW richtlijnen (publicatie 381 van december 2018) kan worden uitgegaan van de volgende verkeersgeneratie in rest bebouwde kom. Tabel 3.1: Verkeersgeneratie bedrijven en kantoren.

Omschrijving matig stedelijk per 100 Oppervlakte Verkeersgeneratie* m² bvo (gemiddeld) bebouwing in m² Bedrijf arbeidsintensief/ 10 1.980 198 bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/ 1,1 3.600 39,6 bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Kantoor (zonder baliefunctie) 7,2 260 18,7 Totaal 5.710 m² 256 (afgegrond) * Inclusief vrachtverkeer, aandeel bezoekers: 5%. In de nieuwe situatie komen er twaalf tot maximaal zestien appartementen en negen woonkavels. Dit

18

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

brengt de volgende verkeersgeneratie met zich mee. Tabel 3.2: Verkeersgeneratie woningen. matig stedelijk Omschrijving (maximaal) Koop, huis vrijstaand 8,6 Koop, appartement, duur 7,5 Totaal

Aantal woningen

Verkeersgeneratie

9 12/16 21/25

77,4 90/120 168/198 (afgerond)

Samenvattend De verkeersgeneratie in de oude planologische situatie is aanmerkelijk hoger dan in de nieuwe situatie met uitsluitend woningen. Daarbij komt dat in de nieuwe situatie niet langer sprake is van (zwaar) transportverkeer van en naar het bedrijfsperceel over de Wilhelminakade. De afname van het aantal verkeersbewegingen heeft een positief effect op de verkeersgeneratie van aangrenzende wegen. Wilhelminakade richting Coenecoopbrug.

Wilhelminakade ter hoogte van plangebied.

Bestaande inrit naar bedrijfsperceel.

Broekhuizen, vanaf Wilhelminakade.

3.5.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 381, 'Toekomstbestendig parkeren' (2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen

Toelichting

19

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

voor 'centrum', 'schil centrum', 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied', waarin per locatie de bandbreedte wordt bepaald. Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Parkeerkencijfers woningen CROW-publicatie 381. Categorie rest bebouwde kom matig stedelijk (gemiddeld) koop, vrijstaand 2,2 koop, etage, duur 2,0

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning

Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.4). Tabel 3.4: Parkeerbalans nieuwe situatie. Functies Typologie Woningen vrijstaand Woningen koop, etage, duur Totaal

Parkeernorm 2,2 2,0

Aantal 9 12/16 21/25

Totaal 19,8 24/32 44/52 pp (afgerond)

De parkeerbehoefte voor twaalf appartementen wordt gerealiseerd in de bestaande loods met gebogen daken, waarin 24 parkeerplaatsen worden aangelegd. Op maaiveld kunnen extra parkeerplaatsen worden aangelegd wanneer in het appartementengebouw meer wooneenheden (maximaal 16) worden gerealiseerd. Voor de negen vrijstaande woningen worden twee parkeerplaatsen per woning aangelegd. Langs de ontsluitingsweg worden negen bezoekers parkeerplaatsen aangelegd overeenkomstig de hiervoor geldende richtlijnen (2,5 x 5 m). In totaal kunnen 52 parkeerplaatsen worden aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeerkencijfers. In artikel 11.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

20

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' (afgekort NOVI) vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Toelichting

21

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

voorziet in een transformatie van een verouderd bedrijfsterrein naar woningbouw in feitelijk bestaand stedelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte.

Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.1. De invulling van het plangebied met 21 woningen voor de doelgroepen doorstromers en senioren sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen nabij de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Waddinxveen. De herontwikkeling van het plangebied van 'Bedrijf'' naar 'Wonen' levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

22

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 februari 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd.

Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.1.

Toelichting

23

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 14 onderdeel uit van een bedrijventerrein (figuur 6). Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.

De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een rivierdeltacomplex. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied niet specifiek aangeduid. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van stedelijke groenstructuur indicatief (figuur 6).

De stedelijke groen- en waterstructuur is van groot belang voor de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in het stedelijk gebied, zeker in het licht van verdere stedelijke verdichting en de verwachte klimaatverandering. Deze structuur kan een rol spelen bij het beperken van hittestress, droogte en wateroverlast. Als richtpunt wordt aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.

Figuur 6: Links: uitsnede kaart 14 van Omgevingsvisie (bedrijventerrein) en rechts Kwaliteitskaart; Laag van de stedelijke occupatie. Het plangebied is met rode omlijning aangeduid.

24

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn van categorie 3 en hoger (HMC) en watergebonden bedrijven, mogen worden getransformeerd naar een andere functie. Het aantal hectare dat wordt getransformeerd, moet door de gemeente wel worden gecompenseerd, tenzij aangetoond kan worden dat er geen behoefte is. Deze behoefte moet zijn afgestemd in regionaal verband en aangegeven moet worden waar de eventuele compensatie zal plaatsvinden. Regionale visies kunnen hierbij behulpzaam zijn. Bij het beoordelen van nieuwe plannen kijkt de provincie, de Ladder voor duurzame verstedelijking indachtig, naar kwantiteit en kwaliteit. Geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisies kunnen zorgen voor de kwalitatieve onderbouwing van vraag en aanbod en kunnen inzicht geven in de realistische vraag die ontstaat door vervanging (transformatie). Voor de kwantiteit dient er voor de vraagkant te worden gekeken naar de actuele behoefteramingen, die het uitgangspunt vormen voor het gesprek met partijen die willen ontwikkelen. Daarbij zullen de uitkomsten van de reële vervangings- en transformatievraag van de regionale bedrijventerreinenvisie worden betrokken. Voor de kwantitatieve aanbodkant dient te worden gekeken naar het huidige bestaande aanbod en het huidige planaanbod. De kwalitatieve vraag naar bijvoorbeeld bepaalde kavelgrootte, type terrein etc.

kan worden onderbouwd in de motivatie bij het plan. De provincie kan op basis daarvan een goede kwalitatieve en kwantitatieve afweging maken. Toetsing aan Omgevingsvisie en kwaliteitskaarten Het bestaande bedrijventerrein ligt afgelegen aan de rand van het bestaand dorpsgebied, grenzend aan het recreatiegebied 't Weegje. De bereikbaarheid met vrachtwagens is slecht. Het voortzetten van nieuwe bedrijfsactiviteiten is daarom vanuit een goede ruimtelijke ordening ongewenst. Een herontwikkeling naar Wonen is een passende vervolgfunctie, waarbij veel aandacht is voor de stedelijke groen- en waterstructuur door extra water te realiseren met veel groen. Dit levert een bijdrage aan het beperken van hittestress, droogte en wateroverlast. De nieuwe ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Het vervallen van de bedrijfslocatie kan bovendien elders worden opgevangen op bestaande bedrijfsterreinen in de gemeente, waarbij ook uitbreiding van (bestaande) goed ontsloten bedrijventerreinen tot de mogelijkheden behoort. Hiermee kunnen nieuwe, gewenste ontwikkelingen op de juiste plek worden gerealiseerd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van 21 tot maximaal 25 woningen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking. De richtpunten zijn niet in het geding.

De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in de Woonvisie. In paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 wordt hierop nader ingegaan. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 februari 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

25

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een transformatie mogelijk van een bestaand bedrijventerrein naar woondoeleinden met 21 tot maximaal 25 woningen in bestaand dorpsgebied. Voldaan wordt aan de Ladder zoals beschreven in paragraaf 4.3.1. Deze herontwikkelingslocatie is in overeenstemming met de Ladder. De ontwikkeling sluit aan bij de omliggende woonbebouwing. Dit plan is opgenomen in blok I van het woningbouwprogramma voor de Regio Midden-Holland en is hiermee passend binnen de Regionale Agenda Wonen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben dit programma bij brief van 23 november 2021 aanvaard voor de periode 2021 tot en met 2030, die daarmee de Laddertoets hebben doorlopen. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan c.a. wijzigingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geenwijziging opstructuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoetaan de relevante richtpuntenruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteitper saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is ersprake van inpassen; b.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Op de Kwaliteitskaart maakt het plangebied onderdeel uit van 'stedelijke groen- en waterstructuur'.

Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Daarbij gaat het om de recreatieve kwaliteit, de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de verbinding tussen stad en land. De planontwikkeling maakt een transformatie van een verouderd bedrijventerrein naar wonen mogelijk, waarbij de oppervlakte aan bebouwing minder wordt en de groen- en waterstructuur wordt versterkt. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat langs de Wilhelminakade en Broekhuizen. De nieuw aan te leggen waterpartijen vormen een fraaie overgang naar het recreatiegebied 't Weegje. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'aanpassing'. In het stedenbouwkundig plan is aangetoond dat de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van het gebied worden verbeterd.

Bedrijventerreinen In artikel 6.12, lid 1 (Bedrijven) is opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, vestiging mogelijk maakt van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. In lid 4 van dit artikel is bepaald dat een bestemmingsplan in de toelichting verantwoordt op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden wanneer gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk wordt gemaakt.

26

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte (artikel 6.12, lid 6). Toetsing aan bedrijventerreinen Een herontwikkeling naar bedrijfsdoeleinden is niet gewenst, omdat het plangebied in een overgangsgebied ligt met woningen aan de Wilhelminakade/Broekhuizen en het nabij gelegen recreatiegebied 't Weegje. Ook de bereikbaarheid met (zwaar) vrachtverkeer over de Wilhelminakade is niet optimaal. In een reactie op een ingediende zienswijze tegen de ontwerp Herziening 2021 Omgevingsbeleid hebben Gedeputeerde Staten in de Nota van Beantwoording geantwoord dat bij een volgende herziening van het provinciale Omgevingsbeleid na het van kracht worden van de nieuwe bestemming het bedrijventerrein kan worden geschrapt van de bedrijventerreinenkaart. (In de Regio Midden-Holland zijn voldoende bedrijventerreinen aanwezig om het schrapen van dit bedrijventerrein ter grootte van circa 1,8 ha elders in de regio op te vangen.) Concreet worden er in de gemeente Waddinxveen momenteel twee bestemmingsplannen voorbereid om uitbreiding van twee bestaande bedrijventerreinen mogelijk te maken voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.1. Het betreft de volgende locaties: d.

Uitbreiding bedrijvenpark Coenecoop Een agrarisch perceel aan de Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord) van afgerond 1,53 ha wordt gewijzigd in de bestemming 'Bedrijf', waarin bedrijven mogelijk worden gemaakt tot maximaal milieucategorie 3.1. e. Uitbreiding bedrijventerrein Distripark Doelwijk Op het perceel Zuidelijke Dwarsweg 13c (ten zuiden van de Overslagweg en ten westen van N457) was een dierenpension gevestigd. Dit perceel is afgerond 1 ha groot. De bestemming wordt gewijzigd in 'Bedrijf' waarin bedrijven mogelijk worden gemaakt tot maximaal milieucategorie 3.1. Deze ontwikkelingen worden opgenomen in de binnenkort door de Regio Midden-Holland vast te stellen regionale bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland. Hiermee is voldoende aangetoond dat het verlies van het bedrijventerrein aan de Wilhelminakade 83 in Waddinxveen wordt gecompenseerd. Provinciale vaarwegen Op grond van artikel 6.19 (Vrijwaringszone provinciale vaarwegen) mogen binnen de vrijwaringszone van een vaarweg, zoals is verbeeld op kaart 2 in bijlage II van de Omgevingsverordening, alleen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, mits rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor de scheepvaart. Het plangebied ligt buiten de vrijwaringszone (figuur 7), zodat er geen beperkingen zijn.

Regionale waterkeringen Op grond van artikel 6.22 (Regionale waterkeringen) mogen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. Het plangebied ligt buiten de waterkering (figuur 7), zodat er geen beperkingen zijn.

Toelichting

27

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

Figuur 7: Links Kaart 2 Provinciale vaarwegen en rechts Kaart 3 Regionale waterkeringen van de Omgevingsverordening. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Een herontwikkeling van een verouderd en slecht ontsloten bedrijventerrein naar wonen in bestaand dorpsgebied is vanuit een goede ruimtelijke ordening een passende vervolgfunctie. Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland. De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Agenda Wonen. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub b (aanpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plan in overeenstemming is met artikel 6.12, lid 6 van de Omgevingsverordening (Bedrijventerreinen), omdat in de Regio Midden-Holland het schrappen van dit bedrijventerrein kan worden gecompenseerd; het plan in overeenstemming is met artikel 6.19 van de Omgevingsverordening (Provinciale vaarwegen); het plan in overeenstemming is met artikel 6.22 van de Omgevingsverordening (Regionale waterkeringen). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

28

Toelichting

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Agenda Wonen (RAW) Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.

Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.

De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De nieuwbouw van 12 tot maximaal 16 appartementen en 9 woonkavels in de dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Waddinxveen voor de doelgroepen doorstromers en senioren. De Wilhelminakade 83 is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen. Het plan is opgenomen in blok I

Toelichting

29

bestemmingsplan Wilhelminakade 83, Waddinxveen

van de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland. Bij brief van Gedeputeerde Staten d.d. 23 november 2021 is het programma voor blok I aanvaard. Na instemming van de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden Holland met 4 extra appartementen is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.

De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 8). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12651084/2