5. Bestemmingsplan Raadhuisplein - toelichting en regels 12343
Tekst van het document
bestemmingsplan
Raadhuisplein - Waddinxveen Waddinxveen
DATUM IMRO IDN
05-04-2023 NL.IMRO.0627.bpraadhuisplein-0401
PROJECT PROJECTLEIDER
Bestemmingsplan R. Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Waddinxveen 20211106
AUTEUR STATUS
M. van Putten vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
7
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
8
1.4
De bij het plan behorende stukken
10
1.5
Leeswijzer
10
Huidige situatie
11
2.1
Omgeving
11
2.2
Ontsluiting
12
Hoofdstuk 3
Het plan
13
3.1
Gewenste situatie
13
3.2
Ontwikkelkaders
15
3.3
Verkeer en parkeren
18
3.4
Laddertoets
20
Hoofdstuk 4
Beleidskader
23
4.1
Rijksbeleid
23
4.2
Provinciaal beleid
24
4.3
Regionaal beleid
28
4.4
Gemeentelijk beleid
30
Hoofdstuk 5
Water
39
5.1
Inleiding
39
5.2
Beleidskader Rijk, provincie en gemeente
39
5.3
Beleid Hoogheemraadschap van Rijnland
41
5.4
Waterhuishouding
42
Omgevingsaspecten
44
6.1
Geluid
44
6.2
Luchtkwaliteit
46
6.3
Bedrijven en milieuzonering
49
6.4
Externe veiligheid
50
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 6
3/412
6.5
Bodem
54
6.6
Archeologie
55
6.7
Ecologie
57
6.8
Conventionele explosieven
59
6.9
Bezonning
60
6.10
Milieueffectrapportage
61
Hoofdstuk 7
Juridische regeling
64
7.1
Algemeen
64
7.2
Toelichting op de bestemming
64
Uitvoerbaarheid
65
8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
65
8.2
Economische uitvoerbaarheid
65
Hoofdstuk 8
Bijlagen toelichting
67
Bijlage 1
Parkeerdruk - Raadhuisplein
69
Bijlage 2
Watertoets
79
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
81
Bijlage 4
Advies Veiligheidsregio Hollands Midden
123
Bijlage 5
Bodemonderzoek
129
Bijlage 6
Aanvullend onderzoek asbest bodem
215
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
247
Bijlage 8
Ontheffing ecologie
305
Bijlage 9
Aanvullend ecologisch onderzoek
317
Bijlage 10
Ecologisch onderzoek
329
Bijlage 11
Memo stikstof
347
Bijlage 12
Gebiedsscan ecoloog
359
Bijlage 13
Bezonningstudies
363
Bijlage 14
M.e.r.-beoordelingsbesluit
375
Bijlage 15
Nota beantwoording zienswijzen
379
Regels
4/412
395
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
396
Artikel 1
Begrippen
396
Artikel 2
Wijze van meten
401
Bestemmingsregels
403
Artikel 3
Verkeer
403
Artikel 4
Wonen
404
Algemene regels
406
Artikel 5
Anti-dubbeltelbepaling
406
Artikel 6
Algemene bouwregels
407
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
408
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
409
Artikel 9
Overige regels
410
Overgangs- en slotregels
411
Artikel 10
Overgangsrecht
411
Artikel 11
Slotregel
412
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
5/412
Toelichting
6/412
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In het 'Sleutelkwartier' aan het Raadhuisplein in Waddinxveen ligt een braakliggend terrein waar voorheen het gemeentehuis van Waddinxveen stond. De gemeente Waddinxveen (hierna initiatiefnemer) is voornemens om ter plaatse maximaal 37 sociale huurappartementen en bijbehorende (parkeer)voorzieningen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden herzien. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. Er zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan het Raadhuisplein en de Raadhuisstraat in het centrum van Waddinxveen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Waddinxveen.
7/412
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Waddinxveen en ten opzichte van de directe omgeving (bron: www.pdok.nl)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Het plangebied ligt binnen de bestemmingsplannen 'Van station tot hefbrug' dat op 30 januari 2013 is vastgesteld en het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' dat op 19 september 2018 is vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het vigerende bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug' opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het plangebied indicatief weergegeven.
8/412
Afbeelding 1.2 Uitsnede huidige bestemming 'Van station tot hefbrug' met daarop in het rood het plangebied weergeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug' is het plangebied bestemd voor 'Verkeer' en 'Maatschappelijk'. Daarnaast is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' uit het geldende paraplubestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' van toepassing. Bestemming 'Verkeer' De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden met de daarbij behorende ongebouwde parkeervoorzieningen. Bestemming 'Maatschappelijk' De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke dienstverlening. Ter plaatse van het bouwvlak dient het hoofdgebouw te worden gebouwd. Waarbij de maximum bouwhoogte van 14 meter en maximum goothoogte van 14 meter dient te worden aangehouden. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'
9/412
De gronden met de dubbelbestemming zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Bij bouwwerken groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld dient een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan 'Raadhuisplein Waddinxveen' met identificatienummer NL.IMRO.0627.bpraadhuisplein-0401 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan is na dit hoofdstuk als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied. Daarbij wordt ingegaan op de ruimtelijke en de functionele aspecten. Hoofdstuk 3 beschrijft de voorgenomen ontwikkeling en de uitgangspunten daarvan. De onderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ook in dit hoofdstuk opgenomen (paragraaf 3.4). Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van het relevante Rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid. Eventueel sectoraal beleid komt binnen de overige beleidskaders aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op het aspect water waarbij stil gestaan wordt bij het beleid maar ook de waterhuishouding in het voorliggend plan. Hoofdstuk 6 behandelt de milieu- en omgevingsaspecten, waaronder geluid, water, ecologie en archeologie en de vormvrije m.e.r-beoordeling. In hoofdstuk 7 is vervolgens de planbeschrijving van dit bestemmingsplan opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op het juridisch systeem, de consequenties van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 en Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het bestemmingsplan en wordt nader ingegaan op de bestemmingen.
Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan, waarin onder andere uitleg wordt gegeven over de te volgen planologische procedure, het exploitatieplan en de financiële haalbaarheid.
10/412
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Omgeving
Het plangebied ligt in het Sleutelkwartier nabij het centrum van Waddinxveen. Het voormalige gemeentehuis is gesloopt en de gronden zijn bouwrijp gemaakt. De noordkant van het plangebied ligt aan het Raadhuisplein. Aan de oost-, zuid- en westkant van het plangebied liggen de achtertuinen van verschillende woningen. Daarnaast zijn er in het plangebied parkeerplaatsen aanwezig voor het voormalige gemeentehuis. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn straatbeeldfoto's en een luchtfoto van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1 Aanzichten vanaf het Raadhuisplein en Raadhuisstraat op het plangebied (bron: Google streetview)
11/412
Afbeelding 2.2 Luchtfoto met daarop in het rood indicatief het plangebied weergegeven (bron: PDOK)
2.2
Ontsluiting
De kern Waddinxveen kent een goede bereikbaarheid door de ligging aan de provinciale N207 en de ligging nabij de A20 en A12. Daarnaast zijn er verschillende treinstations in de kern aanwezig. Het plangebied wordt ontsloten via verschillende wegen, namelijk het Raadhuisplein en de Raadhuisstraat.
12/412
Hoofdstuk 3 3.1
Het plan
Gewenste situatie
Het voornemen is om het plangebied te herontwikkelen met maximaal 37 sociale huurappartementen en de benodigde (parkeer- en groen)voorzieningen. In het voorontwerp van de stedenbouwkundige invulling bestaat het gebouw uit drie delen waarbij twee delen bestaan uit drie bouwlagen (maximaal 11 meter) met elk negen woningen en één deel bestaat uit vijf bouwlagen (maximaal 17 meter) met 19 woningen. Onder het gebouw met vijf bouwlagen wordt daarnaast voor elk appartement een berging gerealiseerd. In afbeelding 3.1 is een impressie opgenomen van het aanzicht.
Afbeelding 3.1 Impressie aanzicht voorontwerp stedenbouwkundige invulling (bron: architectenbureau Visser en Bouwman bv) Beeldtaal Qua beeldtaal is er gekozen voor een prettige stevige uitstraling, uitgevoerd in een fraaie gemêleerde baksteen in een relatief donkere tint. De raampartijen zijn ritmisch en symmetrisch opgenomen in dit volume. Een deel van de gevel wordt uitgevoerd met een keramische gevelpan. Daarnaast worden aan de zijkant groene gevels gebruikt. Entreepartijen Extra aandacht komt te liggen op de drie entreepartijen, waarbij gekozen is voor maximale transparantie. Dit vergt extra aandacht voor de vormgeving van deze binnenruimtes die nu goed zichtbaar zijn, maar het is ook de ambitie van de opdrachtgever om dit zeer verzorgd uit te voeren.
13/412
Accent Het accent op de kop wordt verder versterkt door aan de ene kant de omkaderde loggia's en aan de andere kant door het voorgestelde kunstwerk. Er is voor gekozen om een icoon uit de omgeving op te nemen in het gevelbeeld. Details Het gevelbeeld is verder verrijkt door extra aandacht te besteden aan de omkadering van de entrees, verbijzondering van de raamdorpels en fraai vormgeven van de dakrand en het inzetten van de al eerder genoemde gevelpannen. Binnengebied Aan de binnenzijde wordt een lichtere baksteensortering toegepast, om het binnengebied een zo fris mogelijke aanblik mee te geven. De vele balkons en buitenruimtes geven dit gebied zijn levendige sfeer. Dit wordt versterkt door de groene omkadering van de buitenruimtes op de begane grond, de bestaande bomen, de nieuw te plaatsen bomen en de halfopen bestrating van de parkeerplaatsen. In afbeelding 3.2 is een inrichtingstekening opgenomen van het planvoornemen. Binnen het plangebied worden 35 parkeerplaatsen op het binnenhof van het pand gerealiseerd en aan de straat komen nog eens 27 parkeerplaatsen. In totaal worden 62 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het definitieve ontwerp van het gebouw ligt nog niet vast maar de contouren waarbinnen gebouwd mag worden zijn bekend en vastgelegd in de verbeelding en regels van dit plan. De volgende contouren zijn vastgelegd: bouwvlak; aantal woningen; aantal bouwlagen per gebouw.
14/412
Afbeelding 3.2 Inrichtingstekening nieuwe situatie (Bron: architectenbureau Visser en Bouwman bv)
3.2
Ontwikkelkaders
Voor het Sleutelkwartier (voorheen Station tot Brug-gebied) is een beeldkwaliteitsplan vastgesteld (2017). Hierin zijn voor de locatie Raadhuisplein de volgende uitgangspunten opgenomen.
Afbeelding 3.3 Uitsnede beeldkwaliteitsplan
15/412
Het stedenbouwkundig voorontwerp (zie paragraaf 3.1) past niet volledig in de uitgangspunten die zijn geformuleerd in het beeldkwaliteitsplan (zie ook paragraaf 4.4.3). Met deze bestemmingsplanwijziging wordt tegelijkertijd afgeweken van het beeldkwaliteitsplan dat is vastgesteld in 2017. Het ontwerp wijkt op de volgende punten af. regels beeldkwaliteitsplan afwijking op beeldkwaliteitsplan motivatie afwijking Hoofdmassa: maximaal twee Het nieuwe plan bestaat uit drie In het huidige bestemmingsplan is bouwlagen + kap, incidenteel drie bouwblokken, waarbij de een bouwhoogte van 14 meter bouwlagen + kap mogelijk. hoofdmassa drie lagen is en op de mogelijk. Dit worden 3 lagen (max. kop een bouwvolume van vijf lagen. 11 meter) en 5 lagen (max. 17 meter). De verhoging van de bouwhoogte naar vijf lagen is ruimtelijk passend in de omgeving. De nieuwe bebouwing wordt op een geruime afstand van de huidige bebouwing gerealiseerd.
Bebouwing moet worden voorzien De bebouwing wordt voorzien van van een kapconstructie, parallel of een plat dak, met daarboven haaks op de rooilijn. De zonnepanelen. dakbedekking kan bestaan uit dakpannen of leisteen in antraciet. Glanzende pannen zijn uitgesloten.
16/412
Met deze hoogte wordt daarnaast een accent/verbijzondering op de hoek gerealiseerd. Daarnaast ligt de locatie op loopafstand van station Waddinxveen. Meer woningbouw in de nabijheid van stations draagt in algemene zin bij aan een goede ruimtelijke ordening en bereikbaarheid. De keuze voor een plat dak levert meer functionele woonruimte op.
Bebouwing staat op de rooilijn of maximaal één meter achter de rooilijn
Zowel de kleurstelling als het materiaal dient aan te sluiten op reeds bestaande en aangrenzende bebouwing. De gevels dienen in rode of bruintinten en in gebakken materiaal te worden uitgevoerd. Als kleuraccent kan gekozen worden voor een gele/beige kleur. Voor de gevelopeningen wordt de toepassing van hout voor kozijnen en deuren voorgeschreven. Kunststof materialen worden niet toegestaan. Ook dient een zorgvuldige detaillering bij te dragen aan een hoogwaardige architectuur. Gedacht kan worden aan een geleding door middel van metselverbanden, toepassen van luiken, daklijsten, natuursteen dorpels, etc.
17/412
Het deel van het gebouw met het hoogteaccent staat in de rooilijn, de twee lagere delen liggen iets terug .Wel dient de bebouwing voor een afronding te zorgen van het bouwblok.
De eis om de bebouwing precies in de rooilijn te plaatsen wordt ter plaatse van de lagere delen losgelaten, omdat de wens is om een deel van het bouwblok naar voren te plaatsen. Hiermee wordt het kopgebouw nog beter geaccentueerd en ontstaat een beter indeelbaar binnen-/achterterrein. Verder doet het loslaten van deze eis geen afbreuk aan de afronding van het bouwblok. Het plan dient qua kleurstelling, De kleurstelling, detaillering en detaillering en materiaal op een materiaal worden niet meer hoogwaardige manier aan te sluiten voorgeschreven, maar worden in op de omgeving. De kleurstelling is overleg met de ontwikkelende partij niet vooraf bepaald. afgestemd. Voorwaarde blijft de hoogwaardige kwaliteit.
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1 Algemeen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval gelden de uitgangspunten uit het parkeerbeleid uit 2014 en de aanvullende memo uit 2017. Doordat het parkeerbeleid in 2014 is vastgesteld biedt dit echter geen goed inzicht meer in de actuele ontwikkelingen met betrekking tot parkeren. Daarom wordt aangesloten op de verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen. En daardoor op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. Het CROW geeft bij de parkeernormen een bandbreedte op voor het te realiseren aantal parkeerplaatsen.
Op basis van gemeentelijk beleid en context van de herontwikkeling wordt een keus gemaakt in een plek op de bandbreedte. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone, de stedelijkheidsgraad, de bandbreedte en de bezettingsgraad. De volgende uitgangspunten worden voor deze ontwikkeling op basis van de CROW-normen gehanteerd: verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk: Waddinxveen is conform de cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek van matig stedelijk naar sterk stedelijk gegaan, hierop wordt dan ook aangesloten; stedelijke zone: schil centrum: de ontwikkeling Raadhuisplein is getoetst op loopafstanden. De ontwikkeling ligt op 550 meter loopafstand van het station en de loopafstand tot winkelcentrum Gouweplein is 600 meter; bandbreedte: voor deze ontwikkeling is gekozen om op het midden van de bandbreedte te gaan zitten; functie appartementen: 'huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)': 1. verkeersgeneratie (per appartement): gemiddeld 3,2; 2. parkeercijfers (per appartement): 1,1. Op basis van voorgenoemde uitgangspunten wordt in de volgende twee subparagrafen op de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte ingegaan; bezettingsgraad: de gemeente gaat uit van een maximale bezettingsgraad van 90%.
Een goede en voldoende flexibele situatie wordt bereikt als op de drukste momenten maximaal 90% van de beschikbare openbare parkeerplaatsen gebruikt wordt.
18/412
3.3.2 Verkeersgeneratie Uitgaande van de genoemde uitgangspunten geldt voor de appartementen een gemiddelde verkeersgeneratie van 3,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Met het planvoornemen worden 37 sociale huurappartementen mogelijk gemaakt. Gezamenlijk generen de appartementen afgerond 119 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In de huidige situatie is een gemeentehuis met de daarbij behorende verkeersbewegingen toegestaan. Uitgaande van sterk stedelijk en schil centrum midden bandbreedte geldt volgens de CROW-richtlijnen 8,7 verkeersbewegingen per 100 m². Het oude gemeentehuis had een oppervlakte van 2.338 m². Daarom waren er (8,7*23,38=) 204 verkeersbewegingen volgens de CROW-richtlijnen per weekdagetmaal. Deze verkeersbewegingen komen te vervallen met de voorgenomen ontwikkeling, waardoor in de nieuwe situatie minder verkeersbewegingen zijn dan in de oude situatie. De beoogde ontsluiting van het parkeerterrein bij de woningen is de Raadhuisstraat en het Raadhuisplein. Via deze wegen gaat het verkeer over de Jan Dorrekenskade-oost en/of de Stationsstraat naar de Kanaalstraat. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling kan dan ook eenvoudig worden afgewikkeld op de bestaande wegen. 3.3.3 Parkeerbehoefte Met de voorgenomen ontwikkeling ontstaat een nieuwe parkeerbehoefte.
Op basis van het planvoornemen is de minimale parkeerbehoefte bij 37 sociale huurappartementen afgerond 41 parkeerplaatsen. Boven op de 41 parkeerplaatsen worden nog 21 parkeerplaatsen gerealiseerd ter vervanging van parkeerplaatsen die verdwijnen en als extra capaciteit in het gebied. Hierdoor worden er in totaal 62 parkeerplaatsen gerealiseerd. Zie ook paragraaf 3.1 waarin de parkeerplaatsen zijn weergegeven. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van de voorgenomen ontwikkeling. In de planregels is vastgelegd dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Parkeerdruk omgeving Voor de ontwikkeling is tevens onderzocht hoe de parkeerdruk in de omgeving van het plangebied is. In bijlage 1 is het volledig parkeerdrukonderzoek toegevoegd. In afbeelding 3.4 is het zoekgebied parkeervraag weergegeven. Uit de eerdere parkeerdrukmetingen (juni 2018, november 2020 en september 2021) is gebleken dat met de realisatie van de 62 parkeerplaatsen er voldoende parkeerplaatsen zijn en niet boven een bezettingsgraad van 90% komt. In 2022 is een aanvullende parkeerdrukmeeting uitgevoerd. In tabel 3.1 is het verschil te zien tussen 2020 en 2022. Uit de parkeerdrukmeeting blijkt dat de parkeerdruk in 2022 iets hoger is ten opzichte van de meting in 2020. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat er weer meer op kantoor wordt gewerkt op de doordeweekse dagen.
Ook is te zien dat nu de restaurants weer open zijn, dit een effect heeft op de parkeerdruk in de nabijheid. Met name de parkeerdruk op het Raadhuisplein is in de avonduren hoog, doordat zowel bewoners als restaurantbezoekers van deze parkeerplaatsen gebruikmaken. Gebiedsbreed is er voldoende restcapaciteit aanwezig. Vooral de parkeersecties rond het gemeentekantoor bij de Beukenhof staan in de avonduren en op de zaterdag nagenoeg leeg.
19/412
Afbeelding 3.3 Zoekgebieden parkeervraag Tabel 3.1. Verschil in bezette parkeerplaatsen in 2020 en 2022
3.3.4 Conclusie Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan de verkeer- en parkeerbehoefte in het voorliggende plan.
3.4
Laddertoets
Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De Ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen.
20/412
Binnen het plangebied ligt een bouwvlak met een maatschappelijke bestemming. De ontwikkeling met woningbouw past niet binnen de geldende regels en bouwvlakken. Daarom is gelet op het aantal woningen de Ladder doorlopen. Beschrijving behoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Waddinxveen binnen de regio Midden-Holland. Woningbehoefte De behoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR). Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2019 blijkt dat er in de regio Midden-Holland in de periode 2020-2030 circa 12.700 woningen nodig zijn, waarvan 3.260 in de gemeente Waddinxveen. Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de regio behoefte is aan 14.500 woningen. De nieuwe raming komt hoger uit dan die uit 2019, wat betekent dat er in de gemeente Waddinxveen ook meer woningen nodig zijn. Bovendien is een deel van de behoefte nog niet toegedeeld aan regio's, waardoor de opgave nog hoger kan uitvallen. Tabel 3.2 Woningbehoefteraming 2019 en 2021 (Bron: Provincie Zuid-Holland)
21/412
Waddinxveen wil in de behoefte voorzien en daarnaast bouwen voor de regionale groei en gaat daarom uit van een programma van circa 4.250 woningen tot 2030. Dit betekent dat gemiddeld ruim 200 woningen per jaar worden gerealiseerd. Woondeal zuidelijke Randstad (2019) In de Woondeal zuidelijke Randstad is afgesproken dat het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in de regio samen optrekken om de woningbouwproductie te versnellen. Gezien de grote woningbehoefte hebben alle gemeenten in de zuidelijke Randstad een woningbouwopgave. Om de druk op de woningmarkt te verminderen, moeten er in de periode tot 2025 100.000 woningen extra bij komen in de zuidelijke Randstad, oplopend tot 230.000 in 2040. Regionale afstemming De woningbehoefte en het woningbouwprogramma zijn in regionaal verband afgestemd. Hier is in paragraaf 4.3.1 op ingegaan. De bouwplannen binnen het Sleutelkwartier zijn regionaal afgestemd met de werkgroep RAW en opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden Holland 2021. Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve woningbehoefte is in de gemeentelijke woonvisie beschreven. Hier is in paragraaf 4.4.4 op ingegaan. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende sociale huurwoningen te realiseren. Conclusie Er is in Waddinxveen een grote woningbehoefte.
Het project geeft hoofdzakelijk invulling aan de grote behoefte aan sociale huurwoningen. Met de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland 2021 – waar dit project in is opgenomen – is ingestemd, en heeft daarmee de eerste trap in de Ladder van de duurzame verstedelijking doorlopen.
22/412
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren. 1. De Omgevingsagenda. Hierbij is Nederland opgedeeld in verschillende gebieden. Het plangebied is gelegen in het landsdeel Zuidwest (Zuid-Holland en Zeeland). Dit bestaat uit de hoogdynamische Zuidvleugel en een laagdynamische Groene Hart en Zuidwestelijke Delta. Het landsdeel wordt gekarakteriseerd door een internationaal transportknooppunt, met goederenstromen vanuit de havens en industrieclusters van Rotterdam en de North Sea Port en producten vanuit de land- en tuinbouw die de hele wereld over gaan. Karakteristieke landschappen van internationaal belang, zoals de Zuidwestelijke Delta en het Groene Hart. Waterrijke landschappen waar productie voor de wereldmarkt, hoge natuurlijke en recreatieve waarden en cultuurhistorische iconen samengaan. Een hoogdynamisch stedelijk gebied in de Zuidvleugel dat zich ontwikkelt rond de kennisas en anderzijds een geheel eigen hoogwaardige vorm van stedelijkheid in de Delta.
De grensoverschrijdende samenhang met Vlaanderen is van groot belang. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande
23/412
samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Toetsing Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen Rijksbelangen raakt zoals opgenomen in de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Bij de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking dient voor een stedelijke ontwikkeling de behoefte te worden beschreven. Voor locaties buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte wordt voorzien. In paragraaf 3.4 is de verantwoording aan de Ladder duurzame verstedelijking opgenomen.
In deze toelichting van dit bestemmingsplan wordt verder gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.2
Provinciaal beleid
De Provinciale Staten van Zuid-Holland heeft op 20 februari 2019 de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld en de laatste wijzigingen zijn in 2022 doorgevoerd. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Hieronder wordt nader ingegaan op de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Herziening 2021 (vastgesteld) De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer, energie, landschap, bodem en water. Zuid-Holland staat voor de opgave om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren en om de woningvoorraad te verduurzamen. Opgaven die in Zuid-Holland om ingrijpende keuzes vragen. Daarvoor zijn sturende ruimtelijke concepten nodig. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. De metropolitane ontwikkeling moet op die manier vorm krijgen. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het economisch potentieel kan beter benut worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropolitaan gebied.
Het leefen vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit
24/412
van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Opgaven omgevingskwaliteit Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen werkt de provincie vanuit de zes vernieuwingsambities en vanuit opgaven in het gebied. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werken we vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die we van provinciaal belang achten. Ten aanzien van wonen heeft de provincie de opgaven 'Wonen' en 'Ruimte en verstedelijking' opgesteld. Onderstaande beleidskeuzes zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn.
Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. In paragraaf 4.3 wordt hierop nader ingegaan. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaande stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is zorgvuldig gebruik van de ruimte.
De provincie wil bevorderen dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio.
25/412
Afbeelding 4.1 Plangebied weergegeven op de kaart 'Stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied' (bron: orovincie Zuid-Holland) Risico's van klimaatverandering De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving. In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de provincie ernaar streeft om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen betrokken partijen de uitkomsten uit de klimaatstresstesten expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze en inrichting van het gebied. Dit geldt voor alle risico's die gepaard gaan met klimaatverandering (in ieder geval wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte). Deze risico's hebben naast lokale ook regionale aspecten. Toetsing aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 37 appartementen in bestaand bebouwd gebied in de kern van Waddinxveen.
Het plan voorziet in de herontwikkeling van dit bestaand bebouwd gebied. In paragraaf 3.4 wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Daaruit blijkt dat er behoefte is en dat de voorgenomen ontwikkeling passend is. Tevens wordt in de ontwikkeling rekening gehouden met voldoende parkeerplaatsen. De ruimtevraag voldoet aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan lucht, geluid, externe veiligheid, bodem en klimaatverandering. Zie hiervoor ook hoofdstuk 6.
26/412
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerd 1 februari 2023) In samenhang met de omgevingsvisie en het Programma Ruimte is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de ontwikkeling van het plangebied is onderstaand artikel van toepassing. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c.
de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan artikel 6.9, lid 5 Ruimtelijke Kwaliteit uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland Met het planvoornemen worden 37 sociale huurappartementen ter plaatse van het voormalige gemeentehuis in Waddinxveen gerealiseerd. Met het bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij ter plaatse aangesloten wordt op het beeldkwaliteitsplan 'Van station tot brug te Waddinxveen' (zie ook paragraaf 4.4.3). Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse gewaarborgd en waar mogelijk versterkt. Met de ontwikkeling vindt dan ook een inpassing plaats waarbij de nieuwe woningen aansluiten op de stedenbouwkundige identiteit en schaal van het gebied. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.9 lid 5.
Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen wordt in de verordening aangegeven dat: in de toelichting ingegaan wordt op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals verwoord in het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.4); wanneer in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruikgemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In artikel 6.10b (Parkeernorm sociale huur) is bepaald dat een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale
27/412
huurwoningen een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning hanteert. Hiervan kan worden afgeweken indien parkeerbeleid is vastgesteld. In artikel 6.10c (Parkeernorm stationsomgevingen) is aangegeven dat een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd op kaart 22 in bijlage II van de provinciale Omgevingsverordening, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. Of indien er beleid voor parkeren door de gemeente is vastgesteld. Toetsing aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland In het voorliggende geval wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Hiervoor is in paragraaf 3.4 een ladderonderbouwing opgenomen waarin de behoefte is beschreven. De locatie bevindt zich binnen de aanduiding stationsgebied en betreft sociale huurwoningen waarvoor op basis van het provinciaal beleid een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning gehanteerd kan worden. In het voorliggende geval wordt aangesloten op de gemeentelijke parkeernormen. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 (RAW2019) Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio's Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendig woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema's geformuleerd: 1. gevarieerd woon- en leefklimaat; 2. duurzaamheid; 3. wonen en zorg;
28/412
4. betaalbaarheid/toegankelijkheid; 5. beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. De gemeente Waddinxveen behoort qua woonprofiel in de subregio in de categorie 'Middelgroot', vergelijkbaar met Bodegraven, Nieuwerkerk en Schoonhoven. Waddinxveen is sinds de jaren 80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht-Den Haag is daarvoor belangrijk.
Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. In de tabel wordt de toekomstwaarde van het woonmilieu weergegeven: hoe groener, hoe hoger de toekomstwaarde (bron: Marktonderzoek Regio Midden-Holland, Fakton). Tabel 4.1. Toekomstwaarde van het woonmilieu in Waddinxveen (Bron: Marktonderzoek Regio Midden-Holland, Fakton)
Toetsing aan de Regionale Agenda Wonen Voor de voorgenomen ontwikkeling is de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen (zie paragraaf 3.4). Plannen waarvoor de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden doorlopen, worden regionaal afgestemd. Deze locatie is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, middels de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland 2021 wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen en dat hierover in voldoende mate door de regio afstemming heeft plaatsgevonden.
29/412
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De Omgevingsvisie is vastgesteld op 12 oktober 2022. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Waddinxveen 2030. Het centrale thema is 'bruggen bouwen richting de toekomst'. Er komen grote ontwikkelingen aan, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, die om ingrijpende keuzes vragen. De brug heeft drie pijlers: 1. veelzijdig polderlandschap; 2. goed leven tussen stad en land; 3. innovatieve knoop aan de Gouwe.
Afbeelding 4.2 Ambities Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is een 'integrale visiekaart' opgenomen, waarop de belangrijkste ruimtelijke ingrepen
30/412
staan.
Afbeelding 4.2 integrale visiekaart Het plangebied ligt op de integrale visiekaart in het deelgebied Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier. Het Gouweplein richt zich op dagelijkse boodschappen en doelgerichte aankoopplaatsen. Het Gouweplein is goed bereikbaar met de auto, maar minder goed voor voetgangers en fietsers. De aanwezige 'Shared Space' wordt momenteel door velen als onaangenaam ervaren. Sinds de vestiging is het centrum nog niet volledig ingevuld, maar er is een daling in de leegstand te herkennen. Voor het gebied worden een aantal kansen gezien: klimaatadaptie, biodiversiteit; Gouweplein als duidelijk dorpscentrum met ondersteunende wijkwinkelgebieden. Een structuur formuleren, waarin 'oud' en 'nieuw' winkelaanbod zich goed tot elkaar kunnen verhouden; Gouweplein verder laten uitgroeien naar een bredere, toekomstbestendige, centrale plek; moderne bereikbaarheid stimuleren door het STOP-principe als uitgangspunt te nemen in de openbare ruimte. Voorrang voor voetganger en fietser boven de auto.
Benodigde aanpassingen om de Shared Space aantrekkelijk te maken; de verblijfs- en ontmoetingsfuncties verder te versterken: van een 'place to buy' naar een 'place to be'; aanvullend op de winkels meer horeca en dienstverlening huisvesten; verdere functieverbreding (zoals cultuurcentrum De Kroon); openbare ruimte veilig en gezond inrichten passend bij een centrumfunctie en beheren op beheerniveau A (dat wil zeggen een hoog niveau); realisatiefase 2 van het nieuwe centrum; toevoegen woningbouw, beleving en levendigheid in het Sleutelkwartier.
31/412
Toetsing aan de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 staat het oprichten van woningen in Waddinxveen niet in de weg. Het staat juist het toevoegen van woningen in het Sleutelkwartier toe. Het voornemen is dan ook passend binnen de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050. 4.4.2 Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied Voor het gebied van Station tot Brug-gebied (SB-gebied) heeft de raad in zijn vergadering van 7 maart 2017 een ontwikkelvisie vastgesteld. Deze visie komt voor het gedeelte dat betrekking heeft op het SB-gebied in de plaats van de in 2009 vastgestelde gebiedsvisie van Bentwoud tot Brug. De stedenbouwkundige invulling van het gebied is op veel plekken onsamenhangend en rommelig. Een behoorlijk aantal locaties in het SB-gebied vraagt nu of op termijn om een herontwikkeling. Mede door de opening van Gouweplein in 2014 zijn er veel locaties beschikbaar gekomen. Ook de kwaliteit van de openbare ruimte kan verbeteren. De ontwikkellocaties zijn opgenomen in onderstaande afbeelding. Het plangebied maakt onderdeel uit van ontwikkellocatie 3.
Afbeelding 4.3 Overzicht van de ontwikkellocaties (indicatief) (bron: gemeente Waddinxveen) Het doel is een kwaliteitsimpuls voor het SB-gebied. Het gaat enerzijds om een kwaliteitsimpuls voor de diverse ontwikkellocaties en anderzijds om een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte in het SB-gebied als samenhangend element en verbinding tussen de ontwikkellocaties. Deze ontwikkelvisie biedt hiervoor realistische kaders en uitgangspunten. Verder geldt: nieuwe bebouwing is kwalitatief hoogwaardig en past goed in de omgeving; functies hebben een meerwaarde voor Waddinxveen;
32/412
initiatieven vinden zoveel mogelijk in de juiste volgorde plaats, waarbij snel resultaat zichtbaar is. Het plangebied is de ontwikkelingslocatie 3. Deze ontwikkellocatie bestaat uit het voormalige gemeentehuis van Waddinxveen. Stedenbouwkundige kaders Stedenbouwkundig zijn er twee belangrijke aandachtspunten. 1. Op dit moment is er in het SB-gebied op diverse plekken sprake van een minimale ruimtelijke kwaliteit en samenhang. Dit komt door de diverse braakliggende locaties, waardoor er gaten zijn en er zicht is op achterkanten. Dit geeft een rommelig beeld. 2. Het SB-gebied is één van de oudere delen van Waddinxveen. Door de historische waarden in het gebied te herstellen of te benadrukken, ontstaat extra kwaliteit. Het historische lint van de oude Kerkweg biedt hiervoor kansen. Dit lint kan op verschillende manieren versterkt en beter zichtbaar worden. Bij de herontwikkelingen van de ontwikkellocaties kan dit door samenhangende bebouwing en rooilijnen. Ook bij de verbetermogelijkheden voor de openbare ruimte is dit een belangrijk element. Functionele kaders Bij initiatieven op de ontwikkellocaties wil de gemeente dat de nieuwe functies een toegevoegde waarde hebben voor Waddinxveen. Het moet gaan om functies waar behoefte aan is en niet ongewenst concurreren met andere functies in Waddinxveen.
Ook dit is een belangrijk onderdeel voor het bereiken van de gewenste kwaliteitsimpuls. In het kader van de Ontwikkelingsvisie is er een marktonderzoek uitgevoerd om de meest kansrijke functies voor het SB-gebied te bepalen. In het gebied is plaats voor verschillende typen functies, waarmee we het SB-gebied beschouwen als een gemengd gebied. De meest kansrijke functie is wonen, vooral gericht op: alleenstaanden; jongeren tot 30 jaar; (aankomende) gezinnen; ouderen. Toetsing aan de Ontwikkelingsvisie Station tot Brug-gebied De planontwikkeling past binnen de gestelde stedenbouwkundige kaders. De woningen betreffen sociale huur appartementen welke geschikt zijn voor verschillende doelgroepen waaronder starters, jongeren tot 30 jaar en ook ouderen. Hiermee sluit het voornemen aan op de Ontwikkelingsvisie Station tot Brug-gebied. 4.4.3 Beeldkwaliteitsplan Van station tot brug te Waddinxveen (2017) Het aantal potentiële ontwikkelingslocaties binnen het plangebied Van station tot brug te Waddinxveen is aanleiding geweest voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de door de raad op 7 maart 2017 vastgestelde 'Ontwikkelvisie van Station tot Brug-gebied'. Beeldkwaliteitsplan In het beeldkwaliteitsplan zijn voor ontwikkelingslocaties stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen opgesteld, als tussenstap richting bestemmings- en wijzigingsplan(nen).
Met deze randvoorwaarden wordt de samenhang binnen het gebied gewaarborgd en kan adequaat ingespeeld worden op
33/412
vragen vanuit de markt. Het doel van het beeldkwaliteitsplan is om heldere en toetsbare stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen voor de bebouwde en onbebouwde omgeving te concretiseren. Hiermee wordt de kwaliteit per locatie, maar ook de samenhang in het gehele plangebied, gewaarborgd. In het beeldkwaliteitsplan worden per locatie eisen opgenomen met betrekking tot massa, functie, parkeeroplossingen, overgang openbaar-privé en beeldkwaliteit. Daarnaast worden er eisen opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte. Gemotiveerd afwijken van deze randvoorwaarden is mogelijk mits het geen afbreuk doet aan de voorgestelde kwaliteit en past binnen de omgeving. Toetsing aan het Beeldkwaliteitsplan Met het stedenbouwkundig voorontwerp, zoals weergegeven in paragraaf 3.1, wordt gemotiveerd afgeweken van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan voor de ontwikkelingslocatie 3. Voor de motivering wordt verwezen naar paragraaf 3.2 waar nader ingegaan is op de onderdelen waarop afgeweken wordt. De afwijking is goedgekeurd door het kwaliteitsteam. 4.4.4 Woonvisie en woningbouwprogramma 4.4.4.1 Woonvisie De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 13 december 2017 de Woonvisie 2018-2022 vastgesteld. De woonvisie bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers.
De hoofddoelstelling is dat iedereen die dat wil op een prettige en geschikte manier in Waddinxveen moet kunnen wonen. De pijlers geven hier invulling aan. De eerste pijler is beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze pijler gaat over passende huisvesting voor diverse doelgroepen. De tweede pijler gaat over wonen, zorg en welzijn. Een belangrijk thema is duurzaamheid, daarom gaat de derde pijler over dit thema. De vierde pijler ten slotte gaat over leefbaarheid. Het gaat hier zowel over de woningen zelf als over de woonomgeving. Naast de pijlers wordt er in de woonvisie ingegaan op het gewenste woningbouwprogramma voor Waddinxveen en de manier waarop de gemeente met 'partners in wonen' samenwerkt. De actiepunten uit de woonvisie zijn op een rij gezet in een bijlage bij de Woonvisie. Wonen is een eerste levensbehoefte. De woningmarkt is complex. De woonvisie gaat in op de huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen, zodat iedereen die dat wil prettig kan wonen in Waddinxveen. De woonvisie is een kompas en toetssteen voor de gemeente bij de ontwikkeling van Waddinxveen, zowel voor de nieuwbouw als voor de aanpassingen in de bestaande voorraad.
Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid: Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen. Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving. Voor sommige doelgroepen zijn onvoldoende woningen beschikbaar. Om deze doelgroepen te kunnen bedienen, zal de woningvoorraad aangepast moeten worden. Hierbij gaat het zowel om aanpassingen in de bestaande voorraad als om de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn: Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuw. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en
34/412
scholen staat hierbij voorop. Pijler 3: Duurzaamheid: Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Pijler 4: Leefbaarheid: Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is. 4.4.4.2 Woningbouwprogramma Om aan de vraag te voldoen is het van belang inzicht te hebben in het gewenste programma voor Waddinxveen voor de komende jaren. Er is veel vraag naar woningen in de grote steden, maar ook in de gebieden langs de A12, waaronder Waddinxveen. Waddinxveen heeft veel ruimte om woningbouwplannen te realiseren. Naast de uitbreidingslocaties Park Triangel en 't Suyt zet de gemeente in op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie van vastgoed.
Het belangrijkste (transformatie)gebied voor de komende jaren is het gebied van Station tot Hefbrug. In dit gebied worden onder andere voormalige detailhandel- en bedrijfsbestemmingen getransformeerd naar een gebied voor wonen en zorg-gerelateerde voorzieningen. Deze locatie ligt binnen de invloedssfeer van station Waddinxveen. De verdeling in vraag naar koop- en huurwoningen is ongeveer 55-45. De wenselijke verdeling tussen eengezinsen meergezinswoningen is min of meer gelijk. Van het nieuwbouwprogramma in Waddinxveen willen we minimaal 30% in de sociale huur realiseren, waarvan minimaal de helft beneden de huurtoeslaggrens. We zetten daarnaast in op 12% middeldure huur (vanaf de liberalisatiegrens tot 900 euro) in het nieuwbouwprogramma. Daarnaast willen we ongeveer 10% goedkope koop realiseren. De rest zal bestaan uit middeldure en dure woningen. Wij monitoren de woningbouw door middel van een jaarlijks bij te stellen woningbouwprogramma, waarin de woningbouw per project en segment is weergegeven. Het woningbouwprogramma is dynamisch. Afhankelijk van de marktontwikkeling en de vraag naar koop- en huurwoningen, kan het programma worden bijgesteld. Toetsing aan de Woonvisie en woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma van 37 woningen voor de sociale huursector is in overeenstemming met de vastgestelde uitgangspunten in de Woonvisie.
Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende sociale huurwoningen te realiseren. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de ambitie om duurzame woningen te realiseren (zie ook paragraaf 4.4.7).
35/412
4.4.5 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde 'Structuurvisie Waddinxveen 2030'. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan acht beleidskaders om de ambities te realiseren. Zowel de beleidskaders als de maatregelen om de knelpunten te reduceren hebben als doel om de mobiliteitsambities te realiseren. De beleidskaders worden gebruikt in het integrale afwegingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Toetsing aan het Mobiliteitsplan Deze ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van het Mobiliteitsplan.
Daarnaast wordt bij de herinrichting van de wegen rondom de bebouwing aangesloten op het Mobiliteitsplan. 4.4.6 Parkeerbeleid De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld omdat er geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 317, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2012). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'centrum', 'schil centrum', 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied', waarin per locatie de bandbreedte wordt bepaald. Toetsing aan het Parkeerbeleid Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost.