4 Revisievergunning Wagro milieu
Tekst van het document
Beste beschikbare technieken
Bioafval
Biomassa
Bodem
Bouw- en sloopafval Compost
Identificatie D-2024-00016929
elektronisch schroot, klein gevaarlijk afval, zoals lege spuitbussen, verfpotten, verfresten, TL-lampen. Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die – kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld Biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants, groothandel, kantines, cateringfaciliteiten en winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie. a. producten die bestaan uit plantaardig landbouwof bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten; b. de volgende afvalstoffen: 1°. plantaardig afval uit land- of bosbouw; 2°.
plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen; 3°. vezelachtig plantaardig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, indien het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen; 4°. kurkafval; 5°. houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten. het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen Afvalstoffen die geproduceerd worden door bouwen sloopwerkzaamheden. Product afkomstig uit een aeroob proces, dat bestaat uit één of meer organische afvalstoffen die al dan niet met bodembestanddelen zijn gemengd
84 van 93
Composteren Europese geureenheid (ouE)
Geluidbelasting Gemengde fractie
Gevaarlijke afvalstoffengeur
Geluidsniveau in dB(A)
Geurconcentratie
Geuremissie
Geurgevoelig object
Geurimmissie
Identificatie D-2024-00016929
en die met behulp van micro-organismen zijn afgebroken en omgezet tot een homogeen en zodanig stabiel eindproduct dat daarin alleen nog een langzame afbraak van humeuze verbindingen plaatsvindt en dat niet mede bestaat uit dierlijke meststoffen en niet verpompbaar is. Onder aerobe omstandigheden biologisch afbreken van afvalstoffen (primair plantaardig) Eén Europese geureenheid is de hoeveelheid geurstoffen die, bij verdamping in één kubieke meter neutraal gas onder standaard condities, een fysiologische respons oproept bij een panel (detectiegrens) gelijk aan de respons die optreedt bij verdamping van 123 µg n-butanol (CAS-Nr. 71-36-3) in één kubieke meter lucht onder standaard condities (concentratie is 0,040 µmol/mol). De etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau. Deelstroom uit het sorteren van afval waarin meerdere materiaalsoorten voorkomen welke bewust in 1 fractie zijn gelaten met het oog op een specifieke toepassing (denk aan RDF) of een vervolgsortering. Gemengde fracties zijn - anders dan sorteerresidu - in beginsel geschikt voor verdere sortering/ scheiding in materialen die apart voor recycling geschikt gemaakt kunnen worden. Afvalstof die een of meer van de in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen.
Het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) terzake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651, uitgave 1989. Hoeveelheid Europese geureenheden per kubieke meter lucht (ge/m3) onder standaardcondities OPMERKING Vanaf 2003 wordt de Europese geureenheid ouE/m3 gebruikt; vóór 2003 werd de geureenheid aangegeven als ge/m3. Omrekening: 1 ouE/m3 = 2 ge/m3; Hoeveelheid geur die per tijdseenheid wordt geëmitteerd uitgedrukt in Europese geureenheden; de geuremissie is gelijk aan de geurconcentratie in de geëmitteerde luchtstroom vermenigvuldigd met het debiet van de luchtstroom. Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Geurconcentratie in de omgeving (per tijdseenheid).
85 van 93
GFT Groenafval
Grof huishoudelijk afval
Hemelwater Hergebruik
Industrieel afval, procesafhankelijk
Industrieel afval, niet procesafhankelijk
Inerte goederen Insecten
Inzamelen
Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Identificatie D-2024-00016929
Groente- fruit- en tuinafval, zijnde bioafval afkomstig van huishoudens Gescheiden ingezameld dan wel gescheiden afgegeven groenafval komt vrij bij de aanleg en onderhoud van openbaar groen, bos- en natuurterreinen en particuliere tuinen. Het betreft tevens afval dat hiermee te vergelijken is, zoals grof tuinafval, maaisel van bermen en slootranden, afval van hoveniersbedrijven, agrarisch afval en afval dat vrijkomt bij aanleg en onderhoud van terreinen van instellingen en bedrijven. Huishoudelijke afvalstoffen die zo afwijken naar aard, samenstelling of omvang (volume of afmetingen) dat deze apart aan een inzameldienst of een verwerker van afvalstoffen wordt aangeboden. Voorbeelden zijn grof huishoudelijk restafval, grof tuinafval, meubels, tapijten en particulier verbouwingsafval. Alle neerslag, zoals regen, sneeuw en hagel. Elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Afval - gevaarlijk dan wel niet-gevaarlijk - afkomstig uit industriële bedrijven (SBI-klassen 10 tot en met 33 volgens de SBI-2008), dat vrijkomt bij industriële (productie)processen. Het restafval van bedrijven vergelijkbaar restafval afkomstig uit industriële bedrijven (SBI-klassen 10 tot en met 33 volgens de SBI 2008), maar niet zozeer gelinkt aan het productieproces in die bedrijven.
Goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn Onder de noemer “insecten” in deze vergunning vallen alle levensstadia van insecten, dus ook eitjes, larven en poppen. Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, en het transporteren van deze afvalstoffen naar een locatie voor verwerking of een toepassingslocatie. Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en neemt de inzamelaar het eigendom van de afvalstoffen over van de ontdoener op het moment van afgifte Richtlijn nr. 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312).
86 van 93
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT)
Mengen
Minimumstandaard
NEN-EN:
NEN-EN 15259:
NTA 9065-1
NTA 9065-2 Nuttige toepassing
Identificatie D-2024-00016929
Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999. Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Onder ‘mengen’ wordt in ieder geval gevat: het samenvoegen van afvalstoffen die vallen binnen verschillende afvalcategorieën van ‘bijlage F.5; Lijst met gescheiden te houden afvalstoffen’; het samenvoegen van afvalstoffen met nietafvalstoffen; verdunnen van afvalstoffen; het samenvoegen van afvalstoffen binnen één afvalcategorie. De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. Een door het Comité Européen de Normalisation (CEN) opgestelde norm die door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) als Nederlandse norm is aanvaard. Luchtkwaliteit - Meetmethode emissies van stationaire bronnen - Eisen voor meetvlakken en meetlocaties en voor doelstelling, meetplan en rapportage van de meting.
NTA 9065-1:2023, Luchtkwaliteit - Geurmetingen Deel 1: Opzet, uitvoering en rapportage van geuronderzoeken, juni 2023 NTA 9065-2:2023, Luchtkwaliteit - Geurmetingen Deel 2: Monstername en analyse, juni 2023 Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, tot welke handelingen in ieder geval behoren de handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de kaderrichtlijnafvalstoffen.
87 van 93
Ontdoener
Opbulken Opslaan
Overslaan
Percentielwaarde
PGS 15
PGS 30
Preventie
Recycling
Identificatie D-2024-00016929
Persoon of bedrijf waar afval ontstaat en die zich van het afval wil ontdoen door het af te geven aan een inzamelaar, vervoerder handelaar, bewerker of verwerker. Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling en concentraties vergelijkbaar zijn. Alle handelingen waarbij afvalstoffen voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch worden gehouden. Verplaatsen, stapelen, etc. kan hier onder vallen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc.) valt hier niet onder. Verrichten van alle handelingen op één locatie, waarbij afvalstoffen vanuit of vanaf een opbergmiddel of transportmiddel in of op een ander opbergmiddel of transportmiddel worden overgebracht. Hieronder vallen bijvoorbeeld beladen, lossen, hevelen, enz. met bijvoorbeeld kranen, transportbanden en leidingen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (sorteren, scheiden, spoelen, mengen,etc. etc.) valt hier niet onder. Tijdfractie van het jaar dat een bepaalde geurconcentratie niet wordt overschreden. Een geurbelasting van 1 ouE/m3 als 98-percentiel van de uurgemiddelde concentratie geeft bijvoorbeeld aan dat de geurconcentratie van 1 ouE/m3 gedurende 2 % van de tijd (minder dan 176 uur per jaar) wordt overschreden; Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15:2016 versie 1.0 (september 2016).
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 30:2011 versie 1.0 (Vloeibare brandstoffen – bovengrondse tankinstallaties en afleverinstallaties) Maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van: a. de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten; b. de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid, of c. het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten. Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen,
88 van 93
Rendabele maatregelen Terugverdientijd
voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw verwerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal. Maatregelen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder. De verhouding tussen het investeringsbedrag voor de maatregel na aftrek van eventuele subsidies en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing en andere besparingen. In geval van een investering in een installatie, voorzien van afzonderlijke energiebesparende componenten, moet in plaats van het totaalinvesteringsbedrag worden gerekend met de meer investering ten opzichte van een installatie zonder de energiebesparende componenten.
Slootafval
Slootmaaisel Structuurmateriaal
Stuifklasse
Identificatie D-2024-00016929
Voor de berekening van de financiële opbrengsten ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing moet worden gerekend met de op het moment van het energiebesparingsonderzoek geldende kosten (tarieven) voor de betrokken inrichting. Er wordt geen rekening gehouden met de eventuele kosten van het (vervroegd) uit bedrijf nemen van een installatie en ook niet met rentekosten. (plantaardig) afval dat vrijkomt bij onderhoudswerkzaamheden aan sloten, vijvers en andere (kleine) watergangen. De onderhoudswerkzaamheden kunnen bestaan uit het maaien van waterkanten en het snoeien van begroeiing in de watergangen om het dichtgroeien te voorkomen. maaisel afkomstig van de slootkanten, daaronder niet begrepen van de waterbodem (slib) (grotendeels) houtachtig materiaal, zoals takken, stobben en stammen, dat wordt toegevoegd om een zo optimaal mogelijk composteerproces te bewerkstelligen. Klasse uit de stuifklasse-indeling uit de NeR; S1 sterk stuifgevoelig, niet bevochtigbaar; S2 sterk stuifgevoelig, wel bevochtigbaar; S3 licht stuifgevoelig, niet bevochtigbaar; S4 licht stuifgevoelig, wel bevochtigbaar; S5 nauwelijks of niet stuifgevoelig.
89 van 93
Verblijftijd van de lucht in het biobed
Verwerking
Verwijdering
ZZS
Identificatie D-2024-00016929
Te bepalen door de Empty Bed Residence Time (EBRT) te bepalen, berekend via de formule: EBRT (seconde)= inhoud biobed (m3)/ flow (m3/s). Nuttige toepassing of verwijderen met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen. Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Een stof die voldoet aan een of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EGverordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
90 van 93
Bijlage 3 Benodigde gegevens ten behoeve van ABM-beoordeling De hieronder te vermelden stofgegevens dienen door de vergunninghouder te worden verstrekt aan het bevoegd gezag: (het betreft informatie die door de leveranciers/handelaren verstrekt dient te worden aan de gebruikers/vergunninghouders). Een volledige data-set voor de beoordeling van stoffen en mengsels omvat antwoorden op onderstaande vragen plus het resultaat van de beoordeling. Stoffen: Betreft het een ZZS-stof of een stof die voldoet aan de ZZS criteria? Is de stof carcinogeen (H350), voor zover bekend? Is de stof mutageen (H340), voor zover bekend? Is de stof aquatoxisch (H400 t/m H413), voor zover bekend? Wat is de acute toxiciteit voor waterorganismen (LC50), bij voorkeur voor bacteriën (RWZI) Wat is de acute toxiciteit voor waterorganismen (LC50), bij voorkeur voor vier trofische niveaus, maar in ieder geval voor kreeftachtigen of vissen? Hoe is de biologische afbreekbaarheid? Wat is log Kow? (de logaritme van de verdelingscoëfficiënt over de fasen n-octanol en water) Hoe is de oplosbaarheid in water als toxiciteit voor waterorganismen niet te bepalen is? Mengsels: Voor mengsels moet in beginsel de uitkomst van de ABM worden gegeven, en tevens de exacte samenstelling van het mengsel en de stofgegevens per component.
Als een producent alleen een basis-set informatie over stoffen of de samenstelling van een mengsel wil verstrekken, moet in ieder geval de beoordeling van de stof of het mengsel conform de ABM worden uitgevoerd. Stoffen: Indien de producent/leverancier de beoordeling van de stof uitvoert en alleen een basis-set gegevens verstrekt, dan kan in principe worden volstaan met: De aanduiding waterbezwaarlijkheid. De plaats waar het stofdossier voor het bevoegd gezag /controlerende instantie ter inzage ligt. Het bevoegd gezag zal dan echter bij de immissietoets (de beoordeling van de restlozing na toepassen van BBT) een worst-case benadering hanteren; het zal uitgaan van de meest bezwaarlijke eigenschappen die tot deze aanduiding hebben geleid. Er wordt dan verondersteld dat de stof een acute toxiciteit voor waterorganismen heeft van ≤ 1 mg/l en bovendien moeilijk afbreekbaar is. Mocht dit leiden tot aanvullende saneringsmaatregelen bij de gebruiker, dan kan de producent door het verstrekken van exactere gegevens over de eigenschappen van de stof ervoor zorgen dat de immissietoets nauwkeuriger wordt uitgevoerd. Mengsels: Voor mengsels moet in beginsel de volgende basis-set aan de gebruikers worden verstrekt: Het resultaat van de beoordeling van de mengsels volgens de ABM.
De componenten met de aanduiding waterbezwaarlijkheid: Z1 of Z2, kan erfelijke schade veroorzaken en/of kan kanker veroorzaken, en de globale hoeveelheid van die componenten in het mengsel. De componenten met saneringsinspanning A, en de globale hoeveelheid van die component in het mengsel. De plaats waar het productdossier voor het bevoegd gezag/de controlerende instantie ter inzage ligt. De exacte samenstelling van het mengsel blijft alleen bekend bij de producent of leverancier. Identificatie D-2024-00016929
91 van 93
Het bevoegd gezag zal dan bij de immissietoets van het mengsel uitgaan van de meest bezwaarlijke eigenschappen die tot deze aanduiding hebben geleid. Ook hier kan de producent door het verstrekken van exactere gegevens over de eigenschappen van de stof ervoor zorgen dat de immissietoets nauwkeuriger wordt uitgevoerd. N.B.: De in deze bijlage genoemde ecotoxicologische parameters dienen te zijn bepaald zoals vermeld in het rapport getiteld “Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) 2016” van 16 maart 2016.
Identificatie D-2024-00016929
92 van 93
Bijlage 4: Nota van beantwoording van de zienswijzen
Identificatie D-2024-00016929
93 van 93