4.4 Bijlage 2 Adviesrapport ecologische verbindingszones
Tekst van het document
bladhopen. Door woonwijken met groene tuinen als onderdeel van het leefgebied te beschouwen, ontstaat
bevorderen, moet er voldoende strooisellaag aanwezig zijn waarin de rupsen en poppen kunnen overwinteren.
een fijnmaziger netwerk waarin egels zich beter kunnen verplaatsen en voortplanten. Door stedelijke
Daarnaast is het belangrijk om grootschalige vergrassing te voorkomen door middel van extensieve begrazing
groengebieden op deze manier in te richten en bewoners actief te betrekken, kan een groot, praktisch
of gefaseerd maaibeheer.
aanééngesloten gebied ontstaan waarin zowel basissoorten als plussoorten optimaal kunnen gedijen.
5.4 Stedelijk groen Stedelijke groengebieden kunnen een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van biodiversiteit, mits ze passend worden ingericht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen basissoorten en plussoorten, waarbij extra maatregelen nodig zijn om plussoorten optimaal te faciliteren. 5.4.1 Algemene inrichting voor basissoorten Voor de merel is een groene en gevarieerde omgeving essentieel. De soort profiteert van een afwisseling tussen bebouwing met tuinen en groen, waarbij gazons en parken voorzien in voedselbronnen zoals wormen, bessen en andere ongewervelden. Struiken en heggen in de nabijheid van gazons zijn belangrijk als nestgelegenheid. Open, versteende gebieden en drukke wegen vormen een bedreiging, terwijl een diverse, groene inrichting met voldoende beschutting juist gunstig is. De huismus is deels afhankelijk van de mens en floreert in buurten waar groene tuinen met vijvertjes, struwelen en gazons worden gecombineerd met bebouwing. De soort voedt zich voornamelijk met zaden. In het broedseizoen vormen insecten een belangrijke voedselbron, waardoor inheemse bomen en struiken met een rijk insectenleven belangrijk zijn. Open plekken met kaal zand, hagen en drinkwaterplekken dragen bij aan de leefomgeving. Huismussen zijn gevoelig voor verstoring van hun nestplaatsen, die zich vaak in rijtjeswoningen bevinden.
Voerplekken kunnen de soort extra ondersteunen. Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
Stedelijk groen Stedelijk groen - zoals hier de spoorlijn langs het Zuiveringspad - vormt een belangrijke groene dooradering en stapsteen binnen het stedelijk gebied.
32
6. NIET-NATUURLIJKE ELEMENTEN
6.2 Richtlijnen
Niet-natuurlijke elementen, zoals gebouwen, infrastructuur en recreatieve voorzieningen, kunnen invloed
Niet-natuurlijke elementen kunnen de ecologische functie van verbindingszones beïnvloeden. Afhankelijk
hebben op ecologische verbindingszones en leefgebieden van soorten. In dit hoofdstuk wordt beschreven
van het type ecologische verbindingszone (droog, nat of vochtig) gelden er specifieke richtlijnen voor de mate
welke elementen waar kunnen worden toegestaan en onder welke voorwaarden, zodat biodiversiteit behouden
waarin deze elementen worden toegestaan en onder welke voorwaarden. Hieronder worden de richtlijnen per
blijft of versterkt kan worden.
type verbindingszone beschreven.
6.1 Typen niet-natuurlijke elementen
Stedelijk groen
De niet-natuurlijke elementen die in deze toetsing zijn beoordeeld, kunnen worden onderverdeeld in de
In stedelijk groen worden alleen recreatieve elementen zoals straatmeubilair (bankjes, prullenbakken, borden)
volgende typen:
en kleinschalige voorzieningen (bijv. kiosken en foodtrucks) toegestaan. Sportvelden en grote infrastructuur zoals wegen en hoogbouw zijn niet wenselijk.
Bebouwing:
• • •
Woningen (hoogbouw, compacte en ruime laagbouw) Bedrijven (kantoren, industrie, landbouwbedrijven)
•
Infrastructuur en mobiliteit: Wegen, wandel- en fietspaden, tractorpaden, snelfietsroutes
Droge EVZ: hier zijn slechts enkele niet-natuurlijke elementen toegestaan, zoals bloemrijke en open landbouwgebieden en recreatieve voorzieningen zoals straatmeubilair en kleinschalige recreatie.
Andere bouwwerken (loodsen, maneges)
Over het algemeen niet toegestaan in ecologische verbindingszones en leefgebieden
• •
Ecologische verbindingszones (EVZ’s)
• •
Mobiliteitsroutes zoals wandel- en fietspaden kunnen ook worden opgenomen Vochtige EVZ: behoud een grotendeels natuurlijke inrichting, met zeer beperkte niet-natuurlijke elementen. Duurzame, extensieve landbouwactiviteiten die bijdragen aan biodiversiteit kunnen passen. Natte EVZ: mag enkel niet-natuurlijke elementen bevatten als deze geen negatieve impact hebben op de waterkwaliteit en ecologische functies.
Infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer nergens toegestaan
Wandel- en fietspaden in sommige zones beperkt mogelijk, mits geen verstoring Leefgebieden per soort
•
Recreatie en voorzieningen:
• • • •
Straatmeubilair (bankjes, prullenbakken, borden) Kleinschalige horeca (foodtrucks, kiosken) Grootschalige recreatie (bootcampterreinen, mountainbiketrails, kanoverhuur) Sportvelden
Kleine recreatieve elementen soms toegestaan, grootschalige recreatie meestal ongeschikt
•
paden en routes. Steenuil: kan zich handhaven langs wandel- en fietspaden, mits deze op voldoende afstand (min. 200 m) van bekende nestplekken liggen. Grutto en roerdomp: zijn zeer gevoelig voor verstoringen en gedijen slecht in gebieden met nietnatuurlijke elementen.
Conclusie niet-natuurlijke elementen
Landbouw en groenbeheer:
• •
•
Platte schijfhoren en rugstreeppad: kunnen voorkomen in EVZ’s, in sloten en op bepaalde recreatieve
Grootschalige invasieve landbouw
In stedelijk groen en droge EVZ’s kunnen beperkt niet-natuurlijke elementen worden toegestaan, mits deze
Kleinschalige initiatieven (biologische boerderijen, moestuinen)
bijdragen aan de ecologische functie van het gebied. Vochtige en natte EVZ’s blijven grotendeels vrij van
In droge en natte zones zijn biologische, extensieve boerderijen mogelijk toegestaan, mits biodiversiteit
menselijke infrastructuur. Leefgebieden voor specifieke soorten vereisen zorgvuldige afwegingen, vooral voor
ondersteund en duurzaam beheerd
soorten als de steenuil, grutto en roerdomp, die gevoelig zijn voor verstoring. Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
33
7. AANBEVELINGEN 7.1 Aanvullend veldwerk Om de haalbaarheid van de voorgestelde ecologische verbindingszones (EVZ’s) te waarborgen, wordt een
algemene soort in Waddinxveen moeilijk te bepalen of er verspreiding plaatsvindt doordat de EVZ goed
aanvullend veldbezoek aanbevolen. Tijdens het uitgevoerde veldbezoek lag de focus voornamelijk op de stedelijke
is aangelegd of dat het om natuurlijke verspreiding gaat. Zeldzame soorten verspreiden zich veelal slecht,
groengebieden in Waddinxveen. De huidige adviezen zijn met name gebaseerd op een bureaustudie, waardoor
waardoor er lange tijd geen voortgang gemeten kan worden. Dit is niet altijd toe te rekenen aan de
het advies niet in de praktijk is getoetst. Een gerichte inspectie van de specifieke locaties waar de EVZ’s worden
inichting van de EVZ, maar hier kunnen allerlei andere oorzaken aan ten grondslag liggen.
ingericht is daarom aan te raden om te beoordelen of en hoe de voorgestelde maatregelen uitvoerbaar zijn en
•
Voor de doelsoort platte schijfhoren is een potentiebepaling en daarna een gebiedsinventarisatie sterk
aansluiten bij de ecologische behoeften van de doelsoorten. Dit draagt bij aan een effectievere inrichting en een
aan te raden omdat er slechts één waarneming bekend is in polder Bloemendaal. Voor de soortgroep
betere inschatting van eventuele knelpunten in de uitvoering.
waterslakken is betrekkelijk weinig aandacht - in tegenstelling tot vogels - daarom is de verspreiding vaak sterk onvolledig. Ook de herkenning van de soort vraagt expertise waardoor dit niet bijdraagt
7.2 Monitoring
aan een actueel verspreidingsbeeld. De soort is in algemene zin echter niet zeldzaam in het Hollands
Om de effectiviteit van de verschillende EVZ’s te meten, is monitoring essentieel. Door monitoringsgegevens te
veenweidegebied.
verzamelen over de doelsoorten, wordt inzicht verkregen in de verspreiding en het aantal individuen. Het opstellen van een passend monitoringsplan valt buiten de scope van dit advies. Wel zijn hieronder enkele suggesties opgenomen om richting te geven aan het monitoringsplan:
•
Voordat monitoring van een bepaalde soort plaats kan vinden, dient éénmaal een gebiedsinventarisatie plaats te vinden, zodat de actuele verspreiding binnen een gebied bekend is. Voorafgaand aan een inventarisatie kan een potentiebepaling plaats vinden, zodat niet direct de gehele gemeente gebiedsbreed
•
onderzocht hoeft te worden. Kies per type EVZ minimaal 2 en maximaal 4 doelsoorten om te monitoren. De focus kan beter liggen op mate van indicativiteit in plaats van zoveel mogelijk soorten inventariseren. Door deze focus blijft de benodigde investering beperkt, maar kunnen er anderzijds wel kwalitatieve uitspraken worden gedaan over
•
het functioneren van verbindingen. Kies per type bij voorkeur één soort die zich gemakkelijk en één soort die zich moeizaam verplaatst. In de analyse kan dan een vergelijking gemaakt worden tussen de soorten. Soorten die zich moeilijk verspreiden
•
zijn het meest indicatief voor de kwaliteit van de verbinding. Kies altijd soorten uit verschillende soortgroepen, omdat anders de effectiviteit vooral voor één levensvorm (soortgroep) bepaald wordt. Eén soortgroep is te beperkt om uitspraken te doen over de functionaliteit van
• •
een type verbinding.
Monitoring is essentieel om de effectiviteit te bepalen
Kies bij voorkeur soorten die niet reeds gemonitord worden vanuit het SMP, omdat van deze soorten vaak al
Het bepalen van de doelsoorten is onderdeel van de planvorming,
veel informatie bekend is (en structureel informatie verzameld wordt).
daarna moet monitoring uitwijzen of het plan effectief is.
De te selecteren soorten moeten niet te zeldzaam of te algemeen zijn in Waddinxveen. Het is voor een Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
34
BRONNEN Alle bronnen zijn geraadpleegd in september 2024. •
Alle cijfers (2025). https://allecijfers.nl/gemeente/waddinxveen/
•
Alterra (2001). Handboek robuuste verbindingen.
•
Bodemdata (2025). Pagina zeekleigronden.
•
Compendium voor de Leefomgeving (2009). Biodiversiteitsverlies in Nederland, Europa en de wereld, 1700-2000.
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
•
Gemeente Waddinxveen (2021). Koers naar Duurzaam Waddinxveen.
•
Gemeente Waddinxveen (2025). Omgevingsvisie 2050. www.waddinxveen.nl
•
Natuurkennis (2025). Laagveen- en zeekleilandschap.
•
PDOK (2025). PDOK Luchtfoto RGB.
•
Provincie Zuid-Holland (2025a). N207 zuid.
•
Provincie Zuid-Holland (2025b). Ecologische verbindingszone Krimpenerwaard-Bentwoud.
•
Royal HaskoningDHV (2022a). Verdiepende studie klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid: Fase I
•
Royal HaskoningDHV (2022b). Klimaatadaptatie en biodiversiteit Waddinxveen: Fase II.
35
BIJLAGE 1 - SAMENVATTING INRICHTING EVZ’S Natte EVZ
Vochtige EVZ
Oppervlakte minimaal
1000 ha mits verbonden door EVZ
Oppervlakte minimaal
200 ha
Max afstand tussen stapstenen
200 meter
Max afstand tussen stapstenen
Aaneengesloten
Minimale breedte EVZ
Waterloop + 15 meter aan beide zijden. Dit mag onder een helling zijn (bijv. 1:3 of flauwer)
Minimale breedte EVZ
>5 meter oever en <10 meter water
Geïsoleerde poelen
Zonder vegetatie, 1 á 2 jaarlijks geschoond, mogen droogvallen (in de loop van het seizoen)
Natte infrastructuur
Natte, onverlichte infrastructuur, die niet droogvalt
Stilstaand of langzaam stromend, permanent waterhoudende watergang van 30 - 150 cm diep
Rijke onderwatervegetatie en ruige rietkragen en natte strooiselruigten
Open, vochtige omgeving
Hoge (natuurlijk variabele) waterstand (rietvelden, natte graslanden). GLG max 50 cm onder maaiveld. 1% van het oppervlak plasdras
Schuilplaatsen
Binnen 50 meter van wateren, dit is belangrijk voor overwintering van amfibieën. Struwelen, houtstapels, hopen bladeren, takkenrillen
Gevarieerde vegetatiestructuur, zowel in hoogte als dichtheid
Met echte koekoeksbloem, ratelaar, reukgras, scherpe boterbloem, rood zwenkgras, beemdlangbloem, smalle weegbree, zwarte zegge, hazenzegge en rode klaver
Vergraafbare grond(hopen)
Gewenst vanwege rugstreeppad (overwintering)
Periodiek, gefaseerd maaibeheer
Opschot verwijderen
Gradiënt in vegetatiestructuur met vooral heel veel vrij zicht
Een rand met kortere vegetaties (40-60 cm), zoals hooilanden, zeggenvegetaties, overgaand in uitgestrekte lage kruidige graslanden
Licht
Veel licht vanwege moeras-/oevervegetaties
Variaties en gradiënten
In vegetatiestructuur, temperatuur en vocht
Bodem
Humeuze bodem
Intensief landgebruik voorkomen
Extensieve begrazing is mogelijk (en gunstig voor steenuil)
Maaien
Afhankelijk van vegetatietype
Rust
Menselijke verstoring vermijden in de EVZ zelf (dus incl. oevers), maar daar omheen geen probleem.
Water
Helder, schoon, voedselrijk (tot matig voedselrijk) water met baggerlaag
Waterkwaliteit
Hoge waterkwaliteit. Vooral vanwege otter en zijn visrijke dieet. Gifstoffen stapelen zich op en kan de otter fataal worden
Onderwatervegetatie
Rijke onderwatervegetatie, met draadalgvegetaties
Oevervegetatie
Lage oevervegetatie die de watergang niet beschaduwd
Vissenpopulatie
Veel vis
Geen pesticidengebruik
Veilige oversteekplaatsen
Corridors/duikers/EVZs
Geen herbiciden en pesticiden gebruik en geen inlaat (ionenrijk) gebiedsvreemd water.
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Rust
Menselijke verstoring vermijden
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
36
BIJLAGE 1 - SAMENVATTING INRICHTING EVZ’S - VERVOLG
Stedelijk groen
Droge EVZ Oppervlakte minimaal
2 ha
Oppervlakte minimaal
0,5 ha
Max afstand tussen stapstenen
200 meter
Max afstand tussen stapstenen
1000 meter
Minimale breedte EVZ
20 meter
Bomen en bosschages
Bomen en bosschages
Westzijde Waddinxveen is klei. Daar passen soorten zoals: gewone es, schietwilg, gladde iep (Ulmus minor), zwarte els, sleedoorn, meidoorn en rozen. Oostzijde Waddinxveen is vooral veen: daar passen soorten zoals: schietwilg, zwarte els, zomereik, gewone vlier en schietwilg.
Diverse, inheemse soorten, waaronder meidoornhagen, ligusterhagen en haagbeukhagen met een hoogte van doorgaans 2 á 3 meter
Besdragers
Lijsterbes, meidoorn, sleedoorn, vlier, braam, sporkehout
Zaaddragende kruiden
Straatgras, herderstasje, weegbree, distels, grote kaardenbol
Water
Kleine vijver met natuurvriendelijke oever of moerasplanten
Stukjes kaal zand
Stukjes kaal zand. Een zandbad o.a. om zich van parasieten te ontdoen
In de omgeving van nestgelegenheid
Woningen met dakpannen, dichte bomen en struiken
Veilige verbindingen
Middels geleiding een veilige route
Medewerking van bewoners
Bladeren op een grote hoop harken op rustige plek in de tuin; openingen in schuttingen in de hele wijk (min. 13x13 cm); tegels wippen in tuinen en vervangen door vaste, inheemse planten
Verstopplekken
Centrale bladhopen, houtstapels, takkenrillen
Bloemrijke bermen
o.a. reigersbekken, boerenwormkruid, jakobskrui, duizendblad (in elk geval voorjaars-, zomer- en najaarsbloeiers). Vergrassing voorkomen.
Kleinschalig mozaïek
Open, zonnige, bloemrijke plekken met houtwallen, struwelen en zomen, vergrassing voorkomen
Water
Poel of sloot (met natuurvriendelijke oever)
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Veilige verbindingen
Geleidende structuren naar omgeving
Gefaseerd (extensief) maaibeheer
Gefaseerd (extensief) maaibeheer
Strooisellaag
Strooisellaag
Rustige (overwinterings) plekken
Dichte struwelen, wortelkluiten, boomstronken met holtes, bladerenof takkenhopen
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
37
BIJLAGE 2 - SAMENVATTING EISEN DOELSOORTEN PER EVZ - VERVOLG Natte EVZ Kleine Karekiet
Kleine Watersalamander
Steenuil
Rugstreeppad
+ Otter
Oppervlakte minimaal
0,001 ha
1 ha
40 ha
1 ha
1000 ha mits verbonden door EVZ
Max afstand tussen stapstenen
N.v.t.
200 meter
5.000 meter
1.000 meter
0 meter
Minimale breedte EVZ
2 meter
10 meter
N.v.t.
1 meter
Waterloop* + 15 meter aan beide zijden
Inrichting
• •
Rietvelden/moerassen Rust
• •
Rijke onderwatervegetatie Schuilplaatsen op het land Variaties en gradiënten
• • • • •
Variatie in open grasland en ruigtes Zonnig Knotwilgenrijen Kleinschalig cultuurlandschap (evt extensief begraasd met vee) Rust
• • • •
Zandige of lemige bodem, maar komt ook voor op klei en veen Niet of schraal begroeid terrein. Bij voorkeur pioniermilieu Kleine bosschages en zand- of stenenhopen om te overwinteren Vergraafbare grond is gewenst
• • • •
Gevarieerd, nat landschap Schuilplaatsen langs oever (bv struweel) Rust Veilige oversteekplaatsen
Voedsel
Biodiversiteit
Watervlooien, slakken, regenwormen en insecten
Muizen en kevers
Ongewervelden
Vis
Water
Langs het water, in en buiten het riet (ook in struweel)
Stilstaand of langzaam stromend water van 30 - 150 cm diep
Aanwezigheid van water
Voortplantingswateren: 1 a 2 jaarlijks geschoonde poelen
Goede waterkwaliteit
Pesticiden
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
-
Geen pesticidengebruik
Nestruimte
Bouwt een nest in rietvegetatie. Aan begin broedseizoen wordt uitsluitend overjarig riet bezet, in de loop van het seizoen kan eenjarig riet ook in aanmerking komen. Voorkeur voor waterriet
Overwinteringsplekken, binnen 50 meter van voortplantingswater
Nestgelegenheid in omgeving (oude knotbomen en nestkasten op erven)
Plant zich voorin pionierwateren, zonder vis
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Extra informatie
•
Soort van dynamische omstandigheden, dus combineert goed met agrarische activiteit (waaronder bijv. herenboeren)
•
• •
Periodiek, gefaseerd maaibeheer Vermijd droogval Opschot verwijderen
•
Intensief landgebruik voorkomen
•
Weinig verkeer vanwege aanrijdingen met overvliegende vogels
Menselijke verstoring vermijden
*Wanneer een waterloop onder een brug doorgaat en er geen doorlopende oever is, steken otters de bovenliggende weg over in plaats onder de brug door te zwemmen. Dit zorgt voor een hoge mortaliteit bij bruggen, duikers en andere onderdoorgangen zonder doorlopende oever of loopplanken. Waar een doorlopende oever niet mogelijk is kan dit worden opgelost door de aanleg van loopplanken
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
38
BIJLAGE 2 - SAMENVATTING EISEN DOELSOORTEN PER EVZ - VERVOLG Vochtige EVZ Meervleermuis
Rietorchis
Platte Schijfhoren
+ Moerassprinkhaan
+ Grutto
+ Roerdomp
Oppervlakte minimaal
2 ha
2 ha
1-2 ha
2 ha
200 ha
2,5-25 ha
Max afstand tussen stapstenen
6.000 meter mits geleidende structuur aanwezig
100 meter
Zeer slechte verspreider, verbinding moet doorlopend zijn
100 meter
N.v.t.
1.000 - 10.000 meter
Minimale breedte EVZ
5 meter (water)
5 meter (oever)
< 10 meter (water)
5 meter (oever)
N.v.t.
10 meter
Inrichting
• •
Verbindingen tussen natuurgebieden Nabijheid van grotere, open wateren
• •
Vochtige omgeving (rietvelden, natte graslanden) Vochtige bodem
• • • •
Rijke onderwatervegetatie, met draadalgvegetaties Lage oevervegetatie die de watergang niet beschaduwd Geen droogval van water Hypertroof water wordt vermeden (langs maisakkers, akkerbouw etc.)
• •
Veel variatie in vegetatiestructuur Kortere vegetaties (40-60 cm), zoals hooilanden, zeggenvegetaties etc
• • • • • •
Open, vochtige graslanden met vrij zicht Rust Gevarieerde vegetatiestructuur (zowel in hoogte als dichtheid) Natte slootkanten 20% kuikenland Echte koekoeksbloem, ratelaar, reukgras, scherpe boterbloem, rood zwenkgras, beemdlangbloem, smalle weegbree, zwarte zegge, hazenzegge en rode klaver
• • • • •
Uitgestrekte rietvelden of -kragen van >10 m breed Minimaal 20% overjarig riet Rust: water- en landrecreatie beperken Ondiep moeras Verstoringsgevoelig: ca. 100 - 300 m afstand
Voedsel
Water, bloemrijke biodiversiteit
Aanwezigheid van bestuivers (biodiversiteit)
Algen en afgestorven organisch materiaal (op de bodem)
Grassen en cypergrassen, waaronder riet
De volwassen grutto eet regenwormen en emelten. Jonge vogels jagen op insecten zoals langpootmuggen
Vis, amfibieën
Water
Natte, onverlichte infrastructuur
Schuilplaatsen
Helder, schoon, voedselrijk (tot matig voedselrijk) water
Variabele waterstand met natuurlijke grondwaterschommeling
Hoge waterstand
Variabele waterstanden
Mest en pesticiden
Geen pesticidengebruik
Geen bemesting
Zeer gevoelig voor verontreiningen in het water door herbiciden, pesticiden en metaalionen, met name koper. Geen inlaat (ionenrijk) gebiedsvreemd water
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Nestruimte
-
-
Baggerlaag om in te overwinteren
-
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Extra informatie
Is opgenomen in het soortmanagementplan (SMP)
• •
Inventarisatie wenselijk om huidige aanwezigheid te onderzoeken Chemische analyse waterkwaliteit wenselijk om geschiktheid te bepalen
•
Opschot verwijderen Maaien in april, eind juli en november
• •
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
•
Gefaseerd maaien of extensief begrazen.Niet maaien voor september Grote populaties komen voor bij een hoger en stabieler waterpeil, waarbij de gemiddelde zomermaxima niet dieper dan ca 50 cm onder het maaiveld zakken, vaak in aanwezigheid van kwel
•
•
Nu ca 192 ha geschikt: uitbreiding gewenst Maaibeheer afgestemd op broedseizoen Tussen half juni en half aug: 0,5 ha plasdras per 100 ha leefgebied. Vanaf 1 augustus waterpeil weer laten zakken
Verlanding voorkomen (maaien)
39
BIJLAGE 2 - SAMENVATTING EISEN DOELSOORTEN PER EVZ - VERVOLG
Droge EVZ Egel
Weidehommel
Bunzing
+ Bruin Blauwtje
Oppervlakte minimaal
0,5 ha
Onbekend, maar 2-4 hectare kruidenrijk grasland is benodigd om een kolonie te faciliteren
1 ha
2 ha
Max afstand tussen stapstenen
20 meter
200 meter
N.v.t. mits geleiding aanwezig
200 meter
Minimale breedte EVZ
2 meter
2 meter
10 meter
20 meter
Bomen en bosschages
Bomen en bosschages
Kleinschalige openheid, bloemrijke bermen, ook in bossen/bosschages
Bomen en bosschages
Zonnig, open
Inrichting
• •
Rustige plekken Veilige verbindingen
•
•
In bebouwd gebied vormen plantsoenen met rode ribes en sneeuwbes een belangrijke voedselbron Eventueel stenen en composthopen om in nestgelegenheid te faciliteren
• • • • •
Rustige plekken Struwelen en zomen Kleinschalig mozaïek Houtwal Veilige verbindingen
•
• •
Kale grond (pioniermilieu) en bloemrijke graslanden (o.a. reigersbekken, boerenwormkruid, jakobskruid, duizendblad) Gefaseerd maaibeheer of extensief begrazen
Voedsel
Ongewervelden
Nectar: voorjaar, zomer, najaar
Amfibieën, knaagdieren en haasachtigen
Strooisellaag voor de verpopping (overwintering), dichtbij de waardplant
Water
Aanwezigheid water
Schuilplaatsen. Foerageert ook langs oevers
Water met natuurvriendelijke oevers
Vergrassing voorkomen
Mest en pesticiden
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Nestruimte
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Nestgelegenheid (vooral natuurlijk, minder vaak kunstmatig)
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
40
BIJLAGE 2 - SAMENVATTING EISEN DOELSOORTEN PER EVZ - VERVOLG Stedelijk groen Merel
Huismus
Egel (plussoort indien woonwijken zijn meegenomen)
Oppervlakte minimaal
0,5 ha
0,5 ha
0,5 ha
Max afstand tussen stapstenen
5000 meter
100 meter
20 meter
Bomen en bosschages
Bomen en bosschages
Bomen en bosschages (waaronder wintergroen)
Bomen en bosschages
Inrichting
• •
Voedsel
Bessen, vruchten, ongewervelden
Zaden, granen, bessen, ongewervelden
Ongewervelden
Water
Aanwezigheid water
Aanwezigheid water
Aanwezigheid water
Mest en pesticiden
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Geen pesticidengebruik
Nestruimte
Struiken en heggen, met name in de buurt van gazons (voedsel)
Nestgelegenheid in omgeving (rijtjeswoningen)
Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)
Extra informatie
De afwisseling tussen groen en bebouwing is gunstig voor de merel. De afwisseling tussen huizen, groene tuinen, struwelen en gazons zijn in het bijzonder gunstig voor deze soort. Hoofdwegen en openheid zijn negatief. Ook is aandacht gewenst voor de negatieve invloed van katten
De huismus is deels afhankelijk van de mens voor zijn voedselvoorziening. Bijvoeren kan de soort ondersteunen. Inheemse bomen en struiken kunnen voorzien in insecten (eiwitrijk voedsel) die benodigd is in de periode dat ze jongen hebben
Wordt plussoort als bewoners participeren: bladeren op een grote hoop harken op rustige plek in de tuin; openingen in schuttingen in de hele wijk (min. 13x13 cm); tegels wippen in tuinen en vervangen door vaste, inheemse planten. In dat geval niet enkel stedelijk groen als leefgebied aanduiden, maar ook woonwijken met tuinen
Rustige plekken Veel struweel, gazons voor voedsel (wormen), parken en bosschages. De oppervlakte aan groen is leidend.
• •
Rustige plekken Stukjes kaal zand
• •
Rustige plekken Veilige verbindingen
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
41
BIJLAGE 3 - BEOOGDE LEEFGEBIEDEN
Legenda
Legenda
Leefgebied Grutto
Gemeentegrens Waddinxveen
Gemeentegrens Waddinxveen
Leefgebied Platte schijfhoren
Figuur: beoogd leefgebied grutto
Figuur: beoogd leefgebied platte schijfhoren
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
42
BIJLAGE 3 - BEOOGDE LEEFGEBIEDEN - VERVOLG
Legenda
Legenda
Gemeentegrens Waddinxveen
Gemeentegrens Waddinxveen Leefgebied Rugstreeppad
Figuur: beoogd leefgebied roerdomp
Figuur: beoogd leefgebied platte rugstreeppad
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
43
BIJLAGE 3 - BEOOGDE LEEFGEBIEDEN - VERVOLG
Legenda Gemeentegrens Waddinxveen Leefgebied steenuil
Figuur: beoogd leefgebied steenuil
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
44
BIJLAGE 4 - FOTO’S VELDBEZOEK 18-09-24
Figuur: knelpunt otter, Polderweg. Migrerende otters moeten hier de weg oversteken om richting
Figuur: stedelijk groengebied Kanaalweg-Coencoop met gazon en (noten)bomen. Meer variatie in
Bentwoud te komen.
vegetatiestructuur is gewenst.
Figuur: moerasspirea in de oever van stedelijk groengebied Kanaalweg-Coencoop. Een kenmerkende
Figuur: beeld stedelijk groengebied Triangel. Bosschages worden afgewisseld met grasland/gazon. Dit
soort van het laagveengebied.
grasland is in het bijzonder van belang voor de merel. Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
45
BIJLAGE 5 - FOTO’S ZUIVERINGSPAD, 18-09-24
Figuur: beeld stedelijk groengebied Zuiveringpad. Het perceel aan de rechterzijde is nu een eentonig
Figuur: de exoot Kaukasische dwerggrondel is aangetroffen in de plas langs het Zuiveringspad.
rietland. Aangepast maaibeheer zou hier kunnen leiden tot meer variatie en een hogere soortenrijkdom.
Figuur: opvallend was het aantreffen van een bittervoorn in de plas langs het Zuiveringspad, ondanks het
Figuur: oevers met rietbegroeiing langs de plas aan het Zuiveringspad.
slechte doorzicht van het water in de plas. Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
46
BIJLAGE 6 - FOTO’S VREDENBURGHZONE, 18-09-24
Figuur: beeld Vredenburghzone. Breed water met rietoevers en een enkele struik/boom. Dit biedt geschikt
Figuur: helaas zijn diverse uitgezaaide soorten aanwezig langs het wandelpad in de Vredenburghzone,
leefgebied voor de doelsoort kleine karakiet.
waaronder zeldzame/Rode Lijst-soorten, zoals beemdkroon, veldsalie, borstelkrans en wilde marjolein.
Figuur: beeld wandelpas en grasland in de Vredenburghzone. De vegetatie is een mix van grassen en
Figuur: grote stekelnoot, aangetroffen aan in de berm aan de woonwijkzijde. Een exoot van Amerikaanse
kruiden, wat positief is. De ingezaaide soorten zullen sterk afnemen in de komende jaren.
herkomst.
Adviesrapport Ecologische verbindingszones Waddinxveen
47
Over ons Habitus is een vooruitstrevend advies- en onderzoeksbureau voor biodiversiteit en natuurwetgeving. Wij zijn als organisatie betrokken bij de klant. Wij zorgen door constante ontwikkeling van onze diensten voor verhoging van de tevredenheid van onze klanten over onze dienstverlening. Wij zijn experts met passie voor ons vak en zorgen voor een soepel traject door kwaliteitsdiensten te bieden. Wij helpen onze klanten met praktisch advies over biodiversiteit en beschermde soorten. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en collega’s op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.
Onze missie en kernwaarden Het is onze missie om de biodiversiteit te beschermen en te verhogen. Met het team van collega's werken we dagelijks in vele projecten met passie aan onze missie. Met wetgeving gerelateerde adviezen dragen we bij aan de bescherming van soorten en zo aan bescherming van biodiversiteit. Met biodiversiteitsadviezen dragen we gericht en direct bij aan het verhogen van de biodiversiteit. Onze kernwaarden zijn: •
betrokken bij onze opdrachtgevers
•
constante ontwikkeling van onze dienstverlening
•
passie voor natuur.
Klanttevredenheid en kwaliteit Wij staan voor de kwaliteit die we leveren. Onder kwaliteit verstaan wij de mate waarin aan de klantverwachting wordt voldaan of wordt overtroffen. De klant is dus degene die bepaalt of wij kwaliteit leveren. Onze dienstverlening wordt door klanten gemiddeld met hoger dan een acht beoordeeld. Dit geeft aan dat we een passende invulling geven aan de klantverwachting. Wij vinden dat we in eerste instantie zelf aan de lat staan voor de te leveren kwaliteit. Om die reden hebben wij dan ook onze eigen kwaliteitseisen geformuleerd. In samenspraak met onze opdrachtgevers bepalen we de gewenste kwaliteit van een dienst.
Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Wist je bijvoorbeeld dat elke soort unieke vleugelkenmerken heeft? De paarse kleuren zijn een combinatie van blauw (dat staat voor stabiliteit) en de energie van rood. Paars staat ook voor passie en wordt verder geassocieerd met kracht, waardigheid (royalty), creativiteit en ambitie.