CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.4 bijlage 1 Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken29.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Openbaar Groen

10

Rooi geen bomen zonder reden

Er worden geen bomen gekapt vanwege bladval, schaduwwerking, bloesem, pollen of zaailingen. We hanteren een afwegingskader om verzoeken met betrekking tot overlast te toetsen (zie bijlage V)

Openbaar Groen

11

Onderhoud rotondes met hoge kwaliteit

Accentplekken als rotondes kunnen worden uitgegeven aan professionele partijen, zoals hoveniersbedrijven die een hoge kwaliteit van het groen kunnen waarborgen. Reclame- uitingen worden in beperkte mate toegestaan, de richtlijn is maximaal 5% van het oppervlak

Openbaar Groen

12

Houd natuurlijke nestplaatsen in stand

Natuurlijke nestplaatsen (zoals composthopen en takkenrillen) worden in stand gehouden en natuurlijke materialen (zoals afgevallen blad, afgegraven grond en dood hout) blijven zoveel mogelijk in het gebied

Openbaar Groen

13

Onderhoud nietnatuurlijke elementen

Niet-natuurlijke elementen zoals vleermuiskasten worden onderhouden

Openbaar Groen

14

Plant geen bomen van de zwarte lijst

Bomen die op de 'Zwarte lijst’ staan worden niet aangeplant door de gemeente. Dit zijn bomen die schadelijk kunnen zijn voor de natuur en in sommige gevallen verboden zijn door de Europese Unie

Niet alleen de afmeting van de boomspiegel (de groenruimte om een boom) is van belang maar ook de samenstelling van het oppervlak. Hoe bomen beschermd kunnen worden tegen droogte door het aanbrengen van het juiste materiaal in de boomspiegel is beschreven in de Handreiking droogtebestendig openbaar groen Waddinxveen. Hierin is o.a. beschreven dat het maaien rondom bomen (bijmaaien) schadelijk is en daarom zo min mogelijk plaatsvindt Openbaar Groen

7

We borgen de veiligheid

We borgen de gemeentelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de veiligheid en aansprakelijkheid door middel van structurele en periodieke inspecties op de boomveiligheid

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

83

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Openbaar Groen

15

Voorkom invasieve soorten

Planten die op de ‘lijst van invasieve exoten’ staan, zoals berenklauw en duizendknoop, worden door groenbeheerders van de gemeente bestreden als ze worden aangetroffen tijdens onderhoudswerkzaamheden. Het bestrijden van dieren die op de lijst van invasieve exoten staan zoals de rivierkreeft, Nijlgans en de Aziatische hoornaar is formeel de verantwoordelijkheid van de Provincie en Hoogheemraadschappen. Aan de gemeente kan worden gevraagd om te helpen bij het bestrijden. In Waddinxveen doen wij dit ongevraagd omdat de gevolgschade van invasieve exoten wel voor onze rekening komt en deze vervolgschade voorkomen we door actieve bestrijding

Openbaar Groen

16

Snippergroen wordt in beginsel niet verkocht

Onder snippergroen en restkavels wordt verstaan: kavels, onbebouwde gemeentegrond (waaronder water), deel uitmakend van de openbare ruimte en met een maximale grootte van 150 m2. Snippergroen en restkavels worden bij voorkeur niet verkocht.

Bijlagen

Gezien de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptie en biodiversiteit en de toenemende druk op zowel de boven- als ondergrondse infrastructuur zijn we zeer terughoudend met de uitgifte van snippergroen en restkavels. Verkoop is alleen mogelijk aan de eigenaar van een direct aanliggend perceel én als is aangetoond dat verkoop strategische, tactische of planologische voordelen heeft voor de gemeente Openbaar Groen

17

Adoptie van groen is gewenst

De gemeente ondersteunt en stimuleert ‘adoptie’ van openbaar groen door bewoners. Onder adoptiegroen verstaan we een stukje openbaar groen of een boomspiegel dat buurtbewoners in overleg met de gemeente opknappen en waarvan ze het onderhoud overnemen. Hiervoor wordt een overeenkomst gesloten. Ook verenigingen, scholen, bedrijven etc. kunnen groen adopteren. Inwoners die groen adopteren krijgen van de gemeente een overzicht met planten die geschikt zijn om te planten

Openbaar Groen

18

Raadpleeg het IBOR voor het beheerniveau

Bij het schoon en veilig onderhouden van de openbare ruimte worden verschillende beheerniveau 's gehanteerd op basis van de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het Kennisplatform CROW. Het beheerniveau per gebied wordt iedere 5 jaar vastgesteld in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) op basis van de beheerprincipes uit dit Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving. In het IBOR wordt beschreven hoe het beheer zowel operationeel als financieel wordt uitgevoerd. Het gaat hierbij om het opruimen van zaken die niet in de openbare ruimte thuishoren en het netjes en veilig houden van bankjes, afvalbakken, verkeersborden e.d. Ook gaat het om het verwijderen van planten die tussen de tegels van het trottoir groeien en andere verharde delen waar de primaire functie wandelen of rijden is. De beheerniveaus zijn niet van toepassing op het netjes houden van groen in bermen, groenstroken, groenvakken, plantenbakken, gazons, speeltuinen, parken etc. Daarvoor geldt dat er in alle gebieden van Waddinxveen groen wordt aangeplant en onderhouden dat een positieve bijdrage levert aan biodiversiteit en/of klimaatadaptatie. Dat betekent dat planten die van nature voorkomen zoals madeliefjes en paardebloemen niet worden weggemaaid rondom bomen, lantarenpalen of in gazons. Het doel van groen is niet om netjes te zijn maar waardevol.

Recreatie

1

Bekijk de beheerprincipes bij natuur

De beheerprincipes vanuit het onderwerp Natuur zijn ook gewenst binnen de natuurgebieden. Het is de rol van de gemeente om deze principes onder de aandacht te brengen bij de desbetreffende natuurorganisaties.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

84

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

II

Bijlagen

Adviesrapport Ecologische Verbindingszone 1.

Samenvatting per EVZ Stedelijk groen

Water

Poel of sloot (met natuurvriendelijke oever)

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Veilige verbindingen

Geleidende structuren naar omgeving

Gefaseerd (extensief) maaibeheer

Gefaseerd (extensief) maaibeheer

Strooisellaag

Strooisellaag

Rustige (overwinterings) plekken

Dichte struwelen, wortelkluiten, boomstronken met holtes, bladerenof takkenhopen

Oppervlakte minimaal

0,5 ha

Max afstand tussen stapstenen

1000 meter

Bomen en bosschages

Diverse, inheemse soorten, waaronder meidoornhagen, ligusterhagen en haagbeukhagen met een hoogte van doorgaans 2 á 3 meter

Besdragers

Lijsterbes, meidoorn, sleedoorn, vlier, braam, sporkehout

Zaaddragende kruiden

Straatgras, herderstasje, weegbree, distels, grote kaardenbol

Water

Kleine vijver met natuurvriendelijke oever of moerasplanten

Oppervlakte minimaal

200 ha

Stukjes kaal zand

Stukjes kaal zand. Een zandbad o.a. om zich van parasieten te ontdoen

Max afstand tussen stapstenen

Aaneengesloten

In de omgeving van nestgelegenheid

Woningen met dakpannen, dichte bomen en struiken

Minimale breedte EVZ

>5 meter oever en <10 meter water

Veilige verbindingen

Middels geleiding een veilige route

Natte infrastructuur

Natte, onverlichte infrastructuur, die niet droogvalt

Medewerking van bewoners

Bladeren op een grote hoop harken op rustige plek in de tuin; openingen in schuttingen in de hele wijk (min. 13x13 cm); tegels wippen in tuinen en vervangen door vaste, inheemse planten

Open, vochtige omgeving

Hoge (natuurlijk variabele) waterstand (rietvelden, natte graslanden). GLG max 50 cm onder maaiveld. 1% van het oppervlak plasdras

Verstopplekken

Centrale bladhopen, houtstapels, takkenrillen

Gevarieerde vegetatiestructuur, zowel in hoogte als dichtheid

Met echte koekoeksbloem, ratelaar, reukgras, scherpe boterbloem, rood zwenkgras, beemdlangbloem, smalle weegbree, zwarte zegge, hazenzegge en rode klaver

Gradiënt in vegetatiestructuur met vooral heel veel vrij zicht

Een rand met kortere vegetaties (40-60 cm), zoals hooilanden, zeggenvegetaties, overgaand in uitgestrekte lage kruidige graslanden

Licht

Veel licht vanwege moeras-/oevervegetaties

Bodem

Humeuze bodem

Maaien

Afhankelijk van vegetatietype

Water

Helder, schoon, voedselrijk (tot matig voedselrijk) water met baggerlaag

Onderwatervegetatie

Rijke onderwatervegetatie, met draadalgvegetaties

Oevervegetatie

Lage oevervegetatie die de watergang niet beschaduwd

Geen pesticidengebruik

Geen herbiciden en pesticiden gebruik en geen inlaat (ionenrijk) gebiedsvreemd water.

Rust

Menselijke verstoring vermijden

Droge EVZ Oppervlakte minimaal

2 ha

Max afstand tussen stapstenen

200 meter

Minimale breedte EVZ

20 meter

Bomen en bosschages

Westzijde Waddinxveen is klei. Daar passen soorten zoals: gewone es, schietwilg, gladde iep (Ulmus minor), zwarte els, sleedoorn, meidoorn en rozen. Oostzijde Waddinxveen is vooral veen: daar passen soorten zoals: schietwilg, zwarte els, zomereik, gewone vlier en schietwilg.

Bloemrijke bermen

Kleinschalig mozaïek

o.a. reigersbekken, boerenwormkruid, jakobskrui, duizendblad (in elk geval voorjaars-, zomer- en najaarsbloeiers). Vergrassing voorkomen.

Vochtige EVZ

Open, zonnige, bloemrijke plekken met houtwallen, struwelen en zomen, vergrassing voorkomen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

85

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

2. Natte EVZ

Eisen doelsoorten per EVZ Stedelijk groen

Oppervlakte minimaal

1000 ha mits verbonden door EVZ

Max afstand tussen stapstenen

200 meter

Minimale breedte EVZ

Waterloop + 15 meter aan beide zijden. Dit mag onder een helling zijn (bijv. 1:3 of flauwer)

Oppervlakte minimaal

0,5 ha

0,5 ha

0,5 ha

Geïsoleerde poelen

Zonder vegetatie, 1 á 2 jaarlijks geschoond, mogen droogvallen (in de loop van het seizoen)

5000 meter

100 meter

20 meter

Stilstaand of langzaam stromend, permanent waterhoudende watergang van 30 - 150 cm diep

Rijke onderwatervegetatie en ruige rietkragen en natte strooiselruigten

Max afstand tussen stapstenen Bomen en bosschages

Bomen en bosschages

Bomen en bosschages (waaronder wintergroen)

Bomen en bosschages

Schuilplaatsen

Binnen 50 meter van wateren, dit is belangrijk voor overwintering van amfibieën. Struwelen, houtstapels, hopen bladeren, takkenrillen

Inrichting

• •

Vergraafbare grond(hopen)

Gewenst vanwege rugstreeppad (overwintering)

Periodiek, gefaseerd maaibeheer

Opschot verwijderen

Variaties en gradiënten

In vegetatiestructuur, temperatuur en vocht

Voedsel

Bessen, vruchten, ongewervelden

Zaden, granen, bessen, ongewervelden

Ongewervelden

Intensief landgebruik voorkomen

Extensieve begrazing is mogelijk (en gunstig voor steenuil)

Water

Aanwezigheid water

Aanwezigheid water

Aanwezigheid water

Rust

Menselijke verstoring vermijden in de EVZ zelf (dus incl. oevers), maar daar omheen geen probleem.

Mest en pesticiden

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Waterkwaliteit

Hoge waterkwaliteit. Vooral vanwege otter en zijn visrijke dieet. Gifstoffen stapelen zich op en kan de otter fataal worden

Nestruimte

Vissenpopulatie

Veel vis

Struiken en heggen, met name in de buurt van gazons (voedsel)

Nestgelegenheid in omgeving (rijtjeswoningen)

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Veilige oversteekplaatsen

Corridors/duikers/EVZs

Extra informatie

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

De afwisseling tussen groen en bebouwing is gunstig voor de merel. De afwisseling tussen huizen, groene tuinen, struwelen en gazons zijn in het bijzonder gunstig voor deze soort. Hoofdwegen en openheid zijn negatief. Ook is aandacht gewenst voor de negatieve invloed van katten

De huismus is deels afhankelijk van de mens voor zijn voedselvoorziening. Bijvoeren kan de soort ondersteunen. Inheemse bomen en struiken kunnen voorzien in insecten (eiwitrijk voedsel) die benodigd is in de periode dat ze jongen hebben

Wordt plussoort als bewoners participeren: bladeren op een grote hoop harken op rustige plek in de tuin; openingen in schuttingen in de hele wijk (min. 13x13 cm); tegels wippen in tuinen en vervangen door vaste, inheemse planten. In dat geval niet enkel stedelijk groen als leefgebied aanduiden, maar ook woonwijken met tuinen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Merel

Rustige plekken Veel struweel, gazons voor voedsel (wormen), parken en bosschages. De oppervlakte aan groen is leidend.

Huismus

• •

Rustige plekken Stukjes kaal zand

Egel

(indien woonwijken zijn meegenomen)

• •

Rustige plekken Veilige verbindingen

86

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

Droge EVZ Egel

Weidehommel

Bunzing

+ Bruin Blauwtje

Oppervlakte minimaal

0,5 ha

Onbekend, maar 2-4 hectare kruidenrijk grasland is benodigd om een kolonie te faciliteren

1 ha

2 ha

Max afstand tussen stapstenen

20 meter

200 meter

N.v.t. mits geleiding aanwezig

200 meter

Minimale breedte EVZ

2 meter

2 meter

10 meter

20 meter

Bomen en bosschages

Bomen en bosschages

Kleinschalige openheid, bloemrijke bermen, ook in bossen/bosschages

Bomen en bosschages

Zonnig, open

Inrichting

• •

Rustige plekken Veilige verbindingen

•

•

In bebouwd gebied vormen plantsoenen met rode ribes en sneeuwbes een belangrijke voedselbron Eventueel stenen en composthopen om in nestgelegenheid te faciliteren

• • • • •

Rustige plekken Struwelen en zomen Kleinschalig mozaïek Houtwal Veilige verbindingen

•

• •

Kale grond (pioniermilieu) en bloemrijke graslanden (o.a. reigersbekken, boerenwormkruid, jakobskruid, duizendblad) Gefaseerd maaibeheer of extensief begrazen

Voedsel

Ongewervelden

Nectar: voorjaar, zomer, najaar

Amfibieën, knaagdieren en haasachtigen

Strooisellaag voor de verpopping (overwintering), dichtbij de waardplant

Water

Aanwezigheid water

Schuilplaatsen. Foerageert ook langs oevers

Water met natuurvriendelijke oevers

Vergrassing voorkomen

Mest en pesticiden

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Nestruimte

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Nestgelegenheid (vooral natuurlijk, minder vaak kunstmatig)

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

87

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

Vochtige EVZ Meervleermuis

Rietorchis

Platte Schijfhoren

+ Moerassprinkhaan

+ Grutto

+ Roerdomp

Oppervlakte minimaal

2 ha

2 ha

1-2 ha

2 ha

200 ha

2,5-25 ha

Max afstand tussen stapstenen

6.000 meter mits geleidende structuur aanwezig

100 meter

Zeer slechte verspreider, verbinding moet doorlopend zijn

100 meter

N.v.t.

1.000 - 10.000 meter

Minimale breedte EVZ

5 meter (water)

5 meter (oever)

< 10 meter (water)

5 meter (oever)

N.v.t.

10 meter

Inrichting

• •

Verbindingen tussen natuurgebieden Nabijheid van grotere, open wateren

• •

Vochtige omgeving (rietvelden, natte graslanden) Vochtige bodem

• • • •

Rijke onderwatervegetatie, met draadalgvegetaties Lage oevervegetatie die de watergang niet beschaduwd Geen droogval van water Hypertroof water wordt vermeden (langs maisakkers, akkerbouw etc.)

• •

Veel variatie in vegetatiestructuur Kortere vegetaties (40-60 cm), zoals hooilanden, zeggenvegetaties etc

• • • • • •

Open, vochtige graslanden met vrij zicht Rust Gevarieerde vegetatiestructuur (zowel in hoogte als dichtheid) Natte slootkanten 20% kuikenland Echte koekoeksbloem, ratelaar, reukgras, scherpe boterbloem, rood zwenkgras, beemdlangbloem, smalle weegbree, zwarte zegge, hazenzegge en rode klaver

• • • • •

Uitgestrekte rietvelden of -kragen van >10 m breed Minimaal 20% overjarig riet Rust: water- en landrecreatie beperken Ondiep moeras Verstoringsgevoelig: ca. 100 - 300 m afstand

Voedsel

Water, bloemrijke biodiversiteit

Aanwezigheid van bestuivers (biodiversiteit)

Algen en afgestorven organisch materiaal (op de bodem)

Grassen en cypergrassen, waaronder riet

De volwassen grutto eet regenwormen en emelten. Jonge vogels jagen op insecten zoals langpootmuggen

Vis, amfibieën

Water

Natte, onverlichte infrastructuur

Schuilplaatsen

Helder, schoon, voedselrijk (tot matig voedselrijk) water

Variabele waterstand met natuurlijke grondwaterschommeling

Hoge waterstand

Variabele waterstanden

Mest en pesticiden

Geen pesticidengebruik

Geen bemesting

Zeer gevoelig voor verontreiningen in het water door herbiciden, pesticiden en metaalionen, met name koper. Geen inlaat (ionenrijk) gebiedsvreemd water

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Nestruimte

-

-

Baggerlaag om in te overwinteren

-

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Extra informatie

Is opgenomen in het soortmanagementplan (SMP)

• •

Opschot verwijderen Maaien in april, eind juli en november

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

• •

Inventarisatie wenselijk om huidige aanwezigheid te onderzoeken Chemische analyse waterkwaliteit wenselijk om geschiktheid te bepalen

• •

Gefaseerd maaien of extensief begrazen.Niet maaien voor september Grote populaties komen voor bij een hoger en stabieler waterpeil, waarbij de gemiddelde zomermaxima niet dieper dan ca 50 cm onder het maaiveld zakken, vaak in aanwezigheid van kwel

•

•

Nu ca 192 ha geschikt: uitbreiding gewenst Maaibeheer afgestemd op broedseizoen Tussen half juni en half aug: 0,5 ha plasdras per 100 ha leefgebied. Vanaf 1 augustus waterpeil weer laten zakken

Verlanding voorkomen (maaien)

88

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

Natte EVZ Kleine Karekiet

Kleine Watersalamander

Steenuil

Rugstreeppad

+ Otter

Oppervlakte minimaal

0,001 ha

1 ha

40 ha

1 ha

1000 ha mits verbonden door EVZ

Max afstand tussen stapstenen

N.v.t.

200 meter

5.000 meter

1.000 meter

0 meter

Minimale breedte EVZ

2 meter

10 meter

N.v.t.

1 meter

Waterloop* + 15 meter aan beide zijden

Inrichting

• •

Rietvelden/moerassen Rust

• •

Rijke onderwatervegetatie Schuilplaatsen op het land Variaties en gradiënten

• • • •

•

Variatie in open grasland en ruigtes Zonnig Knotwilgenrijen Kleinschalig cultuurlandschap (evt extensief begraasd met vee) Rust

• • • •

Zandige of lemige bodem, maar komt ook voor op klei en veen Niet of schraal begroeid terrein. Bij voorkeur pioniermilieu Kleine bosschages en zand- of stenenhopen om te overwinteren Vergraafbare grond is gewenst

• • • •

Gevarieerd, nat landschap Schuilplaatsen langs oever (bv struweel) Rust Veilige oversteekplaatsen

Voedsel

Biodiversiteit

Watervlooien, slakken, regenwormen en insecten

Muizen en kevers

Ongewervelden

Vis

Water

Langs het water, in en buiten het riet (ook in struweel)

Stilstaand of langzaam stromend water van 30 - 150 cm diep

Aanwezigheid van water

Voortplantingswateren: 1 a 2 jaarlijks geschoonde poelen

Goede waterkwaliteit

Pesticiden

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

Geen pesticidengebruik

-

Geen pesticidengebruik

Nestruimte

Bouwt een nest in rietvegetatie. Aan begin broedseizoen wordt uitsluitend overjarig riet bezet, in de loop van het seizoen kan eenjarig riet ook in aanmerking komen. Voorkeur voor waterriet

Overwinteringsplekken, binnen 50 meter van voortplantingswater

Nestgelegenheid in omgeving (oude knotbomen en nestkasten op erven)

Plant zich voorin pionierwateren, zonder vis

Overwinteringsplekken (bladhopen, takkenhopen etc)

Extra informatie

•

Soort van dynamische omstandigheden, dus combineert goed met agrarische activiteit (waaronder bijv. herenboeren)

•

• •

Periodiek, gefaseerd maaibeheer Vermijd droogval Opschot verwijderen

•

Intensief landgebruik voorkomen

•

Weinig verkeer vanwege aanrijdingen met overvliegende vogels

Menselijke verstoring vermijden

*Wanneer een waterloop onder een brug doorgaat en er geen doorlopende oever is, steken otters de bovenliggende weg over in plaats onder de brug door te zwemmen. Dit zorgt voor een hoge mortaliteit bij bruggen, duikers en andere onderdoorgangen zonder doorlopende oever of loopplanken. Waar een doorlopende oever niet mogelijk is kan dit worden opgelost door de aanleg van loopplanken

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

89

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

III

Bijlagen

Participatieverslag Voor het Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving (OPDL) zijn meerdere vormen van participatie toegepast om een brede doelgroep te bereiken. Het OPDL is specifiek en technisch van aard. Daarom is gekozen voor twee participatietrajecten: 1. Gericht op bewoners • Publieksenquête via Waddsup • Straatgesprekken (2 ochtenden op het Gouweplein) 2. Gericht op interne en externe experts • Expertsessie I (intern) • Expertsessie II (intern en extern) Inwonersparticipatie Voor het participatietraject gericht op bewoners is gekozen voor een samenwerking met Perspectief Waddinxveen 2050 omdat het OPDL enkele sociale vraagstukken bevat zoals het gebruik van natuur- en recreatiegebied, parkeren en gezondheid. Via een publieksenquête op Waddsup is gevraagd naar ideeën over het Waddinxveen van 2050. Hieruit kwam duidelijk naar voren dat inwoners sterke behoefte hebben aan meer groen. Verder werden de volgende onderwerpen als belangrijk genoemd: een betere gezondheid, een zekere toekomst op het gebied van wonen & voorzieningen, een sociale & inclusieve samenleving en aanpassing aan klimaat & water. De straatgesprekken ondersteunden deze publieksenquête. Hier konden we meer persoonlijke vragen stellen en doorvragen zodat duidelijk werd waarom inwoners een bepaalde voorkeur hebben. Alle wethouders en de burgemeester waren aanwezig en tevens de auteurs van het OPDL.

Uit deze twee ochtenden kwamen gelijke resultaten. Inwoners willen meer groen rondom de bebouwde kom, een veilige verkeerssituatie, meer voorzieningen, betaalbare woningen en meer sociale verbondenheid.

Expert participatie De eerste expertmeeting werd intern uitgevoerd. Deze sessie in september werd georganiseerd om interne vraagstukken boven te krijgen. De gemeente Waddinxveen heeft veel beleid en lopende projecten die raakvlakken kunnen hebben met het OPDL. Tijdens deze sessie werd vooral gekeken naar de mogelijkheden binnen de huidige beleidsmatige situatie en naar integrale samenhang tussen beleid. Naar aanleiding van deze sessie zijn de concept ontwerpprincipes opgesteld. Expertsessie II werd publiekelijk uitgevoerd voor interne en externe professionele belanghebbenden en experts. Hier werden concept ontwerpprincipes gepresenteerd waarop gereageerd kon worden. Uitgenodigde organisaties waren bijvoorbeeld overheidsinstanties, natuurbeheerders, stichtingen en vertegenwoordigers van ondernemers. Per thema was er een collega aanwezig om uitleg te geven en opmerkingen te noteren. Deze sessie in december werd drukbezocht door mensen die de ontwerp- en beheerprincipes kwamen inzien. Uit deze dag kwam goede feedback, maar we kregen voornamelijk een duidelijk groen licht voor het doorzetten van de ontwerp- en beheerprincipes. Alle opmerkingen zijn verwerkt en vervolgens is het conceptprogramma afgerond. Overige gesprekken Naast de 4 formele participatiemomenten zijn er losse gesprekken gevoerd met organisaties.

Dit waren de GGD Hollands Midden, Brandweer Waddinxveen, Staatsbosbeheer, ProRail en Stichting Weids Bloemendaal. Deze gesprekken hebben – net als de interne participatiegeleid tot het aanscherpen van ontwerp- en beheerprincipes.

De uitkomsten uit de publieksenquête en de straatgesprekken hebben input geleverd voor de ontwerpprincipes in het OPDL, metname voor het onderdeel natuur en recreatie. In het OPDL wordt ingezet op de maximaal haalbare variant van ecologische verbindingszones die waar mogelijk ook voorzien in de recreatiebehoefte.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

90

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

IV

Bijlagen

Afwegingskader overlast van bomen In deze bijlage wordt het afwegingskader voor bomenkap bij overlast van bomen beschreven. Dit kader biedt handvatten om de waarde van de betreffende boom/bomen en de mate van overlast inzichtelijk te maken. Het afwegingskader heeft als doel om de afweging tussen het algemeen belang met de waarde van de boom en de ervaren mate van overlast transparant te maken en zo objectief mogelijk te waarderen. .

•

2.

Mate van overlast •

1.

Boomwaarde • •

•

• •

•

•

Boomstructuur: Aangewezen waardevolle bomen en bomen in de EVZ worden extra beschermd; Duurzaamheid boomsoort: bomen met een trage groeisnelheid en daarmee lange levensduur (zoals eik of beuk, paardenkastanje, linde) krijgen een hogere waardering dan niet duurzame soorten met een kortere omlooptijd (zoals populier, wilg, berk, sierkers, sierappel). Traag groeiende bomen krijgen pas laat hun uiteindelijke kenmerkende vorm en zijn beeldbepalend omdat ze langdurig in de openbare ruimte aanwezig zijn; Boomgrootte: soorten die uitgroeien tot grote bomen (1e grootte zoals een plataan) krijgen meer punten dan kleiner blijvende bomen (3e of 4e grootte, zoals een sierappel); Herkomst: toepassing van inheemse soorten heeft de voorkeur boven exoten, vanwege de hogere ecologische waarde en milieuwaarde van inheemse soorten; Zeldzaamheid in de gemeente: boomsoorten of cultivars die in de gemeente weinig voorkomen krijgen een hogere waardering dan algemeen in de gemeente voorkomende soorten; Stamdiameter op 1,3 m hoogte: de dikte van de boom wordt op borsthoogte (1,3 m) gemeten. De stamdiameter is een goede indicatie voor de grootte van de boom. Grotere bomen krijgen een hogere waardering dan kleinere bomen; Levensverwachting: bomen waarvan verwacht wordt dat deze nog lang kunnen blijven leven en groeien krijgen een hogere waardering dan bomen met een lagere verwachte restlevensduur.

De levensverwachting van de boom is afhankelijk van de actuele conditie, de algehele vitaliteit en de standplaats van een boom;

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Snoeivorm: bomen met een bijzondere snoeivorm (zoals bolcultivars, lei- of vormbomen, knotbomen) worden extra gewaardeerd.

• •

• •

Soort overlast: Overlast van bessen, vruchten, stuifmeel, pluisvorming, plak, bladval en overhangende takken is onlosmakelijk verbonden met een boomrijke gemeente en is geen reden tot kap. Overlast die meegenomen wordt in de afweging staat in de tabel op de volgende pagina vermeld. Tijdsduur overlast: hierbij wordt rekening gehouden met zowel de periode in het jaar, als met de tijdsduur per dag waarin de overlast ervaren wordt; Schade die de boom veroorzaakt / kan veroorzaken: schade aan ondergrondse infrastructuur en de funderingen van gebouwen en andere (particuliere) eigendommen leidt tot grote kostenposten voor herstel en weeg het zwaarste. Schade aan bestrating of omheiningen weegt minder zwaar; Afstand van de boom tot de gevel of erfgrens: hoe dichter de boom in de openbare ruimte bij een gevel of erfgrens staat, hoe zwaarder de overlast meeweegt; Aantal bewoners in de directe omgeving dat aanpassingen wenst: het aantal bewoners dat overlast ervaart is mede bepalend voor de afweging. Hoe meer belanghebbenden overlast ervaren en aanpassingen aan de boom/bomen wensen, hoe zwaarder dit weegt. Daarbij telt elk huishouden en/of adres voor één. Tot de omgeving van een boom wordt een straal van 50 m1 vanaf de buitenzijde van de stam gerekend.

91

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

3.

Bijlagen

Afweging De criteria en waardering maken de afweging zo objectief mogelijk. Het is echter geen rekenkundige exercitie die bij bepaalde uitkomsten automatisch leidt tot een bepaalde actie (zoals kap). • • •

Uitgangspunt is het streven om de bomen te kunnen behouden in de openbare ruimte. Is de boomwaarde hoger dan de mate van overlast, dan wordt geen actie ondernomen die schade voor de boom met zich meebrengt. Is de waardering van de overlast aanzienlijk hoger dan de boomwaarde, dan is kap een uiterste middel. Waar mogelijk wordt gezocht naar minder drastische ingrepen, zoals snoei van overlast gevende takken.

De afweging en uiteindelijk advies zijn altijd maatwerk, afgestemd op de specifieke lokale omstandigheden. Uiteraard is er altijd beroep of bezwaar mogelijk volgens de reguliere procedures.

Figuur 73: Afwegingskader overlast van bomen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

92

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

93

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15677241/2