CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.4 bijlage 1 Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken29.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Parkeerruimte in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk geclusterd. Het liefst zijn de parkeervakken geclusterd waardoor er minder auto’s over de buitenruimte zijn verspreid. Parkeren achter panden heeft hierin de voorkeur. Het clusteren van parkeerruimte achter panden zorgt voor een leefbare en veilige straat. 3. Verdeel clusters evenredig Parkeerclusters worden bij voorkeur in gelijke verhouding door de wijk verdeeld. Ga bij het stedenbouwkundig ontwerp uit van de richtlijn voor de maximale loopafstand. Dit bedraagt een maximale afstand van 2 minuten wandelen van een woning tot een openbare parkeerplaats. 4. Ga uit van inpandig parkeren Bij nieuwe ontwikkelingen wordt er zoveel mogelijk inpandig geparkeerd. Dit zorgt voor een veiliger gebruik van de buitenruimte. Dit andere gebruik kan worden ingevuld met meer ruimte voor groen, water of voorzieningen die gezondheid stimuleren.

28

CROW. (2018). Parkeren en buitenruimte: richtlijnen en aanbevelingen. https://www.crow.nl

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

71

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

5. Ga anders uit van parkeren op eigen terrein Indien inpandig parkeren geen optie is wordt er gekeken naar parkeren op eigen terrein. Deze vorm van parkeren is alleen gewenst indien er meer buitenruimte vrijkomt voor groen, water of voorzieningen. Indien de situatie hiervan verslechtert als gevolg van parkeren op eigen terrein is de ontwikkeling ongewenst. 6. Parkeer op eigen terrein in het buitengebied Voor het buitengebied geldt dat parkeren op eigen terrein het uitgangspunt is. 7. Ontwerp voor meervoudig ruimtegebruik Bij grotere parkeerstroken of parkeerpleinen is meervoudig ruimtegebruik gewenst. Meervoudig ruimtegebruik houdt in dat parkeerplaatsen buiten de piekuren voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. De keuze voor grasbetontegels draagt bij aan waterberging en de uitstraling van een gebied. Het slim toepassen van deze vakken kan door het kiezen van locaties die overdag of in het weekend niet of nauwelijk worden gebruikt. Dit voorbeeld van Station Triangel wordt voor het afzetten van personen gebruikt. Hierdoor worden de vakken niet constant gebruikt. Figuur 71: Meervoudig ruimtegebruik Zuidplashof

8. Houd invalidenplaatsen dichtbij Er is bij voorkeur binnen een straal van 100 meter van een woning minstens 1 gehandicaptenplaats beschikbaar in de buitenruimte. Deze richtlijn is gericht op bewoners die niet op eigen terrein kunnen parkeren.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Parkeren

7.2.2. Parkeernorm ONTWERPPRINCIPES 1. Hanteer de middennorm van het CROW De parkeerrichtlijn van het CROW is leidend. De gemeente streeft bij projecten naar de middennorm. Afwijkingen zijn onderbouwd mogelijk binnen de bandbreedte. Indien er geen richtlijnen vanuit het CROW zijn opgesteld er maatwerk wordt toegepast. 2. Waddinxveen is sterk stedelijk Er wordt uitgegaan van sterk stedelijk als stedelijkheidsgraad bij het bepalen van de parkeernorm. 3. Hanteer de zones De parkeerrichtlijn vanuit de meest actuele CROW-publicatie verschilt per zone. De zones zijn centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. De zoneverdeling van Waddinxveen is inzichtelijk in figuur 72. 4. Reken garages en opritten niet mee Garages en opritten op eigen erf worden bij voorkeur niet als volwaardige parkeerplek meegenomen in de parkeerberekening. In de praktijk worden de garages en opritten niet altijd als parkeerplaats gebruikt, dit terwijl ze wel zijn meegenomen in de berekening. 5. Los problematiek infrastructureel op Parkeerproblematiek in bestaande wijken wordt in eerste instantie infrastructureel opgelost. Indien dit niet mogelijk is wordt er gekeken naar regulerende maatregelen.

72

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Parkeren

6. Ga uit van de meest actuele richtlijn In bestaande wijken wordt tijdens herontwikkeling bij voorkeur de meest actuele CROW-richtlijn gehanteerd en niet de oude vanuit het voormalige bestemmingsplan. Daar kan gemotiveerd van worden afgeweken. Hiermee maken we maatwerk mogelijk.

Deze kaart digitaal bekijken? Klik hier

Referentie bestaand beleid Parkeren: • • •

CROW-richtlijnen (link) Omgevingsprogramma Mobiliteit & Verkeer** Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuid-West (link)

*Documenten zonder link zijn op te vragen bij https://www.waddinxveen.nl/contact/contactformulier/ **Deze beleidsdocumenten worden in 2025 opgesteld Figuur 72: Parkeerzonekaart Waddinxveen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

73

b Bijlagen Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

74

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

I

Bijlagen

Overzichtstabel ontwerp- en beheerprincipes ONTWERPPRINCIPES 1.

Natuur & Recreatie

Houd rekening met icoonsoorten

We kijken bij de inrichting van de leefomgeving naar de specifieke doelen en mogelijkheden in een gebied. We passen een mix toe van zo veel mogelijk verschillende inheemse planten en vullen indien nodig aan met uitheemse planten. Nieuwe aanplant levert altijd een bijdrage aan de verbetering van de leefomgeving voor icoonsoorten, zie ook natuurinclusief ontwikkelen

Onderwerp

# 1

Ga uit van de plus variant

Bij de realisatie van een EVZ streven we naar de plus variant. Alleen als door huidige bebouwing de plus variant niet (overal) is te realiseren, volstaat de basisvariant

Openbaar Groen

11

Raadpleeg de soortentabel

Om te bepalen welke bomen geschikt zijn wordt de Soortentabel WUR gebruikt

Openbaar Groen

12

Raadpleeg Biodiversiteit in de stad

Ecologische Verbindingszone

2

We stimuleren passende plannen

De gemeente verleent medewerking aan nieuwe ruimtelijke plannen die passen bij de plus variant

Geschikte heesters en vaste planten staan in het overzicht Biodiversiteit in de stad

Openbaar Groen

13

Ecologische Verbindingszone

3

Onderbouw door middel van een ecologisch adviesrapport

Nieuwe ruimtelijke plannen binnen een straal van 100 meter van een natte of vochtige EVZ worden bij voorkeur onderbouwd met een ecologisch adviesrapport

Creëer groene buffers tussen bedrijven en woningen

Gebieden rondom bedrijventerreinen worden bij (her)ontwikkeling zoveel mogelijk ingericht als groene bufferzone. Hierdoor vermindert geluidsoverlast en luchtvervuiling

Openbaar Groen

Openbaar Groen

1

40% groen

We streven naar 40% groen per buurt of plangebied. Dit realiseren we door een groennorm van 40% te hanteren voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met groen wordt bedoeld bomen + laag groen

We steunen lokale of persoonlijke groeninitiatieven

Losse groenelementen, zoals bloempotten en moestuinbakken mogen door bewoners, winkeliers en bedrijven in de openbare ruimte op de stoep geplaatst worden. Dit is gewenst mits er 1,20 meter voetpad overblijft en het geheel goed wordt onderhouden

Openbaar Groen

2

1 boom per huishouden

De richtlijn is minimaal 1 boom per huishouden. Bij voorkeur van de 1e grootte. Bomen leveren meerdere ecosysteemdiensten en zijn daardoor van grote waarde in de leefomgeving

Openbaar Groen

3

75 m2 groen per huishouden

De richtlijn is 75 m2 (openbaar) groen per huishouden

Openbaar Groen

4

Gebruik zo min mogelijk verharding

Ruimtelijke plannen bevatten zo min mogelijk onnodige verharding

Openbaar Groen

5

Verbind het groen

Openbaar groen wordt waar mogelijk met elkaar verbonden. Bermen verbinden het groen binnen Waddinxveen en tussen omliggende gebieden

Openbaar Groen

6

Leg oevers natuurvriendelijk aan

Nieuwe oevers worden natuurvriendelijk aangelegd. Deze regel wordt toegepast bij nieuwe omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Dit levert een bijdrage aan de verbetering van de biodiversiteit en het zorgt voor een groter waterbergend vermogen dan beschoeide oevers

Openbaar Groen

7

Vervang beschoeide oevers voor natuurvriendelijke

Bij gebiedsreconstructies worden beschoeide oevers waar mogelijk vervangen door natuurvriendelijke oevers. Natuurvriendelijke oevers lopen geleidelijk over van water naar land. De oever wordt verdeeld in verschillende zones, waarbij iedere zone zijn eigen kenmerken heeft. Daardoor komen in elke zone verschillende planten, bloemen en dieren voor. Welke soorten zich ontwikkelen hangt af van de bodemsoort, watertype, voedselrijkheid, chloridegehalte en de reeds aanwezige planten. Hoe meer zones van de natuurlijke oever aanwezig zijn, hoe natuurvriendelijker de oever is

Openbaar Groen

8

Zorg voor een juiste afweging tussen inheems en uitheems

Vegetatie die een bijdrage levert aan het herstel van biodiversiteit is in de regel inheems omdat inheemse bomen, planten, struiken en bloemen het beste aansluiten bij de behoeften van dieren die hier van nature voorkomen. Ook past inheemse vegetatie goed bij de grondsoort die hier van nature is. Robuust groen betekent dat het bestand is tegen het veranderende klimaat. Gevarieerd inheems groen is dit vaak al omdat het zich in de loop der jaren heeft aangepast. Maar soms kan uitheemse vegetatie een waardevolle aanvulling zijn. Bijvoorbeeld door te zorgen voor extra voedsel voor vogels of om schaduw te bieden op een plein. Op een verhard plein groeien mediterrane bomen beter, en bieden daardoor meer schaduw dan inheemse bomen

9

Plaats indien nodig fauna trappen

Toelichting

10

Ecologische Verbindingszone

Openbaar Groen

Ontwerpprincipe

Openbaar Groen

Waar geen natuurvriendelijke oever mogelijk is kunnen fauna trappen worden geplaatst zodat dieren de watergang in en uit kunnen komen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Natuurinclusief ontwikkelen

1

Zorg voor een habitatverbetering

Ruimtelijke plannen bevatten een uitwerking van de habitatverbetering t.b.v. icoonsoorten uit de biomatrix (zie figuur 13). In samenwerking met ecologen zijn icoonsoorten benoemd, die samen de verschillende leefgebieden in Waddinxveen vertegenwoordigen. Als het leefgebied voor deze planten en dieren op orde is, liften andere soorten hierop mee en kan een gezonde natuur bestaan die in balans is. In de biomatrix staan de icoonsoorten voor Waddinxveen en de habitat (leefomgeving) die zij nodig hebben. Daarom wordt van alle inwoners, bedrijven, initiatiefnemers, ontwikkelaars en gemeentelijke beheerders en projectleiders verwacht dat zij in hun plannen rekening houden met de icoonsoorten

Natuurinclusief ontwikkelen

2

Raadpleeg de Kansenkaart Biodiversiteit

De keuze voor icoonsoorten en de daarbij passende inrichting kan worden onderbouwd met de Kansenkaart Biodiversiteit. Gemeenten in de regio midden Holland hebben gezamenlijk een kansenkaart biodiversiteit opgesteld zodat samengewerkt kan worden over gemeentegrenzen heen om de leefomgeving van icoonsoorten te verbeteren. De kansenkaart is door iedereen te benaderen via de website van de ODMH. Op adresniveau is te zien voor welke icoonsoort het gebied geschikt moet zijn en hoe dat is te realiseren. In Waddinxveen wordt de kansenkaart gebruik als onderbouwing voor de icoonsoortkeuze en voor communicatie doeleinden richting inwoners. Zie figuur 14 voor een overzicht van de op Waddinxveen van toepassend zijnde kaarten

Natuurinclusief ontwikkelen

3

Zorg voor een habitatverbetering voor gebouwbewonende diersoorten

Ruimtelijke plannen bevatten een uitwerking van de habitatverbetering die gerealiseerd wordt voor vleermuis, huismus, gierzwaluw en spreeuw

Natuurinclusief ontwikkelen

4

Onderbouw plannen in de EVZ

Nieuwe ruimtelijke plannen binnen een straal van 100 meter van een natte of vochtige EVZ worden bij voorkeur onderbouwd met een ecologisch adviesrapport waaruit blijkt dat de ontwikkeling geen bedreiging vormt voor de EVZ

Natuurinclusief ontwikkelen

5

Pas Adviesrapport Ecologische Verbindingszones toe

Nieuwe ruimtelijke plannen binnen een straal van 100 meter van een EVZ baseren het groenontwerp zoveel mogelijk op het ecologische adviesrapport. De uitkomsten hiervan staan in bijlage II

Natuurinclusief ontwikkelen

6

Zorg voor nestelruimte

De buitenruimte is geschikt voor dieren om te nestelen. Waar mogelijk worden natuurlijke nestplaatsen geboden zoals een takkenril, zand of composthoop. Als aanvulling kunnen technische oplossingen zoals vogelhuisjes en bijenhotels worden geplaatst

75

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

Natuurinclusief ontwikkelen

7

Ga voor ecologische oplossingen

Ecologische oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen als het gaat om waterberging. Greppels, wadi’s en infiltratiestroken hebben naast een waterbergende functie ecologische waarde

Natuurinclusief ontwikkelen

11

Raadpleeg de NDFF

Voordat een ontwikkeling start, wordt de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op huidige soorten (voorheen natuurwaardenkaart). Bij de bouw wordt rekening gehouden met de aanwezige soorten doormiddel van mitigerende en compenserende maatregelen

Natuurinclusief ontwikkelen

8

Vergroen tuinen

De verhouding tussen groen en steen in privé tuinen voldoet zoveel mogelijk aan de Steenbreek norm. In groene tuinen vinden dieren voedsel en veiligheid. Ook helpen groene tuinen bij het bestrijden van hittestress en wateroverlast. Om dieren te helpen kunnen inwoners van Waddinxveen inheemse (lokale) en bes-dragende beplanting toepassen. Het bijvoeren van egels en vogels in de winter helpt ook. Om ervoor te zorgen dat dieren zich kunnen verplaatsen tussen tuinen worden barrières zoveel mogelijk weggenomen. Door hagen toe te passen in plaats van schuttingen kunnen dieren de tuin bereiken en ze kunnen er nesten opbouwen. Als tuinen ecologisch worden beheerd kunnen dieren zich er ook voortplanten. Ecologisch beheer van tuinen houdt het volgende in:

Recreatie in natuurgebieden

1

De gemeente stemt af met de organisaties

De gemeente zorgt in overleg met de desbetreffende natuurorganisaties voor de invulling van de recreatiebehoefte. Dit gebeurt door de visies en programma's vanuit de organisaties af te stemmen met het gemeentelijk beleid

Recreatie in natuurgebieden

2

Raadpleeg de matrix

De gemeente verleent medewerking aan ruimtelijke plannen in de EVZ als ze passend zijn in het gebied volgens de inrichtingsmatrix (zie figuur 9)

Recreatie in natuurgebieden

3

Stimuleer fiets- en wandelpaden

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die tussen de natuur- en recreatiegebieden liggen, belemmeren de (mogelijke) fiets- en wandelpaden niet en dragen waar mogelijk bij aan de realisatie van fiets- en wandelpaden

Recreatie in natuurgebieden

4

Houd rekening met hondenbeleid

Voor de inrichting en het gebruik van hondenuitlaatplaatsen wordt het beleidsdocument 'Thuis in Waddinxveen 2012' geraadpleegd

Recreatie in natuurgebieden

5

Bekijk de Visie op de Vredenburghzone

Voor ontwikkelingen binnen de Vredenburghzone wordt de Visie op de Vredenburghzone gehanteerd

Recreatie in natuurgebieden

1

Borg toegankelijkheid en inclusiviteit

Nieuwe wandel- en fietsverbindingen in en naar recreatiegebieden zijn toegankelijk voor iedereen en inclusief. Dit betekent dat ze zoveel mogelijk toegankelijk zijn voor rolstoelen. De richtlijn is dat er na iedere 300m zitgelegenheid is

Recreatieve verbindingen

2

Zorg voor bereikbaarheid

Wandel- en fietspaden tussen natuurgebieden zijn bereikbaar vanuit de bebouwde kom

Recreatieve verbindingen

3

Koppel functies aan elkaar

Zitgelegenheid wordt waar mogelijk gekoppeld aan een andere functies zoals spelen, natuur en afvalinzameling

Recreatieve verbindingen

4

Bescherm natuur, ecologische en cultuurhistorische waarde

Bij het aanleggen van nieuwe paden wordt bestaande natuur met ecologische of cultuurhistorische waarde niet aangetast (bijv. het Wilgenlaantje en het Lindenlaantje)

Recreatieve verbindingen

5

Paden passen bij het ecologische ontwikkelperspectief

De gemeente kan toestemming geven voor de aanleg van nieuwe paden in natuurgebieden indien de plannen passen bij het ecologische ontwikkelperspectief van het betreffende gebied. Hiervoor wordt de inrichtingsmatrix (figuur 9) geraadpleegd

Recreatieve verbindingen

6

Zorg voor een landschappelijke aansluiting

Projecten aangrenzend aan de natuurgebieden (zie figuur 17) zorgen binnen het stedenbouwkundig ontwerp voor een landschappelijke aansluiting. Dit kan bijvoorbeeld middels groen of water. Indien het project binnen 100 meter van een EVZ ligt is het groenontwerp zoveel mogelijk gebaseerd op het Adviesrapport Ecologische Verbindingszones (zie bijlage II)

• • • • • •

afgevallen blad, dood hout en uitgebloeide bloemen blijven liggen. Hierin overwinteren dieren en het voorkomt uitdroging van de bodem; een deel van het gras wordt niet gemaaid; er wordt zo min mogelijk gespit en geschoffeld zodat het bodemleven niet wordt gestoord; inheemse vegetatie zoals paardenbloemen, klaver en madeliefjes wordt niet bestreden; er worden geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest toegepast; snoeien gebeurt buiten het broedseizoen van vogels. Dus tussen oktober en maart.

De gemeente zet zich actief in om tuinen te vergroenen doormiddel van het Groene tuinen project. Er wordt informatie gegeven door tuincoaches over beplanting, tegels worden gratis opgehaald en er worden acties georganiseerd waarbij in sommige gevallen planten en bomen worden verstrekt. Ook stimuleert de gemeente de aanleg van geveltuinen. De APV is hierop aangepast. Stichting Steenbreek hanteert een richtlijn waarbij uitgegaan wordt van 15m² aan verhard oppervlak dat nodig is voor praktische functies zoals een terras, containers en fiets. Van de overige grond wordt bij voorkeur 80% groen ingericht worden en mag 20% verhard worden voor bijvoorbeeld een pad. In Waddinxveen is deze richtlijn overgenomen en aangevuld met de landelijke regel dat 50% vergunningsvrij gebouwd mag worden met een maximum van 50m². Deze regel wordt toegepast bij nieuwe omgevingsplannen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Tevens wordt er in de ontwerpfase gestuurd op het groen invullen van de tuinen Natuurinclusief ontwikkelen

9

Gebruik hagen als erfafscheiding

In nieuwe ontwerpen worden bij voorkeur hagen toegepast als erfafscheiding. Gemengde hagen die de biodiversiteit bevorderen hebben hierin de voorkeur

Natuurinclusief ontwikkelen

10

Ontwerp voor gebouwbewonende soorten

Nieuwe gebouwen worden zoveel mogelijk ontworpen met nestruimte voor vleermuis, huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Neststenen voor insecten zijn optioneel. Stadsvogels en vleermuizen delen al honderden jaren hun woonruimte met mensen. Maar deze dieren hebben het moeilijk gekregen door klimaatverandering, verdichting van de gebouwde omgeving en een andere manier van bouwen met meer isolatie en een betere afdichting van gaten en kieren. Bij natuurinclusief bouwen worden gebouwen zo ontworpen, dat zonder verlies van veiligheid of comfort voor mensen ook diersoorten en planten weer een plek krijgen. Het kan zowel gaan om technische voorzieningen in de gevel zoals neststenen als om begroeiing aan het gebouw zoals groene daken en gevels. Met name gebouw-bewonende soorten, zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, spreeuw en vleermuizen, kunnen hiervan profiteren. Natuurinclusief bouwen is vereist voor nieuwbouw en grote verbouwingen.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

76

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

2.

Klimaatadaptatie

Onderwerp

#

Water- en bodemsturend

1

Ontwerpprincipe

Hitte

1

Kies voor groen

Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor groen in plaats van verharding. Groen is gelaagd en biedt schaduw

Hitte

2

Hanteer de schaduwnorm

Op buurtniveau hanteren we de richtlijn 30% schaduw van bomen

Hitte

3

Maak loop- en fietsroutes in de schaduw

De richtlijn is dat 40% van de loop- en fietsroutes, drinkwaterstroken en verblijfsplekken liggen in de schaduw. Een verblijfsplek is bijvoorbeeld een (school)plein of een tuin van een zorginstelling

Hitte

4

Plaats voldoende bomen

Vanuit iedere woning is bij voorkeur zicht op minimaal 3 bomen

Hitte

5

Zorg voor genoeg koele plekken

De richtlijn is dat koele plekken van minstens 200 m² voor iedereen bereikbaar zijn binnen 300 meter

Hitte

6

Kijk naar water als verkoeling

Waar mogelijk wordt water toegepast in de openbare ruimte zoals waterfonteinen; verneveling, stromend water en op verblijfsplekken is drinkwater beschikbaar

Hitte

7

Zorg dat oppervlakken warmtewerend zijn

Oppervlakken zijn waar mogelijk warmtewerend door gebruik te maken van materialen die weinig warmte vasthouden zoals hout, gevelgroen, groene daken of lichte materialen zoals witte stenen. Daardoor koelt de omgeving makkelijker af in de nacht. De richtlijn is om 40 - 50% van alle oppervlakken warmtewerend of verkoelend in te richten

Hitte

8

Zorg voor het juiste groen

Openbaar groen is zoveel mogelijk robuust en bestand tegen hitte

Hitte

9

Bescherm vitale functies

Vitale functies zoals waterleidingen, elektriciteit en andere nutsvoorzieningen zijn zoveel mogelijk hittebestendig

Droogte

1

Kies voor groen

Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor groen in plaats van verharding

Droogte

2

Zorg voor droogtebestendig groen

Openbaar groen is zoveel mogelijk robuust en bestand tegen droogte. In de handreiking droogtebestendig openbaar groen staan 13 maatregelen die getroffen kunnen worden in Waddinxveen

Droogte

3

Zorg voor een waterplan

Ruimtelijke plannen zijn bij voorkeur voorzien van een waterplan waarbij het volgende wordt beschreven: Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren van waterkwaliteit

Droogte

4

Hanteer infiltratierapport

Per gebied is een infiltratienorm van toepassing. In figuur 30 staan de normen per gebied beschreven. Voor verdere onderbouwing en maatregelen per gebied zie infiltratie adviesrapport

Wateroverlast

1

Kies voor groen

Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor groen in plaats van verharding

Wateroverlast

2

Maak ruimte voor waterberging

De openbare ruimte van Waddinxveen biedt ruimte voor waterberging

Wateroverlast

3

Kies voor een robuuste inrichting

Openbaar groen en speelplaatsen zijn zoveel mogelijkrobuust ingericht. Dit betekent dat ze daardoor kortdurend onder water kunnen staan

Start met een analyse

Toelichting Gebiedsplanning start met water- en bodemanalyse om te bepalen wat in het betreffende gebied passend is. Hierbij wordt ook gekeken naar de eisen die worden gesteld door de Hoogheemraadschappen en naar de zorgplicht voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater zoals beschreven in het Gemeentelijk Water Plan (GWP)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

Wateroverlast

4

Houd routes begaanbaar

Belangrijke doorgaande routes in Waddinxveen zijn ook bij hevige neerslag begaanbaar voor hulpdiensten

Wateroverlast

5

Vermijd kwetsbare objecten in overstromingsgebied

Er komen bij voorkeur geen nieuwe kwetsbare objecten bij op plekken waar overstromingsgevaar is. Verdeelstations voor gas of elektriciteit e.d. worden gebouwd op locaties die bij hevige neerslag niet onderlopen

Wateroverlast

6

Houd het vloerpeil hoog

Het vloerpeil van nieuwbouw is zoveel mogelijk ingericht op de richtlijn van minimaal 20 centimeter boven straatpeil

Wateroverlast

7

Zorg voor een evacuatieplan

Bij nieuwbouw is horizontale of verticale evacuatie mogelijk: naar een hogere verdieping of naar een hogere plek in de buurt

Wateroverlast

8

Zorg voor een waterplan

Ruimtelijke plannen zijn bij voorkeur voorzien van een waterplan waarbij wordt aangetoond dat regenwater wordt vastgehouden op de locatie waar het valt (dak, maaiveld) en waar mogelijk infiltreert in de bodem

77

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

3.

Gezondheid Ontwerpprincipe

Milieu (waterkwaliteit)

2

Beperk lozingen

Nieuwe ontwikkelingen beperken lozingen in bodem of oppervlaktewater en moeten zoveel mogelijk een gesloten watersysteem hebben

Toelichting

Milieu (waterkwaliteit)

3

Raadpleeg de Kaderrichtlijn Water

De buitenruimte wordt ingericht met oog op voetgangers en fietsers. Gebruik hiervoor het STOMP-principe en zorg ervoor dat fietsers en voetgangers elkaar niet in de weg zitten. Dit zorgt voor een impuls van het veiligheidsgevoel en biedt kansen voor een hogere sociale cohesie. De toepassing hiervan is terug te vinden in het Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer

Oppervlakte- en grondwater rondom nieuwe ontwikkelingen voldoet zoveel mogelijk aan de Kaderrichtlijn Water. Verder is de hoeveelheid stikstof, fosfor en gewasbeschermingsmiddelen in het water zovermogelijk teruggedrongen tot de wettelijke norm

Milieu (waterkwaliteit)

4

Voorkom afvalwater in het leefmilieu

Er wordt voorkomen dat afvalwater in het leefmilieu van Waddinxveen terecht komt

Milieu (bodemkwaliteit)

1

Extra aandacht voor de bodem

We gaan bij ontwikkelingen die effect hebben op de bodem uit van de volgende opgaven: 1. Ken de bodem 2. Duurzaam ondergrondgebruik 3. Werken vanuit de driedimensionale benadering 4. Zorgen voor ondergrond coördinatie Extra aandacht voor de prioritaire aandachtspunten

Milieu (bodemkwaliteit)

2

Beperk bodemverdichting

Probeer bodemverdichting zoveel mogelijk tegen te gaan door bodemverdichting te centreren en niet te verspreiden over het gehele plangebied. Door de bodem niet te verdichten kan de bodem zijn waterhuishouding reguleren en kan er leven en is wortelgroei in de bodem mogelijk. Als een bodem eenmaal is verdicht, dan kan het niet meer terugkeren naar een luchtige bodem

Milieu (bodemkwaliteit)

3

Behoud landschappelijke- en ecologische diversiteit

Bij ontwikkelingen wordt ingezet op het behouden en indien mogelijk verbeteren van de landschappelijke- en ecologische diversiteit

Milieu (bodemkwaliteit)

4

Bekijk lokaal loodniveau

Houd bij nieuwe projecten rekening met de loodniveaus in de bodem. Indien er lood in de bodem aanwezig is wordt er een beheerplan opgesteld. Dit is een beheerplan waarin grondverplaatsing wordt beperkt en het onderhoud van veilige zones (bijvoorbeeld afdeklagen) wordt gewaarborgd

Milieu (bodemkwaliteit)

5

Werk water- en bodembeherend

Stem water- en bodembeheer af op de specifieke kenmerken van het plangebied

Milieu (bodemkwaliteit)

6

Werk water- en bodemsturend

Houdt bij ontwikkelingen en reconstructies rekening met het principe “water en bodem sturend’’

Milieu (geluidhinder)

1

Positioneer strategisch

Zorg voor een strategische positionering van locaties waar mensen verblijven of overnachten. Voorzieningen zoals scholen en kinderdagverblijven worden zo ingericht dat geluidsoverlast beperkt wordt. Bij woningen wordt de oriëntatie en indeling van een pand zo ingericht dat mensen geen disproportionele geluidshinder ervaren, zeker niet 's nachts. Voor mogelijke maatregelen kan het IPLO worden geraadpleegd. IPLO is het Informatiepunt Leefomgeving, dit is het platform waar alles over RO is te vinden m.b.t. de Omgevingswet

Milieu (overig)

1

Vermijd (zeer) kwetsbare gebouwen op/in de buurt van risicovolle activiteiten

Zorg voor voldoende afstand tussen risicovolle activiteiten (bijlage VII van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving) en kwetsbare gebouwen en locaties. De gemeente heeft ook beleid rondom externe veiligheid. Hier wordt zoveel mogelijk bij aangesloten. Om te zien waar risicovolle activiteiten (met aandachtsgebieden) al aanwezig zijn kan de kaart van de Atlas voor de Leefomgeving worden geraadpleegd. De ruimtelijke plannen worden getoetst door de Omgevingsdienst Midden-Holland op mogelijke gevaarlijke situaties

Milieu (overig)

2

Laat plannen toetsen door de ODMH

Ruimtelijke plannen worden door de Omgevingsdienst Midden-Holland getoetst, ook onder andere, op het minimaliseren van geurhinder. Denk hierbij aan vrijkomende geuren vanuit milieubelastende activiteiten, waaronder de bereiding van voedsel en afvalverwerking

Onderwerp

#

Veilige Leefomgeving

1

Veilige Leefomgeving

2

Verlicht de omgeving passend

Verlichting wordt aangepast op het karakter van de desbetreffende openbare ruimte en stimuleert de (verkeers)veiligheid. De juiste verlichting geeft de gebruiker van de openbare ruimte zicht en gevoel van veiligheid. Zorg op drukke plekken, zoals in stadscentra en bij evenementen, voor een verlichting waardoor sfeer kan ontstaan. Zorg op andere plekken in de openbare ruimte voor gelijkmatige verlichting die niet als hinderlijk wordt ervaren

Veilige Leefomgeving

3

Zorg voor bereikbaarheid van hulpdiensten

Nieuwe ontwikkelingen houden zich zoveel mogelijk aan het beleidsdocument Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Veiligheidsregio Hollands Midden. De richtlijn voor de maximale afstand tussen een opstelplaats en een eengezinswoning is 40 meter. Voor andere bouwwerken is dit 10 meter. Dit ontwerpprincipe zorgt ook voor een goede toegankelijkheid voor politie en ambulance

Veilige Leefomgeving

4

Betrek handhaving op tijd

De afdeling handhaving wordt tijdig in een project betrokken. Hiermee wordt de huidige problematiek op straatniveau vastgesteld en kan ervaring vanuit de praktijk doorschemeren in de projectopzet. Op het gebied van sociale veiligheid, afval, parkeren en noodopvang dient de handhaving zelfs in de eerste fase te worden betrokken

Veilige Leefomgeving

5

Voorkom letsel

Bij nieuw straatmeubilair en overige constructies in de openbare ruimte wordt de kans op letsel zoveel mogelijk vermeden. Denk hierbij aan scherpe randen en hoeken

Veilige Leefomgeving

6

Maak de objecten vandalismebestendig

Zorg voor vandalismebestendige objecten binnen de openbare ruimte. Hierin wordt in de aanbestedingsperiode aandacht besteed. Dit is duurzaam en geeft ook een hoger veiligheidsgevoel

Veilige Leefomgeving

7

Bescherm tegen de zon

Omgevingen waar een hoog gebruik is tijdens zonuren, zoals schoolpleinen en (water)speeltuinen, zijn ingericht om gezondheidsschade door UV-straling zoveel mogelijk tegen te gaan. Kijk hier naar de ontwerpprincipes voor hitte (thema Klimaatadaptatie)

Milieu (luchtkwaliteit)

1

Houd je aan de MVI-criteria

MVI- criteria gaat over maatschappelijk verantwoord inkopen. Nieuwe ontwikkelingen in de buitenruimte houden zich zoveel mogelijk aan de MVIcriteria. Er worden concrete regels opgenomen in het moederbestek. Op deze manier wordt luchtkwaliteit beschermd binnen de planvorming

Zorg voor STOMP

Bijlagen

Milieu (luchtkwaliteit)

2

Stel extra eisen bij bouwen

Bij nieuwe ontwikkelingen, reconstructies en groot onderhoud worden extra eisen gesteld voor luchtkwaliteit. Houd voldoende afstand tot woningen in relatie tot wegen. Dit geldt ook voor scholen, kinderopvangen en zorginstellingen

Milieu (luchtkwaliteit)

3

Voorkom vervuiling

Een ontwikkeling minimaliseert de hoeveelheid luchtvervuiling. Projecten met een MER-plicht zijn CO2 neutraal. Wanneer het aankomt op uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof is deze terugdringing van essentieel belang

Milieu (luchtkwaliteit)

4

Ontmoedig houtstook

Bij nieuwe ontwikkelingen is het toepassen van houtstook niet wenselijk

Milieu (waterkwaliteit)

1

Vervuiling voorkomen

Nieuwe ontwikkelingen in de buitenruimte veroorzaken geen vervuiling van water. Het heeft de voorkeur dat een ontwikkeling zelfs voor een verbetering van de waterkwaliteit zorgt

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

78

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Milieu (overig)

3

Zorg voor voldoende afstand tot lichthinder

Een nieuwe ontwikkeling heeft indien mogelijk voldoende afstand tot bronnen van lichthinder. Wanneer dit niet mogelijk is worden er maatregelen getroffen om lichthinder tegen te gaan. Dit geldt voor ontwikkelingen waarbij er menselijke beweging in de donkere uren aanwezig is. Op deze manier worden mogelijke fysieke- en mentale klachten tegengegaan

Bijlagen

Bewegen, Sporten & Spelen (Spelen)

3

Zorg voor zichtbaarheid

Een speellocatie in de buitenruimte is goed verlicht en voldoende zichtbaar. De paden zijn goed verlicht om veiligheid en toegankelijk te stimuleren

Bewegen, Sporten & Spelen (Spelen)

4

Raadpleeg het Speelruimteplan

Voor het plaatsen van speelruimtes wordt het Speelruimteplan geraadpleegd. Deze wordt verwacht rond het einde van 2025

Bewegen, Sporten & Spelen (Spelen)

5

Combineer meerdere doelstellingen

Toekomstige schoolpleinen bieden een mix van spelen, sporten en natuur. Het liefst zijn schoolpleinen ook in daluren bruikbaar. Voor schoolpleinen gelden dezelfde normen voor vergroening en schaduw zoals vastgesteld onder het thema Natuur & Recreatie en Klimaatadaptatie

Gezonde & Sociale Levensstijl (Ruimte voor Voorzieningen)

1

Kijk naar de behoefte

Voorzieningen in de buitenruimte worden alleen gerealiseerd indien er een duidelijk vraag is naar deze voorziening. Ingeleverde natuur wordt zoveel mogelijk op een andere locatie in de gemeente teruggewonnen. Het liefst is dit in dezelfde buurt als de nieuwe voorziening. Hanteer hiervoor de ontwerpprincipes vanuit Natuur

Gezonde & Sociale Levensstijl (Ruimte voor Voorzieningen)

2

Voorzieningen stimuleren de sociale cohesie

Een voorziening in de buitenruimte heeft een sociale functie, stimuleert een gezonde leefstijl en vormt de basis voor inclusiviteit. Bij voorkeur biedt een voorziening de basis voor meer beweging, interactie en een gezonde voedselomgeving. Verder is een voorziening een schone en veilige omgeving

Gezonde & Sociale Levensstijl (Ruimte voor Voorzieningen)

3

Zorg voor rookvrije plekken

Vooral rondom schoolpleinen, sport- en speellocaties en het zwembad is het belangrijk om roken/ vapen te weren. Dit stimuleert de algemene gezondheid en zorgt voor een rookvrije kindomgeving zoals in het Nationaal Preventieakkoord is vastgesteld

Gezonde & Sociale Levensstijl (Gezonde Voedselomg.)

1

Stimuleer gezonde voedselkeuzes

Het voedselaanbod in de buitenruimte nodigt uit tot het maken van gezonde keuzes. Dit wordt uitgevoerd door een evenwichtig aanbod aan voorzieningen op te bouwen. Nieuw ongezond voedselaanbod heeft niet de voorkeur in locaties rondom scholen, sportverenigingen en in buurten waar het aandeel ongezonde voedselaanbieders hoger is dan gezonde

Gezonde & Sociale Levensstijl (Gezonde Voedselomg.)

2

Zorg voor bescherming tijdens warme perioden

Bij nieuwe grootschalige sport- en speelvoorziening met een centrale ligging in de buitenruimte wordt indien mogelijk een watertappunt en een zonnebrandpaal bijgeplaatst. Dit geldt ook voor nieuwe (school)pleinen. Hiermee stimuleert de buitenruimte tot het drinken van water en nodigt het uit voor langduriger en veiliger gebruik van de buitenruimte tijdens warmere perioden

Bewegen, Sporten & Spelen (Bereikbaarheid / Toegankelijkheid)

1

Bewegen, Sporten & Spelen (Bereikbaarheid / Toegankelijkheid)

2

Bewegen, Sporten & Spelen (Bereikbaarheid / Toegankelijkheid)

3

Bewegen, Sporten & Spelen (Bereikbaarheid / Toegankelijkheid)

4

Bewegen, Sporten & Spelen (Bereikbaarheid / Toegankelijkheid)

5

Maak informatie zichtbaar

Zorg ervoor dat bij plaatsing van informatie- en educatieborden rekening is gehouden met mensen van verschillende lengtes. Zorg ervoor dat borden op ooghoogte worden geplaatst. Maak deze borden zoveel mogelijk leesbaar voor laaggeletterde mensen

Bewegen, Sporten & Spelen (Sporten)

1

Zorg voor zichtbaarheid

Een sportlocatie in de buitenruimte is goed zichtbaar en verlicht

Bewegen, Sporten & Spelen (Sporten)

2

Stimuleer ruimte voor sporten

Waddinxveen biedt ruimte aan ongeorganiseerde en niet clubgebonden sportvoorzieningen in de buurten. Denk hierbij aan de herontwikkeling van De Sniep

Bewegen, Sporten & Spelen (Sporten)

3

Centreer sportlocaties

Openbare sporttoestellen worden geplaatst op een centrale locatie binnen een buurt en worden niet verdrongen naar het buitengebied. Let hier op bereikbaarheid, zichtbaarheid en de doelgroep

Bewegen, Sporten & Spelen (Sporten)

4

Voorkom te veel piekbelasting

Voorkom piekbelasting bij gebruik van sporttoestellen door het verspreiden van de locaties over de gehele gebouwde omgeving. Piekbelasting wordt veroorzaakt wanneer een grote groep mensen op hetzelfde moment gebruik maakt van de sportlocatie. Wanneer deze locaties worden verspreid over Waddinxveen zal de piekbelasting afnemen

Gezonde & Sociale Levensstijl (Cultuur & Evenementen)

1

Stimuleer inclusiviteit

Cultuur- en evenementlocaties in de buitenruimte stimuleren inclusiviteit binnen de gemeente. Een locatie is bij voorkeur voor iedereen toegankelijk

Bewegen, Sporten & Spelen (Sporten)

5

Maak (hard)looprondjes mogelijk

Ontwikkelingen die tussen parken en andere centrale groenvoorzieningen liggen (zie figuur 52), worden zoveel mogelijk ingericht en gemarkeerd dat (hard)looprondjes mogelijk zijn. Zorg bij toepassing ervoor dat deze routes veilig zijn en voldoende bewegwijzering bevatten

2

Zorg voor een mix van leefbaarheid en rust

Cultuur- en evenementlocaties in de buitenruimte bieden een gezonde mix tussen leefbaarheid en rust. Meer activiteiten en voorzieningen in de buitenruimte zijn gewenst, maar ze mogen niet het dorpse karakter verstoren

Bewegen, Sporten & Spelen (Spelen)

1

Kies voor een natuurrijke inrichting

Speellocaties worden met voorkeur natuurrijk ingericht, waterrijk is een optie. Onnatuurlijke ondergronden worden alleen indien noodzakelijk toegepast. Natuurlijke ondergronden zorgen ze voor betere infiltratie van water, meer verkoeling en stimuleren de gezondheid van de gebruikers. Verder zijn groene randen die gewenst. Bekijk in hoeverre een groene invulling samengaat met het waarborgen van veiligheid

Gezonde & Sociale Levensstijl (Cultuur & Evenementen) Gezonde & Sociale Levensstijl (Cultuur & Evenementen)

3

Stimuleer een gezonde- en rookvrije levensstijl

Cultuur- evenementlocaties in de buitenruimte stimuleren bij voorkeur een gezonde- en rookvrije levensstijl

Bewegen, Sporten & Spelen (Spelen)

2

Stimuleer spelen

Bij toekomstige gebiedsontwikkelingen wordt spelen in de buitenruimte gestimuleerd. Het liefst is dit op een autovrije locatie. Deze vorm van spelen zorgt voor een betere toegankelijkheid, veiligheid en het zorgt voor meer sociale cohesie in de buurt. Tevens gebruikt bijna de helft van de kinderen deze locaties om te spelen

Leg gebieden toegankelijk aan

Gebruik geen onnodige obstakels

Maak trappen zichtbaar en toegankelijk

Ontwerp voor slechtziende en slechthorende inwoners

De openbare ruimte die nieuw wordt aangelegd of wordt gerenoveerd is toegankelijk voor iedereen. Met toegankelijkheid wordt bedoeld dat iedereen zich zonder problemen kan verplaatsen in de buitenruimte. Dit stimuleert inclusie en zorgt voor een verbetering van menselijk welzijn en gezondheid Er worden in de ontwerpfase geen onnodige obstakels op het trottoir ingetekend. Dit wordt met de betrokken stedenbouwkundige en projectleider afgestemd. Vrijgekomen ruimte kan toegankelijker worden ingericht Trappen zijn duidelijk zichtbaar voor slechtzienden. Gebruik leuningen, graveringen en/of kleurcontrasten. Bij voorkeur wordt er bij belangrijke verbindingen gebruik gemaakt van hellingbanen voor rolstoelen. Indien dit niet mogelijk is moet het plan in goed overleg met belanghebbenden worden afgestemd De openbare ruimte wordt zo goed mogelijk ingericht om slechtziende en slechthorende mensen te voorzien in hun behoefte. Denk hierbij aan meer braillemarkering rondom wegen en trappen en geluidssignalen bij stoplichten. Houd symbolen simpel en zorg voor overzichtelijkheid

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

79

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

4.

Energietransitie

Onderwerp

#

Ontwerpprincipe

Energiesysteem (Opwek)

1

Gebruik de Trias Energetica

Ga bij projecten zoveel mogelijk uit van de Trias Energetica. Hierin is de volgorde van energieverbruik: besparen, duurzaam opwekken en efficiënt gebruiken energie

Energiesysteem (Opwek)

2

Benut dakoppervlakken

Integreer zon-energie op grote dakoppervlakken die zich hiervoor lenen. Voornamelijk op publieke- en commerciële gebouwen is vaak voldoende ruimte om dit te realiseren

Energiesysteem (Opwek)

3

Ga uit van zon op gebouwen

Zon op gebouwen heeft ten alle tijden de voorkeur boven zon op veld. Er is veel potentie op daken en zon op veld is niet in alle situaties gewenst. Zeker met betrekking tot ecologische ontwikkelingen

Energiesysteem (Opwek)

4

Beperk zon op veld in de EVZ

Zon op veld is niet gewenst binnen de Ecologische Verbindingszone (EVZ). De ligging van de EVZ is te zien in figuur 4

Energiesysteem (Opwek)

5

Ga voor verdichting in plaats van uitbreiding

Benut opwekplekken in de huidige stedelijke omgeving. Voorbeelden zijn parkeerplaatsen, daken of geluidswallen

Energiesysteem (Opwek)

6

Stimuleer kleinschalige windopwek

Het integreren van kleine windturbines in industrieterreinen en landbouwterrein is gewenst. Op deze plekken is vaak veel ruimte en wordt er minder overlast ervaren door slagschaduw en geluid. Voor windturbines met een rotordiameter van meer dan 2 meter gelden veiligheidsafstanden tot kwetsbare gebouwen en locaties in de omgeving. Bedrijfsgebouwen zijn ook (beperkt) kwetsbare gebouwen. Zorg ervoor dat bij plaatsing overleg plaatsvindt met de ODMH

Energiesysteem (Opwek)

Bijlagen

7

Ga uit van 50% lokaal eigendom

Toelichting

De gemeente streeft naar 50% lokaal eigendom per project. Lokaal eigendom betekent niet enkel dat omwonenden mede-eigenaar zijn van een energieproject. Dit kan ook ingevuld worden via aanvullende financiële participatie of andere vormen van toegevoegde waarde voor de omwonenden. Denk bijvoorbeeld aan een gebiedsfonds waarmee maatschappelijke projecten kunnen worden uitgevoerd of een investering in een stuk natuur, ondernemers collectief die (gedeeltelijk) eigenaar zijn en zeggenschap hebben over (de ontwikkeling van) het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten

Energiesysteem (Opwek)

8

Bescherm lokale flora en fauna

Bij de aanleg van nieuwe opweklocaties zoals zonnevelden en windturbines wordt de situatie van de lokale flora en fauna bij voorkeur verbeterd. Een ontwerp bevat zoveel mogelijk specifieke elementen die aantonen dat de meest optimale situatie voor planten en dieren wordt gerealiseerd

Energiesysteem (Opwek)

9

Ga voor een collectieve aanpak van duurzame warmtebronnen

Projecten voor lokale duurzame warmtebronnen dienen bij voorkeur collectief te worden ingezet. Denk hierbij aan geothermie, aquathermie en WKO. Deze projecten houden rekening met het beschermen van de grondwaterkwaliteit en het ondergronds ruimtebeslag

Energiesysteem (Infrastructuur)

1

Gebruik open verharding

Nieuwe infrastructuur wordt bij voorkeur aangelegd onder een open verharding. Indien kabels en leidingen worden aangelegd in groenstroken is dit in principe alleen toegestaan in gazons of eventueel in groenstroken met niet-diep-wortelende beplanting. Bomen worden bij voorkeur niet verwijderd of verplaatst, tenzij bomen door ziekte niet meer functioneren

Energiesysteem (Infrastructuur)

2

Leg slimme systemen aan

Het aanleggen van slimme elektriciteitssystemen is gewenst. Slimme energiesystemen zijn geïntegreerde energienetwerken die gebruikmaken van digitale technologieën, data-analyse, en automatisering om vraag en aanbod van energie efficiënt te beheren

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Energiesysteem (Infrastructuur)

3

Toon energiegebruik aan

Binnen het project wordt de hoeveelheid te verwachten energiegebruik aangetoond. Op deze manier krijgt de gemeente inzicht op de toekomstige druk op energie-infrastructuur

Energiesysteem (Infrastructuur)

4

Bescherm lokale flora en fauna

Bij de aanleg van nieuwe energiesystemen wordt de lokale flora en fauna zo min mogelijk verstoord. Wanneer dit wel gebeurt wordt de verstoorde flora en fauna ten minste gelijkwaardig gecompenseerd. Indien mogelijk wordt er gekeken of nestruimte kan worden gecombineerd met energie infrastructuur

Energiesysteem (Opslag)

1

Ontwerp lokale en geclusterde opslag

Ga uit van lokale- en geclusterde energieopslag. Op deze manier wordt een wildgroei aan opslagvoorzieningen voorkomen en blijft de buitenruimte leefbaar

Energiesysteem (Opslag)

2

Combineer initiatieven

Combineer indien mogelijk opslaglocaties met andere initiatieven. Op deze manier nodigt de buitenruimte meer uit tot gebruik en kan de lokale energietransitie worden gecombineerd met cultuur, groen en klimaatadaptatie. Verder hebben de objecten een rustige en ingetogen vormgeving op bouwkundig gebied

Energiesysteem (Opslag)

3

Houd de afstand tussen opwek en opslag klein

Zorg voor een zo dichtbij mogelijke situering van energieopslagfaciliteiten bij opweklocaties. Op deze manier worden pieken en dalen in het stroomgebruik beter gereguleerd

Energiesysteem (Opslag)

4

Beperk overstromingsschade

Opslagstations zijn zoveel mogelijk ingericht dat een heftige regenbui of lokale overstroming geen schade veroorzaakt

Bouwkundige Oplossingen

1

Houd rekening met de energietransitie

Binnen de onderzoeksfase van een project wordt aangegeven in hoeverre er rekening is gehouden met de energietransitie

Bouwkundige Oplossingen

2

Gebruik duurzame verlichting

Installeer zoveel mogelijk duurzame, natuurvriendelijke straatverlichting die de flora en fauna niet verstoort, lichtvervuiling beperkt en energie-efficiënt is. Hanteer een efficiënt dimregime

Bouwkundige Oplossingen

3

Benut de oriëntatie van bebouwing

Benut de oriëntatie van bebouwing optimaal in combinatie met gevel- en dakoppervlakken voor het besparen en opwekken van energie. De oriëntatie sluit aan op de behoefte aan zon of schaduw

Bouwkundige Oplossingen

4

Pas warmtewerende materialen toe

Het natuurlijk isoleren van gebouwen door het toepassen van warmtewerende materialen is een gewenste manier om energietransitie aan te pakken. Warmtewerende materialen zoals hout, gevelgroen, groene daken of lichte materialen hebben isolerend effect. Daarbuiten zorgt het koelende effect van bijvoorbeeld groene daken voor een hoger rendement van zonnepanelen

Bouwkundige Oplossingen

5

Let op mogelijke ruimteclaims

In navolging van het vaststellen van het warmteprogramma (huidig transitievisie warmte) wordt er geanticipeerd op een mogelijke ruimteclaim voor een ondergronds warmtesysteem (opwek, opslag en transport). Door vroegtijdig in beeld te hebben waar mogelijke ruimteclaims liggen (onder- en bovengronds) kan dit afgestemd worden met ruimtelijke projecten en – ontwikkelingen

Bouwkundige Oplossingen

6

Breng civiel werk tijdig in beeld

Door het vroegtijdig in beeld brengen van civiel werken in de ondergrond (zoals onderhoud aan riolering, gas- of drinkwaterleiding, maar ook de mogelijke aanleg van een warmtesysteem) kan mogelijk werk-met-werk worden gecombineerd (werkzaamheden op hetzelfde moment uitvoeren) waardoor de straat minder vaak open hoeft, dit minder overlast veroorzaakt en mogelijk zelfs de werkzaamheden betaalbaarder maakt

80

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

5.

Bijlagen

Circulariteit

Onderwerp

#

Inzameling Materialen (Inleverpunten)

1

Inzameling Materialen (Inleverpunten)

2

Inzameling Materialen (Inleverpunten)

3

Inzameling Materialen (Afval)

Ontwerpprincipe

Aanbesteding

6

Gebruik Wad's Duurzaam

Circulariteit wordt ingebed in de interne werkprocessen van de gemeente, doormiddel van de Wad’s Duurzaam monitor. Dit is een puntensysteem voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en duurzame energie. Projecten kunnen alleen starten als het minimale aantal punten is behaald

Aanbesteding

7

Bespreek ambities

Het streven is dat elke buurt een inleverpunt heeft. Indien er een nieuw inleverpunt wordt geplaatst dient de evenredige verspreiding beoordeeld te zijn

Het is van belang om circulaire ambities vroeg in het proces met initiatiefnemers te bespreken. Zo wordt de markt uitgedaagd om met de gemeente mee te denken over circulaire oplossingen. Waddinxveen staat daarnaast klaar om voorbeelden te geven en initiatiefnemers te koppelen aan koplopers

Aanbesteding

8

Verwerk oude materialen circulair

Combineer inleverpunten met andere opgaven

Nieuwe inleverpunten worden bij voorkeur gecombineerd met het inleveren van medicatie. Deze inleverpunten worden veilig en gesloten ingericht. Medicatie dat over de datum is kan giftig zijn en voor problemen zorgen in het afval en voor de waterkwaliteit

Natuurlijke materialen die worden verwijderd bij de aanleg van een nieuw project worden bij voorkeur circulair gebruikt. Dit gebeurt in eerste instantie binnen het plan zelf, indien dit niet mogelijk is wordt gekeken hoe het binnen de buurt kan worden hergebruikt

Aanbesteding

9

Onderbouw de materiaalkeuze

1

Bekijk of lokale compostverwerking mogelijk is

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt indien mogelijk GFE/GFT en swill afval lokaal verwerkt tot compost. Dit is natuurlijk afval, zoals groente, fruit, etensresten en tuinafval. Dit zorgt voor minder afvalstromen en stimuleert projecten zoals groene tuinen, moestuinen of groene openbare ruimte. Hiermee wordt de leefomgeving groener, gezonder en stijgt de sociale cohesie

Er is binnen het ontwerp een duidelijke onderbouwing over de keuze van materialen. De nadruk ligt op hergebruik. Indien dit niet kan is het streven om materialen te gebruiken met een zo'n lang mogelijke levensduur

Inzameling Materialen (Afval)

2

Ga uit van volledig omgekeerd inzamelen

Bij nieuwe ontwikkelingen (behalve in het buitengebied) wordt uitgegaan van volledig omgekeerd inzamelen. Dit betekent dat er voor restafval niet meer wordt gewerkt met kliko's, maar met ondergrondse containers. We hanteren de richtlijn van een maximale loopafstand van 250 meter naar een ondergrondse container

Inzameling Materialen (Afval)

3

Beperk zwerfafval

Nieuwe ondergrondse containers worden mogelijk ingericht om afval op straat tegen te gaan en de beeldkwaliteit te optimaliseren. Dit wordt gericht om bijplaatsing naast de container tegen te gaan

Aanbesteding

1

Ga eerst uit van transformatie

Onderzoek altijd eerst de mogelijkheid van transformatie als een gebouw niet meer voldoet. Moet sloop toch plaatsvinden, maak dan een inventarisatie van herbruikbare materialen, hun economische waarde en beoordeel welke materialen geschikt zijn voor hergebruik of waardebehoud

Aanbesteding

2

Repareer materiaal

Bij nieuwe ontwikkelingen, reconstructies en groot onderhoud worden extra eisen gesteld voor luchtkwaliteit. Houd voldoende afstand tot woningen in relatie tot wegen. Dit geldt ook voor scholen, kinderopvangen en zorginstellingen

Aanbesteding

3

Zorg voor een circulaire aanbesteding

Bij nieuwe ontwikkelingen in de buitenruimte heeft het circulair aanbesteden de voorkeur. Denk hierbij aan straatmeubilair, speeltoestellen en bestrating/ verharding. Dit geldt ook voor objecten die moeten worden vervangen

Aanbesteding

4

Geef ruimte aan lokale circulaire activiteiten

Onderzoek bij grootschalige gebiedsontwikkeling of er ruimte kan worden ingericht voor lokale circulaire economische activiteiten. Deze activiteiten zorgen voor een langere gebruiksduur van gebruiksvoorwerpen waarmee de levensduur wordt verlengd. Tevens zijn deze locaties een impuls voor de lokale sociale cohesie en voor een menging van verschillende doelgroepen

Aanbesteding

5

Bekijk de optie van kledingreparatie

Bij nieuwe circulaire initiatieven is een invulling voor kledingreparatie gewenst. Deze productgroep heeft de grootste klimaatimpact. Daarbuiten is fast fashion een groeiende factor in de kledingindustrie wat voor veel extra klimaatschade kan zorgen

Kies voor een strategische locatie

Kies voor een punt op buurtniveau

Toelichting Nieuwe inleverpunten voor elektrische apparaten (zoals Blipverts) worden bij voorkeur op een strategische plek worden geplaatst binnen het gebied. Dit houdt in op een centrale plek langs gebiedsontsluitingswegen bij afvalinzamelingspunten, winkels, pakketpunten en/of voorzieningen. Het combineren van pakketpunten, ondergrondse containers en inleverpunten voor elektrische apparaten op één locatie is gewenst

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

81

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

6.

Parkeren

Onderwerp

#

Ontwerpprincipe

Inrichting

1

Hanteer de CROW-richtlijn

Voor de inrichting van alle nieuw te realiseren parkeerplaatsen (van alle typeringen) wordt de meest recente CROW-richtlijn gehanteerd. Bij uitzonderingsgevallen is er maatwerk mogelijk

Inrichting

2

Bepaal de hoeveelheid laadpalen per project

Voor het bepalen van de hoeveelheid laadpalen per project wordt de meest recente CROW-norm gehanteerd. Dit is een flexibele richtlijn. Hierin worden verschillende typen woningen en voorzieningen onderverdeeld. Vanuit daar kan een percentage worden opgesteld met hoeveelheid laadpalen binnen het plangebied. De laadpalen worden met voorkeur op eigen terrein geplaatst

Inrichting

3

Concentreer snellaadplaatsen

Het realiseren van snellaadplaatsen op geconcentreerde parkeerplekken zoals parkeerpleinen is een gewenste situatie. Dit gebeurt bij voorkeur buiten woonstraten, zoals rondom voorzieningen, tankstations, uitvalswegen of bedrijventerreinen. Houd in het ruimtelijk ontwerp rekening met de bijkomende bezetting van de buitenruimte door transformatorhuisjes

Toelichting

Inrichting

4

Houd rekening met toekomstige invalidenplaatsen

Tijdens de berekening van de parkeeropgave wordt bij voorkeur rekening gehouden met toekomstige invalidenplaatsen. De richtlijn is om minstens 2% van de parkeervakken in te richten om eventueel in de toekomst als invalidenplaats te fungeren. Een bredere opzet en een betere toegankelijkheid zijn hierin cruciaal

Inrichting

5

Richt parkeerstroken rondom scholen flexibel in

Parkeerstroken rondom scholen worden indien mogelijk aanpasbaar ingericht. Indien de parkeerdruk daalt en fietsen toeneemt kan de parkeerstrook zonder veel problematiek worden omgebouwd tot fietsparkeerplaats. Houd hierin rekening met grote fietsen zoals bakfietsen

Inrichting

Bijlagen

6

Bedrijven ontwikkelen zoveel mogelijk op eigen terrein

Het managen van de parkeeropgave voor bedrijven vindt primair plaats op eigen terrein. De gemeente faciliteert om het bedrijventerrein wel op andere manieren bereikbaar te houden. Denk hierbij aan wandel- en fietsverbindingen en openbaar vervoer. Raadpleeg hiervoor het Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer

Inrichting

7

Kies voor open verharding

Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor open verharding met groen in plaats van totale verharding

Situering & Normering (Situering)

1

Houd rekening met maximale loopafstanden

Voor het situeren van parkeervakken wordt er rekening gehouden met maximale loopafstanden. Deze maximale loopafstanden worden gekoppeld aan woningen, werklocaties en voorzieningen. We hanteren hiervoor de meest actuele CROW-richtlijn voor maximale loopafstanden

Situering & Normering (Situering)

2

Cluster parkeerruimte

Parkeerruimte in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk geclusterd. Het liefst zijn de parkeervakken geclusterd waardoor er minder auto's over de buitenruimte zijn verspreid. Parkeren achter panden heeft hierin de voorkeur. Het clusteren van parkeerruimte achter panden zorgt voor een leefbare en veilige straat

Situering & Normering (Situering)

3

Verdeel clusters evenredig

Parkeerclusters worden bij voorkeur in gelijke verhouding door de wijk verdeeld. Ga bij het stedenbouwkundig ontwerp uit van de richtlijn voor de maximale loopafstand. Dit bedraagt een maximale afstand van 2 minuten wandelen van een woning tot een openbare parkeerplaats

Situering & Normering (Situering)

4

Ga uit van inpandig parkeren

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt er zoveel mogelijk inpandig geparkeerd. Dit zorgt voor een veiliger gebruik van de buitenruimte. Dit andere gebruik kan worden ingevuld met meer ruimte voor groen, water of voorzieningen die gezondheid stimuleren

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Situering & Normering (Situering)

5

Ga anders uit van parkeren op eigen terrein

Indien inpandig parkeren geen optie is wordt er gekeken naar parkeren op eigen terrein. Deze vorm van parkeren is alleen gewenst indien er meer buitenruimte vrijkomt voor groen, water of voorzieningen. Indien de situatie hiervan verslechtert als gevolg van parkeren op eigen terrein is de ontwikkeling ongewenst

Situering & Normering (Situering)

6

Parkeer op eigen terrein in het buitengebied

Voor het buitengebied geldt dat parkeren op eigen terrein het uitgangspunt is

Situering & Normering (Situering)

7

Ontwerp voor meervoudig ruimtegebruik

Bij grotere parkeerstroken of parkeerpleinen is meervoudig ruimtegebruik gewenst. Meervoudig ruimtegebruik houdt in dat parkeerplaatsen buiten de piekuren voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt

Situering & Normering (Situering)

8

Houd invalidenplaatsen dichtbij

Er is bij voorkeur binnen een straal van 100 meter van een woning minstens 1 gehandicaptenplaats beschikbaar in de buitenruimte. Deze richtlijn is gericht op bewoners die niet op eigen terrein kunnen parkeren

Situering & Normering (Parkeernorm)

1

Hanteer de middennorm van het CROW

De parkeerrichtlijn van het CROW is leidend. De gemeente streeft bij projecten naar de middennorm. Afwijkingen zijn onderbouwd mogelijk binnen de bandbreedte. Indien er geen richtlijnen vanuit het CROW zijn opgesteld er maatwerk wordt toegepast

Situering & Normering (Parkeernorm)

2

Waddinxveen is sterk stedelijk

Er wordt uitgegaan van sterk stedelijk als stedelijkheidsgraad bij het bepalen van de parkeernorm

Situering & Normering (Parkeernorm)

3

Hanteer de zones

De parkeerrichtlijn vanuit de meest actuele CROW-publicatie verschilt per zone. De zones zijn centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. De zoneverdeling van Waddinxveen is inzichtelijk in figuur 72

Situering & Normering (Parkeernorm)

4

Reken garages en opritten niet mee

Garages en opritten op eigen erf worden bij voorkeur niet als volwaardige parkeerplek meegenomen in de parkeerberekening. In de praktijk worden de garages en opritten niet altijd als parkeerplaats gebruikt, dit terwijl ze wel zijn meegenomen in de berekening

Situering & Normering (Parkeernorm)

5

Los problematiek infrastructureel op

Parkeerproblematiek in bestaande wijken wordt in eerste instantie infrastructureel opgelost. Indien dit niet mogelijk is wordt er gekeken naar regulerende maatregelen

Situering & Normering (Parkeernorm)

6

Ga uit van de meest actuele richtlijn

In bestaande wijken wordt tijdens herontwikkeling bij voorkeur de meest actuele CROW-richtlijn gehanteerd en niet de oude vanuit het voormalige bestemmingsplan. Daar kan gemotiveerd van worden afgeweken. Hiermee maken we maatwerk mogelijk

82

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bijlagen

ONTWERPPRINCIPES BEHEERPRINCIPES 1.

Natuur & Recreatie

Onderwerp

#

Ecologische Verbindingszone

1

Beheer ecologisch

Ontwerpprincipe

Beheer van de EVZ is altijd ecologisch

Toelichting

Openbaar Groen

1

Beheer ecologisch

Groenstroken, bosplantsoenen, bermen, watergangen en oevers worden ecologisch beheerd. Bermen, watergangen en oevers zijn belangrijke onderdelen in een groenblauw netwerk. Als ze op de juiste manier worden beheerd (ecologisch) wordt het ecosysteem aanzienlijk versterkt. Andersom is het ook zo dat door intensief te maaien de natuur ernstig beschadigd wordt. In het Uitvoeringprogramma ecologisch beheer van bermen, watergangen en oevers 2024 is beschreven wat ecologisch beheer precies is en hoe het uitgevoerd wordt door de gemeente aan de hand van de vijf kernprincipes. 1. Maai zo min mogelijk 2. Laat bij iedere maaibeurt een deel staan 3. Voer maaisel af 4. Gebruik licht materiaal 5. Zet gecertificeerde beheerders in

Openbaar Groen

2

Vorm gazons om tot groenstroken

Waar mogelijk worden gazons ongevormd tot ecologisch beheerde groenstroken. Gazons zoals speelveldjes worden in het groeiseizoen wekelijks gemaaid. Dit is passend bij de gebruiksfunctie. Door vaak te maaien is er weinig ruimte voor natuurontwikkeling.

Openbaar Groen

3

Pas gazonbeheer alleen toe als het noodzakelijk is

Gazonbeheer wordt alleen toegepast als dit noodzakelijk is voor de gebruiksfunctie, zie speelruimteplan voor de noodzakelijke locaties. Waddinxveen heeft nog veel groenstroken langs wegen en bedrijventerreinen die niet als berm zijn aangemerkt maar als gazon. Deze stroken hebben geen gebruiksfunctie maar worden toch als een gazon intensief gemaaid. Hierin ligt een kans tot omvorming van gazon naar ecologisch beheerd grasland en bosplantsoen

Openbaar Groen

4

Zaai gazons kruidenrijk in

Gazons worden ingezaaid met een mix van gras/klaver/madelief zodat het gazon bestand is tegen hitte. De maaihoogte wordt hierop afgestemd

Openbaar Groen

5

Vermijd maaien rondom bomen

Vermijd maaien rondom bomen indien mogelijk

Openbaar Groen

6

Bepaal de juiste groeiplaats

Voor het bepalen van de juiste afmetingen van de groeiplaats en voor het werken met en rond bomen wordt in Waddinxveen Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen gehanteerd. Alleen met de juiste standplaats kunnen bomen gezond en groot groeien. Wij zorgen ervoor dat wortels zich wijd kunnen verspreiden en dat wortels worden beschermd tegen verdroging en te natte omstandigheden. Op figuur 12 is te zien hoe breed boomwortels groeien in de Waddinxveense bodem.

Openbaar Groen

8

Plant een boom terug na de kap

Voor iedere gekapte boom in de openbare ruimte komt een nieuwe boom terug, waar mogelijk in dezelfde CBS buurt

Openbaar Groen

9

Kap niet zonder reden

Bomen worden niet zonder reden gekapt. Voor het kappen worden de regels gevolgd conform de APV over het kappen van bomen. Sommige inwoners ervaren overlast vanwege bomen. Bij de beoordeling van verzoeken van bewoners is behoud van bestaande bomen het uitgangspunt. Er worden geen bomen gekapt vanwege bladval, schaduwwerking, bloesem, pollen of zaailingen. We hanteren een afwegingskader om verzoeken met betrekking tot overlast te toetsen (zie bijlage IV). Om te beoordelen of bomen nog veilig zijn, hanteren we de VTA-methode (Visual Tree Assessment). Elk jaar wordt 1/3 van de hoeveelheid bomen gecontroleerd. Hoe het kappen wordt uitgevoerd is beschreven in Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Onderstaande bomen hebben een verhoogde beschermingsstatus. Dit betekent dat kap alleen mogelijk is als een onafhankelijk onderzoek aantoont dat de boom onveilig is of onherstelbaar ziek: • Bomen die zich bevinden in of binnen een straal van 100 meter van een EVZ; • Bomen in stedelijke stapstenen; • Cultuurhistorische bomenrijen (zoals Wilgenlaantje en Lindenlaantje) en andere monumentale bomen die op de “Waardevolle Bomenlijst” staan. Dit kunnen ook bomen van particulieren zijn (actualisatie is in 2025);

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15677241/2