3. Ontwerp-Programmabegroting VRHM 2025 dd 25apr24
Tekst van het document
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Datum: April 2024 Auteurs: E. Breider A. Paas
Voorwoord Vandaag symboliseert daarin het dagelijks werk dat door de veiligheidsregio wordt verricht. In de meldkamer worden iedere dag tientallen telefoontjes beantwoord. Elke dag zijn we op straat voor de bestrijding van branden en ongevallen. We adviseren de gemeenten over infrastructurele aanpassingen, bouwplannen, evenementen en andere activiteiten waarbij de veiligheid van de bewoners, bezoekers of de omgeving in het geding is. En onze mensen van crisisbeheersing, bevolkingszorg en GHOR zorgen er voor dat we altijd klaar staan voor de bestrijding van rampen en crises. Ondersteund door onze bedrijfsvoeringsmensen werken we iedere dag aan de veiligheid van onze inwoners en aan de continuïteit van de samenleving. Maar we bereiden ons ook voor op morgen. De wereld verandert en de veiligheidsregio moet mee veranderen. Klimaatverandering, energietransitie, stedelijke verdichting en nieuwe geopolitieke verhoudingen veranderen de kansen op en de effecten van allerlei ongewenste gebeurtenissen. Dat vraagt om nieuwe technieken en tactieken, meer en andere opleidingen en oefeningen en ander materieel en persoonlijke beschermingsmiddelen. Aan de hand van de twaalf opgaven uit het nieuwe beleidsplan maken we de veiligheidsregio klaar voor morgen. Deze ontwerp-programmabegroting is de eerste begroting die mede is gebaseerd op het nieuwe beleidsplan.
Daarbij wordt in de beleidsbegroting ingegaan op zowel het werk van vandaag (going concern) als op onze voornemens die we hebben om de nieuwe beleidsplanopgaven verder uit te werken. Deze voornemens zijn daarmee de eerste kiemen van ons jaarplan 2025.
Vanuit financieel oogpunt is deze ontwerp-programmabegroting gelijk aan de begroting van 2024, opgeplust met de door de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen voorgestelde inflatiecorrectie en nacalculatie. Er zijn nu geen voorstellen opgenomen voor budgetuitbreiding ten laste van de gemeenten voor één van de programmataken. Vorig jaar hebben we bij de bespreking van het nieuwe beleidsplan en de begroting 2024 uitvoerig stilgestaan bij de grote uitdagingen waarvoor de veiligheidsregio staat. Deze uitdagingen van de wereld van morgen zijn onveranderd groot en stelt ons voor financiële uitdagingen. Zo blijkt ook weer uit deze begroting 2025. Daarbij realiseren we ons dat de gemeentelijke financiën onder druk staan en zullen wij zorgvuldig omgaan met de middelen die ter beschikking staan voor onze taakuitoefening. Toch zullen met name op het gebied van het versterken van de vakbekwaamheid van onze medewerkers, het verstevigen van onze bedrijfsvoeringstaken en het verduurzamen van onze huisvesting in de nabije toekomst extra financiële impulsen noodzakelijk zijn. Voorstellen hiervoor zullen via de reguliere begrotingssystematiek worden voorgelegd aan het bestuur. Laten we ons samen richten op de veiligheid van vandaag én morgen. Hans Zuidijk Directeur veiligheidsregio Regionaal Commandant Brandweer
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen!’ Dat is de titel van het op 7 maart 2024 vastgestelde beleidsplan van onze veiligheidsregio voor de periode 2024 -2027. Niet voor niets worden vandaag en morgen daar in één adem genoemd.
3
Inhoudsopgave
2
Inleiding
5
1.1
5
Context
1.2
Samenvatting
8
1.3
Belangrijke financiële aandachtspunten en risico’s
11
1.4
Overige aandachtspunten
13
1.5
Begroting 2025 in één oogopslag
14
1.6
Vaststellingsbesluit Programmabegroting 2025
15
3
4
Paragrafen
55
3.1 Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risicobeheersing 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen
58
3.3
Financiering
60
3.4
Bedrijfsvoering
63
3.5
Verbonden partijen
63
55
Financiële begroting
64
4.1
64
Beleidsbegroting
16
2.1
Programmaplan Fysieke Veiligheid
16
4.2
Overzicht van baten en lasten en toelichting
65
2.2
Programmataak Meldkamer Brandweer
18
4.3
Verdeling naar de verschillende taakvelden
67
2.3
Programmataak Brandweerzorg
22
4.4
Geprognosticeerde balans en toelichting
68
2.4
Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
27
4.5
Structurele en incidentele baten en lasten
70
2.5
Programmataak Bevolkingszorg
31
2.6
Programmataak GHOR
34
2.7
Programmataak Bedrijfsvoering
38
2.8
Regionaal beleidsplan 2024-2027: Onze opgaven
42
2.9
Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
51
5
Algemeen
Bijlagen
71
5.1
Overzicht inwonersbijdrage per gemeente
71
5.2
Meerjaren Investeringsplan
72
5.3
Overzicht bijdrage Slachtofferhulp per gemeente
73
5.4
Overzicht naar IV-3 rapportage
74
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
1
4
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
1 Inleiding Sinds 1 oktober 2010 is de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) van kracht. Het doel van de wet is het realiseren van een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie. De verantwoordelijkheid voor veiligheid is op gemeentelijk niveau belegd. Het college van B&W is primair verantwoordelijk voor de organisatie hiervan. De burgemeester voert het bevel als zich in zijn of haar gemeente een incident, crisis of ramp voordoet. De voorzitter van de veiligheidsregio heeft de leiding bij crisis of rampen die de gemeentegrens overschrijden of meer dan een plaatselijke betekenis hebben. De organisatie van de regionale crisisbeheersing en rampenbestrijding is belegd bij de veiligheidsregio, een wettelijke verplichte gemeenschappelijke regeling waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Binnen de veiligheidsregio werken verschillende organisaties in de regio samen. Voor de aanpak van incidenten hebben zij een gezamenlijke crisisorganisatie ingericht. Het Algemeen Bestuur (AB) van de veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten in een regio. De voorzitter van het bestuur wordt bij koninklijk besluit benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio.
De minister van Justitie en Veiligheid is de coördinerend minister op het gebied van crisisbeheersing. De minister is verantwoordelijk voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel (systeemverantwoordelijk). Het Veiligheidsberaad bestaat uit de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s die met elkaar van gedachten wisselen over strategische en integrale veiligheidsvraagstukken en -ontwikkelingen van nu en in de toekomst.
Ook neemt het Veiligheidsberaad landelijk bestuurlijke standpunten in namens de veiligheidsregio’s en is gesprekspartner van de minister van Justitie en Veiligheid. Het Veiligheidsberaad heeft de belangrijkste vraagstukken binnen de veiligheidsregio’s onderverdeeld over zes vaste portefeuilles. Dit zijn: Brandweer, GHOR, Informatievoorziening, Bevolkingszorg, Klimaat- en Waterveiligheid en Crisisbeheersing. Daarnaast zijn er op basis van de Strategische Agenda de portefeuilles Veilige energietransitie, Digitale ontwrichting en de Herziening Wet veiligheidsregio’s toegevoegd. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid is op grond van de Wet veiligheidsregio’s, onder gezag van de minister van Justitie en Veiligheid, belast met het toetsen van de wijze waarop een veiligheidsregio uitvoering geeft aan de taken met betrekking tot de brandweerzorg, de rampenbestrijding of crisisbeheersing. De Inspectie, als toezichthouder, toetst periodiek de voorbereiding op de crisisbeheersing en rampenbestrijding door de veiligheidsregio en verricht onderzoek naar aanleiding van een brand, ramp of crisis. Het Algemeen Bestuur stelt de hoofdlijnen voor het te voeren beleid van de veiligheidsregio vast en de financiële kaders na overleg met de gemeenteraden. Ook controleert het Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur (DB).
De belangrijkste instrumenten van het Algemeen Bestuur zijn: Vaststellen en wijzigingen van de begroting. Vaststellen van de jaarstukken (jaarrekening). Vaststellen en wijzigen van het risicoprofiel. Vaststellen en wijzigen van het crisisplan. Vaststellen en wijzigen van het beleidsplan. Vaststellen en wijzigen van jaarplannen.
• • • • • •
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
1.1 Context
5
1 2 3 4 5
Wat doen wij De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is opgericht door de gemeenten in Hollands Midden op 8 oktober 2010. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de VRHM zijn vastgesteld in de Wet veiligheidsregio’s en in de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Het gaat hierbij om de volgende taken die namens de achttien1 deelnemende gemeenten worden uitgevoerd: Meldkamerfunctie voor brandweer, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Risicobeheersing. Rampenbestrijding en crisisbeheersing. GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio). Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing (Bevolkingszorg). Brandweerzorg.
• • • • • •
De VRHM is hiermee in feite een uitvoeringsorganisatie voor deze taken van de gemeenten. Deze taken voert zij uit voor de veiligheid en continuïteit van de samenleving in de regio en haar 833.000 inwoners.
1 Alphen aan den Rijn, Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas.
Anders dan soms wordt verondersteld, behoren de politietaken niet tot de taken van de veiligheidsregio. De politie is een landelijke organisatie. Wel is de politie een belangrijke en betrokken hulpverlenings- en veiligheidspartner voor de veiligheidsregio. Samen met de gemeenten, GHOR en brandweer vormt de politie de kern van de crisisbeheersing. Naast de wettelijke taken voert de VRHM ook een aantal niet-wettelijke taken uit. Zij adviseert gevraagd en ongevraagd over de risico’s in de regio. Hiermee wordt bereikt dat veiligheid adequaat en tijdig wordt meegenomen in bestuurlijke afwegingen over ruimtelijk gebruik en ruimtelijke ontwikkeling. Dit onder meer op het gebied van evenementenveiligheid en in het kader van het (nieuwe) omgevingsrecht. Op basis van bestuurlijke besluitvorming en in goede afstemming met de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) voert de brandweer de niet-wettelijke taak uit van het afhijsen van patiënten. Ook biedt de VRHM een bestuurlijk platform voor sociaal-maatschappelijke veiligheidsthema’s voor de gemeenten in de regio, uiteraard in goede afstemming met andere gremia. De VRHM faciliteert dit platform zodat bestuurlijke afstemming kan plaatsvinden over gezamenlijke thema’s.
Het Regionaal Risicoprofiel (2023-2026) van Hollands Midden Conform artikel 15 Wet veiligheidsregio’s stelt het bestuur van de veiligheidsregio het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten en betrokken partners, waarbij het bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid. Iedere vier jaar dient het Regionaal Risicoprofiel te worden vastgesteld. Het regionaal risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in de veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit omliggende regio’s. Om het risicoprofiel op te kunnen stellen zijn samen met gemeenten, partners, experts en betrokken hulpdiensten themabijeenkomsten georganiseerd.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
De rol van de betrokken gemeenteraden is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Naast de formele rol van gemeenteraden bij het vaststellen van de begroting en de jaarstukken, hebben de gemeenteraden ook een taak bij het opstellen en vaststellen van het regionaal risicoprofiel en het Regionaal BeleidsPlan (RBP). Hun controlerende taak voeren de gemeenteraden uit via het college van burgemeester en wethouders en hun burgemeester, als bestuurder van de Veiligheidsregio Hollands Midden.
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
6
1 2 3 4 5
Uit het risicoprofiel 2023-2026 blijkt dat de aanjagers van significante invloed zijn op de (regionale) risico’s. Aanjagers zijn trends of ontwikkelingen die de kans op of de gevolgen van bestaande risico’s voor de fysieke veiligheid binnen onze regio kunnen vergroten. Deze aanjagers kunnen bovendien ook elkaar beïnvloeden en zo de gevolgen van risico’s nog verder versterken. De 7 aanjagers betreffen: Hyperconnectiviteit. Digitale afhankelijkheid. Klimaatverandering. Energietransitie. Vergrijzing en langer zelfstandig blijven wonen. Verdichting. Polarisatie en radicalisering.
• • • • • • •
Het huidige risicoprofiel is het vierde risicoprofiel en geldt voor de periode 2023-2026.
Het Regionaal Beleidsplan (2024-2027) van Hollands Midden: Onze opgaven De Wet veiligheidsregio’s schrijft voor dat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt (art. 14 Wvr). Dit beleidsplan dient mede gebaseerd te zijn op een door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld risicoprofiel (art. 15 Wvr).
Het nieuwe beleidsplan is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM in 2011. De achtereenvolgende beleidsplannen laten een duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio sinds 2011: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisorganisatie. Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises. In het vorige Regionaal Beleidsplan 2020-2023 waren deze nieuwe, ongekende crisestypen (nog) niet opgenomen. De grote, langdurige inzet van VRHM bij deze crises heeft echter wel gevolgen gehad voor de uitvoering van het beleidsplan in de afgelopen periode. Het werk wat uit deze nieuwe crises voortvloeide vroeg en vraagt veel van de bestaande capaciteit en middelen van de veiligheidsregio. Deze crises zijn voorbeelden van hoe de wereld om ons heen verandert. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid, hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van de inwoners. De beschikbare capaciteit en middelen voor deze nieuwe opgaven zijn echter beperkt.
Het heeft ons geleerd dat dit vraagt om een wendbare organisatie en het voortdurend maken van keuzes ten aanzien van de inzet van beschikbare capaciteiten. De ingewikkeldheden van deze nieuwe tijd hebben een belangrijke plaats gehad bij het opstellen van het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’. Sommige ontwikkelingen gaan zo snel, dat we hier nu nog geen pasklaar antwoord op hebben. Het nieuwe beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda met een aantal opgaven, die voor ons leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende jaren. De nieuwe opzet en werkwijze van het beleidsplan gaat helpen bij het aanbrengen van focus en het maken van keuzes. Geen dichtgetimmerd en overambitieus plan voor vier jaar, maar het benoemen van opgaven.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Ook zijn trends en ontwikkelingen beschouwd, die van invloed kunnen zijn op de risico’s (aanjagers). Het risicoprofiel geeft ook input voor het regionaal beleidsplan. Op basis van het risicoprofiel kan het veiligheidsbestuur strategisch beleid voeren om de aanwezige risico´s in de toekomst te voorkomen en te beperken en om de crisisorganisatie op specifieke risico´s voor te bereiden.
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
7
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
Het vaststellen van het jaarplan en de bespreking van de tussentijdse rapportages zijn daarmee meer dan ooit belangrijke momenten voor het bestuur en de directie. Ze geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio en de realisatie hiervan. In de kadernota, programma-begroting en jaarstukken in deze beleidsplanperiode zullen de gemeenteraden geïnformeerd worden over deze ontwikkeling en realisatie.
Naast de dagelijkse werkzaamheden ziet de veiligheidsregio twaalf opgaven voor de komende jaren. Deze opgaven geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio. De twaalf opgaven zijn: 1. Wij hebben positie in het Omgevingsrecht. 2. Wij werken risicogericht. 3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners. 4. W ij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen. 5. Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s. 6. Wij zijn en blijven paraat. 7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie. 8. Wij kennen onze partners. 9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening. 10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. 11. Wij investeren in onze collega’s. 12. Wij zijn wendbaar.
1.2 Samenvatting
Veel gemeenten onderschrijven de keuze om in deze snel veranderende tijden het beleidsplan het karakter van een beleidsagenda te geven. De noodzaak om inzicht te krijgen in de jaarplannen is daarmee ook groter geworden. Tevens is door een aantal gemeenten gewezen op de veranderende financiële situatie vanaf 2026, waaraan de oproep is gekoppeld tijdig, maar ook terughoudend te zijn met voorstellen waarvoor aanvullende financiële middelen noodzakelijk zijn.
Ontwerp-Programmabegroting 2025: Programmataken en op te pakken onderwerpen uit het beleidsplan De Veiligheidsregio Hollands Midden kent één programma geheten Fysieke Veiligheid en een onderverdeling in de programmataken Meldkamer Brandweer, Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing, Bevolkingszorg en GHOR, conform de taken in de Wet veiligheidsregio’s. Daarnaast nog een programmataak Bedrijfsvoering. VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie. Onze capaciteit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advisering over en toezicht op veiligheid, de paraatheid, de vakbekwaamheid, het onderhoud en de bijbehorende bedrijfsvoering. Het zogeheten going concern. Daarnaast vindt in ons dagelijks werk continu aanpassingen en verbeteringen plaats, het zogenoemde growing concern. Vanaf paragraaf 2.2 worden deze per programmataak toegelicht. Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen is het going (en growing) concern van de veiligheidsregio gedekt. In paragraaf 2.8 ‘Regionaal beleidsplan 2024-2027: Onze opgaven’, worden de onderwerpen toegelicht die binnen de twaalf beleidsplanopgaven in 2025 opgepakt gaan worden. Hiermee geven wij een nadere onderbouwing van de keuzes die wij voornemens zijn te maken voor het jaarplan 2025.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Vervolgens werken we de ontwikkelopgaven waarop wordt ingezet in de jaarplannen uit en formuleren wij wat we willen bereiken. Hiermee blijft de veiligheidsregio wendbaar en kan snel ingespeeld worden op nieuwe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden in de samenleving. Bovendien kunnen we hierdoor gerichte keuzes maken over het inzetten van de beperkt beschikbare middelen en (ontwikkel) capaciteiten.
8
1 2 3 4 5
Wat gaat het kosten Voor het opstellen van de ontwerp-Programmabegroting 2025 zijn de volgende financiële kaders, zoals vastgesteld in de Kadernota 2025 door het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 7 maart 2024, toegepast:
■ Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-
Midden voor begrotingen 2025. Het advies van de bestuurlijke werkgroep is om voor de begroting 2025 een prijsindexatie toe te kennen van 11,1% voor beloning werknemers en 3,7% voor netto materieel. Voor VRHM betekent dit een indexering van de gemeentelijke bijdragen van 8,45% t.o.v. 2024. Het advies van de werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR) wordt in dezen gevolgd.
■ Geen financiële middelen beschikbaar voor nieuwe
ontwikkelingen. Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in de Kadernota 2025 is, conform de Kadernota 2024, het going concern van de veiligheidsregio gedekt. Er zijn echter geen additionele structurele financiële middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen die op grond van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 wel noodzakelijk worden geacht.
Deze ontwikkelingen moeten een plek krijgen in de taakuitvoering en rolopvatting van de veiligheidsregio. Bij de verdere uitwerking van het beleidsplan in onder andere de jaarplannen wordt dit verder inzichtelijk gemaakt.
■ Inzet Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
(BDUR). De hogere Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) wordt ingezet voor de versterking van de crisisbeheersingsorganisatie, de versterking van de informatiepositie en het te realiseren landelijk knooppunt coördinatie Regio’s en Rijk (KCR22). De Rijksuitkering BDUR wordt structureel verhoogd met 1,4 miljoen in 2023 en deze verhoging loopt op tot 2,4 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomstgericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijk geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDUR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio, afgezien van bovenregionale inzet van de brandweer.
■ Transitie GHOR Hollands Midden naar VRHM
Uitgangspunt is een budgetneutrale transitie, zodat gemeenten voor de programmataak GHOR geen hogere gemeentelijke bijdrage gaan betalen (afgezien van indexering) door de transitie naar VRHM.
2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk) is straks het samenwerkingsplatform dat Veiligheidsregio’s, Rijkspartners en betrokken crisispartners structureel ondersteunt en versterkt op het vlak van informatiemanagement en coördinatie, in het bijzonder bij incidenten met een bovenregionaal en landelijk karakter.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Deze voorgenomen keuzes worden, via deze ontwerp-Programmabegroting, voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat deze selectie al is opgesteld in het voorjaar van 2024. De definitieve selectie zal worden gemaakt in het jaarplan 2025 dat aan het bestuur zal worden voorgelegd in december 2024. Er zijn echter geen additionele structurele financiële middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen die op grond van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 wel noodzakelijk worden geacht.
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
9
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
De beleidsmatige en financiële kaders leiden tot de volgende bijdragen voor 2025: Meldkamer BrW HM
Bevolkingszorg
GHOR*
Totaal VRHM
58.074.164 4.907.267 62.981.431
1.249.448 105.578 1.355.026
704.603 59.539 764.142
2.573.000 217.419 2.790.419
62.601.216 5.289.803 67.891.019
*) Disclaimer: de uiteindelijke Bijdrage Per Inwoner (BPI) voor de programmataak GHOR wordt bepaald uit de effectuering van de (financiële) besluiten van de transitie van GHOR HM naar VRHM.
De bronnen voor de financiering in 2025 van de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn: Omschrijving
Bedrag
%
Gemeentelijke bijdragen van 18 gemeenten €67.589.300 86,3% Vordering gemeente Gouda ingevolge FLO €301.719 0,4% Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDUR) €7.658.351 9,8% Aanvullende Rijksbijdrage 2025 €1.707.149 2,2% Overige baten €1.088.800 1,4% Totaal
78.345.319
100%
Veiligheidsregio Hollands Midden wordt als gemeenschappelijke regeling met name gefinancierd door de deelnemende gemeenten (€ 67,9 mln., € 81,52 per inwoner). De VRHM ontvangt jaarlijks een vast bedrag van gemeente Gouda van € 301.719 voor de afkoop van de FLOrechten van voormalig Goudse medewerkers die bij de regionalisatie in dienst zijn gekomen van de VRHM. Daarnaast levert het Rijk door middel van Rijksbijdragen (€ 9,3 mln.) een financiële bijdrage. De Rijksbijdrage is een specifieke uitkering die door het Ministerie van Justitie en Veiligheid rechtstreeks aan de veiligheidsregio’s wordt uitgekeerd.
De regio’s ontvangen een bedrag (lumpsum) voor een aanvulling in de bekostiging van de taken op de beleidsterreinen en een extra bedrag bestemd voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van KCR2.
Ontwikkeling van de Cebeon-norm o.b.v. Septembercirculaire 2023 De Veiligheidsregio Hollands Midden maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R). Het absolute niveau van het objectieve niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Bijdrage 2024 - factuur Index 2025: 8,45% Bijdrage 2025 - factuur
Brandweer en Crisisbeheersing
10
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
1.3 B elangrijke financiële aandachtspunten en risico’s
Cebeon-norm (Sept Circ 2023) Jaar
Norm
2024 2025 2026 2027 2028
€ 69,5 € 73,1 € 71,2 € 73,6 € 75,7
Verschil t.o.z. Sep Circ
€ 3,7 -€ 1,9 € 2,4
Cumulatief
€ 3,7 € 1,7 € 4,1 € 4,1
% verschil nog t.o.v. verschil
5,3% -2,6% 3,3%
Sept Circ Bijdragen 2022
4,4% 5,1% 5,3% 9,6%
€ 62,6 € 67,9
Gemeentelijke bijdragen inclusief programmataak GHOR
Cebeonnorm
-€ 6,9 -€ 5,2
Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De VRHM volgt het advies van de werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen. Indien gemeenten het advies van de werkgroep niet volgen, door bijv. de index in negatieve zin bij te willen stellen, heeft deze impliciete bezuiniging gevolgen voor de continuïteit en kwaliteit van de hulpverlening door de VRHM.
Voorjaarnota 2024; Accres gemeentefonds De normeringssystematiek wordt al vanaf 2024 gekoppeld aan het bbp. Het vervroegd invoeren van de bbp-systematiek naar 2024 heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen doormiddel van incidentele compensatie in de grondslag. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats. Deze is zodanig dat dit per saldo voor de periode 2026 tot en met 2029 resulteert in een plus van 675 miljoen euro voor gemeenten.
Beschikbaarheid financiële middelen voor nieuwe ontwikkelingen Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in de Kadernota 2025 is het going concern van de veiligheidsregio gedekt. Er zijn echter geen additionele structurele financiële middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen die op grond van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 wel noodzakelijk worden geacht. Zoals eerder geschetst is noodzakelijk om de veiligheidsregio zodanig toe te rusten dat zij haar continuïteit kan borgen, ‘bij de tijd’ kan blijven, en zich kan voorbereiden op ‘de nieuwe tijd’ en in de toekomst kan meebewegen en ontwikkelen.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Indexering en waardevaste begroting Onderstaand de ontwikkeling van de Cebeon-norm voor de periode 2024-2028 op basis van de Septembercirculaire gemeentefonds 2023. Er wordt een vergelijk gemaakt t.o.v. de circulaire van 2022 en de gemeentelijk bijdragen. Deze blijven ruim (€ 5,2 mln.) onder de Cebeonnorm. Met andere woorden, gemeenten ontvangen meer uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer dan aan bijdrage aan VRHM voor de programmataken wordt betaald.
11
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
Huisvesting
Toekomstbestendige vakbekwaamheid De huidige structurele middelen voor opleiden, trainen en oefenen van brandweerpersoneel zijn niet voldoende om zowel te voldoen aan de huidige opleidingsnoodzaak als de oefenbehoefte en biedt daarnaast onvoldoende ruimte om onze brandweermensen voldoende voor te bereiden op de nieuwe incident- en crisistypen als gevolg van o.a. verdichting/meervoudig ruimtegebruik, elektrificeren van de samenleving, etc. Hierdoor zijn er zorgen om nu en in de toekomst te kunnen blijven voorzien in voldoende en opgeleide brandweermensen. Het niet kunnen voldoen aan het bovenstaande leidt tot zorgen en ontevredenheid bij onze vrijwilligers en beroepskrachten. Dit blijkt o.a. uit het landelijke en regionale belevingsonderzoek onder repressieve brandweermensen. Daarnaast zet dit op middellange termijn de paraatheid onder druk. Daarom zal worden voorgesteld om in 2024 en 2025 incidentele middelen ter beschikking te stellen om het huidige vakbekwaamheidsprogramma te verbreden en een aanzet te maken voor de route naar kwalitatieve blijvende en aantoonbare vakbekwaamheid. Deze incidentele middelen zullen in eerste instantie gevonden moeten worden binnen de eigen begroting c.q. het rekeningresultaat. Voor een structurele oplossing zal, conform de afgesproken werkwijze, tijdig een voorstel worden voorgelegd aan het bestuur.
Ook de komende jaren staat de nieuwbouw en verbouwing van een aantal kazernes gepland of zijn onderzoeken hierna gestart, onder andere: Driebruggen (nieuwbouw), Roelofarendsveen (koop), Woubrugge (koop en verbouw), Zwammerdam (nieuwbouw), Schoonhoven (nieuwbouw of koop), Waddinxveen (nieuwbouw), Nieuwveen (mogelijk nieuwbouw) en Noordwijk (verbouw). Nieuwbouw is meestal op initiatief van gemeenten, om zo gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Op basis van eerdere ervaringen is duidelijk dat nieuwbouw en verbouwing leiden tot forse structurele meerkosten voor de veiligheidsregio. Dekking van deze extra exploitatiekosten in de komende beleidsplanperiode zijn niet (Kadernota 2024) toegekend. Dit betekent dat per nieuwbouw- of verbouw van een kazerne een separaat bestuursbesluit wordt gevraagd, met aanvullende financiering (verhoging gemeentelijke bijdrage).
Besturing en bedrijfsvoering op orde De stap naar een toekomstgerichte en wendbare organisatie kunnen we alleen realiseren als onze bedrijfsvoering, werkwijzen en organisatiestructuur en bijbehorende cultuur hierbij optimaal faciliteren. Op onderdelen zijn stevige stappen te zetten in kwaliteitsverbetering met ook nieuwe diensten en producten en expertisegebieden om dit mogelijk te maken.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
De opgaven uit het beleidsplan vragen, naast het blijven uitvoeren van de bestaande taken, om een groot verandervermogen. Voor de uitwerking van onze opgaven in het huidige beleidsplan zijn, op voorhand, geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld. De huidige organisatie zal slechts beperkt in staat zijn om structureel invulling te geven aan de nieuwe opgaven. De nieuwe opgaven vragen daarom om extra uitgaven. Voor de uitvoering van het beleidsplan worden, binnen de reguliere begrotingscyclus, uitgewerkte voorstellen voorgelegd aan het bestuur.
12
1 2 3 4 5
Als gevolg hiervan hebben de veiligheidsregio’s formeel de verantwoordelijkheid voor de operationele coördinatie en eerste opvang per 1 januari 2024 overgedragen aan door gemeenten gevormde samenwerkingsverbanden. Colleges binnen Hollands Midden hebben ervoor gekozen dat VRHM als samenwerkingsverband deze taak voortzet.
Transitie GHOR Hollands Midden naar VRHM
1.4 Overige aandachtspunten
Het Algemeen Bestuur van de VRHM (vergadering van 14 december 2023) en het Algemeen Bestuur van Hecht (vergadering van 13 december 2023) hebben besloten het plan van aanpak vast te stellen gericht op de overgang van de GHOR-organisatie van Hecht naar VRHM per 1 januari 2025. Wettelijk gezien valt de GHOR onder de Wvr en daardoor valt ook nu al het beleid van de GHOR onder VRHM. In onze regio is sprake van een hybride situatie, met de nodige knelpunten. Beide directies zijn tot de conclusie gekomen dat het beëindigen van de hybride situatie en het realiseren van meer synergie in de relevante processen nodig is om de kwetsbaarheden op te lossen en de GHOR optimaal effectief te maken. Gekozen is voor een goede inbedding in één organisatie. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) binnen VRHM blijven onveranderd. De GHOR blijft onder leiding staan van de DPG. Beide gemeenschappelijke regelingen worden gewijzigd en in 2024 voorgelegd aan de gemeenteraden.
Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne
Benchmark Veiligheidsregio
De ‘Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne’ (wetsvoorstel) vervangt de tijdelijk in werking gestelde noodwet artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking. Op grond hiervan is de taak om Oekraïense ontheemden op te vangen neergelegd bij de gemeenten, in plaats van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het wetsvoorstel kent deze opvangtaak niet langer aan de burgemeester toe maar aan het college van burgemeester en wethouders.
Tot slot, Berenschot rondt in Q2-2024 de benchmark van de VRHM af. Hieruit blijkt dat VRHM minder besteedt aan overhead, ICT en vakbekwaamheid in vergelijk met andere veiligheidsregio’s, wat nieuwe inzichten in de financiële situatie met zich mee zal brengen. De benchmark zal bestuurlijk worden geagendeerd vóór de zomervakantie van 2024.
De noodzakelijke moderniseringsslag is dermate groot dat er additionele financiële middelen nodig zijn voor ondersteuning en advisering om dit te kunnen bereiken. Zie hiervoor ook paragraaf 2.7 ‘Programmataak Bedrijfsvoering’ en de opgaven 9, 10, 11 en 12 van het RBP, zie hiervoor paragraaf 2.8 ‘Regionaal beleidsplan 2024-2027: Onze opgaven’.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Hierbij is een aantal zorgpunten te benoemen. Niet alle expertise gebieden zijn in huis. De stap naar een continue ontwikkeling vraagt om veranderkundige expertise en nieuwe vaardigheden bij medewerkers. Daarnaast is er op meerdere elementen een kwaliteitsimpuls nodig in moderne methodieken en om strategisch advies te kunnen gaan geven. Op het gebied van personeelsmanagement is tevens de schaarste op de arbeidsmarkt een grote zorg om voldoende personeel van het gewenste kwaliteitsniveau aan te kunnen trekken. Binnen informatiemanagement wordt steeds meer samengewerkt, waarbij informatieveiligheid altijd een aandachtspunt is. Investeringen in de toekomst brengen meerjarige keuzes op huisvestingsgebied en noodzakelijke onderhoudskosten met zich mee en daarmee soms gevoelige bestuurlijke keuzes.
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
13
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
1.5 Begroting 2025 in één oogopslag
Hillegom
Noordwijk
Lisse
Teylingen Katwijk
Oegstgeest
Kaag en Braassem Nieuwkoop
Leiden Voorschoten
Leiderdorp
Baten
Lasten
Gemeentelijke bijdragen: €67,9 mln
Meldkamer: €1,4 mln. Brandweerzorg: €37,3 mln. Risico- en crisisbeheersing: €8,9 mln. Bevolkingszorg: €0,9 mln. GHOR: €2,8 mln. Bedrijfsvoering: €20,7 mln.
Rijksbijdragen: BDUR: Aanvullende BDUR: Overige bijdragen:
€7,6 mln. €1,7 mln. €1,1 mln.
Alphen aan den Rijn
Eigen vermogen
Zoeterwoude
Algemene reserve: Bestemmingsreserve: Bodegraven-Reeuwijk Waddinxveen
€ 1,2 mln. € 4,6 mln
Weerstandsvermogen1,0
Onze inzet en capaciteit Gouda
1.000 brandweervrijwilligers
Zuidplas
45 brandweerkazernes Krimpenerwaard
150 beroepsbrandweermensen
Regionaal beleidsplan 2024-2027: 12 ontwikkelopgaven
9.000 uitrukken
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
De veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is opgericht door de gemeenten in Hollands Midden op 8 oktober 2010. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van VRHM zijn vastgesteld in de wet Veiligheidsregio’s en de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio’s Hollands Midden.
14
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
1.6 Vaststellingsbesluit Programmabegroting 2025 II. Vast te stellen de volgende mutaties voor 2025 in de bestemmingsreserves:
Mutaties reserves Fysieke Veiligheid
Programmabegroting 2025 (in €) Dotatie
Resterende expl. lasten Totaal
-
Onttrekking
Saldo
-150.000 -150.000
-150.000 -150.000
Besluit: I. V ast te stellen de lasten en baten voor het jaar 2025 voor het programma Fysieke Veiligheid en de daarbij behorende programmataken:
Programma
Programmabegroting
Fysieke Veiligheid
2025 (in €)
Baten programmataak fysieke veiligheid Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage (BDUR) Rijksbijdrage (aanvullende BDUR) Overige bijdragen
-78.043.600 -67.589.300 -7.658.351 -1.707.149 -1.088.800
Lasten programmataak fysieke veiligheid Programmataken Totaal Programmataken Meldkamer Brandweer Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR
78.193.600
Management en Ondersteuning Totaal Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering Saldo
51.308.900 1.415.000 37.326.800 8.875.200 890.200 2.801.700 26.884.700 6.194.200 20.690.500 150.000
III. Vast te stellen de in de Programmabegroting 2025 opgenomen paragrafen; IV. Kennis te nemen van de meerjarenramingen 2025 tot en met 2028; V. Kennis te nemen van de in de Programmabegroting 2025 opgenomen risico’s; VI. Beschikbaar te stellen de voorgenomen kredieten voor de investeringen en machtiging te verlenen tot het aantrekken van de benodigde financiering voor investeringen; Aldus besloten in de openbare vergadering van het AB van 12 september 2024. De secretaris,
De voorzitter,
ing. J.J. Zuidijk
P.A.C.M. Van der Velden
Ingezonden op 13 september 2024 aan het College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden; Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 25 april 2024, Overwegende dat het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden de programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 2028 aan de gemeenteraden van de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten heeft aangeboden; Dat is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 36 en 48 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden.
15
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
2 Beleidsbegroting De Veiligheidsregio Hollands Midden kent één programma geheten Fysieke Veiligheid en een onderverdeling in de programmataken Meldkamer Brandweer, Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing, Bevolkingszorg en GHOR, conform de taken in de Wet veiligheidsregio’s. Daarnaast nog een programmataak Bedrijfsvoering. VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie. Onze capaciteit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advisering over en toezicht op veiligheid (2.300 preventie-adviezen, 600 evenementen-adviezen en 1.000 controles per jaar), de paraatheid (9.000 uitrukken, 25.000 telefoontjes meldkamer, 15 multicrisisinzetten per jaar), de vakbekwaamheid (250 opleidingen, 5.000 oefen- en bijscholingsmomenten per jaar), het onderhoud (45 kazernes en 110 voertuigen) en de bijbehorende bedrijfsvoering. Het zogeheten going concern. Daarnaast vindt in ons dagelijks werk continu aanpassingen en verbeteringen plaats, het zogenoemde growing concern. Onderstaand, vanaf paragraaf 2.2, worden deze per programmataak toegelicht.
In paragraaf 2.8 ‘Regionaal beleidsplan 2024-2027: Onze opgaven’, worden de onderwerpen toegelicht die binnen de twaalf beleidsplanopgaven in 2025 opgepakt gaan worden. Hiermee geven wij een nadere onderbouwing van de keuzes die wij voornemens zijn te maken voor het jaarplan 2025.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
2.1 Programmaplan Fysieke Veiligheid
16
Programmataak Meldkamer
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
2.2 P rogrammataak Meldkamer Brandweer Onze meldkamer is de startmotor voor incident en crisisbestrijding. De hulpvraag van de burger in nood komt als eerste binnen op de meldkamer. Op basis hiervan alarmeert de meldkamer de brandweer, doet een eerste inschatting van het benodigde hulpaanbod en ondersteunt de eenheden die onderweg gaan naar het incident. De meldkamer is 24/7 bereikbaar en in staat om bij opschaling van de crisisorganisatie (GRIP, Gecoördineerde Regionale IncidentbestrijdingsProcedure) haar rol hierin te vervullen. Tevens vervuld de meldkamer een rol en taak in het alarmeren van ketenpartners in de crisisbeheersing zoals bijvoorbeeld de Officier van Dienst Bevolkingszorg voor de gemeentelijke processen. De ontwikkelrichting voor de meldkamers is met het Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst, de Heroriëntatie, het Uitwerkingskader en de Wijzigingswet meldkamers bepaald. Momenteel wordt toegewerkt naar een virtueel genetwerkte organisatie van alle meldkamers met maximaal tien meldkamerlocaties die werken volgens een gestandaardiseerde werkwijze. Het onderdeel ‘Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS)’ binnen de politie ondersteunt deze organisatie.
Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) Sinds 2020 is de LMS verantwoordelijk voor het beheer van de meldkamers conform de Wijzigingswet meldkamers. Onder het beheer vallen o.a. de informatievoorziening (IV) & ICT infrastructuur, de ICT-systemen en alle gebruikersapplicaties die door de Meldkamer Den Haag werden overgedragen aan de LMS. Buiten de scope van het beheer vallen: operationele leiding en operationele processen van de meldkamerfuncties, meldkamerpersoneel en de voorziening van de calamiteitencoördinator.
De LMS heeft de volgende doelen: De burger zo veel mogelijk in het eerste contact helpen door intake. Een landelijk kwaliteitsniveau waardoor de burger kan rekenen op dezelfde dienstverlening van de meldkamer ongeacht de locatie van de noodhulpvraag. Het verbeteren van de bereikbaarheid van de meldkamerlocaties tijdens piekbelastingen. Het verbeteren van de uitwijkmogelijkheden van meldkamerlocaties bij uitval. Een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen hulpverleningsdiensten en tussen verschillende regio’s.
• • • • •
De meldkamer is 24/7 bereikbaar en in staat om bij opschaling van de crisisorganisatie (GRIP, Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure) haar rol hierin te pakken. De 24/7 aanwezigheid van de Calamiteiten Coördinator (CaCo), noodzakelijk om uitvoering te geven aan de multidisciplinaire coördinatie van de meldkamerprocessen tijdens een (dreigende) crisissituatie (GRIP), is gegarandeerd conform de wettelijke verplichting.
Convenant Meldkamerfunctie Brandweer Haaglanden en Hollands Midden Als in één werkgebied van een meldkamer verschillende veiligheidsregio’s zijn gesitueerd, bepaalt de wet dat de besturen van die veiligheidsregio’s een convenant sluiten, dat in ieder geval afspraken bevat over de gezamenlijke uitvoering van de meldkamerfunctie op ‘hun’ meldkamer. De afspraken moeten zorgen voor een eenduidige manier van werken binnen het werkgebied van die meldkamer. Verder dient in dit convenant de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling te worden vastgelegd. De veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden hebben op 4 januari 2023 dit convenant gesloten.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
2.2.1 Going concern
18
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
In 2024 is de verbouwing van de meldkamer afgerond en is de meldkamer aangesloten op het nieuwe landelijke ICT-systeem voor alle meldkamers in Nederland. Hierdoor kunnen de meldkamers elkaar nog beter ondersteunen bij drukte of uitval. De 24/7 aanwezigheid van de Calamiteiten Coördinator (CaCo), noodzakelijk om uitvoering te geven aan de multidisciplinaire coördinatie van de meldkamerprocessen tijdens een (dreigende) crisissituatie (GRIP), is gegarandeerd conform de wettelijke verplichting. Voor 2025 zal de structuur en organisatie rondom de functie van de Calamiteiten Coördinator verder moeten worden ingericht voor de meldkamer in Den Haag. Verder verwachten we ontwikkelingen op het gebied van verdere landelijke samenwerking en nieuwe systemen op het gebied van meldkamer techniek en verbindingen.
2.2.3 Raming van de lasten Meldkamer Brandweer Meldkamer Brandweer
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
(bedragen x €1.000)
2023
2024
2025
2026
Meerjarenramingen 2027
2028
Lasten Meldkamer Exploitatielasten Lasten
1.202
1.415
1.415.000
1.415
1.415
1.415
1.202
1.415
1.415.000
1.415
1.415
1.415
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
2.2.2 Growing concern
19
Vincent de Winter-Moraal en Jeroen van de Werfhorst
Meer aandacht voor natuurbrandbestrijding Routeplan
Natuurbrandbestrijding gaat de komende jaren meer aandacht vragen van VRHM. Immers: de vraag is niet óf er een forse natuurbrand in onze regio uitbreekt, maar wanneer. Met langere drogere zomers in het verschiet, neemt de kans dat het een keer misgaat (fors) toe. Dat vraagt om nieuwe tactieken en technieken, stellen Vincent de Winter-Moraal en Jeroen van der Werfhorst. “We moeten ons daar beter op voorbereiden.” Het eerste wat VRHM te doen staat, is een gedeeld beeld krijgen van wat nu exact de risico’s op een forse, onbeheersbare natuurbrand zijn. “Want iedereen heeft daar een andere perceptie van”, stelt Jeroen, senior beleidsadviseur bij Brandweerzorg. “Als we exact weten waar we het over hebben kunnen we op basis van argumenten gerichte keuzes maken.”
18 parameters Daarvoor gaat VRHM allereerst gebruikmaken van de vernieuwde Risico Index Natuurbranden (RIN) van Brandweer Nederland. Deze index bestaat uit 18 parameters die samen duiding geven aan de kans op het ontstaan van een onbeheersbare natuurbrand. Denk aan de vegetatie in een gebied, de aanwezigheid van bebouwing en mensen, de bereikbaarheid en de opkomsttijden van brandweervoertuigen. De opgetelde scores van de parameters bepalen het risico op een natuurbrand per vierkante kilometer. Deze RIM-methodiek is onlangs vernieuwd met allerlei technieken en extra data die de methode nog betrouwbaarder maken.
“Het jaar 2024 gaan we gebruiken om dat gedeelde risicobeeld op te stellen. Ook willen we dit jaar bepalen wat we nodig hebben om die risico’s te kunnen pareren én hoe we daar moeten komen”, aldus Vincent, coördinator Omgevingsveiligheid, tevens projectleider van de verdiepingsslag die op dit thema gemaakt wordt. Uiteindelijk is het einddoel dat VRHM komt tot een routeplan dat ervoor gaat zorgen dat natuurbranden ook in de toekomst beheersbaar blijven, compleet met implementatieplannen en de bekostiging daarvan.
Quick wins In afwachting daarvan gaat VRHM uiteraard niet stilzitten. Jeroen: “Zo gaan we komend jaar, vooruitlopend op het definitieve plan, met quick wins onze kustkazernes extra ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van tools om zand om te woelen, waardoor we eenvoudiger stoplijnen kunnen aanbrengen.”
Met partners in gesprek Bovendien gaat VRHM komende jaren structureel het gesprek aan met natuurbeheerders en andere betrokkenen die ook een rol spelen in het voorkomen van een natuurbrand. Vincent: “Zo helpt het als de infrastructuur zo is ingericht dat we eenvoudig stoplijnen kunnen maken. Ook helpt het als we op sommige plekken beplanting aanbrengen die minder snel brandt. En we moeten ons tevens afvragen of alles altijd maar moet kunnen. In de duinen een trouwerij organiseren en dan ook nog vuurwerk af willen steken: je moet je afvragen of je dat nog wel moet willen.” De ambitie is duidelijk, de noodzaak ook. Jeroen: “De realiteit is dat we bij een onbeheersbare natuurbrand binnen vier tot vijf uur een groot deel van ons duingebied kunnen kwijtraken. We moeten ons daar beter op voorbereiden.”
Programmataak Brandweerzorg
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
2.3 Programmataak Brandweerzorg 2.3.1 Going concern
• Het redden van slachtoffers en het beperken van schade bij branden (brandbestrijding). • Het opsporen en bevrijden van slachtoffers en het verlenen van le• • • • • • •
vensreddende en technische hulp bij ongevallen anders dan brand (technische hulpverlening waaronder begrepen waterongevallenbestrijding, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen). Het verlenen van diensten, anders dan de wettelijke taken brandbestrijding en technische hulpverlening (bijv. First Responder taken bij reanimaties). Het bewaken van de inzetbaarheid van de operationele brandweereenheden ten behoeve van de brandbestrijdings-, technische hulpverlenings- en dienstverleningstaken. (Bewaken operationele inzetbaarheid). Het opleiden, trainen en oefenen van brandweereenheden en leidinggevenden /piketfunctionarissen, dusdanig dat zij bij een inzet in staat zijn effectief het incident te bestrijden respectievelijk te coördineren en leiding te geven (vakbekwaam worden en blijven). Het opstellen en actueel houden van operationele plannen en procedures (operationele planvorming). Het beheren en onderhouden van materieel en materialen voor brandbestrijding en hulpverlening dusdanig dat inzetbaarheid is gegarandeerd (beheer en onderhoud materieel). Het plannen van de beschikbaarheid van medewerkers, brandweereenheden, materieel en materiaal ten behoeve van brandbestrijding en hulpverlening, vakbekwaamheids-momenten, keuringen en onderhoud (planning operationele beschikbaarheid).
Het leren van incidenten doormiddel van brandonderzoek en het evalueren van incidenten bij brand en hulpverlening.
De brandweer rukt ongeveer 9.000 keer per jaar uit om hulp te bieden aan mens en dier. Op onze 45 brandweerkazernes staan 150 beroepsbrandweermensen en 1.000 brandweervrijwilligers dag en nacht paraat. Om hun hierin te ondersteunen werken 100 collega’s aan hun vakbekwaamheid, de operationele planvorming, het beheer en onderhoud van het brandweermaterieel, de logistieke ondersteuning. Dit alles met als doel om de brandweer 24/7 operationeel en paraat te houden. Veel capaciteit en middelen worden dus ingezet voor dagelijkse werkzaamheden om de brandweer 24/7 operationeel en paraat te houden. Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen snel. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid, hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van onze inwoners én onze brandweermensen. De nieuwe incidenttypen die hierdoor ontstaan vergen daarom een nieuwe en grotere inzet om de operationele voorbereiding en vakbekwaamheid van onze brandweermensen te kunnen waarborgen. Dit komt bovenop onze inspanningen die wij moeten verrichten op basis van bestaande risico’s en incidenttypen. Hierbij geldt dat we niet alles tegelijkertijd kunnen.
Op basis van beschikbare capaciteit en middelen, repressieve noodzaak, veranderende regelgeving en politiekbestuurlijke besluitvorming maken we een keuze in ons jaarplan. Onze plannen voor 2025 zijn enerzijds onderdeel van de 12 ontwikkelopgaven uit het regionaal beleidsplan (zie paragraaf 2.8) en anderzijds onderdeel van onze continue verbetering van ons werk (zie paragraaf 2.3.2), zodat onze mensen op straat hun repressieve taak zo goed mogelijk kunnen uitvoeren om mens en dier in nood hulp te bieden.
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
De wettelijke taak in het deelprogramma Brandweerzorg heeft artikel 25 uit de Wet veiligheidsregio’s als basis. Daarmee dragen we verantwoording voor de volgende wettelijke taken:
22
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
We hebben bedrijfszeker materieel en materiaal
We hebben vakbekwame brandweermensen
We zorgen voor onze mensen
Voor de uitvoering van onze taak is het belangrijk om te kunnen beschikken over vakbekwame brandweermensen. Vooruitlopend op de invulling van deze gelijknamige ontwikkelopgave uit het regionaal beleidsplan, zal ook in 2025 stevig geïnvesteerd moeten worden in de opleidingen en oefenen van onze repressieve brandweermensen. Net als in 2024 vraagt dit om een aanvullende incidentele financiering, vooruitlopend op een bestuursbesluit (onderdeel begroting 2026) over de structurele financiering op basis van een uitgewerkte visie over de toekomstige invulling en organisatie van het vakbekwaamheidsprogramma. In 2025 wordt ingezet op: een aanvullend vakbekwaamheidsprogramma (incidentele financiering) om achterstanden in de opleidingen, de toenemende opleidingsvraag en overige vakbekwaamheidsbehoeften op te kunnen vangen. hierbinnen is ook specifieke aandacht voor de vakbekwaamheid van bevelvoerders. een bredere inzetbaarheid van de beschikbare kennis en kunde van lokale oefenleiders en andere collega’s. Hiermee geven we het huidige oefenprogramma een kwalitatieve impuls, binnen de beperkt beschikbare middelen.
Het werk van onze brandweermensen is soms emotioneel zwaar werk. Om onze mensen de noodzakelijk hulp te bieden nemen we onze werkgeversverantwoordelijkheid door in 2025: de nieuwe landelijke PTSS-regeling te implementeren. de inzet van Lokale Collegiale Ondersteuning (LCO) op de kazernes structureel te borgen. de inzet van het Team Collegiale Ondersteuning (TCO) in een ingrijpend incident structureel te borgen. en natuurlijk bieden wij alle noodzakelijk ondersteuning aan (o.a. professionele hulp) als dit nodig is.
2.3.2 Growing concern
• • •
• • • • •
• • • •
Daarnaast werken we ook aan de ontwikkeling van onze niet-repressieve mensen door in 2025: gerichte sectorbijeenkomsten te organiseren voor saamhorigheid en integrale ontwikkeling. vakmatige opleidingen en ontwikkeltrajecten aanbieden.. de voorbereidingen te treffen voor de (eerste) deelname aan de landelijke voltijdopleiding voor brandweer officieren.
• • •
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Onze mensen werken aan de continuering en verbetering van de brandweerzorgtaak.
Voor de uitvoering van onze taak is het noodzakelijk om te kunnen beschikken over bedrijfszeker materieel en materiaal. In de achterliggende jaren is een groot deel van de achterstand op de materieelvervanging ingehaald door de komst van nieuwe tankautospuiten en autoladders. Voor 2025 staan onder meer de volgende materieel- en materiaalvervangingen gepland (aanbesteding en implementatie): hulpverleningsvoertuigen (incl. implementatie landelijke visie op technische hulpverlening) brandweerboten plassenvoertuigen koud snijdend hoge druk blussysteem ademluchtsystemen
De brandweer voert, op verzoek van de Regionale Ambulance Voorziening Hollands Midden (RAV HM), vanuit een groot aantal kazernes ook de brandweer first responder taak uit (reanimaties). De RAV vergoedt ook een groot deel van de kosten voor deze taak, omdat het geen wettelijke brandweertaak is. Deze samenwerking is door de RAV formeel opgezegd per 1 januari 2025. In 2024 zijn nieuwe afspraken gemaakt over de wijze waarop de samenwerking wordt voorgezet. Hieraan zal vanaf 2025 uitvoering gegeven worden.
23
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
We denken voorwaarts
• • • •
2.3.3 Raming van de lasten Brandweerzorg Brandweerzorg
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
(bedragen x €1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
35.292
36.103
37.326.800
37.151
36.988
36.977
35.292
36.103
37.326.800
37.151
36.988
36.977
Lasten Brandweerzorg Exploitatielasten Lasten
Meerjarenramingen
Ontwerp-programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 t/m 2028
Voor de continuïteit van de uitvoering van de brandweerzorgtaak en om tijdig nieuwe ontwikkelingen in te kunnen passen, is het belangrijk dat we voorwaarts denken. Zowel in beleidsmatig als bedrijfsmatig opzicht. Hiermee versterken we de realisatiekracht van de brandweerorganisatie. In 2025 realiseren we: het meerjaren investeringsplan voor de vervanging van het huidige materieel en materiaal, maar ook om tijdig afwegingen te kunnen maken in verband met nieuwe ontwikkelingen (financiering oud voor nieuw). meer inzicht en duiding van onze operationele prestaties en planningen. nieuwe werkvormen om ‘beleid en uitvoering’ beter op elkaar te laten aansluiten (thematisch werken). de communicatie met beroeps en vrijwilligers op 45 kazernes beter toe te spitsen op hun informatiebehoefte en middelen.
24
Peter Verwaal
Meer investeren in vakbekwaamheid Moderniseringsslag
Peter Verwaal is medewerker bij deze afdeling, Officier van Dienst in de Krimpenerwaard en vrijwilliger bij de post Lekkerkerk. Peter is mede-verantwoordelijk voor het opstellen van vakbekwaamheidsprogramma’s. Hij constateert dat de brandweer voor een aantal ingewikkelde opdrachten tegelijk staat. Peter: “Woningen zijn bijvoorbeeld beter geïsoleerd dan vroeger. Voordat een brand wordt opgemerkt heeft deze zich regelmatig al flink kunnen ontwikkelen.” En dat is nog maar één voorbeeld van de vele veranderingen waar de brandweer door maatschappelijke verschijnselen als bijvoorbeeld de energietransitie en de klimaatverandering mee te maken heeft. Veranderingen die om andere, vaak nieuwe kennis vragen; bovenop de al nu noodzakelijke kennis.
Kennisgedreven Daar komt bij dat er tegenwoordig veel meer verloop is onder medewerkers. Dit legt een groot beslag op de opleiding- en oefencapaciteit. Peter: “Vroeger kon iemand zomaar dertig jaar of langer beroepskracht zijn. Tegenwoordig starten medewerkers na twintig dienstjaren in een bezwarende functie een tweede loopbaan. Ervaring blijft, zeker gezien de krapte op de arbeidsmarkt, minder lang behouden. Ook vrijwilligers blijven gemiddeld minder lang dan voorheen. Van een ervaringsgerichte organisatie, waarbij we kennis vaak van persoon tot persoon aan elkaar doorgaven, moeten we daarom de transformatie maken naar een kennisgedreven organisatie, waarbij we onze kennis in huis houden.”
Aan Vakbekwaamheid de taak deze transitie met goede opleidingen en trainingen te begeleiden. Wat dit ingewikkeld maakt, is dat Brandweer Hollands Midden tegelijkertijd ook nog eens bezig is met een fikse moderniseringsslag van het materieel. Zo komen er nieuwe autoladders, hulpverleningsvoertuigen, tankautospuiten en waterwagens. “Om die goed te integreren, zodat iedereen ook met deze voertuigen kan werken, is veel capaciteit van de afdeling vereist”, aldus Peter. Nieuwe landelijke inzichten en richtlijnen, zoals de Basisprincipes Brandbestrijding, maken de puzzel nog complexer.
Meer maatwerk en andere behoeften Opleidingen versnellen, oefenavonden effectiever inrichten en vooral méér maatwerk leveren: dat is waar zijn afdeling de komende jaren op gaat inzetten. Peter: “Tuinders die vrijwilliger zijn moeten we bijvoorbeeld in de drukke zomermaanden niet willen belasten met onze oefenprogramma’s. Dat kunnen we beter in de winter doen. En diezelfde tuinders hoeven we echt niet te leren hoe zij met een kettingzaag moeten omgaan. Nu leveren we nog te veel een eenheidsworst. In de toekomst moet dat echt anders. We zien ook dat de jonge generaties hele andere onderwijs- en leerbehoeften hebben. Daar moeten we beter op aansluiten.”
Aantoonbaar vakbekwaam Stip op de horizon is dat zijn afdeling uiteindelijk een stramien ontwikkelt waarbinnen medewerkers van VRHM met behulp van profchecks aantoonbaar vakbekwaam kunnen worden, passend bij alle eisen die aan de brandweer gesteld worden. “Wij kunnen dan vervolgens maatwerk leveren daar waar iemand nog tekortschiet.” Het beoogde maatschappelijke effect is dat de brandweer ook in de toekomst in staat is adequaat op te treden. Peter: “Dat we, ongeacht de situatie, weten wat ons te doen staat en dat we dat ook nog eens veilig doen: dat is de ambitie waar wij komende jaren verder mee aan de slag gaan.”
Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
1 2 3 4 5
Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen
2.4 P rogrammataak Risico -en Crisisbeheersing Op basis van de Wet veiligheidsregio’s zijn risicobeheersing en crisisbeheersing taken van de veiligheidsregio. Onder crisisbeheersing wordt verstaan de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van (de voorbereiding op) de crisisbeheersing. In die voorbereiding speelt ook risicobeheersing een belangrijke rol vanuit de benadering van een samenhangende veiligheidsketen. De uitvoering van de programmataak risico- en crisisbeheersing is ondergebracht bij de sector Risico- en Crisisbeheersing (RCB). De sector bestaat uit vier afdelingen3 (risicoduiding, risicoadvisering, brandveiligheid en crisisbeheersing). Binnen de sector zijn de volgende taken/bedrijfsprocessen ondergebracht: Het uitvoeren van risicoanalyses over fysieke veiligheid in de openbare ruimte (risicoduiding, actueel regionaal risicobeeld). Het opstellen van adviezen voor de vergunningverlening en handhaving gericht op de fysieke veiligheid (risicoadvisering omgevingsvisies en -plannen, evenementenveiligheid, externe veiligheid, brandveiligheid, toezicht op brandveiligheid / brandveiligheidsgesprekken). Het uitvoeren van toezicht/brandveiligheidsgesprekken gericht op fysieke veiligheid.