3. Groenalliantie conceptprogrammabegroting 2026 V2
Tekst van het document
Programmabegroting 2026 PROGRAMMABEGROTING 2026 GROENALLIANTIE MIDDEN-HOLLAND E.O.
C ONCEPTVERSIE DB 27 MAART 2025
1
Programmabegroting 2026
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5. 6.
BESTUURLIJKE SAMENVATTING UITGANGSPUNTEN PROGRAMMA INSTANDHOUDING GEBIEDEN GEBIEDSBEHEER MAATSCHAPPELIJKE BETROKKENHEID PLANNEN MAKEN BESTUURSONDERSTEUNING PROJECTKREDIETEN MUTATIES RESERVES WAT GAAT HET KOSTEN PARAGRAFEN WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING GRONDBELEID BEDRIJFSVOERING FINANCIËLE BEGROTING BIJLAGEN
3 7 8 8 11 12 12 15 16 18 19 19 21 22 23 23 25 28
2
Programmabegroting 2026 1. Bestuurlijke samenvatting In deze bestuurlijke samenvatting zijn voor het begrotingsjaar 2026 de speerpunten per programma benoemd. Deze punten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3: Programmaplan en hoofdstuk 4: Paragrafen. In hoofdstuk 3 is ook beschreven wat onder de reguliere werkzaamheden valt. Bestuurlijke opgaven 2026 e.v. Het bestuur van Groenalliantie heeft haar hoofdopgaven voor 2026 e.v. als volgt geformuleerd.
Bezuinigingsopgaaf 2026 e.v. In de ingediende zienswijzen van de gemeenteraden op de meerjarenbegroting 2025-2028 is gewezen op het belang van een gezonde financiële positie van Groenalliantie voor de korte en lange termijn. De financiële gevolgen van de wijziging in de financiële bijdrage van de Provincie Zuid Holland vanaf 2026 zijn op het moment van het opstellen van de programmabegroting 2026 nog niet bekend. Verder is verzocht, in het licht van de financiële uitdagingen waarmee de deelnemende gemeenten geconfronteerd worden, rekening te houden met de wens om in de eerstvolgende meerjarenbegroting reële mogelijkheden voor structurele en incidentele bezuinigingen aan te dragen. Voor de jaren vanaf 2026 ontstaat een grote opgave voor Groenalliantie om de begroting weer structureel in evenwicht te brengen. De tekorten over 2026 en 2027 worden in principe via incidentele onttrekkingen aan de speciaal hiervoor gevormde egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage gedekt. Het is echter zaak om vooruitlopend maatregelen te nemen om zo snel mogelijk tot een begrotingsevenwicht te komen. Inmiddels is er een werkgroep en een klankbordgroep ingesteld om het proces van de bezuinigingsopgave op te stellen en uit te voeren. Doel van het proces is om te komen tot een aantal scenario’s om een meerjarige financieel gezonde begroting te realiseren.
Door de samenstelling van de werkgroep is het mogelijk om breed te kijken naar bezuinigingen in de doorontwikkeling, aanpassing van de bestekken en optimalisatie in het beheer. Maar ook om te kijken naar de mogelijkheden om de inkomsten te verhogen.
Uitvoeren Kerntaken •
•
De zorg voor beheer, (gebieds-)ontwikkeling, handhaving en communicatie Het primaire belang van Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap conform de doelstelling in de Gemeenschappelijke regeling. De uitvoeringstaken van Groenalliantie worden tussen 2019 en 2026 uitgevoerd door samenwerkingspartner Staatsbosbeheer. In 2025 wordt de nieuwe samenwerkingsovereenkomst uitgewerkt die zal ingaan in 2026. Uitvoeren projecten Ontwikkelplan (follow-up programma Kwaliteitsimpuls) Het bestuur heeft met het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 de koers uitgezet voor de komende jaren als vervolg op de omvangrijke en succesvolle Kwaliteitsimpuls Groenalliantie. Het Ontwikkelplan biedt, samen met de bijbehorende Investeringsagenda het handelingskader voor samenwerken met gebiedspartners aan nieuwe opgaven.
Duidelijke Planvorming en Kaderstelling •
Pas op de plaats met nieuwe ambities op het gebied van investeringen en maatschappelijke opgaven Vanuit haar kerntaken wil Groenalliantie blijven investeren in nieuwe projecten die recreatieve meerwaarde bieden. 3
Programmabegroting 2026 De nieuwe financiële situatie die ontstaat als gevolg van het wegvallen van de provinciale boekjaarsubsidie vanaf 2026 noopt het bestuur om voorlopig de ambities naar beneden bij te stellen. De reserves worden zo veel mogelijk ingezet om de tekorten die ontstaan door de lagere provinciale bijdrage te compenseren. Daarnaast leiden nieuwe investeringen tot hogere beheerlasten die uit de exploitatiebegroting gedekt moeten worden. Zolang nog niet duidelijk is welke doeltypes en hoeveel aan grondgebied in aanmerking komt voor de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden bestaat nog te veel onzekerheid welke bijdrage Groenalliantie uit de nieuwe beheerregeling tegemoet kan zien.
Samenwerken en coalities • Deelname aan diverse vormen van netwerksamenwerking op het niveau van het Groene Hart Groenalliantie wil ook in de komende tijd in de regio Midden-Holland graag het effect van haar eigen handelen vergroten door de samenwerking te zoeken met andere gebiedspartijen en terreinbeheerders afhankelijk van hoe dit zich in relatie tot de provincie Zuid-Holland ontwikkelt. In aanvulling op de eigen gebiedsgerichte investeringen kan het hierbij bijvoorbeeld gaan om een gepaste bijdrage van Groenalliantie aan investeringen van derden in (recreatieve) verbindingen en transferia in en tussen de beheergebieden en hun omgeving. • Uitwerken en vormgeven van de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer In de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer staat de afspraak, dat met Staatsbosbeheer in de periode tot 2026 wordt ingezet op de op- en uitbouw van een duurzame samenwerking teneinde elkaars doelstellingen nog verder te versterken. Hierbij hebben Partijen onder meer het oog op een optimale verdeling van natuur en recreatie, een onderlinge goede verbinding van netwerken en een optimale en efficiënte benutting van middelen en capaciteit. Dit is vooral interessant bij aangrenzende eigendommen en bij combinaties van taken.
Gebiedsadviescommissie Het Dagelijks Bestuur zal ook in 2026 haar voorgenomen plannen en investeringen voor advies voorleggen aan de gebiedsadviescommissie Groenalliantie. Deze advisering wordt betrokken bij de besluitvorming in het Algemeen Bestuur. Adviezen van de commissie moeten passen binnen de doelstelling van Groenalliantie en haalbaar en betaalbaar zijn. Beheer, onderhoud en exploitatie gebieden Gebiedsbeheer Het product Gebiedsbeheer is gericht op het doen onderhouden van de natuur- en recreatiegebieden en de daarbij behorende beheertaken. Dit product wordt onder verantwoordelijkheid van Staatsbosbeheer uitgevoerd. De voor 2026 geprognosticeerde uitgaven voor groot onderhoud zijn in de begroting vermeld (zie programma 3.1). Het Gebiedsbeheer is gebaseerd op de in 2024 herijkte Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en het Terreinbeheermodel (TBM). Grondpositie en exploitatie Dit product is gericht op actief beheer van de grondpositie en exploitaties. Er wordt constructief meegedacht met (uitbreidings-)wensen van gevestigde of nieuwe partijen, die zo nodig in een (aanvullende) overeenkomst worden vastgelegd. Op toevoeging van andere, nieuwe, commerciële functies wordt niet actief ingezet. Zie verder paragraaf 3.1. 4
Programmabegroting 2026
Toezicht en Handhaving Basisuitgangspunten voor de inzet van Toezicht & Handhaving (“T&H”): - de veiligheid van de gebruikers van de gebieden zo goed mogelijk waarborgen; - de eigendommen van het schap heel houden. De primaire inzet van T&H richt zich bij overtredingen op handhaving in de gebieden. Zie voor aandachtspunten per werkgebied paragraaf 3.1. Activiteiten waar een vergunning, ontheffing of toestemming voor is verleend worden gecontroleerd op naleving van de voorwaarden. Een goede wisselwerking met de boswachters beheer, ecologie en publiek is bij handhaving van groot belang. Een voordeel van de samenwerking met Staatsbosbeheer is, dat deze functies in één team zijn ondergebracht. Uitvoering vindt plaats aan de hand van het Handhavingsplan Staatsbosbeheer – Zuid-Holland. Hierin zijn prioriteiten vastgesteld voor de gebieden van Groenalliantie. Door het toegenomen recreatieve gebruik van de gebieden, maar helaas ook het toegenomen vandalisme is de BOA-capaciteit uitgebreid met 1 fte. Communicatie Het bestuur wordt gefaciliteerd in het vertalen van haar ambities richting het publiek en het op een positieve wijze beïnvloeden van de publieke opinie.
Daarnaast wordt ingezet op de promotie van de recreatiegebieden, de bestaande routenetwerken en andere voorzieningen van Groenalliantie in en om de recreatiegebieden, zodat de bekendheid wordt vergroot, de ontwikkelingen van de kwaliteitsimpuls bekend zijn en het bezoek aan de gebieden wordt gestimuleerd. Hiervoor zullen digitale communicatiemiddelen worden gebruikt, naast bijvoorbeeld advertenties in recreatieve bladen. Centraal hierin staat de boswachter publiek als gezicht van het gebied en aanspreekpunt voor vragen van omwonenden, recreanten, ondernemers, andere gebiedspartijen en media. Daarnaast worden indien relevant ook de communicatiekanalen van Staatsbosbeheer benut, zoals het boswachtersblog. Er zal in de communicatie in 2026 worden ingezet op gebiedseigen thema’s, bijvoorbeeld met excursies of informatieavonden. Doel hiervan is om de gebruikers en omwonenden bewust te maken van hetgeen er in de (vernieuwde) gebieden te beleven en te zien is. Tevens is dit een goede manier om de bezoekers het gevoerde beheer te laten zien en dit uit te kunnen leggen. Gestreefd wordt naar een zo hoog mogelijke mate van zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en herkenbaarheid. De boswachter publiek is hét gezicht naar buiten toe. Ontwikkelingen Met de bezuinigingsopgave in het vooruitzicht kijken wordt kritisch gekeken naar de lopende ontwikkelingsprojecten.
De werkgroep Bezuinigingsopgaaf heeft gekeken naar welke projecten tijdelijk stil gelegd kunnen worden, waarbij onderscheid is gemaakt tussen projecten waarbij uitstel geen grote consequenties heeft en projecten met consequenties op het gebied van veiligheid. In die laatste categorie wordt geadviseerd om het project oeverherstelmaatregelen en het project herstel brug Gouwebos te continueren. Voor een aantal andere projecten is het verstandig te wachten tot de keuze voor een scenario met bezuinigingen is genomen. Dit betreft de projecten entree Loetbos Kerkweg, project verbeteren waterkwaliteit, project versterken biodiversiteit (alleen mogelijk voor moeraszone Reeuwijk) en natuurbelevingspunt Krimpenerhout. 5
Programmabegroting 2026 Financiële samenvatting Exploitatie Door het wegvallen van de provinciale boekjaarsubsidie sluit de begroting 2026 met een tekort van € 1.352.670 na toepassing van een taakstellende bezuinigingsopdracht van € 250.000. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de bijdrage uit de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden. Bij het opstellen van deze conceptbegroting was het aanvraagportaal van de provincie nog niet actief. Het verschil tussen het tekort van € 1.352.670 en de bijdrage uit de nieuwe beheerregeling (PM) zal worden gedekt door een onttrekking voor hetzelfde bedrag uit de egalisatiereserve provinciale bijdrage. Met het oog op de bezuinigingsopgaaf zijn de lasten (met uitzondering van de beheerlasten)niet geïndexeerd maar begroot op reële basis, rekening houdend met de realisatie en trends van voorgaande jaren. De materiele uitgaven voor groot onderhoud zijn wel geïndexeerd met de laatst bekende CPI (2024: 2,4%) in verband met het toetsen van de meerjarige toereikendheid van de voorziening voor groot onderhoud. De reguliere onderhoudslasten worden grotendeels bepaald door de in 2024 afgesloten 3-jarige hygiëne- en gras en waterbestekken. De personeelscomponent (dienstverlening Staatsbosbeheer) is gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst en de daaruit afgeleide uren van de capaciteitsplanning 2025 tegen de afgegeven tarieven 2025.
Meerjarenperspectief Ook voor de jaren 2027 en verder moet rekening worden gehouden met een lagere bijdrage vanuit de provincie. Voor de jaren 2027 en 2028 (voor het restant van de reserve) zal, na aftrek van de effecten van de bezuinigingsopgaaf, voor het resterende tekort een beroep worden gedaan op de egalisatiereserve provinciale bijdrage. Groenalliantie streeft ernaar om vanaf 2029 een structureel sluitende begroting te bewerkstelligen. Vermogenspositie De geprognotiseerde eindstand van de algemene reserve ultimo 2026 bedraagt € 1,1 mln. Dit is de vastgestelde ondergrens voor risico’s en calamiteiten waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen op het niveau C-voldoende uitkomt. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de meerjarenraming en de vermogenspositie.
6
Programmabegroting 2026 2. Uitgangspunten Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wetsaanpassing heeft onder meer gevolgen voor de indieningstermijn van de programmabegroting. De ontwerp-programmabegroting moet op 15 april voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar naar de deelnemers en de provincie Zuid-Holland gestuurd worden. De keuzes die het recreatieschap maakt uit de Producten en Diensten Catalogus van Staatsbosbeheer zijn leidend voor de begroting 2026. Het uitgangspunt voor de programmabegroting 2026 is het bestaande en aanvaarde beleid, zoals vastgelegd in de programmabegroting 2025, de najaarsrapportage 2024, de concept jaarrekening 2024, kredietmutaties en de besluiten van het Algemeen Bestuur tot 1 maart 2025. De opbrengsten uit huren, pachten, e.d. worden conform de actuele contracten bijgesteld. Ook worden eventuele nieuwe (externe) ontwikkelingen (bij bestaand beleid) meegenomen. De begrote onderhoudslasten zijn gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan TBM. Voor de begroting 2026 zijn de toegestane indexen volgens “De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor begrotingen 2026” niet toegepast. Onder meer als tegemoetkoming aan de deelnemers om de bijdragen stabiel te houden en de meerjaren bezuinigingsopgaaf.
De dienstverlening Staatsbosbeheer is gebaseerd op de vanuit de samenwerkingsovereenkomst geraamde ureninzet tegen de afgegeven tarieven 2025. Op basis van het voorzichtigheidsbeginsel, is de indexering niet toegepast op de baten. Voor de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 is geen verdere indexering toegepast. De deelnemersbijdragen komen voor 2026 uit op omgerekend € 7,72 per inwoner (2025: € 7,92). Door geen indexering toe te passen op de deelnemersbijdragen, zoals geadviseerd door de FKGR Hollands-Midden, en de groei van het aantal inwoners, daalt de effectieve bijdrage per inwoner. De begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 moeten, conform de uitgangspunten in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Door het wegvallen van de provinciale boekjaarsubsidie, deels gecompenseerd door de te verwachten baten uit de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden, ontstaat vanaf 2026 een structureel begrotingstekort. Dit wordt voor de jaren 2026-2028 gedekt door de vrijval uit de egalisatiereserve provinciale bijdrage. Inmiddels is de werkgroep ‘Bezuinigingsopgaaf’ gestart om via nieuwe inkomstenbronnen en bezuinigingen op de lasten vanaf 2028 een structureel sluitende begroting te bewerkstelligen.
De begroting 2026 bevat conform voorschriften in het BBV een meerjarenraming. Zie hoofdstuk 5 financiële begroting.
7
Programmabegroting 2026 3. Programma Instandhouding gebieden Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: -
Gebiedsbeheer Maatschappelijke betrokkenheid Plannen maken Bestuursondersteuning Algemene dekkingsmiddelen Projectkredieten Mutatie reserves
3.1.Gebiedsbeheer Door de toepassing van de producten- en dienstencatalogus wordt transparant welke inzet Staatsbosbeheer zal plegen bij de uitvoering van terreinbeheer. Er wordt expliciet zichtbaar gemaakt welke inzet Staatsbosbeheer pleegt ten behoeve van het verwerken van de beheerinformatie, uitvoeren van terreininspecties, ondersteuning van recreatie-, landschaps- en natuurbeheer, inzet van vrijwilligers en betrekken samenleving bij het (natuur)beheer. Ten opzichte van de bestaande situatie is sprake van intensiveren van terreininspecties. Hier geldt dat de kosten voor de baten uitgaan. Gerichter inspecteren moet bijdragen aan verhoging van de betrouwbaarheid van de beheerinformatie en kwaliteit van bestekvoorbereiding en opdrachtverlening bij de uitvoering. 3.1.1. Beheerinformatie Wat willen we bereiken Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in uw terreinen. Wat gaan we er voor doen Meten is weten. Daarom is het van belang dat de beheerinformatie inzichtelijk en op orde is. De koppeling aan een Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan het Terrein Beheer Model maakt data en kosten inzichtelijk, goed te beheren en te vergelijken.
Het gaat hierbij om bijvoorbeeld kaartmateriaal van de huidige en toekomstige inrichting, planningen, geografische gebiedsanalyses en beschrijvingen van kapitaalgoederen zoals wegen en paden, maar ook ‘kunstwerkpaspoorten’ voor bijvoorbeeld bruggen en steigers. 3.1.2. Uitvoeren terreininspecties Wat willen we bereiken Het uitvoeren van inspecties leidt tot actuele, heldere beheerdata. Daarmee kan op de korte termijn de kwaliteit en veiligheid in de gebieden gewaarborgd worden en is op de langere termijn inzicht in de noodzakelijke investeringen. Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties te doen blijft er zicht op de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. Zo kan er tijdig bijgestuurd worden. 8
Programmabegroting 2026 Inspecties stellen in staat dat: - de kwaliteit van het terrein geborgd wordt; - de meerjarenplanningen groot onderhoud actueel gehouden wordt; - de veiligheid in het gebied (beter) gewaarborgd blijft; - er invulling gegeven wordt aan aantoonbaarheid (juridische aansprakelijkheid). 3.1.3. Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Wat willen we bereiken Beoogd wordt een natuurlijke en eigentijdse inrichting van de terreinen, met naast recreatieve mogelijkheden ook aandacht voor landschappelijke kwaliteit en vergroting van de biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Terreinbeheer is continu inspelen op nieuwe wettelijke kaders en op vragen en veranderend gebruik van stakeholders in en om de terreinen. Het is dan ook belangrijk om deze vraagstukken goed te volgen en aanpassingen te onderbouwen en te implementeren in het beheer. Recreatieadviseurs, ecologen en landschapsarchitecten zetten hierbij hun kennis van zowel het recreatiegebruik en de natuur- en landschapswaarden van de gebieden als hun landelijke expertise in, zodat het beheer wordt ingericht vanuit een integraal perspectief. In het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 is veel aandacht voor de natuurwaarden en de biodiversiteit in de natuur- en recreatiegebieden.
Deze natuurwaarden en biodiversiteit staan ook in de gebieden van Groenalliantie onder druk mede door toenemende recreatieve drukte en klimaatverandering. Waar mogelijk gaat Groenalliantie het beheer meer richten op behoud en ontwikkeling van natuurwaarden en biodiversiteit. 3.1.4. Uitvoeren terreinbeheer Wat willen we bereiken Efficiënt en hoogwaardig terreinbeheer levert een duurzaam onderhouden recreatie- en natuurgebied op dat aansluit op de wensen van bezoekers, met faciliteiten die schoon, heel en veilig zijn. Daarnaast draagt het beheer bij aan natuurwaarden en biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Binnen de kaders van wet- en regelgeving en met behoud van de landschappelijke kwaliteit wordt integraal en duurzaam terreinbeheer uitgevoerd. Verder wordt er op basis van Social Return gewerkt; en wordt ervaring in beheer, recreatie en biodiversiteit gedeeld. Uitvoering van het werk gebeurt op basis van het Terrein Beheer Model. Deze systematiek garandeert de kwaliteit van het beheer en maakt vervangingsinvesteringen voor dagelijks en groot onderhoud per jaar inzichtelijk. De meerjarige onderhoudsplanning geeft ook inzicht voor de lange termijn. 3.1.5. Omgevingscommunicatie Wat willen we bereiken Beoogd wordt een brede waardering voor de gebieden, heldere communicatie en samenwerking met belanghebbenden, gezamenlijke verantwoordelijkheid en begrip voor beheermaatregelen.
9
Programmabegroting 2026 Wat gaan we er voor doen Veel mensen voelen zich betrokken bij uw gebieden en willen graag meedenken en bijdragen aan het beheer van terreinen. Goed terreinbeheer betekent dus ook: communicatie en samenwerking met de omgeving en belanghebbenden. Er wordt gebruik gemaakt van diverse vormen van gebieds- en stakeholdercommunicatie, zoals participatie- en informatiebijeenkomsten, woordvoering, en (landelijke) online en offline communicatiekanalen. De boswachters zijn hierbij lokaal aanspreekpunt en monitoren wat er in de omgeving leeft. Uiteraard worden ook landelijke expertise en netwerken ingezet. Groenalliantie en Staatsbosbeheer willen bij omgevingsmanagement nauwer samenwerken. Daarbij zal Staatsbosbeheer de afhandeling van klachten en meldingen zoveel mogelijk zelf blijven verrichten omdat dit rechtstreeks voort komt uit de activiteiten van Staatsbosbeheer. De afstemming over de communicatiestrategie en verrichten van communicatie-uitingen via de diverse kanalen kan na afstemming ook via de deelnemende gemeenten worden uitgevoerd. De aan het schap deelnemende gemeenten en Staatsbosbeheer zullen afspraken over de taakverdeling bij omgevingsmanagement verder uitwerken. 3.1.6. Beheer vastgoed en gronden Bij economisch beheer is een onderscheid gemaakt in vier typen activiteiten: -
Operationeel beheer; Advisering; Aan- en verkopen; Projectgebonden activiteiten.
Onder economisch beheer zijn inbegrepen de inzet voor operationeel beheer, advisering over grondbeleid en aan- en verkopen voor kleinere transacties (< 1 ha). Voor de inzet t.b.v. grotere aan- en verkopen zullen, als die zich aandienen, afzonderlijk voorstellen aan het bestuur worden voorgelegd. Het sluiten van samenwerkings- en exploitatieovereenkomsten en ook de inzet voor tijdelijk beheer worden toegerekend aan de projecten waarvoor die inzet noodzakelijk is. Wat willen we bereiken Professioneel vastgoed- en grondbeheer houdt voor u de (vermogens)positie op orde. U voldoet bovendien aan de rechten en plichten die het eigendom met zich meebrengt. Zorgvuldig en passend medegebruik draagt bij aan het recreatieaanbod én aan structurele inkomsten. Wat gaan we er voor doen De grondpositie (de gronden en vastgoed binnen het werkingsgebied) vormt de basis van elk natuur- en recreatiegebied. Duurzame borging van dit bezit vraagt om zorgvuldig beheer (goed rentmeesterschap). Daarmee wordt invulling gegeven aan verzoeken om medegebruik, bijvoorbeeld door erfpacht- of andere gebruiksovereenkomsten aan te gaan, inclusief de administratieve, financiële en juridische afwikkeling daarvan. Professioneel grond- en vastgoedbeheer is ook financieel van belang: de grond en gebouwen vormen immers uw kapitaal. 3.1.7.
Toezicht en handhaving De dienstverlening met betrekking tot toezicht en handhaving is gericht op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet door het toepassen van gebiedsrisicoanalyses en door gebied overschrijdende aansturing van BOA-capaciteit. 10
Programmabegroting 2026 Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied aan te bieden waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatie- en belevingswaarde hoog. Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving bestaat uit vier onderdelen: - Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; - Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving; - Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (politie, gemeentelijke handhavers); - Vaartoezicht in waterrijke gebieden. De uitvoering van deze onderdelen door boswachters met boa-bevoegdheden, gebeurt regelmatig in overleg met gemeenten en andere toezichthouders. Hierbij wordt ingespeeld op de aard van het gebied en mogelijke probleemsituaties in de terreinen en/of op het water. 3.1.8. Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Wat willen we bereiken De gebieden bieden ruimte voor initiatieven van derden, zorgvuldig getoetst aan de andere belangen voor het terrein. Afspraken met partijen leggen we vast en communiceren we. Wat gaan we er voor doen De gebieden worden regelmatig gebruikt door organisaties en particulieren voor het organiseren van activiteiten en evenementen. Dat is een maatschappelijke meerwaarde! Want naast het beschermen van natuur, zijn ook het beleven en benutten van terreinen belangrijke waarden.
Maar niet alles kan en mag overal. Daarom is het nodig om heldere afspraken te maken over het gebruik van het gebied en de faciliteiten, zeker bij grote bezoekersaantallen. Dit wordt vastgelegd in de vorm van een vergunning (verlening door gemeenten), ontheffing of toestemming. Vanzelfsprekend op basis van de afspraken en doelstellingen die voor een terrein gelden.
3.2.Maatschappelijke betrokkenheid 3.2.1. Vrijwilligers en actief burgerschap Wat willen we bereiken Een zorgvuldige aanpak van vrijwilligerswerk en actief burgerschap leidt tot betrokkenheid, betekenis en plezier bij gebruikers en de omgeving van het gebied. De vrijwilligers werken mee aan excursies, jeugdactiviteiten en terreinbeheer, maar ook helpen zij bij monitoring, toezicht en handhaving en bij vragen, meldingen en klachten van bezoekers. Wat gaan we er voor doen Veel mensen voelen zich betrokken bij de gebieden en zetten zich er graag voor in. ‘Vrijwilligers en actief burgerschap’ is een essentieel product om hen hiervoor op een zorgvuldige, professionele manier ruimte te bieden en terreinen op eigentijdse wijze te beheren. Dat levert kwalitatief hoogstaand gebiedsbeheer op en bovendien draagvlak in de omgeving. 11
Programmabegroting 2026 Het bestaat uit o.a.: - professionele begeleiding inzet van vrijwilligers; - faciliteren en onderhouden van participatiegroepen; - samenwerken met bewonersplatforms, stichtingen en verenigingen.
3.3.Plannen maken Ten laste van dit budget wordt alleen de inzet van capaciteit benodigd voor het opstellen van een bestuursvoorstel gebracht. Dit voorstel heeft als doel het bestuur zich uit te laten spreken of men het gesignaleerde probleem wil oplossen of de kans wil benutten en bereid is daarvoor middelen beschikbaar te stellen. Zo’n voorstel behoort daarom inzicht te geven in welke kosten en opbrengsten aan een vervolg zijn verbonden. Op tal van plekken worden projecten uitgevoerd die moeten bijdragen aan het verbeteren en verder ontwikkelen van het recreatiegebied. Groenalliantie en Staatsbosbeheer vinden het belangrijk dat tijdig een beheertoets (Beheerkostenberekening & Analyses) wordt uitgevoerd. 3.3.1. Plan- en projectvoorbereiding Wat willen we bereiken Beoogd wordt een advies dat de kwaliteiten en potentie van het gebied omschrijft. Onderdeel daarvan is een analyse van (potentiële) bezoekers. Daarnaast bevat het advies aanbevelingen voor mogelijke differentiatie tussen gebieden, beheer en investeringsmaatregelen. Wat gaan we er voor doen Soms is het wenselijk om, voorafgaand aan een ontwikkelplan, te starten met een verkenning. Een ontwikkelplan met stevig draagvlak in de omgeving vraagt immers om grondige voorbereiding.
Als basisinformatie voor een ontwikkelplan (of kleinere aanpassingen) in het gebied wordt een vraaganalyse van bezoek en omgeving gemaakt dat resulteert in een analyse van trends en kansen, en een advies.
3.4.Bestuurlijke ondersteuning 3.4.1. Bestuursproducten 3.4.1.1. Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager is een deskundig aanspreekpunt voor het recreatieschap en een opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten. Wat gaan we er voor doen Met de bestuurlijk-juridische achtergrond en kennis van de organisatie fungeert de accountmanager als sparringpartner voor uw organisatie. Hij is opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten, bewaakt de voortgang van de projecten en werkzaamheden die daaruit voortkomen en informeert u over de voortgang en de eindresultaten.
12
Programmabegroting 2026 3.4.1.2. Bestuursadvies Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris levert een effectieve ondersteuning en advisering van uw bestuur. Wat gaan we er voor doen De bestuurssecretaris is uw expert-sparringpartner. Hij adviseert en begeleidt uw bestuur en andere samenwerkingspartners. Met zijn/haar bestuurlijk-juridische achtergrond heeft hij/zij veel kennis van onder meer gemeenschappelijke regelingen. Hij/zij ondersteunt de uitvoering van bestuurlijke taken en besluitvormingsprocessen en denkt mee over bestuurlijke vraagstukken. Als rechterhand van het bestuur vertaalt de bestuurssecretaris uw besluiten naar concrete afspraken met Staatsbosbeheer. 3.4.1.3. Secretariaat Wat willen we bereiken Het ambtelijk secretariaat zorgt ervoor dat de vergaderingen goed voorbereid en professioneel verlopen, dat de daarbij behorende vergaderstukken tijdig beschikbaar zijn en dat de archivering op orde is. Wat gaan we er voor doen De ambtelijke secretaris verzorgt de planning, organisatie, voorbereiding, verslaglegging en archivering van de bestuursvergaderingen. Met gedegen kennis van bestuurlijk-juridische processen bewaakt de ambtelijk secretaris dat voldaan wordt aan de vereisten en bepalingen die onder meer de Wet Gemeenschappelijke Regelingen stelt. 3.4.1.4.
Subsidie coördinatie In het najaar van 2024 is besloten om gezamenlijk met de andere recreatieschappen middelen uit te trekken voor de inzet van Subsidie coördinatie. Die ondersteunt het onderzoeken en begeleiden van aanvragen voor beschikbare subsidies en fondsen, c.q. het vinden van externe bekostigingsbronnen. 3.4.2. Financiële diensten 3.4.2.1. Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig budgetbeheer. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om de doelen en visie te realiseren voor uw gebieden. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd.
13
Programmabegroting 2026 Er wordt een intern inkoop- en beleidskader opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd, en de verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven. 3.4.2.2. Planning en (project)control Wat willen we bereiken Een Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste. En het geeft daarnaast kader en sturing aan het bestuur en biedt ondersteuning om de doelstellingen te bereiken. Wat gaan we er voor doen Deze P&C begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening. Met ingang van het verslagjaar 2023 is daar de rechtmatigheidsparagraaf bijgekomen. Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C. Met de najaarsrapportage wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt er voor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere wet- en regelgeving. 3.4.3.
Juridische diensten 3.4.3.1. Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, - risico’s en -kosten. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman. Wat gaan we er voor doen Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. 3.4.3.2. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een goede en snelle juridische ondersteuning ter voorkoming en beperking van imagoschade en allerhande risico’s. 14
Programmabegroting 2026 Wat gaan we er voor doen Voor effectief beheer en ontwikkeling van terreinen is een solide juridische basis onmisbaar. Daarom wordt vorm gegeven aan tal van overeenkomsten in het kader van beleid en uitvoering van beheer, waaronder de samenwerking met derden (private en publieke partijen). Dat gebeurt onder andere door adviseren, beoordelen en/of opstellen van overeenkomsten. 3.4.3.3. Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure bespaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Mochten conflicten met derden tot juridische procedures leiden, dan wordt er geprocedeerd als verweerder, eisende partij, gedaagde of belanghebbende en zijn de juristen het aanspreekpunt voor de advocaat. Ook worden collega’s bijgestaan in juridische procedures, bijvoorbeeld als zij slachtoffer zijn van een delict of een ongeval. Als het nodig is, wordt er opgetreden als gemachtigde in een gerechtelijke procedure. 3.4.3.4. WOO-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van WOO-procedures. Wat gaan we er voor doen WOO-verzoeken worden in behandeling genomen.
Ook kan een zienswijze opgesteld worden op een WOO-verzoek dat door derden wordt behandeld en waarin Groenalliantie derdebelanghebbende is. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden.
3.5.Projectkredieten Bij het opstellen van deze conceptbegroting is rekening gehouden met de verwachte onttrekkingen op basis van de lopende kredieten per 31-12-2024 zoals opgenomen in de jaarstukken 2024. Bij de najaarsrapportage 2026 zal een geactualiseerd inzicht worden gegeven inclusief de eventueel vastgestelde aanvragen die ingediend worden voor de komende bestuursvergaderingen.
15
Programmabegroting 2026 3.6. Mutaties reserves Voor de jaren 2024 – 2029 is in onderstaande tabel het verwachte verloop van het eigen vermogen opgenomen. Saldo ALGEMENE RESERVE
Bestemming resultaat
Tussensaldo Verwachte mutaties
31-12-2024 Toevoeging Onttrekking
1-1-2025
2.050.210
2.050.210
500.588
-500.588
Saldo
Herstructurering
Tussensaldo Verwachte mutaties
Prognose
Toevoeging Onttrekking 31-12-2025 Toevoeging Onttrekking 31-12-2026 Toevoeging Onttrekking 31-12-2026 -52.000
1.998.210
-868.971
1.129.239
-1.092.284
1.237.500
-42.799
1.086.440
BESTEMMINGSRESERVES Investeringsreserve Groenalliantie
2.372.784
2.372.784
-43.000
2.329.784
Investeringsreserve Groen voor iedereen
882.817
882.817
-740.000
142.817
142.817
-142.817
Reserve kwaliteitsimpuls recreatiegebieden KW
243.488
243.488
-143.000
100.488
100.488
-100.488
0
1.036.000
1.036.000
-156.000
938.000
938.000
-156.000
847.800
2.746.324
-1.352.670
1.393.654
870.369
-157.660
712.709
2.772.197
-161.340
2.610.857
Reserve Vervangingsinvesteringen Risicoreserve provincie
435.308
Afbouw provinciale bijdrage
998.125
250.294
156.725
250.294
Egalisatiereserve meerjarig onderhoud Afschrijvingsreserve
2.933.537
SUBTOTAAL BESTEMMINGSRESERVES
9.058.782
500.588
TOTAAL RESERVES
11.108.992
58.000
435.308
435.308
1.248.419
1.248.419
1.497.905
407.019
463.350
407.019 2.933.537 0
-161.340
2.772.197
1.237.500
65.800
435.308
0
435.308
9.559.370
58.000
-1.243.340
8.374.030
1.961.255
-1.092.284
9.243.001
65.800
-2.070.975
7.237.827
1.001.176
-500.588 11.609.580
58.000
-1.295.340 10.372.240
1.961.255
-1.961.255 10.372.240
65.800
-2.113.774
8.324.267
Prognose
Verwachte mutaties
Prognose
Verwachte mutaties
Prognose
Verwachte mutaties
Prognose
31-12-2026 Toevoeging Onttrekking 31-12-2027 Toevoeging Onttrekking 31-12-2028 Toevoeging Onttrekking 31-12-2029 ALGEMENE RESERVE
1.086.440
1.086.440
1.086.440
1.086.440
BESTEMMINGSRESERVES Investeringsreserve Groenalliantie
1.237.500
1.237.500
1.237.500
1.237.500
Investeringsreserve Groen voor iedereen
0
0
0
0
Reserve kwaliteitsimpuls recreatiegebieden KW
0
0
0
Reserve Vervangingsinvesteringen Risicoreserve provincie Afbouw provinciale bijdrage Egalisatiereserve meerjarig onderhoud
847.800
65.800
913.600
435.308
65.800
979.400
435.308
0 65.800
1.045.200
435.308
1.393.654
-1.078.330
315.324
-315.324
0
712.709
-222.000
490.709
-222.000
268.709
435.308 0 -222.000
46.709
Afschrijvingsreserve
2.610.857
-161.340
2.449.517
-161.340
2.288.177
-161.340
2.126.837
SUBTOTAAL BESTEMMINGSRESERVES
7.237.827
65.800
-1.461.670
5.841.957
65.800
-698.664
5.209.093
65.800
-383.340
4.891.553
TOTAAL RESERVES
8.324.267
65.800
-1.461.670
6.928.397
65.800
-698.664
6.295.533
65.800
-383.340
5.977.993
Algemene reserve De onttrekkingen van de verwachte mutaties 2025 en 2026 zijn gebaseerd op het saldo van de lopende kredieten per 31-12- 2024. De onttrekking vanuit de herstructurering betreft het vrije gedeelte van de algemene reserve. Dit vrije gedeelte wordt als directe vermogensmutatie toegevoegd aan de egalisatiereserve provinciale bijdrage en voor een deel aan de egalisatiereserve meerjarig onderhoud. Investeringsreserve Groenalliantie De onttrekkingen van de verwachte mutaties 2025 en 2026 zijn gebaseerd op het saldo van de lopende kredieten per 31-12-2024. De onttrekking vanuit de herstructurering betreft het vrije gedeelte van de reserve. Dit vrije gedeelte wordt als directe vermogensmutatie toegevoegd aan de egalisatiereserve provinciale bijdrage. Het saldo per 31-12-2026 blijft voorlopig beschikbaar voor de financiering van toekomstige project- en investeringskredieten. Investeringsreserve Groen voor iedereen De onttrekkingen van de verwachte mutaties 2025 en 2026 zijn gebaseerd op het saldo van de lopende kredieten per 31-12-2024. Ultimo 2026 zal de reserve zijn uitgeput. In verband met de lagere provinciale bijdrage en de bezuinigingsopgaaf zijn de ontwikkelingsambities voorlopig naar beneden bijgesteld.
16
Programmabegroting 2026 Reserve kwaliteitsimpuls recreatiegebieden Krimpenerwaard Deze reserve is ingezet voor de gedeeltelijke financiering van het projectkrediet Oeverherstel Krimpenerwaard en Reeuwijkse plassen. Reserve Vervangingsinvesteringen Deze reserve is bedoeld om toekomstige vervangingen van bruggen en steigers met een investering van meer dan € 50.000 te financieren. Provinciale reserves Vanuit de boekjaarsubsidieregeling is door PZH vastgesteld dat van het positieve resultaat een deel naar rato van de inbreng van de provincie verbijzonderd wordt onder het eigen vermogen. In afwachting van de definitieve vaststelling zijn de toevoegingen aan de provinciale reserves vanuit het overschot 2024 (raming € 250.000) al in het overzicht verwerkt. Het aandeel van de provincie is in de volgende afzonderlijke reserves verwerkt: Provinciale risicoreserve Met de toevoeging van € 36.015 vanuit de resultaatbestemming 2023 is het maximum van de toegestane reservestand bereikt. Het restant van het aandeel van de provincie in het resultaat over 2023 is toegevoegd aan de egalisatiereserve provinciale bijdrage en de egalisatiereserve meerjarig onderhoud. De provinciale risicoreserve maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen. Het saldo is volledig toe te rekenen aan het aandeel van de provincie.
Egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage Deze reserve is in overeenstemming met de provincie gevormd om de verwachte tekorten voor meerdere jaren te kunnen opvangen en om Groenalliantie de gelegenheid te bieden in de tussentijd de begroting weer structureel op orde te krijgen. Het aan de provincie toe te rekenen deel bedraagt € 598.125. Egalisatiereserve meerjarig onderhoud Deze reserve is in overeenstemming met de provincie gevormd om de verwachte extra kosten voor groot en regulier onderhoud te dekken als gevolg van nieuwe projecten en investeringen en met het oog op de verwachte tekorten vanaf 2026. Het aan de provincie toe te rekenen deel bedraagt € 360.310. Afschrijvingsreserve De afschrijvingsreserve dekt toekomstige afschrijvingslasten van materiele activa met maatschappelijk nut. De afschrijvingsreserve wordt gevoed bij activering van projecten door overheveling vanuit de investeringsreserve. De jaarlijkse onttrekking betreft de reële afschrijvingslast in dat jaar.
17
Programmabegroting 2026 3.7.Wat gaat het kosten Lasten
Programma instandhouding gebieden
Realisatie 2024
Baten Concept Begroting 2026
Begroting 2025
Realisatie 2024
Saldo Concept Begroting 2026
Begroting 2025
Realisatie 2024
Concept Begroting 2026
Begroting 2025
Personeel
986.737
1.212.600
1.076.000
0
0
0
986.737
1.212.600
1.076.000
Materieel
2.460.400
2.577.300
2.750.170
-565.423
-554.000
-571.000
1.894.976
2.023.300
2.179.170
Gebiedsbeheer
3.447.137
3.789.900
3.826.170
-565.423
-554.000
-571.000
2.881.713
3.235.900
3.255.170
Personeel
42.453
59.000
49.000
0
0
0
42.453
59.000
49.000
Maatschappelijke betrokkenheid
42.453
59.000
49.000
0
0
0
42.453
59.000
49.000
Personeel
66.888
71.000
70.000
0
0
0
66.888
71.000
70.000
Materieel
59
0
0
0
0
0
59
0
0
Plannen maken
66.947
71.000
70.000
0
0
0
66.947
71.000
70.000
Personeel
197.460
225.000
200.000
0
0
0
197.460
225.000
200.000
Materieel
17.878
2.000
29.500
0
0
0
17.878
2.000
29.500
Bestuurlijke diensten
215.338
227.000
229.500
0
0
0
215.338
227.000
229.500
Personeel
217.883
203.000
205.000
0
0
0
217.883
203.000
205.000
Materieel
51.439
32.500
37.500
0
0
0
51.439
32.500
37.500
Financiële diensten
269.321
235.500
242.500
0
0
0
269.321
235.500
242.500
Personeel
4.763
12.000
12.000
0
0
0
4.763
12.000
12.000
Materieel
0
1.600
1.000
0
0
0
0
1.600
1.000
Juridische diensten
4.763
13.600
13.000
0
0
0
4.763
13.600
13.000
489.422
476.100
485.000
0
0
0
489.422
476.100
485.000
Bijdragen
0
0
0
-3.541.403
-3.448.000
-1.803.300
-3.541.403
-3.448.000
-1.803.300
Algemene middelen
0
0
0
-3.894.895
-3.768.000
-2.003.300
-3.894.895
-3.768.000
-2.003.300
4.045.959
4.396.000
4.430.170
-4.460.319
-4.322.000
-2.574.300
-414.360
74.000
1.855.870
124.692
0
442.104
-13.856
0
0
110.836
0
442.104
4.170.650
4.396.000
4.872.274
-4.474.175
-4.322.000
-2.574.300
-303.524
74.000
2.297.974
58.000
58.000
65.800
-255.064
-132.000
-2.113.774
-197.064
-74.000
-2.047.974
4.228.650
4.454.000
4.938.074
-4.729.239
-4.454.000
-4.688.074
-500.588
0
250.000
Totaal Bestuursondersteuning
Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal Projectkredieten Saldo van Baten en Lasten Totaal Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat Taakstellende bezuiniging Saldo
-125.000 4.228.650
4.454.000
4.813.074
-125.000 -4.729.239
-4.454.000
-4.813.074
-250.000 -500.588
0
0
18
Programmabegroting 2026 | Bijlagen 4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het schap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd/ ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Risicoanalyse Risico’s
1.
2. 3.
4.
5.
Aard van het risico
Onzekerheid over de Geraamde tekorten bijdrage uit de nieuwe begrotingsjaren 2028 en beheerregeling 2029. recreatieschappen Niet voldoen aan de Blijvend structureel bezuinigingsopgaaf begrotingstekort. Renterisico’s De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. Specifieke risico’s op In de bedrijfsvoering van projecten, inkoop, het recreatieschap bijdragen derden etc. kunnen zich risico’s voordoen op specifieke onderdelen. Dit kunnen ook risico’s betreffen m.b.t. subsidies. Niet gekwantificeerde Hier wordt uitgegaan van risico's 2% van de structurele inkomsten.
Financiële omvang risico
Impact (meerjarig)
€ 1,2 mln.
Kans van optreden* H/M/L H
p.m.
M
p.m.
n.v.t.
n.v.t.
€0
Niet kwantificeerbaar
L
€0
€ 64.000
n.v.t.
€ 64.000
€ 1,2 mln.
19
Programmabegroting 2026 | Bijlagen *De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
Risico 1: Geraamde tekorten begrotingsjaren 2028 en 2029 Op het moment van opmaken van de meerjarenbegroting 2026 – 2029 (maart 2025) is het aanvraagportaal van de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden Zuid-Holland nog niet operationeel. Dit betekent dat er geen onderbouwde berekening gemaakt kan worden van de te verwachten bijdrage uit deze nieuwe beheerregeling. In de voorgaande meerjarenbegrotingen is uitgegaan van een grove benadering van € 600.000 op jaarbasis. Voor de meerjarenbegroting 2026 zijn vooralsnog geen bijdragen opgenomen. Voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 kan het hierdoor ontstane tekort nog opgevangen worden door enerzijds een onttrekking uit de daartoe gevormde egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage en anderzijds de taakstellende bezuinigingen 2026-2029. Het opgenomen bedrag van € 1,2 mln. betreft de niet gedekte tekorten van de begrotingsjaren 2028 en 2029. De verwachting is wel dat de bijdragen uit de nieuwe beheerregeling de tekorten minimaal zullen compenseren. Voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 betekent dit dat er minder beroep hoeft te worden gedaan op de egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage. Risico 2: Blijvend structureel begrotingstekort Vanuit wet- en regelgeving (BBV, toezichthouder PZH) hoort de begroting structureel in evenwicht te zijn. Dit betekent dat de structurele lasten gedekt moeten zijn door de structurele baten.
Groenalliantie heeft hiertoe een werkgroep ‘Bezuinigingsopgaaf’ gevormd om ervoor te zorgen dat vanaf begrotingsjaren 2028-2029 de begroting weer structureel in evenwicht is. Indien er geen structureel sluitende begroting kan worden bereikt dan komt volgens artikel 38 lid 2 van de Gemeenschappelijke regeling van Groenalliantie een eventueel nadelig exploitatiesaldo ten laste van de deelnemende gemeenten. Het risico voor Groenalliantie is daarom ‘p.m.’ opgenomen. Risico 4: Niet gekwantificeerde risico’s Hier wordt uitgegaan van 2% van de structurele inkomsten. Voor dit beleid volgt het schap het rijksbeleid voor gemeenten. Het rijk stelt voor gemeenten de minimale buffer van de algemene reserve op 2% van de som van de structurele inkomsten. Dit bedrag is daarmee het minimaal gewenste/benodigde weerstandsvermogen voor niet gekwantificeerde risico's. Ratio Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen wordt berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Het Weerstandsvermogen ultimo 2026 (zie 3.6 Mutaties reserves) bestaat uit de Algemene reserve (€ 1,1 mln.) en de Risicoreserve (€ 0,4 mln.) en bedraagt € 1,5 mln. De gekwantificeerde risico’s bedragen € 1,3 mln. Daarmee is de ratio van het Weerstandsvermogen 1,2.
Dit komt overeen met waarderingscijfer C en voldoet daarmee aan de beleidsuitgangspunten van de nota Weerstandsvermogen (minimaal 1,0). Kengetallen BBV In het BBV (=financiële regelgeving voor gemeenten, provincies, Gemeenschappelijke Regelingen) staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen.
20
Programmabegroting 2026 | Bijlagen Normen: Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht ( 0 of positief). De kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen netto schuldquote solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte
Begroting 2026 -246% 78% -6%
Begroting 2027 -183% 76% -13%
Begroting 2028 -165% 76% -42%
Begroting 2029 -148% 77% -56%
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Door een deel van de vrije reserves in te zetten om de tekorten te dekken is de solvabiliteitsratio ten opzichte van voorgaande jaren teruggezakt, maar nog altijd hoger dan 50%. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten. Door het wegvallen van de boekjaarsubsidie en de onzekerheid m.b.t. de bijdrage uit de nieuwe beheerregeling ontstaat een structureel begrotingstekort.
4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. 21
Programmabegroting 2026 | Bijlagen Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de Voorziening verantwoord. Jaarlijks worden de geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. Onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud zien voor de komende jaren. Meerjarenverloop Saldo 1 januari Bij: Dotaties Af: onttrekkingen inclusief opslagen Saldo 31 december
Realisatie Planning--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------> 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 1.898.923 2.159.569 1.770.937 1.795.932 1.580.538 1.766.216 1.202.972 927.739 712.896 778.912 367.393 1.101.000 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 1.273.890 840.354 1.662.523 1.248.895 1.489.284 1.088.212 1.837.134 1.549.123 1.488.734 1.207.874 1.685.409 1.126.924 2.159.569 1.770.937 1.795.932 1.580.538 1.766.216 1.202.972 927.739 712.896 778.912 367.393 514.359
De onttrekking vanaf 2025 is inclusief de vanuit 2024 doorgeschoven groot onderhoud werken. Door de herijking van het Terrein Beheer Model ontstond vanaf 2033 een fors negatief saldo. Door het ophogen van de dotatie met € 132.150 vanaf 2025 is de voorziening voor de komende 20 jaar weer toereikend. De meerjarenplanning Groot Onderhoud biedt voor de komende jaren ook inzicht in de fluctuaties van de geplande lasten. Dit inzicht in de werkvoorraad stelt de organisatie in staat ruim op tijd op de benodigde capaciteit te sturen.
4.3 Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Bij Groenalliantie wordt voldaan aan de kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. Renterisiconorm De renterisiconorm is voor Groenalliantie niet van toepassing, aangezien er geen sprake is van opgenomen geldleningen. Ook voor de komende 4 jaren worden geen geldleningen verwacht. Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor Groenalliantie zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. 22
Programmabegroting 2026 | Bijlagen 4.4
Grondbeleid
Binnen het bestaande grondbeleid staan de volgende uitgangspunten centraal: - Grond is een middel en geen doel; - Bij en met de inzet van grond wordt financiële optimalisatie nagestreefd; - Bij en met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht; - Hoewel Groenalliantie zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen – actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie; - Groenalliantie werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen; - Groenalliantie zet in op risicomanagement dat past bij het specifieke risicoprofiel. Daarbij geldt dat Groenalliantie in beginsel niet risicodragend deelneemt in gebieds- en vastgoedontwikkelingen en niet zelf grond- of opstalexploitaties voert en; - Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform. Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten.
4.5
Bedrijfsvoering
Groenalliantie is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. De samenwerking loopt nog tot en met 2025. In 2024 is een evaluatie uitgevoerd over de samenwerking tussen Staatsbosbeheer en Groenalliantie. De intentie is om de samenwerking voort te zetten. Bij de samenwerkingsovereenkomst hoort een volmacht- en mandaatlijst. De personele component van de dienstverlening door Staatsbosbeheer in 2026 blijkt uit de volgende tabel.
23
Programmabegroting 2026 | Bijlagen Dienstverlening Staatsbosbeheer Deelproducten Beheerinformatie Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Uitvoeren en begeleiding Terreinbeheer Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Gebiedsbeheer
Realisatie 2024 Begroting 2025
Begroting 2026
62.764 147.966 11.210 223.800 162.920 93.427 264.589 20.060 986.737
53.000 111.000 11.000 345.600 186.000 101.000 383.000 22.000 1.212.600
96.000 101.000 12.000 275.000 170.000 100.000 300.000 22.000 1.076.000
Vrijwilligers en actief burgerschap Maatschappelijke betrokkenheid
42.453 42.453
59.000 59.000
49.000 49.000
Voorbereiden programma's en projectmanagement Plannen maken
66.888 66.888
71.000 71.000
70.000 70.000
Bestuurlijke diensten Financiële diensten Juridische diensten Ondersteuning
197.460 217.883 4.763 420.106
225.000 203.000 12.000 440.000
200.000 205.000 12.000 417.000
1.516.183
1.782.600
1.612.000
Totaal personele lasten
De personeelscomponent (dienstverlening Staatsbosbeheer) is gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst en de daaruit afgeleide uren van de capaciteitsplanning 2025 tegen de afgegeven tarieven 2025. Met het oog op de bezuinigingsopgaaf zijn de lasten niet geïndexeerd maar begroot op reële basis, rekening houdend met de realisatie en trends van voorgaande jaren. Het is de intentie om in 2025 te komen tot verlenging van de samenwerking. De dienstverleningscomponent zal dan gebaseerd worden op de nieuwe samenwerkingsovereenkomst in combinatie met de product-dienstencatalogus. Bij de Najaarsrapportage 2026 kan bepaald worden of alsnog bijstelling nodig is.
24
Programmabegroting 2026 | Bijlagen 5. Financiële begroting Staat van baten en lasten over 2026 Lasten
Programma instandhouding gebieden
Baten
Saldo
Concept Begroting Concept Begroting Concept Begroting 2026 2026 2026
Personeel
1.076.000
0
1.076.000
Materieel
2.750.170
-571.000
2.179.170
Gebiedsbeheer
3.826.170
-571.000
3.255.170
Personeel
49.000
0
49.000
Maatschappelijke betrokkenheid
49.000
0
49.000
Personeel
70.000
0
70.000
Materieel
0
0
0
Plannen maken
70.000
0
70.000
Personeel
200.000
0
200.000
Materieel
29.500
0
29.500
Bestuurlijke diensten
229.500
0
229.500
Personeel
205.000
0
205.000
Materieel
37.500
0
37.500
Financiële diensten
242.500
0
242.500
Personeel
12.000
0
12.000
Materieel
1.000
0
1.000
Juridische diensten
13.000
0
13.000
Totaal Bestuursondersteuning
485.000
0
485.000
Rentebaten
0
-200.000
-200.000
Bijdragen
0
-1.803.300
-1.803.300
Algemene middelen
0
-2.003.300
-2.003.300
4.430.170
-2.574.300
1.855.870
442.104
0
442.104
4.872.274
-2.574.300
2.297.974
Totaal Mutatie reserves
65.800
-2.113.774
-2.047.974
Gerealiseerd resultaat
4.938.074
-4.688.074
250.000
Taakstellende bezuiniging
-125.000
-125.000
-250.000
Saldo
4.813.074
-4.813.074
0
Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal Projectkredieten Saldo van Baten en Lasten
25
Programmabegroting 2026 | Bijlagen Meerjarenbegroting
De tekorten over 2026 en 2027 worden opgevangen door de onttrekking uit de vrije egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage en de taakstellende bezuiniging. Voor 2028 en 2029 lukt dit niet meer. De verwachting is dat de bijdragen uit de nieuwe beheerregeling de tekorten minimaal zullen compenseren. Voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 betekent dit dat er minder beroep hoeft te worden gedaan op de egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage. Algemene middelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en de bijdrage uit de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden Zuid-Holland. Recreatieschap Groenalliantie Algemene middelen
Begroting 2026
Begroting 2025
Realisatie 2024
Totaal deelnemersbijdragen Provinciale boekjaarsubsidie Nieuwe beheerregeling recreatiegebieden
1.803.300 100% 0 0% pm 0% 1.803.300
1.803.300 52% 1.644.700 48% 0 0% 3.448.000
1.803.300 51% 1.738.103 49% 0 0% 3.541.403
Totaal bijdragen
Omdat bij het opstellen van deze conceptbegroting het aanvraagportaal van de provincie nog niet actief was is er nog geen bedrag opgenomen voor de nieuwe beheerregeling.
26
Programmabegroting 2026 | Bijlagen De verdeling over de deelnemende gemeenten is als volgt: Recreatieschap Groenalliantie Deelnemersbijdragen
Begroting 2026
Gemeente Krimpen a/d IJssel Gemeente Krimpenerwaard Gemeente Gouda Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gemeente Waddinxveen
233.000 452.000 586.900 283.200 248.200 1.803.300
Totaal deelnemersbijdragen
Begroting 2025 13% 25% 33% 16% 14%
233.000 452.000 586.900 283.200 248.200 1.803.300
Realisatie 2024 13% 25% 33% 16% 14%
233.000 452.000 586.900 283.200 248.200 1.803.300
13% 25% 33% 16% 14%
In de FKGR indexbrief voor de begroting 2026 is opgeroepen tot een bezuiniging van 6% voor de aangesloten gemeenschappelijke regelingen. Omdat over de begrotingsjaren 2024 en 2025 geen indexatie is toegepast, mede met het oog op het zgn. ravijnjaar, ziet het Bestuur af van een verdere verlaging met nog eens 6%. Meerjarenbalans Bedragen * € 1.000