3. BSGR conceptbegroting 2026-2029
Tekst van het document
Begroting 2026 - 2029
Begroting 2026-2029
2
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Opbouw meerjarenbegroting ................................................................................................................... 4 Indeling programmabegroting ............................................................................................................. 4 Beleidsbegroting ................................................................................................................................. 4 Programmaplan ....................................................................................................................................... 6 Dienstverlening naar inwoners en bedrijven ....................................................................................... 6 Financieel beleid ................................................................................................................................. 7 Programma 1: Heffen ........................................................................................................................ 10 Programma 2: Informatie & Inning ....................................................................................................
12 Programma 3: Waarderen ................................................................................................................. 16 Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) ...................................................................... 20 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................ 23 Paragrafen ............................................................................................................................................. 24 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................................................... 24 Financiering & treasury ..................................................................................................................... 27 Verplichte kengetallen ....................................................................................................................... 28 Paragraaf bedrijfsvoering .................................................................................................................. 29 Financiële begroting ..............................................................................................................................
30 Inleiding ............................................................................................................................................. 30 Overzicht Baten en lasten ................................................................................................................. 31 Geprognosticeerde Balans ................................................................................................................ 33 Meerjaren-investeringsplanning ........................................................................................................ 33 Overzicht reserves en voorzieningen ................................................................................................ 33 BTW Compensatie ............................................................................................................................ 34 Bijlage 1: Overzicht baten en lasten 2026 conform Iv3 matrix .............................................................. 35 Bijlage 2: Kerngegevens........................................................................................................................ 36 Bijlage 3: Deelnemersbijdragen 2026 - 2029 ........................................................................................ 37 Bijlage 4: Taakvelden 2026-2029 o.b.v. KPC 2024 .............................................................................. 38
Begroting 2026-2029
3
Inleiding Voor u ligt het voorstel voor de begroting 2026-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Eerder is de Kaderbrief 2026 waarin de uitgangspunten voor de begroting 2026-2029 zijn weergegeven vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De ontwerpbegroting wordt in april 2025 aan de gemeenteraden en de Verenigde Vergadering van onze deelnemers voorgelegd via een zienswijze procedure, zodat zij in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van BSGR. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bekijkt de BSGR of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de begroting 2026-2029 in september 2025 worden de afspraken, over wat de BSGR wil bereiken, welke diensten er worden geleverd en wat dit mag kosten, definitief gemaakt. De vastgestelde begroting en de zienswijzen worden ter kennisname van Provinciale Staten van ZuidHolland gebracht. De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de op- en neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2026, voor wat betreft de begrotingsjaren 2026 tot en met 2029.
De geadviseerde indexering van de deelnemersbijdrage 2026 ten opzichte van 2025 is een waardevaste indexering voor lonen en prijzen, waarbij de indexering voor 2026 gecorrigeerd is met ontwikkelingen in de jaren 2024 tot en met 2025, zoals is aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2024. Het stijgingspercentage is voor lonen 2,1% (inclusief een gecorrigeerde indexering van -1,4%) en prijzen 2,7% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,5%). Daarnaast wordt voor het begrotingsjaar 2026 door de krimp van het gemeentefonds een uniforme taakstelling opgelegd voor alle gemeenschappelijke regelingen van 6%. Binnen het Algemeen Bestuur zijn mogelijke bezuinigingen om aan deze taakstelling te voldoen besproken. Doordat bezuinigingen enkel doorgevoerd kunnen worden op gemeentelijke taken, vanwege de wens van Rijnland dat er geen bezuinigingen doorgevoerd worden op de taken van het Hoogheemraadschap, is de invulling van de taakstelling van 6% voor de BSGR zeer gecompliceerd en nagenoeg onmogelijk, mede omdat er sprake is van een gecombineerde aanslagoplegging.
Gelet op de complexiteit van deze bezuinigingsopdracht binnen de BSGR, met zeer hoge financiële risico's en impact op de kwaliteit en tijdigheid van de aanslagoplegging van HHR, heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het doorvoeren van een bezuiniging van 100K op jaarbasis die wordt gerealiseerd door het beperken van de huur van het aantal vierkante meter kantoorruimte. Daarbovenop is voor de programma’s Heffen, Innen en Waarderen de areaaluitbreiding meegenomen, zoals vastgesteld in het AB van 6 maart 2025. De meerjarenbegroting bestaat uit het hoofdstuk opbouw meerjarenbegroting waarin de kaders van de begroting uiteen worden gezet, een hoofdstuk waarin het programmaplan nader wordt uitgewerkt met specificering naar de individuele programma’s, de paragrafen waarin een toelichting wordt gegeven op de aanwezige risico’s en bedrijfsvoeringelementen en afsluitend de financiële begroting naar economische kostencategorieën. In bijlage 3 wordt de deelnemersbijdrage 2026-2029 gepresenteerd. De begroting 2026-2029 is opgesteld conform de door het Algemeen Bestuur op 6 maart 2025 vastgestelde Kaderbrief 2026.
Begroting 2026-2029
4
Opbouw meerjarenbegroting Indeling programmabegroting De programmabegroting bestaat uit verschillende onderdelen, die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) door het Rijk zijn vastgesteld. Het zijn de beleidsbegroting, met daarin het programmaplan, de paragrafen en de financiële begroting. De verschillende onderdelen worden hieronder beschreven. Beleidsbegroting 1. Programmaplan In de begroting zijn de werkzaamheden van de Belastingsamenwerking verdeeld over vier programma’s namelijk: programma 1 – Heffen programma 2 – Informatie & Inning programma 3 – Waarderen programma 4 – Bedrijfsvoering (voorheen Overhead) Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. x € 1.000
Bestaande programma-indeling met verantwoording overhead Gewijzigde Jaarrekening Primaire Begroting begroting 2024 begroting 2025 2026 maart 2025 2.129 2.358 2.358 2.476 2.828 3.142 2.970 3.103 5.766 4.504 4.779 4.641 5.804 5.877 6.177 5.976 0 109 109 109 16.527 15.989 16.392 16.304
Lasten Programma Heffen Programma Informatie & Inning Programma Waarderen Programma Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Lasten Baten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead Algemene dekking en onvoorzien Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Saldo mutaties reserves Resultaat na bestemming
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.476 3.103 4.641 5.791 109 16.119
2.476 3.103 4.641 5.787 109 16.115
2.476 3.103 4.641 5.780 109 16.108
-2.129 -2.828 -5.466 -5.804 -576 -16.802 -276
-2.358 -3.142 -4.504 -5.877 -109 -15.989 0
-2.358 -2.970 -4.504 -5.877 -109 -15.817 576
-2.476 -3.103 -4.641 -5.976 -109 -16.304 0
-2.476 -3.103 -4.641 -5.791 -109 -16.119 0
-2.476 -3.103 -4.641 -5.787 -109 -16.115 0
-2.476 -3.103 -4.641 -5.780 -109 -16.108 0
-300 300 -300 -300 -576
0 0 0 0 0
-576 576 -576 -576 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
De indeling per programma is gelijk. In elk programma wordt antwoord gegeven op de ‘3W-vragen’: 1. Wat willen we bereiken aan maatschappelijke effecten? 2. Wat gaan we daarvoor doen? 3. Wat gaat dat kosten? Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, zullen de maatschappelijke effecten zich vooral vertalen in de te verwachten productie die voor de deelnemers gedraaid zal worden en de kwaliteit van die productie. Bij de ontwikkeling van besturingsinstrumentarium zijn de deelnemers betrokken. De sturingselementen zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.
Begroting 2026-2029
5
De kosten van een programma worden weergegeven door middel van een tabel, waarin een aantal wettelijk voorgeschreven elementen verwerkt zijn: a. per programma c.q. productgroep de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het geraamde resultaat voor bestemming; c. de mutaties in de reserves per programma (een + is een storting, een – is een onttrekking); d. het geraamde resultaat na bestemming volgend uit de onderdelen b. en c. De tabel is opgebouwd uit jaarschijven. Aanmerkelijke verschillen tussen de verschillende jaarschijven worden toegelicht. In de Regeling financieel beheer is opgenomen dat in de begroting een overzicht gegeven wordt van de producten, respectievelijk diensten en de daarmee samenhangende baten en lasten. Voor deze begroting wordt volstaan met de opmerking dat de programma-indeling overeenstemt met het productenoverzicht. Paragrafen In de paragrafen wordt aandacht besteed aan een aantal financiële en bedrijfsmatige onderwerpen die dwars door het beleid van de programma’s heen lopen. De onderwerpen – die het Rijk vanaf 2004 in de programmabegroting verplicht stelt en welke van toepassing zijn op de BSGR zijn: ➢ de bedrijfsvoering; ➢ het weerstandsvermogen (de mate waarin tegenvallers financieel kunnen worden opgevangen); ➢ financiering (lenen en uitzetten van geld). 2.
Financiële begroting In de financiële begroting wordt de financiële positie van de BSGR toegelicht en een meerjarig overzicht van inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) gegeven. Daarnaast bevat dit onderdeel de investeringsplanning en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Op basis van de te verwachten ontwikkelingen wordt er in maart 2025 een begrotingswijziging over 2025 aangeboden. Bij de besluitvorming over de jaarrekening 2024 zal aan het bestuur worden voorgesteld om € 275K van het resultaat ten gunste te brengen van een nieuw te vormen bestemmingsreserve ‘proceskosten afhandeling WOZ-bezwaren 2024’. Reden hiervoor is dat een deel van de proceskostenvergoedingen WOZ-bezwaren 2024 ten laste zal komen van boekjaar 2025. Daarnaast stelt de BSGR voor om het restant van € 301K te doteren aan een andere nieuwe bestemmingsreserve ten behoeve van de inhuur van een kwartiermaker die alle digitale ontwikkelingen op zowel nationaal als internationaal niveau en de consequenties hiervan voor de BSGR in kaart brengt, waar, zoals eerder door het bestuur geaccordeerd, naar schatting drie ton voor benodigd zal zijn.
Begroting 2026-2029
6
Programmaplan Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert. Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze type 2 kwalificatie. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Certificering is daarmee een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft. De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijs-kwaliteitsniveau.
Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken. Personeel met kennis van lokale belastingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties onder druk zet. In 2024 heeft Berenschot een onderzoek uitgevoerd naar potentiële samenwerkingspartners die voor de BSGR mogelijkheden bieden voor nauwere samenwerking. Door middel van een nadere verkenning zal in 2025 worden onderzocht welke mogelijkheden dit biedt voor de BSGR met het oog op het vergroten van de continuïteit en robuustheid. In dit onderzoek is tevens onderzocht of de BSGR met de huidige formatie voldoende is toegerust om op de ontwikkelingen op het gebied van Informatiebeveiliging en Informatietechnologie in te spelen. Samenwerking met andere belastingkantoren kan gelet op bovenstaande niet alleen kostenvoordelen bieden maar ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het beheersbaar houden van de interne organisatie. Naast samenwerking is uitbreiding van het deelnemersbestand een mogelijkheid om het huidige kostenniveau (grotendeels) te handhaven en een mogelijke sterke stijging van kosten op de langere termijn te dempen.
Voor de BSGR is een gecontroleerd en beheerst proces van toetreding belangrijk. Nieuwe deelnemers treden ‘schoon door de poort’ toe, wat betekent dat nieuwe deelnemers hun bestanden op orde hebben, er geen achterstanden zijn en de eisen van de Waarderingskamer op terrein van toezicht geabsorbeerd zijn of kunnen worden. De BSGR blijft hierbij een herkenbare eigen organisatie. Dienstverlening naar inwoners en bedrijven In 2019 heeft de BSGR met haar deelnemers een geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten (tekst vastgesteld door het dagelijks bestuur van de BSGR op 21 maart 2019). In de DVO zijn met de deelnemers afspraken gemaakt over de dienstverlening van de BSGR. Enerzijds naar de deelnemers zelf (wat mogen de deelnemers zelf van de BSGR verwachten) en anderzijds naar de inwoners en bedrijven van het verzorgingsgebied (wat mogen zij, op basis van afspraken tussen de deelnemer en de BSGR, verwachten). De BSGR wil in samenspraak met de deelnemers bezien in hoeverre de tekst van de DVO-aanpassing behoeft op basis van de vigerende wetgeving, de, naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, aangepaste tekst van de gemeenschappelijke regeling en de aan de BSGR ter beschikking staande middelen, zowel in personele als financiële zin.
Begroting 2026-2029
7
Daarnaast wordt ook nog in andere regelingen, zoals het Besluit gegevensverstrekking, invulling gegeven aan de dienstverlening naar de deelnemers. De hierin vastgelegde gegevensleveringen zijn eerder gezamenlijk met de deelnemers besproken. In 2024 is besloten dit besluit om het jaar te evalueren. Dat wil zeggen dat er in de loop van 2026 opnieuw met de deelnemers zal worden bezien in hoeverre dit besluit aanpassing behoeft, daarbij rekening houdend met geldende wet- en regelgeving. Voor wat betreft de dienstverlening naar inwoners en bedrijven is deze in de DVO geconcretiseerd in afspraken over kwaliteitsaspecten. Hierover wordt twee keer per jaar aan de deelnemers gerapporteerd te weten in de 8-maandsrapportage en de jaarlijkse belastingrapportage. In de afgelopen jaren heeft de BSGR al op verschillende manieren de dienstverlening naar de inwoners en bedrijven verbeterd en/of uitgebreid op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en betalingsmogelijkheden. Daarnaast zal de BSGR, daar waar mogelijk binnen de wettelijke, technische en financiële kaders, blijven streven naar een verdere verbetering van haar service aan haar klanten.
Alhoewel de BSGR continu zal blijven zoeken naar mogelijkheden om haar dienstverlening te verbeteren, wordt hierbij wel uitdrukkelijk de kanttekening geplaatst dat bij eventuele begrotingstekorten in de komende jaren het juist de dienstverlening zal zijn die ‘geraakt’ wordt. Dit wordt veroorzaakt doordat de BSGR voornamelijk wettelijke taken uitvoert waarop, gezien het al zeer lage kostenniveau van de BSGR en de steeds verder toenemende druk van strengere wettelijke eisen o.a. op het gebied van aanbesteding, archivering, ICT, privacy en verantwoording, niet verder kan worden bezuinigd. Ook de huidige zeer krappe arbeidsmarkt heeft gevolgen voor de dienstverlening, zelfs voor het op peil houden van het huidige niveau.
Financieel beleid De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen worden normaliter volledig gevolgd door de BSGR en verwerkt in de begroting en de meerjarenbegroting. De geadviseerde indexering van de deelnemersbijdrage 2026 ten opzichte van 2025 is een waardevaste indexering voor lonen en prijzen, waarbij de indexering voor 2026 gecorrigeerd is met ontwikkelingen in de jaren 2024 tot en met 2025, zoals is aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2024. Het stijgingspercentage is voor lonen 2,1% (inclusief een gecorrigeerde indexering van -1,4%) en prijzen 2,7% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,5%). De hierboven genoemde indexeringen zijn verwerkt in de begroting 2026, voor wat betreft de begrotingsjaren 2026 tot en met 2029. Voor het begrotingsjaar 2026 is door de krimp van het gemeentefonds een uniforme taakstelling opgelegd voor alle gemeenschappelijke regelingen van 6%. In de uitwerking van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 wijkt de BSGR, na bestuurlijke behandeling, af van deze taakstelling.
Dit wordt hieronder toegelicht: Bestuurlijke behandeling taakstelling BSGR Binnen het Algemeen Bestuur zijn mogelijke bezuinigingen met het oog op het ‘ravijnjaar 2026’ meerdere malen besproken. Al in een vroeg stadium (voorjaar 2024) heeft de BSGR in een eerste notitie denkrichtingen beschreven voor mogelijke besparingen op de deelnemersbijdragen van de BSGR. Dit vanuit het oogpunt vanuit drie lijnen; bezuiniging op bedrijfsvoering, - op dienstverlening en schaalvergroting. Deze notitie is ook door de BSGR ingebracht in het onderzoek van Berenschot met als uitkomst de hierboven genoemde financiële kaderstelling voor Gemeenschappelijke Regelingen van 6%. Naar aanleiding van een overleg van het Algemeen Bestuur in december 2024 over de taakstelling van 6% voor de begroting 2026 heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland het volgende standpunt ingenomen: ‘De waterschappen zijn voor hun inkomsten volledig afhankelijk van de belastingheffing via de gezamenlijke belastingkantoren. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) geeft aan dat zij zeer
Begroting 2026-2029
8
tevreden is over het functioneren van de BSGR en bij andere waterschappen problemen ziet bij de belastingheffing. Het HHR is geen lid van de Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden en ook niet betrokken bij de besluitvorming. Het HHR heeft ingestemd met het verkennen van bezuinigingsmaatregelen en daarbij nadrukkelijk aangegeven dat een besparing geen negatieve gevolgen mag hebben voor de taken die de BSGR ten behoeve van het Hoogheemraadschap uitvoert. Mocht dat wel het geval zijn, dan wenst het Hoogheemraadschap hiervoor gecompenseerd te worden.’ Bovenstaand standpunt maakt de invulling van de taakstelling zeer gecompliceerd en nagenoeg onmogelijk. Als gevolg van dit standpunt is de BSGR in december 2024 gevraagd om een verdere verdieping te maken van mogelijke bezuinigingen die de dienstverlening en de belastingrealisatie van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) niet raken. Afwijking taakstelling 6% in begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026-2029 In de door het Algemeen Bestuur besproken notitie ‘Financiële kaderstelling 2026 – verdieping bezuinigingen begroting 2026’is beschreven welke bezuinigingsmogelijkheden er zijn binnen de BSGR die de dienstverlening en de belastingrealisatie van het HHR niet ‘raken’. De totale deelnemersbijdrage van de BSGR bestaat uit een gemeentelijk deel en een deel van het HHR.
Op basis van de geprognosticeerde begroting 2026, die is opgenomen in de primaire meerjarenbegroting 2025-2028, die is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 5 september 2025, bedraagt de taakstelling dan 610K. Dit bedrag is 6% van het totaal van de deelnemersbijdrage van alle gemeenten in 2026. Doordat bezuinigingen enkel doorgevoerd kunnen worden op gemeentelijke taken, dreigt een scenario dat het combineren van belastingaanslagen (HHR en gemeenten op één aanslagbiljet) in februari/maart niet meer tot de mogelijkheden behoort. Dit vanwege het feit dat bezuinigingen op gemeentelijke taken op termijn zorgen voor een vertraging in de OZB-aanslagoplegging en de afhandeling van WOZbezwaren. Hierdoor zullen de belastingaanslagen van het HHR in februari/maart enkelvoudig worden opgelegd, wat een aanzienlijk kostenverhogend effect heeft voor het HHR en voor gemeenten. Daarnaast zal door bezuinigingen zowel de herwaardering als de afhandeling van WOZ-bezwaarschriften onder druk komen te staan. Dit kan niet losgezien worden van de kwaliteit van beide activiteiten die sterk zal gaan dalen. Dit betekent dat een tijdige uitvoering, conform de wet WOZ en de richtlijnen van de Waarderingskamer, mogelijk niet meer realiseerbaar is. Het niet kunnen voldoen aan de wettelijke termijn in de WOZ-bezwaarafhandeling leidt op termijn tot een significante kostenstijging (o.a.
door uitbetaling van dwangsommen). Gelet op bovenstaande heeft het Algemeen Bestuur van de BSGR op ingestemd om in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 de volgende bezuiniging door te voeren: 1. Het beperken van de inhuur van het aantal m2 kantoorruimte door afstoten van de tweede verdieping van het pand aan de Lammenschansweg 144, in ieder geval per 1 november 2026 en eerder indien mogelijk. Deze bezuiniging in het programma Overhead van 100K op jaarbasis zal pro-rato worden verwerkt in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029. Tevens heeft het Algemeen Bestuur de volgende besluiten genomen die direct impact hebben op de invulling van de Kaderstelling van 6%: 2. Gelet op de grote financiële risico’s die kleven aan het bezuinigen op de uitvoering van de Wet WOZ bij de afdeling WOZ (programma 3: Waarderen) geen bezuinigingen door te voeren; 3. Op dit moment geen verdere besparingen door te voeren, aangezien deze impact kunnen hebben op de kwaliteit en tijdigheid van de aanslagoplegging van het HHR. Bovenstaande besluiten zijn verwerkt in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029.
Begroting 2026-2029
9
Areaaluitbreiding Naast de hiervoor genoemde bezuiniging en indexaties is voor de programma’s Heffen, Innen en Waarderen de areaaluitbreiding meegenomen, zoals reeds vastgesteld in het AB van 6 maart 2025 en betreft een totale ophoging van de deelnemersbijdrage van € 173K, verdeeld over 63% personele lasten en 37% materiële lasten. Hiertegenover staan structureel hogere belastingrealisaties die al vanaf 2024 jaarlijks worden gerealiseerd. De exacte verdeling (inclusief verdeling per deelnemer per programma) is als volgt: Heffen Deelnemer Rijnland Bodegraven - Reeuwijk Gouda Katwijk Leiden Leiderdorp Oegstgeest Velsen Voorschoten Waddinxveen Wassenaar Zoeterwoude
Totaal
Personeel € € € € € € € € € € € € €
37.316 -145 1.306 634 1.505 71 -27 27 91 1.151 -27 94 41.996
Innen Materieel
€ € € € € € € € € € € € €
21.915 -85 767 373 884 42 -16 16 54 676 -16 55 24.664
Personeel € € € € € € € € € € € € €
37.298 -145 1.305 634 1.504 71 -27 27 91 1.150 -27 94 41.977
Waarderen Personeel Materieel
Materieel € € € € € € € € € € € € €
21.905 -85 767 372 884 42 -16 16 53 676 -16 55 24.653
€ € € € € € € € € € € € €
-779 7.007 3.404 8.075 380 -145 145 489 6.174 -145 507 25.113
Hieronder zal per programma de meerjarenbegroting nader worden toegelicht.
€ € € € € € € € € € € € €
-457 4.115 1.999 4.743 223 -85 85 287 3.626 -85 298 14.749
Totaal € € € € € € € € € € € € €
118.435 -1.696 15.267 7.417 17.595 828 -316 316 1.065 13.452 -316 1.105 173.152
Begroting 2026-2029
10
Programma 1: Heffen Onderwerp Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2026 en opvolgende jaren o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht:
Wat gaan we doen? Aanpassing belastingstelsel waterschapsheffingen Het huidige belastingstelsel van de waterschappen bevat enkele knelpunten. De Unie van Waterschappen heeft daarom in december 2020 een voorstel ingediend bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat om het belastingstelsel aan te passen. Het wetsvoorstel voor aanpassing van het belastingstelsel is op 18 april 2024 behandeld in de Tweede Kamer. Op 23 april is er gestemd over de moties en amendementen en is het wetsvoorstel aangenomen. De behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer startte op 14 mei 2024. Op 9 juli 2024 was er in de Eerste Kamer een technische briefing van de Commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO). Hierna reageerde op 23 september de Eerste Kamer schriftelijk met vragen op het wetsvoorstel. Vervolgens beantwoordde de minister van Infrastructuur en Waterstaat deze vragen op 17 oktober 2024 in de nota naar aanleiding van het verslag. De Eerste Kamercommissie heeft in een tweede verslag van 12 november 2024 nieuwe vragen gesteld over het wetsvoorstel. Op 28 januari 2025 heeft de Eerste Kamer plenair het wetsvoorstel behandeld. Op 4 februari 2025 zijn er stemmingen geweest en is het voorstel aangenomen. De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid en voldoende en schoon oppervlaktewater.
Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft. Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan. Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening. Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën. Tijdige aanpassing van de automatisering door onze softwareleverancier wordt nog een uitdaging, inmiddels zijn ook specialisten van kantoren ingezet om dit samen met de softwareleverancier te realiseren. Ontwikkeling belastingheffing Binnen de BSGR is een trend zichtbaar dat deelnemers steeds meer kiezen voor een niet standaard wijze van heffing die inrichting- en uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt. Vaak gaat deze wijziging in de heffing ook gepaard met een afhankelijkheid van externen die gegevens moeten aanleveren.
De afhankelijkheid van die gegevens en de uitval bij de verwerking ervan zorgt voor veel meer handmatig werk dan bij een standaardheffingsmethodiek. Hierdoor is uitbreiding van de personele formatie onontkoombaar. Daarnaast leidt dit tevens tot een toename van het aantal bezwaren. De BSGR is voornemens om de kosten van de bezwaarafhandeling via het kostprijscalculatiemodel afzonderlijk aan de betreffende deelnemer door te gaan belasten.
Begroting 2026-2029
11
Basisregistraties: een update Er zijn momenteel geen ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van basisregistraties. De enige basisregistratie waarvoor nog volop aan software wordt gewerkt is de LV WOZ. De tool om de belastingapplicatie in sync te houden met de landelijke voorziening ondergaat nog steeds zinvolle updates. De werking wordt gelukkig ook steeds beter, dit leidt tot ook steeds betere bestanden. Beheer in de Cloud In steeds toenemende mate worden er door IT-bedrijven diensten aangeboden in de Cloud. Kostenbesparing en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud en de komende jaren zal landelijk gezien het aantal diensten en oplossingen dat in de Cloud draait, alleen maar verder toenemen. Ook onze softwareleverancier, Centric, gaat zijn software de komende jaren aanbieden vanuit de Cloud. Dat wil zeggen de software aanbieden middels een SaaS-oplossing (Software as a Service). Alhoewel deze ontwikkelingen bij onze softwareleverancier forse vertraging hebben opgelopen, zal BSGR zodra zowel voor alle gemeentelijke – als waterschapsheffingen een SaaS versie beschikbaar komt hiertoe overgaan. De overgang naar SaaS heeft wel de nodige consequenties, zowel voor de variaties van de gehanteerde heffings-methodieken als op het personele vlak. De verwachting is dat: • Vanuit de Cloud een standaardpakket zal worden aangeboden.
Standaardisatie van heffingstechnieken wordt de norm, waarbij voor eventueel maatwerk per organisatie afzonderlijk zal moeten worden afgerekend. • Onderhoud van de software een stuk eenvoudiger en overzichtelijker zal worden, aangezien er primair nog maar één systeem behoeft te worden onderhouden. • De inzet van ingehuurd applicatiebeheer mogelijk kan worden verminderd. Het overgrote deel van de werkzaamheden vindt dan immers plaats bij de leverancier. Voor belastingorganisaties en gemeenten en waterschappen die hun belastingtaak nog zelf uitvoeren zal er overigens geen ontkomen zijn aan de overstap naar de Cloud. De verwachting is dat op middellange termijn alle aanbieders van software voor lokale heffingen dit nog slechts zullen doen op basis van een SaaS. Indien men hier nog aan wil ontkomen is het enige alternatief het zelf bouwen van een applicatie, iets wat de BSGR als niet haalbaar beschouwt. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Totaal Baten Resultaat voor bestemming Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
1.991 138 2.129
Primaire begroting 2025 2.182 176 2.358
Gewijzigde begroting maart 2025 2.182 176 2.358
-2.105 -24 -2.129 0 0 0 0 0
-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0
-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0
Jaarrekening 2024
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.270 206 2.476
2.270 206 2.476
2.270 206 2.476
2.270 206 2.476
-2.476 0 -2.476 0 0 0 0 0
-2.476 0 -2.476 0 0 0 0 0
-2.476 0 -2.476 0 0 0 0 0
-2.476 0 -2.476 0 0 0 0 0
De personeelslasten zijn voor 2026 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en de impact van areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten.
Begroting 2026-2029
12
Programma 2: Informatie & Inning Onderwerp Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. De aanmaningen kunnen uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Daarnaast bevat dit programma de klantencontacten in de vorm van correspondentie, algemene telefoonbeantwoording en balie- en receptiewerkzaamheden. Tenslotte omvat het programma de behandeling en afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake respectievelijk invorderingskosten en kwijtscheldingen. Wat gaan we doen? Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2026 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: 1. Vroegsignalering – de gemeentelijke en waterschapslasten zijn nog geen signaalpartner voor de vroegsignalering tot 2026 (bij enkele grote gemeenten loopt er op dit moment een pilot waarvan in 2025 de evaluatie zal plaatsvinden).
Signaalpartner wil zeggen dat er bij een openstaande vordering een melding aan Sociale Zaken van een gemeente wordt doorgegeven zodat zij direct met burgers contact op kunnen nemen om eventueel te interveniëren om meer achterstanden te kunnen voorkomen. De afdeling Sociale Zaken zou dan een bindend betalingsvoorstel aan meerdere signaalpartners kunnen doen. Dit zou impact kunnen hebben op de belastingopbrengsten en invorderingsopbrengsten van de deelnemers. 2. Herzien incassostelsel – het Nederlandse incassostelsel nodigt momenteel uit tot escalatie. Vorderingen lopen hoog op door bijkomende kosten en het systeem zet aan om schuldeisers te laten gaan voor eigen gewin. In een onderzoeksrapport ‘Schulden klein houden en perspectief bieden’ worden aanbevelingen gedaan voor een fundamentele verandering van het steldsel van schulden, vorderingen en incasso. Kern van de voorgestelde aanbevelingen is een verschuiving van focus: van inning die niet langer gericht is op afzonderlijke vorderingen maar op collectief belang van debiteur en schuldeisers. Een en ander zou kunnen leiden tot aanzienlijk lagere invorderingsopbrengsten voor de deelnemers. 3.
Aanpassing Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 – Het wetsvoorstel ‘Fiscale Vereenvoudigingswet 2017’ beoogt de burger betere rechtsbescherming te bieden tegen de beslissing op een verzoek om kwijtschelding en tegen de beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijkgetrokken met de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Mede door vertraging bij de Rijksbelastingdienst vanwege de Hersteloperatie Toeslagaffaire is de implementatie verschoven naar 1 januari 2027. Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. In de nieuwe wet zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrondverklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken extra kosten voor de BSGR met zich mee.
Hierbij kan worden gedacht aan: • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten te betalen voor kwetsbare doelgroepen • Behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere ‘No Cure No Pay’-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling)
Begroting 2026-2029
13
De BSGR is het huidige kwijtscheldingsproces al zodanig aan het herinrichten dat al zo veel mogelijk gewerkt kan gaan worden conform de genoemde behandeltermijn. 4. Aanpassing uitvoering AWB – om de dienstverlening van de overheid richting burgers te verbeteren en fouten bij de uitvoering te voorkomen, zal er bij elk besluit dat een financieel gevolg zou kunnen hebben voor de directe bestedingsruimte van de burger, vóóraf persoonlijk contact dienen te worden opgenomen om te verifiëren of van de juiste informatie wordt uitgegaan. Tevens wordt aangedrongen op een voor de burgers begrijpelijke onderbouwing van het besluit. 5. Rijksincasso – de invordering van overheidsdiensten CJIB, DUO, CAK, UWV en RVO is gecentraliseerd tot één partij waarmee een betalingsregeling kan worden afgesproken. Er worden echter nog steeds verschillende normen om het bestaansminimum vast te stellen gehanteerd. Nu hoeft de overheid nog geen verplichte kosteloze betalingsherinnering te sturen. Met ingang van 2025 zal de Rijksbelastingdienst dit wel gaan doen. Verwachting is dat in 2026 dit een wettelijke verplichting zal worden. Daarnaast streeft de Rijksincassovisie een mensgerichte invordering na met zo veel mogelijk persoonlijk contact met de schuldenaar.
Naast voorgaande ziet de BSGR de volgende ontwikkelingen op zich afkomen: Kwijtschelding 3.0 De bedoeling is dat de burger steeds meer zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het oorspronkelijke idee was dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Inmiddels is bekend dat ook deze wijziging vertraging gaat oplopen. Kwijtschelding 3.0 in één keer volledig implementeren is qua complexiteit onmogelijk voor gemeenten en samenwerkingsverbanden. Er is nu besloten stapsgewijs wijzigingen in de procedure op te nemen door het gebruik van parameters (voorbeeld is het wel/niet gebruiken van de verruiming vermogensnorm bij pensioengerechtigden). In 2024 heeft het Inlichtingenbureau (IB) in samenwerking met de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) KWS 3.0 omgevormd naar een uitgebreidere informatieverstrekking ten behoeve van de kwijtscheldingsbeoordeling door gemeenten, waterschappen en samenwerkingsverbanden. Er zijn met ingang van 2025 meerdere koppelingen gemaakt met informatieverstrekkers waardoor informatie die voorheen door de burger diende te worden aangeleverd, nu met de toetsing wordt meegeleverd. Voorbeelden hiervan zijn tot nu toe de waardebepaling van voertuigen, maar ook van hypotheekschulden en alimentatie.
Richting de toekomst zou dit kunnen inhouden dat er (automatisering)aanpassingen in ons proces dienen plaats te vinden. Met de uitbreiding van informatieverstrekking in plaats van de regievoering bij de burger neer te leggen, kan de huidige jaarlijkse ‘verlenging’ de komende jaren worden voortgezet. Regievoering bij de burger neerleggen zou ook mogelijk formatieve consequenties kunnen hebben. Als namelijk de huidige ‘verlenging van toetsing voor kwijtschelding’ waarmee BSGR ruim 60% van zijn kwijtscheldingsverzoeken direct kan afhandelen zou komen te vervallen omdat het initiatief bij de burger wordt gelegd, betekent dit dat alle kwijtscheldingsverzoeken handmatig dienen te worden gaan behandeld, met als gevolg een forse ophoging van de noodzakelijke personele capaciteit. Een tegengeluid in deze ontwikkeling rondom kwijtschelding is juist dat sommige waterschappen en gemeenten er voor kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk voor de burger maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar.
Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar toch net niet rond kunnen komen. Deze gevallen komen helaas vaak voor. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden. Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen.
Begroting 2026-2029
14
Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald. Het leggen van beslag op roerende zaken zal verder gaan veranderen. Is het makkelijker geworden voor deurwaarders om ‘administratief’ beslag te leggen op een auto, door de opkomst van ‘private-lease’ wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij. De betalingsvordering (het leggen van derdenbeslag op een bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan als dit via een beveiligde emailomgeving wordt gedaan. Momenteel wordt er overlegd tussen de VNG en de Unie enerzijds en de banken anderzijds over een uniform werkproces en de te gebruiken formulieren voor de betalingsvordering.
Daarnaast is met de banken afgesproken dat een aantal lokale belastingorganisaties vanaf 1 januari 2023 eerst bij wijze van pilot betalingsvorderingen zullen doen en dat de betalingsvordering pas daarna, bij een positieve uitkomst van de proef, landelijk zal worden uitgerold. Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet. Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Een andere laatste actie kan zijn, in het geval van eigendom, het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, dan wel de schuld wordt verrekend met de verkoopsom. Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 18 maanden weer schuldenvrij te laten zijn. Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger.
Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting. Samenvattend betekent dit voor de toekomst van invorderen een veel meer informatie gestuurde en digitale procesgang. Het administratieve werk is steeds meer aan het verdwijnen. De vrijkomende capaciteit wordt ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen. Deze vrijkomende capaciteit kan echter tekortschieten als wetswijzigingen zoals hierboven beschreven worden doorgevoerd.
Begroting 2026-2029
15
Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Bijdragen GDI Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Doorbelastingen GDI Uitvoeringskosten KTA Totaal Baten Resultaat voor bestemming Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
1.937 861 0 29 2.828
Primaire begroting 2025 1.974 948 172 48 3.142
Gewijzigde begroting maart 2025 1.974 948 0 48 2.970
-2.743 -23 -62 -2.828 0 0 0 0 0
-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0
-2.970 0 0 -2.970 0 0 0 0 0
Jaarrekening 2024
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.057 996 0 49 3.103
2.057 996 0 49 3.103
2.057 996 0 49 3.103
2.057 996 0 49 3.103
-3.103 0 0 -3.103 0 0 0 0 0
-3.103 0 0 -3.103 0 0 0 0 0
-3.103 0 0 -3.103 0 0 0 0 0
-3.103 0 0 -3.103 0 0 0 0 0
De personeelslasten zijn voor 2026 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en de impact van areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten en automatiseringskosten.
Begroting 2026-2029
16
Programma 3: Waarderen De Belastingsamenwerking voert voor haar deelnemers de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, met name de basisregistratie BAG bij de deelnemende gemeenten. De BSGR voert het WOZ proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZals plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform wet- en regelgeving alsmede het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer.
Wat gaan we doen? Voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen en specifiek voor de BSGR bieden onder andere de lange-termijn-agenda van de Landelijk Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en het strategiedocument van de Waarderingskamer een handvat voor de thema's, ontwikkelingen en initiatieven welke de komende jaren binnen het belastingdomein te verwachten zijn. Specifiek voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) biedt het strategiedocument van de Waarderingskamer (2025-2030) en het jaarlijks geactualiseerde werkplan, inzicht in de belangrijkste onderwerpen binnen de ontwikkelingen op het gebied van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de verwachte invloed daarvan op de werkzaamheden binnen het WOZ-domein. Voor het maatschappelijk draagvlak en het vergroten van vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden is het van belang dat de WOZ-uitvoering, zowel op het vlak van gegevensbeheer als WOZ-taxaties, mee blijft ontwikkelen met maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Met het hoge digitaliseringstempo zal de komende periode steeds meer gestuurd worden op het standaardiseren van processen, aansluiting op open data en verminderen van complexiteit. Door gebruik te gaan maken van SAASoplossingen kunnen in de toekomst vernieuwingen eenvoudiger en sneller worden doorgevoerd tegen een lagere prijs-kwaliteitverhouding.
Tussen 2026 en 2029 zullen zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daarop te anticiperen en vooral medewerkers de mogelijkheid te bieden mee te ontwikkelen (‘boeien en binden’). Motie ‘Aanpassing van de termijn herwaardering van één naar twee jaar’ Op de Algemene Ledenvergadering van de VNG in juni 2024 is de motie ‘voorstel tot aanpassing van de jaarlijkse herwaardering WOZ naar een periode van 2 jaar’ aangenomen. Deze zou kunnen leiden tot verlaging van de capaciteitsdruk van de uitvoering en zou meer ruimte voor contact met de inwoners kunnen creëren. Het ESBL is gevraagd onderzoek te doen naar de gevolgen (o.a. uitvoeringstechnisch, juridisch en wettelijke taakuitvoering) van het wijzigen van de duur van het WOZ-tijdvak van één naar twee jaar. De uitkomsten van het onderzoek worden in het 2e kwartaal van 2025 verwacht. Daarna zal de eventuele impact bepaald kunnen gaan worden. Regie op eigen (WOZ-) gegevens De relatie tussen inwoners en overheid is aan verandering onderhevig; burgers verwachten steeds meer maatwerk en snelle, transparante dienstverlening waarbij een groeiende trend naar participatie zichtbaar wordt.
Eén van de initiatieven op dit vlak is de samenwerking van een aantal grote WOZuitvoeringsorganisaties (waaronder de BSGR) en de Landelijke Vereniging voor Lokale Belastingen. Het project richt zich op het proactief betrekken van woningeigenaren bij met name de secundaire kenmerken middels gestandaardiseerde vragenformulieren met voorbeeldfoto’s en/of -plaatjes. Doel is om op geüniformeerde wijze informeel contact een vaste plek te geven in het WOZ-proces. Samen met onder andere de ministeries en andere gemeenten en samenwerkingsverbanden investeert de BSGR actief in deze innovatie. Vanzelfsprekend zullen ook (geautomatiseerde) controletools ingezet gaan
Begroting 2026-2029
17
worden in dit werkproces. Voor de uiteindelijke totstandkoming van het eindproduct worden inwoners nadrukkelijk ook in deze verkennende fase al betrokken. Naast transparantie en participatie levert bovenstaande een reductie op in het aantal bezwaarschriften: met name de secundaire kenmerken vormen op dit moment het grootste aandeel in de reden waarom de WOZ-waarde in de bezwaarfase wordt verlaagd. Naar verwachting is hiervoor een aanpassing in de huidige waarderingsinstructie en/of wet- en regelgeving nodig; het streven is om bovenstaande in te voeren in 2026. Vernieuwing/modernisering taxatieverslag Naast betrouwbaarheid is ook transparantie een belangrijk criterium voor borging van kwaliteit. Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) identiek gebleven. De afgelopen jaren hebben de Waarderingskamer en de VNG gewerkt aan het moderniseren van het taxatieverslag voor woningen. Het doel van dit gemoderniseerde taxatieverslag is om de WOZ-waardebepaling begrijpelijker en overzichtelijker over te brengen aan de belastingplichtige.
Daarnaast zou dit moderne taxatieverslag voor woningen ervoor moeten zorgen dat gemeenten en belastingsamenwerkingen voldoen aan het verstrekken van alle – op de zaak betrekking hebbende - stukken in of voorafgaande aan de bezwaarfase aan de belanghebbende conform arresten van de Hoge Raad op dit vlak. De verplichte invoering van dit nieuwe taxatieverslag staat nu gepland voor belastingjaar 2026 (waardepeildatum 1-1-2025) en zal uiteindelijk (tijdig en) geautomatiseerd door de softwareleverancier ter beschikking moeten worden gesteld. Een aantal gemeenten en samenwerkingsverbanden is met ingang van belastingjaar 2025 gebruik gaan maken van dit gemoderniseerde taxatieverslag. Onze leverancier – Centric - heeft de afgelopen jaren (nog) geen nieuw taxatieverslag ter beschikking gesteld. De Staatssecretaris van Financiën is regelgeving aan het voorbereiden om eerdergenoemde modernisatie van het taxatieverslag vast te leggen in wet- en regelgeving; de wijzigingen zouden vanaf belastingjaar 2026/2027 van toepassing kunnen zijn. Dit is onderdeel van de aanvullende maatregelen ter verbetering van het proces van de waarderingen op grond van de Wet WOZ. Waarderingsapplicatie Met de huidige waarderingsapplicatie wordt op het gebied van doorontwikkeling en performance steeds meer tegen de maximale grenzen aangelopen.
In 2025/2026 zal een marktverkenning plaatsvinden voor mogelijke aanschaf van een nieuwe waarderingsapplicatie. Verschillende vormen van (open data) informatie kunnen steeds eenvoudiger worden ingepast in of toegevoegd worden aan deze nieuwe applicaties. Met name (specifieke) informatie over de locatie is steeds meer massaal beschikbaar; hierbij kan ook gedacht worden aan informatie rondom duurzaamheid, energie-labels en/of informatie rondom de toenemende verzakkingsproblematiek. De huidige waarderingsapplicatie voldoet, naast performance-issues, op een aantal vlakken niet voldoende aan de doorontwikkelingsvereisten. Doel is om op een betrouwbare en transparante wijze – gebruik makende van de bij deze tijd passende mogelijkheden zoals Artificial Intelligence en Machine Learning – in de toekomst de WOZ-waarderingen efficiënter te kunnen uitvoeren. Eventuele ingebruikname wordt, na een Europese aanbesteding, niet eerder dan 2027/2028 verwacht. Uniforme vastgoedregistratie Er zijn binnen het stelsel van basisregistraties, drie basisregistraties met een geografische component (geo‐registraties) waarvoor de gemeente – in geval van de BSGR gezamenlijk met de uitvoeringsorganisatie - de bronhouder is. Dit zijn de Basisregistratie WOZ, de BAG en de BGT.
Hoewel de Basisregistratie WOZ alleen betrekking heeft op het eindresultaat van het WOZ‐proces - de WOZ‐ waarde - vormen de WOZ‐werkzaamheden ook de basis voor een zeer breed scala aan gegevens over woningen en andere onroerende zaken (geo‐registratie). De invoering van de (nieuwe) Omgevingswet versterkt een nauwere verwevenheid – en dus samenwerking – op het gebied van bijhouding van basisregistraties. Vanuit het oogpunt van kwaliteit, efficiency, duidelijkheid en doelmatigheid is de Waarderingskamer een groot voorstander van een uniforme registratie van vastgoedobjecten en een centraal loket waar communicatie tussen inwoners/bedrijven en de overheid over deze objecten plaatsvindt. Dit is overigens ook de houding van alle andere stakeholders die betrokken zijn bij deze basisregistraties De nieuwe Omgevingswet 2024 speelt in bovenstaande ontwikkeling ook een nadrukkelijke rol van betekenis. Deze Omgevingswet brengt regels voor ruimtelijke ontwikkeling en milieu samen. Ze
Begroting 2026-2029
18
vereenvoudigt regelgeving en introduceert nieuwe juridische instrumenten en werkwijzen. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt dit juridische stelsel digitaal. Als gevolg van de invoering van de nieuwe Omgevingsvergunning zal het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten toenemen. Dit vraagt om andere processen om objectgegevens in te winnen. Het nieuwe stelsel houdt tevens in dat gemeenten veel meer dan voorheen zelf mogen bepalen of er een vergunningplicht, meldingsplicht of algemene regels zullen gelden voor activiteiten die de fysieke leefomgeving wijzigen. Dit heeft invloed op (mogelijk) mindere uniformiteit van werkprocessen tussen de BSGR en deelnemende gemeenten. Tot 2030 geldt er op dit vlak een overgangstermijn waarin gemeenten bovengenoemde moeten hebben vastgelegd in een Omgevingsplan. De komende jaren zal nadrukkelijk ingezet gaan worden op verder geïntegreerde vastgoedgerelateerde basisregistraties: samenwerking en ook met name technische ontwikkeling gaan daarbij ‘hand in hand’. Deze zullen naast tijdigheid en een kwaliteitsupgrade ook -meer op de langere termijninvloed hebben op de efficiency die behaald kan worden wanneer meer data geüniformeerd en (daarmee) geautomatiseerd aangeleverd en verwerkt kan (gaan) worden.
Specifiek voor de BSGR en de deelnemende gemeenten zal, in navolging van het uitgevoerde project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ (bij woningen), het opgestelde beheerplan BAG- WOZ aankomende jaren verdere c.q. nieuwe invulling moeten gaan krijgen. Eén en ander zal nauwkeurig afgestemd moeten gaan worden op de nieuwe Omgevingsplannen en ‘meer volwassen’ moeten gaan worden. De inzet van (gezamenlijke) techniek is wenselijk om te waarborgen dat er nauwelijks verschillen op het gebied van de gebruiksoppervlakte zijn/ontstaan (tenzij deze verklaarbaar zijn door afwijkende wettelijke regelgeving). In 2025/2026 zal, in samenwerking met de deelnemende gemeenten binnen de BSGR, verdere marktoriëntatie plaatsvinden op samenwerkingsportalen om de bereikte uniformiteit met name op onderdelen tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ te continueren. Robotisering Voor een aantal processen en/of procesonderdelen op de afdeling WOZ zal de komende jaren nadrukkelijker ingezet gaan worden op kansen die Robotic Process Automation (RPA) ons biedt voor werkzaamheden in grote volumes waarbij sprake is van repeterende handelingen. Door gebruik te maken van RPA worden (menselijke) fouten voorkomen en ontstaat voor medewerkers de kans om meer de focus te kunnen leggen op verhogen van de kwaliteit, meer gerichte analyse(s) en controlewerkzaamheden.
Complexere handelingen zullen altijd door medewerkers worden uitgevoerd en vormen meer uitdagend werk voor de medewerkers. Voor 2025/2026 zullen de eerste toepassingsgebieden gezocht worden in opvoeren, mutatie en registratie van het nieuwbouwproces (gegevensbeheer) en op het gebied van het afdoen van WOZbezwaarschriften. Voor de verdere toekomst zal gekeken worden voor welke procesonderdelen RPA ook ingezet kan gaan worden. Wetsvoorstel Wet versterking Waarborgfunctie Awb Medio 2024 heeft de consultatie van het wetsvoorstel voor aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht – de Wet versterking waarborgfunctie Awb - plaatsgevonden. Deze is een reactie op het (sterk) verminderde vertrouwen van de burger in het optreden van de overheid, onder andere naar aanleiding van de toeslagaffaire. Het wetsvoorstel heeft als doel de rechtspositie en rechtsbescherming van burgers bij overheidshandelen te versterken, de menselijke maat in het bestuursrecht te vergroten en de overheid responsiever te maken. Specifiek wordt er gesproken over meer wettelijke ruimte bij het indienen van een bezwaarschrift (termijnoverschrijding) en het voorkomen van onnodige procedures. Ter voorkoming van deze laatste zou voorafgaand aan formele afhandeling eerst een contact- of overlegmoment met de burger/inwoner moeten gaan plaatsvinden.
Tevens zou in het besluit moeten worden opgenomen op welke wijze met de betrokken ambtenaar (rechtstreeks) in contact gekomen kan worden. De impact van bovengenoemd wetsvoorstel kan pas worden ingeschat nadat duidelijk is in welke vorm dit moet plaatsvinden en hoeveel maatwerk en capaciteit dit gaat vragen van professionals bij gemeenten of samenwerkingsverbanden. De verwachting is dat in het huidige voorstel nog een aantal aanpassingen moet plaatsvinden waarna het aan de ministerraad en de Raad van State kan worden voorgelegd.