CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bestemmingsplan Noordeinde 74, 122a en 134, regels (0401)

Besluitvormende raadsvergadering 18 september 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordeinde 74, ten noorden van 122 en 13423.010 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Noordeinde 74, ten noorden van 122 (voormalig 122A) en 134, Waddinxveen Toelichting bestemmingsplan

Type plan: Naam van het plan: Planstatus: Plan identificatie: Datum:

bestemmingsplan Noordeinde 74, ten noorden van 122, 134, Waddinxveen vastgesteld NL.IMRO.0627.BPndeinde74122a134-0401 25 mei 2024

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding voor bestemmingsplanwijziging Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2

Initiatief

2.1 2.2 2.3

Landschappelijke inventarisatie Huidige situatie Toekomstige situatie

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4

Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Omgevingsaspecten

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Milieueffectrapportage Bodem Luchtkwaliteit Geluid Milieuzonering Ecologie Water Cultureel erfgoed Externe veiligheid Verkeer en parkeren Duurzaamheid

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Algemeen Toelichting Verbeelding Planregels Wijze van bestemmen

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7

7.1 7.2 7.3



Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Algemeen Overleg en inspraak Zienswijzen

pagina 5 5 6 9

11 13 21 31 32 35 39 40 41 42 43 45 49 51 51 54 54 56 56 56 56 56

59 59 59

Bijlagen

bijlage I bijlage II bijlage III bijlage IV bijlage V bijlage VI bijlage VII bijlage VIII bijlage IX bijlage X bijlage XI bijlage XII bijlage XIII bijlage XIV bijlage XV

Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 74 Verkennend onderzoek asbest in bodem Noordeinde 74 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde 134 Nader bodemonderzoek Noordeinde 134 Akoestisch onderzoek wegverkeer Noordeinde Stikstofmemo Noordeinde Berekening stikstofdepositie aanlegfase Noordeinde Berekening stikstofdepositie gebruiksfase Noordeinde Quick-scan Flora Fauna 3 locaties Noordeinde Eco effectscan Noordeinde 122A Soortgericht onderzoek Noordeinde 122A Activiteitenplan Noordeinde 122A, 134 Eco effectscan Noordeinde 134 Soortgericht onderzoek Noordeinde 134 Verhardingsberekening



N455 Zijde

Noordeinde

Noordeinde 134 Snijdelwijklaan

Noordeinde 122A

mogelijk toekomstige Verlengde Bentwoudlaan

Noordeinde 74 Wadde

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding voor bestemmingsplanwijziging

De provincie Zuid-Holland is voornemens om drie in eigendom zijnde percelen met opstallen langs het Noordeinde te Waddinxveen voor herontwikkeling gereed te maken en vervolgens te verkopen. Deze voormalige BBL-gronden (Bureau Beheer Landbouwgronden) met bijbehorende gebouwen leveren geen bijdrage meer aan de provinciale beleidsdoelstellingen. Middels de Ruimte voor Ruimte regeling kunnen in ruil voor een forse afname van agrarische bebouwing in het landelijke gebied woningen gebouwd worden mits de ruimtelijke kwaliteit verbetert. De mogelijkheden voor herontwikkeling zijn onderzocht; er is een schetsplan opgesteld welke is uitgewerkt in het plan dat hier voorligt. Dit plan is niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan “Waddinxveen Noord-West”. Om aan dit plan medewerking te kunnen verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In deze toelichting staat de ruimtelijke onderbouwing die ingaat op de kenmerken van het omliggende gebied, de huidige lintbebouwing en specifiek de desbetreffende kavels waarbij het verschil in ruimtelijke kwaliteit van de bestaande situatie en de gewenste toekomstige situatie aan de orde komt. Het gaat om de volgende drie herontwikkelingslocaties: 1. Woonhuis met achterliggende kassen gelegen aan Noordeinde 74. Kadastraal bekend als: Waddinxveen, sectie A met nummer 1465 en 1466.

Gebruikssituatie: momenteel is de onderhavige onroerende zaak niet bewoond. Achterliggende gronden zijn al lange tijd niet in gebruik en zijn opgeschoond door de Provincie Zuid-Holland. 2. Woonhuis met aangebouwde stal en vier achtergelegen (veld)schuren gelegen ten noorden van Noordeinde 122. Kadastraal bekend als: Waddinxveen, sectie A met nummer 1464. Gebruikssituatie: wegens de zeer slechte staat van het onroerend goed is de Provincie Zuid-Holland al overgegaan tot sloop. De kavel is vervolgens natuurvriendelijk ingericht. 3. Woonboerderij met schuren, gelegen aan Noordeinde 134. Kadastraal bekend als: Waddinxveen, sectie A met nummer 1468. Gebruikssituatie: ook hier is wegens de slechte onderhoudssituatie overgegaan tot het aanvragen van een sloopvergunning en het verwijderen van de bebouwing.

1.2

Ligging plangebied

Op de kaart zijn de drie locaties aangegeven. Alle drie de locaties liggen op de rand van het bebouwd gebied van Waddinxveen.



1.3

Geldend bestemmingsplan

locatie Noordeinde 74 De huidige woning op kavel Noordeinde 74 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan “Waddinxveen Noord-West”, vastgesteld op 10 april 2013 door de raad van de gemeente Waddinxveen en het Parapluplan Archeologie en Parkeren (vastgesteld op 19 september 2019). De onroerende zaak heeft de enkelbestemming “Agrarisch” met de functieaanduiding “sierteelt” en de dubbelbestemmingen “Waarde - Archeologie 2” en “Waterkering”. Het beoogde plan gaat uit van het veranderen van het voorste deel van de kavel van de bestemming “Agrarisch” in de bestemming “Wonen”, zodat de huidige bedrijfswoning verkocht kan worden als reguliere (burger)woning.

Noordeinde 74



locatie ten noorden van Noordeinde 122 De kavel Noordeinde 122a behoort tot het bestemmingsplan “Waddinxveen Noord-West” en het Parapluplan Archeologie en Parkeren. Momenteel is op de kavel van toepassing de enkelbestemming “Agrarisch” met de dubbelbestemming “Archeologie 2”, “Archeologie 3” en “Waterkering”. Functieaanduidingen zijn “sierteelt” en voor de hoofdwoning “plattelandswoning”. Het voorliggende bestemmingsplan wenst de functieaanduiding bestemming “sierteelt” te veranderen in “specifieke vorm van agrarisch - Bentwoud”. De functieaanduiding “plattelandswoning” verdwijnt.

ten noorden van Noordeinde 122



locatie Noordeinde 134 Bestemmingsplan “Waddinxveen Noord West” en het Parapluplan Archeologie en Parkeren omvat ook de locatie Noordeinde 134. Ook hier is de bestemming “Agrarisch” met dubbelbestemmingen “Archeologie 2”, “Archeologie 3” en “Waterkering”. Functieaanduidingen zijn “sierteelt” en “plattelandswoning”. Het beoogde plan behelst vijf woningen. Dit is in de huidige bestemming niet toegestaan. Voor de realisatie van dit plan wordt de bestemming “Agrarisch” omgezet in “Wonen”. De functieaanduidingen “sierteelt” en “plattelandswoning” verdwijnen. Het bouwvlak wordt kleiner.

Noordeinde 134



1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst op inpasbaarheid en uitvoerbaarheid aan de hand van verschillende omgevingsaspecten. De juridische toelichting wordt gegeven in hoofdstuk 5. De economische uitvoerbaarheid komt aan de orde in hoofdstuk 6, en de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt in hoofdstuk 7 belicht.



10

kaart voor het ontginnen van de Achterofsche polder

Hoofdstuk 2 Initiatief 2.1 Landschappelijke inventarisatie Tot ongeveer 1000 jaar geleden lag hier een uitgestrekte veenwildernis met moerasbossen. Na ontginning daalde het land en werd het steeds minder bruikbaar waarna men uiteindelijk overging tot ontvening waardoor een grote waterplas ontstond. Rond 1762 werd de waterplas drooggemalen en ontstond de Achterofsche polder. Op de kaart is in de noordoosthoek aangegeven waar de drie poldermolens hebben gestaan die het meer hebben drooggemalen. Er werden boerderijen gesticht met namen als Canaan, Graan voor Visch en Land voor Water om het herwonnen land te bewerken. De boerderijen lagen aan de oostkant van de polder aan de dijk Noordeinde waardoor een dijklint ontstond met boerderijen, een aantal arbeiderswoningen en een paar landhuizen.

kaart gebied 1888

11

12

2.2

Huidige stiuatie

landschap rond locatie De oostkant van het lint, met daarachter woonwijken, is dichtbebouwd terwijl de westkant nog steeds openingen naar het achterliggende open landschap heeft. Het beeld aan de westkant is vergeleken met honderd jaar geleden weinig veranderd. Er zijn her en der woningen bijgekomen, maar het afwisselende beeld van boerderijen, woningen, bosschages en doorzichten naar het achterliggende open landschap is nog hetzelfde. Het is een afwisselend lint met oud en nieuw, groot en klein, alsmede uiteenlopende bouwstijlen doorelkaar. De dijkweg Noordeinde ligt vele meters hoger dan de polders. Dit is goed te zien wanneer er doorzicht naar het landschap is. Voor de “leesbaarheid” van het landschap dient dit doorzicht behouden te blijven.

zicht naar polder zicht naar polder

zicht naar polder

zicht naar polder

In het huidige lint is her en der nog open ruimte met zicht op de akkers en weilanden. zo nu en dan zicht op naastgelegen polder

13

Kadastrale kaart

12345 25 25

Uw referentie: EVD

Deze kaart kaart is is noordgericht noordgericht Deze Perceelnummer Perceelnummer

Schaal 1: 2000

Huisnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens grens Vastgestelde kadastrale

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Voorlopige kadastrale kadastrale grens grens Voorlopige Administratieve kadastrale kadastrale grens grens Administratieve

Waddinxveen A 1465

Bebouwing Bebouwing Voor een een eensluidend eensluidend uittreksel, uittreksel, geleverd geleverd op op 22 22 juni juni 2022 2022 Voor De De bewaarder bewaarder van van het het kadaster kadaster en en de de openbare openbare registers registers

14

Aan dit dit uittreksel uittreksel kunnen kunnen geen geen betrouwbare betrouwbare maten maten worden worden ontleend. ontleend. Aan De Dienst Dienst voor voor het het kadaster kadaster en en de de openbare openbare registers registers behoudt behoudt zich zich de de intellectuele intellectuele De eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht. databankenrecht.

beschrijving huidige situatie deellocaties Noordeinde 74 Ter plaatse van Noordeinde 74 bevond zich een boomkwekerij en een woonhuis. De boomkwekerij bestond uit een flinke schuur, kassen en tunnelkassen. De kassen en tunnelkassen zijn al gesloopt. De schuur en het woonhuis staan er nog. De wens is om de bestemming van het voorste deel van het kavel (waar het woonhuis met schuur staat) te veranderen van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Het achterste kavel blijft agrarisch, maar de bestemming sierteelt komt te verdwijnen.

Oude situatie, deze kassen zijn verwijderd

Luchtfoto van Google ter hoogte van Noordeinde 74, de rood aangegeven bebouwing dienen behouden te blijven

15

Kadastrale kaart

Uw referentie: EVD MvdB

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Waddinxveen A 1464

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 17 januari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

16

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Ten noorden van Noordeinde 122 De opstallen van het kavel ten noorden van Noordeinde 122 zijn dermate slecht dat deze inmiddels gesloopt zijn. Het gaat om alle gebouwen: de woning, aangebouwde stal, aangebouwde schuren en losstaande schuur. Momenteel wordt het kavel natuurvriendelijk ingericht met een vleermuisbunker en een paddenpoel voor de rugstreeppad.

Oude situatie van de kavel te noorden van Noordeinde 122

schuren 610m2 woonhuis

schuur 530m2

Luchtfoto van Google ter hoogte van de kavel te noorden van Noordeinde 122, de rood aangegeven bebouwing is inmiddels gesloopt, het kavel is momenteel natuurvriendelijk ingericht

17

Kadastrale kaart

Uw referentie: EVD N215

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Waddinxveen A 1468

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 17 januari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

18

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Noordeinde 134 Op het kavel 1468 stond een woonboerderij. Achter deze woonboerderij bevonden zich schuren van recenter datum: een aangebouwde tussenschuur, twee grote schuren met een aangebouwde garage en achterop het kavel nog een derde schuur. Dit kavel wordt ontwikkeld voor woningen.

300m2 314m2

50m2

112m2

455m2 63m2

luchtfoto Google perceel Noordeinde 134 oude situatie

19

Noordeinde 134

slopen: tussenschuur schuur 1a schuur 1b schuur 2 garage woning

50 m2 314 m2 455 m2 300 m2 63 m2 --

totaal te slopen

1.182 m2 + 1 woning

ten noorden van Noordeinde 122 slopen: stal met aanbouw schuur 1 (achter stal) schuur 2 (achter schuur1) schuur 3 & veldschuur garage woning

206 m2 138 m2 277 m2 529 m2 16 m2 --

totaal te slopen:

1.166 m2 + 1 woning

Noordeinde 74 slopen: 1,5 hectare aan open potgrond 2.000 m2 (tunnel)kas

667 m2 400 m2

verwijderen levert op:

1.067 m2

Nieuwbouw Ruimte voor ruimte meters herbouw

3.415 m2 = 3 woningen 2 woningen

Totaal aan nieuwbouw

5 woningen

20

2.3 toekomstige situatie Ruimte voor ruimte De bebouwing op de kavels van Noordeinde 74, ten noorden van Noordeinde 122 en 134 waren een rommelig aanzicht. Een deel is al gesloopt. In ruil voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit wordt nieuwbouw van een kleine omvang toegestaan. Normaliter wordt gerekend met een verhouding van 1 nieuwbouwwoning bij het slopen van 1.000 m2 bedrijfsbebouwing. Op de kavel van voormalig Noordeinde 122a stond 1.166 m2 aan bebouwing (exclusief het woonhuis) en op het Noordeinde 134 stond 1.182 m2 aan loodsen, schuren en andere opstallen. Al deze bebouwing is inmiddels gesloopt. Hiermee komt het totaal aan sloop op 2.348 m2. Op de kavel behorende bij Noordeinde 74 zijn zo’n 2.000 m2 aan kassen en andersoortige bebouwing weggehaald waardoor het rommelige beeld verdwijnt. Voor kassen geldt een andere vuistregel waarbij het verwijderen van 2.000 m2 een mogelijkheid geeft tot nieuwbouw van 0,4 woning. Het verwijderen van de 1,5 hectare aanwezige (open) sierteeltpotgrond levert ook een bijdrage in de rekensom (zie linkerbladzijde), waarmee Noordeinde 74 in theorie een saldo oplevert van 1,06 te bouwen woning. Ook hier geldt: nieuwbouw is enkel toegestaan mits in het gehele plan (op de sloop- en nieuwbouwlocatie) de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar vooruit gaat. In het onderhavige voorstel staat de totale sloop gelijk aan drie nieuwbouwwoningen.

De overblijvende 415 m2 is verkocht aan de eigenaar van Noordeinde 130 voor het toepassen van een ander plan met toepassing van ruimte-voor-ruimte. Het voorste deel van het plangebied van Noordeinde nummer 74, kavel 1466, krijgt de bestemming ‘Wonen’. Het achterste deel van het plangebied, kavel 1465, blijft de bestemming ‘Agrarisch’ behouden, echter de functieaanduiding ‘sierteelt’ vervalt. De woning van de kavel ten noorden van Noordeinde 122 wordt herbouwd op het perceel van nummer 134. Voorts is het plan om ook de compensatiewoningen op het perceel van nummer 134 te bouwen. Hierdoor ontstaat een compact nieuwbouwcluster en verdwijnt alle bebouwing op de kavel ten noorden van 122. Door de kavel ten noorden van Noordeinde 122 in te richten met grasland ontstaat weer een uitzicht cq zichtlijn vanaf het dijklint Noordeinde op het achterliggende akkerlandschap. De ‘hoofdwoning’ op het perceel van nummer 134 was in een matige tot slechte onderhoudsstaat. Deze woning is inmiddels gesloopt en zal op ongeveer dezelfde plek herbouwd worden. Op Noordeinde 134 komt het totaal, met de herbouw van de woning van de kavel ten noorden van Noordeinde 122 en 134 en de 3 compensatiewoningen, op vijf nieuwe woningen.

21

Noordeinde huidige situatie

20

40

60

plangebied Noordeinde 134

Snijdelwijklaan

Noordeinde

plangebied Noordeinde 122a

22

Noordeinde 122a en Noordeinde 134

inde 134

inde 122A

inde 74

Ritmiek van het lint en zicht op het achterland Van oorsprong bestond het polderlint uit boerderijen met daartussen goed uitzicht naar het achtergelegen landschap. Door de tijd heen is het lint steeds dichter bebouwd geraakt, waardoor de oriëntatie en connectie met het landschap in het gedrang is gekomen. Er dient gewaakt te worden dat het lint dichtslibt. Sterker nog, het zou juist goed zijn voor de ruimtelijke kwaliteit als op strategische plekken weer karakteristieke doorzichten gemaakt worden. Het hier voorliggende plan draagt daar aan bij door juist op de plek waar een te lang stuk van het lint bebouwd en begroeid is (zie tekening hieronder), weer een doorzicht te maken en zo de landschapstructuur visueel open te houden.

Noordeinde 134

Noordeinde 134

Noordeinde 122A

Noordeinde 122A

Noordeinde 74

Noordeinde 74

Momenteel lange stukken zonder zicht opzicht het landschap. Voor de Voor ritmiek het van lint zou beter zijn hierzijn weer doorzichten te creëren Momenteel lange stukken zonder op het landschap. de van ritmiek het het lint zou het beter hier weer doorzichten te creëren

Momenteel lange stukken zonder zicht op het landschap. Voor de ritmiek van het lint zou het beter zijn hier weer doorzichten te creëren

= zicht op het landschap = zicht op het landschap

= zicht op het landschap

huidige situatie Noordeinde 134

Noordeinde 134

Noordeinde 122A

Noordeinde 122A

Noordeinde 74

Noordeinde 74

momenteel lange stukken zonder zicht op het landschap. Voor de ritmiek van het lint zou het beter zijn hier weer doorzichten te creëren.

= zicht op het landschap Noordeinde 134

Noordeinde 134

Noordeinde 122A

Noordeinde 122A

Noordeinde 74

Noordeinde 74

Momenteel lange stukken zonder zicht op het landschap. Voor de ritmiek van het lint zou het beter zijn hier weer doorzichten te creëren

= zicht op het landschap = nieuw zicht op het landschap

Noordeinde 134

Noordeinde 122A

Noordeinde 74

nieuwe situatie = zicht op het landschap = zicht op het landschap = nieuw=zicht opzicht het landschap nieuw op het landschap

23 = zicht op het landschap

Planbeschrijving deellocaties

100

6133

84

86

2

4

85

102

Noordeinde 74 Uw referentie: 851.07 Kavel 1156 is gesplitst in de nieuwe kavels 1465 en 1466 waarbij de kavel aan de weg de bestemming ‘Wonen’ dient te krijgen. De schuur krijgt de bouwaanduiding ‘bijgebouw’. De achtergelegen kavel blijft 6131 de bestemming ‘Agrarisch’ behouden waarbij de functieaanduiding ‘sierteelt’ komt te vervallen. Alle bebouwing, behalve de woning en de schuur aangegeven 1390 op de kaart, wordt gesloopt en open potgronden 6132 7 worden weggehaald. Door het weghalen van de tunnelkassen en potgronden verdwijnt het rommelig 1391 aanzicht en gaat de ruimtelijke kwaliteit er op vooruit. Door het opnemen van twee zichtlijnen langs de bebouwing ontstaat er beter zicht van de weg op het achterliggende landschap.

82

6134 6135

6136

Noord

6137

einde

80

7251

6138 6139

78

6140

76B 0

76

76C 76A

83

614

Noord

bloemrijk grasland

einde

kavel bestemming ‘agrarisch’

schuur woning 74

1156

64 52 5456 5860

73 71 7 75 69 67

65A 65

einde

24

Noord

N

8179 7

66687072

bloemrijk grasland

De kavel ten noorden van Noordeinde 122 Gezien de zeer slechte onderhoudsstaat van de opstallen zijn deze inmiddels gesloopt (incl. asbesten bodemsanering). Door deze sloop wordt verloedering tegengegaan en is de ruimtelijke kwaliteit aanzienlijk verbeterd. De functieaanduiding ‘sierteelt’ wordt verwijderd. Het terrein wordt ingezaaid met een zadenmengsel, zodat een bloemrijk grasland ontstaat, aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels. Het openbare pad naar het achtergelegen natuur- en recreatiegebied wordt een fiets-wandelpad. Op het terrein wordt een vleermuisbunker gemaakt, komen er nestkasten voor vleermuizen en is een paddenpoel voor onder andere de rugstreeppad aangelegd. Er ontstaat meer ‘lucht’ in het lint door uitzicht op het achterliggende akkerland.

Noordeinde

plangebied Noordeinde 122a

indicatie locatie vleermuisbunker

eik

grasland

indicatie locatie paddenpoel

wilgen fietspad

N

25

A

B

D

E

Noordeinde inrichtingsschets Noordeinde 134

26

C

Noordeinde 134 Het voorstel van dit project gaat uit van vijf nieuwe woningen. Wegens het verwijderen van aanzienlijk meer vierkante meters bebouwing, alsmede het creëren van doorzichten en het clusteren van nieuwbouw verbetert de ruimtelijke kwaliteit substantieel. De nieuwbouwwoningen worden zo gesitueerd en vormgegeven dat ze opgaan in de ruimtelijke structuur van boerenerven aan het lint. Het beeld van een boerenerf wordt verkregen door het terrein in vijf woningbouwkavels op te delen, gecentreerd rondom een gezamenlijk erf en deze woningbouwkavels gezamenlijk in te kaderen met elzensingels. Het halfverharde toegangspad kan ook gezamenlijk eigendom zijn. De bebouwingsrichting volgt de verkavelingsrichting van het landschap, zoals ook bij de oorspronkelijke gebouwen het geval was (en dus niet de richting van de weg). Van oudsher vormen schuren hierop soms een uitzondering, zo ook bij de huidige erfinrichting. ‘Schuurwoningen’ B en C nemen deze afwijkende verkavelingsrichting over. De nieuwbouwwoningen op de kavels verspringen ten opzichte van elkaar. Dit past bij de losse en speelse erfbebouwingsstructuur, die de boerderij-ensembles karakteriseren aan het Noordeinde. Ook de landelijke architectuur van de nieuwbouwwoningen is gebiedseigen en voegt zich in het kenmerkende beeld van een boerenerf. Woning E is daarbij de hoofdwoning en heeft muren van steen.

De architectuur van de andere woningen is geïnspireerd op agrarische schuren en loodsen die doorgaans achter de hoofdboerderij te vinden zijn (op een minder stevige ondergrond). De nokhoogte van de woningen is maximaal 10 meter en de goothoogte is maximaal 6 meter. Een klassiek boerenerf is omkleed met groen. In het verlengde hiervan wordt het nieuwbouwerf strak groen ingekaderd. Voorts is op elke woningbouwkavel ruimte voor een grote boom en kunnen de woningbouwkavels van elkaar worden gescheiden door een (beuken)haag.

referentie woning D & E

27

referentie woning A

28

referentie woning B & C

referentie woning B & C

29

136

Noordeinde

134

132

20

30

40

60

plankaart

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1

Nationaal beleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Sinds september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie van kracht. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de toekomstige generaties. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. Bij kleinschalige ontwikkelingen op lokaal niveau dient rekening gehouden te worden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan is een kleinschalig initiatief passend binnen de nationale omgevingsvisie NOVI. Planspecifiek Uit hoofdstuk 4 blijkt dat het planvoornemen geen nadelige erffecten vormt voor omgevinsapsecten als bodem, water, ecologie en externe veiligheid (gezondheid en veiligheid).

Tevens wordt door het initiatief de aantrekkelijkheid van de leefomgeving vergroot. Er bestaat vanuit de Nationale Omgevingsvisie dan ook geen belemmering voor het initiatief. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium ‘decentraal, tenzij’. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Een groot deel van de SVIR is overgenomen door de NOVI. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk enkel nog een ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen.

Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Planspecifiek De SVIR is niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied raakt niet aan één van de nationale belangen en is dus ook niet specifiek van toepassing op het plangebied. 31

3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. De ‘stappen van de ladder’ worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: •

•

•

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavig plan betreft het planologisch toestaan van drie extra woningen. Van de drie bestaande woningen worden twee plattelandswoningen herbouwd als burgerwoningen. Daarmee is de voorgenomen ontwikkeling in dit verband niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie In de Provinciale Omgevingsvisie wordt de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland beschreven. Met de Omgevingsvisie wil de provincie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogd eindresultaat te schetsen. Dit wordt gedaan aan de hand van ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De omgevingsvisie omvat onder andere: - de provinciale ruimtelijke structuurvisie - het milieubeleidsplan - het regionale waterplan - het verkeers- en vervoersplan - de natuurvisie In de omgevingsvisie worden drie soorten ruimtelijke ontwikkeling beschreven en wordt aangegeven hoe te bepalen is of een ruimtelijke ontwikkeling passend is. Een ruimtelijke ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Bij de beoordeling van de ruimtelijke impact wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing of transformatie. Dit project lijkt daarbij te 32

vallen onder het kopje ‘inpassing’: een ruimtelijke ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. Het vervangen van twee woningen en toevoegen van drie woningen is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het landschap. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hierdoor in principe beperkt. De omgevingsvisie maakt onderscheid in verschillende landschapstypen. Noordeinde 74, de kavel ten noorden van Noordeinde 122 en 134 liggen in het landschapstype droogmakerijenlandschap (klei en veen). “Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek.

Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen.” De richtpunten om dit landschap beleefbaar te houden zijn: • De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. • Behoud van de (ring)dijk en/of (ring)vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. • Ruimtelijke ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Door het weghalen van bebouwing op de kavel ten noorden van Noordeinde 122 en 134 en door het overhevelen van bouwopties van de kavel ten noorden van Noordeinde 122 naar Noordeinde 134 zal de beleving van het hoogteverschil vergroot worden. De dijkweg zal door een verbeterde ritmiek, die meer in de buurt komt van de oorspronkelijke ritmiek, een herkenbare landschappelijke structuurdrager blijven. De ruimtelijke ontwikkeling op de kavel Noordeinde 134 past in het rechthoekige verkavelingspatroon met een strakke groene omzoming.

Ook behandelt de omgevingsvisie de linten in het landschap: “Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien.” Er kunnen verschillende typen linten onderscheiden worden. 1. Dijklint: De bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. 2. Polderlint: De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. 3. Boerenervenlint: het lint als kralensnoer van losse boerderijen met hun erven wordt in stand gehouden, verdere verdichting van dit type lint verstoort de kenmerkende openheid van het landschap en kan alleen daar waar zeer ruime doorzichten bewaard blijven. Met name kenmerkend voor droogmakerijen, zeekleipolders en ruilverkavelingslinten. Boerenerven zelf kunnen uitbreiden, onder de voorwaarde dat dit aansluit bij de karakteristieke erfindeling met een landelijke uitstraling en dient ter ondersteuning van de (verbrede) functie van het landbouwbedrijf. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Het bestaand dwarsprofiel dient richtinggevend te zijn. Dit betekent het in stand houden van het bestaande wegprofiel (breedte, beplanting en berm), aansluiten bij de bestaande afstand van bebouwing tot de weg, 33

(a)symmetrie van het lint, diepte van de (bouw)kavels en dergelijke. Om het lint transparant te houden, dienen doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap intact te blijven. Respect voor historische gaafheid van het lint tenslotte, houdt in dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden wordt met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing. Richtpunten: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De voorgestelde herontwikkeling voldoet aan alle richtlijnen. De ruimtelijke ontwikkeling versterkt ook de lintstructuur. De in architectuur herkenbare hoofdwoning staat dichter bij de openbare weg dan de overige nieuwe bebouwing en de achterkant van de nieuwe bebouwing heeft een relatie met het landschap. De korrel van erven wordt voortgezet, de ritmiek en transparantie van het lint verbetert, waarbij de (bouw)historie richtinggevend is geweest in het besluit om nieuwbouwwoningen te clusteren op de kavel Noordeinde 134.

De nieuwe bebouwing steekt minder ver het landschap in dan oorspronkelijk het geval was en als het geval is bij aanbepalende boerenerven. Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; c. zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. In artikel 4.1, vierde lid, Wro is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld omtrent de inhoud, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van de provinciale verordening. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft hieraan invulling. Het Barro bevat zowel regels voor bestemmingsplannen als voor verordeningen.

Drie onderwerpen uit het Barro hebben gevolgen voor de inhoud van de Omgevingsverordening: Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur), Romeinse Limes en Nieuwe Hollandse Waterlinie. Voor het Natuurnetwerk Nederland gaat het om de volgende eisen: Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied raakt niet aan het Natuurnetwerk Nederland, Romeinse Limes of Nieuwe Hollandse Waterlinie en eisen hiervoor zijn dus ook niet specifiek van toepassing op het plangebied. Gebiedsprofiel Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas Uit het gebiedsprofiel is op dit plan van belang het onderdeel: “linten blijven linten”. De linten van Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas zijn belangrijke landschappelijke structuurdragers. Het Noordeinde behoort hiertoe. Kenmerkend voor de linten is de grote mate van afwisseling in bebouwingsstructuur en het groene karakter. Het Noordeinde stamt uit de tijd van de eerste veenontginningen en ligt daardoor nu hoger in het omliggende landschap. Dit biedt een ruim en groots vergezicht en bevordert de oriëntatie. Het hier voorliggende plan bevordert dit doorzicht door bebouwing te amoveren en ter hoogte van Noordeinde 74 en de kavel ten noorden van Noordeinde 122 nieuwe doorzichten te creëren.

Door alle loodsen, schuren en (tunnel)kassen te amoveren en in de plaats daarvan enkele gebiedseigen woningen terug te bouwen wordt het kleinschalige karakter van de linten versterkt.

34

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 In de omgevingsvisie is een koers uitgezet over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Het bewaken van de waarden en kwaliteiten staat in de visie centraal. Het DNA van Waddinxveen wordt beschreven evenals de uitdagingen waar Waddinxveen voor staat en de overkoepelende visie met ambities. Ook wordt er aandacht besteed aan de achteruitgang van de biodiversiteit waarbij de intensivering van de landbouw een grote invloed heeft gehad. Planspecifiek De structuurvisie gaat uit van een hoog schaalniveau, terwijl de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling kleinschalig is. Met het voorliggende bestemmingsplan worden de juridisch-planologische voorwaarden geboden voor de sloop van een aantal ongewenste opstallen in ruil voor enkele nieuwe woningen. Realisatie van dit voorliggende plan betekent een substantiele reductie van het bebouwd oppervlak ter plaatse en een clustering van de nieuwe bebouwing, waardoor de landschappelijke kwaliteit van het gebied wordt versterkt. Door het natuurvriendelijk inrichten van de kavel ten noorden van Noordeinde 122 waaronder het aanleggen van een paddenpoel en vleermuisbunker tracht dit initiatief de biodiversiteit een positieve impuls te geven.

Het opruimen van de tunnelkassen en het wegnemen van de functieaanduiding ‘sierteelt’ bij het kavel achter Noordeinde 74 zou ook een positieve uitwerking op de biodiversiteit kunnen hebben. Bij de kavel Noordeinde 134 is veel verharding weggehaald. In het plan is veel meer ruimte voor begroeiing waardoor de verwachting is dat de biodiversiteit ook op dit kavel omhoog zal gaan. Het gebied ten westen van Noordeinde wordt aangemerkt als potentieel natuur- en recreatiegebied. Het geplande fietspad op de kavel ten Noorden van 122 en het verbeterde doorzicht van de weg Noordeinde naar het groene gebied ten westen is in lijn met de omgevingsvisie. 3.3.2. Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 Met dit beleidsstuk wordt de koers uitgezet op het gebied van wonen (en zorg) voor de langere termijn tot 2035. De ambitie in het document is een geschikte woning voor iedereen. De volgende kernkwaliteiten bepalen het DNA en dus de identiteit van Waddinxveen: sociale samenleving, goed verbonden, omringd door groen en ondernemend dorp. Wat betreft het wonen in Waddinxveen staat de gemeente voor een aantal uitdagingen: druk op woningmarkt, toename aantal eenpersoonshuishoudens en zelfstandig wonenden, verduurzamingsopgave in gebouwde omgeving en energie-armoede. Op basis van deze kwaliteiten en uitdagingen is de ambitie voor de toekomst bepaald met als horizon het jaar 2050.

De ambitie bestaat uit de volgende punten: • Groene uitstraling verbeteren en openbaar vervoer versterken. • Toepassen van groen voor een klimaatadaptieve inrichting. • CO2 -neutraal en circulair zijn in het jaar 2050. • Alle woningen worden gezonde woningen waarbij minimaal aan één zijde geen geur of geluid van wegen of horeca overheerst. • Het uitbreiden van de variatie in het woningaanbod. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de algemene woningbehoefte. De nieuwe woningen worden gezonde woningen en zullen geen gasaansluiting hebben. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het gestelde in de Woonzorgvisie Waddinxveen 2035. 3.3.3. Paraplubestemmingsplan Archeologie en Parkeren Op 14 november 2012 heeft de gemeente Waddinxveen een eigen archeologiebeleid vastgesteld. De bijbehorende beleidskaart is echter aan veranderingen onderhevig. Door voortschrijdend inzicht en nieuwe onderzoeken kunnen nu betere keuzes gemaakt worden. Het archeologiebeleid is daarom herzien. Het nieuwe beleid wordt beschreven in het rapport Actualisatie archeologische beleidskaart 35

gemeente Waddinxveen, Een actualisatie op basis van archeologische overwegingen, opgesteld door de Omgevingsdienst Midden-Holland d.d. 6 december 2016. Daarnaast dienen in bestemmingsplannen voortaan ook parkeernormen opgenomen te worden. Voorheen was dit geregeld in artikel 2.30.5 van de Bouwverordening, waarin de stedenbouwkundige bepalingen waren opgenomen. In de Reparatiewet BZK 2014 is echter bepaald dat de bouwverordening geen stedenbouwkundige voorschriften – waaronder voorschriften mbt parkeren – meer mag bevatten. Voor bestaande bestemmingsplannen geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2018. Voor nieuwe bestemmingsplannen vervalt de parkeerbepaling uit de bouwverordening na vaststelling. De Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen geeft een algemeen inzicht in de beleidsmatige, juridische en financiële aspecten van het beleid. De essentie van het archeologiebeleid van de gemeente Waddinxveen bestaat uit het ‘archeologieproof’ maken van nieuwe bestemmingsplannen en beheersverordeningen en voldoet hiermee aan de eisen van de Monumentenwet 1988 (nu de Erfgoedwet). Planspecifiek Bij de locatie Noordeinde 134 is, voordat er werkzaamheden aanvangen, nader onderzoek nodig omdat de kavels de dubbelbestemmingen Archeologie Waarde 2 en Archeologie Waarde 3 hebben. 3.3.4.

Mobiliteitsplan Waddinxveen Het “Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020” is op 26 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Planspecifiek Het Noordeinde is momenteel een van de vier belangrijkste ontsluitingsroutes van Waddinxveen. In de omgeving van het Noordeinde staan een aantal ontwikkelingen gepland waarvan verwacht wordt dat deze (deels) gerealiseerd zijn in de periode 2013 – 2022 en die van invloed zijn op het plangebied: • De Parallelstructuur A12, bestaande uit de Extra Gouwekruising en de • Moordrechtboog; • De eerste fase en mogelijk de tweede fase van de Bentwoudlaan, tussen de • Vredenburghlaan en Beethovenlaan (fase 1) en Hoogeveenseweg (fase 2); • De Vredenburghlaan, tussen de Moordrechtboog en de Bentwoudlaan; Het verkeer op de toeleidende wegen naar de Bentwoudlaan (Noordeinde, Beethovenlaan) groeit bij de aanleg van de eerste fase van de Bentwoudlaan.

Bovenstaande ontwikkelingen hebben verder geen nadere gevolgen voor onderhaving plan. 3.3.5. Duurzaamheidsvisie Waddinxveen Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. In de duurzaamheidsvisie is een tweetal ambities op het gebied van duurzaamheid en wonen opgenomen. Het gaat om het stimuleren van duurzame nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Planspecifiek De nieuwe woning wordt volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gerealiseerd. De woningen worden waar mogelijk voorzien van zonnepanelen. Ook wordt de woning niet meer aangesloten op het aardgasnetwerk. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: warmteopslag in de grond of warmtepomp via de lucht; warmteterugwinning vanuit ventilatie en vanuit douchewater; 36

uitsnede Natuurwaardenkaart Waddinxveen, plangebieden aangegeven door rode lijnen

uitsnede groenstructuurplan Waddinxveen, plangebieden aangegeven door rode lijnen 37

opvang en recyclen van regenwater. Bij uitwerking van bouwplannen zal rekening worden gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van Duurzaam bouwen overeenkomstig de hiervoor genoemde maatregelen. De constructie bovengronds zal van hout zijn (enkel de hoofdwoning aan de weg heeft stenen buitenmuren). 3.3.6 Groenstructuur en groenbeleidsplan Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad het ‘Groenstructuur en groenbeleidsplan’ vastgesteld. Het Groenstructuur en groenbeleidsplan heeft kaders vastgelegd voor de inrichting en beheer van het gemeentelijke openbare groen binnen de bebouwde omgeving. Waddinxveen is een groene gemeente aan de rand van het Groene Hart. De prioriteit ligt in het behoud en versterken van het groen in de hoofdgroenstructuur. Elke wijk heeft zijn eigen karakter. Dit wordt versterkt met het wijkgroen. Het belang van groen wordt evenredig meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen. Op kaarten zijn de hoofd- en wijkgroenstructuur vastgelegd. Een netwerk van groene verbindingen zorgt ervoor dat de grote groene gebieden en de parken aan elkaar geschakeld worden. Dit voorkomt dat de waardevolle gebieden geïsoleerd komen te liggen. In de hoofdgroenstructuur staat behoud en versterken van het groen voorop, daar is weinig mogelijk. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in de hoofdgroenstructuur.

In het groenbeleidsplan wordt de karakteristiek van het Noordeinde omschreven als verspreid staande bomen bij boerderijen. In het plangebied zullen geen gezonde bomen worden verwijderd. Het perceel ten noorden van Noordeinde 122 wordt ingericht met ruig grasland met een openbaar pad. Dit zal een ecologische verbinding tussen het Bentwoud en het Gouwebos versterken. Recreatief zal het perceel een nieuwe toegang tot het Bentwoud verschaffen. 3.3.7 Welstandsnota 2015 In de gemeente Waddinxveen geldt voor veel gebieden welstandsvrij bouwen, waaronder ook het plangebied van dit initiatief. Aangezien een voorwaarde voor voorliggend plan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is, wordt hier toch een beroep gedaan op de welstand. Voor dit initiatief is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de welstand toekomstige ontwikkelingen kan toetsen. Het beeldkwaliteitsplan wordt als addendum op de Welstandsnota Waddinxveen 2015 aangeboden aan de gemeenteraad.

38

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1

Milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c.

het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL: RVS:2018:348, 31 januari 2018) blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. De bebouwingsmogelijkheden nemen bij het voorgenomen plan vergeleken met de bestaande (planologische) situatie niet toe. De sloop van een aantal gebouwen, de herbouw van twee woningen en de realisatie van drie vrijstaande woningen betreft een wijziging die naar aard en omvang zeer beperkt is. Bovendien nemen de gebruiksmogelijkheden nauwelijks toe. De gronden zijn in de huidige situatie geschikt voor agrarische doeleinden terwijl in de toekomstige situatie de gronden bestemd zijn voor wonen, natuur en rectreatie. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Ook blijft de oppervlakte van dit plan (~5 hectare) ruimschoots onder de 100 hectare als genoemd in categorie 11.2 van onderdeel D. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan valt onder mogelijkheid d. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.

39

Desondanks zijn in het kader van dit ruimtelijk plan de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.2

Bodem

In het kader van een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Planspecifiek Voor de locatie ten noorden van Noordeinde 122 verandert het overgrote deel van de kavel niet van bestemming. Enkel de functieaanduiding ‘sierteelt’ komt te vervallen en ter plekke van het fietswandelpad wordt de bestemming ‘Agrarisch’ veranderd in de bestemming ‘Verkeer’. Verder wordt de kavel natuurvriendelijk ingericht. Een bodemonderzoek is hiervoor niet nodig. Op de locatie Noordeinde 74 als op Noordeinde 134 wordt de bestemming ‘agrarisch’ omgezet naar ‘wonen’. Voor deze functiewijziging dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik (Wet Bodembescherming). Hiervoor zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd.

Noordeinde 74 Uit een verkennend bodemonderzoek blijkt dat er in de bodem bodemvreemde bestanddelen zijn aangetroffen. De bestanddelen betreffen glas en baksteen, plaatselijk puin. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het opgeboorde materiaal is wel (een bijmenging met) bodemvreemd materiaal vastgesteld. De kleiige en zandige bovengrond met bijmenging van bodemvreemd materiaal is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en OCB. Er is in de grond PFOS, PFOA en overige PFAS aangetroffen welke voldoen aan de grenswaarde Landbouw/natuur. Het eindoordeel voor eventueel hergebruik is categorie 4,1/4,2/4,3. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Barium kan van nature verhoogd voorkomen. De gehanteerde onderzoekshypothese “De bodem is verdacht voor bodemverontreiniging (heterogeen en diffuus) met parameters uit het NEN 5740 pakket, OCB in de bovengrond en het voorkomen van PFAS is niet uit te sluiten” is bevestigd. Dit betreft ten hoogste lichte verontreiniging. Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek niet noodzakelijk geacht. Gelijktijdig met onderhavig onderzoek is verkennend asbestonderzoek verricht. Voor de resultaten wordt verwezen naar de rapportage van ATKB met kenmerk 20190684/rap02.

Tijdens dit verkennend asbestonderzoek is in een inspectiegat een gemiddeld gewogen gehalte aan asbesthoudend materiaal vastgesteld van 152,4 mg/kgds. Aangezien sprake is van een gehalte > 50 mg/kgds dient voor een omgevingsvergunning onderdeel bouwen een nader onderzoek plaats te vinden. Hierbij dient te worden vastgesteld of sprake is van verontreiniging, en zo ja, wat de omvang van deze verontreiniging is. Binnen de overige delen van de locatie is geen asbest vastgesteld. Nader onderzoek wordt hier dan ook niet noodzakelijk geacht. Indien van de locatie grond wordt afgevoerd dient rekening te worden gehouden met de daarop van toepassing zijnde regelgeving uit het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit gaat in op het hergebruik van grond. Noordeinde 134 In een verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van een boring een sterke verontreiniging met cadmium, koper, lood, nikkel en zink, een matige verontreiniging met kobalt en lichte verontreinigingen 40

met molybdeen, kwik, PCB, PAK en minerale olie vastgesteld. De sterke verontreiniging dient door middel van nader onderzoek afgeperkt te worden. In de overige (meng)monsters zijn lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, zink en PAK vastgesteld. De vastgestelde grondwaterkwaliteit en gehalten asbest in de grond of puin geven geen aanleiding tot nader grondwater- of asbestonderzoek. Vanwege de verontreiniging die is vastgesteld in het verkennend bodemonderzoek is voor de locatie Noordeinde 134 een nader bodemonderzoek uitgevoerd met daarin de volgende conclusies: De omvang van de sterke verontreiniging in de bovengrond ter plaatse van boring 11 is in kaart gebracht. Op basis van de beschikbare bodeminformatie betreft het naar verwachting een opvulling van de bestaande fundering onder de aanwezige asfaltverharding. De sterke verontreiniging heeft daarom naar verwachting een beperkte omvang. De onderzoekslocatie is grotendeels verhard met circa 15 cm asfalt. Onder de asfaltverharding is een fundering aanwezig van 25 tot 50 cm. Onder de puinfundering is een kleilaag aanwezig. Indien geen verharding aanwezig is, bestaat de bovengrond uit klei. Plaatselijk is in de kleigrond een zwakke bijmenging met puin of bakstenen aanwezig.

De herkomst van de sterke verontreiniging is niet bekend, aangenomen wordt daarom dat de sterke verontreinigde grond voor 1987 is aangebracht en daarom een historische verontreiniging betreft. De sterke verontreiniging heeft een omvang van circa 3 m3 en maakt onderdeel uit van de funderingslaag. Het betreft derhalve geen geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen in grond. In verband met de beperkte omvang van de sterke verontreiniging is geen sprake van actuele risico’s. Tijdens uitvoering van het veldwerk is geen sprake geweest van kritische afwijkingen ten opzichte van de NTA 5755 of BRL2000, Protocol 2001. De sterke verontreiniging is horizontaal en verticaal in voldoende mate onderzocht, derhalve wordt verder bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De sterk verontreinigde zandlaag ter plaatse van boring 11 dient bij verwijdering te worden afgevoerd naar een daarvoor erkende verwerker. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het aspect bodem ten aanzien van de bestemmingswijzigingen voldoende is onderzocht en geen belemmering vormt. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning in kader van de geplande nieuwbouw is ter plaatse van Noordeinde 74 nader asbestonderzoek noodzakelijk.

4.3

Luchtkwaliteit

De Wet Milieubeheer behandelt in paragraaf 5.2 de luchtkwaliteit. De wet maakt onderscheid tussen ‘grote’ en ‘kleine’ projecten. Kleine projecten dragen ‘niet in betekende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Kleine projecten die jaarlijks minder dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxiden (1,2 microgram per m3) kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project niet boven de 3%-norm komt. Het hier voorliggende plan behoort tot een ‘klein project’ dat ‘niet in betekende mate’ bijdraagt. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Binnen dit NSL, dat sinds 1 augustus 2009 in werking is, werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. 41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14444339/3