CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Bijlage 2 Rapport Berenschot financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 FKGR

Besluitvormende raadsvergadering 12 februari 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken17.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In navolging van het in 2022 uitgevoerde onderzoek “BRE Midden-Holland” is Berenschot begin 2024 gevraagd om met een advies te komen hoe de versterking van de Regio Midden-Holland vorm en inhoud kan krijgen: wat is nú nodig om een volgende stap te zetten voor gezamenlijk resultaat, wat vraagt dat van de organisatie MiddenHolland? In het rapport van 28 maart 2024 adviseert Berenschot om de regionale samenwerking in regio Midden-Holland met ingang van 2025 te versterken door een capaciteitsuitbreiding van 5,5 fte. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen De GR Midden Holland heeft in mei 2024 een notitie geschreven ‘financiële ontwikkelingen 2026’ waarin zij het DB en AB inzicht geeft in de besparingsmogelijkheden en de effecten daarvan. Vanuit beleidsinhoudelijke optiek is in de memo de conclusie geformuleerd dat de directie zeer beperkte mogelijkheden ziet voor bezuinigingen. De beleidsontwikkeling zoals hierboven geschetst leidt in tegenstelling tot een daling van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van minder rijksinkomsten tot een opwaartse beweging in de begroting vanaf 2025. Dit laat onverlet dat er technisch wel besparingsmogelijkheden zijn vanuit het perspectief van beleidsvrijheid zoals het dashboard weergeeft.

10/32

De GR beschikt over een algemene reserve van € 0,1 miljoen en bestemmingsreserves van € 0,3 miljoen. De GR Midden Holland heeft daarmee beperkt middelen om eventuele frictie op te vangen.

11/32

1.4

ISD Bollenstreek

Overzicht 2026

Beleidsproduct Overhead (ISDB) Participatie Wmo Totaal

Begroting 2026 € 3.985.000 € 35.003.000 € 38.052.000 € 77.040.000

Niet beïnvloedbaar € 3.188.000 € 25.741.742 € 27.339.280 € 56.269.021

Beïnvloedbaar € 797.000 € 9.261.258 € 10.712.720 € 20.770.979

% 20% 26% 28% 27%

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD Bollenstreek) is opgericht door de gemeenten in de Bollenstreek op 1 januari 2008. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de ISD zijn vastgesteld in de Wet sociale voorzieningen en in de gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek. De ISD Bollenstreek is verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van sociale zekerheid, bijstandsverlening, werkgelegenheid, reintegratie, en maatschappelijke ondersteuning. Dit omvat ook het bevorderen van de participatie van inwoners en het ondersteunen van kwetsbare groepen in de samenleving. Deelnemers: Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen Bijdragen aan ISD Bollenstreek in cijfers

12/32

Gemeentelijke bijdragen ISD Bollenstreek Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %

2020 63.859.909

2021 60.236.952 -3.622.957 -5,67%

2022 63.752.092 3.515.140 5,84%

2023 72.068.662 8.316.570 13,05%

2024 73.338.511 1.269.849 1,76%

2025 75.088.800 1.750.289 2,39%

(tabel kerncijfers GR en gemeentelijke bijdragen en ontwikkeling) In het algemeen is er een trend van stijgende gemeentelijke bijdragen aan de ISD Bollenstreek van 2021 tot en met 2025, gedreven door verhoogde vraag naar sociale diensten en noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan de veranderende omstandigheden. Specifiek voor 2023 en 2024 zijn de budgetten van de ISD Bollenstreek aangepast om te voldoen aan de groeiende vraag naar sociale diensten en als gevolg van de inflatie en de stijging van de kosten voor personeel. In 2023 werd bijvoorbeeld een aanzienlijk hogere gemeentelijke bijdrage vastgesteld, mede door de toenemende instroom van uitkeringsgerechtigden onder de participatiewet en extra uitgaven gerelateerd aan de energietoeslag. De toename van uitkeringsgerechtigden is voornamelijk het gevolg is van de instroom van statushouders en veranderingen in de huisvestingstaken van gemeenten. Daarnaast zijn er ook wijzigingen doorgevoerd in de normbedragen voor de bijstandsverlening, wat invloed heeft op de totale uitgaven van de ISD. De bijdrage van gemeenten is daarmee niet alleen een reactie op de toenemende vraag naar sociale voorzieningen, maar ook een aanpassing aan de economische realiteit van stijgende kosten in het sociaal domein. Tot slot zijn ook de Cao-lonen van personeel in de sociale sector gestegen, met in 2023 een stijging van ongeveer 6,8%.

Duiding dashboard De ISD Bollenstreek is voornamelijk een uitvoeringsorganisatie met een sterk operationeel karakter. Ze hebben te maken met veel wettelijke taken die zijn vastgelegd in nationale wetgeving. Dit maakt dat er weinig keuzeruimte is binnen de uitvoeringsorganisatie. Dit komt doordat de ISD moet reageren op veranderende beleidsrichtlijnen van de gemeenten en het Rijk. De ruimte kan vooral gezocht worden in de adviserende taken, beleidsontwikkeling en enkele keuzes in het voorzieningenniveau dat ISD overeenkomt met de deelnemende gemeenten. De personele lasten vormen ongeveer 16% van de begroting van de ISD (Meerjarenbegroting 2024-2028). Aangezien het personeel voornamelijk betrokken is bij de uitvoering van wettelijke taken, is er weinig ruimte om te snijden in deze kosten zonder de kwaliteit van de dienstverlening in gevaar te brengen. Begin 2024 heeft bureau Berenschot een benchmark onderzoek uitgevoerd naar de formatie van de organisatie. Er is geconstateerd dat de ISD een relatief lage formatie heeft en hiermee dienstverlening van niveau neerzet. De ISD doet relatief veel, met relatief weinig personeel. Tegelijk werd ook geconstateerd dat er sprake is van enige krapte. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 27% of € 20,8 miljoen op de gehele begroting (€ 77 miljoen).

Hierbij moet vermeld worden dat de personele lasten alleen voor de overhead als personele lasten verwerkt zijn, terwijl ongeveer € 8 miljoen personele lasten binnen de posten participatie en zorg vallen. Als je daarvoor zou corrigeren dan kom je in 2026 uit op een beïnvloedbaar bedrag van € 14,4 miljoen (19%) uit in 2026. Daarbij gaan we uit van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. De ISD heeft geen kapitaalgoederen waar rekening mee gehouden dient te worden. Ze hebben tevens geen grote contractuele afspraken lopen, dus deze zijn niet opgenomen in het dashboard.

13/32

Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR Er zijn geen specifieke ontwikkelingen besproken anders dan genoemde ontwikkelingen genoemd als verklaring voor de stijging van de gemeentelijke bijdrage. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen De directie overlegt regelmatig met het dagelijks bestuur om te bespreken op welke wijze de kosten in de hand gehouden kunnen worden. Zo wilden ze bijvoorbeeld werken met inkomensafhankelijke bijdragen, maar dit werd door de minister afgewezen. Afgelopen voorjaar is er een voorstel gedaan voor bezuinigingen binnen de WMO. Dit bevatte ook voorstellen die wettelijk niet zijn toegestaan of op de grens van wel/niet wettelijk toegestaan zitten. ISD Bollenstreek ziet op verschillende gebieden nog mogelijkheden. Er zijn uitgebreide minimaregelingen waar nog in versoberd kan worden (Individuele Inkomens Toeslag, echter wel met risico op hogere BBZ). Ook kan de collectieve ziektekostenverzekering geschrapt worden (ca. 0,5 mln., maar ook hier risico op hogere beroep op bijzondere bijstand) en kan het aantal uren begeleiding en dagbesteding teruggedrongen worden. Tot slot kan ervoor gekozen worden om de medische keuringen voor bijstand te schrappen (€50K, dit wordt uitgevoerd door Hecht), de toegevoegde waarde is beperkt.

ISD Bollenstreek ziet ook mogelijkheden om verder te bezuinigen op hulp bij huishouden door te werken met een normenkader dat het wettelijk minimum hanteert. Dit wordt echter tenietgedaan doordat er een nieuwe aanbesteding plaatsvindt, waarbij verwacht wordt dat de kostprijs hoger zal zijn dan de mogelijke besparing. Grote besparingsmogelijkheden ziet de ISD Bollenstreek in de contracten met de aanbieders die de gemeente afsluit, zoals voor beschermd wonen. Hierbij lijkt soms meer aandacht te zijn voor het in stand houden van de aanbieder dan voor de klant, met de ervaring van ISD stellen zij dat er winst te behalen is in een zakelijkere aanpak door de gemeenten. De grootste kostenpost voor de ISD Bollenstreek is de reguliere uitkering. Deze kan alleen beïnvloed worden door snellere uitstroom (re-integratie), wat onder de verantwoordelijkheid van een andere gemeenschappelijke regeling valt. De ISD Bollenstreek geeft aan dat voor grote bezuinigingen wetswijzigingen nodig zijn.

14/32

1.5

Omgevingsdienst West-Holland

Overzicht 2026

Beleidsproduct Milieu (ODWH) Overhead (ODWH) Ruimtelijke ordening Wonen en bouwen Totaal

Begroting 2026 € 11.932.075 € 5.929.800 € 3.012.572 € 4.140.553 € 25.015.000

Niet beïnvloedbaar € 10.184.805 € 5.142.224 € 2.560.686 € 3.522.032 € 21.409.747

Beïnvloedbaar € 1.747.270 € 787.576 € 451.886 € 618.520 € 3.605.253

% 15% 13% 15% 15% 14%

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Milieudienst West-Holland, de voorloper van de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) is opgericht door de gemeenten in de regio West-Holland op 2 januari 2001. Vanaf 2 januari 2015 is de dienst een omgevingsdienst, welke de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zoals vastgesteld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland uitvoert. De ODWH is verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van milieu, vergunningverlening, handhaving, toezicht en advisering op het terrein van de fysieke leefomgeving. Dit omvat onder andere zaken als lucht- en waterkwaliteit, afvalbeheer, en de bescherming van natuur en landschap. Deelnemers: Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude en de provincie ZuidHolland.

15/32

Gemeentelijke bijdragen Omgevingsdienst West-Holland*

2020 14.161.587

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % *dit is alleen de gemeentelijke bijdrage (zonder PZH)

2021 14.212.444 50.857 0,36%

2022 15.076.558 864.114 6,08%

2023 15.303.297 226.739 1,50%

2024 17.639.000 2.335.703 15,26%

2025 19.195.000 1.556.000 8,82%

(tabel kerncijfers GR en gemeentelijke bijdragen en ontwikkeling) De gemeentelijke bijdrage heeft zich de achterliggende jaren hoofdzakelijk ontwikkeld langs de indexering van de FKGR. Daarnaast vinden aanpassingen plaats op het meerjarig verloop van de uren zoals opgenomen in het Dienstplan. Het Dienstplan vormt de basis voor de begroting. Als deze doelen meer middelen vereisen, kan dat ook leiden tot verhogingen van de gemeentelijke bijdragen. Tevens worden hierin ook nieuwe prioriteiten en beleidsdoelen opgenomen. De ODWH heeft er de afgelopen jaar ook naar gestreefd om de kosten van de inhuur van externe medewerkers te verlagen, door deze inhuur terug te brengen en voor structureel werk mensen waar mogelijk in dienst te nemen. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn er bodemtaken overgaan van de Provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Deze verschuiving is verwerkt in de begroting 2024. De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn toen daarom niet gebaseerd op het Dienstplan 2023 maar gebaseerd op de uren en materiele lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2023 met omgevingswet. Duiding dashboard De ODWH is een uitvoeringsorganisatie waarbij het grootste deel van de begroting bestaat uit personele kosten (€ 25 miljoen).

In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 14,4% of € 3,6 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 0,2 miljoen), personele kosten (€ 19,7 miljoen) en verplichtingen, subsidies en contracten (€ 1,9 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt er vanuit gegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Gelet op het karakter van de taken is de beïnvloedbaarheid tussen Wonen en bouwen en Milieu nagenoeg gelijk. Verschil is wel dat Wonen en bouwen taken alleen voor de gemeente Noordwijk en de provincie worden uitgevoerd en Milieutaken voor alle gemeenten.

Daarnaast bestaat een frictieregeling waar individueel 2% per jaar zonder frictie kan worden gereduceerd in taken. Indien gemeenten en provincie collectief besluiten tot grotere besparingen is het aan het Algemeen Bestuur hoe om te gaan met de mogelijk optredende frictie en de vastgestelde spelregels rondom frictiekosten. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De commissie van Aartsen heeft in 2021 in beeld gebracht welke mogelijkheden er zijn om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken, met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Een goed functionerend VTH-stelsel is essentieel voor

16/32

het voorkomen van schade aan het milieu. Als belangrijk onderdeel van het advies is de commissie gevraagd welke mogelijkheden zij ziet om de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, waaronder omgevingsdiensten, te versterken en aan te geven wat ervoor nodig is om die versterking daadwerkelijk te realiseren. De commissie oordeelde dat het stelsel niet goed functioneert. Een belangrijk aangrijpingspunt voor verbetering van het VTH-stelsel is volgens de commissie de omgevingsdiensten, deze moeten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarvoor is robuustheid van de omgevingsdiensten van belang. Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering, zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Om invulling en uitvoering te geven aan de aanbevelingen is op initiatief van I&W een interbestuurlijk programma (IBP) gevormd waarmee het VTH-stelsel structureel verstevigd kan worden. Hierin participeren het Rijk, gemeenten (VNG) en provincies (IPO). Onderdeel van het IBP is ‘robuuste omgevingsdienst en passende financiering’.

Er is een inhoudelijke benadering gevolgd waarbij 4 criteria zijn geformuleerd, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s vormen de ondergrens waar omgevingsdiensten aan moeten voldoen: 1.

De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overhead en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie.

2.

De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken.

3.

De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit 0 aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie van 1% van de begroting.

4.

De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen > 0,8).

5.

De dienst kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom.

6.

De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.

De ODWH zal de komende periode moeten investeren om te voldoen aan de eis dat het opleidingsbudget 3% van de loonsom bedraagt en er een vrij besteedbaar budget van 1% van de begroting voor innovatie beschikbaar is. Met het doorvoeren van deze investeringen wordt de OHWH verliesgevend op uurtarief. Bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage aan de ODWH kan ertoe leiden dat er niet (meer) voldaan kan worden aan bovengenoemde robuustheids- en kwaliteitscriteria. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle gemeenten bevoegd gezag geworden over de bodem. Daarmee zijn verantwoordelijkheden en ook de verantwoordelijkheid voor het budget overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Dit heeft deels in 2024

17/32

plaatsgevonden. In 2025 zullen nog ruim 2000 uur verschoven worden van de provincie naar de gemeenten. In het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben uitvoerders van de bouw- en woningtoezichttaken de opdracht om de komende jaren in te krimpen. De wet zorgt er namelijk gefaseerd voor dat taken overgaan naar de markt en een aantal taken dus niet meer door de overheid (gemeente of OD) wordt uitgevoerd. Per 1 januari 2024 is de wet in werking getreden, maar nog maar voor een beperkt deel. De komende jaren wordt dit in fases uitgebreid. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen Veel taken die de ODWH uitvoert zijn wettelijk verplicht en ze voldoen hier vaak aan het wettelijk minimum. Daarnaast voeren ze ook bovenwettelijke taken uit, zoals het verstrekken van duurzaamheidssubsidies. Een ander beïnvloedbaar onderdeel van de begroting betreft het advies van gemeenten over omgevingsplannen. Dit is vraag gestuurd, waardoor gemeenten hier zelf invloed op kunnen uitoefenen. De ODWH is 8 jaar geleden in een financieel zwaar weer teruggekomen. Een reorganisatie en stevige ombuigingen waren nodig. Tot op de dag van vandaag resulteert dit in andere financiële parameters en gewoonten. Ze zien weinig rek in hun begroting aangezien ze weinig bovenwettelijke taken hebben.

Dat maakt dat ze met het DB hebben afgesproken dat er geen taken- en/of overheaddiscussie gestart wordt. Ze verwachten dat dit meer kost dan dat het oplevert. Wel zijn ze bereid om mee te zoeken naar een ‘begrotingsverkleining’ van enige procenten op een manier die past bij hun werkwijze. De oplossing wordt daarbij gezocht in het werken met een gezond planningsoptimisme en het op een daarbij passende wijze omgaan met de inhuur.

18/32

1.6

Omgevingsdienst Midden-Holland

Overzicht 2026

Beleidsproduct BWT Milieu (ODMH) Overhead (ODMH) Totaal

Begroting 2026 € 5.761.136 € 10.782.831 € 9.719.424 € 26.263.392

Niet beïnvloedbaar € 4.896.966 € 9.123.068 € 8.126.606 € 22.146.640

Beïnvloedbaar € 864.170 € 1.659.764 € 1.592.818 € 4.116.753

% 15% 15% 16% 16%

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doet zij door de uitvoering van de milieutaken voor de gemeenten in de regio Midden-Holland en de gemeente Alphen aan den Rijn en de provincie Zuid-Holland. De ODMH voert de bouw- en woningtoezichttaken uit voor de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Gouda, Zuidplas, Waddinxveen en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast voert de ODMH de zwemwatertaken uit voor heel de provincie Zuid-Holland. Deelnemende partijen: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas en de Provincie Zuid-Holland. Gemeentelijke bijdragen Omgevingsdienst Midden Holland* Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % *dit is alleen de gemeentelijke bijdrage (zonder PZH)

2020 16.084.615

2021 17.285.022 1.200.407 7,46%

2022 18.246.519 961.497 5,56%

2023 19.081.904 835.385 4,58%

2024 18.448.915 -632.989 -3,32%

2025 20.618.348 2.169.433 11,76%

19/32

De gemeentelijke bijdrage heeft zich de achterliggende jaren hoofdzakelijk ontwikkeld langs de indexering van de FKGR. Daarnaast zijn diverse werkzaamheden opgepakt zonder dat hier additionele financiering tegenover stond vanuit de gemeentelijke bijdragen. Zo zijn voor de implementatie van de Omgevingswet en Wkb bijvoorbeeld geen aanvullende middelen aangevraagd bij de deelnemers. De kosten die hiermee samenhingen zijn door ODMH in de afgelopen jaren opgevangen binnen de staande begroting(en). Dit is volgens de ODMH ten koste gegaan van andere innovaties en ontwikkelingen. In de meest recente jaren is door de gemeente Alphen aan den Rijn in 2023 en 2024 ieder jaar 2,5% gereduceerd op de milieutaken. De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft dit alleen in 2024 voor 2,5% toegepast. In oudere jaren (2017-2019) heeft de ODMH ten aan zien van de provinciale taken op de nullijn gefunctioneerd. In 2013, 2014 en 2015 is een bezuinigingsoperatie (op eigen initiatief) uitgevoerd van in totaal 15%, jaarlijks 5% (op de gemeentelijke bijdragen). Met betrekking tot de taken voor Bouw- en woningtoezicht is bij taakoverdracht in 2012 een korting van 10% toegepast. In 2024 is door is door de ingang van de wet kwaliteitsborging (Wkb) een afname van de uren van ca. 5% toegepast. De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft ook voor de BWT taken een reductie van 2,5% toegepast in 2024.

Duiding dashboard De ODMH is een uitvoeringsorganisatie waarbij het grootste deel van de begroting bestaat uit personele kosten (€ 21 miljoen). In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 16% of € 4,2 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 0,6 miljoen), personele kosten (€ 17,6 miljoen) en verplichtingen, subsidies en contracten (€ 2,3 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Gelet op het karakter van de taken is de beïnvloedbaarheid tussen BWT en Milieutaken nagenoeg gelijk.

Verschil is wel dat BWT taken voor enkele gemeenten worden uitgevoerd en Milieutaken voor alle gemeenten. Daarnaast bestaat een frictieregeling waar individueel 2,5% per jaar zonder frictie kan worden gereduceerd in taken. Indien gemeenten en provincie collectief besluiten tot grotere besparingen is het aan het Algemeen Bestuur hoe om te gaan met de mogelijk optredende frictie en de vastgestelde spelregels rondom frictiekosten. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De commissie van Aartsen heeft in 2021 in beeld gebracht welke mogelijkheden er zijn om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken, met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Een goed functionerend VTH-stelsel is essentieel voor het voorkomen van schade aan het milieu. Als belangrijk onderdeel van het advies is de commissie gevraagd welke mogelijkheden zij ziet om de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, waaronder omgevingsdiensten, te versterken en aan te geven wat ervoor nodig is om die versterking daadwerkelijk te realiseren. De commissie oordeelde dat het stelsel niet goed

20/32

functioneert. Een belangrijk aangrijpingspunt voor verbetering van het VTH-stelsel is volgens de commissie de omgevingsdiensten, deze moeten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarvoor is robuustheid van de omgevingsdiensten van belang. Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering, zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Om invulling en uitvoering te geven aan de aanbevelingen is op initiatief van I&W een interbestuurlijk programma (IBP) gevormd waarmee het VTH-stelsel structureel verstevigd kan worden. Hierin participeren het Rijk, gemeenten (VNG) en provincies (IPO). Onderdeel van het IBP is ‘robuuste omgevingsdienst en passende financiering’. Er is een inhoudelijke benadering gevolgd waarbij 4 criteria zijn geformuleerd, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s vormen de ondergrens waar omgevingsdiensten aan moeten voldoen: 1.

De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overhead en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie.

2.

De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken.

3.

De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit 0 aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie van 1% van de begroting.

4.

De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen > 0,8).

5.

De dienst kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom.

6.

De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.

Gezien het feit dat de begroting van ODMH voor milieutaken net boven de norm is (€17,5 mln waar de norm € 16,5 mln is, peiljaar 2023) kunnen bezuinigen op gemeentelijke bijdrage aan de ODMH kunnen ertoe leiden dat er niet meer kan worden voldaan aan een of meerdere van bovengenoemde robuustheids- en kwaliteitscriteria. Daarmee zou de dienst alsdan de bij haar belegde taken niet meer naar behoren kunnen uitvoeren. Vanuit het Rijk en de Tweede Kamer wordt de robuustheid van het VTH-stelsel nadrukkelijk in beeld gebracht en gemonitord, waarbij robuuste omgevingsdiensten een speerpunt zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle gemeenten bevoegd gezag geworden over de bodem. Daarmee zijn verantwoordelijkheden en ook de verantwoordelijkheid voor het budget overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Dit heeft deels in 2024 plaatsgevonden. In 2025 zullen nog ruim 2000 uur verschoven worden van de provincie naar de gemeenten. In het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben uitvoerders van de bouw- en woningtoezichttaken de opdracht om de komende jaren in te krimpen. De wet zorgt er

21/32

namelijk gefaseerd voor dat taken overgaan naar de markt en een aantal taken dus niet meer door de overheid (gemeente of OD) wordt uitgevoerd. Per 1 januari 2024 is de wet in werking getreden, maar nog maar voor een beperkt deel. De komende jaren wordt dit in fases uitgebreid. Verder worden er aan de organisatie toenemende eisen gesteld op terrein van o.a. rechtmatigheids-verantwoording / AVG/ WOO/ digitale veiligheid (BIO/ NIS2). De ODMH is eigenaar van het Midden-Hollandhuis. Voor de komende jaren staat het verder verduurzamen van het Midden-Hollandhuis op de agenda, incl. actualisatie MJOP. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen In het DB van de ODMH is in het voorjaar is stil gestaan bij het verzoek van de bestuurlijke werkgroep FKGR om bij te dragen aan de financiële druk bij gemeenten. Het DB van de ODMH heeft hierbij opdracht gegeven om inzichtelijk te maken welke keuze-/ sturingsmogelijkheden er zijn. Op 27 juni is het Algemeen Bestuur van ODMH meegenomen in een toelichting op de taakuitvoering van de ODMH, de voor ODMH relevante ontwikkelingen, reeds doorgevoerde bezuinigingen, de financiële positie alsmede de sturingsmogelijkheden op de begroting van de ODMH. Als vervolgstap is het naar het einde van 2024 afgesproken een uitwerking te geven van de sturingsmogelijkheden op de begroting langs de volgende lijnen: •

Beoordelen materiele budgetten

•

Efficiency in processen

•

Inhoudelijke keuzes van de deelnemers (takendiscussie)

•

Kostenbesparing bij de deelnemers door taken regionaal (door de ODMH) uit te laten

voeren •

Intensivering samenwerking vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten

Deze analyse is van belang om handvatten te kunnen bieden aan het Dagelijks- en Algemeen Bestuur in de discussie rondom het ‘ravijnjaar 2026’ en de in ontwikkeling zijnde kaderstelling door de werkgroep FKGR, waarbij de ODMH ook oog wil houden voor de opgaven waar zij de komende jaren voor gesteld staat zoals geschetst in de paragraaf beleidsmatige ontwikkelingen.

22/32

1.7

Regionale dienst Openbare Gezondheid/GGD (HECHT)

Overzicht 2026

Beleidsproduct CCS COD DIR GBO GTG GTG GHOR JGZ RAV ZVH Totaal

Begroting 2026 € 5.531.515 € 14.056.469 € 4.186.770 € 5.890.811 € 10.934.564 €0 € 26.131.439 € 44.744.518 € 17.581.306 € 129.057.392

Niet beïnvloedbaar € 4.433.321 € 12.170.606 € 3.348.908 € 4.564.721 € 8.625.169 €0 € 20.878.076 € 44.744.518 € 13.401.467 € 112.166.786

Beïnvloedbaar € 1.098.194 € 1.885.863 € 837.862 € 1.326.089 € 2.309.395 €0 € 5.253.363 €0 € 4.179.839 € 16.890.605

% 20% 13% 20% 23% 21% 0% 20% 0% 24% 13%

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Gemeenschappelijke Regeling Hecht voert voor alle achttien gemeenten van Hollands Midden gemeentelijke taken uit op het gebied van openbare gezondheid en veiligheid. Dit is ondergebracht in de resultaatverantwoordelijke eenheden: Jeugdgezondheidszorg (JGZ), gezondheidsbescherming

23/32

en toezicht (GT), gezondheidsbevordering en onderzoek (GBO), de regionale ambulancevoorziening (RAV) en het zorg- en veiligheidshuis (ZVH). Deelnemende gemeenten: alle achttien gemeenten van Hollands Midden Gemeentelijke bijdragen RDOG HM (Hecht)*

2020 52.016.000

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % *dit is alleen de gemeentelijke bijdrage (geen RAV inkomsten)

2021 58.938.000 6.922.000 13,31%

2022 60.148.000 1.210.000 2,05%

2023 68.007.000 7.859.000 13,07%

2024 68.605.000 598.000 0,88%

2025 72.656.000 4.051.000 5,90%

In de weergegeven gemeentelijke bijdragen is de 1e begrotingswijziging 2024 van Hecht verwerkt in de cijfers 2023. De oorsprong van deze wijziging is daar gelegen en ook in 2023 al in besluitvorming geweest. Deze wijziging is toen afgewezen en in 2024 alsnog goedgekeurd. Voor een zuiverder beeld van het verloop van de gemeentelijke bijdragen over de jaren is dit in 2023 verwerkt. De bijdragen zijn zonder de door zorgverzekeraars bekostigde RAV. Deze begrotingswijziging heeft als oorzaak een grote loonstijging die in de CAO is afgesproken. In 2023 is deze begrotingswijziging niet goedgekeurd en moest ten laste van de algemene reserve worden gebracht. De 1e begrotingswijziging betrof een stijging van de gemeentelijke bijdrage met € 3,7 miljoen. In de begroting 2025 is de overheveling van de GHOR-taak naar de veiligheidsregio VRHM verwerkt ter grootte van € 2,6 miljoen. De stijging die desondanks zichtbaar is in de gemeentelijke bijdrage heeft zijn oorzaak in de indexering conform FKGR en enkele inhoudelijke wijzigingen met betrekking tot Maternale Kinkhoestvaccinatie en de toename van bewoners en kinderen. Een deel van taken zijn Rijksbijdragen die via de gemeenten bij Hecht terecht komen, de schaalbaarheid van dergelijke bijdragen is niet beoordeeld.

Duiding dashboard Hecht is te typeren als een uitvoeringsorganisatie waar het grootste deel van de begroting bestaat uit personeelskosten. In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Het feitelijk verloop bij Hecht bevindt zich lager dan deze 10% (7,5% in 2023, 6,5-7% verwacht in 2024). Dit maakt de keuzeruimte bij Hecht kleiner op basis van natuurlijk verloop. Het vrijspelen van de keuzeruimte vraagt dus eerst om een analyse van de taken en het maken van keuzes daarin. Deze analyse is nu nog niet gemaakt, maar wordt voorbereid door Hecht, waarbij het de doelstelling is dat het bestuur de gemaakte keuze in het AB van 18 december bevestigd. Een groot deel van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door specialisten, het kiezen voor afbouw van deze specialistische taken leidt dan ook niet (altijd) 1:1 een uitstroom op deze plekken. De doorschuif mogelijkheden van deze specialisten naar andere posities binnen Hecht is beperkt, zodat de geschetste afbouw niet kosteloos zal kunnen geschieden. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 13% of € 17 miljoen op de gehele begroting. Indien hiervan RAV wordt uitgezonderd betreft het een keuzeruimte van 20% in 2026.

De RAV is als niet beïnvloedbaar voor de gemeentelijke bijdragen in het dashboard verwerkt. In de methodiek is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 1,8 miljoen), personele kosten (€ 52,2 miljoen) en verplichtingen (€ 3,9 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden

24/32

of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Hierbij moeten de kanttekeningen die hierboven reeds zijn opgenomen over het natuurlijk verloop en de inzet van specialisten in ogenschouw genomen worden. De kapitaallasten zijn grotendeels opgenomen onder de Centraal ondersteunende Diensten. Daarom is daar de keuzeruimte kleiner (13%) Binnen de overige resultaatverantwoordelijke eenheden is een gelijkmatige verdeling van kostensoorten en daarmee ook de beïnvloedbaarheid aanwezig. In de RVE Zorg- en Veiligheidshuis (24%) en Gezondheidsbevordering en onderzoek (23%) is de keuzeruimte iets groter. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR In het domein van publieke gezondheid en veiligheid komen een aantal maatschappelijke ontwikkelingen op de gemeenten en Hecht af. Dit betreft onder andere de pandemische paraatheid. In dat kader is het programma versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid door het ministerie van VWS in het leven geroepen. Het regeerprogramma laat zien dat deze investering de komende jaren volledig wordt teruggedraaid. Hecht houdt daarom rekening dat er alleen incidenteel middelen voor versterking zijn.

Financiering hiervan verloopt vooralsnog via een Specifieke Uitkering aan gemeenten en GGD’ en. Echter is het voornemen om de SPUKS met een korting van 10% naar het gemeentefonds over te hevelen. Indien dit voor deze SPUK ook geldt blijft wel de taak staan maar komen de middelen in de integrale afweging van gemeenten terecht. Dit betreft bijvoorbeeld de extra middelen via een SPUK via het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA )met betrekking tot het versterkingen van de kennisfunctie van de GGD en de Integraal Zorg Akkoord (IZA). Als derde ontwikkeling is sprake van een taak voor de ontheemden uit Oekraïne. De kosten hiervan verlopen via de gemeentelijke bijdragen. Daarnaast zijn er nog beleidsontwikkelingen ten aanzien van de forensische geneeskunde en is sprake van een tekort op de bijdrage voor de gezondheidsadviseurs gevaarlijke stoffen (GAGS). Deze raken beide de gemeentelijke bijdragen. Tot slot is de taak voor de Maternale Kinkhoest vaccinatie van het RIVM naar de GGD overgegaan. De financiering hiervan is overgeheveld naar het Gemeentefonds en daarmee raakt dit de gemeentelijke bijdragen vanaf 2025. Zoals hiervoor reeds opgemerkt gaat in 2025 de GHOR taak over van Hecht naar de VRHM. Vooralsnog is daarom geen gemeentelijke bijdrage voor de GHOR taak meer opgenomen in de begroting van Hecht.

Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen In voorbereiding op het begrotingsproces 2026 heeft het dagelijks bestuur opdracht gegeven voor een financiële en inhoudelijke doorlichting van de producten die Hecht uitvoert. Deze opdracht bestaat uit een analyse van de kostprijs per product, het uitwerken van een begrotingsrekentool en het analyseren van de impact van de producten van Hecht. Deze drie onderdelen maken dat gemeenten in de toekomst beter inhoudelijk en financieel kunnen sturen op de resultaten van Hecht. Gemeenten kunnen op basis van de resultaten keuzes maken over de taken van Hecht, zodat Hecht maximaal bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Momenteel voert Hecht hierover een takendialoog met het bestuur en de gemeenten. Het Algemeen Bestuur heeft als wens om vanuit de takendialoog en de keuzes die gemeenten maken tot een herziening van de taakopdracht van Hecht te komen, waarbij de taken en de daarvoor beschikbaar te stellen budgetten met elkaar in lijn zijn. Dit is een politiek debat waarin politieke keuzes gemaakt moeten worden. De directie van Hecht heeft aangegeven de ontwikkelingen en voorbereidingen vanuit de werkgroep FKGR voor de kaders van de begroting 2026 te betrekken bij deze takendialoog

25/32

waarmee deze trajecten elkaar aanvullen en versterken. De kaders van uit de werkgroep FKGR, zijn generiek ingestoken. De uitkomsten van de takendialoog dienen in detail uitgewerkt te worden, waarbij per keuze een frictiekosten overzicht gemaakt dienen te worden.

26/32

1.8

Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR)

Overzicht 2026

Beleidsproduct Algemene dekkingsmiddelen Heffen Informatie & Innen Overhead Waarderen Totaal

Begroting 2026 € 63.309 € 2.358.413 € 3.142.034 € 5.974.389 € 4.503.690 € 16.041.835

Niet beïnvloedbaar € 50.647 € 1.886.730 € 2.639.552 € 4.977.537 € 3.602.952 € 13.157.418

Beïnvloedbaar € 12.662 € 471.683 € 502.482 € 996.852 € 900.738 € 2.884.416

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) is een gemeenschappelijke regeling die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelasting. BSGR neemt deze taak uit handen van de deelnemende gemeenten en waterschappen, wat zorgt voor een efficiëntere en uniforme afhandeling van lokale belastingzaken. Daarnaast verzorgt de BSGR ook de vaststelling van de WOZ-waarde van woningen en ander onroerend goed in de deelnemende gemeenten. De WOZ-waarde vormt de basis voor diverse belastingen. De BSGR voert jaarlijks herwaarderingen uit en behandelt bezwaren van inwoners over de WOZ-waarde.

% 20% 20% 16% 17% 20% 18%

27/32

Deelnemende gemeenten zijn Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Velsen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar en Zoeterwoude. Ook is het hoogheemraadschap van Rijnland deelnemer van de BSGR. Gemeentelijke bijdragen Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland

2020 11.848.000

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % Teruggave opbrengsten invorderingskosten -1.680.000 Gemeentelijke bijdragen minus invorderingskosten 10.168.000 Mutatie bijdrage minus invorderingskosten in € Mutatie bijdrage minus invorderingskosten in % *incl. teruggave jaarrekeningresultaat **volgens opgave van BSGR uit belastingrapportages en incl. teruggave jaarrekeningresultaat

2021 13.141.000 1.293.000 10,91% -1.268.000 11.873.000 1.705.000 16,77%

2022 13.524.000 383.000 2,91% -1.379.000 12.145.000 272.000 2,29%

2023 14.753.000 1.229.000 9,09% -2.140.000 12.613.000 468.000 3,85%

2024 16.582.000 1.829.000 12,40% -1.242.000 15.340.000 2.727.000 21,62%

2025 15.687.263 * -894.737 -5,40% ** 15.687.263 347.263 2,26%

De tabel laat een significante groei zien in de gemeentelijke bijdragen aan de BSGR tussen 2020 en 2024. Hoewel deze cijfers een sterke stijging tonen, zijn de invorderingsopbrengsten niet in de begroting van BSGR opgenomen. Deze komen rechtstreeks ten goede aan de gemeenten. Om die reden zijn deze aanvullende cijfers toegevoegd aan de tabel. De stijging in 2021 is onder andere het gevolg van de toetreding van de gemeente Velsen. Waardestijgingen van de WOZ-waarde zijn een belangrijke factor in de toename van de bijdrage. Het gevolg hiervan is onder andere een forse stijging in het aantal WOZ bewaren. Dit drukt op de begroting, want het te laat oppakken van bezwaren kost de BSGR €1.300 per bezwaar. Deze stijging heeft aldus BSGR geleidt tot een (incidentele) verhoging van de deelnemersbijdrage in 2024 als gevolg van de toename van proceskostenvergoeding en inhuur personeel om de bezwaren 2023 te kunnen afhandelen. In 2025 is deze stijging niet opgenomen in de begroting en heeft er alleen indexatie plaatsgevonden Duiding dashboard De begroting van de BSGR bestaat uit verschillende onderdelen: Heffen, Informatie & innen, Waarderen, Algemene dekkingsmiddelen en Overhead. Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, is het grootste deel van de begroting personeelslasten.

In het dashboard wordt voor personeel een standaard natuurlijk verloop van 10% per jaar uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Omdat het taakveld Belastingen ook de keuzevrijheid bevat van de tariefbepaling en BSGR een uitvoeringsorganisatie is die alleen de waardering, heffing en inning verzorgt is een handmatige aanpassing toegepast die past bij een uitvoeringsorganisatie en is de koppeling gelegd met het taakveld ‘overhead’. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 18% of € 3 mln. op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€0,2 mln.), personele lasten (€8,1 mln.) en contracten (€0,9 mln.). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. BSGR heeft aangegeven in totaal voor € 3,5 miljoen aan contracten te hebben lopen.

Het grootste deel loopt vóór 2026 af. In een aantal van deze contracten is een optie opgenomen om deze contracten te verlengen. BSGR geeft aan voornemens te zijn hiervan ook daadwerkelijk gebruik te willen maken omdat volgens BSGR aanbesteden uiteindelijk naar verwachting leidt tot hogere kosten.

28/32

De taakuitvoering hangt samen met de realisatie van de belastingopbrengsten die voor de gemeenten wordt geïnd. Aanpassingen van de taakuitvoering moeten in samenhang met mogelijke effecten op de opbrengstrealisatie worden bezien. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijskwaliteitsniveau. In 2023 is wetgeving ingevoerd waardoor de wettelijke proceskostenvergoeding wordt gematigd. De hoeveelheid en kosten bezwaren zijn echter ook sterk afhankelijk van de waardeontwikkeling op de woningmarkt. Bij BSGR is verder sprake van 'seizoeneffecten’. Zowel voor wat betreft het waarderen als de bezwaarafhandeling worden daarmee gekoppeld aan tijdelijke inhuur in de piekperioden. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen BSGR heeft bij de begroting 2025 een notitie ‘bezuiniging deelnemersbijdrage’ opgesteld.

Hierin zijn drie lijnen geschetst: 1e lijn: bezuiniging op de bedrijfsvoering 2e lijn: Bezuiniging op de dienstverlening 3e lijn: schaalvergroting BSGR heeft onder de 1e lijn aangegeven dat het huurcontract met de verhuurder in oktober 2026 afloopt. In 2025 zal daarom een keuze gemaakt moeten worden over het verlengen van het huurcontract of het mogelijk inhuizen bij een deelnemer. Dit kan een besparing van € 0,1 miljoen opleveren. BSGR heeft onder de 2e lijn aangegeven dat bezuinigingen mogelijk zijn door standaardisatie. Indien gemeenten op het gebied van de belastingheffing en invordering tot éénduidige grondslagen en methoden komen zijn besparingen mogelijk tot ca € 0,4 miljoen. Daarmee wordt de beleidsvrijheid voor de deelnemers beperkt. De deelnemers beschikken echter over deze keuzemogelijkheid. Daarnaast is aangegeven dat tot afschaffing van kwijtschelding kan worden overgegaan. Dit verlaagt de uitvoeringskosten maar past niet in het huidige maatschappelijk beeld alsdus BSGR. De BSGR ziet verder nog mogelijkheden in controle op parkeren. Het strenger controleren op parkeren biedt geen directe besparing op kosten, maar vergroot de inkomsten door het innen van parkeerboetes. Hoewel deze maatregel financieel voordelig kan zijn, zal het ook leiden tot een toename van bezwaren.

Bovendien vereist deze maatregel dat er budget wordt vrijgemaakt om (meer) parkeercontroles te kunnen uitvoeren. Dit betekent dat er eerst in geïnvesteerd moet worden, en dat de voordelen zich pas later uitbetalen. De voordelen komen overigens direct in de begroting van gemeenten terecht en niet in die van BSGR.

BSGR heeft onder de derde lijn aangegeven dat door vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt kennis en capaciteit schaars wordt. Dit dwingt BSGR te zoeken naar schaalvergroting. Op termijn kan met een fusie met een gelijkwaardig samenwerkingsverband een besparing van 15-20% op de kosten bereikt worden. Voor overige informatie wordt verwezen naar de notitie ‘begroting 2025 bezuiniging deelnemersbijdrage’.

29/32

BSGR beschikt over een beperkte algemene reserve (€0,8 miljoen). Dit is iets hoger dan 5% van de totale lasten (begroting 2025). Daarmee beschikt de GR over beperkte middelen om eventuele incidentele frictielasten op te vangen.

30/32

1.9

Serviceorganisatie Zorg (SOZ)

Overzicht 2026

Beleidsproduct Onvoorzien Overhead (SOZ) Personele informatie Programma- en materiele kosten Totaal

Begroting 2026 € 50.000 € 985.978 € 2.784.304 € 279.204 € 4.099.486

Niet beïnvloedbaar € 37.423 € 788.782 € 2.227.443 € 208.973 € 3.262.622

Beïnvloedbaar € 12.577 € 197.196 € 556.861 € 70.231 € 836.864

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Serviceorganisatie Zorg is opgericht door de deelnemende gemeenten in regio Holland Rijnland en regelt alle zaken rond inkoop en het contracteren van jeugdhulp. Serviceorganisatie Zorg is sinds 2023 een zelfstandige GR. Gezamenlijk inkopen van jeugdhulp is efficiënter en zorgt ervoor dat kinderen en gezinnen passende en betaalbare jeugdhulp ontvangen. Deelnemende gemeenten (13): Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude, Alphen aan den Rijn *, Kaag en Braassem. Alphen aan den Rijn koopt de gespecialiseerde jeugdhulp zelf in. Voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp maakt deze gemeente wel gebruik van de Serviceorganisatie Zorg.

% 25% 20% 20% 25% 20%

31/32

Gemeentelijke bijdragen Serviceorganisatie Zorg (SOZ)

2020 -

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

2021 -

2022 -

2023 3.175.417 3.175.417

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %

2024 3.638.027 462.610 14,57%

2025 4.099.486 461.459 12,68%

De organisatie is afgesplitst van Holland Rijnland en heeft vanaf 2023 een zelfstandige organisatie en begroting. De organisatie is nog in opbouw, daarom is in 2024 en 2025 sprake van een toename van de begroting. Dit heeft te maken met de uitbreiding met de gemeenten Voorschoten en Kaag en Braassem. Voor de begroting is als uitgangspunt gehanteerd de kosten 2023, de begroting 2024 en daarnaast wordt rekening gehouden met alle (dienstverlenings-)overeenkomsten die de SO Zorg in 2022/2023 is aangegaan. In 2025 werkt de SO Zorg net als in 2024 voor 13 gemeenten. Ten opzichte van de begroting 2024 (van € 3,64 mln.) neemt de begroting 2025 (totaal € 4,1 mln.) toe met € 0,46 mln. De toename van de begroting heeft te maken met de indexatie van het personeel (11,1%) en het materieel (3,7%). Daarnaast heeft het PHO op 16 februari 2024 besloten om 1 fte zorgbemiddeling toe te voegen aan de formatie van de SO Zorg (+€ 0,1 mln.). De indexatie is in overeenstemming met het advies van de werkgroep FKGR. Duiding dashboard SOZ is een arbeidsintensieve organisatie, van de totale begroting van € 4,1mln. in 2026 zijn € 3,4mln. personeelskosten. In de overhead worden verder bedrijfsvoeringskosten geboekt voor contractuele verplichtingen met Holland Rijnland en gemeente Leiden (voormalig SP71), daarnaast zijn er nog ICT kosten die onder programma-/materiele kosten worden begroot.

In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte zichtbaar die oploopt van 11% (€ 0,5 mln.) in 2025 tot 25% (€ 1,0 mln.) in 2028. Deze keuzeruimte wordt bepaald door aannames met betrekking tot natuurlijk verloop in het personeelsbestand en wordt begrensd door de in het model aangegeven ruimte van 25% die bij de betreffende taakvelden hoort. De taken die SOZ uitvoert ondersteunen de wettelijk taken van de deelnemende gemeenten. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR Sinds het bestaan van SOZ (2023) is er geïnvesteerd in ICT en ander ‘achterstallig’ onderhoud, daarnaast wordt er momenteel gezocht naar invulling van open formatieplekken omdat het opgedragen takenpakket dit vereist. SOZ behartigt belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van uitvoering/inkoop en contractering van zorg die onder de jeugdwet valt en vormt een schakel tussen gemeenten en aanbieders om te zorgen voor een dekkend zorglandschap. De jeugdwet is een open einde-regeling. De SOZ is sterk afhankelijk van verwijzingen door verwijzers zoals de lokale toegang, GI’s, huisartsen en jeugdartsen. De jeugdhulpmiddelen vragen om grip, het aandeel on-gecontracteerd aanbod is hoog (meer dan 50% van de aanbieders is niet gecontracteerd). SOZ biedt daartoe dashboards aan (jeugdteams van) de deelnemende gemeenten, zodat zij in gezamenlijkheid kunnen sturen.

Deze sturing komt bijvoorbeeld neer op instructie of aanbod van tools aan verwijzers en heldere verordeningen voor gemeenten, zorg en onderwijs. Naast contractering, afhandeling berichtenverkeer, betalingen, data-analyse, P&C cyclus, contractmanagement , managementrapportages en dashboards zijn de taken voor handhaving van contracten (controle van geleverde diensten die worden gefactureerd) door SOZ belangrijk. Er is namelijk verder geen controle, zoals de NZA dat bijvoorbeeld doet bij verzekeraars.

32/32

Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen De taken die SOZ uitvoert vloeien voort uit wettelijke vereisten die de gemeenten hebben op het gebied van de jeugdhulp. Voor een deel van deze taken is samenwerking verplicht. Daarnaast ligt het voor de hand dat SOZ bijdraagt aan synergievoordelen en procesoptimalisatie voor de deelnemers. Keuzes in de begroting zouden te maken kunnen zijn op het gebied van: o Kwaliteit van processen, o Inkoop/contractmanagement, o Dashboards. In een gesprek met de directie hebben we 6% van de begroting als richtlijn genomen om een keuze in beeld te brengen (in lijn met de opgave van de deelnemende gemeenten). Deze 6% komt ongeveer neer op €240K per jaar. Aangezien nagenoeg de hele begroting bestaat uit personeelskosten komt dit neer op 3 medewerkers/formatieplekken. De keuzes kunnen worden ingevuld in drie gebieden: o Administratief (impact: grotere kwetsbaarheid van een kleine afdeling) o Contractmanagers (impact: kwaliteit, contractering, kosten gemeenten) o Data-specialisten (impact: dashboards, sturing gemeenten) Wijzigingen van deze aard vragen verder om aanpassing van de DVO en wellicht de GR. SOZ geeft aan dat het overtuigd is van de toegevoegde waarde van de organisatie voor de deelnemers en dat beperking in de dienstverlening/taken zal leiden tot hogere kosten of risico’s bij de gemeenten in de GR.

Zolang de taakopdracht niet wijzigt stelt de directie van SOZ zich op het standpunt dat er geen bezuinigingsmogelijkheden zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15087006/2