CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Bijlage 2 Rapport Berenschot financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 FKGR

Besluitvormende raadsvergadering 12 februari 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken17.031 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1/17

RAPPORT

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 Onderzoek naar de kaderstelling voor 2026 voor gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden 73342 - 28 oktober 2024 Peter Verheij, Paul Beemsterboer, Laura de Gans, Floris Hoozemans

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

2/17

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 3 Managementsamenvatting ............................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 5 Vraagstelling en werkwijze .............................................................................................. 5 Hoofdstuk 3 ...................................................................................................................... 7 Advies aan de werkgroep FKGR ........................................................................................ 7 Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 11 Belang van samenspel in de regio .................................................................................. 11 Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 13 Totaaloverzicht alle onderzochte Gemeenschappelijke Regelingen ................................ 13 Hoofdstuk 6 ....................................................................................................................

15 Leeswijzer ...................................................................................................................... 15 Bijlagen .......................................................................................................................... 16

2

3/17

HOOFDSTUK 1

Managementsamenvatting De bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) heeft advies gevraagd aan Berenschot met betrekking tot een mogelijke bijstelling van de financiële kaderstelling voor 2026. Om tot een advies te komen aan de werkgroep FKGR is onderzoek gedaan naar de gemeentefonds ontwikkeling van de achttien gemeenten in de regio Hollands Midden. Verder is bij negen gemeenschappelijke regelingen onderzoek gedaan naar de beïnvloedbaarheid van de begroting. Hierbij is gekozen voor het peiljaar 2026. De objectieve omvang van de daling van het gemeentefonds voor de achttien gemeenten is in 2026 6%. Dit komt neer op een daling van € 105 miljoen aan inkomsten voor de achttien gemeenten gezamenlijk. Naast de neerwaartse bijstelling van het gemeentefonds in 2026 is bij een aantal gemeenten sprake van een risico op een aanvullend herverdeeleffect van het Gemeentefonds. Dit bedraagt in totaal 0,58% van de inkomsten van het gemeentefonds en staat gelijk aan een bedrag van € 10 miljoen. Wij adviseren de taakstelling te baseren op de feitelijke neergang en het herverdeeleffect als risico te benoemen. Gemeenschappelijke regelingen dragen daarmee in 2026 voor € 12,5 miljoen bij aan deze neergang.

Onderzoek naar de kostenstructuur en de beïnvloedbaarheid bij de gemeenschappelijke regelingen heeft opgeleverd dat de beïnvloedbaarheid van de begroting over alle gemeenschappelijke regelingen samen in 2026 17% bedraagt. Dit verschilt per organisatie. We constateren dat er bij nagenoeg iedere gemeenschappelijke regeling beleidsontwikkelingen zijn die druk zetten op de realisatie van een eventuele taakstelling. Ook de taken die gemeenten zelf uitvoeren staan onder druk en ook daar komen ombuigingen in de meeste gevallen niet overeen met de gewenste en soms ook wettelijk verplichte beleidsrichting. Wij adviseren daarom de taakstelling van 6% generiek te bepalen en niet te differentiëren tussen de verschillende gemeenschappelijke regelingen. Ombuigingen kunnen gepaard gaan met frictiekosten. Het door Berenschot gehanteerde model is zo opgezet dat contracten worden gerespecteerd en dat hiervan nagenoeg geen sprake hoeft te zijn. De door ons onderzochte gemeenschappelijke regelingen kennen veelal een beperkte reservepositie. Daarom adviseren we eventuele frictiekosten incidenteel bij gemeenten in rekening te laten brengen. Zes van de negen gemeenschappelijke regelingen doen momenteel onderzoek naar besparingen, keuzemogelijkheden of ombuigingen ter invulling van een mogelijke taakstelling.

Om goed gemotiveerde en onderbouwde keuzes te kunnen maken is het van belang dat de keuzemogelijkheden concreet en specifiek uitgewerkt zijn en ook de mogelijke impact goed in beeld gebracht is. Daarnaast is het van belang dat de besturen van de regelingen keuzes kunnen maken. Het doel achter indexering voor loon- en prijsontwikkelingen is het creëren van een waardevaste begroting. Daarom ligt het voor de hand de indexen toe te passen op de kosten en niet op de inwonersbijdragen. Wij adviseren deze indexeringsmethodiek uit te breiden naar ook een afzonderlijke index voor investeringen.

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

4/17

Met de wijziging van de normeringsmethodiek van trap-op-trap-af naar een koppeling aan het BBP is ook de loon- en prijsindexering van het gemeentefonds gewijzigd. Deze index is niet per definitie gelijk aan een reële loon- en prijsontwikkeling zoals door het CPB in beeld gebracht. Om enerzijds een waardevaste begroting zoveel mogelijk te handhaven en anderzijds de kostenontwikkeling niet teveel uit de pas te laten lopen met de indexen uit het BBP adviseren wij dit te koppelen door het verschil te blijven volgen en bij een cumulatie van 2% of meer alsnog een correctie toe te passen richting Gemeenschappelijke regelingen. Gemeenschappelijke regelingen kennen allen in meer of mindere mate een reservepositie. Deze is niet over de hele regio identiek en ook niet door de gemeenten genormeerd. Wij adviseren hier wel gezamenlijk met de gemeenschappelijke regelingen aan te gaan werken. Gelet op de verwachte stabielere ontwikkeling van het Gemeentefonds stellen we voor de norm voor een taakstelling bij een daling van het gemeentefonds van meer dan 2% per jaar over een periode van 4 jaar te vervangen door een algemene passage over de handelswijze bij grotere dalingen in de ontwikkeling van het gemeentefonds.

4

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

5/17

HOOFDSTUK 2

Vraagstelling en werkwijze 2.1 Vraagstelling De bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) heeft advies gevraagd aan Berenschot met betrekking tot een mogelijke bijstelling van de financiële kaderstelling voor 2026. De achtergrond van de vraag is tweeledig. Enerzijds betreft het de daling van het Gemeentefonds in 2026 en de vraag om een objectieve grondslag voor een taakstelling waarin gemeenschappelijke regelingen meedelen voor hun aandeel in de begrotingen van gemeenten. Hierbij is tevens de vraag in welke mate de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen beïnvloedbaar zijn. Anderzijds is de normeringssystematiek van het Gemeentefonds gewijzigd van trap-op-trap-af systematiek naar een koppeling aan het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ook de prijscompensatie in het gemeentefonds is hierbij gewijzigd. De vraag is wat de betekenis hiervan is voor de kaderstelling voor gemeenschappelijke regelingen.

2.2 Werkwijze Om tot een advies te komen aan de werkgroep FKGR is onderzoek gedaan naar de gemeentefonds ontwikkeling van de achttien gemeenten in de regio Hollands Midden. Hierbij is de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds de basis. De septembercirculaire wijkt hier nagenoeg niet vanaf. Het schrappen van de bezuiniging op Jeugd van € 511 miljoen (landelijk) is hier buiten gehouden gelet op de specifieke verwerkingswijze die gemeenten al konden aanhouden als ware deze bezuiniging reeds geschrapt. Verder is bij negen gemeenschappelijke regelingen onderzoek gedaan naar de beïnvloedbaarheid van de begroting. Hierbij is gekozen voor het peiljaar 2026. Dit betreft: •

Veiligheidsregio Hollands Midden

•

Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland

•

Gemeenschappelijke Regeling Midden Holland

•

Intergemeentelijke sociale dienst Bollenstreek

•

Omgevingsdienst West-Holland

•

Omgevingsdienst Midden-Holland

•

Regionale Dienst Openbare Gezondheid – HECHT

•

Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR)

•

Serviceorganisatie Zorg (SOZ)

Aan dit onderzoek ligt een model ten grondslag wat gebaseerd is op een studie1 van de Raad voor het Openbaar Bestuur waarbij de beleidsvrijheid van gemeenten centraal staat. In de in bijlage 1 opgenomen presentatie is een toelichting op deze methode opgenomen. Een aantal taken zijn door gemeenten (al dan niet verplicht) onder gebracht bij gemeenschappelijke regelingen. Daarom is dit model ook bruikbaar en van toepassing op de taakuitvoering bij Gemeenschappelijke regelingen. Met iedere gemeenschappelijke regeling is afstemming geweest over de verwerking van de

1

Raad voor het Openbaar Bestuur (2019): Beleidsvrijheid geduid

5

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

6/17

begroting in het dashboard van Berenschot. Daarnaast is een duidingsgesprek gevoerd met de directie van iedere gemeenschappelijke regeling ter validatie van de uitkomsten. De uit dit duidingsgesprek verkregen informatie is verwerkt in een duidingsnotitie. Deze is opnieuw voorgelegd ter validatie aan de directies. De daaruit ontvangen reacties zijn verwerkt in definitieve factsheets en een daarbij behorende duidingstekst. De definitieve rapportage is de verantwoordelijkheid van Berenschot. De rapportage vormt met de bijlagen één geheel. Gedurende het onderzoek is op diverse momenten overleg gevoerd met de werkgroep FKGR, de wethouders Financiën, een vertegenwoordiging van Dagelijks

Figuur 1 Analysemodel beleidsvrijheid

Bestuursleden van Gemeenschappelijke

regelingen en met de financiële adviseurs van gemeenten. De in deze overleggen ontvangen reflecties op de tussenresultaten zijn verwerkt in de advisering en de definitieve rapportage.

6

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

7/17

HOOFDSTUK 3

Advies aan de werkgroep FKGR Ons advies over een objectieve norm voor een taakstelling en de indexeringsmethodiek kent drie onderdelen: (1) Taakstelling (2) Indexering en (3) overige adviezen. Daarnaast hebben wij een reflectie opgenomen over het werken in een complexe samenwerking met achttien gemeenten, negen gemeenschappelijke regelingen en gaan we in op de rollen en het samenspel binnen het regionale en gemeentelijke speelveld.

3.1 Advies taakstelling Het gemeentefonds zal in 2026 voor de achttien gemeenten in de regio Hollands Midden dalen met € 105 miljoen euro. Dit is een daling van het volume afgezien van loon- en prijsontwikkeling. Dit betekent een volumedaling van ca. € 6%. Het gaat hier om een structurele daling. De koppeling aan het BBP maakt dat de jaren na 2026 er van een geringe volumestijging sprake is.

Figuur 2 Ontwikkeling gemeentefonds 18 gemeenten

Toegepast op de omvang van de uitgaven van gemeenschappelijke regelingen komt dat neer op een bijdrage van € 12,5 miljoen van gemeenschappelijke regelingen aan de bezuinigingen die nagenoeg alle gemeenten moeten doorvoeren om de dalende Rijksbijdrage op te vangen. Een deel hiervan komt overigens ten gunste van de provincie omdat zij partij zijn in de omgevingsdiensten. Advies 1: De objectieve omvang van de daling van het gemeentefonds voor de achttien gemeenten is in 2026 6%. Wij adviseren de taakstelling te baseren op deze neergang. Onderzoek naar de kostenstructuur en de beïnvloedbaarheid bij de gemeenschappelijke regelingen heeft opgeleverd dat de beïnvloedbaarheid van de begroting over alle gemeenschappelijke regelingen samen in 2026 17% bedraagt. Gelet op aflopende contracten en natuurlijk verloop in de organisaties neemt de beïnvloedbaarheid toe in de jaren daarna. Hoewel de beïnvloedbaarheid varieert per gemeenschappelijke regeling constateren we dat de keuzeruimte in de begrotingen overall en individueel ruimschoots groter is dan een eventuele taakstelling van 6%. Dit maakt het 7

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

8/17

mogelijk om een breder keuzepallet voor te leggen aan de besturen ter invulling van de taakstelling en hierbinnen kwalitatieve afwegingen te maken. We constateren dat er bij nagenoeg iedere gemeenschappelijke regeling beleidsontwikkelingen zijn die druk zetten op de realisatie van een eventuele taakstelling. Deze ontwikkelingen zijn daarom toegelicht in de opgenomen factsheet per onderzochte organisatie. Deze druk is weliswaar specifiek per organisatie maar voor het totale gemeentelijke speelveld niet uniek. Ook de taken die gemeenten zelf uitvoeren staan onder druk en ook daar komen ombuigingen in de meeste gevallen niet overeen met de gewenste en soms ook wettelijk verplichte beleidsrichting. Iedere organisatie én de gemeenten ervaren in een bepaalde mate dezelfde druk. Indien de discussie toch gevoerd wordt betreft dit een politiek-bestuurlijke weging die tot verschillen van inzicht op regionaal niveau zullen kunnen leiden waarvoor niet één scheidsrechter voorhanden is. In een dergelijk beslismodel zou tegenover iedere organisatie die een lagere taakstelling krijgt ook een organisatie moeten staan die een hogere taakstelling krijgt (van gelijke omvang) om recht te doen aan de totale daling van het gemeentefonds.

Figuur 3 Beïnvloedbare ruimte per GR

Advies 2: Formuleer de taakstelling van 6% generiek en differentieer niet tussen de verschillende gemeenschappelijke regelingen. Ombuigingen kunnen gepaard gaan met frictiekosten. Het door Berenschot gehanteerde model is zo opgezet dat contracten worden gerespecteerd en dat hiervan nagenoeg geen sprake hoeft te zijn. De door ons onderzochte gemeenschappelijke regelingen kennen veelal een beperkte reservepositie. Bij de opbouw daarvan is geen rekening gehouden met kosten als gevolg van door te voeren ombuigingen. Advies 3: Sta toe eventuele frictiekosten incidenteel bij gemeenten in rekening te brengen. Naast de neerwaartse bijstelling van het gemeentefonds in 2026 is bij een aantal gemeenten sprake van een risico op een aanvullend herverdeeleffect van het Gemeentefonds. Tot en met 2025 zijn herverdeeleffecten van de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds doorgevoerd tot € 37,50 per inwoner positief of negatief. Een aantal gemeenten in de regio Hollands Midden heeft een (fors) groter effect. Dit effect is ongelijk verspreid. Op het totaal van de gemeentelijke bijdragen gaat het om 0,58%. Individueel is het soms fors groter. In de toekomst kan het gemeentefonds voor de gemeenten in Hollands Midden dus nog verder dalen dan de genoemde 6%.

8

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

9/17

Figuur 4 potentieel aanvullend herverdeeleffect per gemeente

Advies 4: Benoem in de richting van gemeenschappelijke regelingen het risico van een verdere daling van het gemeentefonds als gevolg van een herverdeeleffect. Zes van de negen gemeenschappelijke regelingen doen momenteel onderzoek naar besparingen, keuzemogelijkheden of ombuigingen ter invulling van een mogelijke taakstelling. De gemeenschappelijke regeling Midden Holland, de Omgevingsdienst West-Holland en de Service Organisatie Zorg hebben geen afzonderlijk traject. De informatie uit het dashboard beïnvloedbare begroting geeft aan dat ook bij deze organisaties keuzes mogelijk zijn. Om goed gemotiveerde en onderbouwde keuzes te kunnen maken is het van belang dat de keuzemogelijkheden concreet en specifiek uitgewerkt zijn en ook de mogelijke impact goed in beeld gebracht is. Daarnaast is het van belang dat de besturen van de regelingen keuzes kunnen maken. Advies 5: Vraag de directies van gemeenschappelijke regelingen de beïnvloedbare ruimte zoals blijkt uit het onderzoek van Berenschot nader te concretiseren en te voorzien van een uitwerking van de impact. Advies 6: Vraag Dagelijks Besturen op basis van de inventarisaties door de directies een voorstel voor te leggen aan de Algemeen Besturen ter invulling van de taakstelling.

3.2 Advies Indexering Het doel achter indexering voor loon- en prijsontwikkelingen is het creëren van een waardevaste begroting. Dat betekent dat de kosten voor lonen en andere uitgaven de basis zijn voor de indexering. Het wijzigen van het inwoneraantal van het verzorgingsgebied gaat niet (altijd) evenredig gepaard met een taakuitbreiding. Dit staat los van loon- en prijsontwikkelingen. Om dit los van elkaar te houden en een eventuele taakuitbreiding apart tot besluitvorming te laten komen moeten dus niet de gemeentelijke bijdragen geïndexeerd worden maar de kosten in de begroting. Advies 7: Formuleer indexen voor de kosten van gemeenschappelijke regelingen en niet voor de gemeentelijke bijdragen. Met de wijziging van de normeringsmethodiek van trap-op-trap-af naar een koppeling aan het BBP is ook de loon- en prijsindexering van het gemeentefonds gewijzigd. Deze index is niet per definitie gelijk aan een reële loon- en prijsontwikkeling zoals door het CPB in beeld gebracht. Bij ongewijzigde methodiek zoals de FKGR deze tot nu toe toepast bestaat het risico dat de verschillen ten laste komen van de gemeenten en niet door worden gelegd naar de gemeenschappelijke 9

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

10/17

regelingen. Gemeenschappelijke regelingen hebben anderzijds geen andere inkomstenbronnen om dit effect op te vangen. Om enerzijds een waardevaste begroting zoveel mogelijk te handhaven en anderzijds de kostenontwikkeling niet teveel uit de pas te laten lopen met de indexen uit het BBP adviseren wij dit te koppelen door het verschil te blijven volgen en bij een cumulatie van 2% of meer alsnog een correctie toe te passen richting Gemeenschappelijke regelingen. Advies 8: Baseer de FKGR indexcijfers op waardevaste indexcijfers van het CPB met een koppeling aan de prijs BBP waarbij in geval van een cumulatief verschil van > 2% over de jaren een correctie zal worden toegepast. De kostenstructuur per gemeenschappelijke regeling varieert. In hoofdlijn zijn er programmabudgetten, loonkosten en kapitaallasten. De indexeringsmethodiek van de FKGR kent op dit moment twee categorieën: loonkosten en materiële budgetten. In de landelijke onafhankelijke indexcijfers van het CPB zijn indexen voorhanden voor de drie genoemde kostensoorten. Wij adviseren deze specifiek te maken en de indexmethode uit te breiden naar ook een afzonderlijke index voor investeringen. Advies 9 : Formuleer naast de indexcijfers voor loonkosten en materiële kosten een afzonderlijk indexcijfer voor investeringen.

3.3 Overige adviezen Gemeenschappelijke regelingen kennen allen in meer of mindere mate een reservepositie. Deze is niet over de hele regio identiek en ook niet door de gemeenten genormeerd. Het is voorstelbaar dat reserves aangehouden worden voor risico’s die optreden in de taakuitvoering. Echter zullen deze niet allemaal tegelijk optreden en ook niet over alle taakgebieden die bij gemeenschappelijke regelingen onder gebracht zijn. Om een interne verevening van risico’s mogelijk te maken is het van belang hiervoor met elkaar een methodiek vast te stellen die daar recht aan doet. Gemeenten zijn wettelijk ten alle tijden aansprakelijk voor de financiële gevolgen van de taakuitvoering van de gemeenschappelijke regelingen waar zij deel aan nemen. Om die reden is het een keuze of bij gemeenschappelijke regelingen dan wel bij gemeenten voor die risico’s een reserve aan te houden. Om die reden adviseren wij hierover nadere spelregels op te stellen en deze met elkaar overeen te komen. Advies 10 : Stel normen op over aan te houden reserves en bespreek die met gemeenschappelijke regelingen. Bepaal daarbij de minimaal en maximaal aan te houden omvang van de reserves. Met de koppeling van het Gemeentefonds aan het 8 jaargemiddelde BBP komt naar verwachting een stabielere ontwikkeling van het Gemeentefonds tot stand.

In het kader van de FKGR is op dit moment opgenomen dat bij een daling van het Gemeentefonds van gemiddeld meer dan 2% per jaar over een periode van 4 jaar de FKGR een taakstelling voor mogelijk houdt. Deze afspraak in het kader kan komen te vervallen nu er naar verwachting sprake zal zijn van een stabielere ontwikkeling. Bij incidenteel of structureel grotere dalingen kan alsnog het recht voorbehouden worden een taakstelling te formuleren. Advies 11 en 12 : Schrap de norm over een taakstelling bij een daling van het gemeentefonds van meer dan 2% per jaar over een periode van 4 jaar en vervang deze door een algemene passage over de handelswijze bij grotere dalingen in de ontwikkeling van het gemeentefonds.

10

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

11/17

HOOFDSTUK 4

Belang van samenspel in de regio Wie samenwerkt moet invloed delen. Dit wordt ook wel omschreven als een two level game2. Deze two level game is lastig, maar inherent aan samenwerking. De onderhandelingen en besluitvorming worden gedaan door hoofdrolspelers die van twee bestuurlijke niveaus deel uitmaken. •

Level one is het regionale samenwerkingsverband waar de wethouders onderhandelen en een voorlopig besluit nemen. Maar ieder van hen moet ook steun krijgen en verantwoording afleggen bij hun achterban.

•

Level two zijn de gemeenten waar onverwachte dingen gebeuren: afzonderlijke discussies binnen elke achterban over de vraag of het principeakkoord geratificeerd wordt.

Dit samenspel is in de praktijk nog veel ingewikkelder omdat er sprake is van een veelvoud van samenwerkingsverbanden waar verschillende bestuurders uit colleges tot soms verschillende besluiten komen. Deze verdienen allemaal legitimatie in het eigen college en/of de gemeenteraad. Dit valt te typeren als complexiteit2 (complexiteit in het kwadraat).

Figuur 5 Two level game samenwerking

Bij het vaststellen van een tekst van een gemeenschappelijke regeling moeten wettelijk éénduidige besluiten genomen worden door gemeenteraden of colleges anders is er geen juridisch geldig besluit. Eventuele gewenste aanpassingen moeten in een eerder stadium ingebracht worden en daar moet met alle deelnemers overeenstemming over bereikt worden. Nu is er in het geval van een taakstelling geen wettelijke bepaling die een eenduidig besluit afdwingt. Wel is er al sinds jaar en dag een bestuurlijk gedragen en door colleges ingestelde

2

Zie onder andere Van den Berg (2021), Het gezag van de raad, Nederlandse vereniging van Raadsleden

11

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

12/17

werkgroep FKGR aanwezig die eenduidige adviezen afgeeft aan gemeenschappelijke regelingen om uniformiteit te bevorderen. Het is aan de besturen van de gemeenschappelijke regelingen om die adviezen ten uitvoer te brengen in de conceptbegrotingen. Binnen de regionale samenwerking hebben secretarissen ( van de gemeente en van gemeenschappelijke regelingen), en bestuurders (wethouders en burgemeesters) in de rol van lid van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur een grote verantwoordelijkheid om regionale samenwerking goed te laten verlopen en te zorgen dat er met elkaar tot eenduidige besluiten gekomen wordt die de democratische legitimatie van de gemeenteraden kan wegdragen. Dit samenspel kent een gezonde spanning en vraagt van alle spelers professionaliteit en gezamenlijk eigenaarschap. In alle gevallen moet voorkomen worden dat een ‘wij – zij’ verhouding ontstaat tussen organisaties en gemeenten. Van regionale organisaties mag verwacht worden zich te realiseren dat ze materieel een onderdeel zijn van de gemeenten. Van gemeenten mag verwacht worden dat zij zich realiseren dat de regionale organisaties ‘van hen’ zijn en zij ook belangrijke taken uitvoeren.

Gemeenschappelijke regelingen voeren een deel van de taken van gemeenten uit en daarom is het heel gewoon dat in geval van een neerwaartse ontwikkeling van de inkomsten bij gemeenten ook in die taken wordt gekeken naar een ombuiging. Minder bezuinigen op de regionale taken betekent meer bezuinigingen in de eigen gemeentelijke taken. Het is een politiek bestuurlijke afweging van de gezamenlijke besturen hoe de balans tussen ombuigen op de taken van de regionale organisaties en bezuinigingen op de taken in de gemeentelijke organisaties uitpakt. Slaat de balans door naar de ene kant, dan is het verlies aan de andere kant en vica versa. Dit is het zogenaamde prisoners-dilemma. Het prisoner's dilemma is een gedachte-experiment uit de speltheorie dat laat zien waarom volledig rationele individuen die niet met elkaar kunnen communiceren misschien niet samenwerken, ook al lijkt het in hun belang te zijn om dat wel te doen. Zowel in de gemeenten als in de gemeenschappelijke regelingen is het verwerken van een taakstelling ‘een verhaal waar niemand op zit te wachten’ zoals treffend werd uitgedrukt door een van de gesprekspartners in het uitgevoerde onderzoek. Aan alle kanten staan taken onder druk en wijzen de beleidsrichtingen een andere kant op dan een neerwaartse bijstelling van de begroting. Dat wijst dit onderzoek ook uit.

Figuur 6 Prisoners-dilemma

Wij hebben in dit onderzoek slechts een objectieve basis gelegd voor deze besluitvorming en tevens de keuzeruimte geïnventariseerd waarmee deze objectieve basis in te vullen is. Wij adviseren de bestuurders in de gemeenschappelijk regelingen die op beide ‘levels’ opereren in een professioneel en rationeel samenspel tot bestuurlijke keuzes rondom de invulling van de door de FKGR gevraagde taakstelling te komen en zuinig te zijn op de gezonde verhoudingen en een uniforme werkwijze rondom indexeringen en gezamenlijke ombuigingen. 12

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

13/17

HOOFDSTUK 5

Totaaloverzicht alle onderzochte Gemeenschappelijke Regelingen

Figuur 7 Totaaloverzicht beïnvloedbare ruimte

13

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

14/17

Figuur 8 Beïnvloedbare ruimte per GR

GR VRHM Holland Rijnland Regio Midden-Holland ISD Bollenstreek ODWH ODMH Hecht BSGR SOZ

€ € € € € € € € €

Begroting 2026 Niet beïnvloedbaar 78.193.600 € 67.970.350 € 10.377.819 € 7.183.343 € 2.193.186 € 1.754.549 € 77.040.000 € 56.269.021 € 25.015.000 € 21.409.747 € 26.263.392 € 22.146.640 € 129.057.392 € 112.166.786 € 16.041.835 € 13.157.419 € 4.099.486 € 3.262.622 €

Figuur 9 Financiële omvang beïnvloedbare ruimte per GR

14

Beïnvloedbaar 10.223.250 3.194.476 438.627 20.770.979 3.605.253 4.116.753 16.890.605 2.884.416 836.864

% 13% 31% 20% 27% 14% 16% 13% 18% 20%

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

15/17

HOOFDSTUK 6

Leeswijzer Onze adviezen zijn gebaseerd op het door ons uitgevoerde onderzoek zoals toegelicht in de hiervoor opgenomen hoofdstukken. In bijlage 1 is een toelichting en nadere onderbouwing opgenomen van ons onderzoek en de uitkomsten daarvan. Hierin zijn achtereenvolgens de ontwikkeling van het Gemeentefonds, de ontwikkeling van de indexering van volgens de FKGR adviezen, de ontwikkeling van de bijdragen aan Gemeenschappelijke regelingen in de achterliggende jaren en de keuzeruimte bij Gemeenschappelijke Regelingen opgenomen. In bijlage 2 is de ontwikkeling van de bijdrage aan en de keuzeruimte in de begroting per gemeenschappelijke regeling opgenomen en voorzien van een kwalitatieve toelichting. Deze maakt integraal onderdeel uit van deze rapportage.

15

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

BIJLAGEN

Bijlage 1 : Toelichting onderzoek financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Bijlage 2: Factsheets per gemeenschappelijke regeling

16

16/17

Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

17/17

WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.

Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl

17

Bijlage 1: Toelichting onderzoek Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Peter Verheij

DEFINITIEF 28-10-2024

Hoe ziet de aanpak eruit? • Volumeontwikkeling: Hoe is dit uitgepakt, hoe ziet de toekomst eruit en

hoe verhoudt het zich t.o.v. gemeenten (mede i.r.t. 2% buffer in FKGR) • Indexeringsregeling: hoe is het uitgepakt, hoe ziet de toekomst eruit en welke keuzes en varianten zijn er mogelijk

• Keuzeruimte: Beïnvloedbaarheid op basis van ‘model ROB’ per GR bepalen en daarmee eventuele differentiatie per GR o.b.v. taak • Collectieve besluitvorming: proces waarin colleges en DB’s

gecommitteerd worden aan FKGR voorstel op LPO én volume Uitdaging: tijdpad richting 1 november 2024 2

GR’en onder kader FKGR Veiligheidsregio Hollands Midden

Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden Holland ISD Bollenstreek

Omgevingsdienst West-Holland Omgevingsdienst Midden-Holland Regionale dienst Openbare Gezondheid/GGD (HECHT)

Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR) Serviceorganisatie Zorg (SOZ) 3

Ontwikkeling Gemeentefonds

Intern vertrouwelijk

4

Ontwikkeling Gemeentefonds (1) HM-18

- € 105 miljoen (HM)

*cijfers op sheets 4-7 zijn gebaseerd op de meicirculaire 2024. De septembercirculaire heeft materieel (nagenoeg) geen effect gelet op het volgen van adviezen van de VNG en de toezichthouder m.b.t. de nu vervallen bezuiniging Jeugd

5

Ontwikkeling Gemeentefonds (3) HM-18 vs NL

- € 105 miljoen (HM)

6

Ontwikkeling Gemeentefonds (4) Herverdeeleffecten in HM-18 € -10 miljoen

7

Ontwikkeling Gemeentefonds (5) Herverdeeleffecten in HM-18 € -10 miljoen

8

Ontwikkeling Indexering

9

Indexeringen (1) FKGR versus Gemeentefonds (totaal)

*Gemeentefonds = incl. extra middelen als gevolg van taakuitbreidingen

10

Indexeringen (2) FKGR versus Gemeentefonds (totaal)

11

Nieuwe indexeringsmethode (BBP) Compensatie voor reële loonstijging verhuist van LPO-accres naar volumedeel BBP Daarmee is prijs BBP als index alleen voor de waardevastheid (inflatie).

Voor FKGR betekent dit een vraag wat te doen met verschil inflatie vs. reële loonstijging en hoe GR’en hiervoor te compenseren. Volledig volume bbp meenemen is te ruim omdat dit ook inhoudelijke volumestijgingen bevat. Alléén prijs BBP negeert de reële loonstijging en is een impliciete bezuiniging. 12

Indexeringsmethoden Mogelijke varianten 1. Indexering op basis van huidige methodiek (MEV) loon en prijs a. Waardevastheid vasthouden b. Nu eerst taakstelling, en indexering later bekijken en evt aanpassen 2. Indexeer op basis van BBP cijfers a. Gemeenten krijgen hier op gecompenseerd dus GR’en dan ook b. Uit elkaar trekken waardevastheid en korting wegens tekort op BBP 3. Indexeren op basis van waardevastheid (MEV) maar koppeling inbouwen met BBP. De koppeling behelst een buffer: alleen bij cumulatief >2,0% verschil met BBP expliciete taakstelling naar GR’en

13

Ontwikkeling GR’en

14

Gemeentelijke Bijdragen 8 GR’en Absolute bedragen

15

Gemeentelijke bijdragen 8 GR’en Absolute bedragen Gemeentelijke bijdragen

Serviceorganisatie Zorg (SOZ)

2020 49.300.722 8.230.808 407.883 14.161.587 16.084.615 52.016.000 11.848.000 -

2021 51.217.394 8.324.499 413.193 14.212.444 17.285.022 58.938.000 13.141.000 -

2022 51.883.220 8.911.306 387.203 15.076.558 18.246.519 60.148.000 13.524.000 -

2023 53.584.990 6.148.550 439.062 15.303.297 19.081.904 68.007.000 14.753.000 3.175.417

2024 60.028.216 6.635.835 474.898 17.639.000 18.448.915 68.605.000 16.582.000 3.638.027

2025 67.891.020 7.660.022 1.367.186 19.195.000 20.618.348 72.656.000 15.687.263 4.099.486

Totaal gemeentelijke bijdragen

152.051.635

163.533.573

168.178.828

180.495.243

192.053.915

209.176.350

Veiligheidsregio Hollands Midden* Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland* Omgevingsdienst Midden Holland* RDOG (Hecht)* en ** Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland

*Alleen de gemeentelijke bijdragen dus geen PZH, BDUR of andere SPUK van het Rijk en overige baten *BSGR: de opbrengst invorderingskosten vallen rechtstreeks de gemeenten toe en zijn niet in deze cijfers opgenomen, in factsheet specificatie per jaar ** De begrotingswijziging 2024 van € 3,7 miljoen is in de cijfers 2023 verwerkt i.p.v. 2024. De wijziging had daar zijn oorsprong en is in 2024 alsnog goedgekeurd en in de cijfers verwerkt. Voor het beeld van de ontwikkeling in de loop van de jaren levert dit een zuiverder beeld op. ***Bij Holland Rijnland is per 1-1-2023 SOZ als aparte organisatie afgesplitst

16

Gemeentelijke Bijdragen 8 GR’en Mutatie Mutatie gemeentelijke bijdragen t.o.v. voorgaand jaar Veiligheidsregio Hollands Midden* Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland* Omgevingsdienst Midden Holland* Regionale dienst openbare gezondheid /GGD (Hecht)* Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland

2021 3,89% 1,14% 1,30% 0,36% 7,46% 13,31% 10,91%

2022 1,30% 7,05% -6,29% 6,08% 5,56% 2,05% 2,91%

2023 3,28% -31,00% 13,39% 1,50% 4,58% 13,07% 9,09%

2024 12,02% 7,93% 8,16% 15,26% -3,32% 0,88% 12,40% 14,57%

2025 13,10% 15,43% 187,89% 8,82% 11,76% 5,90% -5,40% 12,68%

7,55%

2,84%

7,32%

6,40%

8,92%

Serviceorganisatie Zorg (SOZ) Totaal mutatie gemeentelijke bijdragen

Stijgen en dalingen per GR zijn nader geduid in factsheet per GR

17

Gemeentelijke Bijdragen 8 GR’en Mutatie

18

Indexeringen FKGR

19

Indexering FKGR FKGR versus Gemeentefonds (totaal)

*Gemeentefonds = incl. extra middelen als gevolg van taakuitbreidingen 20

Keuzeruimte bij GR’en

21

INZICHT IN BELEIDSVRIJHEID GEMEENTE

Keuzeruimte bepalen

KEUZERUIMTE BEPALEN

Meer inzicht in wettelijke taken, eigen beleid en bestaand beleid • meerjarig inzichtelijk maken wat de inzet

is op wettelijke taken, eigen beleid en overige uitgaven. Het gaat om de beïnvloedbaarheid van de begroting

van de gemeente en hoe dit zich ontwikkelt over tijd. • Beleidsvrijheid geduid van de Raad voor het Openbaar Bestuur als basis

22

Stand van zaken Keuzeruimte • Alle begrotingen van GR’en in dashboard geladen en gevalideerd

• Gesprekken met directies en controllers gevoerd • Duiding van cijfers toegevoegd m.b.t. gem. bijdragen per GR • Factsheet per GR aangeboden aan GR en gevalideerd bij directie GR’en

• Nagenoeg bij alle GR’en lopen trajecten die kunnen dienen om taakstelling in te vullen • Bij een aantal GR’en beleidsmatig tegengestelde beweging t.o.v.

taakstelling

23

Dashboard

Intern vertrouwelijk

24

Zonder RAV

Intern vertrouwelijk

25

Intern vertrouwelijk

26

Beinvloedbaarheid GR’ en Gemeenschappelijke regeling

%

13% Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland 31% GR Regio Midden-Holland 20% Omgevingsdienst West-Holland* 14% Omgevingsdienst Midden Holland* 16% Regionale dienst openbare gezondheid /GGD (Hecht)* 20% Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland 18% Serviceorganisatie Zorg (SOZ) 20% ISD Bollenstreek 27% 17% waarvan gemeentelijke bijdrage omvang mogelijke taakstelling GR' en Veiligheidsregio Hollands Midden*

Totaal begroting Beïnvloedbaar Stel 6% taakstelling Gem bijdragen € 78.196.600 € 10.165.558 4.080.250 € 10.377.819 € 3.217.124 460.367 € 2.193.186 € 438.637 82.168 € 25.015.000 € 3.502.100 1.153.620 € 26.263.392 € 4.202.143 1.239.163 € 84.312.873 € 16.862.575 4.366.626 € 16.041.835 € 2.887.530 942.805 € 4.099.486 € 819.897 246.379 € 77.040.000 € 20.800.800 4.505.328 € 323.540.191 € 62.896.364 12.571.377 209.176.350 6,01% € 12.571.499

*excl. RAV

De 18 Gemeenten in Hollands Midden hebben in 2026 een totale daling van €105 miljoen van de inkomsten uit het Gemeentefonds…..

27

Trajecten van GR’en besparingen Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland Omgevingsdienst Midden Holland Regionale dienst openbare gezondheid /GGD (Hecht) Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland Serviceorganisatie Zorg (SOZ) ISD Bollenstreek

traject doorlichting adhv draaiknoppen loopt voorjaar is menukaart opgemaakt en verspreid geen traject, wel mogelijkheden geen traject, zien mogelijkheden in begrotingsverkleining sturingsmogelijkheden ihkv ravijnjaar 2026 doorlichting en takendialoog, kostprijsbepaling memo besparingsopties in bestuur verspreid geen traject, wel mogelijkheden inventarisatie besparingsmogelijkheden opgesteld

28

Sturing op Verbonden Partijen én bezuinigen:

complexiteit2 • Indexering (loon en prijsontwikkeling)

 Gemeentefonds

• Taken (Volume)

 bijdragen Gemeenten

• Collectiviteit van besluitvorming

 sturing en draagvlak

Praktijk: •

Gemeenten krijgen niet volledige LPO gecompenseerd, GR-en vaak wel (incl. nacalculatie), aanpassing nodig van kader

•

Bezuinigingen slaan vaak neer bij gemeentelijk deel van de begroting GR’en

•

Alle klassiekers die opgaan voor bijstellen gemeentelijke budgetten zijn bij GR’en hetzelfde of gaan op ‘in het kwadraat’ (frictieregelingen bij verlaging bijdragen)

De two-level game De realiteit van samenwerking

B

A

A

B

• Onderhandelen op

twee niveaus • De essentie van het

dubbele compromis

A B

30

Rol GS’en

Rol DB-leden + directeuren

In ‘eigen huis’

Wethouders financiën

Rol DB-leden +directeuren

Burgemeesters

B

A A

In de regio

B

A

B

Vakspecifieke wethouders 31

Advisering taakstelling en indexeringsmethodiek FKGR

32

Vraagstelling Werkgroep FKGR • Hoe hoog wordt de taakstelling voor 2026?

• Wel of niet differentiëren in taakstelling? • Wel of niet anticiperen op herverdeling (en hoe)? • Houdbaarheid / reflectie op kader

• Drempel taakstellingen (gem. 4 jaar) • Waardevast indexeren o.b.v. BBP prijs of loon – materiële budgetten • Aparte indexen of gewogen (75/25 c.q. 60/20/20)

• Hoe omgaan met verschillen ‘waardevast vs. BBP’ in kaderstelling • Hoe om te gaan met frictiekosten als gevolg van taakstelling 33

Advies Berenschot(1) Taakstelling 1. Neem het objectieve percentage mutatie Gemeentefonds in 2026 als totaal taakstelling mee naar de GR’en (-6,01%) 2. Hou het eenvoudig: niet differentiëren per GR 3. Laat incidenteel frictie bekostigen door gemeenten 4. Benoem risico op herverdeeleffect -0,58% (ca. € 10 miljoen) 5. Vraag GR’en de beïnvloedbare ruimte (zoals blijkt uit het dashboard) nader te

concretiseren 6. Op basis van deze nadere concretisering van de keuzeruimte met een sluitend voorstel voor invulling van de taakstelling te komen

34

Advies Berenschot(2) Indexering

7. Indexeer op de kosten en niet op de gemeentelijke bijdragen 8. Baseer prijsindexen op waardevaste indexen met een koppeling aan het BBP (indien verschil met BBP cumulatief >2,0% dan een taakstelling richting GR’en) 9. Differentieer de toekomstige index waar mogelijk afzonderlijk op loon, prijs en investeringen Overige adviezen 10. Maak werk van kaderstelling over reserves 11. Schaf de 4-jaars gemiddelde 2% drempel af zoals in het bestaande kader opgenomen*

12. Neem algemene passage op over mogelijk taakstelling bij grotere dalingen van het gemeentefonds * De reden hierachter is dat grote schommelingen vanwege de trap op trap af methodiek door het 8 jarig gemiddelde BBP niet (snel) meer aan de orde zullen zijn

35

Vaststelling kader FKGR Vervolgprocedure • Werkgroep FKGR stelt advies vast (na consultatie wethouders financiën) • Advies wordt verspreid naar colleges, raden en GR’en

• Colleges worden gevraagd dit advies te bekrachtigen • Bij verdeelde besluiten colleges, blijft advies FKGR staan • In het geval besluiten afwijken van advies is het aan raden, colleges en DB/AB’s van GR’en zelf wat daarmee te doen

36

Spoorboekje Q3 2024

Bestuurlijk opdracht gever

4e week augustus

2e week september

4e week september

Collegeleden

stuurgroep

Ambtelijk

2e week oktober

4e week oktober

externe deskundige

1 nov brief bij GR’en

Voorlichting raadsleden

Collegeleden

stuurgroep

stuurgroep

Ambtelijk

Ambtelijk opdracht gever

Ambtelijk

Ambtelijk

Medewerking GR’en, commitment Colleges en betrokkenheid gemeenteraden is essentieel 37

Planning • 15 oktober: financials gemeenten • 22 oktober: wethouders financiën en bestuurlijke werkgroep FKGR • Uiterlijk 1 november: nieuw kader FKGR richting GR’en, colleges en gemeenteraden • 19 november presentatie voor alle collegeleden

• GR’en vervolgen doorlichtingen • Voorjaar 2025: DB’s komen met kadernota c.q. concept begroting 2026 • Faciliteren en coördineren implementatie in begrotingen 2026

38

Berenschot

www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot

Intern vertrouwelijk

Bijlage 2 Factsheets per Gemeenschappelijke regeling

1.1

Veiligheidsregio Hollands Midden ......................................................................... 2

1.2

Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland ................................................................ 5

1.3

GR Regio Midden Holland .................................................................................... 8

1.4

ISD Bollenstreek ............................................................................................... 11

1.5

Omgevingsdienst West-Holland .......................................................................... 14

1.6

Omgevingsdienst Midden-Holland ....................................................................... 18

1.7

Regionale dienst Openbare Gezondheid/GGD (HECHT) .......................................... 22

1.8

Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR) ................................................... 26

1.9

Serviceorganisatie Zorg (SOZ)............................................................................ 30

2/32

1.1

Veiligheidsregio Hollands Midden

Overzicht 2026

Beleidsproduct Bedrijfsvoering Bevolkingszorg Brandweerzorg GHOR Meldkamer BHM Risico -en Crisisbeheersing Totaal

Begroting 2026 € 27.060.100 € 890.200 € 37.151.400 € 2.801.700 € 1.415.000 € 8.875.200 € 78.193.600

Niet beïnvloedbaar € 24.473.465 € 749.750 € 31.647.275 € 2.463.300 € 1.395.000 € 7.241.560 € 67.970.350

Beïnvloedbaar € 2.586.635 € 140.450 € 5.504.125 € 338.400 € 20.000 € 1.633.640 € 10.223.250

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Veiligheidsregio (VRHM) is opgericht door de gemeenten in Hollands Midden op 8 oktober 2010. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de VRHM zijn vastgesteld in de Wet veiligheidsregio's en in de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Het gaat hierbij om de taken namens de gemeenten op het gebied van meldkamerfunctie voor brandweer, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, risicobeheersing, rampenbestrijding en crisisbeheersing, GHOR, Bureau gemeentelijke crisisbeheersing, brandweerzorg. Deelnemers: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas.

% 10% 16% 15% 12% 1% 18% 13%

3/32

Bijdragen aan VRHM in cijfers Gemeentelijke bijdragen

2021 51.217.394 Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in € 1.916.672 Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % 3,96% *de BDUR, overige baten en Noodopvang vluchtingen 2022 is hier niet in opgenomen Veiligheidsregio Hollands Midden*

2020 49.300.722

2022 51.883.220 665.826 1,31%

2023 53.584.990 1.701.770 3,30%

2024 60.028.216 6.443.226 12,66%

De begroting van de VRHM kent geen ontwikkelbudgetten. Ontwikkelingen worden tot op heden gefinancierd uit onderuitputting. Dit is bestuurlijk zo afgesproken. Onderuitputting neemt in de toekomst af, terwijl ontwikkelnoodzaak toeneemt. Uit benchmark gegevens blijkt dat zowel op de primaire processen als op de overheadprocessen, omgerekend naar 10.000 inwoners of per fte in de organisatie, overwegend lager ‘gescoord’ dan andere veiligheidsregio’s. De gemeentelijke bijdragen hebben zich in 2020 tot en met 2023 alleen langs een loon- en materiële index ontwikkeld. Gelet op de vierjarige cyclus van het regionaal beleidsplan zijn in de begroting 2024 de consequenties van de keuzes in dit beleidsplan verwerkt zoals eerder in de bijdrage 2020. De stijging in 2024 betreft naar reguliere indexering conform FKGR het scenario 1 (incidentele dekking omgezet naar structureel) ter grootte van € 1,2 miljoen en scenario 2 (wettelijke bepalingen en branchestandaarden) ter grootte van € 1,3 miljoen. De overige stijging betreft indexering. In 2025 is de bijdrage naast indexering gestegen met € 2,5 miljoen als gevolg van de overheveling van de GHOR taak van RDOG/Hecht. Duiding dashboard De VRHM is een kapitaalsintensieve organisatie. Er is sprake van veel materieel dat over lange termijn wordt afgeschreven zoals kazernes en voertuigen.

Daarnaast is sprake van een groot aandeel in de begroting voor personele lasten. In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. In de uitvoeringsorganisatie zit volgens VRHM dan ook relatief weinig keuzeruimte. Meer flexibiliteit is aanwezig in de adviesorganisatie. De clusterindeling van het gemeentefonds is een verdeling tussen gemeenten en niet binnen taken van een gemeente. Desondanks is in het verleden, toen de begroting van de VRHM hoger was dan de inkomsten in het cluster brandweer ingezet om de begroting binnen de omvang van het cluster brandweer te krijgen. Hiertoe is in de periode 2011 tot en met 2018 16,6% bezuinigd. Op dit moment is, door stijgingen van inkomsten van gemeenten, de realisatie van de begroting t.o.v. dit cluster 83%. Opgemerkt wordt dat de clusterindeling van het gemeentefonds overigens een verdeling betreft tússen gemeenten en niet bedoeld is om taaktoedeling bínnen gemeenten te sturen Er zijn evenzeer taken binnen gemeenten waarin de realisatie hoger is dan de toedeling in het gemeentefonds. Dit is een representatie van alle politieke en bestuurlijke keuzes door colleges en gemeenteraden in het gemeentelijke takenpakket.

In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 13% of € 10,2 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 8 miljoen), personele kosten (€ 36,8 miljoen) en contracten (€ 20,7 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt

2025 67.891.020 7.862.804 12,60%

4/32

de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. VRHM heeft miv 1 oktober 2024 een aangescherpte procedure met haar management ingevoerd, waarbij een afgewogen business case moet worden overlegd ingeval van nieuwe contractuele verplichtingen (inhuur, vacatures, investeringen boven de 20k). Op deze wijze heeft de VRHM reeds de bewuste stap gezet haar keuzemomenten aan te grijpen om deze te beïnvloeden. Ook krijgt de VRHM waarschijnlijk te maken met een korting op hun andere financieringsbron: de‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’. In de Miljoenennota is namelijk een bezuiniging van 10% op de BDuR opgenomen, wat resulteert in een korting van ongeveer € 1 miljoen. Hierover loopt op landelijk niveau nog een discussie. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De veiligheidsregio is in belangrijke mate een parate uitvoeringsorganisatie. Daarnaast is er de adviesorganisatie, gericht op advies en toezicht bij infrastructurele aanpassingen, bouwwerkzaamheden en evenementen. Hierbij is er de voortdurende opgave om bij de tijd te blijven en voor te bereiden op de nieuwe tijd. Hiervoor is volgens de VRHM een impuls nodig. Naar de toekomst zijn voorbereidingen nodig voor de ontwikkelingen in de samenleving ter verhoging van de weerbaarheid.

Het gaat dan om effecten op de veiligheid van stedelijke verdichting, klimaatverandering, energietransitie. Hiervoor is nog geen financiering. Naast scenario 1 en 2 (zie duiding dashboard) was hiervoor een scenario 3 in de kadernota 2024 ter grootte van € 4,8 miljoen (op het spoor naar de nieuwe tijd) opgenomen. Hier is niet mee ingestemd door het Algemeen Bestuur. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen VRHM loopt intern een traject om langs een aantal zoekgebieden draaiknoppen te vinden om kosten te besparen. Deze worden vormgegeven langs de volgende gebieden: •

Ring 0 (kern): primaire taken: brandweerzorg, risicoadvies, crisisbeheersing

•

Ring 1: ondersteunende taken direct t.b.v. primaire taken zoals vakbekwaamheid, brandpreventie, review wettelijk en niet-wettelijk

•

Ring 2: generieke bedrijfsvoeringstaken zoals herstructureren, besparingen contracten, generieke keuzes personeel en inhuur, schuiven in meerjareninvesteringsprogramma, financieringsmethodiek

•

Ring 3: ontwikkelopgaven zoals her-prioriteren, vertragen, stoppen, ombuigen, ontwikkelopgaven uit jaarplan en regionaal beleidsplan

Ring 0 raakt direct de primaire taken waar bij de implementatie van bezuinigingen VRHM idealiter probeert weg te blijven omdat dit direct het zorgniveau naar de inwoners raakt. De directie heeft aangegeven de ontwikkelingen en voorbereidingen vanuit de werkgroep FKGR voor de kaders van de begroting 2026 te betrekken bij deze analyse waarmee deze trajecten elkaar aanvullen en versterken. De analyses en inzichten vanuit de FKGR worden als input gebruikt. In tijd loopt dit gelijk op waardoor vervlechting van de trajecten kan plaatsvinden. VRHM zal via het DB en AB met draaiknoppen komen om keuzes te maken in de taken en betrekt hierbij het kader van de FKGR wat voor 2026 in ontwikkeling is. De VRHM beschikt over een algemene reserve van € 1,2 miljoen en bestemmingsreserves van € 4,6 miljoen. Daarmee beschikt de GR over beperkte middelen om eventuele incidentele frictielasten op te vangen.

5/32

1.2

Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland

Overzicht 2026

Beleidsproduct Fondsen en Subsidies Overhead (HR) Projecten Regionaal beleid en monitoring Regionaal Bureau Leerrecht Regionale investeringsagenda Regiotaxi Strategie en Beleid Algemeen Toekomstverkenningen Woonurgenties Totaal

Begroting 2026 € 1.195.630 € 2.987.493 € 699.028 € 423.232 € 2.733.702 € 540.534 € 572.440 € 304.255 € 327.789 € 593.716 € 10.377.819

Niet beïnvloedbaar € 470.538 € 2.423.680 € 167.751 € 356.074 € 2.173.009 € 383.941 € 309.425 € 143.683 € 191.213 € 564.030 € 7.183.343

Beïnvloedbaar € 725.092 € 563.813 € 531.277 € 67.158 € 560.693 € 156.593 € 263.015 € 160.572 € 136.576 € 29.686 € 3.194.476

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland is een strategische samenwerking op het gebied van wonen, energie, economie, mobiliteit en groen en blauw. Daarnaast voert Holland Rijnland taken uit op het gebied van onderwijs (leerplicht) en arbeidsmarkt. De strategie is vastgelegd in de Regionale Omgevingsagenda (ROA), Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM). Op basis hiervan is in 2024 een Regionale Investeringsagenda vastgesteld.

% 61% 19% 76% 16% 21% 29% 46% 53% 42% 5% 31%

6/32

Deelnemers: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude Gemeentelijke bijdragen Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland

2020 8.230.808

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %

2021 8.324.499 93.691 1,14%

2022 8.911.306 586.807 7,05%

2023 6.148.550 -2.762.756 -31,00%

2024 6.635.835 487.285 7,93%

2025 7.660.022 1.024.187 15,43%

De gemeentelijke bijdragen aan Holland Rijnland hebben zich tussen 2020 en 2022 ontwikkeld langs de reguliere lijnen van de loon- en materiële index van de FKGR. Deze index was niet toereikend voor de reële loonstijging omdat de werkelijke cijfers steeds hoger bleken dan de ramingen van het CPB waar de FKGR zich op heeft gebaseerd. Het verschil moest tijdelijk binnen de bestaande begroting gedekt. De nacalculatie van de FKGR voorziet namelijk niet in compensatie op de gemiste indexen in de tussenliggende jaren. De daling in 2023 is het gevolg van de oprichting van de Serviceorganisatie Zorg. Het deel van de begroting wat daar betrekking op heeft is verschoven naar die betreffende GR. In deze cijfers is geen rekening gehouden met de incidentele middelen ten behoeve van de Regionale Investeringsagenda vanaf 2025. Duiding dashboard Holland Rijnland is een organisatie waarin enerzijds Strategie en Beleid en anderzijds enkele uitvoeringstaken (Bureau Leerrecht, de Regiotaxi en Woonurgenties) zijn ondergebracht. De kosten hiervan bestaan voor het grootste deel uit personele kosten (€ 6,1 miljoen) en een deel uit programmabudget (€4,2 miljoen). Dit bestaat uit algemeen programmabudget zoals o.a. voor de investeringsagenda Strategie en beleid (€2,3 miljoen) middelen voor projecten (€ 0,7 miljoen) en middelen voor fondsen en subsidies (€ 1,2 miljoen).

Bij projecten gaat het om de RES, doorfietsroutes, de Regiodeal en Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie. Bij de fondsen en subsidies gaat het onder ander om de provinciale subsidieregeling mobiliteit € 590.000, LEADER en de jaarlijkse storting in het cofinancieringsfonds van € 300.000. Het programmabudget is grotendeels beïnvloedbaar. Bij de fondsen en subsidies hangt dit af van de herkomst. De provinciale subsidie en de LEADER subsidie is (grotendeels) niet beïnvloedbaar omdat dan de inkomsten ook vervallen. Daarentegen is het cofinancieringsfonds gefinancierd uit de gemeentelijke

bijdragen en daarmee voor 100% beïnvloedbaar. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 31% of € 3,2 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van personele kosten (€ 4,9 miljoen) en contracten (€ 0,2 miljoen). In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Bij de berekening van de keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR Holland Rijnland heeft in 2024 de Regionale Investeringsagenda vastgesteld. Hiervoor worden bij begrotingswijziging voor de jaren 2025 tot en met 2027 incidentele middelen gevraagd. Deze zijn nog niet verwerkt in bovenstaande tabel en de gegevens uit het dashboard.

De contracten met betrekking tot kantoorhuisvesting loopt in 2030 af, de contracten met betrekking tot de PIOFACH taken in 2025 en de verplichtingen met betrekking tot de Regiotaxi in 2026.

7/32

Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen Holland Rijnland heeft een technische verkenning uitgevoerd naar de taken die beïnvloedbaar zijn. Dit heeft geleid tot een ‘menukaart’ met mogelijke keuzes per taak die bij Holland Rijnland is belegd. De menukaart maakt inzichtelijk hoe een aanpassing in taken door kan werken in de meerjarenbegroting. Hierin is zowel aandacht besteed aan het programmabudget, de personele component als de door HR verwachte mogelijke incidentele frictiekosten indien de betreffende taak geschrapt wordt. In de notitie als uitkomst van de technische verkenning is opgenomen dat uit bespreking van de notitie met collegeleden nog geen eenduidige opdracht aan het dagelijks bestuur naar voren gekomen is die richting kan geven aan eventuele bezuiniging op de gemeentelijke bijdragen. Het dagelijks bestuur heeft de portefeuillehouders vervolgens verzocht om binnen de eigen gemeenten het gesprek te starten op welke wijze zij bezuinigingsmogelijkheden zien langs de lijnen van een takendiscussie voor Holland Rijnland. De opbrengsten van het gesprek binnen de gemeenten kunnen de deelnemende gemeenten naar voren brengen in aanloop naar het begrotingsproces 2026. Voor overige informatie wordt verwezen naar de notitie ‘Technische verkenning taken van Holland Rijnland’ van juni 2024.

Holland Rijnland beschikt over een zeer geringe algemene reserve (< €10k) en voor € 1,4 miljoen aan bestemmingsreserves (begroting 2025). De GR heeft aangegeven te verwachten dat indien een taakstelling wordt opgelegd de gemeenten de incidentele middelen ter beschikking stellen om eventuele frictiekosten op te vangen.

8/32

1.3

GR Regio Midden Holland

Overzicht 2026

Beleidsproduct Programmaplan bestuurszaken Totaal

Begroting 2026 € 2.193.186 € 2.193.186

Niet beïnvloedbaar € 1.754.549 € 1.754.549

Beïnvloedbaar € 438.637 € 438.637

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Regio Midden Holland is een bestuurlijke strategische samenwerking waarin gewerkt wordt aan de thema’s groei, bereikbaarheid en economische vitaliteit op vijf inhoudelijke tafels. De samenwerking in de Regio Midden-Holland wordt als netwerk vormgegeven vanuit de vijf MiddenHollandgemeenten. Midden Holland heeft taken op het gebied van Lobby en strategie, Verkeer en Vervoer, Duurzaamheid, Economie Onderwijs en Arbeidsmarkt, Ruimte en Wonen en Cultuur. Deelnemers: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas Gemeentelijke bijdragen GR Regio Midden-Holland Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %

2020 407.883

2021 413.193 5.310 1,30%

2022 387.203 -25.990 -6,29%

2023 439.062 51.859 13,39%

2024 474.898 35.836 8,16%

2025 1.367.186 892.288 187,89%

De stijging in de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2025 is een gevolg van de stijging van de organisatie met 5,5 fte als gevolg van de versterking van de capaciteit. Dit is een opvolging van het BRE onderzoek Midden Holland. Naast de gemeentelijke bijdragen zijn er ook projectbaten van € 0,75 miljoen. Daarmee komt de totale begroting op het in het dashboard aangegeven € 2,2

% 20% 20%

9/32

miljoen. Regio Midden-Holland heeft de vanaf 2023 de begroting geïndexeerd o.b.v. de kaders van de FKGR. Tot en met 2022 heeft er geen indexatie op de begroting plaatsgevonden. Duiding dashboard In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 20% of € 0,4 mln op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van personele lasten (€ 0,5 mln.) Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. In het dashboard wordt voor personeel een standaard natuurlijk verloop van 10% per jaar uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Omdat administratief de kosten gekoppeld zijn aan Taakveld Bestuur zou dit leiden tot een zeer lage beïnvloedbaarheid. Dit taakveld wordt normaliter alleen gebruikt voor kosten van een gemeentelijk bestuur. Om die reden is in het dashboard een handmatige aanpassing doorgevoerd en is een gemiddeld percentage toegepast wat op de verschillende taakgebieden die de GR uitvoert in ons onderzoek wordt waargenomen.

Naast de personele lasten (totaal € 0,7 miljoen waarvan per jaar 10% beïnvloedbaar zonder frictie) zijn ook de programmabudgetten (€ 0,3 miljoen) beïnvloedbaar omdat het om vrijwillige taken gaat die boven op de wettelijke taak van gemeenten komt. Wel wordt opgemerkt dat de regio in toenemende mate als aanspreekpunt fungeert voor de verdeling van regiodeals, subsidies, het komen tot afspraken over woningbouwprogramma's, duurzaamheid, opvang/asiel en bereikbaarheidsopgaven. De projectlasten die gekoppeld zijn aan projectbaten bieden geen mogelijkheid de gemeentelijke bijdrage te verlagen omdat de baten dan ook wegvallen. Overall is onze inschatting dat het werkelijke % beïnvloedbaarheid hoger ligt dan in het dashboard aangegeven gelet op de beleidsvrijheid in de taken die gemeenten bij de GR Midden Holland heeft neergelegd. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR In 2022 heeft door Berenschot een onderzoek plaatsgehad naar de bestuurlijk regionale ecosystemen (BRE). De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat de regio er goed voor staat maar tegelijkertijd op een kantelpunt staat. Om stappen te zetten in de samenwerking is eerst het ‘Verhaal van Midden-Holland’ opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15087006/2