CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1a: concept BOPA “SLM.027463.RAP001.MM.BOPA CONCEPT"

Besluitvormende raadsvergadering 16 oktober 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: BOPA Park Vredenburgh Triangel14.893 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE WADDINXVEEN

BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering 3 SEPTEMBER 2024

WSP NEDERLAND B.V. GAETANO MARTINOLAAN 50 6229 GS MAASTRICHT +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl

PROJECTNUMMER SLM027463 DOCUMENTNUMMER SLM027463.RAP001.MM,BOPA, versie 1

COLOFON RAPPORTHISTORIE 1.0

3 september 2024

Initiële versie

CONTACTGEGEVENS Mathijs van Mullekom +31 06 51 64 32 62 mathijs.vanmullekom@wsp.com

AUTORISATIE PROJECTNUMMER DOCUMENTNUMMER

VERSIE

STATUS

SLM027463

1

concept

SLM027463.RAP001.MM.BOPA

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Mathijs van Mullekom

Adviseur ruimtelijke ontwikkeling

3 september 2024

GEVERIFIEERD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Patrick Daggenvoorde

Planoloog

3 september 2024

GOEDGEKEURD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Patrick Daggenvoorde

Planoloog

3 september 2024

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

PARAAF

PARAAF

PARAAF

WSP 3 september 2024 pagina 2/56

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

voorgenomen ontwikkeling

7

1.2.1

Bestaande situatie

7

1.2.2

Nieuwe situatie

7

1.3

Geldend Omgevingsplan

10

1.3.1

Toets omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan)

11

1.4

Afwijking Omgevingsplan

13

1.5

Stedenbouwkundige uitgangspunten

13

2

BELEIDSKADER

15

2.1

Rijk

15

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

15

2.1.2

(Ladder voor) duurzame verstedelijking

17

2.1.3

Toets nationaal beleid

17

2.2

Provincie

18

2.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

18

2.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

18

2.2.3

Toets Provinciaal beleid

19

2.3

Gemeente

19

2.3.1

Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

19

2.3.2

Visie maatschappelijke voorzieningen

21

2.3.3

Masterplan Triangel / INtegraal ontwikkelingsplan

22

2.3.4

parapluplan archeologie en Parkeren

23

2.3.5

Beleidsnota Externe Veiligheid

23

2.3.6

Toets Gemeentelijk Beleid

23

3

MILIEUTECHNISCHE ASPECTEN

24

3.1

Activiteiten en milieuzonering

24

3.1.1

Wet- en regelgeving

24

3.1.2

Onderzoek

24

3.1.3

Conclusie

26

3.2

Geluid

27

3.2.1

Wet- en Regelgeving

27

3.2.2

Onderzoek

27

3.2.3

Conclusie

27

3.3

Luchtkwaliteit

28

3.3.1

Wet- en Regelgeving

28

3.3.2

Onderzoek

29

3.3.3

Conclusie

30

3.4

Bodem

31

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 3/56

3.4.1

Wet- en Regelgeving

31

3.4.2

Onderzoek

31

3.4.3

Conclusie

32

3.5

Omgevingsveiligheid

32

3.5.1

Wet- en regelgeving

32

3.5.2

Onderzoek

33

3.5.3

Conclusie

33

3.6

Archeologie en cultuurhistorie

34

3.6.1

Wet- en Regelgeving

34

3.6.2

Onderzoek

34

3.6.3

Conclusie

34

3.7

Natuur en ecologie

34

3.7.1

Wet- en Regelgeving

34

3.7.2

Onderzoek

36

3.7.3

Conclusie

37

3.8

Milieueffectrapportage

38

3.8.1

Wet- en regelgeving

38

3.8.2

Onderzoek

38

3.8.3

Conclusie

38

3.9

Verkeer en Parkeren

38

3.9.1

Verkeer en Parkeren

38

3.9.2

Conclusie

40

3.10

Water

40

3.10.1

Algemeen

40

3.10.2

Relevant Beleid

40

3.10.3

Bestaande en nieuwe situatie

42

3.10.4 Water in Vredenburgh

44

3.10.5

Conclusie

46

4

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE

47

4.1

Procedure

47

4.2

Participatie

47

Bijlage 1

— Stedenbouwkundig plan Bijlage 2

— Vormvrije M.e.R.-beoordeling Bijlage 3

— Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 4

— Akoestisch onderzoek Wegverkeer Bijlage 5 SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 4/56

— Historisch bodemonderzoek Bijlage 6

— Quickscan ecologie 2024 Bijlage 7

— Onderzoek Stikstofdepositie Bijlage 8

— Verkeerskundig onderzoek

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 5/56

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING

Aan de zuidzijde van Waddinxveen wordt de nieuwe woonwijk ‘Park Triangel’ gerealiseerd, waarvoor de gemeente op 24 september 2008 een bestemmingsplan Triangel heeft vastgesteld. Op grond van diverse uitwerkingsplannen (voormalig ex artikel 3.6. Wro) wordt de ontwikkeling van een woonwijk gefaseerd mogelijk gemaakt. Inmiddels zijn al diverse uitwerkingsplannen vastgesteld in het gebied en zijn woningen gebouwd.

Figuur 1: Overzicht deelgebieden park Triangel

Dit plan gaat over het deelplan Park Vredenburgh (I3). In dit deelgebied worden maximaal 177 woningen gerealiseerd, bestaande uit:  12 twee-onder-een-kapwoningen  48 rij/hoekwoningen, koop  6 appartementen koop, duur-segment  69 appartementen koop, midden-segment  42 appartementen huur, sociale huur Door de toename aan woningen in Park Triangel ook dringend behoefte ontstaan aan maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een school met kinderdagverblijf en enkele zorgvoorzieningen (zoals bijvoorbeeld een huisartsenpost, fysio, tandarts en/of apotheek). Deze worden ook voorzien in deelgebied Park Vredenburgh. Vanwege de urgente vraag is het voornemen om de school halverwege 2026 in gebruik te nemen. Om deze ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken worden diverse procedures doorlopen. Voor de SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 6/56

woningen wordt uitgegaan van een wijziging van het omgevingsplan. Dit betreft een separate procedure. Voor de maatschappelijke voorzieningen is gekozen voor een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Gelijktijdig met de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden tevens de omgevingsvergunningen aangevraagd voor het bouwen en aanleggen. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) moet voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende motivering voorziet hierin voor de school en de maatschappelijke voorzieningen.

1.2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

1.2.1

BESTAANDE SITUATIE

Deelgebied I3 wordt gerealiseerd in het zuidwesten van Park Triangel. De plek waar de maatschappelijk voorziening wordt gebouwd is gelegen op het perceel kadastraal bekend gemeente Waddinxveen, sectie E, nummer 4803. Het gebied wordt aan de westzijde begrensd door de Beijerincklaan en de Tweede Bloksweg. Aan de oostzijde ligt de Zuidelijke Rondweg. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied van I3 weergegeven. Momenteel ligt het terrein braak. Er zijn al enkele voorbereidingen getroffen om het gebied bouwrijp te maken voor de aanstaande ontwikkelingen.

Figuur 2: Bestaande (kadastrale) situatie met rood omcirkeld locatie nieuwe school.

1.2.2

NIEUWE SITUATIE

De maatschappelijke voorziening wordt centraal in deelgebied I3 gerealiseerd vlak bij de toegangswegen die gerealiseerd worden vanuit de Zuidelijke Rondweg. In onderstaande figuren 3 t/m 6 is de situatietekening en visualisatie weergegeven van de ligging ten opzichte van de omgeving. Het gebouw heeft drie bouwlagen waarbij de begane grond en eerste verdiepingen in gebruik wordt genomen voor de school en bijbehorende kinderdagverblijf. In het gebouw zijn diverse les- en speellokalen, team/spreekkamers, ateliers, toiletten en bergingen voorzien. De tweede verdieping is kleiner en voornamelijk zal in gebruik worden genomen voor (para)medische zorg. De exacte uitwerking hiervan is nog niet bekend. De hoofdentree van de school en kinderopvang wordt gerealiseerd aan de noordoostzijde. De voorzieningen in het kader van (para)medische zorg zijn te bereiken vanuit een separate ingang aan de oostzijde van het gebouw. Hier SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 7/56

is trappenhuis en lift aanwezig om de tweede verdieping te betreden. Voor de school komt een Kiss & Ride-zone (K&R) waar de kinderen gebracht en opgehaald kunnen worden. In het openbaar gebied rondom de school komen tevens voldoende openbare parkeerplekken. Aan de achterzijde (zuidwestzijde) van het gebouw komt een afgesloten schoolplein en speelplein voor het kinderdagverblijf. Tevens zal hier een fietsenstalling worden geplaatst die vanuit het zuiden te bereiken is.

Figuur 3 Situatietekening school en buitenruimtes.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 8/56

Figuur 4 Visualisatie locatie nieuwe school ten opzichte van deelgebied I3 en Park Triangel.

Figuur 5 Visualisatie voorzijde maatschappelijke voorziening, gezien vanuit de Zuidelijke Rondweg.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 9/56

Figuur 6 Visualisatie achterzijde maatschappelijke voorziening met buitenruimte school.

1.3

GELDEND OMGEVINGSPLAN

Het projectgebied ligt binnen het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen. Deze is in werking getreden op 1 januari 2024. De vigerende planologische regeling staat echter nog beschreven in het bestemmingsplan ‘Park Triangel’ dat is vastgesteld op 24 september 2008. Dit plan betreft een nader uit te werken plan waarbij de beoogde hoofdfunctie in het gebied wonen is. In de regels van het bestemmingsplan zijn diverse uitwerkingsregels opgenomen die in acht moeten worden genomen bij het opstellen van het uitwerkingsplan.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 10/56

Figuur 7: Verbeelding bestemmingsplan ‘Park Triangel’ met deelgebied I3 ten zuidwesten.

1.3.1

TOETS OMGEVINGSPLAN (VOORMALIG BESTEMMINGSPLAN)

Het voornemen is getoetst aan de uitwerkingsregels van het tijdelijk omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan). Hieruit blijkt dat de nieuwe maatschappelijke voorzieningen, dat onderdeel uitmaakt van deelgebied I3, gelegen is binnen het vlak ‘uit te werken woongebied’. Maatschappelijke voorzieningen uitgaande de doeleindebeschrijving zijn hierbij op grond van artikel 6, sub 1 lid a toegestaan. Voor de nadere uitwerking van Park Triangel zijn uitwerkingsregels opgenomen in artikel 6 lid 3. Burgemeester en wethouders hebben daarbij bepaald dat nieuwe uitwerkingsplannen binnen park Triangel moeten voldoen aan deze regels. Hieronder is, ten aanzien van het planvoornemen voor de maatschappelijke voorziening, beoordeeld welke bepalingen relevant zijn. Vervolgens is getoetst of het plan voldoet aan deze uitwerkingsregels.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 11/56

Uitwerkingsregels Artikel 6 Uit te werken Woongebied UW Burgemeester en Wethouders werken de in lid 1 bedoelde bestemmingen nader uit met inachtneming van de aanduidingen op de kaart, alsmede de volgende bepalingen: b. de totale vloeroppervlakte van maatschappelijke voorzieningen mag ten hoogste 30.000 m 2 bedragen, waarvan maximaal 10.000 m2 buiten de aanduidingen “voorzieningencentrum” mag worden gerealiseerd: De nieuwe maatschappelijke voorziening liggen buiten de aanduiding “voorzieningencentrum”. Er is voor heel Park Triangel beoordeeld hoeveel maatschappelijke voorzieningen er gerealiseerd zijn. De volgende voorzieningen zijn momenteel aanwezig in park Triangel of moeten nog gerealiseerd worden: Huidig: Dick Bruna + cbs TOV – 5064 m2 Huisarts + Tandarts – 272 m2 Nog te realiseren: Sportzaal – 2243 m2 School – 4117 m2 Totaal = 11.696 m2 De nu beoogde maatschappelijke voorzieningen vallen buiten de aanduiding voor het voorzieningencentrum. Er wordt ruimschoots binnen het maximale aantal vierkante meters aan voorzieningencentrum gebleven. d. ten hoogste 28% van de hoofdgebouwen mag gestapeld worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 30 m. De bebouwing waarin de maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd wordt gestapeld gebouwd (3 verdiepingen) met een bouwhoogte van maximaal 14 meter. P.M. [dit wordt nog gecontroleerd] f.

het bouwpeil bedraagt ten minste NAP -5,05 m; Er wordt uitgegaan van een bouwpeil van -5,00 m NAP. l. Er dient aangetoond te worden dat de woningen of andere gevoelige functies geen beperkingen opleveren aan de bedrijfsvoering van naastgelegen bedrijven; Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar bedrijven en milieuzonering waarin is getoetst of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de nieuwe maatschappelijke voorzieningen. Dit onderzoek is verder toegelicht in paragraaf 3.1 van de onderbouwing. p. uit bodemonderzoek moet blijken dat de bodem geschikt is voor de ter plaatse beoogde functie(s); Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar de bodemkwaliteit ter plaatse en of deze geschikt is voor de ter plaatse beoogde maatschappelijke functie. De resultaten van het onderzoek zijn benoemd in paragraaf 3.4.

Artikel 19 Voorlopig bouwverbod Naast artikel 6 zijn ook de regels van artikel 19 van toepassing. Dit betreft een voorlopig bouwverbod waarin is bepaald dat uitsluitend mag worden gebouwd in overeenstemming met een uitwerkingsplan dat rechtskracht heeft gekregen. Met deze omgevingsvergunning wordt tevens een vergunning voor een bouwactiviteit aangevraagd.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 12/56

Parapluplannen Naast de geldende bestemmingsplannen zijn tevens de parapluplannen ‘Wonen’ (ontwerp), ‘biomassa-installaties’ en ‘archeologie en parkeren’ van kracht waarbij voor deze ontwikkeling alleen het parapluplan ‘archeologie en parkeren’ van toepassing is. Dit onderdeel wordt nader toegelicht in paragraaf 2.3.4.

1.4

AFWIJKING OMGEVINGSPLAN

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Met een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is het mogelijk af te wijken van het vigerend omgevingsplan. Hiervoor is een motivering nodig waarin wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. In onderliggende motivering is aangetoond dat daaraan kan worden voldaan. P.M. [Indien aan alle regels van de uitwerkingsbevoegdheid van het omgevingsplan (zoals opgenomen in het voormalige bestemmingsplan) wordt voldaan, dan is geen sprake van een BOPA maar van een OPA. Dit regelt artikel 22.32 bruidsschat. Er geldt daarbij wel beslissingsruimte voor B&W en een motiveringsplicht voor ETFAL.

1.5

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN

Deelplan “Park Vredenburg I3” is het laatste deelplan van Park Triangel. Ten aanzien van dit deelplan is een stedenbouwkundig plan ontwikkeld. Dit plan is als bijlage 1 [P.M. volgt nog] bij deze onderbouwing toegevoegd. Het is centraal gelegen aan de belangrijkste toegangsweg tot de wijk en is direct gelegen aan de Vredenburgzone. Gezien de relatief kleine omvang van de woonbuurt is een heldere en herkenbare structuur gewenst. De stedenbouwkundig opzet van de buurt is grotendeels gebaseerd op de direct aangrenzende (openbare) stedelijke ruimtes en haar omgevingskwaliteiten. Door hier op een passende manier op aan te sluiten ontstaan zorgvuldige overgangen en wordt de potentie van de plek ten optimale benut. De direct aanliggende ruimtes waardoor het gebied wordt omarmd bestaan uit; de zuidelijke rondweg aan de noordzijde, de Vredenburgzone aan de oost- en zuidzijde en de achterzijde van de vrije kavels (gelegen aan de Tweede Bloksweg) aan de westzijde. Positie school in het ontwerp De school (KDV en maatschappelijke functies) zijn binnen het plangebied zodanig ingepast om een, binnen de kaders en ruimtelijke mogelijkheden van de locatie, zo optimaal mogelijke situatie te realiseren. De positie is grotendeels ingegeven om de verkeerstromen (zowel fiets als auto) zo kort mogelijk te houden.

Door de ligging direct aan de zuidelijke rondweg is er een efficiënte afwikkeling van de verkeersstromen mogelijk met zo min mogelijk negatieve impact op de rest van het woongebied. Stedenbouwkundig vormt een school een bijzonder en herkenbaar element in de ruimtelijke structuur en heeft bij voorkeur een “zichtbare plek”. Gelegen in de directe nabijheid van de hoofd ontsluitingsstructuur van dit deel van park Traingel, fungeert het vrij liggende en alzijdige gebouw, als schakel tussen de appartementengebouwen in de Vredenburghzone en de meer gesloten bouwblokken met rijwoningen en appartementen elders in het plangebied. De groene Driesprong omarmd de school en de bijbehorende speel en buitenruimte waardoor de overgang met de omliggende woningen zoveel als mogelijk wordt “verzacht”.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 13/56

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 14/56

2 BELEIDSKADER 2.1

RIJK

2.1.1

NATIONALE OMGEVINGSVISIE (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust.

Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig. Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 15/56

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI.

Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 16/56

beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.

2.1.2

(LADDER VOOR) DUURZAME VERSTEDELIJKING

Gemeenten en provincies zijn verplicht om in de toelichting van een omgevingsplan of in de motivering van ETFAL aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Dit staat beschreven in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen die voldoende substantieel is. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Toets planvoornemen De gemeente Waddinxveen heeft voor Park Triangel een onderbouwing aan de hand van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Dit rapport is bijgevoegd in Bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Tevens is de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen te onderbouwen.

Met de grote groei van aan aantal inwoners van Park Triangel de afgelopen jaren is ook de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen toegenomen. Vanuit onderwijshuisvesting was het nodig om extra ruimte te creëren. Recente leerlingenprognoses vormde hierbij de basis. In Park Triangel bevinden zich alleen de (basis)scholen Dick bruna en cbs TOV. Dit aanbod is beperkt, waardoor dringend behoefte is aan een nieuwe school op korte afstand (loop/fietsafstand) van de woonwijk. Bij de zoektocht naar de nieuwe school is men uitgekomen op deze locatie in Park Triangel I3. Reden daartoe is dat vrijwel alle andere deelgebieden planologisch al zijn uitgewerkt en grotendeels ook al gerealiseerd. Overige nieuwe locaties zoals bijvoorbeeld I2 waren vanwege ruimtelijke overwegingen (te klein, rekening houdend me enkele watergangen en leidingen) uitgesloten waarbij alleen Park Vredenburgh was nog beschikbaar was. Het schoolgebouw is in I3 zo gesitueerd dat het goed toegankelijk is vanuit de andere deelgebieden en de Zuidelijke Rondweg en dat het aansluit op de omliggende bebouwing. Gezien de eerder ladderonderbouwing, de planologische regeling (uit te werken woongebied met maatschappelijke voorzieningen) en de aantoonbare leerlingenprognoses is afdoende gemotiveerd dat sprake is van duurzame verstedelijking waarbij de behoefte is aangetoond.

2.1.3

TOETS NATIONAAL BELEID

Met deze omgevingsvergunning worden maatschappelijke voorzieningen toegestaan die nodig zijn ten behoeve van Park Triangel. Met deze planontwikkeling zijn geen specifieke rijksbelangen gemoeid. De beoogde ontwikkeling is daarmee niet in strijd met het rijksbeleid.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 17/56

2.2 PROVINCIE 2.2.1

OMGEVINGSVISIE ZUID-HOLLAND

In mei 2024 is de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland in ontwerp gegaan. Het doel van de omgevingsvisie is om een strategische blik te werpen op de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. Daarnaast biedt het de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid en vormt het samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn en welke regels daarbij gelden. De omgevingsvisie kent zeven ambities waarbij de provincie ruimte maakt voor belangrijke ontwikkelingen rond participatie, bereikbaarheid, energie, economie, natuur, woningbouw en gezondheid & veiligheid. De ambities dienen als stip op de horizon waar de provincie Zuid-Holland naar toe wil en zijn als volgt omschreven. 1. Samen werken in Zuid-Holland 2. Bereikbaar Zuid-Holland 3. Schone energie voor iedereen 4. Een concurrerend Zuid-Holland 5. Versterken natuur in Zuid-Holland 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland 7. Gezond en veilig Zuid-Holland Aan de hand van de ontwikkeldoelen zijn per ambitie diverse beleidsdoelen opgenomen. Deze beleidsdoelen stellen concrete uitvoeringsdoelen waar de provincie naar toe wil.

Onderhavig initiatief voor het realiseren van de school en maatschappelijke voorziening kan aansluiten op de ambities van de provincie Zuid-Holland. Voornamelijk ambitie 6 (sterke steden en dorpen) wordt aan bijgedragen. Met de realisatie van de nieuwe voorzieningen wordt gebouwd naar behoefte aan maatschappelijke voorzieningen voor de nieuwe uitbreidingswijk Park Triangel. Daarmee wordt ingezet op het versterken van noodzakelijke maatschappelijke voorzieningen die nodig zijn bij uitbreidingslocaties met veelal woningbouw binnen het stedelijk gebied. De school is door zijn ligging in Park Triangel goed bereikbaar. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op functiemenging door het schoolaanbod te verrijken met bijbehorende maatschappelijke functies.

2.2.2 OMGEVINGSVERORDENING ZUID-HOLLAND Met de komst van de Omgevingswet is de Omgevingsverordening Zuid-Holland per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze verordening past binnen de kaders en het instrumentarium van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsverordening staan regels wat wel en niet is toegestaan. Ook zijn instructieregels opgenomen voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. Op dit moment zijn Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland tevens bezig met herziening van de omgevingsverordening. Dit ontwerp is behandeld door Provinciale Staten en ter inzage gelegd van 15 mei tot en met 25 juni 2024. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Het huidig plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling waarbij maatschappelijke voorzieningen worden toegevoegd. Instructieregels omtrent stedelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in paragraaf 7.3.8 van de omgevingsverordening. Voor maatschappelijke functies zijn geen concrete regels opgesteld vanuit de omgevingsverordening. Zoals reeds aangegeven heeft bij het vaststellen van het voormalig bestemmingsplan in 2009 al een beoordeling SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 18/56

plaatsgevonden waarbij deelgebied I3 van Park Triangel was voorzien in een nog uit te werken woongebied. Bij deze uitwerkingsregeling was voorzien dat bij woningbouw ook aansluitend maatschappelijke voorzieningen nodig zullen zijn. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan Triangel (2008) worden geen nieuwe mogelijkheden geboden. Er heeft daarbij eveneens al een toets plaatsgevonden aan de ladder van duurzame verstedelijking en de behoefte voor de maatschappelijke voorzieningen kan aangetoond worden.

2.2.3 TOETS PROVINCIAAL BELEID Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen de uitgangspunten van het provinciaal beleid.

2.3 GEMEENTE 2.3.1

OMGEVINGSVISIE WADDINXVEEN 2050

De omgevingsvisie is vastgesteld op 12 oktober 2022. Het centrale thema is 'bruggen bouwen richting de toekomst'. Er komen grote ontwikkelingen aan, zoals energietransititie, klimaatadaptatie, die om ingrijpende keuzes vragen. De brug heeft drie pijlers: • • •

Veelzijdig polderlandschap; Goed leven tussen stad en land; Innovatieve knoop aan de Gouwe.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 19/56

Figuur 8 – Ambities Omgevingsvisie

In de Omgevingsvisie is een 'integrale visiekaart' opgenomen, waarop de belangrijkste ruimtelijke ingrepen staan.

Figuur 9: Integrale visiekaart SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 20/56

In de woonkernen worden de groenstructuren versterkt. Zowel de hoofdgroenstructuur als de wijkgroenstructuur krijgen een kwaliteit- en kwantiteitsimpuls en gaan meer bijdragen aan biodiversiteit. Daarnaast komt er meer ruimte voor ontmoeting. Dit wordt gestimuleerd op logische plekken, zoals bij buurthuizen of andere voorzieningen die mensen trekken. Ook komt er in de openbare ruimte meer plek voor recreatie en speelmogelijkheden. Gebieden rond scholen en andere plekken waar veel kinderen komen, worden rookvrije omgevingen. In het centrum is extra aandacht voor het creëren van een toegankelijke openbare ruimte voor eenieder. Ook is dit een mogelijk autoluwe omgeving in de toekomst. In het centrumgebied streeft de gemeente naar een versterking van de horeca en een betere verbinding met de horeca aan de kade. In het gehele woongebied wordt ingezet op het verbeteren van de fietsinfrastructuur en verbindingen met de fiets. Voor de auto komt er een dekkend laadpalennetwerk. In de woonwijken wordt sterk ingezet op het stimuleren van zon op dak en op klimaatadaptie. Er is een aantal potentiële woningbouwlocaties aangegeven met een rode arcering. De meest opvallende is de transformatie van het bedrijventerrein Noordkade naar woningen. Met een gele arcering zijn gebieden gemarkeerd waar de planvorming al loopt.

Aan de rand van het woongebied zoeken we de verbinding met het buitengebied op. Hier creëren we ruimte voor het maken van groene ommetjes. In het buitengebied wordt ingezet in brede zin in op het bevorderen van de biodiversiteit en natuurontwikkeling. Ook wordt ervoor gezorgd dat hier voldoende ruimte is voor waterberging. Op zorgvuldig gekozen plekken verhogen we het waterpeil. Hier kunnen bijvoorbeeld natte teelten worden ontwikkeld. In polder Bloemendaal zijn hier op sommige plekken kansen voor. De grote groene pijlen geven aan waar er groene verbindingen met de regio worden versterkt. In de recreatiegebieden en in het veenweidegebied breiden we recreatie en spelmogelijkheden verder uit. In de gehele gemeente verbeteren we de fietsverbindingen, ook tussen het woongebied en het buitengebied. Voor de bedrijventerreinen zijn de volgende ontwikkelingen te zien. We zetten in op een groene buffer tussen de bedrijvigheid en het woongebied.De Vredenburghzone is de eerste stap hierin. In de A12 driehoek wordt de focus gelegd op bedrijvigheid van de toekomst. In het geval dat dit gebied tot ontwikkeling komt, betekent dit dat naast bedrijfsvormen en productieprocessen ook dat dit natuurinclusieve en energieopwekkende gebouwen zijn in een groene omgeving.

Alle bedrijventerreinen worden ingezet voor de energietransitie, door grootschalig zon op dak aan te leggen en duurzame warmte te gebruiken. Ze worden ook flink vergroend en duurzaam bereikbaar gemaakt. Het plangebied van Triangel is als 'woonkern' op de visiekaart aangeduid. Bij de opgenomen woonkernen is ook behoefte voorzien in bijbehorende noodzakelijke maatschappelijke voorzieningen. Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie van Waddinxveen.

2.3.2

VISIE MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN

Waddinxveen is een van de snelst groeiende gemeentes van Nederland. Mede door de ontwikkeling van Park Triangel, waarbij 2.700 woningen gerealiseerd zijn, is de toestroom van inwoners van omliggende steden en dorpen toegenomen. Met de toename aan inwoners stijgt ook de vraag naar maatschappelijke voorzieningen. SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 21/56

Gebleken is dat op meerdere scholen in Waddinxveen een wachtlijst is voor scholen. De vraag naar maatschappelijke voorzieningen is dan ook hoog. Om het belang van goede maatschappelijke voorzieningen te borgen is het visiedocument Maatschappelijke Voorzieningen gemeente Waddinxveen 2030 opgesteld. Hierin wordt het bestaande aanbod en de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar maatschappelijke voorzieningen omschreven. Naast deze werkt de gemeente aan een nieuw integraal huisvestingsplan voor primair onderwijs. Deze wordt naar verwachting halverwege 2024 vastgesteld. Uit de visie maatschappelijke voorzieningen blijkt dat in Waddinxveen momenteel 9 scholen zijn voor het basisonderwijs (primair onderwijs) en 1 middelbare school. Als gekeken wordt naar de spreiding, dan blijkt uit de ‘Heat maps’ dat met name in het zuiden en oosten van Waddinxveen te weinig spreiding is van basisscholen. In Park Triangel zijn slechts twee basisscholen gelegen. Dit betreft de openbare basisschool Dick Bruna en CBS Tov gelegen aan de Parklaan. Voor primair onderwijs is er een kwalitatieve behoefte dat de school op fiets- en loopafstand is. Door de beperkte spreiding en de behoefte is in Park Triangel behoefte aan nieuw primair onderwijs.

2.3.3 MASTERPLAN TRIANGEL / INTEGRAAL ONTWIKKELINGSPLAN In het Masterplan voor Triangel zijn de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van het gebied aangegeven. Na het Masterplan zijn diverse uitwerkingen opgesteld, zoals visies en ontwikkelingsprogramma's waaronder het IOP. In februari 2010 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen het IOP voor Park Triangel vastgesteld. Dit plan bestaat uit vijf onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

het Stedenbouwkundig Plan met het bijbehorende functionele programma; het Kwaliteitsinstrumentarium, de beschrijving van de te bereiken product- en proces kwaliteit; het Bestemmingsplan Triangel als het vigerende juridisch planologisch kader; de Grondexploitatie van de door de gemeente Waddinxveen en BPD (Voorheen Bouwfonds Ontwikkeling) op te richten GEM; de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Waddinxveen en BPD (voorheen Bouwfonds Ontwikkeling), waarin partijen hun afspraken over de samenwerking bij de ontwikkeling van Park Triangel hebben vastgelegd.

Op 22 januari 2014 heeft de gemeenteraad het IOP bevestigd. Ten behoeve van de stedenbouwkundige kaders zijn voor verschillende delen van Triangel stedenbouwkundige visies en plannen opgesteld: 1. Visie inpassing Tweede Bloksweg en Tuinbouwweg; 2. Kwaliteitsinstrumentarium, IOP Park Triangel; 3. Park Triangel - Waddinxveen, Stedenbouwkundig plan fase 1a; 4. Voorlopig ontwerp Centrale Park; 5. Stedenbouwkundig plan Lint Tuinbouwweg; 6. Visie inpassing Tweede Bloksweg en Tuinbouwweg. Voor deelgebied I3 ligt tevens een stedenbouwkundig plan ten grondslag. Dit plan is toegevoegd als bijlage 1 [P.M. volgt nog] bij deze ruimtelijke onderbouwing.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 22/56

2.3.4 PARAPLUPLAN ARCHEOLOGIE EN PARKEREN Het archeologiebeleid is gemeente breed vertaald in het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren’ en maakt onderdeel uit van het tijdelijk omgevingsplan. Het plangebied van I3 en de plek waar de maatschappelijke voorzieningen zijn voorzien kent geen dubbelbestemming archeologie. De verwachting is daarmee dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het gemeentelijk parkeerbeleid is eveneens vertaald in het parapluplan vertaald. De regels met betrekking tot parkeren zijn eveneens overgenomen. Ten aanzien van verkeer en parkeren is ten aanzien van het volledige plan voor deelgebied I3 onderzoek uitgevoerd. In hoofdstuk 3.8 wordt verder ingegaan op het aspect verkeer en parkeren en zullen de resultaten van dit onderzoek worden weergegeven.

2.3.5 BELEIDSNOTA EXTERNE VEILIGHEID De gemeente Waddinxveen heeft de Beleidsnota externe veiligheid vastgesteld. In de beleidsnota zijn de volgende veiligheidsambities geformuleerd: • • • • • •

woongebieden worden zo veilig mogelijk ingericht; de vestiging van nieuwe risicobedrijven in woongebieden is niet toegestaan; binnen het 100% letaliteitsgebied van risicobronnen zijn nieuwe bestemmingen voor verminderd zelfredzame personen niet toegestaan; de vestiging van nieuwe risicobedrijven op bedrijventerrein Coenecoop is uitsluitend toegestaan onder strikte voorwaarden; de vestiging van nieuwe risicobedrijven is toegestaan op Distripark Doelwijk en op het nog te ontwikkelen bedrijventerrein A12 Noord; nieuwe woon- en verblijfsgebouwen worden standaard uitgevoerd met afschakelbare ventilatie;

Voor de uitvoering van deze ambities zijn planologische kaders opgenomen, waaraan bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan worden getoetst. In hoofdstuk 3.4 van deze onderbouwing is het aspect omgevingsveiligheid (/externe veiligheid) voor de ruimtelijke ontwikkeling van de maatschappelijke voorzieningen beoordeeld.

2.3.6 TOETS GEMEENTELIJK BELEID Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat geen onoverkomelijke belemmeringen bestaan met betrekking tot het gemeentelijk beleid. Het plan past binnen diverse beleidsdocumenten van de gemeente Waddinxveen.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 23/56

3 MILIEUTECHNISCHE ASPECTEN 3.1

ACTIVITEITEN EN MILIEUZONERING

3.1.1

WET- EN REGELGEVING

De Omgevingswet, die vanaf 1 januari 2024 van kracht is, brengt een integrale benadering van ruimtelijke ordening en milieubeheer. Een belangrijk aspect hiervan is milieuzonering, waarbij bedrijven en milieubelastende activiteiten worden gescheiden van milieugevoelige functies zoals woningen en scholen. Ten aanzien van het onderdeel activiteiten en milieuzonering is het plan getoetst aan de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’.

3.1.2

ONDERZOEK

Beoordelingskader De VNG-publicatie is een algemeen geaccepteerd instrument om onder andere na te gaan of het aannemelijk is dat hinder kan worden verwacht (voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) in situaties waar woningen dicht bij bedrijven worden voorzien of andersom. De VNG-publicatie geeft richtafstanden per bedrijfscategorie. Het toetsingskader uit de VNG-publicatie bestaat in totaal uit 4 stappen. In stap 1 wordt een afweging gemaakt op basis van de in de publicatie opgenomen richtafstanden. Deze richtafstanden zijn gebaseerd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Indien sprake is van het omgevingstype ‘gemengd gebied’2 mogen de richtafstanden met één stap worden verlaagd. Als voorbeeld: een richtafstand van 50 meter voor een rustige woonwijk wordt voor het gemengd gebied verkleind tot 30 meter. Indien woningen en andere geluidgevoelige gebouwen op kleinere afstand zijn gelegen dan de richtafstanden, kan in stap 2, 3 of 4 gemotiveerd worden afgeweken van de richtafstanden. Richtafstanden inrichtingen (stap 1) De milieucategorieën en daarbij horende richtafstanden worden voor verschillende type bedrijven vermeld in hoofdstuk 1 (lijst 1) van de VNG-publicatie.

De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een gevoelig gebouw dat volgens het plan mogelijk is. De richtafstanden die in de lijst zijn opgenomen gelden voor het gebiedstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Binnen Park Vredenburg (I3) worden naast woningen ook maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een school, een huisarts – gezondheidscentrum en een kinderdagverblijf voorzien. Daarnaast is het deelgebied gelegen aan de Zuidelijke Rondweg, één van de drukkere ontsluitingswegen van Waddinxveen, die gezien kan worden als hoofdinfrastructuur. Om deze reden wordt er gesteld dat er in dit deelgebied sprake is van functiemenging die niet passend is in het profiel van een ‘rustige woonwijk’ en kan worden gerechtvaardigd dat de richtafstanden met één stap worden verkleind, zoals bedoeld in de VNG-publicatie. In onderstaande tabel worden de van toepassing zijnde richtafstanden, zijnde de richtafstanden voor het omgevingstype gemengd gebied, weergegeven.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 24/56

MILIEUCATEGORIE

RICHTAFSTAND [M] GEMENGD GEBIED

1

0

2

10

3.1

30

3.2

50

4.1

100

4.2

200

5.1

300

5.2

500

Figuur 10 - Richtafstanden gemengd gebied

Activiteiten in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied (Vredenburgh I3) bevinden zich de volgende bedrijfsmatige activiteiten: Wagro Rondom het bedrijf Wagro (milieucategorie 4.1) aan de Tweede Bloksweg 54 geldt een geurcirkel. Deze overlapt echter niet met het deelgebied Park Vredenburgh (I3). De afstand van het terrein van de inrichting Wagro tot aan het Park Vredenburgh (I3) is ongeveer 700 meter. Bij een dergelijk grote afstand is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bedrijventerrein Coenecoop Op bedrijventerrein Coenecoop is de vestiging van bedrijven in milieucategorie 3.1, 3.2 en 4.1 mogelijk. Langs de rand van bedrijventerrein Coenecoop is ten hoogste milieucategorie 3.2 toegestaan. Dit betekent dat kan worden uitgegaan van een richtafstand van 50 meter. De afstand tussen dit bedrijventerrein en het plangebied is ca. 800 meter. Er is dus sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Windmolens Distripark Op het Distripark, ten zuidwesten van het plangebied staan 4 windmolens. Windmolens kunnen in de omgeving overlast veroorzaken zoals slagschaduw, geluid en gevaar. De afstand van de windmolens tot het plangebied is zo groot, dat er geen relevante invloed te verwachten is. Geconcludeerd wordt dat bestaande inrichtingen op voldoende grote afstand tot het plangebied zijn gelegen.

Daarnaast zijn er reeds bestaande woningen op een kortere afstand ten opzichten van bovengenoemde activiteiten gelegen. Als gevolg van deze inrichtingen wordt dus geen hinder verwacht en is daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Activiteiten binnen het plangebied De voorziene ligging van de maatschappelijke voorzieningen (school, gezondheidscentrum, kinderdagverblijf) binnen Park Vredenburgh (I3) is weergegeven in onderstaand figuur. Voor deze maatschappelijke functies zijn de richtafstanden opgenomen in bijgaande tabel.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 25/56

Figuur 11 - Maatschappelijke voorzieningen binnen plangebied (blauw omkaderd) INRICHTING

SBI-2008

RICHTAFSTAND [M] GEUR

STOF

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE

AFSTAND TOT AFSTAND TOT

AFSTAND [M]

NIEUWE

BESTAANDE

(GEMENGD

WONINGEN

WONINGEN

GEBIED)

School

852, 8531

0

0

30

0

10

17

50

Gezondheidscentrum

8621, 0 8622, 8623

0

10

0

0

17

50

0

30

0

10

17

50

Kinderdagverblij 8891 f

0

Figuur 12 - Richtafstanden maatschappelijke functies binnen Park Vredenburgh (I3)

Uit bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat aan alle richtafstanden conform stap 1 uit de VNGpublicatie is voldaan, zowel t.o.v. bestaande woningen als t.o.v. nieuwe woningen in het gebied. Geconcludeerd wordt dat met voorliggende invulling van het gebied sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er wordt immers ook geen hinder verwacht bij gevoelige bestemmingen als gevolg van de voorziene maatschappelijke functies.

3.1.3

CONCLUSIE

In het kader van de aanvraag om een Omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsactiviteit (BOPA) is het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ beoordeeld. Geconcludeerd is dat, zowel bestaande inrichtingen en bedrijven in de omgeving, als nieuwe maatschappelijke functies binnen het Park Vredenburgh (I3), op voldoende afstand tot bestaande, danwel nieuwe woningen zijn SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 26/56

gelegen. Er is bijgevolg sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er wordt geen hinder verwacht (m.b.t. de aspecten geluid, gevaar, stof en geur) bij bestaande of bij nieuwe woningen.

3.2 GELUID 3.2.1

WET- EN REGELGEVING

Geluid is een belangrijk onderdeel binnen de fysieke leefomgeving. Veel functies hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of worden eraan blootgesteld. Daarom zijn er regels opgenomen met betrekking tot het beheersen van geluid. Dit gaat over geluidsuitstraling van wegen, spoorwegen, industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. In de bruidsschat van de Omgevingswet zijn direct werkende regels opgenomen. Dit zijn regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • • •

Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl).

3.2.2 ONDERZOEK P.M.

3.2.3 CONCLUSIE Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘Geluid’ geen belemmering voor het beoogde project.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 27/56

3.3 LUCHTKWALITEIT 3.3.1

WET- EN REGELGEVING

Als mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Daarbij wordt getoetst op zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Bij vergunningverlening wordt beoordeeld of een aanvraag effect heeft op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. Anderzijds wordt beoordeeld of de nieuwe functie wenselijk is ten aanzien van de luchtkwaliteit ter plaatse. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied.

Dit betekent dat een gemeente een initiatief soms moet toetsen aan de omgevingswaarden in een nabijgelegen aandachtsgebied. Het gaat dan om een locatie van een initiatief dat zelf buiten het aandachtsgebied ligt. Dit kan nodig zijn bij activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben. Denk aan extra verkeer of bedrijfsemissies. De vergunningverlener toetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide(NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Regeling NIBM Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in bekende maten (NIBM). Bij NIBM is het van belang dat kan worden gesteld dat de 3%-grens (toename concentratie NO2 en PM1) niet zal worden overschreden. Bij deze onderstaande gevallen is een luchtkwaliteitsonderzoek niet meer nodig, te weten: • Woningbouw: <1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en <3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

• Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. In alle overige gevallen of combinaties van bovenstaande grenzen zal middels een berekening moeten worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Ook bevat het Besluit NIBM een anticumulatiebepaling, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 28/56

3.3.2 ONDERZOEK Het plan voorziet in het realiseren van maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een school, kinderopvang en (para)medische zorg. Voor de gehele stedenbouwkundige uitwerking van het plangebied I3 heeft verkeerskundig onderzoek plaatsgevonden en zijn de nieuwe verkeersgeneraties bepaald. Uitgaande de genoemde verkeersgeneratie blijkt dat voor de verkeersgeneratie voor de totale ontwikkeling van de school en het kinderdagverblijf uit wordt gegaan van maximaal 1.859 voertuigbewegingen per weekdag (zie onderstaande tabel). Functie Huisartsenpraktijk

Weekdag 6 x 25,5 = 153

Halen en brengen basisschool Medewerkers basisschool Medewerkers kinderdagverblijf

356 x 2 = 712 13,5 x 2 = 27 420/100 x 31,2 = 131

Totaal

1.859

Methode Cf. Crow uitgangspunten (sterk stedelijk, rest bebouwde kom, gemiddelde) (6 behandelkamers) Verkeersgeneratie ochtendspits x 2 (middagspits) 2x parkeerbehoefte basisschool (excl. K&R) Cf. CROW uitgangspunten (sterk stedelijk, rest bebouwde kom, gemiddelde)

Het aandeel vrachtverkeer is zeer beperkt. Uitgaande deze gegevens is uitgegaan van een scenario zonder omrekenfactor van 1.859 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) met 1% aandeel vrachtverkeer. In onderstaande figuur zijn de rekenresultaten vanuit de NIBM-tool weergegeven. Geconcludeerd kan worden dat bij 1.859 extra voertuigbewegingen geen nader onderzoek nodig is. Pas bij 2.750 extra voertuigbewegingen per dag is mogelijk sprake van een in betekende mate bijdrage. Dat betekent dat er geen sprake is van een in betekende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

Figuur 13: NIBM-tool maatschappelijke voorzieningen en maximaal aantal voertuigbewegingen.

Uitgaande de berekening blijkt dat de maximale bijdrage door extra verkeer voor NO2 0,82 µg/m3 is. Voor PM10 is dit slechts 0,18 µg/m3. Dit is ruim minder dan de grenswaarden waardoor de bijdrage niet in betekende mate toevoegt. Er is geen nader onderzoek nodig. Om inzicht te geven in de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) benaderd. Hieruit blijkt dat op alle meetpunten (Monitoringsronde 2023) in de omgeving de concentratie N02 en PM10 < 35 µg/m3 en de PM 2,5 < 20 µg/m3 is.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 29/56

Figuur 14– PM10 concentratie nabij toegang deelgebied I3

Figuur 15 - PM 2,5 concentratie nabij toegang deelgebied i3

3.3.3 CONCLUSIE Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘Luchtkwaliteit’ geen belemmering voor het beoogde project.

SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 30/56

3.4 BODEM 3.4.1 WET- EN REGELGEVING Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is (met uitzondering van situaties die onder het overgangsrecht vallen) de sectorale bodemregelingeving van de Wet bodembescherming vervallen en is bodem integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving uit het nieuwe wettelijke stelsel. Ook op het gebied van het toetsen van de bodemkwaliteit in relatie tot planontwikkeling zijn er veranderingen doorgevoerd. Voorheen moest bij de besluitvorming er al zicht zijn op de (financiële) haalbaarheid van het plan. Omdat een bodemverontreiniging een flinke financiële impact kan hebben, werd in dat kader al bij de planvorming bodemonderzoek verricht om een reële inschatting te kunnen maken van de bodemkwaliteit en de eventueel te maken kosten om die bodemkwaliteit geschikt te maken. In het stelsel van de Omgevingswet wordt bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties vaak volstaan met het in het omgevingsplan beschrijven onder welke voorwaarden (regels) medewerking kan worden verleend aan het realiseren van de beoogde functie. Die regels richten zich onder andere op het te verrichten bodemonderzoek, de voor de beoogde ontwikkeling geschikt geachte bodemkwaliteit en de te treffen maatregelen indien die kwaliteit wordt overschreden.

Daarmee is het moment van het feitelijk bodemonderzoek verschoven van het moment van planvorming naar het moment dat de functie concreet wordt gerealiseerd. Bovenstaande laat zich het beste illustreren aan de hand van het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locatie is een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Bij het toelaten van een bodemgevoelig gebouw worden in het omgevingsplan regels opgenomen onder welke voorwaarden het bodemgevoelige gebouw mag worden gerealiseerd. Deze regels hebben onder andere betrekking op het uitvoeren van bodemonderzoek. De uitvoering van het bodemonderzoek vindt pas plaats in het kader van de bouwvergunning (het moment waarop de functie concreet gerealiseerd gaat worden).

3.4.2 ONDERZOEK Deelgebied I3 maakt onderdeel uit van bestemmingsplan “Triangel, Bestemmingsplan artikel 10 Waddinxveen”. Dit betreft een plan met een uitwerkingsverplichting. Uit artikel 6, lid 1 sub a en sub h van het betreffende bestemmingsplan blijkt dat aan het plangebied al de bestemming “wonen met bijbehorende erven en tuinen” en “maatschappelijke voorzieningen” zijn toegekend. Daaraan is op basis van artikel 6, lid 2 sub p de uitwerkingsregel verbonden dat “uit bodemonderzoek moet blijken dat de bodem geschikt is voor de ter plaatse beoogde functies”. Het voorgenoemde bestemmingsplan is sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Noch in het betreffende bestemmingsplan, noch in het omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen wordt gespecificeerd wanneer “de bodem geschikt is” voor “wonen met bijbehorende erven en tuinen” en/of “maatschappelijke voorzieningen”. Voor de beoogde maatschappelijke voorzieningen is er sprake van het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Paragraaf 22.2.7.2 van het tijdelijk Omgevingsplan stelt regels omtrent onderzoek, de toelaatbare kwaliteit van de bodem en de te treffen maatregelen indien uit onderzoek blijkt dat die waarde wordt overschreden.

Samengevat betekent dit dat: • Voor realisatie van het bouwwerk moet bodemonderzoek worden uitgevoerd volgens paragraaf 5.2.2. van het Besluit activiteiten leefomgeving. SLM027463 – BOPA Afwijken maatschappelijke voorzieningen Park Triangel I3 Motivering

WSP 3 september 2024 pagina 31/56

•

•

De resultaten van het onderzoek moeten worden getoetst aan de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem. Deze wordt overschreden indien voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie in meer dan 25 m³ bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. Het volumecriterium van 25 m³ is niet van toepassing voor een verontreiniging met asbest. Wanneer de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden dienen er sanerende of andere beschermende maatregelen te worden getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Bovenstaande regels hebben betrekking op het gebouw en het direct daaraan grenzende aaneengesloten terrein. Ter plaatse van de te realiseren maatschappelijke voorzieningen zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: 1. Eindonderzoek afvalbrengstation Waddinxveen, Geofoxx milieu expertise documentnummer 20211561_a1RAP, d.d. maart 2022 2. Actualiserend historisch vooronderzoek Park Vredenburgh te Waddinxveen, WSP Nederland B.V. documentnummer SOM020988.RAP001, d.d. 16 juni 2022; Uit de onderzoeken wordt aanbevolen om voorafgaand aan de ontwikkeling van de locatie een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5897 uit te voeren ter plaatse van het voormalige afbrengstation. Dit dient als voorwaarden in de (bouw)vergunning meegenomen te worden. Op het overige deel van de locatie wordt geen aanvullend onderzoek aanbevolen. Dit is deels in 2013 in voldoende mate onderzocht en sinds 2013 hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Naar oordeel van WSP Nederland B.V. kan, na uitvoering van het nadere onderzoeken, en rekening houdend met bovenstaande voldaan worden aan: a) De uitwerkingsregel uit “Triangel, bestemmingsplan artikel 10 Waddinxveen”; b) Het gestelde in paragraaf 22.2.7.2 van het omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14512106/7