CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1a. B12 Achtergrondrapport MER Archeologie

Besluitvormende raadsvergadering 6 juli 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording vragen n.a.v. de commissievergadering24.606 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De moerige tussenlaag (restveenlaag) is vaak compact en platerig opgebouwd, waardoor de bovengrond verdrogend is (waaronder in het plangebied). De ondergrond bestaat meestal uit matig slappe of slappe, kalkloze zware klei, vaak met rietresten en in het bovenste deel gele vlekken (katteklei). Tochteerdgronden; zavel (pMo50) Deze gronden zijn direct ten zuiden van Hazerswoude-Dorp gekarteerd (projectdeel 4). Deze gronden liggen vooral aan de randen van droogmakerijken. De donkere bovengrond is 25 à 45 cm dik en bestaat uit humusrijke, kalkloze, lichte of zware zandige klei met hierin matig fijn tot matig grof zand. Daaronder bevindt zich vaak een 10 tot 30 cm dikke laag kalkloze tot kalkarme klei die plaatselijk kalkrijk is. Hieronder ligt kalkrijke, zandige klei met uiterst fijn zand die naar beneden toe humusarmer wordt. Waar de ondergrond uit zandige klei bestaat, komt grondwatertrap III voor (zoals in het plangebied). Kalkarme leek-/woudeerdgronden; klei, profielverloop 5 (pMn85C) Deze gronden zijn in het zuiden van projectdeel 4 en in projectdeel 5 gekarteerd. Ze komen in verschillende droogmakerijen voor. De 20 à 40 cm dikke bovengrond bestaat uit donkere, humeuze of humusrijke, kalkloze, lichte of matig zware klei. Plaatselijk komt hieronder een 10 à 15 cm dikke laag kalkloze, zware klei voor.

De ondergrond bestaat uit lichte klei die tussen 40 en 80 cm -mv overgaat in zandige klei. Tussen 40 en 80 cm -mv worden de gronden kalkrijk. Ze zijn stevig tot ca. 80 cm en hieronder zijn ze meestal matig stevig of matig slap. 19 Stichting voor Bodemkartering, 1969. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

36/99

Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van enkele archeologische booronderzoeken boringen in de directe nabijheid van het plangebied geplaatst. Langs de N209 direct ten noorden en zuiden van de bebouwde kom van HazerswoudeDorp, zijn verkennende boringen geplaatst. In het gedeelte ten noorden van Hazerswoude-Dorp is een omgewerkt klei-/zandpakket met puinresten aangetroffen tot 160 à 200 cm -mv. Hieronder bevindt zich over het algemeen een sterk zandig veenpakket met zandbrokken, dat eveneens geroerd is. In enkele boringen is hieronder, vanaf 160 à 180 cm -mv een zandig veenpakket aangetroffen, dat mogelijk natuurlijk is. In de boringen ten zuiden van Hazerswoude-Dorp is een omgewerkt pakket aangetroffen tot 80 à 100 cm -mv. Hieronder bevindt zich een pakket zandige, schelphoudende klei met zandlagen die als kwelderafzetting geïnterpreteerd is.20 In het gebied ten zuiden van Hazerswoude-Dorp, deels binnen het plangebied Hazersveld, is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn mariene getijdenafzettingen aangetroffen. Binnen de onderzoekslocatie loopt een zandig geulsysteem, waarin langs de oevers twee restgeultjes zijn ingesneden.

Aan de randen van het geulsysteem is veen onder de mariene afzettingen aangetroffen, maar de top hiervan is reeds geërodeerd door de mariene afzettingen.21 Ter hoogte van de Dorpsstraat is een booronderzoek uitgevoerd, waarbij enkele boringen direct ten oosten van het plangebied zijn geplaatst.22 Hierbij is dieper dan 110 à 170 cm –mv een veenpakket met houtresten aangetroffen. Hierboven bevindt zich een dun kleilaagje, dat met zand verder is opgehoogd. De bodem is geroerd tot minstens 1 m –mv. De projectdelen 1-3 valt voor een groot deel samen met het onderzoeksgebied van een verkennend booronderzoek (plangebied Bentwoud). Hierbij zijn echter alleen in het uiterste noorden van projectdeel 1 en parallel aan projectdeel 3 boringen in de directe nabijheid van het huidige tracé gezet. In deze boringen is veen aangetroffen, met hierop matig tot sterk siltige al dan niet humeuze klei. Dit pakket is geïnterpreteerd als mariene en komafzettingen. Hoewel op deze locatie een verhoging op het AHN is gezien, zijn geen afzettingen aangetroffen die dit verschil verklaren. Vermoed werd dat in de diepere ondergrond (dieper dan de maximale boordiepte) een geul aanwezig is.23 Het uiterste noordoosten van projectdeel 2 valt samen met het plangebied Sportlaan, waarin in 2011 een verkennend booronderzoek is uitgevoerd.

Hierbij is nabij het plangebied vanaf het maaiveld sterk tot uiterst siltige klei met zandlaagjes en schelpresten aangetroffen. Dit betreft een pakket getijde-afzettingen. In de boring die het dichtst bij het huidige tracé ligt, loopt het pakket door tot 330 cm -mv. Hieronder bevindt zich een laag mineraalarm veen tot 350 cm -mv. Hieronder bevindt zich weer sterk tot uiterst siltige klei met houtresten en zandlagen. Dit pakket is geïnterpreteerd als oeverafzettingen van de Waddinxveen stroomgordel. Er zijn geen bodemhorizonten 20 Kaptein, 2012. 21 Dasselaar, 2008. 22 Eimermann & De Koning, 2004. 23 De Kruif, 2009. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

37/99

aangetroffen die wijzen op gunstige bewoningsomstandigheden. Dieper dan 420 cm -mv gaat dit pakket over in een mineraalarm tot kleiig veenpakket.24 Het uiterste zuiden van projectdeel 1 valt samen met het plangebied Vredenburghlaan, waar een verkennend booronderzoek is uitgevoerd. In de boringen in de directe nabijheid van het huidige tracé is een ca. 30 cm dikke bouwvoor aangetroffen met hieronder matig stevige, zwak zandige, zwak humeuze klei tot ca. 1,3 m -mv, dat geïnterpreteerd is als pakket komklei. Hieronder bevindt zich matig slappe klei met zandlaagjes tot minstens 3,5 m -mv. Dit betreffen getijde-afzettingen die ongeschikt waren voor bewoning.25 Het midden van projectdeel 1 valt samen met het onderzoeksgebied van een karterend booronderzoek. Hierbij is op 2,5 m -mv beddingzand van de Zuidplas stroomgordel aangetroffen. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een smalle oever, waarvan de flanken stijl wegduiken richting het komgebied. Circa 60 meter ten oosten van het huidige tracé is de oever op 390 cm -mv aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen dat de sedimentatie langere tijd onderbroken is.26 Het zuidelijk deelgebied (projectdelen 1-3) valt samen met de onderzoeksgebieden van enkele booronderzoeken.

Tijdens deze onderzoeken zijn echter geen boringen in de directe nabijheid van het huidige tracé geplaatst.27 In het middendeel van projectdeel 3 zijn enkele boringen geplaatst, waarbij getijdeafzettingen zijn aangetroffen, op circa 2 m -mv overgaand op een enkele decimeters dik veenpakket. Hieronder bevindt zich matig tot uiterst siltige of zwak zandige klei, geïnterpreteerd als komafzettingen en ongerijpte oeverafzettingen.28 Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel V geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.

24 Verboom-Jansen & Wullink, 2010. 25 Exaltus, 2018. 26 Van Lil, 2006. 27 Kok et al, 2012 / Hanemaaijer & Huizer, 2009 / Blom, 2012. 28

De Boer, 2020.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

38/99

Archeologische waarden Tabel 5: Grondwatertrappenindeling30

Grondwatertrap

I

II’

III’

IV

V’

VI

VII’

VIII

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

>140

<50

50-80

80-120

>120

>120

>120

>120

-

GHG (cm –mv)

GLG (cm –mv)

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Hieronder worden de geschiktheden voor landbouw, weidebouw en bosbouw voor de verschillende bodemkundige eenheden en grondwatertrappen binnen het plangebied weergegeven. Tabel 6: Mogelijkheden akker- of weidebouw op basis van bodemkaart29

Grondwatertrap

Mogelijkheden

Mogelijkheden

akkerbouw

weidebouw

II

weinig of geen

overwegend ruim / overwegend beperkt

pMo50

III

overwegend beperkt

overwegend ruim

pMn85C

V

overwegend beperkt

overwegend zeer ruim

Mn35A

V*

overwegend beperkt

overwegend ruim

Mn45A

V

overwegend beperkt

overwegend ruim

Mn86C

V

overwegend beperkt

overwegend ruim

pMn86C

V

overwegend beperkt

overwegend ruim

pMo80l

III

overwegend beperkt

overwegend ruim

Bodemkundige eenheid dWol

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).31 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen.

29 Stichting voor Bodemkartering, 1969. 30 Locher & De Bakker, 1990. 31 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

39/99

Tabel 7: Verwachtingen volgens Cultuurhistorische Atlas Zuid-Holland32 4.5 Archeologische waarden

Cultuurhistorische Atlas Provincie Zuid-Holland Op basis van de Cultuurhistorische Atlas van Zuid-Holland, gelden de volgende verwachtingen. Diepteligging

Verwachting

Afzettingen

Projectdelen

0 – 3 m -mv

Geen of laag

Oude zeeafzettingen met veen; overig

1 (ten zuiden van de Kleikade), 2, 3, 4

Geen of laag

Oude zeeafzettingen, overig, onder

1 (ten noorden van de Kleikade), 4

(tussen Dorpsstraat en begraafplaats)

3 – 5 m -mv

restveen

(Dorpsstraat en ten noorden hiervan), 6

Hoog

Oude stroomgordels en geulafzettingen

4 (uiterste zuiden), 5

Geen of laag

Oude zeeafzettingen met veen; overig

1 (deels), 2 (deels), 3, 4 (ten noorden van bebouwde kom), 6

dieper dan 5 m -mv

Hoog

Oude stroomgordels en geulafzettingen

1 (deels), 2 (deels), 4 (overige deel), 5

Geen of laag

Oude zeeafzettingen met veen; overig

1 (deels), 2 (deels), 3, 4 (ten noorden

Hoog

Oude stroomgordels en geulafzettingen

1 (deels), 2 (deels), 4 (overige deel), 5

Geen of laag

Oude zeeafzettingen met veen; overig

1, 2 (deels), 3, 4 (ten noorden van

van Dorpsstraat), 6

ruim dieper dan 5 m -mv

Torengaarde en uiterste zuidpunt), 5 (zuidelijke helft), 6 Geen of laag

Dekzand

2 (middendeel)

Hoog

Oude stroomgordels en geulafzettingen

2 (deels), 4 (ten noorden van Torengaarde), 6

Op de Cultuurhistorische Atlas hebben de Zuidplas en Waddinxveen stroomgordels een hoge verwachting en de overige delen een lage of geen verwachting. Limeskaart33 Limes (uitgesproken als lie-mes) is Latijn voor ‘grens’ en ‘pad’. In Nederland loopt de limes van Katwijk via de oude Rijnloop langs Arnhem naar Duitsland. Dit was een militaire zone die bestond uit een weg, verdedigingswerken en burgernederzettingen. Het was ook een handelsroute waarlangs uitwisseling ontstond tussen inheemse en Romeinse culturele waarden. Op de limeskaart zijn vindplaatsen en waarnemingen uit de Romeinse tijd weergegeven. De limesweg lag ca. 3 km ten noorden van het plangebied en direct hierlangs lagen diverse nederzettingen en verdedigingswerken. Het plangebied lag in de Romeinse tijd vermoedelijk in een oligotroof veenmosveengebied. Direct ten noordoosten lag een strook mesotroof rietveen, met hierachter een moerasbos. Vandaar dat geen Romeinse nederzettingen of verdedigingswerken in de omgeving van het plangebied bekend zijn, hoewel in het veengebied sporadisch wel losse vondsten gedaan zijn.

32 Cultuurhistorische Atlas Zuid-Holland. 33 Van Dinter, 2013. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

40/99

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied34 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein en in het onderzoeksgebied bevinden zich geen AMK-terreinen. In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied35 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage en figuren 13 en 14). Projectdeel 1 (alle varianten) Dit projectdeel valt samen met het onderzoeksgebied van diverse booronderzoeken. Bij een groot deel van deze onderzoeken was de conclusie dat de aangetroffen afzettingen vermoedelijk ongeschikt waren voor bewoning vóór de Nieuwe Tijd.36 Tijdens één onderzoek is geconcludeerd dat mogelijk in de diepere ondergrond een geul aanwezig is, maar dit werd niet duidelijk uit het booronderzoek.

Binnen dit onderzoeksgebied is slechts op enkele locaties een raai boringen geplaatst en is niet het gehele gebied onderzocht.37 De aangetroffen afzettingen bestaan grotendeels uit wad- en kwelderafzettingen en veen. Nabij het midden van projectdeel 1 zijn afzettingen van de Zuidplas stroomgordel vanaf 2,5 m -mv aangetroffen.38 Hierin waren geen humeuze lagen aanwezig en er leek sprake van continue sedimentatie met ongunstige bewoningsomstandigheden. Direct ten zuiden van het plangebied was de oever van deze stroomgordel echter op sommige locaties ontkalkt en humeus, wat een aanwijzing is voor mogelijke gunstige bewoningsomstandigheden. Ook was de top van het Hollandveen buiten de stroomgordel (verder richting het zuiden) in enkele boringen zandig en bevatte het houtskool. Verder zijn in enkele boringen crevasse-afzettingen aangetroffen die mogelijk bewoonbaar waren.39 Direct ten oosten van het projectdeel, ter hoogte van Noordeinde 4, is een booronderzoek uitgevoerd, waarbij is vastgesteld dat de bodem uit komafzettingen en veen op wadafzettingen bestaat en geen archeologisch relevante lagen aanwezig zijn.40 34 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 35 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 36 Van Lil, 2006 / Hanemaaijer & Huizer, 2009 / Exaltus, 2008 .

37 De Kruif, 2009. 38 Van Lil, 2006. 39 Blom, 2012. 40 Huizer, 2019. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

41/99

Direct ten zuidwesten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd, waarbij komafzettingen met hieronder getijdenafzettingen en veen zijn aangetroffen. Hier waren geen archeologisch relevante lagen aangetroffen.41 Direct ten zuidwesten van de Kleikade is een booronderzoek uitgevoerd, waarbij is vastgesteld dat de bodem uit perimariene afzettingen en Hollandveen bestond. Ter hoogte van de dijk zijn op het veen antropogene lagen met bouwpuin en houtskool aangetroffen. Op basis hiervan werden resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht, vooral gerelateerd aan een ter plaatse aanwezig historisch erf.42 Naar aanleiding hiervan is een proefsleuvenonderzoek en archeologische begeleiding uitgevoerd, waarbij, met uitzondering van een afwateringsslootje en een dierbegraving, geen archeologisch relevante sporen zijn aangetroffen.43 Projectdeel 2 (alle varianten) Dit projectdeel valt samen met het onderzoeksgebied van enkele booronderzoeken. Bij een onderzoek in het noorden was de conclusie was dat de aangetroffen afzettingen vermoedelijk ongeschikt waren voor bewoning vóór de Nieuwe Tijd.44 Tijdens één onderzoek is geconcludeerd dat mogelijk in de diepere ondergrond een geul aanwezig is, maar dit werd niet duidelijk uit het booronderzoek.

Binnen dit onderzoeksgebied is slechts op enkele locaties een raai boringen geplaatst en is niet het gehele gebied onderzocht.45 Projectdeel 3 (alle varianten) Dit projectdeel valt samen met een booronderzoek, waarbij is geconcludeerd dat mogelijk in de diepere ondergrond een geul aanwezig is, maar dit werd niet duidelijk uit het booronderzoek. Binnen dit onderzoeksgebied is slechts op enkele locaties een raai boringen geplaatst en is niet het gehele gebied onderzocht.46 Direct ten noorden van het projectdeel is een booronderzoek uitgevoerd, waarbij is vastgesteld dat de bodem uit komafzettingen en veen op wadafzettingen bestaat en geen archeologisch relevante lagen aanwezig zijn.47 Ter plaatse van Noordeinde 38 is een booronderzoek uitgevoerd, waarbij vanaf het maaiveld ophogingslagen zijn aangetroffen, vermoedelijk gerelateerd aan historische bebouwing. Hieronder bevinden zich getijdeafzettingen en Hollandveen en vanaf circa 2 m onder maaiveld verlandings/restgeulafzettingen, vermoedelijk van een veenstroompje.48 Een klein deel in het midden van dit projectdeel overlapt met een booronderzoek, waarbij geen archeologisch relevante niveaus zijn aangetroffen.49

41 Exaltus, 2018. 42 Voeten, 2013. 43 Curvers & Van der Feest, 2020. 44 Verboom-Jansen & Wullink, 2010. 45 De Kruif, 2009. 46 De Kruif, 2009. 47 Huizer, 2019. 48 Peeters, 2019. 49 De Boer, 2020. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

42/99

Projectdeel 4 (Alphense variant) Dit projectdeel valt grotendeels samen met de onderzoeksgebieden van enkele booronderzoeken, waarbij geen archeologische vindplaatsen of aanwijzingen voor gunstige bewoningsomstandigheden zijn aangetroffen.50 Projectdeel 4 (Variant X-Robuust) Dit projectdeel valt grotendeels samen met de onderzoeksgebieden van enkele booronderzoeken, waarbij geen archeologische vindplaatsen of aanwijzingen voor gunstige bewoningsomstandigheden zijn aangetroffen.51 Ter hoogte van de Dorpsstraat zijn tijdens karterend booronderzoek fragmenten houtskool en aardewerk aangetroffen, deels uit de Late-Middeleeuwen. De bodem is echter deels verstoord. Archeologische resten worden overwegend vanaf 1,1 m –mv verwacht en ten noorden van de Dorpsstraat vanaf 90 cm –mv.52 Wat betreft de directe omgeving is circa 30 meter ten oosten van het tracé een archeologische inspectie van rioleringswerkzaamheden uitgevoerd (omgeving Ridder van Montfoortlaan). Hierbij zijn antropogene pakket met puin- en baksteenfragmenten aangetroffen tot circa 1 m mv.

In één werkput is op 1 m -mv een puinpakket uit de Vroege tot Midden-Nieuwe Tijd aangetroffen.53 In het zuiden van de historische dorpskern, circa 30 m ten oosten van het plangebied, is met booronderzoek vastgesteld dat de bodem recent verstoord is en dat geen archeologisch relevante lagen aanwezig zijn.54 De Dorpsstraat en Gemeneweg (N209) ten noorden hiervan behoren tot het onderzoeksgebied van een rioolbegeleiding. Hiervan zijn geen resultaten bekend in Archis. Projectdeel 4 (Maatregelpakket N207 Zuid en Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg) Dit projectdeel valt grotendeels samen met de onderzoeksgebieden van enkele booronderzoeken, waarbij geen archeologische vindplaatsen of aanwijzingen voor gunstige bewoningsomstandigheden zijn aangetroffen.55 Ter hoogte van de Dorpsstraat zijn tijdens karterend booronderzoek fragmenten houtskool en aardewerk aangetroffen, deels uit de Late-Middeleeuwen. De bodem is echter deels verstoord. Archeologische resten worden overwegend vanaf 1,1 m –mv verwacht en ten noorden van de Dorpsstraat vanaf 90 cm –mv.56 In het uiterste oosten van het projectdeel is een archeologische inspectie van rioleringswerkzaamheden uitgevoerd (omgeving Ridder van Montfoortlaan). Hierbij zijn antropogene pakket met puin- en baksteenfragmenten aangetroffen tot circa 1 m -mv.

In één werkput is op 1 m -mv een puinpakket uit de Vroege tot Midden-Nieuwe Tijd aangetroffen. Deze werkput valt binnen het huidige projectdeel 4. Op grond hiervan worden binnen deze zone resten vanaf de Middeleeuwen verwacht.57 50 Kaptein, 2012 / Dasselaar, 2008 / Oudhuis & Depuydt, 2009. 51 Kaptein, 2012 / Dasselaar, 2008 / Oudhuis & Depuydt, 2009. 52 Eimermann & De Koning, 2004. 53 Hubers & Van der Klooster, 2016. 54 Hagens & De Kramer, 2019. 55 Kaptein, 2012 / Dasselaar, 2008 / Oudhuis & Depuydt, 2009. 56 Eimermann & De Koning, 2004. 57 Hubers & Van der Klooster, 2016. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

43/99

In het zuiden van de historische dorpskern, circa 30 m ten oosten van het plangebied, is met booronderzoek vastgesteld dat de bodem recent verstoord is en dat geen archeologisch relevante lagen aanwezig zijn.58 De Dorpsstraat en Gemeneweg (N209) ten noorden hiervan behoren tot het onderzoeksgebied van een rioolbegeleiding. Hiervan zijn geen resultaten bekend in Archis. Projectdeel 5 (Variant X-Robuust, Alphense variant en Maatregelenpakket N207 met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg) Dit projectdeel valt deels samen met het onderzoeksgebied van een booronderzoek, waarbij geen archeologische vindplaatsen of aanwijzingen voor gunstige bewoningsomstandigheden zijn aangetroffen.59 Projectdeel 6 (Variant X-Robuust, Maatregelpakket N207 Zuid en Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg) Binnen dit projectdeel zijn geen archeologische onderzoeken uitgevoerd. Direct ten westen is een booronderzoek uitgevoerd waarbij geen archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen.60

58 Hagens & De Kramer, 2019. 59 Kaptein, 2012 / Dasselaar, 2008 / Oudhuis & Depuydt, 2009. 60 Oudhuis & Depuydt, 2009. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

44/99

Figuur 13 Archis-meldingen projectdelen 1-3: Alle varianten

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

45/99

Figuur 14 Archis-meldingen projectdelen 4-6 waarbij ter oriëntatie Variant X-Robuust en Maatregelenpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg zijn weergegeven.

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied61 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 3 en figuren 13 en 14). Projectdeel 1 In het uiterste oosten van dit projectdeel zijn diverse vondstmeldingen geregistreerd, allen gedaan tijdens graafwerkzaamheden. Dit betreffen voor het overgrote deel vondsten uit de periode 1575 – 1675. Vermoedelijk zijn deze vondsten gerelateerd aan de aanwezigheid van historische bewoningslocaties, zoals ook te zien in 61 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

46/99

figuur 15 en 18. Verder zijn enkele aardewerkscherven uit de Late-Middeleeuwen en een mes uit de Romeinse tijd aangetroffen. Projectdeel 5 Nabij projectdeel 5 zijn fragmenten aardewerk uit de Nieuwe tijd gevonden. Deze melding is echter administratief geplaatst, de exacte locatie is onzeker. Vandaar dat deze melding niet gezien kan worden als archeologische vondst binnen het onderzoeksgebied. Projectdelen 2-4 en 6. Binnen het onderzoeksgebied van deze projectdelen zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Historische ontwikkeling van de streek Schieland62 Het projectgebied ligt in een streek in Zuid-Holland die eeuwen lang werd aangeduid met de naam Schieland. Schieland grensde ruwweg in het westen aan Rotterdam en in het oosten aan Gouda. Circa duizend jaar geleden bestond dit gebied uit een uitgestrekt, nauwelijks begaanbaar veenmoeras.

Dit veenlandschap werd doorsneden door de rivier de Hollandsche IJssel en de veenstromen Rotte en Gouwe. Vanaf 944 kwam het gebied in bezit van de bisschop van Utrecht en de Utrechtse kapittels. Gaandeweg werden door hen percelen uitgegeven voor de veenwinning en navolgende ontginning ten behoeve van agrarisch gebruik. De systematische ontginning ging van start in de 12e/13e eeuw. Elke ontginner kreeg een stuk van de ontginningsbasis aangewezen, van waaruit hij sloten groef en het land bewerkte. Zo ontstonden de smalle ontginningseenheden. Door de ontginning daalde het maaiveld en moesten, om voldoende drooglegging te garanderen, meer sloten gegraven worden. Wanneer de waterstand niet verder verlaagd kon worden, werden de bestaande akkers omgezet naar weiland en werden dieper in het veen nieuwe akkers ontgonnen. Het resultaat was dat vrijwel al het akkerland aan het begin van de 16e eeuw was veranderd in weidegrond met drassige gebieden en moerassen. Vanaf de 15e eeuw steeg de vraag naar turf. Dit had te maken met de uitbreiding van de omliggende steden (Gouda en Rotterdam), de groei van de bevolking en de toenemende brandstofbehoefte van de industrie, zoals steenfabrieken en bierbrouwerijen. Vanaf de 16e tot 18e eeuw werd in het gebied op grote schaal turf gewonnen. In eerste instantie werd het veen droog gewonnen.

Later werd het slagturven uitgevonden, waardoor het veen onder de waterspiegel ook gewonnen kon worden. Intensieve veenwinning ten behoeve van turf leidt tot het ontstaan van grote veenplassen. 62 Van den Ende et al., 2012 / Gebiedsprofielen Zuid-Holland. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

47/99

Omdat de plassen door de golfwerking een bedreiging vormden voor het resterende land én er behoefte was aan meer landbouwgrond, werden de veenplassen vanaf de 17e eeuw één voor één drooggelegd en ingepolderd. Rondom deze zogenoemde droogmakerijen werden ringdijken aangelegd en werd het overtollig water uit de polders gemaald, veelal door meerdere molens die achter elkaar werden om het hoogteverschil te overbruggen en het water te kunnen lozen op zogenaamde boezemvaarten. De droogmakerijen zijn vervolgens veelal grootschalig en rationeel verkaveld, vooral daar waar deze een ondergrond hebben van klei. 4.6 Beschrijving van het historische gebruik

Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 8: Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Bron Kaart van Douw63

Periode 1647

Kaartblad

Schaal

Omschrijving

1:28.000

Projectdelen 1-3: grotendeels agrarisch gebied, direct ten oosten? van het Noordeinde ligt al een veenplas, Kleikade is al weergegeven (Moerse Kade). Projectdelen 4-6 grotendeels in agrarisch gebied, huidige kern van Hazerswoude-Dorp is weergegeven met lintbebouwing langs Dorpsstraat. Gemeneweg al aanwezig, in uiterste zuiden van projectdeel 4 kruist het tracé een weg (Achterwegh), waarlangs verspreide bebouwing ligt.

Kaart van Douw64

1746

Projectdelen 1-3 vallen grotendeels binnen twee veenplassen, de Kleikade vormde de scheiding tussen deze plassen. Smalle strook aan weerszijden van het Noordeinde lag droog, hier bevond zich een bebouwingslint. Gemeneweg ter plaatse van projectdeel 4 al aanwezig, ten westen hiervan uitgestrekte veenplas, ten oosten hiervan kleinere veenplas, een deel van het noordelijke tracé (projectdeel 4 en 6) loopt door deze plas. Ter plaatse van Hazerswoude-Dorp lintbebouwing langs Dorpsweg, ten zuiden van het dorp (deel projectdeel 4 en 5) ligt weer een veenplas, uiterste zuiden van projectdeel 4 lijkt droog te liggen, dit is een smalle strook met boerderijen langs de ‘Achterwegh’.

63 Archieven 64 Archieven A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

48/99

Bron Kaart van Van Swieten65

Periode

Kaartblad

Schaal

1757

Omschrijving Gebied ten zuiden van Hazerswoude-Dorp (projectdelen 1-3, 4 (deels) en 5 liggen in een veenplas. Achterwegh is niet meer aanwezig. Lintbebouwing langs oostzijde Noordeinde (buiten plangebied)

Kaart van Vis66

1760

Projectdelen 1-3: grotendeels droogmakerij, in uiterste oosten doorsnijdt het tracé de droogmakerijsdijk (huidige Noordeinde) en sloot ten westen hiervan. Ten zuiden van de Kleikade (projectdeel 1) bevond zich de Zuydplas, die nog onder water stond,.zone ten noorden van Hazerswoude-Dorp lag deels in een veenplas, overige deel onbebouwd, in Hazerswoude-Dorp lintbebouwing langs de Dorpsstraat en enkele verspreide huizen langs Gemeneweg. Ten zuiden van huidige Zuidsingel: droogmakerij, geen bebouwing nabij plangebied.

Kadastrale minuut67

Militaire topografische kaart68

1811-1832

1850

Hazerswoude

1:2.500

Projectdelen 1-3: bouwland en weiland, nabij

sectie B, blad

Noordeinde 120: tuin en erf, nabij Noordeinde 38:

04, sectie G,

boomgaard en erf

blad 01,

Ten noorden van Hazerswoude-Dorp

sectie E, blad

(projectdelen 4 (deels) en 6): grotendeels water,

03

met hiertussen percelen rietland, hooiland en bos.

Noord-

Centrum van Hazerswoude-Dorp wordt aan

Waddinxvee

noord- en zuidzijde begrensd door vaart,

n, sectie A,

hiertussen loopt het tracé door bos, tuinen en

blad 01, blad

enkele huizen Gemeneweg heeft nog andere loop

02, Zuid-

en loopt binnen het dorpscentrum ten oosten van

Waddinxvee

plangebied. Ten zuiden van Hazerswoude-Dorp

n, sectie A,

(projectdelen 4 (deels) en 5: bouwland en weiland

blad 02

(zuidelijk deel vooral weiland). 1:50.000

(nettekening)

Bebouwing nabij Dorpsstraat (projectdeel 4) en waar het tracé het Noordeinde kruist (projectdelen 2 en 3), overige deel agrarisch gebied

Militaire topografische kaart

1880, 1883,

1:50.000

Projectdelen 1-3: grotendeels bouwland en

(Bonnekaart)

1899, 1915,

weiland, erf direct langs Noordeinde

1922

Projectdelen 4-6: ten noorden van HazerswoudeDorp: verharde weg met ten oosten hiervan

65 Archieven 66 Nationaal Archief. 67 Beeldbank Cultureelerfgoed 68 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

49/99

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving weiland, Hazerswoude-Dorp: erf/tuin en bebouwing langs de Dorpsstraat, ten zuiden van Hazerswoude-Dorp: bouwland en weiland.

Topografische kaart

1950

1:25.000

In projectdelen 1-3 doorkruist het tracé diverse verharde wegen, verdere situatie gelijk Projectdelen 4-6: binnen centrum HazerswoudeDorp loopt tracé gelijk met Gemeneweg, ten zuiden van Hazerswoude-Dorp loopt het tracé ter plaatse van begraafplaats,

Topografische kaart

1962

1:25.000

Ook in uiterste noordoosten projectdeel 4 is een verharde weg aanwezig

Topografische kaart

1970

1:25.000

Projectdeel 6 loopt over een sportterrein

Topografische kaart

1984, 1988,

1:25.000

Ook uiterste noordoosten projectdeel 2 loopt over

1999, 2006,

een sportterrein, ter hoogte van projectdeel 6 is

2010, 2011,

sporthal gebouwd, overige deel grotendeels in

2015

gebruik als bouwland

Projectdeel 1 (alle varianten) Op kaartmateriaal uit 1647 was dit projectdeel in agrarisch gebruik en de Kleikade was al aanwezig (Moerse Kade). Ten oosten van het Noordeinde (buiten het plangebied) lag destijds al een veenplas. In de periode hierna liep een groot deel van het plangebied onder water. Op verschillende 18e-eeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied onder water stond, met uitzondering van een strook langs het Noordeinde en de Kleikade (zie figuur 15). Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het grootste deel van het plangebied weer in agrarisch gebruik kwam. Op het historische kaartmateriaal is een bewoningslint te zien langs het Noordeinde. Langs de Kleikade zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing aangetroffen. Projectdeel 2 (alle varianten) Op kaartmateriaal uit 1647 was dit projectdeel in agrarisch gebruik. Ten oosten van het Noordeinde (net buiten het plangebied) lag destijds al een veenplas. In de periode hierna liep een groot deel van het plangebied onder water. Op verschillende 18eeeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied onder water stond, met uitzondering van een strook langs het Noordeinde (zie figuur 16). Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het grootste deel van het plangebied weer in agrarisch gebruik kwam.

Op het historische kaartmateriaal is een bewoningslint te zien langs het Noordeinde. Projectdeel 3 (alle varianten) Op kaartmateriaal uit 1647 was dit projectdeel in agrarisch gebruik. Ten oosten van het Noordeinde (net buiten het plangebied) lag destijds al een veenplas. In de periode hierna liep een groot deel van het plangebied onder water. Op verschillende 18eeeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied onder water stond, met uitzondering van een strook langs het Noordeinde (zie figuur 16). Halverwege de 18e A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

50/99

eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het grootste deel van het plangebied weer in agrarisch gebruik kwam. Op het historische kaartmateriaal is een bewoningslint te zien langs het Noordeinde. Projectdeel 4 (Alphense variant) Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal vanaf de 17e eeuw is te zien dat de kern van Hazerswoude-Dorp al bebouwd was. Op basis van diverse vondsten in de omgeving was het gebied aan weerszijden van de Dorpsstraat in ieder geval vanaf de 14e eeuw al bebouwd.69 Het plangebied ligt ten noorden en zuiden van deze dorpskern. Het noorden van het projectdeel ligt direct ten noorden van een vaart die de dorpskern begrensde. In 1647 was het projectdeel in agrarisch gebruik. Ten zuiden van het projectdeel liep een weg (Achterwegh) waarlangs verspreide boerderijen stonden. Hoewel deze weg thans verdwenen is, is de ligging nog te reconstrueren aan de hand van de achtergrens van de percelen op 19e- en 20e-eeuwse kaarten. In de periode hierna liep een groot deel van het plangebied onder water. Op verschillende 18e-eeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied buiten Hazerswoude-Dorp onder water stond, met uitzondering van de eerder genoemde Achterwegh (zie figuur 16). In de eerste helft van de 18e eeuw zijn de Achterwegh en de hierlangs gelegen boerderijplaatsen eveneens ondergelopen.

Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het grootste deel van het plangebied weer in agrarisch gebruik kwam. Projectdeel 4 (variant X-Robuust) Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal vanaf de 17e eeuw is te zien dat de kern van Hazerswoude-Dorp al bebouwd was. In eerste instantie was sprake van lintbebouwing direct langs de Dorpsstraat en de dorpskern was duidelijk begrensd door middel van twee vaarten ten zuiden en noorden hiervan. In 1647 was het overige deel van het plangebied in agrarisch gebruik. Ten zuiden van het projectdeel liep een weg (Achterwegh) waarlangs verspreide boerderijen stonden. Hoewel deze weg thans verdwenen is, is de ligging nog te reconstrueren aan de hand van de achtergrens van de percelen op 19e- en 20e-eeuwse kaarten. In de periode hierna liep een groot deel van het plangebied onder water. Op verschillende 18e-eeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied buiten Hazerswoude-Dorp onder water stond, met uitzondering van de eerder genoemde Achterwegh (zie figuur 16). In de eerste helft van de 18e eeuw zijn de Achterwegh en de hierlangs gelegen boerderijplaatsen eveneens ondergelopen. Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het grootste deel van het plangebied (met uitzondering van de dorpskern van Hazerswoude-Dorp) weer in agrarisch gebruik kwam.

Op de Kadastrale Minuut van 1811-1832, de eerste gedetailleerde kaart, is te zien dat het tracé binnen de kern van Hazerswoude-Dorp enkele huizen doorkruist (zie figuur 17). De Gemeneweg had destijds een andere ligging en liep ten oosten van het tracé. Halverwege de 20e eeuw kreeg deze zijn huidige ligging en zijn de huizen vermoedelijk gesloopt.

69 Mededeling dhr. R.H.P. Proos, Provincie Zuid-Holland. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

51/99

Projectdeel 4 (Maatregelpakket N207 Zuid en Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg) Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal vanaf de 17e eeuw is te zien dat de kern van Hazerswoude-Dorp al bebouwd was. In eerste instantie was sprake van lintbebouwing direct langs de Dorpsstraat en de dorpskern was duidelijk begrensd door middel van twee vaarten ten zuiden en noorden hiervan. In 1647 was het overige deel van het plangebied in agrarisch gebruik. Ten zuiden van het projectdeel liep een weg (Achterwegh) waarlangs verspreide boerderijen stonden. Hoewel deze weg thans verdwenen is, is de ligging nog te reconstrueren aan de hand van de achtergrens van de percelen op 19e- en 20e-eeuwse kaarten. In de periode hierna liep een groot deel van het plangebied onder water. Op verschillende 18e-eeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied buiten Hazerswoude-Dorp onder water stond, met uitzondering van de eerder genoemde Achterwegh (zie figuur 16). In de eerste helft van de 18e eeuw zijn de Achterwegh en de hierlangs gelegen boerderijplaatsen eveneens ondergelopen. Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het grootste deel van het plangebied (met uitzondering van de dorpskern van Hazerswoude-Dorp) weer in agrarisch gebruik kwam.

Op de Kadastrale Minuut van 1811-1832, de eerste gedetailleerde kaart, is te zien dat het tracé binnen de kern van Hazerswoude-Dorp diverse huizen en schuren doorkruist (zie figuur 17). De Gemeneweg had destijds een andere ligging en liep in het uiterste oosten van het tracé. Halverwege de 20e eeuw kreeg deze zijn huidige ligging en vanaf toen zijn de huizen en schuren binnen het plangebied gesloopt. Projectdeel 5 (X-Robuust, Alphense Variant en Maatregelenpakket N207 met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg) Op kaartmateriaal uit 1647 was dit projectdeel in agrarisch gebruik. In de periode hierna liep het projectdeel onder water. Op verschillende 18e-eeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied buiten Hazerswoude-Dorp, inclusief dit projectdeel, onder water stond (zie figuur 16). Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het projectdeel weer in agrarisch gebruik kwam. Projectdeel 6 (variant X-Robuust, Maatregelpakket N207 Zuid en Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg) Op kaartmateriaal uit 1647 was dit projectdeel in agrarisch gebruik. In de periode hierna liep het projectdeel onder water. Op verschillende 18e-eeuwse kaarten is te zien dat het grootste deel van het gebied buiten Hazerswoude-Dorp, inclusief dit projectdeel, onder water stond (zie figuur 16).

Halverwege de 18e eeuw zijn de veenplassen drooggelegd, waardoor het projectdeel weer in agrarisch gebruik kwam.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

52/99

Figuur 15 Projectdelen 1-3 op een kaart uit 1746; het gebied stond grotendeels onder water, langs het Noordeinde ligt een bewoningslint.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

53/99

Figuur 16 Projectdelen 4-6 op een kaart uit 1746; het gebied stond grotendeels onder water, in Hazerswoude-Dorp en uiterste zuiden tracé (Achterwegh) liepen bewoningslinten: Ter oriëntatie zijn variant X-Robuust en Maatregelenpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg weergegeven.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

54/99

Figuur 17 Het tracédeel binnen de kern van Hazerswoude-Dorp (deel van projectdeel 4) op de Kadastrale Minuut van 1811-1832; Het tracé doorsnijdt enkele gebouwen; ter oriëntatie zijn Variant X-Robuust en het Maatregelenpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg weergegeven.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

55/99

Figuur 18 Projectdelen 1-3 op de Bonnekaart van 1888.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

56/99

Figuur 19 Projectdelen 4-6 op de Bonnekaart van 1888: Ter oriëntatie zijn variant X-Robuust en Maatregelenpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg weergegeven.

Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

57/99

te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. Het MIP werd in de periode 1987-1994 uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Projectdelen 1, 2, 4 (Alphense variant), 5 en 6 Binnen het onderzoeksgebied van deze projectdelen liggen geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of MIP monumenten. Projectdeel 3 Binnen het onderzoeksgebied van dit projectdeel bevinden zich geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Wel bevindt zich in het uiterste oosten een MIPmonument, namelijk een boerderij uit de periode 1910-1915 (MIP-nr.

150584, Noordeinde 40). Projectdeel 4 (variant X-Robuust) Binnen dit projectdeel liggen 4 rijksmonumenten, een gemeentelijke monument en 3 MIP-monumenten. De 4 rijksmonumenten betreffen een voetgangersbrug, toegangshek, aula en begraafplaats, allen gerelateerd aan de algemene begraafplaats van Hazerswoude-Dorp (Rijksmonumenten 517877, 517878, 517879 en 517880, Gemeneweg 2), daterend uit 1935. Deze begraafplaats vormt tevens een MIP monument (MIP-nr. 137413). Verder bevinden zich binnen het onderzoeksgebied een woonhuis-café uit 1900 (MIP-nr. 137.401, Dorpsstraat 115) en een bedrijfsruimte uit 1892 (MIP-nr. 137.402, Dorpsstraat 117). De gemeentelijke monumenten binnen het onderzoeksgebied betreffen een woonhuis aan de Gemeneweg 8 (bouwjaar 1934; nr. 0484/WN066) en een woonhuis aan de Burgemeester Warnaarkade 2 (bouwjaar 1935; nr. 0484/WN062.

Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.70 De projectdelen 1-3 vallen grotendeels binnen de Vordere Wasserstellung, een Duitse verdedigingslinie ten oosten van het Neue Landfront die een invasie vanuit de kuststreek moest vertragen. De linie werd gevormd door een tankgracht. Waar 70 Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

58/99

mogelijk werd gebruik gemaakt van bestaande waterlopen, zoals de Eerste Tocht die direct langs het huidige plangebied loopt. Ten zuiden van de Kleikade boog de tankgracht af richting het zuidoosten (buiten het plangebied). Waar wegen deze linie doorkruisten werden zware wapens zoals mitrailleurs, anti-tankwapens en luchtdoelgeschut opgesteld. Hiertussen werden kleinere steunpunten ingericht. Op enkele plekken werden betonnen opstellingen gebouwd. De gevechtsopstellingen werden omgeven met prikkeldraad en soms met mijnenvelden. Op doorgaande wegen werden bovendien versperringen aangebracht (tankmuren, stalen balken of betonblokken of -palen). Na de oorlog werd de tankgracht voor een groot deel gedempt, maar de Eerste Tocht bleef gehandhaafd (bron 64). In de omgeving van het plangebied (ten zuiden van de Kleikade) zijn in het verleden onder andere resten van een tankgracht en een geschutstelling gevonden (nabij de Plasweg en de Vijfde Tocht). Op basis van luchtfoto-onderzoek bevindt zich bij deze locatie een steunpunt omgeven door prikkeldraad en verschillende stellingen. De tankgracht loopt vanaf de Onderweg in zuidoostelijke richting, waarna hij naar het zuiden afbuigt en parallel aan de spoorlijn Waddinxveen-Gouda loopt. Langs de spoorlijn zijn eveneens enkele steunpunten met stellingen waargenomen (bron 64).

Tijdens een bureauonderzoek71 voor een locatie direct ten zuiden van de Kleikade zijn op overzichtstekeningen en luchtfoto’s prikkeldraadversperringen waargenomen. Een deel van deze versperring loopt door het huidige plangebied, direct ten zuiden van de Kleikade en Onderweg. Op een in het bureauonderzoek opgenomen kaart uit 1945 (zie figuur 20) is deze prikkeldraadversperring weergegeven, zowel ten noorden als ten zuiden van de Kleikade. De versperring omcirkeld een steunpunt op de Kleikade (binnen het plangebied, nr. 15). In de begeleidende tekst staat voor steunpunt 15 de volgende beschrijving weergegeven: ‘Betonnen en houten asperges in beide wegen en tusschenliggend terrein’. De verdedigingswerken waren dus tussen de Kleikade en de Onderweg gelegen. Op de kaart staan geschutsopstellingen en loopgraven weergegeven. Ook direct ten noorden van de Kleikade is deze prikkeldraadversperringen op oude luchtfoto’s waargenomen.72 Ter plaatse van vroegere stellingen, zoals op de Kleikade kunnen nog resten van persoonlijke uitrusting, wapens en munitie achtergebleven zijn. Deze kunnen ook verwacht worden in de loopgraven. De houten delen en andere bruikbare delen van de stellingen zijn na de oorlog vrijwel zeker verwijderd. Versperringen, die deels binnen het plangebied gelegen hebben, zijn na de oorlog gedemonteerd en hergebruikt.

Overtollig materiaal kan eventueel ook gedumpt zijn in de tankgracht.73 Voor een perceel ca. 300 m ten noorden van de Kleikade is reeds een bureauonderzoek uitgevoerd inclusief luchtfoto-analyse. Hierbij is vastgesteld dat op het perceel geen archeologisch waardevolle resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht worden en er is geen nader onderzoek aanbevolen.74

71 Kok et al., 2011. 72 Kok, 2018. 73 Wijnen, 2012. 74 Kok, 2018. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

59/99

Figuur 20 Delen van projectdelen 1-3 (zuiden plangebied) op een kaart van verdedigingswerken uit 194575

Voor de projectdelen 4-6 (omgeving Hazerswoude-Dorp) zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen in de literatuur 4.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Algemeen Het diepste niveau waarop archeologische waarden verwacht kunnen worden, betreft het dekzand, dat op minstens 6 m -mv verwacht wordt. In de top van dit dekzand kunnen mogelijk resten van kampementen van jagers-verzamelaars voorkomen. Aangezien zeer weinig bekend is over vuursteenvindplaatsen in de omgeving van het plangebied, evenals over het Pleistocene landschap ter plaatse, geldt voor resten uit het Paleolithicum een onbekende verwachting. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen of

75 uit Kok et al., 2011. A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

60/99

losse vondsten van vuurstenen werktuigen. Gedurende het Vroeg- en MiddenMesolithicum was het plangebied waarschijnlijk ongeschikt voor bewoning vanwege toenemende vernatting. Vandaar dat voor deze periode een lage verwachting geldt. Op de oeverafzettingen van de Zuidplas- en Waddinxveen stroomgordels kunnen mogelijk resten voorkomen uit de periode Laat-Mesolithicum – Vroeg-Neolithicum. Deze zones zijn in figuren 21-24 in roze weergegeven. Er zijn echter niet of nauwelijks aanwijzingen voor bewoning in relatie tot deze stroomgordels aangetroffen. Tijdens diverse booronderzoek is geconcludeerd dat de stroomgordels te nat waren voor bewoning. De oeverafzettingen van deze stroomgordels worden op basis van diverse onderzoeken in de directe omgeving dieper dan 2,5 m -mv verwacht. Vanaf het Midden-Neolithicum trad vernatting op en ontstond een uitgebreid veengebied. Het plangebied werd vanaf deze periode tot aan het eind van de VroegeMiddeleeuwen vermoedelijk ongeschikt voor bewoning. Bovendien zijn eventuele resten in het veen grotendeels verdwenen als gevolg van erosie en veenafgraving. Op basis hiervan geldt voor de periode Midden-Neolithicum – Vroege-Middeleeuwen een lage verwachting. Gedurende de Late-Middeleeuwen werd het veengebied grotendeels ontgonnen. Langs de ontginningsassen ontstonden langgerekte dorpen, waarvan Hazerswoude-Dorp een voorbeeld is.

Op basis van historische kaarten lagen de buiten Hazerswoude-Dorp gelegen delen van het plangebied in de 17e eeuw grotendeels in agrarisch gebied. In de periode hierna ontstonden grote veenplassen, waardoor het plangebied grotendeels onder water kwam te staan. Uitzondering hierop vormden de historische kern van Hazerswoude-Dorp, de Kleikade, een bewoningslint aan weerszijden van het Noordeinde en een lint met boerderijen langs de ‘Achterwegh’ die destijds vermoedelijk ten zuiden van projectdeel 4 liep (in Maatregelenpakket N207 met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg doorkruist het tracé de Achterwegh). In al deze zones kunnen archeologische resten verwacht worden uit de periode LateMiddeleeuwen – Nieuwe tijd. Ten westen van Waddinxveen bevindt zich de Vordere Wasserstellung, een verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog. Aan weerszijden hiervan kunnen resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht worden. De resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden verwacht vanaf ca. 30 cm -mv en hiervoor geldt een hoge verwachting. Deze zones zijn in lichtroze (Late-Middeleeuwen / Nieuwe tijd) en groen (Tweede Wereldoorlog) weergegeven in figuren 26 - 30. Tijdens een begeleiding van rioleringswerkzaamheden nabij de kruising Ridder van Montfoortlaan / Oude Gemeneweg is een archeologische inspectie uitgevoerd, waarbij puinlagen uit de Nieuwe tijd gevonden zijn.

Deze zone is in rood weergegeven in figuren 29 en 30. In de overige delen van het plangebied worden geen archeologische resten uit de LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Deze zones lagen in agrarisch gebied waarbinnen geen aanwijzingen voor bewoning zijn aangetroffen. In de figuren 21 - 30 zijn enkele zones aangemerkt als ‘archeologievrij’. Dit zijn zones waar reeds tijdens eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden aanwezig zijn. Binnen de gemeente Waddinxveen zijn ook enkele zones

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

61/99

waarvoor geen onderzoeksplicht geldt bestempeld als ‘archeologievrij’. Binnen de gemeente Alphen aan den Rijn zijn dergelijke zones niet aanwezig.

Figuur 21 Verwachtingskaart steentijd projectdelen 1-3 (alle varianten)

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

62/99

Figuur 22 Verwachtingskaart steentijd projectdelen 4 en 5, Alphense variant

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

63/99

Figuur 23 Verwachtingskaart steentijd projectdelen 4-6 (variant X-Robuust)

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

64/99

Figuur 24 Verwachtingskaart steentijd projectdelen 4 en 6 (Maatregelpakket N207 Zuid)

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

65/99

Figuur 25 Verwachtingskaart steentijd projectdelen 4 en 6 (Maatregelenpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg.

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

66/99

Figuur 26 Verwachtingskaart Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd projectdelen 1-3 (alle varianten)

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

67/99

Figuur 27 Verwachtingskaart Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd projectdelen 4-6 (Alphense variant)

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

68/99

Figuur 28 Verwachtingskaart Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd projectdelen 4-6 (variant X-Robuust)

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

69/99

Figuur 29 Verwachtingskaart Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd projectdelen 4-6 (Maatregelpakket N207 Zuid).

A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

70/99

Figuur 30 Verwachtingskaart Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd projectdelen 4-6 (Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg.

Projectdeel 1 (alle varianten) In het noorden van dit projectdeel kunnen dieper dan 2,5 m –mv archeologische resten uit de periode Laat-Mesolithicum – Vroeg-Neolithicum in de top van de oeverafzettingen van de Zuidplas stroomgordel verwacht worden. Eventuele resten zullen zich manifesteren als archeologische laag, een doorwerkte oude bodem met hierin fragmenten aardewerk, houtskool, e.d. De verwachting op archeologische resten op deze stroomgordel wordt, gezien de afwezigheid van directe aanwijzingen voor bewoning, op middelhoog gesteld. Het overige deel was vermoedelijk gelegen in een komgebied waarvoor een lage verwachting voor deze periode geldt. Aan weerszijden van de Kleikade kunnen archeologische resten verwacht worden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Hoewel niet direct verwacht op basis van het kaartmateriaal, kunnen resten van boerderij-erven niet uitgesloten worden. De verwachte resten zullen vooral bestaan uit funderingsresten en grondsporen als waterkuilen, greppels en sloten. De kade zelf betreft eveneens een archeologisch fenomeen waarbinnen ophogingslagen vanaf de Late-Middeleeuwen voorkomen A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

71/99

(archeologische waarde in figuur 26). Dit dijklichaam bevat stratigrafische en botanische informatie die van archeologisch belang zijn. In aanvulling hierop worden aan weerszijden van de Eerste Tocht resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht, vanwege de ligging langs de Vordere Wasserstellung. Eventuele resten uit deze periode kunnen bestaan uit resten van verdedigingswerken (beton of hout), loopgraven, prikkeldraadversperringen, e.d. Projectdeel 2 (alle varianten) In het zuiden en noorden van dit projectdeel kunnen dieper dan 2,5 m –mv archeologische resten uit de periode Laat-Mesolithicum – Vroeg-Neolithicum in de top van de oeverafzettingen van de Zuidplas stroomgordel (zuiden) en Waddinxveen stroomgordel (noorden) verwacht worden. Eventuele resten zullen zich manifesteren als archeologische laag, een doorwerkte oude bodem met hierin fragmenten aardewerk, houtskool, e.d. De verwachting op archeologische resten op deze stroomgordel wordt, gezien de afwezigheid van directe aanwijzingen voor bewoning, op middelhoog gesteld. Het overige deel was vermoedelijk gelegen in een komgebied waarvoor een lage verwachting voor deze periode geldt. In een zone langs het Noordeinde (uiterste oosten) kunnen archeologische resten verwacht worden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Dit betreffen overwegend resten van boerderij-erven.

De verwachte resten zullen vooral bestaan uit funderingsresten en grondsporen als waterkuilen, greppels en sloten. In aanvulling hierop worden aan weerszijden van de Eerste Tocht resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht, vanwege de ligging langs de Vordere Wasserstellung. Eventuele resten uit deze periode kunnen bestaan uit resten van verdedigingswerken (beton of hout), loopgraven, prikkeldraadversperringen, e.d. Projectdeel 3 (alle varianten) In het westen van dit projectdeel kunnen dieper dan 2,5 m –mv archeologische resten uit de periode Laat-Mesolithicum – Vroeg-Neolithicum in de top van de oeverafzettingen van de Zuidplas stroomgordel verwacht worden. Eventuele resten zullen zich manifesteren als archeologische laag, een doorwerkte oude bodem met hierin fragmenten aardewerk, houtskool, e.d. De verwachting op archeologische resten op deze stroomgordel wordt, gezien de afwezigheid van directe aanwijzingen voor bewoning, op middelhoog gesteld. Het overige deel was vermoedelijk gelegen in een komgebied waarvoor een lage verwachting voor deze periode geldt. In een zone langs het Noordeinde (uiterste oosten) kunnen archeologische resten verwacht worden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Dit betreffen overwegend resten van boerderij-erven. De verwachte resten zullen vooral bestaan uit funderingsresten en grondsporen als waterkuilen, greppels en sloten.

In aanvulling hierop worden aan weerszijden van de Eerste Tocht (uiterste westen) resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht, vanwege de ligging langs de Vordere Wasserstellung. Eventuele resten uit deze periode kunnen bestaan uit resten van verdedigingswerken (beton of hout), loopgraven, prikkeldraadversperringen, e.d. Projectdeel 4 (Alphense variant) Dit project valt grotendeels binnen zones met een lage verwachting of zones die al op basis van eerder onderzoek zijn vrijgegeven. In een klein deel in het zuiden van dit A20-MBO-KA-210031 / Proj.nr. RM006148 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 september 2021

72/99

projectdeel kunnen dieper dan 2,5 m –mv archeologische resten uit de periode LaatMesolithicum – Vroeg-Neolithicum in de top van de oeverafzettingen van de Zuidplas stroomgordel verwacht worden. Eventuele resten zullen zich manifesteren als archeologische laag, een doorwerkte oude bodem met hierin fragmenten aardewerk, houtskool, e.d. De verwachting op archeologische resten op deze stroomgordel wordt, gezien de afwezigheid van directe aanwijzingen voor bewoning, op middelhoog gesteld. Archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden binnen dit projectdeel niet verwacht. Projectdeel 4 (overige drie varianten) Dit project valt voor een groot deel binnen zones met een lage verwachting of zones die al op basis van eerder onderzoek zijn vrijgegeven. In een klein deel in het zuiden van dit projectdeel en binnen de dorpskern van Hazerswoude-Dorp kunnen dieper dan 2,5 m –mv archeologische resten uit de periode Laat-Mesolithicum – VroegNeolithicum in de top van de oeverafzettingen van de Zuidplas stroomgordel verwacht worden. Eventuele resten zullen zich manifesteren als archeologische laag, een doorwerkte oude bodem met hierin fragmenten aardewerk, houtskool, e.d. De verwachting op archeologische resten op deze stroomgordel wordt, gezien de afwezigheid van directe aanwijzingen voor bewoning, op middelhoog gesteld.

Binnen de dorpskern van Hazerswoude-Dorp en in het uiterste zuiden worden resten van woningen en erfinrichting verwacht. De verwachte resten zullen vooral bestaan uit funderingsresten en grondsporen als waterkuilen, greppels en sloten. In het uiterste oosten bevindt zich een zone waar tijdens een archeologische inspectie puinlagen uit de Vroege tot Late Nieuwe tijd zijn aangetroffen. Deze zijn vanaf 100 cm –mv aangetroffen. Aangezien tijdens de inspectie slechts een klein deel van deze zone (rood aangegeven in figuren 29 en 30) is onderzocht, kunnen ondiepere resten niet uitgesloten worden. Het uiterste zuiden bevindt zich binnen een zone direct langs de Achterwegh, een bewoningslint van voor de eerste helft van de 18e eeuw. Hier kunnen archeologische resten verwacht worden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Dit betreffen overwegend resten van boerderijerven. De verwachte resten zullen vooral bestaan uit funderingsresten en grondsporen als waterkuilen, greppels en sloten. Projectdeel 5 (Variant X-Robuust, Alphense variant en Maatregelenpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluiting) In het noorden van dit projectdeel kunnen dieper dan 2,5 m –mv archeologische resten uit de periode Laat-Mesolithicum – Vroeg-Neolithicum in de top van de oeverafzettingen van de Zuidplas stroomgordel verwacht worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11665006/1