CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

15985 Bijlage 3 Ontwerp-Programmabegroting 2024 VRHM

Besluitvormende raadsvergadering 21 juni 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ontwerp-programmabegroting 2024 Veiligheidsregio Hollands Midden28.629 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Complexere opgaven vragen om meer samenwerking tussen de verschillende afdelingen van de organisatie. Dit vindt veelal plaats op projectbasis. Daarom zal Bedrijfsvoering een eenduidige projectstructuur invoeren en medewerkers opleiden om invulling te geven aan de verschillen rollen binnen

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 44

deze structuur. Om deze projecten soepel te laten verlopen, moet de organisatie deze in voldoende mate ondersteunen en aansturen. Daarom zal aandacht worden besteed aan het verbeteren van het opdrachtgeverschap en eigenaarschap. Daarnaast werkt de organisatie steeds meer informatie gestuurd zoals ook terug te zien is in de opgaven en doelstellingen. Doorontwikkeling van data-technologie, in data- en informatie-expertise en in informatievaardigheden van alle medewerkers is noodzakelijk. Ook de informatie-omgeving wordt flexibeler ingericht om voor te bereiden om een onvoorspelbare toekomst. Dit maakt dat de organisatie in volle breedte wendbaarder wordt, van gerichter inzetbaarheid bij repressief optreden tot het vroege herkennen van risico’s voor de samenleving. Alle hiervoor genoemde opgaven en doelen brengen veel veranderingen en complexe opgaven voor de gehele organisatie met zich mee. En zoals eerder gezegd draait onze organisatie op en om mensen. Daarom is het belangrijk dat VRHM zich op dat gebied verstevigd; beginnend met het evalueren van de staande organisatie en het daarop baseren van een strategisch personeelsplan. Voor de nieuwe taken binnen de organisatie, zoals het duurzaam maken van huisvesting en het beheren van het groeiende aantal eigendomslocaties is extra formatie nodig.

2.8.3 Risico’s De beleidsplanperiode RBP 2020-2023 werd gekenmerkt door de coronapandemie, de vluchtelingenstroom uit Oekraïne en de crisisnoodopvang van asielzoekers. Deze crises hebben een groot beslag gelegd op de capaciteiten van de organisatie en medewerkers, ook bij Bedrijfsvoering. Als gevolg daarvan is op enkele doelstellingen uit het beleidsplan beperkt voortgang geboekt. De activiteiten lopen daarom door in het eerste jaar van de nieuwe beleidsplanperiode 2024-2027. Het is een risico hoe de beschikbare capaciteit wordt verdeeld tussen de vertraagde activiteiten en de opgaven in het nieuwe beleidsplan. Onze organisatie presteert dankzij de dagelijkse inzet van gedreven en deskundige medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt heeft al impact gehad, waardoor vacatures langer open stonden dan voorheen het geval was. Doordat de formatie niet altijd ruim in z’n jas zit, heeft elke uitstroom snel gevolgen voor de doorlooptijd van activiteiten. Uitstroom is moeilijk te plannen en daarom is het des te belangrijker om aantrekkelijk werkgeverschap te versterken, om de risico’s te beperken. Niet alleen mensen zijn schaars, maar ook de middelen: van computerchips tot energie tot bouwmaterialen. Op alle vlakken is de beschikbaarheid in de markt erg laag geworden, waardoor de kosten die de VRHM maakt sterk stijgen.

Het risico is dat door de financiële kaders uiteindelijk keuzes moeten worden gemaakt en niet elke doelstelling behaald kan worden.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 45

2.8.4 Raming van de baten en lasten Bedrijfsvoering Begroting (in €) Meerjarenramingen

Bedrijfsvoering Realisatie Begroting (bedragen x € 1.000,00)

2022

2023

2024

16.373

15.203

17.031

6.869

5.164

5.798

6.766

6.332

6.926

210

171

168

1.738

2.253

2.501

790

1.284

1.637

16.373

15.203

17.031

16.373

15.203

17.031

Exploitatielasten

2025/2027 17.030

Salarislasten

5.798

Huisvesting

6.926

Mobiliteit

168

Informatiemanagement & ICT

2.501

Overige lasten

1.637

Geraamde saldo baten en lasten

17.030

Onttrekking reserves Storting reserves Geraamde resultaat

17.030

Toelichting noodzakelijke uitbreiding financieel kader. Informatieveiligheid BIO/VIV (€ 100.000) Net als andere overheidsorganisaties investeert de veiligheidsregio in haar informatieveiligheid. De veiligheidsregio neemt deel aan het landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid (VIV), zoals vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De doelstelling is om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen. De veiligheidsregio heeft flinke stappen gezet rondom de invoering van de BIO. Het behaald informatieveiligheid-niveau moet vastgehouden worden en verdere stappen moeten genomen worden om de informatieveiligheid te blijven monitoren en aan te scherpen. Het landelijke Versnellingsprogramma Informatieveiligheid gaat komend jaar fase 2 in waarbij aanvullende maatregelen gevraagd worden. Zowel de interne bedrijfscontinuïteit (vasthouden BIO niveau) als het landelijke programma vraagt structureel extra capaciteit (€70.000; coördinator informatieveiligheid) en maatregelen (€30.000).

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 46

De deelname en implementatie is bestuurlijk vastgesteld (Veiligheidsberaad 11 juni 2021 Versnellingsplan informatieveiligheid). Gezien de incidentele onder uitputting van de begroting in de afgelopen jaren was het niet direct noodzakelijk om over te gaan tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Nu deze onder uitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk. Informatieveiligheid SOC-CERT (€ 200.000) Bij het vorige onderwerp gaat het om de verrekening van de structureel hogere kosten voor informatieveiligheid in de afgelopen jaren. Bij dit onderwerp gaat het om nieuwe onvermijdelijke uitgaven als gevolg van het feit dat de veiligheidsregio’s verplicht onderdeel worden van de landelijke vitale infrastructuur, als het gaat om informatieveiligheid. Een onderdeel van het landelijke Versnellingsprogramma Informatieveiligheid fase 2 is dat de veiligheidsregio’s en NIPV gezamenlijk werken aan de realisatie van een sectoraal Computer Emergency Response Team (CERT) en een Security Operations Center (SOC). Dit is nodig om te voldoen aan landelijke en wettelijke vereisten voor een vitale infrastructuur op vlak van informatieveiligheid. SOC en CERT worden een structurele oplossing onder een nieuw te vormen programma Cyberweerbaarheid. Dit vergt een structurele investering van elke Veiligheidsregio.

Het gaat dan om de kosten voor een collectieve dienstverlening van een externe partij (€ 100.000) en uitbreiding van de interne capaciteit van de Veiligheidsregio (€ 100.000). Een belangrijk voordeel van het collectief is dat de veiligheidsregio’s samen een OKTT-status bereiken. Deze status is van belang om informatie te verkrijgen omtrent dreigingen en incidenten die het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) vanuit zijn wettelijke grondslag enkel deelt met een samenwerkingsverband dat Objectief Kenbaar Tot Taak (OKTT) heeft andere organisaties (of het publiek) te informeren (landelijk dekkend stelsel). De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 200.000 per jaar. Het niet financieren van deze kosten betekent een grote inperking van de informatiepositie van de Veiligheidsregio en een groot veiligheidsrisico. Niet deelnemen aan de landelijke samenwerking betekent dat de Veiligheidsregio een eigen SOC en CERT moet opzetten, tegen hogere kosten (geen collectiviteit schaalvoordeel en kwaliteit). Verhoogde huisvestingskosten door koop kazernes (€ 110.000) In de afgelopen jaren is bij nieuwbouw of grote verbouwingen van kazernes het eigendom van de kazernes steeds vaker door gemeenten overgedragen aan de veiligheidsregio.

Voor de veiligheidsregio leidt deze overdracht wel tot structurele meerkosten (hogere kapitaalslasten), omdat de afschrijvingen na nieuw- en verbouw hoger zijn dan de oorspronkelijke huurkosten. In de afgelopen jaren zijn de volgende kazerne gebouwd of ingrijpend verbouwd, en is het eigendom door de betreffende gemeente overgedragen aan de veiligheidsregio (na afzonderlijke besluitvorming door colleges en algemeen bestuur veiligheidsregio): Nieuwerbrug (2018), Stolwijk (nieuwbouw in 2022), Leimuiden (verbouw in 2021), Bodegraven (nieuwbouw in 2020), Leiden-Noord (nieuwbouw in 2021/2022), Leiden-Zuid (verbouwing in 2022/2023). Ook is een aantal kazernes door gemeenten niet teruggekocht van de veiligheidsregio (conform bestuurlijke besluitvorming hierover), na afloop van de btw-constructie (ingesteld na de regionalisering voor nieuwbouwkazernes, in het voordeel van de betreffende gemeenten). Het gaat hierbij om de kazernes in Bergambacht, Krimpen aan den Lek, Lekkerkerk, Haastrecht, Zevenhuizen, Benthuizen, Hazerswoude, Koudekerk ad Rijn, Rijpwetering en Aarlanderveen. Deze btw-constructie is afgeschaft. Gezien de incidentele onderuitputting van de begroting in de afgelopen jaren was het niet direct noodzakelijk om over te gaan tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Nu deze onderuitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 47

Beheer en onderhoud kazernes (€ 270.600) Bij bovenstaand onderwerp gaat het om de verrekening van de structureel hogere kapitaalslasten door eigendomsverkrijging van gemeentelijke brandweerkazernes in de afgelopen jaren. Bij dit onderwerp gaat het om het kunnen onderhouden van de (eigendoms)kazernes conform vastgestelde normeringen vraagt capaciteit, kennis en financiële middelen in de komende jaren. Ook om te kunnen voldoen aan de verduurzamingseisen. Het huidige onderhoudsbudget is daartoe ontoereikend. Het uitvoeren en begeleiden van het beheer en onderhoud van de kazernes (steeds meer in eigendom) vraagt meer kennis en capaciteit evenals de begeleiding van nieuw- en verbouw van kazernes. De Veiligheidsregio heeft een externe quick scan laten uitvoeren naar het onderhoudsniveau van de bouw- en installatiedelen van de alle kazernes (huur en eigendom). Hieruit blijkt dat er afgelopen jaren een achterstand is in het onderhoud, dit heeft een directe relatie met onderbezetting en de financiële beperking van het onderhoudsbudget. Afgelopen jaren is de verantwoording naar gebruikers en derden verder toegenomen (NEN3140, energie, CO2-reductie, tekeningenbeheer). Informatie moet geborgd en opvraagbaar zijn. Dit vraagt capaciteit en kennis van wet- en regelgeving. De extra onderhoudskosten zijn geraamd op € 100.600 per jaar.

Dit zal toenemen als in de toekomst meer kazernes in eigendom worden genomen. De toegenomen planmatige (meerjarig)onderhoudskosten zullen dan ook voor rekening van de Veiligheidsregio komen. De panden zullen onderhouden moeten worden op minimaal conditieniveau 3 (NEN 2767, plaatselijk zichtbare veroudering, functie niet in gevaar). Conditieniveau 4 kan de inzetbaarheid schaden en is daarmee geen optie. Binnen de huidige begroting en formatie is geen ruimte voor de structurele kosten van onderhoud en fte. De extra benodigde capaciteit is geraamd op 2 fte (kosten € 170.000 per jaar). Het niet uitvoeren of verder temporiseren van de benodigde onderhoudsactiviteiten betekent dat de onderhoudsconditie van de kazernes verder daalt en dit leidt op termijn tot hogere onderhoudskosten en functieverlies van de panden, verder zal het niet bijdragen aan de motivatie van de brandweervrijwilligers.

In de komende beleidsplanperiode is bovendien mogelijk sprake van nieuwbouw of verbouw van de kazernes in Driebruggen (nieuwbouw), Roelofarendsveen (koop), Woubrugge (koop en verbouw), Zwammerdam (nieuwbouw), Schoonhoven (koop of nieuwbouw), Waddinxveen en regionaal oefencentrum (nieuwbouw), Nieuwveen (mogelijk nieuwbouw) en Noordwijk (verbouw Het niet kunnen beschikken over voldoende capaciteit betekent dat de begeleiding van nieuw- en verbouw niet of sterk verminderd plaatsvindt en zal leiden tot (verdere) vertraging van deze trajecten. De totale extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 270.600 per jaar. Verduurzaming (€ 200.000) De Veiligheidsregio wil een duurzame organisatie zijn. Om aan de wettelijke verplichtingen (o.a. vermindering met 49% van de CO2-uitstoot in 2030) te kunnen voldoen (op het gebied van huisvesting, mobiliteit en inkoop) en om binnen de organisatie hierop initiatieven te ontwikkelen, ook bij nieuwbouw en verbouw van kazernes, is extra ontwikkel- en beheercapaciteit en kennis nodig. De Veiligheidsregio heeft een voorzichtige aanvang gemaakt met de verduurzamingsopgave (Greenteam), maar beschikt over te weinig capaciteit en kennis om structureel hierin te investeren, naast de reguliere werkzaamheden. Het gaat hierbij om de verduurzaming van de kazernes, het voertuigenpark, het inkooptraject, het incidentbestrijdingsproces (o.a.

gebruik blusschuim) en een cultuurverandering bij het gebruik hiervan. Dit vraagt inzet van extra kennis en capaciteit (1 fte; € 100.000), alsmede aanvullende middelen voor het ondersteunen van initiatieven op het gebied van verduurzaming (€ 50.000). Voor aanvullende verduurzamingsmaatregelen op de eigendomskazernes, buiten het reguliere onderhoud om, is een extra jaarlijkse investering van € 50.000 nodig. Voor de verduurzaming van de huurkazernes wordt een grotere inspanning gevraagd van de verhuurders i.c. de gemeenten. De Veiligheidsregio zal hierbij haar bijdrage leveren in de nodige in- en externe afstemmingen en overleggen.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 48

De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 200.000 per jaar. Rechtmatigheidsverantwoording (€ 150.000) Vanaf het verslagjaar 2023 is de veiligheidsregio wettelijk verplicht (Wet versterking decentrale rekenkamers) een eigen rechtmatigheidsverantwoording op te stellen, die opgenomen moet worden in jaarrekening. Nu verstrekt de externe accountant een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van de veiligheidsregio. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording wijzigt dit. Het dagelijks bestuur geeft dan een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Binnen de huidige organisatie is voor deze nieuwe wettelijke taak geen structurele capaciteit en kennis beschikbaar om het systeem van rechtmatigheidsverantwoording op te zetten en uit te voeren. De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 150.000 per jaar.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 49

2.9 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit drie hoofdcomponenten; Gemeentelijke bijdragen, Rijksbijdrage (BDur) en Overige baten. Algemene dekkingsmiddelen

2023

Begroting (in €) 2024

2025

2026

2027

58.360

61.532

68.514

69.004

69.310

69.310

Gemeentelijke bijdrage

51.581

53.585

60.028

60.028

60.028

60.028

Rijksbijdrage (BDUR)

6.779

7.947

8.486

8.976

9.282

9.282

Overige baten

2.806

945

1.000

1.000

1.000

1.000

TOTAAL

61.166

62.477

69.514

70.004

70.310

70.310

(bedragen in € 1.000,-)

Bijdragen

Realisatie

Begroting

2022

Meerjarenramingen

De stijging van de gemeentelijke bijdrage van 7.32% is op advies van de Werkgroep Financiële Kaderstelling op grond van de voorgestelde indexatiesystematiek in de Begroting Uitgangspunten. De Rijksbijdrage in de vorm van de Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDur) is voor deze begroting geactualiseerd op basis van de decemberbrief 2022 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 50

2.9.1 Gemeentelijke bijdragen Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025/2027

Brandweer & Risicobeheersing

49.818

51.764

58.074

58.074

Bevolkingszorg

636

657

705

705

Meldkamer

1.127

1.164

1.249

1.249

51.581

53.585

60.028

60.028

Gemeentelijke bijdrage (bedragen x € 1.000,00)

Gemeentelijke bijdrage

Begroting (in €) Meerjarenramingen

De stijging van de gemeentelijke bijdrage van 7.32% is op advies van de Werkgroep Financiële Kaderstelling op grond van de voorgestelde indexatiesystematiek in de Begroting Uitgangspunten. Exogene financiële factoren hebben evenals in het voorgaande begrotingsjaar geen effect op de gemeentelijk bijdrage. De subsidiering van Slachtofferhulp Nederland wordt via de Veiligheidsregio Hollands Midden middels de gemeentelijke bijdrage geheven bij de deelnemende gemeenten en vervolgens doorgestort naar Slachtofferhulp Nederland. Voor de bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland is in het Algemeen Bestuur van 14 juni 2021 een afwijkende indexatie systematiek vastgesteld. De afwijkende indexatie voor Slachtofferhulp Nederland is separaat in bijlage 5.5 per gemeente vermeld.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 51

Verdeelsleutels

Bijdrage 2023 volgens Begroting 2023

Gemeente

aantal inwoners 1-1-2022

%-verdeling 2023 obv Sept circ '22

Brandweer -en Crisisbeheersing

Meldkamer Hollands Midden

Alphen aan den Rijn

112.926

12,9%

6.666.200

Bodegraven-Reeuwijk

35.752

4,4%

Gouda

74.095

Hillegom

Geïndexeerde bijdrage 2024

Bevolkingszorg

Totaal bijdrage obv Programma begroting 2023

Index: 7,32 %

Brandweer en Risicobeheersing

Onvermijdelijke extra uitgave

Brandweer en Risicobeheersing +extra uitgave

Meldkamer Hollands Midden

Bevolkingszorg

Totaal geïndexeerde bijdrage 2024

161.416

90.882

6.918.498

506.435

7.154.166

324.881

7.484.603

171.900

96.939

7.753.443

2.285.189

50.013

28.148

2.363.350

172.997

2.452.465

110.137

2.537.331

54.423

30.690

2.622.445

9,1%

4.811.016

105.927

59.871

4.976.814

364.303

5.163.182

234.552

5.403.607

112.790

63.606

5.580.003

22.312

2,4%

1.237.056

31.269

17.787

1.286.112

94.143

1.327.608

62.416

1.437.937

33.964

19.153

1.491.054

Kaag en Braassem

27.895

3,5%

1.793.115

39.026

22.007

1.854.149

135.724

1.924.371

85.330

1.965.821

42.463

23.946

2.032.230

Katwijk

66.032

6,9%

3.610.260

95.667

53.847

3.759.774

275.215

3.874.531

176.340

4.062.521

100.516

56.684

4.219.720

Krimpenerwaard

57.062

6,4%

3.449.455

81.767

46.063

3.577.285

261.857

3.701.955

158.464

3.650.685

86.861

48.984

3.786.530

Leiden

125.074

20,7%

10.546.600

183.479

103.186

10.833.266

792.995

11.318.612

508.152

11.706.799

190.391

107.372

12.004.559

Leiderdorp

27.464

3,2%

1.722.824

40.318

22.637

1.785.779

130.719

1.848.935

86.617

1.995.487

41.807

23.576

2.060.869

Lisse

23.015

2,8%

1.475.330

33.790

18.956

1.528.076

111.855

1.583.324

69.271

1.595.866

35.035

19.757

1.650.657

Nieuwkoop

29.304

3,1%

1.625.924

41.221

23.292

1.690.436

123.740

1.744.941

77.641

1.788.695

44.607

25.156

1.858.459

Noordwijk

44.365

5,8%

3.043.162

62.353

35.201

3.140.716

229.900

3.265.921

143.541

3.306.906

67.533

38.085

3.412.524

Oegstgeest

25.499

2,7%

1.366.318

34.882

19.699

1.420.898

104.010

1.466.332

71.013

1.636.002

38.815

21.889

1.696.706

Teylingen

37.942

4,0%

2.038.478

53.271

30.117

2.121.866

155.321

2.187.694

102.789

2.368.058

57.756

32.571

2.458.386

Voorschoten

25.627

2,6%

1.406.528

37.555

21.124

1.465.207

107.253

1.509.486

73.399

1.690.972

39.010

21.999

1.751.981

Waddinxveen

31.342

3,3%

1.546.235

38.531

22.143

1.606.909

117.626

1.659.419

81.315

1.873.332

47.709

26.905

1.947.947

Zoeterwoude

9.302

1,4%

688.026

12.397

6.981

707.403

51.782

738.389

28.292

651.783

14.159

7.985

673.927

Zuidplas

45.794

5,0%

2.452.507

61.344

34.602

2.548.453

186.547

2.632.030

126.650

2.917.756

69.710

39.311

3.026.776

Eindtotaal

820.802

100%

51.764.222

1.164.227

656.540

53.584.989

3.922.422

55.553.361

2.520.800

58.074.161

1.249.449

704.603

60.028.216

De bovenstaande tabel is de verantwoording van de geïndexeerde gemeentelijke bijdrage per gemeente voor het begrotingjaar 2023. De meerjarige gemeentelijke bijdrage is verantwoord in bijlage 5.1. De afdracht vanuit de gemeentelijke bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland voor € 200.625 staat vermeld in bijlage 5.5.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 52

2.9.2 Rijksbijdragen De Rijksbijdrage vanuit de Brede Doeluitkering rampenbestrijding kent een eigen prijs- en looncompensatie systematiek welke gebaseerd is op de decemberbrief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Rijksbijdrage (BDUR)

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

Meerjarenramingen

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Meldkamer

-

-

-

-

-

-

Risico -en Crisisbeheersing

-

1.407

1.744

2.539

2.539

66

66

6.677

6.677

9.282

9.282

(bedragen x € 1.000,00)

2.233 Bevolkingszorg

-

67

66

Brandweerzorg

6.779

6.473

6.677

66 6.677 Rijksbijdrage (BDUR)

6.779

7.947

8.486 8.976

De Brede Doeluitkering rampenbestrijding bedraagt € 6.489.838, de financiële bijdrage aan de programmataak Bevolkingszorg van € 66.500 is in lijn gebracht met de salarislasten van de coördinerend functionaris Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing. Het resterende bedrag van € 6.423.338 is ten gunste van de Brandweerzorg begroot. De Rijks uitkering BDuR wordt structureel verhoogd met 1,4 miljoen in 2023 en deze verhoging loopt op to t 2,4 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomst gericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. De Rijksbijdrage bestaat naast de Brede Doeluitkering rampenbestrijding tevens uit een begrote USAR-bijdrage van € 50.000 ten behoeve van de programmataak Brandweerzorg.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 53

2.9.3 Overige bijdragen Subsidies en Overige baten (bedragen x € 1.000,00)

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

Meerjarenramingen

2022

2023

2024

2025/2027

-125

-125

-

-

-

-89

-

-

963 1.754

572 373

-551

-551

-324

-324

-

-

2.806

945

-1.000

-1.000

Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Directie & staf Bedrijfsvoering Subsidies en Overige bijdragen

De Overige bijdragen voor deze Programmabegroting 2024 bestaat uit onderstaande componenten: Brandweerzorg: De overige baten bestaan diverse bijdrage o.a. Bijdrage 25Kv Complete Lijn Uitschakeling voor een bedrag van € 342.000, Bijdrage Hoogteassistentie € 99.000 alsmede de begrote opbrengsten van het ROB voor € 50.000 Directie & Staf: De begrote baten hebben betrekking op diverse bijdragen o.a. bijdrage van derden voor € 74.000, verwachte uitkeringen op werknemersverzekeringen van € 100.000 en opbrengsten als gevolg van de detachering van eigen personeel voor € 150.000.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 54

2.10 Kosten van de overhead De Overhead van het programmaplan Fysiek Veiligheid bedraagt in totaal € 14.07.800,-. Realisatie 2022 48.277

Begroting 2023 48.520

Begroting in € 2024 55.590

2025 55.590

Meerjarenramingen 2026 55.590

2027 55.590

1.312 5.891 645 29.867

1.164 5.585 608 29.904

1.415 7.377 631 32.973

1.415 7.377 631 32.973

1.415 7.377 631 32.973

1.415 7.377 631 32.973

2.447 8.114

2.977 8.281

4.345 8.850

4.345 8.850

4.345 8.850

4.345 8.850

Overhead

13.446

12.700

14.075

14.075

14.075

14.075

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Gemeentelijke bijdrage Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing Rijksbijdrage (BDUR) Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing Overige bijdragen Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Directie & Staf Bedrijfsvoering

-61.167 -51.581 -1.127 -636 -49.819 -6.779

-61.070 -53.585 -1.164 -657 -51.764

-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -8.487 -66 -6.678 -1.744 -1.000 -125 -551 -324 -

-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -8.976 -66 -6.677 -2.233 -1.000 -125 -551 -324 -

-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -9.282 -66 -6.677 -2.539 -1.000 -125 -551 -324 -

-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -9.282 -66 -6.677 -2.539 -1.000 -125 -551 -324 -

150 -150 0

150 -150 0

150 -150 0

150 -150 0

Wat gaat het kosten (Overhead apart vermeld)? (bedragen x € 1.000,00)

LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Programmataken Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering

Heffing Vpb Onvoorzien Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves Onttrekking aan de reserves Geraamde resultaat

-2.806

-6.540 -67 -6.473 -1.407,0 -945 -945 -

556

150

-150 406

-150 0

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 55

De definitie van overhead omvat naast alle loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies, tevens de aan de PIOFACH-systemen gerelateerde ICT-kosten, PIOFACH gerelateerde huisvestingskosten, de uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. Dat betekent dat tot de bijbehorende kosten van onderstaande onderdelen tot de overhead worden gerekend en in dit overzicht moeten worden opgenomen: Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing: ■ Managementondersteuning primair proces Directie & Staf: ■ Juridische zaken ■ Bestuurszaken en bestuursondersteuning Bedrijfsvoering: ■ Financiën, toezicht en controle organisatie ■ Personeel en organisatie ■ Inkoop ■ Interne en externe communicatie ■ Informatievoorziening en automatisering PIOFACH ■ Facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging) ■ Documentaire informatievoorziening (DIV) De verdeling van de overhead naar programmataak wordt in onderstaande vermeld Overhead naar Programma taak

Realisatie

Begroting

Begroting

Meerjarenramingen

(bedragen in € 1.000,-)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Brandweerzorg

2.328

2.779

2.880

2.880

2.880

2.880

Risico -en Crisisbeheersing

627

664

647

647

647

647

Bevolkingszorg

95

68

106

106

106

106

-

-

-

-

-

-

Directie & staf

2.138

2.268

2.261

2.261

2.261

2.261

Bedrijfsvoering TOTAAL

8.259

6.922

8.181

8.181

8.181

8.181

13.446

12.700

14.075

14.075

14.075

14.075

Overhead percentage

22,7%

20,8%

20,2%

20,2%

20,2%

20,2%

Meldkamer

Het procentuele aandeel van Overhead in relatie tot de totale lasten daalt ten opzichte van de programmabegroting 2023 met 0,6% naar een niveau van 20,2% tot en met 2026.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 56

2.11 Heffing van de vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsorganisaties ingevoerd. Overheidsorganisaties zijn belastingplichtig voor zover er sprake is van een onderneming. Het effect is in de afgelopen jaren met ondersteuning van fiscaal specialisten in landelijke netwerkgroepen voor veiligheidsregio’s in kaart gebracht en afgestemd met de belastingdienst. Daaruit blijkt de VRHM op basis van de gegevens over 2016 niet als Vennootschapsbelasting plichtig wordt aangemerkt. Jaarlijks wordt onderzocht of er additionele activiteiten zijn verricht in het boekjaar die eventueel wel Vpb-plichtig zijn. Tot op heden is dat niet het geval.

2.12 Onvoorzien De Programmabegroting 2023 kent geen separate begrotingspost Onvoorzien

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 57

3 Paragrafen 3.1 Lokale heffingen Deze paragraaf is binnen de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden niet van toepassing in verband met de rechtstreekse bijdrage van de deelnemende gemeenten.

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering van de VRHM wensen wij beheersbaar te maken. Door inzicht in deze risico’s kan de organisatie in staat worden gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodanig dat de huidige risico’s en de toekomstige risico’s in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. De Veiligheidsdirectie van VRHM en het directieteam van Brandweer Hollands Midden staan voor de huidige beleidsplanperiode (VRHM 2024-2027) opnieuw voor de uitdaging om een goed beeld te vormen over de mate waarin VRHM de risico’s op het gebied van de interne beheersing van de organisatie onder controle heeft. Dit is ook een doelstelling van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027.

3.2.1 Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Algemene Reserve (bedragen x € 1.000,00)

Begroting 01-01- Dota 2023 tie

Onttrek king

Algemene Reserve

920

-

-

Totaal Algemene Reserve

920

-

-

Begroting Realis atie

-

31-122023

Meerjarenramingen

01-01- Dotat Onttrek 2024 ie king

31-122024

01-012025

+/ -

31-122025

01-012026

+/ -

31-122026

01-01- + / 2027 -

31-122027

920

920

-

-

920

920

-

920

920

-

920

920

-

920

920

920

-

-

920

920

-

920

920

-

920

920

-

920

De Algemene reserve wordt aangehouden ter dekking van specifieke risico’s en als buffer voor kleine financiële tekorten. Op grond van risicoinventarisatie is de “Nota Reserves 2020 -2023”door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 58

3.2.2 Inventarisatie van de risico’s Uit de inventarisatie zijn in totaal 3 risico’s in beeld gebracht, deze risico’s worden gaan zien als een potentieel substantieel risico. • Meerkosten die samenhangen met de taken van de veiligheidsregio (financieel risico ingeschat op € 400.000) •

Cyber- en digitale verstoringen (financieel risico ingeschat op € 0,25 - € 0,5 mln.) Een van de hedendaagse nieuwe risico’s wordt gevormd door cyber en digitale verstoringen. Tussen 2017-2021 hebben zich diverse cyberaanvallen en digitale verstoringen voorgedaan in Nederland. De afhankelijkheid van digitale systemen is zó groot geworden dat aantasting van deze systemen kan leiden tot een ontwrichting van de organisatie. Cyber-verstoringen hebben een forse impact op getroffen organisaties. Andere expertise is nodig, de dynamiek is anders in vergelijking met klassieke (niet-digitale) incidenten.

•

Eigen risico onverzekerbare aanspraken (personele) ongevallenverzekeringen (financieel risico ingeschat op € 0,5 - 1 mln.) Veiligheidsregio’s worden in toenemende mate geconfronteerd met beperkte verzekerbaarheid, dekking en sterk gestegen premies van ongevallenverzekeringen. Daarnaast is gebleken dat veiligheidsregio’s een aantal zaken niet verzekerd hebben, die sterk samenhangen met de werkzaamheden van met name het repressief personeel. Hierdoor sluiten de verwachtingen en de afhandeling van claims niet altijd op elkaar aan. De verzekering is immers vooral een afdekking van het risico van de werkgever in plaats van de aanspraak van de medewerker. Veiligheidsregio’s kunnen daarbij dus geconfronteerd worden met financiering van niet verzekerbare aanspraken indien wordt uitgegaan van de werkelijke schade (m.n. bij overlijden en blijvende invaliditeit), waarbij het inkomen van de benadeelde het uitgangspunt (‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’) vormt. Landelijk heeft dit bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker.

Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s) het Project ‘Risicomanagement & Verzekeringen’ gestart.

Voor de verzekerbare aanspraken is het de bedoeling om één collectieve ongevallenverzekering in te kopen. Voor wat betreft de onverzekerbare aanspraken wordt gekeken naar de mogelijkheid om deze in gezamenlijkheid te gaan dragen. Hiervoor zou een fonds kunnen worden opgericht, waaruit de onverzekerbare risico’s kunnen worden betaald.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 59

3.2.3 Beleid omtrent weerstandscapaciteit en de risico’s Weerstandscapaciteit

Realisatie 2022

2023

Begroting (in €) 2024

920 5.145 -

920 5.145 -

920 4.886 -

920 4.629 -

920 4.480 -

920 4.330 -

920

920

920

920

920

920

Voorlopig Begroting 2022 2023 1,00 1,00

Begroting 2024 1,00

Begroting (alle bedragen x € 1.000,00)

Algemene Reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Te bestemmen resultaat Onvoorzien Totaal Weerstandscapaciteit (1+4+5) Ratio Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen

(1) (2) (3) (4) (5)

Meerjarenramingen 2025

2026

2027

Meerjarenramingen 2025 2026

2027

1,00

1,00

1,00

Het weerstandsvermogen (artikel 11 BBV) is de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover VRHM beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De beschikbare weerstandscapaciteit van Veiligheidsregio Hollands Midden bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Deze bestaat uit de Algemene Reserve. Per ultimo 2021 bedroeg de Algemene Reserve € 920.000. Voorgesteld wordt deze stand voor de periode 2021-2023 als benodigde weerstandsvermogen, dus omvang van de Algemene Reserve, vast te stellen. Om te bepalen of de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds, en anderzijds de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit.

De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen: Huidige weerstandsvermogen Beschikbare weerstandcapaciteit = € 920.000 -------------------------------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit = € 920.000

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

= 1,00

Pagina 60

Waardering A B C D E F

Weerstandvermogen Ratio > 2.0 > 1.4 < 2.0 > 1.0 < 1.4 > 0.8 < 1.0 > 0.6 < 0.8 < 0.6

Betekenis Uits tekend Ruim voldoende Voldoende Ma tig Onvoldoende Ruim Onvoldoende

Waarderingstabel weerstandsvermogen (tabel ontwikkeld door NARIS/Universiteit Twente

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 61

Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,00)

01-012023

Begroting 2023 Dotat Onttrekking ie

31-122023

01-012024

Begroting 2024( in €) Dotatie Onttrekki ng

Meerjarenramingen 01-01+ / - 31-12-2026 2026

31-122024

01-01-2025

+/-

31-12-2025

-

-

95

01-012027

+/-

31-122027

Storting in reserve -

-

-

-

-

-

-

-

-

419

-

-108

311

311

-

-108

203

203

108

-

-

-

-

203

108

95

203

-

203

37

-

-

37

37

-

-

37

37

-

37

37

-

37

37

-

37

627

-

-

627

627

-

-

627

627

1.755

-

-150

1.605

1.605

-

-150

1.455

1.455

150

627

627

627

627

1.305

1.155

1.155

150

627

1.305

150

1.005

725

-

-

725

725

-

-

725

725

-

725

725

-

725

725

-

725

125

-

-

125

125

-

-

125

125

-

125

125

-

125

125

-

125

387

-

-

387

387

-

-

387

387

-

387

387

-

387

387

-

387

890

-

-

890

890

-

-

890

890

-

890

890

-

890

890

-

890

180

-

-

180

180

-

-

180

180

-

180

180

-

180

180

-

180

5.145

-

-258

4.887

4.886

-

-258

4.628

4.629

258

4.371

4.479

258

4.221

4.329

150

4.179

Samenwerken loont Multiteam/LCMS Flankerend beleid Reserve meldkamer Hollands Midden Reserve FLO Gouda Reserve FLO overgangsrecht Ontwikkel en Innovatiebudget Groot onderhoud 2e loopbaanbeleid

Totaal bestemmingsreserves

De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2021 – 2023” is nader door het Algemeen Bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 62

Voorzieningen Voorzieningen

Begroting 01-01- Dota Onttre 2023 tie kking

(bedragen x € 1.000,00)

31-122023

Begroting (in €) 01-01- Dot Onttre 2024 atie kking

31-122024

01-01- + / 2025 -

Meerjarenramingen 31-1201-01- + / 31-122025 2026 2026

01-01- + / 2027 -

31-122027

Schade-uitkering personeel -

250

-

-

745

-

250

250

-

-

745

745

-

-

250

250

-

250

250

-

250

250

-

250

745

745

745

745

745

6.183

6.183

5.596

5.596

56 7

745

6.723

58 8

745

6.723

54 0

7.718

7.718

7.178

7.178

6.591

6.591

Verlofsparen Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO) reparatie

7.468

-

193

7.468

995

193

Totaal voorzieningen

7.275

7.275

-

552

8.270

8.270

-

552

-

-

54 0

58 8

56 7

5.029

6.024

Voorziening FLO De voorziening FLO is in 2022 met € 561.000 toegenomen, voornamelijk als gevolg van de te verwachten salarisstijgingen. Bij de berekening van de voorziening zijn de salarisstijgingen uit het op 14 april 2023 definitief bekrachtigde Principeakkoord Cao Veiligheidsregio’s meegenomen. Na afkoop van het FLO-overgangsrecht door de gemeente Gouda, komen de lasten van deze regeling voor rekening van de Veiligheidsregio Hollands Midden. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen. Het financieel risico voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Leiden ligt niet bij de VRHM. Voor betreffende gemeenten is geen voorziening noodzakelijk in de jaarrekening van de VRHM. De jaarlijkse verplichtingen en bijdragen hiervan zijn in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De voorziening is berekend op basis van het Principeakkoord Reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel. De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op Voorlopige Jaarstukken 2022 VRHM dd20042023 Pagina 59 de bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR. De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij de berekening bekende Cao-loon. In dit geval is dit de Cao 2019-2020.

In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel. Voorziening Verlofsparen De nieuwgevormde voorziening voor verlofsparen ad € 745.000 heeft betrekking op het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers in 2022 is omgezet in spaarverlof. Met spaarverlof krijg je de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 63

Voorziening Schade-uitkering personeel In 2022 is €250.000 gedoteerd aan de nieuw te vormen voorziening schade-uitkering personeel. In 2022 is met een voormalig personeelslid een vaststellingsovereenkomst afgesloten vanwege schade aan de gezondheid van het voormalig personeelslid. 3.2.4 Kengetallen Kengetallen financiële positie

Netto schuldquote Netto Schuldquote (gecorrigeerd) Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

2024

28,96% 59,76%

44,10% 44,10%

39,30% 39,30%

-35,03% 35,03%

30,82% 30,82%

-41,46% 41,46%

6,75% 1,26%

5,40% -0,25%

5,44% 0,00%

5,69% 0,00%

5,97% 0,00%

5,92% 0,00%

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Meerjarenramingen 2025 2026

Pagina 64

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Beleidskader Meerjaren investerings Plan (MJIP) De VRHM is sterk afhankelijk van de inzet van haar huisvesting en materieel. Het is noodzakelijk om het risico van uitval te beperken door garanties en zekerheden in te bouwen. Eén van de zekerheden ontlenen wij aan het meerjarig in beeld brengen van onze investeringen. 2024

2025

2026

2027

MEERJAREN INVESTERINGPLAN

14.745.000

9.599.000

1.500.000

7.579.000

Nieuwbouw

7.200.000

4.075.000

1.500.000

1.500.000

Wagenpark (voertuigen)

6.003.000

700.000

-

4.749.000

Wagenpark (bepakking)

570.000

50.000

-

965.000

Persoonlijke Functionele Uitrusting (Ademlucht)

822.000

3.342.000

-

-

Overig Brandweerzorg

-

-

-

85.000

Persoonlijke Functionele Uitrusting (Communicatie)

-

1.432.000

-

280.000

150.000

-

-

-

ICT

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 65

3.4 Financiering

3.4.1 Algemeen De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan het Financieel Statuut. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: ■ Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s; ■ Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie; ■ Het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de renteopbrengsten. Het Financieel Statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de voorwaarden: ■ Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden; ■ Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen.

3.4.2 Kasgeldlimiet en Renterisiconorm Kasgeldlimiet Het renterisico van schulden (rentetypische looptijd korter dan 1 jaar) wordt uitgedrukt middels de bepaling van de kasgeldlimiet. De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar. In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000,00)

Omvang van de begroting per 01-01 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Toegestane kasgeldlimiet in €

Resultaat

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

61.220

69.665

8,20%

8,20%

61.355 8,20%

Meerjarenramingen x € 1.000,2025

2026

2027

70.154

70.460

70.460

8,20%

8,20%

8,20%

5.753

5.778

5.778

5.713 5.031

5.020

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 66

Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar). Uit de tabel blijkt dat wij binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijven. Dit monitoren wij blijvend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen. De komende jaren is er voldoende ruimte om de nieuwe en bestaande langlopende leningen af te lossen. Renterisiconorm

Voorlopig

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Exploitatiebegroting 01-01 Renterisiconorm % Renterisiconorm in €

61.355 20% 12.271

61.220 20% 12.244

69.665 20% 13.933

70.154 20% 14.031

70.460 20% 14.092

70.460 20% 14.092

Renteherzieningen Aflossingen bestaande leningen Aflossingen Meerjaren Investering Plan

-1.955 -1.955

20.106 463 20.569

1.544 1.101 2.645

1.553 1.526 3.079

1.563 2.064 3.627

1.348 2.601 3.949

14.226

-8.325

11.288

10.951

10.465

10.143

(bedragen x € 1.000,00)

Renterisico Ruimte onder de renterisiconorm

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 67

Meerjarenramingen x € 1.000,-

Stand der leningen en financieringspositie De leningenportefeuille dient ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting (nieuwbouw en renovatie) en vervanging van het wagenpark (vervanging) die tot en met 2025 fors te worden uitgebreid. Voorlopig

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

25.036 -1.955 23.081

23.081 -20.106 2.976

2.976 -1.544 1.432

1.432 -1.432 0

0 0

0 0

Meerjaren Investering Plan (bedragen x € 1.000,00) Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december

25.000 25.000

25.000 18.500 -463 43.037

43.037 7.000 -1.101 48.936

48.936 10.000 -1.526 57.410

57.410 11.500 -2.064 66.847

66.847 10.000 -2.601 74.246

Totaal overzicht geldleningen (bedragen x € 1.000,00) Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Aan te trekken leningen Stand per 31 december

25.036 -2 25.000 50.034

48.081 -20.569 18.500 46.013

46.013 -2.645 7.000 50.368

50.368 -2.958 10.000 57.410

57.410 -2.064 11.500 66.847

66.847 -2.601 10.000 74.246

Rente Bestaande leningen Gemiddelde rente% bestaande leningen Gemiddeld rente% Meerjaren Investering Plan

0,62% 0,00%

0,28% 0,21%

0,33% 0,37%

0,30% 0,38%

0,28% 0,39%

0,26% 0,42%

Stand van de geldleningen Leningenportefeuille per 01-01 (bedragen x € 1000,00) Bestaande leningen Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Stand per 31 december

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 68

Meerjarenramingen x € 1.000,-

3.4.3 Rentetoerekening De VRHM heeft alleen rentelasten en deze worden voor volledig toegerekend aan de programmataken. Het is duidelijk zichtbaar dat de komende jaren de druk op de begroting agv de rentekosten toeneemt. Gezien de laatste leningen die een verhoogd rentepercentage weergeven, is de verwachting dat de rente druk de komende jaren zal toenemen. Rentetoerekening

Voorlopig

Begroting

Begroting

(bedragen x € 1.000,00)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Externe rente lasten Externe rentebaten Saldo rentelasten en rente baten

254 254

1.159 1.159

513 513

663 663

813 813

963 963

Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0 254

1.159 1.159

513 513

663 663

813 813

963 963

-

-

-

-

-

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

254

1.159

513

663

813

963

Aan taakvelden toegerekende rente

-254

-1.159

-513

-663

-813

-963

-

-

-

-

-

-

Rente over Eigen vermogen Rente over Voorzieningen Rente over het Eigen vermogen en Voorzieningen

Renteresultaat op het taakveld Treasury

Meerjarenramingen x € 1.000,-

3.5 Bedrijfsvoering Zie paragraaf 2.1. ‘Programmaplan Fysieke Veiligheid’ waarin een nader uiteenzetting wordt gegeven van de doelen en prestaties die de VRHM binnen de primaire processen wil realiseren en paragraaf 2.8

3.6 Verbonden partijen Aan de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn geen partijen verbonden die vallen binnen de gestelde definities van bestuurlijk én financieel genoemde belangen zoals verwoord in de “Notitie Verbonden partijen” van de Commissie BBV.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 69

4 Financiele begroting (raming van de baten en lasten Programmaplan Fysieke Veiligheid Overzicht van baten en lasten Onderstaand het financiële overzicht van het Programmaplan Fysieke Veiligheid. Het overzicht geeft een totaal inzicht in de baten en lasten van het Programmaplan Fysieke Veiligheid inclusief Overhead, verdeelt naar de verschillende programmataken:

4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Wat gaat het kosten (Overhead apart vermeld)?

Realisatie

Begroting

Begroting in €

(bedragen x € 1.000,00)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Programmataken Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering

48.277

48.520

55.590

54.662

54.662

54.662

1.312

1.164

1.415

1.415

1.415

1.415

5.891 645 29.867

5.585 608 29.904

7.377 631 32.973

7.134 631 32.973

7.134 631 32.973

7.134 631 32.973

2.447 8.114

2.977 8.281

4.345 8.850

4.345 8.164

4.345 8.164

4.345 8.164

Overhead

13.446

12.700

14.075

14.075

14.075

14.075

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

-61.167

-61.070

-69.515

-70.004

-70.310

-70.310

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Meerjarenramingen

Pagina 70

Gemeentelijke bijdrage Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing

-51.581 -1.127 -636 -49.819

-60.028 -1.249 -705 -58.074

-60.028 -1.249 -705 -58.074

-60.028 -1.249 -705 -58.074

-60.028 -1.249 -705 -58.074

-

-

-

-

-6.540 -67 -6.473

-8.487 -66 -6.678

-8.976 -66 -6.677

-9.282 -66 -6.677

-9.282 -66 -6.677

-1.407,0

-1.744

-2.233

-2.539

-2.539

-945 -

-1.000 -125

-1.000 -125

-1.000 -125

-1.000 -125

-945 -

-551 -324 -

-551 -324 -

-551 -324 -

-551 -324 -

-

-

-

-

-

-

556

150

150

-1.267

-1.573

-1.573

-

-

-

-

-150 0

-258 1.525

-258 1.831

-258 1.831

-

Rijksbijdrage (BDUR) Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing

-6.779

Overige bijdragen Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Directie & Staf Bedrijfsvoering

-2.806

Heffing Vpb Onvoorzien Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves Onttrekking aan de reserves Geraamde resultaat

-53.585 -1.164 -657 -51.764

-150 406

-150 0

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 71

Toelichting De Veiligheidsregio Hollands Midden maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de bedragen die gemeenten krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. Het absolute niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding1, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd. De gemeentelijke bijdrage aan de Veiligheidsregio wordt bepaald aan de hand van ijkpuntscores op basis van het lokaal risicoprofiel ten behoeve van het taakgebied OOV, onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. Op basis van deze scores ontvangen gemeenten naar verhouding middelen uit het gemeentefonds voor OOV. Die verhouding (niet de absolute bedragen) wordt gebruikt om te bepalen welk deel van de regionale kosten een gemeente moet dragen. Ook voor het begrotingsjaar 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) bepalend. In de uitwerking van de begrotingen wordt dit als volgt toegepast: ▪ Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ▪ Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl.

Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). ▪ Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud gemeentefonds of herziening verdeelmodel van het gemeentefonds herijkt. Voor het opstellen van de ontwerp-Programmabegroting 2024 zijn de volgende financiële kaders toegepast: ➢

De Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2024. Jaarlijks opgesteld door de werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (WGFK). De toegekende prijsindexatie voor 2024 bedraagt 6,4% voor beloning werknemers en 9,0% voor netto materieel. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023. De kaderstelling voor 2024 is bij brief d.d. 17 november 2022 aangeboden aan de Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid:

1 Het gemeentefonds omvat uitkeringsformules per ‘cluster’ (taakgebieden). Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel

Brandweer en Rampenbestrijding en Overige Orde en Veiligheid (OOV). OOV betreft de taken in de sfeer van handhaving, toezicht en preventie (stads- en dorpswachten, criminaliteitspreventie, cameratoezicht, APV-handhaving, bijzondere wetten), beleids- en planvorming integrale veiligheid (beleidsformulering, regie veiligheidsprojecten), HALT-bureaus, veiligheidshuizen, dierenbescherming, opsporing en ruiming explosieven en overige beschermende maatregelen (zoals reddingswezen, strandbewaking, lijkschouwing).

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 72

• • •

de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2024: 3,9%; correctie T-2: +1,7%, correctie T-1: +0,8%, netto correctie: +2.5%; de toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt daarmee 6,4% voor beloning werknemers. Voor materieel: • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2024: 2,4%; • correctie T-2: +2,2%, correctie T-1: 4,4%, netto correctie: +6.6%; • de toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt daarmee 2,5% voor netto materieel. 2. In de systematiek van de WGFK wordt de indexering voor 2024 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2022 en 2023. De indexering voor 2024 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2022 (de grondslag voor de septembercirculaire 2022). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2024 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2022 met betrekking tot 2022 en 2023 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2024. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2024 betekent dit voor de VHRM een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023.

beloning werknemers netto materieel Index VRHM 2023

FKGR 6,4% 9,0%

aandeel in lasten 64,5% 35,5%

Index VRHM 2024 4,13% 3,20% 7,32%

Bovenstaande verhouding is gebaseerd op de economische kostencategorieën in de Programmabegroting VRHM 2023 voor 2024:

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 73

PB2023 MJR 2024

Ec. Cat.

Arbeid Salarissen en sociale lasten 34.559.324

1.1

Materieel Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goeden en diensten Inkomendoverdrachten

2.366.083 16.767.886 -80.000

3.2 3.5.1 3.8 4.3.x

Totaal

53.613.293

Verhouding Arbeid Materieel

bedragen procenten 34.559.324 64,5% 19.053.969 35,5%

Voor de GHOR (onderdeel van de begroting Hecht) betekent dit een gewogen indexering van 6,92% t.o.v. 2023, gebaseerd op een verhouding die Hecht hanteert van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het algemeen bestuur Hecht van 14 december 2022 is deze indexering vastgesteld. In de vergadering van het algemeen bestuur Hecht van 12 april 2023 zijn de uitgangspunten voor de begroting Hecht 2024 vastgesteld. ➢

De nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Per 1 januari 2023 is er een nieuwe verdeling van het gemeentefonds (GF). De nieuwe verdeling voor Brandweer & Rampenbestrijding sluit aan bij actuele kostenpatronen – herijkt op basis van realisatiecijfers 2017 – bevat minder verdeelmaatstaven en aangepaste gewichten per maatstaf. Dit heeft gevolgen voor de onderlinge verhouding van de bijdragen per gemeente aan de veiligheidsregio. Hierbij zijn er nadeel en voordeel gemeenten. Voor het totale budget van de veiligheidsregio heeft dit geen gevolgen. Dit blijft op hetzelfde bedrag van … euro. De bestuurlijke afspraak is dat gevolgen van een nieuwe verdeling in het gemeentefonds (a.g.v. groot onderhoud gemeentefonds of herziening verdeelmodel) worden verwerkt per nieuwe beleidsplanperiode. Dit is consequent met het besluit voor het aanpassen van de gemeentelijke bijdragen naar aanleiding van de voorgaande herverdeling van het gemeentefonds (aanpassing per beleidsplanperiode 2019). Aanpassing van de gemeentelijke bijdragen voor 2024 op basis van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 zorgt voor herverdeeleffecten. Dit is onderstaand per gemeente inzichtelijk gemaakt.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 74

Verschil herverdeling t.o.v. alleen indexering Brandweer en Meldkamer Bevolkings Totaal Gemeente Crisisbeheersing BrW HM Zorg VRHM Alphen aan den Rijn 5.556 -1.332 -595 3.628 Bodegraven-Reeuwijk -25.271 749 482 -24.040 Gouda 5.873 -891 -649 4.333 Hillegom 47.913 406 64 48.383 Kaag en Braasem -43.880 580 327 -42.973 Katwijk 11.650 -2.154 -1.106 8.391 Krimpenerwaard -209.734 -891 -451 -211.076 Leiden -119.965 -6.519 -3.369 -129.854 Leiderdorp 59.935 -1.463 -718 57.754 Lisse -56.729 -1.229 -587 -58.545 Nieuwkoop -33.887 369 159 -33.359 Noordwijk -102.556 616 307 -101.633 Oegstgeest 98.657 1.380 748 100.785 Teylingen 77.575 586 249 78.410 Voorschoten 108.087 -1.294 -671 106.122 Waddinxveen 132.598 6.358 3.141 142.097 Zoeterwoude -114.898 855 493 -113.549 Zuidplas 159.076 3.875 2.176 165.126 Totaal Hollands Midden 0 0 0 0 hogere bijdrage o.b.v. nieuwe verdeling GF lagere bijdrage o.b.v. nieuwe verdeling GF

➢

Het is noodzakelijk om, in verband met onvermijdelijke uitgaven, de gemeentelijke bijdragen te verhogen zodat het budget van de veiligheidsregio met € 2.5 mln. toeneemt. Dit zijn extra financiële middelen die nodig zijn om de huidige taakuitvoering van de veiligheidsregio in continuïteit te kunnen blijven uitvoeren. Op de eerste plaats uitgaven die reeds worden gedaan (op grond van een bestuursbesluit), maar waarvoor de dekking nog niet structureel geregeld is. Op de tweede plaats kosten die betrekking hebben op nieuwe regelgeving, waaraan ook de veiligheidsregio moet voldoen. Beide kwalificeren zich als autonoom en onvermijdelijk. Het gaat hierbij dus allereerst om het materialiseren van al eerder benoemde risico’s en eerder genomen besluiten waarvoor nu een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen noodzakelijk is, alsmede onontkoombare kosten. Het gaat hierbij om de volgende investeringen: a. verhoogde kosten meldkamer brandweer € 300.000 b. meer opleidingen brandweer € 500.000

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 75

c. informatieveiligheid (BIO2/VIV3) € 100.000 d. verhoogde huisvestingskosten door koop kazernes € 110.000 e. bluswatervoorziening € 187.000 (gemeentelijke dekking door minder kosten onderhoud brandkranen en nieuwe brandkranen) Het gaat om een bedrag van € 1.197.000 per jaar. Verder gaat het hierbij om nieuwe structurele kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving, branchestandaarden/-normeringen of landelijke afspraken. De veiligheidsregio is gehouden hieraan te voldoen. Het gaat hierbij om de volgende investeringen: a. rechtmatigheidsverantwoording € 150.000 b. beheer en onderhoud kazernes € 270.600 c. verduurzaming € 200.000 d. formatie 24-uurdienst brandweer € 503.200 e. informatieveiligheid (SOC4/CERT5) € 200.000 f. taakdifferentiatie PM Het gaat om een bedrag van € 1.323.800 per jaar, totaal € 2.520.800 per jaar. Een nadere toelichting van de verschillende posten wordt gegeven onder de betreffende programmataken. Door de uitloop van de vervangingsinvesteringen voor veel brandweermaterieel, was er in de afgelopen jaren een (incidentele) onderuitputting van de kapitaalslasten beschikbaar. Door de noodzakelijke vervanging van veel brandweermaterieel is deze onder uitputting niet meer beschikbaar als dekking van genoemde structurele investeringen. ➢

Geleidelijke opbouwende structurele toevoeging in de jaren 2023-2026 aan de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Op 26 augustus 2022 hebben het rijk en het Veiligheidsberaad 6 bestuurlijke afspraken gemaakt over versterking van de bovenregionale en landelijke crisisbeheersing. Voor het kunnen uitvoeren van deze bestuurlijke afspraken heeft het rijk extra financiële middelen beschikbaar gesteld die bestemd zijn voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van KCR2 7. De rijksbijdrage BDuR wordt structureel verhoogd met € 1,4 mln. in 2023 en deze verhoging loopt op tot € 2,5 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomstgericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de

2 BIO, Baseline Informatiebeveiliging Overheid 3 VIV, Voorschrift informatieverstrekking 4 Security Operations Center 5 Computer Emergency Response Team

1.1.1.1 6 Het Veiligheidsberaad bestaat uit de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s 7 KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk) is straks het samenwerkingsplatform dat Veiligheidsregio’s, Rijkspartners en betrokken crisispartners structureel ondersteunt en

versterkt op het vlak van informatiemanagement en coördinatie, in het bijzonder bij incidenten met een bovenregionaal en landelijk karakter.

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 76

informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijk geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio (brandweerzorg). VRHM ontvangt hiertoe in 2024 €1.743.641 (prognose). Verdeling extra BDuR-gelden per 2023, indicatie vanaf 2024 *)

%

Onderwerpen

Verdeelsleutel

50% Crisisbeheersing reguliere BDuR-gelden 28% Informatiepositie Regio pondspondsgewijs VRHM Informatiepositie Gezamenlijk 10% NIPV pondspondsgewijs 2% Rijk pondspondsgewijs 10% KCR2 (nieuwe entiteit) pondspondsgewijs Af te dragen 100% Totaal

2023 46.000.000 Bijdrage HM 3,8780% 23.000.000 891.949 12.880.000 515.200 35.880.000 1.407.149

2024 *) 57.000.000 Bijdrage HM

2025 *) 73.000.000 Bijdrage HM

2026 *) 83.000.000 Bijdrage HM

28.500.000 15.960.000 44.460.000

1.105.241 638.400 1.743.641

36.500.000 20.440.000 56.940.000

1.415.484 817.600 2.233.084

41.500.000 23.240.000 64.740.000

1.609.386 929.600 2.538.986

4.600.000 920.000 4.600.000 10.120.000

184.000 36.800 184.000 404.800

5.700.000 1.140.000 5.700.000 12.540.000

228.000 45.600 228.000 501.600

7.300.000 1.460.000 7.300.000 16.060.000

292.000 58.400 292.000 642.400

8.300.000 1.660.000 8.300.000 18.260.000

332.000 66.400 332.000 730.400

46.000.000

1.811.949

57.000.000

2.245.241

73.000.000

2.875.484

83.000.000

3.269.386

De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), het ministerie van JenV en het Veiligheidsberaad hebben gezamenlijk doelen aangegeven voor de bestemming van de extra financiële middelen: 1. Het toekomstgericht - in lijn met de contourennota - verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio's door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijkregio samenwerking en risico- en crisiscommunicatie; 2. Versterken informatiepositie en informatiesystemen a) De informatiepositie van de veiligheidsregio's te versterken en te waarborgen door het inrichten van gegarandeerde Veiligheids lnformatie Knooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio's in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. b) Tot slot is er voor de ontwikkeling en beheer van informatiesystemen een impuls nodig. Vanwege de verbinding tussen Regio's en Rijk en de behoefte om hier eenheid in te organiseren wordt dit gezamenlijk door de veiligheidsregio's en het Rijk georganiseerd. 3. Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio's en partners: KCR2 8.

8 KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk)

PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0

Pagina 77

4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden Een uniforme indeling van de programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie o.a. op basis van externe vergelijkbaarheid. Taakveld (bedragen x € 1.000,00) BATEN: FYSIEKE VEILIGHEID

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12796989/1