CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Peter Zuidlaan Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 14 februari 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Peter Zuidlaan19.279 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Peter Zuidlaan Waddinxveen

DATUM IMRO IDN

10-01-2024 NL.IMRO.0627.BPPeterZuidlaan-0401

PROJECT

Peter Zuidlaan - Waddinxveen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Waddinxveen 20221444

STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

6

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

7

1.4

De bij het plan behorende stukken

8

1.5

Leeswijzer

9

Huidige situatie

10

2.1

Omgeving

10

2.2

Ontsluiting

10

Hoofdstuk 3

Het plan

11

3.1

Gewenste situatie

11

3.2

Verkeer en parkeren

13

3.3

Laddertoets

17

Hoofdstuk 4

Beleidskader

20

4.1

Rijksbeleid

20

4.2

Provinciaal beleid

21

4.3

Regionaal beleid

27

4.4

Gemeentelijk beleid

28

Hoofdstuk 5

Water

35

5.1

Inleiding

35

5.2

Beleidskader rijk, provincie en gemeente

35

5.3

Beleid hoogheemraadschap van Rijnland

37

5.4

Waterhuishouding

38

Hoofdstuk 6

Omgevingsaspecten

42

6.1

Geluid

42

6.2

Luchtkwaliteit

45

6.3

Bedrijven en milieuzonering

47

6.4

Externe veiligheid

48

6.5

Bodem

53

Hoofdstuk 2

3/66

6.6

Archeologie

55

6.7

Ecologie

57

6.8

Conventionele explosieven

58

6.9

Milieueffectrapportage

60

Juridische regeling

62

7.1

Algemeen

62

7.2

Toelichting op de bestemming

62

Uitvoerbaarheid

64

8.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

8.2

Economische uitvoerbaarheid

65

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Bijlage 5

Stikstofmemo

Bijlage 6

AERIUS-berekening

Bijlage 7

Ontheffing Wnb

Bijlage 8

Activiteitenplan ecologie

Bijlage 9

Quickscan onplofbare oorlogsresten

Bijlage 10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e..-beoordeling

Bijlage 11

M.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 12

Nota van beantwoording Zienswijzen

4/66

Toelichting

5/66

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Waddinxveen heeft het voornemen om het gebied 'Peter Zuidlaan' te herontwikkelen naar een woonlocatie met maximaal 60 woningen met parkeervoorzieningen in de vorm van parkeerplaatsen en een maatschappelijke voorziening beoogd voor een kerkgemeenschap. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In de voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied maakt deel uit van de Verzetsheldenbuurt welke wordt begrensd door de Kerkweg-West, de Chopinlaan, de Willem de Zwijgerlaan en de spoorlijn Gouda-Alphen aan den Rijn. De locatie is ongeveer 1 hectare groot. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Waddinxveen.

6/66

Figuur 1.1 ligging plangebied (bron: Cyclomedia)

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' (vastgesteld 16-12-2015). Tevens geldt voor het gehele plangebied het paraplubestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren (vastgesteld 19-09-2018).

7/66

Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' met daarop in het blauw het plangebied weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Bebouwde Kom 2015' is het plangebied bestemd voor 'Maatschappelijk' en 'Verkeer'. Daarnaast ligt het plangebied in de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding'. Bestemming 'Maatschappelijk' De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor educatieve-, sociaal culturele- en sportvoorzieningen. Bestemming 'Verkeer' De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden met de daarbij behorende ongebouwde parkeervoorzieningen. Gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding' Rondom gasleidingen zijn zones opgenomen waarbinnen geen nieuwe functies gerealiseerd mogen worden ten behoeve van het verblijf van verminderd zelfredzame personen.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Peter Zuidlaan' met identificatienummer 'NL.IMRO.0627.BPPeterZuidlaan-0401' bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels.

8/66

De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan is na dit hoofdstuk als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied. Daarbij wordt ingegaan op de ruimtelijke en de functionele aspecten. Hoofdstuk 3 beschrijft de voorgenomen ontwikkeling en de uitgangspunten daarvan. De onderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ook in dit hoofdstuk opgenomen (paragraaf 3.3). Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid. Eventueel sectoraal beleid komt binnen de overige beleidskaders aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op het aspect water waarbij stil gestaan wordt bij het beleid maar ook de waterhuishouding in het voorliggend plan. Hoofdstuk 6 behandelt de milieu- en omgevingsaspecten, waaronder geluid, water, ecologie en archeologie en de vorm-vrije m.e.r beoordeling. In hoofdstuk 7 is vervolgens de planbeschrijving van dit bestemmingsplan opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op het juridisch systeem, de consequenties van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 en Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het bestemmingsplan en wordt nader ingegaan op de bestemmingen.

Tenslotte in Hoofdstuk 8 wordt in gegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan, waarin onder andere uitleg wordt gegeven over de te volgen planologische procedure, het exploitatieplan en op de financiële haalbaarheid.

9/66

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Omgeving

Het plangebied ligt ten noorden van het centrum van Waddinxveen. De aanwezige bebouwing - bestaande uit schoolgebouwen en een gymzaal - wordt gesloopt en de grond wordt bouwrijp gemaakt. Het plangebied ligt ingeklemd tussen: Willem de Zwijgerlaan (noorden) Het Jan van Bijnenpad (oosten) De Johannes Postlaan (zuiden) De Chopinlaan (westen) Het plangebied grenst direct ten oosten en zuiden aan bestaande bebouwing. De bebouwing bestaat uit apartementencomplexen. Van noord naar zuid loopt een sloot die een scheiding vormt tussen het plangebied en de Chopinlaan. In het midden van het plangebied loopt het Jan van Bijnenpad wat een doorgang geeft voor fietsers en voetgangers van de Chopinlaan naar de Peter Zuidlaan.

2.2

Ontsluiting

De kern Waddinxveen kent een goede bereikbaarheid door de ligging aan de provinciale N207 en de ligging nabij de A20 en A12. Daarnaast zijn er verschillende treinstations in de kern aanwezig. Het plangebied wordt zelf ontsloten via de Johannes Postlaan naar de Chopinlaan. Een uitgebreide toelichting van de ontsluiting vindt plaats in paragraaf 3.2 Verkeer en parkeren.

10/66

Hoofdstuk 3 3.1

Het plan

Gewenste situatie

Het gebied aan de Peter Zuidlaan moet worden herontwikkeld tot woongebied waar een afwisseling van appartementen en grondgebonden woningen komt te staan. Verder zal in het noordelijke deel ruimte worden gecreëerd voor een kerkgenootschap op de begane grond van een van de complexen. Verder zal het plangebied worden voorzien van half verharde parkeervakken om de bestaande parkeerdruk niet te verhogen. Om de ontsluiting van het plangebied te verbeteren zal er tevens een extra aansluiting op de Chopinlaan worden gemaakt. Binnen het plangebied is sprake van diverse bouwhoogtes. De laagbouwwoningen kennen een bouwhoogte van maximaal 5m en de appartementencomplexen kennen een maximale bouwhoogte van 18m. 3.1.1 Programma Het programma van Peter Zuidlaan bestaat uit de ontwikkeling van vier woonblokken waarin een variëteit aan woningen wordt gerealiseerd. Het programma bestaat uit appartementen en grondgebonden woningen. Er zijn zowel koop- als huurwoningen opgenomen in het programma. In totaal worden er maximaal 60 woningen gerealiseerd. In de onderstaande tabel is onderscheid gemaakt in het type, aantal en oppervlakte van de woningen. Tabel 3.1 Programma Woontype Appartementen huur midden Appartementen koop Grondgebonden woningen koop

Oppervlakten gbo ca. 70m² ca. 90m² - 155m² ca. 95m² - 135m²

Aantal maximaal 35 16 9

Maatschappelijk Kerkgenootschap

Oppervlakte gbo max. 400 m²

Aantal 1

11/66

Figuur 3.1: Indicatieve verkaveling (bron: gemeente Waddinxveen) Laagbouwwoningen In het programma is ruimte voor negen ruime bungalows. Zes hiervan komen aan de westzijde van de groene hof, drie ervan aan de zuidzijde. Deze bungalows hebben een volledig woonprogramma op de begane grond, inclusief twee slaapkamers, woonkamer / keuken en badkamer. De buitenruimte van de zes bungalows bevindt zich aan de Singelzijde aan de Chopinlaankant, van de drie bungalows grenst de buitenruimte aan de hof. Een groot deel van de woningen krijgen een opstelplaats voor de auto op eigen terrein. Appartementen In het oostenlijke deel van het plangebied wordt een appartementengebouw gerealiseerd met ca. 16 appartementen met een oppervlakte van ca. 90 – 110 m² en twee appartementen op de bovenste verdieping van ca. 155 m². Iedere laag bestaat uit vier appartementen rond een centrale kern met trappenhuis en lift. Alle appartementen hebben hun woonkamer aan de groene hof aan de westzijde van het gebouw. De bovenste verdieping ligt terug ten opzichte van de eronder gelegen verdiepingen, zodat er een ruim terras ontstaat voor de twee aanwezige

12/66

appartementen. Op de begane grond zijn bergingen en een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte gepland. De hoofdentree bevindt zich aan de Peter Zuidlaan, maar aan de zijde van de hof zit ook een nevenentree. Het gebouw wordt opgetrokken in een rode kleur metselwerk en voorzien van horizontale belijningen die doorlopen in de ruime balkons aan de hofzijde van het gebouw. Hier zorgen kolommen onder de terrassen voor verticale accenten in het gebouw. Appartementen en maatschappelijke voorziening In het noordelijke deel van het plangebied wordt een complex gerealiseerd met maximaal 35 huurappartementen van ca. 70 m² in de middenhuur en een begane grond met ruimtes die bedoeld zijn voor de Kerkelijke gemeenschap en een gemeenschappelijke ruimte. De Kerkelijke gemeenschap, de baptistengemeente Ichthus, zal de ruimtes gebruiken voor activiteiten buiten de kerkdiensten. De kerkdiensten blijven in het Anne Frank Centrum plaatsvinden. Het gebouw staat prominent aan de singel van de Chopinlaan, waar een nieuwe ontsluiting naar de Peter Zuidlaan is voorzien. Iedere laag bestaat uit een centrale kern met trappenhuis en een lift en acht gelijkvloerse appartementen. De bovenste verdieping is kleiner, zodat rondom een terras of loopzone ontstaat. Hier bevinden zich zes appartementen.

De appartementen krijgen een ruime, lichte en overzichtelijke entree aan het parkeerhof aan het Jan van Bijnenpad. De bergingen bevinden zich op de begane grond. De kerkzalen krijgen hun eigen entree. 3.1.2 Stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zijn een stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie bijlage 1 en 2). In het stedenbouwkundig plan wordt op basis van een analyse en de bouwopgave de nieuwe verkeersstructuur, verkaveling en bouwvolumes vastgelegd. Het beeldkwaliteitsplan bouwt hier op voort en beschrijft welke ruimtelijke kwaliteit behorende bij de ontwikkeling wordt nagestreefd. Dit is vastgelegd door middel van regels voor de architectuur van de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1 Algemeen Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het plangebied zal in de toekomstige situatie voor wegverkeer toegankelijk worden gemaakt via een nieuwe verbinding tussen de Chopinlaan en het Jan van Bijnenpad. Verder zal het plangebied toegankelijk blijven via de reeds bestaande verbinding tussen de Chopinlaan en de Johannes Postlaan.

13/66

De Chopinlaan is een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In noordelijke richting sluit de Chopinlaan aan op de Beethovenlaan. De Beethovenlaan, eveneens een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u sluit in oostelijke richting aan op de Juliana van Stolberglaan welke ook een gebiedsontsluitingsweg is met een maximum snelheid van 50 km/u. Van daar uit kan de N454 worden bereikt welke aan sluit op de A12. In zuidelijke richting sluit de Chopinlaan aan op de Esdoornlaan, eveneens een gebiedsontsluitingweg met een maximum snelheid van 50 km/u. Vanaf de Esdoornlaan kan via de Dreef, Beijerincklaan en de N457 worden bereikt, welke aansluit op de A12. Langzaam verkeer Langs de Chopinlaan zijn aan beide zijde van de rijbaan vrijliggende fiets- en voetpaden aanwezig. Ter hoogte van de aansluiting met de Kerkweg-West en de Beethovenlaan zijn voor voetgangers oversteekvoorzieningen aanwezig in de vorm van zebra's. Via de Chopinlaan wordt aangesloten op het fietsnetwerk van Waddinxveen. Het plangebied is daarmee goed per fiets ontsloten. Openbaar vervoer Op loopafstand van het plan zijn aan de Chopinlaan twee bushaltes aanwezig. Hier halteert buslijn 175. Hiermee kan onder meer Intercitystation Gouda worden bereikt. 3.2.2

Verkeersgeneratie

Het plan bestaat uit de realisatie van maximaal 60 woningen en een maatschapplijke voorziening in de vorm van een kerkgenootschap met een maximale grootte van 400 m² bvo. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers is conform het parkeerbeleid Waddinxveen een stedelijkheidsgraad van 'sterk stedelijk' aangehouden. Het gebiedstype is gedefinieerd als 'rest bebouwde kom'. Verder is bij het hanteren van de kencijfers het midden van de bandbreedte aangehouden. Woningen De verkeersgeneratie van de woningen komt uit op 313 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag en 348 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. De omrekenfactor voor het omrekenen van weekdag naar werkdag bedraagt 1,11 (publicatie CROW 381). Tabel 3.2 Toekomstige verkeersgeneratie wonnigen m² Aantal functie CROW 381 Appartementen huur midden

73

35

Appartementen koop

90 – 135 98

16

huur appartement midden/goedkoop koop appartement duur

9

koop huis vrijstaand

Grondgebonden woningen koop

14/66

Kencijfer week CROW 381 dag 3,6 126

werk dag 140

7,1

114

126

8,2

74

82

313

348

Kerkgenootschap De verkeersgeneratie van de maatschappelijke voorziening (kerkgenootschap) is bepaald door in eerste instantie de parkeerbehoefte van een kerk te bepalen. Dit is een worst-case inschatting. De daadwerkelijke invulling van deze voorziening heeft mogelijk een lagere verkeersgeneratie. Daarnaast is voor de kerk uitgegaan van een aantal uitgangspunten welke zijn gebaseerd op vergelijkbaar onderzoek naar de ontwikkeling van een kerk. In dit betreffende onderzoek besloeg de kerk een oppervlakte van 675 m² bvo, waarbij 150 bezoekers werden verwacht bij normale diensten en 250 bezoekers bij bijzondere diensten tijdens kerstmis of pasen. CROW publicatie 381 heeft parkeerkencijfers voor kerken die zijn bepaald per zitplaats. Het kencijfer heeft een bandbreedte tussen de 0,1 en 0,2 parkeerplaats per zitplaat. Er vanuit gaande dat 1 bezoeker 1 zitplaats bezet houdt, komt de parkeerbehoefte van een kerk met 150 tot 250 bezoekers uit op 30 tot 50 parkeerplaatsen. Uitgegaan wordt dat per kerkbezoek een parkeerplaats eenmaal gebruikt wordt. Dit komt neer op 1 aankomst en 1 vertrek per parkeerplaats, oftewel twee verkeersbewegingen per parkeerplaats. Uitgaande van 50 parkeerplaatsen, welke nodig zijn tijdens bijzondere diensten, betekent dit een verkeersgeneratie van 50*2= 100 verkeersbewegingen per dienst.

Uitgegaan wordt van 4 diensten per dag welke alleen in het weekend plaatsvinden (zaterdag en zondag). Dit komt neer op 100*4*2 = 800 verkeersbewegingen per week. Aangezien een week uit 7 dagen bestaat is de verkeersgeneratie van een kerk van 675 m² op een gemiddelde weekdag 800/7 = 115 verkeersbewegingen. De beoogde kerk uit onderhavig plan heeft een maximale oppervlakte van 400 m². De verkeersgeneratie van deze kerk kan berekend worden door de verkeergeneratie van een kerk van 675m² te vermenigvuldigen met een omrekenfactor van 0,59 (400m² / 675 m²). Deze komt daarmee uit op 0,59 * 115 = 67 verkeersbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. De verkeersgeneratie op een gemiddelde werkdag is in principe niet relevant voor een kerk omdat er tijdens werkdagen geen kerkdiensten zijn. Omdat het gebouw voor andere activiteiten dan kerkdiensten wordt gebruikt, is de verkeersgeneratie ook op werkdagen toegepast. Totale verkeersgeneratie De totale verkeersgeneratie van de woningen en de kerk bedraagt 381 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag en 415 op een gemiddelde werkdag (indien het kerkgenootschap ook doordeweeks wordt bezocht). Tabel 3.3 Totale toekomstige verkeersgeneratie Weekdag (mvt/etmaal) Woningen 313 Kerk 67 Totaal 381

15/66

Werkdag (mvt/etmaal) 348 67 415

3.2.3 Verkeerstoedeling Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer over het omliggende wegennet is gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Het plangebied wordt ontsloten op de Chopinlaan. Van daaruit verdeelt het verkeer zich evenredig in noordelijke en zuidelijke richting. In noordelijke richting gaat het verkeer via de Beethovenlaan en de Juliana van Stolberglaan in de richting van het zuiden. In zuidelijke richting rijdt het verkeer vervolgens in de richting van de Esdoornlaan en de Dreef om daarna via de Beijerincklaan in de richting van de aansluiting met de A12 te gaan.

Figuur 3.2 Verkeerstoedeling toekomstige situatie Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteiten op Chopinlaan het jaar 2030 ligt op circa 6.000 mvt/etmaal. 3.2.4 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de situatie op een gemiddelde werkdag maatgevend. Op werkdagen is het over het algemeen namelijk het drukst op de weg. De totale verkeersgeneratie op werkdagen ligt op 415 mvt/etmaal. In het drukste uur is de verkeersgeneratie 10% van de totale etmaalwaarde en bedraagt dan circa 42 mvt/uur. Dat komt neer op ongeveer één auto per 2 minuten die de Chopinlaan op rijdt. Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig is bekend dat een gebiedsontsluitingsweg met de vormgeving van de Chopinlaan een capaciteit heeft van maximaal 10.000 mvt/etmaal. Omdat de verkeersintensiteit van de Chopinlaan circa 6.000 mvt/etmaal bedraagt, kan gesteld worden dat de Chopinlaan de toevoeging van het plan vlot en veilig kan verwerken.

16/66

3.2.5 Parkeren In totaal moeten er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd om te voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Te allen tijde dient in de minimale parkeerbehoefte te worden voorzien in het plangebied. Dit is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan (zie artikel 12.1 van de planregels). De exacte invulling van de parkeerplaatsen wordt uitgewerkt in de verdere ontwerpfase van het project. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren staan de planontwikkeling niet in de weg.

3.3

Laddertoets

Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen of een functiewijziging vanaf 500 m² bvo. Het geldende bestemmingplan is vertrekpunt in de boordeling of iets een stedelijke ontwikkeling is. Toetsing stedelijke ontwikkeling Het programma betreft maximaal 60 woningen, waarvan circa 50% middeldure huur, 50% goedkope tot middeldure koop. Er wordt ook maximaal 400m² maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. Woningbouw in de beoogde omvang (maximaal 60 woningen) wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De beoogde maatschappelijke voorziening betreft geen stedelijke ontwikkeling omdat er geen sprake is van een toename.

In het huidige bestemmingsplan is namelijk al sprake van een maatschappelijke bestemming De locatie is een herontwikkelingslocatie, namelijk bouwen binnen bestaand stedelijk gebied, en voldoet hiermee aan de voorkeursvolgorde. Een voormalig schoolterrein en gymzalen worden getransformeerd naar een woongebied. Hierna wordt de behoefte beschreven. Beschrijving woningbehoefte Provinciale woningbehoefteraming Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de regio Midden-Holland behoefte is aan ruim 14.500 woningen. Bovendien zijn 22.150 woningen nog niet regionaal toegedeeld. De nieuwe raming komt hoger uit dan die uit 2019, wat betekent dat er in de gemeente Waddinxveen ook meer woningen nodig zijn.

17/66

Figuur 3.3 Woningbehoefteraming 2019 (bron: Provincie Zuid-Holland) en gewenste Woningvoorraadtoename regio Rotterdam (bron: WBR 2021) Waddinxveen wil in de behoefte voorzien en daarnaast bouwen voor de regionale groei en gaat daarom uit van een programma van circa 4.250 woningen tot 2030. Dit betekent dat gemiddeld ruim 200 woningen per jaar worden gerealiseerd. De Regionale Realisatieagenda (ook wel 'Woondeal regio Midden-Holland') Om de druk op de woningmarkt te verminderen, hebben provincie Zuid-Holland en het Rijk in oktober 2022 samenwerkingsafspraken gemaakt over het bouwen van 235.000 woningen in Zuid-Holland in de periode 2022 t/m 2030. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland. Daarin is opgenomen dat in de periode 2022 t/m 2030 circa 20.000 nieuwbouwwoningen moeten worden toegevoegd. Regionale afstemming De woningbehoefte en het woningbouwprogramma zijn in regionaal verband afgestemd. Hier wordt in paragraaf 4.2.1 op ingegaan. De bouwplannen zijn regionaal afgestemd met de werkgroep Regionale Agenda Wonen (Midden-Holland) en opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden Holland 2023.

Als uitwerking van de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland geeft de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) inzicht in de actuele woningbouwplannen met 10 en meer nieuwbouwwoningen van de gemeenten in de regio Midden-Holland.

18/66

In de regio heeft afstemming plaatsgevonden over de woningbouwaantallen. In de recente RPW 2023 gaat het voor de Peter Zuidlaan om 55 woningen. De regio-gemeenten hebben ingestemd met de woningaantallen genoemd in de RPW 2023 die ook is aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland is akkoord gegaan met de RPW 2023. Na akkoord is voor de plannen de eerste stap van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve woningbehoefte is in de gemeentelijke woonzorgvisie beschreven. Hier is in paragraaf 4.4 op ingegaan. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren. Conclusie Er is in Waddinxveen een grote woningbehoefte. Het project geeft hier mede invulling aan. Met de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland 2023 - waar dit project in is opgenomen - is ingestemd, en heeft daarmee de ladder van de duurzame verstedelijking doorlopen.

19/66

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang worden bekeken. De opgaven grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Hierbij is Nederland opgedeeld in verschillende gebieden. Het plangebied is gelegen in het landsdeel Zuidwest (Zuid-Holland en Zeeland). Dit bestaat uit de hoogdynamische Zuidvleugel en een laagdynamische Groene Hart en Zuidwestelijke Delta. Het landsdeel wordt gekarakteriseerd door een internationaal transportknooppunt, met goederenstromen vanuit de havens en industrieclusters van Rotterdam en de North Sea Port en producten vanuit de land- en tuinbouw die de hele wereld over gaan. Karakteristieke landschappen van internationaal belang zoals de Zuidwestelijke Delta en het Groene Hart. Waterrijke landschappen waar productie voor de wereldmarkt, hoge natuurlijke en recreatieve waarden en cultuurhistorische iconen samengaan. Een hoogdynamisch stedelijk gebied in de Zuidvleugel dat zich ontwikkelt rond de kennisas en anderzijds een geheel eigen hoogwaardige vorm van stedelijkheid in de Delta. De grensoverschrijdende samenhang met Vlaanderen is van groot belang. 2. De NOVI-gebieden.

20/66

Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Toetsing Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt zoals opgenomen in de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Bij de zogenoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking' dient voor een stedelijke ontwikkeling de behoefte te worden beschreven.

Voor locaties buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte wordt voorzien. In paragraaf 3.3 is de verantwoording aan de ladder duurzame verstedelijking opgenomen. In deze toelichting van dit bestemmingsplan wordt verder gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

4.2

Provinciaal beleid

De Provinciale Staten van Zuid-Holland heeft op 20 februari 2019 de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld en de laatste wijzigingen zijn in 2022 doorgevoerd. In het omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een omgevingsvisie en omgevingsverordening. Hieronder wordt nader ingegaan op de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Geconsolideerde versie april 2023 De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer, energie, landschap en bodem en water. Zuid-Holland staat voor de opgave om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren en om de woningvoorraad te verduurzamen. Opgaven die in Zuid-Holland om ingrijpende keuzes vragen. Daarvoor zijn sturende ruimtelijke concepten nodig. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. De metropolitane ontwikkeling moet op die manier vorm krijgen. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het economisch potentieel kan beter benut

21/66

worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropool. Het leef- en vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Opgaven omgevingskwaliteit Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen werkt de provincie vanuit de zes vernieuwingsambities en vanuit opgaven in het gebied. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werken we vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die we van provinciaal belang achten. Ten aanzien van wonen heeft de provincie de opgaven 'Wonen' en 'Ruimte en verstedelijking' opgesteld. Onderstaande beleidskeuzes zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer.

De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. In paragraaf 4.1.3 wordt hierop nader ingegaan. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving.

Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de rijksladder. Uitgangspunt van de ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Risico's van klimaatverandering De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige

22/66

neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving. In de omgevingsvisie is vastgelegd dat de provincie ernaar streeft om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen betrokken partijen de uitkomsten uit de klimaatstresstesten expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze en inrichting van het gebied. Dit geldt voor alle risico's die gepaard gaan met klimaatverandering (in ieder geval wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, en droogte). Deze risico's hebben naast lokale ook regionale aspecten. Toetsing aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland Voorliggende ont wikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 60 woningen in bestaand bebouwd gebied in de kern van Waddinxveen. Het plan voorziet in de herontwikkeling van dit bestaande bebouwde gebied. In paragraaf 3.3 wordt de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Daaruit blijkt dat er behoefte is en dat de voorgenomen ontwikkeling passend is. Tevens wordt in de ontwikkeling rekening gehouden met voldoende groen en parkeerplaatsen.

De ruimtevraag voldoet aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan lucht, geluid, externe veiligheid, bodem en klimaatverandering (zie hiervoor ook hoofdstuk 6). 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Geconsolideerde versie april 2023 De omgevingsverordening gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen voor de fysieke leefomgeving. Deze regels werken door in ruimtelijke (bestemmings)plannen. Voor dit plan zijn de volgende artikelen van belang: Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze.

De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er

23/66

sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als opgenomen in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d, 6.9e, 6.9f en 6.9g, zijn van toepassing, tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 6.9e, in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren.

Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij i. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; ii. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden

24/66

rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Toetsing aan artikel 6.9 Ruimtelijke Kwaliteit uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland Met het planvoornemen worden maximaal 60 woningen, 89 parkeerplaatsen waarvan 12 privé en een maatschappelijke voorziening ten behoeve van een kerkgenootschap gerealiseerd. Met het bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij ter plaatse wordt voorzien in ruimtelijke kwaliteit op basis van het stedenbouwkundig plan. Met de ontwikkeling vindt dan ook een inpassing plaats waarbij de nieuwe woningen aansluiten op de stedenbouwkundige identiteit en structuur van het gebied. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.

Artikel 6.10a Dichtheid en verscheidenheid woningbouw 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt buiten bestaand stads- en dorpsgebied, houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving. 2. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw.

25/66

Artikel 6.10c Parkeernorm stationsomgevingen 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd op kaart 22 in bijlage II, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland In het voorliggende geval wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Hiervoor is in paragraaf 3.3 een ladderonderbouwing opgenomen waarin de behoefte is beschreven. Daarnaast betreft het een binnenstedelijke ontwikkeling en is de ontwikkeling kleiner dan 3 ha. De locatie bevindt zich verder binnen de aanduiding stationsgebied waarvoor op basis van het provinciaal beleid een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning gehanteerd kan worden. In het voorliggend geval wordt aangesloten op de gemeentelijke parkeernormen. Daarnaast houdt de ontwikkeling rekening met de gevolgen voor de bereikbaarheid. Dit is in paragraaf 2.2 onderbouwd.

Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. Artikel 6.27a risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing In de herontwikkeling van het gebied is rekening gehouden met de gevolgen voor klimaatverandering. Zo is er bijvoorbeeld gekozen om alle parkeervakken binnen het plangebied halfverhard te maken. Verder dienen nieuwe plannen gehoord te geven aan de moties zoals beschreven in paragraaf 4.4.2. Door uitvoering van deze moties in het ontwerp, krijg het plangebied voor ieder huishouden een boom en is waar mogelijk gekozen voor groen in plaats van stenen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat risico's ten aanzien van klimaatverandering worden beperkt/gereduceerd.

26/66

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (Partiële Herziening 2020) De Greenport regio Boskoop heeft een echte centrumpositie in Nederland. Om die positie te kunnen vasthouden en uitbouwen, is met overtuiging gekozen voor ontwikkeling van de Greenport regio Boskoop. Om gestalte hieraan te geven is in opdracht van de toenmalige gemeente Boskoop, mede namens de gemeenten Reeuwijk, Rijnwoude en Waddinxveen, in 2011 de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (hierna: ISV) opgeleverd. De ambitie die in deze Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (ISV) is verwoord, ligt in het ontwikkelen van een sterke, duurzame en beleefbare Greenport in een leefbare omgeving. Een sterke Greenport wordt bereikt door de centrumfunctie te versterken, de eigen identiteit te versterken en door een betrouwbare bereikbaarheid te waarborgen. Kernbegrippen zijn compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. De duurzame Greenport ontstaat allereerst door efficiënt ruimtegebruik, bundelen, concentreren en herstructureren. Ook moet de wateropgave structureel geregeld worden, met duurzaam waterbeheer en voldoende zoet watervoorziening. De beleefbare Greenport richt zich op het verkrijgen van meer uitstraling. Een Greenport die aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers van het Groene Hart.

Op die manier vormt de Greenport een schakel tussen de stedelijke gebieden en het open veenweidegebied. Het gaat ook om een Greenport die herkenbaar is als economisch centrum van de boomsierteelt, zichtbaar vanaf de hoofdinfrastructuur De leefbaarheid van de omgeving wordt vergroot door verkeersoverlast te voorkomen, mede dankzij de voorgenomen infrastructurele verbeteringen. Ook de woonfunctie kan versterkt worden met de ontwikkeling van de Greenport.

27/66

Figuur 4.1 Uitsnede Visie kaart Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop Partiële herziening 2020 Toetsing aan de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de woonfunctie nabij het centrum van Waddinxveen versterkt. De ontwikkeling draagt bij een sterke greenport door het plangebied te herontwikkelen naar woningbouw en maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor krijgt het gebied een nieuwe stedelijke invulling. Hiermee wordt de leefbaarheid in de omgeving versterkt. Gelet hierop wordt dan ook gesteld dat het project aansluit op de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. De omgevingsvisie is de opvolger van de Structuurvisie Waddinxveen 2030. Met de omgevingsvisie wordt vooruitgelopen op de toekomstige Omgevingswet. Onder deze wet wordt de omgevingsvisie een (verplicht) gemeentelijk instrument. In de omgevingsvisie wordt de koers uitgezet voor de toekomst, gericht op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is daarbij de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven.

28/66

De gemeente wil voorzien in een gevarieerd woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De woningvoorraad heeft dan ook een evenwichtige verdeling van sociale huur, middenhuur en koopwoningen die op de lokale en regionale vraag worden afgestemd. De gemeente streeft zoveel mogelijk naar versterking van ov-knooppunten, bijvoorbeeld met nieuwe of vernieuwde woningbouwlocaties in de nabijheid van ov-haltes. Op de integrale kaart van de omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als 'woonkern' en 'potentiële woningbouwlocatie' (zie blauwe pijl op figuur 4.2).

Figuur 4.2 Uitsnede integrale kaart Omgevingsvisie (bron: gemeente Waddinxveen) Toetsing aan de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De beoogde herontwikkeling binnen het plangebied is in lijn met de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050. Het plangebied is namelijk aangemerkt als een potentiële woningbouwlocatie. Tevens levert de ontwikkeling een bijdrage aan de gewenste gedifferentieerde woonmilieus. 4.4.2 Moties Motie "Voor elk huishouden een boom" De gemeenteraad van Waddinxveen heeft in 2019 een motie aangenomen waarin kortweg de ambitie is uitgesproken om voor iedere nieuw gebouwde woning een boom te planten in de gemeente Waddinxveen. Deze ambitie geldt ook voor het plan aan de Peter Zuidlaan. Aangezien het plangebied voorheen geen woningen telde, komt het aantal nieuwe bomen neer op minimaal 60 bomen voor het plangebied. Deze bomen zullen verdeeld over de gemeente worden gepland.

29/66

Motie "Groen in plaats van stenen" Verder heeft de gemeenteraad van Waddinxveen in 2022 een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht om nog goed te keuren bestemmingsplannen voor gebiedsontwikkeling te toetsen op het percentage van verharding van tuinen waarbij het streven is naar 50% maximale verharding. Om deze reden is in artikel 6.3.2 hiervoor een regel opgenomen. 4.4.3

Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 en het uitvoeringsprogramma

4.4.3.1 Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 De Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 is een nadere uitwerking - een programma - van het thema 'Wonen' van de Omgevingsvisie. De woonzorgvisie is tot stand gekomen met de verschillende stakeholders op het gebied van wonen. De woonzorgvisie gaat in op de duurzame huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om de vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen zodat iedereen die dat wil prettig kan wonen in Waddinxveen. Om dit doel te realiseren is de woonzorgvisie opgebouwd uit vier pijlers. De eerste pijler is beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze pijler gaat over passende huisvesting voor diverse doelgroepen. De tweede pijler gaat over wonen, zorg en welzijn. Een belangrijk thema is duurzaamheid, daarom gaat de derde pijler over dit thema. De vierde pijler gaat ten slotte over leefbaarheid. Het gaat hier zowel over de woningen zelf als over de woonomgeving. Naast de pijlers wordt er in het uitvoeringsprogramma, wat bij de woonzorgvisie hoort, ingegaan op het gewenste woningbouwprogramma voor Waddinxveen en de manier waarop de gemeente met 'partners in wonen' samenwerkt.

Hieronder volgt een uiteenzetting van de pijlers uit het uitvoeringsprogramma: Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid: De gemeente blijft doorgaan met het bouwen van voldoende, passende en kwalitatieve woningen die passend bij het dorp. Hierbij geeft de gemeente prioriteit aan betaalbare (huur)woningen en levensloopgeschikte woningen in alle wijken, waarbij gefocust wordt op nieuwbouwwoningen die de doorstroming binnen Waddinxveen bevorderen: middeldure huurwoningen conform de Verordening middenhuurwoningen Waddinxveen, betaalbare koopwoningen en appartementen. Verder wordt met de specifieke wensen van de verschillende doelgroepen zoals arbeidsmigranten, statushouders, woonwagenbewoners, jongeren, starters, woningenzoekenden met een sociaal inkomen, middeninkomens en ouderen rekening gehouden. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn: Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuw. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholen staat hierbij voorop.

Pijler 3: Duurzaamheid: Duurzaamheid wordt in de 'Koers naar Duurzaam Waddinxveen' uitgewerkt in vier transities, namelijk: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit. Deze vier transities moeten in zowel bestaande als nieuwbouw doorgevoerd worden. Het buurtcluster Peter Zuidlaan is een van de clusters waar gestart gaat worden met de transities. Pijler 4 Leefbaarheid: Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed, maar in sommige wijken staat dit onder druk. Doel is om de leefbaarheid te behouden en op wijk- en

30/66

buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is. Hierbij staan de kwaliteit van de buitenruimte, gezondheid en sociale cohesie en veilligheid centraal. Toetsing aan de Woonzorgvisie en het uitvoeringsprogramma Peter Zuidlaan is opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2023-2027 met indicatief 55 woningen (zie onderstaande figuur).

Figuur 4.3 Overzicht woningbouwplannen Waddinxveen 2022-2030 (Bron: Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie Waddinxveen 2023-2027) In het uitvoeringsprogramma is voor Peter Zuidlaan de onderstaande verdeling van woningsegmenten opgenomen. Deze verdeling wijkt af van het gemeentelijke programma (30% sociale huur). Hierbij is van belang dat de gemeenteraad begin 2022 een afwijking op het gemeentelijke programma heeft vastgesteld zodat het CPO deel (zuidelijk plandeel) uitsluitend uit Duur bestaat en het Woonpartners deel (noordelijk plandeel) uit middenhuur. De reden hiervoor is met name dat het aandeel sociaal in de omgeving zeer groot is zodat er naar een beter evenwicht binnen het gebied is gezocht door minder sociaal te realiseren.

Figuur 4.4 Woningbouwplannen, besluitvorming niet-conform Woonvisie 2018-2022. Peildatum: maart 2023

31/66

4.4.4 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan acht beleidskaders om de ambities te realiseren. Zowel de beleidskaders als de maatregelen om de knelpunten te reduceren hebben als doel om de mobiliteitsambities te realiseren. De beleidskaders worden gebruikt in het integrale afwegingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Toetsing aan het Mobiliteitsplan Deze ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van het Mobiliteitsplan.

Daarnaast wordt bij de herinrichting van de wegen rondom de bebouwing aangesloten op het Mobiliteitsplan. 4.4.5 Parkeerbeleid Op 9 juli 2014 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'sterk stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'centrum', 'schil centrum', 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied', waarin per locatie de bandbreedte wordt bepaald. Toetsing aan het Parkeerbeleid Voor de toetsing aan het parkeerbeleid wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

32/66

4.4.6 Koers naar Duurzaam Waddinxveen Deze ‘Koers naar Duurzaam Waddinxveen’ is gebaseerd op de concept omgevingsvisie. Het ontwerp Omgevingsvisie Waddixveen 2050 heeft tot en met 18 mei 2022 ter inzage gelegen. De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 dient door de gemeenteraad nog te worden vastgesteld. De thema’s in de omgevingsvisie gaan over de vier veranderingen van deze duurzaamheidskoers. Deze duurzaamheidskoers is daarom ook te beschouwen als een nadere uitwerking van de omgevingsvisie. De duurzaamheidskoers brengt de omgevingsvisie, het beleid op het gebied van sociaal domein en diverse plannen en projecten op het gebied van duurzaamheid bij elkaar. Een kompas voor de toekomst identificeert vier transities In de eerste plaats biedt het koersdocument in een duurzaamheidskompas voor de toekomst. Met behulp van het kompas maakt de gemeente een korte analyse van de huidige situatie. Er worden vier noodzakelijke veranderingen (transities) inzichtelijk gemaakt. Dit zijn de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit. Dit zijn ook de wettelijk en (inter)nationale bepaalde doelen.

Een missie op de toekomst: circulair en groen Waddinxveen met schone energie De gemeente Waddinxveen wordt uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie waarbij de gemeente gelijktijdig blijft doorwerken aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 is de gemeente op de helft van deze opgave en transitie. Koersdocument beschrijft de puzzel Het koersdocument beschrijft wat gedaan moet worden. Bijvoorbeeld: 2000 woningen aardgasvrij in 2030 omdat dat bijdraagt aan de CO2-reductiedoelstellingen van de energietransitie. Het koersdocument draagt geen ‘voorgeschreven’ inhoudelijke oplossingen aan. Hoe de CO2 terug (gaan) brengen, wordt (nader) uitgewerkt in onderliggende analyses zoals de Transitievisie Warmte (TVW) en de Regionale Energiestrategie. Koersdocument nodigt iedereen uit om bij te dragen Het koersdocument biedt de puzzelstukjes die ingevuld moeten worden door iedereen in de samenleving. Bij de te behalen resultaten geeft de gemeente aan welke bijdrage gemeente Waddinxveen zelf gaat leveren en wat de gemeente daarin nog te doen heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13743391/1