CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bijlage Kaderdocument inkoop jeugd en Wmo 2025 versie mei

Besluitvormende raadsvergadering 11 oktober 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Raadsbesluit regionaal inkoopkader Jeugdhulp en Wmo23.355 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het goed organiseren van hulp en ondersteuning voor inwoners met de meest complexe problemen vraagt aandacht. We zien dat mede door de toenemende druk van wachtlijsten, personeelstekorten en ziekteverzuim juist die inwoners in de knel komen, die de hulp het hardst nodig hebben. Dit zijn veelal inwoners met een complexe hulp- en ondersteuningsbehoefte. Er gaan bovendien landelijk vaker stemmen op om jeugdigen en gezinnen met een jeugdbeschermingsmaatregel voorrang te kunnen geven. Ook inwoners die moeite hebben hulp te vragen, de vraag goed te verwoorden of niet de juiste wegen kennen, worden hier bedoeld. Juist voor die groep die het echt nodig heeft en het zelf niet kan regelen, is het van belang dat de zorg beschikbaar en toegankelijk is. Dit uitgangspunt betekent niet dat minder complexe situaties geen hulp en ondersteuning verdienen. Het vraagt een kritische blik aan de voorkant om in te schatten of de problematiek hoort bij het gewone leven of dat maatwerk noodzakelijk is om de gestelde doelen te behalen.

Britt, A., Kwakernaak, M., de Meere, F. et al. (2022). Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis. Verwey Jonker, Utrecht.

16

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Voor inwoners die dit het meest nodig hebben is hulp en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk. • De vijf gemeenten voorkomen dat maatwerkvoorzieningen vooral ingezet worden voor de lichte vormen van hulp en ondersteuning, waar vrij-toegankelijke voorzieningen een passend alternatief zijn. • De vijf gemeenten voorkomen dat inwoners onnodig lang gebruik maken van hulp en ondersteuning, terwijl zij eerder kunnen uitstromen. • De vijf gemeenten voorkomen dat inwoners onnodig te intensief gebruik maken van hulp en ondersteuning, terwijl eerder kan worden afgeschaald in intensiteit of vergelijkbare lichtere diensten.

Hulp en ondersteuning gericht op duurzaam om kunnen gaan met de situatie Binnen het concept positieve gezondheid wordt gezondheid beschouwd als het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan. Leren omgaan met de situatie verlegt de focus van het opheffen van gedragsproblemen, een beperking of een handicap, naar aandacht voor de vaardigheid van de inwoner om met die situatie om te gaan. Het resultaat van hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdwet of Wmo is daarmee niet puur gericht op het ‘opheffen’ van handicaps, stoornissen of beperkingen. Uiteindelijk gaat het om het bieden van effectieve hulp en ondersteuning, waarmee de inwoner zoveel mogelijk zelfstandig (met het eigen netwerk) verder kan. Essentiele kenmerken van de hulp en ondersteuning: • Integraliteit van hulp en ondersteuning: In veel gevallen spelen er ook andere (aanpalende) ondersteuningsvragen. Het is van belang te komen tot een samenhangende aanpak. • Hulp bieden in de leefomgeving van de inwoner: Het bieden van hulp in de leefomgeving van de inwoner (ambulantisering) is een beweging die in Midden-Holland in gang is gezet. Juist omdat het in de eigen omgeving (met de hulp en ondersteuning) beter zou moeten gaan, maar ook om ‘zo gewoon thuis mogelijk’ te kunnen blijven wonen.

• Hulp en ondersteuning is cultuur-sensitief: De effectiviteit van de hulp en ondersteuning neemt toe als deze aansluiten bij de achtergrond, vaardigheden en mogelijkheden van de inwoner. In het belang van de inwoner gaat het om gelijke toegang tot passende zorg, het gevoel te worden begrepen en dat er rekening wordt gehouden met de achtergrond van de inwoner, waarbij de ondersteuningsvraag passend wordt beantwoord en doelen worden behaald. • Doen wat werkt: Er is op dit moment te weinig zicht op wat wel of minder goed werkt in de hulp en ondersteuning, terwijl het kunnen sturen op kwaliteit en effectiviteit van groot belang is. Interventies die werken,

verdienen meer aandacht. Van veel interventies is echter niet duidelijk is of ze effectief zijn. Dit betekent dat onderzoek nodig is, zodat steeds beter zicht ontstaat op de effectiviteit en dat op cliëntniveau gemonitord moet worden of resultaten worden behaald. Doen wat noodzakelijk is, stoppen zodra het kan De visie op hulp en ondersteuning heeft implicaties voor het moment van het afronden van de professionele hulp. Het bepalen wanneer er sprake is van voldoende mate van duurzame afname van klachten en/of om kunnen gaan met de klachten of het kunnen afschalen of afsluiten van hulp en ondersteuning is altijd maatwerk. Er dient gekeken te worden of de inwoner de betreffende hulp en ondersteuning nog nodig heeft (van afhankelijk is) of dat de inwoner (mogelijk met lichtere vormen van hulp en ondersteuning) kan omgaan met de situatie. Dat wordt in samenspraak bepaald door de inwoner, de aanbieder en de toegang/verwijzer. De inwoner heeft kennis van zijn/haar mogelijkheden binnen het informele netwerk, zodat een stevig vangnet kan wordt gecreëerd wanneer het traject stopt. De aanbieder heeft expertise om mogelijke terugval in te kunnen schatten en de lokale toegang toets in hoeverre de gewenste situatie is genaderd en wat er eventueel nog nodig is om dat te bereiken.

In bijlage 2 zijn aspecten uitgewerkt die van belang zijn als we willen sturen op het tijdig afsluiten van trajecten. Dit betreft verwachtingen managen, einddoelen formuleren, evalueren en nazorg. Bij een aantal doelgroepen is extra zorgvuldigheid nodig ten aanzien van het bepalen wat noodzakelijk is en het afsluiten of overdragen van trajecten. Zo kent de forensische zorg een ander karakter, waar de inzet deels is gerelateerd aan de kans op recidive. Ook de kinderen en gezinnen met een jeugdbeschermingsmaatregel of gezinnen waar veiligheidsissues spelen komen uiteraard niet in aanmerking voor eerder afsluiten. Een andere groep die bij het afsluiten van hulp en ondersteuning speciale aandacht verdient, zijn mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Voor een deel van hen kan een waakvlam-contact-constructie passend zijn. Zij zullen in nieuwe situaties mogelijk tegen vergelijkbare situaties aanlopen. Een steunend netwerk of een begeleider die op de achtergrond te raadplegen is, voorkomt afglijden. Het betekent wel dat we in sommige gevallen ingewikkelde situaties met elkaar moeten leren verdragen, vanuit het besef dat niet alle problemen zijn op te lossen. Dat we soms moeten leren accepteren dat dit het hoogst haalbare is en dat we daarbij inzetten op stabilisatie van die situatie.

Dat kan voor betrokken professionals ongemakkelijk voelen, maar doorgaan met het even intensief inzetten van zware hulp blijkt ook voor deze gezinnen niet altijd de best passende oplossing.

17

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

3. Inhoudelijke uitgangspunten voor de inkoop jeugd en Wmo De regionale samenwerking richt zich in de kern op het gezamenlijk inkopen en beschikbaar stellen van het hulp en ondersteuningsaanbod vanuit de Jeugdwet en de Wmo. Ter voorbereiding op de inkoop 2025 is het van belang ‘het goede’ te borgen, scherpte aan te brengen waar dat nodig is en de inhoudelijke uitgangspunten te concretiseren. In dit hoofdstuk zijn de inhoudelijke uitgangspunten, waarin we voor de inwoners van Midden-Holland streven naar kwalitatief, passend, toegankelijk en betaalbaar hulpen ondersteuningsaanbod uitgewerkt. De inhoudelijke uitgangspunten voor de inkoop 2025 zijn als volgt geformuleerd: • Er wordt kwalitatief hulp en ondersteuningsaanbod ingekocht. • Het hulp en ondersteuningsaanbod in MiddenHolland is passend en beschikbaar. • Het hulp en ondersteuningsaanbod in MiddenHolland is toegankelijk (bereikbaar). • Het hulp en ondersteuningsaanbod in MiddenHolland is betaalbaar (financieel beheersbaar).

3.1

Kwaliteit van het hulp- en ondersteuningsaanbod

Er wordt een kwalitatief goed hulp en ondersteuningsaanbod ingekocht.

(dienstverlening, vakmanschap, samenwerken en organisatie), worden hieronder nader toegelicht. Dienstverlening: kwaliteit van de dienstverlening (de ingekochte hulp en ondersteuning) meten we vooral door te kijken naar doelmatigheid en effectiviteit. Kwalitatief goede hulp is hulp die voldoet aan de inhoudelijke richtlijnen en aansluit bij de vraag en behoefte van de inwoner. Met het oog op de effectiviteit is het uitgangspunt om te werken met effectieve interventies; in ieder geval niet-effectieve vormen uit te sluiten. Inwoners dienen, na gebruik van het aanbod, daadwerkelijk te zijn geholpen, zodat zij (gegeven hun situatie) weer zelf stappen kunnen zetten of een stabiel leven kunnen leiden. Dit omvat ook het op het juiste moment afschalen of afronden van de hulp en ondersteuning. Belangrijk element is het kunnen sturen op de kwaliteit gerelateerd aan de outcome. Aanbieders geven inzicht in de effectiviteit van het traject aan de hand van de volgende outcome-indicatoren: a) Uitval/drop-out b) Cliënttevredenheid over het resultaat c) Doelrealisatie/afname van problemen of toename van (zelf)redzaamheid en participatie Het leggen van focus op deze outcome-indicatoren stimuleert de dialoog tussen gemeenten en aanbieders over de geboden kwaliteit. In de landelijke plannen rond de hervormingen van de Jeugdwet zijn kaders aangekondigd.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is of aanbieders kunnen onderbouwen op welke wijze en waarom hun dienstverlening bijdraagt aan de ambities die de gemeenten met het inkoopkader beogen.

• Sturing vindt plaats aan de hand van outcomecriteria gerelateerd aan de doelmatigheid en effectiviteit van de dienstverlening. • Er wordt gestuurd op vakmanschap, zodat professionals competent en deskundig zijn en voldoen aan de professionele standaarden en eisen. • Er is aandacht voor de kwaliteit van samenwerking, zodat integraliteit van het hulp en ondersteuningsaanbod, het duurzaam borgen van behaalde resultaten en ketensamenwerking wordt gerealiseerd. • Aanbieders werken aan transformatiedoelen (sluiten aan bij de visie van de regio Midden-Holland), hanteren een transparante bedrijfsvoering en zetten hun resultaatmonitoring in om de dienstverlening te kunnen verbeteren.

Vakmanschap: Een tweede belangrijke voorwaarde voor het bieden van kwalitatieve hulp is vakmanschap. Het gaat om competente hulpverleners, die deskundig zijn en voldoen aan de gewenste opleidingseisen. Kwalitatief goede hulp voldoet hiermee aan de professionele standaarden, waarin de beschikbare richtlijnen worden gehanteerd en de meldcode wordt uitgevoerd. Het structureel bieden van intervisie en deskundigheidsbevordering (het op peil houden van kennis over nieuwe inzichten en methodes) valt hier tevens onder. Daarbij betekent vakmanschap ook dat bekend is waar de deskundigheid een grens bereikt en samenwerking nodig is. Er wordt in het kader van innovatie belang gehecht aan het verkennen van mogelijkheden om meer praktisch ingestelde MBOgeschoolden in te zetten en gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid.

Regio Midden-Holland streeft naar het inkopen van een kwalitatief goed hulp- en ondersteuningsaanbod, zodat inwoners effectieve, efficiënte en rechtmatige zorg wordt geboden. De volgende vier (veelvoorkomende) elementen die dienen als kwaliteitskader

Samenwerking: Voor het kunnen bieden van optimale hulp en ondersteuning is een effectieve samenwerking van belang. Dit betreft samenwerking met de lokale toegang, de inwoner en diens netwerk, aanbieders en maatschappelijke partners, maar ook bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen. De samenwerking is onder 18

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

meer gericht op het werken aan integraliteit van het hulp en ondersteunings-aanbod (gezamenlijk werken aan het plan van aanpak/gezinsplan), het bevorderen van ketensamenwerking en het borgen van resultaten met behulp van het informeel netwerk. De mate van integraliteit, ketensamenwerking en het inzetten van het informeel netwerk, die aanbieders zelf of samen met anderen kunnen bieden, is van invloed op de kwaliteit en effectiviteit. Bij een deel van de hulp en ondersteuningsbehoeften is er sprake van samenhangende problematiek, die vraagt om een integrale (gezinsgerichte) blik bij de toegang tot hulp, maar ook binnen het hulpaanbod. Dit betekent dat gezamenlijk wordt gewerkt aan de doelen in het plan van aanpak. Dit gaat bijvoorbeeld om gedragsproblemen van kinderen als symptoom van problemen in het gezin of bij de ouders of problemen van volwassenen die beïnvloed worden door problemen gerelateerd aan wonen, werk taal en (laag)geletterdheid en/of armoede. Het kan voorkomen dat eerst verbetering moet worden aangebracht in deze situatie, voordat effect kan worden bereikt met de inzet van hulp en ondersteuning. De hulp en ondersteuning is daarmee niet alleen gericht op de specifieke klacht(en), maar gaat ook altijd over de impact van de klacht in relatie tot de leefomgeving van de inwoner (school, thuis, werk) en wat er nodig is om de (zelf)redzaamheid of coping te vergroten.

Samenwerken gerelateerd aan de integraliteit van het aanbod en het toekomstperspectiefplan is ook van toepassing op de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo (18-minners naar 18-plussers). Organisatie: Kwalitatief goede hulp en ondersteuning is hulp die rechtmatig is. Kwaliteitseisen zijn daarmee ook gerelateerd aan het toezicht op kwaliteit en fraudebestrijding (rechtmatigheid van de geleverde zorg) afgestemd op het segment3. Van aanbieders wordt verwacht dat zij werken aan transformatiedoelen (aansluiten bij de visie vanuit Midden-Holland), een transparante bedrijfsvoering hanteren en hun resultaatmonitoring inzetten om de dienstverlening steeds beter te maken. Onderdeel van een goede bedrijfsvoering is ook tijdige facturatie richting gemeenten. Het gevaar van een klassiek kwaliteitskader is dat het tot een star stelsel van regels verwordt, waar juist de innovatieve aanbieders niet aan kunnen voldoen. Van belang is om altijd ruimte te houden voor creatieve vernieuwers, met aandacht voor kwaliteit en effectiviteit. De komende jaren zal, mede in relatie tot de personeelstekorten en met de ervaringen uit de coronaperiode in het achterhoofd, de inzet op innovatieve technologieën en digitalisering gefaciliteerd worden.

3)

3.2

Passend en beschikbaar hulp en ondersteuningsaanbod

Het hulp en ondersteuningsaanbod in MiddenHolland is passend en beschikbaar. • Het hulp en ondersteuningsaanbod dat wordt ingekocht sluit aan bij de behoeften en leefwereld van de inwoners van Midden-Holland. • Het hulp en ondersteuningsaanbod is van voldoende omvang en voldoende specifiek om de juiste hulp op het juiste moment in te kunnen zetten. • Regio Midden-Holland werkt aan een overzichtelijk en beheersbaar zorglandschap met minder aanbieders. • Per segment geldt de uitdaging om tot een passend kwalitatief aanbod te komen, waarin de mogelijkheid tot keuzes voldoende is geborgd.

Ervaring heeft ons geleerd dat zowel inwoners, aanbieders als gemeenten constateren dat het aantal aanbieders, de kwaliteit van de geleverde zorg en de keuzevrijheid van de inwoner uit evenwicht zijn geraakt. Het belang van keuzevrijheid en de daarbij gekozen inkoopstrategie hebben ertoe geleid dat het aantal aanbieders is gestegen tot meer dan 230. Uiteraard verschilt het aantal aanbieders per dienst, maar het gevolg is dat het zorglandschap onoverzichtelijk is geworden en zowel de sturing op kwaliteit als beheersbaarheid is afgenomen. Aanbieders zijn onvoldoende bekend bij inwoners, verwijzers en contractmanagers. Dit belemmert het bieden van passende hulp (kwalitatief goede hulp die aansluit bij de hulp- en ondersteuningsbehoefte van de inwoner), maar het belemmert ook de onderlinge samenwerking tussen aanbieders en de samenwerking met maatschappelijke partners. Passend hulp en ondersteuningsaanbod Het hulp en ondersteuningsaanbod dat wordt ingekocht, met het palet aan aanbieders dient aan te sluiten bij de behoeften en leefwereld van de inwoners van Midden-Holland. Passende hulp en ondersteuning heeft meerwaarde voor de inwoner, is effectief en waarde gedreven. Het gaat om samen met en rondom de inwoner te komen tot de juiste hulp en ondersteuning op de juiste plek, aan de juiste persoon.

Van aanbieders wordt verwacht dat ze op basis van gelijkwaardigheid en met een open houding werken, zodat ze met respect en begrip voor ieders achtergrond en leefwereld de best passende hulp bieden. Daarnaast vraagt dit om aanbieders met een specialisme, kleine aanbieders die snel en flexibel kunnen werken en aanbieders die kunnen aansluiten bij specifieke achtergronden van onze inwoners (levensovertuiging, cultuur, genderidentiteit etc.). Het gaat om het creëren van een balans in het diverse palet van aanbieders en diensten.

In de Wmo is de gemeente verantwoordelijk voor toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. In de jeugdwet alleen voor de rechtmatigheid. Het toezicht op kwaliteit is daar belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

19

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Beschikbaar hulp en ondersteuningsaanbod Het hulp en ondersteuningsaanbod dient naast passend van voldoende omvang te zijn om de juiste hulp op het juiste moment in te kunnen zetten. Dit betekent ook dat er aandacht is voor specifieke behoeften, zoals in het weekend, na kantoortijden of in vakanties. Daarnaast is er aandacht voor het creëren van een overzichtelijk zorglandschap en het behouden van een zekere mate van keuzevrijheid. • Overzichtelijk zorglandschap: Passende (kwalitatieve en effectieve) hulp en beheersbaarheid staan centraal. Om dit te kunnen bereiken werken we aan een overzichtelijk en beheersbaar zorglandschap met minder aanbieders. Hierbij blijft (in het kader van kwaliteit) aandacht voor de keuzevrijheid van de inwoner en de relatie met de professional. In de segmenten waar nu veel aanbieders zijn wordt via een kwaliteitsgerichte benadering het aantal aanbieders teruggebracht. Het gaat uiteindelijk om het vinden van de juiste balans tussen voldoende kwalitatieve aanbieders, zodat sturing op contractafspraken adequaat vorm krijgt en de keuzevrijheid daarin afdoende geborgd is. Hierbij is bovendien van belang dat wijzigingen in het aantal aanbieders niet moeten leiden tot een grote toename van persoonsgebonden budgetten of uitzonderingscontracten. Belangrijk hierbij is dat voor deze aanbieders vergelijkbare kwaliteitseisen gelden als voor zorg in natura.

• Keuzevrijheid: Een zekere mate van keuzevrijheid blijft belangrijk, maar moet ook worden afgezet tegen andere aspecten, zoals kwaliteit, overzichtelijkheid en beheersbaarheid. Daarbij geldt dat het aantal aanbieders per segment verschilt. Binnen het segment behandeling en begeleiding zullen voldoende aanbieders worden gecontracteerd, waarmee de keuzevrijheid is geborgd. Bij een segment uit het gedwongen kader of hoog-specialistisch, gaat het veelal om complexe zorg met bij voorbaat een beperkt aantal aanbieders. Dit zijn vaak landelijk opererende organisaties die deze specifieke hulp en ondersteuning bieden. Per segment geldt de uitdaging om tot een passend kwalitatief aanbod te komen, waarin de mogelijkheid tot keuzes voldoende is geborgd.

3.3

Toegankelijk hulp en ondersteuningsaanbod

Het hulp en ondersteuningsaanbod in Midden-Holland is toegankelijk (bereikbaar). • Bij complexe situaties wordt (boven)regionaal samengewerkt om toegankelijk hulpaanbod te kunnen bieden. • Toegankelijkheid van hulpaanbod wordt gegarandeerd in crisissituaties. • Aanbieders zijn transparant over de aard en omvang van wachtlijsten en wachttijden en werken samen met de regio in de aanpak ervan. • Spreiding van aanbieders over de gehele regio, locaties van aanbieders en de mate waarin zij outreachend werken wordt, in het kader van nabijheid van hulp meegewogen in de inkoop. • Een overzichtelijke en heldere route naar het hulp- en ondersteuningsaanbod (0-100) is nodig voor de toegankelijkheid van het hulp en ondersteuningsaanbod.

Een toegankelijk hulp- en ondersteuningsaanbod gaat over de mate waarin deze hulp bereikbaar is. De complexiteit en urgentie van de casus zijn van invloed op de mate van toegankelijkheid. Ook zijn toenemende wachtlijsten, geografische spreiding en krapte op de arbeidsmarkt in relatie tot oplopende zorgkosten van invloed op de toegankelijkheid van het hulp- en ondersteuningsaanbod. Om toegankelijke hulp en ondersteuning te kunnen borgen, worden onderstaande aandachtspunten meegenomen bij de nadere uitwerking van de inkoop 2025. • Complexiteit: Bij complexe situaties is toegankelijkheid van hulp essentieel. Om hier vorm aan te kunnen geven is op casusniveau soms (boven) regionale samenwerking nodig. De Experttafel is ingericht om juist in vergelijkbare situaties (Jeugdwet) samen met aanbieders te komen tot passende hulp. Daarnaast ondersteunt het bovenregionaal expertisecentrum de regio. Vanuit deze gremia wordt advies geboden over het organiseren van en beschikbaar stellen van passende hulp. Ook ontstaat een lerend perspectief, aangezien kennis wordt gebundeld van professionals uit verschillende domeinen. De inrichting van de inkoop 2025 zal aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen gerelateerd aan de inrichting en opdracht van de Regionale Expertisecentra.

20

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

• Urgentie: : In crisissituaties dient de hulp en ondersteuning altijd toegankelijk te zijn en snel te worden geboden; de norm is hulp binnen 24 uur. Dit vraagt binnen het inkooptraject specifieke aandacht, zodat de middelen en financieringsvorm voor het bieden van deze dienst daarop worden afgestemd. Het werken met segmenten biedt daartoe voldoende mogelijkheden. • Wachtlijsten: Landelijk en ook in onze regio nemen de wachtlijsten en wachttijden toe. Dit beïnvloedt de toegankelijkheid van het hulp- en ondersteuningsaanbod. Het is van belang te erkennen dat wachttijden er in een bepaalde mate altijd zullen zijn. Van aanbieders verwachten we dat ze op transparante wijze inzicht bieden in de omvang en aard van de wachtlijsten. Op deze manier kan een adequate triage ervoor zorgen dat de hulp beschikbaar is juist voor hen, die gezien de situatie niet kunnen wachten. • Geografische spreiding: Regio Midden-Holland kenmerkt zich door een combinatie van stedelijk en plattelandsgebied. Van belang is om rekening te houden met de spreiding van aanbieders over de gehele regio, de locaties van de aanbieders en de mate waarin zij outreachend werken. Dit om te zorgen dat de afstand tot hulp en ondersteuning voor de inwoner te overzien is. Ook hier zullen per segment verschillen ontstaan.

• Goed werkgeverschap: De oplopende personeelstekorten in samenhang met een hoog ziekteverzuim maken de toegankelijkheid tot hulp en ondersteuning kwetsbaar. Dit speelt niet alleen bij aanbieders, maar ook bij verwijzers (GI, huisartsen en lokale toegang). De verwachting is dat de personeelstekorten in de zorg uiteindelijk het probleem van de betaalbaarheid zullen inhalen. Het vereist een gerichte gezamenlijke aanpak met alle partijen om te zorgen dat de hulp en ondersteuning toegankelijk blijft voor die inwoners die de hulp hard nodig hebben. Dit vraagt aandacht voor goed werkgeverschap. Daarnaast zijn de volgende aspecten van invloed op de toegankelijkheid van het aanbod, waar binnen de inkoop 2025 aandacht aan zal worden besteed: • Heldere route: Een overzichtelijke en heldere route naar het hulp- en ondersteuningsaanbod (0-100) voor zowel de inwoner als de verwijzer, vergroot de toegankelijkheid. Dit betreft ook de routes in geval van complexiteit, urgentie (spoed en crisis) en wachtlijsten. De huidige ervaring is dat externe verwijzers, toegangsmedewerkers en cliënten moeilijk de weg weten te vinden in het brede zorglandschap. Inzetten op een goede overzichtelijke informatievoorziening is essentieel.

• Samenhang vrij-toegankelijke voorzieningen en maatwerk: De toegankelijkheid van passende hulp en ondersteuning wordt mede bepaald door de verhouding vrij-toegankelijke voorzieningen en maatwerk. Als de inkoop meer gericht is op de kwetsbare inwoner (zij die dat het meest nodig hebben), zullen inwoners met lichtere hulp en ondersteuningsvragen mogelijk een toenemend beroep doen op het lokale vrij-toegankelijke aanbod. Voor specifieke diensten, waar een gericht vrijtoegankelijk aanbod voor is ingericht kan dit wenselijk zijn. Een verschuiving naar meer algemeen voorliggend aanbod voor lichtere vormen van ondersteuning, maakt de toegang voor de inwoners eenvoudiger en leidt tot minder administratieve lasten voor gemeenten en cliënten. • Eigen bijdrage: Op dit moment zijn er voor inwoners geen kosten verbonden aan het gebruik van hulp en ondersteuning in het kader van de Jeugdwet. Voor dienstverlening in het kader van de Wmo geldt het abonnementstarief (€ 19,- per maand). De verwachting is dat de (her)invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage voor hulp bij het huishouden per 2025 van kracht gaat. De mogelijkheden voor het invoeren van een ouderbijdrage binnen de Jeugdwet worden landelijk onderzocht. Uitgangspunt van deze ontwikkeling is dat dit bijdraagt aan het doel om het hulp- en ondersteuningsaanbod beschikbaar te houden voor die inwoners die dat het meest nodig hebben.

Uiteraard mag dit op casusniveau niet ten koste gaan van de toegankelijkheid en tot onnodige belemmeringen (zorgmijding) leiden.

3.4

Betaalbaar hulp- en ondersteuningsaanbod

Het hulp en ondersteuningsaanbod in MiddenHolland is betaalbaar (financieel beheersbaar). • Regio Midden-Holland streeft naar het hanteren van reële tarieven. • Kwalitatief goede zorg betaalt zich uiteindelijk uit, doordat problemen duurzaam worden opgelost. • Financiële beheersbaarheid bereiken we door het verdelen van de schaarse middelen en te werken met volumeafspraken, de doelgroep af te bakenen (instroom), te sturen op outcome-criteria (kwaliteit), te werken met segmenten en aandacht te hebben voor de integriteit van zorgaanbieders. • Werken met integere aanbieders; vermijden van excessieve winsten en topsalarissen.

21

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

De betaalbaarheid van de jeugdhulp en in toenemende mate ook de Wmo staat onder druk. Doordat het open einde regelingen betreft is de focus steeds meer komen te liggen op beheersing van de uitgaven. Dit is bij de Jeugdwet een extra uitdaging, aangezien ook directe verwijzers jeugdhulp kunnen inzetten. Bovendien heeft de AmvB reële tarieven ertoe geleid dat concurrentie op prijs nauwelijks nog een onderscheidend instrument is. Er dient, binnen de wettelijke kaders, een zorgvuldige procedure te worden gevolgd bij de totstandkoming van de tarieven. Als regio vinden we het belangrijk dat medewerkers een reëel loon krijgen, juist om personeel voor de sector te behouden. Uiteraard letten we als regio bij de prijsstelling op het vermijden van perverse prikkels; een aanbieder wil graag een duurder product leveren, omdat het lagere product minder (te weinig) kostendekkend is. Daarnaast moeten we het risico voor ogen houden dat goedkoop, mogelijk duurkoop is en dat kwalitatief goede zorg zich uiteindelijk uitbetaald. Bovendien heeft de krapte op de arbeidsmarkt mogelijk ook in toenemende mate effect op de totale kosten jeugdhulp en Wmo, aangezien er minder hulp en ondersteuning kan worden geleverd. Verdelen van schaarse middelen Het verdelen van schaarse middelen (financiën en capaciteit) heeft aandacht.

Van belang is om de juiste afwegingen te maken, zodat de uitgaven beheersbaar blijven. Dit betekent onder meer dat er voldoende middelen en mensen beschikbaar moeten zijn voor die inwoners, die de ondersteuning het meest nodig hebben. Dit is essentieel, omdat voorkomen moet worden dat de noodzaak ontstaat om elders bezuinigingen door te voeren.

• Sturen op kwaliteit via outcome criteria: Van het sturen op kwaliteit (outcome) wordt verwacht dat het inzicht in kwalitatieve aanbieders groeit. Bovendien betekent aandacht voor cliënttevredenheid en doelrealisatie tijdens contractmanagement gesprekken ook meer focus op efficiency. • Werken met segmenten: Tevens zal het werken met segmenten naar verwachting leiden tot een afname van het aantal gecontracteerde aanbieders en tot minder groei. Het mechanisme van aanbod (aanbieder) creëert vraag wordt daarmee doorbroken. • Aandacht voor integere aanbieders: Het werken met segmenten biedt mogelijkheden om per segment te bekijken op welke wijze excessieve winsten bij aanbieders voorkomen kunnen worden. Dit is minder eenvoudig dan het lijkt. Het uitgangspunt is om inkoopcontracten af te sluiten met aanbieders die integer zijn en zich houden aan de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Voorkomen moet worden dat aanbieders met verkeerde intenties kunnen toetreden. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van Bibob-toetsing en winstmaximalisatie en is er aandacht voor het voorkomen van zorgfraude.

• Werken met volumeafspraken: Momenteel past regio Midden-Holland budgetplafonds toe in het kader van de beheersbaarheid van de uitgaven. Het streven is om met volumeafspraken te gaan werken, die zowel minimale als maximale kaders aangeven. Dat creëert een bepaalde mate van stabiliteit voor het zorglandschap en beoogt voldoende volume in aanbod te garanderen. Per segment wordt bovendien bekeken welke betaalrelatie passend is en bijdraagt aan de beheersbaarheid van kosten en verdeling van de schaarste aan middelen en personeel. • Afbakenen van de doelgroep: : Financiële beheersbaarheid is ook gericht op de afbakening van de doelgroep en het versterken van de lokale toegang. Daarmee is het beheersen van de uitgaven gerelateerd aan het vergroten van de kwaliteit. Immers minder instroom, meer doorstroom en uitstroom is daar indirect een uitvloeisel van.

22

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

4. Segmenten 4.1

Segmenten

Binnen de huidige inkoopsystematiek is gekozen voor een open house constructie met P*Q (prijs x hoeveelheid) financiering. Dit geldt voor vrijwel alle producten en diensten voor jeugd en Wmo. Om gerichter te kunnen sturen op kwaliteit en de gewenste transformatie in Midden-Holland, is gekozen voor het inkopen via segmenten. Het inkopen via segmenten betekent differentiëren in inkoopstrategie en geeft mogelijkheden om doelen en uitgangspunten per segment scherper te formuleren. Er zijn vier verschillende zaken waarop je kunt differentiëren. • Bekostigingsmodel: differentiëren in financieringssystematiek aansluitend bij het segment. Zo past beschikbaarheidsfinanciering of resultaatfinanciering niet bij alle segmenten, maar wel bij een specifieke doelstelling. • Toegang: differentiëren tussen aanbieders in de toegang. Bijvoorbeeld hanteren van andere afspraken bij lichte ondersteuning (beperkte kosten) en zware hulp (omvangrijke kosten). • Leveranciersmanagement: differentiëren in vorm van contractmanagement en partnerschap: onderscheid aanbrengen tussen bijvoorbeeld high-impact leveranciers en ZZP’ers. • Contractvorm: differentiëren in de duur van de contracten. Als deze zaken tot verschillende keuzes leiden, ontstaan er segmenten. Een segment bestaat daarmee uit een groep van samenhangende kostensoorten: gelijksoortige diensten die je bij dezelfde leverancier kunt inkopen.

Elk segment heeft eigen specifieke kenmerken, waarbij de uitvoering specifieke marktomstandigheden en uitdagingen kent. Het gaat per segment om het creëren van een juiste afstemming van complexiteit van de dienst, de beoogde doelen en het aantal aanbieders dat binnen het desbetreffende segment hulp en ondersteuning kan leveren. De Kraljic Matrix4 is hierbij ondersteunend. Zo past bijvoorbeeld een intensieve samenwerking op die diensten, die complex van aard zijn (en door een beperkt aantal aanbieders wordt geboden). Diensten met gelijksoortige doelen zijn geclusterd in segmenten, gekoppeld aan de behoeften van de betreffende klanten (doelgroep). Inzicht in de verschillende segmenten en de huidige knelpunten helpt te bepalen welke expliciete eisen er gesteld moeten worden aan aanbieders om de beleidsdoelen te halen. De kenmerken van hulp bij het huishouden zijn wezenlijk anders dan die van de gesloten jeugdzorg. Bij de indeling in segmenten zijn 4)

producten en diensten vanuit de Jeugdwet en de Wmo samengevoegd waar dat mogelijk is. Beleidsdoelen zijn daarmee zowel gericht op jeugdhulp en Wmo samen als apart op jeugdhulp en apart op Wmo. Waarom kiezen voor segmenten De uitwerking van het inkoopkader per segment maakt het voor Midden-Holland helder en mogelijk om te sturen op wat anders en beter kan. Op basis daarvan zijn de ambities (per segment) bepaald. Elk segment vraagt om een strategie op maat, waaraan via alle vier de inkoopinstrumenten uitvoering wordt gegeven. Zo zet het leveranciersmanagement/contractmanagement in op het monitoren en bewaken van de voortgang t.a.v. de afspraken (contract, prestatie/resultaat). Dit vindt plaats op aanbiederniveau, maar ook per segment. Het werken met segmenten maakt het beter mogelijk om aanbieders onderling te kunnen vergelijken op prestaties (benchmarken). Dit scherpt de dialoog en biedt mogelijkheden om gericht verbeteringen door te voeren. Het meten via een overzichtelijke set van indicatoren is daarmee gericht op het sturen op de voortgang en het verbeteren van de kwaliteit. Ook biedt het werken met segmenten mogelijkheden om logische keuze te maken gerelateerd aan het aantal aanbieders. Voor het ene segment is slechts een beperkt aantal aanbieders beschikbaar, terwijl voor een ander segment juist meer keuzevrijheid tussen aanbieders gewenst is.

Aandachtspunten bij het werken met segmenten Het werken met segmenten kent uiteraard ook punten van aandacht. Het belangrijkste is dat ook het geheel in beeld gehouden moet worden, het dient een werkbaar geheel van producten en diensten te zijn. Dit kan betekenen dat in een bepaald segment voor een suboptimale invulling gekozen wordt, ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het geheel. • Zo is het van belang dat de juiste segmentatiecriteria worden gehanteerd, aangezien aanbieders zich hierop richten. Het gevaar bestaat daarmee, dat de beoogde doelen niet worden bereikt. • Voorkomen moet worden dat segmentatie samenwerking belemmert, zodat afschalen naar een ander segment goed mogelijk blijft. • Voorkomen moet worden dat segmentering leidt tot problemen in de uitvoering bij de toegang en administratie. • Segmentering mag een passend aanbod voor de inwoner niet in de weg staan. • Het gaat uiteindelijk om te komen tot een optimale samenhang tussen de segmenten. • Welke segmentindeling ook wordt gehanteerd, deze kent altijd voor- en nadelen. Sommige bestaande diensten lenen zich goed voor segmentering. Andere diensten minder, doordat ze in meerdere segmenten zouden kunnen vallen.

Kraljic deelt producten in 4 groepen in a.d.h.v. 2 criteria: de invloed op de uitgaven en het toeleveringsrisico.

23

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Indeling segmenten Om te komen tot een passende indeling in segmenten is gekeken naar bestaande productdefinities, cijfermatige gegevens over aantal cliënten en kosten, de verdeling over aanbieders en de bestaande knelpunten. De ambitie en bijgevoegde doelen geven de ontwikkelrichting per segment. Tevens zijn op segmentniveau indicatoren benoemd om zicht te houden op de voortgang per segment. Daarnaast zijn er bijzonderheden aangegeven, die in het vervolgstadium om een nadere uitwerking vragen. De analyse die is uitgevoerd heeft geleid tot de volgende indeling van de segmenten. 1.

Gedwongen kader

2. 3. 4. 5. 6.

Crisis Hoog specialistisch Behandeling Wonen Ondersteuning

7. 8.

Respijtzorg Hulp bij het Huishouden

Jeugdbescherming Jeugdreclassering JeugdzorgPlus Forensische GGZ

Begeleiding Dagbesteding Logeren en Dagbesteding

Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd-Wmo Jeugd-Wmo Jeugd-Wmo Jeugd-Wmo

In de vervolgfase worden de segmenten verder uitgewerkt. Het invulling geven aan de inkoop-instrumenten (toegang, leveranciersmanagement, bekostiging en contract) wordt door de colleges in de volgende fase gedaan door het opstellen van een inkoopplan. De genoemde indeling is daarmee een voorlopige indeling en goed bruikbaar voor het vaststellen van de ambities en doelen. Bij de vertaling naar concrete inkoopinstrumenten wordt bekeken of deze indeling in samenhang dan nog steeds het meest optimaal is en of voor alle partijen een uitvoerbaar geheel aan producten en diensten ontstaat.

4.2

Samenvattend overzicht segmenten, ambities en doelen

Deze paragraaf geeft een overzicht van de segmenten, de ambities en doelen. In de bijlagen zijn de afzonderlijke segmenten iets verder uitgewerkt. Gedetailleerde uitwerking en vertaling naar de inkoopinstrumenten wordt in de volgende fase in het inkoopproces gedaan. Daar wordt ook uitgewerkt welke innovatie in betreffend segment nodig is om de ambities en doelen te kunnen realiseren. 1) Gedwongen kader: Jeugdbescherming Jeugd Ambitie: Jeugdigen die onder verantwoordelijkheid van de GI vallen, groeien zoveel mogelijk thuis op bij de eigen ouders, waarbij maatregelen worden voorkomen en/of zo spoedig mogelijk worden beëindigd. • Samenwerking tussen de GI en lokale teams. • Het doorbreken van de intergenerationele overdracht. • Langdurige betrokkenheid organiseren (waakvlam) passend bij het gezin. Jeugdreclassering Jeugd Ambitie: In samenwerking met ouder(s) of netwerk recidive voorkomen door positieve levensdoelen op te stellen en kansen te creëren voor de jeugdige in de maatschappij. • Een gedeelde samenwerking tussen de GI en lokale teams. • Effectievere begeleiding bieden aan jongeren met een jeugdreclasserings-maatregel. • Langdurige betrokkenheid organiseren (waakvlam) passend bij het gezin.

24

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

JeugdzorgPlus Jeugd Ambitie: Jeugdigen worden zorgvuldig opgevangen in kleinschalige alternatieve verblijfsplekken met passende expertise, waarin via intensieve (gezinsgerichte) behandeling de onontkoombaarheid van de behandeling en de bedreiging in de ontwikkeling van de jeugdige is bijgestuurd. • JeugdzorgPlus wordt zo kort als nodig, maar zo lang als noodzakelijk opgelegd. • Jeugdigen ontvangen integrale hulp en onderwijs. • JeugdzorgPlus werkt intensief samen met relevante professionals, zodat een zorgvuldige overdracht plaatsvindt bij uitstroom. Forensische GGZ Jeugd Ambitie: Jeugdigen (12-18) jaar ontvangen kwalitatieve hulp, gericht op het voorkomen van recidive die aansluit bij de leefgebieden van de jeugdigen en het gezin. • De Forensische GGZ stelt samen met de jeugdige (vanaf 16,5 jaar) een toekomst perspectiefplan op (inclusief nazorg en loopbaanontwikkeling). • De Forensische GGZ werkt samen met betrokkenen/professionals (uit aangrenzende domeinen) om bij uitstroom een zorgvuldige overdracht te bewerkstelligen (met aandacht voor onderwijs, werk/dagbesteding, wonen, vrije tijd en netwerk).

2) Crisis Jeugd Ambitie: Jeugdigen en gezinnen ontvangen zo snel mogelijk crisishulp, via integrale triage en samenwerking vanuit verschillende expertises • Er is één integrale toegang voor verwijzingen voor crisishulp, waarna de hulp binnen maximaal 24 uur na de verwijzing plaats vindt. • Er zijn voldoende passende crisisplekken beschikbaar in regio Midden-Holland. • Tijdens de triage en samenwerking wordt brede expertise ingezet op het terrein van zowel GGZ, J&O en LVB. • Er wordt nauw samengewerkt ter voorkoming van een volgende escalatie door snel en passend reguliere jeugdhulp aan te bieden. • Er is sprake van een tijdige doorstroom en passende uitstroom vanuit de crisisplaats. • Er wordt ingezet op ambulantisering van crisishulp. 3) Hoog-specialistische jeugdhulp Jeugd Ambitie: Kwetsbare jeugdigen die aangewezen zijn op hoog-specialistische jeugdhulp in Midden-Holland, ontvangen tijdig, passende en kwalitatieve hulp, gericht op stabilisatie van de situatie en die aansluit bij de leefgebieden van de jeugdigen en het gezin. • Aanbieders werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid meer of minder intensief samen om jeugdigen passende hulp te bieden. • Jeugdigen en gezinnen ontvangen integrale passende hulp (zo veel mogelijk) in de eigen omgeving, waarbij gezinsgericht en gelijkwaardig met elkaar wordt samengewerkt.

• Inzetten op de eigen kracht, het aansluiten op de leefgebieden van de jeugdigen en het gezin en het werken met netwerkversterkende interventies (JIM). • De mogelijkheden om de hulp uit het hoog-specialistisch segment af te kunnen schalen zijn toegenomen en/of versterkt, waardoor passende vervolgzorg vaker en eerder beschikbaar is.

25

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

4) Behandeling Jeugd Ambitie: Jeugdigen en gezinnen ontvangen integrale passende hulp (zo veel mogelijk) in de eigen omgeving, waarbij gezinsgericht en gelijkwaardig met elkaar wordt samengewerkt, aansluitend bij de leefgebieden van jeugdige en gezin. Des te lichter de ernst des te sterker is de zorg afgebakend. • Jeugdigen en gezinnen ontvangen integraal maatwerk (LVB, GGZ en jeugd- en opvoedhulp). • Bij de start worden de doelen en een duurzame uitstroom besproken met de jeugdige/ouders. • Er wordt gezinsgericht gewerkt en ouders worden systematisch betrokken bij de behandeling, zodat de opbrengsten geborgd worden in de eigen leefsituatie. • In de behandeling is altijd aandacht voor de leefgebieden thuis, school en vrije tijd, wordt ingezet op eigen kracht en wordt het informeel netwerk betrokken.6) Ondersteuning:

5) Wonen Jeugd - Wmo Ambitie: Jeugdigen en volwassenen wonen in – bij de problematiek – passende duurzame woonvarianten ‘zo thuis mogelijk’ en zijn onderdeel van de samenleving. Jeugdwet • Realiseren van voldoende alternatieve ‘thuis’-plekken, waar jeugdigen duurzaam kunnen wonen. • Ondersteuning bieden bij pleegzorg & gezinshui zen. • Flexibele inzet van woonvoorzieningen: deeltijden weekend-pleegzorg (gezinshuis). • Een vloeiende overgang naar een duurzame woonvoorziening als de jeugdige kan uitstromen. • Jeugdigen afkomstig uit één gezin, worden zoveel mogelijk samen in dezelfde woonvoorziening geplaatst, dicht bij de eigen leefomgeving/ school. Wmo • Er is tijdig een gevarieerd arsenaal beschikbaar aan woonvarianten passend bij de woonbehoeftes. • Doorstroom bevorderen, door de ondersteuning te richten op het vergroten van vaardigheden, (zelf)redzaamheid, eigen kracht, veerkracht. • Snelle en flexibele op- en afschaling van hulp, zodat aangesloten kan worden bij fluctuaties in zelfregulering en toename van zelfstandigheid. • Daar waar verhuizing noodzakelijk is, ervaart de bewoner zoveel mogelijk continuïteit in de begeleiding. • Voldoende afstemming en samenwerking tussen aanbieders gericht op een zo effectief en voorspoedig mogelijk herstel van de bewoner. 26

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Begeleiding Jeugd - Wmo Ambitie: Jeugdigen en volwassenen ontvangen kwalitatieve en doelgerichte begeleiding, zodat een duurzaam effect (inclusief stabilisatie) voor de inwoner wordt bereikt. • Bij aanvang van de begeleiding worden de doelen en een duurzame afschaling en uitstroom besproken met de inwoner; mogelijk vraagt dit samenwerking in het kader van afschaling met het vrij toegankelijke aanbod. • Begeleiding wordt flexibel ingezet, zodat de inzet past bij wat nodig is. • Samenwerking mogelijk maken op cliëntniveau (via coaching) tussen aanbieders behandeling en begeleiding, gericht op effectiviteit en eerdere afschaling van behandeling. Dagbesteding (ontwikkelperspectief) Jeugd - Wmo Ambitie: Inwoners worden ondersteund bij het vinden van een zinvolle (dag)invulling, geboden in de eigen omgeving, gericht op het kunnen meedoen aan het gewone leven. • De groepsbegeleiding vindt plaats in nabijheid van de omgeving van de inwoner en is verbonden met het vrij toegankelijke aanbod in de eigen omgeving • •

Bij jeugdigen is er altijd verbinding met het onderwijs, zolang er leerbaarheid is, wordt deze benut. Er vindt (indien mogelijk) uitstroom plaats naar vrijwilligerswerk, onderwijs en vormen van (beschut)werk.

7) Respijtzorg (logeren en dagbesteding) Jeugd - Wmo Ambitie: Mantelzorgers en de betreffende inwoners worden via de inzet van een kortdurende logeerplek of een dagbestedingsplek ontlast in de thuissituatie, zodat zij samen zo goed mogelijk thuis kunnen blijven wonen. • • • • •

Snelle beschikbaarheid van respijtzorg, passend bij de doelgroep. Inzet van het informele netwerk om de thuissituatie te ontlasten. De dagbesteding vindt plaats in nabijheid van de omgeving van de inwoner en is verbonden met het vrij toegankelijke aanbod in de eigen omgeving. Vergroten van kwaliteit via het sturen op de eisen aan de uitvoering (personeel, groepsgrootte, eisen aan de omgeving). Er wordt (indien aanwezig) aangesloten op de bestaande ontwikkeldoelen van de inwoner vanuit zorg/ondersteuning vanuit andere segmenten.

8) Hulp bij het huishouden Wmo Ambitie: Inwoners ontvangen tijdig passende hulp, waarbij zij zelf en hun netwerk zoveel als mogelijk zelf meewerken aan de doelstelling: ‘een basisniveau van een schoon en opgeruimd huis’. • Efficiënt en flexibel bieden van hulp bij het huis houden, zodat inwoners die hiervan afhankelijk zijn er gebruik van kunnen blijven maken. •

Verwachtingsmanagement bij inwoners vergroten, zodat ook zij gemotiveerd worden mee te helpen aan een schoon en opgeruimd huis.

27

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Bijlage 1 Begrippenkader Afschalen Bij afschalen van hulp en ondersteuning is er sprake van een verschuiving naar een ‘lichter’ alternatief. Zo kan een inwoner bijvoorbeeld terecht bij een voorliggend alternatief, zoals een praktijkondersteuner, een buurthuis, vrijwilliger of een (sport)-vereniging. Ook binnen de jeugdhulp en Wmo kan er sprake zijn van het afschalen van zorg: van zwaardere diensten naar lichtere diensten of een afbouw in intensiteit. Gelijkwaardig samenwerken In de samenwerking tussen professional en inwoner is sprake van een bepaalde mate van gelijkwaardigheid, waarbij de professional de inwoner beschouwt als expert van de situatie en de professional zijn expertise tijdelijk inzet voor een duurzaam resultaat (inwoner kan zelfstandig verder of met ondersteuning uit het netwerk). Gezinsgericht werken Gezinsgericht werken gaat om het systematisch betrekken van ouders bij (alle stappen in) de hulp en ondersteuning aan hun kind. Dit bevordert de betrokkenheid van en samenwerking met ouders. Inclusief werken Vanuit het perspectief van de inwoner betekent inclusie dat elke inwoner binnen alle segmenten passend geholpen moet kunnen worden. Het is van belang dat de hulp is afgestemd op verschillen tussen mensen zoals lichamelijke en psychische vermogens, culturele achtergrond en sekse.

Informeel netwerk Grofweg zijn er twee vormen van informele zorg: de zorg die door het eigen netwerk van de hulpvrager wordt geboden (veelal eigen familie, vrienden en buren) en zorg die door vrijwilligers van informele steunorganisaties wordt geboden. Integraal arrangere Integraal arrangeren is het vroegtijdig signaleren van problematiek gerelateerd aan het onderwijs, het op het juiste moment betrekken van de juiste personen en het in gezamenlijkheid bedenken, maken, uitvoeren en evalueren van een passend ondersteuningsaanbod, beschreven in een gezamenlijk plan. Integraal werken Integraal werken betekent in samenhang en in afstemming domein overstijgend samenwerken aan effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning bij hulpvragen van inwoners. Leveranciersmanagement/ Contractmanagement Leveranciersmanagement is in essentie het programmamanagement van de transformatie. Er worden kwartaalgesprekken gevoerd, maar ook het nader formuleren van veranderopdrachten voor bepaalde aanbieders, het laten samenwerken van aanbieders en het uitzetten van projecten, onderzoeken en pilots om de Jeugdhulp te verbeteren of te innoveren vallen hieronder. Matched care Matched care houdt in dat de inwoner in een keer (of zo snel mogelijk) de hulp en ondersteuning krijgt die aansluit op zijn/haar situatie/problematiek. Kortom hulp en ondersteuning die nodig en passend is.

Netwerkbenadering Deze benadering brengt het netwerk in kaart, in combinatie met hoe het gedrag en de klachten van de inwoner op elkaar inwerken. Er ontstaat een betrokken steungroep rondom de cliënt die op deze manier ook gehoord worden en daardoor beter in staat zijn een steunende rol te vervullen. De netwerkbenadering is gericht op het maximaal vergroten van de kans op herstel van inwoners.

28

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Onafhankelijke cliënt-Ondersteuner Onafhankelijke cliëntondersteuning is een vrij-toegankelijke voorziening bestemd voor iedereen die vragen heeft over levensdomeinen als zelfstandig leven, zorg en ondersteuning, participatie, wonen, onderwijs en werk en inkomen. Een cliënt-ondersteuner werkt onafhankelijk van gemeenten en denkt mee in het belang van de inwoner. Onderwijs Zorgarrangement Een onderwijs zorgarrangement richt zich op leerlingen met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften. Het gaat om een arrangement, waarin onderwijs, preventie en een of meer aanbieders samenwerken in de uitvoering, op basis van een integraal plan. Pedagogische basis De pedagogische basis bestaat uit alle contacten, sociale relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen. Daartoe behoren buren, vrienden, leerkrachten, medewerkers van de opvang, sportbegeleiders, speeltuinen, sportvelden, hangplekken en groene ruimte in de buurt. Hoe meer kinderen en ouders in aanraking komen met die contacten, relaties en omgevingen, hoe groter hun pedagogische rijkdom. Regie (casus/behandel) De aanbieder is verantwoordelijk voor casusregie gerelateerd aan de behandeldoelen. De aanbieder maakt afspraken met betrokken professionals over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden bij de hulp en ondersteuning aan de inwoner.

Periodiek vindt er een overleg plaats om af te stemmen en te evalueren. Regie (behandelaar) Bij complexe zorg ligt de regie bij de regiebehandelaar, die de continuïteit en de samenhang van de hulp en ondersteuning bewaakt, voldoende afstemming faciliteert en zorgt voor één aanspreekpunt voor de inwoner. Regie (proces/voortgang) De lokale toegang heeft een regisserende taak op het moment dat er veiligheidsaspecten spelen in een gezin (jeugdige) en Veilig Thuis de casus heeft overgedragen aan het lokale team. Dit geldt ook als er op meerdere domeinen in het sociaal domein substantiële problemen spelen (armoede, schulden, participatie). Hiermee wordt de integraliteit van de hulp en ondersteuning geborgd. Het gaat om het regisseren, verbinden, afstemmen en bewaken van de hulp en ondersteuning in bovengenoemde gevallen. De regisseur monitort de voortgang door toe te zien op het nakomen van de afspraken en het behalen van de einddoelen (resultaat). Segment Een segment (inkoopsegment) bestaat uit een groep van samenhangende kostensoorten: gelijksoortige producten en diensten die je bij dezelfde leverancier kunt inkopen. De groep van producten en diensten worden ingezet in aansluiting op de behoeften van de betreffende klanten.

Sociale Basis De sociale basis bestaat uit de institutionele sociale basis (collectieve voorzieningen en voorzieningen/ ondersteuning waar inwoners vrij toegankelijk gebruik van kunnen maken), de gemeenschappelijke sociale basis (formele en informele netwerken van inwoners in de lokale samenleving) en de persoonlijke sociale basis (eigen sociale netwerk). Toegangsmanagement Het toegangsmanagement betekent de wijze waarop de gemeente de toegang inricht om bij te dragen aan de inkoopdoelstellingen die in dit plan zijn beschreven. Triage Triage heeft als doel om snel en effectief een inschatting te maken van de hulp en ondersteuningsbehoefte. Ook wordt als onderdeel van de triage een passend plan van aanpak samen met de inwoner opgesteld. Hierin wordt vastgelegd wat de hulp en ondersteuningsbehoefte is, welke componenten van invloed zijn op de (ongewenste) situatie en welke doelen (wenselijke situatie) hierbij aansluiten om verbetering aan te brengen. Er wordt ook vastgelegd wie welke vorm van regie voert ten aanzien van het realiseren van de doelstellingen.

29

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Verklarende analys Op basis van zorgen, klachten en wensen van de inwoner ontstaat zicht op de omstandigheden en factoren die de niet-wenselijke situatie hebben veroorzaakt en/of beïnvloed en welke factoren deze situatie in stand houden. Een verklarende analyse schetst een integraal beeld van de gunstige en ongunstige persoonskenmerken en omgevingsfactoren en biedt daarmee handvatten voor passende hulp en ondersteuning. WLZ Wet Langdurige Zorg

Afkorting: Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning

30

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Bijlage 2 Toelichting gedeelde visie jeugd en Wmo Welk belang hechten de vijf gemeenten van regio Midden-Holland aan de lokale sociale en pedagogische basis, welke visie hanteert de regio ten aanzien van de inwoner die aangewezen is op hulp en ondersteuning, waar dient de hulp en ondersteuning toe te leiden en welke verwachtingen zijn er ten aanzien van de aanbieder die deze hulp en ondersteuning biedt. Gemeenten werken lokaal aan het faciliteren van een stevige sociale en pedagogische basis. • Gemeenten werken lokaal aan het versterken van het gewone leven en het vergroten van de (zelf)redzaam heid van inwoners. • Gemeenten geven lokaal vorm aan een stevige pedagogische basis, zodat ouders niet alleen voor de op voeding staan en zij steun krijgen bij het oplossen van alledaagse problemen. • Gemeenten zetten lokaal in op een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten en ondersteuning. • Gemeenten zetten in op het vergroten van samenhang tussen de lokale, regionale en bovenregionale voorzieningen. • Verkend wordt of preventieve interventies effectiever kunnen worden ingezet door deze te verbinden aan de regionale doelstellingen en daar waar dat tot meerwaarde leidt bundelen de gemeenten de krachten.

• We bieden inzicht in passende lokale voorliggende voorzieningen verbonden aan de segmenten, zodat aanbieders de samenwerking met maatschappelijke partners aan kunnen gaan en eerder af kunnen schalen. Een stevige pedagogische en sociale basis is van groot belang. De pedagogische basis maakt onderdeel uit van de sociale basis en draagt bij aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Voor jeugdigen speelt de school tevens een vormende rol in de psychologische, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen. Dit geldt ook voor buren, vrienden, leerkrachten, jeugdverpleegkundigen, medewerkers van de opvang, maar ook speeltuinen, sportvelden en hangplekken. Zij kunnen een cruciale rol spelen in het leven van anderen. De sociale basis is breder en omvat het dagelijkse leven, waarin ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid van belang zijn.

Er worden drie varianten van de sociale basis onderscheiden, die elkaar ook kunnen overlappen: • De persoonlijke sociale basis: de inwoner en diens eigen netwerk; • De gemeenschappelijke sociale basis: inwoners maken onderdeel uit van formele (verenigingen) en de informele gemeenschappen (levensbeschouwelijke), zetten zich in als vrijwilliger etc.; • De institutionele sociale basis: inwoners maken gebruik van accommodaties om samen te komen (buurthuizen, bibliotheken), maar ook van steunpunten, collectieve en vrij-toegankelijke voorzieningen (preventief aanbod). Een stevige sociale basis versterkt het gewone leven en is van groot belang voor de (zelf)redzaamheid van inwoners. Mede doordat steeds meer ouderen langer zelfstandig thuis wonen, neemt ook de druk op de sociale omgeving toe (waaronder mantelzorgers). Een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt, helpt te voorkomen dat zorgvragen ontstaan of minder zwaar worden. Professionals, die actief zijn in de sociale basis en zicht hebben op kwetsbare groepen, kunnen problemen eerder signaleren en aankaarten. Hier kan een preventieve werking van uitgaan doordat relatief ‘kleine’ problemen niet onnodig toenemen.

Ook kunnen medewerkers van de toegang – in geval van een stevige sociale basis - inwoners bij lichte hulpen ondersteuningsvragen beter wijzen op passende mogelijkheden uit het vrij-toegankelijke aanbod. Nadat hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdwet of Wmo is geboden, biedt een stevige sociale en pedagogische basis concrete mogelijkheden tot (eerder) afschalen van hulp en het borgen van de resultaten (opbrengst traject). Zo kan samenwerking met jongerenwerk, inzet van maatjesprojecten, onafhankelijke cliëntondersteuners, preventief aanbod van het maatschappelijk werk en de jeugdgezondheidszorg etc. helpen om in het dagelijks functioneren te kunnen blijven meedoen. Een stevige sociale basis draagt zodoende bij aan het beschikbaar houden van de hulp en ondersteuning voor die inwoners die dit het meest nodig hebben.

31

Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025

Lokaal werken aan een stevige sociale basis Uiteraard is en blijft het vormgeven van de pedagogische en sociale basis een lokale verantwoordelijkheid. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het faciliteren van de sociale basis, gestoeld op de principes van positieve gezondheid, normaliseren en het versterken van sociale cohesie. De laagdrempelige toegankelijke voorzieningen zijn gericht op ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen, zodat mensen prettig met elkaar samenleven en kunnen blijven meedoen. Essentieel is dat er samenhang bestaat tussen de lokale, regionale en bovenregionale voorzieningen. Immers, als de sociale basis en het regionaal ingekochte hulp- en ondersteuningsaanbod op elkaar aansluiten, worden vroegsignalering en afschaling beter mogelijk. Ook worden preventieve interventies effectiever als deze gericht kunnen worden ingezet en verbonden worden aan de (regionale) doelstellingen. Ook kunnen gemeenten – daar waar dat tot meerwaarde leidt - krachten bundelen. Deze meerwaarde zit bijvoorbeeld in efficiëntie (denk aan specifiek groepsaanbod dat - doordat groepen sneller vol zitten - vaker kunnen worden aangeboden). Inzicht in passende lokale voorliggende voorzieningen is nodig om aanbieders te stimuleren de samenwerking met deze maatschappelijke partners aan te gaan, gebruik te maken van deze voorzieningen en zodoende eerder af te schalen.

Het werken met segmenten maakt het mogelijk om per segment passende voorliggende voorzieningen te benoemen die in het kader van afschaling kunnen worden ingezet. Dit overzicht stimuleert aanbieders en maatschappelijke partners om elkaar in de samenwerking vaker op te zoeken. Voor inwoners die dit het meest nodig hebben is hulp en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk. • De vijf gemeenten voorkomen dat maatwerkvoorzieningen vooral ingezet worden voor de lichte vormen van hulp en ondersteuning, waar vrij-toegankelijke voorzieningen een passend alternatief zijn. • De vijf gemeenten voorkomen dat inwoners onnodig lang gebruik maken van hulp en ondersteuning, terwijl zij eerder kunnen uitstromen. • De vijf gemeenten voorkomen dat inwoners onnodig te intensief gebruik maken van hulp en ondersteuning, terwijl eerder kan worden afgeschaald in intensiteit of vergelijkbare lichtere diensten. De druk op de voorzieningen vanuit de Jeugdwet en de Wmo is de afgelopen jaren flink toegenomen. Mede door de toenemende druk van wachtlijsten, personeelstekorten en ziekteverzuim komen inwoners met complexe problemen, juist zij die de hulp het hardst nodig hebben in de knel. Hiermee doelen we op inwoners met een complexe hulp- en ondersteunings-behoefte, waar bijvoorbeeld vanwege die complexiteit samenwerking tussen aanbieders nodig is.

Ook inwoners die moeite hebben hulp te vragen of deze hulpvraag goed te verwoorden en de juiste wegen te bewandelen worden hier bedoeld. Juist voor die groep die het echt nodig heeft en het zelf niet kan regelen, is het van belang dat de zorg beschikbaar en toegankelijk is. Hulp en ondersteuning is in de kern gericht op het duurzaam om kunnen gaan met de situatie. • Er bestaat integraliteit en samenhang in de hulp en ondersteuning die wordt ingezet. • Hulp en ondersteuning worden zoveel mogelijk geboden in de leefomgeving van de inwoner en passend bij zijn of haar behoefte en mogelijkheden. • Hulp en ondersteuning zijn cultuursensitief met aandacht voor de verbinding van de professional met de leefwereld van de inwoner. • Doen wat werkt: Interventies, waarvan bekend is dat die werken, verdienen meer aandacht. • De hulp en ondersteuning worden tijdig afgerond, vanuit het idee: ‘Doen wat noodzakelijk is’. Binnen het concept positieve gezondheid wordt gezondheid beschouwd als het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan. Het resultaat van hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdwet of Wmo is voor regio Midden-Holland niet puur gericht op het ‘opheffen’ van handicaps, stoornissen of beperkingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12867631/2