1 Bijlage Kaderdocument inkoop jeugd en Wmo 2025 versie mei
Tekst van het document
Strategische kaders Jeugd & Wmo Midden-Holland 2025
Versie mei 2023
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Regio Midden-Holland is een netwerk van de samenwerkende gemeenten Bodegraven-Reeuwijk; Gouda; Krimpenerwaard; Waddinxveen en Zuidplas.
2
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Voorwoord Op basis van de adviezen en reacties van vele betrokkenen, aanbieders, samenwerkingspartners, adviesraden, gemeenteraden en ambtenaren van de vijf gemeenten is voorliggend document opgesteld. Hierin zijn de ambities en kaders voor de nieuwe inkoopperiode voor jeugd en Wmo opgenomen. Deze ambities vormen de leidraad voor de inkoop, maar ook de doorontwikkeling in de jaren daarna. Succes bereiken we namelijk niet door het afsluiten van nieuwe contracten, maar door te blijven ontwikkelen en leren en lokaal en regionaal samen op te trekken vanuit een heldere visie. Het voorliggend document bevat veel ambities. Deze ambities zullen we stapsgewijs gaan realiseren de komende jaren. Het is niet haalbaar om alle ambities al per 1 januari 2025 gerealiseerd te hebben. Het realiseren van ambities vraagt een hoop van alle betrokken partijen. Uitvoerbaarheid en zorgcontinuïteit staan voorop. In dit kaderdocument wordt een stip op de horizon geschetst, daar groeien we naar toe. Van kaderdocument naar inkoopdocumenten Na het kaderdocument volgt een uitwerking van deze strategische kaders naar concrete inkoopkeuzes, die opgenomen worden in een inkoopplan. Dit inkoopplan wordt vastgesteld door de vijf colleges, wat vervolgens resulteert in concrete inkoopdocumenten.
Belang van participatie De tweede fase van het participatietraject gaat van start na vaststelling van het definitieve kaderdocument door de gemeenteraden. In deze fase richt het traject zich op de uitwerking van het kaderdocument tot een inkoopplan dat de colleges zullen vaststellen. Veel dank aan iedereen voor de inzet en betrokkenheid bij de totstandkoming van dit gezamenlijke document. Wethouders Sociaal Domein Regio Midden-Holland Dirk-Jan Knol (Bodegraven-Reeuwijk) Anna van Popering-Kalkman (Gouda) Irma Bultman (Krimpenerwaard) Femke Vleij (Waddinxveen) Daan de Haas (Zuidplas) Frans Klovert (Zuidplas)
3
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Inhoudsopgave Voorwoord..................................................................................................................................................3 Samenvatting.............................................................................................................................................5 1
Inleiding......................................................................................................................................7
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Organisatie van de regionale inkoop......................................................................................9 Regionale samenwerking Midden-Holland............................................................................9 Financiering door gemeenten van het hulp- en ondersteuningsaanbod...........................10 Passend inkopen.....................................................................................................................11 Toegangsmanagement: Benut lokale toegang voor ambities uit de inkoop.....................13 Partnerschap in Midden-Holland...........................................................................................14 Gedeelde visie jeugd en Wmo...............................................................................................15
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Inhoudelijke uitgangspunten voor de inkoop jeugd en Wmo.............................................18 Kwaliteit van het hulp- en ondersteuningsaanbod..............................................................18 Passend en beschikbaar hulp en ondersteuningsaanbod..................................................19 Toegankelijk hulp en ondersteuningsaanbod......................................................................20 Betaalbaar hulp- en ondersteuningsaanbod........................................................................21
4 4.1 4.2
Segmenten...............................................................................................................................23 Segmenten...............................................................................................................................23 Samenvattend overzicht segmenten, ambities en doelen..................................................24
Bijlagen ..................................................................................................................................................28 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Begrippenkader.......................................................................................................................28 Toelichting gedeelde visie jeugd en Wmo............................................................................31 Ingekochte jeugd en Wmo-diensten.....................................................................................34 Toelichting op segmenten......................................................................................................35 Gedwongen kader...................................................................................................................35 Crisis........................................................................................................................................40 Hoog-specialistische jeugdhulp............................................................................................41 Behandeling.............................................................................................................................42 Wonen......................................................................................................................................43 Ondersteuning.........................................................................................................................45
Respijtzorg...............................................................................................................................47 Hulp bij huishouden................................................................................................................48
4
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Samenvatting Regio Midden-Holland staat aan de vooravond van een nieuwe inkoopperiode jeugdhulp en Wmo. Tegelijkertijd gebeurt er veel in het sociaal domein. Het beroep dat wordt gedaan op de voorzieningen vanuit de Jeugdwet en de Wmo is omvangrijk. Landelijk worden er hervormingen voorbereid en vele sectoren kampen inmiddels met personele krapte. Ons doel is om de inkoopstrategie zo in te richten dat deze bijdraagt aan de ambitie die we onszelf stellen. Uit landelijke onderzoeken blijkt echter dat de samenhang tussen het inkoopmodel en bijvoorbeeld de omvang van de zorgbehoefte gering is. Er worden vooral positieve effecten gezien in regio’s die visie hebben, koers houden en langdurig en consistent beleid voeren. Het uitgangspunt voor de inkoop 2025 is daarom om koers te houden op dat wat goed verloopt en gericht verbetering door te voeren waar dat nodig is. De vijf gemeenten continueren de regionale samenwerking in Midden-Holland voor langere periode. Daarbij is de afspraak gemaakt dat elke gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor de financiering van het hulpen ondersteuningsaanbod voor haar inwoners. Eén van de uitdagingen voor de nieuwe inkoop is het vinden van evenwicht tussen een overzichtelijk aantal aanbieders waarop goed en efficiënt gestuurd kan worden en het bieden van voldoende keuzevrijheid voor de burger.
Dit vraagt om het herstellen van de samenhang tussen de diverse inkoopinstrumenten (bekostigingsmodel, toegangsmanagement, leveranciersmanagement en contractvorm). Voor de gemeenten en haar inwoners is een effectief werkende lokale toegang een onmisbare randvoorwaarde voor het bereiken van de doelen van de inkoop en voor het daadwerkelijk verbeteren van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de hulp en ondersteuning. Dit geldt ook voor het partnerschap met de aanbieders en de samenwerking tussen aanbieders. Daarnaast gaat het om de afbakening van de wettelijke kaders en inzet op normaliseren.
toegang vraagt dit inzet op een goede invulling van de triage en regierol. Uiteindelijk gaat het om het inkopen van kwalitatief goede hulp en ondersteuning, waarop monitoring en sturing wordt ingericht. Dit alles met als doel het bieden van hulp en ondersteuning voor de inwoners van Midden-Holland, die passend en beschikbaar, toegankelijk (bereikbaar) en betaalbaar (financieel beheersbaar) is.
Dit leidt tot de volgende ambitie: Regio Midden-Holland koopt een kwalitatief goed hulp- en ondersteuningsaanbod in dat passend en beschikbaar, toegankelijk en betaalbaar is. Dat betekent het volgende: • We leveren maatwerk door in te kopen via segmenten en indien noodzakelijk voor te sorteren op de mogelijkheid om onderdelen bovenregionaal in te kunnen kopen; • Via de lokale toegang wordt er gestuurd op de integraliteit en doelgerichtheid van de hulp en ondersteuning, waarbij deze in de kern gericht is op het duurzaam om kunnen gaan met de situatie; • We sturen op kwaliteit en effectiviteit via outcomecriteria, instroom, doorstroom en uitstroom, via partnerschap en door samen te leren en experimenteren; • We zetten in op het creëren van een overzichtelijk zorglandschap, waarmee we samenwerking en kwaliteit bevorderen op allerlei niveaus. • We stimuleren samenwerking vanuit het oogpunt van normaliseren, het betrekken van het informele netwerk, afschalen en tijdig afsluiten, maar ook om juist op de complexe vraagstukken een antwoord te kunnen bieden; • We werken aan een stevige sociale basis met een robuuste lokale toegang, zodat voor inwoners die dit het meest nodig hebben hulp en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk blijft.
Een effectieve uitvoering van de inkoop jeugd en Wmo vraagt om een stevige sociale en pedagogische basis die bijdraagt aan het voorkomen van maatwerkvoorzieningen. Op die manier blijft hulp en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk voor inwoners die dit het meest nodig hebben. Daarbij is de hulp en ondersteuning in de kern gericht op het duurzaam om kunnen gaan met de situatie. Dit vraagt van aanbieders om meer, anders en beter samen te werken in het bieden en borgen van de kwalitatief duurzame hulp en ondersteuning. Van de lokale 5
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Leidende principes hierbij zijn • Hulp en ondersteuning worden doelmatig en integraal ingezet. • Hulp en ondersteuning worden geboden in de leefomgeving van de inwoner, waar kan dicht bij huis. • Hulp en ondersteuning versterken de thuisomgeving en het netwerk van de inwoner en/of zorgen voor het stabiel houden en/of stabiel krijgen van de situatie. • Hulp en ondersteuning leiden tot een –toename of stabilisatie van (zelf)redzaamheid om duurzaam om kunnen gaan met de situatie.
De ambities in dit kaderdocument worden de komende jaren stapsgewijs met elkaar opgepakt. Het is in de huidige context binnen het sociaal domein niet haalbaar om alle ambities al per 1 januari 2025 gerealiseerd te hebben. Het realiseren van genoemde ambities vraagt een flinke inzet van alle betrokken partijen. De uitvoerbaarheid en zorgcontinuïteit zijn leidend.
6
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
1. Inleiding Regio Midden-Holland koopt al geruime tijd samen het hulp- en ondersteuningsaanbod in vanuit de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De huidige overeenkomsten met aanbieders voor de maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo lopen december 2024 ten einde1. Aangezien het inkooptraject een meerjarig proces betreft, zijn de voorbereidingen in 2022 gestart. Hierbij is het van belang vooruit te blikken en kaders op te stellen: wat is onze ambitie, wat willen we bereiken met de inkoop? In dit kaderdocument zijn de strategische kaders beschreven voor de inkoop 2025. Dit kader vormt de basis voor het vervolg van het inkoopproces.
Totstandkoming kaderdocument Het kaderdocument is tot stand gekomen op basis van input van belanghebbenden bij het inkoopproces. Immers, de regionaal ingekochte hulp en ondersteuning, wordt geboden door aanbieders en is gericht op de behoefte van de inwoners. De gemeenteraden zijn geconsulteerd, aangezien zij de kaders stellen en zo richting geven aan de inkoop. Aanbieders zijn uitgenodigd voor de startbijeenkomst en het invullen van een enquête, waarin zij waardevolle input hebben meegegeven. Het perspectief van inwoners is in deze fase via de adviesraden sociaal domein ingewonnen en via een internetconsultatie. In de volgende fase worden inwoners betrokken bij de nadere uitwerking van specifieke elementen. Met alle opgehaalde input is draagvlak gecreëerd voor de richting en zijn de contouren aangescherpt, verduidelijkt en onderling beter aan elkaar verbonden. In een aparte bijlage ‘participatieproces’ is alle input opgenomen en op hoofdlijnen toegelicht hoe dit is verwerkt.
Behoud het goede In de gedachtevorming over de gewenste kaders voor de inkoop 2025 hebben drie verkenningen plaatsgevonden. Een marktverkenning, gericht op dat wat via de nog lopende contracten is ingekocht en het aantal cliënten met bijbehorende kosten verdeeld over de aanbieders. Een regioverkenning, naar de (on)mogelijkheden en perspectieven voor regionale samenwerking en ten slotte een verkenning naar de ervaringen van aanbieders, samenwerkingspartners en cliëntvertegenwoordigers met het huidige zorglandschap. Uit deze drie verkenningen blijkt dat zowel deelnemende gemeenten als aanbieders, cliënten, en samenwerkingspartners relatief tevreden zijn. De relatie tussen aanbieders en gemeenten is overwegend goed, cliënten zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit van de hulp en ondersteuning en de administratieve lasten zijn bij aanbieders in onze regio relatief laag. Ten aanzien van de huidige inkoop blijkt dat de keuze voor de integrale inkoop 1)
jeugd en Wmo ertoe heeft geleid dat er overwegend een soepele(re) overgang is tussen de Jeugdwet en de Wmo. Daarnaast lijkt de inzet op ambulante ondersteuning (het ondersteunen van inwoners in de thuisomgeving in plaats van verblijf in een instelling) bij zowel jeugd als beschermd wonen tot positieve effecten te leiden. Het is daarom van belang om koers te behouden op dat wat goed verloopt.
Voer gericht verbeteringen door De verkenningen geven ook inzicht in aspecten die minder goed verlopen.
• Onoverzichtelijk zorglandschap In de regio is destijds gekozen voor een ruime invulling van de keuzevrijheid voor inwoners, met als gevolg dat een brede selectie van aanbieders is gecontracteerd. Dit aantal is opgelopen tot meer dan 230 aanbieders in Midden-Holland. Hierdoor is het zorglandschap onoverzichtelijk geworden en samenwerking moeilijk te stimuleren omdat aanbieders elkaar onvoldoende kennen. Dit leidt tot een vraag naar een andere vorm van sturing en contractmanagement.
• De lokale toegang is onvoldoende verbonden met de overige inkoopinstrumenten De lokale toegang van de vijf gemeenten in MiddenHolland geven vorm aan het toegangs-management (inkoopinstrument). De toegang speelt een centrale rol in het verdelen van de schaarste (middelen en menskracht) en het sturen op een effectieve inzet van maatwerk-voorzieningen. De vijf gemeenten in Midden-Holland geven ieder op hun eigen wijze vorm aan beide taken. Op dit moment is het toegangsmanagement onvoldoende verbonden met andere sturings- en inkoopinstrumenten, zoals het leveranciersmanagement/ contractmanagement, de contractvorm en het bekostigingsmodel. Het gevolg is dat aanbieders en lokale toegang onderling verschillende afspraken maken, wat van invloed is op de positie van de lokale toegang (in gemeente A is het wel mogelijk en in gemeente B niet). Hierdoor is het lastig om eenduidig te kunnen sturen via contractmanagement, wat leidt tot onduidelijkheid voor de inwoner.
Krachtenveld waarin we opereren De ambitie die we stellen voor de inkoop 2025 kan niet los gezien worden van het krachtenveld waarin we opereren.
Het betreft zowel de basisovereenkomst als de deelovereenkomsten beschermd wonen, jeugdzorgplus, jeugdbescherming – en reclassering, hulp bij het huishouden, jeugdhulp en begeleiding (zie overzicht bijlage 2).
7
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
• De behoefte aan hulp en ondersteuning is groot Aansluitend bij de landelijke trend, neemt de vraag naar maatwerkvoorzieningen ook in de regio MiddenHolland nog steeds toe. Dit geldt voor zowel jeugd als Wmo. Tegelijkertijd worden beschikbare de middelen en menskracht steeds schaarser. Deze toename is sterk verbonden met de maatschappelijke tendens waarin het steeds ‘gewoner’ wordt om er een professional bij te halen. Inwoners zijn meer op zichzelf aangewezen (de steunbronnen zijn veranderd), kunnen weliswaar meer informatie tot zich nemen, maar maakt hen ook onzeker. Deze toenemende ondersteuningsbehoefte is daarom niet los te zien van de bredere maatschappelijke discussie over (zelf)redzaamheid, de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving. Vanwege de beperkte invloed die we als regio hebben op deze maatschappelijke vraagstukken is het zeer ingewikkeld om de toenemende vraag te beperken.
• Landelijke ontwikkelingen Het ministerie van VWS heeft stelselveranderingen aangekondigd ten aanzien van de Jeugdwet. Samen met onder andere de VNG werkt het aan een hervormingsagenda Jeugd en diverse wetswijzigingen. Deze wijzigingen kunnen van grote invloed zijn op het inkooptraject in Midden-Holland. Mogelijk hebben deze betrekking op verplichte standaardisatie van contracten, de afbakening van de Jeugdwet, deels centraler inkopen van een aantal hoogspecialistische diensten als ook het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming met de inrichting van regionale veiligheidsteams. Daarnaast spelen er vraagstukken rond de governance: een verplichte regionale samenwerking op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en een verplichting tot convenantafspraken op bovenregionaal niveau. Ook op het gebied van de Wmo zijn er landelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het inkooptraject. Zo is het rijk voornemens om voor hulp bij het huishouden weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Daarnaast is de doordecentralisatie van beschermd wonen relevant, maar mogelijk ook afspraken in het integraal zorgakkoord (IZA) over preventie en samenwerking tussen de domeinen.
Dit leidt tot de volgende ambitie: Regio Midden-Holland koopt een kwalitatief goed hulp- en ondersteuningsaanbod in dat passend en beschikbaar, toegankelijk en betaalbaar is.
Dat betekent het volgende: • We leveren maatwerk door in te kopen via segmenten en indien noodzakelijk voor te sorteren op de mogelijkheid om onderdelen bovenregionaal in te kunnen kopen; • Via de lokale toegang sturen we op de integraliteit en doelgerichtheid van de hulp en ondersteuning, waarbij deze in de kern gericht is op het duurzaam om kunnen gaan met de situatie; • We sturen op kwaliteit en effectiviteit via outcomecriteria, instroom, doorstroom en uitstroom, via partnerschap en door samen te leren en experimenteren; • We zetten in op het creëren van een overzichtelijk zorglandschap, waarmee we samenwerking en kwaliteit bevorderen op allerlei niveaus. • We stimuleren samenwerking vanuit het oogpunt van normaliseren, het betrekken van het informele netwerk, afschalen en tijdig afsluiten, maar ook om juist op de complexe vraagstukken een antwoord te kunnen bieden; • We werken aan een stevige sociale basis met een robuuste lokale toegang, zodat voor inwoners die dit het meest nodig hebben hulp en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk blijft.
Leidende principes hierbij zijn • Hulp en ondersteuning worden doelmatig en integraal ingezet. • Hulp en ondersteuning worden geboden in de leefomgeving van de inwoner, waar kan dicht bij huis. • Hulp en ondersteuning versterken de thuisomgeving en het netwerk van de inwoner en/of zorgen voor het stabiel houden en/of stabiel krijgen van de situatie. • Hulp en ondersteuning leiden tot een –toename of stabilisatie van (zelf)redzaamheid om duurzaam om kunnen gaan met de situatie.
Belangrijkste aanscherpingen Eén van de uitdagingen voor de nieuwe inkoop is het vinden van evenwicht tussen een overzichtelijk aantal aanbieders waarop goed en efficiënt gestuurd kan worden en het bieden van voldoende keuzevrijheid voor de burger. Dit vraagt om het herstellen van de samenhang tussen de diverse inkoopinstrumenten (bekostigingsmodel, toegangsmanagement, leveranciersmanagement en contractvorm), waarbij specifiek aandacht is voor het versterken van de lokale toegang en het stimuleren van samenwerking tussen aanbieders.
Deze ambities zullen we de komende jaren stapsgewijs met elkaar gaan realiseren en vormen de stip op de horizon. Het is in de huidige context binnen het sociaal domein niet haalbaar om alle ambities al per 1 januari 2025 gerealiseerd te hebben. Het realiseren van genoemde ambities vraagt een flinke inzet van alle betrokken partijen. De uitvoerbaarheid en zorgcontinuïteit zijn hierbij leidend.
8
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de organisatie van de regionale inkoop en gaat in op de randvoorwaarden die essentieel zijn voor de inrichting en uitvoering van het inkoopproces. In hoofdstuk drie volgen de inhoudelijke uitgangspunten voor de inkoop: wat willen we inhoudelijk bereiken en wat is daarvoor nodig? Hoofdstuk vier sluit af met een beknopte beschrijving van de segmenten, waarin helder wordt wat er met het betreffende segment beoogd wordt en welke aspecten daarbij om een uitwerking vragen in de inkoopdocumenten. In dit kaderdocument worden veel begrippen gebruikt, deze worden uitgelegd in bijlage 1. Bijlage 2 bevat een toelichting op de gedeelde visie op jeugd en Wmo. Bijlage 3 geeft een overzicht van de zorg en ondersteuning die regionaal is ingekocht. Daarna volgt in bijlage 4 de eerste uitwerking van de verschillende segmenten. Ten slotte is een losse bijlage beschikbaar met daarin de opbrengsten vanuit het participatietraject.
2. Organisatie van de regionale inkoop Om de (inhoudelijke) kaders van de inkoop 2025 richting te geven en vast te kunnen stellen, is het van belang de randvoorwaarden voor het inkooptraject helder te hebben. Dit hoofdstuk gaat in op een aantal randvoorwaarden, die essentieel zijn voor de inrichting en uitvoering van het inkoopproces. De volgende vragen worden vervolgens uitgewerkt: Met wie en hoe willen we in de regio samenwerken, hoe organiseren we de financiering van het ingekochte hulp- en ondersteunings-aanbod door de gemeenten, wat is van belang om passend in te kunnen kopen, hoe kunnen we de lokale toegang beter benutten voor de ambities uit de inkoop en ten slotte de vraag hoe we het partnerschap in de regio vorm willen geven. Dit heeft geleid tot de volgende uitgangspunten: • We continueren als vijf gemeenten de regionale samenwerking Midden-Holland. • Elke gemeente blijft verantwoordelijk voor de financiering van het hulp- en ondersteuningsaanbod voor haar inwoners. • De inkoopstrategie is gericht op het creëren van een goede balans tussen de verschillende inkoop-instrumenten: bekostigingsmodel, toegangsmanagement, leveranciersmanagement en contractvorm. • De gemeenten investeren in een stevige lokale toegang; goed opgeleide professionals met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te
leren en reflecteren. • De regio investeert in het partnerschap met de aanbieders. • Regio Midden-Holland werkt regionaal samen vanuit een gedeelde visie op jeugd en Wmo.
2.1
Regionale samenwerking MiddenHolland
Als vijf gemeenten continueren we de regionale samenwerking Midden-Holland. • We verbinden ons als regio Midden-Holland duurzaam aan de samenwerking om langdurige contracten van maximaal 10 jaar mogelijk te maken. • We organiseren de opgaven op het juiste niveau: - lokaal waar dat past, - regionaal voor het organiseren van een beschikbaar en toegankelijk regionaal hulp- en ondersteuningsaanbod van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp en Wmo, - bovenregionaal waar de organisatiekracht van Midden-Holland te gering is of samenwerking tot inhoudelijke meerwaarde leidt; de kwaliteit en effectiviteit te goede komt. • We werken bovenregionaal samen vanuit het samenwerkingsverband Midden-Holland; we trekken gezamenlijk op in de samenwerking met andere regio’s.
Regio Midden-Holland bestaat uit de vijf gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. De omvang van de regio is overzichtelijk met circa 250.000 inwoners. Mede door deze schaalgrootte verloopt de samenwerking tussen de vijf gemeenten overwegend soepel (zowel bestuurlijk als ambtelijk). Gemeenteraden en colleges zoeken de samenwerking op en stemmen waar mogelijk af. Tegelijkertijd is de regio Midden-Holland, vanwege de omvang, kwetsbaar in de samenwerking met bovenregionaal en landelijk werkende aanbieders. Vanwege een (voor hen) relatief klein aantal cliënten uit regio Midden-Holland zijn de belangen van deze aanbieders voor onze regio van een andere orde. Het blijkt daarom lastig om richting deze aanbieders een stevige gesprekspartner te zijn. Vanuit verschillende perspectieven is verkend welke mogelijkheden er zijn in het aanbrengen van wijzigingen ter verbetering van de regionale samenwerking. Zo is de inhoudelijke, financiële, wettelijke en besluitvormende insteek verkend, maar ook zaken als robuustheid van de regio en vertrouwen en verbondenheid. Ondanks dat het een veelzijdig vraagstuk is en diverse afwegingen gemaakt kunnen worden, lijkt de huidige samenwerking niet te leiden tot onoplosbare knelpunten. 9
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
De verkenning geeft geen aanleiding om de regionale samenwerking voor de inkoop 2025 te heroverwegen. Wel is geadviseerd om goed te kijken naar mogelijkheden om differentiatie aan te brengen in de samenwerking. Daar waar de regio Midden-Holland de zorg onvoldoende zelfstandig kan organiseren of de samenwerking tot inhoudelijke meerwaarde leidt, wordt bovenregionale samenwerking gezocht en versterkt. Dat wil zeggen dat we als regio optrekken in de samenwerking en afstemming met andere regio’s. Dit gebeurt al op onderdelen. Door in te kopen via segmenten wordt het mogelijk om te kunnen anticiperen op de landelijke ontwikkelingen en hier efficiënt in te differentiëren. De voorbereidingen voor aanpassingen van de Jeugdwet zijn onder meer gericht op het regionaal of bovenregionaal organiseren van een deel van de jeugdzorg. De aangekondigde wetswijziging geeft duidelijkheid over de inrichting en de taken van de jeugdzorgregio’s. Echter moet besluitvorming hierover nog plaatsvinden. Om ‘het goede te behouden’ en de continuïteit zoveel mogelijk te kunnen borgen, zetten de vijf gemeenten de samenwerking rond de inkoop jeugdhulp en Wmo voort. Het betreft een langdurige samenwerking vanaf 2025, waarin ruimte wordt geboden om de inkoop voor wederom 10 jaar te kunnen realiseren.
Dit commitment maakt het mogelijk om beleidskeuzes voor de lange termijn te maken en langdurige inkooprelaties aan te gaan. Dit betekent niet dat in de breedte gekozen wordt voor 10-jarige contracten. Per segment wordt bekeken wat een passende contractduur is en waar langjarige contracten meerwaarde hebben. Vervolgens kan dat vormgegeven worden via een contract met verlengingsopties.
De voorzieningen worden per gemeente afgerekend op basis van daadwerkelijk gebruik. De financiële afwikkeling van het hulp- en ondersteuningsaanbod leidt momenteel niet tot knelpunten en sluit goed aan bij de verantwoordelijkheid voor de toegang die lokaal is belegd. Het komt daarnaast bij een beperkt aantal voorzieningen voor dat vooraf een verdeelsleutel (op basis van inwoners of jeugdigen) is afgesproken om de financiering mee af te wikkelen (in geval van subsidie of inkopen op basis van beschikbaarheid).
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Voor beschermd wonen is een doordecentralisatie van de middelen aangekondigd. Alle gemeenten ontvangen (naar verwachting) per 2024 stapsgewijs de financiële middelen voor beschermd wonen op basis van een objectief verdeelmodel, middels een geleidelijk ingroeipad. In de huidige situatie ontvangt de centrumgemeente (Gouda) deze middelen. Voor de maatschappelijke opvang blijven de centrum-gemeenten financieel verantwoordelijk. Gouda blijft vooralsnog ook na de doordecentralisatie de toegang vervullen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen en de financiële afspraken, zoals die zijn vastgelegd in de regiovisie Scherper aan de wind na 2025 worden gecontinueerd. Dat betekent het jaarlijks opstellen van een regionale begroting voor de voorzieningen maatschappelijke zorg, waarin de middelen voor maatschappelijke zorg én de middelen voor beschermd wonen regionaal worden samengevoegd. Dit met de kanttekening dat er flexibiliteit blijft om afhankelijk van de ontwikkelingen tot aanpassingen in de financiële afspraken te komen.
2.2 Financiering door gemeenten van het hulp- en ondersteuningsaanbod De afspraak dat elke gemeente zelf verantwoordelijk is voor de financiering van het hulp- en ondersteuningsaanbod voor haar inwoners blijft behouden. • De vijf gemeenten zijn financieel verantwoordelijk voor hun eigen inwoners.
• Vooralsnog blijven de vijf gemeenten beschermd wonen gezamenlijk uitvoeren.
DDe jaarlijkse uitgaven aan voorzieningen in de Jeugdwet en Wmo (inclusief beschermd wonen) bedragen regionaal circa € 125 miljoen (niveau 2022). Op dit moment zijn de vijf gemeenten zelf verantwoordelijk voor de betaling van de declaraties voor het ingezette hulp- en ondersteuningsaanbod. Hiermee werken de gemeenten niet op basis van solidariteit of vereffening van kosten. 10
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
2.3
Passend inkopen
De inkoopstrategie is gericht op het creëren van een goede balans tussen de verschillende inkoop-instrumenten: bekostigingsmodel, toegangsmanagement, leveranciersmanagement en contractvorm. • Regio Midden-Holland streeft met de inkoopstrate gie naar een overzichtelijk kwalitatief zorglandschap, vermijden van onnodige administratieve lasten, zo min mogelijk last voor de inwoner van de overgang naar een nieuwe inkoopperiode en binnen de inkoopcontracten voldoende ruimte voor innovatie. • Regio Midden-Holland borgt het aan gaan van een langdurige samenwerking met aanbieders. • De inkoopstrategie kan differentiëren per segment; per segment wordt gekeken naar de best passende bekostigings- en contractvorm, waarbij geborgd wordt dat het een samenhangend en uitvoerbaar geheel is. • Per segment is aandacht voor de mate waarin het tussentijds doorvoeren van wijzigingen en het toe- of uittreden van aanbieders mogelijk moet zijn. • De lokale toegang vormt een belangrijk sturingsmiddel om te zorgen dat zoveel mogelijk direct passende hulp wordt geboden en om meer grip te krijgen op de instroom van de hulp en ondersteuning. • Regionale contractmanagers bewaken de contractafspraken met de aanbieders en zijn in dialoog over de prestaties van aanbieders, waarover de lokale toegang wordt geïnformeerd. • Regio Midden-Holland houdt zich aan de zorgvuldigheidseisen.
Inkopen is meer dan alleen het proces van aanbesteden of het sluiten van contracten. Het maken van een bestek (contractvorm), selecteren en contracteren van aanbieders zijn zaken die van belang zijn als het gaat om inkopen. Even belangrijk zijn de keuzes voor het bekostigingssysteem, de wijze waarop de gemeentelijke toegang stuurt op de instroom (toegangsmanagement) en de manier waarop gemeenten met de aanbieders (voor, tijdens en na de aanbesteding) om willen gaan (contract- en leveranciers-management). Het in samenhang inzetten van al deze instrumenten bepaalt in hoge mate de effectiviteit van gemeenten bij de inkoop van de jeugdhulp en de Wmo. Deze paragraaf gaat in op de kaders en uitgangspunten voor de inkoopstrategie. Op basis van deze kaders en uitgangspunten kunnen de inkoopinstrumenten worden vastgesteld die hun beslag krijgen in het inkoopplan. Het toekennen van een opdracht tot het leveren van hulp en ondersteuning kan via diverse methoden worden uitgevoerd. Op dit moment hanteert de regio Midden-Holland één inkoopvorm voor alle diensten. Hoewel dit heeft geleid tot eenvoud en duidelijkheid,
resulteert dit soms in minder wenselijke situaties. Op dit moment zijn er beperkte mogelijkheden om de kwaliteit en kosten effectief te kunnen beheersen. De omvang van het aantal aanbieders als gevolg van de Open House systematiek heeft gevolgen voor de sturing vanuit contractmanagement, maar ook voor het passend verwijzen vanuit de lokale toegang. Het is zaak om die balans weer te herstellen tussen de vier verschillende inkoopinstrumenten: bekostigingsmodel, toegangsmanagement, leveranciersmanagement en contractvorm.
Differentiëren in inkoopstrategie: werken met segmenten De diversiteit van producten en diensten binnen het sociaal domein is groot. Om recht te kunnen doen aan deze grote diversiteit worden diensten met gelijksoortige doelen geclusterd in segmenten. De groep van producten en diensten wordt ingezet in aansluiting op de behoeften van de betreffende klanten (doelgroep). Bij de indeling in segmenten zijn producten en diensten vanuit de Jeugdwet en de Wmo samengevoegd waar dat mogelijk is. Inkopen via segmenten maakt het mogelijk om doelen en uitgangspunten scherper te formuleren, maar ook om te differentiëren in inkoopstrategie. De keuze hiervoor dient per segment te worden gemaakt, waarbij het uiteindelijke geheel in samenhang zal moeten worden bekeken. Zie hoofdstuk vier voor een uitwerking van wat er wordt beoogd met de segmenten. Er zijn vier inkoopinstrumenten: 1) Bekostigingsmodel: Er zijn grofweg drie uitvoeringsvarianten voor de bekostiging van de geleverde zorg en ondersteuning: • Bij een taakgerichte bekostiging (lumpsum) verstrekt de opdrachtgever een integraal budget per aanbieder of per gebied of voor alle aanbieders. Dit budget is gekoppeld aan een taak of opdracht. Deze taak of opdracht staat centraal in de bekostiging. • Bij een inspanningsbekostiging (PxQ) betaalt de gemeente per uur (tijd) tegen een gecontracteerd tarief, eventueel binnen een budgetmaximum.
De gerealiseerde productie staat centraal in de bekostiging. • Bij een outputgerichte bekostiging (resultaat) verstrekt de gemeente een bedrag voor het realiseren van een resultaat per cliënt. De betaaltitels zijn arrangementen, gebaseerd op cliëntprofielen in combinatie met intensiteitsniveaus en te behalen resultaten. De gemeente betaalt aan de aanbieder (afhankelijk van het arrangement) een vooraf bepaald bedrag per cliënt om dit resultaat te behalen. Elke bekostigingsvorm kent uiteraard voor- en nadelen. Per segment wordt gekeken naar de best passende vorm. Een inspanningsbekostiging is bijvoorbeeld minder passend voor een dienst met een beschikbaarheidsfunctie (zoals een crisisdienst, die altijd beschikbaar moet zijn). 11
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
2) Toegangsmanagement: Het toegangsmanagement is voor regio Midden-Holland een belangrijk sturingsmiddel om enerzijds te zorgen dat zoveel mogelijk direct passende hulp wordt geboden en anderzijds om meer grip te krijgen op de instroom van hulp en ondersteuning. De organisatie van de eigen gemeentelijke toegang is van invloed op de inrichting van het toegangsmanagement. Naast de gemeentelijke toegang zijn voor het verwijzen naar jeugdhulp ook andere verwijzers bevoegd, zoals (huis)artsen en Gecertificeerde Instellingen (GI).
Bij een SAS-procedure zijn de mogelijkheden voor tussentijds wijzigen beperkter. Dat komt door de Aanbestedingswet die van toepassing is; wijzigingen mogen niet tot een wezenlijke verandering leiden. Dit betekent dat er per segment aandacht is voor de mate waarin het tussentijds doorvoeren van wijzigingen en het toe- of uittreden van aanbieders mogelijk moet zijn. Bijvoorbeeld in relatie tot mogelijke landelijke wijzigingen, innovatie en doorontwikkeling gedurende de looptijd van het contract en gewenste flexibiliteit om op kwaliteit en het zorglandschap te kunnen sturen.
3) Leveranciersmanagement: Dit type management gaat over de manier waarop gemeenten samenwerken en afspraken maken met aanbieders. Per segment wordt gekeken naar het type en de hoeveelheid aanbieders om de gestelde doelen van het segment te bereiken. Het contractmanagement en partnerschap wordt daarop passend ingericht, zodat er meer sturing op kwaliteit kan plaatsvinden. Het contractmanagement krijgt vorm op meerdere niveaus (segment, aanbieder en casus).
• Zorgvuldige inkoopprocedure: De inkoopstrategie dient zorgvuldig te worden uitgevoerd. Zo dient de inkoopprocedure tijdig te worden bekendgemaakt en afgerond, zodat de contracten drie tot zes maanden (afhankelijk van de mate van wijzigingen) voor de ingangsdatum kunnen worden ondertekend. We sluiten hiermee aan op de vereisten uit de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Naast een zorgvuldige procedure richting aanbieders is tijdige aandacht voor implementatie een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle contractperiode. Zo wordt tijdig getoetst op uitvoerbaarheid door zowel gemeenten als aanbieders.
4) Contractvorm: Inkoop voor jeugdhulp en Wmo kan gedaan worden door middel van een subsidierelatie, een open house methodiek (huidige systematiek regio Midden-Holland) of een SAS-procedure (een aanbesteding specifiek voor sociale en andere specifieke diensten), waarbij de aanbesteding naar eigen inzicht passend voor het betreffende segment wordt ingericht. Daarnaast zijn de volgende componenten van belang voor het inkoopplan de inkoopstrategie. • Looptijd van de overeenkomst: Op dit moment heeft regio Midden-Holland overeenkomsten afgesloten met een vrij lange looptijd. Tussentijds is gebruik gemaakt van diverse verlengingsopties. Deze langdurige overeenkomsten hebben gezorgd voor rust in het zorglandschap en hebben aanbieders het vertrouwen gegeven te investeren in de regio. Dit is tevens van belang voor de continuïteit en het beperken van administratieve lasten. Bovendien ontstaat er ruimte voor het opbouwen van een goede samenwerking tussen aanbieders onderling en tussen aanbieders en gemeenten als opdrachtgevers. Ook voor de komende inkoopperiode wordt ingezet op rust, vertrouwen en doorontwikkeling van hulp- en ondersteuningsproducten. Daar horen langlopende overeenkomsten bij, al dan niet aangevuld met optiejaren.
• Mogelijkheid van tussentijds wijzigen van de overeenkomst: De huidige manier van contracteren (open house) biedt ruimte om de contracten tussentijds (in beperkte mate) bij te stellen, aangezien partijen na een wijziging eenvoudig kunnen toe- of uittreden. Deze wijzigingen vinden plaats zonder dat daar een nieuwe inkoopprocedure voor nodig is.
Met de uiteindelijke keuze voor de inkoopstrategie beogen we de volgende doelen: • Overzichtelijk en kwalitatief zorglandschap: We hebben behoefte aan een meer overzichtelijk en kwalitatief zorglandschap dat voldoende passend is bij de vraag. Om dit te bereiken zal per segment bepaald worden welke kwaliteit we beogen, hoe we de onderlinge samenwerking binnen het segment kunnen stimuleren en welke betrouwbare en goed presterende aanbieders een passend zorgaanbod met voldoende volume kunnen realiseren. Het uitzetten van de opdracht tot het leveren van hulp en ondersteuning wordt zodanig ingericht, dat aanbieders zich committeren aan een prestatieplicht, dat er sprake is van concurrentiestelling en dat selectie en sturing op kwaliteit mogelijk zijn. Voor een overzichtelijk en toegankelijk zorglandschap is het nodig om tot een vermindering van het aantal aanbieders te komen. Dit alles kan gevolgen hebben voor het aantal aanbieders per segment en de inkoopstrategie. • Vermijden onnodige administratieve lasten: Regio Midden-Holland conformeert zich aan de landelijke standaarden en protocollen en kiest voor langdurige overeenkomsten. Hiermee richten we ons, vanuit een efficiency-gedachte en de context van personele krapte, op het vermijden van onnodige administratieve lasten. We hebben bij het inrichten van de segmenten aandacht voor de impact hiervan op de administratieve lasten.
12
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
• Overgangsperiode zo min mogelijk merkbaar voor de inwoner: Het realiseren van een zorgvuldige inkoopprocedure heeft ook betrekking op de continuïteit van zorg. Een mogelijke overdracht van cliënten naar een nieuwe aanbieder dient daarbij zorgvuldig te worden voorbereid en georganiseerd. Dit is voornamelijk aan de orde indien het aantal gecontracteerde aanbieders drastisch afneemt. Er ontstaat dan mogelijk een situatie, waarin cliënten in zorg zijn bij aanbieders zonder overeenkomst. Het uitgangspunt is dat deze cliënten hun eigen hulp, begeleider of behandelaar behouden en zo min mogelijk last ervaren van de gewijzigde situatie. Hierbij kan gekozen worden voor een uitfaseringscontract of (tijdelijk) onderaannemerschap. In de praktijk zal dit niet altijd haalbaar zijn, aanbieders zijn niet verplicht hier aan mee te werken. • Ruimte voor innovatie: Het belang van innovatie in de zorg neemt toe. Niet alleen vanwege de transformatieopgaven, maar ook vanwege de krapte op de arbeidsmarkt in vele sectoren. Dit vraagt om ruimte en flexibiliteit in het hanteren van kwaliteitscriteria en in de inkoopcontracten. Uiteraard staat het leveren van kwalitatief goede hulp en ondersteuning centraal, maar het gebruik maken van digitale en technologische ontwikkelingen, mogelijkheden in het kader van Social Return on Investment (SROI) of het werken met ervaringsdeskundigen moet mogelijk zijn.
Binnen de contracten Jeugdhulp en Wmo dient daarom voldoende ruimte te worden geboden voor innovatie en doorontwikkeling tijdens de uitvoering van het contract. Dit geldt ook voor wijzigingen naar aanleiding van nieuwe inzichten, ontwikkelingen en omstandigheden.
2.4
Toegangsmanagement: Benut lokale toegang voor ambities uit de inkoop
De gemeenten investeren in een stevige lokale toegang; goed opgeleide professionals met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te leren en reflecteren. • De organisatie van de lokale toegang blijft de verantwoordelijkheid van iedere gemeente afzonderlijk; maar we zetten in op meer samenhang tussen de diverse inkoopinstrumenten. • De lokale toegang voert een brede integrale vraagverheldering en komt tot matched care op basis van de verklarende analyse (samenhangend beeld). • De lokale toegang voert regie op het proces op het moment dat er veiligheidsaspecten spelen in een gezin en als er binnen het huishouden op meerdere domeinen in het sociaal domein substantiële problemen spelen. • Directe verwijzers (Gecertificeerde Instellingen – regionaal, huisartsen - lokaal) werken in lijn met de geldende regionale kaders.
De gemeente is op grond van de Jeugdwet en Wmo verantwoordelijk voor het organiseren van verschillende vormen van hulp en ondersteuning voor haar inwoners. De toegang tot het Wmo aanbod is een autonome gemeentelijke bevoegdheid. In de Jeugdwet zijn er meerdere verwijzers genoemd, die over de inzet van jeugdhulp mogen beslissen. Een grove schatting is dat ongeveer een derde van de jeugdhulp-verwijzingen via de lokale toegang verloopt. Vervolgens hebben (huis) artsen en Gecertificeerde Instellingen een groot aandeel in de overige verwijzingen naar jeugdhulp. Een effectief werkende lokale toegang is een onmisbare schakel in de inkoopstrategie en van cruciaal belang voor de uitvoering van het toegangsmanagement. Het is evident om de lokale toegang in samenhang met de overige inkoopinstrumenten in te richten. Het gaat dan bijvoorbeeld om solide protocollen en werkwijzen, opleiding voor de medewerkers van de toegang en slagvaardige interne en externe communicatie. Beseft moet worden dat er qua taakopvatting een spanningsveld kan ontstaan tussen professionals van aanbieders en medewerkers van de toegang. Veel professionals willen de beste hulp en ondersteuning bieden voor de inwoner, maar de medewerker van de toegang heeft ook de taak om voor een specifieke cliënt zorg in te zetten die daadwerkelijk bijdraagt aan de beoogde doelen, effectief en efficiënt is. .
Zo kan de toegang sturen in het verwijzen naar aanbieders die goed presteren, snel reageren en geen wachtlijsten aanhouden. Enige coördinatie en harmonisatie van de toegang biedt voordelen voor de vijf gemeenten en mogelijkheden om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de hulp en ondersteuning daadwerkelijk te kunnen verbeteren. Dit betreft voornamelijk de triage en regie.
Triage: : Triage is de eerste stap in het proces van het bieden van hulp en ondersteuning aan een inwoner. Dit bestaat uit een integrale en brede verkenning. Van daaruit worden verbindingen gelegd met andere domeinen, zoals de participatiewet, armoede, verslavingszorg, schuldhulpverlening taal en (laag)geletterdheid. Binnen deze stap wordt uitvoering gegeven aan de begrippen ‘normaliseren’, ‘positieve gezondheid’ en het beschikbaar stellen van passende hulp voor inwoners die dit het meest nodig hebben. Dit betekent dat niet alle inwoners in aanmerking komen voor maatwerkvoorzieningen. In het kader van onderwijs-zorgarrangementen wordt de lokale toegang aan de hand van de werkwijze integraal arrangeren altijd betrokken. De lokale toegang beslist samen met de inwoner over passende hulp en ondersteuning. Dit betekent dat ze het samen eens moeten zijn over wat er aan de hand is, waardoor dat komt, wat risico’s zijn en welke aspecten helpend zijn op korte en lange termijn. Van belang is om zicht te krijgen op de omstandigheden en factoren die de niet-wenselijke 13
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
situatie hebben veroorzaakt en/of beïnvloed en welke factoren deze situatie in stand houden. Een verklarende analyse schetst een integraal beeld en biedt daarmee handvatten voor passende hulp en ondersteuning. Ten slotte wordt matched care beschouwd als belangrijke succesfactor. Dit houdt in dat elke inwoner de hulp en ondersteuning krijgt die hij nodig heeft. Niet zwaarder dan noodzakelijk, maar in één keer de best passende hulp en ondersteuning. Hierbij worden einddoelen meegegeven, gericht op het beoogde eindresultaat. Regie: Het voeren van regie door de lokale toegang is gericht op het verbinden van diverse partijen met elkaar, het monitoren van de voortgang en toe te zien op het nakomen van afspraken en doelen. Het is belangrijk dat bij de start voor de inwoner, maar ook de aanbieder helder is wie regie voert en wat dat inhoudt. De aanbieder is verantwoordelijk voor de casusregie of behandelregie; gericht op het afstemmen van de ingezette hulp op het behalen van de doelen uit het plan van aanpak (gezinsplan) van de inwoner. De lokale toegang heeft een regisserende taak op het moment dat er veiligheidsaspecten spelen in een gezin/huishouden en als Veilig Thuis de casus heeft overgedragen aan het lokale team. Dit geldt ook als er op meerdere domeinen in het sociaal domein substantiële problemen spelen. Hiermee wordt de integraliteit van de hulp en ondersteuning geborgd.
Daarbij is de lokale toegang gericht op het waarborgen van resultaat- en uitvoeringsafspraken. Dat betekent dat tussentijds (indien relevant) en aan het einde van het traject geëvalueerd wordt of beoogde doelen behaald zijn. Dit is van belang om tijdig te kunnen opschalen en afschalen van hulp en ondersteuning. Dit vraagt flexibiliteit en ruimte binnen de beschikkingen. Aan het einde van het traject stelt de aanbieder een evaluatieverslag op, met een voorstel voor vervolg: afsluiten, afschalen of verlengen. In de kamerbrief over de hervormingen van de jeugdzorg (13 mei 2022) gaat staatssecretaris Van Ooijen in op het belang van een stevige lokale toegang. Hij stimuleert gemeenten om te investeren in de deskundigheid van de toegangsmedewerkers, zodat er stevige lokale teams ontstaan. Deze teams beschikken over goed opgeleide professionals met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te leren en reflecteren. Daarbij hebben de lokale teams een integrale (gezinsgerichte) blik, zodat bij onderliggende problematiek op andere domeinen deze parallel aangepakt kunnen worden. De nieuwe bestuurlijke kaders voor de lokale teams zijn nog in ontwikkeling. De vijf gemeenten in Midden-Holland hechten er belang aan om ruimte te houden voor eigen keuzes in de wijze waarop zij de lokale toegang organiseren.
De keuzes zijn afhankelijk van verschillende factoren, zoals de omvang van de gemeente en de omvang en aard van de
sociale problematiek van haar inwoners. Ook de manier waarop de gemeente jeugdhulp en Wmo onderdeel uit laat maken van het bredere sociale domein behoort tot de eigen beleidsruimte. Gevolg hiervan is dat er verschillen in de regio zullen blijven bestaan. Er wordt echter naar gestreefd het toegangsmanagement zo in te richten, dat dit niet leidt tot knelpunten in de uitvoering van de maatwerkvoorzieningen. Het betreft hier uitdrukkelijk niet de organisatievorm; deze blijft buiten beschouwing.
2.5
Partnerschap in Midden-Holland
Regio Midden-Holland investeert in het partnerschap met de aanbieders. • Contractmanagement/beheer geeft het opdrachtgeverschap vorm via zakelijk partnerschap. • Contractmanagement/beheer monitort en stuurt in dialoog op de prestaties van de aanbieders. • Regio Midden-Holland faciliteert het samen leren en ontwikkelen met gemeenten, aanbieders en gebruikers. • Aanbieders werken (gelijkwaardig) samen in het bieden van kwalitatief duurzame hulp en ondersteuning. • Aanbieders maken (indien relevant) gebruik van ervaringsdeskundigen, mede om het perspectief van de inwoner te versterken. • Aanbieders werken samen met de inwoner en met andere professionals in het kader van het bevorderen van de integraliteit van de hulp en ondersteuning, regie, het afschalen van hulp en ondersteuning en het betrekken van het netwerk om duurzaam om te kunnen gaan met de situatie.
De afgelopen jaren heeft de regio Midden-Holland geïnvesteerd in een goede relatie en partnerschap met de aanbieders. De omvang van de regio, de focus op de dialoog tijdens de contractmanagement-gesprekken en de uitvoering van de Fysieke Overlegtafels hebben hieraan bijgedragen. Een focus op partnerschap heeft geresulteerd in een open relatie met korte lijnen. De laagdrempeligheid maakt dat er – indien nodig – goed contact is over diverse onderwerpen tussen aanbieders en regionale contract-managers. Voor komende jaren blijft de focus op partnerschap cruciaal. Partnerschap impliceert ook het managen van de kwaliteit van hulp en ondersteuning in de regio. De contract-managers zien erop toe dat aanbieders aan de contractuele eisen (blijven) voldoen (leveranciers-management). Daarnaast biedt partnerschap ruimte voor dialoog en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de transformatie-opgaven. Dit geldt ook voor het maken van afspraken met aanbieders over hun rol in het normaliseren en samenwerken met partners in het voorliggend veld. Het gaat hier zowel om het afschalen naar lichtere zorg als 14
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
om het beter benutten van voorliggende, preventieve voorzieningen. Samen leren en ontwikkelen Het partnerschap tussen gemeenten als opdrachtgevers en aanbieders wordt verder ontwikkeld vanuit het idee van samen leren en ontwikkelen. Hierbij wordt belang gehecht aan een goede monitoring, data gedreven werken en de beoogde maatschappelijke impact: het gaat zowel om tellen als vertellen (duiden van cijfers). Binnen de volgende leerdoelen is daar structureel aandacht voor: • Inzicht bieden vanuit transparantie: eenduidig gebruik van indicatoren (outcome-criteria, instroom, uitstroom en mogelijke knelpunten in de keten; wachtlijsten). • Effectieve hulp bieden: doen wat werkt. • Experimenteerruimte bieden: inspireren en delen van mogelijkheden voor innovatie • De stem van de gebruiker vergroten: ervaringen van inwoners, ervaringsdeskundigen, cliënt-tevredenheid, klantreizen vaker betrekken in samen leren en ontwikkelen. Goed partnerschap vraagt om goed opdrachtgeverschap, een proactieve vorm van relatiebeheer (blijven investeren in de relatie met aanbieders) en het samen leren en ontwikkelen. Niet alleen gedurende de uitvoering van de overeenkomsten, maar ook zoveel als mogelijk gedurende het inkooptraject. Belang van samenwerken Samenwerken wordt steeds belangrijker, echter in de praktijk blijkt samenwerken minder eenvoudig dan we vaak denken.
Werkwijzen, processen en systemen, die onvoldoende op elkaar aansluiten staan een effectieve samenwerking in de weg. Samenwerken is een proces waar alle betrokken partijen in moeten investeren, wat iets moet opleveren en wat geborgd dient te worden in de inkoop. • Samenwerken met de inwoner Samenwerken met de inwoner is nodig om als professional beter aan te kunnen sluiten bij zijn of haar behoeften, zodat de inwoner zich gehoord en gezien voelt. Gelijkwaardig samenwerken is hierbij een belangrijk werkzaam element. Een andere belangrijke voorspeller van succes in de hulp en ondersteuning is de relatie die de inwoner heeft met de hulpverlener of begeleider. • Samenwerken met netwerk van de inwoner (gezin, partner, informeel netwerk) Meer aandacht besteden aan het netwerk van inwoners kan zorgen voor effectiviteit en efficiëntie, omdat de aanwezige voorzieningen dan beter benut kunnen worden. Het gebruik maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner, gezinsgericht werken en de netwerkbenadering kunnen hierbij ondersteunend zijn (zie bijlage 1).
• Samenwerken met ervaringsdeskundigen De waarde van ervaringsdeskundigheid wordt steeds beter (h)erkend en daardoor vaker ingezet bij het bieden van hulp en ondersteuning. Ervaringsdeskundigen hebben vaardigheden opgedaan om hun kennis - die is gebaseerd op impactvolle ervaringen - breder in te zetten ten behoeve van anderen. Het werken met ervaringsdeskundigen is van waarde, doordat professionals meer oog krijgen voor het perspectief van de inwoner en inwoners (eerder) zonder formele zorg verder kunnen. • Samenwerken met andere professionals Om kwalitatief duurzame hulp en ondersteuning te kunnen bieden aan de inwoner is samenwerken met collega professionals essentieel. Van aanbieders wordt verwacht dat er samengewerkt wordt om tot integraliteit van hulp en ondersteuning te komen, dat aanbieders samenwerken in het kader van regie (casusregie, samenwerken met regiebehandelaar en samenwerken rondom regie ten aanzien van de voortgang en evaluatie). Ten slotte is samenwerking van belang in het kader van afschalen. Van aanbieders wordt verwacht dat zij actief de samenwerking aangaan met partijen die relevant zijn voor het duurzaam borgen van het effect van het hulp- of ondersteuningstraject. Naast de genoemde vormen van samenwerking is ook een effectieve samenwerking met de lokale toegang en contractmanagers van de gemeenten van belang.
Dit laatste in het kader van monitoring en het invullen van partnerschap, waarin samen leren centraal staat.
2.6
Gedeelde visie jeugd en Wmo
Regio Midden-Holland werkt regionaal samen vanuit een gedeelde visie op jeugd en Wmo. • • •
Gemeenten werken lokaal aan het faciliteren van een stevige sociale en pedagogische basis. Voor inwoners die dit het meest nodig hebben is hulp en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk. Hulp en ondersteuning is in de kern gericht op het duurzaam om kunnen gaan met de situatie.
Een inkooptraject staat nooit op zichzelf. Om de effecten van de inkoop goed te kunnen benutten is het van belang deze ook te verbinden aan maatschappelijke trends, de sociale basis, maar ook aan de vraag wat regio Midden-Holland met de maatwerkvoorzieningen beoogt. In de regiovisie ’Samen scherper aan de wind.’ is de gezamenlijke visie van Midden-Holland beschreven. Deze heeft een looptijd tot 2025 en is daarmee voor de inkoop 2025 niet geldig. Daarnaast is de huidige regiovisie voor de inkoop op sommige onderwerpen onvoldoende specifiek. Visie is nodig om straks met de inkoop 2025 vanuit een gedeeld beeld en commitment vanuit de regio 15
Kaderdocument Inkoop Wmo en Jeugd Midden-Holland 2025
Midden-Holland te kunnen acteren, maar ook om zo goed mogelijk voor te kunnen sorteren op de beweging die landelijk wordt ingezet. Bij het opstellen van een nieuwe regiovisie voor de periode vanaf 2025 wordt uitgegaan van de hier benoemde elementen. Deze paragraaf gaat daarom in op een aantal vraagstukken gelieerd aan de inkoop die in bijlage 2 nader zijn uitgewerkt. Het betreft visie op de context (de sociaal pedagogische basis), de doelgroep en het beoogde resultaat van de inzet. Het belang van een stevige pedagogische en sociale basis Om kansrijk op te groeien en op te voeden en om langer thuis te kunnen blijven wonen is een stevige pedagogische en sociale basis van belang. De pedagogische basis maakt onderdeel uit van de sociale basis en draagt bij aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Hoe sterker deze basis, hoe beter vragen en problemen, die bij het opgroeien en opvoeden in het gewone leven horen, kunnen worden opgepakt. Ouders hebben baat bij een stevige pedagogische basis, omdat ze daardoor niet alleen voor de opvoeding staan en zij steun krijgen bij het oplossen van alledaagse problemen (‘it takes a village to raise a child’). De sociale basis is breder en raakt aan álle aspecten van het dagelijkse leven. Er worden drie varianten van onderscheiden ; de persoonlijke, de gemeenschappelijke en de institutionele sociale basis2.
Een stevige sociale en pedagogische basis biedt vele voordelen en draagt bij aan: • Het versterken van het gewone leven en de (zelf) redzaamheid van inwoners. • Het voorkomen dat zorgvragen ontstaan of toenemen (via het vrij toegankelijke aanbod). • Het (eerder) signaleren en aankaarten van problemen, zodat lichte ondersteuning volstaat. • Het (eerder) afschalen van hulp en het borgen van de resultaten (opbrengst traject). • Het beschikbaar houden van maatwerkvoorzieningen voor inwoners die dit nodig hebben. Essentieel hierbij zijn de volgende aspecten: • Het vormgeven van de pedagogische en sociale basis blijft een lokale verantwoordelijkheid. • Gemeenten spelen een rol in het faciliteren van de sociale basis, gestoeld op de principes van positieve gezondheid en normaliseren. • Voorzieningen zijn gericht op ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen, zodat mensen prettig met elkaar samenleven en kunnen blijven meedoen. • De effectiviteit van interventies neemt toe als deze doelgericht worden ingezet en verbonden worden aan de gezamenlijke (regionale) doelstellingen; dit vraagt samenhang tussen de lokale, regionale en bovenregionale voorzieningen. 2)
• Gemeenten kunnen krachten bundelen in het kader van efficiëntie. • Inzicht in lokale voorliggende voorzieningen (per segment) is nodig om zorgaanbieders te stimuleren de samenwerking met deze partners aan te gaan en zodoende eerder af te schalen. Voor de kwetsbare doelgroep is hulp en ondersteuning beschikbaar De druk op de voorzieningen vanuit de Jeugdwet en de Wmo is de afgelopen jaren flink toegenomen. Waar in 1997 landelijk nog 1 op de 27 jeugdigen gebruik maakten van jeugdhulp, was dit in 2015 1 op de 10 en is dit in 2021 toegenomen tot 1 op de 7. Verklaringen hiervoor kunnen gezocht worden in een maatschappelijke tendens, waarbij ouders zich mede door de individualisering (in toenemende mate) onzeker voelen over de opvoeding. Ook het idee van een maakbare samenleving, de invloed van sociale media en de nadruk op prestatie en succes laten hun sporen na. Het feit dat het ‘gewone’ leven en het opgroeien als kind met vallen en opstaan gepaard gaat, sluit hier moeilijk bij aan. Ook bij de Wmo is een stijging zichtbaar. Daar is het gebruik vanaf 2016 van ruim 1 miljoen mensen met een maatwerk-arrangement in 2020 toegenomen tot 1,2 miljoen Nederlanders. Mede door de vergrijzing, het adagium zo lang mogelijk thuis wonen, ambulantisering in de GGZ en het abonnementstarief is ook de vraag naar Wmo-voorzieningen sterk toegenomen.