1. Bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 14c (uitbreiding Distripark Doelwijk) toelichting en regels, versie 18-09-2024
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.ZuidDwarsweg13c-0401
Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk) VASTGESTELD
18 september 2024
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Van Uden Logistics Site Investments B.V. Noordkade 64 2741 EZ WADDINXVEEN
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 7 september 2023 27 november 2023 12 december 2023 18 september 2024
VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 3e versie
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
4
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk3
Planbeschrijving
13
Nieuwe situatie Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren
13 14 15
3.1 3.2 3.3
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 21 28 29
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding
35 35 35 36 37
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
41 41 55 58 60
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
61 61 61 61 63
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
65 65
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Zienswijzen
67 67 67
Regels
69
Toelichting
5
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
70 70 75
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
76
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bedrijf Groen Water
76 79 80
Hoofdstuk3
Algemene regels
81
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
81 82 83 84 85
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
86 86 87
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Landschapsinrichtingsplan
Bijlage 2
Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland
Bijlage 3
Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland
Bijlage 4
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 5
Bodemonderzoek
Bijlage 6
Onderzoek luchtkwaliteit
Bijlage 7
Risicoberekening Externe Veiligheid
Bijlage 8
Advies Veiligheidsregio Hollands Midden
Bijlage 9
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 10
Ecologisch onderzoek
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Beplantingsplan
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Zuidelijke Dwarsweg 13c in Waddinxveen was dierenpension Dierdorado gevestigd. Het bedrijf is verplaatst in verband met aanleg van de N457. In het inpassingsplan 'Gouweknoop, grondgebied Waddinxveen' heeft het perceel nog de bestemming 'Bedrijf – Dierenpension'. De westelijk gelegen gronden hebben de bestemming 'Agrarisch'. De nieuwe eigenaar is voornemens deze restpercelen, inclusief het te dempen waterbassin, ter grootte van afgerond 1,5 ha herontwikkelen naar een regulier bedrijventerrein als afronding van Distripark Doelwijk. De bedrijfsbebouwing wordt zodanig vormgegeven dat deze aansluit op het bestaande bedrijventerrein en de noordelijk gelegen Overslagweg met aandacht voor een representatieve uitstraling vanaf de N457. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen bedrijvenontwikkeling in het plangebied juridisch/planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten westen van de N457. Aan de zuidzijde ligt de Zuidelijke Dwarsweg. In noordelijke richting ligt de Overslagweg met aan de overzijde hiervan de onlangs gerealiseerde Energy Hub. Aan de westzijde is een caravanstalling gevestigd met een bedrijfswoning aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d. Voorts ligt hier een waterbassin naast de bestaande ontsluitingsweg naar het bedrijf aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende ruimtelijke plannen: Inpassingsplan “Gouweknoop, grondgebied Waddinxveen"
Toelichting
Besluit Provinciale Staten Uitspraak Raad van State 10 november 2010 25 januari 2012
7
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Bestemmingsplan "Distripark Doelwijk 2009" "Parapluplan Archeologie en Parkeren" "Parapluplan biomassa-installaties"
Raadsbesluit 17 februari 2010 19 september 2018 14 oktober 2020
Uitspraak Raad van State n.v.t. n.v.t.
In het inpassingsplan 'Gouweknoop, grondgebied Waddinxveen' is het plangebied bestemd voor 'Bedrijf Dierenpension' en 'Agrarisch' alsmede de (niet gerealiseerde) bestemming 'Verkeer' (figuur 2). De uitspraak van de Raad van State van 25 januari 2012 heeft geen betrekking gehad op onderhavig plangebied. Een herziening van het bestemmingsplan is nodig om een reguliere bedrijvenbestemming mogelijk te maken in het volledige plangebied.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding inpassingsplan 'Gouweknoop, grondgebied Waddinxveen'. In het bestemmingsplan Distripark Doelwijk is de ontsluitingsweg ten zuidoosten van het waterbassin bestemd voor 'Groen'. Het waterbassin zelf is bestemd als 'Water' (figuur 3). Om demping van het waterbassin en een ontsluiting mogelijk te maken op de bestaande weg vanaf de Overslagweg naar de caravanstalling aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d (figuur 2) dient het bestemmingsplan op dit onderdeel te worden aangepast.
8
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Figuur 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Distripark Doelwijk 2009'. Plangebied rood omlijnd.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
10
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied, circa 1,5 ha groot, betreft een reststrook tussen het bedrijventerrein Distripark Doelwijk en de N457. Eerder heeft al een 2022 een uitbreiding tussen het bestaande bedrijventerrein Distripark Doelwijk en de N457, ten noorden van de Transportweg, plaatsgevonden met een tankstation. De bedrijven op Distripark Doelwijk betreffen voornamelijk transport- en distributiebedrijven. Aan de zuidkant van het plangebied staan langs de Zuidelijke Dwarsweg nog enkele (burger)woningen. Dit is een (ingesloten) droogmakerijlint. Deze linten vormen belangrijke structuurdragers van de droogmakerijen. Tussen het bedrijventerrein en de Zuidelijke Dwarsweg is een 30 meter groenzone aangebracht met kastanjebomen. Op nummer 13d staat een bedrijfswoning met caravanstalling. De weg is hier doodlopend in verband met aanleg van de N457. Het bedrijf is tegenwoordig bereikbaar vanaf de Transportweg op Distripark Doelwijk. Het naastgelegen waterbassin is niet langer nodig voor de waterhuishouding. DCB Energy Hub aan de Overslagweg 1.
Vestiging PostNL depot aan de Overslagweg 2.
Bedrijfsperceel aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d.
Groene zone tussen de Zuidelijke Dwarsweg en het bedrijventerrein Distripark Doelwijk.
Planspecifiek Aan de Zuidelijke Dwarsweg 13c was vroeger een dierenpension- en dierenasiel gevestigd. Dit bedrijf is verplaatst in verband met aanleg van de Moordrechtboog (N457). Het perceel is in afwachting van een herontwikkeling in gebruik als grasland. Aan de westzijde van het plangebied staat een bedrijfswoning met -bebouwing aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d met hierachter een caravanstalling. De ontsluiting van dit bedrijf vindt plaats vanaf de Overslagweg. Aan de oostzijde van deze ontsluiting ligt een waterbassin. Deze buffercapaciteit is na overleg met het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard niet langer noodzakelijk voor waterberging. Aan de oostzijde ligt de N457.
Toelichting
11
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Plangebied vanaf Zuidelijke Dwarsweg.
Plangebied vanaf Transportweg.
12
De te behouden groenzone langs N457.
Tracé nieuwe ontsluitingsweg tussen waterbassin en caravanstalling.
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Op het bedrijfsperceel, groot circa 1,5 ha, worden circa 2 bedrijven mogelijk gemaakt in milieucategorie 3.1, met dien verstande dat rondom de buiten het plangebied gelegen woning aan Zuidelijke Dwarsweg 13d milieucategorie 2 wordt aangehouden (een zone van 30 meter, gerekend vanaf het bouwvlak van deze woning). Langs de N457 en de Zuidelijke Dwarsweg wordt een waterrijke groenzone aangelegd. Deze gronden worden bestemd voor 'Groen' en 'Water'. De bedrijfsbebouwing wordt zodanig vormgegeven dat deze aansluit op het bestaande bedrijventerrein en de noordelijk gelegen Overslagweg. De representatieve bebouwing wordt met het gezicht georiënteerd op de N457 met een hierbij afgestemde bouwhoogte van maximaal 12 meter, met dien verstande dat binnen een afstand van 50 meter vanaf de plangrens ter plaatse van de Zuidelijke Dwarsweg de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 8 meter. Het bebouwingspercentage is maximaal 60%, zodat er voldoende onbebouwd terrein overblijft voor parkeren en het manoeuvreren van vrachtauto's op de bedrijfspercelen. Langs de N457 wordt een groene zone aangelegd van circa 15 meter breed, zodat een natuurlijke afscheiding ontstaat. De aanwezige watergang wordt verbreed in verband met het graven van voldoende watercompensatie. Langs de Zuidelijke Dwarsweg blijft de 30 meter brede groenzone in tact.
Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met milieuzonering in relatie tot nabij gelegen woning aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d. Een voorlopige verkavelingstekening ter illustratie is opgenomen in figuur 4. Een vogelvluchttekening is opgenomen in figuur 5.
Figuur 4: Verkavelingstekening bedrijventerrein (indicatief).
Toelichting
13
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Figuur 5: Vogelvluchttektekening (indicatief).
3.2
Landschappelijke inpassing
Het plangebied is over de volle breedte zichtbaar vanaf de Moordrechtboog (N457). In de nieuwe situatie zullen enkele bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd met bijbehorend buitenterrein. De landschappelijke inpassing hiervan vraagt aandacht, waarbij rekening dient te worden gehouden met een passende overgang tussen de Zuidelijke Dwarsweg en N457. Het is de ambitie om de bebouwing zodanig in te passen dat een juiste aansluiting plaatsvindt bij de schaal en maat langs de aangrenzende wegen enerzijds en de aanwezige bedrijfsbebouwing op Distripark Doelwijk anderzijds. Ten behoeve hiervan is een landschapsinrichtingsplan opgesteld. Landschapsinrichtingsplan Ter plekke van de planlocatie langs de N457 is een ontwikkeling beoogd voor de bouw van twee bedrijfspanden. De locatie wordt landschappelijk ingepast door toepassing van gebiedseigen beplanting en water. Ten behoeve van de versterking van biodiversiteit wordt ruimte geboden aan de inpassing van natuurvriendelijke oevers en plasbermen. De landschappelijke hoofdstructuur langs de Zuidelijke Dwarsweg wordt versterkt door het aanplanten van bomenrijen (streekeigen of een afgeleide daarvan) zoals dat al eerder heeft plaatsgevonden in verband met de ontwikkeling van Distripark Doelwijk. Hierdoor wordt het groene karakter langs deze weg versterkt. Het landschapsinrichtingsplan van Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten B.V.
te Bergambacht van 31 augustus 2023 is opgenomen in Bijlage 1. In figuur 6 is een vereenvoudigde weergave hiervan opgenomen.
14
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Figuur 6: Landschapsinrichtingsplan. Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting In het bestemmingsplan is in artikel 4.3.2 van de bestemming 'Groen'een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor aanleg van een groenblauwe zone langs de N457 van circa 15 meter breed. Verder wordt een 30 meter brede groenzone ten noorden van de Zuidelijke Dwarsweg aangelegd zoals eerder is overeengekomen bij de ontwikkeling van Distripark Doelwijk.
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1 Verkeer Ontsluiting plangebied op Overslagweg Het bedrijventerrein wordt aan de westzijde ontsloten via de bestaande ontsluitingsweg ten zuiden van de waterberging. Deze weg takt aan op de Overslagweg zoals opgenomen in figuur 4. De Overslagweg sluit aan op de N457. Deze zogenaamde Moordrechtboog verbindt de rijkswegen A12 en A20. Hiermee is de bereikbaarheid van de regionale infrastructuur in de Zuidplas verbeterd. De afstand van de noordelijke uitrit van de Energy Hub op de Overslagweg tot de N457 is 160 meter. De te gebruiken uitrit voor de twee bedrijven ligt 40 meter westelijker voorbij het waterbassin. Gelet op de afstanden tussen de uitritten enerzijds en de aansluiting op de N457 anderzijds wordt er vanuit verkeerskundige overwegingen geen verkeerscongestie verwacht zoals hieronder wordt aangetoond.
Toelichting
15
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Afslag vanaf de Transportweg.
Tracé nieuw aan te leggen ontsluitingsweg.
De Transportweg richting regionale infrastructuur.
De Zuidelijke Dwarsweg.
Verkeersgeneratie Toekomstige verkeerssituatie De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten heeft effect op het goederenverkeer, het aantal werknemers en bezoek. Uitgaande van twee bedrijven kan op de volgende verkeersgeneratie worden aangehouden. Het bedrijfsperceel is groot circa 15.000 m². Uitgaande van een bebouwingspercentage van 60% kan 9.000 m² worden bebouwd, waarvan een kantoorgedeelte van 1000 m². Uitgaande van CROW-publicatie 381 (december 2018) wordt dan rekening gehouden met de volgende kencijfers: Verkeersgeneratie bedrijven (8,7 per 100 m² bvo x 8.000 m² =) 696 verkeersbewegingen Verkeersgeneratie kantoor (9,6 per 100 m² bvo x 1.000 m² =) 96 verkeersbewegingen Totaal 792 verkeersbewegingen Op basis van deze aanname zijn dit gemiddeld afgerond 33 verkeersbewegingen per uur. Aan de hand van deze geprognosticeerde verkeersgeneratie kan worden vastgesteld dat het effect van de uitbreiding van het bedrijventerrein leidt tot een beperkte toename van het verkeer op de omliggende wegvakken. De toename vindt verspreid over de dag plaats en is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. 3.3.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld.
Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 381, 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (december 2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de
16
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied'. De te kiezen plek in de bandbreedte is afhankelijk van situatiespecifieke kenmerken. Een locatie dicht bij een aansluiting op een snelweg kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen. Anderzijds kan een locatie dicht bij een treinstation een lager autogebruik veroorzaken en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen. Omdat Waddinxveen vlak bij de A12 en de A20 ligt én drie treinstations, wordt uitgegaan van het midden van de bandbreedte. Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1.
Tabel 3.1: Parkeerkencijfers in verband met uitbreiding bedrijventerrein Per 100 m² Oppervlakte Functies Bedrijven sterk stedelijk/ rest bebouwde kom gemiddelde norm Aanname Bedrijf, arbeidsextensief/ bezoekersextensief 0,95 pp 6.000 m² (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijf, arbeidsintensief/ bezoekersextensief 2,15 pp 2.000 m² (industrie, laboratorium, werkplaats) Kantoor (zonder baliefunctie) 1.65 pp 1.000 m² Totaal (60% van 15.000 m²) 9.000 m²
Aantal pp 57,0 pp 43,0 pp 16,5 pp 117 pp (afgerond)
Op de uit te geven bedrijfskavels is voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op eigen terrein te realiseren. Ook kan hier rijdend materieel worden gestald. Bij uitwerking van bouwplannen zal worden aangetoond dat voldoende manoeuvreerruimte op de bedrijfspercelen wordt aangehouden voor vrachtwagens. In artikel 10.1, de Parkeerregeling van de regels van het bestemmingsplan, wordt het parkeren geborgd wanneer aanvragen omgevingsvergunning worden ingediend. In dat geval moet worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm.
Toelichting
17
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
18
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 2 'Duurzaam economisch groeipotentieel' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. De economie verandert en staat voor een overgang naar een circulaire en CO2-neutrale energievoorziening. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. Daarvoor zijn veel veranderingen nodig, zoals het aanpassen van verschillende productieprocessen. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen.
Behoud van de huidige ruimte voor industriegebieden en inzet op optimale bereikbaarheid zijn van belang. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Verrommeling en versnippering wil het rijk
Toelichting
19
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
voorkomen. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijk ordening. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. 4.1.3.1 Behoefteraming uitbreiding bedrijventerrein Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als procesvereiste opgenomen in het Bro. De provincie Zuid-Holland heeft een behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland uitgevoerd (rapport van Stec Groep van 28 oktober 2021, Bijlage 2). Hieruit kan het volgende worden afgeleid. De provincie Zuid-Holland streeft naar een vitale, toekomstbestendige bedrijventerreinenmarkt. Dit begint bij een goede balans tussen vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen. Daarnaast zet de provincie in op het beter benutten van de ruimte op bestaande bedrijventerreinen en het verduurzamen en voorbereiden van de bedrijventerreinen op de toekomst.
Deze drie beleidslijnen staan centraal in de nieuwe bedrijventerreinenstrategie die Zuid-Holland begin 2021 heeft vastgesteld. Een actuele raming van de verwachte ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen is hiervoor een belangrijke bouwsteen. Zo vormt de raming bijvoorbeeld input voor nieuwe regionale visies en afspraken over bedrijventerreinen. Regio Midden-Holland De bandbreedte van de uitbreidingsvraag in de Regio Midden-Holland voor de periode 2021 tot en met 2030 is 43 tot 86 hectare bedrijventerrein. Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 4,3 tot 8,6 hectare in de periode 2021 tot en met 2030. Voor de Regio Midden-Holland kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Er is een fors tekort aan hard planaanbod in Midden-Holland, en dus een dringende opgave om aanvullend aanbod aan bedrijventerreinen te realiseren. Lokaal knelt het op diverse plekken. Er is een groot tekort aan ruimte voor het lokale MKB in verschillende gemeenten. Tegelijkertijd zijn er relatief veel plannen voor transformatie. Dat zet extra druk op toch al schaarse ruimte voor bedrijventerreinen. Wel zijn er voldoende zachte plannen om kwantitatief in de ruimtevraag te voorzien. Het tekort speelt in meerdere alle werkmilieus: stedelijk gemengd, regulier, grootschalige distributie en grootschalige productie (HMC). Ook aan watergebonden bedrijventerreinen is een tekort.
Door actief te intensiveren/herstructureren in de bestaande voorraad (vermindering ruimtevraag met circa 10 hectare) en nog uit te geven bedrijventerreinen intensiever te benutten dan nu (toename 'ruimte' binnen hard aanbod met circa 2 hectare) kan maximaal 12 hectare ruimtewinst geboekt worden in Midden Holland.
20
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Toetsing planinitiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied heeft grotendeels de bestemming 'Bedrijf', waarin naast een dierenpension ook bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan. Dit bestemmingsplan maakt een verruiming van de bestemming mogelijk, waarin reguliere bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 mogelijk worden gemaakt. Geconcludeerd kan worden dat er onvoldoende mogelijkheden zijn binnen de Regio Midden-Holland om de voorziene ontwikkelingen op te vangen op bestaande bedrijventerreinen binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van restkavels tussen het bedrijventerrein Distripark Doelwijk en de N457 naar een volwaardig bedrijventerrein past binnen de vastgestelde kwantitatieve behoefte en kwalitatieve behoefte aan regulier-gemengde en logistieke bedrijven in de regio. Hiermee voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de eisen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ontwikkeling kan de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorstaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Er is een onderzoek naar de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd.
Hierin is aangetoond dat er behoefte is aan uitbreiding van het bedrijventerrein met enkele bedrijven. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Voor deze planontwikkeling is de opgave ruimte en verstedelijking relevant. Het plangebied (afgerond 1,5 ha) grenst aan het bedrijventerrein Doelwijk, ten westen van de N457. Het gebied maakt onderdeel uit van bestaand stads- en dorpsgebied, zoals Gedeputeerde Staten op 20 februari 2019 hebben vastgesteld (figuur 7). In zijn algemeenheid wordt aangegeven dat het beter
Toelichting
21
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
benutten en opwaarderen van deze ruimte leidt tot een intensiever, compact ruimtegebruik. Een effect daarvan is dat functies en activiteiten beter met elkaar in verband worden gebracht. Het plangebied van circa 1,5 ha om een regulier bedrijventerrein mogelijk te maken is momenteel als grasland en waterbassin in gebruik. In de Omgevingsverordening is deze uitbreiding niet genoemd, omdat de oppervlakte minder is dan 3 ha.
Figuur 7: Uitsnede Bestaand stads- en dorpsgebied 2018. Plangebied zwart omkaderd. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening.
De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex - Oude zeeklei. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als droogmakerijenlandschap (klei). Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de
22
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van bestaand stads- en dorpsgebied in de dorpsrand (figuur 8). Bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden en bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Als richtpunt wordt bij bedrijventerreinen aangehouden dat de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht krijgt. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Op de Laag van de beleving grenst het plangebied aan een recreatiegebied (figuur 8).
Figuur 8: Links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie en rechts 'Laag van de Beleving'. Plangebied zwart omkaderd. Toetsing planinitiatief De uitbreiding van het bedrijventerrein is minder dan 3 ha, te weten afgerond 1,5 ha. Het planvoornemen betreft een vraag gestuurde uitbreiding van het tekort aan bedrijventerreinen in de regio. De planlocatie grenst aan het bedrijventerrein Distripark Doelwijk en is uitstekend ontsloten op regionale infrastructuur. Voor het bestemmingsplan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld met als doel om de uitbreiding landschappelijk in te passen richting het recreatiegebied. Hierbij wordt rekening gehouden met het bestaande droogmakerijlint van de Zuidelijke Dwarsweg. De vervolgfunctie van het terrein zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het terrein vanaf de N457. Naast de landschappelijke inpassing zal er aandacht zijn voor de bouwhoogte en vormgeving van de bebouwing vanaf de Zuidelijke Dwarsweg en N457. Het plangebied wordt verder niet specifiek genoemd in de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De planontwikkeling is in overeenstemming met de opgave toekomstbestendige bedrijfsterreinen. Er wordt ingezet op het beter benutten en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven.
Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.
Toelichting
23
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. Hierin zijn bijbehorende tabellen met een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties.
Als een locatie is opgenomen op de '3 ha kaart' betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het bestemmingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor het opnemen van een locatie op de '3 ha kaart' is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar moet er voldoende behoefte bestaan voor ontwikkeling van de locatie. De regionale visies voor wonen en bedrijventerreinen vormen belangrijke input voor de '3 ha kaart'. Het is daarom wenselijk om al voordat een nieuwe buitenstedelijke locatie wordt opgenomen in de regionale visie in overleg te treden met de provincie over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die locatie. In lid 4 is bepaald dat Gedeputeerde staten een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen kunnen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie.
Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk met circa 1,5 ha binnen bestaand stads- en dorpsgebied waar nu al binnen de bestemming 'Bedrijf' een hondenpension en bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan. De behoefte is aangetoond in paragraaf 4.1.3.1. Geconcludeerd kan worden dat deze uitbreiding in een actuele behoefte voorziet. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.
In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
24
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen' (figuur 8). Sprake is van een uitbreiding met een regulier bedrijventerrein met afgerond 1,5 ha. De ontwikkeling past binnen de bestaande structuur, omdat het plangebied grenst aan het bestaande bedrijventerrein enerzijds en de regionale infrastructuur (N457) anderzijds. Bovendien is het perceel al bestemd voor 'Bedrijf' waarin nu al een dierenpension en handelsbedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan. Bedrijven In artikel 6.12 van de Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van Bedrijven opgenomen. Als een bestemmingsplan betrekking heeft op een bedrijventerrein dan is het volgende van belang. Artikel 6.12 Bedrijven In lid 1 van dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, vestiging mogelijk maakt van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voorgeluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan.
Toetsing aan Bedrijven In het geldende inpassingsplan 'Gouweknoop, grondgebied Waddinxveen' is het plangebied grotendeels bestemd voor 'Bedrijf - Dierenpension', waarin naast een dierenpension bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan. Dit bestemmingsplan maakt een algemene bedrijfsbestemming mogelijk voor het hele plangebied. In de Omgevingsverordening is de uitbreiding niet in Kaart 19 opgenomen, omdat de oppervlakte minder is dan 3 ha (figuur 9). De hoogst toegestane milieucategorie op het terrein is categorie 3.1. Bedrijven uit deze categorie passen op het bedrijventerrein in relatie tot de omgeving. Zo zijn aan de Zuidelijke Dwarsweg 13d al bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.1.
Figuur 9: Links uitsnede kaart 20 'Bedrijventerreinen' en rechts uitsnede Kaart 14 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Plangebied zwart omkaderd. Recreatiegebied De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stadsen dorpsgebied wordt onderbouwd en regionaal afgestemd. De zone ten oosten van de N457 en zuiden van de Zuidelijke Dwarsweg is één van de gebieden die als recreatiegebied is aangeduid. De planontwikkeling zelf ligt naast de aanduiding 'Recreatiegebied' in beschermingscategorie 2 (Kaart 14 ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) zoals genoemd in artikel 6.9b van de Omgevingsverordening (figuur 9). Op grond van artikel 6.9, lid 9 is inpassing en aanpassing toegestaan. Dit bestemmingsplan maakt een regulier bedrijventerrein mogelijk in plaats van nu alleen een dierenpension. Hier is sprake van inpassing. Deze uitbreiding past binnen de uitgangspunten van de
Toelichting
25
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Omgevingsvisie. De richtpunten zijn niet in het geding. Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plan is in overeenstemming met artikel 6.12 van de Omgevingsverordening (Bedrijven), omdat bedrijven mogelijk worden gemaakt, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein en omgeving.
het plan in overeenstemming is met artikel 6.9b van de Omgevingsverordening (Recreatiegebied), omdat de uitbreiding niet is gelegen binnen het oostelijk gelegen recreatiegebied. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit.
Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. (Ingesloten) droogmakerijlint
26
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
De Zuidelijke Dwarsweg is één van de linten die een belangrijke structuurdrager vormt van de droogmakerijen. Eerst stonden er verspreide boerderijen, later zijn de linten verdicht met woningen, bedrijven en kassencomplexen. De bebouwing is afwisselend en staat aan weerszijden van de weg. Tussen de bebouwing door is zicht op het achterliggende polderlandschap. Zowel de openbare ruimte, de erven als de gebouwen zijn een afspiegeling van het boerenbedrijf in de polder: sober en praktisch ingericht. De dimensionering van de linten is vaak te krap voor het huidige, intensieve gebruik. De linten vormen lange, rechte lijnen in het landschap. Bij de kruising van grotere infrastructuur zijn sommige linten verlegd, waardoor de continuïteit van de lange lijnen doorbroken wordt. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen.
Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. Snelweg met bedrijventerreinen Een relatief nieuwe identiteitsdrager in het gebied is het snelweglandschap. De snelweg is onderdeel van een veel langer tracé en in het gebied leidt dat tot vervreemding in maat en schaal, oriëntatie en vormgeving. In de afgelopen decennia zijn er verschillende (logistieke) bedrijventerreinen aan de snelweg ontstaan die in architectuur aansluiten bij de wetmatigheden van de snelweg. Zodoende ontstaat nieuwe entiteit in het gebied die breder is dan de weg. De ambitie is om, op de plekken waar bedrijventerreinen aan de snelweg liggen, deze nieuwe dynamiek aan te stimuleren zodat een duidelijk contrast ontstaat tussen de hoog dynamische snelwegomgeving en haar landschappelijke context. Uitgangspunt daarbij is concentratie van bedrijventerreinen rondom knooppunten. Ontwikkelingen Het droogmakerijenlandschap is sterk in beweging. Er zijn veel grote en kleine ontwikkelingen gaande. Rondom de A12 zijn nieuwe glastuinbouwgebieden in combinatie met bedrijventerreinen gepland.
Als buffer tussen de nieuwe bedrijvigheid en glastuinbouw met (de woningbouwuitbreiding van) Waddinxveen is de groene Vredenburghzone gepland. Ook zijn er inmiddels nieuwe infrastructurele verbindingen gerealiseerd, met name rondom de Gouwe Knoop. De Extra Gouwe kruising, Vredenburghlaan en Moordrechtboog (N457) zijn inmiddels aangelegd. Weggebonden bedrijvigheid De weggebonden bedrijventerreinen liggen met name rondom de vier kwadranten van de A12 en de Moordrechtboog. Ondernemers op deze terreinen opereren vaak bovenregionaal. De schaal van de activiteiten past bij de schaal van het snelweglandschap. De zichtlocaties zijn op de snelweg georiënteerd. Zodoende ontstaat een samenhangend artificieel werklandschap van de 21e eeuw. Aan de achterkant, tegen het landschap is het contrast groot. De structuur van het landschap, haar lange lijnen en waterlopen én de bijbehorende routes voor fietsers en ander lokaal verkeer wordt hier hard onderbroken. Gestreefd moet worden naar een zorgvuldige inpassing van deze achterkanten, vindbaarheid en oriëntatie voor gebruikers van het landschap. Dat betekent dat randen aan de infrastructuur een hele andere benadering vergen dan de randen naar het landschap.
Daar waar de randen naar de snelweg hard en bebouwd zijn daar vragen de randen naar het landschap om landschappelijke middelen (beplantingsschermen, waterlopen) om het terrein goed in te passen. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het plangebied ligt tussen Distripark Doelwijk en de Moordrechtboog (N457); het maakt onderdeel uit van 'weggebonden bedrijvigheid'. Naar analogie van deze bedrijvigheid dient ook hier specifieke aandacht te worden besteed aan landschappelijke inpassing. De rand dient onderdeel te zijn van de schaal en orde van de nieuw aangelegde provinciale infrastructuur. Randen aan het landschap worden met landschappelijke elementen ingepast. Het terrein wordt ontwikkeld met een opvallende voorkant naar de N457. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast.
Toelichting
27
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
Conclusie De uitbreiding van het bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast met een zichtlocatie vanaf de N457 en een groene rand langs de Moordrechtboog en Zuidelijke Dwarsweg. De bebouwing wordt hierop afgestemd. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland In 2019/2020 heeft de Regio Midden-Holland een kwantitatief onderzoek laten uitvoeren naar de bedrijventerreinen in deze regio. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Stec groep en met de oplevering van het rapport "Naar een kwantitatieve verdieping van de regionale bedrijventerreinen” is het eerste deel van een door de regio Midden-Holland op te stellen regionale bedrijventerreinenstrategie afgerond. Uit het rapport blijkt een flink tekort aan bedrijventerreinen. Los van de vraag naar (extra) uitbreidingsruimte van reeds gevestigde ondernemers, is er een vervangingsvraag als gevolg van transformatie naar ander gebruik, veelal woningbouw. De recente provinciale behoefteraming (vastgesteld in 2021) bevestigt dit beeld en onderstreept het tekort extra: de vraag in Midden-Holland groeit harder dan eerder voorspeld en het aanbod is verder opgedroogd. De vraag tot en met 2030 is vanuit de provinciale prognose geraamd op circa 80 tot 120 hectare. Het tekort doet zich vooral voor over een brede linie: van regulier lokaal MKB tot ruimte voor Hogere Milieu categorie (HMC) bedrijven. Aansluitend op deze behoefteraming heeft de provincie Zuid-Holland een uitvraag gedaan om per regio een bedrijventerreinenstrategie op te stellen.
Als vervolg op die kwantitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie heeft het triple helixoverleg Economie Onderwijs Arbeidsmarkt (EOA) afgesproken om een kwalitatief georiënteerde, regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Deze strategie bouwt voort op de kwantitatieve strategie en geeft invulling aan ‘werken aan kwaliteit’. Dit houdt in dat de regio vanuit een ruimtelijk-economisch perspectief wil werken aan een kwalitatief sterke bedrijventerreinenmarkt met locaties en werkgelegenheid die kwaliteit toevoegen aan Midden-Holland. Dit betekent onder meer dat bestaande bedrijventerreinen goed moet worden benut en toekomstbestendig moeten worden gemaakt en dat nieuwe bedrijventerreinen een kwalitatieve toevoeging moeten zijn aan het bestaande aanbod en maximaal moeten helpen om de kansen en uitdagingen in de regio te verzilveren. Het door Stec Groep opgestelde rapport 'Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland' van 2 juni 2023 Bijlage 3), is in goede samenwerking met de leden van het triple helixoverleg EOA regio Midden-Holland tot stand gekomen. Onderdeel van de samenwerking was een regelmatige afstemming met vertegenwoordiging van het bedrijfsleven in de regio.
De definitieve versie van de kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie is na positief advies van het triple helixoverleg EOA Midden-Holland aangeboden aan de colleges van de regiogemeenten met verzoek het rapport vast te stellen en te besluiten om de strategie ter aanvaarding aan het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan te bieden. Aanvaarding van de strategie door Gedeputeerde Staten betekent dat trede 1 en 2 van de Ladder zijn doorlopen. Met aanvaarding door Gedeputeerde Staten kan de regio feitelijke compensatie toepassen in plaats van planologische compensatie, gesteld dat vraag en aanbod in balans zijn. Burgemeester en wethouders van Waddinxveen hebben de regionale kwalitatieve bedrijventerreinen strategie Midden-Holland op 12 juni 2023 vastgesteld. Leidende principes De strategie bevat naast een feitelijke analyse afspraken en acties, deze zijn samengevat in een drietal leidende principes voor een toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille in de regio Midden-Holland. Deze principes zijn niet volgordelijk en worden parallel aan elkaar opgepakt. 1. De Regio Midden-Holland spant zich in om onze bestaande bedrijventerreinenvoorraad op niveau te houden en waar mogelijk kwalitatief te optimaliseren. Denk aan verduurzamen en het zo zorgvuldig mogelijk benutten van de ruimte.
Zo wil de regio de bijdrage van haar terreinen aan de regionale economie en samenleving borgen en bedrijventerreinen benutten bij het realiseren van maatschappelijke ambities. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie.
28
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Dwarsweg 13c (uitbreiding Distripark Doelwijk)
2. De Regio Midden-Holland gaat nieuwe, duurzame bedrijventerreinen ontwikkelen om tegemoet te komen aan de flinke ruimtebehoefte van bedrijven in Midden-Holland. Ook is dit nodig om ‘schuifruimte’ te realiseren om de bestaande voorraad te optimaliseren (principe 1). Bij de toevoeging van nieuw terrein kijkt de Regio Midden-Holland goed hoe zij de extra vierkante meters met maximale meerwaarde voor de regio en ten opzichte van de bestaande voorraad kan realiseren. 3. De Regio Midden-Holland realiseert de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbestendige portefeuille van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in Midden-Holland. Denk hierbij onder meer aan goede monitoring. Conclusie Het herontwikkelen van een bestaand bedrijfsperceel voor alleen een dierenpension en handelsbedrijven tot en met milieucategorie 2 naar een regulier bedrijventerrein voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.1, grenzend aan Distripark Doelwijk, is in overeenstemming met de 'Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland' van Stec Groep (juni 2023).
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.