CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen, toelichting en regels, versie 16-04-2025

Besluitvormende raadsvergadering 16 april 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kromme Esse 4b25.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, 'Broekvelden, - Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van 5,5 km ten oosten van het plangebied. De aanpassing van het bouwvlak is niet van invloed op dit Natura2000-gebied. Evenmin worden significante externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van de bestaande bedrijfsactiviteiten. Het plangebied ligt circa 810 meter ten westen van bestaande en nieuwe natuur van NNN van de provincie Zuid-Holland in de polder Bloemendaal (figuur 15). Iets verderop ligt op 910 meter een belangrijk weidevogelgebied. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor NNN en dit weidevogelgebied. Ten westen van het plangebied ligt op circa 2,2 km de ecologische verbindingszone tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur.

Figuur 15: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met een rode stip aangeduid). 6.3.1 Stikstofdepositie Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het 5,5 km oostelijk gelegen Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' betreft een Vogelrichtlijngebied. Dit gebied is niet stikstofgevoelig, met dien verstande dat 'Polder Stein' mogelijk wel binnenkort wordt aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Het Natura2000-gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' is wel een stikstofrelevant habitatrichtlijngebied. Dit gebied ligt op 9 km afstand. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2024). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een bedrijfsloods mogelijk. Gelet op de grote afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied (9 km) kan zonder onderzoek worden gesteld dat er in de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van toename van stikstofdepositie.

48

Toelichting

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: In het plangebied is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het gebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 6.3.2 Effect vergunnen activiteiten Onderhavig initiatief voorziet het oprichten van een bedrijfsloods op een bestaand sierteeltbedrijf. Er vinden geen kap- of snoeiwerkzaamheden plaats van aanwezig groen. Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Konijn, Veldmuis, Wezel, Bosmuis, Huisspitsmuis, Ree, Vos en Woelrat geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied.

Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Er zullen maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Gelet hierop is de kans klein dat er een negatief effect optreedt op aanwezige flora en fauna, zodat een ecologisch onderzoek achterwege kan worden gelaten. Het plan is uitvoerbaar ten aanzien van ecologie. Algemene zorgplicht De Wet natuurbescherming bepaalt dat eenieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Wanneer er toch beschermde soorten worden gevonden, dan zal hiervoor tijdig ontheffing worden aangevraagd. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling.

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

Toelichting

49

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

50

Toelichting

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische opzet

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

7.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:1.500, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven. Gekozen is voor een gedetailleerd bestemmingsplan.

7.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.

Toelichting

51

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Agrarisch - Sierteelt Artikel 3 Voor het perceel geldt de bestemming ‘Agrarisch - Sierteelt’. Deze gronden zijn al in gebruik voor sierteelt. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om bedrijfsbebouwing, zoals bedrijfsgebouwen, kassen en andere bouwwerken te realiseren. Deze bebouwing, dient te worden gerealiseerd binnen het nieuwe bouwvlak. Hierbij mogen kassen eveneens in aansluiting op het bouwvlak worden gerealiseerd. In de regels is de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. De maximale toegestane oppervlakte kassen per bedrijf bedraagt 3.000 m².

De in het bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte, Polder Bloemendaal' opgenomen afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere oppervlak aan kassen blijft onverminderd van toepassing, omdat deze sierteeltgronden buiten het plangebied van dit bestemmingsplan vallen. Via een afwijking kan het oppervlak aan kassen per bedrijf worden verhoogd tot maximaal 1/3 van het netto aaneengesloten bedrijfsoppervlak (met voorwaarde voor landschapscompensatie). De natuur- en landschapswaarden zijn middels de bestemmingsomschrijving en de opgenomen regeling voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden (aanlegvergunning) beschermd. Waarde - archeologie 2 Artikel 4 Het plangebied heeft gedeeltelijk hoge archeologische verwachtingswaarden. Voor dit gebied is overeenkomstig het gemeentelijke archeologiebeleid de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningenstelsel. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.

Algemene bouwregels Artikel 6 In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, kelders en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Artikel 7 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Artikel 9

52

Overige regels

Toelichting

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 10 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 10.1 e.v. van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 10.4 e.v. van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Slotregel Artikel 11 Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

7.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

Toelichting

53

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

54

Toelichting

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 8 8.1

Economische uitvoerbaarheid

Financiële haalbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.

Toelichting

55

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

56

Toelichting

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke betrokkenheid

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan aan een aantal personen en/of instanties toegezonden. Er is één vooroverlegreactie ontvangen van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Op 3 mei 2023 en 25 mei 2023 heeft het hoogheemraadschap gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan van dit plan onder zaaknummer 2023-007325. Hierin gaven zij een positief wateradvies, met dien verstande dat hiervoor wel een vergunning nodig was. Op dit moment is er bij Rijnland een aanvraag voor een watervergunning in behandeling voor dit project. Deze aanvraag voor een watervergunning is bij Rijnland bekend onder het zaaknummer 2024-000019/OLO8207551. Eerder advies Het advies wat het Hoogheemraadschap eerder heeft gegeven op het vooroverleg was gebaseerd op de Keur 2022, met ingang van 2024 is nu de Waterschapsverordening van kracht en geeft aanleiding tot het maken van verdere opmerkingen. Daarnaast zijn de plannen qua toename hardoppervlak gewijzigd. Opmerkingen Het aanleggen van meer dan 5.000 m² geldt naast de 15% ook dat het gebied 90 mm moet kunnen bergen. Voor het bestemmingsplan is dit geen reden tot een negatief advies. In de vergunningsaanvraagprocedure wordt de waterbalans getoetst. Reactie gemeente Wij hebben kennisgenomen van de vooroverlegreactie van het Hoogheemraadschap.

Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

9.2

Communicatie

Initiatiefnemer heeft overleg gehad met de bewoners/gebruikers van aangrenzende en nabijgelegen percelen. Hij heeft betrokkenen per e-mail van 17 maart 2023 geïnformeerd over de aanpassing van het bouwvlak om een nieuw bedrijfsgebouw mogelijk te maken. In de bijlage van de mail was een situatietekening met het nieuwe bedrijfsgebouw aangegeven. Eén omwonende heeft medegedeeld geen bedenkingen te hebben tegen vergroting van het bouwvlak. De overige personen/instanties hebben niet gereageerd.

9.3

Zienswijzen

Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 en artikel 3:10 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

Toelichting

57

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

58

Toelichting

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Regels

Regels

59

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen met identificatienummer NL.IMRO.0627.KrommeEsse4b-0401 van de gemeente Waddinxveen. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 afwijking Een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo juncto art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo. 1.6 archeologische waarde De waarde die een gebied toegekend is op grond van de aldaar aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. 1.7 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren. Onder andere nader te onderscheiden in: a. grondgebonden: de teelt van gewassen op open grond, al dan niet onder plat glas, daaronder niet begrepen bosbouw en sier- en fruitteelt dan wel het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; b.

glastuinbouw: teelt van gewassen voor tuinbouw en sierteelt en hiermee gelijk te stellen gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; c. intensieve veehouderij: het houden van slacht-, fok-, leg-, of pelsdieren in gebouwen (bijna) zonder weidegang. Dit onafhankelijk van agrarische grond als productiemiddel; d. sierteelt: de teelt van siergewassen al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de verhandeling van boomkwekerijgewassen en vaste planten; e. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; f. bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; g. bosbouw: de teelt van bomen vanwege de houtproductie. 1.8 agrarisch deskundige Een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied van land- en tuinbouw. 1.9 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 bebouwingsgrens Een grens van een bouwperceel, welke niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen.

60

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

1.11 bebouwingspercentage Indien het percentage van een bestemmingsvlak betreft de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak; indien het percentage een bouwperceel betreft de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bouwperceel; dit percentage wordt slechts berekend over het gedeelte van het bestemmingsvlak of het bouwperceel, waarbinnen de bouwwerken mogen worden gebouwd. 1.12 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.13 begane grond bouwlaag De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.14 bestaande situatie a. Bij gebruik: aanwezig op het moment van het van kracht worden van het plan; b. bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning. 1.15 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bevoegd gezag Het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.18 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.19 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met uitzondering van onderbouw (kelder), kap of kapverdieping. 1.22 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

Regels

61

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

1.25 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26 bruto-vloeroppervlakte (bvo) Bruto-oppervlakte als bedoeld in NEN2580. 1.27 coffeeshop Een horeca-inrichting waar geen alcohol wordt geschonken en verkoop en/of gebruik van softdrugs plaatsvindt. 1.28 dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.29 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30 erf Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.31 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32 hoofdgebouw Eén of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.33 horeca Een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties. 1.34 kap De volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°. 1.35 kassen Bouwwerken voornamelijk van glas of ander lichtdoorlatend materiaal (ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een hoogte van 1,5 m of meer, trek-, schaduw-, gaas-, boog- en tunnelkassen daaronder begrepen. 1.36 kelder Een afgedekt gedeelte van een gebouw, waarvan meer dan de helft van de inhoud niet boven peil is gelegen. 1.37 kunstwerk Bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van infrastructurele en/of waterhuishoudkundige voorzieningen.

62

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

1.38 landschappelijke waarde De door het bevoegd gezag aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende elementen. 1.39 nutsvoorziening Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit en de telecommunicatie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.40 ondergeschikte functie Functie waarvoor maximaal 30% van de bruto-vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig gebruikt mag worden. 1.41 openbare nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-. water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen. 1.42 overkapping Een bouwwerk met een open constructie en een dak met maximaal één gesloten wand. 1.43 parkeren Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.44 peil a. Voor hoofdgebouwen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; b. voor bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; c.

indien op of in het water gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; d. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.45 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.46 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.47 seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.48 stallen van voertuigen Het in een garage of andere bewaarplaats zetten van voertuigen. 1.49 verdieping De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondlaag gelegen is/zijn. 1.50 volwaardig agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf in omvang van ten minste één volledige arbeidskracht met een daarbij passende bedrijfsomvang.

Regels

63

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

1.51 voorgevel Het voorste deel van de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, ligging aan de weg, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.52 voorgevellijn De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; bij een hoekperceel wordt de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel, die naar de weg of openbaar groen is gekeerd ook beschouwd als voorgevellijn.

64

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van een bouwwerk, waar de afstand het kortst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: Indien de goot/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager is gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak. 2.5 de horizontale bouwdiepte van een gebouw Een lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg toegekeerde gevel. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 de lengte, breedte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.8 de ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, dakgoten, overstekende daken en balkons, voor zover deze niet boven de openbare ruimte gelegen zijn, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1.50 meter bedraagt. Voor lifthuizen op daken geldt dat deze niet meer dan 10 % van het dakoppervlakte van het dak mag bedragen. 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 de verticale diepte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het laagste ondergrondse punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.

Regels

65

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch - Sierteelt

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Sierteelt' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sierteeltbedrijven met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen, kassen en/of teeltondersteunende voorzieningen, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen, warmteopslagtanks en waterbassins; b. ondergeschikte verkoop van bedrijfsgebonden producten; c. nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: d. erven en terreinen; e. wegen en paden; f. water; g. kunstwerken. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. Op of in de gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; indien tussen bouwvlakken de aanduiding ‘relatie’ is aangegeven worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de goothoogte bedraagt maximaal 8 m; d. de bouwhoogte bedraag maximaal 10 m; 3.2.3 Kassen Voor het bouwen van kassen gelden de volgende regels: a. kassen dienen binnen en aangrenzend aan het bouwvlak te worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 6,5 m; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8,5 m; d. de maximale oppervlakte aan kassen per bedrijf bedraagt 3000 m², dan wel het bestaande oppervlak indien dat hoger is;. e. de minimale afstand tot de voorgevellijn bedraagt 1 m. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. Binnen het bouwvlak geldt dat: 1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 m mag bedragen; 2.

de hoogte van silo's, wateropslagtanks, warmtebuffers en installaties ten behoeve van de energievoorziening bedraagt maximaal 15 m; 3. de hoogte van waterbassins bedraagt maximaal 2,5 m; 4. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 m. b. Buiten het bouwvlak geldt dat: 1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m; 2. de hoogte van ooievaarsnesten bedraagt maximaal 5 meter;

66

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

3. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 3 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Afwijken overschrijden bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub a, ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak, met dien verstande dat: a. een doelmatige bedrijfsvoering moet overschrijding van de maatvoering noodzakelijk maken; deze noodzaak is in ieder geval aanwezig, wanneer overschrijding van het bouwvlak noodzakelijk is om aan milieuregels te kunnen voldoen; b. het bouwvlak niet verder mag worden overschreden dan vanwege milieuregels noodzakelijk is; c. de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; d. het woon- en leefklimaat van omliggende woningen niet onevenredig aangetast wordt. 3.3.2 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in 3.3.1 kan pas worden verleend wanneer een agrarisch deskundige een positief advies heeft uitgebracht over het bepaalde in 3.3.1 sub a. 3.3.3 Afwijken hoogte kassen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3, ten behoeve van het bouwen van hogere kassen, met dien verstande dat: a. de afwijking uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘sierteeltgebied’; b. de maximale goothoogte bedraagt 8 m; c. de maximale bouwhoogte bedraagt 10 m; d. de hogere kassen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; e.

de hogere kassen dienen ruimtelijk en milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 3.3.4 Afwijken maximaal oppervlak kassen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3 sub d ten behoeve van het vergroten van het oppervlak aan kassen tot ten hoogste 1/3 van het netto aaneengesloten bedrijfsoppervlak, met dien verstande dat: a. de afwijking wordt uitsluitend toegepast indien er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf en uitbreiding van het oppervlak aan kassen voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; b. ten hoogste 1/3 van het netto aaneengesloten bedrijfsoppervlak - zijnde het bedrijfsoppervlak waarover het bedrijf beschikt op de locatie waar de kassen worden opgericht - mag bebouwd worden met kassen; c. de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven niet onevenredig worden beperkt; d. de kassen uitsluitend worden gebouwd, indien is voorzien in voldoende watercompensatie. e. voor het overige dient te worden voldaan aan de regels ten aanzien van kassen zoals opgenomen in artikel 3.2.3. 3.3.5 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in 3.3.4 kan pas worden verleend wanneer: a. een agrarisch deskundige een positief advies heeft uitgebracht over het bepaalde in 3.3.4 sub a; b.

de waterbeheerder een positief advies heeft uitgebracht over de benodigde compenserende maatregelen als gevolg van eventuele demping van sloten en/of toename van verharding; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige.

Regels

67

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

3.3.6 Afwijken herbouw kassen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.4 ten behoeve van de herbouw van kassen, met dien verstande dat: a. de herbouw van kassen alleen toelaatbaar is ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven; b. een positief advies is verkregen van de agrarisch deskundige; c. de herbouw milieuhygiënisch inpasbaar is. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik van meer dan één bouwlaag van een gebouw of kas voor het telen van gewassen. 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorziening Het gebruik van een nieuw bedrijfsgebouw als genoemd in 3.2.2 sub a is uitsluitend toegestaan indien: a. een geluidwerende voorziening is getroffen overeenkomstig de resultaten van het Akoestisch onderzoek, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de toelichting; b. de geluidwerende voorziening dient vervolgens door de eigenaar duurzaam in stand te worden gehouden. 3.4.3 Afsluiten mechanische ventilatie De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor een bedrijf indien ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in een nieuw bedrijf door gebruikers kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden, vallend buiten het bouwvlak, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het scheuren of frezen van grasland ten behoeve van andere gewassen dan gras- en voedergewassen voor gebruik op het bedrijf waar deze voedergewassen worden geteeld; b. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, tenzij het kavelpaden betreft ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering; d. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie-leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 3.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3.5.3 Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een landschapsdeskundige aangewezen door het bevoegd gezag.

68

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 4

Waarde - Archeologie 2

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 4.2.2 Voorwaarden Indien uit het in sublid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.2.3 Weigeringsgrond vergunning Indien uit het in sublid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in sublid 4.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. 4.2.4 Uitzondering archeologisch rapport Het overleggen van een archeologisch rapport zoals bedoeld in lid 4.2.1 is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden voor de Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt; b.

het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 cm;

Regels

69

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 cm; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 cm; g. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 cm; h. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 cm; i. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 cm; j. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen.

4.3.2 Uitzonderingen Het in sublid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. welke het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; het aanleggen van drainage wordt beschouwd als vallend onder het normale agrarische gebruik; b. welke reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.3.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden kan slechts worden verleend, indien door de in sublid 4.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 4.3.4 Voorwaarden Voor zover de in sublid 4.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden van de gronden, kunnen een of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.3.5 Onderzoeksplicht De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. c. Het overleggen van een archeologisch rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

70

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

4.3.6 Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige. 4.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de bestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek of beschikbare informatie van het bevoegd gezag is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Regels

71

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

72

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 6

Algemene bouwregels

6.1 Algemeen a. Het bouwen mag niet plaatsvinden met overschrijding van de aangegeven bebouwings- of bestemmingsgrenzen, tenzij in de regels anders is bepaald; b. in die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; c. in het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid c. uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 6.2 Vloerpeilen Ter bescherming van nieuwe gebouwen gelden, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, de volgende regels: a. in afwijking van het bepaalde in sub a mogen ruimten die volgens de wettelijke regelingen niet aangemerkt kunnen of zullen worden als woonruimten/-vertrekken zich onder het in sub a genoemde niveau bevinden; b. in afwijking van het bepaalde in sub a kan met een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid a voor een afwijkende normering mits de waterveiligheid is gewaarborgd en vooraf het betreffende Hoogheemraadschap schriftelijk heeft ingestemd met een afwijkende normering.

Regels

73

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

7.1 Strijdig gebruik a. Behoudens het bepaalde in Artikel 10 Overgangsrecht gebruik is het verboden de zich binnen de bij de geometrisch bepaalde vlakken, welke onderdeel uitmaken van dit bestemmingsplan, begrepen gronden en zich daarop bevindende opstallen te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de voorgeschreven bestemming of met de regels van het plan; b. het verbod, bedoeld onder a omvat in ieder geval: de aanleg of het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats voor onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden en voorts geldt bedoeld verbod voor het gebruik van gronden en gebouwen voor het uitoefenen van prostitutie, voor de verkoop en opslag van vuurwerk, voor de exploitatie van een garagebedrijf, voor de exploitatie van een seksinrichting, detailhandel en horeca en voor de exploitatie van een coffeeshop, tenzij in de regels van dit plan anders is bepaald; c. als verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor seksuele dienstverlening.

74

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1 Afwijken bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. het overschrijden van bebouwings- of bestemmingsgrenzen voor zover betrekking hebbende op erkers, balkons, buitentrappen, luifels en soortgelijke bouwwerken; b. het overschrijden van bebouwings- of bestemmingsgrenzen door gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen ingeval de overschrijding meer bedraagt dan op grond van de bouwregels is toegestaan; c. beneden peil gelegen ruimtes in één laag binnen en buiten het bouwvlak. Voordat afwijking wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap; d. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; e. de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bouwgrenzen met maximaal 3 m, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; f. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m.

Regels

75

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 9

Overige regels

9.1 Parkeerregeling a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de wijziging van de gebruiksomvang en/of de wijziging van de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de nota ’Parkeerbeleid', van de gemeente Waddinxveen, vastgesteld op 9 juli 2014 en de Notitie 'Toepassing parkeerbeleid en resultaten', van de gemeente Waddinxveen, vastgesteld op 9 mei 2017 en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. b. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na de realisering in stand te worden gehouden. d. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en b: 1.

indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

76

Regels

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 Artikel 10

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 10.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1 sub a met maximaal 10%. 10.3 Uitzondering op het overgangsrecht Lid 10.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

10.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.6 Afwijking Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.7 Uitzondering op het gebruik overgangsrecht Lid 10.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels

77

bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kromme Esse 4b, Waddinxveen' van de gemeente Waddinxveen.

78

Regels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15224827/4