CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.b Bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen, toelichting en regels

Besluitvormende raadsvergadering 18 september 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Abraham Kroesweg 223.485 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.0627.BPabrkroesweg2-0401

Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen VASTGESTELD

25 maart 2024

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Stadium Grow Lighting B.V. Abr. Kroesweg 44 2742 KX Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 8 mei 2023 22 september 2023 19 december 2023 25 maart 2024

VERSIE 2e versie 2e versie 1e versie 1e versie

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

11 11

Hoofdstuk3

13

3.1 3.2

Planbeschrijving

Nieuwe situatie Verkeer en parkeren

13 16

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

19 19 20 25 26

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

31 31 31 32 32 33

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

37 37 48 50 52

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

53 53 53 53 55

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

57 57

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

59 59 59 59

Regels

61

Toelichting

5

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

62 62 67

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

68

Artikel 3 Artikel 4

Agrarisch - Glastuinbouw Water

68 71

Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

72 72 73 74 75 76

Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

77 77 78

Bijlagen toelichting Bijlage 1

M.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 2

Akoestischonderzoek industrielawaai

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Notitie stikstofberekeningen

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

Bijlage 6

Verslag informatiebijeenkomst 31 mei 2023

Bijlage 7

Nota van zienswijzen en vooroverleg

Bijlage bij regels Bijlage 1

6

Beplantingsplan

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Stadium Grow Lighting B.V. (afgekort SGL) is een bedrijf dat is gespecialiseerd in technieken en (licht) machines om de kwaliteit van gras te verbeteren voor onder andere voetbalstadions wereldwijd. Het bedrijf is de laatste jaren fors gegroeid. Inmiddels is er een team van 33 werknemers werkzaam. Momenteel is het bedrijf gevestigd in een gedeelte van het kantoor van rozenkwekerij Porta Nova aan de Abr. Kroesweg 44 in Waddinxveen. Aan de voorzijde zijn enkele kleine teeltvelden in gebruik. Om een duurzame bedrijfsvoering te kunnen continueren is uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk. Dit kan niet plaatsvinden op de huidige locatie. Het voornemen is daarom de verschillende onderdelen van SGL onder te brengen onder één dak. Enerzijds om het beheer beter te kunnen uitvoeren, anderzijds om de systemen verder te kunnen ontwikkelen. Het onbebouwde agrarische perceel aan de Abr. Kroesweg 2, groot circa 1,3 ha, is hiervoor uitermate geschikt. De bestaande bedrijfswoning op dit perceel wordt momenteel al gebruikt als tijdelijke kantoorruimte door SGL.

Om de vestiging van SGL op dit perceel mogelijk te maken met een nieuw kantoor, opslagruimte, bijbehorende teelt- en boogkassen en een outdoor teeltveld is een herziening van het bestemmingsplan nodig, omdat het kantoor en de opslagruimte buiten het bouwvlak worden gerealiseerd en het gebruik afwijkt van de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw'. Vanuit planologische overwegingen is vestiging van dit bedrijf inpasbaar, omdat de bedrijfsactiviteiten zijn gelieerd aan (glas)tuinbouwactiviteiten. Dit bestemmingsplan maakt de bestemmingswijziging juridisch/planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Abr. Kroesweg in het westelijk gelegen buitengebied van Waddinxveen (figuur 1). Ten zuidwesten van het perceel is een aannemersbedrijf gevestigd met aansluitend drie (in ontwikkeling zijnde) woon-/werkeenheden. Achter het plangebied (in noordoostelijke richting) staan kassen van een glastuinbouwbedrijf. In oostelijke richting staat in het bebouwingslint een bedrijfsloods en bedrijfswoning op nummer 4. Het gebied hierachter is onbebouwd (grasland). Aan de overzijde van de Abr. Kroesweg staan op nummers 5 en 7 plattelandswoningen met aansluitend glastuinbouwbedrijven. Het plangebied maakt onderdeel uit van het glastuinbouwgebied in de Zuidplaspolder. Via de Bredeweg is in zuidoostelijke richting de bebouwde kom van Waddinxveen bereikbaar. In noordwestelijke richting ligt de woonkern van Moerkapelle.

Toelichting

7

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" “Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018

Uitspraak ABRvSt 9 juli 2014

Het plangebied is in het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' bestemd voor 'Agrarisch – Glastuinbouw'. De bedrijfswoning is met een functieaanduiding opgenomen (figuur 2). De planontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan, omdat het kantoor en de opslagruimte buiten het bouwvlak worden gerealiseerd en het gebruik afwijkt van de bestemming. Om hieraan medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het bestemmingsplan 'Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen' voorziet hierin.

8

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Zuidplas Noord (planlocatie rood gestippeld omlijnd).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

9

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

10

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt in het westelijk gelegen buitengebied van Waddinxveen in de polder Zuidplas. De Abr. Kroesweg is een bestaand glastuinbouwgebied. Op de bouwkoppen staan bedrijfswoningen en plattelandswoningen (via planwijziging) voor zover deze niet meer nodig waren voor de agrarische bedrijfsvoering. Voorts zijn aan de Abr. Kroesweg en Bredeweg enkele bedrijven gevestigd. Naastgelegen aannemersbedrijf aan de Bredeweg 4.

Bedrijfswoning aan de Abr. Kroesweg 4.

Grasland achter bedrijfsperceel op nummer 4. Tegenover gelegen glastuinbouwbedrijf aan de Abr. Kroesweg 5. Planspecifiek In het plangebied staat een bedrijfswoning. Het hierachter gelegen perceel is in gebruik als grasland.

De bedrijfswoning op nr. 2.

Het achter de bedrijfswoning gelegen grasland.

Bestaande vestiging Abr. Kroesweg 44 Momenteel is SGL gevestigd in een gedeelte van het kantoor van Porta Nova aan de Abr. Kroesweg 44.

Toelichting

11

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Naast het kantoor zijn enkele kleine teeltvelden in gebruik. De vestiging is te klein om het groeiend aantal werknemers te kunnen huisvesten. Naast deze kantoorruimtes worden er verspreid in het land opslagruimten gehuurd waar onderdelen en materialen zijn opgeslagen. Het groeiende bedrijf kan hierdoor niet efficiënt werken, temeer daar de faciliteiten niet meer voldoen. Het is de logistieke en bedrijfseconomische wens om het bedrijf op één adres te vestigen.

Bestaande teeltvelden aan Abr. Kroesweg 44.

12

Teeltveld met verlichtingsarmaturen.

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

Noodzaak gewenste uitbreiding Om SGL verder te kunnen ontwikkelen is uitbreiding noodzakelijk. Het perceel aan de Abr. Kroesweg 2, groot circa 1,3 ha, is hiervoor geschikt. De bedrijfswoning blijft behouden. Hierachter is ruimte voor een kantoor met werkplaats voor opslag, reparatie en onderhoud van machines en materieel. Achter de bedrijfsbebouwing worden indoor teeltkassen met aansluitend boogkassen (outdoor teelt) gerealiseerd. Deze kassen zijn nodig om het gras bloot te stellen aan verschillende soorten omstandigheden om zo de optimale groei te realiseren. Er is ook ruimte voor teelt in de buitenlucht. Deze uitbreiding biedt de mogelijkheid om omvangrijker onderzoeken en in de praktijk te gaan en preciezer agronomisch onderzoek te doen naar deze grassen, met als gevolg de producten en daarmee ook de graskwaliteit te verbeteren en de agronomische afdeling naar een hoger niveau te tillen. Alles staat in het teken van kwalitatief hoogwaardig gras. Het initiatief is passend in dit glastuinbouwlandschap, temeer daar de bedrijfsactiviteiten zijn gelieerd aan het agrarisch- en glastuinbouwachtige karakter. Het kantoor zorgt voor een representatieve uitstraling vanaf de Abr. Kroesweg. Dit kantoor kan het groeiend aantal werknemers een goede werkplek bieden. Daarnaast is het noodzakelijk de Control Room uit te breiden om zo meer en betere ondersteuning te kunnen bieden aan klanten.

Enigszins terugliggend komt er een bedrijfshal voor opslag van producten en materieel, onderhoud en reparatie van lampen en machines. Het laden en lossen van machines vindt plaats via een dockshelter. Ruimtelijke inpassing De nieuwbouw van het kantoor en de bedrijfshal worden ruimtelijk ingepast met een hierbij passende bebouwing. De bouwhoogte van het kantoor en opslagloods worden circa 9 meter. De hierachter gelegen kassen en boogkassen sluiten naadloos aan bij de bestaande glastuinbouwbedrijven met een maximum bouwhoogte van 10 meter. Er wordt voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd voor zowel werknemers als bezoekers. De bestaande brug wordt vervangen en verbreed, zodat er voldoende ruimte is voor vrachtwagens het perceel op te rijden zonder het doorgaande verkeer op de Abr. Kroesweg te hinderen. Op het perceel is genoeg ruimte voor vrachtwagens om te kunnen draaien, zodat dit niet op de openbare weg hoeft te gebeuren. De ruimte om de bedrijfswoning wordt groen ingericht met streekeigen beplanting. Het beplantingsplan is in artikel 3.4.2 van de specifieke gebruiksregels van het bestemmingsplan opgenomen, zodat aanleg en instandhouding publiekrechtelijk is geborgd. De verkavelingstekening van de voorzijde van het plangebied is opgenomen in figuur 3. Het landschapsinrichtingsplan rondom de bedrijfswoning is opgenomen in figuur 4.

Een vogelvluchttekening van het plangebied is weergegeven figuur 5.

Toelichting

13

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Figuur 3: Verkavelingstekening voorzijde van het plangebied met de bedrijfswoning, het kantoor en de bedrijfshal (indicatief).

14

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Figuur 4: Landschapsinrichtingsplan woonerf.

Figuur 5: Vogelvluchttekening.

Toelichting

15

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1 Verkeer Het plangebied ligt aan de Abr. Kroesweg. De weg heeft een maximum snelheid van 60 km uur. Via de Bredeweg zijn de A12 en A20 bereikbaar. Het centrum van Waddinxveen is via de Bredeweg en Beijerincklaan aan te rijden. Langzaam verkeer kan gebruik maken van de Zesde Tochtweg en Plasweg richting de dorpskern. De uitrit naast de bestaande bedrijfswoning wordt verbreed voor een betere doorstroming van het vrachtverkeer. Verkeersgeneratie In de bestaande planologische situatie is een glastuinbouwbedrijf toegestaan. In plaats hiervan worden achter de bedrijfswoning een kantoor, werkplaats en (boog)kassen gerealiseerd ten behoeve van de vestiging van SGL. De bedrijfswoning op nummer 2 blijft als zodanig in gebruik. Op basis van een representatieve bedrijfssituatie komen er per dag maximaal twee vrachtwagens voor leveringen op de inrichting. Verder komen er circa 25 personenwagens per dag van en naar het terrein. Voor het laden en lossen van de vrachtwagen wordt gebruikt gemaakt van een dockshelter. Dit beteken dat de vestiging van SGL gepaard gaat met circa 54 extra verkeersbewegingen per dag. De Abr. Kroesweg heeft een huidige etmaalintensiteit van circa 750 motorvoertuigen. Dit aantal op de Abr. Kroesweg blijft ruim onder de 6.000 motorvoertuigen per etmaal, zodat het bestaande wegennet de verkeersbewegingen van en naar de Abr. Kroesweg 2 kan verwerken.

16

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

De Abr. Kroesweg.

Bredeweg ter hoogte van Abr. Kroesweg.

Bstaaande inrit naar het bedrijfsperceel.

Inrit vanaf plangebied. Aan de overzijde de plattelandswoning aan Abr. Kroesweg 5.

3.2.2 Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is verankerd in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 'Toekomstbestendig parkeren', 2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'sterk stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied'. De te kiezen plek in de bandbreedte is afhankelijk van situatiespecifieke kenmerken. Een locatie dicht bij een aansluiting op een snelweg kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen. In dit geval kan worden uitgegaan van sterk stedelijk gebied in het buitengebied. Dit vanwege de hoeveelheid medewerkers (circa 30) die werkzaam zijn en het feit dat het een glastuinbouw gerelateerd bedrijf is. Voor de kassen zijn in de CROW-publicatie geen specifieke kencijfers opgenomen.

Hiervoor kan een parkeerkencijfer achterwege worden gelaten, omdat hiervoor geen extra werknemers nodig zijn. De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 9.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het Parapluplan Archeologie en Parkeren zijn overgenomen. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1.

Toelichting

17

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Indoor teelt-/opslagkassen Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief Kantoor (zonder baliefunctie) Woning, vrijstaand Totaal

Norm buitengebied, sterk stedelijk n.v.t. 0,8 pp per 100 m² (minimum) 1,8 pp per 100 m² 2,4 per woning

Aantal/ oppervlakte

Aantal pp

3.750 m² 2.200 m²

17,6 pp

880 m² 1 woning

15,8 pp 2,4 pp 36 pp (afgerond)

Voor en naast het kantoor worden 37 parkeerplaatsen aangelegd, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. In figuur 3 is het parkeerplaatsenplan opgenomen. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 9.1 van de planregels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

18

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

19

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing

20

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.

De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een droogmakerij in een veencomplex - Oude zeeklei met bijzonder reliëf en aardkundige waarden. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen betreft oude zeeklei.

Als richtpunt wordt gehanteerd dat ontwikkelingen in droogmakerijen een bijdrage leveren aan een duurzame waterhuishouding. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het droogmakerijenlandschap (klei). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Richtpunt voor nieuwe ontwikkelingen in droogmakerijen (klei) is dat deze wordt vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Voorts ligt het plangebied aan een polderlint (figuur 6). De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.

Toelichting

21

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in een glastuinbouwgebied. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Richtpunten zijn onder andere: Nieuwe glastuinbouwgebieden worden zoveel mogelijk binnen of in aansluiting op bestaande glastuinbouwgebieden geconcentreerd. Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Op de Laag van de Beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Toetsing planinitiatief Dit bestemmingsplan maakt de vestiging van een agrarisch gelieerd bedrijfsperceel mogelijk. De bebouwing en het gebruik zijn passend. Deze ontwikkeling is in overeenstemming is met de provinciale belangen. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Op de kaart 'Laag van de stedelijke occupatie' ligt het plangebied in een 'glastuinbouwgebied'.

Deze ontwikkeling valt onder de noemer inpassing, omdat sprake is van een gebiedseigen herontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied blijven tenminste gelijk. De richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

Figuur 6: Links uitsnede Kwaliteitskaart: 'Laag van de cultuur- en landschappen' en rechts uitsnede Kaart 11 'Greenports' van de Omgevingsverordening.

22

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking SGL is momenteel gevestigd aan de Abr. Kroesweg 44. Dit bestemmingsplan maakt een verplaatsing van het bedrijf mogelijk. Hier is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie) is het plangebied aangeduid als 'glastuinbouwgebied'. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Sprake is van een aan de glastuinbouw gelieerde bedrijfsontwikkeling. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Glastuinbouwgebied In artikel 6.15, lid 1 (Glastuinbouwgebied) is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Het plangebied maakt hiervan onderdeel uit.

In figuur 6 is dat weergegeven. Op grond van lid 4 van dit artikel kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied, bedoeld in het eerste lid, in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en

Toelichting

23

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. De gebruikswaarde van het glastuinbouwgebied wordt door de verplaatsing van SGL van Abr. Kroesweg 44 naar de Abr. Kroesweg 2 niet beperkt. Er is geen strijd met de Omgevingsverordening. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Met deze planontwikkeling wordt verplaatsing van SGL mogelijk gemaakt.

Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling' zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling) door verplaatsing van een aan de glastuinbouw gelieerd bedrijf mogelijk te maken. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet in strijd is met de regels van glastuinbouwgebied, omdat gebruik kan worden gemaakt van de in de Verordening opgenomen afwijkingsbevoegdheid als genoemd in artikel 6.15, lid 4. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.

Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ambitie voor de droogmakerij (klei) is o.a. dat bebouwing gekoppeld blijft aan de linten en in aansluiting op de stedelijke kernen. Erven worden groen ingepast. De Abr. Kroesweg ligt in een concentratiegebied glastuinbouw. Hiervoor zijn de volgende ambities geformuleerd: Glastuinbouw heeft een grootschalig, geconcentreerd en modern uiterlijk. Bij de inpassing of aanpassing van een glastuinbouwgebied wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en aansluiting op de omgeving. Gestreefd wordt naar het vergroten van de vertelkracht van de sector, zodat bewoners en bezoekers vanuit de omgeving zich kunnen identificeren met de plek.

Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale

24

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het glastuinbouwgebied wordt niet aangetast door deze wijziging. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de structuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie De vestiging van SGL is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel BentwoudRottemeren-Zuidplas, omdat de ruimtelijke kwaliteit van het glastuinbouwgebied blijft behouden.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.

Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 7) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'.

Het plangebied is hierin aangeduid als 'bestaand en gepland: glastuinbouw. De vestiging van een aan de glastuinbouw gelieerd bedrijf is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP. Het plangebied is met een gele stip en zwarte pijl aangeduid op de plankaart.

Toelichting

25

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Figuur 7: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip aangeduid.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op

26

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

te pakken. De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 8). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.

Figuur 8: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder;

Toelichting

27

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Het glastuinbouwgebied in Waddinxveen bestaat uit de Abr. Kroesweg/ Bredeweg (inclusief Glasparel) en de Van Dort Kroonweg. Glasparel+ is in ontwikkeling. De glastuinbouw is hoofdverbruiker van het aardgas in Waddinxveen. Met behulp van Warmte Kracht Koppeling (WKK) installaties wordt het aardgas omgezet in warmte voor het verwarmen van de kas, elektriciteit voor de verlichting van de kas en CO2 voor de groei van de planten. Het gebied Abr. Kroesweg bestaat uit bestaande glastuinbouwbedrijven met middelgrote tot grote bedrijven en relatief veel bloementeelt. Toetsing planinitiatief Op de visiekaart maakt het plangebied onderdeel uit van een 'glastuingebied' in een bestaand lint (figuur 9). Op het perceel staat nu alleen een bedrijfswoning. Er wordt een duurzame herinrichting van het bedrijfsperceel mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de koers voor Glastuinbouw, omdat er sprake is van een aan de glastuinbouw gelieerd bedrijf. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.3 wordt hierop ingegaan. Conclusie De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven.

Het plangebied ligt in een bebouwingslint van een glastuinbouwgebied aan de Abr. Kroesweg. Om een duurzame herinrichting van het aan de glastuinbouw gelieerde bedrijfsperceel mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

Figuur 9: Uitsnede Kaart 'Glastuinbouw'. Plangebied zwart omkaderd.

28

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

4.4.2 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. In de bestaande planologische situatie is een glastuinbouwbedrijf toegestaan. De verplaatsing van SGL naar de Abr. Kroesweg 2 gaat gepaard met 190 verkeersbewegingen, waarvan een deel verplaatsing. Conclusie De Abr. Kroesweg kan worden aangemerkt als een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom.

Ten opzichte van de bestaande planologische situatie is er een toename van het aantal verkeersbewegingen zonder dat er sprake is of te verwachten is van verkeerscongestie op dit deel van de Abr. Kroesweg. 4.4.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een nieuw kantoor, bedrijfshal en kassen mogelijk. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Voldaan wordt aan de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) voor het kantoor en de bedrijfshal. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: plaatsing zonnepanelen, en opvang en recyclen van regenwater.

Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag In het plangebied is er op de Kaart Wateroverlast geen knelpunt voor wateroverlast. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Er zijn verder geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming In het plangebied is er op de Kaart Overstromingsbeeld geen knelpunt voor overstroming. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan.

Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard

Toelichting

29

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Het verhard oppervlak wordt vergroot. Parkeren van auto's vindt deels plaats op gestabiliseerd gras. Op het dak van het kantoor en de opslagloods komen een water- en groendak. Verder worden nieuwe bomen en beplanting aangebracht die voor schaduwwerking zorgen. In het plangebied is er op de Kaart Hitte geen knelpunt voor hittestress. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. De nieuwe bedrijfsgebouwen dalen niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Conclusie De nieuwe bedrijfsbebouwing wordt overeenkomstig de voorschriften van het BENG gerealiseerd. Deze wordt niet meer aangesloten op het aardgasnetwerk. Bij uitwerking van het bouwplan zal rekening worden gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van Duurzaam bouwen en klimaatadaptief bouwen overeenkomstig de hiervoor genoemde maatregelen.

30

Toelichting

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleidskader rijk en provincie

5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Provincie Regionaal waterprogramma Zuid Holland 2022-2027 Provinciale Staten hebben op 9 maart 2022 het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft de provincie Zuid-Holland haar waterbeleid. In dit programma staat wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water (verplichte onderdelen). Het gaat om de volgende richtlijnen: Kaderrichtlijn Water; - Grondwaterrichtlijn; - Drinkwaterrichtlijn; - Richtlijn Overstromingsrisico’s; - Zwemwaterrichtlijn.

Naast deze verplichte onderdelen bevat het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 ook niet-verplichte onderwerpen, zoals zoetwatervoorziening, wateroverlast, vaarwegbeheer en waterrecreatie. Hiermee laat provincie Zuid-Holland zien hoe ze samen met haar partners werkt aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar

Toelichting

31

bestemmingsplan Abr. Kroesweg 2, Waddinxveen

Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma is zelfbindend. Dat betekent dat alleen Gedeputeerde Staten eraan gebonden zijn. Toch heeft het regionaal waterprogramma ook gevolgen voor andere overheden. Die zijn wettelijk verplicht rekening te houden met de verplichte onderdelen van het regionaal waterprogramma. De binding van andere overheden aan de niet-verplichte onderdelen is waar nodig geregeld via de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

5.3

Beleid gemeente

Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in het Waterplan Boskoop en Waddinxveen (februari 2010). Dit Waterplan is een gezamenlijk plan van de gemeenten Waddinxveen en Boskoop, het hoogheemraadschap van Rijnland en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Deze partijen hebben het Waterplan opgesteld om knelpunten in het watersysteem aan te pakken en kansen op verbeteringen te benutten. Een opgave voor het Waterplan is te voorzien in de lokale implementatie van het nieuwe waterbeleid (Kaderrichtlijn Water, Nationaal Bestuursakkoord Water). Ook willen de gemeenten en de hoogheemraadschappen met het Waterplan zorgen voor een optimale, gezamenlijke aanpak van de wateropgaven. De verwachting is dat hierdoor kostenefficiënter kan worden gewerkt. Het waterplan focust op de maatregelen in het bebouwde gebied. Het waterplan heeft tot doel een integrale visie op te stellen over alle aspecten van het water (met uitzondering van drinkwater en zwembaden) en het implementeren van duurzaam waterbeleid in het bebouwd gebied van beide gemeenten.

Het waterplan resulteert uiteindelijk in een maatregelenpakket om te komen tot: een veilig en robuust watersysteem; het voorkomen van wateroverlast en watertekort; een goede waterkwaliteit en een ecologisch gezond watersysteem; het benutten van mogelijkheden voor beleving en recreatie; het optimaliseren van beheer en onderhoud; het optimaliseren van communicatie binnen en tussen partijen.

5.4

Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap haar visie en ambities voor het waterbeheer voor de komende jaren. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464494/3